Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Laat jij je verzorgen? (05-02-2016) Zie ook Schrijfveer 04-11-2015 met dezelfde titel
Ja. Door alles en iedereen wat maar mogelijk is. Zorg is aandacht en dat is tevens de motor van ons bestaan. Naast liefde uiteraard. Zorg en liefde makes the world go round. Als dat er niet meer is dan houdt zo'n beetje alles op. Om te beginnen met het leven. Daarna volgt de dood. Zo simpel is het. Voor de gelovigen onder ons. Er zijn ook mensen die geloven in geld. De Dagobert Ducks. Ze eten de god ganse dag eendenpaté. Uit blik desnoods. Een keer per week gaan ze met hun moeder naar het restaurant. Uit goede sier doen ze dat en voor het podium. Omdat het zo hoort. Maar wie zorgt er nu voor mij? Jezelf natuurlijk. Op zijn best. Zijn paasbest, maar ook met kerstmis. En op je verjaardag. Wie zorgt er dan? De gasten. De darm, de lever, het hart, de longen en de skin. Ze hebben alle zorg nodig. Hang de slingers op aan je lijf en wrijf het goed in. Zodat het de zon, de wind en de regen goed verdraagt. Zorg begint bij liefde. Daar heb je geen selfiestick voor nodig. Ook geen sm. Sociale media. Sado masochisme. Het is maar wat je verkiest. Nog drie minuten zorg ik voor mezelf. Ik schreeuw het uit. Zorg komt voor de liefde. Zorgen voor jezelf en zorgen voor de ander. Wie zorgt voor zichzelf en voor de ander heeft veel minder zorgen. Zorgen voor de zorgen. De rest komt morgen. Ik laat me verzorgen in mijn zorgen. Ver en dichtbij. Er is moed voor nodig. Moedig is de zorgvrager. Zo ook de zorgdrager. Het zijn de schouders die het doen. Schudt er maar eens goed mee. Omhoog en omlaag. Trek ze op. Nee niet je neus ...
Een vrij duistere sfeer (18-02-2016) Zie ook Schrijfveer 02-11-2015 met dezelfde titel
De berg lonkt. Groen is zijn voet, grijs zijn rug en wit de nek. Ik rijg mijn veters nog eens stevig aan en gooi een kleine rugzak op de rug. Van Carymore. Of hoe heet dat merk ook alweer? Genoeg bevoorrading voor een zonnige dag. Twee liter water en een hele hoop koeken. Noten en Dextro bij de hand. Eigenlijk nog nergens voor nodig. Maar het hoort bij de spanning. De spanning en de weet van het wordt weer een mooie dag.
Het eerste stuk is een verharde weg met vals plat. Deze berg kent geen binnendoor. Helaas. Vol verwachting speur ik de berm af naar het eerste rood-wit. Een versleten redder in de nood op grote hoogte, in het dal twee gelikte strepen verf op een hardhouten richtingwijzer. De richtingwijzer kent halverwege plots meerdere rood-witten. Zonder kaart weet je bijna nooit waaraan en waaraf. De rugzak klots nu tegen de groene vegetatie van den en spar. Mijn benen worden nat van het struikgewas. Het is nog ochtend. Op en neer en op en neer.
Heel langzaam wordt het zompig pad hard. De eerste kiezels verschijnen. De kiezels worden steeds groter. Het grijs blinkt wit. Tijd voor de zonnebril. Ik klok. Water en tijd. Kleine pauze met banaan en boterham. Ik loop nu van ontspanning naar inspanning. Mijn blik gaat omhoog. Ik vrees heel even voor de uitspanning. Die wordt plots donker. Nee, niet nu. Alsjeblieft. Geen duistere sfeer op deze mooie dag. Niet nu.
Ik doe mijn rugzak af en duik naar de bodem. Een lullig plastic regenjasje, knaloranje, moet de weergoden verzoeken zo snel mogelijk op te zouten. Het helpt. Hup, hup, Holland hup ... staat op mijn rug geschreven. De stortbui geeft een aangename cooling-down. Head up naar de piek. Ik kan hem nu zien. Soms, heel soms. Om de hoek. Hij prikt de zon haast lek. Sounds of music.
Leren handwerken (19-02-2016) Zie ook Schrijfveer 07-11-2015 met dezelfde titel
Sneeuw dwarrelt uit de hemel. Wit op blauw. Ik trek mijn leren handwerken aan. Het is nodig. De rode knokkels kunnen de kou niet langer verdragen. Het kost vandaag moeite om op gang te komen. De straat lijkt niet meer op gisteren. Heel even het paadje kwijt. Mijn schoenen trekken een nieuw vers spoor. Ik kijk achterom of ik niet achtervolgd wordt. En jawel hoor, door mezelf. Ik herken de sporen.
Het half uur lopen duurt en duurt vandaag. De dagdroom lijkt niet op te houden. Ik houd hem vast en neem hem mee. De gordijnen zijn dicht in de straten die ik passeer. Toch gluur ik van afstand door enkele kieren. Is er beweging? Staat de televisie aan? Met lichtjes aan de zijkant? Ik hoor huiskamerdrukte. Tijd om naar school te gaan. Nu al? Ik loop door. Daar is het bos. De weilanden die ervoor liggen zijn bedekt door sneeuw en ijle lucht. Aan de zijkanten rookt de lucht. Stroshaggies langs de beek. Geen koeien in de wei. Dat duurt nog even.
Ik sla twee paden in en stamp mijn voeten in de sneeuw. Krakend en kwakend. Een konijn trekt de oren in en drukt zijn buik in de sneeuw. Daar staat de hut. Mijn schrijfhut. Ik doe mijn jas uit en zet een potje thee. Intussen maak ik de kachel aan. Met hout en met mezelf. Hoe zal het vandaag gaan? Aan de tafel voor de raam trek ik de autobio naar me toe. Hij lacht me grijnzend toe. Toe maar. Ik trek mijn leren handwerken uit. Het is nu aangenaam warm.
Een visuele geschiedenis (23-02-2016)
Het begon allemaal ergens in de oertijd. Er zijn geen mensen getuige geweest van de Big Bang, dus daar ook geen beelden van. Het blijft gissen hoe dat eruit heeft gezien. Waarschijnlijk bijna net zo mooi als de implosie die fragmentarisch getoond wordt in de aftiteling van tv-serie Versailles. Niet met de Franse slag. Maar op zijn Lodewijks. Degelijk en noch kosten en moeite gespaard in uiterlijk vertoon. Zoiets. Glasscherven en bloemen die samensmelten in een prachtige vraag. Om daarna weer te exploderen.
De Big Bang moet ook zo zijn gegaan. Een grote klap met flarden puin, om daarna weer te hechten in dat wat waarde heeft. Het leven. Het ultieme leven. In vol ornaat en in volle schoonheid. Vanaf het moment dat de eerste mens het licht zag begon deze zich vanalles te verbeelden. Zijn eigen werkelijkheid.
Filosofen zouden daar eeuwen later prachtige theorie op loslaten. Verklaren is een mens aangeboren. Eens de controle kwijtgeraakt doet de mens almaar verwoede en bovenal vruchteloze pogingen de controle weer terug te krijgen. Met als resultaat oorlog en waanzin. En om die te verzachten wendt diezelfde mens de liefde aan, het voertuig van geluk. You get the picture?
Met taal werd getracht alles te bevatten. Eerst met gelukzalige oerkreten. De oehs, de aahs en de ohs. Daarna met wat meer oorlogszuchtig geluid. De hoos, de huus en de hees. Pas veel, veel later zag men de humor er van in. Het vertaalde zich in haas. De visuele geschiedenis werd uiteindelijk pas veel, veel later in taal en beeld vereeuwigd. In beeldtaal. Hertjes op een muur. Dino's op de rotsen. Vurig werd alles vanaf toen voor de eeuwigheid vereeuwigd. Soms mooi, soms lelijk, in kunst en kitsch.
Frambozen (28-02-2016)
Zal ik ze dit jaar weer houden in mijn tuin, frambozen? Heerlijk. Maar dan mag ik niet de vakantie verkeerd inplannen. Wie zaait wil oogsten, nietwaar? En ook op tijd zorgen voor de juiste netspanning. Je wil niet dat die gevleugelde dieven de struiken leegeten. Nog voordat je er goed naar gekeken hebt. Al die moeite voor niets. Je zou er bijkans zelf frambozig van worden. En wat gaan we er dan mee doen. Met de oogst? Vijftien frambozen in een potje? dat is nauwelijks de moeite. Frambozenjam gaat het dus niet worden. Op een beschuit is ook niet echt lekker. Ik wil het gevecht met mijn aardbeien niet aangaan. In de yoghurt dan maar? Zonde. Zeker in de magere. Aaien en ruiken. Daar blijft het dan maar bij. Zodra je het huidje goed betast dan doet het met de ogen dicht ergens aan denken. Toe, neem de proef eens op de som. Of som de beproeving. En? Voelt lekker toch? Een beetje fruitig, het rolt makkelijk in de hand, een beetje donzig, een beetje roze. Heerlijk zo'n framboos. Daar wordt je toch helemaal blij van? Het gaat niet lang meer duren. Dan gaat de framboos de grond in. Een vruchtbare nieuwe poging tot oogst. Dat de zon en regen maar snel zijn ding gaat doen. Als een gladiator met net zal ik mijn oogst bewaken. Voor het betere hand- en mondgevoel. Wat in het vat zit zal niet verzuren. Wat zeg ik. Het krijgt niet eens de tijd om vat te vatten. Zoet zal het smaken. Als honing. Na al het zuur.
Het afwezige land (29-02-2016)
Het afwezige land
Krambolo werd heel langzaam wakker. Onder een prachtige zon die langzaam, heel langzaam oppopte uit de blauwe horizon. Als een gele dolfijn. In een prachtige parabool zou hij pakweg 12 uur in de hemel hangen. Maar ... geen tijd voor verdere mijmeringen. En wie neemt nu 12 uur lang de zon waar? Dat is wel heel erg zen. En toch. Krambolo kon het niet laten. Het vluchtte in gedachten richting bergen.
Geklemd tussen twee megacontinenten Azië en Noord-Amerika had het na jaren knokken om bestaansrecht eindelijk toegang gekregen tot de elite der moeder aarde. Snakkend naar erkenning had het zich weten te voegen naar megalomane normen. Moeizaam hadden de belangrijkste landen Krambolo omarmd en erkend. Ze konden ook niet anders. Krambolo bevatte de grondstof waar moeder aarde mee gered kon worden. Zeldzame aardstenen die voor wie het wilde zien voorzagen in eeuwige energie en voedingstof. Milieuvriendelijk.
Veroveren hadden enkele landen al geprobeerd. Maar helaas. De aardstenen voorzagen ook in onoverwinnelijkheid. Mits goed ingezet. Geslepen. Krambolo kende zijn macht en nam zijn macht.
Apathisch zag de rest van de wereld toe hoe de zetel aan tafel van de belangrijkste wereldriddertafelconferentie leeg bleef. Ontredderd vroeg de voorzitter zich af waarom Krambolo afwezig was. Dat was niet conform de afspraak. Krambolo kon het niet echt bommen. Twaalf uur lang spotte het de teloorgang van weer een zonnedag in een heldere parabool. Niets was meer belangrijk. Zen zien en verder niet mauwen.
Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen
29-02-2016
23-11-2015
Mien korte verhalen (38 en 39) met kleine grote waarheid
Beiden geschreven op 23-11-2015
38) Paniek in de tent
Paniek in de tent. Hoe is het mogelijk. Mijn broer heeft zijn vriendin zwanger gemaakt. Maar wanneer dan? En waarom? Allemaal vragen die op harde toon geuit worden, maar niet meteen een antwoord krijgen. Eigenlijk helemaal niet. Wat voorop staat is de ongelofelijke schande. Hij krijgt van iedereen om zijn oren en de emoties lopen hoog op. 'Je deugt niet. Je denkt alleen aan jezelf. Wat doe je de familie aan? Schande. Wat zullen de buren en de familie niet denken?' Zinsneden die bij mij als klein jongetje dwars door mijn hoofd blijven zinderen. Ik zie mijn lieve broer nog verder van mij verwijderd raken. Hoe pijnlijk. Zeventien jaar, de school nog niet eens af en dan al papa worden. Dat kan toch niet. De schok is groot in huize Mien.
Na de eerste schrik moeten zaken goed geregeld worden. Het valt niet mee om de schande weg te poetsen. Het hoogstnoodzakelijke wordt geregeld. Maar hoe zit het met de toekomst? Van mijn broer, zijn nog ongeboren kind, zijn vriendin, maar twee jaar ouder? Hoe vinden zij werk? Gaan ze beiden werken? Wie vangt dan het kindje op? Allemaal zorgen. De zorgen worden niet gedeeld aan de koude kant. Daar is voldoende support. Koude kant? Ja, want getrouwd moet er worden. Op zijn minst. Over en weer worden deals gesloten. Soms van harte maar vaak pijnlijk en met veel weerstand. Groeien is pijnlijk. Zeker als die groei buiten het bevattingsvermogen en geijkte kaders plaatsvindt. Uiteindelijk wil ook mijn vader het beste voor zijn eigen kind.
Om de eerste kosten te financieren van mijn broer's eigen haard en huis verkoopt mijn vader zijn eigen haard en huis. Moeder's erfdeel zit er namelijk in. Dat erfdeel is nodig om de aankoop van een huis en inrichting te bekostigen voor broerlief. Dat wordt dus straks verhuizen voor pa en mij. Naar een flatje op twaalf hoog. Ik vind het vreselijk als puber. Ik wil er niet aan denken.
De sfeer in huis is na de openbaring van mijn broer beklemmend. De lucht zwaar en zwanger van pijnlijke stiltes, gevloek en getier. Ik voel alleen maar droefheid en eenzaamheid. In drie jaar tijd verlaat mijn familie het ouderlijk huis en vinden drie huwelijken en een scheiding plaats. Ik vind het vreselijk. Een rollercoaster van emoties.
Eerst trouwt mijn vader met zijn nieuwe vriendin. Op de eerste dag van de lente. Mijn moeder is dan nog geen anderhalf jaar geleden overleden. Maar pas nadat het veel te kleine huis eerst grondig is verbouwd. Een jaar later trouwt mijn oudste broer, 23 jaar jong. Weer een jaar later mijn andere broer, 17 jaar jong. Dat moet, ook al wil ie liever niet. Niet voor de kerk althans. Beiden met lang blond haar, zij met dikke buik. Mijn vader en zijn vrouw ondergaan dit huwelijk met ingehouden trots en woede. De woede wint. Twee maanden later scheidt mijn vader van zijn tweede vrouw. Mijn zus trouwt nog geen maand later na deze pijnlijke scheiding en verlaat ook huize Mien, 22 jaar jong. Samen met mijn pa verhuis ik naar een trieste flat aan de Maas.
Tot aan het huwelijk verstopt broerlief, papa in spé, zich op zijn kamer op de zolder. Zolang het nog kan. Ik zie hem nog niet klussen in huis, luiers wisselen en papa spelen. Een spel kan het ook zeker niet genoemd worden. Vanaf de zolder wordt Boudewijn de Groot met de volumeknop flink open grijs gedraaid. 'Arm kind, zestien lentes zo pril. Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg'. Via via vindt mijn broer een baan bij de krant. Schrijven is zijn passie. Hard labour, maar los van huize Mien. Uit het trapgat komt wierook vermengd met weedlucht de trap af gedwarreld. Het bedwelmt voor even de emoties.
39) Ansje
Eindelijk heb ik een kamer voor mij alleen. Grote broer is getrouwd en heeft huize Mien verlaten, mijn zus heeft haar eigen kamer en mijn andere broer huist op de zolder. Maar niet voor lang meer. Ook hij gaat binnenkort trouwen en verhuizen. Ik kan me nog niet goed voorstellen dat hij straks papa wordt. Weliswaar volwassen voor zijn leeftijd hoop ik stiekem dat hij het nooit wordt en dat hij weer terugkeert als mijn oude vertrouwde speel- en vertrouwensbroertje. Hem durf ik alles te vertellen. Maar de afstand is nu zo groot.
Ik lig op bed en geniet van mijn nieuw ingerichte territorium. Alles ademt eindelijk ruimte. Ik draai een plaatje op mijn zuur verdiende muziekinstallatie. Daar zitten heel wat uurtjes aardbeienplukken in. Ik wissel de dubbelaar Jesus Christ Superstar af met de blauwe van de Beatles, met Bob Dylan, Santana en Boudewijn de Groot. Johnny Cash, Elly en Rikkert en de Everly Brothers bewaar ik voor later. Een eigen muzieksmaak heb ik nog niet ontwikkeld. Die van mijn broers volstaat.
'I don't know how to love him ...', komt bij me binnen. Ik smelt bij de lieve stem van Yvonne Elliman. Heel even droom ik weg en laat me meeslepen in de muziek. Buiten op straat hoor ik gegiechel en geschaterlach. Mijn hart slaat op hol. Hoor ik daar een bekende stem? Ja. De stem van Ansje. Ik spring van mijn bed en kruip naar het raam. Heel voorzichtig til ik mijn hoofd boven de vensterbank en gluur langs het gordijn. Ze mogen mij niet zien. Ik ben veel te verlegen en bang om gespot te worden. Het gordijn moet bewogen hebben want ik zie de vriendinnen van Ansje omhoog wijzen. Ik duik weg. Ik heb Ansje niet kunnen zien. Ze is ook zo klein. Ik ben al een flinke tijd verliefd op haar. Durf dat haar echter niet te tonen. Laat staan haar vriendinnen. Ze weten dat ik thuis ben en vanachter het gordijn de boel bespied. Wat moet ik nu doen?
Hopelijk lopen ze snel door. Ik schaam me dood. Ineens voelt mijn eigen kamer niet langer vertrouwd. Ik voel me vreemd en gevangen. Gevangen in emoties. Wanneer zal ik toch ooit mijn gevoelens voor Ansje durven tonen? Nu nog even niet. Zal ik toch nog een keer naar buiten kijken? Ik denk te weten wat ze aan heeft, mijn lieve Ansje. Een spijkerbroek en bijbehorend spijkerjasje. Hoe stoer! En sluipers, die heeft ze ook aan, zeker weten. Bruine stoere schoenen. In gedachte verdrink ik in haar donkere ogen en kroel met mijn vingers door haar lange haar. In gedachten. Giechelend loopt de meidengroep verder. Waren ze nu speciaal langs ons huis gelopen? Op verzoek van Ansje? Had ik toch ...?
38) Paniek in de tent
Paniek in de tent. Hoe is het mogelijk. Mijn broer heeft zijn vriendin zwanger gemaakt. Maar wanneer dan? En waarom? Allemaal vragen die op harde toon geuit worden, maar niet meteen een antwoord krijgen. Eigenlijk helemaal niet. Wat voorop staat is de ongelofelijke schande. Hij krijgt van iedereen om zijn oren en de emoties lopen hoog op. 'Je deugt niet. Je denkt alleen aan jezelf. Wat doe je de familie aan? Schande. Wat zullen de buren en de familie niet denken?' Zinsneden die bij mij als klein jongetje dwars door mijn hoofd blijven zinderen. Ik zie mijn lieve broer nog verder van mij verwijderd raken. Hoe pijnlijk. Zeventien jaar, de school nog niet eens af en dan al papa worden. Dat kan toch niet. De schok is groot in huize Mien.
Na de eerste schrik moeten zaken goed geregeld worden. Het valt niet mee om de schande weg te poetsen. Het hoogstnoodzakelijke wordt geregeld. Maar hoe zit het met de toekomst? Van mijn broer, zijn nog ongeboren kind, zijn vriendin, maar twee jaar ouder? Hoe vinden zij werk? Gaan ze beiden werken? Wie vangt dan het kindje op? Allemaal zorgen. De zorgen worden niet gedeeld aan de koude kant. Daar is voldoende support. Koude kant? Ja, want getrouwd moet er worden. Op zijn minst. Over en weer worden deals gesloten. Soms van harte maar vaak pijnlijk en met veel weerstand. Groeien is pijnlijk. Zeker als die groei buiten het bevattingsvermogen en geijkte kaders plaatsvindt. Uiteindelijk wil ook mijn vader het beste voor zijn eigen kind.
Om de eerste kosten te financieren van mijn broer's eigen haard en huis verkoopt mijn vader zijn eigen haard en huis. Moeder's erfdeel zit er namelijk in. Dat erfdeel is nodig om de aankoop van een huis en inrichting te bekostigen voor broerlief. Dat wordt dus straks verhuizen voor pa en mij. Naar een flatje op twaalf hoog. Ik vind het vreselijk als puber. Ik wil er niet aan denken.
De sfeer in huis is na de openbaring van mijn broer beklemmend. De lucht zwaar en zwanger van pijnlijke stiltes, gevloek en getier. Ik voel alleen maar droefheid en eenzaamheid. In drie jaar tijd verlaat mijn familie het ouderlijk huis en vinden drie huwelijken en een scheiding plaats. Ik vind het vreselijk. Een rollercoaster van emoties.
Eerst trouwt mijn vader met zijn nieuwe vriendin. Op de eerste dag van de lente. Mijn moeder is dan nog geen anderhalf jaar geleden overleden. Maar pas nadat het veel te kleine huis eerst grondig is verbouwd. Een jaar later trouwt mijn oudste broer, 23 jaar jong. Weer een jaar later mijn andere broer, 17 jaar jong. Dat moet, ook al wil ie liever niet. Niet voor de kerk althans. Beiden met lang blond haar, zij met dikke buik. Mijn vader en zijn vrouw ondergaan dit huwelijk met ingehouden trots en woede. De woede wint. Twee maanden later scheidt mijn vader van zijn tweede vrouw. Mijn zus trouwt nog geen maand later na deze pijnlijke scheiding en verlaat ook huize Mien, 22 jaar jong. Samen met mijn pa verhuis ik naar een trieste flat aan de Maas.
Tot aan het huwelijk verstopt broerlief, papa in spé, zich op zijn kamer op de zolder. Zolang het nog kan. Ik zie hem nog niet klussen in huis, luiers wisselen en papa spelen. Een spel kan het ook zeker niet genoemd worden. Vanaf de zolder wordt Boudewijn de Groot met de volumeknop flink open grijs gedraaid. 'Arm kind, zestien lentes zo pril. Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg'. Via via vindt mijn broer een baan bij de krant. Schrijven is zijn passie. Hard labour, maar los van huize Mien. Uit het trapgat komt wierook vermengd met weedlucht de trap af gedwarreld. Het bedwelmt voor even de emoties.
39) Ansje
Eindelijk heb ik een kamer voor mij alleen. Grote broer is getrouwd en heeft huize Mien verlaten, mijn zus heeft haar eigen kamer en mijn andere broer huist op de zolder. Maar niet voor lang meer. Ook hij gaat binnenkort trouwen en verhuizen. Ik kan me nog niet goed voorstellen dat hij straks papa wordt. Weliswaar volwassen voor zijn leeftijd hoop ik stiekem dat hij het nooit wordt en dat hij weer terugkeert als mijn oude vertrouwde speel- en vertrouwensbroertje. Hem durf ik alles te vertellen. Maar de afstand is nu zo groot.
Ik lig op bed en geniet van mijn nieuw ingerichte territorium. Alles ademt eindelijk ruimte. Ik draai een plaatje op mijn zuur verdiende muziekinstallatie. Daar zitten heel wat uurtjes aardbeienplukken in. Ik wissel de dubbelaar Jesus Christ Superstar af met de blauwe van de Beatles, met Bob Dylan, Santana en Boudewijn de Groot. Johnny Cash, Elly en Rikkert en de Everly Brothers bewaar ik voor later. Een eigen muzieksmaak heb ik nog niet ontwikkeld. Die van mijn broers volstaat.
'I don't know how to love him ...', komt bij me binnen. Ik smelt bij de lieve stem van Yvonne Elliman. Heel even droom ik weg en laat me meeslepen in de muziek. Buiten op straat hoor ik gegiechel en geschaterlach. Mijn hart slaat op hol. Hoor ik daar een bekende stem? Ja. De stem van Ansje. Ik spring van mijn bed en kruip naar het raam. Heel voorzichtig til ik mijn hoofd boven de vensterbank en gluur langs het gordijn. Ze mogen mij niet zien. Ik ben veel te verlegen en bang om gespot te worden. Het gordijn moet bewogen hebben want ik zie de vriendinnen van Ansje omhoog wijzen. Ik duik weg. Ik heb Ansje niet kunnen zien. Ze is ook zo klein. Ik ben al een flinke tijd verliefd op haar. Durf dat haar echter niet te tonen. Laat staan haar vriendinnen. Ze weten dat ik thuis ben en vanachter het gordijn de boel bespied. Wat moet ik nu doen?
Hopelijk lopen ze snel door. Ik schaam me dood. Ineens voelt mijn eigen kamer niet langer vertrouwd. Ik voel me vreemd en gevangen. Gevangen in emoties. Wanneer zal ik toch ooit mijn gevoelens voor Ansje durven tonen? Nu nog even niet. Zal ik toch nog een keer naar buiten kijken? Ik denk te weten wat ze aan heeft, mijn lieve Ansje. Een spijkerbroek en bijbehorend spijkerjasje. Hoe stoer! En sluipers, die heeft ze ook aan, zeker weten. Bruine stoere schoenen. In gedachte verdrink ik in haar donkere ogen en kroel met mijn vingers door haar lange haar. In gedachten. Giechelend loopt de meidengroep verder. Waren ze nu speciaal langs ons huis gelopen? Op verzoek van Ansje? Had ik toch ...?
01-12-2011
Poezenvrouwtje
De wind waait door de bomen. Het is een druilerige ochtend. Aan de overkant van de straat zit vol ongeduld een witte poes op wacht. Haar blik is strak naar het oosten gericht. Waar blijft ze nou. Het zal niet lang meer duren of ze komt eraan. Plots veert ze op en dribbelt snel naar het eind van de straat. Daar is ze eindelijk, het poezenvrouwtje.
Het is een vast ritueel geworden. Elke dag klokslag zeven uur trekt het poezenvrouwtje aan mijn raam voorbij. Ik spring snel naar buiten, gewapend met pen, blocnote en camera en stel me aan haar voor. Tijd voor een interview met het poezenvrouwtje. Terwijl de witte poes om haar benen heen drentelt doet Joke haar verhaal.
Elf jaar geleden is het allemaal begonnen. Bij het kapotte hek van de Dahliatuin achter het tranformatorhuisje. Daar zag zij iedere dag drie witte poezen verwilderd rondstruinen. Uit navraag bleek dat de poezen waren uitgezet in de Dahliatuin om konijnen en muizen te vangen. Maar niemand ontfermde zich echt over de poezen. Joke besloot voor de poezen te gaan zorgen. Al gauw overleden twee van de drie poezen. Eentje bleek de niesziekte te hebben en de ander had een virus. Alleen Poppetje bleef over.
Elf jaar lang verzorgt ze Poppetje nu al. Dag in dag uit. Weer of geen weer. Slechts één keer liet ze een maand verstek gaan door een ziekenhuisopname. Haar man nam de taak toen over. In elf jaar tijd heeft Joke verschillende poezen verzorgd. In de hoogtijdagen maar liefst twaalf tegelijk. Op drie verschillende plekken deelt Joke voedsel uit. Poezen houden immers graag van een eigen territorium. Poezenoorlogen en -ziektes hebben het huidige aantal teruggebracht tot vier.
Als Joke ziet dat een poes ziek is krijgt deze extra aandacht en wat luxer voer. Als de poes ziek blijft neemt ze een reishok mee om de poes te vangen en af te geven aan de dierenambulance. Gelukkig komt dat niet vaak voor. Soms voegt zich ook een hongerige huiskat bij de zwerfkatten. Geen probleem, want Joke heeft altijd eten genoeg bij zich.
Ze hoopt nog lang voor de poezen te kunnen zorgen. Maar voor hoe lang nog? Met de komst van de nieuwe verkeersweg verdwijnt ook de habitat van de lieve poezen. Misschien neem Joke Poppetje dan wel mee. Als ze Poppetje vijf weken binnen houdt raakt ze misschien gehecht en kan ze aarden. Ongeduldig drentelt Poppetje op en neer. Ze heeft honger. Joke duikt in haar fietstas en haalt een kartonnetje melk te voorschijn.
Vervolgens zegt ze kordaat: sommige mensen zeggen tegen mij dat zij hun kat niet binnen kunnen houden en wegloopt. Dat is onzin. Met liefde en geduld blijft iedere kat aan huis. Geen muis die dan op tafel danst. Vol bewondering neem ik afscheid van Joke en bedank haar voor het interview. Een mooi mens, het poezenvrouwtje.
Mien zweeft en zwetst door Helmond-West
Gepubliceerd in Wijkkrant Helmond West December 2011 > Poezenvrouwtje
Het is een vast ritueel geworden. Elke dag klokslag zeven uur trekt het poezenvrouwtje aan mijn raam voorbij. Ik spring snel naar buiten, gewapend met pen, blocnote en camera en stel me aan haar voor. Tijd voor een interview met het poezenvrouwtje. Terwijl de witte poes om haar benen heen drentelt doet Joke haar verhaal.
Elf jaar geleden is het allemaal begonnen. Bij het kapotte hek van de Dahliatuin achter het tranformatorhuisje. Daar zag zij iedere dag drie witte poezen verwilderd rondstruinen. Uit navraag bleek dat de poezen waren uitgezet in de Dahliatuin om konijnen en muizen te vangen. Maar niemand ontfermde zich echt over de poezen. Joke besloot voor de poezen te gaan zorgen. Al gauw overleden twee van de drie poezen. Eentje bleek de niesziekte te hebben en de ander had een virus. Alleen Poppetje bleef over.
Elf jaar lang verzorgt ze Poppetje nu al. Dag in dag uit. Weer of geen weer. Slechts één keer liet ze een maand verstek gaan door een ziekenhuisopname. Haar man nam de taak toen over. In elf jaar tijd heeft Joke verschillende poezen verzorgd. In de hoogtijdagen maar liefst twaalf tegelijk. Op drie verschillende plekken deelt Joke voedsel uit. Poezen houden immers graag van een eigen territorium. Poezenoorlogen en -ziektes hebben het huidige aantal teruggebracht tot vier.
Als Joke ziet dat een poes ziek is krijgt deze extra aandacht en wat luxer voer. Als de poes ziek blijft neemt ze een reishok mee om de poes te vangen en af te geven aan de dierenambulance. Gelukkig komt dat niet vaak voor. Soms voegt zich ook een hongerige huiskat bij de zwerfkatten. Geen probleem, want Joke heeft altijd eten genoeg bij zich.
Ze hoopt nog lang voor de poezen te kunnen zorgen. Maar voor hoe lang nog? Met de komst van de nieuwe verkeersweg verdwijnt ook de habitat van de lieve poezen. Misschien neem Joke Poppetje dan wel mee. Als ze Poppetje vijf weken binnen houdt raakt ze misschien gehecht en kan ze aarden. Ongeduldig drentelt Poppetje op en neer. Ze heeft honger. Joke duikt in haar fietstas en haalt een kartonnetje melk te voorschijn.
Vervolgens zegt ze kordaat: sommige mensen zeggen tegen mij dat zij hun kat niet binnen kunnen houden en wegloopt. Dat is onzin. Met liefde en geduld blijft iedere kat aan huis. Geen muis die dan op tafel danst. Vol bewondering neem ik afscheid van Joke en bedank haar voor het interview. Een mooi mens, het poezenvrouwtje.
Mien zweeft en zwetst door Helmond-West
Gepubliceerd in Wijkkrant Helmond West December 2011 > Poezenvrouwtje
Abonneren op:
Posts (Atom)