120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Blankevlaflip (1-12-2018)
In traditie van vele jaren laten we ons de volgende traditie niet afnemen. De decembereditie van de Aller Hande. Ja met hoofdletters, wat denken jullie dan? Na Heineken, Philips. Unilever, Shell, Bavaria /Swinckels, Daf, ASML en Schiphol laten we ons toch niets meer afnemen in Nederlandse traditie.
Zelfs geen Agio en Hofnar hebben ooit zo moeten vrezen voor hun trots. Ach, ze wisselden wel eens van koers, wie niet? Van voorzitter of CEO zoals dat tegenwoordig zo mooi op zijn Brexits heet. Kunnen we die Angelsaksische termen misschien ook niet meteen overboord gooien soon?
Op de cover van de Aller Hande prijkt dit jaar een prachtig gerecht in nieuwe jas. De Blankevlaflip. We zullen ze krijgen die buitenlandse randstad dwarsliggers.
Vlaflipke van de Peel (1-12-2018)
Oom Kortooms uit de Peel, verre nazaat van Toon, heeft een nieuwe mascotte verzonnen voor de Nefteling. De Nefteling is een een klein pretpark in de buurt van Eindhoven. Om precies te zijn tussen Eindhoven en Venlo, hemelsbreed. Maar wel dichter bij Eindhoven dan Venlo. Geografisch een prachtig gebied natuurlijk, de Peel. Op zijn Brexits klinkt het helemaal mooi. Daar schudden John en Oom dan ook elkaar de hand. John Peel wie kent hem niet. Oom Kortooms heeft de mascotte heel toepasselijk gekneed naar eigen kunnen en inzicht. Een witte bôks, dito sokken, wollen, een rood jasje en witte koksmuts op zijn bôlleke. Hij lijkt gek genoeg een beetje op een Michelinmannetje. Maar dan een van vijf sterren. Vlaflipke Peel.
Kersenvlaflip (2-12-2018)
Dat is toch de lekkerste vlaflip die er bestaat. Niks geen aardbeiensiroop of bosbessengrenadine. Nee, kersensap op de bodem, of kersenranja, kersenjam mag ook. Kersensiroop is het allerlekkerste. Dat vindt mijn tante ook. Die woont in Haarlem of all places. Een echte taart dus. Met veel slagroom erop. Uit een spuitbus. Echte slagroom kan ze niet betalen. Ze woont namelijk in een jambuurt. Een buurt waar ze altijd vlaflip eten. Een duurder toetje zit er nooit aan. Echte kersen kan ze zich ook niet veroorloven. Veel te duur. Mijn tante is arm. En dan woont ze ook nog in Haarlem. Of all places. Met haar verjaardag stuur ik haar altijd een bosje echte kersen. Met de takjes er nog aan.
Proof of the vlaflip (3-12-2018)
Dit is een proof of the vlaflip. In Engeland ook wel bekend als een uitglijder. By all means I will vlaflip as best as I can. Lewis weet er over mee te praten. De rechercheur en de coureur. Beiden in geheel andere settings achter en voor de coulissen. De een met een helm op en vaag netje eronder de ander gewoon zonder. Moet kunnen. De ene lost op en de ander sprint. Het eindresultaat dan nog is bij beiden hoopvol hetzelfde. De eindstreep, finish moet gehaald. Het spel gewonnen. Maar er zijn ook altijd verliezers. Ze vallen naast het podium en ontberen champagne. Het team achter de helden edoch glundert. Het zijn en blijven helden. In communicatie en ook zonder.
Dienbladwijzer (3-12-2018)
Tafeltje 46, 3 bier, 2 water (rood), 1 droge witte en 1 cola (light). Tafeltje 45, 1 duvel, 1 kriek,. Tafeltje 41, 5 bier (maakt niet uit, doe maar wat), bitterballen (2 x 10). Tafeltje 9, 3 x 3 rood, kaasplankje (zonder brie). Tafeltje 7, 1 sjoef. Tafeltje 10, 1 whisky (de duurste die we hebben) en 1 port (ook de duurste).
Tafeltje 5 (zo meteen even terugkomen, weet het nog niet). Tafeltje 6, 1 sinas, 1 bier en 1 melk. Tafeltje 34, kaart brengen en iets beleefder tegen zijn, vonden me onvriendelijk en gestrest. Tafeltje 35 vraagt rekening. Tafeltje 37, 1 koffie, 1 thee en 1 appeltaart. Balkon rechts, tafeltje in hoek, 1 popcorn en een cola extra large.
Bladwijzer mens en communicatie (3-12-2018)
Het blad wijst tevergeefs. De herfst is haast op zijn eind en rept zich naar de winter. Fakenieuws denk ik dan. Niets is meer wat het lijkt. De herfst op sterven na dood met zijn 14 graden begin december. Encyclopedieën moeten herschreven. Aardrijkskundeboeken ook. Ja, u leest het goed lieve lezer. AardIJKskundeboeken. De boeken moeten herijkt. De aarde herijkt.
De evenaar schuift langzaam op. Niets is wat het lijkt. Kamelen op de Noordpool. Poolvossen in de Sahara. Het voelt nochtans allemaal goed. De wereld één dierentuin. Liever dan een gekkenhuis. Laten we vooral blijven communiceren mensen. Mensen communiceer. Er rest ons niet anders. In letters, woorden en bij zinnen. Het onderscheidt ons van de beesten. Vink het aan. Mensen, communiceren!
Onderwereldbladwijzeres (3-12-2018)
Nee, geen woord voor galgje. Gewoon een kleine bijbelbezinning. Lethargie niet te verwarren met liturgie. Lettergie, niet te verwarren met chirurgie. Hoewel, sommige letters kunnen wel een ingreep dragen. Zo heb ik altijd het dwarslatje van de t willen scalperen of in ieder geval halveren, wat laten zakken ook, een beetje schuin naar linksboven laten wijzen. Een letter t wil per slot van rekening ook wel eens een ander uiterlijk. Nee, geen botox. Het stokje hoeft niet dikker. Seks heeft de letter t toch nooit. En al helemaal niet met de x. Wat een lelijke letter is dat. Ik dwaal af. Onderwereldbladwijzeres. Ik bedoel natuurlijk Eva. Alsof Adam er iets aan kan doen. Aan het vijgenblad. Onder het vijgenblad. Nee.
Speculazen bladwijzerplaatkoek (4-12-2018)
Speculazen bladwijzerplaatkoek, dat gaat Marieke maken. Ze is er uit. Speculaas heeft ze genoeg overgehouden, na al het Sintgebeuren. Ze is er ook helemaal klaar mee. Met al dat maffe kersttheater. De familie vindt dat ze niet origineel genoeg kookt met het jaarlijkse kerstkoken. Hoezo niet bij de tijd? Wacht maar, de Allerhande gaat nog een puntje zuigen aan haar kerstcreatie. Monden en ogen zullen versteld staan. Weer is haar ‘iets lekkers bij de koffie’ toebedeeld. Risicoloos. Nou, ze zullen het eten dit jaar.
Ze haalt de keukenklok van de muur en legt hem op het aanrecht, verwijdert het glas en haalt voorzichtig de wijzerplaat eruit. Insmeren met roomboter, beplakken met speculaas, e voilà!
‘Dingdong…!’
Aha, de familie is er.
Bladwijzer worden (7-12-2018)
Op dit moment word ik dagelijks bladwijzer. Dankzij de LOI. Ik volg namelijk een cursus bladwijzen. Ik doe dat op afstand en in deeltijd. De theorie althans.
De praktijk voer ik dagelijks uit. Dan ga ik op mijn knieën door en voor de natuur. Eerst door mijn tuin in de vroege morgen en later ook door het plantsoen. Dat laatste doe ik uiteraard incognito. Ik wil niet gespot worden door vogelaars. Want dan wordt het ruzie. Niets zo fanatiek als een vogelaar. Op de bladwijzer na, natuurlijk.
Ik zit in het laatste jaar van de cursus die drie jaar duurt. Ben al behoorlijk bladwijs. Nu het weer herfst is geniet en leer ik met volle teugen. Op naar het diploma.
Bladwijzeres (8-12-2018)
De boom staat in vol blad. Prachtig. Superieur. Althans voor mij. Alleen voor mij staat hij te pronken. Want er is niemand meer die hem kan zien en bewonderen. Hij wordt in stukkies gehakt. Met een vlijmscherpe aks. Het zal wel effe duren voor hij omgaat. Valt voor mij in volle pracht en vol ornaat. Ik rol de mouwen van mijn geruite blouse op. Stropen doe ik ze eigenlijk. Want de biceps staat reeds op springen. Ik kan het amper geloven maar hij moet er toch echt aan geloven. Ziek als hij is. Met zwammen in zijn oksels. Hij kent zijn lot. Een mooi lot. Hij leeft straks verder als bladwijzers. Wel duizend. Meer dan duizend. Mijn lieve, lieve bladwijzeres.
Scheerbladwijzer (9-12-2018)
Gilette pakt goed uit rond de feestdagen. Recent onderzoek heeft uitgemaakt dat baarden vanaf 2019 uit de mode zijn. Een trendwatcher van Gilette heeft dit snel opgepikt. De snor- en baardloze trendwatcher luisterend naar de naam Rasor Blade komt met het nieuws snel naar buiten. Om de concurrentie voor te zijn. Braun en Philips reageren sowieso altijd traag dus no problem.
Nog deze week wordt verwacht dat er een nieuw scheerapparaat op de markt komt. Sterker nog, twee. Een voor nat en een voor droog scheren. Maar Gilette doet toch niet aan droog. Echt wel. Sinds kort. En met een nieuwe vondst. Patent is al aangevraagd. Een scheerapparaat met scheerbladwijzer. Een heel klein tooltje wijst de weg over het gezicht...
Cactuspiek (10-12-2018)
Ik ken een man die zo’n vreselijke hekel aan kerstmis heeft dat hij het liefst een aantal weken zou willen onderduiken in een oord dat geen kerstdagen en -weken kent. Maar aangezien de persoon in kwestie niet vermogend is in geld noch moed noch daadkracht is de betreffende persoon gedoemd of erger nog veroordeeld van het doorstaan der tijd.
Kortom hij moet er het beste van maken. Maar hoe? Dat vraagt hij zich jaarlijks af. Een lotgenoten zelfhulpgroep oprichten is een optie. Er zijn zoveel zelfhulpgroepen dat hij in no time voldoende informatie heeft ingewonnen om er een te starten. De laatste restjes geld, moed en daadkracht bij elkaar geraapt is daar de advertentie. Lotgenoten gezocht voor kerstloos kerstmis vieren.
Cactus Mellitus (12-12-2018)
Mijn cactus heeft nood aan suiker. In zijn naalden zit nog amper suiker en die heeft hij toch echt broodnodig. In de moordende zon staan is nog daaraantoe, maar zonder suiker onmogelijk. Er zit zo weinig suiker in de naalden dat de resterende suiker hard is geworden. Amper doorstroming dus. Daar kan een cactus niet tegen. Ook niet de mijne, al behoorlijk oud en gehard door het leven en veel zon.
Vanochtend deed hij zijn beklag. Het kan zo niet langer doorgaan. Ik sta al bijna vijfenveertig jaar voor jouw raam en nog nooit heb ik de zon zo heet zien en voelen worden. Zet mij maar voortaan onder de kraan. Ik heb het gehad. Wat een vervelend klimaat. Klotezon.
Meneer Cactus weet bijna alles (12-12-2018)
Hij loopt rond in een pyjama met stropdas, en weet bijna alles. Ik zeg bijna, want degene die echt alles weet heet net even anders. Niet fonetisch maar alfabetisch. Die heet namelijk Meneer Kaktus. Nou kun je je nog afvragen of de cc’s anders uitgesproken worden dan de kk’s. Geen idee, ik ben geen uitspraaklerares of -leraar. Zo kun je ook twijfelen of je rans en rens moet zeggen? Of ranzig en renzig? Ik heb het me altijd afgevraagd, ook na alle beschuldigingen. Vals? Ik weet het niet. Mocht je het weten laat het me dan weten? Kwijtschulden en kwijtschelden, ook zoiets. Maar een ding staat vast. Als een paal boven water. Meneer Ckacktus weet hoe dan ook zeker alles.
Last van mijn cactussenbillen (14-12-2018)
Ik heb last van cactussenbillen. Dat is weer even wat anders dan last hebben van kikkerbillen. Ik verkies edoch de eerste last. Liever prikken dan springen. Liever in het zand dan in of op het water. Fonetisch heb ik al helemaal voorkeur voor kikkerbillen. Op kikkerbillen kun je verkikkerd zijn. Bij cactussenbillen is dat een heel ander verhaal. Want wie heeft er nu graag kak tussen zijn billen? Ik bedoel maar. Dan prikt het niet alleen maar jeukt het ook nog eens stevig. Je kont krabben? Laat maar zitten die kak. De stekels van je cactusbillen prikken de vingers lek. Dan wordt het pas echt een vieze boel. Jeukende vieze bruine vingers onder het bloed. Niet in je mond steken!
Slappe cactussen leggen het loodje (14-12-2018)
De zon brandt weer stevig. Minstens 45 graden Celsius staat op de teller. Dat is heet. Celsiusheet. Zou het Fahrenheet zijn geweest dan zou het een stuk minder heet zijn geweest. Het is maar welke maat je verkiest. Celcius is wat meer ingeburgerd. Kelvinheet kan het ook nog zijn. Maar dat zullen we beter niet benoemen. Niet iedereen heeft trek in Kelvin. En al helemaal niet in een woestijn. Je zult maar cactus zijn in een zeer hete Zerenadenwoestijn. Daar kun je als cactus zeer beroerd van raken. De Zerenadenwoestijn in de Verenigde Emiraten Staten maakt veel slachtoffers onder de cactussen. Eerst laten ze het kopje hangen, dan de stekels. Vervolgens vallen ze om en leggen ze horizontaal het loodje.
Cactus in de schijnwerpers (14-12-2018)
Hoe langer ik naar de langwerpige foto kijk, hoe meer ik zie. Om een beter beeld te krijgen loop ik op de muur af. Mijn ogen focussen op de details. Heel langzaam struin ik het oppervlakte af, een beetje gebukt en mijn handen op de rug. De ogen van museumwachten prikken in mijn rug. Gelukkig doet het niet pijn. Zowel aan de voor- als achterkant van mijn lijf word ik prikkels gewaar. Het enige onderwerp op de foto is een breed landschap van cactussen. In diverse tinten grijs en groen staan ze in het nachtlicht van de maan. Gelijk een futuristische skyline. De stekels schitteren. Ik zie nu ook kleine woestijndieren tussen de cactussen. Prachtig fotowerk van Ruud van Empel.
Kus de cactus (14-12-2018)
De nieuwste speldquiz van SBS6. Kus de cactus. Alleen mensen met een speldje mogen meedoen. Maar welke speldjes volstaan? Hier de uitleg. Een speld moet voldoen aan een scherp steeltje, eindigend in een spitse punt. Aan de bovenkant moet een schildje zitten met tekst aan de voor- of achterkant. Het speldje moet zijn uitgereikt als beloning voor iets. Of als bewijs van deelname, dat mag ook.
De grootte van het speldje doet er niet zo toe. Maar er is wel een boven- en ondergrens. Minimaal twee centimeter lang inclusief schildje, anders kan de tekst niet gelezen worden. Maximaal veertig centimeter, anders ziet het er belachelijk uit. Het speldje moet immers gedragen door de deelnemer. Wat je kunt winnen? Een cactuskus.
Dicactus (16-12-2018)
Je bent dicactus of je bent het niet. Alles ontdijferen en dan goed doderen daar draait het allemaal om. Op juiste spelling let de dicactus niet. Dat is voor hem bijzaak. Het steekt niet. Het houdt zelfs geen steek. Op de juiste manier alles overbrengen, dat geeft pas een kidk. Maar waarom dan de eerste d niet vervangen door een c? Omdat het de dicactus gewoon niet boeit, qua spelling.
Cicactus had het dus ook mogen zijn. Of om helemaal de inversie door te voeren, cicadtus. Maar probeer dat laatste dan maar weer eens goed uit te spreken, laat staan taalkundig te verklaren. Daar komt een dicactus niet uit. Zelfs niet als hij zijn vest doet en zijn stekels opzet.
Scepter gooien (19-12-2018)
Val er niet over. Over mijn scepter. Hij kan zeer sceptisch reageren. Zwaaien kan ie niet. Helaas. Maar er wordt wat afgesmeten met dat ding. De scepter vliegt voortdurend door de lucht. Dat krijg je als de tamboer maître ineens ook Prins Carnaval is. Het publiek langs de kant kan er wel om lachen. Normaal torent Prins Carnaval hoog boven de mensen uit in zijn eigenste praalwagen, voor of achteraan de stoet. Maar dit keer loopt hij op de grond op de fanfare vooruit. Voor Sint Maarten zelfs. Kortom in de verkeerde stoet ook nog eens. Op een verkeerd tijdstip nota bene. Het moet nog Kerstmis worden én Nieuwjaar. Prins Carnaval is nu al een beetje de kluts kwijt. Helaas.
Jaarlijkse uitvaart (26-12-2018)
We leggen hem weer ter ruste, het oude jaar. Moe gestreden van twaalf uitputtende maanden. IJskoud geboren, de eerste januari. Groen en warm dragen we hem einde december naar buiten.
Een bewogen jaar. Voor jou, voor mij, voor ons. En wat blijft ons bij van jou, mij en hem? Of is het een haar? We genderden er flink op los in tweeduizendachtien. Me too, you too, he or she too. We waren weer even van Gender en Loos.
En de orde(r)diensten maar overuren draaien. Ze kwamen dit jaar weer handen tekort, Post en Politie NL. Ook bij ons kwamen ze dit jaar te laat. Voortaan gewoon de politie de post laten bezorgen. Vangen we meteen twee vliegen in een klap.
Beschuitvaart (27-12-2018)
Een nieuwe geboorte, alweer. Het elfde kindje in aantocht. De familie puilt langzaam uit. Maar pa en ma genieten met volle teugen. Een huis vol. Dat is wat ze willen. En ze hebben nog wat kamers over in hun hart en huis.
Broers en zussen zeggen ook. Laat die nieuwe kleine maar komen. Een elftal klein grut dat is toch prachtig. Kunnen we samen gezellig korfballen of handballen. En ook op vakanties is het dan echt gezellig. We hebben geen camper maar een bus. En daarmee rijden we naar het einde van de wereld.
Maar eerst wachten we op de boot. Die willen we niet missen. De beschuitvaart is al onderweg. Worden het roze of blauwe muizen? Een boot vol.
Stuitvaart (29-12-2018)
Het is dit jaar weer niet gelukt. Geen witte kerst in Nederland. En ja, het klimaat krijgt de schuld. Een slecht klimaat gecreëerd door ons, homo sapiens neerlantalis erectus maar ook zittend. Achter onze luie telefoons zien we al lang niet meer wat er rondom ons heen precies gebeurt. Hitte maakt niet alleen kwaad maar voorkomt ook sneeuw. De lage landen zinken steeds dieper. En toch, we doen ons stinkende best. Blijven dat ook doen. Tegen beter weten in. En ik heb besloten, ik doe niet meer mee. Het zal sneeuwen potverdrie. Dus spuit ik sneeuw op mijn stoep, kunstsneeuw en haal mijn slee van de zolder. Ik neem een flinke aanloop en land via mijn buik in blauwe stuitvaart.
Uitvaartmiss (30-12-2018)
Ik sta buiten op haar te wachten, mijn uitvaartmiss. Wat ben ik dol op haar. Niets houdt me tegen en alles wat ik wil is haar mijn liefde tonen. Ze weet namelijk nog niet dat ik gek op haar ben. En hoe beter kan ik dat doen dan bij een kerk. Zij is mijn heilige kerk. Mijn enige kerk.
Daar komt ze eindelijk naar buiten. Door de zijdeur. Uit respect voor degene die zojuist naar buiten is gedragen. Voor de laatste reis. Naar het hiernamaals. En ik, ik mag gelukkig nog even in het heden blijven. Sterker nog mijn toekomst delen met mijn nieuwe vlam. Dat dat toch zo maar mag zijn. Ik dank mijn meisje. Die nog niet weet.
Posts tonen met het label cactus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cactus. Alle posts tonen
30-12-2018
120 Woorden December 2018
30-06-2016
Schrijfveren Juni 2016
Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Koud voetenbad (01-06-2016)
Ik zit niet lekker in mijn vel. Wat ik dan meestal doe is een voetenbad nemen. Bijgeloof? Wie zal het zeggen? Eerder macht der gewoonte. Het helpt met aarden. Hoe dan ook. Ook geeft het verplichte rust. Met een voetenbad aan je voeten kun je niet veel actie ondernemen. Ik heb het wel eens geprobeerd hoor. Gelijktijdig een voetenbad nemen en boodschappen doen. Geen succes. Ik heb de kassa bij de supermarkt niet gehaald. Althans, niet met warm water. Kon onderweg ook niet echt bijvullen. AH is best klantvriendelijk, maar mijn verzoek ging toch iets te ver. Ik was al verbaast dat ze me toelieten met een voetenbad. Na de groenteafdeling moest ik echter al afhaken. Mijn voetenbad was lek gestoken door een cactus die toevallig op de grond lag. Nu rijzen wellicht twee vragen. 1) Wat doet een cactus in een supermarkt? 2) Hoe kan een cactus een voetenbadje lek maken? Het antwoord op beiden vragen is edoch eenvoudig. 1) AH hield een cactusproef die toevallig die week liep. Om te laten zien dat cactussap in drinkpakken weldegelijk cactus bevat. Een stekelige dame legde dat uitstekend uit. Echter een cactus was er toevallig even tussenuit uitgepiept. Had zich op de grond laten vallen, net op het moment dat ik voorbij liep. En dan zegt men dat toeval niet bestaat. Een kruising van twee wegen? Ik heb het geweten. 2) Mijn voetenbadje bleek van inferieure kwaliteit. Nooit meer koop ik voetenbadjes van de Zeeman. Wat natuurlijk wel gelijktijdig kan is een voetenbad nemen en schrijven. Maar of je daar nu zo rustig van wordt? Dat is voor jullie een vraag, voor mij vanaf nu een weet.
Een ronde tafel (03-06-2016)
Vandaag wordt eindelijk een besluit genomen over de openingstijden van kasteel Gwinnieverstupidi. Alle ridders uit de wijde omgeving zijn opgetrommeld. Aan het hoofd van de grote zware eiken rechthoekige tafel zit het hoofd. Het hoofd knikt naar alle aanwezigen en opent de vergadering. Of er nog nieuwe agendapunten zijn en of er nog een wisseling moet komen in de agenda? Stilte.
Helemaal aan het einde linksachter in de hoek, steekt de arm zijn arm op. Geen nieuw agendapunt maar wel een verzoek tot wisseling van een agendapunt. Of het bepalen van de locatie en inrichting voor het houden van de vergadering naar voren geschoven kan worden. Het agendapunt eindigt altijd op de laatste plaats en wordt nooit behandeld. Daar baalt de arm van. Het hoofd knikt en vraagt alle aanwezigen hoe zij daar over denken. Prima plan wordt er gemompeld. Wisselen met agendapunt een? En de openingstijden dan? Komen die dan nog wel aan de beurt? Vast.
Alle ridders stemmen voor de wisseling. De huidige kamer en tafel worden ter discussie gesteld. De locatie is te krap, is donker en ruikt muf. De tafel waaraan vergaderd wordt is een onding. Rechthoekig en veel te lang. Sommige ridders worden niet gezien. Iemand een idee? Een ronde tafel plaatsen in de serre. De serre? Gwinnieverstupidi heeft geen serre. Dan bouwen we een serre. We? Het gepeupel. Goed plan. Door de ronde tafel kan iedereen elkaar zien. In een serre schijnt meer licht en stroomt meer frisse lucht.
Tot zover alles koek en ei. Ware het niet dat het hoofd zijn bedenkingen heeft. Waar gaat het hoofd zitten aan een ronde tafel? Die vraag schiet door ieders hoofd. Alle ridders voelen de bui al hangen. Het hoofd gaat niet akkoord. Een prominente plek aan een ronde tafel is niet mogelijk. Wacht, wacht. Arm steekt nog eens zijn arm op. Een plek midden op de ronde tafel. Daar kan het hoofd toch zitten? No way. Het hoofd keert niemand de rug toe. Iets wat midden op een ronde tafel onvermijdelijk is. We denken er nog even over na. Het volgende agendapunt.
Een familielegende (06-06-2016)
Ome Jan is de aap van de familie. De aap? De aap. Hij is de leukste, gekste, liefste oom. Ieder verjaardagsfeestje geeft hij partij. Slingert de mafste moppen uit zijn mouw. Mijn tantes vinden er niets aan. Maar ik smul. Zeker als ze een beetje erotisch getint zijn. Daar kunnen de tantes absoluut niet tegen. Dan worden de blikken snel afgewend en de neuzen in grote nep leren tassen gestoken. Er word dan en masse gegraaid naar lippenstift, eau de cologne, zakdoekjes of poederdozen. Een keer, werkelijk waar, deden alle tantes dat tegelijkertijd. Dat was een komisch gezicht. Ze vielen daarbij haast van hun stoel. Het was dan ook een hele erge, foute, schuine mop. Zo schuin dat ik hem hier niet kan neer typen. De mop zou van de regel vallen, zeker weten. Geen enkele mop vond de mop dan ook leuk. Zelfs Moppie niet.
Ome Jan trekt zich er nooit iets van aan en hakt altijd als eerste zijn gebakje snel naar binnen. Om de volgende mop te vertellen. Een keer heeft ome Jan het zo bont gemaakt met het tappen van moppen dat alle tantes stante pede opstonden en een hun vertrek aankondigden. De ooms volgden gedwee. Ze waren niet opgewassen tegen boze tantes. De mop die het vertrek bewerkstelligde ging niet eens over seks. Nee, die ging veel dieper. Ook deze mop zal ik hier niet te berde brengen. Ik zou niet durven. Stel dat een van de tantes mee zou lezen. Ik moet er niet aan denken.
Enfin. Op deze manier werd ome Jan wel een familielegende. Sommige tantes nodigen ome Jan niet meer uit. Of ze bellen met tante Sjaan om te vragen wanneer ome Jan weer een visavond heeft. Dan plannen ze hun verjaardag op die dag. Echt waar. Jan houdt namelijk van vissen bij avondlicht. Eigenlijk is hij best een romanticus. Maar niet op het gebied van moppen tappen. De eerste romantische mop moet sowieso nog uitgevonden worden. Uitgezonderd tante Moppie. Dat is en blijft een schatje. Zij heeft altijd een picknickmand en kaarsjes bij zich. Voor het geval dat.
Faliekant mislukt (07-06-2016)
Geschokt ben ik door het nieuws. The Greatest is overleden. En dan weet iedereen meteen wie ik bedoel. Cassius Clay oftewel Muhammad Ali. De bokser die niet alleen een bokser was met vuisten, maar ook met zijn mond en hart. Binnen en buiten de ring. Hij is niet meer. Na een slepende ziekte, hij leed aan Parkinson, zijn ineens de geleerden het erover eens. Parkinson was het gevolg van de rake klappen die hij al die jaren tegen zijn hoofd kreeg. Maar daarover heeft Ali nooit geklaagd. Sterker nog. Als een echte bokser stond hij voor zijn ziekte en ook voor de mensen die daaronder lijden. Tot tranen toe geroerd was ik toen hij in Atlanta waardig en met trillend lijf, de Olympische vlam ontstak. Wat een held. Dan ben je groot.
Zijn uitspraken waren legendarisch. Hij liet zich niet voor het karretje spannen. Nooit. Zelfs het leger had geen vat op hem. Er was geen enkele Vietcong die hem 'nigger' noemde, waarom zou hij dan tegen hen vechten? Een standbeeld voor deze man. Maar dan toch. Het moet gezegd. Uiteindelijk ging het toch mis met Ali. Financieel raakte hij aan de grond. Hij moest weer boksen. Opboksen. Een faliekant mislukte laatste rentree. Hij kreeg rake klappen, de tegenstander raakte zijn faliekant, zijn scheve kant, met een niet rechte hoek. Hoe pijnlijk. RIP greatest of all!
Het ruikt hier naar rook (14-06-2016)
Ik grijp naar mijn neus en knijp de vleugels dicht. Dit wil ik niet ruiken. Deze rook. Het is rook die helemaal verkeerd is. Dat zie je zo. Daarvoor heb je ogen. De rook is groen. Gifgroen. En ik wil helemaal niet weten hoe gifgroen ruikt. Dat bedenk ik zodra mijn ogen de rook gewaar worden. Mijn neus hoeft dat niet te doen. Die is veel gevoeliger dan mijn ogen. Sterker nog. Vaak is mijn neus de aanleiding voor nattigheid die uit mijn ogen komt. Door woede of verdriet, maar ook van blijdschap. Dat laatste wordt nog wel eens vergeten. Helaas.
Nee, de ogen zijn mijn ziel en zaligheid en onderzoeken wat en wie er verder door mag dringen in mijn lijf. Geen gifgroene rook dus. Maar hoe weet ik nu zo zeker dat het groen gif is? Groen staat toch meestal voor veilig? Safe. Hoe weten mijn ogen dan dat het beter is om de neus te sluiten? Intuïtie, overtuiging, vooroordelen, kennis, wikipedia? Wie zal het zeggen? Ja, ik dus. Ik zal toch echt zelf in deze moeilijke kwestie het heft in handen moeten nemen.
Het heft? Wat is nu weer het heft? Iets verhevens misschien? Het eerste waar ik aan moet denken is een mes. Een mes heeft toch een heft? Een handvat? Maar hoe steek ik groen gif nu neer? Dat is toch vechten tegen windmolens? Gelijk een Don Quichotte die met zijn zwaard groene ballonnetjes doorprikt. Ik weet het niet. Misschien moet ik mij afwenden en heen gaan. Naar elders. Waar elders dan ook mag zijn. Maar dat is dan weer een zwaktebod. Afkeren van iets wat ik niet ken. Hoe zit het dan met verwondering?
Misschien is het gifgroen wel helemaal niet zo gif. Zal ik dan toch maar de neus een klein stukje openzetten? Ach ja, waarom niet? Gisteren heb ik nog een draak in zijn bek gekeken. En wat deed ie? Hij gaf gewoon een knipoog. Vet!
Steile rotsen (21-06-2016)
Het begint nu wel erg onbehaaglijk te voelen. Het vocht druipt van de muren af terwijl het niet eens regent. De zon heb ik al weken niet gezien. Althans, zo voelt het. Het bruin van de vakantie ben ik allang kwijt. Ik ga voor de verandering maar weer eens linksaf. Niet te vaak. Ik wil niet in cirkels lopen. Zou ik toch een levend wezen tegenkomen? Een pratend levend wezen. Die mijn taal spreekt. Ik zou blij zijn.
'Hallo, wie loopt daar in mijn labyrint?'
Ik schrik. Waar komt die piephoge stem vandaan? De vraag wordt nog een keer herhaald. Piephoge stem, zou het dan van boven komen. Ik strek mijn nek die zeer doet van het in het duister staren. De zon schiet in mijn ogen en maakt me blind voor wat ik zie. Ergens boven op de stijle rotsen word ik iets gewaar dat spreekt. Ik blijf niet onopgemerkt.
'Wie ben jij en hoe kom jij in mijn labyrint?'
Teveel vragen. Ik ben te uitgeput om te antwoorden. De vage vorm krijgt langzaam gestalte. Vanuit kikkerperspectief moet het welhaast een enorme reus zijn die op mij neerkijkt. Een gebochelde reus, nu ik goed kijk. Hoe ik hier ben gekomen? Ik heb werkelijk waar geen idee. Ik heb nog drie minuten om een antwoord te vinden. Een verstaanbaar antwoord, in reuzentaal.
'Je krijgt nog twee minuten om te antwoorden!'
Dat is niet eerlijk en niet genoeg. Vlug waag ik een poging en praat de reus naar zijn mond. Ik vertel dat ik met mijn kleine paardje een sprong waagde van B5 naar C3 en me plots op een onbewoond eiland begaf. Omzoomd door hoge steile rotsen. Mijn paardje, dat goed kan zwemmen heeft een gat gevonden in de steile rotsen. En dat gat ben ik nu kwijt, net als mijn paard.
'Ha, ha, daar geloof ik helemaal niets van. Mijn labyrint is geen schaakmat, maar een damkleed. Kies bij de volgende viersprong het midden en je komt terecht. Veel succes!'
Familiegeheimen (22-06-2016)
Een familiegeheim ontstaat niet zomaar. Vaak gaat er een proces van rijping aan vooraf. Het moet groeien. Net als een goed verhaal. Want laten we eerlijk zijn. Vaak zijn ze om te smullen, die familiegeheimen. De verborgen dochters of zonen. De vreemdgang. Het doorgeschoven familiekapitaal. Op rekeningen die zelfs op de Bahama's onbekend zijn. Om op te maken dan. Wie wil er nu een schuld erven? Naast alle ellende is dat too much. Gelukkig weten de gieren er niet altijd van. Waardoor boontje om zijn of haar loontje komt. Alsof er geen vrouwelijke bonen bestaan. Ja, ja, hangend aan staken. Zou het daar vandaan komen. Het mannelijke? Wat? Alsof vrouwen niet mogen staken? Onzin. Sinds ze van het aanrecht geklommen zijn, mogen ook zij staken. Op het aanrecht desnoods. Vrouwvriendelijk. Dat wel. Manvriendelijk bestaat dan weer niet. Onmogelijk. Juist zij hebben het het hardst nodig. Vriendelijk wezen. Een kostbaar erfgoed. Brengt me weer terug bij de familie. Het geheim en zijn of haar geschiedenis. U mag het dit keer zelf invullen lieve lezer(es of in). Want zijn die wezen wel zo vriendelijk? Zonder pa en ma geen familie? Onzin. Ze kunnen evengoed een broer of zus hebben. En dan heb je toch wat te (ver)delen. Maar hoe komen die familiegeheimen nu toch uit? Wel, heel simpel. Via de televisie. Het gaat niet lang meer duren en dan maken ze er een quiz van. Read my lips. Zoiets. Leuke titel zou dat al zijn. Marietje heeft een zusje. Ze voelt het. Ze weet het zeker. Ze gaat op zoek. Wat en wie gaat ze inzetten? Een soort Cluedo. Maar dan anders. Er wordt niet iemand vermoord, maar iemand geboren. Food for thoughts. De winnaar krijgt een reis aangeboden. Naar een plek naar keuze. Want wie weet er nu waar wezen wezen moeten? Laten we daar vooral geen geheim van maken. Get lost of Ga los. Zo zou het nieuwe programma ook kunnen heten. Get lost op de Ga los pa of ma eilanden.
Is het eten klaar? (24-06-2016)
Bezweet, het zoute water op rug, voorhoofd en bovenbenen, pluk ik mij het apelazarus. Het onkruid moet eruit. Nog voor het eten klaar is. Ik ben halverwege het grindpad dat als een T-splitsing in mijn tuin ligt. Wel zo handig met water geven en onkruid plukken. Eerst heb ik zorgvuldig het grindpad zelf ontgrast, ontmost en ontplant. Daarna, maagd als ik ben, heb ik het grind, of beter gezegd de kiezel zorgvuldig gekamd met de hark. Alles ligt weer recht. I love it. Ik kijk even op mijn horloge, dat ik niet om heb? Afgedaan voor het tuinieren. Logisch toch? Maar ik weet de tijd. Geen tijd meer. Voor de zekerheid geef ik een gil naar achteren. ‘Is het eten al klaar?’
Vanuit de keuken komt onmiddellijk antwoord. ‘Je hebt nog vijf minuten!’ Vijf minuten! Waarom heeft ze mij niet eerder gewaarschuwd? Verdomme. Mijn hoofd maakt overseconden. Laatste stukje nog afmaken? Alles laten vallen? Snel nog even douchen? Haal ik niet meer. Malloot. Timing, I hate it. Adem in adem uit. Ik hou vast aan afspraken die ik met mezelf heb gemaakt. Laat je niet gek maken. Alles een voor een afhandelen. Dat geeft rust. Ik maak in vijf minuten tijd de een na laatste border af. Balen dat ik de laatste niet meer heb gered. Het zij zo. Ik ruim het tuinafval en de tuinspullen op. Rennend. Vlieg de trap op richting douche. Zet de kraan aan terwijl ik me uitkleed en jump onder de douche. In vier vegen haal ik het zand van alle kanten van het lijf. De tenen vragen extra aandacht. Vooruit dan. Bukken.
Nog lekkend schuif ik aan tafel.
‘Wat eten we lief?’
‘Waterzooi!’
‘Mmm … lekker!’
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Koud voetenbad (01-06-2016)
Ik zit niet lekker in mijn vel. Wat ik dan meestal doe is een voetenbad nemen. Bijgeloof? Wie zal het zeggen? Eerder macht der gewoonte. Het helpt met aarden. Hoe dan ook. Ook geeft het verplichte rust. Met een voetenbad aan je voeten kun je niet veel actie ondernemen. Ik heb het wel eens geprobeerd hoor. Gelijktijdig een voetenbad nemen en boodschappen doen. Geen succes. Ik heb de kassa bij de supermarkt niet gehaald. Althans, niet met warm water. Kon onderweg ook niet echt bijvullen. AH is best klantvriendelijk, maar mijn verzoek ging toch iets te ver. Ik was al verbaast dat ze me toelieten met een voetenbad. Na de groenteafdeling moest ik echter al afhaken. Mijn voetenbad was lek gestoken door een cactus die toevallig op de grond lag. Nu rijzen wellicht twee vragen. 1) Wat doet een cactus in een supermarkt? 2) Hoe kan een cactus een voetenbadje lek maken? Het antwoord op beiden vragen is edoch eenvoudig. 1) AH hield een cactusproef die toevallig die week liep. Om te laten zien dat cactussap in drinkpakken weldegelijk cactus bevat. Een stekelige dame legde dat uitstekend uit. Echter een cactus was er toevallig even tussenuit uitgepiept. Had zich op de grond laten vallen, net op het moment dat ik voorbij liep. En dan zegt men dat toeval niet bestaat. Een kruising van twee wegen? Ik heb het geweten. 2) Mijn voetenbadje bleek van inferieure kwaliteit. Nooit meer koop ik voetenbadjes van de Zeeman. Wat natuurlijk wel gelijktijdig kan is een voetenbad nemen en schrijven. Maar of je daar nu zo rustig van wordt? Dat is voor jullie een vraag, voor mij vanaf nu een weet.
Een ronde tafel (03-06-2016)
Vandaag wordt eindelijk een besluit genomen over de openingstijden van kasteel Gwinnieverstupidi. Alle ridders uit de wijde omgeving zijn opgetrommeld. Aan het hoofd van de grote zware eiken rechthoekige tafel zit het hoofd. Het hoofd knikt naar alle aanwezigen en opent de vergadering. Of er nog nieuwe agendapunten zijn en of er nog een wisseling moet komen in de agenda? Stilte.
Helemaal aan het einde linksachter in de hoek, steekt de arm zijn arm op. Geen nieuw agendapunt maar wel een verzoek tot wisseling van een agendapunt. Of het bepalen van de locatie en inrichting voor het houden van de vergadering naar voren geschoven kan worden. Het agendapunt eindigt altijd op de laatste plaats en wordt nooit behandeld. Daar baalt de arm van. Het hoofd knikt en vraagt alle aanwezigen hoe zij daar over denken. Prima plan wordt er gemompeld. Wisselen met agendapunt een? En de openingstijden dan? Komen die dan nog wel aan de beurt? Vast.
Alle ridders stemmen voor de wisseling. De huidige kamer en tafel worden ter discussie gesteld. De locatie is te krap, is donker en ruikt muf. De tafel waaraan vergaderd wordt is een onding. Rechthoekig en veel te lang. Sommige ridders worden niet gezien. Iemand een idee? Een ronde tafel plaatsen in de serre. De serre? Gwinnieverstupidi heeft geen serre. Dan bouwen we een serre. We? Het gepeupel. Goed plan. Door de ronde tafel kan iedereen elkaar zien. In een serre schijnt meer licht en stroomt meer frisse lucht.
Tot zover alles koek en ei. Ware het niet dat het hoofd zijn bedenkingen heeft. Waar gaat het hoofd zitten aan een ronde tafel? Die vraag schiet door ieders hoofd. Alle ridders voelen de bui al hangen. Het hoofd gaat niet akkoord. Een prominente plek aan een ronde tafel is niet mogelijk. Wacht, wacht. Arm steekt nog eens zijn arm op. Een plek midden op de ronde tafel. Daar kan het hoofd toch zitten? No way. Het hoofd keert niemand de rug toe. Iets wat midden op een ronde tafel onvermijdelijk is. We denken er nog even over na. Het volgende agendapunt.
Een familielegende (06-06-2016)
Ome Jan is de aap van de familie. De aap? De aap. Hij is de leukste, gekste, liefste oom. Ieder verjaardagsfeestje geeft hij partij. Slingert de mafste moppen uit zijn mouw. Mijn tantes vinden er niets aan. Maar ik smul. Zeker als ze een beetje erotisch getint zijn. Daar kunnen de tantes absoluut niet tegen. Dan worden de blikken snel afgewend en de neuzen in grote nep leren tassen gestoken. Er word dan en masse gegraaid naar lippenstift, eau de cologne, zakdoekjes of poederdozen. Een keer, werkelijk waar, deden alle tantes dat tegelijkertijd. Dat was een komisch gezicht. Ze vielen daarbij haast van hun stoel. Het was dan ook een hele erge, foute, schuine mop. Zo schuin dat ik hem hier niet kan neer typen. De mop zou van de regel vallen, zeker weten. Geen enkele mop vond de mop dan ook leuk. Zelfs Moppie niet.
Ome Jan trekt zich er nooit iets van aan en hakt altijd als eerste zijn gebakje snel naar binnen. Om de volgende mop te vertellen. Een keer heeft ome Jan het zo bont gemaakt met het tappen van moppen dat alle tantes stante pede opstonden en een hun vertrek aankondigden. De ooms volgden gedwee. Ze waren niet opgewassen tegen boze tantes. De mop die het vertrek bewerkstelligde ging niet eens over seks. Nee, die ging veel dieper. Ook deze mop zal ik hier niet te berde brengen. Ik zou niet durven. Stel dat een van de tantes mee zou lezen. Ik moet er niet aan denken.
Enfin. Op deze manier werd ome Jan wel een familielegende. Sommige tantes nodigen ome Jan niet meer uit. Of ze bellen met tante Sjaan om te vragen wanneer ome Jan weer een visavond heeft. Dan plannen ze hun verjaardag op die dag. Echt waar. Jan houdt namelijk van vissen bij avondlicht. Eigenlijk is hij best een romanticus. Maar niet op het gebied van moppen tappen. De eerste romantische mop moet sowieso nog uitgevonden worden. Uitgezonderd tante Moppie. Dat is en blijft een schatje. Zij heeft altijd een picknickmand en kaarsjes bij zich. Voor het geval dat.
Faliekant mislukt (07-06-2016)
Geschokt ben ik door het nieuws. The Greatest is overleden. En dan weet iedereen meteen wie ik bedoel. Cassius Clay oftewel Muhammad Ali. De bokser die niet alleen een bokser was met vuisten, maar ook met zijn mond en hart. Binnen en buiten de ring. Hij is niet meer. Na een slepende ziekte, hij leed aan Parkinson, zijn ineens de geleerden het erover eens. Parkinson was het gevolg van de rake klappen die hij al die jaren tegen zijn hoofd kreeg. Maar daarover heeft Ali nooit geklaagd. Sterker nog. Als een echte bokser stond hij voor zijn ziekte en ook voor de mensen die daaronder lijden. Tot tranen toe geroerd was ik toen hij in Atlanta waardig en met trillend lijf, de Olympische vlam ontstak. Wat een held. Dan ben je groot.
Zijn uitspraken waren legendarisch. Hij liet zich niet voor het karretje spannen. Nooit. Zelfs het leger had geen vat op hem. Er was geen enkele Vietcong die hem 'nigger' noemde, waarom zou hij dan tegen hen vechten? Een standbeeld voor deze man. Maar dan toch. Het moet gezegd. Uiteindelijk ging het toch mis met Ali. Financieel raakte hij aan de grond. Hij moest weer boksen. Opboksen. Een faliekant mislukte laatste rentree. Hij kreeg rake klappen, de tegenstander raakte zijn faliekant, zijn scheve kant, met een niet rechte hoek. Hoe pijnlijk. RIP greatest of all!
Het ruikt hier naar rook (14-06-2016)
Ik grijp naar mijn neus en knijp de vleugels dicht. Dit wil ik niet ruiken. Deze rook. Het is rook die helemaal verkeerd is. Dat zie je zo. Daarvoor heb je ogen. De rook is groen. Gifgroen. En ik wil helemaal niet weten hoe gifgroen ruikt. Dat bedenk ik zodra mijn ogen de rook gewaar worden. Mijn neus hoeft dat niet te doen. Die is veel gevoeliger dan mijn ogen. Sterker nog. Vaak is mijn neus de aanleiding voor nattigheid die uit mijn ogen komt. Door woede of verdriet, maar ook van blijdschap. Dat laatste wordt nog wel eens vergeten. Helaas.
Nee, de ogen zijn mijn ziel en zaligheid en onderzoeken wat en wie er verder door mag dringen in mijn lijf. Geen gifgroene rook dus. Maar hoe weet ik nu zo zeker dat het groen gif is? Groen staat toch meestal voor veilig? Safe. Hoe weten mijn ogen dan dat het beter is om de neus te sluiten? Intuïtie, overtuiging, vooroordelen, kennis, wikipedia? Wie zal het zeggen? Ja, ik dus. Ik zal toch echt zelf in deze moeilijke kwestie het heft in handen moeten nemen.
Het heft? Wat is nu weer het heft? Iets verhevens misschien? Het eerste waar ik aan moet denken is een mes. Een mes heeft toch een heft? Een handvat? Maar hoe steek ik groen gif nu neer? Dat is toch vechten tegen windmolens? Gelijk een Don Quichotte die met zijn zwaard groene ballonnetjes doorprikt. Ik weet het niet. Misschien moet ik mij afwenden en heen gaan. Naar elders. Waar elders dan ook mag zijn. Maar dat is dan weer een zwaktebod. Afkeren van iets wat ik niet ken. Hoe zit het dan met verwondering?
Misschien is het gifgroen wel helemaal niet zo gif. Zal ik dan toch maar de neus een klein stukje openzetten? Ach ja, waarom niet? Gisteren heb ik nog een draak in zijn bek gekeken. En wat deed ie? Hij gaf gewoon een knipoog. Vet!
Steile rotsen (21-06-2016)
Het begint nu wel erg onbehaaglijk te voelen. Het vocht druipt van de muren af terwijl het niet eens regent. De zon heb ik al weken niet gezien. Althans, zo voelt het. Het bruin van de vakantie ben ik allang kwijt. Ik ga voor de verandering maar weer eens linksaf. Niet te vaak. Ik wil niet in cirkels lopen. Zou ik toch een levend wezen tegenkomen? Een pratend levend wezen. Die mijn taal spreekt. Ik zou blij zijn.
'Hallo, wie loopt daar in mijn labyrint?'
Ik schrik. Waar komt die piephoge stem vandaan? De vraag wordt nog een keer herhaald. Piephoge stem, zou het dan van boven komen. Ik strek mijn nek die zeer doet van het in het duister staren. De zon schiet in mijn ogen en maakt me blind voor wat ik zie. Ergens boven op de stijle rotsen word ik iets gewaar dat spreekt. Ik blijf niet onopgemerkt.
'Wie ben jij en hoe kom jij in mijn labyrint?'
Teveel vragen. Ik ben te uitgeput om te antwoorden. De vage vorm krijgt langzaam gestalte. Vanuit kikkerperspectief moet het welhaast een enorme reus zijn die op mij neerkijkt. Een gebochelde reus, nu ik goed kijk. Hoe ik hier ben gekomen? Ik heb werkelijk waar geen idee. Ik heb nog drie minuten om een antwoord te vinden. Een verstaanbaar antwoord, in reuzentaal.
'Je krijgt nog twee minuten om te antwoorden!'
Dat is niet eerlijk en niet genoeg. Vlug waag ik een poging en praat de reus naar zijn mond. Ik vertel dat ik met mijn kleine paardje een sprong waagde van B5 naar C3 en me plots op een onbewoond eiland begaf. Omzoomd door hoge steile rotsen. Mijn paardje, dat goed kan zwemmen heeft een gat gevonden in de steile rotsen. En dat gat ben ik nu kwijt, net als mijn paard.
'Ha, ha, daar geloof ik helemaal niets van. Mijn labyrint is geen schaakmat, maar een damkleed. Kies bij de volgende viersprong het midden en je komt terecht. Veel succes!'
Familiegeheimen (22-06-2016)
Een familiegeheim ontstaat niet zomaar. Vaak gaat er een proces van rijping aan vooraf. Het moet groeien. Net als een goed verhaal. Want laten we eerlijk zijn. Vaak zijn ze om te smullen, die familiegeheimen. De verborgen dochters of zonen. De vreemdgang. Het doorgeschoven familiekapitaal. Op rekeningen die zelfs op de Bahama's onbekend zijn. Om op te maken dan. Wie wil er nu een schuld erven? Naast alle ellende is dat too much. Gelukkig weten de gieren er niet altijd van. Waardoor boontje om zijn of haar loontje komt. Alsof er geen vrouwelijke bonen bestaan. Ja, ja, hangend aan staken. Zou het daar vandaan komen. Het mannelijke? Wat? Alsof vrouwen niet mogen staken? Onzin. Sinds ze van het aanrecht geklommen zijn, mogen ook zij staken. Op het aanrecht desnoods. Vrouwvriendelijk. Dat wel. Manvriendelijk bestaat dan weer niet. Onmogelijk. Juist zij hebben het het hardst nodig. Vriendelijk wezen. Een kostbaar erfgoed. Brengt me weer terug bij de familie. Het geheim en zijn of haar geschiedenis. U mag het dit keer zelf invullen lieve lezer(es of in). Want zijn die wezen wel zo vriendelijk? Zonder pa en ma geen familie? Onzin. Ze kunnen evengoed een broer of zus hebben. En dan heb je toch wat te (ver)delen. Maar hoe komen die familiegeheimen nu toch uit? Wel, heel simpel. Via de televisie. Het gaat niet lang meer duren en dan maken ze er een quiz van. Read my lips. Zoiets. Leuke titel zou dat al zijn. Marietje heeft een zusje. Ze voelt het. Ze weet het zeker. Ze gaat op zoek. Wat en wie gaat ze inzetten? Een soort Cluedo. Maar dan anders. Er wordt niet iemand vermoord, maar iemand geboren. Food for thoughts. De winnaar krijgt een reis aangeboden. Naar een plek naar keuze. Want wie weet er nu waar wezen wezen moeten? Laten we daar vooral geen geheim van maken. Get lost of Ga los. Zo zou het nieuwe programma ook kunnen heten. Get lost op de Ga los pa of ma eilanden.
Is het eten klaar? (24-06-2016)
Bezweet, het zoute water op rug, voorhoofd en bovenbenen, pluk ik mij het apelazarus. Het onkruid moet eruit. Nog voor het eten klaar is. Ik ben halverwege het grindpad dat als een T-splitsing in mijn tuin ligt. Wel zo handig met water geven en onkruid plukken. Eerst heb ik zorgvuldig het grindpad zelf ontgrast, ontmost en ontplant. Daarna, maagd als ik ben, heb ik het grind, of beter gezegd de kiezel zorgvuldig gekamd met de hark. Alles ligt weer recht. I love it. Ik kijk even op mijn horloge, dat ik niet om heb? Afgedaan voor het tuinieren. Logisch toch? Maar ik weet de tijd. Geen tijd meer. Voor de zekerheid geef ik een gil naar achteren. ‘Is het eten al klaar?’
Vanuit de keuken komt onmiddellijk antwoord. ‘Je hebt nog vijf minuten!’ Vijf minuten! Waarom heeft ze mij niet eerder gewaarschuwd? Verdomme. Mijn hoofd maakt overseconden. Laatste stukje nog afmaken? Alles laten vallen? Snel nog even douchen? Haal ik niet meer. Malloot. Timing, I hate it. Adem in adem uit. Ik hou vast aan afspraken die ik met mezelf heb gemaakt. Laat je niet gek maken. Alles een voor een afhandelen. Dat geeft rust. Ik maak in vijf minuten tijd de een na laatste border af. Balen dat ik de laatste niet meer heb gered. Het zij zo. Ik ruim het tuinafval en de tuinspullen op. Rennend. Vlieg de trap op richting douche. Zet de kraan aan terwijl ik me uitkleed en jump onder de douche. In vier vegen haal ik het zand van alle kanten van het lijf. De tenen vragen extra aandacht. Vooruit dan. Bukken.
Nog lekkend schuif ik aan tafel.
‘Wat eten we lief?’
‘Waterzooi!’
‘Mmm … lekker!’
15-09-2015
Wat ik graag zou willen hebben
Ik was twaalf toen ik hem voor het eerst zag. Zag en voelde. Wauw, wat een geweldige ervaring. Groen en stekelig was ie en bovenop zijn top een hele kleine bloem. Ik mocht er niet aankomen. Heb dat ook lang niet gedaan. Totdat ik de verleiding niet meer kon weerstaan. Heel, heel voorzichtig betastte ik zijn ranke lijf. Fier omhoog stond ie. Althans, naar mijn idee. Anderen zeggen dat ie een beetje scheef stond. Maar dat vond ik niet. Voor mij was ie zo recht als een paal. Helemaal onderaan had ie een heel klein beetje haar. Donzig. Engelenhaar. Daar leek het op. Zo’n haar dat je met Kerstmis in de boom en bovenop de stal drapeert.
De bloem op de knop was werkelijk prachtig. Diep roze. Van bovenaf gezien tweelobbig. Ja, het bloemetje was tweelobbig. Dat heb ik pas later geleerd. Tijdens biologie op school. Dat een bloem een of meerdere lobben kan hebben. Ook leerde ik waarom de groene paal zo stekelig was. Om zich te weren tegen vreemde indringers. Vreemd want wie wilde nu indringen in dit mooie ding. Niemand toch?
Hij heeft mijn hele jeugd op de vensterbank gestaan. Bij mijn opa en oma. Toen die naar het bejaardenhuis gingen heb ik nog gevraagd of ik hem mocht hebben. Maar daarover waren ze het samen niet een twee drie eens. Ik had ook nog broers en zusters en die hadden ook gevraagd aan opa en oma of ze dat maffe ding in de vensterbank mochten hebben.
Heel even hebben we nog geprobeerd om het ding te splitsen. Het had in de loop der jaren een paar aftakkingen gekregen. Daar waar eerst diep roze bloempjes zaten. Maar de stekken waren helaas geen lang leven beschoren. En toch. Ik zou dat ding heel graag willen hebben. De hele stam. Niet alleen de stukken.
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van schrijfopdracht ‘Schrijfveren’.
Een idee van Hella Kuipers in samenwerking met redactie ColumnX.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Wat je heel graag zou willen hebben (7 september 2015)
De bloem op de knop was werkelijk prachtig. Diep roze. Van bovenaf gezien tweelobbig. Ja, het bloemetje was tweelobbig. Dat heb ik pas later geleerd. Tijdens biologie op school. Dat een bloem een of meerdere lobben kan hebben. Ook leerde ik waarom de groene paal zo stekelig was. Om zich te weren tegen vreemde indringers. Vreemd want wie wilde nu indringen in dit mooie ding. Niemand toch?
Hij heeft mijn hele jeugd op de vensterbank gestaan. Bij mijn opa en oma. Toen die naar het bejaardenhuis gingen heb ik nog gevraagd of ik hem mocht hebben. Maar daarover waren ze het samen niet een twee drie eens. Ik had ook nog broers en zusters en die hadden ook gevraagd aan opa en oma of ze dat maffe ding in de vensterbank mochten hebben.
Heel even hebben we nog geprobeerd om het ding te splitsen. Het had in de loop der jaren een paar aftakkingen gekregen. Daar waar eerst diep roze bloempjes zaten. Maar de stekken waren helaas geen lang leven beschoren. En toch. Ik zou dat ding heel graag willen hebben. De hele stam. Niet alleen de stukken.
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van schrijfopdracht ‘Schrijfveren’.
Een idee van Hella Kuipers in samenwerking met redactie ColumnX.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Wat je heel graag zou willen hebben (7 september 2015)
Schrijfveren September 2015 (1 t/m 15)
Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
1. Afhankelijk van het seizoen
Daar zit ik dan. Naakt aan tafel achter mijn iPad. De kookwekker heb ik gezet op 15 minuten. De tafel heb ik niet opgeruimd. Nergens voor nodig, want de woorden die ik zoek vind ik hoe dan ook in chaos. Het klopt en het knaagt tussen de oren en ik denk 'waarom?'. Goede vraag. Waarom doe ik dit in al mijn naaktheid. Schrijven tot mijn stuitje pijn doet. Ik kijk even naar links om te kijken of ik de gordijnen wel heb dicht gedaan? De buren zouden toch eens voorbij lopen en mij zien? Moet er niet aan denken. De kans is groot dat ik gespot wordt. Het is in onze wijk het startmoment voor de terugkeer van al die mensen die werken. En ze kijken allemaal bij ons binnen. 'Is ie al thuis?' Staat dan op hun gezicht te lezen. Ja, hij is thuis.
Ik laat me niet kennen en schrijf rap verder. Het is de moeilijkste opdracht die ik mezelf tot nu toe gegeven heb. Nu ja, gegeven, hij is min of meer toebedeeld. Had ik dan keuze? Ja. Doen of niet doen. Ik heb gekozen voor doen. Pragmaticus als ik ben. Ik sta wel onder grote tijdsdruk merk ik. De klok tikt af. Geluidloos. Kan dat? Ja dat kan. De cijfers die verspringen als een verdwaald paard op een schaakbord in het kookwekkerscherm. Maken geen geluid maar tikken, of beter gezegd, klappen open en dicht. Althans gedeelten van de cijfers. Ze staan nu op 6:27. Ik zag het in een flits. Haast geboden dus, wil ik nog iets zinnigs zeggen in deze eerste schrijfwijzer.
Waarom haast? Is toch nergens voor nodig. De blaadjes vallen reeds van de bomen. De noten ook. In de zomer? Ja, in de zomer. Is dat niet afhankelijk van het seizoen? Nee dus. Ben je gek? De natuur staat op zijn kop. Wat zeg ik, de natuur valt op zijn kop. Ook al is de meteorologische herfst al ingevallen het blijft vreemd dat babyduiven uit hun nestje vallen. Op hun ster. Zo ligt er hier eentje voor mijn voeten. Een kaal roze lelijk klein karkasje met een bloedlip. Gevallen uit het kersverse nest van een laat verliefd, verloofd, getrouwd duivenkoppeltje. Zonde. Doodzonde.
2. Levende draken
Vuur en vlam spuwen ze in mijn nek. Het gonst aan de binnenkant van mijn schedel die regelmatig op ploffen staat. Zou ik een drakendoder vinden, ik zou hem meteen inhuren. Een edel en dankbaar beroep, drakendoder. Ridders hebben zich er in verslikt of aan vergrepen. Met wisselend resultaat. Uiteraard zijn de stoere verhalen van ridders die slaagden in hun missie (waarom noem ik het nu missie, het is maar een vak?) uitgebreid opgetekend. Wat mij meer fascineert zijn de verhalen van de ridders die faalden of net niet hun draak doden. Die zijn vaak veel heldhaftiger en zeker minder voorspelbaar. De ridder trouwt met de prinses die al haar hele leven zit te wachten op de drakendoder. Ammehoela. Geef mij maar een prinses die niet wacht. Bovendien, wat moet ik mijn leven lang in een kasteel als ik zelf al voortdurend gevangen zit in mijn hoofd. Dat leidt onmiddellijk tot hoofdbrekens. Hoofdbreker. Ook al zo'n mooi vak. Ik zie nooit vacatures voorbijkomen 'gezocht hoofdbreker, vooropleiding nog overeen te komen, prettige werkomgeving, kans op doorgroei, ervaring gewenst maar niet noodzakelijk'. Ik zou onmiddellijk solliciteren en ervoor gaan. Daarvoor geef je toch iedere baan of functie voor op? Naast die van drakendoder uiteraard. Ik denk ook dat een hoofdbreker meer kans maakt bij een prinses (en dan bedoel ik niet een prinses die al haar leven lang in een kasteel op een drakendoder zit te wachten). Een hoofdbreker immers breekt geen harten. Ja hooguit het hart bij hemzelf, maar dan denk ik, eigen schuld dikke bult. Het hart mag dan niet ver verwijderd zitten van het hoofd, voorzichtigheid blijft geboden. Voor hetzelfde geld sla je met de hamer volledig het licht uit in je eigen lijf. Niet doen!
3. De herkomst van mijn woorden
Ik brabbel wat voor me uit. Hardop en steeds luider articuleer ik vanachter uit mijn keel maffe woorden. Bri, brab, broe, bret. Kra, kro, kret. Drak, drek, drok. Arch, orch, ierch. Stop. Stop. Achter mij voel ik een hand in mijn nek. En nu opnieuw. Brie, brabe, broee, brete. Drake, dreke, droke. Arche, orche, ierche. Voel je het verschil. Achter in je keel. Ja, hardop. Nog een keer. Achter mij voel ik een hand achter op mijn rug langzaam omlaag kruipen. Plots stopt ie. Vlak onder mijn laatste rugwervel. Ik weet nu precies waar die zit. BRIB, BRABB, BROEB, BRETB. KRAB, KROB, KRETB. DRAKB, DREKB, DROKB. ARCHB, ORCHB, IERCHB. Helemaal goed. Ik stort bijna in. De laatste riedel is meer een hoestbui van woorden geworden. In de spiegel voor me zie ik dat iemand achter mij helemaal in een deuk ligt.
Les 1. Nooit luisteren naar de leraar. Les 2. Woorden spontaan op laten komen vanuit het middenrif. Nee dat ligt niet op de Bermuda’s. Les 3. Twee klinkers achter elkaar geef je altijd van katoen. Nee, daarvoor hoef je niet naar Texas Arizona. Het is hier godverdomme geen aardrijkskundeles. Les 4. Altijd voorover bukken zodra je denkt dat het woord er niet meteen uitkomt. De Efteling? Wat heeft dat er nu weer mee te maken? Het is hier geen pretpark. Vooruit nog een keer. Ik voel nu een hand langzaam over mijn billen richting knieholte gaan. Ja, ik weet het lezer. Ik zit anatomisch een beetje vreemd in elkaar. Het is daarom dat ik wat lichaamsdelen oversla. Edoch, ze doen niet ter zake in dit verhaal. Uiteindelijk beland de juffrouw bij mijn stembanden. Meteen raak. Doordat de juf zowel in knieholtes en stembanden knijpt krijg ik ineens een veel groter bereik. Het manifesteert zich onmiddellijk in de ruimte. Die wordt opgeslorpt door megagrote woorden van vreemd allooi. Waar komt dit ineens vandaan. Ga zo door. Het gaat goed. Roept de juf nog. Maar de woorden stijgen op. Geen idee wat de herkomst van mijn woorden is. Wat ik wel weet is dat ze tegen de muren bonken en elkaar ernstig storen en belemmeren in het overdrijven. In de juiste betekenis van het woord. Waar komt dat nu weer vandaan. Overdrijven. Er drijft hier niets over.
4. Hoe smaakt succes?
Van geen meter. Dat is het eerste dat in me opkomt. Succes is smakeloos. Het zingt eerst wat rond in je hoofd en daalt dan neer. Je wil het eigenlijk niet loslaten, succes, maar toch, omdat het geen geur heeft, geen smaak, geen tonggevoel lost het snel op in het geheugen. Heel, heel soms heeft het wel een smaak. Bitter. Dat is dan wat bij mij opkomt. Maar waarom bitter? Omdat je het niet geloofd? Of omdat je de afzender niet vertrouwd? Want waar komt succes vandaan? Wie of wat bepaald het succes? Meestal de ander of iets anders. Hoe vaker iets tot succes leidt. Hoe meer bitter het dan smaakt. Tenzij je het succes wel binnen laat komen. Niet voor maar achter op de tong. Waar zat die bittertransmitter ook alweer? Maar even serieus. Is dat nu de enige smaak die te detecteren valt bij succes. Nee, toch niet. Er is nog een andere smaak. Een smaak die wel nadere uitleg behoeft. Zoet namelijk. Maar alleen maar als het succes een overwinning betreft. Laat ik dat onderscheid maar meteen maken. Want succes kan ook een verlies inhouden. Kan dat? Ja, dat kan. Als ik mijn geduld verlies kan dat leiden tot succes. Dan laat ik namelijk los. Wordt misschien boos. Maar haal uiteindelijk wel een deadline. Ik schop hem onder de kont als het ware. Het lijkt een negatieve gewaarwording maar het is weldegelijk succesvol. Kortom het leidt tot succes. Anders komt dit schrijven bijvoorbeeld nooit af. Daarna ben ik natuurlijk bekaf. Dan kan het succes ook best wel zout of zuur gaan smaken. Ik drink dan gewoon een glaasje water. Het zuur en zout verdwijnt dan onmiddellijk. Heeft succes dan ook nog een bite? Een krokantje? Kraakt succes? Soms. Het kan de structuur van zand hebben. Maar dan komt het knarsetandend binnen. In twijfel trekken zeg ik dan. Succes mag nooit schuren. Het moet makkelijk te verteren zijn en niet in je mond blijven hangen. Vaak wordt succes in een keer doorgeslikt. Maar dat is ook niet goed.
5. Nieuwjaarswens
Wat vroegen de Romeinen vroeger, heel vroeger met Nieuwjaar? Een nieuw land, een leuke vrouw, een nieuw huis, goede gezondheid, een voorspoedige jacht, goed gereedschap, nieuwe riolering? Ik had het wel weten. Dat ze iets vroegen is al lang geleden vastgelegd. Door degenen die daarna kwamen. Hoe heetten ze ook alweer? De Middeleeuwers, de Goten, de Hunnen? In ieder geval mannen, vooral mannen in een zwarte of grijze jurk. Die woonden boven in donkere burchten, een soort van kastelen, maar dan zonder torens en die verveelden zich te pletter. Er kwam ook geen kip naar die burchten, naar die vierkanten kloosters, nu weet ik het weer hoe ze heetten. Het enige wat ze konden doen was beschouwen. De wereld beschouwen, de geschiedenis. Een beetje filosoferen en hogere sferen aanroepen. Ze stonden heel vroeg op en zaten de hele dag, of nee stonden de hele dag, vanalles op te tekenen wat in hun hoofd kwam. Dat deden ze met veren. Schrijfveren. Met zwarte en gekleured inkt. Eerst maakten ze met een soort potlood een schets. En daarna vulden ze de letters en de beelden die erbij kwamen in. Zo weten we dat de Romeinen heel graag op jacht gingen, met alles wat los en vast zat de liefde bedreven, vreemde wapens ontwierpen en een kei waren in irrigatie en wegenbouw. O ja, en landje pik deden ze ook graag. Todat er grote olifanten over de Alpen trokken. Toen trokken ze het heel even niet meer. Ze werden bij de ballen gegrepen en kregen een koekje van eigen deeg. Dat koekje smaakte niet echt goed, want de Hannies die konden niet zo lekker koken als de Romeinen. Soep met Hannieballen was het topgerecht. Word nu nog gekook bij De Wereld Draait Door. Allemaal gelezen in oude boeken. Ja, echt!
6. Oude liefdesbrieven
Ik heb ze altijd in mijn tas zitten. Zoveel post ontvang je tegenwoordig niet meer. Ze zitten stevig verpakt in oud bruin papier met een vlasachtig touwtje er omheen gebonden. Het past prima in mijn tasje. Zo weet ik ook meteen waar ik mijn smartphone kan opbergen. Afhankelijk van mijn stemming aan de binnen- of buitenzijde van het liefdesbriefpakketje. Gezien vanaf mijn lende waar de tas hangt. Voor de duidelijkheid, die hangt altijd aan mijn linkerzijde. Immers met rechts moet ik altijd een hand kunnen geven. Dat is lastig als de tas rechts hangt.
De oudste brief uit mijn liefdesbriefpakketje stamt uit 1823. Van Pieternel aan Theodorus. Ik noem bewust geen achternamen. Ze zouden eens mee kunnen lezen? Ik moet er niet aan denken. Lieve Theodorus, ik loop hier door het bos en denk aan jou. Alleen aan jou. Liefs, Pieternel. Ja de liefdesbrieven uit 1823 spraken bepaald geen boekdelen. Kan ook niet. Want dan pasten ze niet in de enveloppe. Hadden ze nu ook niet in mijn tasje gepast. Er zijn beperkingen aan de grootte van tasjes, net zo goed als aan het formaat liefdesbrieven. Zeker de oude.
De mooiste liefdesbrief uit mijn pakketje is die van Charles aan Diana. Hoe ik daar aan kom? Dat ga ik niet vertellen. Ik wil geen paparazzi wakker maken. Ik weet echt wel wie hier allemaal meeleest. Tipje van de sluier dan maar? Kan het niet laten als auteur en de lezer moet bevredigd, nietwaar? Ik kreeg de brief toegestopt van Elizabeth herself. Herself had er nogal moeite mee dat ...
De rest is geschiedenis. Liefdesgeschiedenis die ik altijd meedraag in mijn tasje. Ik overweeg binnenkort een rugzak te kopen. Het schijnt dat je daar veel meer in kunt opbergen. Dan kan ik het lekker meezeulen op mijn rug. Dan kan ik mijn collectie oude liefdesbrieven ook flink uitbreiden. Want er is niets leuker dan kunnen putten uit oude liefdesbrieven. Geluk, verdriet, weemoed, moed, hoop, verlangen, troost, allemaal gebundeld in oud bruin papier met vlasachtig touw verbonden. Prachtig toch?
En ooit, ooit, schrijf ik er een lied over. Een liefdeslied. Zeker weten. Met wel honderd kwatrijnen. Nee, meer. Oneindig veel kwatrijnen. Een neverending liefdeslied. Nooit, nee nooit hoeft men dan nog op auto repeat te drukken.
7. Wat je heel graag zou willen hebben
Ik was twaalf toen ik hem voor het eerst zag. Zag en voelde. Wauw, wat een geweldige ervaring. Groen en stekelig was ie en bovenop zijn top een hele kleine bloem. Ik mocht er niet aankomen. Heb dat ook lang niet gedaan. Totdat ik de verleiding niet meer kon weerstaan. Heel, heel voorzichtig betastte ik zijn ranke lijf. Fier omhoog stond ie. Naar mijn idee. Andere zeggen dat ie een beetje scheef stond. Maar dat vond ik niet. Voor mij was ie zo recht als een paal. Helemaal onderaan had ie een heel klein beetje haar. Donzig. Engelenhaar. Daar leek het op. Zo’n haar dat je met Kerstmis in de boom en bovenop de stal drapeert.
De bloem op de knop was werkelijk prachtig. Diep roze. Van bovenaf gezien tweelobbig. Ja het bloemetje was tweelobbig. Dat heb ik later pas geleerd. Tijdens biologie op school. Dat een bloem een of meerdere lobben kan hebben. Ook leerde ik waarom de groene paal zo stekelig was. Om zich te weren tegen vreemde indringers. Vreemd want wie wilde nu indringen in dit mooie ding. Niemand toch? Indringend bekijken, dat is nog tot daar aan toe. Maar verder wil ik toch niet gaan.
Hij heeft mijn hele jeugd op de vensterbank gestaan. Bij mijn opa en oma. Toen die naar het bejaardenhuis gingen heb ik nog gevraagd of ik hem mocht hebben. Maar daarover waren ze het niet zomaar een twee drie eens. Ik had ook nog broers en zusters en die hadden ook gevraagd aan opa en oma of ze dat maffe ding in de vensterbank mochten hebben.
Heel even hebben we nog geprobeerd om het ding te splitsen. Hij had in de loop der jaren wat aftakkingen gekregen. Daar waar eerst diep roze bloempjes zaten. Maar de stekken waren helaas geen lang leven beschoren. En toch. Ik zou dat ding toch heel graag willen hebben.
8. Papiermolen
De papiermolen, ik heb hem aangemeld bij de redactie van de Dikke van Dalen. Het woord kan eruit. Zowel uit de papieren als de digitale versie. Het kent te veel betekenissen en is daarmee ambigue. Ik raak er van in de war. En dat is nu juist niet de bedoeling van woorden.
Ik kom er al in de vroege ochtend mee in contact. Met de papiermolen. Hij hangt bij ons links van het toilet. Boven rechts. Zo blijf ik geoefend in beide armen. In de keuken hangt er ook een. In de keuken? Ja, in de keuken. Ik gebruik geen koffiebonen, maar papier. Waarom? Omdat al die reclamekrantjes die iedere dag bij ons in de papierbus vallen niet meer te pruimen zijn. Ik vreet ze niet meer. Ze gaan dus meteen de papiermolen in.
Ik trek er goedkope koffie van. Niet te pruimen, wel te zuipen. Het geeft een enorme besparing. Op deze manier onzinbladen consumeren. Ik stort wel iedere maand een euro op de rekening van de lokale voetbalvereniging, omdat die door mijn gedrag minder papier ophaalt. Als dank ontvang ik dan een gratis bingokaart voor de jaarlijkse bingoavond. Zo verdien ik bijna ieder jaar zelf wat extra's bij. Ik ben een tevreden man. Gelukkig in spel en liefde en ook in combinatie, het liefdesspel.
Maar terug naar de papiermolen. In zijn hoedanigheid als versnipperaar zou ik het woord mogelijk willen behouden. Ware het niet dat het woord papier op uitsterven staat. Ik heb uitgerekend dat het tempo waarmee bomen gekapt worden all over the world, de mensheid, dier- en plantenwereld, voor grote dilemma's stelt. Naar verwachting zullen er over pakweg tien jaar geen bomen meer zijn. Tegen die tijd verschijnt ook de nieuwe editie van de Dikke van Dale. Ik kan er maar beter op tijd bij zijn.
Achterhaalde woorden moeten eruit. Zo snel mogelijk door de woordenversnipperaar. We beschikken niet voor niets al jaren over computers. Een papiermolen is dan ook niet meer nodig om woorden en cijfers op te slaan, om jaren later, alsnog te vermalen. In Frankrijk noemen ze een computer niet voor niets een ordinateur. Het ordenen van woorden kan ook op een harde schijf. Boven de oceanen is plek genoeg voor opslag. In de cloud. Het waait met ter tijd vanzelf weg. Wel zo makkelijk.
De papiermolen is zo achterhaald, het museum in met dat ding. Zet er eentje langs de Kinderdijk. Wel eventjes fixeren met dure milieuvriendelijke lak. Het regent nogal in Nederland. En als Japanners en Chinezen aan een ding een hekel hebben, dan zijn het wel slappe papiermolens. Daar kun je ook geen entree voor heffen. Papiermolen eruit. Mallemolen erin.
9. Ik ben een held omdat ...
Ik ben een held omdat ... Nu moet ik hem toch onderbreken. Dit gaat echt te ver. In mijn leven ben ik genoeg blasé mannetjes en vrouwtjes tegengekomen om heldendom onmiddellijk te doorgronden en te bagatelliseren. Hoewel het uiteraard ook wel zijn charme heeft. Hoog van de toren roepen en dan afwachten wat het effect gaat zijn. Sommige ontvangers kunnen daar vreselijk onder lijden. Ze worden werkelijk waar kwaad. Pislink. Is dat dan het resultaat van effect. Pis die link over iemand wordt uitgestrooid. Ik dacht het niet.
Heldendom wordt altijd in context gezien van ontvangers en tijd. Het tijdsbestek bepaald ook voor een groot deel of iemand een held is. Heldendom moet door de tijd heen rijpen wil het echt beklijven. Laat ik een voorbeeld geven. Fredefor Mantibes. Ooit van gehoord? Ik kan u vertellen dat hij wereldberoemd is, was. In welke tijd? Precies, dat is het eerste wat u zich afvraagt? Waarom? De tweede vraag. Waarschijnlijk. Ik vul nu uw gedachten even in lezer.
Wel Fredefor Mantibes leefde in de vierde eeuw voor Christus. Voor wie? Juist ja voor Christus. Typisch gevalletje van iemand die het heldendom door de tand des tijds overleefd heeft. Hoewel men zijn bestaan ook wel in twijfel trekt. Door sommigen. En wat maakte Fredefor Mantibes zo belangrijk, zo'n held in de vierde eeuw voor Christus? Hij was de uitvinder van het heilige vuur, ook wel passie genoemd.
Nu denkt u misschien onmiddellijk? Bestond er voor de vierde eeuw voor Christus geen passie? Nou nee, niet echt. Althans het werd niet benoemd. De overlevering, daar gaan we weer, lulkoek denken sommigen onder ons nu, de overlevering verteld van de gebeurtenis die vooraf ging aan het benoemen van passie. De ontdekking van passie, het heilige vuur. Het schijnt dat Fredefor Mantibes zo'n mooie vrouw aanschouwde dat Fredefor keihard uitriep in vocalen: P - A - S - S - I - E.
Niemand begreep aanvankelijk waarom hij deze vocalen uitriep, totdat ook de anderen de vrouw aanschouwden. De passie was aldus geboren. Ik laat nu even in het midden of Fredefor een man of een vrouw was. In de vierde eeuw voor Christus vond men dat ook niet zo belangrijk. Nu wel. Het maakt alles uit. Man of vrouw zijn. Gelukkig is de passie gebleven. Een echte held die Fredefor Mantibes. Hij vond zichzelf geen held. Ik ook niet, wel. Waarom? Nou gewoon omdat ik het hier opschrijf.
10. Een vensterbank vol cactussen
Bergaf gaat het. Keihard. Een rode trui vliegt door de bocht. Door een Spaans landschap, vlak langs de weg. In een prachtig decor, een vensterbank vol cactussen. Achter hem iets blauws, iets Italiaans. Beiden zijn piepjong. Kennen geen enkele angst. De jeugdigheid jaagt, jaagt achter goud. Geen zilver want dat telt niet. Drie seconden scheidt Oranje van euforie. Limburgse zottigheid kent geen grenzen. Het is ook alweer zolang geleden. "Moreno ziet het allemaal gebeuren." Dat is wat de verslaggever in zijn microfoon roept. Hij zit niet eens achterop de motor. Er zit geen enkel Frans tussen. Dit is Spaans. Keihard Spaans ik wil alleen maar die 'Cabeza di carrera' zien. "Kop op!" schreeuw ik op het puntje van de stoel. Vanmolen rijdt elk gaatje dicht. Dat klinkt weer ouderwets. Heel Holland Toert. Zoetemelk herleeft. Janssen en Bogaard wie waren dat ook alweer? Zou het, zou het, mag het, mag het ...! De laatste kilometer komt eraan. Nummer 9 en 18 aan kop. Wie zijn dat? Hoe the fuck! Twee veteranen. Ze zijn niet meer belangrijk voor het algemeen klassement. Nicholas Roche wint de 18e etappe, voor Zubeldia. Tom Vanmolen zit in het wiel van Aru. Lekker puhhh ... Tom Vanmolen blijft nummer een in de Vuelta. De 70ste editie. Ik krijg nog een shot van een stierenvechtarena. Gelukkig geen stier te bekennen.
11. Beige verf
Ik zei nog zo: geen beige verf!
Hoezo, geen beige verf?
Beige is een moeilijke kleur!
Wat kan er nu moeilijk aan beige verf zijn?
Het past gewoon niet!
Hoezo, het past niet, waarbij past het niet?
Bij de kleur van de gordijnen, idioot!
Maar de gordijnen zijn zwart!
Ja, dat bedoel ik nu precies, dat past niet!
Zwart en beige gaat prima samen.
Echt niet!
Welke kleur had je dan gewild?
Nou iets fleurigs, beige is zo saai.
Nee, zwart dan.
Ho, ho, gaan we zo beginnen?
Hee, hee, wie is er hier begonnen?
En ik wil toch iets fleurigs, hoe dan ook!
We kunnen toch een fleurig schilderij ophangen?
Op een beige muur, naast zwarte gordijnen, ik dacht het niet.
Ik zat te denken aan een fleurige van Gogh, die gebruikt mooie kleuren.
Een van Gogh, ben je gek geworden!
Wat wil je dan?
Een Mondriaan, lekker rustig.
Een Mondriaan!
Ja een Mondriaan.
Geen denken aan, en dan zeker ook nog een uit zijn late periode.
Ja, die uit zijn vroege zijn veel te donker.
Ja, ho eens even, er komt hier geen Boogie Woogie in mijn kamer!
Jouw kamer, jouw kamer, het is ook mijn kamer!
Geen Boogie Woogie, dan heb ik nog liever een zigeunerjongetje.
Ha, ha, met of zonder traan ... Lekker cliché. Daar gaan we weer.
Warhol dan? Zo'n kleurenlithootje. Lekker veilig.
Tja ... daar moet ik even over nadenken hoor.
Misschien dan toch maar een andere kleur dan beige?
Rood?
Ja rood, laten we rood nemen!
Geschreven met kleine censor.
12. Mooie titels
Ze zeggen heel veel. Mooie titels. Maar nooit zag ik een titel die zo lang was. Daar gaat ie. De man die dacht dat ie na meer dan dertig jaar studie eindelijk een titel voor zijn naam kon zetten, maar door tegenslag erg veel vertraging opliep tijdens zijn dissertatie, een dissertatie die uiteindelijk moest leiden naar de langgedroomde baan van psychiater in een ontwenningskliniek voor zowel gameverslaafden, sociaal media verslaafden, goedkoop bier en goedkope wijnverslaafden en niet te vergeten kierewiedverslaafden, waarvan de laatsten dan ook nog eens zijn studieobject waren, maar die niet in de pas liepen doordat zij zo kierewiedverslaafd waren dat het niet mogelijk was om gedegen onderzoek te doen, en sterker nog, onderzoek niet eens toestonden omdat zij de halve tijd niet aanwezig waren, maar zweefden in de ruimte van onderzoek, meestal vlak boven de vloer, waardoor het onderzoek menigmaal gestaakt moest worden wegens hoofdletsel, waarbij dan ook nog eens een complicerende factor meespeelde dat er op de kliniek waar het onderzoek plaats vond niet voldoende medisch personeel aanwezig was om ondersteuning te bieden, edoch geen nood, als bijna afgestudeerde wist de man zelf natuurlijk de hoofdletsels te bezweren met emopleisters en speciaal verworven technieken, die in een non alternatief circuit, ook wel braaf burgerlijk circus genoemd, een dermate schandaal zouden doen losbarsten dat succesvol promoveren mogelijk in gevaar zou komen, waardoor de man uiteindelijk maar besloot zijn promoveren uit te stellen. Nou als dat geen mooie titel is, dan weet ik het niet meer.
13. Het is nooit te laat
Ik heb het je nooit verteld, maar ga het nu doen. Eindelijk heb ik de moed gevonden. Na al die jaren. Hoe verdrietig het me ook maakt, bij de gedachte alleen al. Waarom, waarom ben ik er nooit eerder mee gekomen? Het had zoveel ellende bespaard. Maar eerst, eerst moest er iets anders gebeuren.
Een leven lang trekt het aan me voorbij. De reden van het niet vertellen ligt daarin opgesloten. En met de jaren komt het dan na jarenlang diep, diep en grondig onderzoek heel, heel langzaam bovendrijven. Het duurt zolang dat de oorsprong van de vraag, en veel belangrijker nog het antwoord op die vraag komt bovendrijven. En daarom, daarom is het nu eindelijk tijd, rijpe tijd om jou in te wijden. In te wijden op mijn antwoord. Een antwoord dat veel gevolg zal hebben.
Ik heb het je nooit verteld, maar ga het nu eindelijk doen. Gewoon omdat je het moet weten. Ik kan het niet langer verzwegen houden. Het doet ook zo vreselijk veel pijn op de borst. De pijn is niet langer houdbaar. Met de jaren kroop het heel, heel langzaam vanuit mijn tenen langs de kuiten, dwars over mijn bilnaad, langzaam, heel langzaam richting spina, over mijn nek, naar de hersenkwabben tussen de oren. Toen kostte het besef nog lange tijd om tot me door te dringen. De omvattendheid en de leugen. De leugen die er altijd achter gelegen heeft. Die doorgeprikt werd, gelijk een ballonnetje. Geen lucht- en geen waterballon. Nee, een ballon van misère. Heel andere koek.
Een besef dat me gelijktijdig deed besluiten, dit moet verteld. Hoe dan ook. Sowieso. Onmiddellijk. Aan iedereen die het horen wil. En daar lag nu precies het probleem. Jij wilde nooit horen. En nu wel. Waarom? Omdat jij net als ik al die jaren doorgegroeid en gerijpt bent. Geknoest, geknot en uiteindelijk bevrijd, door een zwaar leven. Een leven dat ondoorgrondelijk uiteindelijk bovengronds kwam. In vol besef. In zoektochten naar werkelijkheid. Een werkelijkheid die voor iedereen anders verschijnt.
Een frisse vorm van verschijnen. Dat is wat ik jou duidelijk wil maken. Ik kan het, ik weet het, ik doe het. Dus luister en huiver. Het is nooit te laat.
14. Het nut van een dagboek
Omdat nu eenmaal een keer in de week of maand schrijven nauwelijks zin heeft, heb ik ooit besloten een dagboek te schrijven. Dat moet je wel ruim zien. Eigenlijk is er sprake van het schrijven van dagboeken. Iedere dag opnieuw zag een boek het leven. Mijn leven. Of de boeken daar zo gelukkig mee waren?
Ik laat het oordeel graag aan de lezer. Dat de boeken eronder leden laat in ieder geval geen twijfel. Ze drenkten in zwarte inkt. En ik, ik was de drenkeling. Iedere dag schreef ik mezelf rechtop. Vertwijfeld over het leven dat ik leefde. Soms heel soms, schreef ik zelfs was ik maar dood. Ja, dat kwam voor. Bij wie niet dacht ik dan. Ik bedoel iedereen heeft wel eens een dipje of een behoorlijke dip.
Bij de boeken waarin dat voorviel hield ik de inhoud meestal kort en bondig. Ik had niet zoveel woorden nodig om dat klote gevoel dat die dag heerste te omschrijven. Op die dagen verstopte ik dat dagboek ook op een plek waar niemand het kon vinden. Stel je voor dat iemand mijn boek las? Eigenlijk een idiote vraag voor een schrijver in spé. Toch?
Na lang en veel boeken schrijven, iedere dag, begon ik er ook het nut van in te zien. Niet dat ik het interessant vond wat ik schreef. Het was in aanvang slechts voor een lezer bedoeld. En die lezer, die was ik. Pas later ging ik het groter zien. Ik zocht de dagboeken weer op.
Soms lachte ik en soms huilde ik. Van emotie. Ja, van emotie. Om wat het betreffende dagboek weer had meegemaakt. Ik hield altijd een beetje afstand tot mijn dagboek. Dat wat ik niet graag las, hield ik heel ver van me af. Zover mijn armen konden strekken.
Soms werd ik betrapt op het gestrekt lezen van mijn dagboeken. Ik heb er zelfs een foto van. Die had mijn vader van mij gemaakt tijdens een afschrikwekkend leesmoment waarin mijn vader de hoofdrol speelde. Hij ging ontzettend tegen mij te keer in de desbetreffende dagboekpassage. Juist op dat moment maakte hij nietwetend de foto en ik ik strekte nog steeds mijn armen. Het dagboek ver van me vooruit gestoken.
Daarna ging mijn vader gestrekt. En ook daarin speelde mijn dagboek een hoofdrol. Het bewees zijn nut.
Geschreven met kleine censor.
15. Een vroege schoolherinnering
Ik doe mijn ogen open en word wakker in een grote lege kamer. De muren lijken op grote afstand te staan en zijn spierwit. Ik verdrink in de ruimte. In de verte zie ik hoe een deur geopend wordt. Een vrouw op naaldhakken komt kittig op mij afgelopen. Het klakken met de hakken doet pijn aan mijn oren. Ze nadert mijn bed en ik probeer te vluchten in de lakens. Ik voel dat ze nu naast mijn bed staat. Mijn hoofd staat op springen. Ik weet wat er nu komen gaat. Aan de geluiden die buiten de lakens proberen door te dringen hoor ik hoe de spuit geladen wordt. Als een giftig geweer. Mijn lijf begint spontaan te kronkelen als een slang die zojuist een compleet varken verorberd heeft en zich geen weg weet met het buikmonster. Want dat is het intussen geworden. Ik zie hoe de roze krulstaart uit haar bek hangt. Het laken wordt boven mijn neus weggetrokken en ik word tot stilte gemaand. Geen enkel besef dat ik geluiden produceer trek ik mijn tong in een automatische reflex naarbinnen. Hij plakt tegen mijn huig en voelt bitterzuur. De lading gif die in mijn lijf gespoten wordt trekt door mijn hele lijf. Traag, stroperig brengt het mijn lijf in een roes. Het dromen houdt op. Een nieuwe werkelijkheid treedt binnen. De vrouw op naaldhakken is ineens verdwenen. In de grote lege witte ruimte komen de muren op mij af. Ik hoor ze kraken. In mijn gedachten breek ik ze af. Steen voor steen. Vlak voor mijn bed staan de muren stil. Op nog geen meter van me vandaan. Ik kan ze bijna aanraken, in gedachten dan. Benauwdheid slaat toe. Mijn hoofd zweet. Het zweet zo ernstig dat het zoute water van mijn gezicht spat. De muren worden drijfnat en drijven heel langzaam het zweet af naar de vloer. Ik loop leeg, ik voel het. Het zweetwater op de vloer stijgt. Mijn bed is ook al drijfnat. Zal ik straks verdrinken in mijn eigen angstzweet. Dat zal toch niet. Ik moet mezelf bedwingen. Mijn droom, mijn gedachten. In een vacuum zoek ik naar nabije realiteit. Iets om mezelf aan vast te klampen. Al is het maar heel even. Desnoods een schoolherinnering.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
1. Afhankelijk van het seizoen
Daar zit ik dan. Naakt aan tafel achter mijn iPad. De kookwekker heb ik gezet op 15 minuten. De tafel heb ik niet opgeruimd. Nergens voor nodig, want de woorden die ik zoek vind ik hoe dan ook in chaos. Het klopt en het knaagt tussen de oren en ik denk 'waarom?'. Goede vraag. Waarom doe ik dit in al mijn naaktheid. Schrijven tot mijn stuitje pijn doet. Ik kijk even naar links om te kijken of ik de gordijnen wel heb dicht gedaan? De buren zouden toch eens voorbij lopen en mij zien? Moet er niet aan denken. De kans is groot dat ik gespot wordt. Het is in onze wijk het startmoment voor de terugkeer van al die mensen die werken. En ze kijken allemaal bij ons binnen. 'Is ie al thuis?' Staat dan op hun gezicht te lezen. Ja, hij is thuis.
Ik laat me niet kennen en schrijf rap verder. Het is de moeilijkste opdracht die ik mezelf tot nu toe gegeven heb. Nu ja, gegeven, hij is min of meer toebedeeld. Had ik dan keuze? Ja. Doen of niet doen. Ik heb gekozen voor doen. Pragmaticus als ik ben. Ik sta wel onder grote tijdsdruk merk ik. De klok tikt af. Geluidloos. Kan dat? Ja dat kan. De cijfers die verspringen als een verdwaald paard op een schaakbord in het kookwekkerscherm. Maken geen geluid maar tikken, of beter gezegd, klappen open en dicht. Althans gedeelten van de cijfers. Ze staan nu op 6:27. Ik zag het in een flits. Haast geboden dus, wil ik nog iets zinnigs zeggen in deze eerste schrijfwijzer.
Waarom haast? Is toch nergens voor nodig. De blaadjes vallen reeds van de bomen. De noten ook. In de zomer? Ja, in de zomer. Is dat niet afhankelijk van het seizoen? Nee dus. Ben je gek? De natuur staat op zijn kop. Wat zeg ik, de natuur valt op zijn kop. Ook al is de meteorologische herfst al ingevallen het blijft vreemd dat babyduiven uit hun nestje vallen. Op hun ster. Zo ligt er hier eentje voor mijn voeten. Een kaal roze lelijk klein karkasje met een bloedlip. Gevallen uit het kersverse nest van een laat verliefd, verloofd, getrouwd duivenkoppeltje. Zonde. Doodzonde.
2. Levende draken
Vuur en vlam spuwen ze in mijn nek. Het gonst aan de binnenkant van mijn schedel die regelmatig op ploffen staat. Zou ik een drakendoder vinden, ik zou hem meteen inhuren. Een edel en dankbaar beroep, drakendoder. Ridders hebben zich er in verslikt of aan vergrepen. Met wisselend resultaat. Uiteraard zijn de stoere verhalen van ridders die slaagden in hun missie (waarom noem ik het nu missie, het is maar een vak?) uitgebreid opgetekend. Wat mij meer fascineert zijn de verhalen van de ridders die faalden of net niet hun draak doden. Die zijn vaak veel heldhaftiger en zeker minder voorspelbaar. De ridder trouwt met de prinses die al haar hele leven zit te wachten op de drakendoder. Ammehoela. Geef mij maar een prinses die niet wacht. Bovendien, wat moet ik mijn leven lang in een kasteel als ik zelf al voortdurend gevangen zit in mijn hoofd. Dat leidt onmiddellijk tot hoofdbrekens. Hoofdbreker. Ook al zo'n mooi vak. Ik zie nooit vacatures voorbijkomen 'gezocht hoofdbreker, vooropleiding nog overeen te komen, prettige werkomgeving, kans op doorgroei, ervaring gewenst maar niet noodzakelijk'. Ik zou onmiddellijk solliciteren en ervoor gaan. Daarvoor geef je toch iedere baan of functie voor op? Naast die van drakendoder uiteraard. Ik denk ook dat een hoofdbreker meer kans maakt bij een prinses (en dan bedoel ik niet een prinses die al haar leven lang in een kasteel op een drakendoder zit te wachten). Een hoofdbreker immers breekt geen harten. Ja hooguit het hart bij hemzelf, maar dan denk ik, eigen schuld dikke bult. Het hart mag dan niet ver verwijderd zitten van het hoofd, voorzichtigheid blijft geboden. Voor hetzelfde geld sla je met de hamer volledig het licht uit in je eigen lijf. Niet doen!
3. De herkomst van mijn woorden
Ik brabbel wat voor me uit. Hardop en steeds luider articuleer ik vanachter uit mijn keel maffe woorden. Bri, brab, broe, bret. Kra, kro, kret. Drak, drek, drok. Arch, orch, ierch. Stop. Stop. Achter mij voel ik een hand in mijn nek. En nu opnieuw. Brie, brabe, broee, brete. Drake, dreke, droke. Arche, orche, ierche. Voel je het verschil. Achter in je keel. Ja, hardop. Nog een keer. Achter mij voel ik een hand achter op mijn rug langzaam omlaag kruipen. Plots stopt ie. Vlak onder mijn laatste rugwervel. Ik weet nu precies waar die zit. BRIB, BRABB, BROEB, BRETB. KRAB, KROB, KRETB. DRAKB, DREKB, DROKB. ARCHB, ORCHB, IERCHB. Helemaal goed. Ik stort bijna in. De laatste riedel is meer een hoestbui van woorden geworden. In de spiegel voor me zie ik dat iemand achter mij helemaal in een deuk ligt.
Les 1. Nooit luisteren naar de leraar. Les 2. Woorden spontaan op laten komen vanuit het middenrif. Nee dat ligt niet op de Bermuda’s. Les 3. Twee klinkers achter elkaar geef je altijd van katoen. Nee, daarvoor hoef je niet naar Texas Arizona. Het is hier godverdomme geen aardrijkskundeles. Les 4. Altijd voorover bukken zodra je denkt dat het woord er niet meteen uitkomt. De Efteling? Wat heeft dat er nu weer mee te maken? Het is hier geen pretpark. Vooruit nog een keer. Ik voel nu een hand langzaam over mijn billen richting knieholte gaan. Ja, ik weet het lezer. Ik zit anatomisch een beetje vreemd in elkaar. Het is daarom dat ik wat lichaamsdelen oversla. Edoch, ze doen niet ter zake in dit verhaal. Uiteindelijk beland de juffrouw bij mijn stembanden. Meteen raak. Doordat de juf zowel in knieholtes en stembanden knijpt krijg ik ineens een veel groter bereik. Het manifesteert zich onmiddellijk in de ruimte. Die wordt opgeslorpt door megagrote woorden van vreemd allooi. Waar komt dit ineens vandaan. Ga zo door. Het gaat goed. Roept de juf nog. Maar de woorden stijgen op. Geen idee wat de herkomst van mijn woorden is. Wat ik wel weet is dat ze tegen de muren bonken en elkaar ernstig storen en belemmeren in het overdrijven. In de juiste betekenis van het woord. Waar komt dat nu weer vandaan. Overdrijven. Er drijft hier niets over.
4. Hoe smaakt succes?
Van geen meter. Dat is het eerste dat in me opkomt. Succes is smakeloos. Het zingt eerst wat rond in je hoofd en daalt dan neer. Je wil het eigenlijk niet loslaten, succes, maar toch, omdat het geen geur heeft, geen smaak, geen tonggevoel lost het snel op in het geheugen. Heel, heel soms heeft het wel een smaak. Bitter. Dat is dan wat bij mij opkomt. Maar waarom bitter? Omdat je het niet geloofd? Of omdat je de afzender niet vertrouwd? Want waar komt succes vandaan? Wie of wat bepaald het succes? Meestal de ander of iets anders. Hoe vaker iets tot succes leidt. Hoe meer bitter het dan smaakt. Tenzij je het succes wel binnen laat komen. Niet voor maar achter op de tong. Waar zat die bittertransmitter ook alweer? Maar even serieus. Is dat nu de enige smaak die te detecteren valt bij succes. Nee, toch niet. Er is nog een andere smaak. Een smaak die wel nadere uitleg behoeft. Zoet namelijk. Maar alleen maar als het succes een overwinning betreft. Laat ik dat onderscheid maar meteen maken. Want succes kan ook een verlies inhouden. Kan dat? Ja, dat kan. Als ik mijn geduld verlies kan dat leiden tot succes. Dan laat ik namelijk los. Wordt misschien boos. Maar haal uiteindelijk wel een deadline. Ik schop hem onder de kont als het ware. Het lijkt een negatieve gewaarwording maar het is weldegelijk succesvol. Kortom het leidt tot succes. Anders komt dit schrijven bijvoorbeeld nooit af. Daarna ben ik natuurlijk bekaf. Dan kan het succes ook best wel zout of zuur gaan smaken. Ik drink dan gewoon een glaasje water. Het zuur en zout verdwijnt dan onmiddellijk. Heeft succes dan ook nog een bite? Een krokantje? Kraakt succes? Soms. Het kan de structuur van zand hebben. Maar dan komt het knarsetandend binnen. In twijfel trekken zeg ik dan. Succes mag nooit schuren. Het moet makkelijk te verteren zijn en niet in je mond blijven hangen. Vaak wordt succes in een keer doorgeslikt. Maar dat is ook niet goed.
5. Nieuwjaarswens
Wat vroegen de Romeinen vroeger, heel vroeger met Nieuwjaar? Een nieuw land, een leuke vrouw, een nieuw huis, goede gezondheid, een voorspoedige jacht, goed gereedschap, nieuwe riolering? Ik had het wel weten. Dat ze iets vroegen is al lang geleden vastgelegd. Door degenen die daarna kwamen. Hoe heetten ze ook alweer? De Middeleeuwers, de Goten, de Hunnen? In ieder geval mannen, vooral mannen in een zwarte of grijze jurk. Die woonden boven in donkere burchten, een soort van kastelen, maar dan zonder torens en die verveelden zich te pletter. Er kwam ook geen kip naar die burchten, naar die vierkanten kloosters, nu weet ik het weer hoe ze heetten. Het enige wat ze konden doen was beschouwen. De wereld beschouwen, de geschiedenis. Een beetje filosoferen en hogere sferen aanroepen. Ze stonden heel vroeg op en zaten de hele dag, of nee stonden de hele dag, vanalles op te tekenen wat in hun hoofd kwam. Dat deden ze met veren. Schrijfveren. Met zwarte en gekleured inkt. Eerst maakten ze met een soort potlood een schets. En daarna vulden ze de letters en de beelden die erbij kwamen in. Zo weten we dat de Romeinen heel graag op jacht gingen, met alles wat los en vast zat de liefde bedreven, vreemde wapens ontwierpen en een kei waren in irrigatie en wegenbouw. O ja, en landje pik deden ze ook graag. Todat er grote olifanten over de Alpen trokken. Toen trokken ze het heel even niet meer. Ze werden bij de ballen gegrepen en kregen een koekje van eigen deeg. Dat koekje smaakte niet echt goed, want de Hannies die konden niet zo lekker koken als de Romeinen. Soep met Hannieballen was het topgerecht. Word nu nog gekook bij De Wereld Draait Door. Allemaal gelezen in oude boeken. Ja, echt!
6. Oude liefdesbrieven
Ik heb ze altijd in mijn tas zitten. Zoveel post ontvang je tegenwoordig niet meer. Ze zitten stevig verpakt in oud bruin papier met een vlasachtig touwtje er omheen gebonden. Het past prima in mijn tasje. Zo weet ik ook meteen waar ik mijn smartphone kan opbergen. Afhankelijk van mijn stemming aan de binnen- of buitenzijde van het liefdesbriefpakketje. Gezien vanaf mijn lende waar de tas hangt. Voor de duidelijkheid, die hangt altijd aan mijn linkerzijde. Immers met rechts moet ik altijd een hand kunnen geven. Dat is lastig als de tas rechts hangt.
De oudste brief uit mijn liefdesbriefpakketje stamt uit 1823. Van Pieternel aan Theodorus. Ik noem bewust geen achternamen. Ze zouden eens mee kunnen lezen? Ik moet er niet aan denken. Lieve Theodorus, ik loop hier door het bos en denk aan jou. Alleen aan jou. Liefs, Pieternel. Ja de liefdesbrieven uit 1823 spraken bepaald geen boekdelen. Kan ook niet. Want dan pasten ze niet in de enveloppe. Hadden ze nu ook niet in mijn tasje gepast. Er zijn beperkingen aan de grootte van tasjes, net zo goed als aan het formaat liefdesbrieven. Zeker de oude.
De mooiste liefdesbrief uit mijn pakketje is die van Charles aan Diana. Hoe ik daar aan kom? Dat ga ik niet vertellen. Ik wil geen paparazzi wakker maken. Ik weet echt wel wie hier allemaal meeleest. Tipje van de sluier dan maar? Kan het niet laten als auteur en de lezer moet bevredigd, nietwaar? Ik kreeg de brief toegestopt van Elizabeth herself. Herself had er nogal moeite mee dat ...
De rest is geschiedenis. Liefdesgeschiedenis die ik altijd meedraag in mijn tasje. Ik overweeg binnenkort een rugzak te kopen. Het schijnt dat je daar veel meer in kunt opbergen. Dan kan ik het lekker meezeulen op mijn rug. Dan kan ik mijn collectie oude liefdesbrieven ook flink uitbreiden. Want er is niets leuker dan kunnen putten uit oude liefdesbrieven. Geluk, verdriet, weemoed, moed, hoop, verlangen, troost, allemaal gebundeld in oud bruin papier met vlasachtig touw verbonden. Prachtig toch?
En ooit, ooit, schrijf ik er een lied over. Een liefdeslied. Zeker weten. Met wel honderd kwatrijnen. Nee, meer. Oneindig veel kwatrijnen. Een neverending liefdeslied. Nooit, nee nooit hoeft men dan nog op auto repeat te drukken.
7. Wat je heel graag zou willen hebben
Ik was twaalf toen ik hem voor het eerst zag. Zag en voelde. Wauw, wat een geweldige ervaring. Groen en stekelig was ie en bovenop zijn top een hele kleine bloem. Ik mocht er niet aankomen. Heb dat ook lang niet gedaan. Totdat ik de verleiding niet meer kon weerstaan. Heel, heel voorzichtig betastte ik zijn ranke lijf. Fier omhoog stond ie. Naar mijn idee. Andere zeggen dat ie een beetje scheef stond. Maar dat vond ik niet. Voor mij was ie zo recht als een paal. Helemaal onderaan had ie een heel klein beetje haar. Donzig. Engelenhaar. Daar leek het op. Zo’n haar dat je met Kerstmis in de boom en bovenop de stal drapeert.
De bloem op de knop was werkelijk prachtig. Diep roze. Van bovenaf gezien tweelobbig. Ja het bloemetje was tweelobbig. Dat heb ik later pas geleerd. Tijdens biologie op school. Dat een bloem een of meerdere lobben kan hebben. Ook leerde ik waarom de groene paal zo stekelig was. Om zich te weren tegen vreemde indringers. Vreemd want wie wilde nu indringen in dit mooie ding. Niemand toch? Indringend bekijken, dat is nog tot daar aan toe. Maar verder wil ik toch niet gaan.
Hij heeft mijn hele jeugd op de vensterbank gestaan. Bij mijn opa en oma. Toen die naar het bejaardenhuis gingen heb ik nog gevraagd of ik hem mocht hebben. Maar daarover waren ze het niet zomaar een twee drie eens. Ik had ook nog broers en zusters en die hadden ook gevraagd aan opa en oma of ze dat maffe ding in de vensterbank mochten hebben.
Heel even hebben we nog geprobeerd om het ding te splitsen. Hij had in de loop der jaren wat aftakkingen gekregen. Daar waar eerst diep roze bloempjes zaten. Maar de stekken waren helaas geen lang leven beschoren. En toch. Ik zou dat ding toch heel graag willen hebben.
8. Papiermolen
De papiermolen, ik heb hem aangemeld bij de redactie van de Dikke van Dalen. Het woord kan eruit. Zowel uit de papieren als de digitale versie. Het kent te veel betekenissen en is daarmee ambigue. Ik raak er van in de war. En dat is nu juist niet de bedoeling van woorden.
Ik kom er al in de vroege ochtend mee in contact. Met de papiermolen. Hij hangt bij ons links van het toilet. Boven rechts. Zo blijf ik geoefend in beide armen. In de keuken hangt er ook een. In de keuken? Ja, in de keuken. Ik gebruik geen koffiebonen, maar papier. Waarom? Omdat al die reclamekrantjes die iedere dag bij ons in de papierbus vallen niet meer te pruimen zijn. Ik vreet ze niet meer. Ze gaan dus meteen de papiermolen in.
Ik trek er goedkope koffie van. Niet te pruimen, wel te zuipen. Het geeft een enorme besparing. Op deze manier onzinbladen consumeren. Ik stort wel iedere maand een euro op de rekening van de lokale voetbalvereniging, omdat die door mijn gedrag minder papier ophaalt. Als dank ontvang ik dan een gratis bingokaart voor de jaarlijkse bingoavond. Zo verdien ik bijna ieder jaar zelf wat extra's bij. Ik ben een tevreden man. Gelukkig in spel en liefde en ook in combinatie, het liefdesspel.
Maar terug naar de papiermolen. In zijn hoedanigheid als versnipperaar zou ik het woord mogelijk willen behouden. Ware het niet dat het woord papier op uitsterven staat. Ik heb uitgerekend dat het tempo waarmee bomen gekapt worden all over the world, de mensheid, dier- en plantenwereld, voor grote dilemma's stelt. Naar verwachting zullen er over pakweg tien jaar geen bomen meer zijn. Tegen die tijd verschijnt ook de nieuwe editie van de Dikke van Dale. Ik kan er maar beter op tijd bij zijn.
Achterhaalde woorden moeten eruit. Zo snel mogelijk door de woordenversnipperaar. We beschikken niet voor niets al jaren over computers. Een papiermolen is dan ook niet meer nodig om woorden en cijfers op te slaan, om jaren later, alsnog te vermalen. In Frankrijk noemen ze een computer niet voor niets een ordinateur. Het ordenen van woorden kan ook op een harde schijf. Boven de oceanen is plek genoeg voor opslag. In de cloud. Het waait met ter tijd vanzelf weg. Wel zo makkelijk.
De papiermolen is zo achterhaald, het museum in met dat ding. Zet er eentje langs de Kinderdijk. Wel eventjes fixeren met dure milieuvriendelijke lak. Het regent nogal in Nederland. En als Japanners en Chinezen aan een ding een hekel hebben, dan zijn het wel slappe papiermolens. Daar kun je ook geen entree voor heffen. Papiermolen eruit. Mallemolen erin.
9. Ik ben een held omdat ...
Ik ben een held omdat ... Nu moet ik hem toch onderbreken. Dit gaat echt te ver. In mijn leven ben ik genoeg blasé mannetjes en vrouwtjes tegengekomen om heldendom onmiddellijk te doorgronden en te bagatelliseren. Hoewel het uiteraard ook wel zijn charme heeft. Hoog van de toren roepen en dan afwachten wat het effect gaat zijn. Sommige ontvangers kunnen daar vreselijk onder lijden. Ze worden werkelijk waar kwaad. Pislink. Is dat dan het resultaat van effect. Pis die link over iemand wordt uitgestrooid. Ik dacht het niet.
Heldendom wordt altijd in context gezien van ontvangers en tijd. Het tijdsbestek bepaald ook voor een groot deel of iemand een held is. Heldendom moet door de tijd heen rijpen wil het echt beklijven. Laat ik een voorbeeld geven. Fredefor Mantibes. Ooit van gehoord? Ik kan u vertellen dat hij wereldberoemd is, was. In welke tijd? Precies, dat is het eerste wat u zich afvraagt? Waarom? De tweede vraag. Waarschijnlijk. Ik vul nu uw gedachten even in lezer.
Wel Fredefor Mantibes leefde in de vierde eeuw voor Christus. Voor wie? Juist ja voor Christus. Typisch gevalletje van iemand die het heldendom door de tand des tijds overleefd heeft. Hoewel men zijn bestaan ook wel in twijfel trekt. Door sommigen. En wat maakte Fredefor Mantibes zo belangrijk, zo'n held in de vierde eeuw voor Christus? Hij was de uitvinder van het heilige vuur, ook wel passie genoemd.
Nu denkt u misschien onmiddellijk? Bestond er voor de vierde eeuw voor Christus geen passie? Nou nee, niet echt. Althans het werd niet benoemd. De overlevering, daar gaan we weer, lulkoek denken sommigen onder ons nu, de overlevering verteld van de gebeurtenis die vooraf ging aan het benoemen van passie. De ontdekking van passie, het heilige vuur. Het schijnt dat Fredefor Mantibes zo'n mooie vrouw aanschouwde dat Fredefor keihard uitriep in vocalen: P - A - S - S - I - E.
Niemand begreep aanvankelijk waarom hij deze vocalen uitriep, totdat ook de anderen de vrouw aanschouwden. De passie was aldus geboren. Ik laat nu even in het midden of Fredefor een man of een vrouw was. In de vierde eeuw voor Christus vond men dat ook niet zo belangrijk. Nu wel. Het maakt alles uit. Man of vrouw zijn. Gelukkig is de passie gebleven. Een echte held die Fredefor Mantibes. Hij vond zichzelf geen held. Ik ook niet, wel. Waarom? Nou gewoon omdat ik het hier opschrijf.
10. Een vensterbank vol cactussen
Bergaf gaat het. Keihard. Een rode trui vliegt door de bocht. Door een Spaans landschap, vlak langs de weg. In een prachtig decor, een vensterbank vol cactussen. Achter hem iets blauws, iets Italiaans. Beiden zijn piepjong. Kennen geen enkele angst. De jeugdigheid jaagt, jaagt achter goud. Geen zilver want dat telt niet. Drie seconden scheidt Oranje van euforie. Limburgse zottigheid kent geen grenzen. Het is ook alweer zolang geleden. "Moreno ziet het allemaal gebeuren." Dat is wat de verslaggever in zijn microfoon roept. Hij zit niet eens achterop de motor. Er zit geen enkel Frans tussen. Dit is Spaans. Keihard Spaans ik wil alleen maar die 'Cabeza di carrera' zien. "Kop op!" schreeuw ik op het puntje van de stoel. Vanmolen rijdt elk gaatje dicht. Dat klinkt weer ouderwets. Heel Holland Toert. Zoetemelk herleeft. Janssen en Bogaard wie waren dat ook alweer? Zou het, zou het, mag het, mag het ...! De laatste kilometer komt eraan. Nummer 9 en 18 aan kop. Wie zijn dat? Hoe the fuck! Twee veteranen. Ze zijn niet meer belangrijk voor het algemeen klassement. Nicholas Roche wint de 18e etappe, voor Zubeldia. Tom Vanmolen zit in het wiel van Aru. Lekker puhhh ... Tom Vanmolen blijft nummer een in de Vuelta. De 70ste editie. Ik krijg nog een shot van een stierenvechtarena. Gelukkig geen stier te bekennen.
11. Beige verf
Ik zei nog zo: geen beige verf!
Hoezo, geen beige verf?
Beige is een moeilijke kleur!
Wat kan er nu moeilijk aan beige verf zijn?
Het past gewoon niet!
Hoezo, het past niet, waarbij past het niet?
Bij de kleur van de gordijnen, idioot!
Maar de gordijnen zijn zwart!
Ja, dat bedoel ik nu precies, dat past niet!
Zwart en beige gaat prima samen.
Echt niet!
Welke kleur had je dan gewild?
Nou iets fleurigs, beige is zo saai.
Nee, zwart dan.
Ho, ho, gaan we zo beginnen?
Hee, hee, wie is er hier begonnen?
En ik wil toch iets fleurigs, hoe dan ook!
We kunnen toch een fleurig schilderij ophangen?
Op een beige muur, naast zwarte gordijnen, ik dacht het niet.
Ik zat te denken aan een fleurige van Gogh, die gebruikt mooie kleuren.
Een van Gogh, ben je gek geworden!
Wat wil je dan?
Een Mondriaan, lekker rustig.
Een Mondriaan!
Ja een Mondriaan.
Geen denken aan, en dan zeker ook nog een uit zijn late periode.
Ja, die uit zijn vroege zijn veel te donker.
Ja, ho eens even, er komt hier geen Boogie Woogie in mijn kamer!
Jouw kamer, jouw kamer, het is ook mijn kamer!
Geen Boogie Woogie, dan heb ik nog liever een zigeunerjongetje.
Ha, ha, met of zonder traan ... Lekker cliché. Daar gaan we weer.
Warhol dan? Zo'n kleurenlithootje. Lekker veilig.
Tja ... daar moet ik even over nadenken hoor.
Misschien dan toch maar een andere kleur dan beige?
Rood?
Ja rood, laten we rood nemen!
Geschreven met kleine censor.
12. Mooie titels
Ze zeggen heel veel. Mooie titels. Maar nooit zag ik een titel die zo lang was. Daar gaat ie. De man die dacht dat ie na meer dan dertig jaar studie eindelijk een titel voor zijn naam kon zetten, maar door tegenslag erg veel vertraging opliep tijdens zijn dissertatie, een dissertatie die uiteindelijk moest leiden naar de langgedroomde baan van psychiater in een ontwenningskliniek voor zowel gameverslaafden, sociaal media verslaafden, goedkoop bier en goedkope wijnverslaafden en niet te vergeten kierewiedverslaafden, waarvan de laatsten dan ook nog eens zijn studieobject waren, maar die niet in de pas liepen doordat zij zo kierewiedverslaafd waren dat het niet mogelijk was om gedegen onderzoek te doen, en sterker nog, onderzoek niet eens toestonden omdat zij de halve tijd niet aanwezig waren, maar zweefden in de ruimte van onderzoek, meestal vlak boven de vloer, waardoor het onderzoek menigmaal gestaakt moest worden wegens hoofdletsel, waarbij dan ook nog eens een complicerende factor meespeelde dat er op de kliniek waar het onderzoek plaats vond niet voldoende medisch personeel aanwezig was om ondersteuning te bieden, edoch geen nood, als bijna afgestudeerde wist de man zelf natuurlijk de hoofdletsels te bezweren met emopleisters en speciaal verworven technieken, die in een non alternatief circuit, ook wel braaf burgerlijk circus genoemd, een dermate schandaal zouden doen losbarsten dat succesvol promoveren mogelijk in gevaar zou komen, waardoor de man uiteindelijk maar besloot zijn promoveren uit te stellen. Nou als dat geen mooie titel is, dan weet ik het niet meer.
13. Het is nooit te laat
Ik heb het je nooit verteld, maar ga het nu doen. Eindelijk heb ik de moed gevonden. Na al die jaren. Hoe verdrietig het me ook maakt, bij de gedachte alleen al. Waarom, waarom ben ik er nooit eerder mee gekomen? Het had zoveel ellende bespaard. Maar eerst, eerst moest er iets anders gebeuren.
Een leven lang trekt het aan me voorbij. De reden van het niet vertellen ligt daarin opgesloten. En met de jaren komt het dan na jarenlang diep, diep en grondig onderzoek heel, heel langzaam bovendrijven. Het duurt zolang dat de oorsprong van de vraag, en veel belangrijker nog het antwoord op die vraag komt bovendrijven. En daarom, daarom is het nu eindelijk tijd, rijpe tijd om jou in te wijden. In te wijden op mijn antwoord. Een antwoord dat veel gevolg zal hebben.
Ik heb het je nooit verteld, maar ga het nu eindelijk doen. Gewoon omdat je het moet weten. Ik kan het niet langer verzwegen houden. Het doet ook zo vreselijk veel pijn op de borst. De pijn is niet langer houdbaar. Met de jaren kroop het heel, heel langzaam vanuit mijn tenen langs de kuiten, dwars over mijn bilnaad, langzaam, heel langzaam richting spina, over mijn nek, naar de hersenkwabben tussen de oren. Toen kostte het besef nog lange tijd om tot me door te dringen. De omvattendheid en de leugen. De leugen die er altijd achter gelegen heeft. Die doorgeprikt werd, gelijk een ballonnetje. Geen lucht- en geen waterballon. Nee, een ballon van misère. Heel andere koek.
Een besef dat me gelijktijdig deed besluiten, dit moet verteld. Hoe dan ook. Sowieso. Onmiddellijk. Aan iedereen die het horen wil. En daar lag nu precies het probleem. Jij wilde nooit horen. En nu wel. Waarom? Omdat jij net als ik al die jaren doorgegroeid en gerijpt bent. Geknoest, geknot en uiteindelijk bevrijd, door een zwaar leven. Een leven dat ondoorgrondelijk uiteindelijk bovengronds kwam. In vol besef. In zoektochten naar werkelijkheid. Een werkelijkheid die voor iedereen anders verschijnt.
Een frisse vorm van verschijnen. Dat is wat ik jou duidelijk wil maken. Ik kan het, ik weet het, ik doe het. Dus luister en huiver. Het is nooit te laat.
14. Het nut van een dagboek
Omdat nu eenmaal een keer in de week of maand schrijven nauwelijks zin heeft, heb ik ooit besloten een dagboek te schrijven. Dat moet je wel ruim zien. Eigenlijk is er sprake van het schrijven van dagboeken. Iedere dag opnieuw zag een boek het leven. Mijn leven. Of de boeken daar zo gelukkig mee waren?
Ik laat het oordeel graag aan de lezer. Dat de boeken eronder leden laat in ieder geval geen twijfel. Ze drenkten in zwarte inkt. En ik, ik was de drenkeling. Iedere dag schreef ik mezelf rechtop. Vertwijfeld over het leven dat ik leefde. Soms heel soms, schreef ik zelfs was ik maar dood. Ja, dat kwam voor. Bij wie niet dacht ik dan. Ik bedoel iedereen heeft wel eens een dipje of een behoorlijke dip.
Bij de boeken waarin dat voorviel hield ik de inhoud meestal kort en bondig. Ik had niet zoveel woorden nodig om dat klote gevoel dat die dag heerste te omschrijven. Op die dagen verstopte ik dat dagboek ook op een plek waar niemand het kon vinden. Stel je voor dat iemand mijn boek las? Eigenlijk een idiote vraag voor een schrijver in spé. Toch?
Na lang en veel boeken schrijven, iedere dag, begon ik er ook het nut van in te zien. Niet dat ik het interessant vond wat ik schreef. Het was in aanvang slechts voor een lezer bedoeld. En die lezer, die was ik. Pas later ging ik het groter zien. Ik zocht de dagboeken weer op.
Soms lachte ik en soms huilde ik. Van emotie. Ja, van emotie. Om wat het betreffende dagboek weer had meegemaakt. Ik hield altijd een beetje afstand tot mijn dagboek. Dat wat ik niet graag las, hield ik heel ver van me af. Zover mijn armen konden strekken.
Soms werd ik betrapt op het gestrekt lezen van mijn dagboeken. Ik heb er zelfs een foto van. Die had mijn vader van mij gemaakt tijdens een afschrikwekkend leesmoment waarin mijn vader de hoofdrol speelde. Hij ging ontzettend tegen mij te keer in de desbetreffende dagboekpassage. Juist op dat moment maakte hij nietwetend de foto en ik ik strekte nog steeds mijn armen. Het dagboek ver van me vooruit gestoken.
Daarna ging mijn vader gestrekt. En ook daarin speelde mijn dagboek een hoofdrol. Het bewees zijn nut.
Geschreven met kleine censor.
15. Een vroege schoolherinnering
Ik doe mijn ogen open en word wakker in een grote lege kamer. De muren lijken op grote afstand te staan en zijn spierwit. Ik verdrink in de ruimte. In de verte zie ik hoe een deur geopend wordt. Een vrouw op naaldhakken komt kittig op mij afgelopen. Het klakken met de hakken doet pijn aan mijn oren. Ze nadert mijn bed en ik probeer te vluchten in de lakens. Ik voel dat ze nu naast mijn bed staat. Mijn hoofd staat op springen. Ik weet wat er nu komen gaat. Aan de geluiden die buiten de lakens proberen door te dringen hoor ik hoe de spuit geladen wordt. Als een giftig geweer. Mijn lijf begint spontaan te kronkelen als een slang die zojuist een compleet varken verorberd heeft en zich geen weg weet met het buikmonster. Want dat is het intussen geworden. Ik zie hoe de roze krulstaart uit haar bek hangt. Het laken wordt boven mijn neus weggetrokken en ik word tot stilte gemaand. Geen enkel besef dat ik geluiden produceer trek ik mijn tong in een automatische reflex naarbinnen. Hij plakt tegen mijn huig en voelt bitterzuur. De lading gif die in mijn lijf gespoten wordt trekt door mijn hele lijf. Traag, stroperig brengt het mijn lijf in een roes. Het dromen houdt op. Een nieuwe werkelijkheid treedt binnen. De vrouw op naaldhakken is ineens verdwenen. In de grote lege witte ruimte komen de muren op mij af. Ik hoor ze kraken. In mijn gedachten breek ik ze af. Steen voor steen. Vlak voor mijn bed staan de muren stil. Op nog geen meter van me vandaan. Ik kan ze bijna aanraken, in gedachten dan. Benauwdheid slaat toe. Mijn hoofd zweet. Het zweet zo ernstig dat het zoute water van mijn gezicht spat. De muren worden drijfnat en drijven heel langzaam het zweet af naar de vloer. Ik loop leeg, ik voel het. Het zweetwater op de vloer stijgt. Mijn bed is ook al drijfnat. Zal ik straks verdrinken in mijn eigen angstzweet. Dat zal toch niet. Ik moet mezelf bedwingen. Mijn droom, mijn gedachten. In een vacuum zoek ik naar nabije realiteit. Iets om mezelf aan vast te klampen. Al is het maar heel even. Desnoods een schoolherinnering.
Abonneren op:
Posts (Atom)