Posts tonen met het label venlo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label venlo. Alle posts tonen

03-03-2025

Mien Carnaval (op pomgedichten)

Wat is dat voor een feest? Dat ieder jaar het Zuiden rept en roert en hartstocht passievol laat branden? Het is een feest voor gelijkgestemden, geworteld en gerijpt in tradities en rituelen. Een voorjaarsbode vol lichteuforie. Met viering van te strakke teugels. Een feest van emotie, met vette schmink, een glimlach rond de mond. Een feest van zoete nectar genuttigd onder een prille voorjaarszon.

Drie dagen lang ruist muziek meanderend door de oren. Vol van fanfare, tuba, slagwerk en trombone. Het Carnaval ligt verankerd in zuidelijke genen. Wordt wild romantisch doorgegeven, generatie op generatie. Voor niemand is er een ontkomen aan.
Ieder jaar ontluikt het lentefeest opnieuw, met slingers, maskers en ballonnen aan de muur. De carnavalsvierder laaft zich aan zoete melancholie en pulserend lentesap. Adrenaline stijgt dan dwars door bloed en dansende ledematen, rechtstreeks naar het hoofd.
Niet aflatende dorst wordt gelest met blond schuimend bier, witte wijn en zoete cola.

Carnaval is een feest van loutering en verkenning. Baas en werkman, man en vrouw, ze kruipen voor even in de huid van de ander. Bottom up en top down, all dressed up to impress. Clowneske metamorfoses en ludieke transformaties scheppen voorwaarden voor een glansrijk narrenspel.
De jaarlijkse zoektocht naar gepaste kledij biedt dolle pret. Zeeman, Kringloop, Action, Houtse Bazaar en internet, alles wordt afgestruind. Attributen worden wekenlang verzameld, allemaal ten dienste van een originele act.

Als Zweedse chef-kok is het niet lang zoeken. Een knuffelschildpad voor in de soep. Een koekenpan als plagend slagwerk. O ja, en pollepels, o zo multifunctioneel, als trommelstok of dirigentenstok of gewoon als microfoon. Een plastic Winchester en supermuppet Kermit, alles gaat mee.
Er wordt ook flink geknutseld. Een megagrote poffertjespan, van stevig karton en tape, doet dienst als dienblad én gitaar. Een verfemmer wordt omgetoverd tot giga peperbus. Ook een hakmes van karton beplakt met aluminiumfolie wordt niet vergeten. Een plastic tas vol bospeen, bleekselderij en radijs maakt de maskerade compleet.

De optocht is een groot kleur- en muziekfestijn met praalwagens, geinige groepen en leuke individuen. Het publiek is goed gemutst en verkeert in lichte vorm van extase. Snoep valt uit de hemel en wordt door grissende kinderhandjes gevangen. Mager verklede pubers zingen flink gepuist een balorig lied. Nonchalant leunend tegen een winkelwagen volgestouwd met kleine kratjes bier. De handen in de lucht geheven met blikjes Baf en Bull. Enkele verdwaalde Zeeuwen hebben het Carnaval niet helemaal begrepen en gooien het strooigoed met ferme worpen terug omhoog. De prinsen bukken van schrik en strijken verontwaardigd hun veren recht.

Een antieke bierwagen met Belgische paarden komt in zicht. De optocht nadert zijn einde. Het publiek zoekt zijn weg naar have en kroeg. Er wordt gefeest, gedanst en gezongen en iedereen houdt vol. Diep in de nacht breekt het theater van het leven helemaal los en vinden acts hun vervolmaking.
De chef-kok worshipt Kermit en schiet grimlachende carnavalsklanten met zijn Winchester, bedachtzaam van hun kruk. Poffertjespan, pollepel, zelfs Kermit, alles wordt bezongen. De hele kroeg gonst en glimlacht en schuddebuikt als een tevreden mens. Vriend en vijand zingen arm in arm hun laatste lied.

Gelouterd en voldaan keren carnavalsvierders lichtelijk aangeschoten richting huis. Even nog een hapje eten, wat slap geouwehoer en dan naar bed. De grijnzende maskers aan de muur knikken nog een laatste keer welterusten. Met muziek nagalmend in de oren duikt het moede lijf de koffer in. Het is weer voor een jaar gedaan. Wat rest is de herinnering, de foto’s en heel veel wee naar heim.
Lieve Carnaval, tot volgend jaar maar weer…

Mien
 
In oude Venlose Carnavalsliedjes wordt het Carnavalsgevoel mooi vertaald en bezongen.
Voor de liefhebber en dialectworstelaar hieronder de teksten van 11 juweeltjes.

Vastelaovund (Sjiengele sjiengele boem!)
Festina lente
Meuderke leef
Beer leedje
Det duit um ’t Veurjaor
De Twië einzame
Zing nog ens
Minsekinder waat ein maedje
Den alde kleiërkas
’t Is gedaon
De Wortelepin
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (7) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo-Hout tijdens Carnaval)
 

06-05-2024

Mien korte verhalen (60 en 61) met kleine grote waarheid

60) Kind van de oorlog (04-05-2024)
 
Het is woensdagavond 7 april 1943, donker en al laat. M. pakt haar fiets uit het schuurtje en gaat op pad, stiekem op weg naar haar vrijer, die aan de andere kant van Venlo woont. Achttien jaar jong en verliefd in oorlogstijd. Engelse aanvallen op het Ruhrgebied in Duitsland verstoren regelmatig de rust in Venlo, maar het kan haar even niet bommen. Ze wil G. zien. Het is een bewolkte avond en ze trapt stevig door. Dan gaat het luchtalarm af en de hel breekt los. Ze denkt aan haar vader die woest zal zijn, maar M. keert niet om. De schuilkelders haalt ze sowieso niet meer.

Met bonkend hart fietst ze verder. De Wellington bommenwerpers ronken hoog boven haar in de lucht, Duits afweergeschut ratelt en nachtjagers van de Luftwaffe spuwen spervuur. Bommen vallen uit de lucht, slaan in op huizen in de buurt waar M. naar op weg is. De schrik slaat om haar hart. Ze rijdt de straat in waar G. woont en ziet de puinhopen, smeulend vuur, huizen ingestort. Paniek in de straat. Ze rent naar de woning van G. en springt tussen de brokstukken in … en wat ze dan ziet … niet te beschrijven. Haar G. … haar G. … verschrikkelijk toegetakeld … geklemd tussen … verminkt … dood … dood … nee … nee!
 
Een kwartier later, een enorme knal en de lucht in vuur en vlam. Wellington HE 592 wordt getroffen door Duits luchtafweer, scheert over Hout-Blerick en stort neer. Vier Canadezen en een Engelsman vinden de dood. De gedropte bommen in de buurt waar G. woont hebben acht slachtoffers gemaakt. Allen dood, het verdriet enorm.
 
M. is volledig het spoor kwijt, getraumatiseerd door wat ze ziet. Eerder die maand heeft ze nog een schildklieroperatie ondergaan in de kelder van het Sint Josephziekenhuis, onder oorlogsgebulder. Dat ging niet helemaal goed. Teveel weggesneden. Struma heeft ze er aan overgehouden. Tijdens de operatie had ze ook nog een scheet gelaten. “Beter in de vrije lucht dan in de enge buik!”, had de dokter gezegd. Nu weet ik ook waar die spreuk van mijn moeder vandaan komt.
 
De oorlog slaat diepe wonden. Hoe lang heeft M. niet door de stad Venlo gezworven, samen met haar zus A., terwijl de rest van het gezin evacueerde naar Groningen. Gespleten en uit elkaar gereten, op zoek naar eten in een vreselijke hongerwinter, voedseltochten door granaatvuur.  Blerick bevrijd en Venlo nog niet. Uiteindelijk zijn M. en A., gedwongen door de vele bombardementen geëvacueerd naar de grote schuilkelder van trappistenabdij Uelingsheide in Tegelen.
 
Kind van de oorlog zo voel ik mij. “Er is iets mis met M.”, werd mijn vader verteld toen hij verkering kreeg met mijn moeder. Door zus A., die wat ouder is. Uit bezorgdheid, uit jaloezie misschien? Wie zal het zeggen? Logisch dat mijn moeder iets mankeert. Na wat ze op jonge leeftijd al heeft meegemaakt. De trauma’s, haar zwak gestel ontaarden soms in waanvoorstellingen. Die weet ze aanvankelijk nog te onderdrukken maar ontwikkelen zich verder naar verloop van tijd.
 
De liefde voor M. en mijn vaders diepe wens, als enig kind een gezin stichten, zorgen voor een huwelijk. Na de geboortes van mijn oudste broer en zus volgt een diagnose voor mijn moeder. Schizofrenie. Ze kan beter geen kinderen meer krijgen, is het advies van de huisarts. Mijn vader slaat het in de wind. Een groot gezin is zijn wens. Nog een broer en ik komen ter wereld. Een familieleven vol overlevingsdrang, liefde, zorg en stress, is het gevolg. Nauwelijks te bevatten dat mijn twee broers, mijn zus en ik er niet zouden zijn geweest als de vrijer van ons mam niet was gestorven door de oorlog. Hoe bizar, als kinderen van de oorlog. 
 
 
61) Disco Inferno (07-05-2024) 

Disco inferno. De beat klinkt uit de zaal. Black is the night. Dat is wat ik zie, voel en hoor als ik voor 'Disco Club Carte Blanche' sta op de Oelemarkt in Weert. Ik sta in de rij voor een van de hipste discotheken van het land. Een van de eerste ook, naast 'Dansen bij Jansen' en 'Cartouche'. De discotheek is groot vol glitter en fame, zijn naam vooruit gesneld. En ik ga er vanavond voor het eerst naar toe, met vrienden. Als we binnen mogen? Ik twijfel nog wat over mijn outfit. Zou het de portier bevallen? Niks mis mee. We mogen allen naar binnen. Het rode pluche is niet van de lucht en heel het plafond hangt vol met plastic tranen aan touwtjes. Lichtjes twinkelen in onze ogen. Spectaculair, ik kan niet anders zeggen, naar een ontwerp van de Spaanse architect Domingo López. Jassen geven we eerst af in de garderobe, we krijgen zelfs een muntje. Via een bordes betreden we de smalle ring rondom de dansvloer. Wijde pijpen en high heels on the dancefloor. Schaars geklede dames. Ik kijk mijn ogen uit, wat een mooie vrouwen? Een wilde droom manifesteert, komt uit. Maar die verlegenheid ... Hij ligt me nu toch echt wat dwars. We drinken cola tic en gin tonic, maar ook dat helpt niet. De drank is haast onbetaalbaar, zo armlastig als we zijn. Maar we zijn er wel bij. Het hoogtepunt van het weekend in de leepste tent van de wijde omgeving. Maar het moet gezegd, het voelt ook wel klef. Geheel anders als de stamkroeg waar we normaliter in vertoeven. Het voelt wat koud, niet vertrouwd.

Dan maar plassen. Het toilet is al net zo'n happening als het gelikte interieur. En wat groot? Dat wordt betalen, zie ik bij de deur. Ook het toilet vraagt entree. Gelukkig ben ik op alles voorbereid. Dus ik schrijf heel cool een acceptgiro uit, inclusief fooi. Ik haal de betaalkaart uit de binnenzak van mijn goedkope jasje en zie de blik van de portier op glimlach staan. Hij kan het wel waarderen en geeft me een vette knipoog. Vijftig cent schrijf ik op. 'I feel love' schalt intussen door de megagrote boxen. Ik kan amper stilstaan en heupwieg zachtjes mee op de muziek. Ik probeer de bromvlieg weg te schieten op de bodem van het urinoir. Maar het lukt niet echt. Nog nooit zo'n fris ruikend toilet bezocht. Ik snuif de patuli diep mijn neusvleugels in. Weer eens wat anders dan dennengeur. De speciaal uit Amerika geïmporteerde lichtshow en geluidsapparatuur zijn fantastisch. Nog nooit klonk 'Donna Summer' zo mooi. En dan te beseffen dat nog geen maand geleden deze prachtige tent geopend is door Mac Kissoon himself en de Disco Go Go Girls. Helaas tot onze grote spijt konden we daar niet bij zijn. Uitverkocht. In no time. We blijven nog wat hangen. Als we even later toch besluiten om richting onze stamkroeg te gaan buts ik per ongeluk tegen een mooie dame aan. Ze kijkt me verontwaardigd aan en zegt venijnig "Sorry, I'm a lady!". Ik denk onmiddellijk, geef mij maar Baccara. Klinkt en smaakt iets meer appetijtelijk. We halen onze jassen op en vertrekken naar de overkant, naar de Vijzel en treden binnen onder het geluid van Dillinger, Cokane my brain. Nou dat doen we maar effen niet. A bottle bier volstaat.

07-12-2016

Quiet 500

‘Rijkdom erotiseert en wordt gevierd. Armoede wordt in stilte beleden. Vandaar de Quiet 500, een glossy magazine waarin de (stille) armoede vanuit verschillende kanten wordt belicht. De redactie van dit blad daagt hiermee de 500 rijkste Nederlanders uit om mee te werken aan armoedeverzachting.’

Dat kopt de kop van de website Quiet500 ergens in januari 2016. Ik had er nog nooit van gehoord. Maar hoe triest en treffend. De redactie stuurde een brief naar de 500 rijkste Nederlanders voor hulp. Het is inmiddels de tweede editie en veel bekende Nederlanders en Belgen werkten er aan mee. De opbrengst van de Quiet 500 gaat volledig naar innovatieve armoedeprojecten. Het is een luxe glossy met een cover van schuurpapier. Want het schuurt en het schrijnt, de armoede in Nederland.

Waarom raakt het bovenstaande mij zo. Omdat het mij doet denken aan mijn broer, die nu alweer elf jaar geleden, veel te jong overleed. Een journalist, een romanticus in hart en nieren en initiatiefnemer en tekstschrijver van het mooie project Serzjant Paeper, uitgevoerd als openingsact bij het Zomerparkfeest in Venlo, in de zomer van 2006, een half jaar na zijn sterven.

Een prachtige Limburgse hertaling van de baanbrekende elpee van de Beatles ‘Sergant Pepper’s Lonely Hearts Club Band’. De opbrengst van het project en CD werd geschonken aan de ‘lonely hearts’ van Venlo, de thuis- en daklozen in de stad. Serzjant Paepers Oeits Haos Sterre Band bestond uit vijf Venlose muzikanten. De beroemde hoes kreeg een bijzonder Venloos tintje met onder andere Chriet Titulaer, Chantal Janzen, Huub Stapel en Geert Wilders op de front.

Dit schrijven van mij is een ode aan mijn lieve broer. Een broer waaraan ik schatplichtig ben. Waarvan ik mede de schrijverskunst heb afgekeken. Het bloed dat kruipt waar het niet gaan kan. Lieve broer, aan jou draag ik deze column op, tevens mijn 500ste inzending bij Column X. Opdat uit armoede nog veel rijkdom mag ontstaan en groeien. Immateriële welteverstaan.

Uiteraard ook dank aan de redactie en alle lezers en schrijvers van Column X die de moeite hebben genomen om een deel of misschien wel alle 500 inzendingen te plaatsen, lezen en/of te becommentariëren. Zonder jullie had ik dat nooit gered en zonder jullie had ik er lang niet zoveel plezier aan beleefd. Many thanks daarvoor.

Mien

Bronvermelding en meer informatie:

http://www.quiet500.nl
http://www.streektaalzang.nl/strk/limb/pers/p067spa1.htm
https://www.nrc.nl/nieuws/2006/07/28/bliefse-nog-beej-mich-helse-nog-van-mich-11168835-a798410
http://www.beatlesfanclub.nl/beatles-nieuws/nieuws-mainmenu-47/634-sgt-pepper-in-venloos-dialect

20-07-2016

Onwelwordingen in wording

In Venlo kennen ze een heel simpel liedje met een veelbetekenend en filosofisch refrein. Vrij vertaald gaat het alsvolgt: ‘Mijn linkerbeen en mijn rechterbeen, die lopen nu al jaren naast een (elkaar). De een gaat op en de ander neer. En als ze daarmee klaar zijn dan beginnen ze alweer (opnieuw). De een gaat hier en de ander daar. En ze lopen elkaar al jaren achterna.’

Uiteraard is het timbre en ritme van de muziek navenant en repetitief. Ik heb het lied ooit gezongen, of beter gezegd geneuried tijdens een lange bergwandeling, waar geen einde aan leek te komen, tijdens een bergkamp. Toen viel de filosofische betekenis me al op. Filosofisch in de zin van ‘zijn’. Letterlijk en figuurlijk werd ik even been. Zowel links als rechts. De Venlose mantra hielp me door het berg- en beenleed heen. Had ik aan het begin nog oog voor de schoonheid van de bergen, de overweldigende natuur; in het spoor van fysieke vernieling later op de dag, redde het lied mijn stemming en leven. Kortom, ik werd niet onwel. Mijn mede groepsgenoten wel. Zij werden wel onwel. En snel, al heel snel. Het aantal onwelwordingen waren niet te tellen.

Beter hadden ze hun voetstappen geteld, neuriënd op dit toepasselijk lied. Enerzijds had het troost geboden, kameraadschap en steun, en anderzijds ook tijdverdrijf. Want geloof me lezer. Bergtochten kunnen erg, erg lang zijn. Dan kan het wel eens in de benen, in de voeten en tussen de oren vastlopen. En dan heb ik het nog geeneens gehad over onwelwordingen in wording. Men steekt elkaar namelijk altijd aan in groepsverband. Uiteindelijk loopt iedereen aan het eind met de tong op de schoenen. Stelt u zich het eens voor? Beeldend ja. Gebukt gaan onder de bergen, met de tong op de schoenen. Geen gezicht. En ook nog eens met dorst, met heel veel dorst.

Ik zeg altijd. Voorkomen is beter dan genezen. Aldus neurie of zing ik meestal vrolijk. ‘Mijn linkerbeen en mijn rechterbeen die lopen nu al jaren naast een. De een gaat op en de ander neer. En als ze daar mee klaar zijn beginnen ze alweer. De een gaat hier en de ander daar. En ze lopen elkaar al jaren achterna.’ Niets mis mee toch? Gewoon hardop dreunen en het liefst lopend met en achter elkaar. Naast elkaar is af te raden. Bergpaadjes en naast elkaar lopen, gaan niet goed samen. Bij lange na niet.

Of het bij een Nijmeegse Vierdaagse mogelijk ook werkt laat ik even in het midden. Ik ben geen expert in platlopen. Honderd jaar wordt deze vierdaagse stoet der stoeten alweer gelopen. Gelopen en gekropen. Maar een ding is zeker. Ook in deze tocht heeft de fameuze Venlose mantra een hoop mensen op de been gehouden. Zeker weten. Ongetwijfeld. Links en rechts. Soms links, links, rechts. Maar dat zien we gewoon door de vingers. Toch?

Mien Bein

Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de actuele 'primer': Onwelwordingen

Toelichting bij het lied 'Twië bein':
Oorspronkelijk heette het lied waarvan het refrein hierboven in de tekst vertaald beschreven: 'De veuroétgaank ofwaal Twië bein'. Op de dag van de inzendtermijn voor de Leedjesaovend 1960 in Venlo hebben Thuur Luxembourg en Frans Boermans dit lied gecomponeerd en geschreven. Ze hadden al twee liedjes ingezonden maar wilden graag nog een derde liedje inzenden. Uiteindelijk werd dit nummer tot nummer een verkozen tijdens het liedjesfestival. Het werd gezongen door de veel te jong overleden (auto-ongeluk) Venlose zanger, Felix Peters.
Het lied werd om circa 23:00 geschreven, een uur voor de inzendtermijn verstreek. De twee zwagers zaten achter de piano, het wilde niet lukken. Van arren moede gingen ze op de bank zitten. Boermans liet zijn hoofd tussen zijn benen zakken en zei tegen Thuur: 'Mien linkerbein en mien rechterbein, die laupe noow al jaore naevenein'. De rest is geschiedenis, getuige de eerste plaats!
Bron: Det is Venloos roem! - Finbar van der Veen - 2008 - ISBN 978-90-489-0010-7


05-12-2014

Houd me eens vast

Ik kan wachten, ik kan hopen, ik kan duimen dat het lukt. In gedachten kan ik slapen maar toch lig ik wakker op mijn rug. Urenlang kijk ik naar hetzelfde rotbehang. Hoor alleen maar, dat ik hulp krijg van de tijd. ‘Jongen, de tijd sleept jou er doorheen’.

Maar hoe langer het duurt, hoe groter de spijt. En alweer een volgend uur voorbij. Het is niet zo dat ik jou iets verwijt. Maar echt, wekenlang ben ik de tel al kwijt. Houd me eens vast en laat me pas los als ik alles vergeten ben. Ben heel stil of zeg heel zacht: het komt allemaal goed, hoeveel dagen het ook kost.

Aai me en zing, zing zo lief dat ik denk, aan het zingen, alleen aan jouw stem. Dan zweef ik mee op jouw liedje en draai me nooit meer om. Al die jaren, al onze eigen café’s in Dublin, Gent en thuis. Alle waren. Wat jij toch met hun deed.

Iedere harde vuist, ik voel hem nog, maar liever toch, vergat ik alles nu. Houd me eens vast. En laat me pas los als ik alles vergeten ben. Ben stil, zeg zacht: het komt allemaal goed, hoeveel dagen het me ook kost. Aai me en zing, zing zo lief dat ik denk, aan het zingen, alleen aan jouw stem. Dan zweef ik mee op jouw liedje en draai me nooit meer om.

Zijn er kleuren? Zijn er meisjes? Zijn er kroegen, daar waar jij nu bent? Sorry voor die domme bloemenblaadjes, die liggen op jouw kist. Ik ga niet mee. Word liever oud. Omdat ik van het leven houd. Houd me eens vast en laat me pas los als ik alles vergeten ben.

Opgedragen aan Twan, vrij vertaald, met dank aan Frans.

Geschreven n.a.v. 4e schrijfopdracht op ColumnX (december 2014), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
De maand december staat in het teken van de muziek, de top 2000 in het bijzonder.
Kies een nummer, laat je meevoeren door de klanken en spui in 300 woorden jouw (on)genoegen!
.

NB (04-01-2014):
Dat is frappant. Tweede kerstdag bij Top 2000 a go go. Hald mich ens vast. Gememoriseerd door Jack Poels (Rowwen Heze) als mooi (troost)lied. Dat ik dat gemist heb! Mooie minidocumentaire over het lied. Mijn zus herinnerde mij er vandaag aan, waarvoor dank. Effen zappen naar de volgende minuten en seconden: 12:50 - 19:00. Zanger Frans Pollux van Neet oet Lottum licht het nummer toe.
http://www.npo.nl/top-2000-a-gogo/26-12-2014/VPWON_1221985
Ik zal het nooit meer vergeten. Frans alleen op de piano, laat op de avond, tijdens afscheidsreceptie, na de begrafenis van mijn broer Twan, in 2005. Het lied was pas uit. Hij kon het niet spelen in de kerk wegens andere verplichtingen met Neet oet Lottem. Maar wat was ik blij en verdrietig tegelijk. Met dit verlaat optreden. En met mij vele anderen. Over troost en liefde gesproken. Thanks again!

12-03-2009

Mien Carnaval

Wat is dat voor een feest? Dat ieder jaar het Zuiden rept en roert en hartstocht passievol laat branden? Het is een feest voor gelijkgestemden, geworteld en gerijpt in tradities en rituelen. Een voorjaarsbode vol lichteuforie. Met viering van te strakke teugels. Een feest van emotie, met vette schmink, een glimlach rond de mond. Een feest van zoete nectar genuttigd onder een prille voorjaarszon.

Drie dagen lang ruist muziek meanderend door de oren. Vol van fanfare, tuba, slagwerk en trombone. Het Carnaval ligt verankerd in zuidelijke genen. Wordt wild romantisch doorgegeven, generatie op generatie. Voor niemand is er een ontkomen aan.
Ieder jaar ontluikt het lentefeest opnieuw, met slingers, maskers en ballonnen aan de muur. De carnavalsvierder laaft zich aan zoete melancholie en pulserend lentesap. Adrenaline stijgt dan dwars door bloed en dansende ledematen, rechtstreeks naar het hoofd.
Niet aflatende dorst wordt gelest met blond schuimend bier, witte wijn en zoete cola.

Carnaval is een feest van loutering en verkenning. Baas en werkman, man en vrouw, ze kruipen voor even in de huid van de ander. Bottom up en top down, all dressed up to impress. Clowneske metamorfoses en ludieke transformaties scheppen voorwaarden voor een glansrijk narrenspel.
De jaarlijkse zoektocht naar gepaste kledij biedt dolle pret. Zeeman, Kringloop, Action, Houtse Bazaar en internet, alles wordt afgestruind. Attributen worden wekenlang verzameld, allemaal ten dienste van een originele act.

Als Zweedse chef-kok is het niet lang zoeken. Een knuffelschildpad voor in de soep. Een koekenpan als plagend slagwerk. O ja, en pollepels, o zo multifunctioneel, als trommelstok of dirigentenstok of gewoon als microfoon. Een plastic Winchester en supermuppet Kermit, alles gaat mee.
Er wordt ook flink geknutseld. Een megagrote poffertjespan, van stevig karton en tape, doet dienst als dienblad én gitaar. Een verfemmer wordt omgetoverd tot giga peperbus. Ook een hakmes van karton beplakt met aluminiumfolie wordt niet vergeten. Een plastic tas vol bospeen, bleekselderij en radijs maakt de maskerade compleet.

De optocht is een groot kleur- en muziekfestijn met praalwagens, geinige groepen en leuke individuen. Het publiek is goed gemutst en verkeert in lichte vorm van extase. Snoep valt uit de hemel en wordt door grissende kinderhandjes gevangen. Mager verklede pubers zingen flink gepuist een balorig lied. Nonchalant leunend tegen een winkelwagen volgestouwd met kleine kratjes bier. De handen in de lucht geheven met blikjes Baf en Bull. Enkele verdwaalde Zeeuwen hebben het Carnaval niet helemaal begrepen en gooien het strooigoed met ferme worpen terug omhoog. De prinsen bukken van schrik en strijken verontwaardigd hun veren recht.

Een antieke bierwagen met Belgische paarden komt in zicht. De optocht nadert zijn einde. Het publiek zoekt zijn weg naar have en kroeg. Er wordt gefeest, gedanst en gezongen en iedereen houdt vol. Diep in de nacht breekt het theater van het leven helemaal los en vinden acts hun vervolmaking.
De chef-kok worshipt Kermit en schiet grimlachende carnavalsklanten met zijn Winchester, bedachtzaam van hun kruk. Poffertjespan, pollepel, zelfs Kermit, alles wordt bezongen. De hele kroeg gonst en glimlacht en schuddebuikt als een tevreden mens. Vriend en vijand zingen arm in arm hun laatste lied.

Gelouterd en voldaan keren carnavalsvierders lichtelijk aangeschoten richting huis. Even nog een hapje eten, wat slap geouwehoer en dan naar bed. De grijnzende maskers aan de muur knikken nog een laatste keer welterusten. Met muziek nagalmend in de oren duikt het moede lijf de koffer in. Het is weer voor een jaar gedaan. Wat rest is de herinnering, de foto’s en heel veel wee naar heim.
Lieve Carnaval, tot volgend jaar maar weer…


Mien


In oude Venlose Carnavalsliedjes wordt het Carnavalsgevoel mooi vertaald en bezongen.
Voor de liefhebber en dialectworstelaar hieronder de teksten van 11 juweeltjes.

Vastelaovund (Sjiengele sjiengele boem!)
Festina lente
Meuderke leef
Beer leedje
Det duit um ’t Veurjaor
De Twië einzame
Zing nog ens
Minsekinder waat ein maedje
Den alde kleiërkas
't Is gedaon
De Wortelepin