Vandaag kwam de nieuwe weegschaal binnen. Ik ben zielsgelukkig. Voor het eerst sinds lange tijd heb ik weer een beetje vertrouwen in mensheid en mezelf. Ja, de wereld wordt er zelfs een beetje mooier van. Ik straal mijn geluk uit naar iedereen die het weten wil en durft te zien. Steeds meer mensen kijken minder weg. Wat wil ik nog meer?
Het was wel een gedoe om een goede weegschaal uit te zoeken. Ik heb heel wat websites bekeken, aanbiedingen getraceerd, reviews gelezen. Door de sponsoring heen, diverse overwegingen gemaakt. Ik werd zelfs een keer spontaan gebeld. Hoe dat kan, is me nog steeds een raadsel. Ineens had ik Brabantia aan de lijn. Inderdaad, die winkel van de oranje blikken. Ze hadden gezien dat er met mijn IP-adres behoorlijk wat activiteit was op hun website. En ja, dan gaat het snel. Wat hacks en hunting verder hadden ze beet ... en mijn telefoonnummer. Ik vond het bewonderenswaardig. Vet eigenlijk. 'Of ik al een keuze had gemaakt?' Ik dacht meteen 'kassa ... hier moet ik een slaatje uit slaan'. Maar mijn gedachte werd meteen getackeld. "Meneer Mien, denkt u nu alweer aan eten?" Ik stond perplex. Beter gezegd: ik zat perplex. Ik zat namelijk op een stoel dit stukje te typen. En zelfs dit wist de man aan de andere kant van de lijn mij te vertellen. "Ik zie dat u de Personenweegschaal Op batterijen - White óp u beeldscherm heeft staan." Razendsnel zet ik de camera uit op mijn laptop. Mijn hart bonkt in mijn keel. Hoe is dit mogelijk. "Ah, nu zie ik u niet meer. Wat jammer. En ik had nog wel een mooie aanbieding voor u."
Ik droom niet, dit gebeurt echt, we zitten niet in de toekomst noch in fictie. Maar een ding blijft zeker ik ben enorm blij met mijn Personenweegschaal Op batterijen - White van Brabantia. Ik heb het gesprek overigens snel beëindigd. Van korting was geen sprake. Gewoon keihard de prijs betaald die er voor stond, na een vermoeiende zoektocht die nog even doorging na mijn telefoongesprek. Want waar kon ik dit mooie apparaat kopen? Fysiek, onmiddellijk, in een winkel, dicht in de buurt, want dat wilde ik graag. U kent dat vast wel, die drang na 'eureka' van 'dit wil ik hebben ... zo snel mogelijk ... nu!'. Nou, mooi niet. In geen enkele winkel verkrijgbaar. Blokker? Helaas definitief gesloten in Helmond. Hema dan? Niet in assortiment. Woonwinkels en badkamerzaken ook niet. Kan niet. Nog even gecheckt op de website van Brabantia naar winkels. Popte een link op naar dealers. Googlemaps bracht ze in beeld. Gamma, Karwei en Hubo. Maar helaas. Gaven alle drie niet thuis. Wel prullenbakken, pedaalemmers en afvalzakken. Maar die zocht ik niet. Uiteindelijk na lang zoeken toch maar gekozen voor een online bestelling via de webshop van Brabantia. Keurig na drie dagen afgeleverd op het afleveradres dat ik had geselecteerd. Een vage winkel in tweedehands kinderkleden met een klein loket verstopt achter in de winkel. De QR-code laten zien volstond. De holy grail eindelijk binnen.
Een nieuwe elektronische weegschaal. Met grote digitale cijfers. Ter vervanging van de analoge weegschaal met vreselijke bibberwijzer, die elke keer een andere uitslag geeft. Boehoee ... Het liefst had ik hem onmiddellijk in de winkel uitgepakt en uitgeprobeerd. Totdat ik me realiseerde: dan moeten ook alle kleren uit. Toch maar niet. Thuis de doos open gerukt. Eerst in de woonkamer mezelf gewogen met kleren aan. Doet de weegschaal het niet. Balen. Er stak een doorzichtig plasticje uit, onder de weegschaal bij de batterijen. Verwijderd. En toen deed ie het. Snel naar boven naar de badkamer en kleren uit. Kassa. 80,2 kilo. Twee kilo minder dan op de analoge weegschaal. Die heb ik door het raam gegooid. Grapje. Staat nu in de schuur. Ik wist dat het goed ging met mijn afvalrace. Maar dit is toch wel een vette bonus. En dan ook de buikomvang onder de meter. Mijn dag kan niet meer stuk. Morgen weer op de weegschaal. Op naar de min tachtig. Wordt vervolgd. Maar dat wist u al. Of op zijn minst ... een vermoeden.
19 Gewicht 28-03-2025: 80,20 kilo – Middelomtrek: 97 cm
18 Gewicht 06-02-2025: 83,00 kilo – Middelomtrek: 102 cm
17 Gewicht 06-03-2018: 80,00 kilo – Middelomtrek: 99 cm
16 Gewicht 17-03-2017: 86,50 kilo – Middelomtrek: 107 cm
15 Gewicht 19-07-2016: 87,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
14 Gewicht 25-02-2015: 83,50 kilo – Middelomtrek: 102 cm
13 Gewicht 06-01-2014: 85,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
12 Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm
11 Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm
10 Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo – Middelomtrek: 106 cm
09 Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
08 Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm
07 Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo – Middelomtrek: 105 cm
06 Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
05 Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
04 Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
03 Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
02 Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
01 Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2025. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
Posts tonen met het label zoektocht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zoektocht. Alle posts tonen
28-03-2025
Afvalrace 19: Weegschaal
27-10-2021
Hermandad gezocht
Dit verhaal gaat over een eeneiige tweeling waarvan de papa niet bekend is. Tweemaal pech zou je haast zeggen. Ware het niet dat moeder de beide Hermannen, twee gezonde jongens met dezelfde naam, al snel uit de vaderdroom hielp. Zoeken naar een eikel kun je beter niet doen in een wereld die alleen bestaat uit dennenappels.
Herman en Herman besluiten het toch uit te zoeken. En waar kun je beter roots vinden dan in Engeland? Exactly. Londen om precies te zijn. Op zoek dus naar Hermandaddy. Omdat de beide Hermannen pakweg tweemetertwintig zijn, gaan ze op zoek naar Hermandad. De eerste Herman die hem vindt wint de hoofdprijs. Het hoofd van papa. Want dat zou moeder graag nog eens zien.
24-12-2017
Zeer en Dip zoeken antwoord
Zeer en Dip zoeken antwoord. Waarom, is dan de vraag? Precies. Waarom? Het doet er eenvoudigweg niet toe. Ze zoeken nu eenmaal graag, Zeer en Dip. Het is hun bestaan, hun bestaansreden. Los van elkaar dragen zij eenzelfde entiteit. En ze weten het van elkaar. Dat is nog het mooiste. Een voedingsbodem voor een prachtige relatie. Eentje die standhoudt voor de eeuwigheid.
Of dat verder spannend is, hangt dan weer af van de geschiedenis. Hoeveel relaties kan men dragen in een leven? Hoeveel keren kan men verliefd worden en blijven? Hoeveel liefde kan men geven en hoe intens? Want een ding is zeker. We zijn allemaal op zoek naar ultieme, intense, altijddurende liefde. Maar mag dat ook met meerdere personen? Of eenvoudiger gesteld, verdeeld over meerdere personen? En terugkomend op een eerdere vraag? Hoe intens zal dat dan zijn?
Geen idee. Willen Zeer en Dip ook helemaal niet weten, laat staan onderzoeken. Zij zijn immers altijd bezig met hun zoektocht. Want wat is er leuker dan zoeken? Vinden is zo saai. Van het moment dat er ook maar iets gevonden is, slaat het noodlot vaak toe. Het noodlot der saaiheid. Een saai bestaan, is hij of zij die vindt, uiteindelijk beschoren. Kaal wordt dan het bestaan. Een koude entiteit die berust in het gevondene. Zoekt elkaar broeders of zusters wil ik zeggen, maar vindt elkaar niet.
Zeer en Dip blijven dan ook altijd zoeken. Het is hun lust en hun leven. In een gemeenschappelijke entiteit. De ultieme vrijheid. Zeer en Dip entiteit. Probeert u het eens uit. Blijf zoeken, ook als u vindt. Zoeken geeft een drive, vinden niet. De zoektocht is de motor van ons bestaan. Hij die vindt, vindt niets. Niets nakkes nada.
Een grote teleurstelling is het vinden. Zeker van elkaar. Tenzij men samen verder zoekt. Dan openen werelden voor elkaar, in Zeer en Dip entiteit. Het doet soms pijn maar het zal altijd hongerig maken. Maar zonder eetlust geen bevrediging. Nietwaar?
Of dat verder spannend is, hangt dan weer af van de geschiedenis. Hoeveel relaties kan men dragen in een leven? Hoeveel keren kan men verliefd worden en blijven? Hoeveel liefde kan men geven en hoe intens? Want een ding is zeker. We zijn allemaal op zoek naar ultieme, intense, altijddurende liefde. Maar mag dat ook met meerdere personen? Of eenvoudiger gesteld, verdeeld over meerdere personen? En terugkomend op een eerdere vraag? Hoe intens zal dat dan zijn?
Geen idee. Willen Zeer en Dip ook helemaal niet weten, laat staan onderzoeken. Zij zijn immers altijd bezig met hun zoektocht. Want wat is er leuker dan zoeken? Vinden is zo saai. Van het moment dat er ook maar iets gevonden is, slaat het noodlot vaak toe. Het noodlot der saaiheid. Een saai bestaan, is hij of zij die vindt, uiteindelijk beschoren. Kaal wordt dan het bestaan. Een koude entiteit die berust in het gevondene. Zoekt elkaar broeders of zusters wil ik zeggen, maar vindt elkaar niet.
Zeer en Dip blijven dan ook altijd zoeken. Het is hun lust en hun leven. In een gemeenschappelijke entiteit. De ultieme vrijheid. Zeer en Dip entiteit. Probeert u het eens uit. Blijf zoeken, ook als u vindt. Zoeken geeft een drive, vinden niet. De zoektocht is de motor van ons bestaan. Hij die vindt, vindt niets. Niets nakkes nada.
Een grote teleurstelling is het vinden. Zeker van elkaar. Tenzij men samen verder zoekt. Dan openen werelden voor elkaar, in Zeer en Dip entiteit. Het doet soms pijn maar het zal altijd hongerig maken. Maar zonder eetlust geen bevrediging. Nietwaar?
26-11-2014
Himmelhoch jauchzend
Waar ligt hij nu? Zojuist nog ergens gezien. En nu alweer kwijt. Wat doe ik daarmee? Ik ben zeer verdrietig. Kan wel hardop janken. Heeft geen enkele zin. Hoewel het bevrijdend werkt. Toch maar verder zoeken.
Ik schakel hulp in. Hij moet gevonden worden. Kan anders niet vertrekken. Die verrekte ouderdom ook. Vervelend hoor ouder worden. Zeker met zulke kinderen. Een zware last soms. Getors op je schouders. Maar nu hard nodig. Ik zet ze in. Mijn zoektocht vraagt erom. Ze moeten me helpen.
Kijken in de keuken. Voelen in de la. Speuren in de slaapkamer. Op het nachtkastje misschien? Heb nog drie minuten. De paniek slaat toe. Bonzo kijkt me aan. Meelijwekkend met verbaasde ogen. Ik duw hem opzij. Vindt ie niet leuk. Hij heft zijn poot. En legt meteen aan. De blaas op springen. Verdomme, ook dat nog. Doekje nergens te vinden.
"Gevonden!", roept de kleinste. "Toch niet in woonkamer?" Jawel, in de woonkamer. Dat is haast onmogelijk. Ik loop blij binnen. Maak zelfs een vreugdedansje. Daar ligt ie dan. Droevig op de bank. Mijn traag kortwerkend geheugen. Hij is eindelijk wakker. Waar was je nou? Had je je verstopt?
Onnozel kijkt hij weg. Hij heeft geen zin. Dat mag duidelijk zijn. Wat is het probleem? Aap komt uit mouw. Wat zeg je nu? Je wil niet werken? En waarom dan niet? Je hebt een burn-out? Van mij toch niet? Ik pieker je lam? Ja, ho eens even. Je wil meer rust? Niet meer alles onthouden? Niet meer alles opslaan?
Ik vrees het ergste. Dat gaat niet lukken. Ik wil wel helpen? Handleiding is helaas kwijt. Waar zit de uitknop? De kleinste weet raad. Klimt op mijn geheugen. Trekt aan zijn oren. Kraait van vet plezier. Geheugen slaat op hol. Lekker dom, die ouderdom. Nieuwe energie gaat stromen. Himmelhoch jauchzend in bomen. We kunnen op stap. Na wat dagelijkse vertraging. Om vier voor zes.
Ik schakel hulp in. Hij moet gevonden worden. Kan anders niet vertrekken. Die verrekte ouderdom ook. Vervelend hoor ouder worden. Zeker met zulke kinderen. Een zware last soms. Getors op je schouders. Maar nu hard nodig. Ik zet ze in. Mijn zoektocht vraagt erom. Ze moeten me helpen.
Kijken in de keuken. Voelen in de la. Speuren in de slaapkamer. Op het nachtkastje misschien? Heb nog drie minuten. De paniek slaat toe. Bonzo kijkt me aan. Meelijwekkend met verbaasde ogen. Ik duw hem opzij. Vindt ie niet leuk. Hij heft zijn poot. En legt meteen aan. De blaas op springen. Verdomme, ook dat nog. Doekje nergens te vinden.
"Gevonden!", roept de kleinste. "Toch niet in woonkamer?" Jawel, in de woonkamer. Dat is haast onmogelijk. Ik loop blij binnen. Maak zelfs een vreugdedansje. Daar ligt ie dan. Droevig op de bank. Mijn traag kortwerkend geheugen. Hij is eindelijk wakker. Waar was je nou? Had je je verstopt?
Onnozel kijkt hij weg. Hij heeft geen zin. Dat mag duidelijk zijn. Wat is het probleem? Aap komt uit mouw. Wat zeg je nu? Je wil niet werken? En waarom dan niet? Je hebt een burn-out? Van mij toch niet? Ik pieker je lam? Ja, ho eens even. Je wil meer rust? Niet meer alles onthouden? Niet meer alles opslaan?
Ik vrees het ergste. Dat gaat niet lukken. Ik wil wel helpen? Handleiding is helaas kwijt. Waar zit de uitknop? De kleinste weet raad. Klimt op mijn geheugen. Trekt aan zijn oren. Kraait van vet plezier. Geheugen slaat op hol. Lekker dom, die ouderdom. Nieuwe energie gaat stromen. Himmelhoch jauchzend in bomen. We kunnen op stap. Na wat dagelijkse vertraging. Om vier voor zes.
14-07-2014
Een verhaal dat bijna verloren ging
Op de tafel lagen wel vijftig stukken papier. Formaat A4. Van woede had de schrijver alles uitgeprint. Waar had hij nu toch dat bewuste stukje opgeschreven? Wel tien keer had hij alle teksten doorgelezen, op zoek naar … Ja, als ie dat eens wist. Hij had het de afgelopen week opgetekend. Dat wist ie zeker. Of had hij het gedroomd? In de late avonduren, of misschien wel diep in de nacht? In ijlende toestand was het voorbij gekomen. Aan zijn schrijversbrein ontsproten. Het bewuste stukje paste perfect in het laatste hoofdstuk van zijn verhaal. Maar hoe ging het ook alweer?
Hij kon zich nog vaag herinneren hoe hij het bewuste stukje had ingetypt. Slaapdronken was hij vorige week achter zijn computer gekropen en had in vlagen van verstandsverbijstering zijn toetsenbord de sporen gegeven. Correctie op correctie volgde, telkens nadat hij de tekst in wording van zijn beeldscherm had opgelezen. Hardop aan zichzelf, zoals hij dat altijd deed. Voortdurend had er iets ontbroken, maar wat? Geknipt en geplakt had ie de kleine stukjes tekst, steeds opnieuw in wisselende volgorden. De stukjes wilden maar niet passen, dat kon ie zich nog herinneren.
Na verloop van tijd was hij de losse stukjes kwijtgeraakt. Zowel de goede als de slechte. Althans dat dacht ie. Bewaar ze, teken ze op, print ze uit, had hij zichzelf voorgehouden. Maak het toonbaar, nu! Maak de tekst tastbaar. Haal door, breid uit, voeg toe, millimeter, destilleer, ventileer. Print de tekst. Leg hoofd- en kleine letterwijzigingen vast. Pleister en verbind de tekst tot logisch zinsverband. Dat had ie moeten doen.
Flarden tekst flitsten onophoudelijk door zijn hoofd. Wanneer kwamen die verdomde teksten toch eens tot rust? De printer ratelde en piepte en bleef maar A4′tjes spuwen. Nog voor de inkt was opgedroogd griste de schrijver het papier vol ongeduld uit de printermuil. Met grote raceogen vrat hij de losse tekstregels op. Het bewuste stukje tekst waarnaar hij op zoek was bleek helaas onvindbaar.
Wacht, wacht, zijn brein deed plots verwoede pogingen om gesloten deuren in zijn hersens opnieuw te openen. Het bewuste stukje tekst leek even terug te komen. Juist op dat moment spuwde de printer zijn laatste inkt uit. Grijze letters vervaagden op A4. Wat kon hij in deze situatie doen?
Zijn hervonden gedachten nogmaals toevertrouwen aan muis en toetsenbord? Dat durfde hij niet meer. De klikken in zijn hersenen liepen niet langer synchroon met de klikken op toetsenbord en muis. De snelle openbaring aan gedachten vroeg om ouderwetse vastlegging. Vereiste ingeslepen schrijfroutine.
Snel trok hij uit de printerlade een vers wit vel. Op de tafel lag een verdwaalde boodschappenpen. De vingers voelde wat verkrampt. De drive om zijn gedachten vast te leggen verdrongen de kramp. Tot diep, diep in de nacht schreef hij zijn verloren verhaal. Met pen op papier, alsof het gisteren was. In vloeiende bewegingen, afgemeten strak binnen zelf gefantaseerde lijntjes.
Langzaam kozen de letters hun plek in het verhaal, in vloeibaar blauw, herkenbaar op papier. Prettig leesbaar. Het verloren gewaande verhaal kwam langzaam terug. In stukjes en beetjes. Het witte papier op tafel vulde zich geduldig met de handgeschreven letters. De schrijver was blij en genoot.
Een A5 envelop was snel gevonden. Het complete verhaal werd uiteindelijk in tien A4′tjes bij elkaar geraapt, op volgorde gelegd en dubbelgevouwen in de envelop geschoven. Met tong en postzegel bezegeld. Weggedragen naar een oranje mailbox. Verslonden door zwarte klappertanden van de brievenbus. De schrijver kon daarna niets anders doen dan berusten in afwachting, van redactie en repliek, op zijn bijna verloren gewaand verhaal. Een gereviseerd verhaal, absoluut de moeite van het schrijven waard.
Hij kon zich nog vaag herinneren hoe hij het bewuste stukje had ingetypt. Slaapdronken was hij vorige week achter zijn computer gekropen en had in vlagen van verstandsverbijstering zijn toetsenbord de sporen gegeven. Correctie op correctie volgde, telkens nadat hij de tekst in wording van zijn beeldscherm had opgelezen. Hardop aan zichzelf, zoals hij dat altijd deed. Voortdurend had er iets ontbroken, maar wat? Geknipt en geplakt had ie de kleine stukjes tekst, steeds opnieuw in wisselende volgorden. De stukjes wilden maar niet passen, dat kon ie zich nog herinneren.
Na verloop van tijd was hij de losse stukjes kwijtgeraakt. Zowel de goede als de slechte. Althans dat dacht ie. Bewaar ze, teken ze op, print ze uit, had hij zichzelf voorgehouden. Maak het toonbaar, nu! Maak de tekst tastbaar. Haal door, breid uit, voeg toe, millimeter, destilleer, ventileer. Print de tekst. Leg hoofd- en kleine letterwijzigingen vast. Pleister en verbind de tekst tot logisch zinsverband. Dat had ie moeten doen.
Flarden tekst flitsten onophoudelijk door zijn hoofd. Wanneer kwamen die verdomde teksten toch eens tot rust? De printer ratelde en piepte en bleef maar A4′tjes spuwen. Nog voor de inkt was opgedroogd griste de schrijver het papier vol ongeduld uit de printermuil. Met grote raceogen vrat hij de losse tekstregels op. Het bewuste stukje tekst waarnaar hij op zoek was bleek helaas onvindbaar.
Wacht, wacht, zijn brein deed plots verwoede pogingen om gesloten deuren in zijn hersens opnieuw te openen. Het bewuste stukje tekst leek even terug te komen. Juist op dat moment spuwde de printer zijn laatste inkt uit. Grijze letters vervaagden op A4. Wat kon hij in deze situatie doen?
Zijn hervonden gedachten nogmaals toevertrouwen aan muis en toetsenbord? Dat durfde hij niet meer. De klikken in zijn hersenen liepen niet langer synchroon met de klikken op toetsenbord en muis. De snelle openbaring aan gedachten vroeg om ouderwetse vastlegging. Vereiste ingeslepen schrijfroutine.
Snel trok hij uit de printerlade een vers wit vel. Op de tafel lag een verdwaalde boodschappenpen. De vingers voelde wat verkrampt. De drive om zijn gedachten vast te leggen verdrongen de kramp. Tot diep, diep in de nacht schreef hij zijn verloren verhaal. Met pen op papier, alsof het gisteren was. In vloeiende bewegingen, afgemeten strak binnen zelf gefantaseerde lijntjes.
Langzaam kozen de letters hun plek in het verhaal, in vloeibaar blauw, herkenbaar op papier. Prettig leesbaar. Het verloren gewaande verhaal kwam langzaam terug. In stukjes en beetjes. Het witte papier op tafel vulde zich geduldig met de handgeschreven letters. De schrijver was blij en genoot.
Een A5 envelop was snel gevonden. Het complete verhaal werd uiteindelijk in tien A4′tjes bij elkaar geraapt, op volgorde gelegd en dubbelgevouwen in de envelop geschoven. Met tong en postzegel bezegeld. Weggedragen naar een oranje mailbox. Verslonden door zwarte klappertanden van de brievenbus. De schrijver kon daarna niets anders doen dan berusten in afwachting, van redactie en repliek, op zijn bijna verloren gewaand verhaal. Een gereviseerd verhaal, absoluut de moeite van het schrijven waard.
19-06-2013
Het kleine antwoord
Gisteren wist ik het nog. Vandaag ben ik het kwijt. Morgen begint de zoektocht opnieuw. Naar vraag en antwoord. Net als vorige week. Een week die een maand leek te duren. Met allemaal vragen en geen antwoorden. In het jaar van de halve eeuw. Ik zou toch beter moeten weten. Ik krijg geen antwoord. Wel steeds meer vragen. Waar zal ik toch eens zoeken?
Alle antwoorden waaien ergens rond, zo maar in de wind. Dat is me ooit verteld. Maar ja. In welke wind? Ik waai met alle winden mee. En ja, zo af en toe vang ik een antwoord. Een antwoord dat meteen weer nieuwe vragen oproept. Ik neem een wijs besluit. Ik stel alleen nog maar vragen. De antwoorden verzin ik zelf. Met behulp van een gemene mededeler. Mijn middelvinger.
Ik bombardeer hem tot mijn windvaan. Bij elke vraag die bovendrijft steek ik hem in de lucht en sluit mijn ogen. Ik bepaal de richting van het antwoord. Maar helaas, uit alle hoeken waait advies. Mijn windvaan raakt van de wap. Hij piept en hij fluit. Uit protest slaat hij mijn stortvloed aan vragen keihard in de wind. Opstandig houd ik hem strak omhoog. Hij is mijn boei, mijn baken. Totdat hij breekt. Verdomme. Mijn gemene mededeler laat me in de steek. Aan wie en hoe richt ik nu mijn vragen?
Ik heb geluk. Een klein antwoord blijft aan mijn vinger hangen. Een klein antwoord op een grote vraag. Het antwoord plakt en kriebelt aan mijn vinger en zucht diep. 'Waarom?' wil ik vragen, maar ik houd me net op tijd in. Het antwoord is amechtig. Hij moest eerst het noorden, oosten en het zuiden buiten westen slaan, om bij mij aan te komen. Een harde strijd en hele prestatie. Ik besef ook als geen ander hoe antwoorden vaak gebukt gaan onder de last van hun eigen inhoud. Sommigen dragen niet voor niets een kogelvrij vest. Immers, don’t shoot the messenger.
Over het algemeen hebben antwoorden een godsgruwelijke hekel aan vragen. Die zijn alleen maar lastig. Nodeloos en te pas en te onpas dringen zij zich op. Antwoorden houden graag een beetje afstand. Vraag en antwoord weten elkaar daarom vaak moeilijk te vinden. Antwoorden zijn ook lui. In plaats van zich snel te openbaren liggen zij veel liever ergens onder een boom in de schaduw lekker te broeden. Als een kip zonder kop op gouden eieren. Eigenlijk hebben ze niets op met vragen. Dat zijn maar druktemakers. Noodzakelijk kwaad. Bazige typjes. Ze roepen continu: 'Ik wil nu antwoord!' Ammehoela. Laat ze lekker kuchen.
Het kleine antwoord laat eindelijk los en glijdt langzaam van mijn vinger. Hij vertelt over de lange reis en de dingen die hij onderweg geleerd heeft. Aandachtig luister ik naar zijn verhaal. Het is veelomvattend en neemt mij helemaal in beslag. Wat een openbaring. Het kleine antwoord bundelt grote levensvragen en kleine ditjes en datjes in een helder relaas. Eindelijk tref ik een antwoord dat, hoe klein ook, groter is dan de vraag. Ik ontwaar een licht gevoel van euforie. Als vragen worden ingelost verandert onwetendheid in respect.
Uitgeroepen tot Column van de Maand bij ColumnX
Alle antwoorden waaien ergens rond, zo maar in de wind. Dat is me ooit verteld. Maar ja. In welke wind? Ik waai met alle winden mee. En ja, zo af en toe vang ik een antwoord. Een antwoord dat meteen weer nieuwe vragen oproept. Ik neem een wijs besluit. Ik stel alleen nog maar vragen. De antwoorden verzin ik zelf. Met behulp van een gemene mededeler. Mijn middelvinger.
Ik bombardeer hem tot mijn windvaan. Bij elke vraag die bovendrijft steek ik hem in de lucht en sluit mijn ogen. Ik bepaal de richting van het antwoord. Maar helaas, uit alle hoeken waait advies. Mijn windvaan raakt van de wap. Hij piept en hij fluit. Uit protest slaat hij mijn stortvloed aan vragen keihard in de wind. Opstandig houd ik hem strak omhoog. Hij is mijn boei, mijn baken. Totdat hij breekt. Verdomme. Mijn gemene mededeler laat me in de steek. Aan wie en hoe richt ik nu mijn vragen?
Ik heb geluk. Een klein antwoord blijft aan mijn vinger hangen. Een klein antwoord op een grote vraag. Het antwoord plakt en kriebelt aan mijn vinger en zucht diep. 'Waarom?' wil ik vragen, maar ik houd me net op tijd in. Het antwoord is amechtig. Hij moest eerst het noorden, oosten en het zuiden buiten westen slaan, om bij mij aan te komen. Een harde strijd en hele prestatie. Ik besef ook als geen ander hoe antwoorden vaak gebukt gaan onder de last van hun eigen inhoud. Sommigen dragen niet voor niets een kogelvrij vest. Immers, don’t shoot the messenger.
Over het algemeen hebben antwoorden een godsgruwelijke hekel aan vragen. Die zijn alleen maar lastig. Nodeloos en te pas en te onpas dringen zij zich op. Antwoorden houden graag een beetje afstand. Vraag en antwoord weten elkaar daarom vaak moeilijk te vinden. Antwoorden zijn ook lui. In plaats van zich snel te openbaren liggen zij veel liever ergens onder een boom in de schaduw lekker te broeden. Als een kip zonder kop op gouden eieren. Eigenlijk hebben ze niets op met vragen. Dat zijn maar druktemakers. Noodzakelijk kwaad. Bazige typjes. Ze roepen continu: 'Ik wil nu antwoord!' Ammehoela. Laat ze lekker kuchen.
Het kleine antwoord laat eindelijk los en glijdt langzaam van mijn vinger. Hij vertelt over de lange reis en de dingen die hij onderweg geleerd heeft. Aandachtig luister ik naar zijn verhaal. Het is veelomvattend en neemt mij helemaal in beslag. Wat een openbaring. Het kleine antwoord bundelt grote levensvragen en kleine ditjes en datjes in een helder relaas. Eindelijk tref ik een antwoord dat, hoe klein ook, groter is dan de vraag. Ik ontwaar een licht gevoel van euforie. Als vragen worden ingelost verandert onwetendheid in respect.
Uitgeroepen tot Column van de Maand bij ColumnX
Abonneren op:
Posts (Atom)