Een virtuele plaag waant door ons land. Waant ja, en met een een streepje op de e. Lekker belangrijk. Het streepje op de e en niet op de o. O nee. De waan heet ook wel Pokémon. Hoe te herkennen? Vierkant. Nee, rechthoekig. Hoe te detecteren? Simpel. Een klein kastje dat zweeft op ooghoogte met twee oren er aan vastgeplakt. Het wordt bestuurd door twee handen. Hoe te benaderen? Niet. Contact leggen gaat erg moeilijk. Waar komt de waanplaag vandaan? Naar het schijnt stijgt hij op uit kinderbreinen. Op zoek naar wat? Ja, naar wat? Virtuele poppetjes. Poppetjes in de ogen. Poppetjes in het water. Poppetjes in de lucht. Poppetjes op straat. Dead or alive. Ze moeten gevonden. Beloning? Geen beloning. Gewoon virtueel tijdverdrijf.
Een fysieke plaag waait door ons land. Waait ja, en zonder streepje op de e. Ook niet op de o. En zeker niet op de u. De plaag heet Pookemug. Hoe te herkennen? Heel simpel. Beestjes, heel veel beestjes. Ze hangen boven het water. Hangen in huis. Aan het plafond, achter de gordijnen, in de slaapkamer, boven het bed op de klamboe. Hoe te benaderen? Niet. Ze steken. Hard. Contact leggen gaat erg moeilijk. Ze vliegen voortdurend weg. Laten zich niet vangen. Supersnel zijn ze. Olympische muggen. Zo snel. Waar komen ze vandaan? From Rio. De Janeiro? De Janeiro. Aanpak? Poken. Poken die muggen. Pook de Pookemug.
Vandaag een nieuwsbericht in de lokale krant. 'Vrouw gevonden. Op de bodem van het kanaal, morsdood. Doodsoorzaak. Lek gestoken. Door Riomuggen. Gevonden door drie tieners. Per toeval. Identiteit van de vrouw. Een Pokémom. Veertig jaar oud. Husband en two kids. Naast haar lag een telefoon. Aan.'
Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de actuele 'primer': Pokémon
Posts tonen met het label primer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label primer. Alle posts tonen
12-07-2016
11-07-2016
Portugal! En un momento dado
Fransen likken hun wonden, porten hun gal. Voor dat alles is slechts een verklaring. Portugal heeft op het Europees kampioenschap voetballen de gedoodverfde favoriet verslagen met een nul. Op zondag 10 juli 2016 om precies te zijn. De nul ga ik hier even niet van een naam voorzien. Die heeft immers al zoveel te lijden. Wat zou de nul in kwestie toch graag eens een tien zijn, in het nationale elftal, op het moment suprême. Het heeft niet zo mogen zijn. Maar ‘What the fuck’, ‘Que porra’; hij die van mij in deze column uit zelfbescherming geen naam krijgt, heeft wel mooi samen met zijn maten internationaal succes behaald in een groot toernooi.
Zijn conculega, waarvan ik de naam hier net zo min noem, heeft dat nooit voor elkaar gekregen. Zal dat ook nooit meer doen, want hij heeft bedankt voor zijn eigen nationale elftal. Don’t cry for me Argentina. Merci zei hij, ik doe niet meer mee. Daar zit geen woord Frans, Latijn of Chinees bij, uitgezonderd merci. ‘Ik doe niet meer mee!’, zei de Barcelonese nummer 10. Iets wat de Madrileense nummer 7 nooit zou zeggen. Desnoods op zijn knieën zou deze laatste nog sterven in het veld, voor volk en vaderland. Ware het niet dat ‘en un momento dado’ een ‘edel’ besef tot hem doordringt. Eigenlijk een ‘Éder’ besef. Hij kan het niet alleen. Nu niet. Nooit niet.
En zie, als een ware musketier neemt hij afscheid van de groene mat. Met tranen in zijn ogen en de tong tussen de tanden, maakt hij een knieval voor zijn team en voor een heilig goed, para a Copa Europe, pour la Coupe Henri-Delaunay. ‘Een voor allen, allen voor een’, dat moet hij toch even gedacht hebben in het hol van de blauwe leeuw. En zie hem nu eens juichen, coach in de dop, een jonge hond die zijn Copa Europe omarmt als een kleine baby, zijn kindje. Een klein vak op de grote tribunes van Stade de France in Saint-Denis explodeert. De Eiffeltoren trilt en beeft, voor al degenen die het willen zien. Grenzeloos is het geluk dat uit de harten van de Portugezen stuwt. In arren moede hebben hun mannen een voetbaloorlog beslecht. Tactisch, geraffineerd, sans rancune, saudade completo. Parabéns Portugal!
Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met een actuele 'primer': Portugal!
Zijn conculega, waarvan ik de naam hier net zo min noem, heeft dat nooit voor elkaar gekregen. Zal dat ook nooit meer doen, want hij heeft bedankt voor zijn eigen nationale elftal. Don’t cry for me Argentina. Merci zei hij, ik doe niet meer mee. Daar zit geen woord Frans, Latijn of Chinees bij, uitgezonderd merci. ‘Ik doe niet meer mee!’, zei de Barcelonese nummer 10. Iets wat de Madrileense nummer 7 nooit zou zeggen. Desnoods op zijn knieën zou deze laatste nog sterven in het veld, voor volk en vaderland. Ware het niet dat ‘en un momento dado’ een ‘edel’ besef tot hem doordringt. Eigenlijk een ‘Éder’ besef. Hij kan het niet alleen. Nu niet. Nooit niet.
En zie, als een ware musketier neemt hij afscheid van de groene mat. Met tranen in zijn ogen en de tong tussen de tanden, maakt hij een knieval voor zijn team en voor een heilig goed, para a Copa Europe, pour la Coupe Henri-Delaunay. ‘Een voor allen, allen voor een’, dat moet hij toch even gedacht hebben in het hol van de blauwe leeuw. En zie hem nu eens juichen, coach in de dop, een jonge hond die zijn Copa Europe omarmt als een kleine baby, zijn kindje. Een klein vak op de grote tribunes van Stade de France in Saint-Denis explodeert. De Eiffeltoren trilt en beeft, voor al degenen die het willen zien. Grenzeloos is het geluk dat uit de harten van de Portugezen stuwt. In arren moede hebben hun mannen een voetbaloorlog beslecht. Tactisch, geraffineerd, sans rancune, saudade completo. Parabéns Portugal!
Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met een actuele 'primer': Portugal!
23-06-2016
Sokken stoppen voor de deur
Ik heb het nog nooit eerder gedaan, sokken stoppen voor de deur. Wat dat betreft ben ik nog een maagd. Maar eens moet de eerste keer zijn. Ik heb dus mijn stoute schoenen aangetrokken en witte sokken, uiteraard. Verder draag ik een korte broek, het is best wel warm en dan mag het, ook van mij, en een geblokte blouse met korte mouwen. Ja, ja, ik weet het lieve mensen, stippeltjes is de nieuwe mode, maar daar doe ik dus niet aan mee. Dat is voor andere maagden. Maagden van dertien en veertien. Weet ik veel. Mannelijk of vrouwelijk. Dat maakt niet uit. Zolang het maar blouses met stippeltjes zijn. Dat luistert namelijk nauw. Voor maagden van dertien en veertien.
Ik pak de handleiding erbij en sla die open op pagina twee.
1. Kies je garen. Niet zo moeilijk. Het zijn zwarte sokken dus ik kies voor wit. Dan kan ik in ieder geval zien wat ik doe. Niemand die mijn sokken zal zien, toch?
2. Doe de draad in de stopnaald. Stopnaald? Ik wil geen stopnaald. Ik wil een naald die doorgaat. Wat een rare naam. Draai een knoop in het uiteinde van de draad. Done. Tot zover is het allemaal niet zo moeilijk te volgen.
3. Stop een stopei of maasbal in je sok. Wat? Hoe weten die mensen van de handleiding dat ik uit Limburg kom? Ongelofelijk. Maar hoe fiks ik dat, een maasbal in mijn sok? Ik kies toch maar voor het stopei. Ben toch al aan de dunne. Ehhh … aan het dunne garen. Waar heb ik het nu gelaten? Dat stopei? Kwijt. Dan maar een gloeilamp. Voorzichtig, heel voorzichtig doe ik de gloeilamp in de sok.
4. Knip alle rafelige eindjes weg. Bah. Met enig dedain pak ik mijn schaar en ontdoe de sok van rafelige randjes. De zwarte schaamhaartjes vallen naast me op de grond.
5. Prik de naald aan de ene kant van het gat door de sok. Maak één grote rijgsteek naar de overkant van het gat. Als ik dat maar haal? Maatje 45. Dat wordt lastig.
6. Herhaal je streken. Ha, ha. Niet zo moeilijk. Ha, ha!
De buurman komt langs en vraagt wat ik in hemelsnaam aan het doen ben.
Aan het stoppen buurman. Mijn sokken. Weer eens wat anders dan soppen. Ha, ha. Voor de deur ja. Wel zo gezellig toch? Kan ik nog eens een praatje maken. Biertje? Ik sta heel even op van mijn blauwe kratje en trek er een flesje uit. Ik overhandig de buurman het biertje en ga weer op mijn blauwe kratje zitten. Stoïcijns ga ik verder met het lezen van de handleiding. Punt 7. De buurman kijkt me nieuwsgierig aan.
7. Naai nu haaks op je rijgsteken. Bah, bah. Dit is het meest lastige stukje. Dwars naaien is nieuw voor mij. Ik ga op en neer door mijn zojuist geregen rijgsteken heen. Heel voorzichtig. Het is een precaire zaak. Ik maak een nieuw stofje aan dat de sok vult. E voilà. Klaar is Kees. Ik houd de sok in de lucht.
De buurman kijkt me vol bewondering aan.
Ik stop sokken voor de deur. Hoe zalig is dat? Zonnetje in mijn gezicht. Biertje bij de hand. Ontmaagding kan zo heerlijk zijn. Voor alles is een eerste keer. Biertje nog, buurman?
Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Sokken stoppen.
Ik pak de handleiding erbij en sla die open op pagina twee.
1. Kies je garen. Niet zo moeilijk. Het zijn zwarte sokken dus ik kies voor wit. Dan kan ik in ieder geval zien wat ik doe. Niemand die mijn sokken zal zien, toch?
2. Doe de draad in de stopnaald. Stopnaald? Ik wil geen stopnaald. Ik wil een naald die doorgaat. Wat een rare naam. Draai een knoop in het uiteinde van de draad. Done. Tot zover is het allemaal niet zo moeilijk te volgen.
3. Stop een stopei of maasbal in je sok. Wat? Hoe weten die mensen van de handleiding dat ik uit Limburg kom? Ongelofelijk. Maar hoe fiks ik dat, een maasbal in mijn sok? Ik kies toch maar voor het stopei. Ben toch al aan de dunne. Ehhh … aan het dunne garen. Waar heb ik het nu gelaten? Dat stopei? Kwijt. Dan maar een gloeilamp. Voorzichtig, heel voorzichtig doe ik de gloeilamp in de sok.
4. Knip alle rafelige eindjes weg. Bah. Met enig dedain pak ik mijn schaar en ontdoe de sok van rafelige randjes. De zwarte schaamhaartjes vallen naast me op de grond.
5. Prik de naald aan de ene kant van het gat door de sok. Maak één grote rijgsteek naar de overkant van het gat. Als ik dat maar haal? Maatje 45. Dat wordt lastig.
6. Herhaal je streken. Ha, ha. Niet zo moeilijk. Ha, ha!
De buurman komt langs en vraagt wat ik in hemelsnaam aan het doen ben.
Aan het stoppen buurman. Mijn sokken. Weer eens wat anders dan soppen. Ha, ha. Voor de deur ja. Wel zo gezellig toch? Kan ik nog eens een praatje maken. Biertje? Ik sta heel even op van mijn blauwe kratje en trek er een flesje uit. Ik overhandig de buurman het biertje en ga weer op mijn blauwe kratje zitten. Stoïcijns ga ik verder met het lezen van de handleiding. Punt 7. De buurman kijkt me nieuwsgierig aan.
7. Naai nu haaks op je rijgsteken. Bah, bah. Dit is het meest lastige stukje. Dwars naaien is nieuw voor mij. Ik ga op en neer door mijn zojuist geregen rijgsteken heen. Heel voorzichtig. Het is een precaire zaak. Ik maak een nieuw stofje aan dat de sok vult. E voilà. Klaar is Kees. Ik houd de sok in de lucht.
De buurman kijkt me vol bewondering aan.
Ik stop sokken voor de deur. Hoe zalig is dat? Zonnetje in mijn gezicht. Biertje bij de hand. Ontmaagding kan zo heerlijk zijn. Voor alles is een eerste keer. Biertje nog, buurman?
Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Sokken stoppen.
20-06-2016
Het laatste verhaal van Roald Dahl
De man ligt languit op het gras en probeert met zijn vingers heel voorzichtig een kuiltje te graven. Langs hem liggen kleine plukjes gras op een stapeltje. Bij gebrek aan succes besluit hij nu toch gereedschap in te zetten. Een klein, maar vlijmscherp nagelvijltje moet het werk doen. Aan de grimas op het gezicht is af te lezen dat de man tevreden is over de voortgang. De kuil wordt groter en groter. De grasplukjes naast hem groeien gestaag. In no time is er geen man meer te zien. Alleen de hakjes van zijn schoenen steken nog boven de rand van de kuil.
De man tast volledig in het duister. De aarde, aardedonker, wil ineens amper wijken maar geeft uiteindelijk toch toe aan de scherpe kartelrand van het nagelvijltje. Het vijltje vreet de aarde stuk en brengt de man daar waar deze denkt dat hij wil zijn. Ongeveer. Want het is veel en veel te donker. Was ie maar een mol. Die hebben een scherpe neus. Maar aan die gedachte kan de man zich amper troosten. Hij moet hoe dan ook volhouden. Nu heeft hij nog een voorsprong. De kinderen zullen weldra volgen. Die wil hij coute que coute voorblijven.
De kinderen vinden al snel het gat in het grasveld. Daarvoor hoeven ze alleen maar de papa-geur te volgen. Die is zo onmiskenbaar. De geur dan. Ongelofelijk hoe hun papa in zo’n korte tijd door kan dringen diep in moeder aarde. Ze hebben diep respect voor hun pa. Stuk voor stuk. Johnnie, Laura, Sjakie en Theadora. Bij het laatste kind, de tweede dochter, waren pa en ma zo in de war geraakt dat er nog een dochter kwam dat ze niet konden kiezen tussen Thea en Dora. Dus kozen ze voor een combi. Maar dat terzijde. De kinderen duiken snel het gat in en kruipen snel richting vader.
Ware het niet dat er plots een tweesprong volgt. Hoe is dat mogelijk? Pa kan zich toch onmogelijk splitsen. Tenzij? Tenzij wat? De kinderen kiezen links. Om na tien meter weer een tweesprong te vinden. Links geaard is pa, dus de keuze is niet zo moeilijk. Hetzelfde proces herhaalt zich nog vier keer. Zou pa zich ingraven in cirkelgedachten? Dat kan haast niet anders. En ja hoor. Daar zien ze de vertrouwde hakjes van pa. Edoch, alleen de hakjes. Waar is de rest van pa gebleven? Snel kruipen ze terug. Dit is zo’n actie die ze kennen uit ‘the Shining’. Pa’s favoriete film. Hij is helemaal bezeten van het eindshot van ‘frozen’ Jack. Het is nochtans niet echt koud. Geen sneeuw en ijs te bespeuren. Sowieso een zeldzaamheid in Timboektoe.
In de ‘reverse’ vinden de kinderen nog meer kledingstukken. De gedachte om pa in zijn nakie aan te treffen op de eindbestemming vinden de kinderen helemaal niets. Ze besluiten dan ook de rest van de tocht geblinddoekt op de tast te doen. Na pakweg twee dagen kruipen in pa’s labyrinth hebben ze beet. De koude voeten van pa voelen naar. Zo ook de rest van zijn lijf. Maar ze weten het zeker. Hier moeten ze naar boven. Dit is het einde. Het krioelt van de kleine beestjes, maar daar trekken de kinderen zich niets van aan. Langzaam kruipen ze omhoog en komen bijna bij het einde. Zover is pa niet gekomen. Het is Johnnie die zijn hoofd stoot tegen de deksel van een kist. Het voelt als eikenhout. Het is eikenhout. Met z’n allen duwen ze de deksel omhoog. De aarde schuift omlaag. En daar staan ze dan. Oog in oog met Roald Dahl. Gevangen in marmer. Er wordt nog net geen entree geheven. Bij de ingang verkopen ze zoete koekjes. Van chocola. De beloning voor de kinderen.
Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Roald Dahl.
De man tast volledig in het duister. De aarde, aardedonker, wil ineens amper wijken maar geeft uiteindelijk toch toe aan de scherpe kartelrand van het nagelvijltje. Het vijltje vreet de aarde stuk en brengt de man daar waar deze denkt dat hij wil zijn. Ongeveer. Want het is veel en veel te donker. Was ie maar een mol. Die hebben een scherpe neus. Maar aan die gedachte kan de man zich amper troosten. Hij moet hoe dan ook volhouden. Nu heeft hij nog een voorsprong. De kinderen zullen weldra volgen. Die wil hij coute que coute voorblijven.
De kinderen vinden al snel het gat in het grasveld. Daarvoor hoeven ze alleen maar de papa-geur te volgen. Die is zo onmiskenbaar. De geur dan. Ongelofelijk hoe hun papa in zo’n korte tijd door kan dringen diep in moeder aarde. Ze hebben diep respect voor hun pa. Stuk voor stuk. Johnnie, Laura, Sjakie en Theadora. Bij het laatste kind, de tweede dochter, waren pa en ma zo in de war geraakt dat er nog een dochter kwam dat ze niet konden kiezen tussen Thea en Dora. Dus kozen ze voor een combi. Maar dat terzijde. De kinderen duiken snel het gat in en kruipen snel richting vader.
Ware het niet dat er plots een tweesprong volgt. Hoe is dat mogelijk? Pa kan zich toch onmogelijk splitsen. Tenzij? Tenzij wat? De kinderen kiezen links. Om na tien meter weer een tweesprong te vinden. Links geaard is pa, dus de keuze is niet zo moeilijk. Hetzelfde proces herhaalt zich nog vier keer. Zou pa zich ingraven in cirkelgedachten? Dat kan haast niet anders. En ja hoor. Daar zien ze de vertrouwde hakjes van pa. Edoch, alleen de hakjes. Waar is de rest van pa gebleven? Snel kruipen ze terug. Dit is zo’n actie die ze kennen uit ‘the Shining’. Pa’s favoriete film. Hij is helemaal bezeten van het eindshot van ‘frozen’ Jack. Het is nochtans niet echt koud. Geen sneeuw en ijs te bespeuren. Sowieso een zeldzaamheid in Timboektoe.
In de ‘reverse’ vinden de kinderen nog meer kledingstukken. De gedachte om pa in zijn nakie aan te treffen op de eindbestemming vinden de kinderen helemaal niets. Ze besluiten dan ook de rest van de tocht geblinddoekt op de tast te doen. Na pakweg twee dagen kruipen in pa’s labyrinth hebben ze beet. De koude voeten van pa voelen naar. Zo ook de rest van zijn lijf. Maar ze weten het zeker. Hier moeten ze naar boven. Dit is het einde. Het krioelt van de kleine beestjes, maar daar trekken de kinderen zich niets van aan. Langzaam kruipen ze omhoog en komen bijna bij het einde. Zover is pa niet gekomen. Het is Johnnie die zijn hoofd stoot tegen de deksel van een kist. Het voelt als eikenhout. Het is eikenhout. Met z’n allen duwen ze de deksel omhoog. De aarde schuift omlaag. En daar staan ze dan. Oog in oog met Roald Dahl. Gevangen in marmer. Er wordt nog net geen entree geheven. Bij de ingang verkopen ze zoete koekjes. Van chocola. De beloning voor de kinderen.
Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Roald Dahl.
07-06-2016
Mannen komen van en voor Venus
Shocking. Mannen komen van Venus. Het is onlangs wetenschappelijk aangetoond. En het komt niet zomaar out of the blue. Nee, zeker niet. Er is jarenlang onderzoek gedaan en nu is het dan eindelijk definitief vastgesteld. Het onderzoek ving aan op 12 juli 1969. In de flower power tijd. Toen vrouwen eindelijk vrouw mochten zijn en mannen man bleven. Dat laatste was niet zo handig achteraf, maar daarover later.
Ik ga niet uitgebreid uitleggen hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden. Dat is allemaal niet zo belangrijk. Het resultaat telt immers, de uitkomst. Zo werkt dat in de wetenschap. Eerst proefondervindelijk onderzoeken en daarna met vette cijfers in onmogelijke grafieken omzetten. C’est ça! Mannen komen van Venus. Wie het onderzoek gedaan heeft is dan weer wel interessant. Ik stel de deelnemers aan het onderzoek even aan u voor.
De onderzoeksleider heet Robbie Leeuwen, een voormalig dompteur uit Circus Renz, die niet toevallig gespecialiseerd was in het trainen van leeuwen. Hij was dompteur in een tijd dat een circus nog een circus mocht zijn, met wilde dieren en zo. Na jarenlange coaching raakte hij uitgekeken op zijn vak en zocht een nieuwe uitdaging. Die vond ie bij een roze olifant. Let wel, een muzikale roze olifant. Puur toeval. De olifant wilde graag beroemd worden en zocht iemand die hem op de kaart kon zetten. Robbie was in zijn studententijd DJ geweest, onder de naam DJ Robbie. Hij had altijd zijn netwerk goed onderhouden en dat kwam nu goed van pas. Zelf vond hij het ook wel leuk om beroemd te worden. Dus gingen ze samen op zoek naar een zangeres met een mooie naam en een prachtig keeltje.
Zo kwam Vera om de hoek kijken. Het derde onderzoekslid van het onderzoeksteam ‘Komen mannen van Venus’. De olifant en Vera wisten eigenlijk helemaal niet dat ze onderdeel uitmaakten van een onderzoeksteam. Maar daar had Robbie bewust voor gekozen. ‘The more they know, the less they understand’. Dat was Robbie’s favoriete adagium. En hij wilde graag dat de onderzoeksresultaten voor zichzelf zouden spreken. Dus niet van te voren vastgesteld.
“Vera, veer eens? Wat meer door je knieën ja. Dat is beter voor je stem.” De olifant toeterde op de achtergrond dat het een lieve lust was. Maar het moet gezegd. Het klonk fantastisch. Vera is toch niet zo’n mooie naam, bedacht Robbie ineens. Mariska klinkt veel mooier. Ze waren het gelukkig alle drie eens. En wat voor een naam zouden ze hun bandje nu eens geven? Dat ze zouden gaan optreden stond buiten kijf. Vooral de roze olifant had er erg veel zin in. “Het moet iets schokkends zijn”, sprak Vera … eh … Mariska. “Ja, ja … “, riep de olifant, “iets ‘out of the blue’, rock and roll!” Robbie kreeg meteen een ingeving. “Wat vinden jullie van Shocking Blue?” Beiden stemden unaniem voor.
Om een lang verhaal dan toch maar kort te maken. De rest is geschiedenis. Hun eerste nummer was meteen een wereldhit. ‘Venus’ kwam op nummer één, all over the world. Shocking Blue, de roze olifant, Vera aka Mariska en Robbie hadden het gemaakt. Ze waren beroemd.
Verder onderzoek was niet meer nodig, vond Robbie. Het was nu wel duidelijk dat mannen niet alleen van, maar ook voor Venus komen. Maar dan vooral, van en voor Mariska Venus. En Botticelli dan? Who the fuck is Botticelli? Die had uiteindelijk toch nog gelijk gekregen. Met zijn Milo. Hij wist het al lang. Alle mannen komen van Venus. Maar helaas. Alleen de cijfers tellen. Anno 7 juni 2016 zijn we daar wel achter. Waren mannen nu maar niet alleen man gebleven, dan zag de wereld er veel anders uit.
Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Mannen komen van Venus.
Ik ga niet uitgebreid uitleggen hoe het onderzoek heeft plaatsgevonden. Dat is allemaal niet zo belangrijk. Het resultaat telt immers, de uitkomst. Zo werkt dat in de wetenschap. Eerst proefondervindelijk onderzoeken en daarna met vette cijfers in onmogelijke grafieken omzetten. C’est ça! Mannen komen van Venus. Wie het onderzoek gedaan heeft is dan weer wel interessant. Ik stel de deelnemers aan het onderzoek even aan u voor.
De onderzoeksleider heet Robbie Leeuwen, een voormalig dompteur uit Circus Renz, die niet toevallig gespecialiseerd was in het trainen van leeuwen. Hij was dompteur in een tijd dat een circus nog een circus mocht zijn, met wilde dieren en zo. Na jarenlange coaching raakte hij uitgekeken op zijn vak en zocht een nieuwe uitdaging. Die vond ie bij een roze olifant. Let wel, een muzikale roze olifant. Puur toeval. De olifant wilde graag beroemd worden en zocht iemand die hem op de kaart kon zetten. Robbie was in zijn studententijd DJ geweest, onder de naam DJ Robbie. Hij had altijd zijn netwerk goed onderhouden en dat kwam nu goed van pas. Zelf vond hij het ook wel leuk om beroemd te worden. Dus gingen ze samen op zoek naar een zangeres met een mooie naam en een prachtig keeltje.
Zo kwam Vera om de hoek kijken. Het derde onderzoekslid van het onderzoeksteam ‘Komen mannen van Venus’. De olifant en Vera wisten eigenlijk helemaal niet dat ze onderdeel uitmaakten van een onderzoeksteam. Maar daar had Robbie bewust voor gekozen. ‘The more they know, the less they understand’. Dat was Robbie’s favoriete adagium. En hij wilde graag dat de onderzoeksresultaten voor zichzelf zouden spreken. Dus niet van te voren vastgesteld.
“Vera, veer eens? Wat meer door je knieën ja. Dat is beter voor je stem.” De olifant toeterde op de achtergrond dat het een lieve lust was. Maar het moet gezegd. Het klonk fantastisch. Vera is toch niet zo’n mooie naam, bedacht Robbie ineens. Mariska klinkt veel mooier. Ze waren het gelukkig alle drie eens. En wat voor een naam zouden ze hun bandje nu eens geven? Dat ze zouden gaan optreden stond buiten kijf. Vooral de roze olifant had er erg veel zin in. “Het moet iets schokkends zijn”, sprak Vera … eh … Mariska. “Ja, ja … “, riep de olifant, “iets ‘out of the blue’, rock and roll!” Robbie kreeg meteen een ingeving. “Wat vinden jullie van Shocking Blue?” Beiden stemden unaniem voor.
Om een lang verhaal dan toch maar kort te maken. De rest is geschiedenis. Hun eerste nummer was meteen een wereldhit. ‘Venus’ kwam op nummer één, all over the world. Shocking Blue, de roze olifant, Vera aka Mariska en Robbie hadden het gemaakt. Ze waren beroemd.
Verder onderzoek was niet meer nodig, vond Robbie. Het was nu wel duidelijk dat mannen niet alleen van, maar ook voor Venus komen. Maar dan vooral, van en voor Mariska Venus. En Botticelli dan? Who the fuck is Botticelli? Die had uiteindelijk toch nog gelijk gekregen. Met zijn Milo. Hij wist het al lang. Alle mannen komen van Venus. Maar helaas. Alleen de cijfers tellen. Anno 7 juni 2016 zijn we daar wel achter. Waren mannen nu maar niet alleen man gebleven, dan zag de wereld er veel anders uit.
Inzending schrijfwedstrijd juni 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de 'primer': Mannen komen van Venus.
03-06-2016
Een dagje in de Zoo
Met een stevige vuist klopt Gerard op het raam van de vitrine waarin de kleine pasgeboren krokodil zenuwachtig rondjes draait. In de donkere kijkers vloeien tranen. Wat is er met de kleine aan de hand? Gerard slaat er zijn handboek nog eens op na. Maar dat geeft geen antwoord. Het boek is van de LOI en niet echt wetenschappelijk verantwoord. Eerder huis-, tuin- en keukenfilosofie. Wel een hoofdstuk over vlinders en paarden, maar geen enkel over krokodillen en wasberen. Jammer. Kleine Witje is een albinokrokodil. Zeldzaam in zijn soort. De hoofdattractie van de Zoo.
Gerard probeert nog steeds de krokodil te troosten. De mens tracht vaak het onmogelijke. Zo ook Gerard. Vrij van gedachten is hij meer een doener. Hij blijft dan ook op de raam kloppen. Met succes. Plots staat Witje stil. Er verschijnt een klein aureool boven zijn kop. Ziet Gerard dat nu goed? En God lacht. Gerard’s sproeten jeuken. Dat heeft hij altijd bij buitenaardse gewaarwordingen. Ach … vasthouden is loslaten. Het is Gerard toch maar mooi gelukt. Witje staat stil en huilt niet meer. Met een gerust hart kijken de twee elkaar aan. Totdat het noodlot toeslaat. Een donderwolk verschijnt bij heldere hemel. De bliksem slaat in. Eenmaal. Keihard. Het reptielenhuis stuitert op zijn vesten. Heel even. Het aquarium breekt in twee. Witje drijft met al het zand naar buiten. Met al zijn kracht probeert hij zich te handhaven. En jawel hoor. Het lukt. Hij landt op de grond en heft dictatoriaal zijn kleine lange bek in de lucht. Het zit in hem gebakken. Nu al. De blinkende tanden lijken Gerard uit te lachen.
Shit, shit, shit, was de Zoo zojuist begonnen met het leggen van schone lei. Dondert het hele gebouw in elkaar. Bij de pakken neerzitten heeft geen zin. Zwartkijken al helemaal niet. Veel belangrijker is om Witje eerst een nieuw thuis te geven. Misschien is er nog plek bij Lieve Lita. Nijlpaarden en krokodillen verdragen elkaar best goed. Tenzij ze honger hebben natuurlijk. Maar dat is in een dierentuin geen issue. Waar Gerard wel aan twijfelt, is aan Lita’s grootheidswaanzin. Die neemt best veel ruimte in. Is Witje daartegen wel opgewassen? Preuts is Witje in ieder geval niet. Het moet lukken.
Met een big smile aanschouwt Gerard de volgende dag de ochtendrituelen van Lita en Witje. Ze hebben elkaar gevonden. Witje brusht de harige rug van dikke Lita met zijn scherpe tandjes en Lita plet met liefde het lange lijf van Witje extra plat. Dat helpt bij camouflage en laat Witje sneller zwemmen. Witje is dolblij met zijn nieuwe maatje. De grootheidswaanzin van Lita is tanend. En dat is maar goed ook. Komt er weer wat meer plek in de Zoo en minder chaos.
Het is bijna weekend. Gerard neemt afscheid van de dieren. Zijn stage zit er alweer op. Hij heeft veel geleerd in korte tijd. Niet uit boeken, maar in de praktijk. Nog snel neemt Gerard afscheid van brulaap Michelangelo, zijn favoriete dier. In Michelangelo schuilt een ware artiest. Hij is de Domingo van de Zoo. Een nadeel heeft ie echter. Voor de beste brularia’s moet Michelangelo eerst veel eten. Hij zal Gerard nog het meeste missen. Maar geen nood. Gerard heeft voor alle dieren een gepast afscheidscadeau. Geen barbecue maar een onvervalste eetmarathon staat op het menu. Dat wordt smullen.
Aan de poort levert Gerard zijn sleutel in. Roodstaart amazone Riko luidt hem luidkeels uit. “Seks, Seks, Seks!” Gerard lacht Riko vriendelijk toe en geeft hem een aai over zijn bol. Het is wat met die wilde dieren. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een dierentuin. Gered uit Villa Casa Buch heeft Riko toch maar mooi een nieuwe stek gevonden.
Toelichting:
Geschreven n.a.v. de Schrijfwedstrijd van Mei op ColumnX. Voor deze schrijfwedstrijd werd gebruik gemaakt van het principe van priming. 23 Dagen van de maand mei werd een priming woord of concept op de website plaatsen. Op dezelfde dag kon je dan aan de hand van de 'primer' een stuk schrijven en insturen. Ik heb meegedaan aan deze wedstrijd en achteraf besloten ook een stuk te schrijven waarin alle primers van de maand mei chronologisch verwerkt zitten (uitgezonderd 14 en 21 mei). Dat is dit stukje geworden. Een dagje naar de Zoo.
De primers van de maand mei waren:
Krokodillentranen (1-5), Huis-, tuin- en keukenfilosofie (2-5), Kleine Witje (3-5), De mens tracht (4-5), Vrij (5-5), en God lacht (6-5), Sproeten (7-5), Vasthouden is loslaten (8-5), Donderwolk (9-5), Dictatoriaal (10-5), Schone lei (11-5), Zwartkijken (12-5), Lieve Lita (13-5), Grootheidswaanzin (15-5), Preuts (17-5), Ochtendritueel (18-5), Vaarwel (19-5), Michelangelo (20-5), Eetmarathon (22-5), Telefoonseks (23-5)
Gerard probeert nog steeds de krokodil te troosten. De mens tracht vaak het onmogelijke. Zo ook Gerard. Vrij van gedachten is hij meer een doener. Hij blijft dan ook op de raam kloppen. Met succes. Plots staat Witje stil. Er verschijnt een klein aureool boven zijn kop. Ziet Gerard dat nu goed? En God lacht. Gerard’s sproeten jeuken. Dat heeft hij altijd bij buitenaardse gewaarwordingen. Ach … vasthouden is loslaten. Het is Gerard toch maar mooi gelukt. Witje staat stil en huilt niet meer. Met een gerust hart kijken de twee elkaar aan. Totdat het noodlot toeslaat. Een donderwolk verschijnt bij heldere hemel. De bliksem slaat in. Eenmaal. Keihard. Het reptielenhuis stuitert op zijn vesten. Heel even. Het aquarium breekt in twee. Witje drijft met al het zand naar buiten. Met al zijn kracht probeert hij zich te handhaven. En jawel hoor. Het lukt. Hij landt op de grond en heft dictatoriaal zijn kleine lange bek in de lucht. Het zit in hem gebakken. Nu al. De blinkende tanden lijken Gerard uit te lachen.
Shit, shit, shit, was de Zoo zojuist begonnen met het leggen van schone lei. Dondert het hele gebouw in elkaar. Bij de pakken neerzitten heeft geen zin. Zwartkijken al helemaal niet. Veel belangrijker is om Witje eerst een nieuw thuis te geven. Misschien is er nog plek bij Lieve Lita. Nijlpaarden en krokodillen verdragen elkaar best goed. Tenzij ze honger hebben natuurlijk. Maar dat is in een dierentuin geen issue. Waar Gerard wel aan twijfelt, is aan Lita’s grootheidswaanzin. Die neemt best veel ruimte in. Is Witje daartegen wel opgewassen? Preuts is Witje in ieder geval niet. Het moet lukken.
Met een big smile aanschouwt Gerard de volgende dag de ochtendrituelen van Lita en Witje. Ze hebben elkaar gevonden. Witje brusht de harige rug van dikke Lita met zijn scherpe tandjes en Lita plet met liefde het lange lijf van Witje extra plat. Dat helpt bij camouflage en laat Witje sneller zwemmen. Witje is dolblij met zijn nieuwe maatje. De grootheidswaanzin van Lita is tanend. En dat is maar goed ook. Komt er weer wat meer plek in de Zoo en minder chaos.
Het is bijna weekend. Gerard neemt afscheid van de dieren. Zijn stage zit er alweer op. Hij heeft veel geleerd in korte tijd. Niet uit boeken, maar in de praktijk. Nog snel neemt Gerard afscheid van brulaap Michelangelo, zijn favoriete dier. In Michelangelo schuilt een ware artiest. Hij is de Domingo van de Zoo. Een nadeel heeft ie echter. Voor de beste brularia’s moet Michelangelo eerst veel eten. Hij zal Gerard nog het meeste missen. Maar geen nood. Gerard heeft voor alle dieren een gepast afscheidscadeau. Geen barbecue maar een onvervalste eetmarathon staat op het menu. Dat wordt smullen.
Aan de poort levert Gerard zijn sleutel in. Roodstaart amazone Riko luidt hem luidkeels uit. “Seks, Seks, Seks!” Gerard lacht Riko vriendelijk toe en geeft hem een aai over zijn bol. Het is wat met die wilde dieren. Gelukkig bestaat er nog zoiets als een dierentuin. Gered uit Villa Casa Buch heeft Riko toch maar mooi een nieuwe stek gevonden.
Toelichting:
Geschreven n.a.v. de Schrijfwedstrijd van Mei op ColumnX. Voor deze schrijfwedstrijd werd gebruik gemaakt van het principe van priming. 23 Dagen van de maand mei werd een priming woord of concept op de website plaatsen. Op dezelfde dag kon je dan aan de hand van de 'primer' een stuk schrijven en insturen. Ik heb meegedaan aan deze wedstrijd en achteraf besloten ook een stuk te schrijven waarin alle primers van de maand mei chronologisch verwerkt zitten (uitgezonderd 14 en 21 mei). Dat is dit stukje geworden. Een dagje naar de Zoo.
De primers van de maand mei waren:
Krokodillentranen (1-5), Huis-, tuin- en keukenfilosofie (2-5), Kleine Witje (3-5), De mens tracht (4-5), Vrij (5-5), en God lacht (6-5), Sproeten (7-5), Vasthouden is loslaten (8-5), Donderwolk (9-5), Dictatoriaal (10-5), Schone lei (11-5), Zwartkijken (12-5), Lieve Lita (13-5), Grootheidswaanzin (15-5), Preuts (17-5), Ochtendritueel (18-5), Vaarwel (19-5), Michelangelo (20-5), Eetmarathon (22-5), Telefoonseks (23-5)
Abonneren op:
Posts (Atom)