Met een grote veewagen rijdt Mister Skyban door New York City. Hij heeft haast want hij wil binnen een dag alle boroughs aandoen, Manhattan, Brooklyn, Queens, Bronx en Staten Island. Het is maandag, was- en plasdag. Tijd om de vuile was eens flink buiten te hangen. In deze metropool moet er toch genoeg aandacht te generen zijn voor dierenleed. Het is droevig gesteld met de Amerikanen, en bovenal met de New Yorkers. Er bestaat geen grotere vleesetende bevolkingsgroep in gans de United States of America. Mister Skyban heeft grote haast. Hij moet de dieren nog laden. Via Market Place heeft hij beslag kunnen leggen op een container vol met pluche knuffeldieren in alle soorten en maten. En het mooiste van al. Ze zijn allemaal roze, vlezig roze. De muziekinstallatie in de veewagen heeft hij alvast geïnstalleerd. Straks hoeft hij alleen nog zijn iPod vol met jubel- en juichgeluiden aan te sluiten en de demotour kan beginnen. Mister Skyban is met name benieuwd hoe zijn rockende veewagen gevuld met pluche knuffeldieren straks ontvangen zal worden in de Upper East en West Side.
Idealist is ie. Dwarse kunstenaar. Tekenaar, graffitiheld van de kwinkslagen en maatschappijkritiek. Niemand kent hem. Hij blijft consequent buiten beeld en weigert mee te werken aan iedere vorm van exploitatie van zijn werk. Zijn werk, kunst is het. Op straathoeken en vervallen gebouwen, in achterbuurten en winkelstraten… overal kun je hem tegenkomen. Zijn werk dan want hijzelf is de grote onbekende. Het draagt bij aan zijn heldenstatus. Achter het stuur van de met pluche beesten gevulde vrachtwagen zul je hem dus niet aantreffen. Of misschien ook wel. Onbekendheid geeft je de nodige bewegingsvrijheid. Hoe dan ook, hij is er druk mee, hij is er klaar voor. Zijn “finest hour” is vandaag. Geen graffiti maar een rijdend statement. De hypocrisie aan de kaak; de confrontatie van hard met zacht, van aaibaar met hapklaar, van ontroering met gezonde trek, van leven met dood, van lichaam met geest.
Met piepende remmen stopt Mister Skyban de veewagen voor huisnummer 423 West 46th Street. Het Market Place adres bevindt zich in midtown Manhattan en brengt hem bij Fools Company. In dezelfde straat ligt het Westside Animal Hospital en een stukje verder, in 10th Avenue, Hells Kitchen Groom Room, een beautysalon voor honden en katten. Een toepasselijke omgeving om een container pluche dieren op te halen. Bij de ingang van Fools Company wordt Mister Skyban opgewacht door een grote roze clown met foute ballonnen. Geen fool on the hill, maar een fool in Manhattan. De clown stelt zichzelf voor als Mickey M. Hij heeft een stem die nog het meeste weg heeft van een schorre Miss Piggy. Sterker nog hij lijkt er zelfs een beetje op. De roze manen van zijn clownsmasker en de blauwe grote ogen vertonen veel gelijkenis met het brutale varkentje van de Muppetshow. De pluche dieren liggen opgestapeld tegen de muur van Fools Company. Snel laden ze de dieren in de veewagen. Clown Mickey M. klimt achter het stuur en Mister Skyban kruipt achterin de wagen en installeert zijn iPod. Het circus kan beginnen.
Stekkertje hier, stekkertje daar “…and go!”. Mister Skyban springt de truck uit en gooit de achterdeur van het reeds rijdende vehikel dicht. Skyban lost op, Mickey M. vervolgt. Handen aan het stuur, de grote blauwe ogen op de weg gericht. Af en toe bekijken diezelfde ogen de achteruitkijkspiegels. Wat hij ziet bevalt hem. De koppen van de pluche dieren lijken klem te zitten tussen de uit dwarse planken opgetrokken achterbak van de truck. Blèrend, mekkerend, loeiend en hinnikend laten zij zich horen. Hier en daar worden de boerderijgeluiden afgewisseld met meer stads geblaf en gemiauw. De route is bekend. Het wordt een lange dag. Van 46th gaat het richting oost. 9th Avenue wordt gepasseerd, Avenue of the Americas en uiteindelijk 5th Avenue. Het is druk, uiteraard is het druk. Mensen op straat kijken op, stoten elkaar aan, blijven staan en verbazen zich. De truck met zijn bijzondere lading heeft alle aandacht. Mobieltjes worden gebruikt om elkaar te informeren, er worden foto’s gemaakt. De boodschap is duidelijk. De confrontatie raakt hen diep.
De emoties schieten vele kanten op. De ongerichte boosheid, geheven vuisten, het gevloek. Maar ook mannen en vrouwen met tranen in de ogen. Kinderen huilen uitbundiger. Het gaat aan niemand voorbij. Bij het naderen van 5th Avenue rijdt de truck stapvoets. Door enkele duizenden mensen wordt ie omringd. De onrust in deze groep neemt toe. Iemand oppert het idee om op te trekken naar Mac Donalds. Het blijkt de lont in het kruitvat. Op Broadway, 8th Avenue, 9th Avenue, Avenue of the Americas, 42nd street… alle Mac Donalds worden aangevallen en door een ontketende meute kort en klein geslagen. Het personeel wordt met het hoofd boven de frituurbakken gedwongen te zweren nooit meer vlees te kopen of te verwerken. Angstvallig zweren zij, ontdoen zich van hun bedrijfskleding en vluchten vervolgens de onrustige stad in. Politie en leger worden ingezet om de onrust enigszins te beteugelen.
De truck is ondertussen al lang verder doorgereden richting East River. Met de bestuurdersdeur geopend staat het statement in de ruigte van de rivieroever geparkeerd. Aan de rivier zelf staat Mickey M., onwetend van wat ie heeft aangericht, met een strootje in zijn mond en zijn gulp geopend zijn urine in de rivier te lozen.
Opgelucht is ie.
Co-column geschreven door Mien en FranK (de nieuwe schrijver van de VC (Vaste Column) van de maand op ColumnX. Ik heb het stokje, na een jaar lang schrijver te zijn geweest van de VC, aan hem overgedragen.
Dit filmpje van YouTube was aanleiding voor het schrijven van deze column.
Posts tonen met het label vc. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vc. Alle posts tonen
01-08-2014
01-07-2014
Gezondheidszorg ongerijmd
Mijn voeten staan heel ver naar buiten gericht, het is haast ongerijmd.
De linker staat te veel naar links, de rechter te ver naar rechts gelijnd.
Met mijn tenen is het ook goed mis, ze jubelen ongevraagd.
Er is geen podotherapeut te vinden, die zich eraan waagt.
Oorverdovend is het lawaai en het is geen gezicht.
Hoe die voeten en tenen zo verschrikkelijk naar buiten zijn gericht.
Met mijn enkels en knieën is het niet veel beter.
Ze hangen los in ligamenten, ze lopen voor geen meter.
Ik moet ook meer bewegen, zo adviseren de doktoren.
Maar dat zal moeilijk gaan, met al die knopen in mijn oren.
Ja, ja, een lijf kan het behoorlijk op zijn heupen krijgen.
Om over mijn uiterste ledematen maar te zwijgen.
O-benen met kromme schenen, ze zijn zomaar niet verdwenen.
X-armen met scheve ellepijpen, het is toch om te wenen.
Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.
Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij niet kunnen bedaren.
Van top tot teen, heel langzaam komen de gebreken.
Heeft u mij al eens goed bekeken?
De buik die steekt frontaal naar voren.
En mijn rug die moet nog nodig geschoren.
Een karretje, dat kan die buik voort best gebruiken.
Mocht ie vallen, zou hij zo mijn maag verstuiken.
Voorzichtig klop ik mij op de borst.
Die maag van mij die heeft nog altijd dorst.
Bier, wijn, frites en chips, hij kan het nog steeds verdragen.
Dat hoef ik hem niet eens te vragen.
De maag, het enige aan mijn lijf dat wel eens knort.
Nee wacht, mijn longen ook, als ik eens sport.
Hijgen en zuchten tijdens het lopen, dat doen ze dan.
Het is onder schijnbaar protest, dat ik me inspan.
De spieren vinden het bij lange na geen dolle pret.
Voordat ik ze uitdaag, smeer ik ze vol met vet.
Tja, en dan het hoofd, hè lieve mensen.
Volgepropt met hersens, die mij van alles proberen toe te wensen.
Het is me een verhaal apart.
Dat hoofd bezorgt me nog de meeste smart.
Het stuurt mij dikwijls alle kanten op.
Het blijft maar doorgaan en zegt nooit stop.
Ik durf hier gerust te stellen, het is maar dat u het weet.
Dat hoofd van mij, dat zorgt nog voor de meeste keet.
Zowel ik als anderen, hebben het getracht te temmen.
Maar helaas, mijn hoofd dat laat zich amper kennen.
Gepokt, gemazeld, gebeeldhouwd en geletterd, tot vervelens toe.
En het wordt ook nog eens zelden moe.
Ik kan niets anders doen, dan het dragen met trots.
En zo nu en dan beschermen, voordat het ergens botst.
Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.
Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij never nooit bedaren.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
De linker staat te veel naar links, de rechter te ver naar rechts gelijnd.
Met mijn tenen is het ook goed mis, ze jubelen ongevraagd.
Er is geen podotherapeut te vinden, die zich eraan waagt.
Oorverdovend is het lawaai en het is geen gezicht.
Hoe die voeten en tenen zo verschrikkelijk naar buiten zijn gericht.
Met mijn enkels en knieën is het niet veel beter.
Ze hangen los in ligamenten, ze lopen voor geen meter.
Ik moet ook meer bewegen, zo adviseren de doktoren.
Maar dat zal moeilijk gaan, met al die knopen in mijn oren.
Ja, ja, een lijf kan het behoorlijk op zijn heupen krijgen.
Om over mijn uiterste ledematen maar te zwijgen.
O-benen met kromme schenen, ze zijn zomaar niet verdwenen.
X-armen met scheve ellepijpen, het is toch om te wenen.
Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.
Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij niet kunnen bedaren.
Van top tot teen, heel langzaam komen de gebreken.
Heeft u mij al eens goed bekeken?
De buik die steekt frontaal naar voren.
En mijn rug die moet nog nodig geschoren.
Een karretje, dat kan die buik voort best gebruiken.
Mocht ie vallen, zou hij zo mijn maag verstuiken.
Voorzichtig klop ik mij op de borst.
Die maag van mij die heeft nog altijd dorst.
Bier, wijn, frites en chips, hij kan het nog steeds verdragen.
Dat hoef ik hem niet eens te vragen.
De maag, het enige aan mijn lijf dat wel eens knort.
Nee wacht, mijn longen ook, als ik eens sport.
Hijgen en zuchten tijdens het lopen, dat doen ze dan.
Het is onder schijnbaar protest, dat ik me inspan.
De spieren vinden het bij lange na geen dolle pret.
Voordat ik ze uitdaag, smeer ik ze vol met vet.
Tja, en dan het hoofd, hè lieve mensen.
Volgepropt met hersens, die mij van alles proberen toe te wensen.
Het is me een verhaal apart.
Dat hoofd bezorgt me nog de meeste smart.
Het stuurt mij dikwijls alle kanten op.
Het blijft maar doorgaan en zegt nooit stop.
Ik durf hier gerust te stellen, het is maar dat u het weet.
Dat hoofd van mij, dat zorgt nog voor de meeste keet.
Zowel ik als anderen, hebben het getracht te temmen.
Maar helaas, mijn hoofd dat laat zich amper kennen.
Gepokt, gemazeld, gebeeldhouwd en geletterd, tot vervelens toe.
En het wordt ook nog eens zelden moe.
Ik kan niets anders doen, dan het dragen met trots.
En zo nu en dan beschermen, voordat het ergens botst.
Maar ho eens even, mij hoor je niet klagen.
Medelijden krijg ik pas bij oude van dagen.
Ik ben van de generatie nieuw van jaren.
Lichaamsmankementen zullen mij never nooit bedaren.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-06-2014
Media
Media mag nooit de boot missen. Ze moet altijd op tijd zijn. Dat is ze aan haar stand verplicht. Vers van de pers moet haar nieuws verschijnen. Omdat de mensen er op wachten. Vol verwachting. En die verwachting is van alle tijden. Gevoed door tijdloos ongeduld. Tenzij je woont in godverlaten oorden. Ja, die zijn er. Dat kunnen wij als nuchtere Nederlanders ons maar amper voorstellen. Maar het is wel zo. Oorden waar je nog ouderwets kunt verdwalen, ze bestaan. Maar niet in Nederland.
Ouderwets verdwalen? Bent u ooit verdwaald? Op een manier dat echte paniek te voorschijn kwam. U keihard uitlachte in uw gezicht. Ik denk het niet. Kreeg u honger tijdens de dwaling? Honger naar nieuws, naar informatie? Werd u dorstig? Snakte u naar lucht? Omdat de adem in uw keel stokte, of althans, dreigde dat te doen? Alleen de gedachte al. Dat is paniek. Komt u niet echt bekend voor, wel?
Media moet altijd het nieuws volgen en brengen. Zonder Media is het nieuws reddeloos verloren en komt het nooit aan. Soms moet in het wachten op het nieuws een zekere mate van geduld betracht worden. Zeker als Media het nieuws vervoert op een trans-Atlantische route. Als er al een volkje ongeduldig is dan zijn het de Amerikanen. Zeker weten. En toch is het juist op dat continent waar Media tot volle wasdom kwam. Dan praten we over pakweg 1946. Media vervoerde vrachten nieuws. Zowel voor private als voor zakelijke klanten. Het bracht haar klanten met al het nieuws in vervoering. Je kunt het bijna vergelijken met de vervoering die tegenwoordig vrouwen ten deel valt zodra zij de Zalandoman ontmoeten. In levende lijve wel te verstaan.
Al gauw verdiende Media het predicaat RMS. Niet te verwarren met de Republiek der Zuid-Molukken. Absoluut geen godverlaten oord, maar dat terzijde. Nee, nee, Media verdiende voor haar verdiensten het predicaat Royal Mail Ship. De Media bezorgde eenvoudigweg de post op een koninklijke manier. Trans-Atlantisch. Maar dat had u al begrepen. Degelijk en lang. Van 1946 tot en met 1961. De Media werd daarna verkocht. Aan de hoogstbiedende in een vervoersmarkt die haar roots verlegde van het water naar de lucht. Het nieuws werd ineens gevlogen, werd vluchtig, nadat het eerst waterig was geweest.
Het is wat met die Media. Ze moest zelfs haar naam afstaan. Media werd Flavia. SS Flavia. Stoomschip Flavia. RMS Media had afgedaan. Gelukkig bezat het 250 eersteklas hutten. Het scheepje werd verder verbouwd zodat er met het nieuws ook nog pakweg 1300 passagiers meekonden. Het werd daarmee een van de eerste cruiseschepen met diverse bestemmingen. In 1983 begonnen de passagiers zich te vervelen. Een nieuwe eigenaar van het scheepje bombardeerde het onmiddellijk tot casinocruiseschip Flavian, om het in 1986 nog een keer te laten verbouwen en om te dopen naar Lavia. De verbouwingswerkzaamheden vonden plaats in Hong Kong.
Helaas brak op 7 januari 1989 brand uit tijdens de werkzaamheden. En tot overmaat van ramp kapseisde het schip door het bluswater van de blusboten en de lokale brandweer. Iedereen werd gelukkig gered. Uiteindelijk werd het schip naar Taiwan gesleept om daar gesloopt te worden tot schroot. De voormalige Media afgedankt als oude krant. Zo gaat dat in de grote wereld.
Rest me nog de algemene kenmerken te vermelden van de Media:
Deplacement (het gewicht van de door een ondergedompeld lichaam verplaatste vloeistof, lees nieuws. Het verplaatste volume is de waterverplaatsing, lees nieuwsverplaatsing): 11636 m3 – Tonnage: 13345 ton (1947-1961), 15456 ton (1961-1989) – Passagiers: 250 (Media), 1320 (Flavia), 850 (Flavian, Lavia) – Lengte: 161,85 m (1947-1961), 169,77 m (1961-1989) – Breedte: 21,34 m – Diepgang: 7,92 m – Snelheid: 18 knopen (33 km/h).
Wat opvalt is de groeipotentie van het Medianieuws in de loop van de tijd. Het is er alleen niet sneller van gaan varen. Medianieuws met een steady tempo? Vrij uniek.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Ouderwets verdwalen? Bent u ooit verdwaald? Op een manier dat echte paniek te voorschijn kwam. U keihard uitlachte in uw gezicht. Ik denk het niet. Kreeg u honger tijdens de dwaling? Honger naar nieuws, naar informatie? Werd u dorstig? Snakte u naar lucht? Omdat de adem in uw keel stokte, of althans, dreigde dat te doen? Alleen de gedachte al. Dat is paniek. Komt u niet echt bekend voor, wel?
Media moet altijd het nieuws volgen en brengen. Zonder Media is het nieuws reddeloos verloren en komt het nooit aan. Soms moet in het wachten op het nieuws een zekere mate van geduld betracht worden. Zeker als Media het nieuws vervoert op een trans-Atlantische route. Als er al een volkje ongeduldig is dan zijn het de Amerikanen. Zeker weten. En toch is het juist op dat continent waar Media tot volle wasdom kwam. Dan praten we over pakweg 1946. Media vervoerde vrachten nieuws. Zowel voor private als voor zakelijke klanten. Het bracht haar klanten met al het nieuws in vervoering. Je kunt het bijna vergelijken met de vervoering die tegenwoordig vrouwen ten deel valt zodra zij de Zalandoman ontmoeten. In levende lijve wel te verstaan.
Al gauw verdiende Media het predicaat RMS. Niet te verwarren met de Republiek der Zuid-Molukken. Absoluut geen godverlaten oord, maar dat terzijde. Nee, nee, Media verdiende voor haar verdiensten het predicaat Royal Mail Ship. De Media bezorgde eenvoudigweg de post op een koninklijke manier. Trans-Atlantisch. Maar dat had u al begrepen. Degelijk en lang. Van 1946 tot en met 1961. De Media werd daarna verkocht. Aan de hoogstbiedende in een vervoersmarkt die haar roots verlegde van het water naar de lucht. Het nieuws werd ineens gevlogen, werd vluchtig, nadat het eerst waterig was geweest.
Het is wat met die Media. Ze moest zelfs haar naam afstaan. Media werd Flavia. SS Flavia. Stoomschip Flavia. RMS Media had afgedaan. Gelukkig bezat het 250 eersteklas hutten. Het scheepje werd verder verbouwd zodat er met het nieuws ook nog pakweg 1300 passagiers meekonden. Het werd daarmee een van de eerste cruiseschepen met diverse bestemmingen. In 1983 begonnen de passagiers zich te vervelen. Een nieuwe eigenaar van het scheepje bombardeerde het onmiddellijk tot casinocruiseschip Flavian, om het in 1986 nog een keer te laten verbouwen en om te dopen naar Lavia. De verbouwingswerkzaamheden vonden plaats in Hong Kong.
Helaas brak op 7 januari 1989 brand uit tijdens de werkzaamheden. En tot overmaat van ramp kapseisde het schip door het bluswater van de blusboten en de lokale brandweer. Iedereen werd gelukkig gered. Uiteindelijk werd het schip naar Taiwan gesleept om daar gesloopt te worden tot schroot. De voormalige Media afgedankt als oude krant. Zo gaat dat in de grote wereld.
Rest me nog de algemene kenmerken te vermelden van de Media:
Deplacement (het gewicht van de door een ondergedompeld lichaam verplaatste vloeistof, lees nieuws. Het verplaatste volume is de waterverplaatsing, lees nieuwsverplaatsing): 11636 m3 – Tonnage: 13345 ton (1947-1961), 15456 ton (1961-1989) – Passagiers: 250 (Media), 1320 (Flavia), 850 (Flavian, Lavia) – Lengte: 161,85 m (1947-1961), 169,77 m (1961-1989) – Breedte: 21,34 m – Diepgang: 7,92 m – Snelheid: 18 knopen (33 km/h).
Wat opvalt is de groeipotentie van het Medianieuws in de loop van de tijd. Het is er alleen niet sneller van gaan varen. Medianieuws met een steady tempo? Vrij uniek.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-05-2014
In het vervolg verhalen
In het vervolg verhalen, dat is wat ik me heb voorgenomen. Niet onmiddellijk, niet meteen. O, neen, ik zou het niet meer durven. Meteen verhalen. Ik doe het niet meer. Alleen in het vervolg verhaal ik nog. Verhaal halen moet je nooit meteen doen. Even wachten is veel beter. Dat heb ik inmiddels geleerd.
Wie vroeg verhaal haalt komt meestal op de koffie. En raar maar waar, juist bij vroege koffieleuten, gaat niet het koffie- maar juist het theewater, vaak in no time koken. ‘Waar hebben ze het over?’, vraag ik me dan af. Helemaal in de war raak ik als blijkt dat die vroege koffieleuten eigenlijk verkapte theemutsen zijn. Je ziet het aan hun kapsel. Het theezakje hangt in de nek, vlak onder de haarlijn, er nog ietsje onderuit. Geen gezicht, ik geef het toe.
Even wachten met verhalen is het beste wat ik kan doen. Zodra het vervolg na verloop van tijd zijn verhaal heeft gedaan, dan pas kom ik met mijn verhaal. Aanvankelijk nietszeggend, maar achteraf tussen de verhaalregels door, alleszeggend en vlijmscherp. Heel irritant, maar het is niet anders. Een prettige bijkomstigheid van verhaal doen in het vervolg, en dus niet onmiddellijk, is dat je de tijd hebt om te nuanceren. Laat eerst de ander zijn relaas doen, weeg zijn woorden en sla dan toe. Anceren noem ik deze tactiek. Anceren in het nu. Nu mag het. Nee, nu moet het. Met de juiste timing.
Waarom anceren en waarom met de juiste timing? Omdat het risico bestaat dat ondanks alle voorbereidingen en juiste bedoelingen, je in het verhaal toch te laat kunt komen. De kunst is om op het juiste moment te pieken. Dat komt het verhaal ten goede. Daarnaast speelt ook een goede enscenering een belangrijke rol. Als de enscenering niet klopt dan kun je het schudden met je verhaal. Er is dan niemand meer die volgt. Zelfs rechters en advocaten haken dan af. Op het juiste moment en op de juiste plaats pieken en anceren, daar gaat het om bij een goed verhaal.
Je moet het leren door veel te oefenen. Oefening baart kunst. Soms pas na een zware bevalling maar vaak ook middels glijbanen vol pret. Daar kunnen zelfs de grootste koffieleuten en theemutsen over mee praten.
Met de juiste ancering in het nu en een juiste enscenering in het verhaal, bereik je uiteindelijk het meest. Zelfs als er sprake is van meer lijnen in het verhaal. Dat vraagt wel opperste concentratie en vasthoudendheid en kan alleen in goede banen geleid worden door ervaringsdeskundigen. De beste stuurlui staan aan wal, ik weet het. Maar toch. Zodra meerlijnen verplaatst worden naar andere meerpalen wordt het verhaal pas goed vlot getrokken en bereikt het een veilige haven. De vraag alleen is: verstomd of verstoomd het verhaal op dat moment? Een goede vraag voor schipper naast Mathilde.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Wie vroeg verhaal haalt komt meestal op de koffie. En raar maar waar, juist bij vroege koffieleuten, gaat niet het koffie- maar juist het theewater, vaak in no time koken. ‘Waar hebben ze het over?’, vraag ik me dan af. Helemaal in de war raak ik als blijkt dat die vroege koffieleuten eigenlijk verkapte theemutsen zijn. Je ziet het aan hun kapsel. Het theezakje hangt in de nek, vlak onder de haarlijn, er nog ietsje onderuit. Geen gezicht, ik geef het toe.
Even wachten met verhalen is het beste wat ik kan doen. Zodra het vervolg na verloop van tijd zijn verhaal heeft gedaan, dan pas kom ik met mijn verhaal. Aanvankelijk nietszeggend, maar achteraf tussen de verhaalregels door, alleszeggend en vlijmscherp. Heel irritant, maar het is niet anders. Een prettige bijkomstigheid van verhaal doen in het vervolg, en dus niet onmiddellijk, is dat je de tijd hebt om te nuanceren. Laat eerst de ander zijn relaas doen, weeg zijn woorden en sla dan toe. Anceren noem ik deze tactiek. Anceren in het nu. Nu mag het. Nee, nu moet het. Met de juiste timing.
Waarom anceren en waarom met de juiste timing? Omdat het risico bestaat dat ondanks alle voorbereidingen en juiste bedoelingen, je in het verhaal toch te laat kunt komen. De kunst is om op het juiste moment te pieken. Dat komt het verhaal ten goede. Daarnaast speelt ook een goede enscenering een belangrijke rol. Als de enscenering niet klopt dan kun je het schudden met je verhaal. Er is dan niemand meer die volgt. Zelfs rechters en advocaten haken dan af. Op het juiste moment en op de juiste plaats pieken en anceren, daar gaat het om bij een goed verhaal.
Je moet het leren door veel te oefenen. Oefening baart kunst. Soms pas na een zware bevalling maar vaak ook middels glijbanen vol pret. Daar kunnen zelfs de grootste koffieleuten en theemutsen over mee praten.
Met de juiste ancering in het nu en een juiste enscenering in het verhaal, bereik je uiteindelijk het meest. Zelfs als er sprake is van meer lijnen in het verhaal. Dat vraagt wel opperste concentratie en vasthoudendheid en kan alleen in goede banen geleid worden door ervaringsdeskundigen. De beste stuurlui staan aan wal, ik weet het. Maar toch. Zodra meerlijnen verplaatst worden naar andere meerpalen wordt het verhaal pas goed vlot getrokken en bereikt het een veilige haven. De vraag alleen is: verstomd of verstoomd het verhaal op dat moment? Een goede vraag voor schipper naast Mathilde.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-04-2014
Mannen en vrouwen fantaseren over mouwen en vrannen
Wat is het toch heerlijk om nieuwe woorden te verzinnen. Per abuis of met opzet. Opgehoest door een hevige schrijfbui of aangeleverd door een woeste letterwind. Ingegeven door een schrijfopdracht met een bijzonder onderwerp of voortbordurend op een iets te snel vergeten column. Maar waarom nog woorden verzinnen als er toch al zoveel zijn? Om zinnen te verzetten misschien? Om lege luchten even vol te laten stromen? Van luchtledig naar lettervol? Om datgene wat onuitgesproken blijft, voor eens en altijd bespreekbaar te maken? Het zou zo maar kunnen.
Wat maakt het eigenlijk ook uit. Opgejaagd door communicatiedrift en tijdswaan verdwijnen vele woorden en zinnen tegenwoordig vliegensvlug in wolken en in schemer. Of ze nu oud of nieuw verzonnen zijn, ze worden in no time ingekort met pennenbeitels, doormidden gekliefd met potloodbijlen en weg gegumd door cloudremovers. Ze moeten immers passen op het minischerm en liefst zo snel mogelijk weer verdwijnen. Al die letter-, woord- en zinbezuinigingen leiden vroeg of laat tot hersenkrimp. Dat kan niet anders. Gelukkig zit er voor diegenen die door een tekort aan volledigheid frustratie voelen, bij alle tablets en smartphones een aan- en uitknop. Zo ook bij deze column. Je moet hem alleen weten te vinden.
Nieuwe woorden verzinnen, er bestaat niets leuker dan dat. Dit keer zijn ze ingegeven op onderwerpniveau. Het onderwerp: mannen en vrouwen. Een buitencategorie waar we allemaal deel van uitmaken. Twee geslachten aan elkaar onderworpen. Een dankbaar onderwerp van gesprek en geschrift. Vandaag leg ik ze op mijn onderzoekstafel. Naakt en bloot, stok en stijf. In een oogopslag constateer ik enkele verschillen. Ze zijn in woorden haast niet te vatten en ik raak danig verward. Het is een vruchtbare status die een voedzame bodem biedt voor creativiteit.
Ik begin met mijn onderzoek bij mevrouw. Ik zie een grote schoonendoes die op heuphoogte overgaat in een vangerplint. Het wordt me even te veel. Wat een scheinhood, bijna niet te bevatten. Mijn hoofd tolt in het rond. Zo ook wat nieuwe woorden. Het verbaast me hoe talig het vrouwenlijf is. Zou dat ook voor het mannenbody gelden? Ik ga snel verder op ontdekkingstocht. Dit keer bij meneer. Ik zie een enorme tenta die onder het mannenbuikje eindigt in een standkazeel. Wederom van onbedorven scheinhood. Anders kan ik het niet benoemen.
Slotconclusie. Een mannenbody is net zo talig als een vrouwenlijf. Mannen fantaseren er vaak wel een paar mouwen bij. Dat geeft houvast. Ook vrouwen fantaseren over mannenbodies. Het gaat dan meestal over hun vrannen. Ze hebben er ooit van gehoord maar weten niet hoe ze er uit zien. Laat staan dat ze weten waar ze zitten. Heel vreemd. Mannen en vrouwen die fantaseren over mouwen en vrannen. Los van elkaar.
Naast enkele verschillen tussen mannen en vrouwen zijn er ook een paar overeenkomsten. Eentje wil ik niet onvermeld laten. Zowel mannen als vrouwen beschikken over een gigantisch mooie aaipen. Weliswaar in verschillende vorm en omvang, maar hé zeg, niemand die daarover klaagt. Aaipennen moet je altijd koesteren. Hoe dan ook. Ze schenken eindeloos genot.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Geschreven naar aanleiding van twee themacolumns bij ColumnX:
Thema: Mannen & Vrouwen (Initiatief van arta, Oproep via de Shoutbox op ColumnX op 13-03-2014 (14:29).
... aan de dames onder ons: Wordt het geen tijd dat wij weer wat tegenwicht gaan bieden aan de haantjes? ... Mag ik jullie uitnodigen tot het schrijven van een echte 'damescolumn'.
Thema: Het gaat ergens nergens over.
Verplichte woorden: column, paaien, schoenendoos, tante, vingerplant, zandkasteel.
Verboden woorden: ColumnX, CX, de, ergens, lente, nergens, voorjaar.
Wat maakt het eigenlijk ook uit. Opgejaagd door communicatiedrift en tijdswaan verdwijnen vele woorden en zinnen tegenwoordig vliegensvlug in wolken en in schemer. Of ze nu oud of nieuw verzonnen zijn, ze worden in no time ingekort met pennenbeitels, doormidden gekliefd met potloodbijlen en weg gegumd door cloudremovers. Ze moeten immers passen op het minischerm en liefst zo snel mogelijk weer verdwijnen. Al die letter-, woord- en zinbezuinigingen leiden vroeg of laat tot hersenkrimp. Dat kan niet anders. Gelukkig zit er voor diegenen die door een tekort aan volledigheid frustratie voelen, bij alle tablets en smartphones een aan- en uitknop. Zo ook bij deze column. Je moet hem alleen weten te vinden.
Nieuwe woorden verzinnen, er bestaat niets leuker dan dat. Dit keer zijn ze ingegeven op onderwerpniveau. Het onderwerp: mannen en vrouwen. Een buitencategorie waar we allemaal deel van uitmaken. Twee geslachten aan elkaar onderworpen. Een dankbaar onderwerp van gesprek en geschrift. Vandaag leg ik ze op mijn onderzoekstafel. Naakt en bloot, stok en stijf. In een oogopslag constateer ik enkele verschillen. Ze zijn in woorden haast niet te vatten en ik raak danig verward. Het is een vruchtbare status die een voedzame bodem biedt voor creativiteit.
Ik begin met mijn onderzoek bij mevrouw. Ik zie een grote schoonendoes die op heuphoogte overgaat in een vangerplint. Het wordt me even te veel. Wat een scheinhood, bijna niet te bevatten. Mijn hoofd tolt in het rond. Zo ook wat nieuwe woorden. Het verbaast me hoe talig het vrouwenlijf is. Zou dat ook voor het mannenbody gelden? Ik ga snel verder op ontdekkingstocht. Dit keer bij meneer. Ik zie een enorme tenta die onder het mannenbuikje eindigt in een standkazeel. Wederom van onbedorven scheinhood. Anders kan ik het niet benoemen.
Slotconclusie. Een mannenbody is net zo talig als een vrouwenlijf. Mannen fantaseren er vaak wel een paar mouwen bij. Dat geeft houvast. Ook vrouwen fantaseren over mannenbodies. Het gaat dan meestal over hun vrannen. Ze hebben er ooit van gehoord maar weten niet hoe ze er uit zien. Laat staan dat ze weten waar ze zitten. Heel vreemd. Mannen en vrouwen die fantaseren over mouwen en vrannen. Los van elkaar.
Naast enkele verschillen tussen mannen en vrouwen zijn er ook een paar overeenkomsten. Eentje wil ik niet onvermeld laten. Zowel mannen als vrouwen beschikken over een gigantisch mooie aaipen. Weliswaar in verschillende vorm en omvang, maar hé zeg, niemand die daarover klaagt. Aaipennen moet je altijd koesteren. Hoe dan ook. Ze schenken eindeloos genot.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Geschreven naar aanleiding van twee themacolumns bij ColumnX:
Thema: Mannen & Vrouwen (Initiatief van arta, Oproep via de Shoutbox op ColumnX op 13-03-2014 (14:29).
... aan de dames onder ons: Wordt het geen tijd dat wij weer wat tegenwicht gaan bieden aan de haantjes? ... Mag ik jullie uitnodigen tot het schrijven van een echte 'damescolumn'.
Thema: Het gaat ergens nergens over.
Verplichte woorden: column, paaien, schoenendoos, tante, vingerplant, zandkasteel.
Verboden woorden: ColumnX, CX, de, ergens, lente, nergens, voorjaar.
01-03-2014
Verhalen
Waarom zou ik dat in hemelsnaam nog doen? Er is al zoveel van te voren vastgelegd, bestemd, bepaald. Veel beter is het om je erbij neer te leggen. Het is gewoon onoverkomelijk, onvermijdelijk. Het zit in de genen. Achter de oren. Onder je knieën. Het eigen gelijk. Ja, zelfs dat van een ander.
Het heeft geen enkele zin, verhalen. De waarheid ligt ergens in het midden. Voor sommigen diep, diep verstopt in een grot. Doch evenwel bereikbaar. Maar je moet het willen zoeken en vinden. Ergens in het midden.
Verhalen. En als het dan even niet lukt, dan gaan we ze gewoon verzinnen. Opdat het toch een mooi en sluitend verhaal wordt waarin iedereen zich weet te vinden. Laten we toch eerlijk zijn, ja we, niemand uitgezonderd, we lusten er allemaal pap van. Van de waarheid.
We bakken er zoete broodjes van en smeren het zelfs op de boterham. En niet alleen op witte boterhammen. De waarheid smaakt voor iedereen verschillend. Naar honing, jam, vlees of kaas. Naar zoet of zout. Naar chocopasta, hagelslag of pindakaas. Of gewoon naar nog iets anders.
De waarheid is voor velen onverzadigbaar en onverteerbaar. Sommigen proppen zich er tot de nek toe mee vol. Om het vervolgens in kleine of grote brokken weer uit te spuwen. En dan komt het verhaal. Want iemand zal toch moeten boeten. Voor de waarheid die maar slecht verteerd.
We blijven hem zoeken, omarmen, koesteren en kietelen. Onze eigen waarheid. Wat een geluk voor degene die hem dan toch uiteindelijk weet te vinden. Ergens diep van binnen. In grotten en spelonken van het oerverlangen. Verhalen hoeven niet langer verhaald.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Het heeft geen enkele zin, verhalen. De waarheid ligt ergens in het midden. Voor sommigen diep, diep verstopt in een grot. Doch evenwel bereikbaar. Maar je moet het willen zoeken en vinden. Ergens in het midden.
Verhalen. En als het dan even niet lukt, dan gaan we ze gewoon verzinnen. Opdat het toch een mooi en sluitend verhaal wordt waarin iedereen zich weet te vinden. Laten we toch eerlijk zijn, ja we, niemand uitgezonderd, we lusten er allemaal pap van. Van de waarheid.
We bakken er zoete broodjes van en smeren het zelfs op de boterham. En niet alleen op witte boterhammen. De waarheid smaakt voor iedereen verschillend. Naar honing, jam, vlees of kaas. Naar zoet of zout. Naar chocopasta, hagelslag of pindakaas. Of gewoon naar nog iets anders.
De waarheid is voor velen onverzadigbaar en onverteerbaar. Sommigen proppen zich er tot de nek toe mee vol. Om het vervolgens in kleine of grote brokken weer uit te spuwen. En dan komt het verhaal. Want iemand zal toch moeten boeten. Voor de waarheid die maar slecht verteerd.
We blijven hem zoeken, omarmen, koesteren en kietelen. Onze eigen waarheid. Wat een geluk voor degene die hem dan toch uiteindelijk weet te vinden. Ergens diep van binnen. In grotten en spelonken van het oerverlangen. Verhalen hoeven niet langer verhaald.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-02-2014
Liefde in het bijzonder
Als het hart harder klopt, bloed sneller stroomt, haartjes op de armen rijzen en de huid bobbeltjes toont, dan is er sprake van iets bijzonders. Zodra muziek in je oren klinkt, de zon zich in je nestelt en honger smaakt naar chocola, dan is dat de opmaak van iets bijzonders. Als de maan je wakker houdt en zoete dromen overdag onrust stoken, dan kondigt zich iets bijzonders aan.
Wat is nu precies die bijzonderheid die zorgt dat ik zo lyrisch metafoor, wentel en keer in zoete woorden? Is het een ontmoeting ergens tussen nu en later, die prikkelt en nieuwsgierig maakt, zeurt en kriebelt? Een ontmoeting die bij gedachte aan, mijn maag tot tango polka dwingt en vlinders in beweging zet?
Het zou zo maar kunnen, een ontmoeting in verschiet, bijzonder spannend voor alle partijen. In iedere ontmoeting zijn nieuwe wegen te ontdekken. Afgetakte wegen die vaak oorsprong vinden in een ver verleden. Onverdeeld bedeeld. Samenkomend in een smachtend universum, van hoop, verlangen en moed.
Voor de zekerheid schrijf ik ze maar op. Alle verschijningsvormen van bijzonder. Voor je het weet waaien ze weg, trekken ze aan je voorbij. Onopmerkzaam. Dat zou zonde zijn. Niets liever beklijf ik in bijzonderheden. Ontmoetingen zorgvuldig gedestilleerd uit grote wanordes van gedachten.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Wat is nu precies die bijzonderheid die zorgt dat ik zo lyrisch metafoor, wentel en keer in zoete woorden? Is het een ontmoeting ergens tussen nu en later, die prikkelt en nieuwsgierig maakt, zeurt en kriebelt? Een ontmoeting die bij gedachte aan, mijn maag tot tango polka dwingt en vlinders in beweging zet?
Het zou zo maar kunnen, een ontmoeting in verschiet, bijzonder spannend voor alle partijen. In iedere ontmoeting zijn nieuwe wegen te ontdekken. Afgetakte wegen die vaak oorsprong vinden in een ver verleden. Onverdeeld bedeeld. Samenkomend in een smachtend universum, van hoop, verlangen en moed.
Voor de zekerheid schrijf ik ze maar op. Alle verschijningsvormen van bijzonder. Voor je het weet waaien ze weg, trekken ze aan je voorbij. Onopmerkzaam. Dat zou zonde zijn. Niets liever beklijf ik in bijzonderheden. Ontmoetingen zorgvuldig gedestilleerd uit grote wanordes van gedachten.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-01-2014
Eindejaars gein en ongein
De kamer is veel te klein voor zoveel gasten. Een hoek van de kamer wordt volledig opgezogen door een grote kerstboom die reikt tot aan het plafond. De piek lijkt het plafond te kussen maar doet dat net niet. Het is een fantastische boom, wederom. Opgetuigd met mooie lampjes, oude kerstballen en engelenhaar. Voor ieder lampje hangt een plukje haar.
Kees is apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. Die neemt bijna een kwart van de woonkamer in beslag. Eigenlijk is het geen kerststal maar een kerstgrot. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de grot er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam vindt Kees. En zijn achternaam is ook heel maf. Excelsis Deo staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo”, leest papa altijd hardop aan Kees voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam?
De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Kees tuurt over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Bijna een heel weekend heeft zijn vader erover gedaan om de kerstgrot en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Kees kent de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.
De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerstgrot. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als Kees langs de kerstgrot loopt aait ie over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar hij samen met zijn broers en papa het mos vandaan heeft gehaald. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerstgrot een knusse en warme sfeer.
De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is de favoriet van Kees. Samen met zijn broer en zus vecht hij ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier.
Kees is zo in de ban van de kameel dat hij er dagelijks van droomt. In zijn droom kruipt ie dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als Kees ‘s morgens wakker wordt, is het bed altijd koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zeggen papa en mama. En hij is al zeven.
Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet Kees. Want vanavond komen alle oma’s en opa’s op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Hij mag opblijven tot in de late uurtjes. Hij krijgt zelfs bowl. Kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Kees geniet van al die drukte.
Oom moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante moppentap doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. En oma uit de stad rookt de ene sigaret na de andere. Bah. Het glaasje op tafel raakt al snel leeg. Het wordt meteen bijgevuld, met babbeleros en stuifzand. Rare namen hebben die sigaretten. Maar de volwassenen vreten ze op. Opa uit het dorp niet. Die rookt alleen maar hofnar. Eén hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes mag Kees houden. Hij heeft al een hele verzameling.
Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur u nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door oom moppentap. Nee, dat komt door meneer Hermans op tv en de grote mensen bowl. Oma uit de stad en opa uit het dorp hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben allebei een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Kees moet lachen. Die kunnen straks makkelijk het vuurwerk aansteken. Kees is er klaar voor.
De glazen worden nog eens gevuld en zijn broers en zus beginnen al hardop te tellen. “Nog effe wachten!”, roept pa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok die traag seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij. “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … ZALIG NIEUWJAAR !!!“
Broers en zus, papa en mama, oom en tante, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, oma uit de stad en opa uit het dorp, samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Oma en opa liggen beteuterd, op hun billen, onder de kerstboom. Opa heeft nu haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma … oma die draagt twee paddenstoelkerstballen in haar oren.
Kees houdt het niet meer. Dit moet hij aan de grote klok hangen. Als een idioot rent ie de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet ie twee handen aan zijn mond en roept keihard: “OMA EN OPA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!!!”. Maar er is niemand die hem hoort. Zijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. Van spanning plast Kees in zijn broek. Niet echt een zalig begin van het nieuwe jaar, maar wel heel eventjes, lekker warm.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Kees is apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. Die neemt bijna een kwart van de woonkamer in beslag. Eigenlijk is het geen kerststal maar een kerstgrot. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de grot er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam vindt Kees. En zijn achternaam is ook heel maf. Excelsis Deo staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo”, leest papa altijd hardop aan Kees voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam?
De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Kees tuurt over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Bijna een heel weekend heeft zijn vader erover gedaan om de kerstgrot en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Kees kent de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.
De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerstgrot. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als Kees langs de kerstgrot loopt aait ie over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar hij samen met zijn broers en papa het mos vandaan heeft gehaald. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerstgrot een knusse en warme sfeer.
De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is de favoriet van Kees. Samen met zijn broer en zus vecht hij ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier.
Kees is zo in de ban van de kameel dat hij er dagelijks van droomt. In zijn droom kruipt ie dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als Kees ‘s morgens wakker wordt, is het bed altijd koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zeggen papa en mama. En hij is al zeven.
Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet Kees. Want vanavond komen alle oma’s en opa’s op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Hij mag opblijven tot in de late uurtjes. Hij krijgt zelfs bowl. Kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Kees geniet van al die drukte.
Oom moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante moppentap doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. En oma uit de stad rookt de ene sigaret na de andere. Bah. Het glaasje op tafel raakt al snel leeg. Het wordt meteen bijgevuld, met babbeleros en stuifzand. Rare namen hebben die sigaretten. Maar de volwassenen vreten ze op. Opa uit het dorp niet. Die rookt alleen maar hofnar. Eén hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes mag Kees houden. Hij heeft al een hele verzameling.
Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur u nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door oom moppentap. Nee, dat komt door meneer Hermans op tv en de grote mensen bowl. Oma uit de stad en opa uit het dorp hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben allebei een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Kees moet lachen. Die kunnen straks makkelijk het vuurwerk aansteken. Kees is er klaar voor.
De glazen worden nog eens gevuld en zijn broers en zus beginnen al hardop te tellen. “Nog effe wachten!”, roept pa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok die traag seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij. “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … ZALIG NIEUWJAAR !!!“
Broers en zus, papa en mama, oom en tante, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, oma uit de stad en opa uit het dorp, samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Oma en opa liggen beteuterd, op hun billen, onder de kerstboom. Opa heeft nu haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma … oma die draagt twee paddenstoelkerstballen in haar oren.
Kees houdt het niet meer. Dit moet hij aan de grote klok hangen. Als een idioot rent ie de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet ie twee handen aan zijn mond en roept keihard: “OMA EN OPA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!!!”. Maar er is niemand die hem hoort. Zijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. Van spanning plast Kees in zijn broek. Niet echt een zalig begin van het nieuwe jaar, maar wel heel eventjes, lekker warm.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-12-2013
Hoe divers diverse diversen kunnen zijn
Een ode aan diverse diversen, zo zou ik deze column willen beschrijven. Beschrijven? Hoezo beschrijven? Hij is nog geeneens geschreven. Schrijven is zo middeleeuws, vertelde iemand mij onlangs. Hoe durft die persoon het in het hoofd te halen? Leeghoofd. Maar toch was ik getriggerd. Ik ga niet schrijven, ik ga knippen en plakken. Proefondervindelijk, creatief, in aandacht verbonden en uiteraard heel divers. Dat zal die persoon leren. Schrijven middeleeuws. Ammehoela.
Divers heb ik uit diverse columns de eerste zin geknipt en geplakt. Ik laat ze pronken in een categorie die iedereen kent, de categorie diversen. Een categorie steevast te vinden als verzamelrubriek, als folder en kolder, op harde schijven en op webpagina’s. Lees en verbaas u zelf, hoe divers diverse diversen kunnen zijn, in een bloemlezing samengesteld uit columns van novemberschrijvers op website ColumnX. Gerubriceerd, niet van A tot Z, maar van C tot X. Of zo u wil van V tot C.
Vandaag is geen dag als alle anderen. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen.
Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik was bijna gestopt met schrijven. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Toch wel kunnen slapen gelukkig.
Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht.
Zomaar een dag bij het water. Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook.
Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent.
Politie Middelburg, met IJzermans.. “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Baasje is verdrietig. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag. Op vakantie gaan is tof.
Mien knipt en plakt
p.s.:
Vergeet u de column niet te downloaden en op te slaan in het mapje diversen?
Met dank aan:
Arjan, arta, Bart Brompot, Bert K, Blanchefort, Chris, ChristaWitte, Fem, Ferrara, FranK, g.van stipdonk, Hakunamatafa, Harrie, Indobuzuk, irma1969, Jip, La-vie-en-rose, Libelle, Meralixe, Pierken, Sagita, sane, Sim, Spencer, Tessadus, trawant, Vannessa Gusted, wheatergir, Yoshimitsu, Yfs
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Divers heb ik uit diverse columns de eerste zin geknipt en geplakt. Ik laat ze pronken in een categorie die iedereen kent, de categorie diversen. Een categorie steevast te vinden als verzamelrubriek, als folder en kolder, op harde schijven en op webpagina’s. Lees en verbaas u zelf, hoe divers diverse diversen kunnen zijn, in een bloemlezing samengesteld uit columns van novemberschrijvers op website ColumnX. Gerubriceerd, niet van A tot Z, maar van C tot X. Of zo u wil van V tot C.
Vandaag is geen dag als alle anderen. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen.
Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik was bijna gestopt met schrijven. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Toch wel kunnen slapen gelukkig.
Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht.
Zomaar een dag bij het water. Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook.
Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent.
Politie Middelburg, met IJzermans.. “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Baasje is verdrietig. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag. Op vakantie gaan is tof.
Mien knipt en plakt
p.s.:
Vergeet u de column niet te downloaden en op te slaan in het mapje diversen?
Met dank aan:
Arjan, arta, Bart Brompot, Bert K, Blanchefort, Chris, ChristaWitte, Fem, Ferrara, FranK, g.van stipdonk, Hakunamatafa, Harrie, Indobuzuk, irma1969, Jip, La-vie-en-rose, Libelle, Meralixe, Pierken, Sagita, sane, Sim, Spencer, Tessadus, trawant, Vannessa Gusted, wheatergir, Yoshimitsu, Yfs
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-11-2013
Stampij in de maatschappij
De maatschappij daar draait het allemaal om. Wie er geen deel van uit wil maken is een egoïst. Een loner. Niet te letterlijk nemen dat laatste woord. Voor hetzelfde geld is het een dagloner die drie dagen in de week werkt. Waarmee hij eigenlijk een parttimer is. Hoeveel dagen in de week moet je werken om deel uit te maken van een maatschappij? Wie neemt wie daarover eigenlijk de maat?
Een verschrikkelijk woord als je het ontleedt, maatschappij. Ik kan er behoorlijk van in de war raken. Maatschappijen. Zijn dat nu pijen van een maatschap? Of zijn het pijen van maten die ergens liggen op een schap? Ik wil het niet weten. Bij het woord pij alleen al kruipt een allergie langs mijn ruggengraat. De enige plek waar het woord pij tot zijn recht komt is in stampij. Fier rechtop. De stam in de pij. Maar ik moet nu ook niet gaan overdrijven.
Ik kan natuurlijk kleinburgerlijk in religie blijven hangen. Pij roept immers die associatie het eerste bij mij op. Maar dan ga ik wel voorbij aan de geschiedenis die geschreven is in pijen. In maatschappijen met veel stampij. Juist ja, in kloosters, de universiteiten van de Middeleeuwen. Oké, ik geef het onmiddellijk toe. Ook in de Middeleeuwen stond de stam wel eens rechtop in de pij. Zowel overdrachtelijk als zinnelijk. Je danste naar iemands pijen, of was het nu pijpen?
Zo schrijf je geschiedenis en zo schrijf je een column. Over maatschappijen. Pijen die een maatschap verhullen. Een maatschap van noeste schrijvers. Kalligrafen, vederschrijvers, pennenlikkers, coloranten, inktdopers, noem maar op. Hulde aan dit gilde dat voor het eerst in beeldend schrijven de historie optekende. Een maatschappij vorm gaf. Maar niet vooraleer de pij in de juiste maat van het schap was gegrist. Voor iedere dag een andere pij. Het vege lijf schoon verhuld en voor de duivel gered. Op zon- en maandagen en op alle andere dagen van de week .
In de Middeleeuwen ontblootte zich een harde maatschappij. Daar kunnen we heden ten dage nog een puntje aan zuigen. Maar pas op. Neem dat zuigen niet te letterlijk. Religie kan een zuigende werking hebben. En als het zuigen bevalt laat je niet snel los. Vroeg of laat krijg je dan weer stampij. Dit keer met jezelf. Want hoever wil je gaan in het zuigen? Het zuigen van de stam in de pij brengt de hele maatschap in rep en roer. En ja. Dan moeten we in conclaaf. Met elkaar. Niet alleen. Maar in stiekeme verbondenheid. Uitzuigen die stampij.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Een verschrikkelijk woord als je het ontleedt, maatschappij. Ik kan er behoorlijk van in de war raken. Maatschappijen. Zijn dat nu pijen van een maatschap? Of zijn het pijen van maten die ergens liggen op een schap? Ik wil het niet weten. Bij het woord pij alleen al kruipt een allergie langs mijn ruggengraat. De enige plek waar het woord pij tot zijn recht komt is in stampij. Fier rechtop. De stam in de pij. Maar ik moet nu ook niet gaan overdrijven.
Ik kan natuurlijk kleinburgerlijk in religie blijven hangen. Pij roept immers die associatie het eerste bij mij op. Maar dan ga ik wel voorbij aan de geschiedenis die geschreven is in pijen. In maatschappijen met veel stampij. Juist ja, in kloosters, de universiteiten van de Middeleeuwen. Oké, ik geef het onmiddellijk toe. Ook in de Middeleeuwen stond de stam wel eens rechtop in de pij. Zowel overdrachtelijk als zinnelijk. Je danste naar iemands pijen, of was het nu pijpen?
Zo schrijf je geschiedenis en zo schrijf je een column. Over maatschappijen. Pijen die een maatschap verhullen. Een maatschap van noeste schrijvers. Kalligrafen, vederschrijvers, pennenlikkers, coloranten, inktdopers, noem maar op. Hulde aan dit gilde dat voor het eerst in beeldend schrijven de historie optekende. Een maatschappij vorm gaf. Maar niet vooraleer de pij in de juiste maat van het schap was gegrist. Voor iedere dag een andere pij. Het vege lijf schoon verhuld en voor de duivel gered. Op zon- en maandagen en op alle andere dagen van de week .
In de Middeleeuwen ontblootte zich een harde maatschappij. Daar kunnen we heden ten dage nog een puntje aan zuigen. Maar pas op. Neem dat zuigen niet te letterlijk. Religie kan een zuigende werking hebben. En als het zuigen bevalt laat je niet snel los. Vroeg of laat krijg je dan weer stampij. Dit keer met jezelf. Want hoever wil je gaan in het zuigen? Het zuigen van de stam in de pij brengt de hele maatschap in rep en roer. En ja. Dan moeten we in conclaaf. Met elkaar. Niet alleen. Maar in stiekeme verbondenheid. Uitzuigen die stampij.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-10-2013
Actualiteiten uit het hiernamaals
Een zwoel zomerwindje blaast luchtstromen langs mijn nek en bezorgt me warme rillingen. Het gras waar ik op lig is botermals en ruikt naar vervlogen herinneringen. De geur van vroeger kriebelt in mijn neus en prikkelt mijn hersenen. Langzaam slaan er wat deurtjes open. Wil ik dat wel? Het is zo’n mooie dag. Flauw en vaag dringt een herinnering zich langzaam aan mij op. Ik heb niets te willen. Mijn neusvleugels tintelen. Ze ruiken bloed.
Diep, diep graaf ik de herinnering op. Met bloed heb ik nooit wat gehad. Vreemd. Waar komt die geur vandaan? Het bloed lijkt nu ranzig in mijn neus te plakken. Ik pieker me suf. Waar komt deze herinnering vandaan? De tijd verstrijkt. De bloedplak in mijn neus voelt als een korst. Ik hef mijn tong omhoog, met een uiterste inspanning krul ik het puntje. Maar net als vroeger lukt het niet mijn neus te raken. Ik tuur in de wolken die nu langzaam boven mij drijven. Op zoek naar antwoorden. Maar de wolken vertellen niets. Ze laten niets los. Ik krijg een vieze nasmaak.
Mijn zintuigen raken in de war. Proef ik nu echt bloed in mijn keel? Dit heb ik eerder meegemaakt. Een déjà vu. Onvervalst. Of is het slechts een actualiteit uit het hiernamaals? Mijn bewustzijn wankelt. Ik houd vast aan wat ik zojuist dacht. Maar de gedachtestroom neemt een loopje. Het enige dat ik kan doen is meelopen. Ik laat me niet gek maken. Het idee alleen al. Duizend woorden flitsen door mijn hoofd en zoeken houvast. Houvast in actualiteit. In gebeurtenissen van de dag.
Ik mag niet wegzakken. Zeker niet nu. In deze vreemde tegenwoordige toestand. Een nieuwe werkelijkheid dringt zich op. Een wezenlijkheid met nieuwswaarde brengt me terug op aarde. Ik weet nu waar het bloed vandaan komt. Uit het hiernamaals. En hoe ik dat nu plots weet? Heel simpel. Omdat de mate waarin de informatie nu tot mij komt overeenstemt met de werkelijkheid. Waar haal ik de wijsheid vandaan? Uit onlinewoordenboekenwijsheid zou je haast denken.
Niets is minder waar. Bloedirritant. Zo ruikt het ook. Accupunctureel gesproken zijn actualiteiten slechts speldenprikken uit het hiernamaals. Alles is per slot van rekening al ooit gezien en opgeslagen. Collectief in lekkende geheugens. Het zijn de grote oerlekken die voor verwarring zorgen. En telkens weer komen ze ons voor als actueel. Bitjes informatie op herhaling. We gieten er alleen wat andere sausjes overheen. In de jaren veertig vijftig botersaus. In het heden fritessaus, light. Geniet ervan.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Diep, diep graaf ik de herinnering op. Met bloed heb ik nooit wat gehad. Vreemd. Waar komt die geur vandaan? Het bloed lijkt nu ranzig in mijn neus te plakken. Ik pieker me suf. Waar komt deze herinnering vandaan? De tijd verstrijkt. De bloedplak in mijn neus voelt als een korst. Ik hef mijn tong omhoog, met een uiterste inspanning krul ik het puntje. Maar net als vroeger lukt het niet mijn neus te raken. Ik tuur in de wolken die nu langzaam boven mij drijven. Op zoek naar antwoorden. Maar de wolken vertellen niets. Ze laten niets los. Ik krijg een vieze nasmaak.
Mijn zintuigen raken in de war. Proef ik nu echt bloed in mijn keel? Dit heb ik eerder meegemaakt. Een déjà vu. Onvervalst. Of is het slechts een actualiteit uit het hiernamaals? Mijn bewustzijn wankelt. Ik houd vast aan wat ik zojuist dacht. Maar de gedachtestroom neemt een loopje. Het enige dat ik kan doen is meelopen. Ik laat me niet gek maken. Het idee alleen al. Duizend woorden flitsen door mijn hoofd en zoeken houvast. Houvast in actualiteit. In gebeurtenissen van de dag.
Ik mag niet wegzakken. Zeker niet nu. In deze vreemde tegenwoordige toestand. Een nieuwe werkelijkheid dringt zich op. Een wezenlijkheid met nieuwswaarde brengt me terug op aarde. Ik weet nu waar het bloed vandaan komt. Uit het hiernamaals. En hoe ik dat nu plots weet? Heel simpel. Omdat de mate waarin de informatie nu tot mij komt overeenstemt met de werkelijkheid. Waar haal ik de wijsheid vandaan? Uit onlinewoordenboekenwijsheid zou je haast denken.
Niets is minder waar. Bloedirritant. Zo ruikt het ook. Accupunctureel gesproken zijn actualiteiten slechts speldenprikken uit het hiernamaals. Alles is per slot van rekening al ooit gezien en opgeslagen. Collectief in lekkende geheugens. Het zijn de grote oerlekken die voor verwarring zorgen. En telkens weer komen ze ons voor als actueel. Bitjes informatie op herhaling. We gieten er alleen wat andere sausjes overheen. In de jaren veertig vijftig botersaus. In het heden fritessaus, light. Geniet ervan.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
01-09-2013
Bijzonder algemeen
Het betreft alle personen. Niet in details treden. Algemeen is een bijwoord. Het zoemt voortdurend in het hoofd. Het is er nauwelijks uit los te weken. Het is geen hommelwoord en ook geen wespwoord. Als het bijwoord probeert te steken heb je hommeles. Ingegeven door angst. Angst voor de angel. De bijangel. Probeer de angel niet uit algemeen te trekken. Je hebt dan meteen de poppen aan het dansen. Hommeles, niet te verwarren met hommelles.
Hommelles. Dat is lang geleden. Dat stamt nog van de lagere school. Op jonge leeftijd was ik al gebiologeerd door biologie. Bioloog, dat wilde ik vroeger worden. Maar helaas, mijn bio liegt niet. Hij logeerde op andere plekken. Ik ging iets doen met bijwoorden. Met bij voorbeeld, met bij zonder, met bij kans en ook met bij na. Ik nam ze allemaal bij de hand. Ik onderzocht de bijwoorden en stelde ze op schrift. Ik kwam erachter hoe hard ze staken. Vooral algemeen. Keihard. Verschrikkelijk. Dat vroeg om nader onderzoek.
Bijwoorden hebben geen behoefte aan hommelles. Bij lange na niet. Ze hebben sowieso een hekel aan iedere vorm van les. Ze balen ook van alle van dalen. Van dikke en van dunne. Van groene en van witte. Van betweters en lettervreters. Ik schreef het al eerder, algemeen betreft alle personen. Dus ook u. Laat u niet steken. In het bijzonder niet door een bijwoord. En denk er aan, als bijwoorden woorden hebben gaat het vaak mis. Bijen zonder woorden zoemen en steken des te harder. Het is maar dat u het weet.
Naast bijwoord is algemeen ook een steekwoord. Algemeen steekt overal zijn neus in. Het duikt overal in en op. Als rubriek, als categorie, als vrij veld, in vrijwel iedere gebruiksaanwijzing, in dagbladen, in het nieuws. Algemeen is overal. Heel gemeen. Het is een gemeen goedje. En gemeen goed kan heel fout zijn. Zeker in een maatschappij die niets op heeft met al, een maatschappij die veel meer leeft van ik. Van ikgoed, geen gemeengoed. Algemeen conflicteert met ik. Het steekt. Eigenlijk zou je moeten schrijven conflikteert.
Het ik heeft een bloedhekel aan gemeengoed. Het houdt liever alles voor zichzelf. Het enige algemeen dat een beetje door de beugel kan is bijzonder algemeen. In bijzonder algemeen ligt alles opgesloten. Zodra algemeen bijzonder wordt en begint te vloeden in over, kom je tot de kern. Zonderbaar vreemd, wonderlijk en zeldzaam. Bijzonder. Er is nood aan analyses en diepteonderzoek naar algemeen. Dat wordt zelfs door het individu onderkent.
Het ik in de maatschappij wil zich het liefst verbijzonderen. Onderzoek is nodig om oplossingen en maatregelen te vinden die voorkomen dat algemeen blijft tieren. Welig en alom. Er dreigt anders een gevreesde dood voor het ik. Bijzonder algemeen is het enige algemeen dat mag blijven. Bijzonder algemeen beteugelt ik in toegestane mate. Idealiter. Geen ik boven al, maar ik naast al. Ik en al. Ik en anderen. Samen ik. Bijzonder algemeen. Speciaal, vreemd, wonderlijk en bovenal zonderbaar.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Hommelles. Dat is lang geleden. Dat stamt nog van de lagere school. Op jonge leeftijd was ik al gebiologeerd door biologie. Bioloog, dat wilde ik vroeger worden. Maar helaas, mijn bio liegt niet. Hij logeerde op andere plekken. Ik ging iets doen met bijwoorden. Met bij voorbeeld, met bij zonder, met bij kans en ook met bij na. Ik nam ze allemaal bij de hand. Ik onderzocht de bijwoorden en stelde ze op schrift. Ik kwam erachter hoe hard ze staken. Vooral algemeen. Keihard. Verschrikkelijk. Dat vroeg om nader onderzoek.
Bijwoorden hebben geen behoefte aan hommelles. Bij lange na niet. Ze hebben sowieso een hekel aan iedere vorm van les. Ze balen ook van alle van dalen. Van dikke en van dunne. Van groene en van witte. Van betweters en lettervreters. Ik schreef het al eerder, algemeen betreft alle personen. Dus ook u. Laat u niet steken. In het bijzonder niet door een bijwoord. En denk er aan, als bijwoorden woorden hebben gaat het vaak mis. Bijen zonder woorden zoemen en steken des te harder. Het is maar dat u het weet.
Naast bijwoord is algemeen ook een steekwoord. Algemeen steekt overal zijn neus in. Het duikt overal in en op. Als rubriek, als categorie, als vrij veld, in vrijwel iedere gebruiksaanwijzing, in dagbladen, in het nieuws. Algemeen is overal. Heel gemeen. Het is een gemeen goedje. En gemeen goed kan heel fout zijn. Zeker in een maatschappij die niets op heeft met al, een maatschappij die veel meer leeft van ik. Van ikgoed, geen gemeengoed. Algemeen conflicteert met ik. Het steekt. Eigenlijk zou je moeten schrijven conflikteert.
Het ik heeft een bloedhekel aan gemeengoed. Het houdt liever alles voor zichzelf. Het enige algemeen dat een beetje door de beugel kan is bijzonder algemeen. In bijzonder algemeen ligt alles opgesloten. Zodra algemeen bijzonder wordt en begint te vloeden in over, kom je tot de kern. Zonderbaar vreemd, wonderlijk en zeldzaam. Bijzonder. Er is nood aan analyses en diepteonderzoek naar algemeen. Dat wordt zelfs door het individu onderkent.
Het ik in de maatschappij wil zich het liefst verbijzonderen. Onderzoek is nodig om oplossingen en maatregelen te vinden die voorkomen dat algemeen blijft tieren. Welig en alom. Er dreigt anders een gevreesde dood voor het ik. Bijzonder algemeen is het enige algemeen dat mag blijven. Bijzonder algemeen beteugelt ik in toegestane mate. Idealiter. Geen ik boven al, maar ik naast al. Ik en al. Ik en anderen. Samen ik. Bijzonder algemeen. Speciaal, vreemd, wonderlijk en bovenal zonderbaar.
Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)
Abonneren op:
Posts (Atom)