Posts tonen met het label spel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spel. Alle posts tonen

13-01-2025

No risk

Wil niet wonen in Panama
Dat is me te nauw
Wil niet wonen in Groenland
Dat is me te koud
 
Laat ons dobbelen
Met ronde stenen
Elkaar verwoorden
Om des keizers baard
 
Laat ons zeeslag spelen
Met bommen en granaten
Dobberen op een grijze zee
Waar ijsblokken verhit in smelten
 
Tranen rollen uit wolvenogen
Wie vangt wie in trojka af
Vladimir Mark Donald Xi
Werelden in wanorde
 
Laat mij maar wonen
In mijn hart
De enige plek op aarde
Die mogelijk nog lacht


Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (2) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo)

20-04-2017

Spelgenot

Ik zet alle stukken op tafel. De dam positioneer ik tactisch tussen de witte dame en de zwarte heer. Kunnen ze elkaar voorlopig niet lastig vallen. Ik zit alleen in mijn maag met de vlag. Vlak bij het water neerzetten is niet echt handig. Dan kan ik er straks niet meer door. Misschien in de buurt van de Kalverstraat? Of nee. Lange Poten, natuurlijk, daar zet ik hem neer. Die vinden ze nooit meer. Drie sjoelstenen houd ik even achter de hand. Twee dartpijlen leg ik alvast strijdklaar neer. Niet te dicht bij het pingpongballetje. Dat bijt elkaar. Zal ik nu al de joker inzetten? Goede vraag. Ik vraag het aan de dobbelstenen. Ze gooien zichzelf in de lucht. Yahtzee!

28-02-2017

Columns van Harrie (februari 2017)

Kamergotchi / Gein & Ongein / 19-02-2017

Er lopen sinds kort wat vreemde figuren rond in mijn bos. Vreemd omdat ze zich raar gedragen. Ik probeer het verband nog te vinden. Het zijn overwegend mannen, dat heb ik inmiddels waargenomen. Ik heb het nog niet in de nacht gecheckt, maar ga dat zeker nog doen. Ik heb namelijk sterk het idee dat deze vreemde figuren samen naar iets gemeenschappelijks op zoek zijn. Ze dragen allemaal een klein apparaatje bij zich. Mozes kriebel. In de meest felle kleuren en ze maken nog herrie ook. Ook iets dat de vreemde wezens met elkaar verbind. Daarnaast dragen ze allemaal donkerblauwe pakken en een eenvoudige stropdas in felle kleuren. De kleuren rood en lichtblauw overheersen. Ze lopen ook allemaal wat houterig, als houten klazen. En vertel mij niets over houten klazen. Ik heb er voldoende ontmoet in mijn bos en leven.

Ik heb goed waargenomen en weet nu ook dat de apparaatjes allemaal hun ieder geluidje hebben. En dat als zo'n geluidje afgaat er lichte paniek ontstaat bij de drager. Ik ben ondertussen toch wel erg nieuwsgierig geworden wat voor informatie de apparaten afgeven aan hun gebruiker. Want telkens weer lijken ze ervan ondersteboven. Het gevloek en getier is dan ook met regelmaat niet van de lucht.

'Wat moet ik doen?' 'Ik heb helemaal geen honger!' 'Alweer stemmen verloren!' Zijn de meest gehoorde commentaren, waar ik dan iets mee kan. Als meester in associatie kan ik niet anders tot de conclusie komen dat de apparaatjes de meester zijn over hun eigenaren, gebruikers, dragers. Een eng idee lijkt me dat. Alsof jezelf niets meer te zeggen hebt. De meesten ogen dan ook speakless.

Even later kom ik een wandelaar tegen in mijn bos die meer kennis lijkt te hebben over het fenomeen dat nu al dagen voor mij afspeelt. Duidelijk gevalletje 'Kamergotchie' maakt de wandelaar mij duidelijk. 'Kamerwie?' Deze meneren en ook dames (keurig in rokkostuum en/of mantelpak) zijn deelnemers aan de kamerverkiezingen van maart 2017. Mijn hartslag gaat spontaan omhoog. Ik heb ervan gehoord. Een belangrijke gebeurtenis met verstrekkende gevolgen voor alle gebieden in Europa en met een beetje pech ook de rest van de wereld. Mijn hart denkt en voelt ook na, ga ik voor links of voor rechts? Qua kamer niet geheel onbelangrijk.

Ondanks dat het bloed soms daar stroomt waar het niet gaan kan, is dat bij dit spel van een geheel andere orde. Doorgaans stroomt links bloed door de linker hartkamer en rechts bloed door de rechter. Dat wordt stevig bewaakt. Maar, de heren doktoren zijn er wel mee bezig. Naar het schijnt. Griss mich nich. Omleidingen en stents moeten er voor gaan zorgen dat diverse bloedvaten met elkaar en met hart voor de zaak in het reine komen. Samenwerking is daarbij het toverwoord. En dat is nu juist wat ik de vreemde figuren in het bos net niet zie doen. Jammer. Gemiste kans. Huilers zijn en blijven het. Terugzetten kan helaas niet meer. Alle zeehonden vrezen Maurice. De cijfers van Maurice. En wij. Wij lezers naast de kant, wij wachten op uitslag, het uiteindelijke resultaat van verkiezingskoorts. Nu blijft het vooralsnog jeuken en krabben.


Polonaise / Gein & Ongein / 25-02-2017

Raakhout komt op me af met grote paddensprongen. Dan is er iets aan de hand, dat mag duidelijk zijn. Ik moet meekomen. Hij stopt onder een grote eik. En dan zie ik het. Een grote poster hangt er op zijn stam. Ik heb daar zo'n hekel aan. Van die maniakken die mijn bos gebruiken voor reclame. Maar het moet gezegd, deze poster fascineert. Waarom? Door zijn tekst. Die is heel eenvoudig en toch ook weer niet. Eigenlijk is ie best wel filosofisch. En dat mag ik wel.

Ik weet, ik weet het, een beetje selectief in mijn afkeuring. Maar het woord, dat zo verspreid wordt dat is toch fantastisch. Zonder toeters en bellen, nee, gewoon recht toe en recht aan. Zonder lelijke graffiti, zonder afbeelding en ... heel belangrijk ... gesigneerd. Door een zekere Loesje. In eenvoudig zwartwit hangt de poster te stralen in de zon. De tekst daartegenover, nee niet aan de overkant, daar staat een den, veel te dun om tekst te dragen van dit formaat, de tekst die is helemaal niet zwartwit. Letterlijk ja, figuurlijk nee.

In vele tinten grijs, wat doorgaans veel kleur oplevert, is de tekst kleurrijk en stemt tot nadenken. En bij nadenken komen bij mij altijd veel kleuren vrij. Een kleurrijk denken. Mijn hart springt dan heel even open. En Raakhout weet dat. Daarom is ie mij komen halen. Ik hou zo van die schat, hij voelt me naadloos aan. Al een eeuwigheid lang is hij mijn trouwe maat en viervoeter.

Carnaval

De polonaise bewijst dat degenen die voorop lopen heus niet altijd weten waar ze naartoe gaan.

Loesje


Dat staat op de poster geschreven. Door Loesje ondertekend in gedrukt handschrift. Mijn hoofdmotor draait op volle toeren. Wat een diepgang zit er in de tekst. Koude en warme rillingen lopen afwisselend langs mijn spina. Raakhout kijkt me met een zelfvoldane blik aan. Hij weet dat ie dadelijk een beloning krijgt. Terecht. Verdiend.

Ik houd me vooralsnog bezig met deze bijzondere tekst. Mozes kriebel, brizzl djeu, griss mich nich, ik heb er geen woorden voor. Ik zie in gedachten alleen maar mensen achter elkaar aan lopen. In een grote rij. Dwars door mijn bos, van boompje naar boompje, niet wetend waar naartoe? Heerlijk om zo doelloos te zwalken. Af en toe staat de polonaise stil en maakt spontaan een hup. Dan gaat plots, op een niet afgesproken signaal, de linkerarm en daarmee automatisch ook de linkerhand van eenieder de lucht in. Soms halen ze ook de rechterarm en -hand van de schouder van hun voorganger en steken die beiden in de lucht. Samen dus met de linkerarm en -hand. De polonaise gaat dan alleen op voeten en benen verder, loshandig losbandig.

Ze zingen dan keihard. 'En dan die hendjes de lucht in'. Ik weet niet of ik het goed versta. Maar hendjes zal dan wel handen betekenen. Of is het een verbastering van kip. En bedoelen ze eigenlijk te zeggen 'en dan die hennetjes de lucht in', wat dan weer vreemd is, want hennetjes kunnen amper vliegen. Ze stuiven eerder op. Hoewel, hoe komen ze dan in de bomen om te slapen? Hennen en kippen vinden het namelijk heerlijk om in bomen te slapen. Dan voelen ze zich veilig.

Ik zie nu ook dat de polonaise duidelijk in de war is en zoekend. Ze gaan ineens ook achteruit met zijn allen. Een gevaarlijke situatie tussen al die bomen in mijn bos. En hup, alsof ze mijn gedachte kinnen lezen, gaat de stoet weer vooruit. Om me na enkele minuten opnieuw te doen verbazen. Alle armen en handen gaan wederom de lucht in, maar nu draait ieder op zijn plaats een pirouette om vervolgens een halve slag te keren en de nieuwe voorganger bij de schouders te vatten. En hup, iedereen weer volle kracht vooruit. De eersten zullen de laatsten zijn. De polonaise is duidelijk zoekend en de weg nog even kwijt. Maar wat ze allemaal onder weg toch meemaken. Fantastisch.

In gedachte doe ik mee en Raakhout natuurlijk ook. Zo bouwen we ons eigen feestje. Keigezellig, nietwaar. Carnaval. Vleesfeest. Ik hou de schouderhammen stevig vast en zing vrolijk mee. 'En dan die hendjes de lucht in!'


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.


31-07-2016

Columns van Harrie (Juli 2016)

Max keer maal / Gein & Ongein / 31-07-2016

Hoe vaak kan iemand nu een wedstrijd winnen? Dat vraag ik mij nu af? Kijk als ik zo zit in mijn bos en ik zie die rare mannetjes in auto’s keihard dwars door de bomen scheuren, weet ik nooit wie er voorop ligt. Raakhout ook niet. Maar die is sowieso altijd de weg kwijt. Nee, ze scheuren rond langs, beuken, berken, eiken, dennen en wij maar rennen. Waar rennen ze toch naartoe? En hoe vaak komen ze nog langs? Soms zie je er eentje plots niet meer. Naar het schijnt legt hij dan eventjes zijn karretje aan banden. Aan nieuwe banden? Alsof de bosgrond zoveel slijt. Het is naar het schijnt allemaal tactiek.

Tactiek om geld te verdienen. Dat is dan weer nieuw voor mij. Waarom zouden er aan spelen en wedstrijden geld verdiend moeten worden? Iedereen sport toch voor de leut, ontspanning en gezondheid? Dus nee. Nee dus. Op het laatste druïdenbal heb ik me laten inwijden. Brood en spelen. Daar schijnt alles om te draaien. Brood, brood? Maar ik zie toch nooit iemand brood eten? Jawel hoor, vertelde Maxoramix. Alleen je ziet het niet. Het gebeurt vaak achter gesloten deuren. En dat brood, dat moet je ruim zien. Het is het bier, de bitterballen, het contact en de contracten. Niet schriftelijk maar mondeling. Het is eten en gegeten worden.

Kleine vissen worden groot. Totdat ze op ontploffen staan. Zodra dat voorkomt, dan is het tijd om maar weer eens te gaan. Zoveel werd me duidelijk. En dat in een notendop. Ik kijk nu gans anders tegen het sporten aan. En laat de wagens maar gaan en gaan. De uitslag is niet meer van belang. Zolang maar iedereen de kar in beweging houdt en de wagens blijven toeren. Kijk daar komt Max alweer voorbij. Max keer maal. De kassa rinkelt. En heel Nederland, ja zelfs Nummer Een blij. Steek de vlag maar alvast uit.


Regelspel / Gein & Ongein / 15-07-2016

Raakhout is behoorlijk in de war. Hij heeft zich ingelaten met een merkwaardig spel. Een spel dat zijn eigen regels spelt en voorschrijft. Op zich niets mis mee zou je op de eerste plaats denken. Ware het niet dat het een heel onschuldig spel betreft. In de bossen worden niet zo heel veel spelletjes gespeeld. De natuur, waartoe het bos behoort, is in zijn aard eerlijk. Maar owee, zijn bezoekers en inwoners. Dat is een ander verhaal. Je zou denken dat dieren tegen hun verlies kunnen. Maar niets is minder waar. In dat opzicht zijn het net mensen. In vele andere opzichten ook, maar dat is een ander verhaal, een ander lang verhaal. Iets met personificatie. Maar daar laten we ons even niet mee in.

Terug naar Raakhout. Hij mocht meedoen met een spel. En niet zo maar een spel, nee, nee het was een soort van schaakspel. Ieder dier mocht een eigen verhaaltje spellen en vertellen. Al maanden werd het spel gespeeld en telkens met een ander thema. Het thema van deze maand was ‘eikels’. Nou daar wist Raakhout wel raad mee. Hij kwam ze iedere ochtend tegen in het bos. Zo gedacht, zo gespeld en zo verteld. De dieren hadden aan zijn lippen gekluisterd gezeten. Vooral de vos, de eekhoorn en de bonte kip vonden zijn verhaal prachtig. Ze leefden zich volledig in het verhaal in. Vele eikels liet Raakhout de revue passeren. De ene eikel nog gekker als de andere. In vele eikels herkenden de dieren zich. In sommigen niet. Die waren natuurlijk met meest interessant. Het waren eikels die vreemd gedrag vertoonden. Ze pasten regels aan naar hun eigen believen. Maar zo erg was dat nog niet.

Eigenlijk was er maar eentje die dat niet naar behoren deed. In de veronderstelling dat toch niemand het door zou hebben. En ach, zo belangrijk was het nu ook weer niet. De toehoorders van het verhaal raakten langzaam in de ban van het gebeuren. Dit kon toch echt niet door de beugel. Maar niemand die wat deed. Zwijgzaam stemde iedereen toe. Totdat een slim vogeltje erachter kwam. Maar het vogeltje was een vreemde vogel. En de vogel wist dit van zichzelf. Wat nu? Niemand zou hem geloven. Feiten laten zien. Met bewijzen komen. Dat had de papa van het vreemde vogeltje het vogeltje geleerd. En aldus vertelde het vogeltje aan iedereen die het horen wilde zijn verhaal. Gestaafd met feiten. Iedereen begreep het, maar niemand reageerde. De regelgever bezat te veel macht. En de dieren wisten als geen ander. De hand die voedt, die is heilig.

Maar het kleine vogeltje was moedig. Het had de waarheid nodig om bruggen te bouwen. Maar dan moest het wel eerst de aandacht vestigen. De klokken luiden. Zo gezegd, zo gedaan. De dieren uit het bos vielen bijna van hun stoel, stok, hout, tak, stengel, nee, dit was niet waar? Iemand die de spelregels zo naar zijn hand kon zetten, die deugde niet. En ook nog eens zo stiekem. Zo quasinonchalant. Dit moest iedereen weten. En toch? Als iedereen het wist en daarvan baalde, dan nog, dan nog. Zou het hele spel dan niet meer doorgaan? Wie zou het dan nog willen organiseren. Dat was toch ook niet zo’n goed plan. Weet je wat? En ze waren het er allemaal over eens. En ze namen het volgende besluit. We kijken door onze vingers, klauwen, poten, vliezen ... vergeten het never nooit niet ... die spelleiding deugt van geen meter, maar ons het spel afnemen, dat toch liever ook niet. Dan maar zonder winnaar. Weet je wat? We roepen gewoon iedereen tot winnaar uit. Lang leve de lol. Maar Raakhout die vond het maar niks. Hij is nog steeds wat in de war. Zal hij het spel nog meespelen? Zo’n spel is toch geen lot uit de loterij? Vooruit dan maar.



Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

12-07-2016

Pokémon go

Een virtuele plaag waant door ons land. Waant ja, en met een een streepje op de e. Lekker belangrijk. Het streepje op de e en niet op de o. O nee. De waan heet ook wel Pokémon. Hoe te herkennen? Vierkant. Nee, rechthoekig. Hoe te detecteren? Simpel. Een klein kastje dat zweeft op ooghoogte met twee oren er aan vastgeplakt. Het wordt bestuurd door twee handen. Hoe te benaderen? Niet. Contact leggen gaat erg moeilijk. Waar komt de waanplaag vandaan? Naar het schijnt stijgt hij op uit kinderbreinen. Op zoek naar wat? Ja, naar wat? Virtuele poppetjes. Poppetjes in de ogen. Poppetjes in het water. Poppetjes in de lucht. Poppetjes op straat. Dead or alive. Ze moeten gevonden. Beloning? Geen beloning. Gewoon virtueel tijdverdrijf.

Een fysieke plaag waait door ons land. Waait ja, en zonder streepje op de e. Ook niet op de o. En zeker niet op de u. De plaag heet Pookemug. Hoe te herkennen? Heel simpel. Beestjes, heel veel beestjes. Ze hangen boven het water. Hangen in huis. Aan het plafond, achter de gordijnen, in de slaapkamer, boven het bed op de klamboe. Hoe te benaderen? Niet. Ze steken. Hard. Contact leggen gaat erg moeilijk. Ze vliegen voortdurend weg. Laten zich niet vangen. Supersnel zijn ze. Olympische muggen. Zo snel. Waar komen ze vandaan? From Rio. De Janeiro? De Janeiro. Aanpak? Poken. Poken die muggen. Pook de Pookemug.

Vandaag een nieuwsbericht in de lokale krant. 'Vrouw gevonden. Op de bodem van het kanaal, morsdood. Doodsoorzaak. Lek gestoken. Door Riomuggen. Gevonden door drie tieners. Per toeval. Identiteit van de vrouw. Een Pokémom. Veertig jaar oud. Husband en two kids. Naast haar lag een telefoon. Aan.'

Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de actuele 'primer': Pokémon