Meneertje Weet ik veel / Gein & Ongein / 16-12-2016
Vandaag kwam ik hem weer tegen, meneertje Weet ik veel. Een bijzonder exemplaar want er lopen er steeds minder van rond. Ik ben dan ook blij dat ik hem regelmatig zie in mijn bos. Meneertje Weet ik veel heeft altijd iets leuks te vertellen. Achteraf. Nooit van te voren en ook nooit ergens in het midden of gewoon tussendoor. Want dat is meestal bagger. Nee, met het lachertje achteraf maakt hij altijd goede sier. Niet alleen bij mij, maar ook bij al mijn andere bezoekers van het bos. Met pretoogjes maakt hij het aan het einde altijd goed met zijn toehoorders. Hij vraagt weliswaar bescheiden, edoch veel aandacht meneertje Weet ik veel, maar altijd vol overtuiging. Overtuiging in zijn gelijk. Zijn eigen gelijk uiteraard. Een ander gelijk bestaat eenvoudigweg niet. Ga daar niet over in discussie met meneertje Weet ik veel. Doe dat niet. Doe dat nooit. Ik spreek uit ervaring. De deksel op de neus krijg je dan. Nog voor zijn twinkeloogjes verschijnen.
Ik zal u vertellen hoe ik deze kennis heb opgedaan. Inclusief de kennis van deze kennis. Ik kwam hem voor het eerst tegen bij mijn favoriete eikenboom. Amerikaans zeg ik u, niet Canadees. Maar wat zegt pummel Weet ik veel. Zo noemde ik hem toentertijd. Het is een Canadees. Ik zeg, wie denk je wel dat bent pummel, het is een Amerikaan. Nou, nee hoor, kijk maar naar het blad zegt ie vol overtuiging. Ik kijk voor de zekerheid nog eens goed naar het blad en zeg. Amerikaans. Dat is een Amerikaans blad. Pummel Weet ik veel begint nu rood aan te lopen. Ik doe alvast een stapje achteruit. Voor de zekerheid. Hoe durft u mij tegen te spreken ... en u is ...? Catweazle heet ik, moet ik het even voor u spellen? Pummel Weet ik veel schrikt nu toch wel. Catweazle? Uit de tv-serie? Nee, niet uit de tv-serie, gewoon de echte, van vlees en bloed, hier knijpt u maar even? Pummel Weet ik veel knijpt in mijn vel. Potjandrie, u bent het echt. Potjandrie, potjandrie, wat een braaf woord. Vooruit ik noem u voortaan meneertje Weet ik veel. Ja, Weet ik veel, want dat denkt u denk ik toch, dat u veel weet? Ja, dat klopt Catweazle, ik weet best veel. Zo weet ik dat dit een Canadese eik is en geen Amerikaanse. Kijk maar, de bladeren zijn gekarteld en niet geplooid? Verrek. Meneertje Weet ik veel heeft gelijk. Ik schud hem de hand en feliciteer hem met zijn kennis. Nieuwe kennis is mij eigen geworden door deze vreemde maar aardige nieuwe kennis. Meneertje Weet ik veel loopt voldaan en met de neus omhoog weg.
Raakhout schuurt tegen mijn been. Griss mich nich. Hij waarschuwt me voor het vrouwtje dat in de verte komt aangelopen. Nee. Vrouwtje Weet ik veel komt eraan. Snel wegwezen nu. Ik wil de bosjes inschieten maar te laat. Brizzl djeu er is geen ontkomen meer aan. Of ik weet waar meneertje Weet ik veel is? Ja, denk ik, maar ik zeg het niet. Nee. Niet gezien. Vrouwtje kijkt me ongeloofwaardig aan. Ze hoorde zojuist nog stemmen. Daar zijn dokters voor mevrouw. Fout antwoord. Ze probeert me nu nadrukkelijk dood te kijken. Ik zwijg. Uit ervaring weet ik dat dat is wat ik het beste kan doen, gegeven de situatie. Het werkt. Gelukkig. Pinnig loopt vrouwtje Weet ik veel verder. Op zoek naar meneertje Weet ik veel. Ben benieuwd of ze hem gaat vinden. Ze loopt nu in ieder geval de verkeerde kant uit. Ze zijn elkaar al langer kwijt. En dat is niet voor het eerst. Ik laat ze hun gang maar gaan. Dat gedijt het beste bij Weet ik veeltjes.
El en voet / Gein & Ongein / 31-12-2016
Ik stroop met mijn beste maat Raakhout door mijn bos. Links en rechts raap ik wat rare stokken op. Brizzl djeu. Ze stinken naar vuur en zijn aan het uiteinde zwart. Soms dragen ze een vreemd gekleurd klein doosje aan de staart. Vreemde projectielen. Ze zijn allemaal iets meer dan anderhalve el lang. De Haagse el niet de Brugse. El? Ja, de el. Aan centimeters doe ik niet. Ik reken nog steeds in lichaamsdelen. Veel makkelijker. Zo is mijn bosvijver bijna honderdvierenzestig voet breed. De totale omtrek bedraagt daar een veelvoud van, afgerond zo'n pakweg vijfhonderdvijftien voet. Dan weet je meteen hoeveel stappen het ongeveer kost om een rondje rond de vijver te wandelen. En dan neem ik passen van ruim een el. In die el passen dan weer ruim twee voeten. Omgerekend ben ik dan in tweehonderdvijftig passen rond de vijver gelopen. Voor Raakhout zijn dat er veel meer. Hoewel? Hij springt tegenwoordig best wel ver. Dat komt omdat Raakhout verliefd is. Het zijn nog net geen bokkensprongen die hij maakt. Of bokkesprongen? Ik laat de n er voortaan tussenuit. Nergens voor nodig die tussen n. Staat alleen maar in de weg. Is overbodig in uitspraak en in schrift. We zeggen toch ook niet de Dikken van Dalen. Nee, gewoon de Dikke van Dale.
Raakhout blijft wat achter. En alleen ik weet waarom. Daar halverwege de bocht bij het kraagriet daar blijft ie zo meteen hangen. Wedden? Tien meter na de bocht blijf ik staan en kruip achter een bosje. En ja hoor, daar springt Raakhout het kraagriet in. Op zoek naar zijn deerne. Wedden? En ja hoor. Ik buig wat voorover en daar zie ik zijn kikkerprinsesje aankomen. Ook zij dartelt vrolijk op haar kleine paddevoetjes. Een bizarre vlaag van heimwee overvalt me. Hoezo bizar? Nou simpel, ik ben zelf nog nooit verliefd geweest en heb ook nog nooit een vriendin gehad. Hoe in hemelsnaam kan ik dan een vlaag van heimwee krijgen? Heimwee waarnaar? Naar liefde die er niet is, die ik nooit gekend heb? Maar ik zie en voel het toch voor me? Bizar. Vast ergens gelezen, het gevoel van verliefd zijn. Of moet ik zeggen verlangen? Nu weet ik het helemaal niet meer. Verlang ik nu naar heimwee of naar liefde?
Raakhout maakt er hoe dan ook geen punt van. Hij springt als een dolle geit achter zijn diva aan. Bokken doet ie nog net niet. Maar het is wel duidelijk hoe zijn vork uit de steel steekt. Griss mich nich. Recht naar voren. De stouterd. Zijn prinsesje kirt van plezier. Kirren? Ja kirren? Met de kin in de nek pruttelend op en neer bewegen en flinke zeepbellen blazen. Zeepbellen? Ja, zeepbellen, Van het gesop. Ik laat ze even begaan en besluit dan in te grijpen. Ik wil niet onmiddellijk het kalverliefde dempen. Daarmee help je koeien alleen maar in de put. En daarvoor is de natuur me te lief. Welke koeien? In de weide omtrek zijn geen koeien te bewonderen. Zelfs geen lakenvelders. Lake kan hier niet. De witte strepen op de koeien hebben de vorm van een laken. Daar kan geen n meer vanaf. Enfin, het is weer mooi geweest. Kom op Raakhout, we gaan weer samen op pad. Hij kijkt me vreemd aan. Op pad? Hij komt er net vanaf. Rare jonge denkt ie dan. Ik zie hem denken.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Posts tonen met het label betweteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label betweteren. Alle posts tonen
31-12-2016
30-06-2014
Columns van Harrie (Juni 2014)
Betweteren / Gein & Ongein / 06-06-2014
Mozes kriebel. Griss mich nich. Ik maak mij grote zorgen. Zorgen over het klimaat van mijn dierbare bos. Het wordt verstoord door een aantal factoren. Op de eerste plaats een verschuiving van klimatologische omstandigheden. De bomen snappen er niets van. Maar ze vertellen mij dat ze de laatste tijd flink veel wind vangen. Op onregelmatige tijden, dus niet op een vast tijdstip. Voor de bomen heel vervelend, want zij zijn toch de antennes van mijn bos. Ik heb me laten vertellen door een collega druïde dat dit te verklaren is door gaten in de ozonlaag. Daar kan ik dus helemaal niets mee. Het is maar een kleine filmlaag, toch? Kortom, onrustbarende onverwachte stormen bedreigen het bos. De eiken en beuken zullen er nog wel tegen kunnen. Over de dennen en berken maak ik me meer zorgen.
Verder was het Raakhout opgevallen dat er de laatste tijd wat opgeblazen figuren door het bos struinen. Laatst liep er iemand door het bos te balgen en sinds kort is daar nog een bijzonder persoon bijgekomen. Hij is heel breedsprakig en bezorgt de bomen pijn aan hun oren. Ook dreigen ze hun geduld te verliezen met de orakelende man. Het doet ze denken aan een dominee. Een heilig boontje. En daar hebben stoere bomen helemaal niets mee. De breedsprakige dominee orakelt aan een stuk door. Overal ziet hij fouten en beperkingen die er niet toe doen. Bijna manisch brengt hij ze onder de aandacht. Luid en schreeuwerig. Om te janken, dat betweteren, zeggen de bomen. Raakhout herkent dit. Hij heeft niet voor niets een koptelefoon over zijn oren getrokken. Het orakel begon de spuigaten uit te lopen. Onverbeterlijk verbetert de betweterige dominee, te pas en te onpas, taal en toon bij al diegene die tegen zijn orakels ingaan. Hij betwetert dat het een lieve lust is. Hij is een echte betweter. Hij betwetert bij de tandarts, de supermarkt. Op zijn werk, bij zijn vrouw en bij de schrijfclub. Kortom overal. Ook bij mensen die het niet horen willen. Ja, ja. Schrijven is zijn hobby en grote passie. En, nog veel belangrijker. Er is er maar een die het daadwerkelijk kan, schrijven. Hijzelf. Het is maar dat u het weet. O, u wist het al? Geen punt. De dominee herhaalt het graag. Ook voor diegenen die het niet horen willen.
De bomen daarentegen pikken het niet meer. Ze zijn het beu. Ze verstoppen zich in hun bast als de vervelende betweterige predikant langsloopt. Hij bederft de sfeer in het bos. Bomen en schrijvers haken af. Wat rest zijn potloden en gummen. U mag zelf de metafoor kiezen lezers. Voor mij is het overduidelijk. Ik strijk mijn baard en roep Raakhout bij me. Samen besluiten we het betwetertje zijn gelijk te geven. Altijd en overal. Lekker puh. Laat hem maar lekker kuchen. De bomen overleven het wel. We laten de betwetert maar lekker betweteren. Betwetert of betweterd? Wat is nu eigelijk de juiste spelling? Betwetert in het heden. Betweterd in het verleden. We kiezen voor het laatste.
Ach, het zou allemaal niet zo’n probleem wezen met het gebetweter van deze bosbezoeker, ware het niet dat voor en na het betweten duizenden excuses geplaatst worden door de betweter. Dat riekt dames en heren, beste beuken en berken, naar galleryplay. De bosbezoeker blijkt toch niet zo zeker van zijn zaakjes. Hij legt zijn waarheid liever in de handen van de lezer. Lekker veilig. Met heel veel excuus, maar hij heeft het wel gezegd. In het geniep met verfijnde verontschuldiging. Opdat hij toch maar geloofd mag worden en opgenomen in het walhalla van zijn zelf ingerichte schrijfhemel. Want een schrijverke, heren en dames, beste berken en beuken, dat is ie toch, niet?
De bomen in mijn bos berusten in de situatie. Aanvankelijk dreigden ze nog mijn bos te verlaten door het toedoen van de betweter. Maar ook zij zien gelukkig in dat het hier slechts onschuldig orakel betreft. Met de verontschuldigingen schijnheilig bijna. Maar het zij zo. Er zijn ergere zaken om een bos te verlaten. Ze laten de dominee, voor wat het is. Een orakel in blote bast. Een beetje schors zou hem echter niet misstaan.
Naomistelten / Gein & Ongein / 25-06-2014
Raakhout is weer eens verliefd. Ja, zo gaat dat met padden. Het blijft wel een vreemde gewaarwording. Een bruine pad met blozende wangen. Met een beetje fantasie zie je er de achterzijde van een baviaan in. Ja, zo’n vieze aap. Zeker als Raakhout zijn wangen opblaast. Het lijken dan twee gigantisch grote roze billen. Daar kan de meest ranzige baviaan niet aan tippen. Bij Raakhout zitten er dan ook nog eens twee ogen op. Ja, op die billen. En ja, ik weet het. Het gaat misschien uw voorstellingsvermogen te boven. Maar ik heb het toch echt gezien.
Het is een leuk meisje waar Raakhout zijn oog op heeft laten vallen. Eigenlijk is zij een maatje te groot voor hem. Het is namelijk een maxipad. Ze heeft geen poten maar stelten. Wel hele mooie stelten. Een soort Naomistelten, glad en bruin. Sinds Raakhout het meisje kent draagt ie een grote ladder bij zich. Ja, die Raakhout is voor geen gat te vangen. Samen met zijn meissie op stelten zet hij de boel op … Juist ja, dat mag u zelf invullen. Het steltmeisje luistert naar de naam van Brussel. Van achteren hè. Van voor heet ze gewoon Sofie. Sofie van Brussel. Maar ze komt uit Antwerpen. Verwarrend. Ik weet het. Maar zo is ook de liefde.
Raakhout heeft haar leren kennen tijdens het driehonderdachtenveertigste druïdecongres. Hij was meteen verliefd op haar. Al bij de eerste kennismaking. Tot over zijn oren. Het congres vond plaats in de achtertuin van het museum Eugeen Van Mieghem. Het was een opvallende verschijning, die Sofie. Er bestaan ook grote druïden, maar Sofie stak met kop en schouders boven al het gepeupel uit. Ze was samen met haar zusje Filo. Ook een opvallende verschijning. Filo was gezegend met lange armen. Die waren zo lang dat haar handen over de grond sleepten. Ze droeg dan ook altijd handschoenen. Uit voorzorg. Raakhout viel echter op lange benen.
De kennismaking was van korte duur. Al snel bleek dat Raakhout en Sofie dermate bezeten raakten van wederzijdse over-de-oren-verliefdheid dat er geen ruimte was voor lange kennismaking. De fysieke ongemakken werden snel overwonnen. Het zoenen vergde wel enige inspanning. Dit tot vermaak van de aanwezigen. Het was een komisch gezicht om te zien hoe Raakhout zich werkelijk suf sprong om de grote volle lippen van Sofie te kussen. Ze hadden zich weliswaar verschanst achter een bossage, maar toch. Een vliegende pad een meisje op stelten zien zoenen boven een bosschage blijft toch bijzonder.
Met lichte verontschuldiging naar het druïdegezelschap heb ik de twee geconfronteerd met de komische situatie. In alle hevigheid heeft de verliefdheid zich daarna voortgezet in de auto op weg naar huis. Gelukkig deed de airco het goed in mijn auto. In Nummer Eén aangekomen verdwenen de tortelduifjes meteen in het bos. En dat bos, dat heeft het geweten. Het staat nu nog op stelten.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Mozes kriebel. Griss mich nich. Ik maak mij grote zorgen. Zorgen over het klimaat van mijn dierbare bos. Het wordt verstoord door een aantal factoren. Op de eerste plaats een verschuiving van klimatologische omstandigheden. De bomen snappen er niets van. Maar ze vertellen mij dat ze de laatste tijd flink veel wind vangen. Op onregelmatige tijden, dus niet op een vast tijdstip. Voor de bomen heel vervelend, want zij zijn toch de antennes van mijn bos. Ik heb me laten vertellen door een collega druïde dat dit te verklaren is door gaten in de ozonlaag. Daar kan ik dus helemaal niets mee. Het is maar een kleine filmlaag, toch? Kortom, onrustbarende onverwachte stormen bedreigen het bos. De eiken en beuken zullen er nog wel tegen kunnen. Over de dennen en berken maak ik me meer zorgen.
Verder was het Raakhout opgevallen dat er de laatste tijd wat opgeblazen figuren door het bos struinen. Laatst liep er iemand door het bos te balgen en sinds kort is daar nog een bijzonder persoon bijgekomen. Hij is heel breedsprakig en bezorgt de bomen pijn aan hun oren. Ook dreigen ze hun geduld te verliezen met de orakelende man. Het doet ze denken aan een dominee. Een heilig boontje. En daar hebben stoere bomen helemaal niets mee. De breedsprakige dominee orakelt aan een stuk door. Overal ziet hij fouten en beperkingen die er niet toe doen. Bijna manisch brengt hij ze onder de aandacht. Luid en schreeuwerig. Om te janken, dat betweteren, zeggen de bomen. Raakhout herkent dit. Hij heeft niet voor niets een koptelefoon over zijn oren getrokken. Het orakel begon de spuigaten uit te lopen. Onverbeterlijk verbetert de betweterige dominee, te pas en te onpas, taal en toon bij al diegene die tegen zijn orakels ingaan. Hij betwetert dat het een lieve lust is. Hij is een echte betweter. Hij betwetert bij de tandarts, de supermarkt. Op zijn werk, bij zijn vrouw en bij de schrijfclub. Kortom overal. Ook bij mensen die het niet horen willen. Ja, ja. Schrijven is zijn hobby en grote passie. En, nog veel belangrijker. Er is er maar een die het daadwerkelijk kan, schrijven. Hijzelf. Het is maar dat u het weet. O, u wist het al? Geen punt. De dominee herhaalt het graag. Ook voor diegenen die het niet horen willen.
De bomen daarentegen pikken het niet meer. Ze zijn het beu. Ze verstoppen zich in hun bast als de vervelende betweterige predikant langsloopt. Hij bederft de sfeer in het bos. Bomen en schrijvers haken af. Wat rest zijn potloden en gummen. U mag zelf de metafoor kiezen lezers. Voor mij is het overduidelijk. Ik strijk mijn baard en roep Raakhout bij me. Samen besluiten we het betwetertje zijn gelijk te geven. Altijd en overal. Lekker puh. Laat hem maar lekker kuchen. De bomen overleven het wel. We laten de betwetert maar lekker betweteren. Betwetert of betweterd? Wat is nu eigelijk de juiste spelling? Betwetert in het heden. Betweterd in het verleden. We kiezen voor het laatste.
Ach, het zou allemaal niet zo’n probleem wezen met het gebetweter van deze bosbezoeker, ware het niet dat voor en na het betweten duizenden excuses geplaatst worden door de betweter. Dat riekt dames en heren, beste beuken en berken, naar galleryplay. De bosbezoeker blijkt toch niet zo zeker van zijn zaakjes. Hij legt zijn waarheid liever in de handen van de lezer. Lekker veilig. Met heel veel excuus, maar hij heeft het wel gezegd. In het geniep met verfijnde verontschuldiging. Opdat hij toch maar geloofd mag worden en opgenomen in het walhalla van zijn zelf ingerichte schrijfhemel. Want een schrijverke, heren en dames, beste berken en beuken, dat is ie toch, niet?
De bomen in mijn bos berusten in de situatie. Aanvankelijk dreigden ze nog mijn bos te verlaten door het toedoen van de betweter. Maar ook zij zien gelukkig in dat het hier slechts onschuldig orakel betreft. Met de verontschuldigingen schijnheilig bijna. Maar het zij zo. Er zijn ergere zaken om een bos te verlaten. Ze laten de dominee, voor wat het is. Een orakel in blote bast. Een beetje schors zou hem echter niet misstaan.
Naomistelten / Gein & Ongein / 25-06-2014
Raakhout is weer eens verliefd. Ja, zo gaat dat met padden. Het blijft wel een vreemde gewaarwording. Een bruine pad met blozende wangen. Met een beetje fantasie zie je er de achterzijde van een baviaan in. Ja, zo’n vieze aap. Zeker als Raakhout zijn wangen opblaast. Het lijken dan twee gigantisch grote roze billen. Daar kan de meest ranzige baviaan niet aan tippen. Bij Raakhout zitten er dan ook nog eens twee ogen op. Ja, op die billen. En ja, ik weet het. Het gaat misschien uw voorstellingsvermogen te boven. Maar ik heb het toch echt gezien.
Het is een leuk meisje waar Raakhout zijn oog op heeft laten vallen. Eigenlijk is zij een maatje te groot voor hem. Het is namelijk een maxipad. Ze heeft geen poten maar stelten. Wel hele mooie stelten. Een soort Naomistelten, glad en bruin. Sinds Raakhout het meisje kent draagt ie een grote ladder bij zich. Ja, die Raakhout is voor geen gat te vangen. Samen met zijn meissie op stelten zet hij de boel op … Juist ja, dat mag u zelf invullen. Het steltmeisje luistert naar de naam van Brussel. Van achteren hè. Van voor heet ze gewoon Sofie. Sofie van Brussel. Maar ze komt uit Antwerpen. Verwarrend. Ik weet het. Maar zo is ook de liefde.
Raakhout heeft haar leren kennen tijdens het driehonderdachtenveertigste druïdecongres. Hij was meteen verliefd op haar. Al bij de eerste kennismaking. Tot over zijn oren. Het congres vond plaats in de achtertuin van het museum Eugeen Van Mieghem. Het was een opvallende verschijning, die Sofie. Er bestaan ook grote druïden, maar Sofie stak met kop en schouders boven al het gepeupel uit. Ze was samen met haar zusje Filo. Ook een opvallende verschijning. Filo was gezegend met lange armen. Die waren zo lang dat haar handen over de grond sleepten. Ze droeg dan ook altijd handschoenen. Uit voorzorg. Raakhout viel echter op lange benen.
De kennismaking was van korte duur. Al snel bleek dat Raakhout en Sofie dermate bezeten raakten van wederzijdse over-de-oren-verliefdheid dat er geen ruimte was voor lange kennismaking. De fysieke ongemakken werden snel overwonnen. Het zoenen vergde wel enige inspanning. Dit tot vermaak van de aanwezigen. Het was een komisch gezicht om te zien hoe Raakhout zich werkelijk suf sprong om de grote volle lippen van Sofie te kussen. Ze hadden zich weliswaar verschanst achter een bossage, maar toch. Een vliegende pad een meisje op stelten zien zoenen boven een bosschage blijft toch bijzonder.
Met lichte verontschuldiging naar het druïdegezelschap heb ik de twee geconfronteerd met de komische situatie. In alle hevigheid heeft de verliefdheid zich daarna voortgezet in de auto op weg naar huis. Gelukkig deed de airco het goed in mijn auto. In Nummer Eén aangekomen verdwenen de tortelduifjes meteen in het bos. En dat bos, dat heeft het geweten. Het staat nu nog op stelten.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)