Posts tonen met het label gezondheidszorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezondheidszorg. Alle posts tonen
29-11-2020
Boerenkool met spruitjes
Boerenkool met spruitjes. Ik lust ze beiden graag. Heb er wel lang over gedaan eer ik deze staat bereikte. Gehoorzaamheid stond lang in de weg. Welk kind wil nou niet zijn ouders gehoorzamen? Ik dus. Totdat ik een echte goeroe tegenkwam. Ramses Sjamani Brusseloos Lofita. Hij wees me op het gezondheidsaspect van deze zalige groenten. En ik was meteen verlost. Mijn geloof herboren in het groen. Lang leve de vitamine C.
06-03-2018
Afvalrace 17: Grip op koolhydraten
Grip hebben en houden op koolhydraten. I love it en ik kan het iedereen aanraden. Sinds de start van het nieuwe jaar laat ik oud vet van mijn buikwand verdwijnen. Het kost amper moeite. In navolging van mijn lieve vrouw, die een maand eerder gestart is heb ik mijn afvalrace als inhaalrace weer opgepakt en nieuw leven ingeblazen. En het werkt. Waarachtig.
Met grote dank aan Yvonne Lemmers. Yvonne wie? Yvonne Lemmers, de schrijfster van inmiddels drie of misschien wel vier boeken die handelen over de omgang met koolhydraten, Grip op Koolhydraten, noodzakelijk kwaad en tevens onontbeerlijke levensenergie. Onder ons gezegd, en dan heb ik het niet over grammen, maar over ponden en kilo's, het vliegt ervanaf en het kost amper moeite, de inhaalafvalrace. Ik ben alweer een gaatje kwijt op mijn broekriemen. Sterker nog, dat wat over is aan het uiteinde van de riem hangt er als een slappe tong bij. Mijn riem heeft geen honger meer en zelfs geen trek. Hoe is het mogelijk? Van 91 kilo (december 2017) naar 80 kilo in twee maanden tijd. Ik leg het uit.
In de morgen neem ik een bakje Griekse yoghurt (drie afgestreken eetlepels, 10% vetgehalte) met een eetlepel mix van noten. Vooraf neem ik een glas water glaasje water met twee pilletjes silicium en een grote rode pil Dagravit Totaal 30.
In de middag (door mijn vrouw) zelfgemaakt brood. Dit is een mix van ei, kaas, yoghurt in afwisselende verhoudingen en soms met toevoeging van notenmix. Ook toegevoegd wat psyllium, vezelstof voor een goede stoelgang. In totaal dagelijks een halve snee brood. Je kunt voor twee weken vooruit maken en dit in de vriezer bewaren. Daarnaast eet ik ook een klein bakje salade bestaand uit sla (voor de broodnodige afwisseling, soms ijsberg, soms veld en soms rucola), een stukje geschilde komkommer, een klein snoeptomaatje, twee olijven, een halve kleingesneden augurk, een eetlepel kiemen, bij voorkeur 'Sprouty' en een klein stukje kaas (feta of brie). Is dat genieten? Dat is genieten.
In de avond is het uurtje van genot. Een uur waarbinnen gewoon gegeten mag worden. Ook wel genoemd het koolhydratenuur. Pasta, aardappelen, rijst, frites, brood het mag dan allemaal. Binnen het uur ook vlees, vis of vega en groenten nuttigen en ook een stuk fruit (kiwi, appel of banaan). Ook het koekje bij de koffie of chocolaatje valt binnen het uur. En in het weekend ook een lekker glas whiskey. Goed vol te houden allemaal.
Geen tussendoortjes tijdens de dag of avond. Uitgezonderd een stukje kaas, of worst of wat walnoten. Ja, het kan en mag allemaal. Het koolhydratenuur mag ook in de ochtend of middag worden ingezet. Maar dat vraagt dan wel wat meer improvisatie. Mijn voorkeur heeft de avond. De boeken van Yvonne bevatten ook lekkere recepten en kookschema's. Daarnaast een zeer goede uitleg over de zin en onzin van koolhydraten en wat je lijf daadwerkelijk nodig heeft.
En het moet gezegd, ik noem het niet eens een dieet. Eerder een nieuwe levensstijl. De eerste twee weken heb je nog af en toe een hongergevoel, daarna niet meer. Het lijf is dan gewend aan het nieuwe eetpatroon. Je hebt dan ook geen behoefte meer aan tussendoortjes. Wat een rust geeft het voor het lijf. Geen ups en downs meer in het hongergevoel, je voelt je een stuk fitter. Geen grote pieken en dalen meer in mijn suiker. De glucosespiegel is veel meer in evenwicht. Ik spuit ook veel minder insuline, de snelwerkende is teruggebracht van 6 naar 2 eenheden voor de maaltijden. En de langwerkende insuline van 26 naar 18. Toe maar.
Ik voel me een stuk fitter met deze grip op koolhydraten. En het leuke is dat na verloop van tijd je ook zo nu en dan kan, mag en moet zondigen. Je kan het makkelijk hebben. Ik kan het iedereen aanraden. Grip op koolhydraten. Ban het gif. Nooit geweten dat suiker zo'n rotzooi is. Dat ervaar je pas als je met dit dieet, deze nieuwe levenswijze start. En wat ruikt de wereld ook weer ineens een stuk lekkerder en intenser. Ik zeg let's go GOK! Op naar de 76 kilo en 94 cm middelomtrek.
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo – Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 06-01-2014: 85,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 25-02-2015: 83,50 kilo – Middelomtrek: 102 cm
Gewicht 19-07-2016: 87,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 17-03-2017: 86,50 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 06-03-2018: 80,00 kilo – Middelomtrek: 99 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2018. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
Met grote dank aan Yvonne Lemmers. Yvonne wie? Yvonne Lemmers, de schrijfster van inmiddels drie of misschien wel vier boeken die handelen over de omgang met koolhydraten, Grip op Koolhydraten, noodzakelijk kwaad en tevens onontbeerlijke levensenergie. Onder ons gezegd, en dan heb ik het niet over grammen, maar over ponden en kilo's, het vliegt ervanaf en het kost amper moeite, de inhaalafvalrace. Ik ben alweer een gaatje kwijt op mijn broekriemen. Sterker nog, dat wat over is aan het uiteinde van de riem hangt er als een slappe tong bij. Mijn riem heeft geen honger meer en zelfs geen trek. Hoe is het mogelijk? Van 91 kilo (december 2017) naar 80 kilo in twee maanden tijd. Ik leg het uit.
In de morgen neem ik een bakje Griekse yoghurt (drie afgestreken eetlepels, 10% vetgehalte) met een eetlepel mix van noten. Vooraf neem ik een glas water glaasje water met twee pilletjes silicium en een grote rode pil Dagravit Totaal 30.
In de middag (door mijn vrouw) zelfgemaakt brood. Dit is een mix van ei, kaas, yoghurt in afwisselende verhoudingen en soms met toevoeging van notenmix. Ook toegevoegd wat psyllium, vezelstof voor een goede stoelgang. In totaal dagelijks een halve snee brood. Je kunt voor twee weken vooruit maken en dit in de vriezer bewaren. Daarnaast eet ik ook een klein bakje salade bestaand uit sla (voor de broodnodige afwisseling, soms ijsberg, soms veld en soms rucola), een stukje geschilde komkommer, een klein snoeptomaatje, twee olijven, een halve kleingesneden augurk, een eetlepel kiemen, bij voorkeur 'Sprouty' en een klein stukje kaas (feta of brie). Is dat genieten? Dat is genieten.
In de avond is het uurtje van genot. Een uur waarbinnen gewoon gegeten mag worden. Ook wel genoemd het koolhydratenuur. Pasta, aardappelen, rijst, frites, brood het mag dan allemaal. Binnen het uur ook vlees, vis of vega en groenten nuttigen en ook een stuk fruit (kiwi, appel of banaan). Ook het koekje bij de koffie of chocolaatje valt binnen het uur. En in het weekend ook een lekker glas whiskey. Goed vol te houden allemaal.
Geen tussendoortjes tijdens de dag of avond. Uitgezonderd een stukje kaas, of worst of wat walnoten. Ja, het kan en mag allemaal. Het koolhydratenuur mag ook in de ochtend of middag worden ingezet. Maar dat vraagt dan wel wat meer improvisatie. Mijn voorkeur heeft de avond. De boeken van Yvonne bevatten ook lekkere recepten en kookschema's. Daarnaast een zeer goede uitleg over de zin en onzin van koolhydraten en wat je lijf daadwerkelijk nodig heeft.
En het moet gezegd, ik noem het niet eens een dieet. Eerder een nieuwe levensstijl. De eerste twee weken heb je nog af en toe een hongergevoel, daarna niet meer. Het lijf is dan gewend aan het nieuwe eetpatroon. Je hebt dan ook geen behoefte meer aan tussendoortjes. Wat een rust geeft het voor het lijf. Geen ups en downs meer in het hongergevoel, je voelt je een stuk fitter. Geen grote pieken en dalen meer in mijn suiker. De glucosespiegel is veel meer in evenwicht. Ik spuit ook veel minder insuline, de snelwerkende is teruggebracht van 6 naar 2 eenheden voor de maaltijden. En de langwerkende insuline van 26 naar 18. Toe maar.
Ik voel me een stuk fitter met deze grip op koolhydraten. En het leuke is dat na verloop van tijd je ook zo nu en dan kan, mag en moet zondigen. Je kan het makkelijk hebben. Ik kan het iedereen aanraden. Grip op koolhydraten. Ban het gif. Nooit geweten dat suiker zo'n rotzooi is. Dat ervaar je pas als je met dit dieet, deze nieuwe levenswijze start. En wat ruikt de wereld ook weer ineens een stuk lekkerder en intenser. Ik zeg let's go GOK! Op naar de 76 kilo en 94 cm middelomtrek.
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo – Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 06-01-2014: 85,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 25-02-2015: 83,50 kilo – Middelomtrek: 102 cm
Gewicht 19-07-2016: 87,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 17-03-2017: 86,50 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 06-03-2018: 80,00 kilo – Middelomtrek: 99 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2018. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
24-11-2017
Hoest
Half Nederland kucht. Als we dat nu eens tegelijkertijd doen dan hebben de anderen er minder last van. Ik merk dat ik het zelf ook opspaar. Wachten tot het niet meer gaat. Om de borst te sparen en de keel. Kelen zou ik die hoest willen. Of is het killen? Hoe dan ook, hij mag voor mij ter plekke neervallen en nooit meer opstaan.
Klotehoest. Daar kan ik me dan weer niets bij voorstellen. Hoesten met je kloten. Hoewel? Het leidt uiteindelijk ook tot een snotkop. En je loopt er rood van aan. Stomen zeg ik dan. Kloten in een eucalyptusbadje. Je kent dat wel. Benauwend ademen boven zo’n plastic bakje met een handdoek over je hoofd. Hoe lang nog?
Klotehoest. Daar kan ik me dan weer niets bij voorstellen. Hoesten met je kloten. Hoewel? Het leidt uiteindelijk ook tot een snotkop. En je loopt er rood van aan. Stomen zeg ik dan. Kloten in een eucalyptusbadje. Je kent dat wel. Benauwend ademen boven zo’n plastic bakje met een handdoek over je hoofd. Hoe lang nog?
17-03-2017
Afvalrace 16: Dieetos Homeopatos
Het hangt niet alleen aan mijn buik. Het zit ook tussen mijn oren. Vet. Verstopt vet. En ik wil ervanaf. Nu. Onmiddellijk. Het lijk dat om mijn middel hangt wil ik niet langer on. De huisarts wordt langzaam gek van mij. Hij heeft me dan ook sinds kort de wacht aan gezegd. Ik mag niet meer bij hem op consult. Ik ben niet te helpen. Opgegeven door de medische wetenschap.
Ja, ja, de internist en alle andere buikdeskundigen hebben me in de steek gelaten. Het enige dat ik nog kan doen is toevlucht zoeken tot alternatieve geneeswijzen. En met alternatieve geneeswijzen moet je uitkijken heb ik me laten vertellen. Ze genezen lang niet wijs. Ik moet me vooral niets laten wijs maken. Die tip kreeg ik nog mee van mijn radeloze huisarts. Radeloos? Wat heb ik er dan aan? Het laat weinig te raden over.
Maar goed, ik besluit zijn advies ter harte te nemen. Vermits ik mijn hart nog weet te vinden. Het klopt wel. Dat kan ik horen. Omdat mijn oren toevallig dicht bij mijn hart zitten. Maar zien kan ik mijn hart niet goed, in mijn verbeelding, ja, ik kijk in beelden. Zie mijn hart niet zitten door al het vet dat eromheen gekluisterd zit. In mijn beleving dan hè. Ja, beleven doe ik mijn hart ook, naast verbeelden.
Eerst maar eens op bezoek bij een homeopaat. Een vrouw. Is het dan een homeopaatse of homeopatin? Ik heb een aangenaam gesprek met haar. Over koetjes en kalfjes. Ik fantaseer. Over de maten van de koetjes en de kalfjes. Ik denk heel vaak in maten. Of de maat in mijn mond past. En zo nee, wat ik kan doen om dat wel te doen lukken. Ik beschik naast een echte eetmond ook over een meetmond.
‘Wat zit je te dromen’, vraagt Homera mij. Homera is haar werknaam. In het echt heet ze Trudy. Heb ik opgezocht via haar Facebookpagina. Toch wel handig Facebook. Maar ik laat het haar niet weten. Doet verder ook niet ter zake.
‘Ik droom over eten, altijd, en dat is mijn probleem. Door mijn eetdromen heb ik altijd eetdrang. Ik word er helemaal gestoord van en dik. Ik maak me dik over deze vreselijke eetstoornis. Weet u misschien raad? De reguliere wetenschap heeft mij in de steek gelaten. En u bent mijn op een na laatste hoop.’
‘Op een na laatste hoop?’ antwoord Homera. ‘Hoezo een na laatste?’
‘Excuus, op twee na laatste hoop. Ik heb nog het adres van een eetverslaafgoeroe uit Tuvalu en daarna, ja daarna … daar wil ik niet over praten. Te moeilijk.’
‘Begrijp ik meneer …?’
‘Zeg maar Jansen, ik blijf liever nog even anoniem.’
‘Ik ga u helpen. Schrik niet. Mijn advies is rigoureus. Ik adviseer u de komende twee weken heel veel te eten. Zoveel eten, dat u denkt dat u erin blijft. En dan eet u nog wat verder. Tot u echt, echt, niet meer kunt. En dan neemt u nog een hapje. Eender wat. Dat herhaalt u een aantal keren. Ik garandeer u, succes verzekert.’
‘Ja, ja maar dan kom ik kilo’s aan. Dat wil ik niet.’
‘U moet eerst uw kwaal verergeren meneer Jansen, anders werkt het niet. Dat is nu eenmaal de werking van homeopathie. U kunt het. Ik weet het zeker. Het heet in ons vakgebied een Dieetos Homeopatos. U mag helemaal los gaan. En ik verzeker u, het werkt.’
Ik geef me over aan Homera. Ik heb ook verder geen keus. De goeroe uit Tuvalu wil ik zo lang mogelijk uit de weg gaan. Zijn aanpak schijnt helemaal niet leuk te zijn. Dat is tenminste wat ik van Google terugkreeg. Ik ga eerst inkopen doen en besluit alleen maar lekkere dingen in huis te halen. Ik mag immers helemaal los gaan.
Twee weken lang stop ik mezelf helemaal vol met lekkers. Tot kokhalzen toe. Maar ik moet alles binnenhouden van Homera. Dus ik stop telkens net op tijd met eten. De laatste dagen van de twee weken gebeurt er iets raars. Iets wat ik nog nooit heb ervaren. Ik heb ineens geen trek meer. Grote walging valt mij ten deel en ik kan geen eten meer zien. Het schijnt te werken. De laatste dag heb ik toch weer trek. Maar heel vreemd. Alleen maar in een boterham in de morgen, een boterham in de middag, een stukje fruit om vier uur en tegen de avond een eenvoudig bord spaghetti met salade. Een heel klein schaaltje yoghurt kan ik dan nog net hebben. Verheugd bel ik Homera op. Het werkt.
Mien Dieetos
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo – Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 06-01-2014: 85,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 25-02-2015: 83,50 kilo – Middelomtrek: 102 cm
Gewicht 19-07-2016: 87,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 17-03-2017: 88,00 kilo – Middelomtrek: 108 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2017. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
Ja, ja, de internist en alle andere buikdeskundigen hebben me in de steek gelaten. Het enige dat ik nog kan doen is toevlucht zoeken tot alternatieve geneeswijzen. En met alternatieve geneeswijzen moet je uitkijken heb ik me laten vertellen. Ze genezen lang niet wijs. Ik moet me vooral niets laten wijs maken. Die tip kreeg ik nog mee van mijn radeloze huisarts. Radeloos? Wat heb ik er dan aan? Het laat weinig te raden over.
Maar goed, ik besluit zijn advies ter harte te nemen. Vermits ik mijn hart nog weet te vinden. Het klopt wel. Dat kan ik horen. Omdat mijn oren toevallig dicht bij mijn hart zitten. Maar zien kan ik mijn hart niet goed, in mijn verbeelding, ja, ik kijk in beelden. Zie mijn hart niet zitten door al het vet dat eromheen gekluisterd zit. In mijn beleving dan hè. Ja, beleven doe ik mijn hart ook, naast verbeelden.
Eerst maar eens op bezoek bij een homeopaat. Een vrouw. Is het dan een homeopaatse of homeopatin? Ik heb een aangenaam gesprek met haar. Over koetjes en kalfjes. Ik fantaseer. Over de maten van de koetjes en de kalfjes. Ik denk heel vaak in maten. Of de maat in mijn mond past. En zo nee, wat ik kan doen om dat wel te doen lukken. Ik beschik naast een echte eetmond ook over een meetmond.
‘Wat zit je te dromen’, vraagt Homera mij. Homera is haar werknaam. In het echt heet ze Trudy. Heb ik opgezocht via haar Facebookpagina. Toch wel handig Facebook. Maar ik laat het haar niet weten. Doet verder ook niet ter zake.
‘Ik droom over eten, altijd, en dat is mijn probleem. Door mijn eetdromen heb ik altijd eetdrang. Ik word er helemaal gestoord van en dik. Ik maak me dik over deze vreselijke eetstoornis. Weet u misschien raad? De reguliere wetenschap heeft mij in de steek gelaten. En u bent mijn op een na laatste hoop.’
‘Op een na laatste hoop?’ antwoord Homera. ‘Hoezo een na laatste?’
‘Excuus, op twee na laatste hoop. Ik heb nog het adres van een eetverslaafgoeroe uit Tuvalu en daarna, ja daarna … daar wil ik niet over praten. Te moeilijk.’
‘Begrijp ik meneer …?’
‘Zeg maar Jansen, ik blijf liever nog even anoniem.’
‘Ik ga u helpen. Schrik niet. Mijn advies is rigoureus. Ik adviseer u de komende twee weken heel veel te eten. Zoveel eten, dat u denkt dat u erin blijft. En dan eet u nog wat verder. Tot u echt, echt, niet meer kunt. En dan neemt u nog een hapje. Eender wat. Dat herhaalt u een aantal keren. Ik garandeer u, succes verzekert.’
‘Ja, ja maar dan kom ik kilo’s aan. Dat wil ik niet.’
‘U moet eerst uw kwaal verergeren meneer Jansen, anders werkt het niet. Dat is nu eenmaal de werking van homeopathie. U kunt het. Ik weet het zeker. Het heet in ons vakgebied een Dieetos Homeopatos. U mag helemaal los gaan. En ik verzeker u, het werkt.’
Ik geef me over aan Homera. Ik heb ook verder geen keus. De goeroe uit Tuvalu wil ik zo lang mogelijk uit de weg gaan. Zijn aanpak schijnt helemaal niet leuk te zijn. Dat is tenminste wat ik van Google terugkreeg. Ik ga eerst inkopen doen en besluit alleen maar lekkere dingen in huis te halen. Ik mag immers helemaal los gaan.
Twee weken lang stop ik mezelf helemaal vol met lekkers. Tot kokhalzen toe. Maar ik moet alles binnenhouden van Homera. Dus ik stop telkens net op tijd met eten. De laatste dagen van de twee weken gebeurt er iets raars. Iets wat ik nog nooit heb ervaren. Ik heb ineens geen trek meer. Grote walging valt mij ten deel en ik kan geen eten meer zien. Het schijnt te werken. De laatste dag heb ik toch weer trek. Maar heel vreemd. Alleen maar in een boterham in de morgen, een boterham in de middag, een stukje fruit om vier uur en tegen de avond een eenvoudig bord spaghetti met salade. Een heel klein schaaltje yoghurt kan ik dan nog net hebben. Verheugd bel ik Homera op. Het werkt.
Mien Dieetos
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo – Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 06-01-2014: 85,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 25-02-2015: 83,50 kilo – Middelomtrek: 102 cm
Gewicht 19-07-2016: 87,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 17-03-2017: 88,00 kilo – Middelomtrek: 108 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2017. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
31-01-2017
Columns van Harrie (Januari 2017)
Lichtzinnig vuur / Gein & Ongein / 02-01-2017
Brizzl djeu, il tombe le feu. Ja, lieve mensen ik ben nog steeds een beetje van de kaart. Vraag me niet waar ik de woorden vandaan haal. Vandalistisch gedrag laat me nu eenmaal Frans spreken. Morte subite les vandalen. La guerre heb ik niet gerre.
Ik tuur naar mijn blote tenen, ze steken parmantig uit mijn sandalen. Gelukkig, ik heb ze nog. Op tijd terug getrokken. Nadat vlammend vuur voor mijn voeten neerdaalde uit de zwarte hemel. Nog net kon ik brand voorkomen. Nee, niet door met mijn gesandaalde voeten op het vuur te trappen. Ik ben niet gek.
Raakhout zit naast me. Met zijn vlezige paddenvingers houdt hij zijn oren dicht. Het knalt al even niet meer, maar toch. Ik begrijp hem. Het oorverdovend lawaai doet hem natuurlijk ook aan oorlog denken. Hoewel? In de natuur voeren ze eerder stille oorlogen, gemener ook. Hier wordt een aanstondse poging tot moord en doodslag nog aangekondigd. In de Westerse mensenwereld knallen ze er gewoon op los. Griss mich nich. De gedoofde raket die voor mijn voeten ligt spreekt boekdelen. Een emmer water heb ik erop leeg gegooid. Mij foppen ze niet meer. Vorig jaar was het precies hetzelfde lied. Voor de zekerheid maar wat emmertjes water klaargezet.
De schade dit jaar valt nog mee. De prullenbak, aan het begin van mijn bos moest er nog aan geloven. De prullenbakken in het bos zijn walhallazijdank op tijd door de boswachter weggehaald. Prullenbakken midden in bossen hebben daar ook eigenlijk niets te zoeken. Als oorspronkelijk bosbewoner ben ik grootgebracht met eigen troep onmiddellijk verwerken en anders mee naar de hut nemen. Voor een tweede kans. Recyclé avant le lettre. Het opstoken of aansteken van rommel en vuurwerk was niet aan ons besteed. Wij zagen de waarde nog in van alles. Het allesomvattende bleef immers eeuwig bestaan.
In huidige tijden wordt zoveel leegte aan- en ontstoken dat het mij, en met mij velen anderen, droevig stemt. En dan maar hopen dat de dunne huid niet zelf ontvlamt. Dat vuurwerk onze ogen met rust laat en ons de vingers laat behouden. Ze zijn allen een leven lang nodig. Huid, vingers en ogen. En niet alleen voor onszelf. Met vingers en ogen, verslinden en likken we de liefde af. Zonder vingers en ogen geen voortplanting. Huidloos vrijen, ik moet er niet aan denken. Daar komt nooit nageslacht van.
Kom Raakhout, we sprokkelen alle lange rechte dunne stokken, waaibomenhout dat met scherp geknal uit de lucht is komen vallen. Dan ontbranden we vanavond een lichtzinnig vuur in onze eigen haard. Dan drinken we een flinke borrel berkennat en luiden geheel op eigen wijze weer een nieuw jaar in. Proost. Brizzl djeu!
Wichelroedelopen / Gein & Ongein / 31-01-2017
Afgelopen week een bijzondere ontmoeting gehad. Een keer per jaar spreekt het genootschap wichelroedelopers met elkaar af om de laatste trends van het afgelopen jaar te bespreken. Griss mich nich, van het afgelopen jaar? Wichelroedelopers bewegen zich toch alleen in heden en toekomst zal men denken. Maar niets is minder waar. Uit het verleden laat zich namelijk het heden en de toekomst voorspellen. Aldus opper wichelroedeloper Wichelwietje. Afgelopen jaar is Wichelwietje herkozen. En terecht. Wichelwietje beschikt naast de vaardigheden wichelroedelopen en besturen ook nog over de vaardigheid wolken peilen. Voor de grap wordt hij dan ook wel eens Wolkenwietje genoemd. Naar een beroemd fictief personage uit de vorige eeuw die ook zeer vaardig was in het peilen van wolken.
Maar ik dwaal af. Sorry Raakhout. Brizzl djeu. Ik zal nu snel tot de kern komen. Een kern ingegeven door het thema van dit jaar. Schrijverswissels. Naast het wichelroedelopen beoefenen bijna alle wichelroedelopers ook het schrijversvak. En afgelopen jaar hebben vele wichelroedelopers een overstap gemaakt van de ene naar de andere society. Een bijzondere trend die hoe dan ook even onder de aandacht gebracht moet worden. Speurwerk is verricht door Willem Waarnemer. Altijd dankbaar om hem die taak te verlenen. Succes altijd gegarandeerd. Wichelroedelopers die schrijven hebben nogal eens de neiging om te verdwalen en het verdwalen vervolgens te verhullen. Maar aan het oog van Willem Waarnemer kan haast niets onttrokken worden. U begrijpt dan ook dat Raakhout en ik razend nieuwsgierig zijn naar de uitkomsten. Het woord is aan Willem.
Zo heeft Willem een zekere troubadour op weten te sporen via webtales.org. Het klinkt misschien voor geen meter, maar het is een gezelschap dat elkaar door dik en dun kent en voorzichtig commentaar levert. De bijdragen zijn ook heel voorzichtig. De troubadour levert prikkende miniatuurtjes. Eigenlijk zijn alle bijdragen die de leden leveren miniatuur. Moede en oude leden die niet te veel en niet te lang willen lezen en schrijven. Het is een trend onder ouderen is mij verteld. De bijdragen worden zo nu en dan gehonoreerd met stickers. Dat stamt nog uit de ouderwetse schooltijd. Een site vol sentiment.
Dan hebben we nog een trawant die nu in vol ornaat zijn sporen na laat op een website die vertelt hoe mannen denken. Niet voor vrouwen dan, denkt u onmiddellijk. Inderdaad niet voor vrouwen. Vrouwonvriendelijk dus. Niet echt slim. Men sluit daardoor de belangrijkste en grootste doelgroep lezers uit. De schrijvers wanen zich nochtans heer en meester en dat willen ze ook graag houden zo. Aldus de analyse van Willem Waarnemer.
Tot slot wil Willem de Waarnemer ook nog even de volgende schrijverswissels onder de aandacht brengen. Op een website genaamd nederlands.nl (what's in a name?) heeft hij een aantal creabea's ontdekt die hun sporen elders ruimschoots hebben verdiend. Is hier sprake van een comeback of een doorstart? Willem twijfelt nog. Het betreft schrijvers en tevens wichelroedelopers Pierken, Frans Goossens en Nachtzuster. Waarvan de twee laatsten ambities hebben om dagcolumns te schrijven. Dagcolumns? Zeg je die dan gedag? Of hoe zit dat? Het verhaal, gedichten, beschouwingen, beweringen en hartenkreten zijn ook geliefde categoriën op deze alledaagse websiteallegorie. De verdubbelaar wordt op nederlands.nl door schrijvers ook veelvuldig ingezet. Met verdubbelen is de kans op vangst uiteraard een stuk groter.
Dit is de voorlopige conclusie van Willem Waarzegger, zijn eigen waarheid. Raakhout en ik blijven in ieder geval bovengenoemde schrijvers volgen. Ze verdienen het. Waarom is hier sprake van schrijverswissels. Dat ben ik nog vergeten te vertellen. Alle bovengenoemde schrijvers schreven voorheen op een andere site. De site waar ikzelf ook nog ooit welkom was.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Brizzl djeu, il tombe le feu. Ja, lieve mensen ik ben nog steeds een beetje van de kaart. Vraag me niet waar ik de woorden vandaan haal. Vandalistisch gedrag laat me nu eenmaal Frans spreken. Morte subite les vandalen. La guerre heb ik niet gerre.
Ik tuur naar mijn blote tenen, ze steken parmantig uit mijn sandalen. Gelukkig, ik heb ze nog. Op tijd terug getrokken. Nadat vlammend vuur voor mijn voeten neerdaalde uit de zwarte hemel. Nog net kon ik brand voorkomen. Nee, niet door met mijn gesandaalde voeten op het vuur te trappen. Ik ben niet gek.
Raakhout zit naast me. Met zijn vlezige paddenvingers houdt hij zijn oren dicht. Het knalt al even niet meer, maar toch. Ik begrijp hem. Het oorverdovend lawaai doet hem natuurlijk ook aan oorlog denken. Hoewel? In de natuur voeren ze eerder stille oorlogen, gemener ook. Hier wordt een aanstondse poging tot moord en doodslag nog aangekondigd. In de Westerse mensenwereld knallen ze er gewoon op los. Griss mich nich. De gedoofde raket die voor mijn voeten ligt spreekt boekdelen. Een emmer water heb ik erop leeg gegooid. Mij foppen ze niet meer. Vorig jaar was het precies hetzelfde lied. Voor de zekerheid maar wat emmertjes water klaargezet.
De schade dit jaar valt nog mee. De prullenbak, aan het begin van mijn bos moest er nog aan geloven. De prullenbakken in het bos zijn walhallazijdank op tijd door de boswachter weggehaald. Prullenbakken midden in bossen hebben daar ook eigenlijk niets te zoeken. Als oorspronkelijk bosbewoner ben ik grootgebracht met eigen troep onmiddellijk verwerken en anders mee naar de hut nemen. Voor een tweede kans. Recyclé avant le lettre. Het opstoken of aansteken van rommel en vuurwerk was niet aan ons besteed. Wij zagen de waarde nog in van alles. Het allesomvattende bleef immers eeuwig bestaan.
In huidige tijden wordt zoveel leegte aan- en ontstoken dat het mij, en met mij velen anderen, droevig stemt. En dan maar hopen dat de dunne huid niet zelf ontvlamt. Dat vuurwerk onze ogen met rust laat en ons de vingers laat behouden. Ze zijn allen een leven lang nodig. Huid, vingers en ogen. En niet alleen voor onszelf. Met vingers en ogen, verslinden en likken we de liefde af. Zonder vingers en ogen geen voortplanting. Huidloos vrijen, ik moet er niet aan denken. Daar komt nooit nageslacht van.
Kom Raakhout, we sprokkelen alle lange rechte dunne stokken, waaibomenhout dat met scherp geknal uit de lucht is komen vallen. Dan ontbranden we vanavond een lichtzinnig vuur in onze eigen haard. Dan drinken we een flinke borrel berkennat en luiden geheel op eigen wijze weer een nieuw jaar in. Proost. Brizzl djeu!
Wichelroedelopen / Gein & Ongein / 31-01-2017
Afgelopen week een bijzondere ontmoeting gehad. Een keer per jaar spreekt het genootschap wichelroedelopers met elkaar af om de laatste trends van het afgelopen jaar te bespreken. Griss mich nich, van het afgelopen jaar? Wichelroedelopers bewegen zich toch alleen in heden en toekomst zal men denken. Maar niets is minder waar. Uit het verleden laat zich namelijk het heden en de toekomst voorspellen. Aldus opper wichelroedeloper Wichelwietje. Afgelopen jaar is Wichelwietje herkozen. En terecht. Wichelwietje beschikt naast de vaardigheden wichelroedelopen en besturen ook nog over de vaardigheid wolken peilen. Voor de grap wordt hij dan ook wel eens Wolkenwietje genoemd. Naar een beroemd fictief personage uit de vorige eeuw die ook zeer vaardig was in het peilen van wolken.
Maar ik dwaal af. Sorry Raakhout. Brizzl djeu. Ik zal nu snel tot de kern komen. Een kern ingegeven door het thema van dit jaar. Schrijverswissels. Naast het wichelroedelopen beoefenen bijna alle wichelroedelopers ook het schrijversvak. En afgelopen jaar hebben vele wichelroedelopers een overstap gemaakt van de ene naar de andere society. Een bijzondere trend die hoe dan ook even onder de aandacht gebracht moet worden. Speurwerk is verricht door Willem Waarnemer. Altijd dankbaar om hem die taak te verlenen. Succes altijd gegarandeerd. Wichelroedelopers die schrijven hebben nogal eens de neiging om te verdwalen en het verdwalen vervolgens te verhullen. Maar aan het oog van Willem Waarnemer kan haast niets onttrokken worden. U begrijpt dan ook dat Raakhout en ik razend nieuwsgierig zijn naar de uitkomsten. Het woord is aan Willem.
Zo heeft Willem een zekere troubadour op weten te sporen via webtales.org. Het klinkt misschien voor geen meter, maar het is een gezelschap dat elkaar door dik en dun kent en voorzichtig commentaar levert. De bijdragen zijn ook heel voorzichtig. De troubadour levert prikkende miniatuurtjes. Eigenlijk zijn alle bijdragen die de leden leveren miniatuur. Moede en oude leden die niet te veel en niet te lang willen lezen en schrijven. Het is een trend onder ouderen is mij verteld. De bijdragen worden zo nu en dan gehonoreerd met stickers. Dat stamt nog uit de ouderwetse schooltijd. Een site vol sentiment.
Dan hebben we nog een trawant die nu in vol ornaat zijn sporen na laat op een website die vertelt hoe mannen denken. Niet voor vrouwen dan, denkt u onmiddellijk. Inderdaad niet voor vrouwen. Vrouwonvriendelijk dus. Niet echt slim. Men sluit daardoor de belangrijkste en grootste doelgroep lezers uit. De schrijvers wanen zich nochtans heer en meester en dat willen ze ook graag houden zo. Aldus de analyse van Willem Waarnemer.
Tot slot wil Willem de Waarnemer ook nog even de volgende schrijverswissels onder de aandacht brengen. Op een website genaamd nederlands.nl (what's in a name?) heeft hij een aantal creabea's ontdekt die hun sporen elders ruimschoots hebben verdiend. Is hier sprake van een comeback of een doorstart? Willem twijfelt nog. Het betreft schrijvers en tevens wichelroedelopers Pierken, Frans Goossens en Nachtzuster. Waarvan de twee laatsten ambities hebben om dagcolumns te schrijven. Dagcolumns? Zeg je die dan gedag? Of hoe zit dat? Het verhaal, gedichten, beschouwingen, beweringen en hartenkreten zijn ook geliefde categoriën op deze alledaagse websiteallegorie. De verdubbelaar wordt op nederlands.nl door schrijvers ook veelvuldig ingezet. Met verdubbelen is de kans op vangst uiteraard een stuk groter.
Dit is de voorlopige conclusie van Willem Waarzegger, zijn eigen waarheid. Raakhout en ik blijven in ieder geval bovengenoemde schrijvers volgen. Ze verdienen het. Waarom is hier sprake van schrijverswissels. Dat ben ik nog vergeten te vertellen. Alle bovengenoemde schrijvers schreven voorheen op een andere site. De site waar ikzelf ook nog ooit welkom was.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
08-12-2016
Diervriendelijk en plantaardig
We houden elkaar vast en laten nooit meer los. Jij bent plantaardig en ik diervriendelijk. Niemand die ons samen iets kan maken. We verstoppen ons dezer dagen in het bos. Ik zal vriendelijk rondjes om je huppen en jij zal me aardig behoeden van sneeuw en ijs. Want die gaat vallen, zeker weten. Ze hebben het voorspeld. Ik heb het gelezen en gehoord. Geletterd konijn als ik ben. Bij de groenteboer spraken ze erover en bij de Bruna las ik in de krant de vreselijke weerberichten. Gelukkig beschik jij over een flinke stam en dito naalden. Die kunnen heel wat sneeuw en ijs dragen. Verder moeten we natuurlijk wel nog even oppassen voor de jagers. Jij voor de jouwe en ik voor de mijne. Die van jou gewapend met aks en die van mij met hagel en lood. Ik ben als ik het eerlijk beken toch best wel een beetje bang voor die verschrikkelijke dood.
Die dood die komt altijd heel onverwacht. Vermomd in de vreemdste kostuums. Het kan goed zijn dat je hem al hebt ontmoet. Hij voelt koud als ijs en sneeuw en is bepaald niet diervriendelijk en plantaardig. Integendeel, hij lust ons rauw. Trekt het vel over je oren en plukt je kaal. Zet je op water en brood. Brrr ... ik moet er niet aan denken. Nooit meer worteltjes eten en ook geen mais. Ja, jou neemt ie ook te grazen als ie kan. Dan stroopt ie al je naalden en hakt je in kleine stukjes. Of erger nog, gooit je op het vuur. Samen met je lotgenoten. De dood die komt namelijk nooit voor jou alleen. het is een sluw marketingmonster die altijd komt op gezette tijden. Het liefste vlak voor kerst. Dat willen we niet meemaken toch? Ach, wat loop ik toch te vrezen. Het gaat nergens over. Wie het meeste angst heeft heeft vaak het minst te vrezen. Ik kan nog weglopen. Maar jij helaas niet. Daar zit ik dan weer over in.
Als dierenvriend vind ik je plantaardig. Maar helaas kan ook ik jou niet redden bij gevaar. In de bomenhemel zal ik je dan treffen, goedzak die je bent. En ook daar zullen vogels op je landen, mieren en luizen je vel beroeren. Niks geen koude kermis en altijd goed weer. De zon die zal daar voor je schijnen en je hoeft er nooit, nee never nooit ballen te dragen of slingers te torsen. Zelfs het engelenhaar blijft je bespaard. Gelukkig maar. Want naakt en bloot, niet opgetuigd, zie ik jou toch het liefste. Puur en naturel.
Sssttt ... daar hoor ik iemand komen. De slager of de hakselaar. Miami freeze gaat hier niet helpen. Ik zeg doeg. Het gaat je goed mijn lieve vriend. Dank voor alle goede zorgen. En wie weet zien we elkaar weer gauw. Ergens in de wolken aan een ongelooflijk hemelbanket. Ook daar zal ik dan voor jou zorgen. Hier kan ik dat effe niet. Want de jager schiet met scherp en de hakselaar slaat nooit mis. Doeg, doeg, doeg. Mijn allerliefste dennenboom. Het is nu al dat ik je mis.
Die dood die komt altijd heel onverwacht. Vermomd in de vreemdste kostuums. Het kan goed zijn dat je hem al hebt ontmoet. Hij voelt koud als ijs en sneeuw en is bepaald niet diervriendelijk en plantaardig. Integendeel, hij lust ons rauw. Trekt het vel over je oren en plukt je kaal. Zet je op water en brood. Brrr ... ik moet er niet aan denken. Nooit meer worteltjes eten en ook geen mais. Ja, jou neemt ie ook te grazen als ie kan. Dan stroopt ie al je naalden en hakt je in kleine stukjes. Of erger nog, gooit je op het vuur. Samen met je lotgenoten. De dood die komt namelijk nooit voor jou alleen. het is een sluw marketingmonster die altijd komt op gezette tijden. Het liefste vlak voor kerst. Dat willen we niet meemaken toch? Ach, wat loop ik toch te vrezen. Het gaat nergens over. Wie het meeste angst heeft heeft vaak het minst te vrezen. Ik kan nog weglopen. Maar jij helaas niet. Daar zit ik dan weer over in.
Als dierenvriend vind ik je plantaardig. Maar helaas kan ook ik jou niet redden bij gevaar. In de bomenhemel zal ik je dan treffen, goedzak die je bent. En ook daar zullen vogels op je landen, mieren en luizen je vel beroeren. Niks geen koude kermis en altijd goed weer. De zon die zal daar voor je schijnen en je hoeft er nooit, nee never nooit ballen te dragen of slingers te torsen. Zelfs het engelenhaar blijft je bespaard. Gelukkig maar. Want naakt en bloot, niet opgetuigd, zie ik jou toch het liefste. Puur en naturel.
Sssttt ... daar hoor ik iemand komen. De slager of de hakselaar. Miami freeze gaat hier niet helpen. Ik zeg doeg. Het gaat je goed mijn lieve vriend. Dank voor alle goede zorgen. En wie weet zien we elkaar weer gauw. Ergens in de wolken aan een ongelooflijk hemelbanket. Ook daar zal ik dan voor jou zorgen. Hier kan ik dat effe niet. Want de jager schiet met scherp en de hakselaar slaat nooit mis. Doeg, doeg, doeg. Mijn allerliefste dennenboom. Het is nu al dat ik je mis.
22-11-2016
Last van voetballen
Gelukkig heb ik op dit moment geen last meer van voetballen. Een mannenkwaal, ik weet het. Het schuurt, het jeukt en soms, soms doet het pijn. Het begint aan de onderkant. De eerste signalen voel je ergens bij en in je onderbuik. Althans dat denk je. Als man. Voor sommige mannen meteen een reden tot paniek. Ik niet. Ik raak niet zo snel in paniek. En zeker niet voor voetballen. Niet meer. Maar het is wel een lange leerschool geweest. Het heeft me veel moeite gekost om de juiste remedie en behandeling te vinden.
Ik zeg het eerlijk, en echte mannen onder ons, jullie weten er ongetwijfeld van, dat kan haast niet anders, het last hebben van voetballen, dat is niet niks. In het begin, toen ik nog maar pas last had van voetballen heb ik eerst een voetbaldokter geraadpleegd. Dat was wel even een zoektocht. Het stikt in Nederland namelijk van de voetbaldokters. Daar kom je pas achter als je er last van begint te krijgen, van voetballen, maar dat even ter zijde.
Ik heb heel wat kwakzalvers geraadpleegd. Met de nadruk op kwak. Ze konden er niets mee, met mijn voetballen. De meesten waren wel verbaast dat ik zoveel eeltvorming had. Gelukkig waren ze over een ding eensgezind, ze sloten allemaal uit dat het eventueel te maken had met eelt op mijn ziel. Eelt op mijn ziel had niets te maken met de eelt op mijn voetballen? Nou, daar was ik zelf ook al achtergekomen. Jammer van de kostbare consulten.
Eén dokter wist me echter toch de weg te wijzen. Een lamme goedzak van een dokter. Ja, ze bestaan. En ik hoefde niets te betalen voor zijn consult. Top. En het mooiste van al. Ik kon zelf (handmatig) voorzien in de benodigde medicatie. Deze voetbaldokter wees me op een vreemde afwijking onder aan mijn voetbalzak. Daar puilde een heel klein teentje uit. En verrek, in de spiegel van de behandelkamer zag ik het nu ook. Een heel klein teentje, met een scherp nageltje nota bene, puilde uit mijn voetbalzak. Ik begreep nu ook het schrijnend gevoel veel beter. De kriebel, de jeuk en ja zelfs de pijn. Het schuurde enorm, dat scherpe nageltje.
De oplossing had de voetbaldokter ook. Het eerste waar ik zelf aan dacht was knippen. Maar dat zou ik never nooit niet toestaan. Mijn voetballen waren me veel te dierbaar. Daar zat zowat mijn complete ego in. En van dat ego mocht echt niets afgeknipt. Herkent u het mannen? Maar de dokter kwam met een veel beter idee. Hij sprak voor mij de volgende verlossende woorden.
'Zalven meneer, met heel veel kwak. En dan komt het vanzelf goed. Als er één ding is waar voetbalzakken niet tegen kunnen dan is het zalven. Ik zal u ook vertellen waarom. Voetbalzakken zijn over het algemeen wat bot. Ja echt. De meeste zijn regelrechte botterikken. Ze houden absoluut niet van scherpe randjes. En al helemaal niet van zalven. Dat vinden ze zo'n gemelk. Begrijpt u. Ik gebruik voor de beste remedie dan ook het principe van homeopathie. Eerst de kwaal verergeren en dan volgt de oplossing vanzelf. Dus zeg ik. Zalven die handel, met heel veel kwak. En ik verzeker u. Het scherpe randje valt binnen twee dagen van uw nagel af. Het kleine teentje zal zich daarna ongetwijfeld snel terugtrekken. Is dat niet zo, dan moet u nog even terugkomen.'
Het advies volgde ik onmiddellijk op. Daarna heb ik geen last meer gehad van voetballen. Afkloppen. Wat de voetbaldokter voorspelde kwam uit. En nee, ik ga u niet vertellen hoe hij heet. Of nou vooruit dan, een hint. Hij is familie van Jan Zwartkruis. Nooit van gehoord? Zanger van de Carnavalskraker 'Nederland, die heeft de bal' (gezongen samen met André van Duin) en tevens opvolger van bondscoaches George Knobbel en Ernst Happel.
Ik zeg het eerlijk, en echte mannen onder ons, jullie weten er ongetwijfeld van, dat kan haast niet anders, het last hebben van voetballen, dat is niet niks. In het begin, toen ik nog maar pas last had van voetballen heb ik eerst een voetbaldokter geraadpleegd. Dat was wel even een zoektocht. Het stikt in Nederland namelijk van de voetbaldokters. Daar kom je pas achter als je er last van begint te krijgen, van voetballen, maar dat even ter zijde.
Ik heb heel wat kwakzalvers geraadpleegd. Met de nadruk op kwak. Ze konden er niets mee, met mijn voetballen. De meesten waren wel verbaast dat ik zoveel eeltvorming had. Gelukkig waren ze over een ding eensgezind, ze sloten allemaal uit dat het eventueel te maken had met eelt op mijn ziel. Eelt op mijn ziel had niets te maken met de eelt op mijn voetballen? Nou, daar was ik zelf ook al achtergekomen. Jammer van de kostbare consulten.
Eén dokter wist me echter toch de weg te wijzen. Een lamme goedzak van een dokter. Ja, ze bestaan. En ik hoefde niets te betalen voor zijn consult. Top. En het mooiste van al. Ik kon zelf (handmatig) voorzien in de benodigde medicatie. Deze voetbaldokter wees me op een vreemde afwijking onder aan mijn voetbalzak. Daar puilde een heel klein teentje uit. En verrek, in de spiegel van de behandelkamer zag ik het nu ook. Een heel klein teentje, met een scherp nageltje nota bene, puilde uit mijn voetbalzak. Ik begreep nu ook het schrijnend gevoel veel beter. De kriebel, de jeuk en ja zelfs de pijn. Het schuurde enorm, dat scherpe nageltje.
De oplossing had de voetbaldokter ook. Het eerste waar ik zelf aan dacht was knippen. Maar dat zou ik never nooit niet toestaan. Mijn voetballen waren me veel te dierbaar. Daar zat zowat mijn complete ego in. En van dat ego mocht echt niets afgeknipt. Herkent u het mannen? Maar de dokter kwam met een veel beter idee. Hij sprak voor mij de volgende verlossende woorden.
'Zalven meneer, met heel veel kwak. En dan komt het vanzelf goed. Als er één ding is waar voetbalzakken niet tegen kunnen dan is het zalven. Ik zal u ook vertellen waarom. Voetbalzakken zijn over het algemeen wat bot. Ja echt. De meeste zijn regelrechte botterikken. Ze houden absoluut niet van scherpe randjes. En al helemaal niet van zalven. Dat vinden ze zo'n gemelk. Begrijpt u. Ik gebruik voor de beste remedie dan ook het principe van homeopathie. Eerst de kwaal verergeren en dan volgt de oplossing vanzelf. Dus zeg ik. Zalven die handel, met heel veel kwak. En ik verzeker u. Het scherpe randje valt binnen twee dagen van uw nagel af. Het kleine teentje zal zich daarna ongetwijfeld snel terugtrekken. Is dat niet zo, dan moet u nog even terugkomen.'
Het advies volgde ik onmiddellijk op. Daarna heb ik geen last meer gehad van voetballen. Afkloppen. Wat de voetbaldokter voorspelde kwam uit. En nee, ik ga u niet vertellen hoe hij heet. Of nou vooruit dan, een hint. Hij is familie van Jan Zwartkruis. Nooit van gehoord? Zanger van de Carnavalskraker 'Nederland, die heeft de bal' (gezongen samen met André van Duin) en tevens opvolger van bondscoaches George Knobbel en Ernst Happel.
20-09-2016
Strip Teaser
Quasinonchalant frunnik ik wat aan mijn pen die brandend van verlangen in mijn handpalm ligt.
Want niemand, helemaal niemand mag nog weten wat ik in gedachten al wekenlang wil schrijven.
Elke verdachte beweging, en dat weet ik uit ervaring, kan mijn diepste geheim verraden.
Raadsels hebben zo hun functie, ze zorgen ervoor dat de spanningsboog des levens af en toe op springen staat.
Tegelijkertijd komt het besef dat ik mijn raadsels niet voor de eeuwigheid verhullen kan; ze schreeuwen om bevrijding.
Yeti nog aan toe, het idee om los te laten bezorgt me danig uitingsvrees, wie had dat gedacht?
Uitermate voorzichtig zijn is tot nu toe effectief gebleken, heeft stoute gemoederen smooth bedaard.
In mijn uitzonderlijke vasthoudendheid zelfs de meest nieuwsgierigen lichtelijk gefrustreerd.
Onophoudelijk heb ik mijn stoutste gedachten voor me gehouden en niet geventileerd, ik durfde immers niet.
Per slot van rekening had ik ook best veel te verliezen, wat stemde tot een naargeestig onderbuikgevoel.
Als ik nu eens een heel klein tipje van de sluier zou lichten, zou dat niet ontwapend zijn, voor mezelf en voor de lezer?
Stellig neem ik hierin onmiddellijk positie en standpunt, het moet er eens van komen, en eens is nu.
Durf, moed, lef en overtuiging vat ik bij de lurven en ik trek de horens zowat van de koe, leveren zal ik.
Fantastisch is de energie, het licht, de lucht die vrijkomt, als herboren voel ik mij.
Geloof het of niet, maar dit is sinds mensenheugenis het beste dat me overkomen is en hopelijk duurt het lang.
Hevig is ook de reactie van mijn vege lijf, redden is niet langer nodig, ik laat los en ga.
Jemig wat een zaligheid, hoe mijn hart bonkt in de keel en aders klotsen tegen mijn gespannen vel.
Kon ik dit gevoel maar eeuwig vasthouden; het moet, het zal, dit tij mag nooit meer keren.
Langzaam trek ik mijn kostuum uit en leg het masker af, wat heb ik überhaupt nog te verliezen?
Zwoel toon ik mijn diepste binnen en voel me vogelvrij met naakte veren en een gemoed van dons.
X-benen, ik durf ze eindelijk te tonen, geen wijde broek die deze lelijke stokken nog langer verhult, in spijker of in stof.
Charisma stijgt tot bovengrens en ik vraag me af, waarom heb ik toch mijn onderzijde zo ongelooflijk pijn en tekort gedaan.
Verdomt ook dat niemand mij eerder erop attent maakte, op mijn idiote fysieke en mentale afkeer in deze.
Belachelijk die gêne om niets, het publiek lacht voor de bühne gigantisch grote X-tranen en dat is niet om mij.
Nog maar amper bijgekomen van de schrik laat ik het onderwerp van spot nu voor goed rusten.
Met tot slot nog een moraal: Onthul verhullingen en kom naakt nader tot elkaar.
Want niemand, helemaal niemand mag nog weten wat ik in gedachten al wekenlang wil schrijven.
Elke verdachte beweging, en dat weet ik uit ervaring, kan mijn diepste geheim verraden.
Raadsels hebben zo hun functie, ze zorgen ervoor dat de spanningsboog des levens af en toe op springen staat.
Tegelijkertijd komt het besef dat ik mijn raadsels niet voor de eeuwigheid verhullen kan; ze schreeuwen om bevrijding.
Yeti nog aan toe, het idee om los te laten bezorgt me danig uitingsvrees, wie had dat gedacht?
Uitermate voorzichtig zijn is tot nu toe effectief gebleken, heeft stoute gemoederen smooth bedaard.
In mijn uitzonderlijke vasthoudendheid zelfs de meest nieuwsgierigen lichtelijk gefrustreerd.
Onophoudelijk heb ik mijn stoutste gedachten voor me gehouden en niet geventileerd, ik durfde immers niet.
Per slot van rekening had ik ook best veel te verliezen, wat stemde tot een naargeestig onderbuikgevoel.
Als ik nu eens een heel klein tipje van de sluier zou lichten, zou dat niet ontwapend zijn, voor mezelf en voor de lezer?
Stellig neem ik hierin onmiddellijk positie en standpunt, het moet er eens van komen, en eens is nu.
Durf, moed, lef en overtuiging vat ik bij de lurven en ik trek de horens zowat van de koe, leveren zal ik.
Fantastisch is de energie, het licht, de lucht die vrijkomt, als herboren voel ik mij.
Geloof het of niet, maar dit is sinds mensenheugenis het beste dat me overkomen is en hopelijk duurt het lang.
Hevig is ook de reactie van mijn vege lijf, redden is niet langer nodig, ik laat los en ga.
Jemig wat een zaligheid, hoe mijn hart bonkt in de keel en aders klotsen tegen mijn gespannen vel.
Kon ik dit gevoel maar eeuwig vasthouden; het moet, het zal, dit tij mag nooit meer keren.
Langzaam trek ik mijn kostuum uit en leg het masker af, wat heb ik überhaupt nog te verliezen?
Zwoel toon ik mijn diepste binnen en voel me vogelvrij met naakte veren en een gemoed van dons.
X-benen, ik durf ze eindelijk te tonen, geen wijde broek die deze lelijke stokken nog langer verhult, in spijker of in stof.
Charisma stijgt tot bovengrens en ik vraag me af, waarom heb ik toch mijn onderzijde zo ongelooflijk pijn en tekort gedaan.
Verdomt ook dat niemand mij eerder erop attent maakte, op mijn idiote fysieke en mentale afkeer in deze.
Belachelijk die gêne om niets, het publiek lacht voor de bühne gigantisch grote X-tranen en dat is niet om mij.
Nog maar amper bijgekomen van de schrik laat ik het onderwerp van spot nu voor goed rusten.
Met tot slot nog een moraal: Onthul verhullingen en kom naakt nader tot elkaar.
15-04-2016
Muis en mier
Flits daar struint ie door de huiskamer. Flapoortjes gespitst omhoog. Miami Freece. Hij is opgemerkt. Door mij en m’n vrouw. Miami Freece. Zo hebben we hem maar genoemd. We hadden hem ook Spoorloos kunnen noemen. Of ‘Hij / zij (je weet het nooit met die beesten) die zich niet laat vangen’, volgens Indiaanse traditie (niet te verwarren met Indiase, dan hadden we hem / haar wel Mahali Pindakasi genoemd).
“Kom nu maar van de bank af, Miami Freece is weg.”
Een week lang zijn we alert. Steevast rond de klok van 23:00 uur laat ie zich zien. Dwars door de kamer. De lefhebber. Gaat op zijn kont zitten. Wrijft zijn pootjes, drukt er zijn snuit in uit en laat een vreemd geluid. Een mannetje dus, concluderen vrouw en ik, de viespeuk. We stellen een plan op. Wisselende nachtdiensten gaan we draaien. Alle wapens worden in de strijd gegooid. Maar niets helpt. Hij laat zich niet vangen. Gif lust ie niet, in vallen trapt ie niet en de plakmat vangt alleen maar stof. Het is een slim beestje.
We besluiten ons huis te ontmantelen. Op zoek naar. Alle plinten gaan van de muur. Alle kieren gedicht. Met klinkers en medeklinkers. Alle laden ontlaad. Het helpt allemaal voor geen meter. Wat nu?
Vrienden worden, besluiten we ten einde raad. Op aanraden van zowel de dieren- als huisarts. Mijn vrouw gaat eerst op cursus: ‘Hoe om te gaan met … en zonder …’ Na drie maanden behaalt ze een certificaat. We zijn er klaar voor. Maar … Miami Freece laat zich niet meer zien. Althans, dat denken we. We horen hem wel. Ergens onder de vloer. Hoe krijgen we hem weer boven?
De televisie! Natuurlijk. Dat helpt altijd. We zoeken een geschikte zender en komen uit bij 24 Hour Pet Cartoon. We zetten de zender vast op Kanaal 99. Het enige Kanaal dat nog zonder zender is. Succes gegarandeerd. Zeker weten.
En ja hoor. Daar zit ie in de vroege ochtend op onze bank. In zijn ochtendjas. Naast hem een klein bakkie chips. Hoe komt ie daar aan? Helemaal at ease laat ie zich makkelijk vangen. Maar hoe nu verder?
Driftig trippelt ie de schoenendoos op en neer en ondersteboven. Dit gaat niet goed. Hij heeft veel te veel stress. Plots is het stil in de doos. We bellen de dierenambulance en nemen afscheid van Miami Freece. Toch wel met pijn in het hart en brokken in de keel.
Een ding is zeker. Ons huis staat niet langer op stelten. Hoewel? Wat kruipt daar door de keuken? Een dun zwart minileger, gehelmd op heel veel kleine pootjes. Een, twee, drie … vijfendertig … nee … nee … nee … het krioelt hier van de … Wat nu?
“Kom nu maar van de bank af, Miami Freece is weg.”
Een week lang zijn we alert. Steevast rond de klok van 23:00 uur laat ie zich zien. Dwars door de kamer. De lefhebber. Gaat op zijn kont zitten. Wrijft zijn pootjes, drukt er zijn snuit in uit en laat een vreemd geluid. Een mannetje dus, concluderen vrouw en ik, de viespeuk. We stellen een plan op. Wisselende nachtdiensten gaan we draaien. Alle wapens worden in de strijd gegooid. Maar niets helpt. Hij laat zich niet vangen. Gif lust ie niet, in vallen trapt ie niet en de plakmat vangt alleen maar stof. Het is een slim beestje.
We besluiten ons huis te ontmantelen. Op zoek naar. Alle plinten gaan van de muur. Alle kieren gedicht. Met klinkers en medeklinkers. Alle laden ontlaad. Het helpt allemaal voor geen meter. Wat nu?
Vrienden worden, besluiten we ten einde raad. Op aanraden van zowel de dieren- als huisarts. Mijn vrouw gaat eerst op cursus: ‘Hoe om te gaan met … en zonder …’ Na drie maanden behaalt ze een certificaat. We zijn er klaar voor. Maar … Miami Freece laat zich niet meer zien. Althans, dat denken we. We horen hem wel. Ergens onder de vloer. Hoe krijgen we hem weer boven?
De televisie! Natuurlijk. Dat helpt altijd. We zoeken een geschikte zender en komen uit bij 24 Hour Pet Cartoon. We zetten de zender vast op Kanaal 99. Het enige Kanaal dat nog zonder zender is. Succes gegarandeerd. Zeker weten.
En ja hoor. Daar zit ie in de vroege ochtend op onze bank. In zijn ochtendjas. Naast hem een klein bakkie chips. Hoe komt ie daar aan? Helemaal at ease laat ie zich makkelijk vangen. Maar hoe nu verder?
Driftig trippelt ie de schoenendoos op en neer en ondersteboven. Dit gaat niet goed. Hij heeft veel te veel stress. Plots is het stil in de doos. We bellen de dierenambulance en nemen afscheid van Miami Freece. Toch wel met pijn in het hart en brokken in de keel.
Een ding is zeker. Ons huis staat niet langer op stelten. Hoewel? Wat kruipt daar door de keuken? Een dun zwart minileger, gehelmd op heel veel kleine pootjes. Een, twee, drie … vijfendertig … nee … nee … nee … het krioelt hier van de … Wat nu?
10-03-2016
Sterfgeval
Hoe zou je het liefst willen sterven? Een vraag die iedereen zichzelf wel eens stelt. Een vraag bezongen in vele liedjes, gedicht in dito gedichtjes, gefilmd in gedachten en op locaties, origineel of doodgewoon.
Doe mij maar per ongeluk. Nee, niet in bed, ver in de tachtig vredig in slaap. Dat is zo saai. Gewoon in de supermarkt, struikelend over nonchalant weggegooid fruit of groente. Je kent dat wel. Haastig op zoek naar plastic zakjes die altijd op zijn, nog nadenkend wat er nu precies op het briefje staat. Sinaasappelen of perssinaasappelen? Ongeduldig wachtend op al die voorgangers die treuzelen bij de weegschaal.
En dan. Ja, je was het vergeten. Kiwi’s. Snel loop je terug, nadat je het winkelwagentje veilig geparkeerd hebt op een plek waar het niemand in de weg staat. Maar wel een plek die je gemakkelijk terug kunt vinden. Je loopt. Nee, je rent half want je hebt haast en dan voila je gaat onderuit. Over een schil op de vloer. En je weet, beseft, dit is het einde.
Het wordt wit voor je ogen. In de verte de ingedachte tunnel. Wat is ie groot. Wat gaat het snel. Veel sneller dan in je dromen. Een leven flitst voorbij in luttele seconden. Hoogtepunten en dieptepunten en punten ertussenin. Die was je even vergeten. Maar ook die doen er toe. Sterker nog. Die blijven op je netvlies staan.
De dag dat je voor het eerst naar de kapper ging. Niets bijzonders. Totdat de kapper bijna je oor eraf knipte en je kennismaakte met een gek soort blokje ijs. Zo voelde het althans. Je kunt niet op de naam komen. Weer niet. En je hebt nog maar zo kort te gaan. In gedachten. Wacht daar komt iemand op mij toegelopen. Wie is dat? Verrek. Mijn moeder. Toch? En dan in oplopende volgorde al die stervelingen die eerder gingen. Ze heten mij welkom. Welkom waarin? Welkom waarvan? Is het hier een feestje? Ben ik in de hemel?
Het voelt oké. Maar ook een beetje vreemd. Ik dacht namelijk dat ik nog aan het sterven was. Dan ben je nog niet dood. Het zij zo. Ik neem slechts waar. In mijn eigen film. In mijn eigen leven. Ik neem op. En langzaam, heel langzaam, glijd ik weg. Met de lichten aan. Onder supermarkt-tl’s op een doordeweekse dag. En het voelt goed. Zo wil ik sterven. Het hoort gewoon bij het leven. Dus niet moeilijk over doen.
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: hoe zou je het liefst willen sterven? (16-10-2015)
Doe mij maar per ongeluk. Nee, niet in bed, ver in de tachtig vredig in slaap. Dat is zo saai. Gewoon in de supermarkt, struikelend over nonchalant weggegooid fruit of groente. Je kent dat wel. Haastig op zoek naar plastic zakjes die altijd op zijn, nog nadenkend wat er nu precies op het briefje staat. Sinaasappelen of perssinaasappelen? Ongeduldig wachtend op al die voorgangers die treuzelen bij de weegschaal.
En dan. Ja, je was het vergeten. Kiwi’s. Snel loop je terug, nadat je het winkelwagentje veilig geparkeerd hebt op een plek waar het niemand in de weg staat. Maar wel een plek die je gemakkelijk terug kunt vinden. Je loopt. Nee, je rent half want je hebt haast en dan voila je gaat onderuit. Over een schil op de vloer. En je weet, beseft, dit is het einde.
Het wordt wit voor je ogen. In de verte de ingedachte tunnel. Wat is ie groot. Wat gaat het snel. Veel sneller dan in je dromen. Een leven flitst voorbij in luttele seconden. Hoogtepunten en dieptepunten en punten ertussenin. Die was je even vergeten. Maar ook die doen er toe. Sterker nog. Die blijven op je netvlies staan.
De dag dat je voor het eerst naar de kapper ging. Niets bijzonders. Totdat de kapper bijna je oor eraf knipte en je kennismaakte met een gek soort blokje ijs. Zo voelde het althans. Je kunt niet op de naam komen. Weer niet. En je hebt nog maar zo kort te gaan. In gedachten. Wacht daar komt iemand op mij toegelopen. Wie is dat? Verrek. Mijn moeder. Toch? En dan in oplopende volgorde al die stervelingen die eerder gingen. Ze heten mij welkom. Welkom waarin? Welkom waarvan? Is het hier een feestje? Ben ik in de hemel?
Het voelt oké. Maar ook een beetje vreemd. Ik dacht namelijk dat ik nog aan het sterven was. Dan ben je nog niet dood. Het zij zo. Ik neem slechts waar. In mijn eigen film. In mijn eigen leven. Ik neem op. En langzaam, heel langzaam, glijd ik weg. Met de lichten aan. Onder supermarkt-tl’s op een doordeweekse dag. En het voelt goed. Zo wil ik sterven. Het hoort gewoon bij het leven. Dus niet moeilijk over doen.
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: hoe zou je het liefst willen sterven? (16-10-2015)
31-01-2016
120 Woorden Januari 2016
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Uitbraak in het midden (05-01-2016) (Themawoord: Uitbraak)
Uit de kast komen is hot. Emancipatoire bevrijding binnen de seksen viert hoogtij. Het past ook prima binnen de tijdgolven waarop het ras mens zich beweegt. Sommigen discussieren over de tijdsspanne. Golfbewegingen van tien jaar zijn het meest gangbaar.
Waar die wijsheid vandaan komt? Uit de kast. Mijn kast. Mijn kast vol kleren. Hippe hippie kleren. En het moet gezegd, het bevrijdt. In de jaren zestig. Midden zestig begon het allemaal. Midden zeventig kwam het terug.
En nu midden twintig zijn we weer terug bij midden zestig. We komen uit de kast. Massaal. Als man, als vrouw, als mens. We evolueren met alles erop, eraf, of een mix van beiden. We genderen voort. Transgenderen voort. Naar compleetheid in onszelf. Mooi.
Ik lust geen fanfare (12-01-2016) (Themawoord: Fanfare)
Jantje zat aan tafel. Boos, heel boos. Met zijn armen over elkaar geslagen, keek hij demonstratief over zijn bord, richting mams. Dat wat daar op zijn bord lag ging hij dus niet opeten. Echt niet.
Zijn moeder begreep er niets van. Jantje hield wel van macaroni en spaghetti. Zijn Italiaanse vader, niet meer in beeld, had hem dat met de paplepel ingegoten. Niet al dente maar extra zacht. Dus wat was nu het probleem?
Jantje keek nog eens goed naar de fanfare op zijn bord. Keek weer over zijn bord richting mams en sprak, wijs als ie was:
“Ik bid niet voor bruun bonen, en ook niet voor boerenstoemp. Steek deze fanfare maar in je tuba.”
“Het is farfalle Jantje!”
Over dingen die gebeuren (12-01-2016) (Themawoord: Fanfare)
Rob de Nijs en Jan Klaassen zitten samen op het terras en bespreken de liefde. Jan Klaassen is een kettingroker en rookt stevig Belinda’s. De rook dwarrelt door de lucht en komt in contact met de rook die van een ander tafeltje komt. Jan Klaassen kijkt even om en staart een moment lang in de ogen van een bloedmooie vrouw. Zij rookt Caballero en draagt een cowboyhoed. Als een blok valt Jan voor de mooie stoere dame. Rob doet niet meer mee. Hij voelt zich daar wat ongemakkelijk onder maar allez, op deze manier is het gewoon even uitstel van executie. Voor Jan. Rob wil niet teveel fanfare maken. Hij vertelt het later wel aan Jan. Van hem en Katrien.
Bittere pil (14-01-2016)
Welke kleur?
De rode.
Zeker weten?
Zeker weten.
Met of zonder water?
Met water.
Na of voor de maaltijd?
Ervoor.
Hebben we het zo?
Nee, de grote witte nog.
Waar liggen die dan?
In de bovenste la.
Ze zijn bijna op mam.
Dat kan niet.
Nog een strip.
Kijk je wel goed?
Ja, mam.
Voor deze week is het genoeg.
Ik loop wel even naar de apotheek.
Vergeet het herhalingsrecept niet.
Waar ligt dat?
Ook in de bovenste la.
Die medicijnen hebben we niet meer meneer.
Hoezo?
De leverancier heeft niet genoeg geproduceerd.
Pardon?
Ik kan u een vervangend medicijn meegeven.
Hoe zit het dan met bijwerkingen?
Veel.
Wat een geklier.
Sorry.
Wat voert die leverancier in zijn schild?
Prijzenoorlog.
De blinde op de hoek (19-01-2016) (Themawoord: Hoek)
De winkel ruikt zoet. Op de koude tegelvloer staan ijzeren rekken met grote glazen potten, vol met snoep. Het water loopt in mijn mond. Ik zoek mijn favoriete potten.
Een deur draait langzaam open. Daar komt ie aangeschuifeld. De blinde, gekleed in een lange stofjas. Is ie echt blind? Hoe vindt hij dan het snoep?
Met doffe ogen kijkt hij over mij heen.
“Wat wil je?” Klinkt het nors.
“Trekdrop, zwarte sleutels en snoeppapier, meneer!”
“Hoeveel centjes heb je?”
“Een kwartje meneer?”
Langzaam schuifelt hij langs het rek en doet het snoep in een papieren zakje.
“Vijfentwintig cent!”
Ik leg een Duits muntje op de toonbank en loop snel naar de deur.
“Hier komen lummel, dit is geen geld. Rotjong!”
Muizenis (20-01-2016) (Themawoord: Hoek)
Driftig dartelde de dolle muis door de kamer. Driftig dartel? Dat kan toch niet? Echt wel. De muis was verliefd. Op Micky. Sinds kort. En driftig van aard. Maar dat terzijde. Dartel verliefd zijn is veel leuker.
Hij was een beetje de kluts kwijt, de crazy mouse en rende als een dolle rondjes door de kamer. Zo kon het niet doorgaan. De verliefdheid putte hem langzaam uit en maakte hem kwetsbaar, vangbaar.
De moeder des huizes betrad de woonkamer. Snel rende de muis naar de plint. De verkeerde plint. Waar zat die verrekte muizenis nu? No escape. Daar kwam pa de kamer binnen. Een klopjacht volgde. Crazy mouse zag heel even alle hoeken van de kamer. Stierf uiteindelijk van geluk.
In die Ecke (22-01-2016) (Themawoord: Hoek)
Er schiest die bal in die hoek. Ja wirklich waar tussen die palen hoch bovenin. Ich herhinnere het mij wie die dag von gestern. Wissen sie. Er ging er nicht in. Ik wuste das. Rechtsboven.
Ja ich waar trots, zehr viel trots. Er kam op mir auf und er machte rare bewegingen mit sein lijf. Er dachte waarscheinlich ik trappe daarin. Eine schijnbewegung. Maar ich bin niet dumm. Echt niet.
Was sagen sie. Ja. Ja. Op ich wuste welke Ecke er wahlte? Ja die hoek wist ich nog. Er hat im halbe finale auch rechtsboven verzoekt ein zu schiessen.
Mein geheimniss? Heb ich nicht. Ich schrijf nemlich alles in ein boekschen. Ik weis das gewohn. Der Heinz schiet immer rechtsboven.
Armand Pienter (26-01-2016) (Themawoord: Omslag)
Iedere dag stond hij vroeg op en keek met scherp zicht en grote belangstelling uit het keukenraam. Vervolgens maakte hij wat aantekeningen in zijn notitieboekje. Die werkte hij tijdens het ontbijt zorgvuldig uit. In mooie volzinnen. Voor de spiegel in de badkamer repeteerde hij zijn tekst.
Hij had nog een uurtje voordat de uitzending begon. In de huiskamer bekeek hij nog eens goed de tableaus en oefende wat met het verplaatsen van pijlen en wolken. Tot slot de generale repetitie. Hij deed het allemaal thuis want de studio van de BRT was veel te klein.
En dan hup snel op de fiets en maar hopen dat er geen weersomslag komt. Lieve mensen, en dan nu het weerbericht met Armand Pienter.
Een nat pakket (27-01-2016) (Themawoord: Omslag)
‘Mag het een onsje meer zijn?’
Eigenlijk heb ik zo’n hekel aan die term, maar vooruit, ik heb een goede dag.
‘Wilt u met of zonder omslag?’
‘Nou, doet u maar met.’
‘Dat maakt dan vijf euro zesenvijftig.’
Het pakket gehakt dat ik half om half ontvang, voelt wat sponsig.
Door de plastic zak schijnt de omslag door: Omslagerij Peter van Ham uit Oss. Voor al uw vleeswaren.
‘Die plastic zak, heb ik daar nu voor betaald?’
‘Ja meneer. Die moeten wij sinds kort aan klanten doorrekenen.’
‘Nou, haal die maar van mijn pakket af. Graag had ik dan ook het geld terug.’
‘Zoals u wenst.’
Ik ontvang 10 eurocent retour en loop met een nat pakket de winkel uit.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Uitbraak in het midden (05-01-2016) (Themawoord: Uitbraak)
Uit de kast komen is hot. Emancipatoire bevrijding binnen de seksen viert hoogtij. Het past ook prima binnen de tijdgolven waarop het ras mens zich beweegt. Sommigen discussieren over de tijdsspanne. Golfbewegingen van tien jaar zijn het meest gangbaar.
Waar die wijsheid vandaan komt? Uit de kast. Mijn kast. Mijn kast vol kleren. Hippe hippie kleren. En het moet gezegd, het bevrijdt. In de jaren zestig. Midden zestig begon het allemaal. Midden zeventig kwam het terug.
En nu midden twintig zijn we weer terug bij midden zestig. We komen uit de kast. Massaal. Als man, als vrouw, als mens. We evolueren met alles erop, eraf, of een mix van beiden. We genderen voort. Transgenderen voort. Naar compleetheid in onszelf. Mooi.
Ik lust geen fanfare (12-01-2016) (Themawoord: Fanfare)
Jantje zat aan tafel. Boos, heel boos. Met zijn armen over elkaar geslagen, keek hij demonstratief over zijn bord, richting mams. Dat wat daar op zijn bord lag ging hij dus niet opeten. Echt niet.
Zijn moeder begreep er niets van. Jantje hield wel van macaroni en spaghetti. Zijn Italiaanse vader, niet meer in beeld, had hem dat met de paplepel ingegoten. Niet al dente maar extra zacht. Dus wat was nu het probleem?
Jantje keek nog eens goed naar de fanfare op zijn bord. Keek weer over zijn bord richting mams en sprak, wijs als ie was:
“Ik bid niet voor bruun bonen, en ook niet voor boerenstoemp. Steek deze fanfare maar in je tuba.”
“Het is farfalle Jantje!”
Over dingen die gebeuren (12-01-2016) (Themawoord: Fanfare)
Rob de Nijs en Jan Klaassen zitten samen op het terras en bespreken de liefde. Jan Klaassen is een kettingroker en rookt stevig Belinda’s. De rook dwarrelt door de lucht en komt in contact met de rook die van een ander tafeltje komt. Jan Klaassen kijkt even om en staart een moment lang in de ogen van een bloedmooie vrouw. Zij rookt Caballero en draagt een cowboyhoed. Als een blok valt Jan voor de mooie stoere dame. Rob doet niet meer mee. Hij voelt zich daar wat ongemakkelijk onder maar allez, op deze manier is het gewoon even uitstel van executie. Voor Jan. Rob wil niet teveel fanfare maken. Hij vertelt het later wel aan Jan. Van hem en Katrien.
Bittere pil (14-01-2016)
Welke kleur?
De rode.
Zeker weten?
Zeker weten.
Met of zonder water?
Met water.
Na of voor de maaltijd?
Ervoor.
Hebben we het zo?
Nee, de grote witte nog.
Waar liggen die dan?
In de bovenste la.
Ze zijn bijna op mam.
Dat kan niet.
Nog een strip.
Kijk je wel goed?
Ja, mam.
Voor deze week is het genoeg.
Ik loop wel even naar de apotheek.
Vergeet het herhalingsrecept niet.
Waar ligt dat?
Ook in de bovenste la.
Die medicijnen hebben we niet meer meneer.
Hoezo?
De leverancier heeft niet genoeg geproduceerd.
Pardon?
Ik kan u een vervangend medicijn meegeven.
Hoe zit het dan met bijwerkingen?
Veel.
Wat een geklier.
Sorry.
Wat voert die leverancier in zijn schild?
Prijzenoorlog.
De blinde op de hoek (19-01-2016) (Themawoord: Hoek)
De winkel ruikt zoet. Op de koude tegelvloer staan ijzeren rekken met grote glazen potten, vol met snoep. Het water loopt in mijn mond. Ik zoek mijn favoriete potten.
Een deur draait langzaam open. Daar komt ie aangeschuifeld. De blinde, gekleed in een lange stofjas. Is ie echt blind? Hoe vindt hij dan het snoep?
Met doffe ogen kijkt hij over mij heen.
“Wat wil je?” Klinkt het nors.
“Trekdrop, zwarte sleutels en snoeppapier, meneer!”
“Hoeveel centjes heb je?”
“Een kwartje meneer?”
Langzaam schuifelt hij langs het rek en doet het snoep in een papieren zakje.
“Vijfentwintig cent!”
Ik leg een Duits muntje op de toonbank en loop snel naar de deur.
“Hier komen lummel, dit is geen geld. Rotjong!”
Muizenis (20-01-2016) (Themawoord: Hoek)
Driftig dartelde de dolle muis door de kamer. Driftig dartel? Dat kan toch niet? Echt wel. De muis was verliefd. Op Micky. Sinds kort. En driftig van aard. Maar dat terzijde. Dartel verliefd zijn is veel leuker.
Hij was een beetje de kluts kwijt, de crazy mouse en rende als een dolle rondjes door de kamer. Zo kon het niet doorgaan. De verliefdheid putte hem langzaam uit en maakte hem kwetsbaar, vangbaar.
De moeder des huizes betrad de woonkamer. Snel rende de muis naar de plint. De verkeerde plint. Waar zat die verrekte muizenis nu? No escape. Daar kwam pa de kamer binnen. Een klopjacht volgde. Crazy mouse zag heel even alle hoeken van de kamer. Stierf uiteindelijk van geluk.
In die Ecke (22-01-2016) (Themawoord: Hoek)
Er schiest die bal in die hoek. Ja wirklich waar tussen die palen hoch bovenin. Ich herhinnere het mij wie die dag von gestern. Wissen sie. Er ging er nicht in. Ik wuste das. Rechtsboven.
Ja ich waar trots, zehr viel trots. Er kam op mir auf und er machte rare bewegingen mit sein lijf. Er dachte waarscheinlich ik trappe daarin. Eine schijnbewegung. Maar ich bin niet dumm. Echt niet.
Was sagen sie. Ja. Ja. Op ich wuste welke Ecke er wahlte? Ja die hoek wist ich nog. Er hat im halbe finale auch rechtsboven verzoekt ein zu schiessen.
Mein geheimniss? Heb ich nicht. Ich schrijf nemlich alles in ein boekschen. Ik weis das gewohn. Der Heinz schiet immer rechtsboven.
Armand Pienter (26-01-2016) (Themawoord: Omslag)
Iedere dag stond hij vroeg op en keek met scherp zicht en grote belangstelling uit het keukenraam. Vervolgens maakte hij wat aantekeningen in zijn notitieboekje. Die werkte hij tijdens het ontbijt zorgvuldig uit. In mooie volzinnen. Voor de spiegel in de badkamer repeteerde hij zijn tekst.
Hij had nog een uurtje voordat de uitzending begon. In de huiskamer bekeek hij nog eens goed de tableaus en oefende wat met het verplaatsen van pijlen en wolken. Tot slot de generale repetitie. Hij deed het allemaal thuis want de studio van de BRT was veel te klein.
En dan hup snel op de fiets en maar hopen dat er geen weersomslag komt. Lieve mensen, en dan nu het weerbericht met Armand Pienter.
Een nat pakket (27-01-2016) (Themawoord: Omslag)
‘Mag het een onsje meer zijn?’
Eigenlijk heb ik zo’n hekel aan die term, maar vooruit, ik heb een goede dag.
‘Wilt u met of zonder omslag?’
‘Nou, doet u maar met.’
‘Dat maakt dan vijf euro zesenvijftig.’
Het pakket gehakt dat ik half om half ontvang, voelt wat sponsig.
Door de plastic zak schijnt de omslag door: Omslagerij Peter van Ham uit Oss. Voor al uw vleeswaren.
‘Die plastic zak, heb ik daar nu voor betaald?’
‘Ja meneer. Die moeten wij sinds kort aan klanten doorrekenen.’
‘Nou, haal die maar van mijn pakket af. Graag had ik dan ook het geld terug.’
‘Zoals u wenst.’
Ik ontvang 10 eurocent retour en loop met een nat pakket de winkel uit.
31-08-2015
Columns van Harrie (Augustus 2015)
Metamorfose / Uitdaging van de Maand / 03-08-2015
In mijn bos is sprake van een vreemde metamorfose. Ik word het vooral gewaar bij de bomen. Het lijkt wel of de bomen zich ergens voor opmaken. Eenzelfde soort metamorfose lijkt ook bij mij gestalte aan te nemen. Ter hoogte van mijn borst (bij de bomen op de stam) groeit iets. Zowel links als rechts. Ik zie het bij berkenbomen, bij abelen, eiken en dennen. Bij de beukenbomen zie je het nog het beste. Tieten. Mijn bomen in het bos ontwikkelen tieten op hun bast. En alsof de duvel ermee speelt. Ik voel ze bij mij ook. Ik begrijp er niets van. Hoe snel het ook gaat. Ik zie nu werkelijk waar overal borsten. De enige zorg die het me baart, zien anderen dit ook?
Bomen blozen niet. Zij laten het gewoon gebeuren. Ik zie het gebeuren bij de mannen- en de vrouwenbomen. Nog nooit is het mij zo duidelijk geworden. We zijn allemaal hetzelfde. De mannen en de vrouwen. Met als enige verschil dat de ene wat meer borstbobbelig is als de ander. Schappelijk noem ik het kleine beetje verschil. Ontevreden met het maatwerk? Het is de natuur die discrimineert.
De plotse borstkweek doet me denken aan mijn schooljeugd. Ja, ja, griss mich nich, ook ik heb die gehad. Preuts hield ik met mijn handen stevig het T-shirt strak ter hoogte van mijn borst. Want daar groeiden tietjes. Hele kleine, maar toch. Niemand mocht het zien. Een jongetje met ontluikende tietjes. De meisjes deden hetzelfde. Ook zij bedekten en verstopten hun miniborstjes met hemd en handen.
Het is toen dat ik mij verzekerde van borst- en bondgenootschap. We deelden samen een groot geheim, de meisjes en ik. Twee handen op buik en borst. Ik zal het nooit meer vergeten. Alle meisjes om mij heen en ik bloosden. Van onze metamorfose borstanique. En toch … het voelde ook zacht en goed.
Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sekse
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)
Op zoek naar … / Uitdaging van de Maand / 03-08-2015
Vanavond maak ik mij extra mooi. Brizl djeu. Het is een zware dag geweest. Ziekenhuisbezoek met kleine Joey. De resultaten waren slecht. Veel te hoge waarden, medicatie die niet aanslaat en geen uitzicht op vooruitgang. Ik heb behoefte aan iets positiefs. Vanavond maak ik mij extra mooi. Ik neem een lang bad en geef mijn lijf een grote beurt. De huid krijgt olie. Mijn haren krijgen shampoo en conditioner. Ik spuit ook wat parfum achter mijn oren. Baat het niet, schaadt het niet. Ik besef terdege dat Patrick het niet ruikt, maar what the fuck. Het gaat om het idee, mijn idee. Ik trek een kort jurkje aan en bereid me goed voor. Zal ik vanavond live gaan of blijf ik nog even teasen? Het is zo’n lieverd, mijn Patrick.
Ik ben veel te bang dat de ban breekt. Nee, voor live gaan is het nog veel te vroeg. Het contact bevalt me prima zo. Ik houd mezelf en Patrick nog even in de waan. Ik kies voor het oranje jurkje. Dat past het beste bij mijn stemming. Droevig en uitgelaten tegelijk. Hopend op een positief gevoel. Joey raast door de kamer. Hij slaat voortdurend met zijn hoofd op de versleten bank. Hij weet wat er komen gaat. Hij vreet zich nu al op bij het tekort aan aandacht.
Welke lieve woorden zal Patrick mij vanavond toedichten? Als ik hem vertel wat ik aan heb. Als ik hem vertel dat ik dol op hem ben. Op afstand. Dat laatste hoeft ie niet te weten. Dat houd ik maar beter voor mezelf. Hoewel hij zeker gevoelig zal zijn voor dit soort ontwapening. Maar het risico voor ontmaskering is mij te groot. Hij zal het zeker weer vragen. Wanneer gaan we elkaar nu eindelijk eens zien? Mijn hart klopt door mijn hele lijf. Hete wangen heb ik. Ik log in op mijn laptop en ga naar mijn Facebook-account. PrettyWoman1979 op zoek naar Patrick78.
Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sekse
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)
Kontfobie / Uitdaging van de Maand / 05-08-2015
Brizl djeu, ik heb een groot probleem. Ik word achtervolgd. Al dagen, weken, maanden, jaren. Door mijn kont. Serieus. Hij wil van geen wijken weten. Hoelang ik al probeer hem van mij af te schudden? U wil het niet weten. Jaren geleden had ik er niet zoveel last van. Maar toen was ie niet zo nadrukkelijk aanwezig. Iedere ochtend word ik er weer mee wakker. De kont beangstigt mij enorm. De angst neemt bijna fobische vormen aan. Claustrofobisch. Hij zit me veel te dicht op de huid en ik kom er niet vanaf. Verstikkend haast.
Alles heb ik in de strijd gegooid om er vanaf te raken. Fitness, yoga, zwemmen. Niets helpt. En ik wil er zo graag vanaf. Van de kont en van de achtervolgingsangst. Het wil maar niet lukken. Ook diëten heb ik al geprobeerd. Zinloos. Mijn kont vind alles lekker. Ook geheelonthouding heb ik even geprobeerd. Maar daarvan ging mijn kont alleen maar scheten laten. Niet bepaald vrouwvriendelijk. Daar kon ik echt niet mee de tram in. Ten einde raad heb ik nog even psychische hulp gezocht. Met lotgenoten vormde ik een praatgroep. We noemden ons praatgroep de Dwarskont. Eerst hebben we nog de naam Warskont overwogen. Maar dat klonk te veel naar Waar is kont? En dat was nu juist niet het probleem. Die wisten we wel te zitten.
Nee, niets hielp en nu zit ik er nog steeds mee. Met die gigantische kont. Ik eet, slaap, droom en denk kont. Iedere dag opnieuw en ik kan er niet langer tegen. Wie o wie neemt mij mijn kont af? Soms denk ik als troost en enigszins hoopvol terug aan de tijd dat mijn kont mijn grootste vriendin was. Maar toen werd er heel anders over gesproken als nu. Toen wilde ik het wel horen, nu niet meer. Lekker. Dik. Lekker dik. Vet. Vet lekker. Van kontgenot naar kontgeknot. Ach … laat ook maar zitten. Griss mich nich.
Toelichting:
Geschreven n.a.v. 12e schrijfopdracht op ColumnX (augustus 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Schrijf een zo waarheidsgetrouw mogelijk stuk, vanuit de andere sekse
- Humor mag natuurlijk, maar probeer uit het lachen-gieren-brullen-genre te blijven
- Maak er een geloofwaardig geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)
Ziel onder de arm / Gezondheidszorg / 22-08-2015
Met zijn ziel onder de arm hinkt de zielige man door mijn bos. Af en toe geeft hij hem een aai, want dat verdient zijn ziel. Dagelijks verwerkt de ziel emoties van diverse aard. In het geval van de zielige man in mijn bos, extra veel en hevig.
Zo liep de man onlangs met zijn neus tegen de bus. Gewoon omdat de bus iets verder halt hield. Op de automatische piloot wilde hij binnenstappen. Pats boem, de deuropening gemist. Nu draagt hij dus een rode neus. Een neus die af en toe loopt en die met een boerenzakdoek, zo’n grote geruite, nauwelijks te stelpen is. Geen gezicht. Thuisgekomen zocht ie zijn vrouw, maar die was nergens te bespeuren. Op de tafel lag een briefje. Ik ben even boodschappen doen. Ze kwam nooit meer terug. Brizl djeu, dat kon er ook nog wel bij.
Enfin. In verleden, heden en toekomstige tijd liep en loopt de zielige man dus door mijn bos. Ik hou hem nu al een paar dagen in de gaten. Het gaat niet goed met hem. Dat voel ik gewoon aan mijn HGP (Hoog Gevoelige Perceptie), die voortdurend ligt te sluimeren in een klein kwabje achter mijn oor. Het kwabje begint altijd spontaan te bonken in ontmoeting met bijzondere personen. Nu, dit is zo’n geval. Mijn HSP button slaat acuut op tilt zodra de zielige man in mijn nabijheid is.
Ik dacht ik zal hem toch maar eens aanspreken. Gewoon een klein kotergesprekje over niets, ter kennismaking. Mij is ooit verteld dat je dat het beste kunt doen bij zielige mensen. En ja hoor, het werkte, hij liep helemaal leeg. Hij nam er de tijd voor en legde zijn ziel heel eventjes helemaal bloot, tussen de struiken en het gebladerte. Een vreemd gezicht was het. Zo’n kale ziel in het struikgewas.
Wat mij betreft had ie zijn ziel gewoon onder zijn arm kunnen houden. Maar hij vond hem te zwaar wegen. Gek want de man oogde best wel stevig en gespierd.
“Mag ik hem even tillen?” Ik wees naar de ziel, ik was nu toch wel nieuwsgierig geworden hoe zwaar die woog.
“Nou liever niet? Ik ben bang dat je je vertild?”
Vijf uur lang hoorde ik de zielige man aan. Ik zou er haast een boek over kunnen schrijven. Geen speld kreeg ik er tussen. Een boeiend leven had de man gehad en nog. Het was me al gauw duidelijk dat ie daar stevig aan vasthield, het boeiende leven. Zijn neus kleurde er niet alleen rood van. Nee, nee, tijdens het vertellen kleurde zijn hele lijf rood. Ik zei nog tegen hem, wind je niet zo op, dat is niet goed voor je ziel. Maar helaas tevergeefs en te laat, hij waaide al snel weg. Natuurkrachten zijn ook zo sterk en oer.
Nooit meer iets gespeurd van de zielige man. Totdat de toekomst zich plots weer meldde. Voorspelbaar, maar ach, wie maalt erom. Een andere kijk op de ziel heb ik nu gekregen. Sommige zielen zijn niet te vatten. Zelfs niet onder de arm.
Penningmeesteres / Gezondheidszorg / 24-08-2015
Het geld groeide haar op de rug, alleen kon ze er zelf niet bij. Haar armen waren te kort. Blijkbaar had de natuur het zo gewild. De ouders waren met Sofietje al diverse keren naar de dokter geweest, maar het mocht niet baten. Eerst pilletjes, daarna een zalfje en toen nog drie keer een operatie. Ze wilden maar niet groeien, die armpjes. Het alternatieve circuit bood ook geen soelaas. Diverse bedevaartoorden werden bezocht. Acupunctuur hielp ook niet, Sofietje bleek allergisch voor naalden. Uiteindelijk gaf ze het op. Dan maar leven met veel geld op de rug en korte armpjes.
Ze was erg geliefd in de buurt waar ze woonde. Iedereen liep achter haar aan en met haar weg. De aandacht die Sofietje kreeg deed haar aanvankelijk goed. Iedereen hing om haar nek. In het begin dacht ze nog dat het uit liefde was. Later merkte ze pas dat de liefde alleen haar rug betrof. Dat stemde Sofietje erg droevig. Brizl djeu. Niet alleen kerels kwamen als vliegen op de stroop op haar af, ook meiden. En zelfs kerels en meiden die dachten dat ze kerels en meiden waren, maar dan geboren in een verkeerd lijf. Die laatsten waren uiteindelijk wel het liefst voor Sofietje. Zij herkenden immers het dilemma van een onvolmaakt, of beter gezegd, niet passend lijf.
Enfin, nadat iedereen de vruchten had geplukt van Sofietje werd het tijd voor haar om een studie te gaan volgen. Iets met geld en financiering. Econometrie leek haar wel wat. Lekker moeilijke sommetjes oplossen en flink de hersens laten kraken. Sofietje hield erg van katten en was dol op spek, dus dat kwam ook nog eens mooi uit. De arm- en rugproblemen boden haar nu ineens grote voordelen. Op de universiteit had ze veel vriendjes en vriendinnen. Als penningmeesteres van de studentenvereniging had ze altijd voldoende liquide middelen bij zich. Daardoor was ze zeer geliefd in de kroeg. Ze had een vaste plek aan de bar, precies in het midden bij de tap en de kassa. Dat was wel handig. De bareigenaar had vervelende ervaringen met opschrijven dus moest er altijd contant worden afgerekend. Omdat Sofietje niet bij de centen kon droeg ze altijd een spiegeltje op een stok bij zich. Een soort selfiestick, maar dan om naar anderen te kijken, eigenlijk een otherstick. Met telescoop uiteraard en met een klein bochtje erin. Haar armpjes waren immers te kort.
In de andere hand droeg Sofietje altijd een zweepje. Standaard. Omdat ze door schade en schande geleerd had dat sommigen hun handen niet thuis konden houden en haar probeerden kaal te plukken. Iets wat schier onmogelijk was, want het geld groeide onmiddellijk weer aan. Maar toch. Ze was eerlijk opgevoed en had een hekel aan mensen die graaien en uitbuiten. Op de universiteit was ze ook al gewaarschuwd voor kaalplukkers. Die brachten de economie ernstige schade toe. Sofietje tetste dan ook flink met haar zweep in het rond, zodra verkeerde lieden het op haar gemunt hadden. Ze had met de jaren een stevige onderarm ontwikkeld. Zelfs de kroegbaas moest het ontgelden. Hij droeg grote littekens in zijn gezicht en werd voor de grap altijd Al genoemd. Op zijn Amerikaans uitgesproken als ‘El’. Soms werd ie ook wel ‘El Pissino’ genoemd. Hij vertoefde graag op het toilet.
Sofietje compenseerde haar tekort aan armen met enorm lange benen. Na de zweep volgde dan onmiddellijk een trap onder de kont van haar belagers. In de kroeg werd dit altijd luidruchtig bezongen door de leden van de studentenvereniging. Ze hieven dan een merkwaardig lied aan dat nog het meeste leek op een lied van One Direction. Als ik mij niet vergis ‘One Way Or Another (Teenage Kicks)’. Meestal verliet de belager dan de kroeg. Sofietje bestelde daarna dan altijd een extra rondje, om haar leden te bedanken. Het zou toch eens verkeerd aflopen? Koesteren die handel, dacht Sofietje dan.
De man met het hart op de tong / Gezondheidszorg / 25-08-2015
Ik ben sinds kort helemaal gefascineerd door tongen. Zowel door goede als kwade en alles wat er tussenin zit. Blauwe tongen ook, naast rode, groene en gele. Brizl djeu, toe maar. De natuur kan het zo gek niet verzinnen of het heeft mijn belangstelling. Ook de tong als uithangbord vind ik geweldig. Die van de Rollende Stenen bijvoorbeeld. Ja, ja, van Mick, of was ie nou van Keith? Nou ja, hij was in ieder geval niet van John of Andy, dat weet ik zeker. Ik was er zelf bij. Toen de eerste druk van de pers rolde in Londen. Een tong van heb ik jou daar. Vier meter breed, zes meter lang. En dat vier keer. In vierkleurendruk. Ja, ja, zo is het allemaal begonnen met die rollende tong. Breek me de bek niet open. Ze zongen overigens hun harten uit. Die alternative other famous fab four. “You never gonna break my heart. O, o, o, no …!” Nou dat hebben we geweten. “O no, no ono can tear us apart!”
Ik dwaal af. Back to basic. Gefascineerd door tongen dus. Niet die van het formaat KISS. Veel te zwart-wit. Nee, maar wel door hele speciale. En gisteren heb ik het summum gezien. Ik ontmoette hem in mijn bos. Een man met het hart op zijn tong. Ja, zo noem ik hem. Een bijzonder geval, het moet gezegd. Ik had dit nog nooit gezien. Hij sprak een beetje moeilijk, met een rollende ‘r’ die er niet echt uit wilde komen. Alles kwam maar moeizaam vanachter uit zijn keel.
De man met het hart op de tong had al vrij snel in de gaten, dat ik hem niet echt goed kon volgen. Hij wees dan ook driftig met zijn wijsvinger naar een grote rode bult die achter in zijn keel voortdurend op en neer leek te stuiteren. De man was gelukkig een stuk kleiner dan mij, waardoor ik met gemak in zijn wijd opengesperde (of is het wijdopengesperde) mond kon kijken. Ik geloofde mijn eigen ogen niet. De rode bult bleek de vorm te hebben van een hart. Deze man had daadwerkelijk een hart op zijn tong. Hij deed zijn uiterste best om dat ook tegen mij te zeggen. Ik stelde hem gerust en bonkte met mijn rechterhand op mijn linkerborst. Boenk, boenk. Daarna stak ik mijn wijsvinger in zijn mond en tikte zachtjes tegen het hart op zijn tong. We begrepen elkaar.
“Is dat niet lastig? Twee kloppende harten? Spreken met twee kloppende harten?” Vroeg ik aan de man, direct beseffend dat dit eigenlijk best een domme vraag was. Een kind kon zelfs horen hoeveel moeite hij had met het gesprek.
“Nou … nou … no … r … r … r … r …”
Oei, oei, daar rolden de ‘erren’ zowaar uit de mond … hup … zomaar op de grond. Snel raapte ik enkele ‘erren’ op en stak er eentje in de mond van de man. Hij vervolgde.
” … maal heb ik geen last tijdens het sp … r … r … r …”
Gelukkig had ik nog wat ‘erren’ op de achterhand en stak er vlug nog eentje in zijn mond.
” … eken, behalve als ik … r … r … r … r … ”
De laatste twee ‘erren’ stak ik nu tegelijk in zijn mond.
” … erren … nodig heb!”
Ik hield het kort met de man met het hart op de tong. Ik constateerde dat de conversatie zowel hem als mij uitputte.
Gelukkig hadden we nog andere communicatiemiddelen voor handen. Het schrift. Eureka.
Met een big smile stak de man met het hart op de tong mij een blocnote en pen toe. Ik ben natuurlijk meteen beginnen schrijven aan dit verhaal.
Ik schrijf nu dat het hart op de tong van de man wel een heel bijzondere tong was. Het droeg namelijk een tattoo. ‘Van Henk With Love’, stond erop geschreven.
Wie is Henk?, schreef ik natuurlijk onmiddellijk op de blocnote.
Schiffmacher!, schreef de man terug.
Scheefmaker, verstond ik dat goed? Ik vond nochtans dat de tekst keurig in het midden van het hart stond afgebeeld.
En waarom With Love?
Maar dat werd eventjes teveel voor de man met het hart op de tong.
Einde verhaal, noteerde hij op zijn blocnote.
Gezien worden / Gezondheidszorg / Sport / 29-08-2015
Ik had hem al gezien, maar hij mij niet. Dat wilde ik voorlopig ook zo houden. Zien en gezien worden daar draait het om in ons leven. Hoewel er ook veel mensen zijn die liever niet gezien worden, kijken de meesten hun ogen het liefst uit of ze niet gespot worden. Het begint al in de jongste jaren. Meteen ook de aandoenlijkste periode uit het leven. Wie herkent het niet? Je hebt jezelf verstopt onder de tafel. Angstvallig spits je je oren om te horen of er niemand de woonkamer binnenkomt. Je staat rechtop onder de tafel en ziet niets. Je kunt alleen maar goed luisteren. De anderen kunnen jou ook niet zien. De houten tafelrand onder de tafel houdt jou uit beeld. Dat denk je als vijfjarige. En toch wordt je onmiddellijk gespot tijdens het verstoppertje spelen. Hoe is dat nu mogelijk? Jij ziet niets. Dan zien anderen jou toch ook niet? Spotten en gespot worden. Een spannend spel.
Ik had hem al gezien, maar hij mij niet. De man stond niet onder een tafel maar tegen een boom. Met zijn linkeroog hield ie scherp de takken boven hem in de gaten. Het rechteroog hield hij stevig dicht geknepen. Hij hield het oog zo sterk dicht geknepen dat het mij zelfs pijn begon te doen. Ik knipperde snel heel eventjes met mijn ogen want ik wilde hem niet uit het oog verliezen. Veel te spannend wat hij allemaal aan het bekijken was. Na verloop van tijd wisselde de man van positie. Dan leunde hij met zijn linkerschouder tegen de boom en keek met zijn rechteroog langs de stam omhoog. Ik moest dan opletten dat hij mij niet zag. Ik wilde immers niet gespot worden. Een ding wist ik zeker. Die man was een spotter. Geen vogelspotter. Want de vogels hadden de spotter allang door. Die vogels waren meteen gevlogen toen de man zijn ogen richtte op de takken. Ze hadden hem natuurlijk ook allang horen aankomen.
Mijn nieuwsgierigheid was intussen steeds groter geworden. Griss mich nich, waar keek die man nu naar? Wacht, wacht. Nu gebeurde er ineens iets. Ik zag het aan de houding van de man. Ik bespeurde een kleine euforie. Een beweging in de boom stemde de man blijkbaar gelukkig. Wauw … nu zag ik het ook. En ook ik voelde iets diep van binnen branden, een broeierig gevoel van geluk. Heel warm. En ja, wat was ze mooi. Heel, heel langzaam was ze langs de achterkant van de boomstam omlaag gegleden. Stijlvol en sierlijk. Daarna was ze driftig weggelopen. Boos omdat het belletje om haar nek veel te veel geluid maakte. De man bij de boom maakte een vreugdedansje. Ik ook. We hadden samen iets moois mee gemaakt. Nou ja, samen …
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
26-11-2014
Himmelhoch jauchzend
Waar ligt hij nu? Zojuist nog ergens gezien. En nu alweer kwijt. Wat doe ik daarmee? Ik ben zeer verdrietig. Kan wel hardop janken. Heeft geen enkele zin. Hoewel het bevrijdend werkt. Toch maar verder zoeken.
Ik schakel hulp in. Hij moet gevonden worden. Kan anders niet vertrekken. Die verrekte ouderdom ook. Vervelend hoor ouder worden. Zeker met zulke kinderen. Een zware last soms. Getors op je schouders. Maar nu hard nodig. Ik zet ze in. Mijn zoektocht vraagt erom. Ze moeten me helpen.
Kijken in de keuken. Voelen in de la. Speuren in de slaapkamer. Op het nachtkastje misschien? Heb nog drie minuten. De paniek slaat toe. Bonzo kijkt me aan. Meelijwekkend met verbaasde ogen. Ik duw hem opzij. Vindt ie niet leuk. Hij heft zijn poot. En legt meteen aan. De blaas op springen. Verdomme, ook dat nog. Doekje nergens te vinden.
"Gevonden!", roept de kleinste. "Toch niet in woonkamer?" Jawel, in de woonkamer. Dat is haast onmogelijk. Ik loop blij binnen. Maak zelfs een vreugdedansje. Daar ligt ie dan. Droevig op de bank. Mijn traag kortwerkend geheugen. Hij is eindelijk wakker. Waar was je nou? Had je je verstopt?
Onnozel kijkt hij weg. Hij heeft geen zin. Dat mag duidelijk zijn. Wat is het probleem? Aap komt uit mouw. Wat zeg je nu? Je wil niet werken? En waarom dan niet? Je hebt een burn-out? Van mij toch niet? Ik pieker je lam? Ja, ho eens even. Je wil meer rust? Niet meer alles onthouden? Niet meer alles opslaan?
Ik vrees het ergste. Dat gaat niet lukken. Ik wil wel helpen? Handleiding is helaas kwijt. Waar zit de uitknop? De kleinste weet raad. Klimt op mijn geheugen. Trekt aan zijn oren. Kraait van vet plezier. Geheugen slaat op hol. Lekker dom, die ouderdom. Nieuwe energie gaat stromen. Himmelhoch jauchzend in bomen. We kunnen op stap. Na wat dagelijkse vertraging. Om vier voor zes.
Ik schakel hulp in. Hij moet gevonden worden. Kan anders niet vertrekken. Die verrekte ouderdom ook. Vervelend hoor ouder worden. Zeker met zulke kinderen. Een zware last soms. Getors op je schouders. Maar nu hard nodig. Ik zet ze in. Mijn zoektocht vraagt erom. Ze moeten me helpen.
Kijken in de keuken. Voelen in de la. Speuren in de slaapkamer. Op het nachtkastje misschien? Heb nog drie minuten. De paniek slaat toe. Bonzo kijkt me aan. Meelijwekkend met verbaasde ogen. Ik duw hem opzij. Vindt ie niet leuk. Hij heft zijn poot. En legt meteen aan. De blaas op springen. Verdomme, ook dat nog. Doekje nergens te vinden.
"Gevonden!", roept de kleinste. "Toch niet in woonkamer?" Jawel, in de woonkamer. Dat is haast onmogelijk. Ik loop blij binnen. Maak zelfs een vreugdedansje. Daar ligt ie dan. Droevig op de bank. Mijn traag kortwerkend geheugen. Hij is eindelijk wakker. Waar was je nou? Had je je verstopt?
Onnozel kijkt hij weg. Hij heeft geen zin. Dat mag duidelijk zijn. Wat is het probleem? Aap komt uit mouw. Wat zeg je nu? Je wil niet werken? En waarom dan niet? Je hebt een burn-out? Van mij toch niet? Ik pieker je lam? Ja, ho eens even. Je wil meer rust? Niet meer alles onthouden? Niet meer alles opslaan?
Ik vrees het ergste. Dat gaat niet lukken. Ik wil wel helpen? Handleiding is helaas kwijt. Waar zit de uitknop? De kleinste weet raad. Klimt op mijn geheugen. Trekt aan zijn oren. Kraait van vet plezier. Geheugen slaat op hol. Lekker dom, die ouderdom. Nieuwe energie gaat stromen. Himmelhoch jauchzend in bomen. We kunnen op stap. Na wat dagelijkse vertraging. Om vier voor zes.
01-07-2014
Gezondheidszorg ongerijmd
Mijn voeten staan heel ver naar buiten gericht, het is haast ongerijmd.
De linker staat te veel naar links, de rechter te ver naar rechts gelijnd.
Met mijn tenen is het ook goed mis, ze jubelen ongevraagd.
Er is geen podotherapeut te vinden, die zich eraan waagt.
Oorverdovend is het lawaai en het is geen gezicht.
Hoe die voeten en tenen zo verschrikkelijk naar buiten zijn gericht.
Met mijn enkels en knieën is het niet veel beter.
Ze hangen los in ligamenten, ze lopen voor geen meter.
Ik moet ook meer bewegen, zo adviseren de doktoren.
Maar dat zal moeilijk gaan, met al die knopen in mijn oren.
Ja, ja, een lijf kan het behoorlijk op zijn heupen krijgen.
Om over mijn uiterste ledematen maar te zwijgen.
O-benen met kromme schenen, ze zijn zomaar niet verdwenen.
X-armen met scheve ellepijpen, het is toch om te wenen.
Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.
Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij niet kunnen bedaren.
Van top tot teen, heel langzaam komen de gebreken.
Heeft u mij al eens goed bekeken?
De buik die steekt frontaal naar voren.
En mijn rug die moet nog nodig geschoren.
Een karretje, dat kan die buik voort best gebruiken.
Mocht ie vallen, zou hij zo mijn maag verstuiken.
Voorzichtig klop ik mij op de borst.
Die maag van mij die heeft nog altijd dorst.
Bier, wijn, frites en chips, hij kan het nog steeds verdragen.
Dat hoef ik hem niet eens te vragen.
De maag, het enige aan mijn lijf dat wel eens knort.
Nee wacht, mijn longen ook, als ik eens sport.
Hijgen en zuchten tijdens het lopen, dat doen ze dan.
Het is onder schijnbaar protest, dat ik me inspan.
De spieren vinden het bij lange na geen dolle pret.
Voordat ik ze uitdaag, smeer ik ze vol met vet.
Tja, en dan het hoofd, hè lieve mensen.
Volgepropt met hersens, die mij van alles proberen toe te wensen.
Het is me een verhaal apart.
Dat hoofd bezorgt me nog de meeste smart.
Het stuurt mij dikwijls alle kanten op.
Het blijft maar doorgaan en zegt nooit stop.
Ik durf hier gerust te stellen, het is maar dat u het weet.
Dat hoofd van mij, dat zorgt nog voor de meeste keet.
Zowel ik als anderen, hebben het getracht te temmen.
Maar helaas, mijn hoofd dat laat zich amper kennen.
Gepokt, gemazeld, gebeeldhouwd en geletterd, tot vervelens toe.
En het wordt ook nog eens zelden moe.
Ik kan niets anders doen, dan het dragen met trots.
En zo nu en dan beschermen, voordat het ergens botst.
Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.
Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij never nooit bedaren.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
De linker staat te veel naar links, de rechter te ver naar rechts gelijnd.
Met mijn tenen is het ook goed mis, ze jubelen ongevraagd.
Er is geen podotherapeut te vinden, die zich eraan waagt.
Oorverdovend is het lawaai en het is geen gezicht.
Hoe die voeten en tenen zo verschrikkelijk naar buiten zijn gericht.
Met mijn enkels en knieën is het niet veel beter.
Ze hangen los in ligamenten, ze lopen voor geen meter.
Ik moet ook meer bewegen, zo adviseren de doktoren.
Maar dat zal moeilijk gaan, met al die knopen in mijn oren.
Ja, ja, een lijf kan het behoorlijk op zijn heupen krijgen.
Om over mijn uiterste ledematen maar te zwijgen.
O-benen met kromme schenen, ze zijn zomaar niet verdwenen.
X-armen met scheve ellepijpen, het is toch om te wenen.
Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.
Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij niet kunnen bedaren.
Van top tot teen, heel langzaam komen de gebreken.
Heeft u mij al eens goed bekeken?
De buik die steekt frontaal naar voren.
En mijn rug die moet nog nodig geschoren.
Een karretje, dat kan die buik voort best gebruiken.
Mocht ie vallen, zou hij zo mijn maag verstuiken.
Voorzichtig klop ik mij op de borst.
Die maag van mij die heeft nog altijd dorst.
Bier, wijn, frites en chips, hij kan het nog steeds verdragen.
Dat hoef ik hem niet eens te vragen.
De maag, het enige aan mijn lijf dat wel eens knort.
Nee wacht, mijn longen ook, als ik eens sport.
Hijgen en zuchten tijdens het lopen, dat doen ze dan.
Het is onder schijnbaar protest, dat ik me inspan.
De spieren vinden het bij lange na geen dolle pret.
Voordat ik ze uitdaag, smeer ik ze vol met vet.
Tja, en dan het hoofd, hè lieve mensen.
Volgepropt met hersens, die mij van alles proberen toe te wensen.
Het is me een verhaal apart.
Dat hoofd bezorgt me nog de meeste smart.
Het stuurt mij dikwijls alle kanten op.
Het blijft maar doorgaan en zegt nooit stop.
Ik durf hier gerust te stellen, het is maar dat u het weet.
Dat hoofd van mij, dat zorgt nog voor de meeste keet.
Zowel ik als anderen, hebben het getracht te temmen.
Maar helaas, mijn hoofd dat laat zich amper kennen.
Gepokt, gemazeld, gebeeldhouwd en geletterd, tot vervelens toe.
En het wordt ook nog eens zelden moe.
Ik kan niets anders doen, dan het dragen met trots.
En zo nu en dan beschermen, voordat het ergens botst.
Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.
Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij never nooit bedaren.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
20-06-2014
No Messi!
Mijn ogen zijn tijdens het WK voetbal vooral gericht op Messi. Voor mij is hij in alle opzichten een superster. Met zijn soepele ranke lijf brengt hij me in vervoering. Telkens weer. Als hij dan met zijn lodderige ogen in de camera kijk dan smelt ik weg.
De camera is net als mij verliefd op hem. Niks geen poespas en trucjes hoeft hij voor de camera te doen. Zijn lief en bescheiden optreden is voldoende om mijn voetbalhart te doen smelten. Hij hoeft geen gekke bekken te trekken voor de camera of zijn borst op te zwellen. Een sixpack heeft ie niet en hoeft ie ook niet te laten zien. Het maakt ook niet uit wie hij voor de ogen komt. Mannen of vrouwen, oudjes, volwassenen en kinderen, ze vallen volledig in katzwijm zodra hij verschijnt.
Onder zoveel aandacht dreigt hij wel af en toe te bezwijken. Het liefst kruipt ie dan weg. Ver weg van de camera’s. Onder de tafel of de bank. De komende weken zal hij nog regelmatig voor me optreden. Gelukkig maar. De kleine vriend mag van mij nog vaak in beeld komen. Alleen zou ik willen dat ze Messi wat minder voeren. Hij krijgt vanaf de bank van alles toegeworpen. Eigenlijk wil ik het niet weten. Het maakt de magere Messi alleen maar ziek. Ik snap dat die lieve snoet om aandacht en lekkers vraagt. Maar er zijn ook grenzen aan het toegeven daaraan.
Er zijn al heel wat grootheden ten onder gegaan en bedorven onder zulke aandacht. Ik wacht het voorlopig nog even af. Ik houd Messi scherp in de gaten, neem ik me voor. En zodra hij echt te veel verwend en bedorven wordt, dan grijp ik in. Dan bel ik de dierenarts. Voorkomen is beter dan genezen. Ik meen de laatste dagen al een grotere buik te zien bij Messi. En dat kan echt niet. Een WK-atleet die moet goed op gewicht blijven. Een te dikke buik is ongezond. Zeker in combinatie met zijn kleine beentjes. Straks gaat ie nog door zijn rug.
Een goede balans in voeding is dan erg belangrijk. Anders houd je zo’n WK niet vol. De worst die ze Messi voorhouden, daar mag ie niet altijd in happen. Steeds trekken ze de worst vlak voor zijn neus weg. Het lijkt misschien op pesten en plagen, maar ik denk wel dat het een positieve werking heeft op zijn ontwikkeling. Messi krijgt daarvan karakter. En dat bevordert weer het kijkgenot. Bovendien leert hij op deze manier tegen alle verleidingen ‘No Messi’ te zeggen. Beter ook voor zijn gezondheid. Viva teckel Messi. Voor mij de absolute wereldkampioen.
De camera is net als mij verliefd op hem. Niks geen poespas en trucjes hoeft hij voor de camera te doen. Zijn lief en bescheiden optreden is voldoende om mijn voetbalhart te doen smelten. Hij hoeft geen gekke bekken te trekken voor de camera of zijn borst op te zwellen. Een sixpack heeft ie niet en hoeft ie ook niet te laten zien. Het maakt ook niet uit wie hij voor de ogen komt. Mannen of vrouwen, oudjes, volwassenen en kinderen, ze vallen volledig in katzwijm zodra hij verschijnt.
Onder zoveel aandacht dreigt hij wel af en toe te bezwijken. Het liefst kruipt ie dan weg. Ver weg van de camera’s. Onder de tafel of de bank. De komende weken zal hij nog regelmatig voor me optreden. Gelukkig maar. De kleine vriend mag van mij nog vaak in beeld komen. Alleen zou ik willen dat ze Messi wat minder voeren. Hij krijgt vanaf de bank van alles toegeworpen. Eigenlijk wil ik het niet weten. Het maakt de magere Messi alleen maar ziek. Ik snap dat die lieve snoet om aandacht en lekkers vraagt. Maar er zijn ook grenzen aan het toegeven daaraan.
Er zijn al heel wat grootheden ten onder gegaan en bedorven onder zulke aandacht. Ik wacht het voorlopig nog even af. Ik houd Messi scherp in de gaten, neem ik me voor. En zodra hij echt te veel verwend en bedorven wordt, dan grijp ik in. Dan bel ik de dierenarts. Voorkomen is beter dan genezen. Ik meen de laatste dagen al een grotere buik te zien bij Messi. En dat kan echt niet. Een WK-atleet die moet goed op gewicht blijven. Een te dikke buik is ongezond. Zeker in combinatie met zijn kleine beentjes. Straks gaat ie nog door zijn rug.
Een goede balans in voeding is dan erg belangrijk. Anders houd je zo’n WK niet vol. De worst die ze Messi voorhouden, daar mag ie niet altijd in happen. Steeds trekken ze de worst vlak voor zijn neus weg. Het lijkt misschien op pesten en plagen, maar ik denk wel dat het een positieve werking heeft op zijn ontwikkeling. Messi krijgt daarvan karakter. En dat bevordert weer het kijkgenot. Bovendien leert hij op deze manier tegen alle verleidingen ‘No Messi’ te zeggen. Beter ook voor zijn gezondheid. Viva teckel Messi. Voor mij de absolute wereldkampioen.
16-06-2014
De gezondheidszorg is ziek
‘De gezondheidszorg is ziek’, dat stond met grote letters in de krant. ‘Welke krant?’, hoor ik u als lezer meteen denken. Het stond in een krant van een krant. En geeneens een plaatselijke leugenaar. Nee, het stond in een krant van een krant van een politieke partij. ‘Welke politieke partij?’, hoor ik u denken. Nou dat is niet echt van belang. De krant is in zwart wit gedrukt en zo is ook de politieke partij. De betreffende politieke partij bekent stellig kleur, zowel in zwart als in wit. De Partij Zwart Wit (PZW) durft als enige partij stelling te nemen. Stelling in belang. Want daar begint alles mee. Met belangstelling.
‘Hoe ziek is volgens de PZW de gezondheidszorg dan?’, vraagt u zich af. Wel, heel erg ziek. Ze ligt met hoge koorts in bed. Het is nog maar de vraag of de koorts ooit te temperen valt. Komt de gezondheidszorg haar koorts ooit te boven? En zo ja, op welke termijn? Hoe lang blijft de gezondheidszorg ziek? Gelukkig wordt zij omringd door zorg van alle kanten. Het zijn niet alleen de politieke partijen die de gezondheidszorg een warm hart toedragen. Nee, nee, naast de politiek is er ook betrokkenheid vanuit het bedrijfsleven, de overheid en het onderwijs. Het bedrijfsleven voorziet de patiënt van pillen, de overheid ontneemt hem al te grote belasting en het onderwijs leest de gezondheidszorg de les. Maar hoeveel kan deze patiënt nog hebben? Hoe zit het met liefdadigheid? Onvoorwaardelijk.
Het wrange is dat de patiënt vertrouwd is met zijn eigen ziekteproces. Hij weet maar al te goed waar het fout loopt. Hij staat al jaren op de tocht. En dat is nog niet het ergste. De gezondheidszorg moet zichzelf steeds vaker bedruipen om in leven te blijven. En beste lezer, u weet wat daar van komt, van dat bedruipen? Juist ja. Daarvan krijgt men vroeg of laat een druiper. Niet te verwarren met een natte neus. En dat is zeer besmettelijk. De wetenschap maakt nog niet echt haast met het vinden van een goed geneesmiddel. Daarmee zouden zij immers hun eigen melkkoe slachten. Te veel snijden in eigen vlees.
De zieke gezondheidszorg wacht al jaren op een goed geneesmiddel. De patiënt wordt almaar zieker. Koorts en pijn dringen niet alleen door tot op het bot. Het werkt ook nog eens door tussen de oren. Het zorgt voor kopzorgen en hoofdbrekens. Daar helpt geen paracetamol meer tegen. Het knaagt en vreet en geeft ongezonde spanning. De gezondheidszorg beseft dondergoed dat ook het mes wordt gezet in zijn geestverwant, de geestelijke gezondheidszorg. Die ligt daardoor inmiddels zelf bij de psychiater op de bank. Daar heeft hij en zijn medepatiënten verrekte lang op moeten wachten. Weken, maanden, soms jaren lagen ze in de wacht. Sommigen nu nog.
Dat is niet bevorderlijk voor een spoedig herstel. Van de wachttijd zouden heel wat eieren gekookt kunnen worden. Miljoenen eieren. Wachttijd? Als ze die toch eens wisten te vermarkten? Een sublieme besteding voor wachttijd vinden, dat is Nobelprijswaardig, zowel in economisch als in gezondheid opzicht. In ambtelijke kringen zou het zelfs wachtgeld opleveren in plaats van wachtgeld kosten. Wachttijd vermarkten. Einstein zou er blij van worden, niet gek, nee nee en ook niet ziek. Verbeelding is belangrijker dan kennis. En voedzamer ook. Verbeelding stilt honger naar informatie. Handel in wachttijd. Een markt ligt open. Zou ook ingezet kunnen worden bij file-problemen. Door de wachttijd in de files slim te vermarkten wordt er meteen bespaard op gezondheidszorg. Het verminderd aanrijdingen, stress en hartklachten.
Voorlopig zal de zieke gezondheidszorg het nog moeten doen met rust, reinheid en regelmaat. Daarnaast is het belangrijk om goed te blijven eten en drinken. Een goede kok is de beste dokter. Wat verder houvast en vertrouwen biedt is zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid is de ultieme modus operandi in crisistijd. Helaas zijn het vaak alleen de sterkeren onder ons, die deze werkwijze weten te hanteren. De zwakkeren blijven meestal tot in de eeuwigheid afhankelijk van zorg en daardoor gekluisterd aan bank of bed. Ze dreigen in crisistijd weg te kwijnen in eenzaamheid of medelijden. Wie redt hen, wie staat hen bij, onvoorwaardelijk?
‘Hoe ziek is volgens de PZW de gezondheidszorg dan?’, vraagt u zich af. Wel, heel erg ziek. Ze ligt met hoge koorts in bed. Het is nog maar de vraag of de koorts ooit te temperen valt. Komt de gezondheidszorg haar koorts ooit te boven? En zo ja, op welke termijn? Hoe lang blijft de gezondheidszorg ziek? Gelukkig wordt zij omringd door zorg van alle kanten. Het zijn niet alleen de politieke partijen die de gezondheidszorg een warm hart toedragen. Nee, nee, naast de politiek is er ook betrokkenheid vanuit het bedrijfsleven, de overheid en het onderwijs. Het bedrijfsleven voorziet de patiënt van pillen, de overheid ontneemt hem al te grote belasting en het onderwijs leest de gezondheidszorg de les. Maar hoeveel kan deze patiënt nog hebben? Hoe zit het met liefdadigheid? Onvoorwaardelijk.
Het wrange is dat de patiënt vertrouwd is met zijn eigen ziekteproces. Hij weet maar al te goed waar het fout loopt. Hij staat al jaren op de tocht. En dat is nog niet het ergste. De gezondheidszorg moet zichzelf steeds vaker bedruipen om in leven te blijven. En beste lezer, u weet wat daar van komt, van dat bedruipen? Juist ja. Daarvan krijgt men vroeg of laat een druiper. Niet te verwarren met een natte neus. En dat is zeer besmettelijk. De wetenschap maakt nog niet echt haast met het vinden van een goed geneesmiddel. Daarmee zouden zij immers hun eigen melkkoe slachten. Te veel snijden in eigen vlees.
De zieke gezondheidszorg wacht al jaren op een goed geneesmiddel. De patiënt wordt almaar zieker. Koorts en pijn dringen niet alleen door tot op het bot. Het werkt ook nog eens door tussen de oren. Het zorgt voor kopzorgen en hoofdbrekens. Daar helpt geen paracetamol meer tegen. Het knaagt en vreet en geeft ongezonde spanning. De gezondheidszorg beseft dondergoed dat ook het mes wordt gezet in zijn geestverwant, de geestelijke gezondheidszorg. Die ligt daardoor inmiddels zelf bij de psychiater op de bank. Daar heeft hij en zijn medepatiënten verrekte lang op moeten wachten. Weken, maanden, soms jaren lagen ze in de wacht. Sommigen nu nog.
Dat is niet bevorderlijk voor een spoedig herstel. Van de wachttijd zouden heel wat eieren gekookt kunnen worden. Miljoenen eieren. Wachttijd? Als ze die toch eens wisten te vermarkten? Een sublieme besteding voor wachttijd vinden, dat is Nobelprijswaardig, zowel in economisch als in gezondheid opzicht. In ambtelijke kringen zou het zelfs wachtgeld opleveren in plaats van wachtgeld kosten. Wachttijd vermarkten. Einstein zou er blij van worden, niet gek, nee nee en ook niet ziek. Verbeelding is belangrijker dan kennis. En voedzamer ook. Verbeelding stilt honger naar informatie. Handel in wachttijd. Een markt ligt open. Zou ook ingezet kunnen worden bij file-problemen. Door de wachttijd in de files slim te vermarkten wordt er meteen bespaard op gezondheidszorg. Het verminderd aanrijdingen, stress en hartklachten.
Voorlopig zal de zieke gezondheidszorg het nog moeten doen met rust, reinheid en regelmaat. Daarnaast is het belangrijk om goed te blijven eten en drinken. Een goede kok is de beste dokter. Wat verder houvast en vertrouwen biedt is zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid is de ultieme modus operandi in crisistijd. Helaas zijn het vaak alleen de sterkeren onder ons, die deze werkwijze weten te hanteren. De zwakkeren blijven meestal tot in de eeuwigheid afhankelijk van zorg en daardoor gekluisterd aan bank of bed. Ze dreigen in crisistijd weg te kwijnen in eenzaamheid of medelijden. Wie redt hen, wie staat hen bij, onvoorwaardelijk?
15-06-2014
Drie maal daags innemen
Ik maak mij ernstig zorgen. Vanochtend werd ik wakker en toen ik de gordijnen opende scheen er een vreemde gloed de slaapkamer binnen. Een gloed die niet dagelijks in de lucht hangt. Een beetje vaal oranje. Alsof de zon een beetje afgebrand was. Ziek, dacht ik meteen? De zon die oranje schijnt dat kan niet. Ik wilde meteen het weerstation bellen. Het KNMI. Want dit was verdacht. Stel je voor dat de zon ziek is? Ziek op vrijdag de dertiende nog wel. Dat mag niet. Dat kan niet. We hebben de zon veel te hard nodig. Helaas namen ze bij het KNMI niet op. Ik dacht vanmiddag opnieuw proberen. Bij een zieke zon kun je niet te lang wachten.
Enfin, dan maar eerst ontbijten. Wacht. Nee, eerst aankleden. Wacht. Nee, eerst wassen. Wacht. Nee, eerst naar het toilet. Wat vreemd. Oranje plas in de pot. Hoe is dat mogelijk? Ik heb gisteren toch geen vreemde dingen genuttigd. Aandachtspuntje. Ik vertrouw het allemaal niet zo. Eerst een oranje gloed en nu een oranje plas. Eerst maar even wassen. Ehhh … Een oranje washandje … Ehhhh … En een oranje handdoek. Zelfs de tandpasta oranje. Sinaasappelsmaak. Bahhhh! Wat is hier aan de hand? Ik begin me nu pas echt zorgen te maken. Maar, eerst maar even aankleden. Waaaaatttttt? Op de stoel, keurig klaargelegd, een oranje onderbroek, oranje sokken, oranje short, oranje shirt. En zelfs een oranje petje. Maar die doe ik niet op. Ik ben niet gek.
Aan het ontbijt. Oranje boter, oranje hagelslag, oranje tompoucen, gedver. Hier is iets helemaal fout. Ik kan er alleen niet opkomen. Mijn geheugen laat me in de steek. Wat is er vandaag toch aan de hand? Mijn geheugen is oranje. Erg vaag. Ik denk dat het wellicht toch verstandig is om even de dokter te bellen. Die is attent. Hij ziet de ernst van de situatie en de noodzaak van zijn komst onmiddellijk in. Een geweldige dokter heb ik. Als ik de deur tien minuten later open doe staat de dokter in een vreemd ornaat voor mijn deur. Ik herken hem amper. Hij draagt een oranje petje met daaraan zwart haar vastgenaaid. Geen gezicht. Verder een oranje trainingspak dat erg blinkt. Hij waggelt en schudt met zijn kont als ik hem binnen laat.
“Wat is er aan de hand Mien?”
“Wel dokter, ik heb last van oranje, ik zie het overal?”
“Nou Mien, dat is niet zo vreemd hoor, het zit hem in de tijdgeest.”
“Tijdgeest dokter, in welke tijdgeest zitten we dan?”
“Nou Mien, voordat ik je daar over bericht stel ik voor dat je eerst even een leuk muziekje opzet. Dat praat wat makkelijker. Heb je iets oranje’s. Een volksliedje bij voorkeur?”
Ik zet het Wilhelmus op en nodig de dokter uit te gaan zitten.
“Ah, da’s mooi. Mooie versie ook. Van Bauer, nietwaar?”
“Van Fransje ja. De laatste versie. Nog niet zo lang uit.”
“Wel Mien, het is heel simpel. De tijdgeest waarin we nu leven is oranje. Het duurt zo lang het duurt. Het kan morgen afgelopen zijn maar ook nog goed drie weken duren. Het is ook niet gegarandeerd dat het daarna voorbij zal zijn. Maar de kans is wel groot.”
“Maar dokter, en de zon dan, die is ook goed ziek, toch? Lijdt die niet onder de oranje gloed?”
“Mien, ik begrijp je ongerustheid, maar heb geen nood. De zon is oranjegezind. Zal ie voorlopig ook blijven. Het enige advies dat ik je kan geven is om je een beetje aan te passen aan de tijdgeest. De oranje tijdgeest. Ook al is het maar tijdelijk. Gewoon een beetje slikken dat oranje. Met kleine beetjes. En het komt helemaal goed.”
“Dank dokter, goed dokter, maar kunt u mij toch niet een recept voorschrijven? Gewoon voor de zekerheid?”
“Liever niet Mien, het gaat namelijk vanzelf over. Wat je eventueel kunt doen is een hartversterkertje nemen bij het opstaan. Of beter nog, bij het opstaan en het slapen gaan. Dan krijg je in ieder geval de nodige nachtrust. Tussen de middag eentje mag ook nog. In noodgevallen dan.
“Dank dokter, voor uw komst en persoonlijke zorg en goede raad. Ik zal me houden aan uw advies. Vanaf vandaag start, pauzeer en eindig ik mijn dagen met oranjebitter. Drie maal daags. Voor de zekerheid. En in slechte dagen een paracetamolletje. Oranje uiteraard.”
Enfin, dan maar eerst ontbijten. Wacht. Nee, eerst aankleden. Wacht. Nee, eerst wassen. Wacht. Nee, eerst naar het toilet. Wat vreemd. Oranje plas in de pot. Hoe is dat mogelijk? Ik heb gisteren toch geen vreemde dingen genuttigd. Aandachtspuntje. Ik vertrouw het allemaal niet zo. Eerst een oranje gloed en nu een oranje plas. Eerst maar even wassen. Ehhh … Een oranje washandje … Ehhhh … En een oranje handdoek. Zelfs de tandpasta oranje. Sinaasappelsmaak. Bahhhh! Wat is hier aan de hand? Ik begin me nu pas echt zorgen te maken. Maar, eerst maar even aankleden. Waaaaatttttt? Op de stoel, keurig klaargelegd, een oranje onderbroek, oranje sokken, oranje short, oranje shirt. En zelfs een oranje petje. Maar die doe ik niet op. Ik ben niet gek.
Aan het ontbijt. Oranje boter, oranje hagelslag, oranje tompoucen, gedver. Hier is iets helemaal fout. Ik kan er alleen niet opkomen. Mijn geheugen laat me in de steek. Wat is er vandaag toch aan de hand? Mijn geheugen is oranje. Erg vaag. Ik denk dat het wellicht toch verstandig is om even de dokter te bellen. Die is attent. Hij ziet de ernst van de situatie en de noodzaak van zijn komst onmiddellijk in. Een geweldige dokter heb ik. Als ik de deur tien minuten later open doe staat de dokter in een vreemd ornaat voor mijn deur. Ik herken hem amper. Hij draagt een oranje petje met daaraan zwart haar vastgenaaid. Geen gezicht. Verder een oranje trainingspak dat erg blinkt. Hij waggelt en schudt met zijn kont als ik hem binnen laat.
“Wat is er aan de hand Mien?”
“Wel dokter, ik heb last van oranje, ik zie het overal?”
“Nou Mien, dat is niet zo vreemd hoor, het zit hem in de tijdgeest.”
“Tijdgeest dokter, in welke tijdgeest zitten we dan?”
“Nou Mien, voordat ik je daar over bericht stel ik voor dat je eerst even een leuk muziekje opzet. Dat praat wat makkelijker. Heb je iets oranje’s. Een volksliedje bij voorkeur?”
Ik zet het Wilhelmus op en nodig de dokter uit te gaan zitten.
“Ah, da’s mooi. Mooie versie ook. Van Bauer, nietwaar?”
“Van Fransje ja. De laatste versie. Nog niet zo lang uit.”
“Wel Mien, het is heel simpel. De tijdgeest waarin we nu leven is oranje. Het duurt zo lang het duurt. Het kan morgen afgelopen zijn maar ook nog goed drie weken duren. Het is ook niet gegarandeerd dat het daarna voorbij zal zijn. Maar de kans is wel groot.”
“Maar dokter, en de zon dan, die is ook goed ziek, toch? Lijdt die niet onder de oranje gloed?”
“Mien, ik begrijp je ongerustheid, maar heb geen nood. De zon is oranjegezind. Zal ie voorlopig ook blijven. Het enige advies dat ik je kan geven is om je een beetje aan te passen aan de tijdgeest. De oranje tijdgeest. Ook al is het maar tijdelijk. Gewoon een beetje slikken dat oranje. Met kleine beetjes. En het komt helemaal goed.”
“Dank dokter, goed dokter, maar kunt u mij toch niet een recept voorschrijven? Gewoon voor de zekerheid?”
“Liever niet Mien, het gaat namelijk vanzelf over. Wat je eventueel kunt doen is een hartversterkertje nemen bij het opstaan. Of beter nog, bij het opstaan en het slapen gaan. Dan krijg je in ieder geval de nodige nachtrust. Tussen de middag eentje mag ook nog. In noodgevallen dan.
“Dank dokter, voor uw komst en persoonlijke zorg en goede raad. Ik zal me houden aan uw advies. Vanaf vandaag start, pauzeer en eindig ik mijn dagen met oranjebitter. Drie maal daags. Voor de zekerheid. En in slechte dagen een paracetamolletje. Oranje uiteraard.”
23-03-2014
Trekhaaksmurf
“Nog een klein stukje kruipen en dan kun je omhoog komen Kees.” Wat is het spannend en wat duurt de kruiptocht lang. Kees heeft best schrik maar laat dat niet merken. Hij wil niet onderdoen voor zijn grote vriend en vijand, Sjakie. Maar kan hij Sjakie wel vertrouwen? Sjakie loodst hem nu onder de kolenwagen door. “Kan ik al omhoog komen?” Kees hoort niets en begint te twijfelen. Omkeren kan niet meer, maar hoe lang duurt het nu nog? Het lijkt wel een eeuwigheid. Het hart klopt in zijn keel.
“Ben ik er al Sjakie?” “Nee, nog effe Kees!” Maar Kees houdt het niet meer. Hij is ongeduldig en ziet plots weer wat meer licht onder de donkere kolenwagen doorschijnen. Hij denkt dat ie er is en kruipt onder de kolenwagen uit, met zijn hoofd omhoog. Dat had ie niet moeten doen. In een flits van een seconde lijken er in Kees zijn hoofd een aantal dingen te voltrekken. In een soort droom, een waas van acties. Hij voelt een pijnlijke steek wat wordt gevolgd door een wattig gevoel in zijn hoofd. Het lijkt alsof Kees wordt voortbewogen door iemand anders, door vreemde wezens.
Sjakie kijkt met bevreesd gezicht naar zijn vriendje Kees. Hij ziet hem onder de kolenwagen omhoog kruipen en zijn hoofd stoten tegen de trekhaak van de kolenwagen. Ai, dat doet pijn. Hij ziet Kees naar zijn hoofd grijpen en hij ziet ook boosheid en paniek in de kleine blauwe ogen. Het lijkt alleen niet tot zijn vriendje door te dringen. Een hoofdbotsing met enorm bloedverlies. Het bloed gutst uit Kees zijn hoofd. Sjakie kan niet anders dan wegrennen. Uit paniek, uit onmacht, uit schuldgevoel. Wie zal het zeggen?
Kees grijpt met twee handen zijn hoofd vast. Het bloed sijpelt door de vingers langs zijn oren op de schouders. Zijn groengrijs geblokte hemd kleurt in een mum van tijd rood. Hij ziet Sjakie wegrennen, de lafaard. ‘Wat moet ik doen, wat moet ik nu doen?’ Op de automatische piloot loopt Kees langs de garageboxen naar huis, dikke rode vette bloedstappen achter zich latend. ‘Wat zal mams schrikken en boos zijn.’ Dat is alles wat Kees kan bedenken.
Tijd voor uitleg is er amper. De paniek slaat ook bij mams toe. Ook haar piloot reageert automatisch en alert. Gelukkig maar. Een theehanddoek wordt over het hoofd gegooid van Kees. Zonder troost. Korte commando’s volgen. “Houdt vast. Stevig op je hoofd. Drukken en niet loslaten.” Moeder rent naar de telefoon. “Ja, hier met mij, Kees heeft een gat in zijn hoofd en bloedt ontzettend, wat moet ik doen? … Hij heeft zijn hoofd gestoten onder een kolenwagen … Ja, daar kroop ie onder … Wat? … Je komt eraan … Alvast naar de dokter … Oké.”
“Dat is een groot gat mijn vriend, hoe heb je dat gedaan?” Er komt geen woord uit Kees. Bang kijkt hij naar de dokter, wat gaat er nu gebeuren?
De dokter heeft een schaar in zijn hand en grapt dat hij voor kapper gaat spelen. Daar ziet Kees de lol niet van in. Hij heeft een hekel aan de kapper. En met een groot gat in zijn hoofd vreest hij voor het ergste. Maar gelukkig is de knipbeurt snel voorbij. “Zo, dat is gepiept!” roept de dokter. “En nu gaan we nog even een oliesheik van je maken vriend.” Het hoofd van Kees wordt ingezwachteld met een grote rol verband. “Kijk maar even in de spiegel Keesje, en nu niet meer onder kolenwagens kruipen hè, volgende week terugkomen, oké?” Paps en mams nemen Kees weer mee naar huis. “Wie kruipt er nu ook onder een kolenwagen, jongen, jongen toch!” Ze zijn net zo hard geschrokken als Keesje zelf. Maar die heeft even geen boodschap aan het commentaar van paps en mams.
“Jongens, jongens … Nee, nee, geen grapjes vandaag. Dit is Keesje. Hij heeft gisteren een klein ongelukje gehad. Zijn hoofd gestoten onder een kolenwagen. Hij is heel erg geschrokken maar nu doet het geen pijn meer. Hè Kees?” Daar staat Keesje in de schoolgymzaal. Met een groot wit verband om zijn hoofd. De hele klas buldert van de lach. Behalve Sjakie. Die staat een beetje achterin en duikt weg achter de jongen die voor hem staat. Op die manier ontwijkt hij de boze blik van Kees. Kees stroopt met zijn ogen de klas af naar zijn boosdoener. Naar zijn vriend en vijand, naar Sjakie, die hem nu ook weer in de steek laat. “Smurfje, smurfje”, joelt de klas nu. De juffrouw krijgt de klas niet stil. En eigenlijk, eigenlijk moet ze zelf ook een beetje lachen. In zijn blauwe trainingspak en met het grote witte verband om zijn hoofd lijkt Kees daadwerkelijk op een kleine smurf. “Keesje, je hoeft vandaag niet mee te doen hoor. Ga jij maar op het bankje zitten!” proest de juf. Keesje gaat zitten en denkt bij zichzelf. ‘Ik ben geen smurf, ik ben een sheik.’
“Ben ik er al Sjakie?” “Nee, nog effe Kees!” Maar Kees houdt het niet meer. Hij is ongeduldig en ziet plots weer wat meer licht onder de donkere kolenwagen doorschijnen. Hij denkt dat ie er is en kruipt onder de kolenwagen uit, met zijn hoofd omhoog. Dat had ie niet moeten doen. In een flits van een seconde lijken er in Kees zijn hoofd een aantal dingen te voltrekken. In een soort droom, een waas van acties. Hij voelt een pijnlijke steek wat wordt gevolgd door een wattig gevoel in zijn hoofd. Het lijkt alsof Kees wordt voortbewogen door iemand anders, door vreemde wezens.
Sjakie kijkt met bevreesd gezicht naar zijn vriendje Kees. Hij ziet hem onder de kolenwagen omhoog kruipen en zijn hoofd stoten tegen de trekhaak van de kolenwagen. Ai, dat doet pijn. Hij ziet Kees naar zijn hoofd grijpen en hij ziet ook boosheid en paniek in de kleine blauwe ogen. Het lijkt alleen niet tot zijn vriendje door te dringen. Een hoofdbotsing met enorm bloedverlies. Het bloed gutst uit Kees zijn hoofd. Sjakie kan niet anders dan wegrennen. Uit paniek, uit onmacht, uit schuldgevoel. Wie zal het zeggen?
Kees grijpt met twee handen zijn hoofd vast. Het bloed sijpelt door de vingers langs zijn oren op de schouders. Zijn groengrijs geblokte hemd kleurt in een mum van tijd rood. Hij ziet Sjakie wegrennen, de lafaard. ‘Wat moet ik doen, wat moet ik nu doen?’ Op de automatische piloot loopt Kees langs de garageboxen naar huis, dikke rode vette bloedstappen achter zich latend. ‘Wat zal mams schrikken en boos zijn.’ Dat is alles wat Kees kan bedenken.
Tijd voor uitleg is er amper. De paniek slaat ook bij mams toe. Ook haar piloot reageert automatisch en alert. Gelukkig maar. Een theehanddoek wordt over het hoofd gegooid van Kees. Zonder troost. Korte commando’s volgen. “Houdt vast. Stevig op je hoofd. Drukken en niet loslaten.” Moeder rent naar de telefoon. “Ja, hier met mij, Kees heeft een gat in zijn hoofd en bloedt ontzettend, wat moet ik doen? … Hij heeft zijn hoofd gestoten onder een kolenwagen … Ja, daar kroop ie onder … Wat? … Je komt eraan … Alvast naar de dokter … Oké.”
“Dat is een groot gat mijn vriend, hoe heb je dat gedaan?” Er komt geen woord uit Kees. Bang kijkt hij naar de dokter, wat gaat er nu gebeuren?
De dokter heeft een schaar in zijn hand en grapt dat hij voor kapper gaat spelen. Daar ziet Kees de lol niet van in. Hij heeft een hekel aan de kapper. En met een groot gat in zijn hoofd vreest hij voor het ergste. Maar gelukkig is de knipbeurt snel voorbij. “Zo, dat is gepiept!” roept de dokter. “En nu gaan we nog even een oliesheik van je maken vriend.” Het hoofd van Kees wordt ingezwachteld met een grote rol verband. “Kijk maar even in de spiegel Keesje, en nu niet meer onder kolenwagens kruipen hè, volgende week terugkomen, oké?” Paps en mams nemen Kees weer mee naar huis. “Wie kruipt er nu ook onder een kolenwagen, jongen, jongen toch!” Ze zijn net zo hard geschrokken als Keesje zelf. Maar die heeft even geen boodschap aan het commentaar van paps en mams.
“Jongens, jongens … Nee, nee, geen grapjes vandaag. Dit is Keesje. Hij heeft gisteren een klein ongelukje gehad. Zijn hoofd gestoten onder een kolenwagen. Hij is heel erg geschrokken maar nu doet het geen pijn meer. Hè Kees?” Daar staat Keesje in de schoolgymzaal. Met een groot wit verband om zijn hoofd. De hele klas buldert van de lach. Behalve Sjakie. Die staat een beetje achterin en duikt weg achter de jongen die voor hem staat. Op die manier ontwijkt hij de boze blik van Kees. Kees stroopt met zijn ogen de klas af naar zijn boosdoener. Naar zijn vriend en vijand, naar Sjakie, die hem nu ook weer in de steek laat. “Smurfje, smurfje”, joelt de klas nu. De juffrouw krijgt de klas niet stil. En eigenlijk, eigenlijk moet ze zelf ook een beetje lachen. In zijn blauwe trainingspak en met het grote witte verband om zijn hoofd lijkt Kees daadwerkelijk op een kleine smurf. “Keesje, je hoeft vandaag niet mee te doen hoor. Ga jij maar op het bankje zitten!” proest de juf. Keesje gaat zitten en denkt bij zichzelf. ‘Ik ben geen smurf, ik ben een sheik.’
13-03-2014
Tintelende vingers
Een schrijver liep gebukt onder zijn eigen logge lome lichaam. Volgevreten van bijwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, voorvoegsels, lidwoorden, tussenvoegsels en ander onnodig woordbeleg, was hij op zoek naar inhoud. Onlangs had hij zich nog te goed gedaan aan een paar hoofdstukken van Dale en wat paragrafen Taaladvies, gewoon voor de oefening. Maar helaas tevergeefs. Ook daarin was geen enkele inhoud te bespeuren. De schrijver was het moe om telkens woordtechnisch- en tactisch te opereren. Ook het verzinnen van nieuwe woorden gaf geen vreugde meer. En de inhoud bleef maar aandacht vragen. ‘Het moet ergens over gaan!’ Dat riep de innerlijke stem, die met grote passen ijsbeerde tussen de oren van de schrijver. ‘Het moet ergens over gaan!’
De schrijver kreeg steeds meer gezondheidsklachten. Hij bezweek bijna onder de ballast van het taaie writersblock, dat almaar groeide achter in zijn nek. Zijn vingers, polsen, ellebogen en schouders protesteerden. Ze werden het lange wachten op de output uit het hoofd moe. Zonder aanvoer van output was er geen noodzaak tot het maken van schrijfbewegingen en raakten de gewrichten langzaam op slot. Het hoofd op zijn beurt kon maar geen consensus vinden tussen linkse en rechtse gedachten. Het slaagde er niet in om de voortdurende gedachtebrij te vatten in een helder verhaal. Kortom zowel het hoofd als lijf en leden gingen gebukt onder het writersblock. Moedeloosheid en complete uitval lagen op de loer. Ook de zintuigen trokken zich langzaam terug. De ogen werden dof, de lippen droog, de neus raakte verstopt. Alleen de tast, die bleef intact. Ook al voelden de handen klam aan, ze waren nog immer op zoek naar warmte. Er was nog hoop.
Met een laatste, uiterste inspanning, wisten beide handen elkaar te vinden. Ze streelden elkaar en wreven elkaars witblauwe knokkels rood. De tinteling die daardoor ontstond gaf een fijn gevoel. Het bloed begon weer op een aangenaam tempo te circuleren. Wat had het bloed toch lang en stroperig zich door de aderen heen gezwoegd. Het was heerlijk om nu weer even te stromen. De tinteling werd door het bloed voortgestuwd en landde uiteindelijk ook in de ogen. De kleine volgelopen bloedvaatjes gaven de ogen sprankeling en zorgden ervoor dat de ogen weer wat groter de wereld inkeken. Gelukkig maar. Het fysieke herstel had onmiddellijk effect op de psyche. De gedachten konden zich het niet langer permitteren om te blijven bakkeleien. Ze werden opgehitst door het fysieke geweld dat zich innerlijk in de schrijver roerde. Het pulserend bloed dwong de gedachten tot het overgaan naar actie. En dat terwijl de schrijver zich al bijna had neergelegd bij het niet bereiken van consensus tussen zijn linkse en rechtse gedachten. ‘Het moet ergens over gaan!’, riep de stem nog steeds, inmiddels twijfelend ijsberend tussen de oren. ‘Een onderwerp wil ik, links, rechts, in het midden, het maakt me niet uit. Ik wil het nu!’
Intussen jaagde de zwelgend hete bloedstroom onrustig door het lijf van de schrijver. De aderen zogen al het bloed naar binnen, het gezicht van de schrijver trok langzaam wit weg. Dit gaat niet goed dacht de schrijver nog. Maar het was al te laat. Een flinke bloedprop raasde door zijn hoofd. Hevig geschrokken door de ernst van de situatie probeerde de stem de bloedprop nog tegen te houden. Maar de inhoud van de bloedprop was nu toch echt te groot geworden. Ruw duwde de bloedprop de stem aan de kant en explodeerde. Hoofd, lijf en leden vielen gelijktijdig om. De schrijver stierf in zijn harnas. Stram en stijf. Alleen een handvol tintelende vingers wisten het verhaal nog op te tekenen. Maar zonder inhoud. Helaas. Het zij zo.
De schrijver kreeg steeds meer gezondheidsklachten. Hij bezweek bijna onder de ballast van het taaie writersblock, dat almaar groeide achter in zijn nek. Zijn vingers, polsen, ellebogen en schouders protesteerden. Ze werden het lange wachten op de output uit het hoofd moe. Zonder aanvoer van output was er geen noodzaak tot het maken van schrijfbewegingen en raakten de gewrichten langzaam op slot. Het hoofd op zijn beurt kon maar geen consensus vinden tussen linkse en rechtse gedachten. Het slaagde er niet in om de voortdurende gedachtebrij te vatten in een helder verhaal. Kortom zowel het hoofd als lijf en leden gingen gebukt onder het writersblock. Moedeloosheid en complete uitval lagen op de loer. Ook de zintuigen trokken zich langzaam terug. De ogen werden dof, de lippen droog, de neus raakte verstopt. Alleen de tast, die bleef intact. Ook al voelden de handen klam aan, ze waren nog immer op zoek naar warmte. Er was nog hoop.
Met een laatste, uiterste inspanning, wisten beide handen elkaar te vinden. Ze streelden elkaar en wreven elkaars witblauwe knokkels rood. De tinteling die daardoor ontstond gaf een fijn gevoel. Het bloed begon weer op een aangenaam tempo te circuleren. Wat had het bloed toch lang en stroperig zich door de aderen heen gezwoegd. Het was heerlijk om nu weer even te stromen. De tinteling werd door het bloed voortgestuwd en landde uiteindelijk ook in de ogen. De kleine volgelopen bloedvaatjes gaven de ogen sprankeling en zorgden ervoor dat de ogen weer wat groter de wereld inkeken. Gelukkig maar. Het fysieke herstel had onmiddellijk effect op de psyche. De gedachten konden zich het niet langer permitteren om te blijven bakkeleien. Ze werden opgehitst door het fysieke geweld dat zich innerlijk in de schrijver roerde. Het pulserend bloed dwong de gedachten tot het overgaan naar actie. En dat terwijl de schrijver zich al bijna had neergelegd bij het niet bereiken van consensus tussen zijn linkse en rechtse gedachten. ‘Het moet ergens over gaan!’, riep de stem nog steeds, inmiddels twijfelend ijsberend tussen de oren. ‘Een onderwerp wil ik, links, rechts, in het midden, het maakt me niet uit. Ik wil het nu!’
Intussen jaagde de zwelgend hete bloedstroom onrustig door het lijf van de schrijver. De aderen zogen al het bloed naar binnen, het gezicht van de schrijver trok langzaam wit weg. Dit gaat niet goed dacht de schrijver nog. Maar het was al te laat. Een flinke bloedprop raasde door zijn hoofd. Hevig geschrokken door de ernst van de situatie probeerde de stem de bloedprop nog tegen te houden. Maar de inhoud van de bloedprop was nu toch echt te groot geworden. Ruw duwde de bloedprop de stem aan de kant en explodeerde. Hoofd, lijf en leden vielen gelijktijdig om. De schrijver stierf in zijn harnas. Stram en stijf. Alleen een handvol tintelende vingers wisten het verhaal nog op te tekenen. Maar zonder inhoud. Helaas. Het zij zo.
31-12-2013
Columns van Harrie (December 2013)
Okkuplaid afwezig / Gezondheidszorg / 02-12-2013
Ik weet even met mezelf geen blijf. Bejaardentehuis Windzorg staat op zijn kop. Het is december. Een maand waarin alle bewoners zich het liefst verstoppen. Verstoppen onder gespreide dekens van AaBe. Behalve dan diegenen met een groot netwerk. De netwerkopa’s en –oma’s. Zo noem ik ze altijd. Een geheime club die altijd heel interessant en heel erg druk afwezig door de gangen struint. Zogenaamd okkupaid afwezig.
Het is een elitaire club die de life line met hun achterban openhoudt via dievaizes die met een kleine i beginnen. In de gang zijn het dan ook niet alleen rollators die piepend ‘ie’ roepen. Neuuhhh, hordes bejaarden beoefenen deze diepe keelklank. Ieeeeeeeeeeeeeee, waar is mijn ieeee-pad? Waar is mijn ieeeee-foon. De aiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii kennen ze niet. Helaas, veel te buitenlands. Daar doen de oudjes niet meer aan.
Fonetisch geeft het anders wel leut. Ze raken van de Engelse terminologie compleet in de war en verhaspelen de woorden geheel eigenzinnig. Zo is het niet de ef-bi-ai maar de fibi. Niet de sevvenup maar de zuup. Het is toch wat. Eén ding blijft in het hele verhaal heilig. De iepad en de iefoon.
Het is wel heftig voor het personeel. Die lopen sinds kort met stoffen geweitjes op hun hoofd. Je weet wel, van die lelijke roodgroene wichelroedes. Maar het moet gezegd. Van dartele reetjes houdt het bejaardencorps wel. Maar deze december hoofdtooi is niet enkel bedoeld om de oudjes te dartelen. Ik heb namelijk een geheim ontdekt. De geweitjes klemmen de oren af en verbergen zodoende de oordopjes die het personeel beschermt tegen vervelend en doordringend geluid. Zo zijn ze gewapend en beschermd tegen al die irritante iPhone-ringtones, die stuk voor stuk en om de haverklap “ho, ho, ho” en “jinglebells” schreeuwen. Een van de bewoners heeft de ringtone “U zijt wellekome”, een aangename afwisseling, maar helaas, de bewoner neemt nooit op. Ze is verdwaald en geeft niet thuis.
Heel lang heb ik overwogen om ook een iPhone te nemen, alleen al ter wille van mijn favoriete ringtone. Ja, ja, u raadt het al. Met het vrolijke deuntje, “Alles, alles geht vorbei.” Zo ook gelukkig de barre decembermaand. Niets zo erg dan een maand lang de geuren op te moeten snuiven van oude dennen en weeë narcissen. En dan heb ik het nog niet gehad over de jeuk die door vervallen kerststukjes, afhangende dorre takken en ernstig naaldverlies ontstaat. De naalden vallen immers altijd in mijn nek.
De kerstroos en de sudderlapjes mogen ze wat mij betreft ook houden. Geef mij maar een warme wollen deken van AaBe. Dan blijf ik in de hysterische decemberrumoer lekker okkuplaid afwezig.
Warme stilte / Gezondheidszorg / 9-12-2013
Ik leg mijn wandelstok te rusten. Op het vurenhouten dressoir dat in de gang staat. Mijn hoed leg ik erbij. Dit moet zonder stok en zonder hoed. Op eigen kracht. Ik doe de deur naar de kapel open. Het is geen zware eikenhouten deur en ook geen echte kapel. Het is veel meer een grote lege kantine met plastic stoelen. Slechts een kleine kruisweg van borduursels aan de muur, wat waxinelichtjes op een grote platte blikken schaal en een vreemdsoortige balsemgeur doet vermoeden dat je een bijzondere ruimte betreed. Een klein heiligdom, bezwangerd met stille en zware lucht.
Er zijn weinig mensen aanwezig. Op de derde rij een man, diep voorover gebogen, duidelijk in gebed. Hij is er altijd. Zonder de aanwezigheid van deze man verlaat niemand de ruimte, de aarde, het heelal. Een vertegenwoordiger van onvoorwaardelijke liefde. Voor hen die komen en voor hen die gaan. Een bijzondere man. Op de vijfde rij zitten twee vrouwen naast elkaar. Ik herken ze uit de gang. Ze dragen donkere kleren en staren voor zich uit. Richting kist die sober op een draagbaar rust. Een eenvoudige kist met bovenop een bloemstuk. Een bloemstuk, met voor de gelegenheid, veel te felle foute kleuren.
Ik besluit op de eerste rij te gaan zitten. Dichtbij. Mijn vriend is dood. Alleen, hij weet het zelf nog niet. Althans dat denk ik. Hoop ik. Met stille woorden fluister ik het hem in. Het lijkt heel even of de kist tot leven komt. Ik denk toch echt geluiden te horen. Zou de boodschap binnen zijn gekomen? In gedachten neem ik afscheid. Ouderwets, zoals we dat altijd deden. Bijna dagelijks, gelijk een ritueel. Met onze neuzen boven een kleintje jonge klare, met een veelbetekenende blik. Genietend van volle, warme stilte. Stilte die ons verbindt. Telkens weer beseffend, dat dit wel eens de laatste ontmoeting kon zijn.
Een laatste ontmoeting, nu na zevenennegentig jaar en drie maanden. Zo lees ik op het kaartje dat mij wordt aangereikt. Ik heb een stuk gemist. Niet eens gezien dat er een voorganger binnenkwam. Een voorganger die kort en bondig ongetwijfeld een paar lieve en troostvolle woorden heeft gesproken. Ik heb ze gemist, de woorden van afscheid. De twee vrouwen op de vijfde rij houden een klein zakdoekje voor hun mond. Ik vraag me af wat er niet naar buiten mag komen. Ze houden beiden mond en gedachten waterig op slot. Dit soort bezoeken zijn voor oude mensen, met eindeloos vervagend licht in zicht, elke keer opnieuw een verzoeking.
Mijn lieve grote vriend is niet meer. Mijn stille kaart-, denk- en drinkgenoot. Mijn lieve aanwezige op afstand. Ik ga je missen. Dood en levend, zoals je nu voor eeuwig bent en blijft. In een kist en in mijn gedachten. Dag lieve ouwe jongen. Het ga je goed. Waar en wanneer dan ook.
Heem / Gein & Ongein / 16-12-2013
Het is leeg en verlaten in mijn bos. Het voelt ook niet echt als heem. Heem is waar alle mensen zoekend naar zijn. Zeker rond de donkere tijd die in december door de bomen schijnt. Het voelt als een manco. Het heemloos gevoel. Omdat mijn bos me geen heem geeft, voel ik mij niet alleen ontheemd maar ook ontbost. Zal ik dan maar op zoek gaan naar een stal of herberg? Op zoek naar een beetje leven? Zal ik mijn zoektocht laten leiden door de sterren?
Het is wel verdomd jammer dat er zo weinig mensen het bos bezoeken in de winter. Het is vast de beschutting die ze missen. De warme groene jas van bloemetjes en bijtjes, van mos en groene blaadjes. Daar heeft Raakhout ook veel last van. Die mist ook de beschutting van het groen. Gelukkig heeft zijn natuur er iets op gevonden. Hij draait zich jaarlijks in november, gewoon lekker, met zijn kont in de modder. Niks geen herberg, stal of comfort nodig. Hij gooit gewoon zijn kont tegen de krib. Duikt onder in een poel. Niet van verderf maar van bederf. Hij duikt onder in bedorven zomp. Wat wij als mensjes vinden stinken vindt hij lekker ruiken. Smaken verschillen. Zijn smaak past prima bij zijn lelijke platte paddenneus.
Ik gun hem zijn winterrust. En ik? Ach ik strompel maar wat verder en ruim mijn bos een beetje op. Ik vind briefjes die kant nog wal raken. Gewoon omdat de eigenaar van het verloren papier spoorloos is en mij geen tekst en uitleg kan geven. Mozes kriebel. Mijn nieuwsgierigheid is weer eens te groot. Ik vind een vaalbruin briefje met tekst in rode inkt. Een vreemde tekst. Ik wil weten waar de tekst toe leidt. Bij C een grote volte en bij F een gebroken lijn. En bij F over een diagonale lijn. Van handen veranderen en bij A wijken naar links. Brizl djeu, het lijkt wel geheimschrift. Ik draai het briefje om en zie een plattegrond vol letters en lijnen. Zie je wel. Dit is een geheime sleutel tot een schat. Het kan niet missen.
Bij B in draf en bij E middendraf en bij C wijken naar rechts. Bij H van hand veranderen. En bij C en M in galop en dan tussen B en F in draf en tussen M en B in stap naar het midden en buig. Einde tekst. En dan? Ja, ja, dan buig je op de plaats van bestemming. Dat vul ik zelf maar even in. Dan buig je naar de plek waar de schat verborgen ligt. Wedden? De kans dat ik deze schat vind is groter dan het winnen van de staatsloterij. Dit briefje dat ik hier in mijn handen houd is mijn weg naar fortuin. Een kind kan de was doen. Maar eerst nog even een paard zoeken. Dat is wel zo makkelijk qua transport. Geen idee hoe groot de afstanden zijn die in de beschrijving opgesloten liggen. Maar die schat, die vind ik. Die is de mijne. Zeker weten. En dan, dan bouw ik zelf een nieuw heem. Van takken en van struiken, van bladeren en van groen. Van natuur die nooit vergaat.
Zeepmarkt / Gein & Ongein / 23-12-2013
Nog voor het jaar eindigt breng ik altijd een bezoek aan een goede vriend in het Noorden. Gewoon omdat ik naar het Noorden gaan een leuke activiteit vind. Ik word er altijd gelukkig van. Zo ook mijn vriend. Raakhout neem ik niet mee. Die ligt met zijn kont diep in de modder en is niet aanspreekbaar tot het voorjaar. Ik zou best met hem willen ruilen maar helaas. Hij is een amfibie en ik ben een zoogdier. Een bijzonder zoogdier, dat wel. Gezegend met hersenen. Nou ja, gezegend. Soms is het ook een behoorlijke last. Als die hersenen op hol slaan dan is het niet bepaald prettig vertoeven met mij. Dan wil ik wel eens doordraaien. Ik leg dan mijn hoofd meestal neder. Op een zacht kussen. En wacht dan tot het weer over is. Daar worden het hoofd en de hersenen dan weer rustig van. Maar ho, ho, ho, ik ben weer eens aan het doordraven. Ik was immers aan het vertellen over mijn vriend, woonachtig in het hoge Noorden.
Mijn vriend woont in een bos gelegen zo'n tien kilometer van de grote stad. Omdat ik met de trein ga moet ik altijd eerst door die grote stad. Normaal vind ik dat een crime, want meestal stoor ik mij aan de mensen die daarin rondlopen. Als dolle mieren op zoek naar de uitgang. Kom daar maar eens snel uit, uit zo'n stadscentrum. In de zoektocht lopen die mensen elkaar dan altijd driftig voor de voeten. Op één of andere manier hebben ze een onbedwingbare drang om ergens naar toe te gaan. Alleen weten ze niet precies naar waar. Maar niet vandaag. Er heerst een andere sfeer. Een andere opwinding dan normaal. Ze dragen allemaal rode mutsen met een witte bol er bovenop. Op sommige mutsen staat 'coach' gebreid. Waarom? Geen idee! Ze kijken over het algemeen erg blij. Een flink aantal lieden draagt borden met zich mee. Op die borden staan geldbedragen geschreven. Sommigen steken de borden boven hun hoofd, hoog de lucht in. De mensen die de borden dragen kijken allemaal blij en trots. Ze laten de borden zien aan iedereen die het lezen wil. Er worden ook heel veel foto's van gemaakt. Allemaal met een brede lach. Best wel gek. Zo'n fototoestel roept rare smoelen op. De mensen maken dit keer geen selfies, ze maken others. En die tonen ze weer aan elkaar.
Wat ik heel vreemd vind is dat er op de markt geen marktkramen staan. Ik mis de vis- en de groenteboer. De bakker en de kaasboer. Meestal koop ik hier een visje voor mijn vriend. En lekkere haring of een vette paling. Maar hij staat er niet, de visboer. Wat er wel staat is een hele grote aquarium. Die trekt veel aandacht. In het aquarium zitten geen vissen maar mensen. Ze praten in een microfoon en draaien muziek. Die klinkt keihard uit de boxen. Het gekke is dat de mensen buiten het aquarium eenzelfde gedrag vertonen als de mensen in het aquarium. Zodra ze binnen beginnen te springen, als dronken zeepaardjes, begint de meute buiten precies hetzelfde te doen. Soms roepen ze daarbij rare woorden. "Eat, sleep, rave, repeat. Eat, sleep, rave, repeat." Geen idee waar dit over gaat, maar het werkt hypnotiserend. De witte bollen op de rode mutsen bonzen mee op het ritme. "Eat, sleep, rave, repeat. Eat, sleep, rave, repeat." Het leven kan soms zo eenvoudig zijn.
Ik steek het plein over en loop richting bos. Het wordt steeds stiller en ik geniet van het Noorden. Het is een propere stad. Altijd geweest. Maar je kunt ook overdrijven. Overal hangen borden aan de muur en in de winkels die ik voorbij loop. Ze schreeuwen luidruchtig: 'Let's clean this shit up.' Ik vind het wel meevallen. Met die shit. De markt die ik miste op het marktplein lijkt zich nu over de hele stad verspreid te hebben. Ik word aangeklampt door een 'coach', of ik geen stuk zeep wil kopen. Zeep kopen? Daar moet je bij mij niet mee aankomen. De laatste herinnering die ik met zeep heb daar wil ik niet aan herinnerd worden. Die leverde mij bijna een dwarslaesie op. Eerst glipte de zeep uit mijn hand. Wist ik veel dat ie glad was en vervolgens ging ik erop staan. In een reflex. Ik dacht het is een monster en dat moet ik vangen. Maar het zeepmonster was me te slim af. Gelukkig is het allemaal goed afgelopen. Ik bedank vriendelijk voor de zeep en loop verder. Het is niet ver meer. Mijn vriend heeft hopelijk de koffie klaar.
In het bos voel ik me gauw weer thuis. De bossen in het hoge Noorden zijn een feest voor lichaam en geest. Ik zie het licht al branden en spoed me naar het gezellig hutje van mijn vriend. Ik doe de deur open en wil hem verrassen. Niet met paling en niet met haring, maar met een rode muts. Een rode muts met een witte bol. En 'coach' erop geborduurd. Voor mijn goede vriend. Maar hij kijkt niet blij. Er is ook geen koffie, maar thee. Gris mich nich. Brizl djeu. Mijn lieve vriend is aan de diarree. Om de tien minuten rent hij naar buiten. Naar een hudo, zo'n tien meter van de hut. Dat is geen pretje. Had ik nu toch maar zeep gekocht.
Watervallen in de aanbieding / Gein & Ongein / 31-12-2013
Vanaf vanochtend loop ik rond met een waterreservoir en een waterspuit op mijn rug. Dat heeft alles te maken met de tijd van het jaar. U raadt het al. Het is weer tijd om de waterval te zetten. Een noodzakelijke bezigheid voor oude rustige bosbewoners, om de rust in het bos te bewaren. Eigenlijk kan ik het niet met jullie delen. De meeste van jullie zijn dorps- of stadsmens. Ik ben bang dat jullie het niet begrijpen. Maar ik doe toch een poging. Brizl djeu. Het mag niet zo zijn dat het gebruik van de waterval verloren gaat met het uitsterven van oude rustige bosbewoners? En dan heb ik het niet over die bosbewoners die hier op rupsbanden door mijn bos crossen, met hun elektrische autotootjes.
Als er iets is dat ik haat dan zijn het duurzame bosbewoners. Hoed u voor de duurzame bosbewoner. Hij doet alles geladen en met volle lading. Milieuvriendelijk zet ie de boel op scherp en onder stroom. Ik niet. Ik hanteer heel ouderwets de waterval. Heel geschikt en effectief. Doet niemand kwaad behalve diegenen die kwaad willen. Kwaadwilligen worden gestraft met mijn waterval. Als je eenmaal in aanraking komt met de waterval dan zul je voor altijd een knieval doen zodra je de waterval weer tegenkomt. Maar liever nog ga je hem voor goed uit de weg. Een zeer effectief instrument. Sinds kort is er naast een bosversie ook een dorps- en stadsversie op de markt. Wel zo handig.
Het meest effectief werkt de waterval als ie ingezet wordt bij bestrijding van de vuurval. De vuurval is op de laatste dag van het jaar en een paar dagen daarna actief. Hij valt dan met regelmaat uit de lucht en maakt enorm kabaal. Het meeste kabaal maakt ie in China. Heel begrijpelijk want dat is ook een groot land. Het vuur valt in dat land bijna dagelijks. De Chinezen hebben geleerd om er de ogen een beetje voor te sluiten. Ze knijpen een oogje dicht. Als het vuur valt heb je maar korte tijd om het te bestrijden met de waterval. Je moet voorkomen dat de vuurval de boel in de hens zet. Om te voorkomen dat het vuur uit de hand loopt is altijd haast geboden. Zodra ik een brandje zie in het bos kom ik opdraven.
Een uit de hand gelopen vuurtje is moeilijk te bestrijden. Dan helpt geen enkele waterval meer. De clou van de werking van de waterval zit in het gebruik van het juiste aas. Je kunt daarvoor het beste vuurvaste kleine jongetjes gebruiken. En dan het liefst de kleine jongetjes die denken dat ze vuurvast zijn. Ik herken ze aan de zoekende blik. Het zijn straatschuimers die op zoek zijn naar rotjes. Naar rottige rotjes die niet zijn afgegaan. Sinds kort hebben deze kleine lieden hun territorium uitgebreid. Ze waren nu ook rond in mijn bos. Dat zet mij en mijn waterval op scherp. Ik vang de kleine etterbakjes met aas waar ze zelf naar op zoek zijn. Met gillende keukenmeiden die nooit afgegaan zijn. Daar zijn die mannetjes dol op. Ik toon u hoe het werkt.
Je legt een paar gillende keukenmeiden op de grond. Blond, rossig, zwart of bruin het maakt niet uit. De kleine mannen boeit het niet. Let wel, je moet de gillende keukenmeiden wel voor een struik neerleggen. Niet erachter. Achter de struiken neem jezelf als aasvanger positie, samen met het ontsluitingsmechanisme van de waterval. Vergeet de waterval niet aan te sluiten op de gillende keukenmeiden. Dat doe je met een stukje tuinslang en een sproei- of spuitkop. Een spuitkop werkt het effectiefst, mits ie voldoende spuitkracht heeft. Schuif de tuinslang met kop in de handen van de gillende keukenmeid en wacht dan rustig af. Zodra de kleine mannen met de kleine vingertjes de meiden betasten ontgrendel je de waterval.
Als het goed is worden de mannetjes nu zeiknat en schrikken zich een hoedje. Dat hoedje is belangrijk. Als je dat op tijd weet te onderscheppen dan treedt de vuurval van de gillende keukenmeid niet in werking. Ja, ja, het luistert nauw. Maar het is de enige mogelijkheid om vuur en hens te voorkomen. Het hoedje berg je zorgvuldig op en de kleine mannen geef je een schop onder de kont. Dit werkt over het algemeen louterend. Meestal rennen ze dan keihard weg. Sommigen zullen hard huilen en weer anderen zullen boos reageren. Mochten er een aantal terugkeren met een vader of een advocaat, ga dan over op plan B, het charmeoffensief. Leg de vader en de advocaat voor hoe zij zelf vroeger gestraft zijn door vuurwerkhaters. Juist ja. Een daglang voor schut lopen met een prikstok, gekleed in een hesje met daarop stichtelijke leuzen. En dan als een onnozele de hele dag papiertjes prikken voor het oog van buurtgenoten. Dat doe je de ergste kinderen nog niet aan. Laat staan je eigen kinderen.
Tot slot. Vergeet niet op tijd het waterreservoir te vullen. In noodgevallen meng je het water met aanlenglimonade. Gebruik dan een mengsel in de verhouding één op één. Zeker weten dat je de kleffe vuurwerkmonsters nooit meer terug ziet. De waterval is te koop in elke bouwmarkt en bij de Boerenbond. In de maand februari zijn er altijd aanbiedingen. Scheelt weer in de portemonnee. Je moet toch een beetje op de kleintjes letten. Gris mich nich.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)