Posts tonen met het label blind. Alle posts tonen
Posts tonen met het label blind. Alle posts tonen

05-04-2017

Schrijven met handicap

Blind typen met de ogen dicht id. Jekae. Smkkek kks,sl ,kls,lslla. Maask ddm,dk. Dm,klls kks,d,sll sskslskskskk,s skdls,kks,kksss jkkskkallowla klinkers bijna kloskksk ksk,weis,sniey sre vinden. En nou metmkksk een oog sppopen . Dat hhaat ietsk neter. Alleen, klijh ik blauwe vleksen en roze stripkes tre zien. Berts wle irritant. Met twee og jald half open gat nog iestke beter. En zonder bil helmaol moeilijks. War hek ik dn bril gelarem. Dikke vinges op een tabloot is ouk niet hendig. Zit ter den hele tijd naeve te typsen. Godsakle nondezju. Hardop lezen helpt dwq lezeressem. Zeler weten. Ge zult het maaaar hebbben. Dislexknie. Dan kin je nog beter met
je ellebougies lezen en skrijven. Affain, tied veur een kuuksek en kloffie. Heb ikintussen wel verdiens. Duik strskkies lekker in mijn diktee, nog wel sefkens oofenen. Kende gullie er nog een tauw aan vastknoupen? Hee, ook weerf gevonden. 123456)€&@ kepslok met cijfers en letters. Waarom neemt die sptiebalk egienlijk zoveel ruim in? Is toch nergens veur nodig. Ofschrijfikandersmisschejallesaanelkaarendanhoeergisdatdanmosschienistochbesytevolgenzonderspaatróok ogeensruimte.zal ik ook nog wat alanias maken. Veoor het makkelojker lezen? Mot kunnen. Waar zal ik ereens een prikken. Blind? Ja blind.m Daarg gaat ie. Nou veel leesplezier en nee. Ik moet nog gaan drinken. Ad fundum. Hoe anders?
Categorie? Iets met eeen s. Vind ik gewoon een leike letter. Sport, likkt het meeste op schrijfport.

31-03-2017

Schrijfveren Maart 2017

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


De mens is een verhaal (01-03-2017)

Verzonnen, compleet verzonnen is de mens. Hij komt alleen maar voor in verhalen. Zij ook en zelfs het. Want zeg nu eens eerlijk, wie of wat is nu een mens precies? Zet de mens maar eens af tegen god of goden. Of tegen kabouters en dwergen. Reuzen, heksen. En vraag je dan eens af, wie is hier nu eigenlijk het sprookje?.

Verhalend zijn we allemaal maar kort aanwezig. In hier en nu meestal en voor enkelen ook in verleden en toekomst. Maar sprookjes gaan voorbij. Aan het eind leeft iedereen weliswaar lang en gelukkig, maar tot op heden heb ik daarvan nog nooit het bewijs gezien. Tenzij de Efteling beschikt over absolute waarheidsgarantie. Of Disneyland. Pipi Langkous land. Trollenland.

Noem ze maar allemaal op, waar ze verstopt kunnen zitten, de sprookjes, de verhalen, de dieren en de mensen. En dan gaan we ook nog eens dood. Heel vervelend. Dat geldt dan weer niet voor god en goden. Zij beschikken als enige wezens op en rond de aarde over het eeuwige leven. Niet dat ze daar blij mee zijn. Ze worden voortdurend beschimpt. Maar daar trekken ze zich niets van aan. Liever horen ze de jubel van hun volgelingen.

Een enkeling creëert zijn eigen heiligdom. Met de nadruk op dom. Het zijn half mensen en half goden. Dragen meestal een hele grote slurf. Om mee te zwaaien en regeren en om alles uit te vegen. Gelukkig komt er aan alle verhalen en sprookjes ook een end. En dan komt die slurf ineens weer van pas. Nee, de mens is geen verhaal. Hij is een woord. Hooguit. Soms hoog en soms laag. Soms schreeuwend en soms fluisterend. Maar altijd aanwezig. Wat weer wat anders is dan gezien.


Een varend eiland (03-03-2017)

Een kleine lilliputter hangt met zijn benen in het water. Zout zeewater. Af en toe peddelt ie met zijn minivoetjes. Het gaat niet hard vooruit. Hoeft ook niet. De lilliputter doolt al een eeuwigheid op het zwarte water.

Zwart? Ja de zee is inktzwart. Geen maan vannacht. Het is weer eens een van die nachten dat de lilliputter de slaap niet kan vatten. Het enige dat ie dan kan doen is zijn voeten buitenboord steken. Vanaf het ieniemienie strand. Peddelend met zijn kleine voetjes is en blijft het een groot avontuur waar hij dan uiteindelijk terecht zal komen. Over pakweg vier weken.

Hij bevindt zich nu al drie jaar op dit kleine drijvende eiland. Drijvend ja, want daar kwam ie na een verblijf van pakweg zes weken achter. De eerste zes weken op het eiland had hij tijd nodig om te acclimatiseren. Zo gaat dat met lilliputters. Ze zijn weliswaar klein van stuk maar lang van gewenning.

Sinds een paar dagen is hij erachter gekomen dat ie ook invloed kan hebben op de richting waarin het eiland drijft. Simpelweg door met zijn kleine voetjes te peddelen. Gisteren was de maan er nog. Vol. En nu is hij verdwenen, achter nevel, dikke mist. Over vier weken is het weer volle maan. Hij is super benieuwd waar zijn eiland dan zal drijven.

De sterren hebben hem gisteren alvast een goede vaart gewenst. Zij weten wel waar lilliputters op drijvende eilanden uiteindelijk terechtkomen. In een sprookjesboek. Logisch. De vraag is alleen, in welk sprookjesboek. Want dat kunnen de sterren niet voorspellen. Ze laten lilliputters ook het liefst in het ongewisse.

Een sprookjesboek wil dit sprookje wel graag inladen. Het boek vindt de lilliputter zo schattig en hij heeft ook wel lang genoeg rondgezworven op stille wateren. Stil? Was de zee dan altijd stil? Nee, integendeel, maar lilliputters laten zich niet snel kennen. Bovendien is het eiland zo klein dat de zee nauwelijks impact heeft op het eiland. Het eilanden drijven sowieso altijd door en komen ook altijd weer boven water.

Het sprookjesboek heeft al een mooie plek gereserveerd voor de lilliputter op het varend eiland. Op pagina vijfenvijftig is nog volop ruimte. Alleen nog even een leuke titel verzinnen.


Liefdeswoede (05-02-2017) (Per abuis vergist in maand)

Woedend is ze. Sandra uit IJsselstein. En terecht. Komt er een gerenommeerd auteur zijn liefde voor literatuur bij haar op school door haar strot drukken en die van haar klasgenoten; wordt ze door hem eerst te kakken gezet om daarna hetzelfde te doen met haar favoriete band Broederliefde, om vervolgens haar en de band op een voetstuk te plaatsen, een podium dat ze als ontluikende puber helemaal niet wil. Wat denkt die koekenbakker wel, of niet? Maar hij heeft wel schattige pretoogjes en een lief baardje. Hij spreekt heel zorgvuldig Nederlands, haast accentloos. Het Brabants plakt nog wel een beetje in zijn keel en ze ziet hoe hij zijn best doet omdat vooral niet te verbloemen. Knappe gast.

De auteur vraagt aan de klas of iemand bekend is met broederliefde. De hele klas steekt zowat de vinger op. De auteur schrikt ervan. Hebben ze dan allemaal een broertje. Zelf heeft de auteur een broertje dood aan zijn eigen broer. Maar allez, is het Germaanse spreekwoord niet 'das was sich neckt liebt sich'.

Sandra kijkt nog steeds boos naar de auteur die erg zijn best doet om zijn vak te verkopen. Maar de auteur heeft niet in de gaten dat hij ook wat anders verkoopt met zijn uitstraling. Hij kijkt Sandra niet meer aan. En Sandra baalt. Haar onderbuikgevoelens worden op deze manier niet beantwoord. En dat terwijl hij haar eerst op een podium plaatste, met haar zelf verzonnen woord liefdeswoede. Ja, nu is ze echt boos. Woedend.


Getuigen van haast (05-03-2017)

Herman. Alweer. Hij kan het niet laten. Hijgen in mijn nek. Heel vervelend. Maar ik laat me niet kennen. Ik hijg gewoon terug. De aanhoudende hijger wint uiteindelijk. Zeker weten. Daar staan we dan. Achter elkaar op straat. In de Kalverstraat. Niet te verwarren met de Klaverstraat. Mocht je daar staan dan zit je verkeerd. Sta je verkeerd. Op straat zitten is niet gezond. En al helemaal niet op de Kalverstraat. Je zou zowaar de gekke koeien ziekte kunnen oplopen.

Herman kan het edoch niet laten. Het hijgen in mijn nek. Voortdurend. In de Kalverstraat. Samen met Babette. Die doet ook mee. Word ik toch van twee kanten in mijn nek gehijgd. Heel vervelend. Houd het dan nooit op. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. Iedereen heeft verschrikkelijke haast. Waarvan getuige. Druk, druk, druk, loopt het gepeupel aan ons voorbij. Met de blik op winkel. Of met de blik op strak. Met de blik op oneindig, dat kan ook. Dat zijn de ergsten. Ze zien niks of niemand staan. En ja, ook zij hijgen in de nek. Bij hun voorganger. De pastoor. Heilige bonen. Schijnheilig.

Herman geeft nu gas. Samen met Babette. Stoom komt uit hun oren. Bah. Het ruikt naar boerenkool. Het ruikt niet fris. En dat in de Kalverstraat. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. Iedereen heeft haast. Waarvan getuige. Koyaanisqatsi klinkt nu door de boxen die hangen aan de straatkoorden. Flip Glas. Flip Glas. Glas rinkelt. Straatakkoord. We zijn het eens. Herman en ik. Eindelijk.

Getuigen van haast. Ze rennen allemaal weg. Hard. Op weg naar maaltijd. Het is bijna zes uur. Tassen en attachékoffers lijken steeds zwaarder te wegen. De weg door de Kalverstraat is niet korter. Maar dat wisten ze eigenlijk al, de haastgetuigen, tegen beter weten in. Ze schakelen een tandje harder, met de voordeur in zicht. Stalruikers zijn het. Maak plaats, maak plaats, maak plaats! Voor de getuigen die allemaal getuigen van haast.


Hoeveel glazen bier (07-03-2017)

Zes. Zes glazen bier moeten erop passen. Ieder jaar weer. Vaste prik. Afhankelijk van het onderwerp, onderwerp ik mijn geest jaarlijks aan mijn rijke fantasie. Het associëren gaat me in het algemeen prima af. Althans, het vloeibaar associëren. In vaste vorm, concreet, dat is een ander verhaal. Dat vereist tijd en vindingrijkheid, karton, (duck)tape en lijm.

Eerst maar even mijn geheugen prikkelen. Waar en wanneer is het ook alweer begonnen? Bij de Pirates of the Caribean 2008. Een stuurwiel vervaardigd uit karton en bruine plastic tape met zes lege gaten. En dan de Cooking Club Catstown 2009. Een mega kookpan van de Zweedse kok. Vervaardigd idem als het stuurwiel. En dan de Haagse Multi Culti Colour Band 2011. Cowboyhoed van Henk de Yank vervaardigd uit karton en grijze ducktape met zes lege gaten in de rand. Cats in Catstown 2012. Als Dikkie Dik, met een speciaal geprepareerde kattenbak (deksel plastic aardappelbak) met ruimte voor zes glazen. Maja's in 2013. Als Maja Jorge met giga panfluit van karton met geel papier beplakt, opgebouwd uit vijf 'fluiten'. Sheiks in 2014 met een uit karton en papieren tape vervaardigd dienblad inclusief oliekannetje. Als Borrelhapjes in 2016. Een geprepareerde mayonaisetubedophoed van karton, met rode nep leren stof beplakt.

Ik ben eruit. Dit jaar gaan we als Batman. Ik maak een merkteken van Batman in karton, zwart gestift en met boeklon beplakt. Moet lukken. Creatieve dienbladen die ons altijd goed van dienst zijn. Proost.


De vreugde van door een schaduw te fietsen (09-03-2017)

Hij had nog nooit door zijn eigen schaduw gefietst. Lucky Luke. En nu moest het er toch maar eens van komen. De Daltons en Rataplan stonden aan de zijkant tussen het publiek en moedigden Lucky met luide stem en geblaf aan. Ze wisten hoe zenuwachtig Lucky was. Hij had nog nooit gefietst, laat staan door zijn eigen schaduw. Maar ze hadden er allemaal alle vertrouwen in dat het wel zou goed komen. Behalve de kleinste Dalton. Het meest vervelende en altijd kritische opdondertje van de immer gestreepte vier. Hij zag Lucky het liefst vallen, jaloers als ie was.

Nog vijf minuten en de wedstrijd zou beginnen. Lucky had toch wel wat spijt dat ie de wedstrijd was aangegaan. Hij was toch liever levend dan dood. En dat laatste, benaderde momenteel het meest zijn momentane gevoel. Maar er was geen weg meer terug. Dus ging Lucky er voor. Nog snel even een laatste shaggie pielen en vooruit met de geit ... ehhh ... fiets.

Zijn uitdager stond allang klaar. Een oneerlijk gevecht zo op de eerste hand. De schaduw van zijn opponent was namelijk veel omvangrijker dan die van hem. Een breinaald was Lucky Luke, vergeleken bij de kolos die tegenover hem stond. Waar hadden ze die ooit gevonden? Maar Lucky kende gelukkig geen angst, niet van buiten, althans. Van binnen was een ander verhaal. Maar dat hoefde niemand te weten. En zeker zijn tegenstander niet. Lucky was maar voor een ding gekomen. Een doel, een missie. De liefde.

Titia Hortensia stond ietwat gespannen langs de kant. Ook zij hoopte dat Lucky zou winnen en als eerste dwars door zijn eigen schaduw zou fietsen. Dan was zij de zijne. Voor eeuwig. Duimen maar. Lucky kon zijn ogen niet van haar af houden. Daar stond de hoofdprijs, zijn trofee, zijn liefdesgodin. Nu nog even winnen. Concilio Gigantus Toreadorus maakte geen schijn van kans. Zeker weten.


Zuidvlucht (11-02-2017) (Per abuis vergist in maand)

We tellen 2034 en ja we leven nog. Op Madeira, bloemeneiland. Het is weliswaar overbevolkt en van bloemen is weinig meer te bekennen, maar we leven nog. Iedere dag wachten we op de boot met eten. Wat zullen we vandaag weer voorgeschoteld krijgen en belangrijker, is het voldoende? De broodkruimels van gisteren, gemarineerd in flauwe tapenade, was best te pruimen en net genoeg.

Tien jaar alweer. Tien jaar geleden maakten we de oversteek. Verdreven uit onze vertrouwde Heimat, weggejaagd door boze buitenlanders die ineens ons binnenland veroverden, de macht namen, en ons de wacht aanzegden. Terecht. Wat hadden we ze de jaren ervoor uitgeknepen en vooral niet welkom geheten. Dat ze ons lieten leven is nog een grote gift. Grote gift? Groot gif? Whatever. We leven nog.

Oké de kwaliteit van leven is behoorlijk achteruit gehold. Het enige dat ons nog doet denken aan vroeger is het hutjemutje wonen. Dat we Madeira toebedeeld kregen als eiland is een mazzeltje. Onze buren, de Duitsers en Belgen hebben het slechter getroffen. In quarantaine op Lesbos en Cyprus en maar twee keer in de week eten, we willen niet ruilen.

Het weer is wel fijn. Lekker veel zon. En heel af en toe mogen we ook even zwemmen. Alleen maar omdat we als een van de weinigen meteen hebben gecapituleerd toen de Derde Wereldoorlog uitbrak, een samenspel van burgeroorlogen in het hart en de randen van Europa. De Russen, Amerikanen en Chinezen zitten er nu weliswaar bovenop, maar het zal nog wel even duren voordat ze Europa binnen kunnen. Een muur van drie kilometer hoog staat er op de Europese grens. Vliegtuigen en raketten worden vanaf de bruggen direct omlaag geschoten. Ze maken vooralsnog geen enkele kans om Europa te kapen.

God wat zijn wij blij met de Zuidvlucht van tien jaar geleden. In grote vliegtuigen zijn we overgebracht naar Madeira. Grote dank gaat uit naar alle Buitenlanders die dit hebben mogelijk gemaakt, toegestaan. Grote harten liggen daar aan ten grondslag. Een mooi gebaar om ons in leven te laten, na alle uitbuiting die ze zelf ondervonden hebben jaren-, eeuwenlang. Dat zij ons dat vergaven. Hulde.

'Mien, Mien, kom je, we mogen weer even zwemmen?'
'Verdorie, waar heb ik nu mijn zwembroek weer gelaten?'
'Doe je voorzichtig?'
'Zeker!'


Kiemkracht (13-03-2017)

De erwten koken in de pan. Van kiemen is geen sprake meer. Ze worden gewoon vermoord. Hun protest is gesmoord. Tot voor kort hadden ze nog een grote bek. Gingen de strijd aan met spek en bonen. Ze voorzagen weeral eens een achtergestelde en ondergeschoven plek op het bord. Dit keer wilden ze niet bespot en bevlekt en bepoteld worden door bijgerechten. Zij waren immers het hoofdgerecht. En niet zomaar een hoofdgerecht. Nee, zij voorzagen een adellijke Engelse Prins Heerlijk van zijn belangrijkste gang. Nee, niet de stoelgang, maar de hoofdgang.

En hij was er klaar voor. Dat hadden ze hem vanuit de keuken in de woonkamer horen zeggen. 'Ik wil erwten!' Het had geklonken als 'Ik wil Bolletje!' En ja, dan weten erwten genoeg. Dat hoef je ze niet twee keer uit te leggen. Met alle kiemkracht die de jonge erwtjes in zich droegen hadden ze de worteltjesoorlog in de keuken al gewonnen. Worteltjes waren in hun ogen sowieso inferieur qua groente. Een hoofdgerecht voor konijnen, maar toch niet voor een prins. Nee, nee, nee, dat lag toch wel gevoelig.

Even gevoelig als zijn eigenste prinses. Die lag meestal torenhoog op stapels matrassen boos te mokken. Een gevoelige tante, echt wel. Ooit had de prins gevraagd waarom ze toch zo boos was. Wel, had ze geantwoord ik voel het gewoon in mijn rug, de lattenbodem is niet meer goed. Hoeveel matrassen ik er ook op stapel, ik voel de lattenbodem prikken. En jij, jij weigert mij maar een nieuwe aan te schaffen. Omdat ie zogezegd nog niet oud genoeg is. Pas elf jaar. En hij moet vijftien jaar meegaan. Nou mooi niet. Niet deze matrassen. Twaalf waren het er. Twaalf!

De prins besloot de som op de proef te nemen. Of eigenlijk een erwt op de poef. Hij schoof dezelfde dag een harde erwt tussen het onderste en het op een na onderste matras. Eens kijken of ze dat zou voelen. Maar niks hoor. Ze sliep na drie uur boosaardig krijsen vredig in. Die drie uur waren standaard uiteraard en gevrijwaard van de resultaten van deze toch wel belangrijke lakmoesproef. De proef van de pudding zogezegd. Nou kouwe kermis hoor. Niks geen pudding of gekleurde lakmoes werd ontdekt. En de prinses moest nog vier jaar lang slapen op de twaalf matrassen.

Maar onder ons gezegd. Het is haar een rotzorg. De dramaqueen teerde weer maandenlang op het beetje aandacht dat ze van Prins Heerlijk had gekregen. Daarmee kon ze weer vooruit.


Blij dat je er bent (15-03-2017)

Niet stoer stemmen. Ik glip de deur uit als niemand me ziet. De straat leeg is. Ik kijk naar de gordijnen die nog lang niet open gaan, maar wie weet, misschien zit er wel een Jantje te gluren, of erger nog buurman Frits. Niemand mag me zien. Gisteren bij onze hangplek in buurtpark Gulden Fonteijn hebben we een deal gesloten, bezegeld met een bloedoffer. De grote vijf. We gaan niet stemmen. Op die manier laten we zien dat we het er niet mee eens zijn. Met Mark, kornuiten, politiek, gehuichel, geslijm, beloften die niet uitkomen, gemarchandise, pluchegevechten. Het kan ons niet ver genoeg gaan.

Snel steek ik de straat over. Ik weet ook al waar ik ga stemmen. Drie buurten verder. Daar kennen ze me niet. In wijkcentrum de Googelaar. Ik mijdt de brede laan Burgemeester Strijp van Deken. Want daar wonen twee bloedbroeders, bankgenoten. En die zijn altijd vroeg op. Langs de Kruisstraat zie ik geen heilig boontjes. Oef, dat is weer een meevaller. Er zitten namelijk wat klikspanen tussen. En als die iets zien dan wordt het door de goegemeenschap voor waar aangenomen.

Daar is de stemlocatie. Een oude viswinkel die al negen jaar leeg staat. Eindelijk. Nooit gedacht er zonder kleerscheuren te komen. Even de omgeving spotten. Goh, wat stinkt het hier. De gemeentedienst is er al een tijdje niet geweest. Je weet maar nooit wie er plots verschijnselt, tegen alle afspraken in. Het stemlokaal is nog niet open. Wel zijn er al reclameposters op wankele driepoten geplaatst. Mijn partij staat er ook bij. Dat hebben de vijanden van de grote vijf gedaan, zou buurman Frits denken. Zeker weten. Ik niet. Ik ben blij dat de poster er staat. Hij knalt eruit. Met gouden randjes dit keer. Een slimme keus. Het midden is fluo-oranje. Het heeft een zuigende werking en doet je ogen openen. De andere posters slaan erbij dood. Dat is alvast de eerste winst.

De deur gaat open en ik spring als eerste naar binnen. Totdat ... Frits een hand op mijn schouder legt. Hij is me blijkbaar gevolgd. Zeg kerel, jij ook hier, stouterd, dit is niet de afspraak, bralt hij in mijn oor. Maar ik doe met je mee heur, niet verder vertellen. En samen duwen we het aangekruiste krantenpapier in de gleuf. En op wie? Die? Ja, die. Ik ook. Borreltje? Borreltje en sigaar.


Wezensvreemd (17-03-2017)

Hij zit voor zich uit te staren, in het niets. Dat geeft hem rust. Een heel klein mannetje, gifgroen, met hele magere armen en benen. Vel over been. Er heerst grote armoede in zijn lijf. Hoe lang moet hij dit nog verdragen? Zitten lukt haast niet meer. Zijn zitbotten zijn doorgesleten. Het lijkt wel of ie op schuurpapier zit. Van hele slechte kwaliteit. Het schroeit en het zeurt. Staan houdt ie sowieso niet lang vol. Zijn magere benen kunnen hem amper dragen. Liggen dat geeft nog het meeste ontspanning. Voor zover er sprake is van het kunnen en mogen ontspannen.

Waakzaam ziet hij zijn omgeving meestal tegemoet. Overal loert gevaar. Het boezemt angst in. Angst in zijn kleine borstkast. Een borstkast gevuld met bang hart en slappe ballonlongen. Piepen doen ze soms. Uren aan een stuk, zijn flutlongen. Jarenlange arbeid hebben zijn longen stukgebeten en uitgehold. En nu, nu kan hij alleen nog maar voor zich uit staren. Met moede lede ogen. Vroeger waren ze nog helblauw. De vrouwen vielen als bosjes voor zijn droeve blauwe blik en zijn volle lange wimpers. Nu hangt er geen haar meer aan en het helblauw is overdekt met grijs. Dofgrijs. Hoe moet het nu verder? Dat is wat het kleine mannetje denkt.

'Kijk mam, wat is dat voor raar mannetje?'

'Sjors, zo praat je niet tegen die meneer.'

'Waarom is ie groen, mam?'

'Sjors, Sjors! Houdt eens op met wijzen, laat die man met rust.'

'Waarom beweegt ie niet mam, kijk ik kan hem aanraken, hij doet helemaal niets.'

Sjors, en nu hier komen, onmiddellijk!'

Het kleine mannetje kijkt wezensvreemd voor zich uit. Hij is er even niet.


Alsnog gehecht (19-03-2017)

Met zijn ziel onder de arm sjouwt Joost door het bos. Zal hij het doen, vandaag? Dieper en dieper komt hij tot de kern. De bomen worden steeds dikker, het pad dunner. Hij kan maar een kant op. Maar is het eigenlijk wel de kant die hij wil? In het midden van het bos daar wil hij het doen. Een mooie open plek. Groen, met sprankjes zonlicht. Want eerlijk is eerlijk, er dwaalt nog een sprankje hoop in het nog jonge lijf van Joost.

Hoe is het toch zover kunnen komen? Alles, maar dan ook alles lijkt bij Joost op orde te zijn. Knappe vent, intelligent, warm nest, lots of friends, en iedereen werkelijk iedereen wil iets van deze adonis, de ideale schoonzoon. Ook dat nog. En juist dat beklemt Joost. Het plaatje dat af is, in de ogen van de buitenwacht. Maar voor Joost gelden hele andere normen. Hij is doorsnee beu. Hij houdt niet van geluk. Lijkt voor het ongeluk geboren. Sinds kort is hij daar achter gekomen. Een bijzondere lotsbestemming.

Het einde nadert. Van het pad in het bos en van zijn eigen weg. Daar is de open plek. Een geweldig mooi traatje. Met de perfecte boom. Een knots van een eik. Hij gooit het touw over de laagste tak die net hoog genoeg uitsteekt. Van een takkenbos maakt hij een trapje. Hij stapt op het bosje en wordt dan plots geraakt. Geraakt door een rare bestemming. De zon straalt recht in zijn gezicht en stelt de belangrijkste vraag uit Joost zijn nog korte leven. Waarom? Waarom, ja waarom? Daar heeft Joost nog geen moment over nagedacht. Tot voor kort liep alles vanzelf en op rolletjes. Waarom? Verhip. Joost alsnog gehecht. Het laat hem niet meer los. Waarom, ja waarom? Gehecht aan levensvragen. Voor altijd.


Vrees bewaarheid (23-03-2017)

Leugens om bestwil boezemen soms angst in. Zowel voor de drager als de ontvanger. Als drager van de leugen wil je de ontvanger van de leugen liefst niet opzadelen met een rotgevoel. Sterker nog, de leugen om bestwil moet dat juist voorkomen. Maar stel nu, dat de drager zelf vrees heeft voor het bekennen van waarheid. Dan heeft ie een probleem. Zijn vrees bewaarheid, dat hij zijn eigen waarheid moet inslikken en verpakken, verhullen als het ware. En voor hoelang? Niet onbelangrijk. Hoe lang moet hij als drager van de leugen de waarheid verstoppen? En weegt de vrees voor waarheid wel op tegen het ongemak van de leugen. Waarom niet meteen vertellen waar het op staat? Ik ben er klaar mee. Klaar! Nee, hoor. Stug volhouden, tegen wil en dank. Ik ga het je niet vertellen. Ik vertel jou een leugen om bestwil. En dat terwijl je verrekte goed weet dat de wil niet best is.

Veel beter zou je de bestwil inruilen tegen bestmag of beter nog bestkan, nee nog beter, bestmoet. Bestmoet doet goed. Het voelt als een verzadigd loslaten van stoelgang. Opluchting. Relief. Geen enkele vrees hoeft daarna nog bewaarheid. Loslaten. Zo fijn. Daarop reageren mensen nu juist zo bangelijk. Het loslaten? Wat heeft een mens te verliezen denk je dan? Wat houdt ie vast? Leugens om bestwil. Wat een energie dat kost. Loslaten, loslaten. Geen wrijving meer, geen energieverlies. Wat schuurt moet bevrijd. Wezen. We en zen moeten we wezen. Dat helpt. Met elkaar. Met elke aar van ons zijn. Met vriendelijk gebaar. Loslaten zeg ik. Baren. Onbevreesd. Het geeft lucht en leven. Waarheid. Laat het los. Alle waar en al het ware. Uiteindelijk gaat iedereen dood. Vrees niet langer waarheid en bewaarheid. Angst is een dooddoener. Laat los.


Autootjes (27-03-2017)

Hebben jullie er ook zoveel last van? Autootjes. Vreselijk, wat een rotdingen zijn dat. Ja, ja, ik weet het. Hier maak ik geen vrienden mee. Hoeft ook niet. De dood aan de autootjes of de gladiolen. Zeker aan doodrijdautootjes. Blinde doodrijdautootjes. Blinde doodrijdautootjes die Danny heten. Grote gruwel. Dat zijn de ergste. Rijden blind rond en kijken nergens naar. Rijden eenrichtingstraatjes in en weten dan nooit te keren. Het keert dan tegen zich. Het keert Danny tegen zich. Maar ja, het kan ook haast niet anders. Alle autootjes mankeren voort wel iets. Of ze nu Maseratje of Lamborginmettonic heten, of gewoon Fort of Oepelop. Of ze nu gekleed of gekleurd zijn in de laatste trend. Met afro-, Messi- of geen kapsel. Het doet er niet toe. Ze rijden stuk voor stuk tegen een blinde muur, die staat op pakweg negen meter afstand, wachtend voor een witte Colgate-streep. Het stijve stoplicht in strakke broek staat dan al op rood. Wat zouden we toch zijn zonder scheidsrechters in ons leven?

En nu staat zo'n autootje weer in de krant. Te koop. Wilde Bulgaar. Zo goed als nieuw. Nog geen 10.000 km op de teller. Nog nooit een grote beurt gehad. Een koopje zogezegd. Made by Sweden. Een wilde Bulgaar made by Sweden? Het moet niet gekker worden. Franse slag waarschijnlijk. Daarmee worden we nooit wereldkampioen. Meedoen is belangrijker dan winnen, zeg ik dan. Maar dan moeten we wel eerst meedoen. Of zullen we ons beter focussen op de wereldkampioenschappen schaatsen. Met harde banaan op de harde baan, ervoor gaan. Of richten we ons op het WK darten? Een van de twee. Oh Barneveld, oh Barneveld, zijn uw kippen al geteld? Als 's ochtends vroeg het haantje kraait, dan is er weer een kip ...

Nee, laat mij voorlopig maar nog even met autootjes spelen. Dinky toys.


Een geruite jurk (29-03-2017)

Brabants bont, rood en wit, dat is toch prachtig. Bloedrood, bloedmooi. Zeker in het groene Brabant. Trots kloppen de harten in borst en keel. Op het volkslied dat niet is. De provincie is er nog niet uit. Guus- en Corrymoe. Ze zoeken nieuw talent. Een ballad of een rap? Een ding is edoch zeker. De tekst moet fiere ferme platte taal bevatten. Werk aan de winkel dus. Een schrijfwedstrijd wordt uitgeschreven. Iedereen mag meedoen. Amateurs, profs, straatmuzikanten, troubadours, dj's, ongerijmd.

Vier weken later, de audities vinden plaats. Veel look-a-like Gusen en Corries. Ook een vreemde vrouw met oranje pruik, een rare min. Mannen met wanten om hun nek. Een oude opa met lange witte baard en wat ander gespuis. De meesten doen maar wat. Een meisje echter, steelt de show. Gekleed in een geruite jurk. Rood met witte vakken hoe toepasselijk. En ... heel slim. De songtekst op haar mouwen gespeld, in flinke hanenpoten, in haast alle witte vakken. In ieder vakje een couplet. Ze zingt loeihard langs haar mouwen. Wat een tekst! Wat een melodie! Een echte meezinger ook. Het gaat erin als koek. Ook bij de jury.

En dan hier het refrein.

Oh Brabant, oh Brabant, wat hou ik toch van jou
Meer moet dat niet zijn
Hier gaan we voor de liefde en de gein
Hoedou, hoedou, hoedou en debankt
Wat zing ik nau?
Houdoe, houdoe, houdoe en bedankt!



Een open einde (31-03-2017)

Daar kun je helemaal niets mee. Het kan namelijk alle kanten op. En toch, het zijn de meest intrigerende zaken. Open einden. Zeker als ze plaatsvinden op de laatste pagina van een boek of in de laatste seconden van een film. Het maakt ze over het algemeen goed. Dat geldt niet voor iedereen. En ook dat is goed. In de consumptiewereld waarin we onder andere in het Westen leven, wordt het vaak slecht verteerd. Open einden. Het vult niet. Geeft niet onmiddellijke bevrediging. Sterker nog, het laat grote leegte achter. Een creatieve veelvraat edoch smult ervan. Heerlijk of gruwelijk fantaseren over wat mogelijk komen gaat. In het hoofd een feest. Maar dat geldt niet voor leeghoofden. Die hebben eerder last van hun buik.

Het meest bijzondere open eind dat ik ooit zelf heb meegemaakt durf ik eigenlijk niet te vertellen. Het is namelijk te gruwelijk. Zeker voor mensen die mij goed kennen. Maar ook nieuwe lezers zullen vanaf nu het liefste wegkijken. Dat is ook meteen de kracht van open einden. Je moet er even doorheen. Met je hoofd. Maar niet te lang. Heel even ervaren, maar ... wel liefst op het laatste moment terugtrekken. Dat hoofd. Een gesloten eind dat wil je niet. Daar is niemand bij gebaat. De hoofdpersoon niet, zijn familie, vrienden en kennissen niet. En zelfs de lezer niet. Open einden moeten gewoon open blijven. Altijd. Het zorgt voor de beste cliffhangers ook. Het moet immers verder. Het verhaal. Jouw verhaal. Mijn verhaal. Hoe dan ook.

30-03-2017

Nieuwe bonscoach

Nederland is weer op zoek naar een nieuwe bonscoach. Hoelang heeft de vorige het uitgehouden? Eentje waar kortzichtig blind vertrouwen in was, door alle bobo's, bonzen van kaliber. Geen klinkende resultaten en een terugval op de wereldranglijst van, tot voor kort nog nummer één, naar plaats tweeëndertig. Met die plek nestelen we ons tussen Senegal en Kameroen, samen met Hongarije. Tijd voor wat goede gesprekken.

Broederliefde gaat het niet worden. Ronald en Erwin, Frank en Ronald, René en Willy, ze hebben allemaal al bedankt. Zij willen hun vingers en reputatie niet branden aan gladde jetsetboys met dito auto's, die alleen onder specifieke randvoorwaarden bereid zijn hun eigen merk voetbalschoenen aan te trekken, om vervolgens alleen bij goed weer en ideale omstandigheden, hun werk te doen. Daar valt geen eer aan te beleven, alleen maar buikpijn.

Oude rotten hebben ook geen trek. Advocaat van de duivel niet, Guus Hidden niet, Go Adriaanse al helemaal niet. Rinus Michels dan? Maar die is toch allang ...? Krol dan? Nee, niet Henk, Ruud! Ruud Krol, samen met Sjakie Swart. Als dat toch eens zou kunnen? Oude tijden herleven. Johan draait zich om in zijn graf. Na zijn overlijden is de malaise bij de KNVB en haar geloofsbroeders pas echt tot het nulpunt gedaald. Het dooit niet, het vriest. Hartje lente. Waarom kunnen wij niet bloeien? Oranje heeft het nodig.

Jonkies dan? Edgar misschien? Kan ie meteen debuteren met zijn pas verworven trainersdiploma. Hoeft ie geen zeventien jaar te wachten. Als Davids heeft hij sowieso niets te verliezen, en tevens een groot voordeel. Hij keert namelijk altijd terug. Gevraagd of ongevraagd. Als een ware Heintje. Of we doen een combi Patrick en Justin. Nee, niet Bieber, Kluivert! Vader en zoon? Of toch maar niet? Danny en Daly liggen dagelijks nog te vers in het geheugen.

Er blijft nog één kanjer over natuurlijk. Ware het niet dat deze zijn kans, dit keer zonder Cruijffiaanse veto's, gretig aanpakt om overall KNVB baas te worden. Let wel, in maatpak, niet in trainingsoutfit of overall. Een maatpak, ja. Daarmee doet hij zijn maten in het pak. Hij naait ze erin. Niet de voetballen helaas. Was dat maar waar. Hoewel? Hij zou zijn voeten wat graag vegen aan de Armani-geklede ballen.

Trots moeten we weer worden op onze jongens. En niet wij alleen. Ook het buitenland moet weer tegen Oranje op gaan kijken. En daarvoor is er maar één man geschikt. Een man die zijn eer aandoet. Een keeper, die alles bij elkaar keept, die boven de groep staat, desnoods zweeft, doen engelen ook. Een buitenlander die onze taal spreekt, geen visserslatijn. Met frisse blik, met vreemde ogen die dwingen. Geen bonscoach maar een blijfcoach. Zijn naam: Preud'homme. Michel! Laat ons bij deze rode duivel te biecht gaan, opdat we weer leren voetballen, als duvels uit een doosje. Doos. Mocht het dan toch niet lukken, geven we hem na pakweg een jaar gewoon weer de bons. En gaan we weer vrolijk op zoek naar een nieuwe bonscoach ... eh ... blijfcoach.

08-12-2016

Dichtman dicht (140916 - 061216)

Debuut (140916)

Ik bezie een lege pagina
Geel vervagend
Oker ook

Aandrang
Er moet toch tekst in?
Uit mijn koker

Mag ik wat proberen?
Dat
Dat precies

Ik hef ik weet niet wat
Het voelt als pen
Inkt drupt

Letters glijden tussen duim
Wijs- en middelvinger omlaag
Hechten aan papier

In mijn hoofd
Begint poëzie te stromen
Kan ik nog ophouden?

Dit mandicht
Door dichtman
Klapt toe.

Voor even
Even voor
Het geval dat

Ik zet de woorden klem
In mijn woordenval
Poeslief, muisstil


Gehaast (190916)

Kriebels in de nek
Haren flink overeind
Ogen bevroren
Angsthaas

Vuur vlamt op hei
Fik nadert dichtbij
Rook verblind
Sprint

Twee oren in nek
Rug tussen schouders
Zoef zoef
Weg

Op buik in zand
Turen over horizon
Adem stokt
Freeze

De jager legt aan
Vizier op scherp
Trekker over
Pang

Haas rolt op buik
Bloed spat omhoog
Heel even
Dood

Jager schiet een gebed
Haas in hemel
Poten gestrekt
Amen


Zing (260916)

Zing en vecht
Bid en bewonder

In Latijn of Grieks
In Plat of Dialect

Luid of stil
In gedachten

Toe maar
Schreeuw uit

Lelijk desnoods
Groots

En
Lucht het op

Goed
Zo


Vreemd gemoed (031016)

Uit het hart gegrepen
Greep het hart
Naar wat begrip

Het verstand vermoeide zich ermee
Bloedde haast dood
Van emotie

In alcohol en rode verf gedrenkt
Wist het de haast te fileren
Gelukkig maar

De prinses in geen wegen en velden te bekennen
Wierp zich voor de koets
In ijle weemoed

De prins heeft er niets van begrepen
Tast volledig in het duister
In zijn eigen sprookje


Desalniettemin (051016)

Des dat is
Al dat vele
Niet waar?
Te too much
Min minder

Min wordt rijp
Te krijgt veel
Niet toevallig
Al wat lah
Des toevallig

Desalniettemin ontkleed
Ontleed in stukken
In bevreemde lettergrepen
Met hoofdletters fier voorop

De sal zeker
Niet te volgen zijn
Min wordt plusiaal

Desal mag op vakantie
Niet Temin want die heeft straf
Temin baalt als een stekker
Stik jaloers is ie op Desal
Desalniettemin


Campagne (171016)

Ik voer campagne op de campagne
eigen volk eerst daarna de Amerikanen
dan het lager- en het hogerhuis
Het voor- en het achterhuis

Ik haal ze binnen stuk voor stuk
Met leugen en bedrog
Met schijn en valse schijn
Het houdt niet op

Bewijzen roep ik dan
Als ik niet deug
Test mijn testestestestoron
Zie ij wel ik lig en lieg en val

Alle pionnen ingezet
Het gevecht om dame en heer
De heer het mooist hij is de jager
De vrouw die ouwehoert

Schaakmat op de kokosmat
Ze is gevallen, over een paard
Het gelijk net niet gehaald
De heer komt toe de zegen

Hoog van de toren blazen ze allemaal
En de schrijver die bindt in
Hij heeft alles te verliezen
Have, haard, huis en baan

Het zal hem worst wezen.
Net zoals de Hema
In nog geen negentig jaar
Zal hij water bij de wijn doen

Hooguit bij Jip en Janneke
Want die blijven hem immer trouw
Zoals dat gaat bij kinderen
De waarheid van de dronkevrouw


De weg kwijt (211016)

Ze loopt
Niet meer zo hard
De weg kwijt
Waarheen

Waarvoor
Het huis is niet langer thuis
Op bezoek
In straten van weleer

Ze telt en telt
Hier ben ik nooit geweest
De stoep
hij voelt vreemd

En ook de tegels
Ze liggen anders
In visgraat
Op de klinkers

Waarheen?
Waarvoor?
Waarom?
Waarachtig?

Vreemd in heengaan
Daar lijdt de weg
Huilt tranen
Van verdriet

Nee ik draai niet meer om
Telkens dezelfde plaat
Telkens hetzelfde liedje
Het lijden van jonkvrouw Mieke

Verlost van aard


Toe (261016)

Ik dicht toe
Toedichten doe ik het liefst
Met hamers en spijkers
Of met een schietpistool

Woorden die hechten
Met nietmachien
Kit of ducktape
Zo lang ik maar niet hoef te sleutelen

Toe dicht nog eens
Dicht eens toe
Nietje hier en nietje daar
Hechten mag ook

Met naald en draad
Mondkap voor de lippen
Want niemand mag het horen
Laat staan zien of ruiken

Dat ik praat uit mijn nek
Dat dicht ik mezelf toe
Keys to my heart
My lips are sealed


Woordenoorlog (311016)

Bommen en granaten
Perziken en kokosnoten
Bloedsinaasappels en kikkererwten
Het is weer oorlog

Oorlog in mijn onderlijf en bovenlijf
Roerselen in den buik
En niemand die erop schiet
Mijn getroebleerde buik is moe

Mijn hoofd kan het ook niet helemaal meer volgen
Tolt rondjes op zijn atlas
Zelfs lange nek echoot een en al verbazing
Roept moord en brand over Drunense duinen

Wie nog te volgen in deze wondere wereld?
Het journaille en de media, of gewoon het proces
Woordenoorlog in rechtbank, hof, kamer en twitter
Het brallen houdt nimmer op

Woordenoorlog kan alleen maar stoppen
Ergens vooraan in het alfabet en vice versa
Gelezen van onder naar boven en vice versa
Van vice versa daarvan moeten we het hebben

In mateloze woordenoorlogen


Wie zoet is krijgt lekkers (091116)


Marsepein en chocola
Gouden letters en satijn
Een Latino, een vrouw en andersgeaarden

Op weg naar Spanje voor wie nog gelooft in sprookjes
Met rammelende honger en een roede heet geslagen
We zullen ze wel krijgen daar aan de borders

Desnoods bouwen we een muur
Houden daarmee mensen buiten én binnen
En een nog grotere toren, om alles te monitoren

Zo de waard is vertrouwt hij zij gastarbeiders
Ze lopen voor hem door het vuur
Ja zelfs onder de schenen en op spijkerbedden

Transcendente irritatie
Dat is wat hij bezorgd
En keelpijn van het schreeuwen en luisteren

Welterusten president


Blind ziend (151116)

Niets in het niets
Alles in het alles
Alles in niets
Niets in alles

Blind zien
Ziend blind
Varen ervaren
Ervaren laten varen

Wild is de wind
Wind in willen
Uitdagen en verlangen
Verlangend uitdagen

Waar een wil is
Worden wegen verkend
Heerlijk samen
De weg kwijtraken

Blind ziend
Ziend blind


Snoepgedicht (221116)

Taai
Taai taai
Dropvreter

Tum
Tum tum
Salmaniak

Noga
Noga noga
Hoestbombom

Schuim
Schuim schuim
Bekgetrek

Marsepein
Marsepein marsepein
Van Lies tot Enkel

Fondant
Fondant fondant
Tandgekars

Walnoot
Walnoot walnoot
Oeverplezier


Mijtermorfose (291116)

Knip de baard
Zwart zijn gezicht
Met grote vegen
Leg de mantel af

Wit zijn snoet
Plak een baard
Jurk aan
Mijter op

Wissel stuiver
Zing een lied
Ruil boek met roe
Staf met zak

Wie is nu de baas?
Wissel paard met truc
Houterig met lenig
Oud met jong

Staak wild geraas
In avondlicht van Zwarte Piet
Hoor de maan door de bomen
Klop zachtjes op het dak

Zoet, zout, zuur en bitter
Laat het allemaal smaken
Facebook, yammer en twitter
Piet loopt op de daken


Papierloze kamer (061216)

Prop hier
Prop daar
Plak zus
Plak zo
Pepernoten, pepernoten, mandarijn
De vloer vindt het niet fijn

Zooien die opruim
Ja, ook broodkruim
Van bank en staaf
Wie is hier nu braaf?
Zuigen kreng dat spul
Ik meen het, geen flauwekul

De zuiger loopt vol
Zonder Pieten geen lol
De boot is al vertrokken
En wij zitten met de papieren brokken
Sinds Sint
Zie ginds


Gedichten geschreven en gepubliceerd op Schrijversweb.nl onder alias Dichtman

28-09-2016

Zeesterren

Diep vanonder, ergens op de bodem van de zee ligt een eenoogkrab omhoog te turen. Zijn hoofd gestrekt naar boven, kijkend door zijn glazen oog. Hij kan er niet door zien en toch weet hij het, van vroeger tijden. Ergens hoog boven hem zweven ze door het water, de zeesterren, glinsterend, flikkerend. Was hij er maar een geweest. Een groter geluk had hem niet kunnen treffen.

Nu ligt hij hier op de bodem, voor eeuwig, tot hel en verdoemenis. Slechts een foute aanvaring leidde tot zijn noodlot, een naargeestig ongeluk. Een kleine aanvaring met een boze narwal, met fataal gevolg. Met de keiharde kraakbeenneus prikte de narwal door zijn enige oog. De narwal had hem niet gezien. En hij de narwal niet. Maar goed ook. Hij had de narwal anders beide ogen uitgepeuterd en opgevreten.

Daar dreef hij dus naar achteren, vastgeprikt aan de snavel van de narwal. Gelukkig was de narwal helder van geest en schraapte de krab van zich af door zich aan een rots te schuren. De krab floepte van de narwal af, voor eeuwig blind. Een glazen knikker liggend op de grond, vormde echter een klein geluk bij een ongeluk. Hij struikelde er bijna over. Waarschijnlijk verloren door een spelend zandstrandkind. Ach, ze kon die ene knikker best wel missen. Met grote dank aan eb en vloed.

Een mooie knikker was het, met drie kleuren in het midden in een golf gesmeed. Geel, blauw en rood. Primaire kleuren. Alleen jammer dat de krab het zelf niet meer kon zien. Snel floepte hij de knikker in zijn kraakbeen schedel. Het paste precies en had er amper last van. Dat gold niet voor alle andere vissen. Mede door de felle zonnestralen verwerd zijn glazen oog tot een scherpe prisma en ketste wel duizend zonnestralen af. Het maakte andere vissen voor heel even stekeblind. De krab werd niet meer gezien, nooit niet meer. Oogverblindend was het beest voor anderen. Diep onder op de zeebodem lag het, eenzaam, heel eenzaam te wezen.

Slechts de zeesterren waren hem bij gebleven. Als een vlakke herinnering in een natte horizon, zijn zoet gedroomde zeespiegel. Een gekoesterde herinnering van voor het narwaldisaster. Zeesterretjes bleef hij zien, tot op heden ten dage. En altijd maar in diepe gedachten verzonken, slechts nu en dan zijn harde hoofd krabbend. Wat moest ie anders?

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Zeesterren (29-08-2016)