Posts tonen met het label schrijven online. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijven online. Alle posts tonen

24-06-2025

Mien korte verhalen (66 + 67) met kleine grote waarheid

66) Bevroren buikpijn (20-06-2025)
 
Op dunne trillende beentjes sta ik op de rand van het Sportfondsenbad, in mijn donkergroene zwembroek bedrukt met kleine gele kano's. Het is vandaag afzwemmen voor diploma A. Ik krul de tenen van mijn voeten wat naar binnen op de natte, koude vloer. Ik ben zenuwachtig, maar het moet lukken. Mijn broer is het ook gelukt, de vorige eigenaar van mijn zwembroek. Er prijkt al een klein wit groen diploma op de voorkant van de zwembroek. Door broer Twan vorig jaar gehaald en door mams vakkundig erop genaaid. Maar ik moet nog. Het laatste onderdeel, 60 seconden watertrappelen ... en in het diepe springen. Vanaf het trapje het zwembad in gaan is voelt al als een grote opgave, laat staan springen.

De adem stokt in mijn keel. Er is niemand om me aan te moedigen. Papa werkt en mama heeft geen tijd, gaat niet graag de deur uit, komt liever niet onder de mensen. Ik moet het alleen doen en weet ook dat ik  het durf en kan. Maar het donkerblauwe water ziet er dreigend uit. Vorige keren ging het allemaal goed. Nu sluipt de angst binnen, gevoed door mijn fantasierijke verbeelding. Ik vlucht in mijn gedachten.

Een groot monster wacht onder de waterspiegel, zeker weten. Die slurpt me straks in een slok naar binnen. Of nee, het zijn allemaal kleine piranha's die me, van teen tot hoofd, in 10 seconden zullen wegvreten. Mijn gedachten worden alsmaar erger. Een grote waterwurgslang kringelt zich om mij heen en trekt me omlaag. Langzaam zal ik stikken, geen lucht meer krijgen onder water en de slang zal me wurgen en opeten. 

De zwemleraar telt af tot drie, een scherp fluitsignaal klinkt. Het zwembad verandert in een groot schuimbad met spartelende kleine mensjes. Het is wachten op Jaws. Maar niet voor mij. Ik sta nog aan de waterkant. Bevroren door buikpijn. Gelukkig krijg ik een herkansing en slaag.

Eerder gepubliceerd (geschreven in de derde persoon) op Schrijven Online naar aanleiding van een wekelijks schrijfopdracht. Aangepast naar de eerste persoon. 


67) Duimdiploma (24-06-2025)
 
Een heuglijke dag vandaag. De uitslag van de eindexamens is bekend en daarmee is het momentum aanstaande of ik al dan niet geslaagd ben voor mijn vwo. Voor vele klasgenoten een formaliteit, want ze weten dat ze goed gescoord hebben bij de schoolonderzoeken. De schriftelijke examens zijn altijd makkelijker. Met mij zijn er pakweg twee of drie klasgenoten die in een lastig pakket zitten. De onrust in mijn thuissituatie is niet echt om naar huis te schrijven en in de afgelopen jaren niet bepaald een voedingsbodem voor een succesvolle middelbare schooltijd gebleken. Het gebrek aan rust en concentratie en de ontwikkelingen in mijn puberbrein staan niet garant voor een glansrijk slagen. Sterker nog, ik heb bange vermoedens dat de schriftelijke examens niet voldoende compensatie zullen bieden aan mijn huidige resultaten van de schoolonderzoeken. Een of twee herexamens, daar ben ik bang voor. 
 
En ja hoor. Daar gaat de telefoon al. Mijn klassendocent economie stelt me op de hoogte van de uitslag. Ik ben een van de eersten die hij belt en dat is geen goed teken. Ik ben helaas gezakt voor twee vakken. Economie en aardrijkskunde. En de uitslagen van de andere vakken zijn ook niet echt om over naar huis te schrijven. Ik zwijg en denk kort terug aan een gesprek dat ik een paar weken geleden met hem had over mijn presteren en mijn toekomst. Dat ik er met de pet naar gooide, onvolwassen gedrag vertoonde en dat ik gezien de thuissituatie, ook verdriet deed aan mijn vader. Dat ik niet zou slagen voor het examen en het ook niet zou redden op een universiteit of hogeschool. Dat er iets moest veranderen aan mijn attitude. Harde woorden die zich in mijn hoofd nestelden en niet ik niet snel vergat. Ik kan het me nog goed herinneren. Mijn voorstellingsvermogen ging het te boven. Een klassendocent is er toch om steun te bieden, waar dan? Alleen maar negatief en schoppen onder mijn kont. En ja, thuis is het kut. Maar daar kan ik weinig aan veranderen. Ik troost me bij de gedachten dat ik mijn heil vind in de sport en bij mijn sportvrienden. En dan nu ... gezakt? Ik hoor het hem opnieuw bijna smalend zeggen. Hij voegt er nog aan toe, dat ik mijn stinkende best moet doen de komende weken om de herexamens alsnog te halen en wenst me daar veel sterkte bij. Veel succes. Hij moet nog veel mensen bellen.
 
Een paar weken later. De herexamens zijn geweest. Ik weet niet of ik ze gehaald heb. Beiden moeten ze voldoende zijn voor een vwo diploma. Ik wil niet nog een jaar overdoen. Maar ik heb gelukkig nog wel een troef in handen. Mijn stil gekoesterde wens om naar de Katholieke Academie voor Lichamelijke Oefening te gaan is bijna binnen handbereik. Ik ben geslaagd voor het toelatingsexamen en ook het motivatiegesprek verliep uitstekend. Ik weet dus bijna zeker dat ik het komend jaar in Tilburg ga studeren. Voorwaarde is wel dat ik minimaal een havo diploma heb. Ik hoef dus maar een van de twee herexamens te halen om in aanmerking te komen voor een havo diploma. Een duimdiploma heet dat dan. Hoe dat zo? Nou, je legt op een van de zeven vwo vakken een duim, eentje waar je een onvoldoende voor hebt ... en voilà ... geslaagd voor de havo. Intussen kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en zoek contact met mijn docent aardrijkskunde. Die mag eigenlijk niet uit de school klappen, maar heeft gelukkig een zwak voor mij. Iemand die wel in mij gelooft. En hij zegt niet wat de score is maar laat wel weten dat het eindresultaat voor aardrijkskunde een voldoende is. Ik spring een gat in de lucht.
 
Een dag later belt de klassendocent economie. Geheimzinnig doet hij over de uitslag van mijn herexamen economie, nadat hij eerst vertelt dat ik voor aardrijkskunde een voldoende heb gescoord. Uitgebreid begint hij eerst het herexamen Economie te bespreken ... en besluit mijn stoute schoenen aan te trekken ... ik heb tabak van zijn gespeel ... en leg hem uit dat mij niet meer boeit hoe ik het herexamen heb gemaakt en wat de uitslag is. Ik heb aardrijkskunde toch gehaald? Nou, dan kan ik naar de Sportacademie. Dan heb ik toch al een havo diploma. Het valt even stil aan de overkant. En dan volgt een zakelijk stem. Je hebt ook voor Economie een voldoende gehaald. Je bent geslaagd. Gefeliciteerd. Ik hang de telefoon op en denk ... wat een lul. 
 
Drie jaar later ontmoet ik in het weekend in mijn stamcafé van vroeger mijn klassendocent aan de bar. Hij zit voorover gebogen boven een bierglas. Hij ziet er droef en dronken uit en doet zijn verhaal. Hij is gescheiden, zijn vrouw heeft hem verlaten en vertelt aan mij hoe kut de wereld is. Ik leg een arm om hem heen en denk ... tja ... wat denk ik precies? Ik weet het zelf even niet meer. Maar echt medelijden. Nee, niet echt. Daarvoor heeft hij mij te diep geraakt.
 

07-01-2025

Slimste mens ... live

Ik begin met 3 – 6 – 9. De eerste vraag. Body Mass Index. Kassa. Donny Ronny is aan de beurt. Squatten zal hij niet snel doen. Maarten optillen ook niet. Entertainment bij het 25 jarig jubileum. Bore-out. Verveling slaat toe. De tijd op school gaat traag. Maar bij de slimste mensen gaat hij veel te snel.

Voor 10 seconden. Stracciatella. Compleet versnipperd. 050 komt nog even langs. Groningen met vaste lijn. Voor noodgevallen. Voor als de bom valt. Maarten belt altijd vast, naar de taxi-centrale in Utrecht om hem naar Texel te rijden in Purple Rain. Prinsheerlijk. Powerballad. Met bloot lijf een berg opklimmen in een sneeuwstorm. Dan helpt een powerballad je verder. Einde 3 – 6 – 9. Nu gaan we beginnen.

Tepel. BH. Afvoerkanaal. Schap. Goot. Waterpas. Dit zijn de antwoorden die niet op de beker passen. Boezemvriend wel. De tussenstand is gigantisch. Door naar de vierde ronde. Galerij met vieze plaatjes. Wie is de Mol bij Expeditie Robinson. En wie de Verrader bij het Familiediner? Donny Ronny niet. Sneeuwwitje en Hans en Grietje en Repelsteeltje doen het goed. Lange Frans in de Efteling niet. Frans Bouwer en Danny doet Vera. Roelof nog steeds op kop. De ontknoping nadert. Op naar de beslissende ronde. 

Maar niet voor mij. Ik moet plassen. Super Mario moet maar even wachten. De 40 en 50 punten vallen niet. Jaike gaat nu aan kop. Maar Roelof moet nog. Wie wordt winnaar van de dag? Moi!

 

20-12-2024

Kerst met Bison Kit

Het bos is sneeuwwit en toch voelt het grijs aan. Het begint al donker te worden en ik ben volledig de weg kwijt. Bomen kijken me droevig aan. Alsof ze vermoeden wat me te wachten staat. Zij hebben makkelijk praten. Ze staan altijd op dezelfde plek. Dwalingen kennen zij niet of amper. Hooguit in hun kruin. Het begint keihard te sneeuwen. Ik zing kerstliedjes om mezelf wat moed in te spreken. Het geeft warmte en lucht en brengt me terug in herinnering. Marshmallows plakken aan mijn gehemelte, knapperend vuur ruikt zoet. Het smaakt naar thuis en vrede.

Al dagenlang dwaal ik door dit verrekte grote bos. Nog nooit ervaren, zo’n oneindig groot oerwoud wit. En ik doe dit werk al lang, eeuwenlang. Ik vrees nu echt dat ik te laat ga komen. Mijn rendieren hebben er ook behoorlijk last van. Voor het eerst kerststress, daar voelt niet vertrouwd. Ik ben ook geen Sinterklaas, deadlines zijn mij onbekend. Ik spoor Rudolf nog maar eens aan.

Het is pikkedonker geworden. Alleen de sneeuw geeft nog wat licht. Ik heb er geen goed gevoel bij. De sneeuw blijft vallen en hoopt langzaam op. Heel even loop ik naast Rudolf mee. Het lijkt of ik met mijn rode laarzen op watten loop. Plots begint de grond onder mijn voeten te zweven. Ik zie de rendieren ook wankelen. We worden opgetild, met grond en al, en zweven met een rotgang door het bos. Takken zwiepen hard in mijn gezicht. Doodeng. Ze proberen mij van de zwevende grond te slaan. Enkele rendieren verliezen het evenwicht en vallen. Wolven met hun bek vol tanden en tong vol schuim wachten beneden. Ik zie hoe ze verscheurd worden. Poten, staarten, vliegen door de lucht. Groot is hun honger en woede.

Wolven? Maar waar zijn we dan in hemelsnaam? We vliegen zo verschrikkelijk hard. Siberië, Canada? In ieder geval het hoge Noorden. Het bos wisselt in rotsstranden en zee. In de verte doemen een paar reusachtige bomen op ... en het vreemde is ... ze hebben allemaal vier takken. Nog nooit zulke hoge bomen gezien. De takken draaien rond en maken een vreemd zoemend, zuigend geluid. In mijn beleving worden ze ook steeds groter, de takken en de bomen. Vooraan op de grond ontstaat paniek. De takken slaan als bezetenen wild in het rond … en ... nee ... nee ... de rest van mijn rendieren wordt compleet weggemaaid, doormidden gehakt.


Het bloed spat om mijn oren en in mijn ogen. Ik zie niets meer. Voel ook een klap van de molen. In kleine stukken vlieg ik door de wind. Met de handen, die gelukkig nog aan mijn armen zitten, vang ik mezelf in de lucht bij elkaar en grijp naar mijn tube Bison Kit. Die draag ik voor noodgevallen altijd bij me en komt nu goed van pas. Ik lijm alle lichaamsdelen vliegensvlug aan elkaar. Mijn hoofd houd ik enkele minuten stevig vast,  want die droogt het langst.

Ik kan nog maar aan een ding denken. Hoe kom ik thuis? Bij mezelf en bij de mensen. Gelukkig is de redding nabij. Een grote adelaar grijpt me in de nek, vliegt met flinke slagen richting Nederland en dropt me in de eerste de beste schoorsteen. Net op tijd. Ik voel me weer thuis. Eerst maar even douchen en tot zinnen komen. Het bloed druipt nog van mijn lijf. De Bison Kit is uitgehard. Daarna ga ik snel op pad met alle cadeaus, helaas zonder mijn gevolg. De nacht blijkt veel te kort. 
 
 
Gepubliceerd op Schrijven Online op 20 december 2024 (schrijfopdracht: Aan de haard)

08-10-2024

Finish in Montmartre

Mathieu glijdt uit op de kasseien. Die schrikken enorm van het lelijke hoofd en stuiteren keihard naar beneden. Zo luidruchtig dat het de doden wekt op het Cimetière de Montmartre. Truffaut, Heine, Stendhal, Berlioz, Gall, Dalida, Degas, Fragonard en Foucault, staan ineens allemaal rechtop in hun graf. Gelukkig zet Potet, die vooraan op het kerkhof ligt, op tijd zijn esoterische gave in. Het brengt de doden tot rust. Dat is niet gezegd van de bezoekers van het kerkhof. Die schrikken zich een hoedje. Wat er koddig uitziet, op een doorgaans saai en grijs kerkhof. Dalida biedt nog wat troost en zingt spontaan: 'Paroles, paroles'. Maar ik dwaal af. Zoals zo vaak op kerkhoven.
 
Aldus legt Mathieu vlak voor de finish het loodje. Zo jammer. Hij wil deze unieke race graag op zijn palmares schrijven. Maar deze blijft voor eeuwig kleven aan zijn opa Poelid'or. Amusant nog om te vertellen. Mathieu's neergang na de afgang gaat via Place du Tertre (Place de Têtes voor insiders), alwaar fake schilders toeristen opwachten op karikaturale wijze. Lelijk als de nacht worden deze aldaar geportretteerd en financieel getild; met overdreven dikke kin en dito neus in vette houtskoolstrepen. Vervolgens wordt conform etiquette, braaf gelachen en gekucht. Fantastisch, geweldig, hoe barok het vertoon! Alleen witte (poeder)neuzen en roze wangetjes ontbreken nog, naast pruiken, hoepelrok en veel te strakke broeken.
 
Mathieu huilt voor de tweede keer. Montmartre en Parijs zijn niet aan hem besteed. Veel liever fietst hij rondjes rond de kerk en in de polder. Zijn avontuur eindigt niet zonder liefde, maar met een toevoeging op 'Le mur des je t’aime', een liefdesmuur waarop in 250 talen 'ik hou van jou' geschreven staat. Alle grote talen zijn vertegenwoordigd, maar ook bijzondere talen zoals Navajo, Inuit, Bambara, Esperanto ... en nu ook het Poeliaans.
 
-------------------------------------------
 
Schrijfopdracht #527 - Montmartre (8 oktober 2024) - Odile Schmidt
In Montmartre gaat het mis. Dat is de opdracht van 300 woorden maximaal. Uiteraard kun je Google gebruiken en research doen, Youtube filmpjes kijken maar ook je fantasie aan het werk zetten. Een vrouw, een man en Montmartre. Tip: er is ook een begraafplaats in Montmartre.

02-10-2024

Help ik val of toch niet help?

Help ik val of toch niet help? Joop weet het niet. Joop is fictief. Wil liever niet bij zijn echte naam genoemd worden. Ik heb voor Joop gekozen; Jopie in de volksmond, hij is immers het tegenovergestelde van Popie. Help ik val of toch niet help? is het laatste wat Joop zei toen ik hem gisteren tegenkwam. Opmerkelijk, Joop zoekt zelden hulp. Je krijgt ook amper hoogte van zijn belevingswereld. Wat gaat er nu precies in Joop om?

Niemand die het weet. Maar geen nood. Het werkt zo ook voor Joop. Hij heeft geen benul van wat er speelt bij andere mensen. Vaak weet Joop dan ook niet hoe te reageren op zijn omgeving. Al helemaal niet waar het mensen betreft. Het kan hem weinig boeien. Voor zijn familie is dat anders. Die heeft het laten onderzoeken. Typisch iets voor de familie van Joop. Die wil zekerheid, weten wat er speelt. Hoe past Joop toch in hun plaatje en in het plaatje van de omgeving? Niet. Hij past er niet in. Joop is namelijk neurodivers.

Hoppakee, meteen een etiket geplakt op Joop. En nu? Hoe nu verder? In welke mate neurodivers? Nou gewoon, compleet anders dan de rest van de familie. En maar goed ook. Het zou een saaie boel worden, al die typische mensen die typisch hetzelfde gedrag vertonen en typisch reageren op eender wat. Nee, Joop is de norm voor mij. Compleet normaal dus.

Joop weet dat. We laten elkaar met rust. Heerlijk. Genieten van elkaars aanwezigheid. Met traan en lach. Want ook al zien we deze niet, we worden ze wel gewaar. We brengen ze alleen niet naar buiten. Jammer? Misschien. Voor de omgeving misschien. De typische omgeving.

Joop is overigens niet gevallen. Maar dat terzijde. Een geruststelling voor de familie. Dat dan weer wel.
 
---------------------------------------
 
Schrijfopdracht #526 - Vallen (1 oktober 2024) - Odile Schmidt
Schrijf een kort verhaal waarin vallen een rol speelt. Het kan verval zijn of van de trap afvallen. Ook zou ik graag een bijzonder personage erin zien. Eentje die niet neurotypisch is of op een andere manier niet mainstream in maximaal 300 woorden.

 
 

25-09-2024

Luchthang

Er hangt een luchtje aan mijn fietsdoodschrift. Zijwieltjes heb ik vroeger nooit gekregen, wel een fiets met bananenzadel, superglad. Angsten heb ik uitgestaan. 
 
Wat ging er mis? Wat niet? Plassen in bed tot de middelbare school. Ik ruik het bruine natte zeiltje nog. Scherpe urinelucht in mijn neus, billen bloot en ijskoud. Daar ging het mis. Mijn zelfvertrouwen en mijn vertrouwen in de mens. Wat kon ik doen? Geurmeester worden om vieze luchtjes de baas te zijn en angstzweet los te laten. Verdieping zoeken in mezelf. Ik dook flink naar beneden, worstelde en kwam boven. 
 
Ik vertrok naar Parijs en fleurde op. Eerst aan de universiteit, maar bovenal in kleine straatjes en grote avenues. Meures de la beures. Daar ontdekte ik pas echt wat geurtjes met mensen doen. Van Chanel tot rotte vis, alle geuren nam ik waar en werd gewaar van een ultieme waarheid; ruiken is subjectief. Iedereen stinkt naar lekker. Dus laat maar lekker stinken. 
 
Luchthang als basis voor mijn fietsdoodschrift. Opdat anderen er van leren. Lekker stinken, lekker ruiken is de kunst, het overwint zelfs een slechte adem. Laat niemand je de lucht ontnemen. 
 
----------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht #525 - Introspectie (24 September 2024) - Anna Strijbos 
Schrijf een introspectief stuk naar de wijze van een novelle of roman. Waar Marguerite Duras of bijvoorbeeld Connie Palmen, met een zeer kritische en onverbiddelijke blik naar zichzelf kijken, is een zelfkritisch of zelfonderzoekend stuk interessant om te lezen, mits het goed geschreven is. Natuurlijk hoeft het niet autobiografisch te zijn, zoals Marguerite Duras schreef, maar het mag wel. Het maximum aantal woorden is 200.

11-09-2024

Last van schrijfregels

Ik heb last van schrijfregels, meld me vandaag ziek, zwak en misselijk. Rode inkt druipt op het laken en ik heb flinke hoofdpijn. Balen, want eigenlijk wil ik een keileuk verhaal schrijven. Maar hé, ik ben ook maar een mens, een schrijver ga ik mezelf niet noemen. Dat doen jullie maar. 
 
Krijg nou tieten. Mien heeft zich vandaag ziek gemeld. Watje, loser, ongesteld, wat een flauwekul. Net nu ik zin heb in een maf verhaal. Want maf dat zijn zijn verhalen. 
 
Ik heb al tieten, merk ik op. Aan beide kanten een. En wacht, ik voel er ook een op mijn rug. Kan dat, ja dat kan. Want ik schrijf stiekem toch. Onder de lakens. Samen met mijn dokter. Heeft hij zelf voorgeschreven. En het werkt. Voel me plots welgesteld. Ik zing zelfs een liedje. Iets over zingen in een kerk en pilletjes. Zelf geschreven, nooit uitgebracht. 
 
Hé hallo, ik ben er ook nog. Waarom schrijf en zing je niet voor ons, beetje rollebollen met doktoren, hoed je voor hun sperma. Levensgevaarlijk. Ik kan wel een prikkelwoord opgeven, mocht je geen inspiratie hebben. Wat te denken van tapir of bakfietsmoeder. 
 
Ik doof mijn sigaret op het hoofd van de dokter. Hij geeft geen kick. Maar ik weet beter. Het brandt echt wel door. Ik ben genezen zeg ik. Je mag naar huis. Volgende week geen nieuwe afspraak. Zonder zich aan te kleden vertrekt hij. Ik denk: koud. Pak een blok noot en begin te schrijven. In de bakfiets van mijn moeder zit een tapir. Een flinke en hij leefde nog lang en gelukkig. 
 
----------------------------------------------  
 
Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #523 - Tegen de regels (10 september 2024) - Odile Schmidt Schrijf een kort verhaal dat tegen schrijfregels ingaat. Gebruik bijvoorbeeld tell in plaats van show, meer dan drie personages of laat het verhaal stagneren. Vooral je eigen schrijfregels niet volgen kan een interessant resultaat opleveren. Maximaal 300 woorden.

27-08-2024

Spoken zien

“Ik heb een spook gezien!” 
“Dat zie ik.”
 “Enorm groot.”
 “Hoe groot dan?”
 “Zo groot, het past amper in mijn verbeelding.”
 “Dat is wel heel groot.”
 “Ik moet het nog verwerken.”
 “Dat begrijp ik, is het de eerste keer dat je het ziet?”
 “Ik denk het wel, maar weet het niet zeker.”
 “Kun je het beschrijven, in stukjes verbeelden?”
 “Ik zal het eens proberen.”
 “Doe maar op je gemak, ik heb alle tijd, ik zie dat het je raakt.”
 “Raken doet het zeker, het klotst tegen alle kanten van mijn hersenpan aan.”
 “Dat is pijnlijk, begin eens met een eerste stukje.”
 “Een hoekje, een randje of een uit het middenstuk?”
 “Doe maar uit het middenstuk, dat is wellicht wat makkelijker!”
 “Het is wit!”
 “Spierwit, vaalwit of donker wit?”
 “Ik weet het niet, ergens ertussen in, en er zitten vlekken op.”
 “Hoe zien die vlekken eruit?”
 “Het lijken wel vingerafdrukken.”
 “Van een man of een vrouw?”
 “Geen idee, kan ook goed van een dier zijn.”
 “Hoeveel afdrukken zie je?”
 “Op dit stukje drie, maar op een ander zie ik er weer twee, lastig.”
 “Houd ze maar goed bij elkaar die stukjes, op naar een volgend beeld.”
 “Ik weet het niet hoor, ik word er helemaal draaierig van, allemaal die losse stukjes.”
 “Doe maar een beeld uit de rand, misschien helpt dat tegen de draaierigheid.”
 “Effen kijken hoor, ik zoek me te pletter, ze zijn moeilijk te vinden die randbeelden, ik ben toch meer van het totaalplaatje, maar dat ben ik al jaren kwijt.”
 “Houd het dicht bij jezelf, dat werkt het beste.”
 “Ik heb er een, best wel eng hoor.”
 “Hoezo dat?”
 “Nou … het is min of meer een footprint … en ik weet niet zo goed of dat nu wel past bij mijn spookbeeld.”
 “Maar een footprint is toch alleen maar een goede basis om mee verder te gaan?”
 “Daar heb je een punt. Hee, hier heb ik er nog een. Ongelofelijk. Ook deze matchen met elkaar.”
 “Mazzelkont … zie je wel dat het gaat lukken … wat zie je precies?”
 “Nou, het ene beeld draagt een stukje sandaal en het andere beeld vult dit aan, geweldig toch?”
 “Zullen we dan nu voor een hoek gaan?”
 “Ik weet het niet hoor, hoekbeelden zijn niet makkelijk. Bijna altijd blauw. Te luchtig voor mij.”
 “Misschien beter stoppen dan en de volgende keer verder?”
 “Graag, I’m too puzzled voor mijn eigen spook!” 

--------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven online #521 - Ik heb een spook gezien (27 augustus 2024)
Nadine van de Sande
“Je kijkt alsof je een spook gezien hebt!” Die uitdrukking kennen we allemaal. In de opdracht van deze week is dat ook zo. Je personage heeft iets gezien dat zo naar, eng of verwarrend is dat het die uitroep bij een ander uitlokt. Probeer mee te nemen dat je personage niet goed onder woorden kan brengen wat het heeft gezien zonder de nodige scepsis op te roepen, dat maakt het verhaal spannender.
Je mag kiezen voor een spreekwoordelijk spook – dat nare, enge, verwarrende element – maar echte spoken zijn ook welkom in dit verhaal. Het maximale woordenaantal is 400. 

20-08-2024

Onomkeerbaar

De draad weer opgepakt. Woorden alleen, schieten tekort. Plaats geven lukt amper. Het is te vers. Staccato lukt een beetje. Dat moet dan maar. Vrienden begrijpen het gelukkig. Mijn collega’s nog niet. Ze houden wat afstand. Zien mij soms worstelen. Weten niet te handelen. Ik snap dat wel. Het gebeurde, te heftig. Onmacht bevriest hun aandacht. Dat dit is aangedaan?

‘Wat is er gebeurd?’ Ik val in armen. Ze bieden mij troost. ‘Kopje thee dan maar!’ Thee helpt bij verdriet. Meer nog dan koffie. ‘Ik ... ben ... gruwelijk ... toegetakeld.’ Zeg ik stotterend, snotterend. ‘Dat zien we, ja!’ Een stoel wordt aangeschoven. Ik zet me neer. ‘Midden in de nacht!’ Vrienden schrikken van verhaal. ‘Ik zoek nu rust.’ Ik mag blijven slapen. Durf niet naar bed. Het angstzweet breekt uit. Zij zien de paniek. ‘Je bent hier veilig!’ Dat besef ik wel. Maar mijn gevoel niet.

Collecte in de tram. Ik geef twee euro. Voor slachtoffers in nood. We zijn het allemaal. De collectant is blij. De tram stuitert verder. Het voelt niet senang. Mijn lijf doet pijn. Herstellend van het trauma. Maar ik moet verder. Zoek troost bij vrienden. Familie heb ik niet. Gelukkig zijn ze thuis.

Ik lig in bed. De ruimte is wit. Geroezemoes op de gang. Een verpleegster komt binnen. ‘Aha, meneer is wakker’. Ik zie toeters, bellen. Bedrading rondom mijn bed. ‘Waar ben ik zuster?’ Zuster zit naast me. ‘In het ziekenhuis meneer.’ Flitsen in mijn hoofd. Bitjes geheugen reframen langzaam. ‘Wat is er gebeurd?’ Zuster reikt water aan. ‘Drink eerst even wat?’ Zuinig sappel ik water. ‘U lag op straat.’

Ik hoor de ambulance. Voel me zwak, misselijk. Broeders tillen me op. Ik wil dit niet. Onrust in mijn lijf. Opstandig worstel ik los. De broeders knijpen hard. Ik rol ambulance in. Spreken lukt me niet. Een waas voor ogen. En ik val uit. Overgelaten aan mijn lot. Herinneringen wijzen de deur. Wat moet ik nu?

Klap op mijn gezicht. De deur uit getrokken. Geschopt, geslagen en gebeten. Hart bonkt in keel. Adrenaline spat uit aders. Woede, twijfel, angst overvallen. Ik zoek bescherming op. Houd vast aan agressor. Wachtend op een doodschop. Ik wil luid schreeuwen. Maar mijn stem zwijgt. Ik hoor iemand praten. ‘Je verdiende loon, hond.’ Dit is een misverstand.

Luid gebonk op deur. Irritant getik op raam. Gerammel aan het rolluik. Wie staat in brand? Slaapdronken veer ik op. Toch niet mijn ex? Niet weer dat gedoe? Ik kijk uit raam. Een vreemde gast beneden. Zij kijkt me aan. Is het een zij? Wie is die gast? Zal ik open doen? Een verward persoon mogelijk. Was ik dat ooit? Jazeker was ik dat. Medelijden overwint in mij. Doe de deur open.

----------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #520 - Aan de deur (20 augustus 2024) - Johanna Müller
Het is al laat. Je bent bijna klaar om naar bed te gaan (of je ligt er al in) en er staat plots een onbekende aan de deur. Die belt niet aan maar klopt als een wilde op je deur, op je raam, rammelt met de rolluiken.
De opdracht van deze week is: wat gebeurt er vanaf het moment dat je dat hoort, wie staat er aan de deur (als je die al opent) wie is het en wat gebeurt er vervolgens? Heb je spijt dat je de deur opende of net niet?
Je kan een verhaal maken van 500 woorden. Maak er een geloofwaardig verhaal van, en neem de lezer zeker mee in de verschillende emoties die je doormaakt als hoofdpersonage.

[Inspiratiebron voor mij was de film Irréversible. Een heftige film. Door de enscenering lijkt het kijken meer behapbaar, aan het eind edoch verontrustend. https://nl.wikipedia.org/wiki/Irr%C3%A9versible]

12-08-2024

Familieopstelling

We staan in het bos. De zon schijnt door de bomen en het ruikt heerlijk naar hars. Ik ben aan de beurt. De gedachte alleen al windt me op. Eerst maar eens mijn grote zus een plekje geven. Ze doet altijd onnozel dus plaats ik haar achter een dikke den. De broer die na mij komt, best aardig, zet ik dicht bij me. Op vijftig centimeter. Minder afstand kan ik niet verdragen en is gezien de situatie ook gevaarlijk. Mijn oudste zus kijkt uitdagend. Waar zal ik die eens plaatsen? Een takkewijf is het. Ik laat haar plaats nemen op een laaghangende tak van een dikke eik. Kan ze mooi overzicht houden. Mijn oudste broer dan nog. Met zijn overstelpend verantwoordelijkheidsgevoel stuur ik hem de struiken in. Nu is het zaak om de juiste tekst bij de juiste personen te vinden.

De therapeut naast me kijkt me aan. Hij ziet me worstelen. Ik heb het mezelf wel lastig gemaakt en moet bekennen dat ik de dingen misschien toch anders had willen doen. Ik kan dan ook niet de juiste woorden vinden bij mijn broers en zussen. Ze blijven wie ze zijn. Zichzelf helaas. Verplaatsen in een ander kunnen ze maar moeilijk. Hoeft ook niet. Het feit dat ik ze opstel geeft al voldoening. Geen terechtstelling maar een gekoesterde wens. Woorden zijn overbodig, daden ook. De therapeut ziet dat het kwartje is gevallen. Vanuit de kuil, die ik met veel pijn en moeite heb gegraven, kijk ik samen met hem naar mijn broers en zussen. Ik nodig hen allen uit om even te lachen en dan langzaam naar mij toe te komen en me een lieve aai over de bol geven. En zowaar, het gebeurt. Ik ben de gelukkigste man ter wereld. Heel even. Wie is de volgende?

--------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #518 - Setting (6 augustus 2024)  -  Odile Schmidt
Schrijf een kort verhaal waarin de setting net zo belangrijk is als de personages in maximaal 300 woorden.

07-08-2024

Bedleed

Ik droom. Denk ik toch. Maar is niet zo. Mijn droom is levensecht helaas. Zwevend door ruimte op een matras. Het prikt, het kriebelt, het jeukt vleselijk. Vastgebonden lig ik op een bed van doodsangst. Worstelend probeer ik me te bevrijden van de ketens. Maar ze laten mij niet gaan en houden armen benen vast. Wat en wie heeft mij gebracht naar dit vreselijke lot van vaagheid? Niemand  heeft me iets verteld, gewaarschuwd, over deze bizarre situatie waarin ik verkeer.

Ik besluit om het maar gewoon te accepteren, te doen of het niet bestaat. Echter zo blijk ik helaas niet getrouwd te zijn, want mijn hoofd sputtert stevig tegen. Hij slaat eerst van binnenuit tegen mijn slaap en bokst vervolgens tegen mijn ogen en oren. Klaarwakker ben ik ineens en besef onmiddellijk dat het geen droom is die mij achtervolgt maar werkelijkheid. En wel een van een ongelofelijke bitterheid, die me fysiek en mentaal gevangen houdt en me hevig treitert. Dit gaat mijn bevattelijkheid te boven en ik schreeuw het uit, voel me opgejaagd, niet begrepen en niet gehoord.

Alle communicatiemiddelen zet ik in en laat een postduif ontsnappen, al zuigend uit mijn duim, waar ik met mijn mond net bij kan. Maar ook de postduif weet zich met deze ruimte geen blijf en vliegt zich stuk op isolatie die zijn vrijheid belemmert. Hij landt op het bed waarop ik nog steeds vastgeketend lig en fluistert zachtjes woorden in mijn oor van liefde en geluk. Volgens zijn zeggen is gedeelde isolatie halve isolatie en knipt met zijn puntige snavel de ketens door die het verhaal eenzijdig tegenhouden. De bevrijding is groot en ik gooi meteen alle ramen open, maar kan niet kiezen uit welk raam ik mijn toekomst tegemoet ga springen.

-------------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #517 - Isolatie (30 juli 2024)
Odile Schmidt
Kies of verzin een plaats met geïsoleerde ligging en laat deze een belangrijke rol vervullen in een verhaal van maximaal 300 woorden. 
[Ervoor gekozen om het aantal woorden per zin te laten toenemen met steeds een woord extra]

24-07-2024

Een lange zit

Ze lopen al een tijdje door de wijk. Keurig gekleed stappen ze mijn oprit op. Ik doe de deur open.

'Goedenavond meneer, wij komen u spontaan een bezoek brengen om met u in gesprek te gaan over het leven in zijn algemeenheid, komt het gelegen?'

'Zekers, praten over het leven is mijn hobby, maar wacht ik haal even een stoel dan kan ik beter luisteren.'

De beiden dames kijken elkaar aan en ogen wat verbaast.

'Zo daar ben ik weer, brandt u los.'

Buiten begint het een klein beetje te miezeren.

'Nou meneer, wat wij graag willen weten is hoe het momenteel met u gaat en met uw leven, gaat het goed of zijn er obstakels of juist geluksmomenten?'

'Prima, geen obstakels, nu en dan een geluksmoment, niet te veel gelukkig want geluksmomenten zijn het meest vermoeiend. Dat vergeten mensen wel eens, dat geluk ook energie kost.'

'Dat is zeker waar meneer, fijn dat het goed met u gaat en dat er geen obstakels zijn op dit moment maar die kunnen altijd komen, hoe gaat u daarmee om?'

De miezer gaat over in lichte regendruppels, de dames halen uit hun tasjes een plastic regenmutsje en plaatsen dit op hun gesteven haardos.

'Dat hangt ervan af hoe ik in mijn vel zit en de aanleiding van het obstakel. Wanneer het obstakel niet te duiden is kan ik erg ongeduldig worden. Meestal tel ik dan tot tien. Dat helpt maar heel even.

Het begint nu echt hard te regenen. Mijn vrouw roept of ik de tussendeur dicht wil doen, ze krijgt het koud. De dames halen uit hun tasjes een plastic regenjas. Aankleden verloopt moeizaam, de dames zijn een beetje nat en het plastic stropt.

'Gelooft u meneer?'

Aha. Daar komt de reeds verwachtte aap uit de mouw. De diepte in.

'Ik ben een grote fan van Dante en van mezelf mevrouw. Het geloof komt via hen tot mij. Kent u Dante?'

Ik zie de dames voor mij even nadenken en stilletjes overleggen. Iets over wegwezen.

‘Dante zegt ons niets meneer, maar kent u onze lieve heer?’

‘Onze lieve heer? Eentje maar? Ik ken er wel wat meer die lief zijn? Maar wie is die van jullie? Delen jullie hem ook samen?’

Alsof de duvel ermee speelt. De dames pakken plots de biezen en hun bezemstelen. Weg zijn ze. En we beginnen pas? Dat is ook niet aardig.

 

-----------------------------------------------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #516 - Nog even blijven plakken  (23 juli 2024)
Nadine van de Sande  
Maximaal 400 woorden.

We hebben het allemaal wel eens meegemaakt: “Het is maar eens tijd om naar huis te gaan,” maar een kwartier of een halfuur later staat de gast nog steeds met een been in en het andere been buiten de deur.
Soms is dat gezellig, maar soms ben je continu aan het hinten dat de gast toch echt, langzaamaan moet gaan ver-trek-ken...
Hoe dan ook, ‘even blijven plakken’ gaat over een actie die maar blijft slepen, zonder dat er iets spannends of interessants gebeurt.
In de opdracht van deze week blijft een gast – gezellig of vervelend- plakken. Schrijf over hoe die aanloop van vertrek maar blijft duren en duren. De uitdaging is om dat zodanig te schrijven dat het leuk of interessant blijft om te lezen. We willen niet dat de lezer ook de schrijver de spreekwoordelijke deur uit zou willen werken…
Zie deze opdracht als een kleine schrijfoefening om de balans te vinden tussen iets wat maar blijft slepen en daarom geschrapt moet worden en iets beschrijven wat ongemakkelijk of relatief langdradig is, maar wel op papier moet komen te staan.

 


 

26-06-2024

Het bizarre verhaal van Joke Jugendstiller

Joke had niets op met haar jeugd. Smoorverliefd was ze op Hubert, haar alles. Hubert zou haar door die vreselijke vleselijke jeugd heen helpen. Kortom Hubert was haar grote licht. Joachim, haar erg luidruchtig en aanwezig broertje vond de liefde die aanstonds was helemaal niets. Bovendien was hij dol op zijn grote voorbeeld Hubert die hem altijd wist te temperen, zowel realistisch als magisch. Een gouden combinatie was het. Alleen de driehoek paste Joachim niet zo goed. Vierkant tegen was hij zelfs. Een hartig woordje zouden broer en zus met elkaar spreken. Ware het niet dat Hubert zorgde voor een tussenkomst, nog voordat Joachim kwam. Gelukkig maar. Zoveel geiligheid verdraagt een boek zelfs niet.

"Boek, boek? Wie heeft het hier nu over een boek? Domme doos!" De toon was gezet. Joachim was bij Joke in haar hoofd gekropen en had onmiddellijk haar gedachten geraden.

"Verdomme Joachim, je speelt vals, wacht maar tot Hubert komt, jij minkukel!"

Daar popte Hubert al op. Hij nam meteen het woord en verdween snel achter de struiken. Gekend met het reactief gedrag van de familie Jugendstiller, deed hij er beter aan om even te schuilen. Hij was ook niet voornemens het woord snel terug te geven en wachtte de reacties van Joke en Joachim geduldig af. Die hadden intussen behoorlijk mot en sloegen elkaar de hersenpan in. De hersencellen dropen langs hun wangen naar beneden, smolten samen en hergroepeerden zich tot een nieuw brein. Een superbrein dat Hubert nogal verbaasde. Het was zo groot als een schoenendoos. En die schoenendoos nam vervolgens hem de maat. Of hij nog iets bij te dragen had tot deze discussie? ‘Welke discussie?’ vroeg Hubert zich af. Een discussie tussen maatje 37 en 43. En Hubert ... tja ... die fungeerde als lepel. De schoenen moesten immers passen.
 
Mijn eerste bijdrage op website 'Schrijven Online' ( geplaatst op Themaforum: Wekelijkse schrijfopdracht) met als Schrijfopdracht #512 - De doos (opgezet door schrijfcoach Odile Schmidt).
Schrijf een kort verhaal waarbij een doos een cruciale rol speelt in maximaal 300 woorden.
Hier de link naar het verhaal op Schrijven Online.
 
De eerste alinea bestaat uit 120 woorden met daarin verhaspelt het woord 'Jugendstil', dat weer als schrijfthema diende voor Week 26 op de website 120W. Onder dezelfde titel geplaatst op 120W. Dit stukje heb ik als uitgangspunt genomen voor de Schrijfopdracht #512 - De doos op Schrijven Online. 
Hier de link naar het verhaal op 120W. 
Deze versie is ook geplaatst op website Web Tales. 
Hier de link naar het verhaal op Web Tales.