Posts tonen met het label brief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brief. Alle posts tonen

06-06-2024

Mien korte verhalen (62 + 63) met kleine grote waarheid

62) Dorstig zestien (31-05-2024)
 
Kratten bier en fris staan hoog opgestapeld in het souterrain van de vier etage-flat, gekleurde lampjes hangen aan het lage plafond en de muziekinstallatie is zojuist stevig uitgetest. Herman Brood klinkt heel 'shpritsz' door de boxen. Bijna is het saturdaynight en vier ik mijn verjaardag. Zestien jaar en heel dorstig. Dorstig om het te worden en dorstig om te zijn. Zou ze komen, mijn voormalige vlam? Het is nog niet zolang geleden en ze heeft al een nieuwe vriend. Haar gedroomde prins, ik weet het. Loslaten. Moeilijk. Iedereen is uitgenodigd. Familie, enkele klasgenoten en veel hockeyvrienden. Zou de trainer en de coach ook komen? Mijn stiefbroer draait nog wat aan de knoppen, het klinkt nog niet helemaal naar zijn zin. Zijn grote hobby, muziek. Ook de mijne, alleen onze smaken verschillen nogal. Heb hem dan ook de nodige instructies gegeven. Het is zeven uur in de avond en begin nu toch wel wat zenuwachtig te worden. Tijd voor een biertje. Intussen inspecteer ik de twee kelderruimtes voor de zoveelste keer. Alles hangt nog. De ballonnen, de slingers, de posters, de lampjes. Een gevoel van trots vervuld me. Ja, ik haat deze flat, het wonen veel te krap, met vieren in een veel te kleine flat. Maar feestvieren kan overal. Zeker in een gezellig sfeervol hol. Het zwarte plastic aan de muur laat nu toch een beetje los. Even beter vastmaken.
 
Langzaam komen de eerste gasten binnen. Familie voorop. Ze zijn er allemaal en ik neem de cadeaus in ontvangst. Ze glunderen bij het zien van mijn blije gezicht. Binnen no time komt ook de rest binnen. Ik heb er zin in en zo ook de gasten. Geen schroom en er wordt volop gedanst. Maar toch ... even overvalt mij de weemoed. Ik zie hoe Carolien dolverliefd is op Mark en het geeft me een misselijk gevoel. We hebben even oogcontact. Glimlachen volstaat. Ik geniet van mijn vrienden die uitzinnig dansen op de muziek. Alle klassiekers trekken voorbij. Deep Purple, Pink Floyd, Stones, Brood en Beatles en ja ook af en toe een Abba-tje. Mijn stiefbroer draait goed. De biertjes gaan er goed in. En heel langzaam verandert de kelderruimte in een bad cave met bier- en zweetlucht. Het zwarte plastic zeil schreit tranen van plezier. De goedkope geurtjes zijn allang verdwenen uit de lucht. Ik glunder tot achter mijn oren. Mijn vader praat met mijn hockeytrainer en met mijn coach, ze zijn toch gekomen. Laat, but who cares? Tot in de kleine uurtjes gaan het feest door. Flatgenoten zijn ermee akkoord. Gelukkig maar. Ik zie mijn vader en stiefmoeder samen tevreden uitkijken naar het gepeupel en naar het eind, dat onvermijdelijk komt. Sweet sixteen ben ik geworden en wil het een leven lang zo blijven vieren. We eindigen het feest met Hotel California. Such a nice surprise. Ik geniet nog lang na.
 
 
63) Bright eyes (06-06-2024)
 
Het is zomervakantie en er zijn nog geen plannen gemaakt, het weer is niet fantastisch en toch willen we op vakantie. Met twee pubers een verzoeking. Het wordt een weekje Duitsland ergens in de middle of nowhere, althans zo voelt het toch. Ik heb helemaal geen zin, want ik wil veel liever in Weert blijven, dichtbij mijn vriendinnetje. Het vertrek geeft me een onbestemd gevoel van het moment dat we in de auto stappen. Ik wil niet weg, ik wil haar zien. Gisteren heb ik haar nog een brief geschreven, dat ik haar zal missen, een hunkerbrief, hoe het haar zal gaan vergaan zo zonder mij, of ze me gaat missen? De laatste ontmoeting bij haar thuis was niet geweldig, snipverkouden was ze, een povere welkomstzoen smaakte naar eucalyptus. Ze was de hele tijd afwezig, het bezoek van korte duur.
 
De autorit naar Duitsland is vreselijk en het regent pijpenstelen. Droef druk ik mijn neus tegen het koude natte raam van het zijportier en tuur naar buiten. Auto’s en witte strepen schieten voorbij. Het vakantieoord met saaie appartementen ligt mistroostig op een kleine heuvel, net als de sfeer die over de hele vakantie hangt. Er is niet veel te doen op de plek waar we zijn. Ik weet niet eens de naam van deze godverlaten plek. Hoe zou het met mijn vriendinnetje zijn? Zou ze de brief al hebben gekregen?
 
Alle attracties hebben we onderhand gehad, welgeteld twee en de flipperkast helpt ook niet echt meer mee de tijd te verdrijven. Mijn stiefbroer is alleen maar bezig met zijn schoolboeken. Hij zit in het laatste jaar van de LTS. Uit verveling besluit ik wat te gaan wandelen in de bossen rondom ons hotel, een bos dat alleen maar bestaat uit dennenbomen en sparren, kilometers lang en meters hoog, de paden rechttoe rechtaan. Het weer is druilerig en alles voelt nat. Naaktslakken, lichtbruin en ontelbaar kruipen traag over het pad, uit baldadigheid ga ik er op eentje staan, zo maar. Ik baal van mezelf, waarom doe ik dat nou? Boosheid, verveling, verdriet, ze schreeuwen om verklaring, maar ik weet het even niet. Trap onderweg nog een aantal slakken plat. Ook de zwarte.
 
Het eten in het hotel is niet te hachelen, na de maaltijd kijk ik nog een film en duik op tijd de koffer in. Een stapelbed in een kleine kamer en ik lig boven. De slaap lijkt maar niet te komen, mijn gedachten zijn bij mijn vriendin in Weert. Hoe ver lijkt dat nu weg. Eindelijk trekt de slaap me een diepe droom in, een ware nachtmerrie. Ik droom van een grote bruine naaktslak die zichzelf langzaam opblaast in mijn kamer. Hij houdt niet op te groeien en kom haast klem te zitten onder zijn massa. Nee, nee, hij gaat me nog dooddrukken! In grote paniek spring ik uit bed en land op de grond. De slak duwt me nu richting deur. Ik wil naar buiten maar de deur zit op slot. Hoe kan dat nu? Ik trap keihard tegen de deur. Een groot gat, want hij blijkt van dunne triplex te zijn. Mijn redding. Dan word ik wakker en besef wat ik heb gedaan. Een vette straf, dat is het.
 
De stemming wordt er de volgende ochtend niet beter op. De schade wordt opgenomen en mijn vader is nors, dit wordt een dure grap. We zijn nu al vier dagen in dit saaie oord en alles in mij roept naar huis te gaan. Maar in de middag komt de post. Ineens stijgt mijn bloedslag naar ongekende hoogte. Ik houd de brief onder mijn neus, hij ruikt een beetje naar parfum en doet mijn hart sneller kloppen. Ik besluit de brief in het bos te lezen en loop naar buiten. Een weeïg onderbuikgevoel laat me sneller lopen. Na een kwartier durf ik de brief te openen. Maar een blaadje, constateer ik droef, wat er geschreven staat nog meer droevig. Mijn vriendin heeft na lang nadenken besloten om een einde te maken aan onze relatie. Mijn eerste grote liefde, wil niet meer verder met mij. Verdriet en ongeloof maken zich meester van mij, tranen biggelen over mijn wang en vallen op de brief, enkele woorden vervagen. Sorry Mien. Ik ben ontroostbaar en wil naar huis.
 
Tot die conclusie is ook mijn vader gekomen. In overleg met stiefmoeder en stiefbroer besluiten we een paar dagen eerder naar huis te gaan. Iedereen blij. Nou ja, blij? Op de autoradio klinkt Garfunkel. ‘Bright eyes. Is it a kind of a dream? Floating out on the tide. Following the river of death downstream. Oh, is it a dream?’ Wishfull thinking. Ik pink een traan weg. Watership down.
Mijn stiefmoeder weet niet goed wat te zeggen en vertelt dat ze helemaal geen zin heeft om volgende week weer te gaan werken. Ze is poetsvrouw, werkt enkele ochtenden in de jambuurt en niet toevallig, of juist wel, ook bij de ouders van mijn vriendin. Nu ex-vriendin dus. Was het sowieso gedoemd te mislukken, onze relatie? Ik weet het niet. Ik moet er nog even aan wennen. Aan de terugreis lijkt geen einde te komen. Het voelt oneindig en onwezenlijk. 
 
 
 

08-07-2019

Te koop tegen elk aannemelijk bod

Mien:
Lekker. Gezond. Sensueel. Charmant. Knap. Intelligent. Strak. Bijzonder. Deftig. Oer. Flink. Spannend. Brutaal. Lief. Ondeugend. Alternatief. Stoer. Zen. Sportief. Kunstzinnig. Creatief. Moedig. Leuk. Gezellig. Onderhoudend. Flexibel. Meertalig. Stressbestendig. Aanpakker. Doener. Denker. Waanzinnig. Idioot. Prettig. Gestoord. Onnozel. Naïef. Slim. Berekend. Parmantig. Ontwapenend. Meegaand. Eigenwijs. Arrogant. Peilloos. Doeltreffend. Innemend. Boers. Groen. Smaakmakend.
Sferisch. Romantisch. Loyaal. Trots. Intiem. Afstandelijk. Lenig. Bot. Boosaardig. Wild. Beroemd. Berucht. Druk. Bepalend. Autoritair. Vergevingsgezind. Jaloers. Vrijkont. Knuffelbeer. Angsthaas. Totaalpakket. Draaideur. Gezelschapsdier. Joker. Engel. Beest. Duivel. Serpent. Trouw. Fijngevoelig. Irritant. Gelukszoeker. Dichter. Schrijver. Atleet. Polsstokhoogspringer. Avonturier. Hoofdbewoner. Holbewoner. Zwever. Boeddhist. Grappenmaker. Fantast. Zwemmer. Yogi. Liefhebber. Naturist. Dromer. Vlieger. Durfal.
Bemoeial. Stoïcijns. Grillig. Interessant. Boeiend. Vluchtig. Snel. Onmogelijk. Doorzichtig. Sexy. Geil. Bronzig. Braaf. Stil. Opgewekt. Direct. Doortrapt. Stiekem. Attent. Heilig. Prins. Koning. Keizer. Admiraal. Drukker. Schoonmaker. Vertegenwoordiger. Voorzitter. Aanspreekpunt. Initiatienemer. Wereldreiziger. Tentbewoner. Camperfreak. Caravanslaaf. Doorzakker. Stimulator. Doorzetter. Inpakker. Diabeet. ADD-er. Maniak. Neuroot. Olifant. Lieveheersbeestje. Ezel. Papegaai. Diepzeeduiker. Pennenlikker. Chaoot. Langslaper.
Bruggenbouwer. Verbinder. Ondernemend. Lachebek. Sfeermaker. Vuurstoker. Aanjager. Liplezer. Waarnemer. Kwaliteitsbewaker. Geraffineerd. Onheilspellend. Literair. Schuinsmarcheerder. Kroegtijger. Kapitein. Slaaf. Meester. Baby. Bloedzuiger. Aanbidder. Waarheidsspreker. Voordrachtskunstenaar. Dief. Hartenbreker. Eenzaam. Lui. Moe. Blij. Enthousiast. Grappenmaker. Artiest. Nadenker. Hoofdbreker. Arm. Rijk. Geestig. Filosoof. Psycholoog. Bezorgd. Gratis. Aanhalig. Geniaal. Ultiem. Zwoel. Gaaf. Euforisch. Zalig. Smaakvol. Hongerig.
Genereus. Vrijgevig. Vrijpostig. Veilig. Tijdrovend. Ordinair. Hulpvaardig. Perfect. Streberig. Stroperig. Glad. Aanmatigend. Schreeuwerig. Onbetaalbaar. Plantaardig. Vloeibaar. Transparant. Gewiekst. Briljant. Ongeslepen. Ruw. Rauw. Vredelievend. Oorlogszuchtig. Geniepig. Leep. Stom. Vraatzuchtig. Subtiel. Mondfiat. Houterig. Handig. Blind. Doof. Overdrachtelijk. Metaforisch. Denktank. Vuilnisbelt. Beroepsklager. Sluitpost. Zeiker. Poepdoos. Luchtverfrisser. Maniak. Nuft. Idool. Topsporter. Sluw. Depressief. Tof.
Sterk. Geurend. Verbluffend. Aromatisch. Donker. Licht. Luchtig. Slaapverwekkend. Nietsnut. Alleskunner. Hoogdraver. Aangenaam. Welriekend. Voldaan. Zelfingenomen. Tragisch. Transcendent. Holistisch. Fortuinlijk. Diepzinnig. Vaag. Onvoorspelbaar. Machtig. Stekelig. Brommerig. Zuur. Zoet. Bitter. Gallisch. Beiers. Atheïst. Spoorzoeker. Paddoloog. Ruimtevaarder. Inktvisser. Vogelaar. Brainstormer. Raadgever. Hulpverlener. Bloemig. Zalvend. Zegenend. Waterig. Liefkozend. Aaibaar. Drammerig. Strijdlustig. Strijdvaardig. Uitputtend. Eerlijk.
Slechts één exemplaar op voorraad. Graag zelf ophalen en contant betalen. Interesse? Stuur dan een PB of laat uw mailadres hieronder achter.

21-12-2017

Brief van een liefhebbend kind

Lieve mama,

Ik heb misschien een rare vraag. Daarom schrijf ik deze brief. Hardop deze vraag stellen durf ik niet. Wel zachtjes schrijven op papier. Ik heb er heel lang over nagedacht. Durf ik of durf ik niet? Dat is weer eens wat anders dan 'ben ik of ben ik niet'. Ja, ik ken mijn klassiekers, mama. Die heeft papa mij al vroeg met paplepel ingegoten. Dat weet u niet? Vreemd. Wat ontgaat u toch veel. Heeft ook meteen te maken met mijn prangende vraag.

U bent altijd zo afwezig. Hoe komt dat zo? Nee, dit is niet de vraag die ik wilde stellen. Die komt nog. Zie dit maar als een vraag naar de ultieme vraag die ik u wil stellen. Een deelvraag. Waarom, waarom bent u altijd afwezig? Vreemd, heel vreemd. U loopt in de keuken, de kamer, boven, ligt vaak op de bank, fysiek aanwezig en toch, zo afwezig. Slaapt u slecht of droomt u veel? Ik moet dan ook altijd nadenken en soms ook piekeren. Doet u dat ook misschien? Ik wil het graag weten.

Ja, ja, allemaal deelvragen. Ik weet het. Ik zit dan ook verlegen om antwoorden. Of breng ik u nu in verlegenheid? Dat wil ik niet, hoor. Is niet mijn bedoeling. U heeft het zwaar. Altijd. Dat zie ik wel. Ik word daar zelf altijd een beetje verdrietig van. Zeker als u eenzaam en verlaten door het huis spookt. Onbereikbaar bent u dan. Afwezig. Best vervelend af en toe. Soms heb ik zin in een glaasje fris. Durf dat dan niet te vragen. Alles kost u moeite, op een of andere manier. Die moeite wil ik u graag besparen. Dan vindt u mij vast lief. Denk ik dan. Hoop ik dan. Niets liever wil ik u lief hebben. Boos is zo vervelend. Ja, soms wordt u boos. Maar daar kan ik niets aan doen. Ik ben maar een klein kind, weet u. En ik heb veel aandacht nodig. Kan ik ook niets aan doen. Zo gaat dat met kinderen. Toch?

Oh, u geeft weer niet thuis. Tegen wie moet ik dan praten? Mijn pop? Maar die is zo stil. Net als u. Ze praat nooit als ik er ben. Net als u. Ook al doe ik nog zo mijn best. Ja, ik geef het toe. Ik kan ook het bloed onder uw nagels uithalen. Maar bent u dat zelf niet een beetje schuld? Dat ik soms te veel ben. Eigenlijk altijd? Als nummer vier. Waarom? Waarom ben ik dan gekomen? Als u me niet wil zien?

Ik ga niet langer tellen hoeveel deelvragen ik aan u heb. U geeft toch geen antwoorden. Dat kunt u niet. U bent het kwijt. En dat kan ik dan weer begrijpen. Ik snap er zelf vaak ook niets van. Maar onderzoeken zal ik altijd. Daarom verzoek ik u, lieve mama, ook al weet ik dat u van verzoeken niet houdt, ik kan niet anders, geef alsjeblieft eens antwoord. Heeft u ooit van mij gehouden?

Uw liefhebbende zoon

11-12-2017

Brief aan Joulupukki

Lieve Joulupukki,

Ik wil geen ruzie meer. Je kent me als geen ander. En ja, ik ben kort van stof. Het is hier in het Noorden ook altijd verrekkes koud en je weet het, ik zal daar nooit echt gewend aan raken. Ben dan ook niet van de lange zinnen. Hoewel die mogelijk wel meer zouden verduidelijken, hoe ik me voel. Maar het is eigenlijk ook heel simpel. Zoals dat in de Noorse liefde hoort. Ik hou van jou. Zo ontzettend veel. Ik kan je gewoonweg niet missen. Kunnen we onze ruzie niet bijleggen? Alsjeblieft.

Tranen met tuiten huil ik de hele dag. Kijk eens uit je raam. Zie je de ijspegels hangen. Dat zijn de tranen die ik voor jou pleng. Bevroren, net als mijn hart. Wil jij het niet alsjeblieft ontdooien? Lieverd, ik weet dat jij me ook mist. Als de sneeuw hier weer eens voor mijn neus dwarrelt denk ik aan jou. Jouw gedachten vallen neer in kleine vlokken. Het is jouw boodschap aan mij. Ze zijn nog niet met elkaar overeen gekomen, de sneeuwvlokjes, jouw gedachten. Laat ze alsjeblieft samensmelten in een mooie sneeuwpoppin. En laat het dan mij wezen. Alsjeblieft.

Ik heb jouw steelse blikken en het lonken naar die andere schone gezien. En ik weet het. Ook jij bent maar een man. Door die dikken witte baard van jou voel ik de konen, die warm worden als je haar weer ziet. Het gloeien schijnt zo door je baard dat kan iedereen aanschouwen. Weet dat ik je deze gedachten en gevoelens gun. Maar je weet het ook liefste, de passie kan soms kortstondig zijn. Je kunt jouw lieve vrouwtje Jouluori toch niet zo maar in de steek laten?

Denk nog eens goed na de komende tijd mijn lieve Joulupukki, als je met je rendieren en arrenslee volgeladen met cadeautjes door de donkere nachten glijdt. Hier zit een lieve deerne op jou te machten en te smachten. Ik wil voor altijd de jouwe zijn. Wil jij dan ook de mijne blijven? Voor eeuwig wil ik dat jij mijn sneeuw- en bergtop bent. Aan jou wil ik me slechts warmen. Dus kom op dikke dappere stoere lieve kerstman Juolupukki, geef jezelf nu eens aan mij opnieuw cadeau. Je zult er geen spijt van krijgen.

Liefs en heel veel warme kusjes,

Jouw Jouluori X X X X X

12-12-2016

Een onverwachte brief

Druk, druk, druk bezig met het schrijven van brieven. Allemaal antwoorden op onverwachte brieven. Nou ja, onverwacht, eerder ongewenst. Je kunt er namelijk op wachten op de ongewenste onverwachte brieven van … Fasten your readbells!
IKEA, ANWB, Amnesty International, Postcode Loterij, Vriendenloterij, Familieloterij, Straatloterij, Huisnummerloterij, Blokloterij, Greenpeace, VPRO, Buurtsuper, Gemeente X, Wijkkrant Y, Dikke van Dale, Wikipedia, Google, FB, Greetings (de laatste vier digitaal), etc … Die mij allemaal wensen, zalig Pasen, vrolijk Kerstmis, goed Nieuwjaar, hiep hoi Verjaardag.

Ik zal ze hebben. Heb op hun websites en Wikipedia (waarvoor dank), na langdurig en zorgvuldig speurwerk, de verjaardag van de betreffende organisatie / winkel opgezocht en het woon- c.q. postadres. In mijn brief aan hen vertel ik uitgebreid hoe het met mij en mijn familie- en kennissenkring gaat en wat mijn plannen zijn voor de toekomst, hoe ik momenteel in mijn vel zit en waarin ik vraag hoe het de organisatie c.q. winkel vergaat. Uiteraard wens ik ze het beste en doe ze veel groetjes, ook namens mijn vrouw. Ben benieuwd of ik nog reacties terugkrijg, of een cadeautje, gratis. Nog leuker!

P.s.: Uiteraard heb ik in de envelop ook een cadeautje gedaan. Confetti en een klein chocolaatje.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Een onverwachte brief (02-11-2016)

30-11-2016

Schrijfveren November 2016

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Een onverwachte brief (02-11-2016)

Druk, druk, druk bezig met het schrijven van brieven. Allemaal antwoorden op onverwachte brieven. Nou ja, onverwacht, eerder ongewenst. Je kunt er namelijk op wachten op de ongewenste onverwachte brieven van … Fasten your readbells!
IKEA, ANWB, Amnesty International, Postcode Loterij, Vriendenloterij, Familieloterij, Straatloterij, Huisnummerloterij, Blokloterij, Greenpeace, VPRO, Buurtsuper, Gemeente X, Wijkkrant Y, Dikke van Dale, Wikipedia, Google, FB, Greetings (de laatste vier digitaal), etc … Die mij allemaal wensen, zalig Pasen, vrolijk Kerstmis, goed Nieuwjaar, hiep hoi Verjaardag.

Ik zal ze hebben. Heb op hun websites en Wikipedia (waarvoor dank), na langdurig en zorgvuldig speurwerk, de verjaardag van de betreffende organisatie / winkel opgezocht en het woon- c.q. postadres. In mijn brief aan hen vertel ik uitgebreid hoe het met mij en mijn familie- en kennissenkring gaat en wat mijn plannen zijn voor de toekomst, hoe ik momenteel in mijn vel zit en waarin ik vraag hoe het de organisatie c.q. winkel vergaat. Uiteraard wens ik ze het beste en doe ze veel groetjes, ook namens mijn vrouw. Ben benieuwd of ik nog reacties terugkrijg, of een cadeautje, gratis. Nog leuker!

P.s.: Uiteraard heb ik in de envelop ook een cadeautje gedaan. Confetti en een klein chocolaatje.


Redenen om te blijven (04-11-2016)

Blijven of weggaan, hoe vaak heb ik dat niet gedacht? In den beginne begon het al. Ik floepte uit mijn moeder en dacht meteen, wat doe ik hier? Ja, ik kon meteen denken. Mijn moeder schrok er zelfs van. Praten deed ik ook. Een echte wijsneus met een stem. Met mijn neus wees ik de wereld waarin ik terecht was gekomen meteen terecht. Wie wil er hier nu blijven? Maar weggaan was nog geen optie. Ik kon niet lopen.

Gelukkig had ik mijn gedachten. Man wat ben ik daarin ver weg geweest. Beyond borders. Ja, ik ben tweetalig. Wat zeg ik, vijftalig. En het zit geeneens in de genen. Mijn vader sprak maar een taal. Heel duidelijk. Mijn moeder zweeg, meestal. Bij het weggaan is het spreken van vijf talen wel zo handig. In dromenland maakte ik me de talen eigen. Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans. Zo kon ik alle kanten uit. Nou ja, behalve China, Rusland, Mongolië en nog wat andere landen. In de weet dat ik ze toch niet allemaal kon bereizen, geen probleem.

En so what, ik beschikte immers ook nog over handen en voeten. Ik kon er nog niet mee lopen, maar wel mee praten. In mijn dromen en ook in het echt. Zo verkocht ik mijn vader en moeder regelmatig een muilpeer. Waarom? Omdat ze soms te dicht in mijn buurt kwamen. Als baby had ik al ADD en Adidas. Ik schreeuwde soms de hele buurt bij elkaar want niemand kwam er kijken naar mijn mooie schoentjes.

En toch besloot ik om te blijven. Want naarmate mijn leven en wereld groeide, kwam ik thuis in mijn eigen huis. Het huis groeide en groeide al snel. De ruimte in lijf en ledematen nam snel toe. Het was ook de ruimte die ik nodig had om te groeien. Ik hoef niet langer weg te gaan. Ik blijf in mijn blijf en lijf. Forever, pour toujours, für immer, per sempre, por sienpre, yǒngyuǎn, navsegda, üürd mönkh.


De weg vinden in het donker (08-11-2016)

Dat is nog niet zo makkelijk. De weg vinden in het donker. Maar wat is donker? En welke weg wordt bedoeld? Het antwoord op de eerste vraag is niet zo moeilijk. Donker is zwart, of tenminste diep donkerblauw, het tegenovergestelde van wit, of lichtblauw. Dat zal niemand betwisten. In het donker kun je niet zien. Ook dat klopt. Maar naar welke weg zijn we precies op zoek? De weg in het wereldberoemde sprookje, de weg naar Hamelen, de weg naar Mars, de weg naar je dromen, de weg naar Rome, de Mechelse Steenweg, ik doe maar een gooi. Het zijn er zoveel. En eerlijk gezegd, ik vraag me serieus af of de weg naar Rome niet gewoon in het donker te vinden is?

Als ik het u vraag, schieten er meteen beelden in uw hoofd. Sterker nog, sommigen zien zichzelf al meteen op de Via Appia lopen. Een enkeling, hangen, maar die heeft verre voorouders die sterk zijn in verhalen. Overlevering heet dat. En nog eerlijker gezegd, de overlevering werkt door het zwaarste donker heen. Ik ben nochtans nog nooit verdwaald in Rome. Het is er namelijk een en al weg. De weg vinden is dan ook niet zo moeilijk daar. Zelfs niet in het donker.

Nee, je afvragen wat vinden is maakt het probleem pas interessant. Het vinden van de weg in het donker. Want wat is vinden precies? Precies, een zoektocht doorlopen. Met of zonder zaklamp, wat maakt dat nu uit? Geen enkel verschil. Zij die de weg gevonden hebben kunnen dat bevestigen. Zeker weten. Alleen wat jammer nu, mijn batterijen zijn op. Ja, van mijn GSM. Een zaklamp? Wie heeft er tegenwoordig nog een zaklamp? Die is pas echt de weg kwijt. Deze akela gaat slapen. Welterusten.


De verwonding van het instinct (10-11-2016)

Met een mes fileert hij heel langzaam zijn ziel. Het besef dringt echter niet tot hem door. Gevoelloos en gelaten ondergaat hij het snijwerk. Ooit een slager afwezig in zijn vlees zien snijden? Nou zo ziet het er ongeveer uit. Een vreemd gezicht. Een gezicht dat niet kijkt, niet langer meer kijkt. Alleen nog staart, staart in het witte niets, met blauwe ogen die grijs neerslaan, traag, heel traag.

De deur van de slagerij draait langzaam naar binnen open. Hij kijkt niet op of om, gaat stug door met het snijden van zijn ziel. De man die vlees komt halen weet niet wat hem overkomt. Nou ja, overkomt, wat hij ziet. Een trieste Tristan die in het luchtledige met een groot kapmes rond zich heen slaat, met hele trage slagen. Bijna meditatief. Dat kent ie van de Tai Chi. Van die kleine mannetjes in nette kleren die op een strak gazon licht en zon proberen te scheppen. Ja, precies, zo ziet het eruit. Op zich niet zo vreemd. Maar wel in een koude slagerij.

Het is de omgeving die de toon maakt. De vleeshaler bekijkt de jongen nog eens goed die nu wel erg bloederig met zijn kapmes staat te zwaaien. Hij raakt zo nu en dan zijn oren. Er vallen nog net geen stukjes af. De vleeshaler denkt na. Moet hij ingrijpen of laten vieren? Hij kent de jongen wel. Struint en schuurt altijd met zijn nek en hoofd diep verzonken in de kraag van de jas langs gevels van huizen. Contactloos. Onaanspreekbaar.

De jongen komt nu echt pas los. Hij heet niet Tristan maar Theodorus. Plots herinnert de vleeshaler het zich weer. Theodorus is zojuist vrijgekomen. Los van zijn instinct. Maar niet voor lang. Dat mag duidelijk zijn. Hij kan de vrijheid niet aan. Maakt inbreuk op de vrijheid van anderen. In welke ruimte hij zich ook beweegt, het levert grote verwondingen. Het is zijn instinct die er uiteindelijk korte metten mee maakt. Wel twintig kilo. Zoveel weegt zijn linkerarm. Nu heeft hij alleen nog twee benen om vrij mee te zwaaien. Nutteloos. Kan ze goed missen. Wat zweeft zit tussen zijn oren. Daar kan ie niets mee. Wegsnijden helpt niet meer. Fileren kan hooguit. Maar telkens weer opnieuw zal er een nieuw laagje instinct terug groeien. Waar dan ook. Het houdt Theodorus op de been.

De vleeshaler vertrekt zonder te bestellen. Hij heeft geen trek in oud theater. De slager telt zijn zegeningen. De politie is zojuist gebeld. Die zal dan hoogstwaarschijnlijk de burgemeester laten invliegen, als opperhoofd van de brandweer. Per slot van rekening moet iedere brand geblust. Instinctief.


Wakker liggen (12-11-2016)

Vastgeklemd lig ik onder de gesteven lakens die fris ruiken naar zeep. Met mijn hoofd schud ik in het kussen heen en weer, van links naar rechts. Klaarwakker ben ik. Kan de slaap niet vatten, want het spookt. Duizend gedachten flitsen door mijn kinderbrein. Het kan er nauwelijks soep van maken. Wat dacht ik nu weer vijf minuten geleden, het lijkt alweer een eeuwigheid geleden. En de nacht is nog zo lang. De donkerte wil maar niet lichter worden. Het licht dat door de gordijnkier schijnt niet donkerder. Af en toe flitst er een schaduw door de kamer. De koplampen van auto’s die in de nacht voorbij rijden.

Hoe lang zal het vannacht weer gaan duren voordat ik de slaap zal vatten? Waarom, waarom toch? En ik voel me al zo moe. Van alle indrukken van de afgelopen dag. Indrukken die niet te vatten zijn voor mijn kinderbrein. Tenminste lang niet allen. Ik voel er wel het een en ander bij. Maar ook daar weet ik geen bestemming aan te geven. Behalve onrust. Van links naar rechts schud ik mijn hoofd nog harder op en neer. Maar het helpt nauwelijks. Ik kan de slaap niet vatten. En ik wil zo graag. En toch ook weer niet. Zal die ene droom weer het hoofd opsteken? De onrustdroom, het grote ruime wit, de verschrikkelijke leegte? Niet weer. Niet vannacht. Alsjeblieft. Lig ik daarom wakker?

Mijn nek wordt langzaam moe. Ik las een korte pauze in en probeer nergens aan te denken. Dat lukt niet echt. Mijn lijf voelt moe en zwaar. Weer een dag overleefd. Een fijne dag dit keer, met enkele kleine lichtpuntjes. Ze komen voor. Gelukkig maar. Strompelen door mijn leven is niet altijd leuk. Het huis, de kamer, het bed, ze zijn vaak veel te klein om dekking te zoeken. Dekking tegen zure stemming en droeve lucht. Het belemmerd zelfs mijn kinderspel. Als een dikke nevel drijft door het huis. Ik woel mijn laken los. Het zweet staat op mijn lijf. Die verrekte hete zomer ook. Zal ik even wat water drinken? Nee, dat mag niet, dan plas ik in bed. Pa komt zo meteen nog even kijken. Denk ik, hoop ik, tevergeefs.


Als een dief in de nacht (14-11-2016)

Zwart is zijn masker en silhouet. Zijn silhouet geel omrand, het masker bleek. Het is zijn eerste keer en hij moet nog een beetje wennen aan het duister. Van de burgemeester had hij het sein gekregen en nu gaat hij op pad naar de plek van daad. Naar het schijnt is een vrouw naar de keel gegrepen. En niet zo maar een vrouw. Nee, de vrouw van de burgemeester. En daar moeten ze niet aankomen.

Via een lichtsignaal in de lucht, een soort vogel met felle neonstaart, was hij op het gevaar geduid. Omdat zijn favoriete voertuig nog in reparatie is heeft hij besloten de benenwagen te nemen. Geen probleem, goed voor de conditie. Maar het moet gezegd, in Sesamcity is het best lastig om dan op tijd te komen op de plaats van delict. Delict, daad, what's in the name.

Daar staat de vrouw van de burgemeester, met een hand op de keel van een vreemde man, in de Hoofdstraat, naast de portiek van de drogist en tevens condomerie 'Het vrolijke vliesje'. Ze murmelt en zwaait wat met haar linkerarm in de lucht. Ik denk dan, waarom slaat ze niet op de kop van haar belager? Maar dat is een lang verhaal. Ik geef hier de korte versie.

De belager is gekleed in niets, echt waar helemaal niets, bloot dus. 'The Striker' denk ik onmiddellijk, eindelijk een confrontatie. Maar het vreemde is dat de vrouw van de burgemeester er eigenlijk helemaal geen probleem mee heeft. Met de hand op de keel geeft ze mij toch een behoorlijk erotische uitstraling. Haar been hangt ook een beetje over de blote kont van de belager. En als ik het goed zie staat haar rok half open. Ik spot de omgeving met mijn vleermuisoog en zie op de grond een doos condooms liggen. Op dat moment botsen er een aantal signalen in mijn hoofd. Wat te doen?

De situatie nuchter beschouwen dan maar. 'Gaat het allemaal goed hier? Geen alarmerende zaken? Ik krijg gemurmel terug. De twee mensen voor me lijken totaal in elkaar op te gaan. De vrouw geeft me kort een vurige blik. Die zal ik niet snel vergeten. Als een dief in de nacht keer ik op mijn schreden en breng verslag uit bij de burgemeester. 'Niets aan de hand Burg, gewoon een zwoele zomeravond met een vrouw en man in een welbekende hoge nood. Heb hen voorzichtig gevraagd om zich aan het oog te onttrekken van het publiek. In de portiek van 'Het vrolijke vliesje' hebben zij zich terug getrokken. Niets meer aan het handje.

Ik heb de zoele blik van de vrouw van de burgemeester nog op mijn netvlies staan. Dit krijgt absoluut nog een vervolg.


Als kind was ik bang voor ... (16-11-2016)

... hoor wie klopt daar kinderen? De entree van een Goedheiligman die maar nooit lijkt te komen. Ik zie het nog voor me, iedere dag weer. Wrang, bangelijk, boos, onmachtig. De deur die onverwacht openzwaait, de man die binnenloopt, die ik ken, maar ook meteen parkeer, ver, ver weg uit mijn gedachten. Die zich ongevraagd naast me neervlijt, opdringt, penetreert met lieve woorden en foute daden.

Dan weer plots vertrekt alsof er niets is gebeurd. Met gestrekte vinger voor zijn mond en een vette knipoog. Ik voel me vies en kan niet slapen. Hoor wie klopt daar kinderen ... ? Het dreunt nog na. En de Goedheiligman die komt maar niet. Waar is mijn held, mijn redder in nood? In Spanje? Is dat ver? Met de boot? Waarom niet met een vliegtuig? Dat gaat toch sneller? Desnoods in een zak, het maakt mij geen verschil. Als ik hier maar weg kan. Uit dit wrede bed en deze donkere droeve kamer.

Het licht dat mag niet aan. Zo hebben we samen afgesproken. Dat is ons geheim. Van de vreemde man die zonder kloppen binnen mag. Morgen noem ik hem weer papa, want dat heeft ie graag. Wat moet ik zonder hem? Ik kan de angst niet missen. Mijn reden voor bestaan.

Ik veer op uit mijn bed en drijf naar buiten. In bed geplast en koud bezweet. Een boze droom achtervolgt me naar de douche. In de spiegel lees ik schrik. Alweer. Op het toilet zakt mijn angst langzaam weg. Ik spoel hem door. Vaarwel. Een nieuwe dag wacht op me, aan tafel en daarna naar school.


Kapotte huizen (18-11-2016)

Een ronkend geluid rolt door de straat. De plavuizen trillen. Het lijkt wel oorlog. Aan de overzijde zie ik mensen verzamelen. Ze staan dicht bij elkaar en sommigen praten, met de hand voor de mond, naar de oren van hun buurman en kijken me daarbij vanuit hun ooghoeken oordelend aan.

Hij gaat zijn huis kwijtraken. Ze slaan het kapot. Liever hij dan ik. Het wordt beaamd met een voorzichtig knikje, een schuchtere schaamtevolle hoofdschud. De ogen kijken me niet meer aan, maar slaan neer. Enkele ogen lijken te twinkelen, de mondhoeken eronder glimlachen. Spottend, ongepast, vol leedvermaak.

De bulldozer staat stil voor mijn huis. Hij lijkt heel even in gedachten verzonken. Dan draait de gele jongen kordaat een kwart slag om en steekt piepend zijn nek omhoog. Eventjes een licht verzet. Vanuit de glazen cabine dwarrelt sigarettenrook de ochtend in. Nors zet de chauffeur het monster verder in beweging. De grote muil met metalen tanden die zich boven aan de nek van het monster bevindt trekt open. Hij hapt naar mijn huis. Het huis schrikt, maar kan niets doen. Langzaam breekt het in stukken. Kapot zijn we ervan. Mijn huis en ik.


Schrijf over genieten (20-11-2016)

Dromerig staar ik naar buiten. De meneer vooraan in de klas voor het bord vertelt saaie dingen. Ik versta dat niet. Zo'n mooie dag, zo'n mooie natuur. Zie de vogels eens vrij als vogels vliegen. Waarom mag ik dat niet? Zeven dagen in de week. Nee, ik zit hier op een houten stoel in een veel te warm lokaal, tussen allemaal mensen die eigenlijk het liefst van al hetzelfde zouden willen dan ik. Vrij zijn als een vogel. Niet gevangen in een les. Een les over geschiedenis. De geschiedenis herhaalt zich. Saai. Buiten, daar wordt pas geschiedenis geschreven. Door vrije vogels die vliegen. Vliegen als vrije vogels.

Ik moet plassen en steek mijn vinger op. Dat helpt. Kenbaar maken dat je hoge nood hebt. Ik mag. Gelukkig. En ik blijf weg, zolang ik kan. Zolang ik zelf denk dat het kan. Zo vrij als een vogel op het toilet. Ook gevangen vogels moeten plassen denk ik dan. En ik plas, vrij, in grote stoten. Ik laat het gaan en denk. Vrij, voor heel even. Ik blijf nog even op het toilet. Stap op de deksel, herl voorzichtig, hij mag niet doorzakken. Ik kijk door het raampje. Daar zitten ze, de merel en de mus, samen in een boom. Toe dan, vlieg als een vrije vogel, maak en schrijf geschiedenis. Voor mij, voor mij alleen. Ja. Want ik ben mijn eigen geschiedenis. Ik keer terug in de klas aan het einde van de les. De meneer is boos. Ik zie het. Wat was je aan het doen Mien? Ehhh ... Genieten meneer. Dat dacht ik al, niet weer jongen. Dat wordt dus strafwerk. Morgen inleveren. Schrijf maar honderd keer genieten!


De gemakkelijkste weg (22-11-2016)

Is vrijwel altijd binnendoor. Buitenom kost meer moeite. Buitenom gaan gedachten mee. Ze nemen een loop. Brengen meerdere hersendelen verwarring. Zien wordt plots ruiken. Horen begint te stinken. De smaak van zicht. Weglopen wordt dan moeilijk. De weg is lang. Twijfel jaagt stuipen aan. Angst vreet in nek. Je gaat harder lopen. Vluchten in je hoofd. Het heeft geen zin. Het ontoelaatbare wordt toegelaten. Waarheid haalt fantasie in.

Binnendoor is veel gemakkelijker. Het bespaart veel tijd. Biedt lucht en ruimte. Je komt eerder aan. Diep, diep van binnen. Het hart klopt essentie. Rode draden lopen uit. Zenuwen beter in bedwang. De schrik breekt angst. Laat aanhoudend beven toe. Binnendoor is altijd beter. Amper tijd voor geweten. Kosten moeite mooi gespaard. Tong op de schoenen. Hart op de grond. Spuw eelt, ellende uit. Het mag nooit aarden. Niet op de ziel. Zielig gaat altijd buitenom. Moed neemt altijd binnendoor.

Linea recta naar finish. De makkelijkste weg verkozen. Het ligt voor handen. En iedereen weet het. Stiekem diep van binnen. Binnendoor ligt waarheid opgesloten. Trek de sluiting open. Droom, leef je hart. Vanuit venen en vaten. Laat omwegen met rust. Strooi niet langer zand. Pluk de dag vandaag. Begin met dapper leven. Niet buitenom maar binnendoor. Kies de makkelijkste weg.


Je kunt niet terug naar huis (24-11-2016)

Alle broodkruimels zijn op. Ze dolen nu al bijna de hele middag door het bos. Hans en Grietje. De stemming is ietwat bedompt. Hoe nu verder te gaan? Dat lijken ze beiden te denken, maar spreken het niet uit. Een paar vogels kijken het stel, dat hand in hand loopt, vanuit de dik besneeuwde dennenbomen, nieuwsgierig aan. Ondertussen huppen ze zo nu en dan van de ene naar de andere zwaar beladen tak. Witte poeder valt zachtjes naar beneden. Hans en Grietje hebben er geen oog voor. Ze zijn verdwaald en goed ook. Het besef is van hun gezichten af te lezen. De schrik vreet in. Net als de kou.

Een tweesprong, in Y-vorm, komend vanuit de steel. Ze nemen de linker tak, zonder blikken of blozen. Dat kan ook haast niet. De ogen en de wangen lijken bevroren. Op de grond liggen broodkruimels. Ze zijn hier al geweest. Griet zou best willen huilen, maar de tranen zijn al op. Het besef dringt door bij Hans. Als padvinder valt hij door de mand. Ze lopen in kringetjes. Kringetjes van polonaise. Hans zet wat harder de pas erin en Grietje volgt. Willen ze op tijd komen dan zullen ze moeten doorlopen. Op tijd voor wat? Voor het eten natuurlijk. Zowel pa als ma hebben een gruwelijke hekel als ze te laat aan tafel verschijnen.

Ze kunnen niet terug naar huis. Het huis is kwijt. Net als de weg. Wegblijven is hun bestemming. Van huis, tafel en bed. De wijde wereld ligt open voor Hans en Grietje. Welke weg nu te kiezen? Alweer een tweesprong. Hans en Grietje laten elkaar los. Alsof het stilzwijgend is afgesproken. Van hieraf gaan ze hun eigen weg. Samen lukt het niet. Niet meer.


Op vier poten staan (28-11-2016)

Tussen mijn benen door probeer ik in de spiegel te kijken. Ik hup nog een beetje op mijn handen en voeten, maar lukken doet het niet echt. Verdomme. Ik wil en moet de oefening goed doen. Hoe frustrerend kan het zijn. De lenigheid en kracht lijken verdwenen. Dat mag niet. Gisteren lukte het nog uitstekend, waarom vandaag dan niet? De hond. Niet zo moeilijk toch? De kat lukte zo juist nog uitstekend. Zonder te mouwen of miauwen. Maar nu blaf ik het uit. Het liefst wil ik janken. Ik wil die wolf zijn uit de prehistorie. Met de nek omhoog gericht, de bek vol tanden opengespreid richting maan en janken, heel hard janken. Ahoeeeeeeeee ... Aaahoeeeeee ...

De regisseur grijpt in. Waar ik in hemelsmaan mee bezig ben. In ieder geval niet met de zon aanbidden. De zonnegroet hebben we vier weken geleden al achter ons gelaten. Na een plotselinge maansverduistering hebben we hem uiteindelijk geschrapt uit het script. Veel te voor de hand liggend. Ik ga over op de krokodil. Daar heb ik geen spiegel voor nodig. Ik ga plat op mijn rug liggen, zijdelings en spreid mijn benen, dan weer open en dan weer dicht. De regisseur is verheugd. Zo'n mooie krokobillen heeft ie nog nooit gezien. Ga zo door, moedigt hij me aan. En nu de pelikaan. Ja, hoe ging die nu ook alweer? O ja, got him. Ik sta op en ga een beetje krom staan. Met hele grote bolle armen en de handen en vingers voor mijn buik uitgestrekt, maak ik zachtjes een klepperend geluid met mijn handen op elkaar. Dat is geen pelikaan, roept de regisseur, dat is de lepelaar. Leer je het nu nooit?

Ik geef het toe. Ik ben niet geschikt voor de hoofdrol in 'Aladin in de verschrikkelijke laatste nacht van duizend en een in Artis'. Een vreselijke titel voor een musical overigens. Maar dat ... juist ja ... eventjes ter zijde. Het gaat per slot van rekening om de kern. Lachen, laten lachen die gezichtjes. Smile, it confucius people, lees ik later op een spreukenbord op het toilet en ik denk ... tja.


Een prijs winnen (30-11-2016)

Er ligt een grote enveloppe op de mat en hij schreeuwt luid, heel luid. Met felle kleuren kijkt hij me aan en roept: maak me open, onmiddellijk. Ik kijk of niemand mij ziet. De enveloppe is zo groot dat ie amper door de brievenbus past. En eerlijk gezegd, ik wil er liever niet vroeg in de ochtend mee gezien worden. Zo hard schreeuwen de kleuren. Ze doen pijn aan de ogen. Bij mij in huis zijn het niet zo'n ochtendmensen, dus ik moet hem tactisch binnenbrengen, de schreeuwlelijk.

Aan de ontbijttafel gebeurt wat ik vrees. Drie mensen vallen stijl achterover. Wat een enveloppe al niet te weeg kan brengen. Na een paar minuten is iedereen weer opgestaan en bij zijn positieven. Moeder vraagt waarom ik dat 'lelijke ding' zo vroeg naar binnen breng? Vader denkt er precies hetzelfde over. Hij schudt met zijn hoofd 'nee, nee, nee, ja maar toch, tje, tje, tje ...'. Broer staart verdwaasd voor zich uit met ogen zo groot als schoteltjes. Schoteltjes die niets zien en horen. Niets komt bij hem binnen voor tien uur in de morgen, zijn schijn bedriegt.

Ja, maak nu ook maar meteen open, denk ik dan. Hebben we dat meteen gehad. Bevrediging van fantasie. De eerste van vandaag. Met het grootste mes dat ik kan vinden in de keuken leg ik aan en prik de enveloppe voorzichtig in zijn blote oksel en snij zijn hals daadkrachtig door. De laatste ruk van het grote mes zegt 'plop' en ik trek een nog feller gekleurde slappe brief uit zijn blote nek. Het papier is zo dun dat het goedkoop ritselt. Ik heb een prijs gewonnen. Met z'n vieren steken we spontaan de armen de lucht in en roepen in koor: hoera! Ik win de drieëndertigste prijs. Wauw!

17-10-2014

Open brief

Verpakkingen die niet makkelijk opengaan, slechte dienstverlening, opdringerige reclame, arrogante mensen, slijmballen, als iets niet lukt, bekrompenheid, gierigheid, mensen die afspraken niet nakomen, pijntjes. Allemaal zaken waaraan ik me dood erger. Dat maakt het leven haast onleefbaar.

Maar ik geef niet op. Ik treed de tien onhebbelijkheden dagelijks tegemoet. Nou eigenlijk elf. Want het niet kunnen kiezen, daar heb ik pas de schurft aan. Hoezo niet kunnen kiezen? Dat is toch fijn? Het houdt alle opties open. Je wordt nergens op afgerekend. En je komt geen stap verder. Wat wil een mens nog meer? De rem erop, want anders vliegen alle dagen zo maar voorbij. En dat wil een mens niet.

In de ochtend krijg ik de vleeswaren niet uit het cellofaan gepeuterd. Mijn vrouw wil niet helpen, die zegt: ‘los het zelf op’. In het bushokje lonkt een dik lelijk mannetje naar mij, een van zijn armen heeft ie gespierbald. Ik ga niet in op de aanbieding. Posterterror. Ik ruk hem af.

Een man vraagt me, zijn neus zurig in de wolken geheven, hoe laat het is. Ik lieg tien minuten. De bakkersvrouw trakteert mij op een super vrolijk ‘goedemorgen’ en veel te zoete broodjes. Haar fake glimlach blijft niet lang hangen als ik zes kilo bokkenpootjes bestel. Het lukt me gewoon even niet om vriendelijk te blijven. Ik volg ook niet de Pietdiscussie die aan de toonbank gevoerd wordt. Ik geef geen krimp. Ik heb het niet zo op koeien en kalveren.

Op het werk wordt met de pet rond gegaan. Cadeautje voor Truus. Ik maak het over. Een maandsalaris. De gierige pin. Wat zal ze schrikken. Mijn baas komt weer niet opdagen. Voor de drieduizendste keer. Ik besluit een brief aan de krant te schrijven. Media lusten bazen rauw. Ik vouw de brief en snijd mijn vinger. Godverd…

Geschreven n.a.v. 2e schrijfopdracht op ColumnX (oktober 2014), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
Maak een lijstje van 10 dingen waar je je aan ergert.
Dat mag wisselen van wereldpolitiek tot zwerfvuil in het park, van gezondheidszorg tot ingegroeide teennagel.
Schrijf over één van deze onderwerpen een woedende ingezonden brief naar de krant, in maximaal 300 woorden, exclusief aanhef en afsluiting.

13-10-2014

Onverwachte hoogtepunten

Geachte redactie, of wat er voor doorgaat.
Eigenlijk weet ik niet zo goed tot wie ik mij moet richten. Want uw redactie is groot. Althans dat vermoed ik. U reageert altijd snel en uitgebreid op alle klachten en ergernissen die uw lezers u toezenden. Daar kan nooit een enkel persoon achter zitten. En toch zou ik graag een persoon aanschrijven. Anders blijft het allemaal zo anoniem en willekeurig. Tenzij alle ingezonden brieven de volledige redactie de ronde doen.
Ik zie het al voor me. Eerst allemaal de ingezonden brieven braaf lezen, vervolgens een selectie maken op kiesheid en dan snel een uitgebreide redactiereactie op papier zetten. Ik wed dat de redactiereactie ook nog even onder de ogen komt van alle redactieleden, inclusief de eindredacteur, want niets, maar dan ook niets mag onkies uw kantoor verlaten. Waar of niet waar? U begeeft zich niet op de sociale media met uw hebben en houden. Terecht want daar een gezicht of avatar, laat staan inhoud, aan vastplakken dat is geen sinecure. Niet doen dus.
Vooralsnog blijft het redactielid waaraan ik mij nu onbewust richt voor mij een blinde vlek. Zwart dus. En dat terwijl het probleem dat ik wil voorleggen heel persoonlijk is en vraagt om speciale behandeling. Maar van wie? Ik ken de redactieleden niet persoonlijk. Sterker nog ik ken er geen een. U hult zich in schemer. En dat prikkelt. Het geeft uw krant net dat beetje extra. Iets geheimzinnigs. Al vraag ik me wel af welke zinnen de redactie precies geheim wil houden. Ik heb geen idee. Wat ik wel weet is dat jullie oplagecijfers de pan uit rijzen. De drukker heeft het druk. En dan heb ik het nog niet gehad over de zetter. Iedere dag de oplagecijfers opnieuw inzetten dat is geen kattenpis. En dan de naam van uw krant. Ook zoiets. Hoe speelt u het voor elkaar om deze telkens een nieuwe naam te geven? Iedere dag opnieuw. Wel knap hoe de layout herkenbaar blijft. Letterlijk en figuurlijk zwart voor ogen.
En toch. Ondanks de haast onleesbaarheid zou ik graag mijn persoonlijk probleem en ergernis aan u willen ventileren. Ik durf het nu wel aan. Dan ben ik het kwijt. Het verdwijnt daarna toch in het zwarte gat. En ja, de redactieleden kunnen zich dan een moment aangenaam verpozen. Ik houd het kort. Mijn ergernis. Met uw goedvinden. Hier komt ie.

In 2016 komen er maar liefst negen nieuwe afleveringen van Twin Peaks. En u raadt het misschien al. Ik ben er tegen. Ze komen totaal onverwacht. Ik kan er niet van slapen. Ik maak me zeer ongerust. En met mij vele anderen. Sterker nog. Ik ben woedend. Pisnijdig. Want waarom moeten we in hemelsnaam zo lang wachten? Er wordt ons een koekje voor gehouden. Een onbenaderbaar koekje. Redactie-look-a-like. En ik wil het niet. Pas in 2016 negen nieuwe afleveringen? Ik wil het nu. Onmiddellijk. Waarom? Ik vertel het u.
Ik lijd aan Laura Palmer verslaving. Je zult het maar hebben. Is er iemand bij de redactie die daar vertrouwd mee is? Daar iets zinnigs over kan zeggen? Mij kan tippen? I hope so. Ik vrees dat het mijn enige redding is. Want ik weet het nu al. Indien ik geen bevredigend antwoord krijg, sta ik niet in voor de bijwerkingen van mijn nieuwe medicatie. Ik heb voor de zekerheid namelijk extra zware pillen besteld. Ze zijn nog niet uitgetest. Maar dit is een uitzonderlijke situatie. Ik zag het ook niet aankomen. Deze nieuwe ontwikkeling is killing voor mijn Laura Palmer verslaving. Ik was er bijna van genezen, dacht ik. Maar hij komt nu extra heftig terug. Waar ik 'hij' zeg, bedoel en hoop ik eigenlijk 'zij'. Mijn lieve Laura. Ik raad u als redactie dan ook sterk aan om uw zwarte invloed aan te wenden om a) de opnames tegen te gaan of b) mocht a) niet haalbaar zijn, de opnames toch in ieder geval te bespoedigen. Ik lees hardop voor: "Deze medicatie kent de volgende bijwerkingen: oorlogszucht, driftbuien, plotselinge woedepaniek, ongekende brute krachttermenspuwmondval, hersenpaninslagmanie, ... etcetera." U zult het maar krijgen? Redactie, ik smeek u!

Met vriendelijke groet,

Kyle McLachlan

P.s.: Mochten er onverhoopt taalfouten in welke vorm dan ook voorkomen in bovenstaande tekst dan beroep ik mij op mijn biograaf, tevens vertaler, die zo diep gegraven heeft in mijn leven en mijn leven keurig bewaakt als een trouwe Cerberus, zo keurig dat hij zelfs een Delftse methode Nederlands gevolgd heeft bij de nonnen in Vught (Nederland - Noord-Brabant), alleen al om mijn onrust en woede te vertalen voor uw begrip en gemak.
O ja, ... En mocht u mij niet kennen dan ben ik vast ergens te vinden op internet. Er wordt over het algemeen zeer sociaal over mij gecommuniceerd. Sterker nog u vindt er ongetwijfeld ook plaatjes. Daarnaast verwacht ik natuurlijk dat de redactie, wie dat dan ook allemaal mag zijn, professioneel haar werk doet.

Geschreven n.a.v. 2e schrijfopdracht op ColumnX (oktober 2014), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
Maak een lijstje van 10 dingen waar je je aan ergert.
Dat mag wisselen van wereldpolitiek tot zwerfvuil in het park, van gezondheidszorg tot ingegroeide teennagel.
Schrijf over één van deze onderwerpen een woedende ingezonden brief naar de krant, in maximaal 300 woorden, exclusief aanhef en afsluiting.

05-12-2013

Een dag uit het leven van Trappedoelie

Vandaag is geen dag als alle anderen. Het is de verjaardag van Sinterklaas. Een belangrijke dag. Dat vindt ook Trappedoelie, de hoofd Piet. Hij is treurig gestemd. En dat steekt ie niet onder stoelen of banken. Nee, nee, hij doet zijn beklag online. Ja, ja, hij is een moderne Piet. Hij spuwt zijn gal. Hieronder zijn relaas. Een bijzondere dag uit het leven van Trappedoelie.

Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik als hoofd Piet moet immers antwoord geven. Het debat in goede banen leiden. Anders gaat het hier in Nederland helemaal mis. Ik zal een voorbeeld geven. Onlangs ontving Sint een brief van een jonge moeder. Als hoofd Piet lees ik die altijd het eerst, nog voordat Sint die leest.

Lieve Sint, hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Ik schrijf u deze brief omdat mijn dochter vorige week compleet overstuur thuis kwam. Ze had een witte Piet gezien met rode stippen. Nu denkt mijn dochter dat alle Pieten ziek zijn en dat ze dit jaar geen cadeautjes krijgt. Kunt u dit even uitleggen aan mijn dochter. Alvast bedankt. Femke.

Daar word ik nu droevig van. Omdat Sinterklaas het veel te druk heeft heb ik uiteindelijk maar een antwoord teruggeschreven. Maar het viel me zwaar. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Maar ja, dan moet ik ook het dak op. Om al die schoentjes te vullen. Lamme tak Sint ligt dan nog lekker in zijn bed te ronken. Heel irritant. Ik was bijna gestopt met schrijven, want ik kreeg geen letter op papier. Totdat ik een geweldige inval kreeg.

Ik zette de TV aan en wachtte op het journaal. Ik viel midden in hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht. Boeien, dat gaat toch nergens over! Op dit soort nieuws zat ik niet te wachten. Ik zapte verder op zoek naar wat ik zocht en belandde onderweg bij een programma genaamd ‘Opsporing gezocht’, met een kleine olijke politieman aan het woord. Hij vertelde een bizar verhaal bij een evenzo bizar filmpje, een soort van reconstructie.

Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Haar belager lag als verlamd op het bed. Ze spreidde de was uit over zijn lichaam en pakte het strijkijzer dat inmiddels warm was geworden. “Blijf liggen, loeder, ik zal jouw zonden eens eventjes gladstrijken, samen met mijn was!” De dief zag het strijkijzer gevaarlijk op zijn gezicht afkomen en wist niet hoe snel die weg moest komen. Wat opviel was zijn opvallende gelijkenis met Zwarte Piet.

Het olijke politiemannetje vervolgde. Gelukkig hebben we beelden van de dader. Heeft u enig idee, wie deze Zwarte Piet is, neemt u dan meteen contact op met …’
“Verrek!”, dacht ik, “maar die man ken ik, dat is onze Kleptopietje!” Meteen pakte ik de telefoon en belde het nummer dat in beeld kwam. Ik kreeg een man aan de telefoon met een donkere stem. “Politie Middelburg, met IJzermans..”. Maar ik hing meteen weer op. Dit kon ik niet maken. Kleptopietje was mijn grote vriend. Die wilde ik niet verraden.

Snel zapte ik verder. Nog steeds opzoek naar wat ik zocht. Wat een idiote TV programma’s verschijnen er toch in Nederland. Wat is dit nu weer? Ik zie een camerashot met een foto in beeld. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Het volgende shot toont een vrouw, gezeten in een leren fauteuil, ze vertelt een droevig verhaal. “Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ja, ja. En deze hond die kijkt me altijd aan alsof ie mij begrijpt. Zo met een blik van ‘Baasje is verdrietig’. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. Dat denk ik nog steeds. Ondanks dat, toch wel kunnen slapen gelukkig. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Samen met Bobbie. Dat biedt troost. Nu zit alles weer goed in de krul. Althans dat denk ik. Wat vindt u?”

In beeld verschijnt nu een klein mannetje met een grote donkere bril, grote neus en witte jas. Op het naambordje dat op zijn borst prijkt lees ik: Woody, Mens- en honddokter. Voor al uw klachten. Het antwoord van de dokter maak ik niet meer mee. Een reclameblok wordt ingezet.

Ik zie een soortgenoot van mij door het beeld springen. In een supermarkt. Het is een oud Hollandse reclame. In zwart en wit en zonder geluid. In beeld verschijnen teksten in kaders, dit terwijl de Piet in de supermarkt boodschappen verzamelt: ‘Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent. Ziet u hoe hij nu nog snel de laatste inkopen doet voor onze lieve Sint? De lamme tak ligt nog op bed. Gelukkig is het prijzenoorlog. Profiteer net als deze Piet van onze koopjes. Ze komen letterlijk uit C1000 en één nacht. Komt dat zien, komt dat zien!’ Ik schrik er van. Met de jaren is er niets veranderd in Holland reclameland. Oudbakken als altijd.

Ik zap verder. Heb nog steeds niet gevonden wat ik zocht. Ik vrees het ergste. Hoe kan ik Femke nu terugschrijven? Moedeloos kijk ik uit de raam van het kasteel en zie een vreemde man in het parkje zitten. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen. Ik doe de raam open want hij wuift naar mij, hij wil me vast iets zeggen. Hij ziet er verward uit en achter hem zie ik een winkelwagentje staan vol met oude vieze spullen en een oude deken.

“Ik ben Neil …!” , roept de man. Hij ziet dat ik zijn aandacht geniet en vervolgt onnavolgbaar ratelend:
“Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ha, ha, dat vroeg ie mij zomaar een dag bij het water. Idioot hè? Ik heb niet eens TV. Hoe komt ie daarbij? Hij is schrijver, die vriend. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Iets over op vakantie gaan. Op vakantie gaan is tof. Ik heb er alleen het geld niet voor.”
“Ik kan je niet zo goed volgen Neil”, roep ik terug. “Waar praat je toch allemaal over?”

Neil vervolgt: “Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag.”
“Ik kan er geen touw aan vastknopen, Neil, hoe graag ik ook zou willen, kun je wat duidelijker zijn?”

Maar helaas, het blijft allemaal abracadabra voor mij. Ik laat Niel uitrazen. Hij wordt steeds driftiger en zijn stem neemt in volume toe. Deze vreemde man is gestoord, dat kan niet anders.
Neil vervolgt, nu met luide stem: “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Echt waar. Zeker weten.”

Ik geef het op en sluit de raam. Deze vreemde man gaat mij niet verder helpen. De tijd dringt. Ik wil Femke vandaag nog antwoord geven. Hoe leg ik haar en haar dochter nu uit dat de witte Piet met rode stippen een fata morgana moet zijn geweest. Zelfs op Discovery Channel vind ik niet waarnaar ik op zoek ben. Het vraagt om een noodoplossing. Ik pluk de veer van mijn hoed en doop hem in een potje met zwarte inkt.

Lieve Femke en dochter van Femke. De zwarte witte Piet met rode stippen is geen echte zwarte Piet. Mijn Pieten zijn nooit ziek. Ik denk dat jullie het slachtoffer zijn geworden van een bijzonder fenomeen. Een fata morgana in Nederland. Nu zult u denken, dat kan niet. Immers in Nederland zijn geen woestijnen. Maar niets is minder waar. Een woestijn kan namelijk overal spontaan ontstaan daar waar sprake is van woestenij. En in uw land is dat op dit moment zeker het geval. Met de benaming woestenij is de stand van zaken in uw land nog zachtjes uitgedrukt. Een kleine blik in de (sociale) media zegt voldoende en beantwoordt daarmee mijn inziens uw vraag. Hierbij verblijf ik met scherpe peperhoogachting, hoofd Piet Trappedoelie, in afwezigheid van Sinterklaas (want die lamme tak ligt nog steeds in bed).

19-08-2013

Heenschrijven

Fred,

Toi,toi en bis bald.
Wie weet treffen we elkaar dan.
Gewoon omdat het mag. Van mezelf.
Dan kom ik een paar weken naar Nederland.
Nog een paar weken wachten en het is weer lente.

De contouren tekenen zich duidelijk af. De vorm blijft kneedbaar.
Eindelijk.
Ik wil je nog wel vertellen dat ik de liefde van mijn leven heb gevonden.
Ooit komt alles goed. Zeker weten.
Hou de vingers recht en blijf aan me denken.
Der Seemann backt aus Sehnsucht manchmal Brot.
Onthoud het goed mijn vriend.

Mijn vaderland voor kinderlozen.
Om voor eens en altijd aan wal te gaan van mijn eigen land.
Ik klei dan ook rustig verder en ooit, ooit dan komt mijn boot.
Niet in water noch in zand.
De kunst is om niet te verdrinken.
Niet vreemd als je lang aan een rivier woont.
Het water staat me in den vreemde regelmatig tot de lippen.

Two old friends meet again. Over and over.
Het heeft geen zin om dat nader te verklaren.
Waar ik was al die tijd is moeilijk uit te leggen.
Daarom begrijp ik je verwarring des te beter.
Zonder heen en weer komt zo’n brief nooit goed aan.
Na bijna vijf jaar.
Ik heb toch maar de moeite genomen om je even terug te schrijven.

Beste Mien

19-01-2009

Sterallures

Geachte directie KPN,

Als hoofdsponsor van de tentoonstelling ‘Van Gogh en de kleuren van de nacht’ roept u klanten op deze tentoonstelling te bezoeken in Amsterdam. Met korting uiteraard.
U nodigt uw klanten uit via een brief, geschreven onder mijn naam en ondertekend met ‘Vincent’. Het is een brief geschreven in een oubollige schrijfstijl, gebruikmakend van een oud, nostalgisch ogend, handgeschreven lettertype. Een brief gedrukt op goedkoop papier met marmerlook. Hiervan zakt mijn schildersbroek werkelijk af.

U zet met deze brief mijn schrijvers- en schilderkunst in een belachelijk en slecht geïmiteerd daglicht. Tenenkrommend is deze brief in quasi van Gogh jargon. Het getuigt van slechte smaak en is mijn eer te na. Bespottelijk dat een zichzelf hoogachtend telecombedrijf zich leent voor dit soort goedkope merchandising. Nee, deze vorm van communicatie verdient geen schoonheidsprijs. Het lezen van de brief geeft mij een ‘joepie, joepie see’ gevoel. Dat is nou net niet de bedoeling, toch?

Door de brief voel ik me juist niet uitgenodigd de tentoonstelling te gaan bezoeken.
Museumjaarkaarthouders kunnen beter hun tijd besteden aan een bezoek aan een folkloristisch museum. Dan hoeven zij ook niet, als loeiend kunstmelkvee, een tijdblok te selecteren voor het bezichtigen van het schilderij de ‘Sterrennacht’, om vervolgens na het bezoek aan de tentoonstelling uitgemolken te worden door een overvloedig aanbod aan van Gogh prullaria. Nee, ik zou deze kunstpeepshow aan mij voorbij laten gaan.

Zoals u ongetwijfeld weet was ik naast het schilderen ook zeer bedreven in het schrijven van brieven. Enerzijds schreef ik om te voorzien in middelen voor mijn schilderkunst. Anderzijds schreef ik om potentiële expositiehouders en kopers te bewegen mijn schilderijen te exposeren en te kopen. Zoals u weet heeft dit het beoogde effect niet gehad. De belangrijkste reden van mijn uitvoerige correspondentie was de mogelijkheid die het bood tot zelfreflectie op mijn ontwikkeling als schilder en de reflectie op mijn schilderwerken door mijn collegae.

Gelukkig hebben latere kunsthistorici mijn schrijfsels in de juiste context weten te plaatsen en het kaliber ervan onderkend. Deze postume waardering blijkt vooral uit de latere bundeling van mijn schrijfsels en de beschouwingen op mijn uitgebreide nalatenschap. Een artistieke nalatenschap waaraan menigeen zich nu nog steeds verrijkt ter zijner glorie en uit winstbejag. Hoe wrang eigenlijk, gezien de financiële worstelingen in mijn voormalig leven. Hier lusten de honden geen brood van.

Juist daardoor stemt het mij extra droevig dat de directie KPN heeft besloten mijn tentoonstelling te sponsoren, promoten en te marchanderen via deze goedkoop gekunstelde vorm van brievenplagiaat. Niettegenstaande het feit dat ik natuurlijk blij ben met al deze postume aandacht. Het onder de aandacht brengen van mijn werk bij een groot en onontgonnen publiek streelt uiteraard mijn ego.

Beste directie KPN, zoals u wellicht uit bovenstaand betoog begrijpt, sluit ik me niet aan bij uw KPN omdat ik persoonlijk uw eenvoud niet vertrouw.
Voor een reactie op dit schrijven verwijs ik vriendelijk naar mijn erven die wellicht nog wat kunnen verdienen aan uw oneigenlijke gebruik van mijn voornaam.
Ere wie ere toekomt.


Hoogachtend en met vriendelijke groet,

Vincent van Gogh


Mien (in naam van Vincent)