Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
1. De macht van de gesloten deur
De zakdoek die ik voor mijn neus houd is volgelopen met bloed. Het werd me allemaal even te veel. De tranen die uit mijn ogen lopen in de zakdoek verdunnen het bloed. Mijn witte T-shirt kleurt langzaam roze. Waarom moet ik dit nu weer meemaken? Ik wil het niet. Mijn gedachten glijden af.
Ik ben tien jaar en sta voor het zwembad en zie hoe groot de rij is. Het is echt dringen geblazen. De ruimte met ijzeren beugels, die het publiek in goede banen moet leiden, staat vrij vol. Op het moment dat ik aan wil sluiten dringt een klein jongetje voor en perst zich tussen mij en de ijzeren railing. Wat een brutale vlegel. Ik schat in hoe groot ie is. Iets kleiner dan ik. Ik raap mijn moed bij elkaar en duw hem met een flinke zet opzij. Verbaast over mijn eigen actie krijg ik meteen een grote bek terug. De jongen probeert weer voor te dringen. Wie A zegt moet B zeggen en ik duw hem nog een keer wat harder weg.
Wegwezen, roep ik hem toe. De jongen druipt af, pislink.
Nog geen vijf minuten later word ik op mijn schouder getikt. Ik draai me om en zie een grote jongen achter me staan. Achter hem staat het kleine jongetje van zonet. Ik zie nu pas met wie ik te maken heb. Het zijn kampers. Dit is goed mis. "Heb jij mijn broertje zojuist weggedrukt?" Voordat ik kan antwoorden krijg ik een flinke tik tegen mijn neus. Het wordt even zwart voor ogen en ik maak me snel uit de voeten. Mijn lust te zwemmen is voorbij. Het is bloedjeheet en ik druip af naar huis. De zwemtas op mijn rug gebonden.
Opnieuw sta ik voor een gesloten deur. Niemand thuis. Hoe hard ik ook bonk. Wat is dat toch met gesloten deuren. Ik wil hem open trappen. Maar dat lukt niet goed. Ik ga hier niet nog een keer mijn neus stoten. De klap die ik dit keer voor mijn kanus heb gehad doet nog zeer. Het bloeden houdt maar niet op. Ik haal mijn tong eens flink over mijn bovenlip en slurp het rode vocht naar binnen. Het smaakt vies zoet. Nog een keer trap ik tegen het staal. Tevergeefs. De macht van de gesloten deur blijft mij parten spelen. Maar ik wil naar binnen, hoe dan ook. Dan zwaait de deur ineens open. En wie staat daar in de deuropening? De cipier. Met een brede glimlach en een nieuwe zakdoek.
Geschreven met kleine censor.
2. Mijn handen staan ernaar
Hoofd, hart, kolenschoppen, ballpoints, plavuizen, melkfles, borsten, klei, toetsen, rekenmachine, haar, borstel, toiletpapier, bestek, afstandsbediening, schoenen, wanten, eelt, Nivea, zeep, urine, gebit, tandenborstel, tomaten, fruit, schaamlippen, verwarming, kachel, houtblokken, hakbijl, pik, clitoris, stofzuiger, zeem, poepgat, billen, walnoten, blaadjes, gieter, verrekijker, fotocamera, telefoon, autosleutels, magnetron, oven, grip, begrip, tafeltennisbatje, tennisracket, hockeystick, tuinmeubels, hangmat, schroeven, spijkers, cement, olie, citostick, kliko, frikadel, augurken, uitjes, slaatje, ijs, diepvriezer, onderbroek, slipje, knie, rug, zonnegroet, picobello, gebarentaal, waarschuwing, bril, boek, bladzijde, woord, letter, lijm, sperma, radioknopje, lange vingers, koekjes, drop, krant, plaatselijk leugenaartje, deurklink, kaasschaaf, kattenluik, brievenbusklep, aansteker, kurkentrekker, plantenbak, hond, kat, goudvis, mug, vlieg, paard, koe, vriend, vriendin, familie, bloed, kou, hitte, brand, rots, zand, gordijn, lichtknop, treinkaart, bankpas, vingers, huid, nagels, riem, hamer, schuurpapier, scheermes, schuim. Et cetera. Maar niet voordat mijn ogen ernaar hebben gekeken. Gezien, gepakt, gevat.
Geschreven met kleine censor
3. De stem van het lichaam
Mijn boer wordt gevolgd door een scheet. Beiden nat. Ik trek de lakens en deken over mijn hoofd. Naast mijn bed staat een emmer. Wie heeft die daar neer gezet? De kamer waarin ik me bevind is donker, de gordijnen dicht. Hoe laat zou het zijn? Ik heb geen idee. Ik probeer te bevatten wat er de laatste uren is gebeurd? Mijn hoofd lijkt zo nu en dan te ontploffen en mijn hartslag maakt overuren. Onder mij hoor ik geluiden. Ik kan ze niet plaatsen. Het lijkt of de hele kamer beneden mij vol zit met mensen. Ze praten druk met elkaar, maar kan ze niet verstaan.
Heel langzaam komen plaatjes terug. We zijn vandaag kampioen geworden. In de derde klasse. En ik was erbij. Ik mocht meedoen, toch? Volgens mij heb ik zelfs twee doelpunten gemaakt. Het feestje na afloop was geweldig. Het bier vloeide rijkelijk. Zonder te douchen meteen het clubhuis in. Meteen aan het bier. De meters werden in sneltreinvaart aangeleverd. Tussendoor een broodje kroket gegeten. Op aanraden van een teamgenoot. Vijftienjaar en voor het eerst kampioen. Dat ik mee mocht doen in het eerste, vond ik geweldig. Helaas kon mijn vader niet komen kijken. Hij had een ander feestje op de camping. Daar werd uitbundig een verjaardag gevierd van een neefje.
Whatever. Ik had het geweldig naar mijn zin. Even de boel de boel laten en genieten van het resultaat. De drank steeg langzaam naar mijn hoofd. Van de laatste minuten dat ik nog bij zinnen was kan ik me niet veel meer herinneren. Behalve dat ik buiten het clubhuis op de stoep enorm moest overgeven. Maar pas nadat ik al mijn ellende eruit had gegooid. Mijn droeve stemming die ik achter het hockeygeweld zorgvuldig gecamoufleerd hield. De bodem was bereikt. Douchen ging niet meer lukken. Tussen twee teamgenoten werd ik de auto in geduwd. We gingen ergens anders verder door vieren. Bij een trouwe supporter thuis. Daar stopten ze mij in bed. Om pakweg 19:00 uur hadden ze me verteld.
Nu was het 21:30 uur. Volgens mij tijd om naar huis te gaan. Durfde ik dat nog? Ik holde vlug naar het toilet. Op mijn knieen voor de toiletpot gooide ik mijn gif en gal over de rand. Terug in de woonkamer werd ik vol medelijden aangekeken. We brengen je wel even naar huis. Gelukkig. Diep van binnen voelde ik me waardeloos. Een stem in mijn hoofd probeerde dat nog eens stevig in te wrijven. Het kampioenschap kon me even gestolen worden. Nuchter worden is niet fijn.
4. Waar twijfel je aan?
Of ik meer verwantschap toon met een hond of met een kat? Die vraag wordt me gesteld in de voorstelronde. Wat een rare vraag. Meestal vragen ze naar je naam en of je getrouwd bent en kinderen hebt, wat voor werk je doet en wat je hobbies zijn. Nee, of ik meer verwantschap toon, met een hond of met een kat. Moeilijk kiezen. Ik ga voor kat. Of ik dat kan toelichten? Nou eigenlijk niet. Het komt meer voort uit een impulsieve reactie. Onverwacht? Ja, dat verklaart dan toch min of meer mijn keuze. Katachtigen reageren vaak ook onverwacht. Leg er maar eens eentje op je schoot. Een vreemde hè. Kroel zijn of haar buik en wachtdan af. Je voelt dan aan de kat of hij het ja dan nee weet te waarderen. Althans dat denk je, dat schat je zo in. Totdat! Juist ja. Jij eerst schrikt en daarna de kat.
Bovendien bij hond komt meteen de eerst ervaring met een hond bij mij op. De enkelbijter van de buren. Hij reikt tot net onder kniehoogte maar bijt als een bulldog. Mij jeans is gelukkig scheur- en biteproof. De hond probeer ik weg te schieten door heel hard met mijn onderbeen te draaien. Het wil niet lukken. Het is en blijft een bijtertje. De kat is in iddels op zijn nek gesprongen. Hij of zij, ik weet het nog steeds niet, kiest partij voor mij. De enkelbijter is not amused. Hij schudt nu aan mijn broekspijp en geeft kopstoten tegen de kattenbuik. Die hupt af en toe twintig centimeter de lucht in maar blijft aan haken. De voorpoten om het hoofd van de enkelbijter heengeklemd.
Of ik meer verwantschap toon met een hond of een kat? De vraag blijft in mijn hoofd zinderen. Ik heb al spijt van mijn keuze. Mag ik nog voor hond kiezen? Ik merk dat ik toch meer verwantschap voel met een kleine terrier die maar niet wil loslaten. Hoewel een kat toch ook wel iets schattigs en onvoorspelbaars heeft. Ook daar kan ik mij in vinden.
Mag ik ook even overslaan? Ik twijfel nog. En dat op dierendag. De aninmaliclub kan het niet waarderen. Is dat nu zo moeilijk kiezen tussen hond of kat? Ammahoela, ik laat me niet kennen. Marie is aan de beurt. Ben benieuwd hoe zij zich hieruit worstelt.
5. Gesprek met een oude dorre vrouw
Verschrikkelijk zijn de zinloze gesprekken die ik voer met de oude dorre vrouw in mij. Hoe dat zo kan? Nou heel eenvoudig, ze duikt meestal op in mijn leven op de meest dagelijkse momenten. Een voorbeeld. Onlangs maakte ze mij attent op een aankoop in de supermarkt. Niet doen, sprak de oude vrouw in mij. Zo simpel gaat het. Gewoon in de supermarkt ja. Bij een pakje boter. Niet doen, sprak de oude vrouw. Smeert niet lekker. Neem liever het huismerk. Minder waterig.
Sta ik op het station te wachten op de trein. Komt ie weer eens te laat. Vierkante wielen zogezegd. En hup, daar is ze weer. De dorre oude vrouw in mij. Kan niet. De trein kan niet door vierkante wielen te laat komen. Het zijn herfstbladeren, zeker weten. Van die natte, muffe, vieze. Aldus de dorre vrouw in mij. Van de week op mijn werk. Weer hetzelfde verhaal tijdens onze maandelijkse evaluatiemeeting. Ja, dat woord bestaat. Saai, saai, saai. En hup daar duikt ze weer op, de dorre oude vrouw in mij. Nee, ik wil geen melk in de koffie. Vijfentachtig jaar werk ik bij dit bedrijf, driehonderd meetings heb ik al meegemaakt, en nee, ik drink nog steeds geen melk in mijn koffie. Waarom kan niemand dat onthouden? De oude dorre vrouw in mij hijgt in mijn nek. Neem nou een koekje, dadelijk zijn ze op. Ja, een Mariakoekje. Om te soppen in de koffie.
Ik heb er nu echt genoeg van. Die oude dorre vrouw heeft haar beste tijd gehad zo langzamerhand. Het wordt allemaal te voorspelbaar. In een goed gesprek wijs ik haar uiteindelijk de deur. Als troost neem ik een Bounty. Geeft veel meer energie dan een Snicker. Met de Bounty duikt ook een jonge vrouw in mij op. In een druipend natte bikini. Wat een verademing. Die gaat nog wel even mee.
6. Een slechte leraar
Hij neukte alles wat los en vast zat. Slecht was ie, tot op het bot. En toch viel ie goed bij de vrouwtjes. Der Franz wist van wanten. En Franz wist het maar al te goed. Iederen week werd er weer een nieuwe lading losgelaten op de piste. Ze ondergingen allemaal zijn sneeuwdoop. De sneeuwdoop van Franz was ongekend. Zelfs de meest intieme delen bleven niet gespaard in het sneeuwbad. Wie wil leren skiën moet eerst leren vallen. Dat was zijn stokpaardje. Nou ja, een stokpaardje? Franz beschikte over een complete stal van stokpaardjes. Met Franz altijd sjanz. Die was ook gekend. Zeker onder zijn Mitarbeiter. Die zagen de sneeuwbui alweer hangen. Der Franz waren ze in het sneeuwseizoen altijd kwijt. Wo ist der Franz? Do ist der Franz! Dat was het motto waarmee de vriendengroep elkaar altijd begroette aan de Stammtisch. De Stammtisch was altijd de veilige thuishaven voor de vriendengroep. Allemaal skileraren met hun eigen gaven. Ze gaven veel, maar ontvingen nog veel meer. Vooral van de meisjes die ze skiën leerden. De gaven van de meisjes ontvingen ze na afloop van de skiles. Aan de Stammtisch. Onder het genot van Glühwein en Jägerthee kwamen eerst de meest wilde verhalen los. Die gingen meestal over Franz, want die was er toch niet. De slechte Franz. Hij had een naam, die de meeste meisjes danig bekoorden. Iedereen wilde dan ook de volgende dag les van Franz. Waarom? Omdat Franz niet op zijn mondje gevallen was en erg charmant. Wat de dames niet wisten, is dat Franz ook nog een andere kant had. Losse handjes zogezegd. Een driftkikker was Franz als hij niet zijn zin kreeg. Hij had dan ook een bijnaam gekregen die klonk als een klok. Franz Beckenverbauer. Krom Duits gelardeerd met een vleugje plat Hollands.
7. Wie houdt je tegen?
Niemand. Helemaal niemand. Niemand niet meer. Ik ben het zat. Altijd maar weer die oorlog. Weggeschoten worden uit mijn eigen land. Ik pak spullen en familie bij elkaar. Mijn tante uit Marokko, mijn neefjes uit Zimbabwe. Ik bind het spul op een hele oude bolderkar. Samen zingen we onderweg dappere liederen uit onze vroege jeugd. Drie maal drie is negen en ieder zingt een eigen lied. Ondertussen maken we de meest bizarre dingen mee en fantaseren erop los. We passeren duistere grenzen, agressieve volkeren, gewapend met woedende blikken bezeten van haat. Geen prettige omgeving om familie en kinderen doorheen te loodsen, je kroost te beschermen. En dan zitten de Russen ook nog eens op onze hielen, ze verwensen alle westenaren. Maar dat is slechts een beperkte eenzijdige view, op het grote wereldgebeuren, vanuit ieders centrum bezien. We dragen ieder ons eigen steentje bij aan oorlog en vrede, ziekte en gezondheid, armoede rijkdom. Al degenen die vrij van zonden zijn, mits er consensus is over die zonden, werpe de eerste stenen.
Geschreven met kleine censor
8. Een bord met een pijl
Vijf woorden telde de kleine zin. Daar moesten we het mee doen. Maak een verhaal met de kleine zin. Vijftien minuten tijd. En de tijd gaat nu in. De paniek sloeg meteen toe. We waren met z'n zessen en niet de minsten. De juffrouw had ons niet voor niets bij elkaar gezet. Zes van die eigenwijze sodemieters, die vechten elkaar de kiet uit. Mooi niet. We snapten alle zes de 'hidden agenda' en lieten ons niet kennen.
In onderlinge verbondenheid en met meer weet dan de meeste mensen vermoeden, namen we ieder een eigen woord. Een woord deelden we met twee. Ik zat bij het tweetal. Bord. Wat een woord. Daar kun je alle kanten mee op. Gelukkig hoefde ik niet na te denken over 'een', dat kwam ook nog eens twee keer voor. Stel je eens voor. Een verhaal schrijven over 'een' en dat twee keer. Ben ook blij dat ik niet 'met' had. Dat is meteen samen met 'een', twee keer, nee drie keer zo moeilijk. Met 'met' kon je ook alle kanten op. Boerenmetworst, daar had ik dan iets mee gedaan. Zeker weten. Blijft tot slot 'pijl' over. Veel te makkelijk. Ik zou er vast en zeker een mooi peil op kunnen trekken.
Vooralsnog bleef het papier leeg. Mijn maat en ik kwamen er niet goed uit. Er lag toch ineens erg veel op ons bord. Voordat we alles hadden weggeschoven was de tijd bijna om. We hadden nog geen letter op papier. Daar lag ie voor ons, het bord, naakt, spierwit, wachtend op invulling. Stiekem was ik nu toch wel erg jaloers op mijn tafelgenoten. 'Een', 'pijl', en 'met' waren toch een stuk makkelijker geweest. Mijn maat besefte dat ook. Hij was vol. Maar om het nu al erbij te laten zitten was not done. Zeker voor eigenwijze sodemieters.
We gaven onze eigen invulling aan het bord en aan het papier. Iets met bordpapier. Bestond dat? Zeker weten. Bordpapier is te vergelijken met snoeppapier. Met een gele en roze stift schreven we het A4 dat voor ons lag vol met alle termen en kenmerken die ons te binnen schoten bij bordpapier. Veel te moeilijk sprak de juf. Less is more. Beperk je tot bord. Potverdorie. Konden we weer opnieuw beginnen. Lag er weer iets op ons bordje. Maar geen tijd.
Geschreven met kleine censor
9. Zij zijn te vertrouwen
Facebook is eruit. Naast likes horen ook dislikes. Facebook voorziet in een grote behoefte. Het delen. Van plaatjes en emoties. Van dare en truth. Facebook overweegt ook de introductie van emoticons en van een button fuck you. Over dare en truth gesproken. Zijn zij te vertrouwen? Zij zijn te vertrouwen. De likes de dislikes, de plaatjes de emoties, het dare en truth en fuck you.
Ik twijfel nog. Ik zie er nog geen gezichten bij. Een verplichte webborstel die ontbreekt nog. Zodat je in de vroege ochtend en diep in de nacht goed kunt zien wie live online is. Of online live. Ik heb namelijk sterk het vermoeden dat een aantal facebookers hartstikke dood zijn. Letterlijk en/of figuurlijk. In het eerste geval wordt het facebook bestierd door look-a-likes. Living death, levend dood. In het tweede geval uitgestorvenen, bestorvenen. Niet aan of van humor.
Ik wil ook pleiten voor een andere naamgeving. Facebook. Wie houdt wie nu voor de gek? Spiegeltje spiegeltje aan de wand, wie is het mooiste van het land? Beter nog, spiegeltje, spiegeltje in de hand, wie is het mooiste van het land? Hoe heette die heks uit dat sprookje ook alweer? Geen idee. Maar die naam zou volstaan. Universeel herkenbaar. Ik noem haar hier voor het gemak maar even Eufebia.
Heb je al naar Eufebia gekeken? En hup pats boem, meteen wordt je een giftige appel voorgehouden. Je weet wel, met zo'n hapje eruit. Die eet je dan op samen met Bert en Samsung op de bank. Ja, ja, Eva heeft het toentertijd goed begrepen. De liefde van de man en de vrouw gaat door de maag en door het beeldscreen. Het heeft ook een keerzijde. In de bloterik knuffelen is er niet meer bij. Arme liefde.
Geschreven met kleine censor
10. Slecht gezelschap
De tijd, hij gaat altijd veel te snel voorbij. Vandaag weer. Twaalf uur net niet gehaald. Paniek. Hoe kan ik de tijd inhalen, ongedaan maken? Terugblikken heeft geen enkele zin. Stilstaan al helemaal niet. In vooruit kijken heb ik geen trek. Ben veel te bang wat er eventueel komen gaat, of niet. Ik bevind me in slecht gezelschap. In mijn kamer hangen wel tweehonderd klokken. Ze lopen geen van allen gelijk. Sommigen lopen achter en anderen weer voor. Hoe moet dat nu? Straks gaan er weer een paar af. Ze klinken verschrikkelijk metaalachtig. Houden mij in een ijzeren greep. En ik heb nog zoveel te doen. Hoe moet dat nu? Kijk nu herhaal ik mezelf al. Zo gaat dat ook met tijd. En straks ga ik het vast nog een keer zeggen. Hoe moet dat nu? Zie je wel, daar doe ik het alweer. Ja, zojuist. Heel even geleden, een paar zinnen terug. In herhaling vallen. Net als de tijd. Ik ben het beu. Ik hou het geen kwartier meer vol. Rottijd. Ik ga naar bed. Morgen weer een nieuwe dag.
11. Schrijf over een tatoeage
De inkt wil niet pakken. Alle kleuren heb ik beprobeerd. Ook al doe ik nog zo mijn best. Ook al drijf ik de naald er keihard in. Ik kan hem maar niet overschrijven, mijn enige en echte tatoe. Truus ik hou van jou. Waarom heb ik dat er toch ooit op laten schrijven? Op mijn lichaam. Nu zit ze voorgoed onder mijn huid. In zwarte inkt. Voor de eeuwigheid. Ik kan er natuurlijk iets anders van maken. Hoewel? Ik kom niet verder dan Truusje. En dat is niet echt een verbetering. Een werkwoord werkt ook niet. Ik heb je gisteren vertruusd. Van mijn schouder naar mijn knie. De pijnlijkste plek voor een tatoe. De knieschijf. Nee, ook dat kan niet. Er dan toch maar een stukje uitsnijden en door het leven gaan met een wond. A wounded shoulder in plaats van een wounded knee? Och, had zij toch Ans geheten? Ik had er sjAns van gemaakt. Ik hou van sjAns. Dan lieg ik niet. Sj had er nog prima tussen gepast. Tussen van en Ans. Een staalborstel kan ik ook nog proberen. Is wel pijnlijk. Niet doen dus. Truus blijft zitten. Onder de huid. Het zij zo. Ook al houd ik er niet meer van.
12. Schrijf over een taakverdeling
Als jij de piepers schilt, zal ik ze wassen. Als jij de auto wast, zal ik hem rijden. Als jij de auto rijdt, zal ik kaart lezen. Als jij de kaart leest, zal ik de weg zoeken. Als jij de weg zoekt, zal ik het hotel kiezen. Als jij het hotel kiest, zal ik betalen. Als jij betaalt, zal ik me uitkleden. Als jij me uitkleedt, zal ik de deur dicht doen. Als de deur is dicht gedaan, is het gesprek afgelopen. Als jij niet niet meer spreekt, is de kous af. Als de kous af is, kunnen we naar de rechter. Als de rechter niet thuis is, gaan we links. Als linksniet bevalt kunnen we altijd nog rechtdoor gaan. Rechtdoor waar we aanvankelijk begonnen zijn. Zonder af te wijken. Af te wijken waarvan? Van de taakverdeling. Als jij de piepers schilt, zal ik ze wassen. Als jij de auto wast, zal ik hem rijden. Als jij de auto rijdt, zal ik kaart lezen. Opdat we niet verdwalen. Verdwalen, waar naar toe? Naar houvast. En dan? Dan verdelen we de taken? Om opnieuw te beginnen? Hou toch op.
13. Schrijf over een openbaring
De tweede woensdag van oktober is door de VN uitgeroepen tot Internationale dag ter voorkoming van natuurrampen. Wat een openbaring. Een commissie van belachelijk veel edelachtbaren all over the world is tot de conclusie gekomen dat er steeds meer natuurrampen (gaan) plaatsvinden. De wereld of iets dat verder gaat dan de wereld is flink boos op ons.
Er zijn her en der wat streekproeven gedaan. Ook in Nederland. Aardbevingen in Friesland en Groningen. Overstromingen door wolkbreuken, plaatselijk. Het kostte de onderzoekers heel wat moeite om in te schatten waar plaatselijk was. Om de situatie goed te kunnen beoordelen is het wel zo handig als een onderzoeksteam ter plaatse aanwezig is. De onderzoeksresultaten hebben anders geen geldigheid en de data zijn dan niet valide, mogen in de weging niet meegenomen worden.
Ook is onderzoek gedaan naar de geboorte en bloedlijnen van vervelende buren. Sinds 2014 zijn vervelende buren erkend als natuurramp. De natuur is grillig, zo ook vaak de buren. Deze parallel was bepalend in de erkenning van natuurramp. Het is een noodlot dat velen overkomt en veel schade aan kan richten. Je kunt, net als familie, je buurman niet kiezen. Daar houdt dan ook de vriendschap vaak op. Gelukkig heeft Radar-onderzoek uitgewezen dat Nederland een klimaat kent waarin goede buren meer voorkomen dan vervelende.
Om goed de balans te houden en te waken voor het doorslaan naar een negatieve weging heeft men uit voorzorg in Nederland sinds een aantal jaren de Nationale Burendag ingesteld. Deze geste wordt erg gewaardeerd door UNESCO. Sterker nog. Dit succesvol event is door UNESCO genomineerd om te worden opgenomen op de Lijst van meesterwerken van het orale en immateriële erfgoed van de mensheid. Ik heb het onmiddellijk geopenbaard aan onze buren. Maar die gaven helaas niet thuis.
Geschreven met een kleine censor
14. Dit zou ik nooit kunnen
Hoe vaak had die dat al tegen zichzelf gezegd? Dit kan ik niet. Kunnen of willen? Een steevast antwoord dat altijd terug gegeven werd. Totdat ie iemand tegen kwam die hem van ander repliek diende. Kunnen of durven? Het repliek van iemand bracht hem volledig van zijn stuk. Wie dacht die iemand wel niet te zijn. Niemand.
De ik-persoon was uit het veld geslagen en duidelijk boos. Liefst zou hij op dat moment iemand anders zijn geweest. Maar ja, die iemand anders had dan mogelijk het ook niet gekund. Maar wat dan? Ach, zoveel. Durven was van een heel andere orde dan willen. Willen lag naast kunnen op het kerkhof. Dat wist ie ondertussen wel. Maar durven? Durven leefde nog. En alles wat leefde dat boezemde de ik-persoon angst in.
Een teer puntje en best lastig om mee om te gaan. In het begin wist hij het nog te camoufleren, maar dat werkte averechts. Averlinks besloot hij bij die constatering om voortaan moedig te zijn. In het begin zakte de moed voortdurend in zijn schoenen. De dokter had hem al gewaarschuwd. Hij moest er even doorheen bijten. Moed is absoluut nodig voor durf. Hij kreeg een middeltje voorgeschreven om de moed op te trekken.
Omdat de ik-persoon nogal vergeetachtig was, tipte de dokter hem om de medicatie iedere ochtend in te nemen zodra hij zijn sokken optrok. En dat lukte wonderbaarlijk. Met een behoorlijke dosis opgebouwde moed trok hij na drie weken eindelijk de stoute schoenen aan en belde haar op. Iets wat ie tot dan toe niet had gekund, noch gewild, noch gedurfd.
Al snel kreeg ie de liefde te pakken. Het werkte verslavend. Iedere ochtend belde hij haar op. En zij, ze vond het prachtig. Medicatie had ie niet meer nodig. Hij leefde voortaan op liefdesdrugs.
Geschreven met een kleine censor
15. Zo werd mijn hart gebroken
Ik sliep in een hele grote witte kamer en mijn hart bonkte als een gek. Dat kon haast alleen maar een droom zijn die dat veroorzaakte. Normaal draag ik een klein hart en moet ik veel moeite doen om het te horen kloppen. Maar niet tijdens deze slaap blijkbaar.
Het was hartje Amsterdam waar ik een hotel had geboekt. Nou ja, hotel, het was eigenlijk een jeugdherberg. Maar voor mij voelde het als een hotel. De hele dag had ik de toerist uitgehangen met alles erop en eraan. Madamme Tussaud met Afro Wax, nog koud in de was. De Dam met enge verklede mannen op olifantenpootjes en grote zeisen. Het huis van Anne Frank, dat ik maar moeilijk kon vinden, de Begijnensteeg, idem dito. McDonalds op het Rembrandtplein en daarna naar Tuschinsky, naar J. Kessels, met lamme Frank L. In de hoofdrol.
En wat ontbreekt in het verplichte rijtje? Juist ja. De Rosse buurt. Het Red light district. Ik ging er van gloeien. Daarom bewaard tot het laatst. Je moet geen pleinvrees hebben om door al die kleine steegjes te kruipen. Het grappige is dat na tien omzwervingen, je alle dames en bezoekers lijkt te kennen. Fascinerend. Gelukkig kwam ik geen bekenden tegen. Hoewel. In een raam dacht ik heel even Patty B. te herkennen. Bekende Nederlandse. Bekenden wilde ik liever niet tegenkomen. Niet fijn voor de bekenden en niet fijn voor mij.
Wat deed ik alleen in Amsterdam? Dat vroeg ik me ook af toen de droom mij wekte. In de grote witte kamer had zich inmiddels een supergroot donkerrood hart opgepompt en dat hart dreigde mij de kamer uit te drukken. Nog even en het zou een bloedend hart worden. Made in Holland stond er op het hart. In grote witte uitgekerfde letters. En mijn geboortedatum en naam. Dit was mijn hart. Potverdomme.
Ik sprong snel uit mijn bed en belde naar de Roomservice. Ja, die hebben ze ook in een jeugdherberg, wat mij overigens verraste. Er was duidelijk sprake van een noodsituatie. Ze zouden zo snel mogelijk iemand naar mijn kamer sturen. Gelukkig werd snel de daad bij het woord gevoegd. Net op tijd. Mijn grote held, Huub van der Lubbe sprong spontaan de kamer binnen met een grote zeis. Zo werd mijn hart gebroken. Mijn grote hart.
Posts tonen met het label openbaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label openbaring. Alle posts tonen
15-10-2015
30-09-2013
Columns van Harrie (September 2013)
De notenteller / Verkeer / 2-9-2013
Sommige mensen passen op hun tellen. Anderen niet. Zij passen op hun noten. En dat kunnen er diversen zijn. Maar pas op. Zodra een notenteller zijn noten kwijt is heeft hij een probleem. Noten zijn voedzaam en zorgen voor muziek. En zonder muziek vaart niemand wel.
Ik vond het dan ook niet vreemd dat ik onlangs een oproep ontving uit Flanderen een klein plaatsje verstopt in Galacticum 2013 aan de rand van een onmetelijk sterrenstelsel dat nog niet zolang geleden ontdekt is door marsman Serpentinus. U weet wel. Die schrijver die van feestjes houdt en als grootste hobby heeft het verzamelen van nepkunst en het bestuderen van de topografie van het heelal, hallal uiteraard. Maar ik begrijp dat u als lezer veel meer geïnteresseerd bent in de oproep, van wie die komt en waarover die gaat, dan in mijn achtergrondgeneuzel. Wel ik zal meteen to the point komen. Als dokter wil ik er nog wel eens omheen draaien begrijpt u, maar voor deze keer maak ik een uitzondering.
Wel de beste vrouw kwam uit Flanderen, ja, het was een vrouw, ook al vermoedt u hier een heerschap, en die beste mevrouw had heel wat noten op haar zang. Ze had ook vleugels. Maar dat terzijde. Ze had de vleugels jaren geleden lam geslagen, zo vertelde ze mij toen ik er naar vroeg. Deze mevrouw, ben even haar naam kwijt, wilde graag muziek maken van een hogere soort. Geen nepmuziek, geen goedkope muziek, geen fakemuziek, geen hoempapa en geen poeskas, gewoon, mooie hogere muziek. Ik vroeg haar meteen to the point, wat ze nu eigenlijk precies onder hogere muziek verstond.
Muziek die uit de hemel kwam, muziek die hoog uit de keel gestoten wordt, vocaal uiteraard, of muziek met een hoge toon? Ik had geen idee, namelijk. Zij ook niet. Zo bleek. Ze kon er gewoon niet bij. Dat maakte het voor mij wel lastig. Waar kon ze niet bij? Nou bij die hoge noten op haar zang. Het strookte niet met haar inborst, zo vertelde ze. “Weet u wel dat ik een nazaat ben van Mach en Bozart en dat ik ooit nog gezongen heb op muziek van Geethoven en Brieg.” Atonaal, tonaal het kwam allemaal voorbij. Toen de Flanderse dame haar keeltje wilde openen, greep ik in. Ze wilde mij duidelijk de muziekles lezen, maar daar had ik even geen zin in. “Mevrouw u heeft een oproep gedaan om advies, dan gaat u mij hier geen zang- en muziekles verkopen. Bent u nou helemaal betubaat? U hoeft hier geen eerste mandoline met mij te spelen, Daar houd ik helemaal niet van. Dan banjoot u maar liever op.”
De vrouw uit Flanderen, verdikkie hoe heet ze nu toch weer, probeerde het nog met een schorre aria van Strahler en Mauss. Maar het mocht niet baten. Ik wees haar vriendelijk de deur van mijn TARDIS. Het werd veel te benauwd in mijn telefooncel. Ik had even lucht nodig, zij ook. Toen ze de TARDIS verliet rolde de noten over de grond. Ze weerklonken keihard op de blauwe tegels waarop ik mijn TARDIS voor de bijzondere gelegenheid gestald had. Ik moest lachen want het melodietje dat van de blauwe stoep spatte leek op een kruising tussen twee volkse melodieën, waarvan me de namen gelukkig meteen te binnen schoten. The Lonely Goatherd en How can love survive?
De mix van deze twee songs werkte aanstekelijk. Mevrouw ‘hoe heet ze ook alweer’ begon er spontaan van te dansen, ze kreeg er het heen en weer van. “Dat bedoel ik nou Who”, riep ze me olijk toe. “Het is het toeval dat de herder met de liefde verbindt.” Ik was verheugd. Ik had weer een schaap gered. Mijn taak zat erop. Dat dacht ik tenminste. “Ik heb ze weer gevonden Who, dankjewel, dankjewel … maar hoe krijg ik ze nu ook alweer in de juiste volgorde, het zijn er zo veel en ze zijn zo verschillend?” De paniek was op haar gezicht af te lezen. Hier moest nog behoorlijk wat werk verzet worden. “De notenteller mevrouw, u moet dringend op consult bij de notenteller.” Dat was mijn advies. Maar daar kwam ik niet mee weg. “Waar zit ie ergens Who? En kom nu niet met een flauw interspacesmoesje. Ik ken u langer!”
“Mevrouwtje, mevrouwtje voor u uw geduld verliest en ik het mijne, doe eens effe rustig. Zonder muziek vaart niemand wel. Dat heeft u mij nu wel duidelijk gemaakt. De notenteller die ik u aanraadt is op vakantie. Hij zwerft tijdens zijn vakanties altijd rond op een of andere intergalactische website, dat is wat ik weet. Alleen, het internet is zo onmetelijk groot en omvat zo veel informatie dat ik u niet kan garanderen dat ik hem meteen kan opsporen. Heb geduld. Ik kijk even of ik mijn 5G kan launchen op mijn S-tablet en dan komt alles goed.” “Een S-tablet? Heeft u nog een S-tablet? Dat bestaat niet, daar kunt u absoluut geen 5G op launchen hoor?” Aha, het mevrouwtje had er verstand van, ze wist van wanten. “Oké, oké, ik zoek het op via mijn David David!” Al gauw zie ik waar de notenteller zich zou kunnen bevinden en gelukkig geeft mijn S-tablet ook een standby telefoonnummer aan op websitelocatie. Ik bel onmiddellijk.
“Hallo, ja, met Who, kun jij me even doorverbinden met Tom Bowie.” Ik leg de hand op mijn Galaxy en fluister stilletjes richting mevrouw ‘hoe heet ze ook alweer’, dat mevrouw zich zo dadelijk kenbaar moet maken. “Hallo, spreek ik met Tom, Tom Tom Bowie. Ja, kijk ik heb hier een mevrouw naast me staan met gigantisch veel noten op haar zang. Alleen ze is een beetje de ordening kwijt. Kun jij haar helpen met tellen? Ja, ja, Mooi, ik geef haar even.” Ik overhandig de Galaxy aan mevrouw. En onmiddellijk schiet me te binnen hoe ze weer heet. “Hallo, u spreekt hier met Nel Telnet-Telkwijt, kunt u mij misschien helpen …?” “Geen probleem mevrouw”, antwoordt Tom Tom Bowie, “gooit u al uw noten maar even op het net en dan bak ik er een mooi notenbroodje van, met knapperige korstjes. Kunt u daarna weer lekker zingen en fluiten.” Ik leen Nel mijn S-tablet en uiteindelijk komt alles goed.
Edit: 23-06-2024
Dit verhaal van Harrie is opgenomen in de verhalenbundel 'De Blues - 32 verhalen over wat muziek met je doet' van uitgeverij Tobi Vroegh.
Deze uitgeverij ondersteunt mensen met een psychiatrische achtergrond.
Deze bijzondere verhalenbundel is te leen in de bibliotheek of te koop bij de uitgever.
Boer Zwasie / Verkeer / 05-09-2013
Langzaam zweeft de TARDIS door de lucht. Totdat ie in een kleine aardse tornado terecht komt. Een tornado ontstaan door proefboringen naar schadegas. Boer vindt het maar niks. Vol argwaan volgt ie vanuit zijn camper wat er in de lucht gebeurd. Sinds de aankondiging van de proefboringen heeft ie voor de zekerheid zijn camper uit het stof gehaald. Mobiel zijn in onzekere tijden kan nooit kwaad.
De TARDIS spint rondjes. Vliegensvlug midden in het hart van de tornado. Boer krijgt er kippenvel van. Je zult er maar in zitten in zo’n maffe vliegende telefooncel. Nog nooit heeft boer een dergelijk tafereel boven zijn landgoed meegemaakt. Als de deurbel van de camper gaat veert Zwasie rechtop uit zijn stoel. Een schorre bouvier blaft de tong uit zijn lijf. Zo klinkt de deurbel. Het bordje 'Pas op! Hier waakt mijn baas!’ heeft blijkbaar geen indruk gemaakt op de belgast. Zwasie maakt open. Voor hem staat een wezen dat nog het meest lijkt op een Michelinmannetje, maar dan zonder ribbels en een veel te grote helm. Het wezen klept de helm open en vraagt: “Meneer Zwasie I presume?”
“Yep, meneer Zwasie you presume.” Boer Zwasie is bepaald niet ongeletterd en spreekt een woordje over de grens. De Engelse grens. Van de Duitse woont ie gelukkig ver genoeg af. Om over de Franse maar niet te spreken. Gelukkig ligt zijn geliefde Vlaanderenland er nog tussen. “What do you want en who are you?” Het Michelinmannetje schiet in de lach. “Praat maar gewoon Nederlands hoor, I presume was maar een joke.” “Oh”, antwoord Zwasie, “wat wilt u en wie bent u?”
“Ik ben meneer Fritsen van firma Schadegas Brabantica. Ik kom u even uitleg geven over de proefboringen op uw land. Ik zie namelijk dat ze al begonnen zijn. U wil vast wel hierover vast wel wat uitleg.” “Eh, ja graag, komt u binnen, en let op het opstapje!” Op het moment dat Michelinman Fritsen een halve meter de lucht in wil stappen (een kleine stap voor hem, maar voor de mensheid een hele grote) land de TARDIS met een enorme knal in de achtertuin van boer Zwasie. Fritsen valt van schrik achterover op zijn helm die in tweeën splijt. Boer Zwasie is naar de andere kant van zijn camper gesprongen en kijkt in de achtertuin. De TARDIS staat op zijn kop in de modder.
“Help, help!”, klinkt een benepen stemmetje onderaan de camper. Michelinman Fritsen heeft bij zijn val vergeten zijn tong naar achter te trekken en bloedt nu verschrikkelijk uit zijn mond. Het bloed sijpelt langzaam door de breuk van zijn gebroken helm. Boer Zwasie kijkt toe en moet meteen denken aan een afbeelding die vanochtend in de Brabantse Gazet stond. Een situatietekening van toekomstige proefboringen in zijn geliefde Brabant. Een bloedrode kartellijn markeert de gebiedszone van het terrein waar de proefboringen gepland zijn. Kijk en nou ligt die afbeelding in vol ornaat en spierwit op de drempel voor de deur van zijn camper. Heel vreemd. Weird.
Intussen klinkt er gestommel in de achtertuin. Een man met een fel gekleurde sjaal klimt uit de omgekeerde telefooncel. Een maf gezicht. Bij boer Zwasie vindt kort kortsluiting plaats tussen ogen en hersenen. Hij kan de verbinding niet goed leggen tussen wat ie ziet en wat ie denkt te zien. Totdat ie erachter komt dat dat hetzelfde is. Iemand klimt ondersteboven uit een omgekiepte telefooncel. Maar wat doet dat ding in zijn tuin? Er gebeurt nooit wat op zijn landgoed en nu plotsklaps twee vreemde heren op bezoek. De man met de gekleurde sjaal loopt nu op de camper af en boer Zwasie neemt polshoogte bij het Michelinmannetje.
Met de pols is niets mis. Met de tong wel. Helaas kan meneer Fritsen geen toelichting meer geven op zijn bezoek. Alle redding moet nu komen van de man met de gekleurde sjaal. Althans dat hoopt Zwasie. Zelf weet ie namelijk geen raad met de situatie. Hij laat de oplossing over aan het toeval dat net is geschied. Twee situaties die gelijktijdig botsen. Dat voorspelt niet veel goeds. Maar de man met de sjaal, aka dr. Who, weet gelukkig altijd raad in vreemde situaties. Alleen, dat weet boer Zwasie nog niet. “Ah, u heeft bezoek gekregen van een vertegenwoordiger van de firma Schadegas Brabantica”, valt dr. Who meteen met de camperdeur in huis. “Dat komt goed uit, want die moet ik ook nodig spreken. Die lulhannes heeft vergeten de buurt te informeren over proefboringen. En nu zit ik met een gebroken en omgekieperde TARDIS. Verdorie!”
Michelinman Fritsen verschrompelt langzaam onder de ogen van dr. Who en boer Zwasie. “Weet je wat, boer Zwasie, weet je wat we met die stoethaspel van een vertegenwoordiger gaan doen?” “Nee”, antwoordt Zwasie. “We pompen hem weer op, en wel zo hard dat ie zelf kan terugvliegen naar zijn baas en basis, maar niet voordat ik deze alarmbrief aan zijn kont heb vastgenaaid! Heeft u draad en naald mijn vriend?” Boer Zwasie heeft altijd naald en draad. In zijn EHBO-koffertje. Voor noodgevallen. En dit is er duidelijk een. Samen naaien ze de brief aan de kont van meneer Fritsen, pompen hem op, geven hem nog een doekje voor het bloeden mee en drinken gezamenlijk een kopje koffie, terwijl boer Fritsen rustig naar zijn baas en basis zweeft.
Openbaring / Verkeer / 09-09-2013
Van de week had ik een gezellige avond. Wat zeg ik, één gezellige avond? Niet één, niet twee maar liefst vijf gezellige avonden. Bijna de hele week had ik gezellige avonden. Behalve het weekend. Want dat was me toch saai. Dat komt omdat ik dan niet werk. Dan staat mijn TARDIS uit te rusten in mijn tuin.
Vijf dagen vliegen door tijd en heelal vraagt veel van mijn telefooncel. In het weekend rust ik dan ook uit. Zoals u waarschijnlijk al begrijpt, ben ik dol op werken. Het werken beperkt zich bij mij tot dromen, reizen en verhalen schrijven. Vooral liefdesverhalen schrijven vind ik heerlijk. Ik laat me dan verleiden door de spannende liefdesverhalen die plaatsvinden in de vreemdste uithoeken in het heelal.
En dat zijn bepaald geen doorsnee verhalen. Voor een clichématig liefdesverhaal raadpleeg ik wel de bibliotheken op moedertje Aarde. Als een goede monnik, van de bovenste plank. Met uiteraard de handjes boven de dekens en de pij. Ik pas dan wel op mijn tellen. Stel je voor dat ik te ver zou gaan. Dan word ik onmiddellijk op mijn vingers getikt door pastoor Pistorius en dat wil ik niet. Pastoor Pistorius achtervolgt mij altijd zodra ik geland ben met mijn TARDIS. Ik kijk wel uit. Ik pas wel op mijn tellen. Als een goede monnik.
Maar dat laat niet onverlet dat ik ook wel eens de fout in ga. Ik ben ook maar een mens, naast dokter. Ik let dan ook altijd op dat ik geen tekens achter laat. Een geil littekentje zou me zo maar kunnen verraden. En dat mag absoluut niet gebeuren. Ik maak me dan ook nooit bekend als ik in den lande ben. Ik laat dan iedereen lekker raden waar en wie ik ben. Op de Aarde in goede aarde landen is sowieso al knap lastig. Veel liever zweef ik een beetje rond in de ruimte. Op zoek naar verhalen. Liefdesverhalen. Over de natuur, de bijtjes en de bloemetjes en al diegenen die zich daarin kunnen vinden. O wat zou ik graag hemel en aarde bewegen om dat ook in het weekend te kunnen. Maar helaas. Dan houd ik rust. Samen met mijn TARDIS. Om effe bij te tanken, tussen de regels door.
Kermis in het heelal / Verkeer / 12-09-2013
Er bestaat niets mooiers dan kermis in het heelal. Ik hop dan ook regelmatig in mijn TARDIS, van sterretje naar sterretje, om de jaarlijkse kerkmissen niet te missen. Kerkmissen? Ja, kerkmissen, want dat zijn het eigenlijk. In het openbaar gehouden op een grote markt.
Er zweven duizenden kerken in ons heelal. Heilige kerken op heilige planeten. En die worden jaarlijks ingezegend met een kerkmis. De kerkmissen zijn openbaar, en ja, zelfs toegankelijk voor niet gelovigen. Ze worden vrijwel altijd gehouden op grote pleinen, marktpleinen vlakbij bij de kerk. Niks mis mee zou u denken. Ze zijn alleen zo vreselijk groot, die kerken. Overdreven groot.
Zo ook de toren en de klok die er meestal aan vast plakken. Binnen is het steenkoud en je wordt altijd een beetje misselijk en licht in het hoofd van een blauwgrijze muffe geur die in de lucht hangt. Ik denk altijd dat ik stiekem een beetje gedrogeerd word door die lucht. Meestal houd ik dan ook een zakdoek voor mijn mond. Heel soms is de geur vermengd met zeep. Appeltjeszeep of groene zeep. Dat maakt het eigenlijk alleen nog maar erger. Die lucht.
Je bent er altijd welkom, in die kerk. Althans dat laten de borden weten. Vreemd, want meestal is het er muisstil. Net als in het heelal. Het welkom gaat meestal gepaard met een verstild nietszeggend knikje van een meneer in pak of pij die rond een grote tafel op en neer drentelt in fluisterend licht. Het nietszeggend knikje is eigenlijk alleszeggend.
Zo ook het geluid dat boven de kermis hangt op de grote markt. “Hop, hop, hop, hop, we gaan nog een rondje … hop, hop, hop, hop!” Oorverdovend is het eigenlijk. Het kermisgeluid. En overal hetzelfde. Het kermisgeluid kermt je tegemoet. Het doet een appel op je gemoed. Het liefst zou je dat appel willen negeren. Zeker in tijden van economische crisis. Populair gezegd zou je ‘m dan het liefst willen peren. Hard weglopen voor het appel. Maar dat gaat niet.
Zeker niet met een paar kleintjes bij de hand. U kent ze wel. Van die euforische dwingelandjes met pretoogjes. Wel schattig hoor, dat lonken. Maar na verloop van tijd werkt het toch echt wel op je zenuwen. En op je portemonnee. En dan heb je kermisstress. De poppetjes aan het dansen. Voor je ogen. In combinatie met laserlight, blacklight, ledlight en tig decibel kan dat leiden tot een acute kleur- en geluidsstoornis, ergens tussen je kermis- en kerkmiskwab. Links of rechts dat maakt dan niet meer uit.
Je wil dan het liefst verdwijnen. Weg uit alles. Weg uit het heelal. Het heelal tolt dan immers. Recht voor je neus. Wijnballen en kaneelstokken helpen dan niet meer. De suikerspin en de paling lachen je vierkant uit. Net als de gebrande pinda’s. Je denkt nog even terug waar het ook alweer precies begon, dat botsen?
Was dat niet in zo’n klein kleurig autootje met zo’n lelijke vishengel achter op zijn motorkap? Zo’n blits, flikkerend autootje met veel te klein gaspedaal. Een gaspedaal waarop je voet maar niet wilde passen? Of was het toch in die groene rups? Ja, ja, dat maffe beest dat je maag compleet uitholde en je slokdarm peristaltisch omhoog duwde. Waarin je moest uitkijken dat de spullenbaas geen glitterbal tegen je hoofd butste, voor een free ride.
En dan maar zeggen dat het heelal gevaarlijk is. Het is niet waar. Kermis in het heelal is warm. Het is geen koude kermis. “Komt dat zien, komt dat zien.” De draaimolens op Venus. De Capriolo’s op Mars. Beproef het ultieme geluk met de Lucky Ducks op Urbanus. Snuif lijntjes en trek touwen op de sterren van Upsilon. Tart de spookhuizen en de wetten op de planeten van Kepler. Het kan verkeren in alle kermissen van het heelal. Zoek er eens een mooie uit. Fly away in stiel.
De avond van Damocles in een bed van steen / Verkeer / 17-09-2013
‘Zweverig intellectueel’, ‘Narren met beide voeten op de grond’, ‘Een wereld ondersteboven’. Zomaar wat willekeurige kreten die ik opving tijdens het Hierogrievenfestival dat onlangs plaatsvond in Galacticum 2013. In een zeer luxe feestgelegenheid, druk bezocht door de happy lot, die met stenen beitels en bamboestokken, onder luid kabaal, jambes, verzen en ander literair gereutel de lucht in timmerden. Schrijfgeile reuen en teven, ze zweefden al snuivend en gekleed volgens de laatste mode door de grote zaal. Wit poeder en bier vloog door de lucht. Het was een ongekend bacchanaal.
Ook de pers was ruim vertegenwoordigd. De tongen verpakt in pressepapier en in de slipstream gevolgd door een harem die er zijn mocht. Met eunuchen en sixpackbodies verpakt in ontblote glimmende bovenlijven en graatmagere botermeisjes met vraagtekentailles. Letterfreaks van de bovenste orde bevochten elkaar in literaire kooien om de aandacht van het publiek. Ze strooiden met leuzen en slogans die varieerden van Max T. tot Willem S. Plat en belezen.
Gretig hakten de aanwezige gasten de verzen en slogans naar binnen en spuwden ze vervolgens geheel naar eigen bewerking weer uit. ‘Thou shall not kill your darlings’. Onder de levende doden bevonden zich veel net niet nobelen. Vissers achter het net. Harry, Gerard, Willy, Stijn, noem ze maar op. Ze beten zich vast in dood aas, maar het mocht niet baten. In hun maatkostuums en chanellekes gaven de hoofden een rode giftige gloed. Postuum voerden ze nog steeds tevergeefs persoonlijke oorlogjes. Alleen werd er niet meer zoals vroeger, bot en vinnig, gediscussieerd.
Nee, nee, er werd nu letterlijk met botten en vinnen naar elkaar gesmeten. Met tong, bot en foute palingverzen. Er werd gegriefd tot op het bot. En nee, weer kwamen ze niet tot elkaar. Ook het artistiek journaille kwam er niet uit. Hoe zeer ze ook hun best deden. Er werden geen nieuwe hoofdstukken aan het grote schrijversboek toegevoegd. Er werd niet geredigeerd en al helemaal werd er voor geen meter iets in ander perspectief geplaatst. De genodigden hingen sowieso allemaal de ik-vorm aan. Daar moest niemand zich mee bemoeien. Dat gaf alleen maar conflict en ruzie.
Maar zonder conflict en ruzie geen geslaagd Hierogrievenfestival. De ik-vorm werd op de hak genomen met een wel heel amusante hik-vorm, geïntroduceerd door enkele zuiderburen van de belegen kwelgasten. Met name Felix T. en Hugo C. wisten er wel raad mee. Zij hakten en hikten de betogen van de grote drie noorderburen vakkundig en sterkundig in de pan. Felix en Hugo zochten de verbinding. In tijden van economische en financiële crisis op moedertje Aarde, een slimme zet. Een gat in de markt van Galacticum 2013. Felix en Hugo versmolten de altaarwerken van de ruziënde drie eenheid in een nieuwe literaire bundel, spotgoedkoop, luisterende naar de prachtige titel: ‘De avond van Damocles in een bed van steen’. Waar eens te meer weer uit bleek dat ‘less is more’.
Dat laatste had Gerard reeds in de titel van zijn oorspronkelijk werk vertaald. Maar ja, die was sowieso al zuinig bij leven. Hij kon met het hakken van twee letters uit de oorspronkelijke titel goed uit de voeten. Bovendien stond hij vooraan in de nieuwe titel. Geen rede tot klagen dusverre. Maar Harry en Willy dachten daar anders over. Hun ego's barstten bijna uit elkaar toen hun Vlaamse vrienden Felix en Hugo de nieuwe titel aan hun voordroegen. "Het moet donkerder, veel donkerder", schreeuwde Willy. En Harry voegde er nog aan toe. "Ik mis een bruidje in de titel, dit is een gebroddel van heb ik jou daar."
Het feit dat Harry bij zijn commentaar op platvloers taalgebruik terugviel zegt genoeg. De heren waren boos. Heel boos. "Jongens, jongens!", kwam Hugo te hulp geschoten, "denk aan jullie second life, jullie gaan hier toch niet verdrietig worden, ja! Er is al genoeg verdriet op Aarde. En ik kan het weten!" Felix, die zich steeds afzijdig had gehouden in de discussie moest lachen. "Je hebt helemaal gelijk Hugo, al dat geruzie slaat als een tang op een varken. De beste heren hebben waarschijnlijk nog nooit gezien waar de sinaasappels bloeiden!" Vanachter een lange tafel achter in de zaal klonk ineens een instemmend geluid. "Si, si, si ... e vero!" In koor stemden Luigi P., Sibilla A., Nicollò M. en Dante A. in met de nieuwe titel. "Va bene!"
Met een beetje mazzel ligt de nieuwe bundel met kerstmis in de rekken. Het adagium van Galacticum 2013 is niet voor niets: 'Wat in de hemel gebrouwen wordt, moet op Aarde genuttigd worden'. Het Hierogrievenfestival eindigde zoals gewoonlijk met veel nieuwe roddels en veel blauwe literaire plekken. Onooglijk. Wat er daadwerkelijk achter de deuren plaatsvond zal voor altijd in het schrijversgilde en verzwegen blijven. Totdat er weer een nieuw boek verschijnt. Postuum.
Verkeren in hemel, vagevuur en hel / Verkeer / 23-09-2013
Het is me wat. Het kan verkeren. In hemel, vagevuur en hel. Ja, ja, drie woorden die duiden op drie oorden, die vaak rondzingen als ik met mijn TARDIS in de buurt van moedertje Aarde vlieg. Het schijnt iets met geloof te maken te hebben. En ja, ik heb er natuurlijk onderzoek naar gedaan. In mijn galactipeidia. Ik heb dan ook onmiddellijk een verkorte weergave van het grote boek dat er over vertelt tot mij genomen. Eigenlijk zijn het er twee, maar wie maalt er nu over. En ja, het heeft me gegrepen. En hoe. Nu verkeer ik er dus ook. In hemel, vagevuur en hel.
Ik twijfel alleen nog op welke plek ik mezelf nu het beste voel. In de vage zweverige bewolkte hemel, in het ondoorgrondelijke maar gloeiendhete vagevuur, of in de aardse ondergrondse zwarte koude kille hel? Er is voor alle drie wat te zeggen. In alle drie de oorden kan ik namelijk verkeren. Verkeren in de betekenis van samengaan. En daar waar ik samen ga consumeer ik natuurlijk ook meteen de liefde. Ik bedrijf de liefde zo u wil. Voor de leut en meer gezelschap haal ik er ook altijd meteen god en alleman bij.
Dat drukt de pret in geen geval. Het maffe alleen is dat de liefde in alle drie die oorden anders ervaren wordt. Liefde, in dit geval niet te verwarren met seks. Want dat is een ander verhaal. Het schept verwachtingen. Maar allez, het schept, hoe dan ook. Nee, nee, seks wordt dan al gauw gezien als een uitwas van liefde. Niks mis mee. Want wie schept er nou geen genoegen in uitwassen van liefde? Seks uit liefde is dan weer heel anders dan seks uit voortplanting. Dat is zo droog. Daar lusten de konijnen geen brood van.
Maar even terug naar het onderwerp. Er is dus verschil in het bedrijven van de liefde in hemel, vagevuur en hel. Ik ben er geweest. Met mijn TARDIS. Proefondervindelijk. In alle drie de oorden en ja, ik kan er nu over meepraten. Ik ga geen voorkeur uitspreken voor een van de drie oorden. Maar ik kan wel zeggen dat het onderzoek me veel plezier heeft gedaan. Een soort spuiten en slikken maar dan anders. Ik heb het niet voor u vastgelegd in moderne vormen van media. U zult dus ouderwets uit moeten gaan van wat ik u toe vertrouw. Een overlevering. Een overlevering van mij aan u als lezer. Een overlevering van mij aan u als schrijver. Niet meer en niet minder. Doe er u voordeel mee.
Heeft u zelf wel eens de liefde bedreven op een vage zweverige wolk? Nee? Nou ik kan u vertellen dat het verdomd moeilijk is. Je hebt geen enkele houvast en het wiebelt van alle kanten. Je moet heel voorzichtig blijven liggen, bij voorkeur in één stand. U raadt al welke. Inderdaad de missionaris in de mist. Niet te verwarren met gorilla's in de mist. U mag van geluk spreken als de zon niet schijnt. Want mocht dat zo zijn dan is de lol er snel af. De zon lost de wolken op, nietwaar. En dan rest dus alleen een vluggertje.
Heeft u wel eens de liefde bedreven voor een ondoorgrondelijk heet vuur? Nee? Nou ik kan u vertellen dat het verslindend is. Vooral in aanvang. En ja, uiteindelijk slokken de vlammen u volledig op. Het wordt heet in u hoofd en hele lijf en u kunt niet meer helder denken. Laat staan beleven. Ondoorgrondelijk is dit soort verkering. U weet vooraf niet waar u de vingers aan brandt. Maar een ding is zeker. U staat in vuur en vlam. Maar waar is nu de koude douche? Die is er niet. U blijft branden. Brandende liefde. Ondoorgrondelijk. Dus kijk maar uit voor deze verleiding. Hij is groot. Heel groot. Fallussen vol vuur. Blijf er niet in, tenzij … U zowel van Mars als Venus bent. Hermafrodiet. Dan maakt het allemaal niets uit.
Heeft u wel eens de liefde bedreven in een aardse koude kille hel? Nee? Nou ik kan u vertellen, dat voelt of u permanent op vakantie bent met een koelkast. An sich een lekker gevoel, het vakantiegevoel. Maar om je nu voortdurend ijskoud lekker te voelen, dat is een vreemde gewaarwording. De vrieskou kan duivelslekker zijn en kan prettige rugrillingen geven. Zeker wanneer de ijsklontjes tussen de benen smelten. Maar je moet er dan wel op gekleed zijn. Een dressing van vaseline en massageolie werkt dan het best.
U ziet het, het kan verkeren in hemel, vagevuur en hel. Aan u de keus.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)