Posts tonen met het label spiegel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spiegel. Alle posts tonen

20-01-2024

Adorabel

Ik ben niets zonder jou
Mijn spiegel lacht terug

Een brede glimlach 
Tong naar buiten

Body en soul in perfectie
Enkel satisfaction

Voetfetish en voodooblik
I am … dus ik ben

Mijn haren in de wind
Blowing obstacles

Stoer, charmant en aardig
Die gozer ben ik

Teil loopt vol
Onder uilenspiegel

Intelligent de eigenliefde
Ook dat nog

Mois je suis un roi
Roi de la mème

Au secours (red me)
Moi non plus


Inzending voor:

16-12-2023

Gerard van de droom

Spiegel vloekt naar mij
Weet je het alweer niet?
Wat zie je er uit!
Neusharen rijzen ten berge
Woest uit mijn neusgaten

Kam mijn haren
Poets mijn tanden
Het helpt niet
Langzaam ten onder
Sprakeloos de conversatie

Jij en ik, zij en hij
Zo verschillend
Tanden op geloof stukgebeten
Ik ben … dus fuck it
Gedoe om niets in het zijn

Dus zwijg ik
Voor het eerst
Last valt van lijf
Ledematen nemen geen maat
Hoofd in ruste


Inzending eerbetoon Gerard Reve op pomgedichten:

17-07-2020

Spiegelbeeld

Ik bekijk mijn spiegelbeeld en schiet spontaan in de lach. De lachspiegel lacht terug. Sterker nog hij lacht driedubbel terug. Alleen het schateren ontbreekt. Voorzichtig zet ik een stap terug. Er gebeurt niets. Dat is vreemd. Is de lachspiegel stuk of van zijn stuk? Ik kijk voor de aardigheid maar eens achter de spiegel. Wat ik daar zie tart compleet mijn eigen waarheid. Er staat een ware replica achter de spiegel. En ja. Hij lijkt nog ook. Daar kan M. Tussaud nog een puntje aan zuigen. Het vreemde is dat de replica ook nog eens mijn kleren draagt. Dat kan toch niet? Ik kijk of Victor Mids ergens in de buurt is? Victor who? Ja, die ja. Niet dus. Mindfucker!

31-12-2017

120 Woorden December 2017

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.


Te kakken gezet (01-12-2017) (Geen themawoord)

Ik geloof mijn ogen niet. Een wrede beul verkleed in Sinterklaaswolfkleren gooit een kleine borrel achterover na het vonnis dat lang na datum eindelijk is uitgesproken. Hij viert zijn eigen feestje, als een verontwaardigd klein kind dat zijn zin niet krijgt maar wel alle aandacht vraagt.

Kinderen mogen dan onschuldig zijn, hij niet. Aan het eind van alle zittingen is hij uiteindelijk de grote spelbederver en zet zichzelf te kakken. Niemand die hem de broek zal opbinden. Ondenkbaar. Het hemd is hem nader dan de rok. Een klein eigen volk gelooft de Sinterklaas in wolfkleren.

Kent een oorlog überhaupt winnaars? Genocide is never nooit geoorloofd. Het zet de mensheid te kakken. Rijp voor het helletheater is deze man, zonder vergeving.


Ad de Koning meets Eric Vloeimans (05-12-2017) (Themawoord: Triolet)

Troubadour Adje de Koning verveelde zich te pletter. Met haast alle dichtvormen had hij al de liefde bedreven. Maar niets, helemaal niets bevredigde hem nog enigszins, op taalgebied. Totdat hij een optreden bezocht van een nog maar pas bekende trompettist, Eric Vloeimans. Zijn intiem en vloeiend trompetspel inspireerde Adje tot het schrijven van een nieuw gedicht.

Een triolet klinkt als een schuine schuiftrompet
Het husselt woord en klank als nooit tevoren
Ook wel ingewikkeld voor de oren, hoe supervet
Een triolet klinkt. Als een schuine schuiftrompet
Op hol slaat, neem hem dan gewoon mee naar bed
Soms is het gewoonweg niet om aan te horen
Een triolet. Klinkt als een schuine schuiftrompet
Het husselt klank en woord als nooit tevoren


Trioletsel (05-12-2017) (Themawoord: Triolet)

‘Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen. Oren, ogen, puntje van je neus. Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.’

Wie kent het niet? Een kleine yoga-oefening voor de kleinsten onder ons. Aarden met gebarentaal. Van boven naar beneden en weer terug.

In de herhaling van dit mooie dicht zit een heuse mantra verstopt. En echt de kinderen worden er heel rustig van. Zolang je het maar voldoende herhaalt. Blijven doen dus, dat herhalen.

Wel even opletten bij het stukje ‘oren, ogen, puntje van je neus’. Het hanteren van de juiste volgorde in deze is zeer essentieel voor een goed resultaat.

‘Ogen, puntje van je neus, oren’, niet doen. Het kan leiden tot vervaarlijk trioletsel en verminkte lichaamsdelen.


Toilettriolet (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)

Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
Onder het zwaarmoedig pissen, wist de man zich ervan te vergewissen, dit gaat niet lukken
Zal ik uit een heel ander vaatje tappen, dacht de man nog rectaal en vet?
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
De rijm kwam ineens spontaan uit zijn kleine gat gespoten, het ging ineens van retteketet
Het verzameld werk zag er niet onaardig uit, nadat hij erin was geslaagd te bukken
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
Onder het zwaarmoedig pissen, wist de man zich ervan te vergewissen, dit gaat niet lukken


Chocolade studententrioletters (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)

In de kamer op drie hoog is de lucht niet te harden. Verspreid over de vloer liggen drie half ontblote studenten, zesendertig lege flesjes bier, flink wat Sinterklaaspapier en wat kledingstukken. Het gesnurk is niet te harden.

De huisbaas heeft gelukkig een reservesleutel. Gebeld door een ongeruste ouder is hij even poolshoogte gaan nemen. Het pand was nochtans moeilijk te bereiken. En wat deed in hemelsnaam die gestippelde schimmel op de gang? Zou Sint die zijn vergeten?

Voor de deur, op de mat. ligt een wel hele vreemde chocoladeletter. Geen A, geen W, geen T, het is een ratjetoe van alledrie. Een zelfgemolten letter. Hij zit er best raar uit. Met kleine groene spikkeltjes, heet lijkt wel gras. En stinken!


Triolettenbal (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)

Het triolettenbal in Riga werd een heel groot feest. De organisatoren hadden even gevreesd voor weinig deelname. Maar de aanmeldingen waren binnen no time binnengelopen. Sterker nog, een extra tent werd ingezet om aan de ruime aanmelding te voldoen. Achter op de plaats was gelukkig nog plek genoeg.

De organisatoren hadden flink vooronderzoek gedaan om een goede inschatting te kunnen maken op een succesvol slagen van het bal. Er moest immers ook verdiend worden. De inschatting leidde tot een aanname van aanmelding van pakweg dertig trio’s. Dan praten we dus over negentig trioletten. Maar het werden er veel meer. De uitnodiging ging viral en uit het buitenland meldden zich nog zeker tien trio’s. Voor herhaling vatbaar dus, zo’n sexy triolettenbal.


Lekkere trioletten (08-12-2017) (Themawoord: Triolet)

Nou, dat is me ook wat. Sta ik bij de lokale fritesboer, want het regent pijpenstelen en het is maar twee graden boven nul en het regent keihard en ja dan wil ik wel eens verzuim plegen in de keuken, staat er nota bene iets nieuws op de menukaart. Trioletten!

Die moet ik natuurlijk proeven. Of ik er mayonaise, curry of joppiesaus bij wil? Niet zo moeilijk natuurlijk. Joppiesaus. Mmmm. Ik ben razend benieuwd waar de trioletten naar zullen smaken.

Thuisgekomen neem ik er een biertje bij. Bier gaat natuurlijk bij alles samen. Dat is niet met whisky. Maar daar is het misschien ook iets te vroeg voor. Ze smaken heerlijk, de trioletten. Komt nog het dichtst bij een kroket.


Tom troffelt met veel tromgeroffel (11-12-2017) (Themawoord: Troffel)

Tom’s eerste werkdag is aangebroken. Op zijn tandvlees meldt hij zich bij zijn baas. Tom heeft een hekel aan kou. En al helemaal aan sneeuw.

Hoe haalt de werkgever het überhaupt in zijn hoofd? Bij deze vrieskou huizen bouwen is not done. Laat staan muurtjes metselen. Maar Tom moet er aan geloven. Hij mag opperen.

Hij trekt zijn handschoenen aan en een lelijk gezicht. Vijftien kruiwagens stenen levert Tom aan. Hij zal ze krijgen en zijn mannetje staan. Opperen niet mopperen.

Maar Tom is Tom niet als ie stiekem niet even troffelt. Al is het maar een meter. Hoe doet ie anders evaring op? Met veel getroffel en tam tam laat Tom zien wat ie kan. Tom troffelt met tromgeroffel.


Troffelmayonaise (12-12-2017) (Themawoord: Troffel)

In een grote bak met specie roert de metselaar zijn cement klaar. Hij moet nog twee muren metselen. Twee muren van vier meter breed en drie meter hoog. In een meter gaan vijf stenen, in de breedte. In de hoogte zijn dat er twintig. Dat wordt dus nog 2400 stenen metselen.

Gelukkig heeft hij iemand bij zich die goed kan opperen. Iemand die van wanten weet. Althans dat oppert hij. Hij is niet voor niets een meesteropperraar. Je hoort hem nooit mopperen. Hij is geen mopperkont. Wel heeft ie een flinke opperkont. Stevige hamstrings van het bukken.

Vrouwen die voorbij marcheren lonken naar hem. De metselaar lonkt terug. Maar iets te lang. Langzaam is zijn specie verworden tot troffelmayonaise. Onbruikbaar.


Christroffel (17-12-2017) (Themawoord: Troffel)

Bijna Kerstmis en iedereen is weer in de weer voor het meest romantische kerststukje. In groen en rood. Of zijn de modekleuren dit jaar goud en zilver? Wie zal het zeggen? Ik besluit mijn eigen modegoeroe te zijn. Eigentijds vanzelfsprekend.

Het moet iets oosters zijn besluit ik. Iets met een chris. Die heb ik nog in een lade liggen, in een kastje op zolder. Dat wordt mijn uitgangspunt. De chris zit ook in christus, one way or another. Een steekspel.

Ik zoek nog naar een natuurlijke tegenpool. Was het geen timmerman, zijn vader? Yes. Dan maak ik er een metselaar van. In de schuur ligt nog een troffel.

E voila, daar is kindeke Jezus geboren. Christroffel, in zilver en goud.


Vlucht naar Egypte (19-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Er zijn moppen die beklijven, nergens over gaan en toch alleszeggend zijn. Die persoonlijke smaak overstijgen, verbinden in gulle lach, desnoods onbegrip. Bevrijden, wringen. Contradicties in terminussen.

Behalve als ze door dezelfde oom urenlang orakelt worden op lange winteravonden. In de zomer kun je ze ontvluchten door simpelweg naar buiten te rennen. Maar in de winter zijn het soms ware martelingen. Beslagen ten ijs moet je dan komen om die ludieke saaie oom de moppenmond te snoeren.

Ik waan me dan altijd op een grote zandvlakte, in bloedhete zon, ergens in Egypte of Marokko. En wanneer het blijft knellen gooi ik hem eruit:

‘Het is geel en trekt door de woestijn?’

‘Een kudde vanille-yoghurt.’

Niemand lacht. Te absurd voor woorden.


Zandvlakteloper (19-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Je moet het maar kunnen? Twee weken lang, onder een bloedhete zon, op blote voeten, met twee bulten op je rug en volle bepakking, door brandend zand klossen, zonder te mopperen. Ik kan het niet. Zelfs met voldoende nachtrust ben ik er niet toe in staat. Maar ja, ik ben er ook niet voor gemaakt, voor uitgerust, laat staan geschapen.

Mijn kameel wel. Een goede lobbes is het toch. Hoewel hij ook zijn makke heeft. Zo weigert mijn kameel steevast zandhellingen te nemen. Daar moet je mee aankomen binnen een karavaan wildemannen. Voor zouthandelaren smaakt dat bepaald niet zoet. Het is zout in een open wonde strooien. Ik zeg er dan ook niets van. We lopen gewoon een eindje om.


Zeekasteel (20-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Jarenlang, hele lentes en vroege zomers had ik al geoefend. In de zandbak in een veel te kleine tuin. Met kleine schep en dito emmer. Een grote schep en emmer hadden niet eens gepast.

De kastelen die ik iedere dag opnieuw bouwde waren nooit een lang leven beschoren. De zand plakte niet goed. Er miste iets. Omdat mijn zandkastelen snel instortten besloot ik al snel om er vooral veel te maken. Oefening baart kunst.

En nu was het eindelijk zover. Op een enorme zandvlakte bij Kijkduin zette ik de shovel aan en schraapte de bovenlaag los van het strand en schiep een enorme berg. Ik boetseerde met behulp van een reuzengieter vol zeewater een strandkasteel. Mijn gedroomde sprookje kwam uit.


Tellen op de horizon (20-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Op de horizon loopt een klein mannetje. Zodra ik dichterbij kom wordt hij wat groter. Geen fata morgana mag ik hopen. Gelukkig zindert het silhouet niet als ik steeds dichter de horizon nader.

Het mannetje loopt druk op en neer. Soms stopt ie even en kijkt dan door een klein kijkertje op een statief. Ver kan deze niet kijken. De horizon die ik voor me zie is vrij kort. Valt eigenlijk precies in mijn gezichtsveld.

Nu ik zeer dichtbij ben zie ik dat het mannetje door het zand loopt. De korrels spatten omhoog, het is zeer droog en warm op de horizon. Ik vraag wat de man precies doet. Meten zegt hij. Ja, en wat dan precies? Nou gewoon, zandvlaktemeters.


Zandvlaktegels (21-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Ik ben bij de bouwmarkt om een kerstboom te kopen. Liefst een blauwspar, maar die zullen wel weer op zijn. Aangezien ik geen andere wil, besluit ik er dit jaar geen te kopen. Ook geen nieuwe kerstverlichting, want die gaat toch maar ieder jaar stuk. Maar wat dan wel? Ik houd geld over. Daarvan moet iets gekocht worden. Het brandt in mijn broekzak.

Mijn ogen vallen op een vreemd soort tegels. Wellicht handig voor een mooi pad in de tuin van mijn vader. Ze zijn goed vlak en scherp geprijsd. Ze zijn voorzien van een plastic coating met daarin zand verwerkt. Zandvlaktegels staat op een bord geschreven. Als ik met een tegel schud lijkt het zand te sneeuwen. Heel bijzonder.


Graveelzandvlakte (22-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Met grote verbazing bezie ik het bodemvlak van mijn toiletpot. Ik zie donker zand. Het lijkt wel bastaardsuiker. Ik leek heel even zwarte poedersuiker uit te plassen. Moet ik nu de loodgieter bellen, mijn dokter of een aannemer? Misschien is het wel bijzonder kostbare zand. Ik besluit ook een juwelier te bellen. In die volgorde dan maar. Ik maak ook een foto, om door te appen.

De loodgieter stelt voor het goedje uit te scheppen en te zeven. De dokter stelt gerust. Niergruis, compleet onschuldig. Lucht het niet op? De aannemer ziet er geen geld in. De juwelier daarentegen wel. Met graveel kun je blijkbaar prachtige edelstenen maken. Zou hij er dan uiteindelijk het meeste de ballen verstand van hebben?


Meten in zand (24-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Het bepalen van de oppervlakte van een terrein lijkt een eenvoudige zaak. Het opmeten van hellende, of diep ingesneden terreinen stelt echter heel wat praktische en juridische problemen die een landmeter moet oplossen.
Zeker in de regio.

Vroeger niet. Toen gebruikte men oude maten. Bijvoorbeeld meten met zandvlaktemaat. Hier een overzicht van die oude maten:

Het gemet, de gras in Groningen, ongeveer een halve hectare (de hoeveelheid gras die nodig was voor een koe), de deimat of dagmaat (de hoeveelheid land die een maaier per dag kon maaien), de hont, de bunder, de dunam, de hoeve, de loopense, de morgen, de mud, de pondemaat, de roede, de schat, de schepel, de snees, de spint, de vatzaad, de wind, het zand.


Lichaamstaal (26-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Net nadat ik mijn handen uit de mouwen steek, neemt mijn buurvrouw de teugels in haar hand. Ik knijp mijn ogen dicht. Ze heeft haar oren niet gewassen. Bah. Ach. Ik weet het, ze leeft als een hart en ze houdt de hand op mijn zak. Wat wil ik nog meer? Waar de lippen werken daar rusten de handen. Ik heb het niet achter mijn oren en ook geen ogen op mijn rug.

Ik vlieg liever van haar hand. Er zijn veel ezels met twee benen. Een volle buik peinst op geen lege. Ik kom handen tekort. Handen in de schoot dat geeft geen brood. Dan ben ik er met hart en ziel bij. Ik moet er niet aan denken.


Belichaamstaal (27-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Oh schoon en prachtig lichaam. Laat mij u bezingen. Top down en bottom up. Your body, my body, zijn ze niet prachtig? In bruin en in wit, in oker of haast zwart, rossig, rood in alle tinten grijs, gerimpeld of heel strak? Bij Adam stokt de keel en Eva laat ons rillen. Bloot en glanzend in alle naaktheid. Wat is de mens toch mooi.

Laten we onze lichamen voor eeuwig en altijd belichamen en toejuichen in roze, zilver en in goud. Superieur aan vissen, hagedissen, vogels en de mieren. Ons stoere lijf kent geen angst of vrezen, hooguit soms een beetje beven. Laten we de krachten blijven bundelen, verenigd in ons blote lijf. Pas dan zullen de robots uiteindelijk zwichten.


Lichaamseigen (29-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Heel langzaam loop ik mijn lichaam na. Rechtstreeks, niet via een spiegel. Noch via een staande spiegel noch een hangende. Ik ben geen heks. Ik ben ook helemaal niet mooi. Eigenlijk ben ik heel lelijk. Zegt men. Men ja. Alsof dat zo belangrijk is, wat men ervan vindt. Van mijn lichaam. Blijkbaar. Er is geld aan te verdienen. Niet blijkbaar. Zeker weten.

Alles in winkels is erop gericht. Op mooie lijven en lichamen. Lijven is voor popiejopies. Lichamen voor de anderen, die niet popiejopie zijn. Ik kijk via mijn schouder, naar mijn bovenarm en onderarm, naar mijn pols, hand en vingers. Die houden een pen vast. Daar schrijf ik dit stukje mee. Lichaamseigen. Mooi man. Dat mijn lijf dat kan.


Lichaamsfobie (29-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Iek een vinger. Een duim, een pink. Zijn dat dan geen vingers? Nee. Ze ringen, wijzen en middelen niet. Iek een onderarm, een bovenbeen, een onderbeen en bovenarm. Wat doen ze hier? Aan min billen, schouder, nek. Ze zitten op de verkeerde plek. En dan die neus, bovenop mijn ballen. En de ballen op mijn rug.

Ik wil alleen maar ballen in mijn broek. Hoe kan dat toch? En dan die dikke buik, onder mijn knieën. Geen gezicht. De haren rijzen onder mijn tenen. En mijn mond die valt bijna uit mijn bilnaad. Van schrik. Ik droom toch niet? Is dit echt? Dan heb ik de schrik toch goed te pakken. Zwakke ruggengraat zegt de dokter. Wat een ongelofelijke wijsneus.


Hemellichaam (31-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Onder de hemel bevindt zich een lichaam, het enige echte hemellichaam, mijn lichaam. Het belichaamt mijn hemel volledig. Hoe langer ik kijk naar mijn hemellichaam, hoe mooier het wordt. Geen zon, maan of wolk kan het verblinden noch verbloemen. Mijn hemellichaam is goddelijk. Het is god, del en lijk tegelijk.

God want ik aanbidt het als geen ander. Del want het smaakt naar meer, altijd. Lijk zodra het slaapt. De rust zelve. Moordend, dodelijk, zwart. Pikzwart in het donker. Mijn goddelijk lichaam. Mijn hemellichaam is hemels. Het smaakt zoet, zuur, zout, bitter maar vooral zalig hemels. Gelijk hemelse modder.

Gevechten wil ik houden met mijn lichaam. Hemelse moddergevechten, eindigend in amoureuze vrijpartijen. Me and my body. Whatelse, whomelse, whyelse, hemels.


Geurvreters (31-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Lichamen zijn ware geurvreters. Neem nu kaas. Kaas gedijt goed op lichamen. Zeker op de mannelijke. Maar de vrouwelijke kunnen er ook wat van. Kop- en hoofdkaas. Teen- en voetenkaas. Voedingsbodem ook voor prachtige schimmels, lichamen.

Lichaamsschimmels zijn vaak prachtige schimmellichamen. In wit, groen, grijs, geel, rood en blauw. In alle geuren en kleuren bewijzen ze hun diensten. Geven soms waarschuwingstekens af of lokroepen. Angst en zweet het ruikt ook zo lekker. Om maar niet te spreken van het zoele vrijvocht. Wie steekt zijn neus daar niet graag eens in?

Uit alle lichaamsgaten zweven geuren regelmatig naar buiten. Soms dwepend langzaam, soms met brute kracht. Odeuren ontvallen ons op de meest aangename momenten. Ze zoeken naar verbinding. Een groot feest.

13-09-2017

Feestmuts zonder kater

Waar heb ik nu mijn neus gelaten? Ik kijk nog eens goed in de badkamerspiegel. Meestal kijkt hij mij doordringend aan. Nee, niet de spiegel, mijn neus. Is die dan zo bijzonder, dat ie het vernoemen waard is? Zeker. Het is namelijk een echte feestneus. Rood en groot. Iedere ochtend check ik of er ook een elastiekje aan vastzit dat naar mijn oren leidt. Maar nee. Nog nooit gezien. Ik poets mijn tanden en kijk daarbij nadrukkelijk naar de wasbak. Eigenlijk durf ik niet goed meer de spiegel aan te kijken. Of is het inkijken? Inkijkje in de spiegel? Nee, dat doet me aan iets geheel anders denken. Gelukkig ben ik niet in het bezit van de spiegel die ik nu voor me zie. Het beeld dat ik daarbij oproep is veel te erg. Ik zie nu mijn opa keihard poepend voor zich. Bah.

Voorzichtig waag ik weer een blik. Maar niet voordat ik eerst tussen mijn ogen en boven mijn mond voel of daar zit wat ik hoop. Ja, hij zit er nog. Mijn feestneus. Ik kijk de spiegel weer aan. Verdomd. Geen neus. Hoe is het mogelijk? Elastiekjes hoeft ik niet te zien, maar mijn neus, waar is mijn feestneus gebleven? Mijn lieve lekkere grote rode knoeperd. Het lichaamsdeel dat mij altijd zoveel vreugde schenkt. En andere mensen ook. God wat is er ooit gelachen om mijn neus. Tot huilens toe. En nu is mijn handelsmerk plots verdwenen. Dat kan toch niet? Ik voel met mijn hand aan mijn neus. Die neus zit er toch nog echt. Vervolgens voel ik aan de spiegel, daar waar ik mijn neus verwacht. Wie neemt wie nu wie bij de neus? Niks nakkes nada voel ik bij de spiegel. Zelfs geen kuiltje. Nee, gewoon koud glas. Ik haal de spiegel van de muur en draai hem om. Daar zie ik ook geen neus. Mijn ogen turen nu naar de wasbak. Ook daar zie ik geen neus liggen. Vreemd. Waar is dat enorme ding nu gebleven?

Als ik de spiegel weer ophang aan de muur, schrik ik me plots een hoedje. In de spiegel zie ik nu een muts. Een fleurige feestmuts pronkt op mijn hoofd. Nee, niet aan de spiegel, in de spiegel. Hoe is dat nu mogelijk? Ik voel onmiddellijk aan mijn kruin. Niks geen muts. Word ik gek? Is mijn feestneus mogelijk getransformeerd in een feestmuts? Hoe dan ook, het is geen gezicht. Een muts en een kale plek midden in mijn gezicht. Eventjes, heel eventjes voel ik me Voldemor. Maar dan zonder feestmuts. Niet bepaald een typje ook, om een feestmuts te dragen. Hier moet ik even over nadenken. Wat hier gebeurt heeft aandacht nodig. Dat mag duidelijk zijn. Ik neem een klein pottertje uit het zwarte doosje dat boven de wasbak op het plankje staat. Black magic helpt altijd. Zodra ik het kleine snoepje binnenslik verdwijnt het maffe mutsje en keert mijn neus terug. Oef. Gelukkig maar.


Schrijfprikkel: Feestmuts

13-03-2017

Pashokmonoloog geïnspireerd door natuurlijke spiegel

'Hoelang zit ik hier al?'
'Minstens vijftien minuten.'
'En niemand die me komt redden.'
'Ja, spiegel, kijk eens even de andere kant uit, wil je?'

'Zal ik hem dan toch nog maar eens passen?'
'Ik zou het niet doen.'
'Waarom niet?'
'Je ziet hetzelfde resultaat.'

'Jemig, waar blijft ie nou?'
'Zal ik dan maar van droefheid tegen alle maten jurk aanleunen?'
'Ja, goed idee, het voelt vast fijn, die jurkenwarmte.'
'Heerlijk, het ruikt naar nieuw met vleugjes plastic.'

'Ik geef hem nog vijftien minuten.'
'Zal ik de stopwatch zetten?'
'Tijd wordt zo relatief in een pashok.'
'Nee, nu moet ik ook nog plassen.'

'Ik zeg het je nog een keer spiegel, kijk de andere kant uit.'
'Ja, ja, ik weet het, je beslaat een hele wand waardoor dit hok onmetelijk groot lijkt.'
'Maar dat maakt toch iedereen dik ... of dun ... confronterend!?'
'Hoor ik het nu goed, komt daar iemand aangelopen?'

'Twee, twee hoor ik het huisje naast me binnenkomen.'
'Goh, wat een gehijg ineens.'
'Waarom gooien ze nu de kleren over mijn spiegel heen?'
'Nee, alles gaat uit.'

'Twee jurken, bloemetjes, twee bh's, een wit een zwart, waar gaat dit heen.'
'Nee, nee, nee, niet over mijn jurk, die kan niet tegen smet.'
'Mijn jurk heeft smetvrees, maar dat kan niemand weten.'
'Zal ik de jurkjes en bh's terug schuiven, met mijn wijsvinger?'

'Wie laat ik vandaag eens winnen, mijn angst, mijn ratio, mijn daadkracht?'
'Mijn daadkracht, nondedju!'
'Ja, ja, dames, geen jurkenpolonaise in mijn hok!'
'Kijk nu wordt het aangenaam stil aan gene zijde, mooi.'

'Hee, hallo, kun je niet even kloppen voor je binnenkomt?'
'Je bent hier niet bij de Dijk, ja, ja, Toontje Lager mag best, Doe maar normaal, wil je!'
'De jurk, ja, is het nu eindelijk de juiste maat?'
'Wat 51 niet te vinden? Nee ... Nee ... Nee. En ik moet nog steeds plassen!'

'Hoe ga ik dit nu doen?'
'Ah, plastic hoezen, zou het kunnen ... Ja, ja.'
'Als ik nu vier hoeken bij elkaar hengel en daar knopen in leg?'
'Ja, ja, het plastic is stevig genoeg, blijft zelfs wat rechtop staan, is het bakje groot genoeg, hoe schat ik mijn plas in?'

'Ophouden met vragen Mien, en nu plassen.'
'Heerlijk, heerlijk ... lekker warm ook ... in dit koude hok.'
'Effe nadruppen, huppel, huppel, huppel, daar gaat de laatste druppel.'
'Effe mezelf terug inpakken in mijn oude kloffie, deze jurk gaat het niet worden.'

'Sorry, maat, niet de juiste maat gevonden.'
'Deze tas mag u houden, voorzichtig, hij is nog wat warm.'
'Ja, ja, excuses aanvaard.'
'Ik ga de volgende keer eerst naar de V&D wc.'

10-01-2017

Een spiegel voorhouden

Ik zie helemaal niks. De spiegel die ik mezelf voorhoud is zwart. Een donker gat. Hoe kan dat nou? Zwarte gaten in de ruimte zijn nog spannend, maar een zwart gat in een spiegel, dat is ernstig. Een teken aan de wand. Ik hang de spiegel terug aan de spijker. Zal ik hem aan diggelen slaan? Het ergst van al, ik zie ook geen spiegelbeeld van mezelf. Of is dat juist het zwart? Zwart van binnen. Zwart voor ogen. Ik weet het even niet meer. Heb ik misschien fout gehandeld? Is dit mijn straf? Zie ik niets omdat ik niets wil zien? Of krijg ik niets te zien omdat ik het verdien?

Kies jij maar. Ja, jij lezer. Je kent me toch? Denkt me te kennen, althans. Nee, ik geef me niet verder bloot. Hier zul je het mee moeten doen. Als ik je nu eens een spiegel voorhoud? Zie jij dan ook zwart? Ja. Dan is er serieus iets aan de hand. Op zwart gaan doet een televisie, een website, een avondklok. Ho eens even, wacht. Je trekt toch niet de stekker eruit, wel? De ruimte die is pas zwart. Hoewel er natuurlijk ook nog sterretjes schijnen. Maar dan moet je ze wel willen zien.

Je ziet ze niet? Tja, dan heb je een probleem. Een echt probleem. Zwart zien, zwart willen zien, dat doe je dan jezelf aan. Zwart kijken wil ik het niet noemen. Veel belangrijker is het zien. Een wezenlijk verschil. Aapjes kijken of aapjes zien. Naar het grote geheel kijken, of het grote geheel zien. Ben jij een kijker of een ziener? Ik weet het wel. Ik maak het even voor je af. Ik zal het voor je duiden. Van afkijken komt afzien. Van doorkijken doorzien. Van uitkijken uitzien. Van inkijken inzien. Zo simpel is het.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Een spiegel voorhouden (08-12-2016)


24-11-2016

Dag boek

Ik houd het al bijna mijn leven lang vast. Mijn dagboek. Ik sta ermee op en ga ermee naar bed. Sinds ik kan schrijven. Het wil maar niet loslaten en lijkt me continu te achtervolgen. Kan ook niet anders. Ik doe namelijk verschrikkelijk mijn best om het te vullen. En ik geef het onmiddellijk toe, niet altijd met de leukste verhalen. Integendeel. Ik noem mijn dagboek niet voor niets 'treurwel'. Niemand heeft de sleutel tot dit stuk verdriet. Angstvallig houd ik treurwel altijd onder mijn kleren verborgen, dicht op mijn huid. Niemand anders mag het lezen. Ik moet er niet aan denken.

Zojuist heb ik speciaal voor mijn dagboek een heel bijzondere toer uitgehaald. Zo nu en dan vind ik het nodig om het wat lucht te geven. Ik neem mijn boek dan mee naar buiten. De frisse lucht in. Dit keer naar het bos. Bij de grote bosvijver hebben we samen een plons genomen. Een plons? Kan dat dan met een boek? Hoe zit het dan met de inkt? Vloeit die dan niet weg? Nee. De inkt die ik gebruik is watervast en loopt niet weg. Dat geldt ook voor al de woorden die ik gebruik. Voor eeuwig staan ze in mijn dagboek opgetekend. De inkt die ik gebruik kan ook tegen vuur. Mijn inkt is water- en vuurvast. Een hele geruststelling. Kan ook niet anders met al die droeve en verhitte situaties waarin ik steeds verzeild raak. En even voor de duidelijkheid. Ze overkomen mij, de situaties, ik zoek ze niet op.

Zeiknat kruip ik na een half uur samen met mijn boek de vijver uit. De plons heeft mij een bijzonder inzicht ingegeven. Als natte wolf in schaapskleren begrijp ik ineens waarom het me vaak niet lukt om mezelf op het droge te krijgen. Eureka. Als ik ze nu eens afwerp, die natte kleren? En als blote wolf door het leven ga. Zou dat helpen? Ik vertrouw het toe aan mijn dagboek. En het geeft zoals gewoonlijk, geen antwoord. Treurwel houdt niet van moeilijke vragen en zeker niet van oplossingen. Immers, dan houdt onmiddellijk zijn bestaansrecht op. Is dat ook wat ik wil? Nee. Me spiegelen aan bosvijvers en aan dagboeken? Nee. En daarom zeg ik bij deze gedag aan mijn dagboek. Dag boek. Blanco pagina's beheersen voort mijn leven. Ik pluk de dag.

19-05-2016

Een spiegelglad vaarwel

De glazenwasser dipt zijn supermoderne raamborstel diep in de emmer. Nog een klein stukje en dan is hij klaar. Een heel klein beetje reiken en ja, het laatste stukje raam is ook gedaan. Geen zin en tijd om de lange ladder te verplaatsen. Te veel moeite. Met grote verbazing en schrik kijkt het voorbijtrekkend publiek omhoog. Een luide schreeuw. En daar gaat ie. Willem Waterveger. Glashard onderuit. Clean.

Video, ik zie. Ik kijk naar het programma Funniest homevideo’s (part 366). De kleuren zijn vaal. Mijn HD Philips Flexatron Ultraspectrum Visionair 6.0 XWS krijgt de kleuren amper strak en stilstaand. De video’s stammen uit het begintijdperk jaren 80. Mijn ogen en hersenen vullen de trillende craquelé beelden gelukkig automatisch aan. Een voor een gaan de schaatsers onderuit. Hard. Keihard. Schaatsen is een kunst. Zeker op glad en dun ijs. Ze verdwijnen achter elkaar in het dunne water, ijs- en ijskoud. Not funny.

De heks kijkt in de grote spiegel aan de muur. Wie is die vrouw? Een grote pukkel prijkt op haar kromme neus. Ze draagt op het hoofd een hoge brede zwarte scheve hoed. Een rookpluim stijgt op uit haar linkeroor en kringelt boos naar boven. Twee priemende zwarte ogen zuigen zich vast in de spiegel. De kromme neus glijdt over het oppervlak en krimpt ineen. De spiegel stinkt. Wie is die vrouw? Wat is ze lelijk? Ze kan zichzelf maar niet herinneren en legt de grote spiegel met een groot gebaar op de vloer. Ze gaat erop staan en vloekt. Het helpt niet. De spiegel scheurt. Van schrik glijdt de heks onderuit. Abracadabra is niet meer. Lelijk mens.

Cikuq watertandt. Ze tuurt door het kleine streepje naar de horizon. Daar loopt ie. Het eten voor vanavond. Ze verbijt de honger. Het moet. Op het harde ijs draagt het geluid kilometers ver. Zover reikt haar kruisboog niet. Pinguïn staat voor vanavond op het menu. Gelukkig kunnen pinguïns niet snel lopen. Een geluk bij een ongeluk. Een verdwaalde pinguïn. Binnen schootsafstand. Cikuq legt aan. Op het moment van schieten glijdt de pinguïn onderuit. Landt op zijn kont. De pijl schiet over. Dan maar twee keer schieten. Time to say goodbye.

Inzending schrijfwedstrijd mei 2016 op ColumnX. Combinatie van Primer (Vaarwel) en Schrijfveer (Spiegelglad) van 19 mei 2016. Naar aanleiding van een opgegeven woord / zinsnede vrij associëren.

15-11-2015

Schrijfveren November 2015 (1 t/m 15)

Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


1. Als ik in de spiegel kijk …

Langzaam scan ik mijn gezicht en zie hoe van boven naar beneden het vel in ouderdom toeneemt. Bovenin proberen zware wenkbrauwen nog iets op te houden. Borstelig trekken ze de leeftijd op. Daaronder een paar blauwe ogen. Welke kleur blauw laat ik even in het midden. Zowel links als rechts ogen ze hetzelfde. De lichtval in de spiegel in ogenschouw genomen. Het licht komt van links. Mijn linkeroog kleurt daarom lichter. Grappig eigenlijk. Zijn ze in het donker dan donkerblauw? Nee, niet echt. Meestal staan ze dan op zwart. Beiden.

De neus vertoont wat zwarte vlekken. Ingevreten stukjes vreten die mijn skischans langzaam uitvreten. De twee bobbels boven mijn neusgaten lijken nog het meest op een opgezwollen pukkelpiste. Ooit, heel lang geleden, heb ik er nog eens wat in proberen te verstoppen. In de gaten. Erwtjes volgens mij, want die lustte ik vroeger niet. Achteraf gezien maar goed dat ik wel van worteltjes hield.

De roze-blauwe wangen die naast de gaten opbollen hebben al lang niet meer gebloost. Dat kun je zien. Ik weet niet wat het meeste grauw is geworden. Het roze of het blauw. Snel zet ik de verwarming aan in de badkamer. Dat helpt. Uit mijn neus loopt nu ook een druppel vocht. Ik houd het lang niet altijd meer op. Treurig die ouderdom. Meteen twijfel ik of de druppel vocht niet van een etage hoger komt. Van links. Mijn huiloog. Nee, het komt toch uit mijn neus. Mijn oogwal is nog droog.

De lippen worden steeds dunner. Zeker als ik ze samenpers. Wanneer ik ze laat zoenen stromen ze nog wel eens vol. Werkt veel beter dan botox. Een kusje. Je moet ze goed onderhouden, de lippen. Ze vormen de ziel van ieder gesprek. Duidelijke lippentaal is de basis voor goede communicatie. Conversaties met strakgetrokken lippen zijn zelden geloofwaardig. Spreken met al te grote loslippigheid is ook niet raadzaam. Zeker als dit uitmondt in het spreken met consumptie. Beter is het om te spreken voor consumptie. Met kleine teugjes wel te verstaan. Koffiegesprekken ga ik altijd uit de weg. Net als theeleuten.

Tot slot nog even het kinnetje. Met kuil. Uiteraard. Een valkuil? Voor degene die erin valt wellicht. Maar niet voor mij. Zolang het maar geen diepe put wordt en op de randen geen wildgroei ontstaat kan ik best wel door de deur, kijkend in mijn spiegel.


2. Een vrij duistere sfeer

Hij hangt in de lucht en wil van geen wijken weten. Niet iedereen kan het waarnemen. Dat is maar goed ook. Stel dat iedereen het gewaar zou worden, dan zou de hel losbreken. En dat willen we niet. Niemand wil dat. Laten we het prettig houden met z'n allen. Vooral niet duister.

De tafelgesprekken gaan nergens over. Over stukjes koe en kalf die op tafel liggen. Erg voor de hand liggend. En dan regent het ook nog. Over slecht weer gesproken. Met de kinderen gaat het goed. Behalve met de vijf die rondom de tafel rennen. In sneltreinvaart. Geen ouder die er wakker van ligt. Ik wel. Het komt op mij erg duister over. Het geluid dat de kinderen maken neemt dramatische proporties aan. De ouders grijpen niet in. Ik wel.

Duistere sferen tekenen zich af in mijn hoofd. Aan de muur in de grote ruimte zie ik geen schilderijen maar kleine kinderen hangen. Aan hun blousehaakjes. De benen bungelen spastisch onder hun kleine lijfjes. Ze maken gelukkig geen geluid. Niet meer. Ze zijn gemonddoekt. De woede staat in hun ogen geschreven. Duister kijken ze de ruimte in. Is er dan geen enkele ouder die ingrijpt? Dit gaat niet goed. Hier moet ingegrepen worden.

De sirene gaat. Het toneelstuk komt ten einde. De kinderen glijden van de muur omlaag en schoppen een voor hun ouders tegen de schenen. De gesprekken over koe, kalf en weer worden voor even verstoord. Alle kindjes krijgen een aai over de bol. Daarna gaan ze vrolijk verder waar ze zojuist mee gestopt waren. Met tikkertje spelen. Rondom de tafel.


3. Heehallo lege bladzij

Niets mooier dan een lege bladzijde. Ik kan er uren naar kijken en verdwalen in het diepe wit. Ik prefereer bladzijden zonder lijntjes. Die zijn veel te dwingend. Woorden vangen tussen horizontale tralies, wie dat ooit verzonnen heeft? Nee, geef mij maar een maagdelijk witte bladspiegel. Laat die mijn hersens maar leegzuigen. De aantrekkingskracht van een lege bladspiegel is magisch. Het verbaast me telkens weer hoe in de krochten van mijn brein de letters en woorden te voorschijn springen. De letters komen elkaar spontaan tegen in de gangen van mijn doolhof en verbinden zich. Het samenspel gaat als vanzelf. Waarom dat zo spontaan gaat is mij een raadsel. Buiten mijn hoofd verbinding zoeken met anderen vind ik moeilijk. Waarom lukt het met taal dan wel. De gesprekken die ik (met) mezelf voer zijn appetijtelijk en vaak vermakelijk. Maar goed dat ik ze opteken zo nu en dan. Als ze in mijn hoofd blijven zinderen wordt niemand blij. Ik spuw ze uit op lege bladzijden en geef ze body. Ik kneed en harnas de letters en woorden die in mij rondzweven. Alle bladzijden vormen straks mijn boek. Een boek om op te vreten. Voor hongerige zielen op zoek naar verhaal.


4. Laat jij je verzorgen?

Ik stink. Helemaal niet erg. Laat maar lekker geuren. Zonder geur geen enkele herkenning. En ik wordt toch graag herkend. Ze moeten mij wel terug kunnen vinden. Iedere dag doe ik mijn best te stinken.

Jij stinkt. Ja, nou en. Dat is niet netjes. Wat kan mij dat schelen. Ik ruik je op een kilometer. Daar ben ik dan heel gelukkig mee. Jouw vinden ze in ieder geval altijd terug.

Hij stinkt. Dat weet ik. Wat doen we eraan? Ach, laat toch lekker stinken. Opdat ze hem tijdig kunnen vinden. Ja, opdat ze hem tijdig kunnen vinden. Dat noem ik nog eens iemand goed verzorgen.


5. Lucifers

Eerst moesten ze een boom vangen. Zonder boom was er geen beginnen aan. Maar waar haalden ze een geschikte boom vandaan. Gewoon van de straat, of uit een bos. De bomen in de straat waren gelouterd. Zij kenden de verhalen uit de buurt en ze roken iedere hond van grote afstand, inclusief het bijbehorende baasje. De bomen in het bos waren veel vrijer. In de meeste gevallen was zelfs sprake van wildgroei. Hun takken waren van veel grotere omvang. Die in de straat werden met grote regelmaat gesnoeid. Dat bood meteen voordelen. Een regelmatige groei en geknot in de juiste proporties maakte de verwerking veel makkelijker. Een boom uit de straat zou het dus worden.

De werkers smeden een plan hoe ze de boom het beste konden vangen. Maar eerst moesten ze nog bepalen welke boom. Eentje aan het begin van de straat, in het midden of aan het eind? Op zich maakte het niet zoveel uit. Ze waren vrijwel gelijktijdig geplant. Het enige verschil tussen begin, midden en eind van de straat was de windrichting, een niet te onderschatten omgevingsfactor voor een boom. Die aan het eind van de straat stond in het noorden. Die aan het begin in het zuiden. De middelste stond noord-zuid of zuid-noord, afhankelijk van de toenadering. De werkers kozen de eindboom. Noordhout was veel beter te verwerken. Had veel meer regen gehad en niet te veel zon. Dat kwam de taaiheid ten goede.

Een juiste en doordachte keuze van de werkers. De vangst van de boom was a piece of cake. De boom was er aan toe gerooid te worden. Hij bleef geduldig staan, totdat ze aan zijn wortels kwamen. Dat kietelde. Hij sloeg met de weinige takken die hij nog had flink om zich heen. De werkers konden ze maar net ontwijken. Snel legde ze de boom om. Ze konden alle takken namelijk goed gebruiken. En die moesten er zo lang mogelijk aan blijven zitten. Dat was beter voor het verwerkingsproces.

Op de werkplaats werd eindboom snel door de mangelmolen gehaald. Ontschorst lag ie kaal te bibberen op een grote snijplank. De messen deden snel hun werk en hakten de boom, inclusief zijtakken in hele kleine mootjes. Tot slot werden de mootjes gedoopt in rode zwavel. Rood, want dat verdiende de eindboom. Daarna werden de mootjes begraven in kleine kistjes. Op de kistjes werden nog wat mooie vogels geschilderd. De mootjes waren klaar voor een tweede leven. Een leven dat in korte tijd weer uitgeblazen werd. Door verhitting voor eeuwig gecremeerd. Ashes to ashes. Dust to dust.


6. In het ziekenhuisbed

Ramen, deuren, auto's, kinderen, dieren, mensen, alles vliegt in sneltreinvaart aan mij voorbij. Ik durf me niet op te richten en druk mijn hoofd hard in het kussen. Wat is er aan de hand? Ik probeer me te focussen op de wolken maar zelfs die lijken te vliegen. Alles wat een gezicht heeft kijkt verschrikt. Waar maakt iedereen zich zo'n zorgen over? De wereld is toch om van te houden. Schrik en angst zijn nergens voor nodig. Een man met een mondkapje buigt zich over mij heen. Bent u er klaar voor? Twaalf ogen kijken mij verbaast aan zodra ik antwoord. Ik ben er klaar voor.

Maar wij niet. Ik krijg een plastic kapje op en in no time keert er rust in en om mij. De monden onder de twaalf ogen waren aanvankelijk wit gesluierd. Nu dragen de gezichten ineens zwoele rood gestifte lippen. Ergens op de achtergrond klinkt exotische muziek. Het spul dat ik inhaleer doet mij goed en ik besluit nog eens diep te inhaleren. De vrouwen voor mij beginnen nu te dansen en ik dans mee. Langzaam dein ik uit de kamer en uit mijn hoofd.

Drie weken later word ik wakker. Het eerst wat ik murmel is: Waar zijn die vrouwen? Een paar ogen kijkt me waterig aan. De mond eronder fluistert zacht: Gelukkig, je bent er weer!


7. Leren handwerken

Het leer sluit nauw rondom de vingers. De handwerken voelen zacht en warm aan. Zes maanden heeft de chirurg erover gedaan. Zijn werk zit erop. Ik kan de vingers nog niet bewegen. Daarvoor is eerst therapie nodig. Vingertherapie. De zenuwen en spieren zijn wel aangesloten maar werken niet naar behoren. Met engelengeduld en veel, heel veel training ben ik straks mogelijk in staat om weer handen te schudden. De fijne kneepjes volgen later.

Langzaam schrijf ik de geschiedenis terug. Niet met mijn handen maar in gedachten. De overlevering en ervaring vertelt mij dat mijn vingervaardigheid voorheen van grote klasse was. Als meesterharpist kan dat ook niet anders. Zes maanden geleden vielen al mijn vingers op de grond. Op het moment suprême lieten zij plots los. Bach draait zich om in zijn graf. Daarvoor had hij dit muziekstuk niet geschreven. Niet voor de harp. Wel voor de zingende zaag. Dat wel. De snaren van de harp gaven dan ook niet echt soepel mee. De voorgeschreven horizontale repetitieve strekking van alle vingers op het snaarblad had ik verkeerd geïnterpreteerd. Dom, dom, dom. De harp plooide zich naar de voorgeschreven muziek en beet zich in mijn vingers. Ik reageerde te laat. De vingers vielen in stompjes op de grond. Er viel niets meer te redden. De snaren hadden dusdanig hun werk gedaan dat er niets maar dan ook niets meer te hechten viel.

Het enige dat mij als meesterharpist nog restte was opnieuw te leren handwerken. Opnieuw leren handwerken met op maar gemaakte leren handwerken. Hoe dubbel.

8. Aan boord gaan

Ik mag de boot niet missen. Niet weer. Snel stap ik in, aan, op boord. Whatever. Kantje boord, want ik vla bijna in het water. Niet doen zei ik nog. Veel te gevaarlijk. De orka's kijken me wat bozig aan. Daar gaat hun lekkere hapje. De kapitein haalt de loopbrug op. Alleen degenen die over water kunnen lopen zijn nog welkom. Niemand dus. Wie kan er nu over water lopen? Arie Boomsma? Nee, ook die kan het niet.

Missie geslaagd. We zijn in, aan of op boord. Niemand heeft de boot gemist. Die ligt onder ons. Mochten we de boot deze reis nog gaan missen dan heeft dat niet te maken met de boot maar met ons. Het soort bootreisjes waar ik mij mee inlaat ontaarden vaak in drinkgelag. Op een boot kun je meestal geen kant op, wat moet je dan anders. Van boord gaan? Ok dacht het niet. Daar liggen de orka's al op wacht. We maken van de bootreis dan ook geen snoepreis.

Al gauw verdwijnt de boot onder ons. We missen hem niet. Gezangen worden aangeheven, onder de vlag in top. Het is nu zaak om alles en iedereen binnen, in, op, of aan boord te houden. Dat lukt. Uitgezonderd een meisje. Dat raken we al snel loos. Stuurloos flikkerde ze over bakboord. Na een halve fles jenever. Zelfs de orka's raakten heel even het paadje kwijt. Het werd hen heel eventjes zwart voor de ogen.

De terugreis maken we ook weer mee zonder bont. En ook nu missen we hem niet. We zweven over het water op benzine en op jenever. Nee, nee, in benzine, in jenever. We houden uit verveling nog een wedstrijdje vuurspuwen. Met de mond, niet met de ogen. En dat, dat hadden we nu net niet moeten doen. Bij moord en brand een boot missen is niet echt handig.

9. Uitstelgedrag

Wacht. Nog heel even. Ik ga me eerst even aankleden. Wat zeg ik. Eerst even douchen. Ben best wel moe. Ik besluit op bed te gaan liggen. Een droom overvalt mij. En nog een. Een nat washandje maakt me wakker. Waar ik blijf? Ik douch. Ik kleed me aan. Heb moeite met het kiezen van de kleren. Ik wissel zes keer van outfit. Nog ben ik niet tevreden. Uiteindelijk houd ik me bij mijn eerste keuze. De spiegel fronst. Snel gooi ik een handdoek over hem heen. Anders kom ik echt te laat.

Voordat we gaan check ik alle ramen en deuren. Is het gas uit? Zal ik toch niet even eerst al het vuilnis verzamelen en alvast klaarzetten? Onderwijl zet ik ook nog even alle planten bij elkaar. Wel zo makkelijk voor het water geven. Shit, nu moet ik ook nog naar het toilet. Het laatste blaadje. Ik trek met een vies gezicht mijn broek op tot net over mijn knieën en strompel de gang op. In de gangkast vind ik gelukkig nog een rol. Maar goed dat ik nog even ga. Blij dat ik dat niet even heb uitgesteld. De volle toiletrol heeft een laxerende werking op mijn darmen en sluitspier. Net op tijd vinden mijn billen de bril. In de auto zitten kinderen en vrouw ongeduldig met verbeten gezichten op mij te wachten.

Tanken, ja, dat moet ook nog even gebeuren. En banden oppompen. Waar heb ik nu de gebruikershandleiding ook alweer gelaten? Thuis. Omdraaien dan maar. Op,de tafel zie ik ook nog mijn paspoort liggen. Hoe kan ik dat nu vergeten? Op de A1 raken we in de file. De trein nemen gaat niet meer. Waarom heb ik in hemelsnaam ook alles tot het laatste moment uitgesteld. Het vliegtuig gaat in rook op. Amsterdam wordt onze nieuwe bestemming. Voor het derde rij op jaar. De apen in de zoo worden oud.

10. Het mooiste standbeeld

Nog nooit heb ik zo'n mooi standbeeld aanschouwd. En het grappige is dat ik zo'n beetje de enige ben die dat ziet. De schoonheid van dit beeld. De meeste mensen lopen er onwetend omheen. Het lijkt wel of ze het niet willen zien. De andere standbeelden zijn natuurlijk veel imposanter, dat begrijp ik. Maar toch, dit standbeeld slaat in mijn ogen alles. De kunstenaar die dit gemaakt heeft verdient een grote pluim. Ha, ha. De pluim op het standbeeld mag er ook wezen. Hij prijkt fier op het hoofddeksel van de keizer. Prachtig hoe de kunstenaar dit heeft weten te verbeelden. Er is dan ook zichtbaar sprake van een trotse keizer. Jammer dat de keizer het standbeeld zelf nooit heeft kunnen zien. Het staat overigens op een mooie plek. Vlak voor het paleis. De rest van de beelden in de beeldentuin verbleken bij dit mooie exemplaar. Het staat prachtig opgenomen in zijn natuurlijke habitat. De keizer hield van zijn beeldentuin. Nu is hij er zelf in opgenomen. Het zou hem nog trotser maken dan dat de kunstenaar laat zien. Hoe aanschouwelijk de kunstenaar het dan ook voor elkaar heeft gekregen. De trots van de keizer is onmetelijk. En dat zal hij ook blijven. De kunstenaar heeft goed gebruik gemaakt van de nieuwste technieken. Hier is duidelijk sprake van 3.0 beeldhouwkunst. Het kleurgebruik, de lichtinval, de maatvoering, de plasticiteit, alles klopt. Het bordje onder het standbeeld vind ik alleen een beetje overbodig. Verboden aan te raken. Dat spreekt voor zich. Er valt niet zoveel aan te raken. De kunstenaar heeft nochtans zijn opdracht serieus genomen en ver doorgevoerd. Daarmee heeft hij de keizer, de kijker en zichzelf overstegen. De vrije vertaling van de onzichtbare kleren van de keizer naar de onzichtbare keizer werkt louterend en bevrijdend. Er is niets, maar dan ook niets overbodigs toegevoegd aan dit prachtige kunstwerk van gebakken lucht.

11. Een avontuur dat je dolgraag zou beleven

Graag zou ik een dag in mijn leven een grasspriet willen zijn. Heerlijk lijkt me dat. En dan als het even kan op een zomerse dag, met een klein zwoel zomerbriesje. Waar dat maakt me niet zoveel uit. Het mag zelfs in mijn eigen tuin. Waarschijnlijk het minst gevaarlijk ook. Stel je voor dat ik grasspriet zou zijn in een weiland vol met koeien. De angst om vermalen te worden zou hevig zijn en mijn plezier meteen bederven. In een wei met paarden vind ik ook wat minder. Soms krijgen die beesten het op de heupen en draven door. Ik zou zo maar vertrapt kunnen worden. Nee, laat mij maar lekker beschut en begrensd, in de warme zon wat uitwaaien in mijn eigen tuin. De enige schrik die ik dan kan vrezen is een losse flodder in mijn nek van een vogel. Laat het in dat geval een heggenmus zijn. Dat kan ik wel behappen. Een heel avontuur zou ik het vinden. Een dag lang mezelf een grasspriet voelen. Saai? Helemaal niet. Er gebeurt van alles in het gras. Maar je moet het wel willen zien. Zo dwalen er veel verloren gedachten rond. Spannend om die te ontcijferen. Tranen worden er ook vaak gevloeid. Tranen van gemiste kansen. Waar die vandaan komen? Hoe ik dat weet? Nou, ik heb wel eens een dagje in het gras gezeten en de natuur in zijn waarachtige verschijning nauwkeurig aanschouwd. Dan zie je het allemaal vlak voor je gebeuren. De vogel die de worm maar niet weet te vinden en honger heeft. En omgekeerd. De worm die maar niet op tijd diep de grond in weet te duiken, bij het aanstormen van een gulzige merel. Het zijn avonturen op leven en dood. Ze gaan vaak gepaard met groot verdriet. Niet dat ik nu als grasspriet zit te wachten op deze gruwelen. Nee hoor. Niets mis met het zonnebaden van mijn lange groene lijf in een zwoel windje. Voor mij genoeg avontuur. Niemand die me stoort. En dat ondanks een oerwoud aan gezelschap. Waar maak je dat nog mee?

12. Science fiction

Zodra je Engelse ingeburgerde woorden letterlijk naar het Nederlands vertaald krijgen ze iets absurds en gelijktijdig ook aandoenlijks. Neem als bijvoorbeeld maar eens science fiction. Fictieve wetenschap. Hoe absurd is dat? Wetenschap die fictief is? Wat een tegenstrijdigheid. Wetenschap wil hoe dan ook bewezen worden. Als het niet bewezen kan worden bestaat het niet. Dan is ie bij voorbaat fictief. Nee. Ook fout. Fictief laat nog ruimte. In gedachten kan het dan nog wel bestaan. En zo ver wil een echte wetenschapper echt niet gaan. Tot in detail, tot honderd cijfers achter de nul moet het kloppen. Gestaafd met voor-, midden- en liefst ook na-onderzoek. Fictieve wetenschap is absurd, bestaat niet. Fictief vind ik nog iets aandoenlijks hebben. Het werkt verzachtend. Ach, het is maar fictief. Het bestaat alleen in gedachten, niet echt. Het klinkt zelfs aandoenlijk. Spreek het maar eens zachtjes, haast fluisterend uit. Voel je de zachte f over de lippen glijden. Fijn toch? De Engelstalige versie is veel ruwer. Dat komt door de inburgering en de vanzelfsprekendheid van het begrip. Het krijgt meteen een bijwerking een bijklank. Science fiction. Saaiens fiksjen. Meteen denk je aan iets buitensporigs, iets buitenaards. En dat wat buiten de aarde gaat dat is vreemd. Science fiction fonetisch geschreven heeft iets Fries. Ook buitenaards. Maar dat terzijde. Maar wat als we het begrip nu eens loskoppelen van zijn ingeburgerde betekenis. Wat als we Science fiction een compleet andere betekenis geven. Lukt niet. Gaat niet. Je komt er als vanzelf weer bij terug. Dat is pas scary. In het Engels, heel erg eng. In plat Nederlands scharrig. Wat wil dat nu zeggen? Niets. Beangstigend gewoon.

13. Klapstoelen

Ooit aangevallen door klapstoelen? Nou, ik wel. Onlangs nog bij de IKEA. Nou ik heb ze er van langs gegeven hoor. Wat een rot stoelen. En ze hebben het allemaal. Ik lieg niet. Ik heb er verschillende uitgeprobeerd en ze reageren allemaal hetzelfde. Wat een brutaliteit. Het begint meteen al bij de eerste zit. Je klapt de stoel uiteen en hij klapt meteen terug. Je krijgt de tijd nog geeneens om te gaan zitten. Voordat je zit heb je de eerste klappen al ontvangen. Wil je vervolgens opstaan dan straft de stoel onmiddellijk. Hij wil niet dat je opstaat. Heb dat dan door. Hup, weer een vervelende klap tegen je kont. Als je niet uitkijkt twee. Nee, ik heb het niet op klapstoelen van IKEA. En zeker niet die stoelen die je in elkaar moet zetten met een inbussleutel. Hoedt u voor dit soort stoelen. Ze laten niet meer los. Nooit meer. Maar dan klappen ze toch ook niet meer? Dat zou u denken. Blijf voor de aardigheid maar eens vijf minuten lang op een IKEA klapstoel zitten. Binnen vijf seconden, let wel, binnen vijf seconden klapt deze al uit zijn school. De IKEA stoel onthoudt namelijk alles. Echt waar. Alles. Wie erop gezeten heeft, hoelang, of ie kouden of warme billen had en erger nog, hij onthoudt ook nog eens de gesprekken. Die houdt hij ook niet voor zich. De klapstoel doet zijn naam eer aan. Hij klapt uit de school zodra er iemand op gaat zitten. Eigenlijk zouden we die klapstoelen, klapscholen moeten noemen. Maar dan wordt het erg verwarrend. Want wie laat zijn kinderen nu les volgen op een klapschool. Nee dan toch liever een klapstoel. Maar liever niet ban IKEA.


14. Wat hangt er aan de muur?

De kat van mijn broer hangt aan mijn muur. Het is een prachtig gezicht. Een roze lijf en rode poten. Geen rosse maar een roze kater. Hij heeft geen naam. Nog niet. Rossi zou wel mooi zijn. Een Italiaanse kater. Hoor hem eens snorren. Gelijk een snorfiets. Ik kan hem ook,nog Solex noemen. Een kar die Solex heet. Geweldig toch? Nee, toch liever Rossi. Ik zit alleen in dubio. Rossi van de motors of Rossi van het voetbal. Kent u hem nog? Die met die lange benen en zijn goddelijke lijf. Hij viel in goede aarde bij zowel de mannen als de vrouwen. Jet schijnt zelfs dat het kijkcijfers behoorlijk stegen zodra Rossi met de Azzurri op TV verscheen. Het vreemde bij kijkcijfers vind ik dan weer hoe ze dan de aantallen doorrekenden. Hoe wisten ze nu dat man en vrouw op de bank TV zaten te kijken? Nattevingerwerk waarschijnlijk. En de kinderen, tellen die ook mee?
Ik hou het maar beter bij Rossi de motorcoureur. Zo'n strak leren pak is ook niet mis. En ja hoor. Zowel voor de mannen als vrouwen. Stoer en geil. De snelheid van het leer. De leren pijpen. Het leren pijpen. Een lidwoord van verschil. De kat van mijn broer heeft gevochten. Hij knijpt een oogje dicht. Het liefst wil ie tegen de muur omhoog springen. Gelukkig houdt een lijst hem in bedwang.,het zou zo maar vlekken kunnen geven. Op mijn witte muur. En dat willen we niet.

15. Voorjaarsmode

Hij draagt een jasje van vers geplukt jong groen blad. Zij een jurkje van asperges. De schoenen komen vers uit de kast. Ze hebben een winter lang geen licht gezien. Blij glanzen ze in de voorjaarszon. Het is best nog frisjes buiten. Hij draagt een pet van reclame folders en zij een hoedje van papier. Het kleurpalet dit jaar is veel. Veel kleuren in de vreemdste combinaties. Alles mag. Niets vloekt. Wat een verzuchting. Want wie onderscheidt zich nu. En hoe? Bloot. Dat is wellicht de beste optie dit jaar. Voorjaarsbloot. Zowel de binnen als de buitenkleding. Zowel voor man en vrouw. De Adam en Eva look. Hij is overal verkrijgbaar. Hangt overal in de winkel. Zowel bij de Zeeman als bij Dolce Vita. Bij de laatste is ie alleen wat duurder. Wat maakt het uit. Laat je toch gewoon onopvallend het prijskaartje ergens bungelen. Aan je billen of decolleté. Of beter nog, aan je kruis. Voor het onderscheidend vermogen.

07-11-2015

Novemberstorm

Als ik in de spiegel kijk zie ik een vrij duistere sfeer. Ik zie geen heks maar een boze vrouw. Ik oefen mijn tekst. ‘Hee hallo, lege bladzij, ben jij van plan om nog invulling te geven aan jouw bestaan? Laat jij je nog verzorgen? Of blijf je de hele dag in bed liggen, lamzak?’

De donkerte benauwt mij. Ik zit niet echt in mijn rol merk ik. Wat licht zal helpen. Maar als ik de kaarsen wil aansteken die op de wasbak staan, kan ik de lucifers niet vinden. Vervelend. Ik keer terug in het ziekenhuisbed. Droevig en mistroostig. Had ik maar leren handwerken dan had ik nu deze tekst niet uit het hoofd hoeven leren.

Met zoveel mogelijk activiteit kom ik er het beste weer bovenop, zo heeft de mij dokter verteld. Breien, haken, punniken, het zou zoveel makkelijker zijn. Aan boord gaan met theaterkunst is van een geheel andere orde. Ik kom geen centimeter verder met mijn uitstelgedrag. Dat hoeft niemand mij te zeggen. Zou ik ooit weer volledig herstellen? Ik hoop het.

Mijn lieve man wil mij weer terug als het mooiste standbeeld. Zijn mooiste standbeeld. Ik sta eventjes stil bij mijn gedachten. Wil ik wel aan zijn verwachting voldoen? Is het een avontuur dat ik dolgraag zou beleven? Nee, nee, nee. Vooralsnog komt het mij voor als science fiction. De meest geavanceerde plastische chirurgie zal niet volstaan voor mij als lelijke heks.

In de bezoekkamer hoor ik enkele klapstoelen dichtklappen. Is het bezoekuur al voorbij? Weer niemand op bezoek gehad vandaag. Balen. Ik kruip snel uit bed. Dit is mijn moment. Snel loop ik de gang op. Wat hangt er aan de muur? Beter gezegd, wie? Trudy. Trudy heeft dus vannacht wacht. Dat komt goed uit. Trudy het modepoppetje. Altijd gekleed volgens de nieuwste mode. Dit keer is het voorjaarsmode.

Aan het einde van de gang hoor ik geroezemoes. Gesmoorde geluiden die ik niet goed kan plaatsen. Ik hoor het gebruik van inheemse woorden. Aha, ik begrijp het al. Het is Trudy. Zij volgt een cursus Zoeloe en oefent woordjes. Nu ik het weet klinkt het best grappig. Een bijzondere taal, Zoeloe. Trudy heeft een vreemde hoofddoek om. Dat kan geen voorjaarsmode zijn. Onmogelijk. De hoofddoek zit helemaal scheef. Zoveel manieren om een sjaal te strikken en dan afkomen met zo’n raar gestrikte hoofddoek? Dat is niet op zijn Trudie’s. Wat is hier aan de hand?

Het patroon van de hoofddoek lijkt op wuivende graanvelden. Dat past dan weer wel bij Zoeloe. Maar de vitrage die Trudie’s gezicht camoufleert past er totaal niet bij. Trudy ruikt een beetje naar kamperfoelie. Geen beste keuze. Het is een kruid dat niet echt in Zoeloeland voorkomt. Ik ken Trudy. Ze wil altijd perfect voor de dag komen en volledig in haar rol. Alleen dit keer lijkt dat niet echt te lukken.

Snel loop ik terug naar mijn kamer. Als Trudy binnenkomt wijst ze naar mijn bureau.
‘Wat staat daar nu op jouw bureau?’
‘Borstvoeding van mijn zus’, antwoord ik ad rem.
Trudy schiet in de lach. ‘Borstvoeding?’
‘Ja, borstvoeding, weet je nog, die keer dat jij geen hulp bood, toen de melk op was? Ik dacht dat gaat mij niet meer gebeuren. Die kleine heeft hoe dan ook melk nodig.’
‘Daar heb je een punt. Je hebt mazzel met jouw zus, ik zou daar nooit naartoe gaan, maar vooruit. Het is niet mijn zus. Ik moet er niet aan denken.’

Ik weet wel beter. Ik negeer Trudy en wacht tot ze weg is. Ik kleed me aan en pak mijn helm. De borstvoeding steek ik in mijn jaszak. Opgesloten in de lift doe ik heel even mijn ogen dicht. De snelheid van het dalen geeft altijd een prettig gevoel. Het voelt als een beetje klaarkomen. Een prettig gevoel in de onderbuik. Een natte warme dans. Als een novemberstorm in hartje zomer. Ja, daar lijkt het op. Het zou ook prima passen in een lijst van metaforen voor een ‘zonsondergang’. Een heel bijzondere welteverstaan.

Ik zie nu pas dat ik zwarte sokken draag. So what! Er is maar een ding dat telt. Ik ben wederom ontsnapt. Aan het ziekenhuis en aan Trudy. Ik heb circa een half uur. Maar waar staat nu die verrekte brommer?

Toelichting:
Geschreven n.a.v. schrijfveren november 2015, van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Oefen dagelijks met het schrijven van Schrijfveren.
- Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
- Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
- Een schrijfveer houdt in dat je voor iedere dag een woord, zin of uitdrukking krijgt, waar je een kwartier lang associatief (zonder nadenken) op los mag gaan.
- Ik heb er voor gekozen om alle schrijfveren in een column te vatten. Het duurde wel iets langer dan een kwartier.
- De schrijfveren voor de maand november zijn:
1 als ik in de spiegel kijk … - 2 een vrij duistere sfeer - 3 heehallo lege bladzij - 4 laat jij je verzorgen? - 5 lucifers - 6 in het ziekenhuisbed - 7 leren handwerken - 8 aan boord gaan - 9 uitstelgedrag - 10 het mooiste standbeeld - 11 een avontuur dat je dolgraag zou beleven - 12 science fiction - 13 klapstoelen - 14 wat hangt er aan de muur? - 15 voorjaarsmode - 16 gesmoorde geluiden - 17 een inheems woord - 18 zoveel manieren om een sjaaltje te strikken - 19 graanvelden - 20 vitrage - 21 kamperfoelie - 22 wat staat er op je bureau? - 23 borstvoeding - 24 die keer dat je geen hulp bood - 25 daar zou ik nooit naartoe gaan - 26 helm - 27 opgesloten in de lift - 28 een lijstje van metaforen voor 'zonsondergang' - 29 zwarte sokken - 30 ontsnappen

25-02-2015

Afvalrace 14: Buikzicht

Vandaag maar weer eens in vol ornaat in de spiegel gekeken. Ik paste er nog ruim in, gelukkig maar. De spiegel verdiende deswege een volle glimlach. En toch ... Wat zou Rubens er van gevonden hebben? Gewoon uit nieuwsgierigheid. En zijn vrouwen? Gevoelens van jaloezie wellicht? Zou ik niet een ideaal model zijn geweest? In bezit van een goddelijk lichaam, om pasteus en ondeugend vet, in brede penseelvoering op doek te vangen.

Ik kijk toe hoe een waterig zonnetje voorzichtig mijn navel beschijnt. Die zou best met een kleine spatel ietwat ontvet mogen worden. Zou ik het durven? Argwanend kijk ik langs mijn schattig buikje omlaag, naar de weegschaal die naast mijn voeten staat. Zouden de batterijen het nog doen? Is ie nog voldoende geijkt? Eigenlijk kan ik met deze weegschaal niet meer voor de dag komen. Ik geloof namelijk niets meer van wat niet digitaal geduid kan worden. Maar veel belangrijker nog, durf ik überhaupt nog op deze weegschaal te gaan staan?

Mijn weegschaal dateert uit het prehistorisch tijdperk, versie nul punt nul. De weegschaal is zo oud dat de dikke wijzer intussen ook is afgevallen. Dat werkt in mijn voordeel. Het scheelt een streepje op de weegschaal en in mijn fantasie, ook een plooi op mijn buik. En toch ... de nijptang die ik meestal gebruik om vetplooien te meten volstaat niet langer. Een waterpomptang met grote bek in de verste stand, biedt gelukkig soelaas. Ik moet wel oppassen bij het meten dat ik mijn ventiel er niet vanaf wip. Om nu de hele buik leeg te laten dat gaat mij toch iets te ver.

De weegschaal voelt koud aan. Hij warmt zich snel aan mijn voeten. Met gekrulde tenen probeer ik invloed uit te oefenen op het resultaat. Misschien scheelt het weer een streepje. Helaas zit mijn buik in de weg en kan ik het resultaat niet aflezen. Ik kan niet anders dan een beetje voorover buigen. En ja hoor, ik zie nog net hoe de wijzer omhoog klimt, een streepje. Geen zuivere meting dus. De weegschaal piept en kreunt een beetje onder mijn voeten en vertolkt daarmee mijn ongenoegen.

Als man denk ik meteen in oplossingen. Zou er ooit iemand op het idee gekomen zijn om een uitschuifbaar leesscherm te koppelen aan een weegschaal? Eentje dat zich aanpast aan buikgroei. Obesitas neemt toe in onze westerse wereld. Er moeten vast meer mensen zijn die tegen dit soort afleesproblemen aanlopen. Eureka, mijn haar kleurt spontaan oranje bij deze ontdekking en boven mijn hoofd gaat een lampje branden. Ik krijg de smaak van uitvinden te pakken en denk verder. Maar niet voordat ik op een klein papiertje 'vermarkten' schrijf. Mijn buik mag dan misschien aankomen, mijn geheugen valt evenredig in dezelfde mate af.

Een spiegel op maat, die is ook nog niet uitgevonden. Een spiegel die meegroeit. Een spiegel die enerzijds niets verhult en anderzijds laat zien dat je niets meer om je lijf hebt. Vooral geen buik. Ik besluit onmiddellijk patent aan te vragen, met mijn bakelieten telefoon, bij Philips Research. Maar dan lees ik mijn briefje en hang snel weer op. Ik kleed mezelf aan en haal mijn schoenen en ideeën van de leest. Mijn kennis en de tijd zijn er nog niet rijp voor. Eerst maar eens afvallen. Opdat buik en schoenen mij weer passen.

Mien Buikzicht

Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo — Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo — Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo — Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo — Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 06-01-2014: 85,50 kilo — Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 25-02-2015: 83,50 kilo — Middelomtrek: 102 cm

‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2015. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.

18-03-2013

Afvalrace 11: Badkamerleed

Mijn badkamerspiegel durft me niet meer aan te kijken. Hij schaamt zich voor mij. Ik heb een bijzondere band met mijn spiegel. Tot voor kort wisten we altijd goed met elkaar te communiceren. Maar de laatste tijd is de liefde ver te zoeken. Hij schimpt en scheldt telkens als ik voor hem sta. “Je ziet er niet uit? Dat jij nog naar buiten durft?”

Gelukkig ben ik wel wat gewend. Met dit soort loze kreten valt nog te leven. Totdat ik vanochtend de badkamer binnenstapte en mijn spiegel compleet uit zijn plaat ging. “Ik kan het niet meer aan. Heb je geen handdoek om over mij heen te gooien? Echt, ik kan jouw spiegelbeeld niet meer zien. Vetzak!”

De maat was vol voor mij. Dit pik ik zelfs niet van mijn beste vrienden. Met een grote schroevendraaier ging ik hem te lijf. Hij schreeuwde moord en brand. Maar hij was nu echt te ver gegaan. Met grote voldoening schroefde ik hem los van de wand. Hij kon geen kant uit en dat besefte ie terdege. Beteuterd liet hij zich opbergen in de grote kast op de slaapkamer. Lekker poeh. De koekenbakker. Mij een beetje voor gek zetten. Wie denkt ie wel dat ie is?

Terug in de badkamer spoelde ik op de automatische piloot gezicht en oksels schoon. Met mijn vingerborstel krabde ik wat platgeslapen plukjes haar op mijn hoofd in model. Een kam had ik allang niet meer nodig. Ik poetste mijn tanden en trok een schone onderbroek aan. Het badkamerritueel was bijna op z’n eind. Totdat de weegschaal zich opstandig voor mijn voeten gooide. “Zeg, muts, weet jij wel wat voor een dag het is? Je kunt mijn vriend de spiegel dan wel opbergen in de klerenkast, bij mij gaat dat niet lukken hoor?” Ik keek mijn weegschaal aan en dacht: ‘nee, nee, niet nog zo’n criticaster op de maandagmorgen’.

Ik stapte een stukje opzij. Maar de weegschaal liet niet los. Overal waar ik maar mijn voet wilde zetten dook ie vliegensvlug onder mijn voetzool. Het moet een gênant gezicht geweest zijn. Springend in mijn onderbroek in de badkamer. Alsof ik mijn voeten brandde. “Ga weg, lepe schaal, ik heb geen trek in jou!” Het mocht niet baten en mijn grote vriend de weegschaal diende mij onmiddellijk van repliek. “Het is half maart het is alweer een half jaar geleden dat je mij beklommen hebt, stoethaspel! Je weet dat ik niet van negeren houd. En je hebt beloofd om mij jaarlijks van nieuwe batterijen te voorzien!”

De weegschaal liet me geen keus. Hem opbergen had geen enkele zin. Hij zou nog meer moord en brand schreeuwen dan mijn spiegel. Snel stak ik twee batterijen in zijn platte kont. Een kont waarop ik jaloers was. Mijn weegschaal zag het en begon me keihard uit te lachen. “Als je nu eens gauw weer gaat wiebelen met die kont dan maak je het mij ook wat minder zwaar.” Daar had de weegschaal een punt. Maar ik liet dat niet doorschemeren. Dat was mijn eer te na. Snel trok ik de deur van de badkamer dicht.

Ik besloot die avond sinds lange tijd weer eens te gaan wiebelen. Altijd spannend. Zou ik mijn eigen gewicht nog kunnen dragen? En zo ja, hoe lang en hoe snel?
Snel kleedde ik me aan op de slaapkamer. Uiteraard in alles verhullende kledingstukken. Zwart, dat kleed in ieder geval af. Vanuit de klerenkast klonk hard gesnik. Mijn spiegel huilde tranen met tuiten. Zijn plaatsvervangende schaamte was tenenkrommend. Onder de kastdeur door sijpelde langzaam waterig verdriet. Het enige dat ik kon doen was vluchten. Mijn wintervet snelde onder luid protest, blubberend achter me aan.

Mien Spiegelbeeld >
http://www.youtube.com/watch?v=apJ7YGf_ufU

Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo – - – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo – - – Middelomtrek: 103 cm