Vandaag is geen dag als alle anderen. Het is de verjaardag van Sinterklaas. Een belangrijke dag. Dat vindt ook Trappedoelie, de hoofd Piet. Hij is treurig gestemd. En dat steekt ie niet onder stoelen of banken. Nee, nee, hij doet zijn beklag online. Ja, ja, hij is een moderne Piet. Hij spuwt zijn gal. Hieronder zijn relaas. Een bijzondere dag uit het leven van Trappedoelie.
Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik als hoofd Piet moet immers antwoord geven. Het debat in goede banen leiden. Anders gaat het hier in Nederland helemaal mis. Ik zal een voorbeeld geven. Onlangs ontving Sint een brief van een jonge moeder. Als hoofd Piet lees ik die altijd het eerst, nog voordat Sint die leest.
Lieve Sint, hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Ik schrijf u deze brief omdat mijn dochter vorige week compleet overstuur thuis kwam. Ze had een witte Piet gezien met rode stippen. Nu denkt mijn dochter dat alle Pieten ziek zijn en dat ze dit jaar geen cadeautjes krijgt. Kunt u dit even uitleggen aan mijn dochter. Alvast bedankt. Femke.
Daar word ik nu droevig van. Omdat Sinterklaas het veel te druk heeft heb ik uiteindelijk maar een antwoord teruggeschreven. Maar het viel me zwaar. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Maar ja, dan moet ik ook het dak op. Om al die schoentjes te vullen. Lamme tak Sint ligt dan nog lekker in zijn bed te ronken. Heel irritant. Ik was bijna gestopt met schrijven, want ik kreeg geen letter op papier. Totdat ik een geweldige inval kreeg.
Ik zette de TV aan en wachtte op het journaal. Ik viel midden in hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht. Boeien, dat gaat toch nergens over! Op dit soort nieuws zat ik niet te wachten. Ik zapte verder op zoek naar wat ik zocht en belandde onderweg bij een programma genaamd ‘Opsporing gezocht’, met een kleine olijke politieman aan het woord. Hij vertelde een bizar verhaal bij een evenzo bizar filmpje, een soort van reconstructie.
Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Haar belager lag als verlamd op het bed. Ze spreidde de was uit over zijn lichaam en pakte het strijkijzer dat inmiddels warm was geworden. “Blijf liggen, loeder, ik zal jouw zonden eens eventjes gladstrijken, samen met mijn was!” De dief zag het strijkijzer gevaarlijk op zijn gezicht afkomen en wist niet hoe snel die weg moest komen. Wat opviel was zijn opvallende gelijkenis met Zwarte Piet.
Het olijke politiemannetje vervolgde. Gelukkig hebben we beelden van de dader. Heeft u enig idee, wie deze Zwarte Piet is, neemt u dan meteen contact op met …’
“Verrek!”, dacht ik, “maar die man ken ik, dat is onze Kleptopietje!” Meteen pakte ik de telefoon en belde het nummer dat in beeld kwam. Ik kreeg een man aan de telefoon met een donkere stem. “Politie Middelburg, met IJzermans..”. Maar ik hing meteen weer op. Dit kon ik niet maken. Kleptopietje was mijn grote vriend. Die wilde ik niet verraden.
Snel zapte ik verder. Nog steeds opzoek naar wat ik zocht. Wat een idiote TV programma’s verschijnen er toch in Nederland. Wat is dit nu weer? Ik zie een camerashot met een foto in beeld. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Het volgende shot toont een vrouw, gezeten in een leren fauteuil, ze vertelt een droevig verhaal. “Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ja, ja. En deze hond die kijkt me altijd aan alsof ie mij begrijpt. Zo met een blik van ‘Baasje is verdrietig’. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. Dat denk ik nog steeds. Ondanks dat, toch wel kunnen slapen gelukkig. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Samen met Bobbie. Dat biedt troost. Nu zit alles weer goed in de krul. Althans dat denk ik. Wat vindt u?”
In beeld verschijnt nu een klein mannetje met een grote donkere bril, grote neus en witte jas. Op het naambordje dat op zijn borst prijkt lees ik: Woody, Mens- en honddokter. Voor al uw klachten. Het antwoord van de dokter maak ik niet meer mee. Een reclameblok wordt ingezet.
Ik zie een soortgenoot van mij door het beeld springen. In een supermarkt. Het is een oud Hollandse reclame. In zwart en wit en zonder geluid. In beeld verschijnen teksten in kaders, dit terwijl de Piet in de supermarkt boodschappen verzamelt: ‘Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent. Ziet u hoe hij nu nog snel de laatste inkopen doet voor onze lieve Sint? De lamme tak ligt nog op bed. Gelukkig is het prijzenoorlog. Profiteer net als deze Piet van onze koopjes. Ze komen letterlijk uit C1000 en één nacht. Komt dat zien, komt dat zien!’ Ik schrik er van. Met de jaren is er niets veranderd in Holland reclameland. Oudbakken als altijd.
Ik zap verder. Heb nog steeds niet gevonden wat ik zocht. Ik vrees het ergste. Hoe kan ik Femke nu terugschrijven? Moedeloos kijk ik uit de raam van het kasteel en zie een vreemde man in het parkje zitten. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen. Ik doe de raam open want hij wuift naar mij, hij wil me vast iets zeggen. Hij ziet er verward uit en achter hem zie ik een winkelwagentje staan vol met oude vieze spullen en een oude deken.
“Ik ben Neil …!” , roept de man. Hij ziet dat ik zijn aandacht geniet en vervolgt onnavolgbaar ratelend:
“Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ha, ha, dat vroeg ie mij zomaar een dag bij het water. Idioot hè? Ik heb niet eens TV. Hoe komt ie daarbij? Hij is schrijver, die vriend. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Iets over op vakantie gaan. Op vakantie gaan is tof. Ik heb er alleen het geld niet voor.”
“Ik kan je niet zo goed volgen Neil”, roep ik terug. “Waar praat je toch allemaal over?”
Neil vervolgt: “Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag.”
“Ik kan er geen touw aan vastknopen, Neil, hoe graag ik ook zou willen, kun je wat duidelijker zijn?”
Maar helaas, het blijft allemaal abracadabra voor mij. Ik laat Niel uitrazen. Hij wordt steeds driftiger en zijn stem neemt in volume toe. Deze vreemde man is gestoord, dat kan niet anders.
Neil vervolgt, nu met luide stem: “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Echt waar. Zeker weten.”
Ik geef het op en sluit de raam. Deze vreemde man gaat mij niet verder helpen. De tijd dringt. Ik wil Femke vandaag nog antwoord geven. Hoe leg ik haar en haar dochter nu uit dat de witte Piet met rode stippen een fata morgana moet zijn geweest. Zelfs op Discovery Channel vind ik niet waarnaar ik op zoek ben. Het vraagt om een noodoplossing. Ik pluk de veer van mijn hoed en doop hem in een potje met zwarte inkt.
Lieve Femke en dochter van Femke. De zwarte witte Piet met rode stippen is geen echte zwarte Piet. Mijn Pieten zijn nooit ziek. Ik denk dat jullie het slachtoffer zijn geworden van een bijzonder fenomeen. Een fata morgana in Nederland. Nu zult u denken, dat kan niet. Immers in Nederland zijn geen woestijnen. Maar niets is minder waar. Een woestijn kan namelijk overal spontaan ontstaan daar waar sprake is van woestenij. En in uw land is dat op dit moment zeker het geval. Met de benaming woestenij is de stand van zaken in uw land nog zachtjes uitgedrukt. Een kleine blik in de (sociale) media zegt voldoende en beantwoordt daarmee mijn inziens uw vraag. Hierbij verblijf ik met scherpe peperhoogachting, hoofd Piet Trappedoelie, in afwezigheid van Sinterklaas (want die lamme tak ligt nog steeds in bed).
Posts tonen met het label opsporing verzocht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opsporing verzocht. Alle posts tonen
05-12-2013
01-07-2013
Opsporing verzocht
Daar is ie dan de avond. Nog voor ik het goed besef staat ie voor mijn raam. Is het alweer zo laat? Ik trek de gordijnen voor zijn neus dicht. De donkerte mag niet naar binnen kijken. Laat staan ongenode gasten. Die lopen al in hun bloterik rond op mijn televisie. Zich niet bewust van de camera’s die op hen gericht zijn. Verstopt in zwarte capes kijken ze wazig in de lens.
Knap dat de schouwer daar nog een beeld uit kan opmaken. Een basstem klinkt uit de speaker van mijn tv. Het gaat hier om twee personen van middelbare leeftijd. Een donker getinte man met een kleine kwetsuur aan zijn rechter wenkbrauw. Hij spreekt met een buitenlands accent. En een kale blanke man met gedrongen postuur en een kleine tattoe in zijn hals. Draagt een gouden halsketting met hangertje waarop staat ‘I love nobody’. In de volgende beelden zie ik de mannen vanalles stelen. De beelden komen koud en direct binnen.
Zal ik de gordijnen maar weer open maken? Geen denken aan. Een glad geschoren agent schuift langzaam in beeld. Met afgemeten basstem spreekt hij mij vaderlijk toe. Herkent u een van deze personen neem dan contact op met de lokale politie? Alle informatie is welkom. Er verschijnt een telefoonnummer in beeld. U kunt ook anoniem bellen. Ik trek de gordijnen toch maar open. Er staat een schim in mijn tuin, op het pad naar de voordeur. Aan zijn nek hangt een kettinkje. Het blinkt flauwtjes in de maneschijn.
De schim loopt naar de voordeur en belt aan. Ik denk een paar seconden na en besluit open te doen. Maar niet voordat ik een honkbalknuppel uit de meterkast heb gehaald. De man aan de deur begint keihard te lachen. U zit ‘Opsporing verzocht’ te kijken zegt hij tegen mij. Heb geen nood. Ik heb ook zo’n kettinkje. Kijk maar. Ja kijk maar goed. En ziet u ook die blauwe plekken in mijn gezicht. Ik kijk hem onderzoekend aan en zie dat ie twee blauwe ogen heeft en een blauwe kaak. Uit zijn oor sijpelt een beetje bloed.
Ja kijk zegt de man aan de deur. Ik heb zojuist bij de buren aangebeld voor een donatie voor het Rode Kruis, maar ook zij keken naar ‘Opsporing verzocht’. Uw buurman heeft nogal losse handjes en heeft me even laten merken dat ik vrij ongelegen kwam. Sterker nog hij was erg geschrokken van mijn komst en sloeg mij zonder tekst en uitleg en zonder verhoor en wederhoor tegen de vlakte. Ik kon net op tijd wegkomen. Ik weet niet wat er anders gebeurd zou zijn. Ik had wel gezien dat hij naar ‘Opsporing verzocht’ keek, maar had geen idee dat ik leek op een van de daders. Dat zag ik pas toen ik bij u door het spleetje van de gordijnen keek.
Ik kijk naar de man die voor mijn voordeur op de grond ligt. Hij bloedt uit zijn oor. Aan mijn honkbalknuppel kleeft bloed. Heb ik dat gedaan? Met voorbedachte rade of in een vlaag van verstandsverbijstering? Ik twijfel. Had de man die daar ligt zojuist dat maffe verhaal verteld? Neemt het verhaal een loopje met me? Ik besluit de honkbalknuppel en mijn gedachten in onschuld te wassen en trek de man aan beide benen mijn woning binnen.
Ik sleep hem door de gang naar de woonkamer en zet hem naast me op de bank. Ik denk goed na over vervolgstappen. De ernst van de situatie en de realiteit dringen via de televisie binnen. Kent u een van deze daders of herkent u het kettinkje neem dan contact op met de lokale politie? Ik draai het anonieme nummer dat in beeld verschijnt. Ik vertel de man aan de andere kant van de telefoon dat ze de zaak als afgesloten kunnen beschouwen en geef mijn adres door. Of ik beide mannen op de bank heb zitten? Ik dacht het wel en trek de gordijnen weer dicht. De nacht viel als een baksteen. Gelukkig maar. De honkbalknuppel stond namelijk nog in de gang toen de donker getinte man met kwetsuur aan zijn rechter wenkbrauw zijn vriendje in mijn woonkamer claimde.
Knap dat de schouwer daar nog een beeld uit kan opmaken. Een basstem klinkt uit de speaker van mijn tv. Het gaat hier om twee personen van middelbare leeftijd. Een donker getinte man met een kleine kwetsuur aan zijn rechter wenkbrauw. Hij spreekt met een buitenlands accent. En een kale blanke man met gedrongen postuur en een kleine tattoe in zijn hals. Draagt een gouden halsketting met hangertje waarop staat ‘I love nobody’. In de volgende beelden zie ik de mannen vanalles stelen. De beelden komen koud en direct binnen.
Zal ik de gordijnen maar weer open maken? Geen denken aan. Een glad geschoren agent schuift langzaam in beeld. Met afgemeten basstem spreekt hij mij vaderlijk toe. Herkent u een van deze personen neem dan contact op met de lokale politie? Alle informatie is welkom. Er verschijnt een telefoonnummer in beeld. U kunt ook anoniem bellen. Ik trek de gordijnen toch maar open. Er staat een schim in mijn tuin, op het pad naar de voordeur. Aan zijn nek hangt een kettinkje. Het blinkt flauwtjes in de maneschijn.
De schim loopt naar de voordeur en belt aan. Ik denk een paar seconden na en besluit open te doen. Maar niet voordat ik een honkbalknuppel uit de meterkast heb gehaald. De man aan de deur begint keihard te lachen. U zit ‘Opsporing verzocht’ te kijken zegt hij tegen mij. Heb geen nood. Ik heb ook zo’n kettinkje. Kijk maar. Ja kijk maar goed. En ziet u ook die blauwe plekken in mijn gezicht. Ik kijk hem onderzoekend aan en zie dat ie twee blauwe ogen heeft en een blauwe kaak. Uit zijn oor sijpelt een beetje bloed.
Ja kijk zegt de man aan de deur. Ik heb zojuist bij de buren aangebeld voor een donatie voor het Rode Kruis, maar ook zij keken naar ‘Opsporing verzocht’. Uw buurman heeft nogal losse handjes en heeft me even laten merken dat ik vrij ongelegen kwam. Sterker nog hij was erg geschrokken van mijn komst en sloeg mij zonder tekst en uitleg en zonder verhoor en wederhoor tegen de vlakte. Ik kon net op tijd wegkomen. Ik weet niet wat er anders gebeurd zou zijn. Ik had wel gezien dat hij naar ‘Opsporing verzocht’ keek, maar had geen idee dat ik leek op een van de daders. Dat zag ik pas toen ik bij u door het spleetje van de gordijnen keek.
Ik kijk naar de man die voor mijn voordeur op de grond ligt. Hij bloedt uit zijn oor. Aan mijn honkbalknuppel kleeft bloed. Heb ik dat gedaan? Met voorbedachte rade of in een vlaag van verstandsverbijstering? Ik twijfel. Had de man die daar ligt zojuist dat maffe verhaal verteld? Neemt het verhaal een loopje met me? Ik besluit de honkbalknuppel en mijn gedachten in onschuld te wassen en trek de man aan beide benen mijn woning binnen.
Ik sleep hem door de gang naar de woonkamer en zet hem naast me op de bank. Ik denk goed na over vervolgstappen. De ernst van de situatie en de realiteit dringen via de televisie binnen. Kent u een van deze daders of herkent u het kettinkje neem dan contact op met de lokale politie? Ik draai het anonieme nummer dat in beeld verschijnt. Ik vertel de man aan de andere kant van de telefoon dat ze de zaak als afgesloten kunnen beschouwen en geef mijn adres door. Of ik beide mannen op de bank heb zitten? Ik dacht het wel en trek de gordijnen weer dicht. De nacht viel als een baksteen. Gelukkig maar. De honkbalknuppel stond namelijk nog in de gang toen de donker getinte man met kwetsuur aan zijn rechter wenkbrauw zijn vriendje in mijn woonkamer claimde.
Abonneren op:
Posts (Atom)