Posts tonen met het label therapie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label therapie. Alle posts tonen

12-08-2024

Familieopstelling

We staan in het bos. De zon schijnt door de bomen en het ruikt heerlijk naar hars. Ik ben aan de beurt. De gedachte alleen al windt me op. Eerst maar eens mijn grote zus een plekje geven. Ze doet altijd onnozel dus plaats ik haar achter een dikke den. De broer die na mij komt, best aardig, zet ik dicht bij me. Op vijftig centimeter. Minder afstand kan ik niet verdragen en is gezien de situatie ook gevaarlijk. Mijn oudste zus kijkt uitdagend. Waar zal ik die eens plaatsen? Een takkewijf is het. Ik laat haar plaats nemen op een laaghangende tak van een dikke eik. Kan ze mooi overzicht houden. Mijn oudste broer dan nog. Met zijn overstelpend verantwoordelijkheidsgevoel stuur ik hem de struiken in. Nu is het zaak om de juiste tekst bij de juiste personen te vinden.

De therapeut naast me kijkt me aan. Hij ziet me worstelen. Ik heb het mezelf wel lastig gemaakt en moet bekennen dat ik de dingen misschien toch anders had willen doen. Ik kan dan ook niet de juiste woorden vinden bij mijn broers en zussen. Ze blijven wie ze zijn. Zichzelf helaas. Verplaatsen in een ander kunnen ze maar moeilijk. Hoeft ook niet. Het feit dat ik ze opstel geeft al voldoening. Geen terechtstelling maar een gekoesterde wens. Woorden zijn overbodig, daden ook. De therapeut ziet dat het kwartje is gevallen. Vanuit de kuil, die ik met veel pijn en moeite heb gegraven, kijk ik samen met hem naar mijn broers en zussen. Ik nodig hen allen uit om even te lachen en dan langzaam naar mij toe te komen en me een lieve aai over de bol geven. En zowaar, het gebeurt. Ik ben de gelukkigste man ter wereld. Heel even. Wie is de volgende?

--------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #518 - Setting (6 augustus 2024)  -  Odile Schmidt
Schrijf een kort verhaal waarin de setting net zo belangrijk is als de personages in maximaal 300 woorden.

22-03-2024

Mien korte verhalen (57 t/m 59) met kleine grote waarheid

Geschreven tussen 12-07-2011 en 18-11-2014
(in derde persoon onder alias Kees, in maart 2024 geredigeerd naar eerste persoon Mien)
 
 
57) Getapte mop (12-07-2011 > 22-03-2024 geredigeerd)
 
Vrijdagavond. Ik fiets naar mijn werk. Ik heb er niet zoveel zin in vandaag, maar plicht roept. Langzaam stromen de arbeiders op het industrieterrein de poorten binnen. Het distributiecentrum waar ik werkzaam ben ruikt naar meel, verpakkingsmateriaal en weeë zure lucht. Snel stop ik mijn kaart in de prikklok en berg mijn jas op. Door de grote speakers in de megahal klinkt Skyradio. Hol en leeg. De muziek zal zich vannacht herhalen. Moonlight shadow. Wel drie keer.

Zwijgzaam haal ik een pallettruck op, ook wel BT genoemd. De accu’s van de BT zijn gelukkig al opgeladen voor de nachtploeg. Bij de magazijnchef haal ik mijn eerste orderbon op. Het wordt een vrachtje toiletpapier en chips laden. Lekker makkelijk. Ik stuur mijn BT de toiletpapier- en chipsgang in en kan nog net de heftruck ontwijken die midden in de gang staat. Het is de heftruck van dronken Willem. Die laat zich altijd omhoog takelen door zijn collega Dries. Willem heeft weer eens flink gedronken en gaat zijn roes uitslapen op stelling 44, tussen het toiletpapier. Na de nachtlunch gaat hij pas aan de slag. Hij hoeft maar 20 orders te verwerken. Met zijn ervaring a piece of cake.

Om het uur gaat de pauzezoemer. Heel fijn want een bak koffie gaat er altijd in en houdt de nachtploeg wakker en scherp. Ik ben nog niet echt opgenomen bij de nachtploeg. Ik ben student en uitzendkracht. In de stoere distributiewereld kost het dan extra moeite om een plek te veroveren. Na de pauze check ik of mijn BT niet stiekem is vastgebonden aan een stelling. Gelukkig niet. Mijn twee pallets staan hoog opgestapeld en propvol. Het moment om waakzaam te zijn. De vaste krachten zijn dol op breukpakketten. Het is hun extra bonus. Een stukje verder staat een pas begonnen uitzendkracht zijn omgevallen vracht uit te pluizen. Hij is het slachtoffer van de nacht. De vaste krachten lachen in hun vuistje. Op de pallet stond veel wijn. Dat wordt een mooi breukpakket.

De lunch is altijd het breekpunt van de nachtdienst. De pauze duurt veel te lang. Tijd voor een praatje. Onderwerp van gesprek zijn steevast gore moppen. De mannen met de meeste tattoos lachen het hardst. Ik lach schaapachtig mee. Ik wil er graag bij horen. Ook de magazijnchef lacht mee. Heel belangrijk om hem te vriend te houden. Hij deelt namelijk de orders uit. De moppen zijn van bedenkelijk niveau. “Wat krijg je als je Pinokkio pijpt?” “Splinters in je mond!” Er wordt hard gelachen. “Waarom mag sperma niet heter zijn dan 40 graden?” “Anders gaat je leuter fluiten”.

De nachtdienst zit er op. Het is 06:00 uur. Ik ben blij dat ik naar huis kan. Met een leeg en slaperig hoofd glijd ik op m’n fiets door de ochtendnevel. In de woonwijken staan de rozen in bloei en hangen de vlaggen en boekentassen in top. Vanavond heb ik weer een eindexamenfeest. Thuis duik ik snel in bed. Ik heb vanmiddag nog strafcornertraining en die mag ik niet missen. Ik speel hoofdklasse hockey en zondag staat een belangrijke wedstrijd op het programma. Gauw dus effen een paar uurtjes vooruit slapen.

Het is een half uur fietsen naar het hockeyveld. Ik stroop mijn kousen omlaag en doe mijn scheenbeschermers uit. Het is veel te warm. Aanvoerder Gerard spreekt me aan. “Hee kerel hoe gaat ie? Hoezo moe? Werk je nog steeds in dat distributiecentrum? Je bent gek.” Gerard vindt het maar niks dat ik in een distributiecentrum werk en nachtploegen draai. Dat gaat ten koste van slagkracht. De hockeywedstrijd van aanstaande zondag is een hele belangrijke. Ik denk er het mijne van.

De warming-up is van korte duur. Tijdens de rekkingsoefeningen is er tijd voor een praatje. Onderwerp van gesprek zijn steevast gore moppen. De mannen met de grootste mond lachen het hardst. Ik lach schaapachtig mee. Ik ben nog niet lang bij de club en wil er graag bij horen. De moppen zijn van bedenkelijk niveau. “Wat krijg je als je Pinokkio pijpt?” “Splinters in je mond!” Er wordt hard gelachen. “Waarom mag sperma niet heter zijn dan 40 graden?” “Anders gaat je leuter fluiten.” Gegrinnik in de groep.
 
Ik lig in een deuk van het lachen. Mijn teamgenoten kijken me bedenkelijk aan. De anders zo nuchtere en stille Mien die nu ineens zo hard lacht. Wat is er aan de hand? Ik kan het niet uitleggen. Het is frappant hoezeer mijn hockeymaten overeenkomstig gedrag vertonen met de arbeiders uit het distributiecentrum. Alleen de tattoos ontbreken. Ze moesten eens weten. Ik herinner me plots het gesprek met de directeur van de Academie Beeldende Vorming, dat ik afgelopen week had. Die vroeg aan mij hoe ik in hemelsnaam mijn kunststudie kon combineren met het spelen van tophockey. Dat zijn toch totaal verschillende werelden? Hij moest eens weten? Bulderend van het lachen hervat ik de rekkingsoefeningen, mijn hockeymaten in verwarring achterlatend. Zou dronken Willem alweer aan het bier zitten?
 
 
58) Afscheid in de toekomst (18-11-2014 > 22-03-2024 geredigeerd)
 
Bedeesd zit ik aan het ontbijt. Ik heb geen enkele trek. Niet in eten en niet in gesprek. Mijn gedachten vullen maag en hoofd, met het aanstaande afscheid, met zeurderige pijn en twijfel. Om tien uur is het zover. Ik treed binnen. De groepsruimte voelt zwaarder aan dan normaal. De stoelen leger. Iedereen neemt plaats in de kring.

Hans neemt het woord en vraagt wie er af wil trappen. Ik raap al zijn moed bij elkaar en neem een dapper besluit. Ik heb het er al vaker over gehad maar nog nooit aangedurfd. Ik heb mijn groepsgenoten met hun problemen zien worstelen en nu na twee maanden is het aan mij.

Scherp stel ik de situatie voor. Nu zestien jaar geleden. Ik was negen. De stoelen gaan aan de kant. Uitgezonderd twee. Zij vormen de bank. De bank waarop mijn zieke moeder ligt. Achter de bank zie ik de gestreepte gordijnen hangen. Gordijnen die altijd dicht zijn. Ook hartje zomer. Ze houden de hitte buiten en het drama binnen. Maar niet vandaag.

Met lichte aarzeling trek ik de gordijnen open. Het warme zonlicht vervult de ruimte en schijnt op het gezicht van mams. Ze opent de ogen en kijkt me lieflijk aan. "Dag lieve jongen, kom je eindelijk afscheid nemen? Na zestien lange jaren? Weet dat ik van je gehouden heb, ook al liet ik dat niet merken. Door mijn ziekte, door mijn stoornis. Sorry dat ik zo vroeg heen moest gaan. Hier een dikke knuffel!"

"Dag lieve mams, ik ben zo verdrietig, heb je ook nooit kunnen vertellen dat ik van je hou ... Maar ... ineens ... zo maar ... was je weg ... Ik heb je niet zien gaan. Heb geen afscheid van je kunnen nemen. Mijn tranen heb ik aan de Maas gegeven. Aan moeder Maas. Ik geef ze nu aan jou. Opnieuw en met een glimlach. Dag lieve mams. Love you!" 


59) That will be the day (04-01-2012 > 23-03-2024 geredigeerd)

Met een zwaar hoofd word ik wakker. Langzaam open ik mijn ogen en knipper met mijn lange wimpers doelloos in het donker. Achter in mijn oren hoor ik vaag en dof iets wat lijkt op muziek. Het is mijn wekkerradio die dagelijkse rituelen afdraait. 
Begin de dag met een dansje. Begin de dag met een lach. Want wie vrolijk kijkt in de morgen. Ja die lacht de hele dag. Ja die lacht de hele dag ...
Ja, maar nu even niet. Mijn hoofd staat niet naar Giel’s geluksriedel. Vandaag is een bijzondere dag.

Met lichte weerstand schuif ik langzaam uit zijn bed. Liever wil ik deze dag niet beginnen. Voor mij mag hij gewoon voorbij gaan. Overgeslagen desnoods, geskipt. Al heel lang ligt hij in het verschiet. Nu is deze dag aangebroken. Het voelt als een loodzware deken. Ik overweeg om voor de gelegenheid speciale kleding aan te trekken. Maar welke? Ik denk terug aan wat er toentertijd gedragen werd. Bruin, paars, oranje. Wijde pijpen, lange rokken. Mijn gedachten dwalen af als een gouwe ouwe uit de wekkerradio klinkt. Eres tú van Mocedades. Ik zoek de vertaling op in het Engels, Touch the wind en verbaas me over de tekst.

I woke up this morning and my mind fell away. And looking back sadly from tomorrow. As I heard an echo from the past softly say. Come back, come back, won't you stay. And only forever can I say I love you. And only forever have I lost you. But only a dreamer could wake up. As I do and hope it's still yesterday.

Met een zachte plof en zwaar gemoed zink ik neer op de oude zitzak in de slaapkamer. Met tegenzin schuif ik in mijn sokken. Geitenwol vandaag, want het is winter. Voor de gelegenheid dan toch maar een corduroy broek aan. Een paarse blouse met grote kraag en een bijbehorend vest. Klaar is Kees. Nu nog even de sluipers zoeken. Mijn outfit is bijna compleet. Alleen de groene pukkel ontbreekt nog. In gedachten zie ik mijn gerafelde pukkel op de oude nappa leren bank liggen. Verstild in een armetierige grijze woonkamer. Hij denkt terug aan kapotte knieën, opengehaald aan een veel te harde kokosmat. Ruw. Wreed. Maar ach. Everybody was wounded, wounded at Wounded Knee.

Ik hoef mijn gedachten niet langer te ordenen. Ze achtervolgen me al sinds mijn jeugd. Haunted by days and numbers. Deze dag zou vroeg of laat komen. Daarvoor heb ik geen glazen bol nodig. Ook geen visnet en ook geen macramé. Achtenveertig jaar is zij geworden. Droef en moederziel alleen, 17656 dagen lang. Vandaag word ik net zo oud. Een speciale aangelegenheid. Troostvol bind ik een verjaardagskaart aan een vlieger. Een verjaardagskaart voor mijn moeder, die hoog in de hemel is. Een kaart met 17656 digitale kaarsjes. Voor als het donker is daarboven. Ach, stroom, stroom, stroom, de loop van het leven gaat altijd voort.

19-04-2003

Roken en schrijven op therapeutische basis

Een tijdje geleden kreeg ik een reactie op mijn rookcolumns. Een nieuwsgierige lezer vroeg zich af hoe schrijven in hemelsnaam therapeutisch kan werken en helpen bij het stoppen met roken. Hij vroeg mij hierover iets te schrijven. Wel bij deze het antwoord. Al is het maar om de nieuwsgierigheid te bevredigen en een tip van de rooksluier te lichten waarom mijn rookverhalen zo hardnekkig (… en gedateerd) blijven verschijnen.

Columns en andere pennenstreken komen meestal tot stand met behulp van volle asbakken, gele vingers en rokerige luchten. Schrijven om te stoppen met roken lijkt daarmee een contradictio in terminis te zijn. Niets is minder waar. Toch is het mogelijk om deze twee activiteiten met elkaar te koppelen. Hoe gaat dit in zijn werk (en waarom noem ik het therapie)?

Wel, … bij elke gedachte aan een sigaret denk ik aan een letter uit het alfabet (Freud noemt dit sublimatie). Als ik voldoende letters gespaard heb kan ik beginnen met het vormen van woorden (creatieve processen worden in werking gezet volgens Jung). Na een tijdje met dit creatief proces bezig te zijn geweest kom ik uiteindelijk bij zinnen. Mijn zinnen hussel ik dan goed door elkaar om vervolgens uit de chaos orde te scheppen (de essentie van therapie volgens Dr. Spock). En zowaar, een rookverhaal is geboren. Kortom de gedachte aan schrijven en de daad bij het woord voegen waken ervoor dat ik naar de sigaret grijp.

Ik weet, sommige mensen gaan een rondje lopen als de drang naar roken plots komt opzetten. Anderen vergrijpen zich aan trekdrop of soortgelijke placebo’s. Zij nemen de fles, of lezen zich suf in antirookboeken. Zijn lid van de fanclub Allen Carr, slikken zyban, plakken zich vol met pleisters of laten zich lek prikken met naald en water. Dit is allemaal niet besteed aan mij. Nee, deze jongen gebruikt inkt, typelint en toetsenbord wanneer zijn hersenen hem drijven tot waanzin en hem doen lonken naar rookartikelen. Ik lik pennen, kneed gummen, knaag potloden en peuter aan toetsen. En het helpt. Ik blijf af van de sigaretten en schrijf voor mijn lijf. Zo ook is deze column wederom een bijdrage aan mijn quit smoking.

Wat is nu de parallel tussen roken, schrijven en therapie? Degenen onder ons bekend met eender welke therapie weten dat de therapie die ze ondergingen, een wezenlijk onderdeel van hun leven is geworden. Het is diep doorgedrongen in ons zijn. Zo ook roken en schrijven. Kans op recidivisme is daarbij zeer groot. Bij herhaling loopt het zijn grote schade op. Dus dat moet voorkomen worden. Om het in herhaling vallen te voorkomen wordt wel eens gebruik gemaakt van homeopathie. Een beetje ruim vertaald wil dit zeggen dat de kwaal eerst even verergerd moet worden om daarna tot het beste resultaat te komen. Vandaar dat mijn rookverhalen steeds weer een oplossing bieden. Ze zij toentertijd geschreven om van de sigaret af te blijven. Dat vergde veel inspanning. Nu hoef ik slechts mijn placebo’s los te laten op ColumnX zodra ik weer de smaak in mijn mond krijg… Het stoppen met roken kostte mij 21 verhalen. Ik houd het dus nog wel even vol. De teller staat op 11.

Mien Jung en Mien Freud


Bron > http://www.fidnet.com/~weid/psychologists.htm