Posts tonen met het label terminologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label terminologie. Alle posts tonen

31-12-2015

Columns van Harrie (December 2015)


Pearls voor de zwijnen / Verkeer / 01-12-2015

Een vreemd fenomeen maakt zich meester van moeder aarde. Mijn chef van de Andere Kant maakt zich ongerust. Het fenomeen schijnt ieder jaar terug te keren in de laatste weken van de omlooptijd van de aarde rond de zon. In aardtijd gesproken, om en nabij 365 wentelingen rond de zon, in pakweg 24 uur tijd. Tot op de seconde schijnt die tijd te kloppen, voor zover dat mogelijk is. Alleen Chinezen en Romeinen geloven daar niet helemaal in. Maar dat zijn dan ook rare jongens. Zoals alle aardlingen dat eigenlijk zijn.

Het fenomeen heet reclame. Het neemt dramatisch toe in de laatste weken van omwentelingen rondom de zon. Het fenomeen wordt vooral waargenomen op het noordelijk halfrond. Diverse media zetten het op merkwaardige wijze in. Reclame. In de vorm van perpetuum mobiles proberen ze de krachten te bundelen. Misselijkmakend. Het draait consumenten een rad voor ogen. Ze worden niet wijs uit alle aanbiedingen. De markt wordt overspoeld.

De chef heeft mij op pad gestuurd. Om enkele reclames te toetsen. Om zijn zorg weg te nemen. Nu is het mijn zorg. Ik land mijn TARDIS voor een disco. De ultieme plek om een reclametoetsing te doen. In de disco danst helemaal niemand. Volgens de muziekencyclopedie die ik speciaal voor deze opdracht heb doorgelezen is dat not done. Hoe kan hier nu een reclame opgenomen worden? Nou het kan. Ik heb het geweten.

Een showbusinessmannetje met vlinderdas duwt mij het podium op en vraagt me vriendelijk zo vreemd mogelijk te dansen. Ik houd drie vingers voor mijn ogen en richt ze daarna op de camera. Ik wieg mijn heupen vierkant in het rond en spring omhoog, de benen gespreid. Ik land in een ziekenhuis. De arts die mij behandelt lijkt verrekte veel op een mannetje dat belastingpapieren invult in huize Lammers. Maar dan in een andere reclame. Ik draag mijn sokken links en rechts aan de juiste voeten. Dat is duidelijk te zien. De arts, annex belastingpapierinvuller, geef ik een gratis bril. De andere gratis bril houd ik zelf. Lekker puh. Mijn chef hoeft het niet te weten. Altijd handig zo’n extra brilletje.

Ik vlieg terug naar de Andere Kant en rapporteer aan mijn chef dat reclames banaal zijn. Maar ook lucratief. Hij hoeft zich er geen zorgen over te maken. Je kunt er leuke prijzen mee winnen en klanten. Vooral met bizarre reclames lukt dat. Met koeien die bommetjes doen in een zwembad en olifanten met een sterk geheugen, na Rolo-onthouding. Aan het einde van het jaar baren hooguit reclames over brillen en ondoorzichtige zorgverzekeraars zorgen. En die over uitvaartzorg of course. Yarg.


Popiejopie / Verkeer / 03-12-2015

Mijn chef is in de ban van aardse terminologie. Ik heb drie weken de tijd gekregen om zoveel mogelijk aardse terminologie te traceren en te duiden. Ter leering ende vermaeck. Ik besluit eerst maar eens te reizen naar de Middeleeuwen. De taal en terminologie die toentertijd gebezigd werd blijkt zeer hoofs te zijn. Ik denk dan. Hoofs, hoofs? Kan taal dan ook ergens anders vandaan komen? Uit de poeperd? Is de taal dan poeps? Bestaat er dan zoiets als hoofse en poepse aardtaal?

Met mijn TARDIS land ik op een megagroot plein. Het plein is omringd door gigantisch hoge zuilen. Ze staan in een een ovaal georkestreerd en zuigen mij als bezoeker richting een groot gebouw met brede trappen. Op de trap zit een oude man. Kaal met een klein wit petje op. Hij is gehuld in een grote tent. De tent zit om zijn middel vastgebonden met een touw. Om de man zitten een aantal mensen, diep gebukt, op hun knieën. Ik tik er eentje op zijn rug en vraag wat hij aan het doen is? Of hij iets zoekt misschien?

Ik aanbid, meneer.
Oh, en wie of wat aanbid je dan?
Nou, die man daar voor me.
Die man met dat witte petje?
Ja, Popiejopie.
Popiewie?
Popiejopie, zo noemen we hem, hij is onze popiejopie.
Wat een vreemde naam?
Het is een eigenlijk een koosnaam.
Een koosnaam? Hoezo, heet ie dan eigenlijk Koos?
Nee, het is een naam die we voor hem gekozen hebben.
Maar waarom Popiejopie?
Hij heet eigenlijk Poop, maar popie vonden we leuker klinken.
En waarom Jopie?
Dat is zijn naam in het aardse leven.
Hoezo aardse leven?
Nou, Poop staat voor Paus en dat is een naam uit de heilige wereld. Jopie staat voor Joop, de naam waaronder Poop op de aarde fysiek rondloopt.
Dus als ik het goed begrijp heeft die man met dat witte petje twee namen. Een heilige naam en een aardse naam. Poop en Joop!
Ja, u begrijpt het. En omdat we hem zo leuk vinden, noemen we hem met een koosnaam, een gekozen naam dus, Popiejopie.

Wat een vreemde naam. Ik brief de term plus uitleg meteen door naar mijn chef en reis verder in mijn TARDIS.

De volgende term die ik door krijg is Mozes Kriebel. Ik vang hem op in een bos gelegen vlakbij zee ergens in het noorden. Er volgen meerdere vreemde termen. Griss mich nich. Brizl Djeu. Ze zeggen me allemaal niets. Het is een vreemde man in een bruine pij die de termen bezigt. Hij lijkt wat in de war. Ik wil hem echter niet storen. Hij is te veel in gedachten verzonken. Zulke mensen kun je beter niet storen. Ik vlieg verder.


Letterverkeer / Verkeer / 07-12-2015

Ik zweef weer bovenaards. Loco loco. Boven een land vol landen. In een vreemde letterruimte. En het moet gezegd, ik raak er bekoorlijk van in de war. De letterborden zijn niet te volgen. Mijn TARDIS schikt de letters binnen en vraagt zich af. Zijn aardse woorden van elastiek? Ze springen alle kanten uit. Dat is zeker. Neem nu Oklahoma. Apen, moten, liesjes, ze duizelen voor ogen. Hoe transformeer ik die naar de Andere Kant? Naar mijn chef, een onverbeten letterbeet. Ach, hij moet mijn woorden in letters maar slikken. Gepuzzeld in willekeurige orde. Niet volgzaam, onspelbaar, vormloos in dictieregels. Prettig getiteld. Lets poog. Komtie.

In Oklahoma bezoek ik vaak mijn alkohoma
Zij is tachtig jaar en prettig mahaloko
Eet meestal hamakool met makaholo

Sinds kort is mijn alkohoma haakloom
Niet te verwarren met holokaam
Daarvan wordt zij behoorlijk lokahoma

Nee, nee, mijn alkohoma is niet homokaal
Ook al spreekt zij vaak wat lokohaam
Aan laakhoom doet zij niet

Vandaag kookt mijn alkohoma koolhaam
Homaloka zonder lookhaam
Voor een verdwaalde laakhomo en een aangespoelde kaalhoom

Mijn alkohoma is de liefste die er is
Zou haar voor geen oolmahak willen missen
Mijn alkohoma is een echte lieve aalmohok


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

03-06-2009

Fok te loevert

Ieder jaar zet ik voet aan wal op Holtus eiland, anderhalf hectare groot. Voor een zeilweekend vol passieve activiteit. Een jaarlijks treffen onder vrienden, without kiddo’s. Met als super slaaplocatie slaap-ark ‘Ome Jan’. Een warm nest voor (ver)dronken zeillieden. Een stinkhonk waarin brakke lijven zich in vroege uurtjes ter ruste leggen. Een liederlijke orkestbak waarin iedere nacht spontaan aubades van complementair gesnurk ontspruiten.

Een weekend lang laait het kampvuur tot grote hoogte. Eilandburen klagen steen en been. Hangen voortdurend aan de telefoon. Strooien daken verdragen het vuur maar slecht. Het kan ons niet deren. Van stoere randgroepjongeren zijn we gemetamorfeerd tot lucky tweeverdieners. Vanaf het water argwanend toegezwaaid door pedante plezierjachtbezitters. Zij zien aan lager wal onze bierkratten tot aan de hemel opgestapeld.

Tijd voor een eerste zeiltocht. Ik hijs de zeilen. Pak de piekenval en klauwenval vast en schuif de harp naar achteren. Ik hijs eerst de piekenval tot 45 graden. Vervolgens hijs ik gelijktijdig de pieken- en klauwenval totdat het zeil hoog staat en zet de piekenval vast. Daarna zet ik nog een keer de klauwenval en piekenval door. Ik ben toe aan mijn eerste scheepsbitter. Van dit soort zeilproza krijgt iedere schipper dorst.

Het weer is goed. Een ruimende wind zorgt ervoor dat frontale depressies en warmteonweer ver van de boot vandaan blijven. Nauwlettend bekijk ik ieder rimpeltje in de golf en bepaal mijn koers. De vlag aan top kan ik niet lezen. Als romanticus vaar ik slechts op wolken. Op zoek naar het ware noorden.

Ik maak gebruik van stroomwybertjes op een nautische kaart. Helaas tevergeefs. Radeloos ga ik voor de twintigste keer in tien minuten tijd overstag. Stootwillen kiezen spontaan het ruime sop. Helmstok en pikhaak vliegen bijna overboord. Gelukkig verkorten krabbende ankers de stopweg van mijn boot. Nu is het alleen nog wachten op groen licht en een wervelend windje.

Ankerballen en hopperzuiger behoeden de boot voor droogvalling. Helaas kort van duur. In de Loosdrechtse traffic lane heeft mijn BMertje last van hinderlijke waterbewegingen. Ik besluit over te gaan tot kribbetje varen. Ik laat mij niet zomaar doodvaren. Voor mij geen dodemansgraf. Ik ben niet in het bezit van een neusschot en dat is toch onmisbaar voor het toepassen van de dodemanssteek. Dikke neus, drie bier, een lijkzak zal nooit aan mij hechten.

Ik verkeer in een jolige bui en steek wat ernstvuurwerk af onder het genot van een rosétje. Wel even oppassen dat ik geen klokfout maak. Ik wil geen godendrank verspillen. Met tig Beaufort waait de boot op en af. Ik deins nergens voor terug. Zelfs niet voor een wrakkenschuitje. Met groot verval drijf ik langzaam richting voorzorgsgebied. Het blijkt mijn redding. De rosé stijgt naar mijn hoofd en ik val in een diepe slaap. Schitterlicht strijkt langzaam neer over het grootzeil en kietelt zacht het lijkentouw.

Met een angstschreeuw ontwaak ik uit een droom. Op mijn netvlies prijkt een groot zeil gemaakt van koeieuiers van roodbonte koeien. Het zit klem in de gleuf van de giek en de gaffel. Gelukkig kan mij niets gebeuren. De scepter houdt de zeereling vast en de scepterpotten zijn tegen uitlichten verzekerd. Fok te loevert. Ik keer terug naar Holtus eiland en strijk de zeilen. Aan wal doe ik me tegoed aan rosé in een warm gezelschap. Genietend van een ondergaande zon met in mijn rug een knapperend vuur. Holtus is dolknus.


Mien Rosé


12-04-2003

Rookverhaal 10: Rookdicht Bargoens en aangename neurose …

Maniakaal als ik ben, perfectionist ten voeten uit, dwangmatig … en neurotisch tegelijk. Het blijven positieve eigenschappen binnen een bepaald perspectief. Kende ik vroeger al een onweerstaanbare dwang tot het ordenen van gedachten, het toetsen van herinneringen en het oplossen van kruiswoordraadsels, tegenwoordig vang ik dit genot af met het onherroepelijk stoppen met roken, waarbij gezegd moet worden dat dit heel wat inspanning vereist.

Het vraagt discipline, wilskracht, doorzettingsvermogen en niet te vergeten een positieve instelling die toestaat zonder schuldgevoel gebruik te maken van dwangmatige, maniakale, neurotische en perfectionistische gedragsuitingen. Dat deze uitingen zich uitstrekken tot vele levensgebieden mag blijken uit het hervinden van oude vaardigheden op het gebied van opleiding en training, zoals het tot in den treuren aangeleerde alfabetiseren.

Beroepsdeformatie, gekoppeld aan een dikke van Dalen, het internet en het zorgvuldig mijden van rookartikelen leidt dan tot een nieuwe orde. De wereld van het rookartikel. Om niet geheel te vervallen in oud gedrag, slechts een weergave in willekeurige volgorde, en dus niet op alfabet.

Rookdicht Bargoens, informeel, pejoratief in synoniem en hyponiem:
Rookartikel, pijp, sigaar, stinkstok, peuk, snuif, saffie, kankerstok, joint, reefer of sjekkie, dampen, paffen, smoken, bezen, blowen of schuiven, tabak om te pruimen, om sigaretten van te draaien, om te snuiven, met filter, hasjiesj of marihuana, tabaksfermentatie, tabakszak, tabakscultuur, gedroogde en bewerkte bladeren van het plantengeslacht Nicotiana gebruikt als genotmiddel, rookhol, rookhinder, sigarettenpapier, kettingroker, roken als een ketter, vuur en vloei!

Rookmien

"Rookverhalen" een compilatie van hersenspinsels opgehoest tijdens het stoppen met roken in de herfst van 2001. Oftewel verhalen van een jonge dichter bij trekdrop en kaarslicht.