We houden elkaar vast en laten nooit meer los. Jij bent plantaardig en ik diervriendelijk. Niemand die ons samen iets kan maken. We verstoppen ons dezer dagen in het bos. Ik zal vriendelijk rondjes om je huppen en jij zal me aardig behoeden van sneeuw en ijs. Want die gaat vallen, zeker weten. Ze hebben het voorspeld. Ik heb het gelezen en gehoord. Geletterd konijn als ik ben. Bij de groenteboer spraken ze erover en bij de Bruna las ik in de krant de vreselijke weerberichten. Gelukkig beschik jij over een flinke stam en dito naalden. Die kunnen heel wat sneeuw en ijs dragen. Verder moeten we natuurlijk wel nog even oppassen voor de jagers. Jij voor de jouwe en ik voor de mijne. Die van jou gewapend met aks en die van mij met hagel en lood. Ik ben als ik het eerlijk beken toch best wel een beetje bang voor die verschrikkelijke dood.
Die dood die komt altijd heel onverwacht. Vermomd in de vreemdste kostuums. Het kan goed zijn dat je hem al hebt ontmoet. Hij voelt koud als ijs en sneeuw en is bepaald niet diervriendelijk en plantaardig. Integendeel, hij lust ons rauw. Trekt het vel over je oren en plukt je kaal. Zet je op water en brood. Brrr ... ik moet er niet aan denken. Nooit meer worteltjes eten en ook geen mais. Ja, jou neemt ie ook te grazen als ie kan. Dan stroopt ie al je naalden en hakt je in kleine stukjes. Of erger nog, gooit je op het vuur. Samen met je lotgenoten. De dood die komt namelijk nooit voor jou alleen. het is een sluw marketingmonster die altijd komt op gezette tijden. Het liefste vlak voor kerst. Dat willen we niet meemaken toch? Ach, wat loop ik toch te vrezen. Het gaat nergens over. Wie het meeste angst heeft heeft vaak het minst te vrezen. Ik kan nog weglopen. Maar jij helaas niet. Daar zit ik dan weer over in.
Als dierenvriend vind ik je plantaardig. Maar helaas kan ook ik jou niet redden bij gevaar. In de bomenhemel zal ik je dan treffen, goedzak die je bent. En ook daar zullen vogels op je landen, mieren en luizen je vel beroeren. Niks geen koude kermis en altijd goed weer. De zon die zal daar voor je schijnen en je hoeft er nooit, nee never nooit ballen te dragen of slingers te torsen. Zelfs het engelenhaar blijft je bespaard. Gelukkig maar. Want naakt en bloot, niet opgetuigd, zie ik jou toch het liefste. Puur en naturel.
Sssttt ... daar hoor ik iemand komen. De slager of de hakselaar. Miami freeze gaat hier niet helpen. Ik zeg doeg. Het gaat je goed mijn lieve vriend. Dank voor alle goede zorgen. En wie weet zien we elkaar weer gauw. Ergens in de wolken aan een ongelooflijk hemelbanket. Ook daar zal ik dan voor jou zorgen. Hier kan ik dat effe niet. Want de jager schiet met scherp en de hakselaar slaat nooit mis. Doeg, doeg, doeg. Mijn allerliefste dennenboom. Het is nu al dat ik je mis.
Posts tonen met het label konijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label konijn. Alle posts tonen
08-12-2016
14-03-2015
Buxus Bunny
Daar zit ie dan. Te genieten in de prille lentezon. De snoet op het oosten gericht met zijn rug naar het noorden. Zijn snorharen trillen een beetje in de zon. Net als zijn natte neusje dat hij zo nu en dan bedenkelijk in- en uittrekt. Waar denkt ie aan? ‘Blijf ik zitten, moet ik vluchten, ziet iemand mij?’ Af en toe kijkt hij naar de grond en af en toe naar links en naar rechts. Het is een filosoof en levensgenieter tegelijk. Een onderzoeker. Een oplettende. Waakzaam. Hij houdt stiekem alles in de gaten. Zodra er een auto in de straat voorbij rijdt trekt ie heel eventjes zijn bruine ruggetje in. ‘Wat is dat geluid daar achter mij? Komt het vertrouwd voor? Ik denk het wel? Gewoon blijven zitten dus?’
Voor hem zie ik allemaal kleine kuiltjes in de grond. Hij is weer op zoek geweest naar sappige wortels. Voorlopig moet ie het nog doen met ouwe muk. Het nieuwe plantseizoen is nog niet van start gegaan. De strijd gaat straks weer beginnen. Een verloren strijd. Dat verrekte konijn wint altijd. Tenzij ik natuurlijk een hek om de tuin bouw. Van kippengaas, zestig centimeter hoog en zestig centimeter diep. Minstens, anders werkt het niet. Maar dat is geen gezicht. Er moet dan ook nog een deurtje in. Over zestig centimeter stap je niet zomaar heen. Het alternatief is om allemaal planten te poten, die het konijn niet lekker vindt. Zodat ie er met zijn poten en tanden afblijft. Aan de andere kant, het is natuurlijk bijna Pasen. Maar ja, het is best al een oud konijn. Voor in de soep dan maar? Ik heb even oogcontact met Buxus Bunny. ‘Als je het maar uit je hoofd laat’, zie ik hem denken. Kan dat beest gedachten lezen? Gelijk heeft ie. Buxus Bunny is niet aan soep besteed.
Op voet van oorlog blijven we dan maar samen leven in mijn tuin en in zijn natuur. Ik zwaai eventjes door de raam. Hij negeert me. Rotbeest. Ik zie hem haast groeien. Het is eigenlijk ook wel een schatje, met zijn diepdonkere glanzende pretogen. Hij rent niet eens meer weg als ik drie meter van hem vandaan over de uitrit loop. Maar twee meter negenennegentig is hem toch te gortig. Toch maar even plagen. Hups daar springt ie naar de buren. Met tegenzin. Als ik mijn rug omdraai en verder loop zit ie al weer in de zon. Tegen de buxus. Mijn Buxus Bunny, de levensgenieter, de filosoof.
Voor hem zie ik allemaal kleine kuiltjes in de grond. Hij is weer op zoek geweest naar sappige wortels. Voorlopig moet ie het nog doen met ouwe muk. Het nieuwe plantseizoen is nog niet van start gegaan. De strijd gaat straks weer beginnen. Een verloren strijd. Dat verrekte konijn wint altijd. Tenzij ik natuurlijk een hek om de tuin bouw. Van kippengaas, zestig centimeter hoog en zestig centimeter diep. Minstens, anders werkt het niet. Maar dat is geen gezicht. Er moet dan ook nog een deurtje in. Over zestig centimeter stap je niet zomaar heen. Het alternatief is om allemaal planten te poten, die het konijn niet lekker vindt. Zodat ie er met zijn poten en tanden afblijft. Aan de andere kant, het is natuurlijk bijna Pasen. Maar ja, het is best al een oud konijn. Voor in de soep dan maar? Ik heb even oogcontact met Buxus Bunny. ‘Als je het maar uit je hoofd laat’, zie ik hem denken. Kan dat beest gedachten lezen? Gelijk heeft ie. Buxus Bunny is niet aan soep besteed.
Op voet van oorlog blijven we dan maar samen leven in mijn tuin en in zijn natuur. Ik zwaai eventjes door de raam. Hij negeert me. Rotbeest. Ik zie hem haast groeien. Het is eigenlijk ook wel een schatje, met zijn diepdonkere glanzende pretogen. Hij rent niet eens meer weg als ik drie meter van hem vandaan over de uitrit loop. Maar twee meter negenennegentig is hem toch te gortig. Toch maar even plagen. Hups daar springt ie naar de buren. Met tegenzin. Als ik mijn rug omdraai en verder loop zit ie al weer in de zon. Tegen de buxus. Mijn Buxus Bunny, de levensgenieter, de filosoof.
Abonneren op:
Posts (Atom)