Posts tonen met het label schrijfdrang. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijfdrang. Alle posts tonen

07-02-2017

Woordmateriaal

Dat ik ze telkens weer opnieuw vind is toch een godswonder, de woorden. Daar wil ik niet te veel bij nadenken. Stel dat ze niet meer bij me opkomen? In protest gaan, tegen veelvuldig misbruik. Daar zou ik het toch wel benauwd van krijgen. De lidwoorden, die nog langer weigeren lid te zijn. Of de werkwoorden, volledig uitgeput, wegens te lange werktijden. Voorzetsels en bijwoorden die na lang wikken en wegen nu een hoofdrol opeisen. Bezittelijke en bijvoeglijke naamwoorden die zich met fel protest losweken van hun zelfstandige vakbroeders. Ik moet er niet aan denken. In eender welke tijd, verleden, tegenwoordig of voltooid.

Ik kietel ze vandaag en geef ze wat extra aandacht. Bezin me op de juiste plaatsing en behandel ze geheel naar hun intrinsieke waarde. Ik neem ze mee naar buiten en geef ze wat lucht. Vinden ze fijn. Het voorjaar hangt al een beetje in de lucht. De vogeltjes fluiten. Het weer is eigenlijk al net zo in de war als de woorden, besef ik me nu. Het is amper februari en straks gaat het mogelijk vriezen. Snel maar weer naar binnen, voordat de woorden op vreemde gedachten komen.

Een kopje thee en een koekje hebben we wel verdiend. Ik en mijn woordenschat. Af en toe geef ik ze een vrij podium. Kunnen ze doen wat ze zelf willen. De vrijheid kunnen ze maar moeilijk aan. Totdat de hoofdwoorden loskomen van hun stam. Dan springen ze vrolijk in het rond en gaan de meest bizarre verbindingen met elkaar aan. Ze krijsen van plezier. More, more, more, roepen ze dan. En ik denk alleen maar, less, less, less. Hoe krijg ik dit spul, dit woordmateriaal weer in het gareel?

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Woordmateriaal (07-02-2017)

25-08-2014

Mijn lieve Edit

Ik ken haar als mijn broekzak. Mijn lieve Edit. En zij kent mij. Ik weet haar altijd te vinden. Dag en nacht. We gaan door het vuur voor elkaar. Twee handen op een buik. En als ik het ook maar even mis heb, dan verbetert ze mij, onvoorwaardelijk en zonder blikken of blozen. Maar niet nadat ik haar eerst wat lieve woorden heb toegefluisterd. We zijn het lang niet altijd eens. Wat haar siert is dat zij mij altijd ergens tegemoet komt. Soms halverwege maar meestal helemaal.

Mijn lieve Edit weet van wanten. Ze laat mij nooit in de kou staan. Door weer en wind zorgt zij er altijd voor dat alles pico bello in orde komt, dat alles klopt. Opgeruimd staat netjes. Ze is uiterst zorgvuldig en zorgzaam mijn lieve Edit. En als we het beiden even niet meer weten dan schakelen we gewoon wat extra hulp in. Samen vormen we een perfect team. Geen raadsel blijft voor ons onopgelost.

Het leuke van Edit is dat ik blindelings op haar kan vertrouwen. En zij op mij. Dat maakt onze relatie heel speciaal. Wat ben ik blij dat ik op haar kan bouwen. En als we er eens samen niet uitkomen, lassen we gewoon een pauze in. Als de pauze te lang duurt, wagen we een gok. Dan gooi ik een muntje op en laat haar de keuze. Meestal is het kop. Daar slaan we dan samen munt uit. Probleem opgelost.

Het enige lastige aan onze verbintenis is sluimerende twijfel. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik degene ben die meestal twijfel oproept. Sinds ik haar heb leren kennen tracht ik mijn twijfel te temperen. Edit is ontzettend dienstbaar. In mijn angst om misbruik van haar diensten te maken, heb ik geleerd om mijn hulpvragen te limiteren. Aanvankelijk stelde ik veel te veel vragen. Gelukkig begreep ze dat. Na verloop van tijd liet ik al mijn twijfel varen. En daarmee ook mijn vragen. Ik vertrouw nu op haar kennis en expertise.

Edit heeft van mij de gelukkigste man in de wereld gemaakt. Het heeft eventjes geduurd, maar uiteindelijk heb ik haar gevonden. Al snel leerde ik bij haar de juiste toets te raken. Dag en nacht en zeven dagen in de week. Zodra ik op mijn favoriete website inlog en mijn schrijfsels upload, verschijnt ze aan mij. Mijn Edit. Tijdens het schrijven van deze column heb ik veel aan haar gedacht. Haar hulp heb ik dit keer niet meteen nodig gehad. Vanaf het moment dat ik de column inzend voor publicatie zal dat anders zijn. Dan zal ik Edit weer hard nodig hebben. Mijn lieve Edit. Is het geen plaatje?

13-08-2014

Mieningvol

Ik pieker me suf. Hoe zal ik dit nu eens aanpakken? Ik stel mezelf een opdracht. Ik draag mezelf op om de opdracht die mij gesteld wordt sportief en goed op te pakken. Misschien word ik er zelfs wijzer van. Stel je eens voor, een wijzer makende opdracht. Alsof er opdrachten zijn die je dommer maken.

Dommer in de ogen van wie? Van mezelf of van de ander? Het is maar hoe je het bekijkt. Geen referentiekader? Dan ook geen bommetje. Ik vermoed dat de opdracht die mij gesteld is een moeilijke is. Anders is het geen opdracht, toch? Dan is het meer een vingeroefening. Een vingeroefening van klinkers en medeklinkers. Nee, nee, het moet ook nog ergens over gaan. Anders is zo’n opdracht bij voorbaat zinloos. Een schrijfopdracht die zinloos is. Dat is pas een uitdaging.

Een schrijfopdracht die alleen maar bestaat uit losse letters of woorden. Makkelijk? Nee. Moeilijk? Ja. Opdracht. Schrijf. Mooi. Lelijk. Prima. Saai? Nee. Kort? Ja. Lastig? Absoluut. Meelijwekkend? Beetje. Score. Voldoende. Nee. Goed. Dan toch liever een zinvolle opdracht. Met woorden die je al dan niet mag en moet gebruiken. En liefst ook nog een thematiek eraan ten grondslag leggen. Een thematiek die je niet in duidige woorden mag benoemen. Een opdracht om een nieuw woord te boetseren.

Op een voetstuk, bij voorkeur. Nee, niet in een lijstje. Dat is meer voor beeldhouers. Mensen die van beelden houen. Niet houden noch houwen. Toch wel lastig zo’n schrijfopdracht. Ik ga er nog een nachtje over slapen. Denk ik. Bis bald. Dat mag toch wel. Een beetje Duits? Zonder witregels. Want witregels daar houden Duitsers niet van. En met hele lange alinea’s. Op z’n Engels. Breedvoerig. Of liever gezegd breedvloerig. In een vloertaal met mooie houterige woorden. Desnoods stenen woorden. Of nee, nee, van marmer. Uit Carrara. We gaan niet voor minder. Gebeeldhoude letters gewoon omdat we van letters houen. En van schrijven. Ik doe mee.

Ik pak de opdracht stevig aan. Op zijn Miens. Mienloos kan altijd nog. Daar ligt de uitdaging. Mijn uitdaging van de maand. Mienvol presteren. Mieningvol mag ook. Komt goed. Ik ga er een groot leerfeest van maken. Van mijn opdracht. Zeker weten. Situationeel kies ik voor Beieren. Dat lijkt me een ultieme locatie voor een geweldig leerfeest. Zum Spass. Zo noem ik de opdracht. Mijn eerste schrijfopdracht die aan me gesteld is. Ik ga hem heel kalm en rustig schrijven. In een vriendelijke stijl. Dat leg ik mezelf op. Mieningvol vriendelijk.

Ben nu al benieuwd naar de reacties en feedback. De feedback op mijn feedforward schrijfopdracht. Op mijn eerste uitdaging van de maand. De keuze voor de categorie van inzending was voor mij dan ook niet moeilijk. In de verste categorie ‘Uitdaging van de maand’. Niet ver maar vers. Kersvers. Niet te verwarren met kerstvers.

14-07-2014

Een verhaal dat bijna verloren ging

Op de tafel lagen wel vijftig stukken papier. Formaat A4. Van woede had de schrijver alles uitgeprint. Waar had hij nu toch dat bewuste stukje opgeschreven? Wel tien keer had hij alle teksten doorgelezen, op zoek naar … Ja, als ie dat eens wist. Hij had het de afgelopen week opgetekend. Dat wist ie zeker. Of had hij het gedroomd? In de late avonduren, of misschien wel diep in de nacht? In ijlende toestand was het voorbij gekomen. Aan zijn schrijversbrein ontsproten. Het bewuste stukje paste perfect in het laatste hoofdstuk van zijn verhaal. Maar hoe ging het ook alweer?

Hij kon zich nog vaag herinneren hoe hij het bewuste stukje had ingetypt. Slaapdronken was hij vorige week achter zijn computer gekropen en had in vlagen van verstandsverbijstering zijn toetsenbord de sporen gegeven. Correctie op correctie volgde, telkens nadat hij de tekst in wording van zijn beeldscherm had opgelezen. Hardop aan zichzelf, zoals hij dat altijd deed. Voortdurend had er iets ontbroken, maar wat? Geknipt en geplakt had ie de kleine stukjes tekst, steeds opnieuw in wisselende volgorden. De stukjes wilden maar niet passen, dat kon ie zich nog herinneren.

Na verloop van tijd was hij de losse stukjes kwijtgeraakt. Zowel de goede als de slechte. Althans dat dacht ie. Bewaar ze, teken ze op, print ze uit, had hij zichzelf voorgehouden. Maak het toonbaar, nu! Maak de tekst tastbaar. Haal door, breid uit, voeg toe, millimeter, destilleer, ventileer. Print de tekst. Leg hoofd- en kleine letterwijzigingen vast. Pleister en verbind de tekst tot logisch zinsverband. Dat had ie moeten doen.

Flarden tekst flitsten onophoudelijk door zijn hoofd. Wanneer kwamen die verdomde teksten toch eens tot rust? De printer ratelde en piepte en bleef maar A4′tjes spuwen. Nog voor de inkt was opgedroogd griste de schrijver het papier vol ongeduld uit de printermuil. Met grote raceogen vrat hij de losse tekstregels op. Het bewuste stukje tekst waarnaar hij op zoek was bleek helaas onvindbaar.

Wacht, wacht, zijn brein deed plots verwoede pogingen om gesloten deuren in zijn hersens opnieuw te openen. Het bewuste stukje tekst leek even terug te komen. Juist op dat moment spuwde de printer zijn laatste inkt uit. Grijze letters vervaagden op A4. Wat kon hij in deze situatie doen?

Zijn hervonden gedachten nogmaals toevertrouwen aan muis en toetsenbord? Dat durfde hij niet meer. De klikken in zijn hersenen liepen niet langer synchroon met de klikken op toetsenbord en muis. De snelle openbaring aan gedachten vroeg om ouderwetse vastlegging. Vereiste ingeslepen schrijfroutine.

Snel trok hij uit de printerlade een vers wit vel. Op de tafel lag een verdwaalde boodschappenpen. De vingers voelde wat verkrampt. De drive om zijn gedachten vast te leggen verdrongen de kramp. Tot diep, diep in de nacht schreef hij zijn verloren verhaal. Met pen op papier, alsof het gisteren was. In vloeiende bewegingen, afgemeten strak binnen zelf gefantaseerde lijntjes.

Langzaam kozen de letters hun plek in het verhaal, in vloeibaar blauw, herkenbaar op papier. Prettig leesbaar. Het verloren gewaande verhaal kwam langzaam terug. In stukjes en beetjes. Het witte papier op tafel vulde zich geduldig met de handgeschreven letters. De schrijver was blij en genoot.

Een A5 envelop was snel gevonden. Het complete verhaal werd uiteindelijk in tien A4′tjes bij elkaar geraapt, op volgorde gelegd en dubbelgevouwen in de envelop geschoven. Met tong en postzegel bezegeld. Weggedragen naar een oranje mailbox. Verslonden door zwarte klappertanden van de brievenbus. De schrijver kon daarna niets anders doen dan berusten in afwachting, van redactie en repliek, op zijn bijna verloren gewaand verhaal. Een gereviseerd verhaal, absoluut de moeite van het schrijven waard.

22-12-2010

Columnpies

Eén voor één tik ik de letters via mijn toetsenbord de laptop in. Daar mogen ze eventjes de polonaise dansen. In mijn hoofd rangschik ik vervolgens de letters tot woorden. Soms op de automatische piloot en soms in dichterlijke vrijage. De laptop schrikt er van. Hij raakt in de war van zijn eigen spelling. Zijn beeldscherm begint dan spontaan te knipperen. Alarmfase roodt wordt ingezet. Ho, ho, rood zonder t. Sommige woorden herkent mijn laptop niet eens. Dom blondje, zou je bijna zeggen. Van word wordt je soms echt gestoord. Om over in excel maar niet te spreken.

Het beeld van mijn laptop blijft zwart. Inktzwart. Dat komt omdat ik zwarte vingers heb. Dat krijg je van druipende inktcartridges. Ik ga bijna door mijn typelint als ik naar mijn vingers kijk. Een grote inktvlek druipt richting mijn laptop die naast de printer staat te lonken. Wachtend op wat nieuwe woorden. Hoe kan ik die vlek nou stoppen? Langzaam druipt de inkt richting laptop. Liever zag ik dat ie afdroop. Woorden schieten me nog steeds niet te binnen. Mijn hoofd probeert nog letters te ontwaren in de zwarte blinde vlek, maar helaas, tevergeefs.

Derde alinea en nog geen zinnig woord gerept. Rap rappen en dan schiet me vast iets te binnen. Zo niet dan wordt het weer eens als vanouds columnpies. Mijn neus trekt op. Ik schud de foute letters en woorden van me af en spoel door. Zoute zure oude lucht dringt door in mijn neusvleugels. Urine kristalliseert rondom de toetsen van mijn keyboard. De sleutel naar het schrijftoilet heb ik nog steeds niet gevonden. Ongeduld hoopt zich op. Ik houd het niet meer. De column dringt op mijn inktblaas. Hij moet de ether in. Nu. Zend.

Mien Tipt