Grip hebben en houden op koolhydraten. I love it en ik kan het iedereen aanraden. Sinds de start van het nieuwe jaar laat ik oud vet van mijn buikwand verdwijnen. Het kost amper moeite. In navolging van mijn lieve vrouw, die een maand eerder gestart is heb ik mijn afvalrace als inhaalrace weer opgepakt en nieuw leven ingeblazen. En het werkt. Waarachtig.
Met grote dank aan Yvonne Lemmers. Yvonne wie? Yvonne Lemmers, de schrijfster van inmiddels drie of misschien wel vier boeken die handelen over de omgang met koolhydraten, Grip op Koolhydraten, noodzakelijk kwaad en tevens onontbeerlijke levensenergie. Onder ons gezegd, en dan heb ik het niet over grammen, maar over ponden en kilo's, het vliegt ervanaf en het kost amper moeite, de inhaalafvalrace. Ik ben alweer een gaatje kwijt op mijn broekriemen. Sterker nog, dat wat over is aan het uiteinde van de riem hangt er als een slappe tong bij. Mijn riem heeft geen honger meer en zelfs geen trek. Hoe is het mogelijk? Van 91 kilo (december 2017) naar 80 kilo in twee maanden tijd. Ik leg het uit.
In de morgen neem ik een bakje Griekse yoghurt (drie afgestreken eetlepels, 10% vetgehalte) met een eetlepel mix van noten. Vooraf neem ik een glas water glaasje water met twee pilletjes silicium en een grote rode pil Dagravit Totaal 30.
In de middag (door mijn vrouw) zelfgemaakt brood. Dit is een mix van ei, kaas, yoghurt in afwisselende verhoudingen en soms met toevoeging van notenmix. Ook toegevoegd wat psyllium, vezelstof voor een goede stoelgang. In totaal dagelijks een halve snee brood. Je kunt voor twee weken vooruit maken en dit in de vriezer bewaren. Daarnaast eet ik ook een klein bakje salade bestaand uit sla (voor de broodnodige afwisseling, soms ijsberg, soms veld en soms rucola), een stukje geschilde komkommer, een klein snoeptomaatje, twee olijven, een halve kleingesneden augurk, een eetlepel kiemen, bij voorkeur 'Sprouty' en een klein stukje kaas (feta of brie). Is dat genieten? Dat is genieten.
In de avond is het uurtje van genot. Een uur waarbinnen gewoon gegeten mag worden. Ook wel genoemd het koolhydratenuur. Pasta, aardappelen, rijst, frites, brood het mag dan allemaal. Binnen het uur ook vlees, vis of vega en groenten nuttigen en ook een stuk fruit (kiwi, appel of banaan). Ook het koekje bij de koffie of chocolaatje valt binnen het uur. En in het weekend ook een lekker glas whiskey. Goed vol te houden allemaal.
Geen tussendoortjes tijdens de dag of avond. Uitgezonderd een stukje kaas, of worst of wat walnoten. Ja, het kan en mag allemaal. Het koolhydratenuur mag ook in de ochtend of middag worden ingezet. Maar dat vraagt dan wel wat meer improvisatie. Mijn voorkeur heeft de avond. De boeken van Yvonne bevatten ook lekkere recepten en kookschema's. Daarnaast een zeer goede uitleg over de zin en onzin van koolhydraten en wat je lijf daadwerkelijk nodig heeft.
En het moet gezegd, ik noem het niet eens een dieet. Eerder een nieuwe levensstijl. De eerste twee weken heb je nog af en toe een hongergevoel, daarna niet meer. Het lijf is dan gewend aan het nieuwe eetpatroon. Je hebt dan ook geen behoefte meer aan tussendoortjes. Wat een rust geeft het voor het lijf. Geen ups en downs meer in het hongergevoel, je voelt je een stuk fitter. Geen grote pieken en dalen meer in mijn suiker. De glucosespiegel is veel meer in evenwicht. Ik spuit ook veel minder insuline, de snelwerkende is teruggebracht van 6 naar 2 eenheden voor de maaltijden. En de langwerkende insuline van 26 naar 18. Toe maar.
Ik voel me een stuk fitter met deze grip op koolhydraten. En het leuke is dat na verloop van tijd je ook zo nu en dan kan, mag en moet zondigen. Je kan het makkelijk hebben. Ik kan het iedereen aanraden. Grip op koolhydraten. Ban het gif. Nooit geweten dat suiker zo'n rotzooi is. Dat ervaar je pas als je met dit dieet, deze nieuwe levenswijze start. En wat ruikt de wereld ook weer ineens een stuk lekkerder en intenser. Ik zeg let's go GOK! Op naar de 76 kilo en 94 cm middelomtrek.
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo – Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 06-01-2014: 85,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 25-02-2015: 83,50 kilo – Middelomtrek: 102 cm
Gewicht 19-07-2016: 87,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 17-03-2017: 86,50 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 06-03-2018: 80,00 kilo – Middelomtrek: 99 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2018. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
Posts tonen met het label diabetes mellitus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label diabetes mellitus. Alle posts tonen
06-03-2018
28-12-2009
Groot kind
Hoe groot is het kind dat zijn kindheid bewaart in tijden van angst en onzekerheid? Hoe groot is de volwassene die het kind in zichzelf koestert, dag in dag uit? Bewust of onbewust, stiekem of uit noodzaak, in stilte en verwondering. In onverzadigbare drang tot bevestiging legt een kind zijn noden bloot. In goede en in slechte tijden. Wat is zijn noodzaak? Rechtop blijven staan, in een verwarrende wereld waar gevaar onvoorspelbaar loert.
Hartje zomer en de gordijnen zijn dicht. Stilletjes speel ik mijn spel. Mams niet wakker maken. Ze snurkt op de bank. Het is vakantie maar ik mag niet buitenspelen. Er is niemand die op mij kan passen. Zou ze weer zo’n gekke bui krijgen? Hysterie overvalt haar soms. Ik weet dan niet wat te doen. Ik kruip dan terug in mezelf, juist op het moment dat ik behoefte heb aan een knuffel.
Mijn moeder is ziek, manisch depressief. Soms is ze bang. Van en voor zichzelf. Wat moet ik dan als kind? Gauw volwassen worden. Hoe lang mag een kind zijn kinderspel volhouden? Onbevangen zijn en ontwapenend? Hoe lang mag het onbekommerd zorgeloos zijn? Zijn gier, zijn brul, zijn lach behouden? In een onveilige omgeving is dit moeilijk te duiden. In onmacht rijpt een kind snel naar volwassenheid. Noodgedwongen en uit zelfbehoud.
Het is heet boven op de slaapkamer. Ik hoor mams diep zuchten. Klinkt niet goed. Ik ben bang. Dit voelt anders. Wat moet ik doen. Ik mag niet naar beneden want ik ben al twee keer terug naar boven gestuurd. Het moet. Ik loop de trap af naar beneden. In de woonkamer voel ik de spanning hangen. Paps, het gaat niet goed met mam, ze zucht erg diep. Wil je alsjeblieft gaan kijken? Niet weer, zie ik hem denken. Ga maar naar boven, jongen. Ik kom zo kijken. Boven in mijn bed maken de zenuwen mij misselijk. Waar blijft ie nou? Mams is erg ziek. Suf van alle pillen.
De volwassene in het kind maakt zich ongerust. Hij probeert te begrijpen. Helaas is zijn uit nood geboren volwassen gedrag niet te duiden. Hij is plots kind af. De natuur grijpt in noodgevallen altijd in. Aangeboren speelsheid biedt afleiding. Maar is de afleiding nog afdoende? Blijft deze gezond en binnen de perken? Speelsheid gaat soms over in obsessief en repeterend gedrag.
Het is stil aan tafel tijdens de lunch. Dat hoort ook zo. Het eten is een rustmoment. Toch voel ik vaak de spanning hangen. Zo snel mogelijk werk ik twee boterhammen naar binnen. Mag ik van tafel? Ik heb nog twintig minuten voordat de schoolbel luidt. Uit de schuur pak ik hockeybal en stick. De stick is half afgesleten van het spelen in de straat. Ik tel mijn slagen tegen de muur. Nu nog even de bal hooghouden. Ik vind rust in geconcentreerdheid en controledrang. Ik moet beter. Ik kan beter. Ik wil beter. Ik vergeet even de spanningen in huis.
Een kind zou zich niet ongerust hoeven maken om zijn ouders. Het behoort onbedorven, spontaan en speels op te groeien in veiligheid en warmte. Omringd door onvoorwaardelijke liefde en fysiek en geestelijk gevoed. De werkelijkheid is soms anders en hard. Wat men zijn liefste en naaste wenst kan niet altijd geboden worden. Noodlot en onmacht lijken soms onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kinderen worden dan vroeg groot. Volwassenen snel klein. Juist in noodlot en in onmacht moet het kind gekoesterd worden. Vluchten voor de werkelijkheid leidt tot paniek, wanorde en chaos.
Hoe zag zij eruit? Waar rook zij naar? Naar zoet of zout? Hoe voelde zij aan? Koud of warm? Hoe vaak knuffelde zij mij? Ik mag het niet vergeten. Ik wil de pijn en waarheid liefst zo snel mogelijk wegdrukken. Ik vlucht in fantasie, humor en cynisme. Een woeste zee van emoties slokt me op. Vaagt veilige grond onder me weg. Afscheid van mams is er nooit geweest. Een zwarte ijzeren poort sloeg voorgoed dicht. Een zwarte auto slokte haar op. Langs de Maas hoor ik de kerkklokken nog steeds luiden. Mijn mams is teruggegeven aan moeder aarde.
Op een hete zomerdag is moeder gevonden, achter op de plaats, in badpak liggend onder de tuindouche, door de buurvrouw. De geur van zomer en verdampend water op de stoeptegels zal ik mij een levenlang heugen. In mams is vroegtijdig iets geknapt en evenzo in mij. Het kwetsbaar kind in mij kreeg een dreun. Het werd me plots ontnomen. Alle zintuigen staan sindsdien op scherp. De angst gaat nooit verloren. Angst voor oud en angst voor nieuw. Angst voor nog meer verlies. Verlatingsangst. Een moeder is een levenlang nodig. In elke vorm en ik elke hoedanigheid. Fysiek is de navelstreng snel gebroken. In buik en hart blijft zij altijd met haar kind verbonden. Op jonge leeftijd een moeder verliezen is een drama. Een moeder verliezen zonder afscheid te kunnen nemen is rampzalig.
Ik voel me verlaten, droef en eenzaam. Kind zijn is niet meer leuk. Het kind in mij is afwezig en speelt niet langer mee. Voelt zich niet langer kind en serieus genomen. Aandacht en liefde schieten te kort en zijn niet in voldoende mate aan te dragen. Somberheid slaat in zichzelf neer. Ik verdrink in boosheid en fanatisme. Het kind in mij slaat lam en drinkt met ernst en zonder maat. Het kind vecht, komt er niet meer uit. Het speelt niet langer samen.
De volwassenheid staat dan plotsklaps voor de deur. Een nieuw dilemma dient zich aan. Het kind is diep van binnen blijven hangen en heeft de adolescentie nauwelijks verkend en geëxploreerd. Dan worden megastappen genomen. In speelsheid en verwondering blijft het kind rechtop staan. Maar al te grote naïviteit stelt vroeg of laat paal en perk. De rekening voor onvoltooide volwassenheid wordt duur betaald. Het kind in mij ligt daarvan niet wakker. Totdat chronisch ziek zijn ineens om extra zorg en aandacht vraagt.
De bloedsuikermeter slaat door. Ik moet onmiddellijk naar het ziekenhuis. Ik pak snel mijn spullen in en schrik van mijn vriendin die totaal verbijsterd op mijn boodschap reageert. Het besef lijkt buiten mij om te gaan. Ik wil geen deelgenoot worden van mijn eigen ellende. Houdt het ver van me af. De dokter en het spuitregime schudden mij hard wakker. Verantwoordelijkheid dringt zich op aan mij. Rust, reinheid en regelmaat vinden elkaar en slaan de handen ineen. Ik lees duizend boeken. Een fanatiek kind keert terug in mij. Ongeloof en boosheid eindigen in aanvaarding. Bezorgde familie en vrienden staan rondom mijn bed. Ze zijn net zo verbaast als ik.
Volwassenheid biedt groei en ontwikkeling en noopt tot keuzes. In korte tijd neem ik afscheid van mijn vriendin, studie en topsport. Door wanhoop gedreven zet ik mezelf in therapie weer op de rails. Ik drijf het verloren kind in mij terug naar binnen. Ik vecht met het volwassen zijn en met alles wat zich achter volwassenheid verhuld. Het kind in mij wil en blijft zegevieren maar maakt uiteindelijk een deal. Met gezonde zelfspot en humor weet het zich staande te houden in een volwassen wereld. In en door grote verwondering. Het kind in mij verwondert zichzelf en de wereld om hem heen.
Ik omring mezelf met informatie. Verken het licht en het duister. In alle mogelijke geuren, kleuren en smaken. Maak kennis met alle muzen. Op zoek naar erkenning en verklaring. In literatuur, kunst, muziek en dans. Het leven is een feest. Ik ontdek de schoonheid van het leven en de mens. Als een groot kind. Ik consumeer, neem deel, draag bij. Ik beteken en doorleef. Ondanks grote angst die altijd parten speelt. Wat heb ik als mens te verliezen? Verwondering en nieuwsgierigheid geven nieuwe energie. Opium voor mijn ziel.
Hoe kwetsbaar is de volwassene in modern times? Waar heeft hij zijn kind verstopt. Hij houdt het angstvallig verborgen om het niet te hoeven verliezen. Vermorzeld door prestatiedrang, materiedrift en haast, cijfert hij het kwetsbaar zijn weg. Zijn maatschappij gedijt bij hoge werkdruk en onmogelijke verwachtingen. Modern times tekenen zijn lijf en leden met RSI en stress. Veeleisend is zijn nieuwe wereld die doordendert op commando’s van keyboards en gsm’s. Hij twittert en hyved zichzelf de kindsheid in. De ouderdom en aftakeling nabij vindt de volwassene zijn rust en kind eindelijk weer terug.
Als een gek rijd ik door de gangen van het verzorgingstehuis. In de winter van mijn leven waan ik mij autocoureur. Een jongensdroom wordt werkelijkheid. Jacky Ickx revives. De zusters kijken mij lachend aan. Daar rijdt die oude gek. Los van God. Sweet memories delven diep geluk. Gelouterd en gezegend is de gek die het kind voor altijd in zichzelf bewaard.
Toelichting:
Inzending Literatuurprijs Helmond 2010
Uitleg over Literatuurprijs Helmond:
> Literair Café Helmond
> Letterkundig Museum
Recensie ED:
> Luc de Rooy wint literatuurprijs 2010
Hartje zomer en de gordijnen zijn dicht. Stilletjes speel ik mijn spel. Mams niet wakker maken. Ze snurkt op de bank. Het is vakantie maar ik mag niet buitenspelen. Er is niemand die op mij kan passen. Zou ze weer zo’n gekke bui krijgen? Hysterie overvalt haar soms. Ik weet dan niet wat te doen. Ik kruip dan terug in mezelf, juist op het moment dat ik behoefte heb aan een knuffel.
Mijn moeder is ziek, manisch depressief. Soms is ze bang. Van en voor zichzelf. Wat moet ik dan als kind? Gauw volwassen worden. Hoe lang mag een kind zijn kinderspel volhouden? Onbevangen zijn en ontwapenend? Hoe lang mag het onbekommerd zorgeloos zijn? Zijn gier, zijn brul, zijn lach behouden? In een onveilige omgeving is dit moeilijk te duiden. In onmacht rijpt een kind snel naar volwassenheid. Noodgedwongen en uit zelfbehoud.
Het is heet boven op de slaapkamer. Ik hoor mams diep zuchten. Klinkt niet goed. Ik ben bang. Dit voelt anders. Wat moet ik doen. Ik mag niet naar beneden want ik ben al twee keer terug naar boven gestuurd. Het moet. Ik loop de trap af naar beneden. In de woonkamer voel ik de spanning hangen. Paps, het gaat niet goed met mam, ze zucht erg diep. Wil je alsjeblieft gaan kijken? Niet weer, zie ik hem denken. Ga maar naar boven, jongen. Ik kom zo kijken. Boven in mijn bed maken de zenuwen mij misselijk. Waar blijft ie nou? Mams is erg ziek. Suf van alle pillen.
De volwassene in het kind maakt zich ongerust. Hij probeert te begrijpen. Helaas is zijn uit nood geboren volwassen gedrag niet te duiden. Hij is plots kind af. De natuur grijpt in noodgevallen altijd in. Aangeboren speelsheid biedt afleiding. Maar is de afleiding nog afdoende? Blijft deze gezond en binnen de perken? Speelsheid gaat soms over in obsessief en repeterend gedrag.
Het is stil aan tafel tijdens de lunch. Dat hoort ook zo. Het eten is een rustmoment. Toch voel ik vaak de spanning hangen. Zo snel mogelijk werk ik twee boterhammen naar binnen. Mag ik van tafel? Ik heb nog twintig minuten voordat de schoolbel luidt. Uit de schuur pak ik hockeybal en stick. De stick is half afgesleten van het spelen in de straat. Ik tel mijn slagen tegen de muur. Nu nog even de bal hooghouden. Ik vind rust in geconcentreerdheid en controledrang. Ik moet beter. Ik kan beter. Ik wil beter. Ik vergeet even de spanningen in huis.
Een kind zou zich niet ongerust hoeven maken om zijn ouders. Het behoort onbedorven, spontaan en speels op te groeien in veiligheid en warmte. Omringd door onvoorwaardelijke liefde en fysiek en geestelijk gevoed. De werkelijkheid is soms anders en hard. Wat men zijn liefste en naaste wenst kan niet altijd geboden worden. Noodlot en onmacht lijken soms onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kinderen worden dan vroeg groot. Volwassenen snel klein. Juist in noodlot en in onmacht moet het kind gekoesterd worden. Vluchten voor de werkelijkheid leidt tot paniek, wanorde en chaos.
Hoe zag zij eruit? Waar rook zij naar? Naar zoet of zout? Hoe voelde zij aan? Koud of warm? Hoe vaak knuffelde zij mij? Ik mag het niet vergeten. Ik wil de pijn en waarheid liefst zo snel mogelijk wegdrukken. Ik vlucht in fantasie, humor en cynisme. Een woeste zee van emoties slokt me op. Vaagt veilige grond onder me weg. Afscheid van mams is er nooit geweest. Een zwarte ijzeren poort sloeg voorgoed dicht. Een zwarte auto slokte haar op. Langs de Maas hoor ik de kerkklokken nog steeds luiden. Mijn mams is teruggegeven aan moeder aarde.
Op een hete zomerdag is moeder gevonden, achter op de plaats, in badpak liggend onder de tuindouche, door de buurvrouw. De geur van zomer en verdampend water op de stoeptegels zal ik mij een levenlang heugen. In mams is vroegtijdig iets geknapt en evenzo in mij. Het kwetsbaar kind in mij kreeg een dreun. Het werd me plots ontnomen. Alle zintuigen staan sindsdien op scherp. De angst gaat nooit verloren. Angst voor oud en angst voor nieuw. Angst voor nog meer verlies. Verlatingsangst. Een moeder is een levenlang nodig. In elke vorm en ik elke hoedanigheid. Fysiek is de navelstreng snel gebroken. In buik en hart blijft zij altijd met haar kind verbonden. Op jonge leeftijd een moeder verliezen is een drama. Een moeder verliezen zonder afscheid te kunnen nemen is rampzalig.
Ik voel me verlaten, droef en eenzaam. Kind zijn is niet meer leuk. Het kind in mij is afwezig en speelt niet langer mee. Voelt zich niet langer kind en serieus genomen. Aandacht en liefde schieten te kort en zijn niet in voldoende mate aan te dragen. Somberheid slaat in zichzelf neer. Ik verdrink in boosheid en fanatisme. Het kind in mij slaat lam en drinkt met ernst en zonder maat. Het kind vecht, komt er niet meer uit. Het speelt niet langer samen.
De volwassenheid staat dan plotsklaps voor de deur. Een nieuw dilemma dient zich aan. Het kind is diep van binnen blijven hangen en heeft de adolescentie nauwelijks verkend en geëxploreerd. Dan worden megastappen genomen. In speelsheid en verwondering blijft het kind rechtop staan. Maar al te grote naïviteit stelt vroeg of laat paal en perk. De rekening voor onvoltooide volwassenheid wordt duur betaald. Het kind in mij ligt daarvan niet wakker. Totdat chronisch ziek zijn ineens om extra zorg en aandacht vraagt.
De bloedsuikermeter slaat door. Ik moet onmiddellijk naar het ziekenhuis. Ik pak snel mijn spullen in en schrik van mijn vriendin die totaal verbijsterd op mijn boodschap reageert. Het besef lijkt buiten mij om te gaan. Ik wil geen deelgenoot worden van mijn eigen ellende. Houdt het ver van me af. De dokter en het spuitregime schudden mij hard wakker. Verantwoordelijkheid dringt zich op aan mij. Rust, reinheid en regelmaat vinden elkaar en slaan de handen ineen. Ik lees duizend boeken. Een fanatiek kind keert terug in mij. Ongeloof en boosheid eindigen in aanvaarding. Bezorgde familie en vrienden staan rondom mijn bed. Ze zijn net zo verbaast als ik.
Volwassenheid biedt groei en ontwikkeling en noopt tot keuzes. In korte tijd neem ik afscheid van mijn vriendin, studie en topsport. Door wanhoop gedreven zet ik mezelf in therapie weer op de rails. Ik drijf het verloren kind in mij terug naar binnen. Ik vecht met het volwassen zijn en met alles wat zich achter volwassenheid verhuld. Het kind in mij wil en blijft zegevieren maar maakt uiteindelijk een deal. Met gezonde zelfspot en humor weet het zich staande te houden in een volwassen wereld. In en door grote verwondering. Het kind in mij verwondert zichzelf en de wereld om hem heen.
Ik omring mezelf met informatie. Verken het licht en het duister. In alle mogelijke geuren, kleuren en smaken. Maak kennis met alle muzen. Op zoek naar erkenning en verklaring. In literatuur, kunst, muziek en dans. Het leven is een feest. Ik ontdek de schoonheid van het leven en de mens. Als een groot kind. Ik consumeer, neem deel, draag bij. Ik beteken en doorleef. Ondanks grote angst die altijd parten speelt. Wat heb ik als mens te verliezen? Verwondering en nieuwsgierigheid geven nieuwe energie. Opium voor mijn ziel.
Hoe kwetsbaar is de volwassene in modern times? Waar heeft hij zijn kind verstopt. Hij houdt het angstvallig verborgen om het niet te hoeven verliezen. Vermorzeld door prestatiedrang, materiedrift en haast, cijfert hij het kwetsbaar zijn weg. Zijn maatschappij gedijt bij hoge werkdruk en onmogelijke verwachtingen. Modern times tekenen zijn lijf en leden met RSI en stress. Veeleisend is zijn nieuwe wereld die doordendert op commando’s van keyboards en gsm’s. Hij twittert en hyved zichzelf de kindsheid in. De ouderdom en aftakeling nabij vindt de volwassene zijn rust en kind eindelijk weer terug.
Als een gek rijd ik door de gangen van het verzorgingstehuis. In de winter van mijn leven waan ik mij autocoureur. Een jongensdroom wordt werkelijkheid. Jacky Ickx revives. De zusters kijken mij lachend aan. Daar rijdt die oude gek. Los van God. Sweet memories delven diep geluk. Gelouterd en gezegend is de gek die het kind voor altijd in zichzelf bewaard.
Toelichting:
Inzending Literatuurprijs Helmond 2010
Uitleg over Literatuurprijs Helmond:
> Literair Café Helmond
> Letterkundig Museum
Recensie ED:
> Luc de Rooy wint literatuurprijs 2010
22-01-2009
Honingzoete doorstroming
Jubileum. In dienst van lijf en leden heb ik twintig jaar suikerziekte, oftewel diabetes 1. Dat betekent prikken en spuiten. Dit jubileum stemt mij droevig en blij. Droevig, omdat ik voor altijd opgesloten zit in een chronische ziekte die mij dwingt tot waakzaamheid en discipline. Blij, omdat wilskracht, medische vooruitgang en de steun van dierbaren, suikerziekte voor mij draaglijk houden.
Het heeft lang geduurd voordat ik mijn diabetes accepteerde. Diverse stadia in psyche en emotie moest ik eerst ervaren. Herkenning, boosheid, ontkenning, angst, aanvaarding, verdriet en uiteindelijk berusting. Maar wat houdt suikerziekte nu eigenlijk in? Hoe leg je diabetes uit aan anderen?
Ik sta in de brandende zon op een parkeerterrein geleund tegen een auto. Het is 35 graden. Mijn gedachten hangen in een vluchtweg. Ik ben de weg kwijt. Hoe kom ik terug op kantoor? Wezenloos staar ik voor me uit en voel de brandende zon priemen. Paniek stroomt in mijn hoofd. Ik heb suiker nodig. Langzaam verlies ik bewustzijn. Ik klamp vast aan vliedende gedachten. Angst stroomt in mijn lijf. Ik schrik. Een collega schudt verontrust aan mijn schouder. Hij heeft mij al een poos afwezig tegen een auto geleund zien staan. Ik heb een hypo.
Dagelijkse suikerrituelen
Bloedsuikercontrole
Gemiddeld doe ik 3 à 4 bloedsuikermetingen per dag, meestal voor het eten.
Alle testmaterialen die ik nodig heb voor de meting zitten in een suikeretui.
Het suikeretui bevat een bloedglucosemeter, een potje teststrips, een prikpen, lancetten voor de prikpen, een insulinepen en pennaalden voor de insulinepen.
Ik haal de bloedglucosemeter te voorschijn uit het suikeretui.
Ik steek een lancet in de prikpen en plaats een teststrip in de meter.
Ik prik in mijn vinger en laat een druppel bloed op de teststrip lopen.
Na 10 seconden heb ik de uitslag. Die is goed.
Ik gooi de teststrip en het lancet weg.
Ik berg de bloedglucosemeter en prikpen op in mijn suikeretui.
Normale bloedsuikerwaardes moeten liggen tussen de 4 en 10 mmol/l.
Als ik onder de 4 mmol zit heb ik een hypo (te weinig suiker in mijn bloed).
Dan neem ik suiker in de vorm van 4 dextrotabletten en een extra boterham.
Zit ik boven de 10 dan heb ik een hyper (te veel suiker in mijn bloed).
Ik heb dan zoete plas, honingzoete doorstroming oftewel diabetes mellitus.
Bij te hoge suikers spuit ik insuline.
Insuline-injecties
Drie maal daags voor de maaltijden spuit ik kortwerkende insuline.
Insuline zorgt ervoor dat de koolhydraten uit het bloed in de lichaamscellen worden opgenomen. Insuline heeft een portierfunctie. Het doet de deur open van de cellen voor de suiker.
Ik haal mijn insulinepen te voorschijn en vervang de pennaald.
De insuline injecteer ik boven mijn navel in de buik.
De pennaald is 0,25 bij 5 mm en doet geen zeer.
Ik gooi de oude pennaald weg en berg mijn insulinepen op.
De spuitplek wissel ik telkens af. Zo voorkom ik stolsels van bloedingen onder de huid, die er toe leiden dat de insuline slecht wordt opgenomen. Ik gebruik de ruimte ter grootte van een handbreedte rondom mijn navel.
Eenmaal daags voor het diner spuit ik langwerkende insuline. Die is nodig voor de nacht.
Hiervoor gebruik ik een andere insulinepen.
De langwerkende insuline spuit ik dagelijks afwisselend in mijn linker- en rechterbovenbeen.
Op even dagen rechts en op oneven dagen links.
Preventieve medicatie
Voor het diner neem ik drie pillen. Die zijn nodig om hart- en bloedvaten, cholesterol en schildklier in balans te houden. Preventieve medicatie om te voorkomen dat ik op de lange termijn complicaties van mijn diabetes krijg.
Het begin van complicaties is te zien aan het dichtslibben van kleine haarvaten in ogen en voeten. Vroeger werd men als gevolg van diabetes blind. Soms was het ook nodig om een voet te amputeren.
Tegenwoordig voorkomt een tijdig bezoek aan oogarts en podotherapeut deze rampspoed.
Diabetes wordt ook wel eens een sluipmoordenaar genoemd. Eén voor één vallen lichaamsfuncties ten prooi aan deze moordenaar. Met goede zorg en geluk pas op late leeftijd.
Voor het slapen gaan controleer ik altijd mijn bloedglucose zodat ik met een goed ingestelde bloedsuikerwaarde de nacht overbrug. Soms heb ik ’s nachts een hypo.
Het is 04:00 uur in de nacht. Ik ontwaak badend in zweet. Mijn lijf voelt koud en ik zweef ergens tussen hemel en aarde. Gelukzalige gevoelens en gedachten wisselen af met gevoelens van angst en beven. Waar ben ik, wie ben ik, hoe kom ik terug op aarde? Langzaam zak ik weg in luchtledigheid. In sneltreinvaart flitsen verwarrende gedachten en gevoelens door mijn klamme lijf. Een kneep in mijn arm en een bezorgde blik in de ogen van mijn vrouw brengen me heel langzaam terug op aarde. Ik heb een hypo. Ik ga naar beneden en neem 4 dextro en een boterham. In de ochtend ben ik brak.
Arts- en apotheekbezoek
Voor controle ga ik 3 tot 4x per jaar naar de internist en 1x per jaar naar de oogarts. Bloeddruk, HbA1c (geeft gemiddelde bloedsuikerwaardes weer over een periode van 6 tot 8 weken), cholesterol, eiwitten in de urine (om de nierfunctie te testen), netvliesafwijkingen aan het oog , alles wordt gemeten. Ik vergelijk het altijd met een kleine beurt van een auto. Alleen de olie wordt niet ververst.
Controle is nodig om mijn diabetes in goede banen te leiden en complicaties tijdig gewaar te worden.
Een week voor de controle bij de internist laat ik bloed prikken in het ziekenhuis.
Gemiddeld ga ik 10x per jaar naar de apotheek voor insuline, pillen en diabeteshulpmiddelen.
Diabetes mellitus is tijd- en psycherovend. Een chronische ziekte waarmee je oud kunt worden. Onder voorwaarde van een gedisciplineerd en regelmatig leven. Voor mij persoonlijk een hele opgave. Het strookt niet met mijn vrijgevochten karakter. Soms lever ik dan ook strijd met lijf en psyche. Ik vecht dan tegen windmolens, als een ware Don Quichotte, wetend dat ik de strijd verlies als ik geen offers breng. Deze offers breng ik uit liefde voor mezelf en dierbaren.
Heel af en toe tegen wil en dank.
Mien Suiker
Informatie over diabetes:
Diabetes Fonds > http://www.diabetesfonds.nl
Diabetes Vereniging Nederland > http://www.dvn.nl
Diabetes mellitus op wikipedia > http://nl.wikipedia.org/wiki/Suikerziekte
Het heeft lang geduurd voordat ik mijn diabetes accepteerde. Diverse stadia in psyche en emotie moest ik eerst ervaren. Herkenning, boosheid, ontkenning, angst, aanvaarding, verdriet en uiteindelijk berusting. Maar wat houdt suikerziekte nu eigenlijk in? Hoe leg je diabetes uit aan anderen?
Ik sta in de brandende zon op een parkeerterrein geleund tegen een auto. Het is 35 graden. Mijn gedachten hangen in een vluchtweg. Ik ben de weg kwijt. Hoe kom ik terug op kantoor? Wezenloos staar ik voor me uit en voel de brandende zon priemen. Paniek stroomt in mijn hoofd. Ik heb suiker nodig. Langzaam verlies ik bewustzijn. Ik klamp vast aan vliedende gedachten. Angst stroomt in mijn lijf. Ik schrik. Een collega schudt verontrust aan mijn schouder. Hij heeft mij al een poos afwezig tegen een auto geleund zien staan. Ik heb een hypo.
Dagelijkse suikerrituelen
Bloedsuikercontrole
Gemiddeld doe ik 3 à 4 bloedsuikermetingen per dag, meestal voor het eten.
Alle testmaterialen die ik nodig heb voor de meting zitten in een suikeretui.
Het suikeretui bevat een bloedglucosemeter, een potje teststrips, een prikpen, lancetten voor de prikpen, een insulinepen en pennaalden voor de insulinepen.
Ik haal de bloedglucosemeter te voorschijn uit het suikeretui.
Ik steek een lancet in de prikpen en plaats een teststrip in de meter.
Ik prik in mijn vinger en laat een druppel bloed op de teststrip lopen.
Na 10 seconden heb ik de uitslag. Die is goed.
Ik gooi de teststrip en het lancet weg.
Ik berg de bloedglucosemeter en prikpen op in mijn suikeretui.
Normale bloedsuikerwaardes moeten liggen tussen de 4 en 10 mmol/l.
Als ik onder de 4 mmol zit heb ik een hypo (te weinig suiker in mijn bloed).
Dan neem ik suiker in de vorm van 4 dextrotabletten en een extra boterham.
Zit ik boven de 10 dan heb ik een hyper (te veel suiker in mijn bloed).
Ik heb dan zoete plas, honingzoete doorstroming oftewel diabetes mellitus.
Bij te hoge suikers spuit ik insuline.
Insuline-injecties
Drie maal daags voor de maaltijden spuit ik kortwerkende insuline.
Insuline zorgt ervoor dat de koolhydraten uit het bloed in de lichaamscellen worden opgenomen. Insuline heeft een portierfunctie. Het doet de deur open van de cellen voor de suiker.
Ik haal mijn insulinepen te voorschijn en vervang de pennaald.
De insuline injecteer ik boven mijn navel in de buik.
De pennaald is 0,25 bij 5 mm en doet geen zeer.
Ik gooi de oude pennaald weg en berg mijn insulinepen op.
De spuitplek wissel ik telkens af. Zo voorkom ik stolsels van bloedingen onder de huid, die er toe leiden dat de insuline slecht wordt opgenomen. Ik gebruik de ruimte ter grootte van een handbreedte rondom mijn navel.
Eenmaal daags voor het diner spuit ik langwerkende insuline. Die is nodig voor de nacht.
Hiervoor gebruik ik een andere insulinepen.
De langwerkende insuline spuit ik dagelijks afwisselend in mijn linker- en rechterbovenbeen.
Op even dagen rechts en op oneven dagen links.
Preventieve medicatie
Voor het diner neem ik drie pillen. Die zijn nodig om hart- en bloedvaten, cholesterol en schildklier in balans te houden. Preventieve medicatie om te voorkomen dat ik op de lange termijn complicaties van mijn diabetes krijg.
Het begin van complicaties is te zien aan het dichtslibben van kleine haarvaten in ogen en voeten. Vroeger werd men als gevolg van diabetes blind. Soms was het ook nodig om een voet te amputeren.
Tegenwoordig voorkomt een tijdig bezoek aan oogarts en podotherapeut deze rampspoed.
Diabetes wordt ook wel eens een sluipmoordenaar genoemd. Eén voor één vallen lichaamsfuncties ten prooi aan deze moordenaar. Met goede zorg en geluk pas op late leeftijd.
Voor het slapen gaan controleer ik altijd mijn bloedglucose zodat ik met een goed ingestelde bloedsuikerwaarde de nacht overbrug. Soms heb ik ’s nachts een hypo.
Het is 04:00 uur in de nacht. Ik ontwaak badend in zweet. Mijn lijf voelt koud en ik zweef ergens tussen hemel en aarde. Gelukzalige gevoelens en gedachten wisselen af met gevoelens van angst en beven. Waar ben ik, wie ben ik, hoe kom ik terug op aarde? Langzaam zak ik weg in luchtledigheid. In sneltreinvaart flitsen verwarrende gedachten en gevoelens door mijn klamme lijf. Een kneep in mijn arm en een bezorgde blik in de ogen van mijn vrouw brengen me heel langzaam terug op aarde. Ik heb een hypo. Ik ga naar beneden en neem 4 dextro en een boterham. In de ochtend ben ik brak.
Arts- en apotheekbezoek
Voor controle ga ik 3 tot 4x per jaar naar de internist en 1x per jaar naar de oogarts. Bloeddruk, HbA1c (geeft gemiddelde bloedsuikerwaardes weer over een periode van 6 tot 8 weken), cholesterol, eiwitten in de urine (om de nierfunctie te testen), netvliesafwijkingen aan het oog , alles wordt gemeten. Ik vergelijk het altijd met een kleine beurt van een auto. Alleen de olie wordt niet ververst.
Controle is nodig om mijn diabetes in goede banen te leiden en complicaties tijdig gewaar te worden.
Een week voor de controle bij de internist laat ik bloed prikken in het ziekenhuis.
Gemiddeld ga ik 10x per jaar naar de apotheek voor insuline, pillen en diabeteshulpmiddelen.
Diabetes mellitus is tijd- en psycherovend. Een chronische ziekte waarmee je oud kunt worden. Onder voorwaarde van een gedisciplineerd en regelmatig leven. Voor mij persoonlijk een hele opgave. Het strookt niet met mijn vrijgevochten karakter. Soms lever ik dan ook strijd met lijf en psyche. Ik vecht dan tegen windmolens, als een ware Don Quichotte, wetend dat ik de strijd verlies als ik geen offers breng. Deze offers breng ik uit liefde voor mezelf en dierbaren.
Heel af en toe tegen wil en dank.
Mien Suiker
Informatie over diabetes:
Diabetes Fonds > http://www.diabetesfonds.nl
Diabetes Vereniging Nederland > http://www.dvn.nl
Diabetes mellitus op wikipedia > http://nl.wikipedia.org/wiki/Suikerziekte
Abonneren op:
Posts (Atom)