Posts tonen met het label chriet titulaer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label chriet titulaer. Alle posts tonen

30-04-2017

Columns van Harrie (april 2017)

Titulataris Orientalis / Verkeer / 27-04-2017


De chef van de Andere kant heeft een bijzonder verzoek aan mij. Ik moet mij begeven naar Galacticum Aarde en om precies te zijn naar Nederland. Een klein land naar het schijnt. Fysiek. Maar groots in zijn daden. En, niet geheel onbelangrijk, van grote importantie op ruimtegebied. De chef faxt me heel ouderwets wat foto's door van een klein mannetje met een vreemde ringbaard. Ik krijg onmiddellijk associaties met de dwergen uit de Ban van de Ring van Tolkien.

Een tweede fax volgt meteen na de eerste. Met slechts enkele woorden in kapitalen.
NEE, GEEN DWERG UIT DE BAN VAN DE RING.
Fax drie volgt, met opdracht.
Zoek deze man op. Grote haast. Is bij mijn weten reeds overleden. Maar als het goed is heeft de begrafenis (ja, op aarde begraven ze mensen, of ze verbranden ze in ovens of op brandstapels) nog niet plaatsgevonden. Vind dierbaren en praat met hen. Breng onmiddellijk verslag uit. Hevel belangrijke informatie over via spacetransmissie. Einde bericht.

Zo, zo, dus deze dwerg is van grote importantie. Hoewel. Zo klein is deze dwerg niet. Een meter zesenzeventig. Dat is iets kleiner dan ik. Enfin. haast geboden. Ik stap in mijn TARDIS en voer de meegezonden coördinaten in. Mmm ... over pakweg 24 aarduren ben ik op plaats van bestemming. Althans in de buurt van plaats van bestemming. Want ik weet nog niet waar de TARDIS precies zal landen. Op een kerkhof of bij een uitspanning. De krantenartikelen spreken van een populair figuur. Dus zal er een flinke locatie zijn afgehuurd. 

De TARDIS landt middenin een tuin. Een vreemde tuin. De bomen hebben vreemde vormen. Scheefgroei is het amper te noemen. Eerder rondgroei. Alle bomen en struiken hebben namelijk een cirkelvorm. En nee, het is geen buxustuin. Uit de verte klinkt muziek. Ik kan het nog niet goed thuisbrengen, het klinkt een beetje vreemd. Klassieke muziek maar dan in bizarre toonhoogtes. Afgewisseld met irritant geklepper van castagnetten. Heel storend. Naar het schijnt was de dwerg Titulataris zeer gefascineerd door handklepmuziek. De bosschages weet ik nu ook in een keer te plaatsen. Orientalis. Bolle vormen uit de orient. Verklaart ook meteen de bijnaam van onze vriend die helaas niet meer is. Titulataris Orientalis. 

Mijn aankomst lijkt ingeseind of doorgebriefd. Ineens verzamelen zich een tiental look-a-likes Titulatarissen om mij heen. Waar komen ze vandaan? Het blijkt een fanclub te zijn. Het opperhoofd die, u gelooft het niet, op een haar na lijkt op Titulataris Orientaris, neemt het woord. Hij heeft een vreselijke hoge piepstem die niet van hemzelf lijkt. Hij houdt het dan ook amper drie zinnen vol en gaat dan over op zijn eigen moeder natuur klanken. 
Ik word van harte welkom geheten. Ik krijg ook inzage in het archief van Titulataris. Maar pas nadat er stevig getoost is op de overledene. May he rest in peace! Hear, hear!

We gieten in no time zes advocaatjes met slagroom achterover en gaan over tot de orde van de dag. Ik krijg inzage in een wonderlijk archief, waarvan zelfs ik als oppertechneut ga blozen. Man wat heeft dit vreemde kereltje rare dingen ontdekt, ontworpen en voorspeld. En allemaal uitgekomen. Het is haast ongelooflijk, wat zeg ik, onvoorstelbaar.

Ik maak nog even kennis met de naaste familie en vrienden en duik dan snel weer de archieven in. Een ding fascineert me ten zeerste. Een black box met vraagteken en uitroepteken en de tekst: Niet openen voor 2018! Ja, dag. Dan moet je bij mij zijn. Ik verzin een list en verzoek mijn mede-nieuwsgierigen het archief te verlaten. Met licht verzet nemen de heren en dames jaloers afscheid. En ik? Ik snijd de zwarte doos open met mijn Zwitsers zakmes dat ik standaard bij me draag. Een handig hebbedingetje dat ik dertig jaar geleden heb ontvangen van een Zwitserse gardeofficier. Wat zou er uit de doos verschijnen? Een hoed? Niets. Alleen een kleine standaard met een tekstbord. GEFOPT! Dat staat er. In koeien van letters geschreven. Of in letters van koeien zo u wilt. Op z'n Lakenvelds. Wat een humor. RIP Titulataris Orientalis (aka Chriet Titulaer).


Geest gezocht / Verkeer / 25-04-2017

Ik bevind me in Niemandsland. Althans zo lijkt het. Maar niets is minder waar. Ik ben er stiekem van overtuigd dat het land waar ik nu doorheen cross vergeven is van geesten. Dat kan haast niet anders. In de bergen leven geesten. Berggeesten zo is me ooit verteld en ik ga er naar op zoek. In opdracht van mijn Chef van de Andere Kant. Mijn TARDIS heb ik veilig geparkeerd in het dal. De uitklapmotor paste er net in. Uitklapmotor? Ja, ik maak in de bergen gebruik van een klein crossmotortje. Een Suzuki om precies te zijn. Dat rijdt het beste in de bergen. Een uitklapbaar 500cc motortje. Meer heb ik niet nodig. Ik wil de geesten ook niet meteen wakker maken. De uitklapmotor is overigens ook weer inklapbaar. Wel zo handig. Onder de zetel van de klapmotor heb ik een klein tentje verstopt en wat kampeerspullen. Voor de eerste hulp bij ongelukken en voor het geval ik niet meteen een geest vind. You never know.

Het landschap is prachtig. En zo nu en dan hoor ik naast de cadans van de motor een merkwaardig gezoem. Het klinkt veel te hard voor een insect maar daar doet het mij het meest aan denken. Is het misschien een geest? Hoor ik spoken? Dat zou mooi zijn. Ik houd de omgeving goed in de gaten. Daar is het geluid weer. Nog harder als voorheen. Ik herken nu ook wat spraak. Een vreemde taal. Zoveel weet ik zeker. Geen fab four taal. Geen Engels, Spaans, Frans of Duits. Ik ken mijn klassiekers. Het is eerder Russisch. Maar dat versta ik dan weer niet. Heb ik weer. Een geest die Russisch spreekt.

Voor me op de grond, zo'n vijftig meter voor de motor land ineens een vreemd beest op de bergweg. Het lijkt nog het meest op een sprinkhaan met grote witte vleugels. Die heft ie gevaarlijk boven zijn hoofd uit en spreidt ze breed. Alsof ie mij wil tegenhouden. Ik trap op de rem. Ik ben een boeddhist die zijn vak verstaat. De sprinkhaan spreekt inderdaad Russisch.

"Dobre denkski probleska comneska graputi kontexta drappulo dritaxi."

Ja, ja. Russisch of Chinees. Ik ben het kwijt. Kan net zo goed Pools of Japans zijn of Latijn.
Ik parkeer mijn motor, stap af en maak met mijn gebalde linkerhand, waarvan ik de wijsvinger heb uitgestrekt een roterende beweging bij mijn linkeroor en schud gelijktijdig mijn hoofd van links naar rechts. Oftewel, ik maak duidelijk dat ik er niets van verstaan heb.

"You in Karpaten, Seeking ghosts. I ghost. You're ghost!"

Het zal niet waar zijn. Nooit geweten dat er in de Karpaten ook Engels wordt gesproken. Laats staan door een look-a-like sprinkhaan met grote witte vleugels.
Het beest van pakweg dertig centimeter groot buigt langzaam voorover en spreidt beide vleugels zachtjes voor zich op de grond. Heel elegant. Adrem geef ik de sprinkhaan antwoord.

"Are you my ghost or my host? I don't get it! My name is Doctor Who by the way, and what's your name?"

De sprinkhaan kijkt me smalend aan.

"I know who you're. My name is Doctor Who too. I'm your ghost and host. Let me lead you to the door of your heart, or do you prefer the door to your soul?"

Ik begin nu toch wel een beetje te zweten. Langs mijn ruggegraat voel ik de druppels in mijn leren motorbroek lopen. I never wear underwear under your motorsuit. Verhip, nu betrap ik me zelfs op het denken in Engels. Dat is niet goed. Een teken aan de wand. Ik ben of dronken of ik ijl.

"You're dreaming. That's okay. It's the first step to consideration and depth. Now you have find me, you can take me with you, forever. For example, to your boss."

Geen denken aan. Ik ga toch niet mijn eigen geest meenemen naar mijn Chef. Dat is vragen om problemen.

"Do you know any other ghost?"

"Yes!"

"Can I meet one?"

"I bet you want to meet a mountain ghost!"

"How do you know?"

"Well I'm your ghost remember, ghosts know everything about the past, the present and the future!"

"Okay, then lead me to the nearest mountain ghost!"

De sprinkhaan sluit zijn vleugels voor zijn kleine kraaloogjes en mompelt iets in het Nederlands. Hoe weird ineens!

"Kwaliteit is het mysterieuze, innerlijke doel van ieder creatief mens. Dat si wat je zoekt mijn lieve vriend. Je bent helemaal niet op zoek naar een berggeest. Zoek uzelf vriend en ga heen!"

En plop. de sprinkhaan is weg. Met de horizon verdwenen. Ik zie ook geen horizon meer. Alleen maar zware bergen. En ik moet nog zo ver. Zal ik kwaliteit ooit vinden? En hoe zit het dan met de berggeest? Ik moet er een vinden. Vroeg of laat. Ik lijk wel gek te worden. Zo voelt het als ik weer op de motor stap. Waanzin begint me te achtervolgen. Ik moet hier rap wegwezen.

Dan stapt ineens een stukje berg de weg op. Wat is dat. Ik rijd mezelf bijna te pletter.

"Hier heb je je berggeest minkukel!".

In de berg die voor me staat zie ik een piepklein mondje bewegen.

"Ik geef je een goede raad, tevens vraag. Als je het antwoord weet ga ik met je mee. Vrijwillig."

Mijn ogen, oren en hersenen draaien overuren. Hoe krijg ik die berg überhaupt mee in de TARDIS?"

"Maak je geen zorgen vriend, ik pas telekenetisch nog in je broekzak, antwoord op mijn raadvraag: "Wer reitet so spüt durch Nacht und Wind, es ist der Vater mit seinem Kind".

Bizar. Ik snap er niets van maar weet wel onmiddellijk het antwoord. Ondanks dat het antwoord reeds gegeven lijkt.

"Ik!"

Zonder blikken of blozen krimpt de berg ineen tot broekformaat en verordent mij hem in mijn broekzak te steken. Aldus geschied. Wat ben ik blij. Ik durf geen vragen meer te stellen, start mijn motor en rijd richting TARDIS. Thuisgekomen ontvangt de Chef van de Andere Kant mij met open armen.

"En!"

Trots haal ik de berggeest uit mijn broek.

"Is dat alles?!"

"Dat is alles en niets. De waarheid."

Zowel de berggeest als ik schieten in de lach. Wij weten beter. RIP Robert Pirsig


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

12-08-2016

Stilleven (14): Tiet Chritulaer meets Hoon Termans in Rio de Janeiro

Twee vrienden zitten op een hoge tribune van stadion ‘Largos de Parasol’. Een stadion tijdelijk gebouwd ter gelegenheid van de Olympische Spelen 2016 te Rio de Janeiro. Gelegen aan het halve-maan-vormige strand, in de wijk ‘Prinsesje van de Zee’. Ze zitten de eerste week te evalueren van het vierjaarlijkse sportfeest, dat zo ongeveer een kwart van de wereldbevolking, verdeeld over diverse tijdzones, bij tijd en wijle, aan verschillende beeldtoestellen gekluisterd houdt.

Tiet Chritulaer is van de techniek en Hoon Termans van de poëzie. Beiden disciplines zijn onontbeerlijk voor goede prestaties in de sport. Daar gaat hun discussie over. Discussiëren vinden Tiet en Hoon zo ongeveer het mooiste dat er is. Zeker onder het genot van choco-copacabana-melk en brandbier. Literaire- en technodorst moeten immers gelest, en niet alleen met woorden. Bovendien zijn beiden mannen gewaarschuwd. Op hun leeftijd dient er veel gedronken te worden.

Zonder fiets vaart niemand wel.
Qua techniek is deze stelling best vol te houden, maar met poëzie heeft het weinig van doen. De eerste fietsenstelling is daarmee meteen omver geworpen. Een – nul voor techneut Tiet.

Voornaam in voornaam zegt niets over vooraan.
Qua poëzie is deze stelling ook best vol te houden, maar met techniek heeft het idem dito weinig van doen. De tweede fietsenstelling is daarmee tevens omver geworpen. Stand, op stand, gelijk getrokken dus. Een – een.

Tot zover de gedachtespinsels van twee Limbo’s op zijn Rio’s. Nu hun uitspraken, samengevat in dialoogvorm. Waarbij ik vermeld dat dia’s nooit liegen, maar dat ter zijde. U mag zelf kant kiezen. De dialoogvorm is in een taal (Klukkluks) die allang niet meer in de Amazone gebezigd wordt. Edoch, het is geen indianenverhaal.

Tiet: Neem nu Vanessa Ferrari. Huppelt van de pindakazerige op de houten balk. Floepes floepes mis! Dat meisje niet geschikt voor het wiebele wagenleven.

Hoon: Even denken met de hoofd en dan van de domme houden, het is toch van de gekke! Ik mis haar coach en kleine gedichtjes tussen de voeten.

Tiet: ‘Ja, ja, gossie possie ze vergeten de mij, klap toe de malle mond’. Dat zei ie achteraf. De Italiaanse joker.

Hoon: Mij zijn van de geldloze, en toch kostelijk geamuseerd, haastige spoed, zere voet. Eigen schuld, dikke bult.

Tiet: Mij zijn van de snelle! Ik hou niet van die lastpost meneertjes. Hij had geeneens een trompet die coach. Dan niet blazen hé.

Hoon: Zeepersonen zijn het die Italianen, geen denkhoofden, zoutzeemannen. Verdwaald op de balk.

Tiet: Het leven is van de opschrikbarende. Vanessa Ferrari nog een keer terug op die balk. Niet goed. Weer gevallen.

Hoon: Zijn de koffie al van de bruine, ik heb last van bierbrand. Effe blussen hoor, met mooie woorden.

Tiet: Kijk nou Hoon, driedubbel overgehaalde hamerhaaien zwemmen in zee. Daar, kijk, daar!

Hoon: Ach Tiet, allemaal kermistroep, het is alleen zeer van de akelige voor wie in het water ligt.

Tiet: Mij zijn niet van de bange, mij zijn alleen van de voorzichtige.

Hoon: Een boterham met pindakaas en hagelslag dat vinden mij lekker bij de koffie.

Tiet: Jij zijn van de hebberige.

Hoon: En jij van de aangelaatse! Duizend zeekakkelobessen in een haring ton!

Tiet: Wel vriendelijk blijven Hoon, het zijn maar de Olympische Spelen.

Hoon: En toch zijn gedichtjes en schietgebedjes van het belangrijkst en gewichtheftigs.

Tiet: Nee, nee, de fysiek naast de techniek. Mij hebben een lastige tril-spier in mijn schiet-arm. Daardoor maken de pijlens altijd zo’n rare baan! Mij zijn een flop!

Voordat de discussie uit de hand loopt stopt het hier. De zon schijnt intussen zo hard dat langer op de tribune zitten ondraaglijk wordt. Hoon en Tiet verkassen naar de kroeg. Hoon zet in op mooie namen. Dat is wat de sport zo mooi maakt. Verbintenis in woorden en daden, liefst op oude voetbalschoenen, want wie is nu hier het gekst?

Hoon staat op. Brengt een aubade aan de poëzie der sportnamen. Een ABC van Olympische deelnemers, gekozen uit landen die beginnen met een A, B of C. Jawel alfabetisch gerangschikt op land. Gelieve hardop uit te spreken.

Andranik Karapetyan – Philipine van Aanholt – Michelle Jenneke – Teymur Mammadov – Demetrius Pinder – Edidiong Ofonime Odiong – Mohd Siddikur – Tia-Adana Belle – Loïck Luypaert – Renick James – Yémi Apithy – Flora Duffy – Lenchu Kunzang – Óscar Soliz – Amel Tuka – Nijel Amos – Nenê – Eldred Henry – Jaspar Yu Woon Chai – Ivet Lalova – Hugues Fabrice Zango – Elsie Uwamahoro – Sovijja Pou – Kirsten Sweetland – David Boui – Matias del Solar – Ma Long – Chia-Chia Chuang – Jarlinson Pantano – Soule Soilihi Athoumane – Deo Gracia Ngokaba – Teau Moana McKenzie – Marie Meza – Leuris Pupo – Apóstolos Paréllis

En tot slot, naar willekeur van land, een aantal favorieten van Tiet:

Sergio Llull – Mohammad Tawfiq Bakhshi – Luiza Gega – Abdelhafid Benchabla – Eddie Lovett – Jordan Mageo – Pol Moya – Pedro Pinotes – Daniel Bailey – Juan Martin del Potro – Alja Moestafina – Eytora Thorsdottir – Daria Spiridonova – Ellie Downie – Tabea Alt – Yuki Uchiyama – Oleh Vernyayev – Eleftherios Petrounias – Francisco Barreto Junior – Yoo Won-chul – Ma Long – Chad le Clos – Callum Skinner – Islam El Shehaby

What’s in the name!