‘Brood, boter, koffie, erwten’, ‘brood, boter, koffie -Waarom gaat dat poortje niet open?- erwten’, ‘brood, boter -Hé, ze hebben dat spul van de reclame-koffie’, ‘brood, boter -Ik heb eigenlijk geen zin in brood-‘, ‘Brood’… Fuck, ik ben het kwijt. Met mijn hoofd bonk ik eventjes hard op het winkelwagentje, althans ik zie mezelf dat in gedachten doen, gelijktijdig voel ik de ogen van een ongeduldige collegaklant in mijn rug priemen, ik versper zijn doorgang.
Terwijl ik ‘sorry’ mompel, zie ik verschrikt de uitdrukking op het gezicht van de versperde klant veranderen van ‘gehaast’ naar ‘ik wil nú mijn levensverhaal aan je vertellen’. Maar dat gaat even niet gebeuren, ik heb zelf te veel haast en duik snel met mijn hoofd tussen de beschuiten, letterlijk, ik wil ook wel eens een bolletje over mijn aai.
Ei! Een beschuitje met ei, daar heb ik zin in. Ik stuiter snel naar het eierrek en raak daar volledig de kluts kwijt; mijn favoriete eitjes staan niet in het rek, klasse D is op, ik twijfel, neem ik andere, ja, ik trek klasse C uit het rek, op naar de kassa, … nee, nee, nee, … mijn tas met lege flessen bungelt nog aan mijn wagentje … helemaal vergeten … terug!
Met mijn mandje tegen de ontevreden kijkende klanten in de afrekenwachtrij botsend, zwaaiende met het -vergeten terug te leggen- beurtbalkje, worstel ik terug de winkel in, de woedende opmerkingen stoïcijns negerend. Ik frot de flessen in de retourmachine en bots op de terugweg naar de kassa tegen een lange man met rossig piekhaar die brutaal mijn weg belemmerd en me streng terechtwijst, “Mevrouw, mevrouw, u vergeet uw flessenbonnetje!”.
Mijn ongemak is, via wanhoop, inmiddels in regelrechte paniek omgeslagen -ik heb een afspraak om tien uur- dus ik gris het bonnetje mee, ren richting kassa, raak in mijn haast een enorme bulkstelling, waarvan de onderste lagen in slow motion beginnen te bewegen. Grote blikken ananas landen voor mijn voeten, ik glij uit, buts met mijn billen op het koude blikwerk en rol met gestrekte benen vooruit over het blikgoed, als een lege fles op een lopende band, richting kassa.
Met grote passen beent de supermarktmanager op me af; angstig kijk ik naar hem op, maar hij pakt mijn hand, vraagt hoe het met me gaat en geeft mij de boodschappen gratis en voor niks mee ‘voor de schrik’. “De … de … de … Ah … Ah … Ha … Aha … A … H … D … Ha … Dee …”, ik kom even niet op de juiste woorden, “Da … Da … Dank … u … wel!”
Co-column geschreven op website ColumnX door Arta en Mien
Posts tonen met het label arta. Alle posts tonen
Posts tonen met het label arta. Alle posts tonen
01-02-2015
26-04-2013
Hee Max
“Hee Max, Bee op lijn drie, neem jij de telefoon even op? Ik ben nog aan het worstelen met mijn pak. Weet jij trouwens waar mijn nieuwe oranje schoenen liggen?”
“Pfft, ik heb nu helemaal geen zin in haar. Hofdame? Zeg even dat we druk zijn. Kun je jouw moeder volgende week niet gewoon verbannen naar Urk, ofzo, met haar gezeik? Oh… Die lelijke schoenen van je… Liggen ze niet gewoon in de vuilnisbak?”
“Beste Max en Lex ik ben jullie schoothondje niet? Ik heb wel wat beters te doen. Neem verantwoordelijkheid en sta zelf jullie mams te woord. Het is allemaal best emotioneel voor haar. En Lex, die schoenen die heb ik laatst nog gepoetst en staan gewoon naast jouw andere pipo-schoenen in de kast.”
“Nouhou, wat doen jullie nou toch weer flauw over mijn schoenen. Amalia vond ze juist mooi. Laat haar trouwens maar even met oma praten. Zometeen ben ik nog te laat op mijn eigen feestje. Staat de auto al te draaien? Zitten de meisjes goed in de krul?”
“Amalia … Aaaamaaaliaaa … Waar zit je? Oma op lijn drie!!! Doe jij haar eventjes? Papa en mama hebben het eventjes te druk. Ah. Hier ben je. Och meissie toch. Wat zie je er leuk uit. Heeft papa dat pakje uitgezocht? Schattig die oranje klompjes, oh, en een echte Volendamse kap. Kom eens hier. Dikke kus. Doe je oma de groetjes. Zeg maar dat we er zo aankomen. Zucht.”
Max kijkt naar haar dochtertje en pinkt een traantje weg. Koningin worden… Haar meisjesdroom. Nu hij werkelijkheid is geworden blijkt het een eeuwigdurende, weliswaar goed uitgevoerde, poppenkastvoorstelling. Moet zij dit haar dochter straks wel aandoen? Is een leven buiten de ‘spotlights’ niet veel fijner?
“Willeeeem! Wat duurt dat toch altijd lang bij jou. Waar blijf je nou? Je lijkt wel een wijf!”
“Ja shit, sorry Max. Ik heb per ongeluk een dubbele knoop in mijn oranje boa gelegd. Ik dacht dat het mijn stropdas was. Wie is er ook op dit belachelijke idee gekomen? Volkser presenteren, dichter bij het volk staan? Protocollen weggooien en inruilen voor plat vermaak? Ik lynch die valse spindoctor. Kun jij effe helpen?”
“Kom eens hier. Geen boa vandaag, die is voor mij vanavond, hihi… Twee keer achterlangs, één keer binnendoor omhoog, nogmaals achterlangs: Klaar. Je ziet er uit alsof je héél goed kunt spijkerpoepen. Nou, Willempie, kunnen we? Heb je zin in vandaag of zie je op tegen waxinelichtgooiers? Die dingen kunnen hard aankomen, hoor.”
“Ik ben er klaar voor Max. Zie je dit helmpje? Ja, ooit gekregen van een oranje warhoofd, luisterend naar de naam André. Dat zet ik op mijn hoofd. Is hufter- en waxinelichtproof en alvast een goed opwarmertje voor mijn kroon. Ik voel me prinsheerlijk, een beetje zenuwachtig, maar straks absoluut de koning te rijk, zeker weten. Heb nu al zin in de afterparty. Wat zie jij er trouwens sexy uit in dat gepimpt Volendams rokkostuum, en die klompen! J.P. Gaultier?”
“Nee, die zijn van boer Harms. Hij staat straks vooraan, zegt hij. Dit keer geen groots ontwerper voor mij, puur om te laten zien dat wij het anders gaan doen, Willem. Dat we ondanks alle poppenkast ook aandacht zullen gaan geven aan boer Harms, melkboer Pietje, caissière Fatima en boekhouder Patrick. Trouwens… Heb jij nog geoefend met de meiden? Ik ben zó benieuwd hoe het land gaat reageren wanneer wij vanavond om half acht keihard Wolter Kroes gaan zingen in plaats van het Koningslied. Hou je hellempie dan maar op.”
Co-column geschreven op website ColumnX door Arta en Mien
“Pfft, ik heb nu helemaal geen zin in haar. Hofdame? Zeg even dat we druk zijn. Kun je jouw moeder volgende week niet gewoon verbannen naar Urk, ofzo, met haar gezeik? Oh… Die lelijke schoenen van je… Liggen ze niet gewoon in de vuilnisbak?”
“Beste Max en Lex ik ben jullie schoothondje niet? Ik heb wel wat beters te doen. Neem verantwoordelijkheid en sta zelf jullie mams te woord. Het is allemaal best emotioneel voor haar. En Lex, die schoenen die heb ik laatst nog gepoetst en staan gewoon naast jouw andere pipo-schoenen in de kast.”
“Nouhou, wat doen jullie nou toch weer flauw over mijn schoenen. Amalia vond ze juist mooi. Laat haar trouwens maar even met oma praten. Zometeen ben ik nog te laat op mijn eigen feestje. Staat de auto al te draaien? Zitten de meisjes goed in de krul?”
“Amalia … Aaaamaaaliaaa … Waar zit je? Oma op lijn drie!!! Doe jij haar eventjes? Papa en mama hebben het eventjes te druk. Ah. Hier ben je. Och meissie toch. Wat zie je er leuk uit. Heeft papa dat pakje uitgezocht? Schattig die oranje klompjes, oh, en een echte Volendamse kap. Kom eens hier. Dikke kus. Doe je oma de groetjes. Zeg maar dat we er zo aankomen. Zucht.”
Max kijkt naar haar dochtertje en pinkt een traantje weg. Koningin worden… Haar meisjesdroom. Nu hij werkelijkheid is geworden blijkt het een eeuwigdurende, weliswaar goed uitgevoerde, poppenkastvoorstelling. Moet zij dit haar dochter straks wel aandoen? Is een leven buiten de ‘spotlights’ niet veel fijner?
“Willeeeem! Wat duurt dat toch altijd lang bij jou. Waar blijf je nou? Je lijkt wel een wijf!”
“Ja shit, sorry Max. Ik heb per ongeluk een dubbele knoop in mijn oranje boa gelegd. Ik dacht dat het mijn stropdas was. Wie is er ook op dit belachelijke idee gekomen? Volkser presenteren, dichter bij het volk staan? Protocollen weggooien en inruilen voor plat vermaak? Ik lynch die valse spindoctor. Kun jij effe helpen?”
“Kom eens hier. Geen boa vandaag, die is voor mij vanavond, hihi… Twee keer achterlangs, één keer binnendoor omhoog, nogmaals achterlangs: Klaar. Je ziet er uit alsof je héél goed kunt spijkerpoepen. Nou, Willempie, kunnen we? Heb je zin in vandaag of zie je op tegen waxinelichtgooiers? Die dingen kunnen hard aankomen, hoor.”
“Ik ben er klaar voor Max. Zie je dit helmpje? Ja, ooit gekregen van een oranje warhoofd, luisterend naar de naam André. Dat zet ik op mijn hoofd. Is hufter- en waxinelichtproof en alvast een goed opwarmertje voor mijn kroon. Ik voel me prinsheerlijk, een beetje zenuwachtig, maar straks absoluut de koning te rijk, zeker weten. Heb nu al zin in de afterparty. Wat zie jij er trouwens sexy uit in dat gepimpt Volendams rokkostuum, en die klompen! J.P. Gaultier?”
“Nee, die zijn van boer Harms. Hij staat straks vooraan, zegt hij. Dit keer geen groots ontwerper voor mij, puur om te laten zien dat wij het anders gaan doen, Willem. Dat we ondanks alle poppenkast ook aandacht zullen gaan geven aan boer Harms, melkboer Pietje, caissière Fatima en boekhouder Patrick. Trouwens… Heb jij nog geoefend met de meiden? Ik ben zó benieuwd hoe het land gaat reageren wanneer wij vanavond om half acht keihard Wolter Kroes gaan zingen in plaats van het Koningslied. Hou je hellempie dan maar op.”
Co-column geschreven op website ColumnX door Arta en Mien
23-12-2012
Kerstcootje
Ik ben er helemaal klaar mee met die groene Kerst, wat een gedoe. Waarom niet rood, paars, geel of blauw? Die kleuren maken mij veel vrolijker. Het zijn kleuren die veel beter in het gehoor liggen en zo gezegd de juiste klankkleur hebben. Van grrrroen gruwel ik en wit is helemaal walgelijk. Dit jaar ga ik het anders doen. In plaats van sneeuw en kou haal ik zon en zomer in huis. Jan met zijn zwarte boef wissel ik in tegen Piet Hein met felgekleurde pekinees. Authentiek en duurzaam moet het anno 2012 zijn, met veel gebruikt oud hout, zodat het helemaal op een onbewoond eiland lijkt. Mijn man ruil ik tijdelijk in voor een knappe Vrijdag.
“Hey Arta, waar heb je de piek gelaten?”
Van schrik val ik achterover, -neem in mijn val de Kerstboom mee- terwijl mijn fata morgana als een kauwgumbel uit elkaar spat.
“W-w-wat mot je, Mien? Help eens even om die dennennaalden uit mijn kont te plukken!”
“Ja, ja, effe wachten, ik haal even een nijptang. Waarom neem je in hemelsnaam zo’n houten designboom met zulke meganaalden?”
“Die naalden zijn multifunctioneel. Ik kan ze na de Kerst gewoon in de naaimachine stoppen, tja, met die crises van tegenwoordig…”
“Dat dacht Piet Hein waarschijnlijk ook toen hij die maffe boom ontwierp. Even stil zitten Arta, dan trek ik ze er één voor één uit.”
“Auw! Auw! Auw! Auw! Oeh, wat fijn, ze zijn er allemaal uit, hè?”
Mien knikt bevestigend.
“Allemaal eruit Arta, op eentje na dan. Hier in het midden zie ik namelijk nog een hele grote blinkende zitten.”
“Grijp ‘m! We moeten door, meedoen aan de verwachtingen des volks, of…?”
“Oké Arta, tanden op elkaar, billen uit elkaar, diep ademhalen en vooral ontspannen. Daar komt ie al, puik piekje hoor!”
“Ah, die was ik net kwijt! Wat is hij mooi, hè?”
“Mooi? Mooi? Ik vind het net een zilveren drol … die krul daar bovenop … niet normaal. Ik ga liever voor een ster, een gouden.”
“Een gouden ster… Mien, kunnen we niet in plaats van onze geplande designer-Kerst gewoon in een hutje op de hei gaan zitten met de feestdagen, onder de échte sterren?”
Er klinkt gestommel en gerommel achter in de kamer en diep gezucht.
Vanachter de kerstboom springt ineens Mien naar voren, verkleed als herder, compleet met herdershoed en staf, waarmee hij woest op de Heinboom begint in te hakken.
“I-i-ik neem aan dat het een ‘ja’ is?” roep ik verheugd over het lawaai heen.
“Yep, ik vind het een goed plan. Maar wel één ding voorop gesteld, we maken van dat hutje geen bende en ook geen stal!”
“Neee, we maken er een Kerstretraite van! Een schoon hûske, alleen kaarslicht en douchen in de rivier, brrr…”
“Da’s goed Arta. Ik zal een lekker hartverwarmertje meenemen om ons te wapenen tegen de ergste kou en ook wat Badedas met eucalyptusgeur, om in hogere sas en sferen te komen.”
“Weet je wat? Ik ruim die Hein-rotzooi op, pak mijn tandenborstel en dan gaan we er gewoon gelijk vandoor. Gaan waar de wind ons brengt, of nou ja, de auto, dan.”
“Gone with the wind, prima! Ik zal alle afleveringen van Sissi meenemen, voor als we ons vervelen.”
“De slaapzakken. Waar liggen ze? Sissi kijken in pyjama in een heerlijk warme slaapzak. Hoeveel mooier kan onze Kerst worden, Mien?”
“Ja leuk, en dan hangen we de hut helemaal vol met kerstkransjes en Hema-worst en zingen keihard Jinglebells!”
“Oeh, jaaa, en dan maak ik boerenkool en kunnen we gaan worsthappen! Ik heb alles ingepakt, zullen we vertrekken?”
“Da’s goed, nog effe zoeken naar de blinddoek voor het worsthappen en mijn pantoffels en ik ben er klaar voor. Pik jij me op in je arrenmoedeslee?”
Bepakt en bezakt loop ik zingend naar mijn bijzondere voertuig toe. [i]We wish you a merry Christmas, we wish you a merry Christmas, we wish you a merry Christmas and a happy New Year.[/i]
“Fuck, waar is mijn bijzondere voertuig gebleven?”
In een flits zie ik nog iets roods vliegensvlug als een raket de lucht inschieten. Verhip, het is mijn arrenmoedenslee.
“Ho, ho, ho … houdt de dief!”
Co-column geschreven door Arta en Mien
“Hey Arta, waar heb je de piek gelaten?”
Van schrik val ik achterover, -neem in mijn val de Kerstboom mee- terwijl mijn fata morgana als een kauwgumbel uit elkaar spat.
“W-w-wat mot je, Mien? Help eens even om die dennennaalden uit mijn kont te plukken!”
“Ja, ja, effe wachten, ik haal even een nijptang. Waarom neem je in hemelsnaam zo’n houten designboom met zulke meganaalden?”
“Die naalden zijn multifunctioneel. Ik kan ze na de Kerst gewoon in de naaimachine stoppen, tja, met die crises van tegenwoordig…”
“Dat dacht Piet Hein waarschijnlijk ook toen hij die maffe boom ontwierp. Even stil zitten Arta, dan trek ik ze er één voor één uit.”
“Auw! Auw! Auw! Auw! Oeh, wat fijn, ze zijn er allemaal uit, hè?”
Mien knikt bevestigend.
“Allemaal eruit Arta, op eentje na dan. Hier in het midden zie ik namelijk nog een hele grote blinkende zitten.”
“Grijp ‘m! We moeten door, meedoen aan de verwachtingen des volks, of…?”
“Oké Arta, tanden op elkaar, billen uit elkaar, diep ademhalen en vooral ontspannen. Daar komt ie al, puik piekje hoor!”
“Ah, die was ik net kwijt! Wat is hij mooi, hè?”
“Mooi? Mooi? Ik vind het net een zilveren drol … die krul daar bovenop … niet normaal. Ik ga liever voor een ster, een gouden.”
“Een gouden ster… Mien, kunnen we niet in plaats van onze geplande designer-Kerst gewoon in een hutje op de hei gaan zitten met de feestdagen, onder de échte sterren?”
Er klinkt gestommel en gerommel achter in de kamer en diep gezucht.
Vanachter de kerstboom springt ineens Mien naar voren, verkleed als herder, compleet met herdershoed en staf, waarmee hij woest op de Heinboom begint in te hakken.
“I-i-ik neem aan dat het een ‘ja’ is?” roep ik verheugd over het lawaai heen.
“Yep, ik vind het een goed plan. Maar wel één ding voorop gesteld, we maken van dat hutje geen bende en ook geen stal!”
“Neee, we maken er een Kerstretraite van! Een schoon hûske, alleen kaarslicht en douchen in de rivier, brrr…”
“Da’s goed Arta. Ik zal een lekker hartverwarmertje meenemen om ons te wapenen tegen de ergste kou en ook wat Badedas met eucalyptusgeur, om in hogere sas en sferen te komen.”
“Weet je wat? Ik ruim die Hein-rotzooi op, pak mijn tandenborstel en dan gaan we er gewoon gelijk vandoor. Gaan waar de wind ons brengt, of nou ja, de auto, dan.”
“Gone with the wind, prima! Ik zal alle afleveringen van Sissi meenemen, voor als we ons vervelen.”
“De slaapzakken. Waar liggen ze? Sissi kijken in pyjama in een heerlijk warme slaapzak. Hoeveel mooier kan onze Kerst worden, Mien?”
“Ja leuk, en dan hangen we de hut helemaal vol met kerstkransjes en Hema-worst en zingen keihard Jinglebells!”
“Oeh, jaaa, en dan maak ik boerenkool en kunnen we gaan worsthappen! Ik heb alles ingepakt, zullen we vertrekken?”
“Da’s goed, nog effe zoeken naar de blinddoek voor het worsthappen en mijn pantoffels en ik ben er klaar voor. Pik jij me op in je arrenmoedeslee?”
Bepakt en bezakt loop ik zingend naar mijn bijzondere voertuig toe. [i]We wish you a merry Christmas, we wish you a merry Christmas, we wish you a merry Christmas and a happy New Year.[/i]
“Fuck, waar is mijn bijzondere voertuig gebleven?”
In een flits zie ik nog iets roods vliegensvlug als een raket de lucht inschieten. Verhip, het is mijn arrenmoedenslee.
“Ho, ho, ho … houdt de dief!”
Co-column geschreven door Arta en Mien
16-07-2010
Lieve Lita
Co-column geschreven door Mien en Arta
Het was midden in de nacht toen het plotsklaps gebeurde. Ineens vloog mijn raam open. Vervolgens een zachte plof op de grond. Even moesten mijn ogen aan de duisternis wennen. Op de grond zag ik een klein mannetje zitten met opgetrokken knieën.
"Ik ben van de maan gevallen. Het doet pijn", snikte het mannetje luid.
Normaalgesproken zou ik in een situatie als deze moord en brand gillen. Maar één opmerkelijk feit weerhield mij hiervan. Het rechtopstaande plukje haar op zijn hoofd. Roodwitblauwgespikkeld en glimmend van gel. Het leek licht te geven. Twee felgroene oogjes fluoresceerden mij tegemoet. Het mannetje zag er moe uit.
"Wat heb jij een raar roodwitblauwgespikkeld lichtgevend haarplukje op je hoofd?" was mijn eerste reactie.
"Nee, jij trekt zeker volle zalen?" klonk het triest.
Ik besefte plots dat ik met mijn krulspelden in er niet bepaald charmant uitzag. Maar dat maakte op dit moment niet zoveel uit.
"Wat wil je eigenlijk, weirdo?"
"Ik wil alleen maar naar huis, dat is alles."
"Nou dan vertel eerst maar eens even hoe je heet."
Opflikkerende ogen.
"Htoubrky is mijn volwassen naam. Op de maan noemen ze mij meestal Mister Sandman."
Ik was helemaal verbaasd. Spontaan zette ik het bijpassende liedje in, waarmee ik toch hoopte wat verdriet weg te nemen bij het kleine manneke. Niets bleek minder waar. Het ventje vloog in blinde woede boven op mijn eenpersoonsbed.
Ik reageerde stoïcijns.
"Mijn naam is Lita en als je niet heel snel weer op het matje gaat, dan zet ik een tweede couplet in."
"Nee!" schreeuwde Sandman. "Ik wil niet voor niets naar huis. Elke keer als ik van de maan val beland ik bij een aardling. Zodra ik mijzelf dan voorstel begint ie dit afschuwelijke lied te zingen."
Mijn nieuwsgierigheid werd alsmaar groter.
"Waarom val jij telkens van de maan? Heb je soms last van evenwichtsstoornissen?"
"Nee, het is veel erger. Ik leid aan narcolepsie en val dus telkens in slaap op de meest onverwachte momenten. Doordat mijn spieren verslappen, verlies ik bovendien controle over mijn zandemmer. Rampzalig want die is gevuld met magisch zand. Wanneer aardlingen het in de ogen krijgen vallen zij acuut in slaap. Je snapt mijn onrust. Zeker overdag."
"Ik kan je wel helpen, denk ik."
Hoopvol staart Sandman mij aan.
"Dat wonderlijke lichtgevende haarpuntje van jou op je hoofd, is dat geen antenne?"
"Ja, dat klopt, ik vang er van alles mee op."
"Mooi", roept Lita. "Morgenvroeg eerst naar Mediamarkt voor het nieuwste gallacticamobieltje."
"Je be-be-doelt... Je bedoelt dat ik jou kan gaan bellen?"
"Yep, zodra jouw zandemmertje valt bel je mij. Dan gooi ik hem weer naar je terug. Als ex-worstelares heb ik de nodige krachttraining gehad. Dat gaat zeker lukken."
De volgende ochtend ging Lita meteen naar de Mediamarkt. Gelukkig hadden ze nog voldoende gallacticamobieltjes op voorraad.
"Zo, zullen we ze maar eerst eens testen?"
Sandman toetst het gallacticanummer van Moeder Aarde in en meteen erachteraan het privénummer van Lita. Tot zijn verbazing klinkt het vrolijke deuntje 'Brandend zand' van Anneke Grönloh.
"Hee Lita, het werkt!"
Drie nachten later word ik wakker van Anneke.
"Hoi Lita, met Sandman”, klinkt het heel ver weg.
“Heb zojuist mijn zandemmer laten vallen. Gooi jij hem even back to the moon? Die klote narcolepsie ook!"
Al snurkend valt Sandman aan de telefoon weer in slaap. Ik loop snel naar buiten. De zandemmer vliegt recht op mij af en ik vang hem op. Snel doe ik wat rek- en strekoefeningen om mijn worstelarmen te ontspannen. Voordat ik de emmer teruggooi bedenk ik dat het eigenlijk best saai is op de maan. Kleurloos. Kaal. Ach, weet je wat? Ik stop gewoon wat lieve bloempjes in de emmer en wat tomatenplantenzaadjes, misschien wordt het daar dan wat gezelliger. Zo gezegd , zo gedaan.
Met een reuzenworp gooi ik de zandemmer inclusief inhoud richting maan.
Een berichtje van Mr Sandman volgt: Emmer geland, dank je wel. Ik vind je lief. Groet, Sandman.
Als ik naar buiten loop zie ik dat de maan veel vruchtbaarder moet zijn dan Moeder Aarde. Op het normaliter vrij nors kijkende hemellichaam prijkt namelijk een enorme tomatenlach.
Het was midden in de nacht toen het plotsklaps gebeurde. Ineens vloog mijn raam open. Vervolgens een zachte plof op de grond. Even moesten mijn ogen aan de duisternis wennen. Op de grond zag ik een klein mannetje zitten met opgetrokken knieën.
"Ik ben van de maan gevallen. Het doet pijn", snikte het mannetje luid.
Normaalgesproken zou ik in een situatie als deze moord en brand gillen. Maar één opmerkelijk feit weerhield mij hiervan. Het rechtopstaande plukje haar op zijn hoofd. Roodwitblauwgespikkeld en glimmend van gel. Het leek licht te geven. Twee felgroene oogjes fluoresceerden mij tegemoet. Het mannetje zag er moe uit.
"Wat heb jij een raar roodwitblauwgespikkeld lichtgevend haarplukje op je hoofd?" was mijn eerste reactie.
"Nee, jij trekt zeker volle zalen?" klonk het triest.
Ik besefte plots dat ik met mijn krulspelden in er niet bepaald charmant uitzag. Maar dat maakte op dit moment niet zoveel uit.
"Wat wil je eigenlijk, weirdo?"
"Ik wil alleen maar naar huis, dat is alles."
"Nou dan vertel eerst maar eens even hoe je heet."
Opflikkerende ogen.
"Htoubrky is mijn volwassen naam. Op de maan noemen ze mij meestal Mister Sandman."
Ik was helemaal verbaasd. Spontaan zette ik het bijpassende liedje in, waarmee ik toch hoopte wat verdriet weg te nemen bij het kleine manneke. Niets bleek minder waar. Het ventje vloog in blinde woede boven op mijn eenpersoonsbed.
Ik reageerde stoïcijns.
"Mijn naam is Lita en als je niet heel snel weer op het matje gaat, dan zet ik een tweede couplet in."
"Nee!" schreeuwde Sandman. "Ik wil niet voor niets naar huis. Elke keer als ik van de maan val beland ik bij een aardling. Zodra ik mijzelf dan voorstel begint ie dit afschuwelijke lied te zingen."
Mijn nieuwsgierigheid werd alsmaar groter.
"Waarom val jij telkens van de maan? Heb je soms last van evenwichtsstoornissen?"
"Nee, het is veel erger. Ik leid aan narcolepsie en val dus telkens in slaap op de meest onverwachte momenten. Doordat mijn spieren verslappen, verlies ik bovendien controle over mijn zandemmer. Rampzalig want die is gevuld met magisch zand. Wanneer aardlingen het in de ogen krijgen vallen zij acuut in slaap. Je snapt mijn onrust. Zeker overdag."
"Ik kan je wel helpen, denk ik."
Hoopvol staart Sandman mij aan.
"Dat wonderlijke lichtgevende haarpuntje van jou op je hoofd, is dat geen antenne?"
"Ja, dat klopt, ik vang er van alles mee op."
"Mooi", roept Lita. "Morgenvroeg eerst naar Mediamarkt voor het nieuwste gallacticamobieltje."
"Je be-be-doelt... Je bedoelt dat ik jou kan gaan bellen?"
"Yep, zodra jouw zandemmertje valt bel je mij. Dan gooi ik hem weer naar je terug. Als ex-worstelares heb ik de nodige krachttraining gehad. Dat gaat zeker lukken."
De volgende ochtend ging Lita meteen naar de Mediamarkt. Gelukkig hadden ze nog voldoende gallacticamobieltjes op voorraad.
"Zo, zullen we ze maar eerst eens testen?"
Sandman toetst het gallacticanummer van Moeder Aarde in en meteen erachteraan het privénummer van Lita. Tot zijn verbazing klinkt het vrolijke deuntje 'Brandend zand' van Anneke Grönloh.
"Hee Lita, het werkt!"
Drie nachten later word ik wakker van Anneke.
"Hoi Lita, met Sandman”, klinkt het heel ver weg.
“Heb zojuist mijn zandemmer laten vallen. Gooi jij hem even back to the moon? Die klote narcolepsie ook!"
Al snurkend valt Sandman aan de telefoon weer in slaap. Ik loop snel naar buiten. De zandemmer vliegt recht op mij af en ik vang hem op. Snel doe ik wat rek- en strekoefeningen om mijn worstelarmen te ontspannen. Voordat ik de emmer teruggooi bedenk ik dat het eigenlijk best saai is op de maan. Kleurloos. Kaal. Ach, weet je wat? Ik stop gewoon wat lieve bloempjes in de emmer en wat tomatenplantenzaadjes, misschien wordt het daar dan wat gezelliger. Zo gezegd , zo gedaan.
Met een reuzenworp gooi ik de zandemmer inclusief inhoud richting maan.
Een berichtje van Mr Sandman volgt: Emmer geland, dank je wel. Ik vind je lief. Groet, Sandman.
Als ik naar buiten loop zie ik dat de maan veel vruchtbaarder moet zijn dan Moeder Aarde. Op het normaliter vrij nors kijkende hemellichaam prijkt namelijk een enorme tomatenlach.
22-06-2010
Broertjes Koen
"Hoe komt iemand op het idee?", zei Koen tegen Koen. "Om onze ouders als oncreatief te bestempelen gaat wellicht wat ver. Ik kan me nog heel goed herinneren hoe mams, tijdens een concert van 'Kiss', haar schminkdoos het podium opwierp, nadat ze ons eerst gepaint had met haar lipstick." De rest van het bijzondere Kissconcert hebben de broertjes Koen al verdrongen.
Onoriginaliteit is wel het laatste wat men de Amerikaantjes Koen kan verwijten. Cowboyhoeden en lasso's zijn aan deze Bonanzaboys uit Minneapolis toevertrouwd, evenals snelle auto's en mooie boots, made for walking. Bloedsimpel lijken de films die opwellen uit het broertjesbrein van dit beroemde filmduo. Ongetwijfeld kent iedereen deze onvervalste ladykillers als bewandelaars van filmfestival-rode-lopers.
Niet naakt, maar speciaal voor deze bijzondere sponsoravond, dressed to impress de bobo's, die ongegeneerd hun vette ego's en ega's etaleerden aan de verzamelde filmwereld en pers, betraden Koen en Koen het podium. Ze hoopten deze avond veel geld los te krijgen voor hun eerste Koentjesbloterikkenfilm.
De totstandkoming van het filmscript kende een bijzondere voorgeschiedenis. Het idee ontstond tijdens het familieweekend van de familie Koen op de nudistencamping. "Waarom hebben jullie nou nooit eens een BB-film (blotebillenfilm) gemaakt?", sprak moeder Koen. Aan het einde van deze boute uitspraak knipoogde zij koket. Beide broertjes wisten het; Die mams had nog eens creatieve ideeën. Zij deden er als filmmakers hun voordeel mee.
Het script schrijven was a peace of cake. De verhaallijn ontstond tijdens een undress-to-impress-party, waarbij mams met haar mond een andere dame mondschilderde. Deze kunstzinnige act bracht de broers op het idee om een blue-movie naakt mondschilderen te gaan maken. Zij namen de beroemde 'Hotlips' als rolmodel. Zelf deden ze ook nog uitgebreid research en maakten gebruik van de laatste technieken. Voor de belangrijkste opnames maakten ze gebruik van een speciale Hawkeye-camera.
"Geachte aanwezigen, mag ik uw aandacht voor het filmduo de broertjes Koen en u een kleine blik gunnen in hun gedachtenwereld." Luid applaus. Zij en de ceremoniemeester waren stil, waarna de grote vraag aan bod kwam: "Wie heb een centje veur ons prentje?" De gemoederen voorin de zaal begonnen snel warm te lopen. Was deze aanslag op rijkgevulde portemonnees wel de moeite waard uiteindelijk, of werd hier een megafilm gestopt voor hij daadwerkelijk begonnen was.
"Ik wil wel sponsoren, maar dan moet er eerst ongelofelijk hard en onverbiddelijk promotie gemaakt worden voor het mondschilderen", riep Ray Robins vanachter uit de zaal. Een instemmend applaus klonk voor deze megamondschilder. Zijn werken staan op ieders Facebook in Layton (Utah). Mama Koen was intussen het podium opgerend: "Wie deze film sponsort, promoot juist Kal Koen en Ko Koen én deze specifieke schilderkunst, body-mouthpainting is the future!"
Kal en Ko Koen keken elkaar aan. Door mams optreden werden de sponsors vrijgevig. Harde dollars werden toegezegd. Sponsors wilden moeder én mondschilderen. Ray Robins was helemaal happy. Stiekem hoopte hij dat er een mooie hoofdrol voor hem was weggelegd in de toekomstige kaskraker.
De broertjes Koen waren trots. En terecht. Hun moeder's creativiteit was lonend gebleken. Tijd om eindelijk dit noodzakelijk kwaad te verlaten. Fundrising with a happy end.
Kijk uit naar de nieuwste Koen en Koen: 'Oh broertje, wat ben je bloot!'
Binnenkort in de cinema.
Co-column geschreven door Arta en Mien
Abonneren op:
Posts (Atom)