Posts tonen met het label eenzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eenzaamheid. Alle posts tonen

21-12-2017

Brief van een liefhebbend kind

Lieve mama,

Ik heb misschien een rare vraag. Daarom schrijf ik deze brief. Hardop deze vraag stellen durf ik niet. Wel zachtjes schrijven op papier. Ik heb er heel lang over nagedacht. Durf ik of durf ik niet? Dat is weer eens wat anders dan 'ben ik of ben ik niet'. Ja, ik ken mijn klassiekers, mama. Die heeft papa mij al vroeg met paplepel ingegoten. Dat weet u niet? Vreemd. Wat ontgaat u toch veel. Heeft ook meteen te maken met mijn prangende vraag.

U bent altijd zo afwezig. Hoe komt dat zo? Nee, dit is niet de vraag die ik wilde stellen. Die komt nog. Zie dit maar als een vraag naar de ultieme vraag die ik u wil stellen. Een deelvraag. Waarom, waarom bent u altijd afwezig? Vreemd, heel vreemd. U loopt in de keuken, de kamer, boven, ligt vaak op de bank, fysiek aanwezig en toch, zo afwezig. Slaapt u slecht of droomt u veel? Ik moet dan ook altijd nadenken en soms ook piekeren. Doet u dat ook misschien? Ik wil het graag weten.

Ja, ja, allemaal deelvragen. Ik weet het. Ik zit dan ook verlegen om antwoorden. Of breng ik u nu in verlegenheid? Dat wil ik niet, hoor. Is niet mijn bedoeling. U heeft het zwaar. Altijd. Dat zie ik wel. Ik word daar zelf altijd een beetje verdrietig van. Zeker als u eenzaam en verlaten door het huis spookt. Onbereikbaar bent u dan. Afwezig. Best vervelend af en toe. Soms heb ik zin in een glaasje fris. Durf dat dan niet te vragen. Alles kost u moeite, op een of andere manier. Die moeite wil ik u graag besparen. Dan vindt u mij vast lief. Denk ik dan. Hoop ik dan. Niets liever wil ik u lief hebben. Boos is zo vervelend. Ja, soms wordt u boos. Maar daar kan ik niets aan doen. Ik ben maar een klein kind, weet u. En ik heb veel aandacht nodig. Kan ik ook niets aan doen. Zo gaat dat met kinderen. Toch?

Oh, u geeft weer niet thuis. Tegen wie moet ik dan praten? Mijn pop? Maar die is zo stil. Net als u. Ze praat nooit als ik er ben. Net als u. Ook al doe ik nog zo mijn best. Ja, ik geef het toe. Ik kan ook het bloed onder uw nagels uithalen. Maar bent u dat zelf niet een beetje schuld? Dat ik soms te veel ben. Eigenlijk altijd? Als nummer vier. Waarom? Waarom ben ik dan gekomen? Als u me niet wil zien?

Ik ga niet langer tellen hoeveel deelvragen ik aan u heb. U geeft toch geen antwoorden. Dat kunt u niet. U bent het kwijt. En dat kan ik dan weer begrijpen. Ik snap er zelf vaak ook niets van. Maar onderzoeken zal ik altijd. Daarom verzoek ik u, lieve mama, ook al weet ik dat u van verzoeken niet houdt, ik kan niet anders, geef alsjeblieft eens antwoord. Heeft u ooit van mij gehouden?

Uw liefhebbende zoon

07-09-2016

Mien korte verhalen (44 en 45) met kleine grote waarheid

Beiden geschreven op 07-09-2016


44) Bokkerijder

Ik heb post en dat komt niet zo vaak voor. Zie ik het goed? Er staat een bekend logo op, het hockeylogo van de Bokkerijders, een vereniging mensen die de hockeysport in Limburg naar een hoger plan wil tillen en verantwoordelijk is voor de selectie van Limburgse jeugdteams. Nieuwsgierig maak ik de witte envelop met groen Bokkerijders-logo open. Als fanatieke hockeyer weet ik waar dit mogelijk een voorbode voor kan zijn. De selectieteams A (onder de 18 jaar) en B (onder de 16 jaar) mogen deelnemen aan de DSD (District Selectie Dag), een hockeytoernooi met 4 zuidelijke districten waaruit de Zuid Nederlandse selectieteams worden gekozen. Tijdens drie DOD’s (District Ontmoetings Dagen) wordt vervolgens uit 6 districtsteams de Nederlandse selectieteams A en B gekozen. Daar kan ik alleen maar van dromen. Ik kan het bijna niet geloven, deze voorbode.

Gretig lees ik de brief. Ik ben uitgenodigd voor selectiewedstrijden voor het Limburgs jeugdteam B. Ik spring een meter de lucht in. Yes. Trots laat ik de brief tijdens het avondeten zien aan mijn pa en aan mijn zus die voor ons gekookt heeft. Ze delen mijn geluk. Diezelfde avond heb ik hockeytraining. Op de fiets er naartoe droom ik over de selectiewedstrijden. Bij het hockeyveld aangekomen durf ik het nieuws nog niet te brengen. Eigenlijk ben ik bang voor de reacties. Wat zullen mijn teammaatjes ervan vinden? Mag ik mijn trots laten zien?

De trainer ziet mijn twijfel en vraagt wat er aan de hand is. Hij kent me goed en is ook op de hoogte van onze thuissituatie. Hij steunt me altijd enorm. Apetrots is ie op mij. Uitgenodigd voor selectiewedstrijden voor het Limburgs jeugdelftal? Fantastisch. Hij heeft het altijd al gedacht en nu komt het uit. Geweldig nieuws ook voor zo'n kleine dorpse hockeyclub uit Blerick, die altijd in de schaduw staat van het grote VHC uit Venlo.

Mijn trainer vertelt het grote nieuws aan mijn teamgenoten en stiekem ben ik blij dat ik dat niet hoef te doen. De reacties zijn hartverwarmend. Ik krijg schouderklopjes en geen enkele jaloerse blik. Ze vinden het geweldig dat ik uitgenodigd ben voor de selectiewedstrijden en weten zeker dat ik een plek ga krijgen in het Limburgs selectieteam. Zelf ben ik de enige die nog twijfelt.

Twee weken later vinden de selectiewedstrijden plaats op een woensdagavond. De liefde voor de mooie sport geeft me vleugels. Ik doe mijn uiterste best maar wordt niet veel aangespeeld. Hoe kan ik dan laten zien wat ik kan? Ik sta in het verkeerde team. Hierin kan ik niet uitblinken en dat wil ik graag. Wil iedereen laten zien wat ik kan. Zeker de mensen die naast de kant staan. Maar dan moet ik wel aan de bal zien te komen. Ik zoek de ruimte en duik in alle gaten. Voor zover mijn positie op het middenveld dat toelaat. Twijfel slaat toe. Ga ik nog wel genoeg tijd hebben?

Dan krijg ik na lang wachten en positie kiezen eindelijk de bal. Ik zie ruimte voor me. Twee tegenspelers komen op me af. Ik ken ze uit de competitie. Ze zijn niet zo snel, dat weet ik. Met een schijnbeweging en in vloeiende snelheid ontwijk ik de eerste. Met een klein wipje wip ik de bal over de stick van de tweede. Mijn solo is geslaagd. Ik sta op de kop van de cirkel en haal uit met mijn forehand. In de kruising! De keeper rest het nakijken. De bal tolt in het net omlaag en valt achter de plank. Goal, goal, goal. Een beauty. De mooiste goal die ik tot dan toe heb gescoord.

Een week later landt een tweede brief bij ons op de mat. Ik ben geselecteerd voor het Limburgs jeugdteam B. Ik ben een Bokkerijder. Niet apetrots maar bokketrots.


45): Alweer een nieuwe kennismaking

Vanavond is het zover, een ontmoeting met weer een andere vriendin van mijn vader. Tot op heden heb ik twee van zijn vriendinnen ontmoet. Eentje bij ons thuis op de flat en eentje op locatie. Heel vervelend vind ik dit soort moet-ontmoetingen, maar ik kan er niet onderuit en dat besef ik. De dames vindt mijn vader tijdens dansontmoetingen voor alleenstaanden, ook wel vrijgezellen genoemd. Een vrijgezel klinkt in mijn oren veel spannender dan een alleenstaande, met de nadruk op vrij. Een vrijgezel om gezellig mee te vrijen. Bij alleenstaand heb ik als puber hele andere beelden. Hoogstaand en alleen. De keuzes van mijn vader zijn nog niet echt succesvol. Gelukkig maar. Want ik vind het eigenlijk helemaal niets. Dat geforceerde gezoek, bezoek en geneuzel. Ik schaam me bijna voor mijn vader. Plaatsvervangende schaamte, maar ik laat niets merken. Ik hou mijn gevoel en gedachten dicht bij me. Zo is mij geleerd.

De deurbel gaat en een mevrouw met brede glimlach komt met een uitgestoken hand op me toegelopen. "Jij bent Mien!" Natuurlijk ben ik Mien, er woont hier niemand anders. En ik geef een slap handje. Die van haar voelt stevig maar koud. In ongemakkelijk stilte drinken we koffie en eten gebak. Weer eens wat anders dan zandkoekjes en speculaas. Het gesprek komt niet of nauwelijks op gang. De vriendin blijft glimlachen, vooral naar mijn vader. Ook hij glundert in stilte. Het lijkt net of er twee grote schapen op de bank zitten. Ik vind het prima. Ik weet ook wel dat dit gesprek, deze ontmoeting een kort intermezzo is. Ik wed dat ze binnen een half uur op pad gaan. Gezellig uit. Maar niets is minder waar.

Op een of andere manier weet mijn vader het gesprek vlot te trekken. Hij doet zijn uiterste best, dat is zeker. Duidelijk is dat er hier toch wel sprake is van een vlam. Zijn vlam. Niet de mijne. Het taxeren is begonnen. Wat voor bloed hebben we in de kuip? Vriendin nummer drie mag er wat mij betreft wezen. Ze toont belangstelling naarmate de avond vordert, ook naar mij. Ik vertel wat over school en over hockey. Trots vertel ik dat ik geselecteerd ben voor een selectieteam. Maar zij heeft niet zoveel met sport. Ze heeft wel een zoon van mijn leeftijd. Die is gek op knutselen en techniek. Hij zit op de LTS en houdt van muziek. Iets wat hij deelt met mij, zo vertelt ze.

Ik kijk mijn vader aan. Die geeft me stiekem een knipoog, zijn vriendin kan het niet zien. Er is dus het een en ander ingefluisterd. Ze hoopt dat we snel eens kennis kunnen maken met elkaar. Eh ... dat gaat wel erg snel. "Van welke muziek houdt ie dan?" Het blijft heel even stil, precies voldoende voor een antwoord. "Oh, van alles en nog wat, en hij neemt ook muziek op." Dat is dan het enige wat ie deelt met mij, denk ik. Ik zit zelf op het VWO. Een groot verschil. Ik schrik van mijn eigen arrogante gedachte. Ik ken hem niet eens. En dan op voorhand al oordelen. Bah.

Het is tijd om te gaan. Ze zijn al bijna te laat voor de dansavond en die willen ze niet missen. Vriendin vindt het een prettige kennismaking en ik kan alleen maar denken ... tja. "Tot de volgende keer!" Met een ietwat minder koude hand wordt afscheid genomen. Met een bezwaard onderbuikgevoel zie ik pa en zijn vriendin vertrekken. De auto glijdt langzaam onderaan de flat van de parking. Weer een zaterdagavond met mij alleen. Ik heb nog geen enkel idee, hoe die in te vullen. Uitgaan mag ik nog niet. Cola, chips en televisie bieden wat troost. Nu maar hopen dat er iets leuks op tv komt.

09-12-2015

Mien korte verhalen (40 en 41) met kleine grote waarheid

Beiden geschreven op 09-12-2015


40) Slecht nieuws vanuit een portiek

Ik slenter met twee vrienden wat rond in de stad. Zij lopen voorop en ik bungel er wat achteraan. Ze lijken druk in discussie en ik voel me wat buitengesloten. Altijd vervelend om niet deel uit te maken van een boeiend gesprek. Waar hebben ze het toch over? De sfeer bevalt me helemaal niet maar ik ben ook niet bij machte om er verandering in te brengen. Ik kan natuurlijk naast hen gaan lopen, maar dat voelt niet gepast. Iets in mij zegt dat ik dat even niet moet doen. Een vreemd voorgevoel maakt zich meester van mij.

Plots houden de twee vrienden halt. Vlak voor een portiek van een winkel in een zijstraat van de hoofdstraat. Het is wat stiller in deze straat en een van mijn vrienden neemt het woord. Hij trekt me aan mijn hand de portiek in. Hij wil me iets zeggen wat niet leuk is. Dat voel ik. Er flitst van alles door mijn hoofd. Waar gaat dit over? Toch niet over onze gemeenschappelijke kaartavonden? Willen ze ermee stoppen misschien? Vinden zij me niet meer leuk? Onzin. Waarom kom ik daar nu op? Hoe dan ook, iets voelt niet goed.

Het hoge woord komt eruit. Keihard. De vrienden willen niet meer met mij omgaan. Hoe vervelend zij het ook vinden, ze vertellen het mij, vlakaf in een portiek, in een verlaten stad. Recht in mijn gezicht. Haast als een gewone mededeling. Ik voel afwijzing en grote onmacht. Een klein beetje boosheid zelfs, verdriet. Maar die slik ik in. Ik laat me toch niet kennen. De redenen volgen nu. Ook deze komen keihard binnen. Ik ben te jong en sluit niet aan bij hun gedachtewereld. Ze vinden mij wel aardig hoor. Maar zij houden zich bezig met andere zaken en willen mij er niet meer bij hebben. Ze ervaren mij als ballast.

Ik vraag me onmiddellijk af, welke zaken? Durf het niet te vragen. Te overrompeld met het directe en slechte nieuws. Meisjes, denk ik, ze willen afspreken met meisjes en willen mij daar niet bij hebben. Ik heb ook nog niets met meisjes. Willen jullie dan ook niet meer kaarten met mij? Waarom niet? Is het misschien niet gezellig bij ons thuis? Daar kan ik me iets bij voorstellen. Op die stomme flat waar ik nu met mijn vader woon is het natuurlijk niet zo gezellig.

Het enige dat ik kan doen, is berusten. Mij ontbreekt de energie, de wilskracht en overtuiging om tegen het besluit, dat al dik beklonken is, in te gaan. In stilte lopen we met drieën verder. Mijn twee vrienden voorop. Ik erachter. Leeg en verdrietig. Het zijn mijn vrienden niet meer. De afwijzing komt hard binnen. Ik zou er graag met iemand over willen praten en toch ook niet. Zou sowieso niet weten met wie. Ik hou het voor me. Pijnlijk.

We fietsen terug naar huis. Mijn twee vrienden zwaaien uitbundig naar een groep jongeren die bij de ijssalon staan. Meer specifiek naar twee meiden waarvan ik weet dat zij ze beiden leuk vinden. De vrienden stoppen en haken aan bij de groep. Joviaal en duidelijk geamuseerd. Ik fiets door naar huis en gooi mezelf op bed, op mijn buik, en druk mijn gezicht in het kussen. Huilend, eerst zacht, dan hard. Niemand die mij hoort. Niemand die mij troost. Wie en wat mis ik toch? Na het huilen val ik in slaap. Wordt tegen de avond wakker. Alleen. Mijn vader komt zo thuis. Zal ik vertellen wat er is gebeurd? Ik kan en wil het niet. Mijn vader is ook zo alleen.


41) Flatontmoeting

De flat voelt nog niet vertrouwd. Een nieuwe woonruimte, een nieuwe kamer, een nieuwe omgeving, nieuwe mensen. Allemaal onwennig. Na school is er niemand thuis om een praatje mee te maken. Ik smijt de boekentas in mijn kamer op bed. In de keuken trek ik de koelkast open. Vind in zijn buik weinig troost. Dan maar een boterham smeren. De leegte moet gevuld. Wat nu? Ik heb verder nergens trek in. Huiswerk maken wil ik nog niet. Over een of twee uurtjes gaan we eten. Maar wat? Geen idee wat mijn vader op het menu heeft staan.

Zal ik even tegen de muur van de flat gaan tennissen? Heb kortgeleden een goedkoop tennisracket op de kop getikt. Een andere sport dan hockey. Maar wel eentje die ik alleen kan doen en die mij ook balvaardigheid leert. Sport werkt helend. Helend in de aanhoudende leegte die ik voel. Ik besluit met de lift te gaan. In de lift zie ik een meisje. Niet mooi en niet lelijk. Ze lacht me vriendelijk toe. Ik durf niets te zeggen. Weet wel dat ze me ergens leuk vindt. Dat voel ik. Maar ik weet er geen raad mee. Ik heb haar al vaker in de buurt van de flat gezien en vermoed dat ze hier ook woont.

Het tennissen tegen de muur lucht op. Ik daag mezelf uit en geef opdrachten. De bal mag maar een keer stuiten. Afwisselend moet ik links en rechts slaan. Rechts met mijn backhand en links met mijn forehand. Soms doe ik een stapje naar voor, soms naar achter. Liefst zo min mogelijk. Ook schuin naar links en rechts lopen doe ik niet graag. De bal goed raken en goed richten met mijn tennisracket heeft alle prioriteit. Heel even vergeet ik de wereld om mij heen. Nu probeer ik zonder te stuiten de bal vanaf de muur in een keer te raken. Ook de opslag zou ik graag willen oefenen, maar dat gaat niet goed. Is eigenlijk ook niet nodig. Het is geen slag die bij het hockeyen gebruikt wordt.

Aan de zijkant bij de flat zie ik onder een lantaarnpaal het meisje uit de lift staan. Zoekt ze nu contact met mij? Het lijkt er wel op. Het brengt mij in verlegenheid. Ze kijkt voortdurend mijn kant op. Heel af en toe keert ze haar hoofd. Ik weet me eventjes geen raad. Zal ik contact met haar zoeken, haar aanspreken? Ik durf niet. Weet niet goed wat ik moet zeggen. Zal ik jaar vragen of zij ook een tennisracket heeft? Dan kunnen we misschien samen tennissen. Zou ik leuk vinden. Maar het is misschien wel een rare vraag. Wil ze wel tennissen? Kan ze tennissen? Ze komt nu naar me toegelopen. Heeft ze een vraag voor mij? Waarover dan?

Het gesprek gaat stroef en onwennig. Ja, ik woon hier nog niet zo lang. Zij ook niet. Ze gaat naar een andere school dan ik. Heb geen idee hoe oud zij is. Van mijn leeftijd denk ik, hoop ik. Waarom? Geen idee. Vragen dan maar? Ik durf niet. Te verlegen. Dag. Dag. Heb ik nu stom gedaan? Had ik meer moeten vragen? Maar wat dan? Ik sla nog een balletje tegen de flat. In de lift omhoog laten de gedachten aan het meisje me niet los. Helemaal vergeten te vragen hoe ze heet. Dat doe ik de volgende keer dan maar. Als ik durf.


23-11-2015

Mien korte verhalen (38 en 39) met kleine grote waarheid

Beiden geschreven op 23-11-2015


38) Paniek in de tent

Paniek in de tent. Hoe is het mogelijk. Mijn broer heeft zijn vriendin zwanger gemaakt. Maar wanneer dan? En waarom? Allemaal vragen die op harde toon geuit worden, maar niet meteen een antwoord krijgen. Eigenlijk helemaal niet. Wat voorop staat is de ongelofelijke schande. Hij krijgt van iedereen om zijn oren en de emoties lopen hoog op. 'Je deugt niet. Je denkt alleen aan jezelf. Wat doe je de familie aan? Schande. Wat zullen de buren en de familie niet denken?' Zinsneden die bij mij als klein jongetje dwars door mijn hoofd blijven zinderen. Ik zie mijn lieve broer nog verder van mij verwijderd raken. Hoe pijnlijk. Zeventien jaar, de school nog niet eens af en dan al papa worden. Dat kan toch niet. De schok is groot in huize Mien.

Na de eerste schrik moeten zaken goed geregeld worden. Het valt niet mee om de schande weg te poetsen. Het hoogstnoodzakelijke wordt geregeld. Maar hoe zit het met de toekomst? Van mijn broer, zijn nog ongeboren kind, zijn vriendin, maar twee jaar ouder? Hoe vinden zij werk? Gaan ze beiden werken? Wie vangt dan het kindje op? Allemaal zorgen. De zorgen worden niet gedeeld aan de koude kant. Daar is voldoende support. Koude kant? Ja, want getrouwd moet er worden. Op zijn minst. Over en weer worden deals gesloten. Soms van harte maar vaak pijnlijk en met veel weerstand. Groeien is pijnlijk. Zeker als die groei buiten het bevattingsvermogen en geijkte kaders plaatsvindt. Uiteindelijk wil ook mijn vader het beste voor zijn eigen kind.

Om de eerste kosten te financieren van mijn broer's eigen haard en huis verkoopt mijn vader zijn eigen haard en huis. Moeder's erfdeel zit er namelijk in. Dat erfdeel is nodig om de aankoop van een huis en inrichting te bekostigen voor broerlief. Dat wordt dus straks verhuizen voor pa en mij. Naar een flatje op twaalf hoog. Ik vind het vreselijk als puber. Ik wil er niet aan denken.

De sfeer in huis is na de openbaring van mijn broer beklemmend. De lucht zwaar en zwanger van pijnlijke stiltes, gevloek en getier. Ik voel alleen maar droefheid en eenzaamheid. In drie jaar tijd verlaat mijn familie het ouderlijk huis en vinden drie huwelijken en een scheiding plaats. Ik vind het vreselijk. Een rollercoaster van emoties.

Eerst trouwt mijn vader met zijn nieuwe vriendin. Op de eerste dag van de lente. Mijn moeder is dan nog geen anderhalf jaar geleden overleden. Maar pas nadat het veel te kleine huis eerst grondig is verbouwd. Een jaar later trouwt mijn oudste broer, 23 jaar jong. Weer een jaar later mijn andere broer, 17 jaar jong. Dat moet, ook al wil ie liever niet. Niet voor de kerk althans. Beiden met lang blond haar, zij met dikke buik. Mijn vader en zijn vrouw ondergaan dit huwelijk met ingehouden trots en woede. De woede wint. Twee maanden later scheidt mijn vader van zijn tweede vrouw. Mijn zus trouwt nog geen maand later na deze pijnlijke scheiding en verlaat ook huize Mien, 22 jaar jong. Samen met mijn pa verhuis ik naar een trieste flat aan de Maas.

Tot aan het huwelijk verstopt broerlief, papa in spé, zich op zijn kamer op de zolder. Zolang het nog kan. Ik zie hem nog niet klussen in huis, luiers wisselen en papa spelen. Een spel kan het ook zeker niet genoemd worden. Vanaf de zolder wordt Boudewijn de Groot met de volumeknop flink open grijs gedraaid. 'Arm kind, zestien lentes zo pril. Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg'. Via via vindt mijn broer een baan bij de krant. Schrijven is zijn passie. Hard labour, maar los van huize Mien. Uit het trapgat komt wierook vermengd met weedlucht de trap af gedwarreld. Het bedwelmt voor even de emoties.


39) Ansje

Eindelijk heb ik een kamer voor mij alleen. Grote broer is getrouwd en heeft huize Mien verlaten, mijn zus heeft haar eigen kamer en mijn andere broer huist op de zolder. Maar niet voor lang meer. Ook hij gaat binnenkort trouwen en verhuizen. Ik kan me nog niet goed voorstellen dat hij straks papa wordt. Weliswaar volwassen voor zijn leeftijd hoop ik stiekem dat hij het nooit wordt en dat hij weer terugkeert als mijn oude vertrouwde speel- en vertrouwensbroertje. Hem durf ik alles te vertellen. Maar de afstand is nu zo groot.

Ik lig op bed en geniet van mijn nieuw ingerichte territorium. Alles ademt eindelijk ruimte. Ik draai een plaatje op mijn zuur verdiende muziekinstallatie. Daar zitten heel wat uurtjes aardbeienplukken in. Ik wissel de dubbelaar Jesus Christ Superstar af met de blauwe van de Beatles, met Bob Dylan, Santana en Boudewijn de Groot. Johnny Cash, Elly en Rikkert en de Everly Brothers bewaar ik voor later. Een eigen muzieksmaak heb ik nog niet ontwikkeld. Die van mijn broers volstaat.

'I don't know how to love him ...', komt bij me binnen. Ik smelt bij de lieve stem van Yvonne Elliman. Heel even droom ik weg en laat me meeslepen in de muziek. Buiten op straat hoor ik gegiechel en geschaterlach. Mijn hart slaat op hol. Hoor ik daar een bekende stem? Ja. De stem van Ansje. Ik spring van mijn bed en kruip naar het raam. Heel voorzichtig til ik mijn hoofd boven de vensterbank en gluur langs het gordijn. Ze mogen mij niet zien. Ik ben veel te verlegen en bang om gespot te worden. Het gordijn moet bewogen hebben want ik zie de vriendinnen van Ansje omhoog wijzen. Ik duik weg. Ik heb Ansje niet kunnen zien. Ze is ook zo klein. Ik ben al een flinke tijd verliefd op haar. Durf dat haar echter niet te tonen. Laat staan haar vriendinnen. Ze weten dat ik thuis ben en vanachter het gordijn de boel bespied. Wat moet ik nu doen?

Hopelijk lopen ze snel door. Ik schaam me dood. Ineens voelt mijn eigen kamer niet langer vertrouwd. Ik voel me vreemd en gevangen. Gevangen in emoties. Wanneer zal ik toch ooit mijn gevoelens voor Ansje durven tonen? Nu nog even niet. Zal ik toch nog een keer naar buiten kijken? Ik denk te weten wat ze aan heeft, mijn lieve Ansje. Een spijkerbroek en bijbehorend spijkerjasje. Hoe stoer! En sluipers, die heeft ze ook aan, zeker weten. Bruine stoere schoenen. In gedachte verdrink ik in haar donkere ogen en kroel met mijn vingers door haar lange haar. In gedachten. Giechelend loopt de meidengroep verder. Waren ze nu speciaal langs ons huis gelopen? Op verzoek van Ansje? Had ik toch ...?