Posts tonen met het label lichaam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lichaam. Alle posts tonen

09-08-2025

De mantel uitvegen

Iemand op zijn kop geven met een plumeau. Dat zou wat zijn. Met zachte veertjes aan een stok de oren kietelen, de neus poetsen en zijn oksels vegen. Tot tranen toe, immers een dag niet gelachen is een dag niet geleefd. Het stof vervolgens buiten uit de plumeau kloppen. Daarna nog even met de hand de plumeau rechttrekken, opdat de veren zich weer netjes plooien, voor een volgende beurt. Hij kan weer terug in de meterkast. Het spel kan beginnen. Naked truth. Inktplaatjes laten niets te wensen over. Vastgebonden aan zijn bed en aan het leven. De verhalen laten zich vlotjes lezen. Een anker en daaronder mams, een veilige haven, om steeds opnieuw bij thuis te komen. Haar ultieme mantelzorg.

16-12-2023

Gerard van de droom

Spiegel vloekt naar mij
Weet je het alweer niet?
Wat zie je er uit!
Neusharen rijzen ten berge
Woest uit mijn neusgaten

Kam mijn haren
Poets mijn tanden
Het helpt niet
Langzaam ten onder
Sprakeloos de conversatie

Jij en ik, zij en hij
Zo verschillend
Tanden op geloof stukgebeten
Ik ben … dus fuck it
Gedoe om niets in het zijn

Dus zwijg ik
Voor het eerst
Last valt van lijf
Ledematen nemen geen maat
Hoofd in ruste


Inzending eerbetoon Gerard Reve op pomgedichten:

31-12-2017

120 Woorden December 2017

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.


Te kakken gezet (01-12-2017) (Geen themawoord)

Ik geloof mijn ogen niet. Een wrede beul verkleed in Sinterklaaswolfkleren gooit een kleine borrel achterover na het vonnis dat lang na datum eindelijk is uitgesproken. Hij viert zijn eigen feestje, als een verontwaardigd klein kind dat zijn zin niet krijgt maar wel alle aandacht vraagt.

Kinderen mogen dan onschuldig zijn, hij niet. Aan het eind van alle zittingen is hij uiteindelijk de grote spelbederver en zet zichzelf te kakken. Niemand die hem de broek zal opbinden. Ondenkbaar. Het hemd is hem nader dan de rok. Een klein eigen volk gelooft de Sinterklaas in wolfkleren.

Kent een oorlog überhaupt winnaars? Genocide is never nooit geoorloofd. Het zet de mensheid te kakken. Rijp voor het helletheater is deze man, zonder vergeving.


Ad de Koning meets Eric Vloeimans (05-12-2017) (Themawoord: Triolet)

Troubadour Adje de Koning verveelde zich te pletter. Met haast alle dichtvormen had hij al de liefde bedreven. Maar niets, helemaal niets bevredigde hem nog enigszins, op taalgebied. Totdat hij een optreden bezocht van een nog maar pas bekende trompettist, Eric Vloeimans. Zijn intiem en vloeiend trompetspel inspireerde Adje tot het schrijven van een nieuw gedicht.

Een triolet klinkt als een schuine schuiftrompet
Het husselt woord en klank als nooit tevoren
Ook wel ingewikkeld voor de oren, hoe supervet
Een triolet klinkt. Als een schuine schuiftrompet
Op hol slaat, neem hem dan gewoon mee naar bed
Soms is het gewoonweg niet om aan te horen
Een triolet. Klinkt als een schuine schuiftrompet
Het husselt klank en woord als nooit tevoren


Trioletsel (05-12-2017) (Themawoord: Triolet)

‘Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen. Oren, ogen, puntje van je neus. Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.’

Wie kent het niet? Een kleine yoga-oefening voor de kleinsten onder ons. Aarden met gebarentaal. Van boven naar beneden en weer terug.

In de herhaling van dit mooie dicht zit een heuse mantra verstopt. En echt de kinderen worden er heel rustig van. Zolang je het maar voldoende herhaalt. Blijven doen dus, dat herhalen.

Wel even opletten bij het stukje ‘oren, ogen, puntje van je neus’. Het hanteren van de juiste volgorde in deze is zeer essentieel voor een goed resultaat.

‘Ogen, puntje van je neus, oren’, niet doen. Het kan leiden tot vervaarlijk trioletsel en verminkte lichaamsdelen.


Toilettriolet (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)

Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
Onder het zwaarmoedig pissen, wist de man zich ervan te vergewissen, dit gaat niet lukken
Zal ik uit een heel ander vaatje tappen, dacht de man nog rectaal en vet?
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
De rijm kwam ineens spontaan uit zijn kleine gat gespoten, het ging ineens van retteketet
Het verzameld werk zag er niet onaardig uit, nadat hij erin was geslaagd te bukken
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
Onder het zwaarmoedig pissen, wist de man zich ervan te vergewissen, dit gaat niet lukken


Chocolade studententrioletters (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)

In de kamer op drie hoog is de lucht niet te harden. Verspreid over de vloer liggen drie half ontblote studenten, zesendertig lege flesjes bier, flink wat Sinterklaaspapier en wat kledingstukken. Het gesnurk is niet te harden.

De huisbaas heeft gelukkig een reservesleutel. Gebeld door een ongeruste ouder is hij even poolshoogte gaan nemen. Het pand was nochtans moeilijk te bereiken. En wat deed in hemelsnaam die gestippelde schimmel op de gang? Zou Sint die zijn vergeten?

Voor de deur, op de mat. ligt een wel hele vreemde chocoladeletter. Geen A, geen W, geen T, het is een ratjetoe van alledrie. Een zelfgemolten letter. Hij zit er best raar uit. Met kleine groene spikkeltjes, heet lijkt wel gras. En stinken!


Triolettenbal (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)

Het triolettenbal in Riga werd een heel groot feest. De organisatoren hadden even gevreesd voor weinig deelname. Maar de aanmeldingen waren binnen no time binnengelopen. Sterker nog, een extra tent werd ingezet om aan de ruime aanmelding te voldoen. Achter op de plaats was gelukkig nog plek genoeg.

De organisatoren hadden flink vooronderzoek gedaan om een goede inschatting te kunnen maken op een succesvol slagen van het bal. Er moest immers ook verdiend worden. De inschatting leidde tot een aanname van aanmelding van pakweg dertig trio’s. Dan praten we dus over negentig trioletten. Maar het werden er veel meer. De uitnodiging ging viral en uit het buitenland meldden zich nog zeker tien trio’s. Voor herhaling vatbaar dus, zo’n sexy triolettenbal.


Lekkere trioletten (08-12-2017) (Themawoord: Triolet)

Nou, dat is me ook wat. Sta ik bij de lokale fritesboer, want het regent pijpenstelen en het is maar twee graden boven nul en het regent keihard en ja dan wil ik wel eens verzuim plegen in de keuken, staat er nota bene iets nieuws op de menukaart. Trioletten!

Die moet ik natuurlijk proeven. Of ik er mayonaise, curry of joppiesaus bij wil? Niet zo moeilijk natuurlijk. Joppiesaus. Mmmm. Ik ben razend benieuwd waar de trioletten naar zullen smaken.

Thuisgekomen neem ik er een biertje bij. Bier gaat natuurlijk bij alles samen. Dat is niet met whisky. Maar daar is het misschien ook iets te vroeg voor. Ze smaken heerlijk, de trioletten. Komt nog het dichtst bij een kroket.


Tom troffelt met veel tromgeroffel (11-12-2017) (Themawoord: Troffel)

Tom’s eerste werkdag is aangebroken. Op zijn tandvlees meldt hij zich bij zijn baas. Tom heeft een hekel aan kou. En al helemaal aan sneeuw.

Hoe haalt de werkgever het überhaupt in zijn hoofd? Bij deze vrieskou huizen bouwen is not done. Laat staan muurtjes metselen. Maar Tom moet er aan geloven. Hij mag opperen.

Hij trekt zijn handschoenen aan en een lelijk gezicht. Vijftien kruiwagens stenen levert Tom aan. Hij zal ze krijgen en zijn mannetje staan. Opperen niet mopperen.

Maar Tom is Tom niet als ie stiekem niet even troffelt. Al is het maar een meter. Hoe doet ie anders evaring op? Met veel getroffel en tam tam laat Tom zien wat ie kan. Tom troffelt met tromgeroffel.


Troffelmayonaise (12-12-2017) (Themawoord: Troffel)

In een grote bak met specie roert de metselaar zijn cement klaar. Hij moet nog twee muren metselen. Twee muren van vier meter breed en drie meter hoog. In een meter gaan vijf stenen, in de breedte. In de hoogte zijn dat er twintig. Dat wordt dus nog 2400 stenen metselen.

Gelukkig heeft hij iemand bij zich die goed kan opperen. Iemand die van wanten weet. Althans dat oppert hij. Hij is niet voor niets een meesteropperraar. Je hoort hem nooit mopperen. Hij is geen mopperkont. Wel heeft ie een flinke opperkont. Stevige hamstrings van het bukken.

Vrouwen die voorbij marcheren lonken naar hem. De metselaar lonkt terug. Maar iets te lang. Langzaam is zijn specie verworden tot troffelmayonaise. Onbruikbaar.


Christroffel (17-12-2017) (Themawoord: Troffel)

Bijna Kerstmis en iedereen is weer in de weer voor het meest romantische kerststukje. In groen en rood. Of zijn de modekleuren dit jaar goud en zilver? Wie zal het zeggen? Ik besluit mijn eigen modegoeroe te zijn. Eigentijds vanzelfsprekend.

Het moet iets oosters zijn besluit ik. Iets met een chris. Die heb ik nog in een lade liggen, in een kastje op zolder. Dat wordt mijn uitgangspunt. De chris zit ook in christus, one way or another. Een steekspel.

Ik zoek nog naar een natuurlijke tegenpool. Was het geen timmerman, zijn vader? Yes. Dan maak ik er een metselaar van. In de schuur ligt nog een troffel.

E voila, daar is kindeke Jezus geboren. Christroffel, in zilver en goud.


Vlucht naar Egypte (19-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Er zijn moppen die beklijven, nergens over gaan en toch alleszeggend zijn. Die persoonlijke smaak overstijgen, verbinden in gulle lach, desnoods onbegrip. Bevrijden, wringen. Contradicties in terminussen.

Behalve als ze door dezelfde oom urenlang orakelt worden op lange winteravonden. In de zomer kun je ze ontvluchten door simpelweg naar buiten te rennen. Maar in de winter zijn het soms ware martelingen. Beslagen ten ijs moet je dan komen om die ludieke saaie oom de moppenmond te snoeren.

Ik waan me dan altijd op een grote zandvlakte, in bloedhete zon, ergens in Egypte of Marokko. En wanneer het blijft knellen gooi ik hem eruit:

‘Het is geel en trekt door de woestijn?’

‘Een kudde vanille-yoghurt.’

Niemand lacht. Te absurd voor woorden.


Zandvlakteloper (19-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Je moet het maar kunnen? Twee weken lang, onder een bloedhete zon, op blote voeten, met twee bulten op je rug en volle bepakking, door brandend zand klossen, zonder te mopperen. Ik kan het niet. Zelfs met voldoende nachtrust ben ik er niet toe in staat. Maar ja, ik ben er ook niet voor gemaakt, voor uitgerust, laat staan geschapen.

Mijn kameel wel. Een goede lobbes is het toch. Hoewel hij ook zijn makke heeft. Zo weigert mijn kameel steevast zandhellingen te nemen. Daar moet je mee aankomen binnen een karavaan wildemannen. Voor zouthandelaren smaakt dat bepaald niet zoet. Het is zout in een open wonde strooien. Ik zeg er dan ook niets van. We lopen gewoon een eindje om.


Zeekasteel (20-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Jarenlang, hele lentes en vroege zomers had ik al geoefend. In de zandbak in een veel te kleine tuin. Met kleine schep en dito emmer. Een grote schep en emmer hadden niet eens gepast.

De kastelen die ik iedere dag opnieuw bouwde waren nooit een lang leven beschoren. De zand plakte niet goed. Er miste iets. Omdat mijn zandkastelen snel instortten besloot ik al snel om er vooral veel te maken. Oefening baart kunst.

En nu was het eindelijk zover. Op een enorme zandvlakte bij Kijkduin zette ik de shovel aan en schraapte de bovenlaag los van het strand en schiep een enorme berg. Ik boetseerde met behulp van een reuzengieter vol zeewater een strandkasteel. Mijn gedroomde sprookje kwam uit.


Tellen op de horizon (20-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Op de horizon loopt een klein mannetje. Zodra ik dichterbij kom wordt hij wat groter. Geen fata morgana mag ik hopen. Gelukkig zindert het silhouet niet als ik steeds dichter de horizon nader.

Het mannetje loopt druk op en neer. Soms stopt ie even en kijkt dan door een klein kijkertje op een statief. Ver kan deze niet kijken. De horizon die ik voor me zie is vrij kort. Valt eigenlijk precies in mijn gezichtsveld.

Nu ik zeer dichtbij ben zie ik dat het mannetje door het zand loopt. De korrels spatten omhoog, het is zeer droog en warm op de horizon. Ik vraag wat de man precies doet. Meten zegt hij. Ja, en wat dan precies? Nou gewoon, zandvlaktemeters.


Zandvlaktegels (21-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Ik ben bij de bouwmarkt om een kerstboom te kopen. Liefst een blauwspar, maar die zullen wel weer op zijn. Aangezien ik geen andere wil, besluit ik er dit jaar geen te kopen. Ook geen nieuwe kerstverlichting, want die gaat toch maar ieder jaar stuk. Maar wat dan wel? Ik houd geld over. Daarvan moet iets gekocht worden. Het brandt in mijn broekzak.

Mijn ogen vallen op een vreemd soort tegels. Wellicht handig voor een mooi pad in de tuin van mijn vader. Ze zijn goed vlak en scherp geprijsd. Ze zijn voorzien van een plastic coating met daarin zand verwerkt. Zandvlaktegels staat op een bord geschreven. Als ik met een tegel schud lijkt het zand te sneeuwen. Heel bijzonder.


Graveelzandvlakte (22-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Met grote verbazing bezie ik het bodemvlak van mijn toiletpot. Ik zie donker zand. Het lijkt wel bastaardsuiker. Ik leek heel even zwarte poedersuiker uit te plassen. Moet ik nu de loodgieter bellen, mijn dokter of een aannemer? Misschien is het wel bijzonder kostbare zand. Ik besluit ook een juwelier te bellen. In die volgorde dan maar. Ik maak ook een foto, om door te appen.

De loodgieter stelt voor het goedje uit te scheppen en te zeven. De dokter stelt gerust. Niergruis, compleet onschuldig. Lucht het niet op? De aannemer ziet er geen geld in. De juwelier daarentegen wel. Met graveel kun je blijkbaar prachtige edelstenen maken. Zou hij er dan uiteindelijk het meeste de ballen verstand van hebben?


Meten in zand (24-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)

Het bepalen van de oppervlakte van een terrein lijkt een eenvoudige zaak. Het opmeten van hellende, of diep ingesneden terreinen stelt echter heel wat praktische en juridische problemen die een landmeter moet oplossen.
Zeker in de regio.

Vroeger niet. Toen gebruikte men oude maten. Bijvoorbeeld meten met zandvlaktemaat. Hier een overzicht van die oude maten:

Het gemet, de gras in Groningen, ongeveer een halve hectare (de hoeveelheid gras die nodig was voor een koe), de deimat of dagmaat (de hoeveelheid land die een maaier per dag kon maaien), de hont, de bunder, de dunam, de hoeve, de loopense, de morgen, de mud, de pondemaat, de roede, de schat, de schepel, de snees, de spint, de vatzaad, de wind, het zand.


Lichaamstaal (26-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Net nadat ik mijn handen uit de mouwen steek, neemt mijn buurvrouw de teugels in haar hand. Ik knijp mijn ogen dicht. Ze heeft haar oren niet gewassen. Bah. Ach. Ik weet het, ze leeft als een hart en ze houdt de hand op mijn zak. Wat wil ik nog meer? Waar de lippen werken daar rusten de handen. Ik heb het niet achter mijn oren en ook geen ogen op mijn rug.

Ik vlieg liever van haar hand. Er zijn veel ezels met twee benen. Een volle buik peinst op geen lege. Ik kom handen tekort. Handen in de schoot dat geeft geen brood. Dan ben ik er met hart en ziel bij. Ik moet er niet aan denken.


Belichaamstaal (27-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Oh schoon en prachtig lichaam. Laat mij u bezingen. Top down en bottom up. Your body, my body, zijn ze niet prachtig? In bruin en in wit, in oker of haast zwart, rossig, rood in alle tinten grijs, gerimpeld of heel strak? Bij Adam stokt de keel en Eva laat ons rillen. Bloot en glanzend in alle naaktheid. Wat is de mens toch mooi.

Laten we onze lichamen voor eeuwig en altijd belichamen en toejuichen in roze, zilver en in goud. Superieur aan vissen, hagedissen, vogels en de mieren. Ons stoere lijf kent geen angst of vrezen, hooguit soms een beetje beven. Laten we de krachten blijven bundelen, verenigd in ons blote lijf. Pas dan zullen de robots uiteindelijk zwichten.


Lichaamseigen (29-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Heel langzaam loop ik mijn lichaam na. Rechtstreeks, niet via een spiegel. Noch via een staande spiegel noch een hangende. Ik ben geen heks. Ik ben ook helemaal niet mooi. Eigenlijk ben ik heel lelijk. Zegt men. Men ja. Alsof dat zo belangrijk is, wat men ervan vindt. Van mijn lichaam. Blijkbaar. Er is geld aan te verdienen. Niet blijkbaar. Zeker weten.

Alles in winkels is erop gericht. Op mooie lijven en lichamen. Lijven is voor popiejopies. Lichamen voor de anderen, die niet popiejopie zijn. Ik kijk via mijn schouder, naar mijn bovenarm en onderarm, naar mijn pols, hand en vingers. Die houden een pen vast. Daar schrijf ik dit stukje mee. Lichaamseigen. Mooi man. Dat mijn lijf dat kan.


Lichaamsfobie (29-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Iek een vinger. Een duim, een pink. Zijn dat dan geen vingers? Nee. Ze ringen, wijzen en middelen niet. Iek een onderarm, een bovenbeen, een onderbeen en bovenarm. Wat doen ze hier? Aan min billen, schouder, nek. Ze zitten op de verkeerde plek. En dan die neus, bovenop mijn ballen. En de ballen op mijn rug.

Ik wil alleen maar ballen in mijn broek. Hoe kan dat toch? En dan die dikke buik, onder mijn knieën. Geen gezicht. De haren rijzen onder mijn tenen. En mijn mond die valt bijna uit mijn bilnaad. Van schrik. Ik droom toch niet? Is dit echt? Dan heb ik de schrik toch goed te pakken. Zwakke ruggengraat zegt de dokter. Wat een ongelofelijke wijsneus.


Hemellichaam (31-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Onder de hemel bevindt zich een lichaam, het enige echte hemellichaam, mijn lichaam. Het belichaamt mijn hemel volledig. Hoe langer ik kijk naar mijn hemellichaam, hoe mooier het wordt. Geen zon, maan of wolk kan het verblinden noch verbloemen. Mijn hemellichaam is goddelijk. Het is god, del en lijk tegelijk.

God want ik aanbidt het als geen ander. Del want het smaakt naar meer, altijd. Lijk zodra het slaapt. De rust zelve. Moordend, dodelijk, zwart. Pikzwart in het donker. Mijn goddelijk lichaam. Mijn hemellichaam is hemels. Het smaakt zoet, zuur, zout, bitter maar vooral zalig hemels. Gelijk hemelse modder.

Gevechten wil ik houden met mijn lichaam. Hemelse moddergevechten, eindigend in amoureuze vrijpartijen. Me and my body. Whatelse, whomelse, whyelse, hemels.


Geurvreters (31-12-2017) (Themawoord: Lichaam)

Lichamen zijn ware geurvreters. Neem nu kaas. Kaas gedijt goed op lichamen. Zeker op de mannelijke. Maar de vrouwelijke kunnen er ook wat van. Kop- en hoofdkaas. Teen- en voetenkaas. Voedingsbodem ook voor prachtige schimmels, lichamen.

Lichaamsschimmels zijn vaak prachtige schimmellichamen. In wit, groen, grijs, geel, rood en blauw. In alle geuren en kleuren bewijzen ze hun diensten. Geven soms waarschuwingstekens af of lokroepen. Angst en zweet het ruikt ook zo lekker. Om maar niet te spreken van het zoele vrijvocht. Wie steekt zijn neus daar niet graag eens in?

Uit alle lichaamsgaten zweven geuren regelmatig naar buiten. Soms dwepend langzaam, soms met brute kracht. Odeuren ontvallen ons op de meest aangename momenten. Ze zoeken naar verbinding. Een groot feest.

22-11-2017

Onbestaanbaar

Dit is een verhaal van iemand die niet bestaat. Onbestaanbaar? Nee hoor, onder mijn vingers komt hij of zij die onbestaanbaar is tot leven. Dat is nu het mooie van schrijven. Je staat op, gaat naar het toilet, wast je handen, gezicht en oksels, poetst je tanden, kleed je aan, zet een kopje koffie, smeert een boterham, of twee, leest de krant, fysiek of digitaal, maakt niet uit, geeuwt eens stevig, strekt je armen daarbij hoog in de lucht, denkt wat na en voilà, daar komen de woorden al.

Hoe laten we hij of zij die binnenkort bestaat eruit zien? Compleet met alles erop en eraan of gemankeerd? Met een been eraf of arm of hoofd. Nee, dat laatste wordt een beetje moeilijk. Hoezo moeilijk? Zo overschat, dat hoofd in onze westerse wereld. Alsof je niet vooruit kunt met slechts een lijf, armen en benen? Echt wel. Zeker als het hele mooie armen en benen zijn aan een evenzo mooi lijf. Gebruind door de zon, flink gespierd, maar ook weer niet te. Geen gezeur aan je hoofd. Precies. Een lijf, armen en benen die altijd zwijgen en nooit zeuren. Zou toch mooi zijn? O ja, en liefst ook naar een paar mooie voeten om op te lopen en evenzo mooie handen om dingen mee aan te pakken of mensen de hand te schudden.

Jammer is wel, dat je dan niet kunt voelen hoe die hand binnenkomt, hoe die reikende hand voelt zogezegd. Dat doe je met je hoofd meestal, toch, dat voelen? Of kan dat ook alleen met je lijf en leden en niet te vergeten met je hart? Ach, als ik dat wil dan kan dat gewoon. Ik schrijf het onbestaanbare toch? Komop zeg. Een beetje overtuiging, een beetje geloof in jezelf schrijvertje. Ook al zoiets, geloof, een typisch hoofddingetje. Of kunnen we ook geloven met handen en voeten? In de liefde wel, geloof ik. Of bedenkt een hoofd dat weer? Kopzorgen van een man in de liefde. Niet te verwarren met kopzorgen in seks. Over seks gesproken. Daar zou ik dan toch wel een hoofd bij willen hebben. Om te zien, proeven en ruiken, hoe lekker het smaakt. En voelen, hoe het hart bonkt in de keel. De keel reken ik bij het hoofd, by the way, wel zo handig.

Enfin, hoe zien mijn binnenkort bestaanbare lijf en leden er dan precies uit? Naast mooi gebruind en gespierd? Zacht, zeer zacht. Voor de tactiele ervaringen. Zonder hoofd moet ik immers op een andere manier de aandacht trekken van het andere geslacht. Aandacht van hetzelfde geslacht mag ook wel, maar dat levert uiteindelijk niets op. Qua voortplanting dan, het blijft steken bij Spielerei. Nee, ik wil het binnenkort bestaanbare uiteraard in contact laten komen met het andere geslacht opdat voortplanting, vermeerdering van de tot voor kort onbestaanbare soort gegarandeerd is, mogelijk wordt. Dat gaat het beste met een zachte huid. Eentje die ook nog eens lekker ruikt. Misschien komt er dan zelfs conceptie met een bestaanbare soort met hoofd en dan ... nu ja ... de rest kunt u wellicht zelf invullen lezer. Dan is de cirkel weer rond en hebben we gelukkig weer kopzorgen, andere kopzorgen, een hoofdzaak in de westerse wereld waarin wij leven. Noem het bestaansrecht. Krom eigenlijk.

20-03-2017

Hoorbaar schrijven

Ik hoor mezelf schrijven. Een grappige gewaarwording. Het kriebelt in mijn oor. Losse woorden. De harde klinkerwoorden maken het meeste lawaai. De lieve fluisterwoorden maken dat goed. Soms schuurt er een hard schel woordje tussendoor. Ze mogen er allemaal zijn van mij. Ze hebben ieder op zich bestaansrecht. Anders komen ze toch niet aan mij voorbij? Heel soms vraag ik me af waar ze vandaan komen. De bestaande en de niet bestaande woorden. Uit een collectief geheugen dat alsmaar toeneemt. Verraderlijk, want de meeste verstoppen zich diep in mijn bewustzijn. Vooral de pijnlijke woorden. Voor hen ben ik het liefst Oost-Indisch doof. En toch? Het zijn juist die woorden die vaak het mooist klinken. Ze komen uit mijn diepste ziel en kamers aangeslopen en pakken mij dan bij de lurven. Nog voor ik er erg in heb.

Telkens weer verbaas ik mezelf erover. Bij Toutatis, zou Asterix tautologisch zeggen. Keltische god der kunsten. Waartoe natuurlijk ook de schrijfkunst behoort. De woorden vatten mij bij de lurven. Maar zelfs Toutatis heeft nooit weten te ontdekken waar de lurven nu precies zitten. Het is een fictief lichaamsdeel maar het schijnt. Maar zo ken ik er meer. Ze houden mij niet voor het lapje. Grote argwaan krijg ik bij het woord lurven. Fictief of niet. Ze zitten ergens. Misschien wel bij de kladden. Maar ook die zijn nog bij niemand ontdekt, laat staan vastgesteld. Mocht iemand ook maar enig spoor ontdekken van lurven of kladden, laat het mij dan onmiddellijk weten.

Vooralsnog stel ik mij de lurven plastisch voor als een setje ledematen. De meeste ledematen komen twee keer voor. Dus mijn gedachtegang is vrij legitiem. Aangezien ik met mijn reguliere ledematen niet hoog bij mijn ruggengraat kan komen, positioneer ik ze voor het gemak daar. De lurven zitten dus bij mij ergens halverwege de ruggengraat, aan beide zijden een. Ik stel ze voor als chips. Knisperend, dun, nog het meest vergelijkbaar met onze oren. De celstructuur van de lurven is ingenieus. Zij is opgebouwd uit kleine kamertjes die allemaal hun eigen woorden bevatten. Zijn ze dan niet te klein, voor mijn mega woordenschat? Nee. De indeling is namelijk niet zichtbaar met het oog. Wel met het oor. Vandaar dat ik graag luister naar mijn lurven. Ik put er geweldige woorden uit die ik vervolgens samensmelt tot tekst. In beginsel gaat de tekst vaak nergens over, maar gaandeweg vormt zich toch een interessant geheel met verrassende rode draden. En u weet als geen ander lezer, daar waar rode draden lopen, gaat het ergens over. Nietwaar?

Enfin. Ik put dus uit mijn brein, mijn lurven en het collectief geheugen dat al eeuwenlang is vastgeslagen, opgeborgen ergens in mijn celstructuur. Met name in de lurven. Onder de knieën bewaar ik nog wel een reservevoorraad. Voor het geval mijn lurven oorlog krijgen met elkaar. En dat komt nog wel eens voor. In gedachten dan. Ze zijn nog steeds fictief mijn lurven. Maar toch, je kunt maar ergens oorlog maken. Mijn lurven vinden het nochtans heerlijk. Op zijn tijd slaan ze zich met grof geweld om de oren. Met dure woorden meestal. Ik houd mijn hart dan vast. Bang dat er een lurf afbreekt, of versnipperd raakt onder het oorlogsgeweld van zijn maat. Nooit leuk als ledematen oorlog maken met elkaar. Lamlendig word ik daarvan. Het legt mijn lenden volledig lam.

Genoeg zo. Ik merk dat mijn lurven een beetje moe zijn geworden. Tijd om te rusten. Ik wil me verder geen ellende op de hals halen. Als lurven daarachter komen dan zijn de rapen gaar. Dan kun je mij bij elkaar rapen. De rapen, maken overigens geen deel uit van het menselijk lichaam. Gelukkig maar. De volgende keer, lieve lezer, wijd ik u in in de mysteries van mijn taalknobbels. Haal de woordvijl maar vast tevoorschijn. Het zijn eeltige taaie taalknobbels en zitten net als de lurven op een vervelende plek.

Sstttt ... Ssttt ... hoort u het nu ook? Mijn schrijven? Geweldig toch? Onoorbaar hoorbaar.

31-10-2016

Schrijfveren Oktober 2016

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
De meeste Schrijfveren hieronder zijn al eerder Schrijfveer geweest in oktober 2015. Toch heb ik ervoor gekozen om ze opnieuw te schrijven.


De stem van het lichaam (03-10-2016) Zie ook Schrijfveer 03-10-2015 met dezelfde titel

Vandaag toch maar even naar de dokter. Mijn lichaam maakt namelijk vreemde geluiden. Het zijn geluiden die ik niet ken van mijn lijf. Zuchten, piepen, kraken, letters spuien, boertjes poepen en windjes kuchen, daar ben ik mee vertrouwd. Heb bij overdaad er effectieve remedies voor gevonden. Soms met behulp van zorgvuldig voorgeschreven zalfjes, pillen of drankjes. Mijn lijfarts is de beste van het land. In noodgevallen heb ik zelfs therapie gevolgd. Op aanwijzing van of gewoon via internet. Een mens in nood maakt gekke sprongen. En toch, het geluid dat mijn lichaam nu maakt klinkt vreemd. Nog nooit gehoord. Het maakt me danig ongerust. Ongekend. Het geluid is ook niet te vangen in woorden. Hoe beschrijf ik dit geluid? Er bestaan geen letters voor, laat staan woorden. Voordoen gaat ook niet lukken. Hoe doe je überhaupt een geluid voor. Klinkt als. Nee, dat gaat niet. Ik moet vertrouwen op mijn lijfarts.

In de wachtruimte bekruipt me een ernstig gevoel van onmacht. Deze situatie kan ik niet beheersen, och arme maagd. Aan zweven heeft mijn lijfarts niets. Sterker nog, daaraan heeft ie een broertje dood. Ik moet heel snel met een oplossing, of tenminste een ingang komen. Nog twee patiënten voor me. Ik denk vreselijk hard na. Waar lijkt dit geluid nu toch het meeste op? En erger nog. Het lijkt op dit moment suprême verdwenen. Net nu ik onder het bereik van een meester ben, laat het falen me in de stuk. Hoe breng ik mijn error nu te berde? Maar hoe ik ook mijn best doe, het euvel laat verstek gaan. Het is verdwenen, het idiote geluid.

Ik word binnengeroepen door de doktersassistente. Mijn beurt. Al snel heeft de lijfarts in de gaten dat er iets goed mis is. Als ik probeer te vertellen wat er aan de hand lijkt schiet de dokter in de lach. Meestal wil hij bewijs. Of in ieder geval de kracht ervan. Maar wonder boven wonder slaat de dokter deze noodzaak over. Hij komt meteen tot de punt (ik heb een hekel aan het gebruik van de Engelse taal in Nederlandse stukjes, vandaar tot de punt).

‘Geen punt, geen punt, het is de stem van uw lichaam waar u last van heeft meneer, het is er ook de tijd voor, ik zag het meteen bij uw binnenkomst. U hoeft niet te gaan liggen en geen kleren uit te doen. Ik heb ook het juiste recept voor de kwaal!’

Ik ben gerustgesteld. Het is alleen maar een stem. Daar kan ik mee leven. Er hoeft dan ook niets verdoofd of weggesneden. Ik krijg ook meteen een recept toegeschoven. Alsof de dokter het klaar heeft liggen. Zo snel. Iets wat ernstig heerst misschien? Ik lees het recept en dank de dokter.

Stem-emulsie voor de organische huid (van Pfizer). Aanmaken met roodband (niet bijgeleverd). Vijf kilo. Drie maal daags smeren over het gehele lijf. Een week lang. Bijwerkingen: slappe vingers, hoofdpijn, letterdiarree. Tip: plastic handschoenen gebruiken bij het aanbrengen, voorkomt huidirritatie.

Vijf kilo? Is dat niet veel?


Gesprek met een dorre vrouw (05-10-2016) Zie ook Schrijfveer 05-10-2015 met dezelfde titel

‘Wat vind jij nu eigenlijk van het leven?’

Ik krijg geen antwoord.

‘Omarm je het of bevecht je het leven?’

Het blijft stil.

‘Moet ik het dan maar weer voor je invullen?’

Geen reactie.

‘Zo te zien, maar let wel het is slechts mijn invulling, ik maak het op uit je houding, omarm je het, je straalt een bepaalde rust uit, een innerlijk geluk. Hoe doe je dat?’

De felle zon strijkt neer op haar voorhoofd. Ze knippert niet eens met haar ogen.

‘Ondanks dat jij meestal je armen in uitgestrekte houding op schouderhoogte laat rusten, gelijk een lieve heer, denk ik dat jij stiekem het leven omarmt ja. Geen idee overigens waarom je dat doet, dat met die armen, het heilige boontje uithangen misschien? Is het jouw grote voorbeeld, de lieve heer?’

Ik schuif wat dichter tegen haar aan. Er moet toch reactie komen, vroeg of laat. Ik geef het niet op. Vroeg of laat zal ze spreken. Ik neem nog een teug van mijn single malt, zorgvuldig verstopt in krantenpapier. Ook al bevind ik me in de middle of nowhere ik wil niet gespot worden met mijn liquor.

‘Krijg je het nooit koud, met die armen de hele tijd zo uitgestrekt? Ik zie je zelfs in de winter soms zo staan. Het moet toch wel je favoriete standje zijn?’

Nog steeds geen enkele reactie. Forceren dan maar.

‘Neuk je ook zo?’

Heel langzaam komt er een beetje beweging in de vrouw. Maar geen antwoord op mijn vraag. Een verlegen type denk ik dan. Of dor? Een dorre oude vrouw. Ha, ha. Natuurlijk. Eentje die nooit over het leven nadenkt en niets heeft meegemaakt. Ze ziet er ook nog eens verwaarloosd uit. Versleten kleren, ouderwetse hoofddoek om uit het jaar nul. En zie ik het goed? Volgens mij slaapt ze nog in het stro. Het komt haar mouwen uit, de strostengels. En ook onder uit haar rok. Een dorre oude vrouw, dat is ze.

‘Nou, ik ga er maar weer eens van tussen. Met jou valt niet te praten. Hoe dan ook, toch prettig om weer niet kennis gemaakt te hebben.’

Ik strompel van het veld. De zon gaat langzaam onder. Ik kijk nog een keer om en zie de vrouw in het veld nog steeds haar armen gestrekt houden. Een volhoudster, die oude dorre vrouw. Een kraai land op haar bovenarm en poetst zijn verendek. Ze laat geen krimp. Wat een leven. Geen leven. Ik keer langzaam terug naar het mijne. De drank is op. Waar is mijn brouwerij?


De stem van het lichaam (07-10-2016) Zie ook Schrijfveer 07-10-2015 met dezelfde titel

Wat een heerlijke dag vandaag. In mijn ochtendjas tuur ik door het raam de tuin in. Merels huppen voor de raam en lijken te roepen: Waar blijft het brood! Even wachten jongens ik ben pas wakker. Ik wil nog even genieten van het ochtendgloren. Oranje is de lucht gekleurd. Ik gooi de deur open om de frisse lucht op te snuiven. De merels vliegen verbolgen weg en gaan op het puntje van de garage zitten.

Uit de broodlade haal ik twee zakken. Een met oud en een met vers brood. Wie eerst? De vogeltjes maar. Nog niet helemaal ontwaakt snijd ik het brood op de broodplank in kleine stukjes. Die drop ik vervolgens in het vogelhuis en op het voederbordje. De merels lopen me voor de voeten. Smachtend kijken ze me aan met hun kleine zwarte kraaloogjes.

Nu mijn eigen brood smeren. Wat doe ik er vandaag op? Ham. Mmm. Niets lekkerder dan ham op de boterham. In gedachten over wat ik deze dag ga doen trek ik de ijskast open. Iets wat op ham lijkt haal ik eruit. Ook gris ik meteen een kuipje boter mee. De koffie staat reeds te pruttelen. Sterk. Oersterk. Want zo heb ik hem het liefst.

Aan tafel glijdt de boterham ham zuur en oud weg. Gelukkig helpt de koffie bij het slikken. Totdat een stem uit mijn lichaam roept, schreeuwt, in opstand komt. Nu. Nu. Ga onmiddellijk naar het toilet. Je kunt het. Je haalt het. Te laat. Weer. Vandaag doe ik helemaal niets. Heb de schijt van deze ochtend. En ga too bad to bed.


Wraakzucht (17-10-2016) Zie ook Schrijfveer 17-10-2015 met dezelfde titel

Het is me totaal vreemd, wraakzucht. Waarom zou ik zuchtig zijn naar wraak? Al hetgeen me overkomt berust op toeval. En toeval is een kruising van wegen. Waarom zou ik de degens kruisen met wegen? Dat zou pas echt een kruisweg worden. Nee, ik geloof niet in kruisen noch in wraak. Het gaat nergens over, wraak. In misdaad noch religie. Twee vormen waarin het veel toegepast wordt. In de liefde wordt ook nog wel eens gewroken. Maar dat is passioneel. Dat telt niet. Wreken doe je met de ratio in mijn ogen. De wraakdaad ansich wordt mogelijk uitgevoerd in grote passie, het is edoch de ratio die vooraf bepaald dat je gaat wreken.

Niets voor mij. Veel te moeilijk allemaal. Leven en laten leven. Dat stel ik tegenover wraak. Wie en wat zou je moeten wreken? Een aartsvijand of aartsgeliefde? Een aartsgelovige die het tegenovergestelde geloofd? Nogmaals. Leven en laten leven. Het ene heeft het andere juist nodig. En vice versa. En nee, in het leven en ook in de dood is niet alles even eerlijk verdeeld. En dan heb ik het niet eens over het lot. Of lotsbestemming zo u wil. Dood gaan we uiteindelijk allemaal. Tussen leven en dood het beste eruit halen, daar is niets mis mee, daar draait alles om. Geen tijd voor wraak. Het is verloren tijd. En ook nog eens tijd die pijn doet. Niet doen dus.

Maar … zonder wraak ook geen wrekers. De Wrekers, met Patrick Macnee als John Steed en Diana Rigg als Emma Peel. Dat hadden we dan moeten missen in de jaren zestig. En in de jaren zeventig nog een keer in de revival met Joanna Lumley als Purdey. Dat is dan weer spijtig.


Twee treinen die op volle snelheid op elkaar afrazen (19-10-2016) Zie ook Schrijfveer 19-10-2015 met dezelfde titel

Loco loco, zo voel ik me, en dat is niet eens zo vreemd. Ik heb een legitiem motief om mij zo te voelen. Het komt door dat verdomde broertje van mij. Ik mag niet met hem spelen. Hij heeft het veel te druk. Hij zit boven op de zolder en speelt met zijn treinen. Dat wil ik ook. Ik ben een hele goede machinist. Tenminste, dat is wat de juffrouw onlangs tegen mij vertelde, na mijn antwoord op haar clichévraag: En kinderen, vertel eens aan de juf wat willen jullie later worden? Machinist, het enige zinnige dat ik kon verzinnen. Ik houd namelijk van rechtlijnigheid, op tijd komen en vertrekken, en van het stuur in eigen hand houden. Dat heb ik de juf natuurlijk niet verteld, maar volgens mij was het overduidelijk aan mij te zien. Jantje wordt later machinist en een hele goede. Ja, daar hoefde ik natuurlijk niets aan toe te voegen. Zeker niet toen de juf ook nog aan de klas uitlegde dat ik een enorme wijsneus had. Altijd handig bij het machineren. Ik wijs de trein de weg met mijn neus. As simple as that. Ja, wij krijgen ook al Engels op school. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Aldus de juf.

Maar terug naar de zolder. Ik kan het niet laten. Dan maar botsen hoor. Broer met zijn stoomlocomotief en stoom uit de oren en ik met mijn pas gekochte TGV. Mijn broer wist er niets van maar nu zou ik hem hebben. De koekenbakker, waarom mag ik nooit met hem en zijn treinen spelen? Mijn zus daar kan ik nog inkomen. Die heeft niets met treinen. Maar ik? De supermachinist in spé? Ik zal hem hebben.
Heel voorzichtig duw ik de deur van de zolderkamer open en kruip naar het grote rangeerbord waar alle treinen op passeren. Ik steek mijn hoofd boven de mini-Alpen uit en plaats snel de TGV op de rails. Maar ik ben gespot. Mijn broer schreeuwt moord en brand. Wat doe je nu!? Haal die trein er vanaf. Mijn TGV stormt al richting Lago Magiorre. Snel haal ik hem eraf en draai hem om. Ik geef hem een flinke duw in tegenovergestelde richting. De loco van mijn broer raast voort op hetzelfde spoor. Daar is ie al. Hi, hi. Dat wordt nog eens botsen. Lekker puh. Kedeng! Trein en broer ontploffen haast.


Iemand gaf je bloemen (21-10-2016) Zie ook Schrijfveer 21-10-2015 met dezelfde titel

Een bosje rozen krijg ik in mijn handen gedrukt. Zonder doornen gelukkig en aan de onderkant nat. Het water drupt nog van het frêle papier dat veel te lang in het water heeft gestaan, in een emmer tussen de benen van de bijrijder, die mij de bloemen brengt na een lange reis in een donkerblauwe Dacia Duster. De rozen zijn net zo lelijk als de auto. Het is daarom onder andere dat ik liever geen bloemen krijg. Uit lelijkheid en disrespect voor de natuur. Het zijn ook nog eens botoxbloemen die niet veel natuurlijk daglicht hebben gezien. Doorgefokte pokonrozen. En of dat niet erg genoeg is, er hangen ook nog eens drie kleine zakjes pokon aan de bos. Levensreddend, fluistert de gulle gever mij toe. Ik breng schamper mijn dank uit en zoek heel even troost in de handdruk en de bijbehorende knuffel die ik ongevraagd krijg. Wijken heeft geen zin. Met tranen in de ogen geef ik de bos door aan de vrouw die achter me staat. Leg ze maar langs de andere lijken.

De rij schuift door en ik krijg een nieuwe bos bloemen in de hand gedrukt. Slappe tulpen. Drie ervan dragen een brace. Ze hebben de hitte niet overleefd. Geel. Wat een kleur! Voor deze gelegenheid zeer ongepast, maar ontegenzeggelijk ook niet minder goed bedoeld. Ze stinken een beetje. De kleur van de intelligentie denk ik dan. Daar is niets mis mee. Ik ben nu degene die moet troosten. De vrouw die tegenover me staat breekt. Ik trek haar naar me toe en omarm het verdriet. Maar wel met gepaste afstand. De klik in mijn warme lijf hoeft zij niet gewaar te worden.

Het is tijd. Roept de zwarte raaf. Alle vogels mogen naar binnen. Even opgesloten voor de kachel. Voor iedereen veel te warm en ongemakkelijk. Resten slechts wat mooie woorden. Het slotwoord is aan mij. Voor de microfoon val ik stil. Eindelijk.


De sleutel inleveren (25-10-2016) Zie ook Schrijfveer 25-10-2015 met dezelfde titel

Kapers op de kust, een onrustbarend familiespel is weer opnieuw in de markt gezet. Het is alweer bijna Sinterklaas. Met een klein verschil met vorig jaar. Zwarte Piet doet weer wat minder mee. Kennen we hem nog? Die donkere neger met een ring door zijn neus. Tot moes geslagen haast omdat hij het tempo niet kan bijhouden. Het roeiritme van de slavengalei opgelegd door een witte tempobeul, ja met baard. Het is wederom het oude liedje. Maar we laten ons niet kennen. Ons niet kapen door een gouden familiespel dat jaloers wordt uitgekleed door een kleine minderheid die hard schreeuwt. Voor de bühne, oerschreeuwen uit een oudheid die ver achter ons ligt en niet voor herhaling vatbaar is. Of wil men per se dat de geschiedenis zich herhaalt? In de cirkels van een ondoorbreekbaar bestaan leidend tot Dante's hemel, hel of vagevuur. Het is maar waaraan je je wil warmen.

Wat te doen met die mooie schatkist van ons bestaan? Waarin onze kinderlijke en volwassen dromen zorgvuldig zijn opgeslagen. Waarvan de sleutel in handen ligt van de enige echte droomkeeper, het zelf. Waarin het zelf in donkerte geknecht blijft en veel te weinig naar buiten mag, van zich doet spreken. Want het hunkert en bunkert om naar buiten te komen en zich te laven aan zon, lucht, leven en vrijheid. Vrijheid van denken en voelen en heel, heel veel cadeautjes geven en krijgen. Waarom zouden we onze sleutels inleveren? De schatkist is niet voor niets in ons leven geroepen. Gebruik hem dan ook. Roei met de riemen. Hard en heel hard. En laat ons niet op de kop zitten. Amen aan de Sint en Piet discussie. Daar waar kwaad en goed gezien worden, gedijen zij het best. Het heet groei. Het is deel van het leven. Een leven dat geleefd moet. Een leven dat geleefd mag. In alle onrust. Van rust gaan we immers allen al dood. Vroeg of laat.


De schat terugbrengen (27-10-2016) Zie ook Schrijfveer 27-10-2015 met dezelfde titel

Onder een grote boom stoppen we en hangen wat verlegen rondom de fiets. Het is volle maan en dat geldt ook voor onze hormonen. Ze gieren door het lijf. Een zwoele avond die zindert van wellust. Alles maar dan ook alles staat in het teken van amor. Wie neemt het initiatief? We praten en praten. De gespreksstof raakt langzaam op. Ja, het was een leuke avond en we weten wat iedereen die avond zei. Geboren voor elkaar. Van je vrienden moet je het hebben. Maar toch. Aanstalten maken? Hoe precies?

IJsbreken op nog geen honderd meter afstand van een ouderlijk huis, is dat wel zo slim? Wie spiedt er allemaal door gordijnen? Ik dacht toch echt zojuist beweging te zien. Een buurt waar alles in de gaten wordt gehouden. Ach, houd op. Toch niet in een jambuurt. Die hebben wel wat beters te doen. Daar houden ze de gordijnen dicht om aan dieven te ontkomen. Bang dat hun zuur verdiende centen en spullen in aanmerking komen voor diefstal. En die camera's dan? Staan die niet aan? Misschien bespieden ze ons wel van binnenuit? Dood voor spontane liefde. Dood voor de eerste stap. Mijn gedachten dwalen af.

Vriendin kijkt me nu met ogen aan die ik niet helemaal kan polsen. Nog nooit eerder gezien. Vragend, haast smekend. Ze lijken me wel op te vreten. Welk antwoord moet ik geven? De zuigende kracht werkt haast hypnotiserend en langzaam geef ik toe. Een aarzelende weg volgt naar haar mond en zwoele lippen. Ze staan in kus-en-zuig-me-stand. Een bobbel in mijn broek begint me aan te sporen. Het is nu of nooit.

De omhelzing is zacht en hevig, de zuigkracht onweerstaanbaar. Mond en tong versmelten. Ik voel nattigheid in heel mijn lijf. Ze smaakt zoet, naar honing. Vlinders in mijn buik. Maar hoe haal ik nu in hemelsnaam adem? We ploppen los en kijken elkaar verliefd aan, op een zwoele zomeravond.

Ik moet gaan, fluistert mijn vriendin me toe. En ja. Zelfs dat klinkt geil. Moet ik niet even mee... Nee, dat hoeft niet. Tot morgen.


Schrijf over een wond (31-10-2016)

Daar moet ik toch wel even over nadenken? Een wond letterlijk of figuurlijk? Een wond als in opgewonden of opgewonden bewonderen? Een wond eren? In het nu of bezien vanuit vroeger? Wonde wordt het dan. Schrijf over een wonde. Onomwonden? Ik ga het proberen en zal pogen het letterlijke met het figuurlijke te vereenzelvigen. Een zere wond. Zoveel is zeker. Immers, wat hebben we aan een aangename wond? Daarin is niemand geïnteresseerd toch? Zijn er überhaupt aangename wonden? Vast en zeker. In de natuur. Daar is alles mogelijk en te vinden. De natuur is onze survivor. Zeker daar waar het gaat om het onomwonden oplossen en eren van het door opgewonden bewonderen van wonden.

Een voorbeeld. Een slang bijt een rat in zijn staart. De rat denkt, wat heb ik nu aan mijn staart hangen? Een slang en niet veel later een wond. Mits de rat de slang van zich af weet te schudden. Het enige dat ie kan doen is bijten. In de neus van de slang. Heeft de slang dan een neus? Jazeker. Hoe ruikt ie anders, met zijn tong? Ja, met zijn tong die onder zijn neus zit. Doet er verder ook niet toe. De rat bijt in het ruikorgaan van de slang en de slang laat los. Gadverdamme. Twee gaten in de staart van de rat. Aangenaam? Ja, aangenaam. Nu kan de rat een ringetje door zijn staart laten schieten. Een gouden staartringetje waarmee hij een vrouwtje mee kan vervoeren, ontroeren. Mooi toch? En de slang? Ja, die heeft nu vier ruikorgaangaten en meer lucht. Iedereen geholpen, toch? Aangename wonden zogezegd. Nee over vervelende wonden ga ik het hier niet hebben. Ook al smacht u er als lezer mogelijk naar. Ik doe niet mee. Ik onomwonden nee. Lang leve de aangename wond in verwondering. Daar is geen paracetamol voor nodig. Figuurlijk dan.

20-09-2016

Strip Teaser

Quasinonchalant frunnik ik wat aan mijn pen die brandend van verlangen in mijn handpalm ligt.
Want niemand, helemaal niemand mag nog weten wat ik in gedachten al wekenlang wil schrijven.

Elke verdachte beweging, en dat weet ik uit ervaring, kan mijn diepste geheim verraden.
Raadsels hebben zo hun functie, ze zorgen ervoor dat de spanningsboog des levens af en toe op springen staat.

Tegelijkertijd komt het besef dat ik mijn raadsels niet voor de eeuwigheid verhullen kan; ze schreeuwen om bevrijding.
Yeti nog aan toe, het idee om los te laten bezorgt me danig uitingsvrees, wie had dat gedacht?

Uitermate voorzichtig zijn is tot nu toe effectief gebleken, heeft stoute gemoederen smooth bedaard.
In mijn uitzonderlijke vasthoudendheid zelfs de meest nieuwsgierigen lichtelijk gefrustreerd.

Onophoudelijk heb ik mijn stoutste gedachten voor me gehouden en niet geventileerd, ik durfde immers niet.
Per slot van rekening had ik ook best veel te verliezen, wat stemde tot een naargeestig onderbuikgevoel.

Als ik nu eens een heel klein tipje van de sluier zou lichten, zou dat niet ontwapend zijn, voor mezelf en voor de lezer?
Stellig neem ik hierin onmiddellijk positie en standpunt, het moet er eens van komen, en eens is nu.

Durf, moed, lef en overtuiging vat ik bij de lurven en ik trek de horens zowat van de koe, leveren zal ik.
Fantastisch is de energie, het licht, de lucht die vrijkomt, als herboren voel ik mij.

Geloof het of niet, maar dit is sinds mensenheugenis het beste dat me overkomen is en hopelijk duurt het lang.
Hevig is ook de reactie van mijn vege lijf, redden is niet langer nodig, ik laat los en ga.

Jemig wat een zaligheid, hoe mijn hart bonkt in de keel en aders klotsen tegen mijn gespannen vel.
Kon ik dit gevoel maar eeuwig vasthouden; het moet, het zal, dit tij mag nooit meer keren.

Langzaam trek ik mijn kostuum uit en leg het masker af, wat heb ik überhaupt nog te verliezen?
Zwoel toon ik mijn diepste binnen en voel me vogelvrij met naakte veren en een gemoed van dons.

X-benen, ik durf ze eindelijk te tonen, geen wijde broek die deze lelijke stokken nog langer verhult, in spijker of in stof.
Charisma stijgt tot bovengrens en ik vraag me af, waarom heb ik toch mijn onderzijde zo ongelooflijk pijn en tekort gedaan.

Verdomt ook dat niemand mij eerder erop attent maakte, op mijn idiote fysieke en mentale afkeer in deze.
Belachelijk die gêne om niets, het publiek lacht voor de bühne gigantisch grote X-tranen en dat is niet om mij.

Nog maar amper bijgekomen van de schrik laat ik het onderwerp van spot nu voor goed rusten.
Met tot slot nog een moraal: Onthul verhullingen en kom naakt nader tot elkaar.

15-10-2015

Schrijfveren Oktober 2015 (1 t/m 15)

Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


1. De macht van de gesloten deur

De zakdoek die ik voor mijn neus houd is volgelopen met bloed. Het werd me allemaal even te veel. De tranen die uit mijn ogen lopen in de zakdoek verdunnen het bloed. Mijn witte T-shirt kleurt langzaam roze. Waarom moet ik dit nu weer meemaken? Ik wil het niet. Mijn gedachten glijden af.

Ik ben tien jaar en sta voor het zwembad en zie hoe groot de rij is. Het is echt dringen geblazen. De ruimte met ijzeren beugels, die het publiek in goede banen moet leiden, staat vrij vol. Op het moment dat ik aan wil sluiten dringt een klein jongetje voor en perst zich tussen mij en de ijzeren railing. Wat een brutale vlegel. Ik schat in hoe groot ie is. Iets kleiner dan ik. Ik raap mijn moed bij elkaar en duw hem met een flinke zet opzij. Verbaast over mijn eigen actie krijg ik meteen een grote bek terug. De jongen probeert weer voor te dringen. Wie A zegt moet B zeggen en ik duw hem nog een keer wat harder weg.

Wegwezen, roep ik hem toe. De jongen druipt af, pislink.
Nog geen vijf minuten later word ik op mijn schouder getikt. Ik draai me om en zie een grote jongen achter me staan. Achter hem staat het kleine jongetje van zonet. Ik zie nu pas met wie ik te maken heb. Het zijn kampers. Dit is goed mis. "Heb jij mijn broertje zojuist weggedrukt?" Voordat ik kan antwoorden krijg ik een flinke tik tegen mijn neus. Het wordt even zwart voor ogen en ik maak me snel uit de voeten. Mijn lust te zwemmen is voorbij. Het is bloedjeheet en ik druip af naar huis. De zwemtas op mijn rug gebonden.

Opnieuw sta ik voor een gesloten deur. Niemand thuis. Hoe hard ik ook bonk. Wat is dat toch met gesloten deuren. Ik wil hem open trappen. Maar dat lukt niet goed. Ik ga hier niet nog een keer mijn neus stoten. De klap die ik dit keer voor mijn kanus heb gehad doet nog zeer. Het bloeden houdt maar niet op. Ik haal mijn tong eens flink over mijn bovenlip en slurp het rode vocht naar binnen. Het smaakt vies zoet. Nog een keer trap ik tegen het staal. Tevergeefs. De macht van de gesloten deur blijft mij parten spelen. Maar ik wil naar binnen, hoe dan ook. Dan zwaait de deur ineens open. En wie staat daar in de deuropening? De cipier. Met een brede glimlach en een nieuwe zakdoek.

Geschreven met kleine censor.


2. Mijn handen staan ernaar

Hoofd, hart, kolenschoppen, ballpoints, plavuizen, melkfles, borsten, klei, toetsen, rekenmachine, haar, borstel, toiletpapier, bestek, afstandsbediening, schoenen, wanten, eelt, Nivea, zeep, urine, gebit, tandenborstel, tomaten, fruit, schaamlippen, verwarming, kachel, houtblokken, hakbijl, pik, clitoris, stofzuiger, zeem, poepgat, billen, walnoten, blaadjes, gieter, verrekijker, fotocamera, telefoon, autosleutels, magnetron, oven, grip, begrip, tafeltennisbatje, tennisracket, hockeystick, tuinmeubels, hangmat, schroeven, spijkers, cement, olie, citostick, kliko, frikadel, augurken, uitjes, slaatje, ijs, diepvriezer, onderbroek, slipje, knie, rug, zonnegroet, picobello, gebarentaal, waarschuwing, bril, boek, bladzijde, woord, letter, lijm, sperma, radioknopje, lange vingers, koekjes, drop, krant, plaatselijk leugenaartje, deurklink, kaasschaaf, kattenluik, brievenbusklep, aansteker, kurkentrekker, plantenbak, hond, kat, goudvis, mug, vlieg, paard, koe, vriend, vriendin, familie, bloed, kou, hitte, brand, rots, zand, gordijn, lichtknop, treinkaart, bankpas, vingers, huid, nagels, riem, hamer, schuurpapier, scheermes, schuim. Et cetera. Maar niet voordat mijn ogen ernaar hebben gekeken. Gezien, gepakt, gevat.

Geschreven met kleine censor

3. De stem van het lichaam

Mijn boer wordt gevolgd door een scheet. Beiden nat. Ik trek de lakens en deken over mijn hoofd. Naast mijn bed staat een emmer. Wie heeft die daar neer gezet? De kamer waarin ik me bevind is donker, de gordijnen dicht. Hoe laat zou het zijn? Ik heb geen idee. Ik probeer te bevatten wat er de laatste uren is gebeurd? Mijn hoofd lijkt zo nu en dan te ontploffen en mijn hartslag maakt overuren. Onder mij hoor ik geluiden. Ik kan ze niet plaatsen. Het lijkt of de hele kamer beneden mij vol zit met mensen. Ze praten druk met elkaar, maar kan ze niet verstaan.

Heel langzaam komen plaatjes terug. We zijn vandaag kampioen geworden. In de derde klasse. En ik was erbij. Ik mocht meedoen, toch? Volgens mij heb ik zelfs twee doelpunten gemaakt. Het feestje na afloop was geweldig. Het bier vloeide rijkelijk. Zonder te douchen meteen het clubhuis in. Meteen aan het bier. De meters werden in sneltreinvaart aangeleverd. Tussendoor een broodje kroket gegeten. Op aanraden van een teamgenoot. Vijftienjaar en voor het eerst kampioen. Dat ik mee mocht doen in het eerste, vond ik geweldig. Helaas kon mijn vader niet komen kijken. Hij had een ander feestje op de camping. Daar werd uitbundig een verjaardag gevierd van een neefje.

Whatever. Ik had het geweldig naar mijn zin. Even de boel de boel laten en genieten van het resultaat. De drank steeg langzaam naar mijn hoofd. Van de laatste minuten dat ik nog bij zinnen was kan ik me niet veel meer herinneren. Behalve dat ik buiten het clubhuis op de stoep enorm moest overgeven. Maar pas nadat ik al mijn ellende eruit had gegooid. Mijn droeve stemming die ik achter het hockeygeweld zorgvuldig gecamoufleerd hield. De bodem was bereikt. Douchen ging niet meer lukken. Tussen twee teamgenoten werd ik de auto in geduwd. We gingen ergens anders verder door vieren. Bij een trouwe supporter thuis. Daar stopten ze mij in bed. Om pakweg 19:00 uur hadden ze me verteld.

Nu was het 21:30 uur. Volgens mij tijd om naar huis te gaan. Durfde ik dat nog? Ik holde vlug naar het toilet. Op mijn knieen voor de toiletpot gooide ik mijn gif en gal over de rand. Terug in de woonkamer werd ik vol medelijden aangekeken. We brengen je wel even naar huis. Gelukkig. Diep van binnen voelde ik me waardeloos. Een stem in mijn hoofd probeerde dat nog eens stevig in te wrijven. Het kampioenschap kon me even gestolen worden. Nuchter worden is niet fijn.


4. Waar twijfel je aan?

Of ik meer verwantschap toon met een hond of met een kat? Die vraag wordt me gesteld in de voorstelronde. Wat een rare vraag. Meestal vragen ze naar je naam en of je getrouwd bent en kinderen hebt, wat voor werk je doet en wat je hobbies zijn. Nee, of ik meer verwantschap toon, met een hond of met een kat. Moeilijk kiezen. Ik ga voor kat. Of ik dat kan toelichten? Nou eigenlijk niet. Het komt meer voort uit een impulsieve reactie. Onverwacht? Ja, dat verklaart dan toch min of meer mijn keuze. Katachtigen reageren vaak ook onverwacht. Leg er maar eens eentje op je schoot. Een vreemde hè. Kroel zijn of haar buik en wachtdan af. Je voelt dan aan de kat of hij het ja dan nee weet te waarderen. Althans dat denk je, dat schat je zo in. Totdat! Juist ja. Jij eerst schrikt en daarna de kat.

Bovendien bij hond komt meteen de eerst ervaring met een hond bij mij op. De enkelbijter van de buren. Hij reikt tot net onder kniehoogte maar bijt als een bulldog. Mij jeans is gelukkig scheur- en biteproof. De hond probeer ik weg te schieten door heel hard met mijn onderbeen te draaien. Het wil niet lukken. Het is en blijft een bijtertje. De kat is in iddels op zijn nek gesprongen. Hij of zij, ik weet het nog steeds niet, kiest partij voor mij. De enkelbijter is not amused. Hij schudt nu aan mijn broekspijp en geeft kopstoten tegen de kattenbuik. Die hupt af en toe twintig centimeter de lucht in maar blijft aan haken. De voorpoten om het hoofd van de enkelbijter heengeklemd.

Of ik meer verwantschap toon met een hond of een kat? De vraag blijft in mijn hoofd zinderen. Ik heb al spijt van mijn keuze. Mag ik nog voor hond kiezen? Ik merk dat ik toch meer verwantschap voel met een kleine terrier die maar niet wil loslaten. Hoewel een kat toch ook wel iets schattigs en onvoorspelbaars heeft. Ook daar kan ik mij in vinden.

Mag ik ook even overslaan? Ik twijfel nog. En dat op dierendag. De aninmaliclub kan het niet waarderen. Is dat nu zo moeilijk kiezen tussen hond of kat? Ammahoela, ik laat me niet kennen. Marie is aan de beurt. Ben benieuwd hoe zij zich hieruit worstelt.


5. Gesprek met een oude dorre vrouw

Verschrikkelijk zijn de zinloze gesprekken die ik voer met de oude dorre vrouw in mij. Hoe dat zo kan? Nou heel eenvoudig, ze duikt meestal op in mijn leven op de meest dagelijkse momenten. Een voorbeeld. Onlangs maakte ze mij attent op een aankoop in de supermarkt. Niet doen, sprak de oude vrouw in mij. Zo simpel gaat het. Gewoon in de supermarkt ja. Bij een pakje boter. Niet doen, sprak de oude vrouw. Smeert niet lekker. Neem liever het huismerk. Minder waterig.

Sta ik op het station te wachten op de trein. Komt ie weer eens te laat. Vierkante wielen zogezegd. En hup, daar is ze weer. De dorre oude vrouw in mij. Kan niet. De trein kan niet door vierkante wielen te laat komen. Het zijn herfstbladeren, zeker weten. Van die natte, muffe, vieze. Aldus de dorre vrouw in mij. Van de week op mijn werk. Weer hetzelfde verhaal tijdens onze maandelijkse evaluatiemeeting. Ja, dat woord bestaat. Saai, saai, saai. En hup daar duikt ze weer op, de dorre oude vrouw in mij. Nee, ik wil geen melk in de koffie. Vijfentachtig jaar werk ik bij dit bedrijf, driehonderd meetings heb ik al meegemaakt, en nee, ik drink nog steeds geen melk in mijn koffie. Waarom kan niemand dat onthouden? De oude dorre vrouw in mij hijgt in mijn nek. Neem nou een koekje, dadelijk zijn ze op. Ja, een Mariakoekje. Om te soppen in de koffie.

Ik heb er nu echt genoeg van. Die oude dorre vrouw heeft haar beste tijd gehad zo langzamerhand. Het wordt allemaal te voorspelbaar. In een goed gesprek wijs ik haar uiteindelijk de deur. Als troost neem ik een Bounty. Geeft veel meer energie dan een Snicker. Met de Bounty duikt ook een jonge vrouw in mij op. In een druipend natte bikini. Wat een verademing. Die gaat nog wel even mee.


6. Een slechte leraar

Hij neukte alles wat los en vast zat. Slecht was ie, tot op het bot. En toch viel ie goed bij de vrouwtjes. Der Franz wist van wanten. En Franz wist het maar al te goed. Iederen week werd er weer een nieuwe lading losgelaten op de piste. Ze ondergingen allemaal zijn sneeuwdoop. De sneeuwdoop van Franz was ongekend. Zelfs de meest intieme delen bleven niet gespaard in het sneeuwbad. Wie wil leren skiën moet eerst leren vallen. Dat was zijn stokpaardje. Nou ja, een stokpaardje? Franz beschikte over een complete stal van stokpaardjes. Met Franz altijd sjanz. Die was ook gekend. Zeker onder zijn Mitarbeiter. Die zagen de sneeuwbui alweer hangen. Der Franz waren ze in het sneeuwseizoen altijd kwijt. Wo ist der Franz? Do ist der Franz! Dat was het motto waarmee de vriendengroep elkaar altijd begroette aan de Stammtisch. De Stammtisch was altijd de veilige thuishaven voor de vriendengroep. Allemaal skileraren met hun eigen gaven. Ze gaven veel, maar ontvingen nog veel meer. Vooral van de meisjes die ze skiën leerden. De gaven van de meisjes ontvingen ze na afloop van de skiles. Aan de Stammtisch. Onder het genot van Glühwein en Jägerthee kwamen eerst de meest wilde verhalen los. Die gingen meestal over Franz, want die was er toch niet. De slechte Franz. Hij had een naam, die de meeste meisjes danig bekoorden. Iedereen wilde dan ook de volgende dag les van Franz. Waarom? Omdat Franz niet op zijn mondje gevallen was en erg charmant. Wat de dames niet wisten, is dat Franz ook nog een andere kant had. Losse handjes zogezegd. Een driftkikker was Franz als hij niet zijn zin kreeg. Hij had dan ook een bijnaam gekregen die klonk als een klok. Franz Beckenverbauer. Krom Duits gelardeerd met een vleugje plat Hollands.


7. Wie houdt je tegen?

Niemand. Helemaal niemand. Niemand niet meer. Ik ben het zat. Altijd maar weer die oorlog. Weggeschoten worden uit mijn eigen land. Ik pak spullen en familie bij elkaar. Mijn tante uit Marokko, mijn neefjes uit Zimbabwe. Ik bind het spul op een hele oude bolderkar. Samen zingen we onderweg dappere liederen uit onze vroege jeugd. Drie maal drie is negen en ieder zingt een eigen lied. Ondertussen maken we de meest bizarre dingen mee en fantaseren erop los. We passeren duistere grenzen, agressieve volkeren, gewapend met woedende blikken bezeten van haat. Geen prettige omgeving om familie en kinderen doorheen te loodsen, je kroost te beschermen. En dan zitten de Russen ook nog eens op onze hielen, ze verwensen alle westenaren. Maar dat is slechts een beperkte eenzijdige view, op het grote wereldgebeuren, vanuit ieders centrum bezien. We dragen ieder ons eigen steentje bij aan oorlog en vrede, ziekte en gezondheid, armoede rijkdom. Al degenen die vrij van zonden zijn, mits er consensus is over die zonden, werpe de eerste stenen.

Geschreven met kleine censor


8. Een bord met een pijl

Vijf woorden telde de kleine zin. Daar moesten we het mee doen. Maak een verhaal met de kleine zin. Vijftien minuten tijd. En de tijd gaat nu in. De paniek sloeg meteen toe. We waren met z'n zessen en niet de minsten. De juffrouw had ons niet voor niets bij elkaar gezet. Zes van die eigenwijze sodemieters, die vechten elkaar de kiet uit. Mooi niet. We snapten alle zes de 'hidden agenda' en lieten ons niet kennen.

In onderlinge verbondenheid en met meer weet dan de meeste mensen vermoeden, namen we ieder een eigen woord. Een woord deelden we met twee. Ik zat bij het tweetal. Bord. Wat een woord. Daar kun je alle kanten mee op. Gelukkig hoefde ik niet na te denken over 'een', dat kwam ook nog eens twee keer voor. Stel je eens voor. Een verhaal schrijven over 'een' en dat twee keer. Ben ook blij dat ik niet 'met' had. Dat is meteen samen met 'een', twee keer, nee drie keer zo moeilijk. Met 'met' kon je ook alle kanten op. Boerenmetworst, daar had ik dan iets mee gedaan. Zeker weten. Blijft tot slot 'pijl' over. Veel te makkelijk. Ik zou er vast en zeker een mooi peil op kunnen trekken.

Vooralsnog bleef het papier leeg. Mijn maat en ik kwamen er niet goed uit. Er lag toch ineens erg veel op ons bord. Voordat we alles hadden weggeschoven was de tijd bijna om. We hadden nog geen letter op papier. Daar lag ie voor ons, het bord, naakt, spierwit, wachtend op invulling. Stiekem was ik nu toch wel erg jaloers op mijn tafelgenoten. 'Een', 'pijl', en 'met' waren toch een stuk makkelijker geweest. Mijn maat besefte dat ook. Hij was vol. Maar om het nu al erbij te laten zitten was not done. Zeker voor eigenwijze sodemieters.

We gaven onze eigen invulling aan het bord en aan het papier. Iets met bordpapier. Bestond dat? Zeker weten. Bordpapier is te vergelijken met snoeppapier. Met een gele en roze stift schreven we het A4 dat voor ons lag vol met alle termen en kenmerken die ons te binnen schoten bij bordpapier. Veel te moeilijk sprak de juf. Less is more. Beperk je tot bord. Potverdorie. Konden we weer opnieuw beginnen. Lag er weer iets op ons bordje. Maar geen tijd.

Geschreven met kleine censor


9. Zij zijn te vertrouwen

Facebook is eruit. Naast likes horen ook dislikes. Facebook voorziet in een grote behoefte. Het delen. Van plaatjes en emoties. Van dare en truth. Facebook overweegt ook de introductie van emoticons en van een button fuck you. Over dare en truth gesproken. Zijn zij te vertrouwen? Zij zijn te vertrouwen. De likes de dislikes, de plaatjes de emoties, het dare en truth en fuck you.

Ik twijfel nog. Ik zie er nog geen gezichten bij. Een verplichte webborstel die ontbreekt nog. Zodat je in de vroege ochtend en diep in de nacht goed kunt zien wie live online is. Of online live. Ik heb namelijk sterk het vermoeden dat een aantal facebookers hartstikke dood zijn. Letterlijk en/of figuurlijk. In het eerste geval wordt het facebook bestierd door look-a-likes. Living death, levend dood. In het tweede geval uitgestorvenen, bestorvenen. Niet aan of van humor.

Ik wil ook pleiten voor een andere naamgeving. Facebook. Wie houdt wie nu voor de gek? Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste van het land? Beter nog, spiegeltje, spiegeltje in de hand, wie is het mooiste van het land? Hoe heette die heks uit dat sprookje ook alweer? Geen idee. Maar die naam zou volstaan. Universeel herkenbaar. Ik noem haar hier voor het gemak maar even Eufebia.

Heb je al naar Eufebia gekeken? En hup pats boem, meteen wordt je een giftige appel voorgehouden. Je weet wel, met zo'n hapje eruit. Die eet je dan op samen met Bert en Samsung op de bank. Ja, ja, Eva heeft het toentertijd goed begrepen. De liefde van de man en de vrouw gaat door de maag en door het beeldscreen. Het heeft ook een keerzijde. In de bloterik knuffelen is er niet meer bij. Arme liefde.

Geschreven met kleine censor


10. Slecht gezelschap

De tijd, hij gaat altijd veel te snel voorbij. Vandaag weer. Twaalf uur net niet gehaald. Paniek. Hoe kan ik de tijd inhalen, ongedaan maken? Terugblikken heeft geen enkele zin. Stilstaan al helemaal niet. In vooruit kijken heb ik geen trek. Ben veel te bang wat er eventueel komen gaat, of niet. Ik bevind me in slecht gezelschap. In mijn kamer hangen wel tweehonderd klokken. Ze lopen geen van allen gelijk. Sommigen lopen achter en anderen weer voor. Hoe moet dat nu? Straks gaan er weer een paar af. Ze klinken verschrikkelijk metaalachtig. Houden mij in een ijzeren greep. En ik heb nog zoveel te doen. Hoe moet dat nu? Kijk nu herhaal ik mezelf al. Zo gaat dat ook met tijd. En straks ga ik het vast nog een keer zeggen. Hoe moet dat nu? Zie je wel, daar doe ik het alweer. Ja, zojuist. Heel even geleden, een paar zinnen terug. In herhaling vallen. Net als de tijd. Ik ben het beu. Ik hou het geen kwartier meer vol. Rottijd. Ik ga naar bed. Morgen weer een nieuwe dag.


11. Schrijf over een tatoeage

De inkt wil niet pakken. Alle kleuren heb ik beprobeerd. Ook al doe ik nog zo mijn best. Ook al drijf ik de naald er keihard in. Ik kan hem maar niet overschrijven, mijn enige en echte tatoe. Truus ik hou van jou. Waarom heb ik dat er toch ooit op laten schrijven? Op mijn lichaam. Nu zit ze voorgoed onder mijn huid. In zwarte inkt. Voor de eeuwigheid. Ik kan er natuurlijk iets anders van maken. Hoewel? Ik kom niet verder dan Truusje. En dat is niet echt een verbetering. Een werkwoord werkt ook niet. Ik heb je gisteren vertruusd. Van mijn schouder naar mijn knie. De pijnlijkste plek voor een tatoe. De knieschijf. Nee, ook dat kan niet. Er dan toch maar een stukje uitsnijden en door het leven gaan met een wond. A wounded shoulder in plaats van een wounded knee? Och, had zij toch Ans geheten? Ik had er sjAns van gemaakt. Ik hou van sjAns. Dan lieg ik niet. Sj had er nog prima tussen gepast. Tussen van en Ans. Een staalborstel kan ik ook nog proberen. Is wel pijnlijk. Niet doen dus. Truus blijft zitten. Onder de huid. Het zij zo. Ook al houd ik er niet meer van.


12. Schrijf over een taakverdeling

Als jij de piepers schilt, zal ik ze wassen. Als jij de auto wast, zal ik hem rijden. Als jij de auto rijdt, zal ik kaart lezen. Als jij de kaart leest, zal ik de weg zoeken. Als jij de weg zoekt, zal ik het hotel kiezen. Als jij het hotel kiest, zal ik betalen. Als jij betaalt, zal ik me uitkleden. Als jij me uitkleedt, zal ik de deur dicht doen. Als de deur is dicht gedaan, is het gesprek afgelopen. Als jij niet niet meer spreekt, is de kous af. Als de kous af is, kunnen we naar de rechter. Als de rechter niet thuis is, gaan we links. Als linksniet bevalt kunnen we altijd nog rechtdoor gaan. Rechtdoor waar we aanvankelijk begonnen zijn. Zonder af te wijken. Af te wijken waarvan? Van de taakverdeling. Als jij de piepers schilt, zal ik ze wassen. Als jij de auto wast, zal ik hem rijden. Als jij de auto rijdt, zal ik kaart lezen. Opdat we niet verdwalen. Verdwalen, waar naar toe? Naar houvast. En dan? Dan verdelen we de taken? Om opnieuw te beginnen? Hou toch op.


13. Schrijf over een openbaring

De tweede woensdag van oktober is door de VN uitgeroepen tot Internationale dag ter voorkoming van natuurrampen. Wat een openbaring. Een commissie van belachelijk veel edelachtbaren all over the world is tot de conclusie gekomen dat er steeds meer natuurrampen (gaan) plaatsvinden. De wereld of iets dat verder gaat dan de wereld is flink boos op ons.

Er zijn her en der wat streekproeven gedaan. Ook in Nederland. Aardbevingen in Friesland en Groningen. Overstromingen door wolkbreuken, plaatselijk. Het kostte de onderzoekers heel wat moeite om in te schatten waar plaatselijk was. Om de situatie goed te kunnen beoordelen is het wel zo handig als een onderzoeksteam ter plaatse aanwezig is. De onderzoeksresultaten hebben anders geen geldigheid en de data zijn dan niet valide, mogen in de weging niet meegenomen worden.

Ook is onderzoek gedaan naar de geboorte en bloedlijnen van vervelende buren. Sinds 2014 zijn vervelende buren erkend als natuurramp. De natuur is grillig, zo ook vaak de buren. Deze parallel was bepalend in de erkenning van natuurramp. Het is een noodlot dat velen overkomt en veel schade aan kan richten. Je kunt, net als familie, je buurman niet kiezen. Daar houdt dan ook de vriendschap vaak op. Gelukkig heeft Radar-onderzoek uitgewezen dat Nederland een klimaat kent waarin goede buren meer voorkomen dan vervelende.

Om goed de balans te houden en te waken voor het doorslaan naar een negatieve weging heeft men uit voorzorg in Nederland sinds een aantal jaren de Nationale Burendag ingesteld. Deze geste wordt erg gewaardeerd door UNESCO. Sterker nog. Dit succesvol event is door UNESCO genomineerd om te worden opgenomen op de Lijst van meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid. Ik heb het onmiddellijk geopenbaard aan onze buren. Maar die gaven helaas niet thuis.

Geschreven met een kleine censor


14. Dit zou ik nooit kunnen

Hoe vaak had die dat al tegen zichzelf gezegd? Dit kan ik niet. Kunnen of willen? Een steevast antwoord dat altijd terug gegeven werd. Totdat ie iemand tegen kwam die hem van ander repliek diende. Kunnen of durven? Het repliek van iemand bracht hem volledig van zijn stuk. Wie dacht die iemand wel niet te zijn. Niemand.

De ik-persoon was uit het veld geslagen en duidelijk boos. Liefst zou hij op dat moment iemand anders zijn geweest. Maar ja, die iemand anders had dan mogelijk het ook niet gekund. Maar wat dan? Ach, zoveel. Durven was van een heel andere orde dan willen. Willen lag naast kunnen op het kerkhof. Dat wist ie ondertussen wel. Maar durven? Durven leefde nog. En alles wat leefde dat boezemde de ik-persoon angst in.

Een teer puntje en best lastig om mee om te gaan. In het begin wist hij het nog te camoufleren, maar dat werkte averechts. Averlinks besloot hij bij die constatering om voortaan moedig te zijn. In het begin zakte de moed voortdurend in zijn schoenen. De dokter had hem al gewaarschuwd. Hij moest er even doorheen bijten. Moed is absoluut nodig voor durf. Hij kreeg een middeltje voorgeschreven om de moed op te trekken.

Omdat de ik-persoon nogal vergeetachtig was, tipte de dokter hem om de medicatie iedere ochtend in te nemen zodra hij zijn sokken optrok. En dat lukte wonderbaarlijk. Met een behoorlijke dosis opgebouwde moed trok hij na drie weken eindelijk de stoute schoenen aan en belde haar op. Iets wat ie tot dan toe niet had gekund, noch gewild, noch gedurfd.

Al snel kreeg ie de liefde te pakken. Het werkte verslavend. Iedere ochtend belde hij haar op. En zij, ze vond het prachtig. Medicatie had ie niet meer nodig. Hij leefde voortaan op liefdesdrugs.

Geschreven met een kleine censor


15. Zo werd mijn hart gebroken

Ik sliep in een hele grote witte kamer en mijn hart bonkte als een gek. Dat kon haast alleen maar een droom zijn die dat veroorzaakte. Normaal draag ik een klein hart en moet ik veel moeite doen om het te horen kloppen. Maar niet tijdens deze slaap blijkbaar.

Het was hartje Amsterdam waar ik een hotel had geboekt. Nou ja, hotel, het was eigenlijk een jeugdherberg. Maar voor mij voelde het als een hotel. De hele dag had ik de toerist uitgehangen met alles erop en eraan. Madamme Tussaud met Afro Wax, nog koud in de was. De Dam met enge verklede mannen op olifantenpootjes en grote zeisen. Het huis van Anne Frank, dat ik maar moeilijk kon vinden, de Begijnensteeg, idem dito. McDonalds op het Rembrandtplein en daarna naar Tuschinsky, naar J. Kessels, met lamme Frank L. In de hoofdrol.

En wat ontbreekt in het verplichte rijtje? Juist ja. De Rosse buurt. Het Red light district. Ik ging er van gloeien. Daarom bewaard tot het laatst. Je moet geen pleinvrees hebben om door al die kleine steegjes te kruipen. Het grappige is dat na tien omzwervingen, je alle dames en bezoekers lijkt te kennen. Fascinerend. Gelukkig kwam ik geen bekenden tegen. Hoewel. In een raam dacht ik heel even Patty B. te herkennen. Bekende Nederlandse. Bekenden wilde ik liever niet tegenkomen. Niet fijn voor de bekenden en niet fijn voor mij.

Wat deed ik alleen in Amsterdam? Dat vroeg ik me ook af toen de droom mij wekte. In de grote witte kamer had zich inmiddels een supergroot donkerrood hart opgepompt en dat hart dreigde mij de kamer uit te drukken. Nog even en het zou een bloedend hart worden. Made in Holland stond er op het hart. In grote witte uitgekerfde letters. En mijn geboortedatum en naam. Dit was mijn hart. Potverdomme.

Ik sprong snel uit mijn bed en belde naar de Roomservice. Ja, die hebben ze ook in een jeugdherberg, wat mij overigens verraste. Er was duidelijk sprake van een noodsituatie. Ze zouden zo snel mogelijk iemand naar mijn kamer sturen. Gelukkig werd snel de daad bij het woord gevoegd. Net op tijd. Mijn grote held, Huub van der Lubbe sprong spontaan de kamer binnen met een grote zeis. Zo werd mijn hart gebroken. Mijn grote hart.

01-07-2014

Gezondheidszorg ongerijmd

Mijn voeten staan heel ver naar buiten gericht, het is haast ongerijmd.
De linker staat te veel naar links, de rechter te ver naar rechts gelijnd.

Met mijn tenen is het ook goed mis, ze jubelen ongevraagd.
Er is geen podotherapeut te vinden, die zich eraan waagt.

Oorverdovend is het lawaai en het is geen gezicht.
Hoe die voeten en tenen zo verschrikkelijk naar buiten zijn gericht.

Met mijn enkels en knieën is het niet veel beter.
Ze hangen los in ligamenten, ze lopen voor geen meter.

Ik moet ook meer bewegen, zo adviseren de doktoren.
Maar dat zal moeilijk gaan, met al die knopen in mijn oren.

Ja, ja, een lijf kan het behoorlijk op zijn heupen krijgen.
Om over mijn uiterste ledematen maar te zwijgen.

O-benen met kromme schenen, ze zijn zomaar niet verdwenen.
X-armen met scheve ellepijpen, het is toch om te wenen.

Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.

Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij niet kunnen bedaren.

Van top tot teen, heel langzaam komen de gebreken.
Heeft u mij al eens goed bekeken?

De buik die steekt frontaal naar voren.
En mijn rug die moet nog nodig geschoren.

Een karretje, dat kan die buik voort best gebruiken.
Mocht ie vallen, zou hij zo mijn maag verstuiken.

Voorzichtig klop ik mij op de borst.
Die maag van mij die heeft nog altijd dorst.

Bier, wijn, frites en chips, hij kan het nog steeds verdragen.
Dat hoef ik hem niet eens te vragen.

De maag, het enige aan mijn lijf dat wel eens knort.
Nee wacht, mijn longen ook, als ik eens sport.

Hijgen en zuchten tijdens het lopen, dat doen ze dan.
Het is onder schijnbaar protest, dat ik me inspan.

De spieren vinden het bij lange na geen dolle pret.
Voordat ik ze uitdaag, smeer ik ze vol met vet.

Tja, en dan het hoofd, hè lieve mensen.
Volgepropt met hersens, die mij van alles proberen toe te wensen.

Het is me een verhaal apart.
Dat hoofd bezorgt me nog de meeste smart.

Het stuurt mij dikwijls alle kanten op.
Het blijft maar doorgaan en zegt nooit stop.

Ik durf hier gerust te stellen, het is maar dat u het weet.
Dat hoofd van mij, dat zorgt nog voor de meeste keet.

Zowel ik als anderen, hebben het getracht te temmen.
Maar helaas, mijn hoofd dat laat zich amper kennen.

Gepokt, gemazeld, gebeeldhouwd en geletterd, tot vervelens toe.
En het wordt ook nog eens zelden moe.

Ik kan niets anders doen, dan het dragen met trots.
En zo nu en dan beschermen, voordat het ergens botst.

Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.

Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij never nooit bedaren.


Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)