Posts tonen met het label coup de foudre. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coup de foudre. Alle posts tonen

10-02-2025

Zoektocht naar elektra

Langzaam drinken wij de oorlog
niemand richt zich nog op moed
 
reuzen slaan het water neer
vreten zich een weg door bloed
 
spuwen lelijk morsetaal
gaan zelden kopje onder
 
alle energie stroomt weg
uit windbuil en turbine
 
maar bovenal schijnt toch de zon
waaraan wij dorstig laven
 
zij dondert bliksemt in de buik
gelukzalig haar explosies
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (5) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo-Hout)
 

19-10-2015

Het meisje met de blauwe pet (9)

Ik wilde niet wachten op de brandweer of de politie, want die zouden er nog wel een hele poos over doen. Die moesten helemaal uit Schoonhoven komen. De machinist en conducteur bleven in druk gesprek met elkaar. Er leek zo nu en dan zelfs wat ruzie te ontstaan. De conducteur scheen de machinist ter verantwoording te roepen. Maar deze reageerde zo halfslachtig en nonchalant, dat ik er zelfs een beetje boos van werd.

Een stukje verder stond Theo Charly uit te horen. Als een hele oude Sherlock Holmes. Hij had ook een detective-brilletje opgezet. Het gaf Theo iets onderzoekends en aandoenlijks. Charly hield hem een stuk papier voor zijn neus. Theo was zeer geïnteresseerd in Charly's geaardheid. Dat was wel duidelijk. Ze stonden te ver van me vandaan om hun gesprek te volgen, maar de gebaren die Theo maakte spraken boekdelen, borstdelen eigenlijk.

'Hallo, hallo!' Verbaast keek ik naar Betsy. 'Ik sta hier, ik ben er ook nog!'
Dat was duidelijke taal. Ik zou nu toch een en al oog en oor moeten zijn voor Betsy. En toch miste er iets. De spanning was duidelijk gebroken. De coup de foudre leek niet meer in mij geslagen te zijn maar in de weke bodem naast de spoorrails vlakbij station de Hem. Uit beleefdheid en grote nieuwsgierigheid boog ik mij naar Betsy toe en fluisterde in haar oor: 'Is dat echt jouw grote broer?' En met moed uit mijn schoenen: 'Waarom deed hij het gordijntje dicht in de trein?'

Twee vragen tegelijk waren te veel voor Betsy. Zij focuste zich maar op een ding. Op mij. Ze vond het blijkbaar fijn dat ik in haar oor fluisterde want ze begon spontaan te blozen en giechelen. Het kietelde in haar oor, dat kon ik zien. Ze krabde stevig met haar linkerpink in haar oor. Vliegensvlug maakte ze ronddraaiende bewegingen. Zo snel dat ik er zelf een beetje duizelig van werd. In haar rechterhand droeg Betsy haar blauwe pet. Die hield ze ineens voor haar gezicht. Had ik haar in verlegenheid gebracht? Ze trok de pet weer weg en keek me nogmaals ondeugend aan.

In de verte klonken nu de sirenes. Wilde ik nog antwoord krijgen op mijn vragen, dan moest ik haast maken, snel handelen, of een afspraak regelen met Betsy. Dat was ook een goed idee. Maar hoe, en waar, iets klopte er niet aan haar. Dat wist ik haast zeker. Maar wat?

Een zekere aantrekkingskracht die ze uitstraalde bleef mij prikkelen. Mijn hart en hoofd maakten overuren. Ze waren het nog niet eens met elkaar. Intussen was het gesprek tussen Theo en Charly hoog opgelopen. Betsy kreeg dit ook in de gaten. Ik voorvoelde op een of andere manier wat er ging gebeuren. En ja hoor, het gebeurde.

12-10-2015

Het meisje met de blauwe pet (8)

Geen moment te verliezen. Alle belangrijke gedachten vlogen naar de achtergrond. Dit was realiteit en die vroeg meteen om actie. De oude kale man die zich had voorgesteld als Theo, werd geholpen door Betsy. Ik hield de schuifdeur die altijd vervelend dichtklapte voor hun open. De conducteur was inmiddels verder naar achteren de trein in gerend. Ik vermoedde dat ook daar weinig mensen zaten. Ik vond het nog steeds raar dat de trein zo leeg was.

Buiten langs de rails stonden twee mensen te wachten. Eentje droeg een zwarte pet met een gele rand. Waarschijnlijk de machinist. De andere persoon was een vrouw. Althans dat dacht ik. Toen we elkaar groetten bleek de vrouw een heel donkere zware stem te hebben. Ik was gefascineerd door haar of zijn adamsappel. Die ging als een tennisbal op en neer onder zijn kin. Toch een man naar ik vermoedde.

De oude man stelde zich voor aan de beide heren. ‘Ik ben Theo, de broer van haar.’ Hij wees naar Betsy. ‘En ik ben Betsy, de zus van … ‘ Ja, dat was nu wel duidelijk. Ik kon me er nog steeds niets bij voorstellen. Dat konden toch onmogelijk broer en zus zijn? Uit verschillende huwelijken misschien? Met een hele oude vader. De oorlog was al even voorbij en de babyboom had behoorlijk om zich heengeslagen. Was Betsy het resultaat van inhaaleffect. Nee toch? Theo raakte in druk gesprek met Charly, zo stelde de manvrouw of vrouwman zichzelf voor. Ik was er nog niet over uit. Theo ging op ontdekkingstocht, dat was wel duidelijk. Mijn nieuwsgierigheid betrof alleen maar Betsy. De machinist hield zich anoniem.

Intussen brandde de trein van voor naar achter als een fakkel. We gingen een stukje achteruit staan want het begon aardig heet te worden. De conducteur stond nu met de machinist te praten. Drie maal raden waar het gesprek over ging. Er was verder niemand meer uitgestapt.

‘Nou ontmoeten we elkaar dan eindelijk!’, brak ik het gesprek open.
‘Jahhhh …!’, antwoordde Betsy met een zwoele stem.
Ik schrok ervan. Ik kende Betsy amper, vond haar best leuk en de coup de foudre was nog niet uitgewerkt, maar dit ging wel erg snel, wat een overgave.
‘Ik heb jouw briefje met veel moeite ontvangen, of eerlijk gezegd bekeken. Een of andere idioot had er een papieren vlieger van gevouwen …!’ Terwijl ik dit vertelde aan Betsy dacht ik. Wat zal ze nu toch niet van me denken, die is gestoord. Het zelfde dacht ik van Betsy. Zij antwoordde weer met: ‘Jahhhh …!’ Daarnaast keek ze me vol verlangen aan. Ik wist me even geen raad.

‘Ik heb dat briefje geschreven, heel snel, ik wist jij bent de ware, mijn ware!’ Bronstig keek Betsy mij nu aan. De ware, ik de ware, nu al, na een kleine blik. Na een kleine petieterige coup de foudre. Dat is haast onmogelijk. Het vreemde was, dat ik precies hetzelfde gevoel had gehad. De afgelopen dagen althans. Maar nu in levende lijve leek mijn keutel heel even terug te schieten. Ik voelde nattigheid. En die moest zo snel mogelijk opgelost worden.

21-09-2015

Het meisje met de blauwe pet (5)

Mijn geduld werd uiteindelijk beloond. Vanuit Gouda reed de trein naar Schoonhoven en daar zat ze weer. Betsy. Mijn Betsy. Aan het raam en ze keek me aan, doordringend, vol verlangen. Dat is wat ik zag. Ze zwaaide en draaide haar gezicht naar me toe vanaf het moment dat de trein aan mijn gezichtsveld voorbij vloog. Was dit nu toeval? Of een moment van waarheid, van ware aard en ware liefde. De coup de foudre sloeg weer in. Maar nu anders. Beduidender. Dit was een moment om vast te houden. Een moment dat om actie vroeg. En weer legde Betsy haar hand tegen haar oor. Ik moest bellen. Maar hoe? Ik had immers geen telefoon. Een ding was zeker. Ik moest zo snel mogelijk telefoon regelen.

Verheugd reed ik terug naar huis. Ik had haar weer gezien. Het was mooi weer. De zon scheen. In mijn hoofd gingen de radertjes te keer. Ik probeerde mijn aandacht bij het fietsen te houden want mijn hart leek het even niet te houden. Waarom wordt het hoofd en hart toch zo beroerd bij het aanzien van een mooie deerne? Betsy had geen blauwe pet meer op. Bij mij zat de pet des te hoger. Het blauwe overgooiertje dat ze aan had stond haar echter ook schattig. Dat had ik in de gauwigheid wel gespot. Mijn gedachte maakte overuren. Ik probeerde het aantal omwentelingen van mijn voorwiel te tellen. Een welkome afleiding die ik niet lang volhield. Het ventiel flitste te vaak voorbij en ik raakte al snel de tel kwijt.

Ik keek op mijn horloge. Het was vroeg in de middag. Mijn besluit om naar huis te fietsen had ik geparkeerd. Ik moest en ik zou nu telefoon regelen. Waar zou ik toch kunnen bellen? Ik besloot niet naar huis te fietsen maar naar Schoonhoven. Misschien stapte Betsy daar wel uit. Het telefoonnummer dat ze mij gegeven had kwam ook uit Schoonhoven. Ik trapte nu flink door. In de verte zag ik al het klooster Sint Michiel liggen. Ik naderde dus spoedig station den Hem. Dan was Schoonhoven niet ver meer weg. Wacht eens even. Maar dat was natuurlijk een goed idee. Het klooster Sint Michiel, dat beschikte vast over een telefoon. De Franciscaner moesten toch af en toe ook bestellingen doen. En deze orde kende de zwijgplicht. Een ideale plek dus om liefdesbanden stiekem aan te gaan.

Met het idee vers in mijn hoofd gaf ik de pedalen nog meer kracht. Totdat ik bijna van mijn fiets viel. Niet omdat er iets op de weg lag waar mijn fiets over struikelde. Nee, omdat ik zelf plots in de handrem kneep. Van verbazing en schrik. Daar stond namelijk vlak voor station den Hem de trein stil, bevroren in het landschap. De trein met Betsy. Snel zocht ik de coupé op waar Betsy moest zitten. Waarom stond de trein überhaupt stil, zo vlak voor het station? De mensen in de trein zaten wat beduusd uit de raam te staren. Zo ook Betsy. Totdat ik in haar gezichtsveld stond.

Liefdesvonken sprongen over. Tegenover Betsy zat een oude man met een kaal hoofd en een blauw grijs gestreepte trui. Hij keek Betsy en mij afwisselend aan. Waarom ik dat zag is mij een raadsel. Misschien wilde ik alles wat zich in de omgeving van mijn Betsy bevond in mijn hoofd opnemen. Waakzaam vastleggen, als een grote geheugenfoto. Het was hoe dan ook een vreemde situatie. Voor iedereen. De man eiste plots de aandacht op van Betsy. Wie was die man? Hij was voorover gebogen en had de hand op haar schouder gelegd. Kende hij Betsy? Ze schrok en wilde het raampje van haar treincoupé opendraaien. Maar de man tegenover haar belette dat. Wat wilde Betsy mij vertellen? Bramenstruiken tussen het spoor en het fietspad belette mij om naar de trein te lopen. Deze situatie vroeg om actie. Maar welke?

14-09-2015

Het meisje met de blauwe pet (4)

Ik was toch wel danig in de war van de gebeurtenissen aan het spoor. Het besef drong nu pas tot me door hoe verliefd ik eigenlijk was geworden. Gewoon op een meisje met een blauwe pet. Een coup de foudre. Een eenvoudige oogopslag. Bliksemcontact. Het was niets voor mij. Zo’n plotselinge verliefdheid. Meestal duurde het weken, maanden voordat ik ook maar toegaf aan enig gevoel van verliefdheid. En nu pats boem, in een keer sloeg het toe. Ik bleef echter voorzichtig. Wilde mezelf geen rad voor ogen draaien, want wat als het niet wederzijds was. Onzin, riep een stemmetje diep van binnen. Ze gaf jou toch een vlieger, een papieren vlieger met telefoonnummer.

‘Maar wat wilt u precies weten?’, vroeg de postkantoorbeambte. ‘U wilt weten waar het netnummer 018 vandaan komt? Naar aanleiding van een telefoonnummer waarvan u zegt dat u het gevonden heeft op een papieren vlieger? U kunt het toch gewoon bellen, dat telefoonnummer?’

Tot zover een moeizame conversatie die plaats had op het postkantoor. De goede man had gelijk. Waarom zou ik niet gewoon bellen. Maar nee, ik koesterde mijn vlinders. Ik wilde eerst wat meer zekerheid. Niet beginnen aan een onbegonnen missie. Ik was al zo vaak teleurgesteld.

‘Wel meneer. Ik heb het even opgezocht. Uw telefoonnummer komt uit Schoonhoven’.

Boink … ineens viel er heel wat op zijn plek. Ook de vlinders hielden heel even op met fladderen. Dit was realiteit. Betsy woonde in Schoonhoven! Vlak in de buurt. Wist ik veel dat het netnummer uit Schoonhoven kwam. Wij hadden thuis geen telefoon. Eigenlijk had bijna niemand bij ons in het dorp telefoon. In en naar Ammerstol werd nooit gebeld. Niemand wist het te liggen. En de contacten in het dorp verliepen allemaal op straat of binnenshuis. Via korte lijntjes. Niet door de lucht. Nergens voor nodig.

God wat was ik blij. Er stond een naam, een telefoonnummer en een brede, hele brede glimlach in mijn hersenpan gegrift. Dromend vloog ik op mijn fiets terug naar Ammerstol, gedragen en voortgedreven door zalige gedachten.

Intussen knaagde ik op een plan van aanpak. Het knagen werd bij thuiskomst broeden. Broeden op bed. Het broeden op bed werd al snel plafond staren. Over het witte plafond gleden beeltenissen van Betsy. Mijn Betsy. Steeds ondeugender. Dat kon niet, dat mocht niet. Ik moest bellen. Hoe dan ook! Maar wanneer en met welke telefoon. Wij hadden geen telefoon.

Dagen dacht ik na. En iedere dag fietste ik een flink stuk langs naast het spoor. Allemaal in de hoop nog eens een glimp op te vangen. Ze was heen gegaan, mijn Betsy, maar ze kwam ongetwijfeld een keer terug. Vijf keer per dag ging er een trein van Gouda naar Schoonhoven en vice versa. Dat had ik inmiddels op slinkse wijze nagevraagd in het dorp. Bij een van de betrouwbaarste bewoners. De dorpsgek. Die wist mij gek genoeg te vertellen hoe vaak en hoe laat de trein voorbij kwam.

Drie dagen achter elkaar wachtte ik langs het spoor. Op diverse tijdstippen. Vijf keer aan het ene kant van het spoor en vijf keer aan het andere. Op dezelfde plek als waar ik Betsy voor het eerst gezien had. In al mijn verliefd bijgeloof hoopte ik haar nog een keer te zien. Bijna, bijna was ik het spoor bijster, bijna gaf ik het op, totdat …

06-09-2015

Het meisje met de blauwe pet (3)

Het jongetje gooide de vlieger telkenmale in de lucht en rende er dan vlug achteraan. Hij had mij niet in de gaten. Hoe kon ik dit nu tactisch aanpakken? Ik moest snel handelen. Voor hetzelfde geld gooide het jongetje de papieren vlieger keihard weg en belandde het in het weiland met koeien dat pal aan de weg lag. Ik zag mezelf bepaald nu niet, een twee drie, het kleine slootje overspringen en midden in een wei landen met zwartbonte koeien. Er waren ook grenzen aan mijn nieuwsgierigheid. En veel erger nog. Mijn grote angst voor koeien zou mij weerhouden van een heldendaad. Ondanks de idee dat liefde mogelijk vleugels geeft.

Wat had het meisje met de blauwe pet nu in de vleugels van het papieren vliegtuigje geschreven? Dat wilde ik dolgraag weten. Het jongetje maakte er gelukkig geen enkel probleem van toen ik hem vroeg of ik ook eens met zijn vliegtuigje mocht gooien. Zolang ik hem zijn vliegtuigje maar teruggaf. Hij had het zojuist eerlijk gevonden. Het jongetje zal wel gedacht hebben: Wat een vreemde man? Dat die nog met papieren vliegtuigjes speelt?

Met een vlugge blik in de vleugels zag ik een telefoonnummer staan. En een naam. De naam kon ik nog wel onthouden. Maar het telefoonnummer? Gelukkig had het maar acht cijfers. Na twee keer gooien met het vliegtuigje had ik het nummer en de naam tussen mijn oren opgeslagen. Voor de eeuwigheid. Betsy 018-205443. Als dat geen toeval was. Betsy! Daar had ik zojuist nog aan gedacht. Het schoot me meteen weer te binnen. Dat was de naam van Jenny Arean uit die televisieserie. Zeker weten. Niet te geloven.
Tussen de vleugels had ik ook nog een klein hartje gespot. Wat lief van Betsy. Een kriebelhartje dat onder in de punt een beetje uitschoot. Het was snel opgetekend, dat kon je zien. Voor mij was het echter het mooiste hart dat ik ooit gezien had. Het deed mijn eigen hart bonken.

Ik bedankte het jongetje en stapte blij op mijn fiets richting thuis, met mijn hoofd in de wolken. Even had ik nog getwijfeld om te vragen aan het jongetje om het vliegtuigje aan mij te geven. Vanwege de boodschap. Maar hé, leg dat maar eens uit aan een klein jongetje, zo’n boodschap. Het eerste wat ik deed bij thuiskomst was vlug de naam en het nummer opschrijven. 018? Waar zou dat nu zijn? Al was het in Lutjebroek of Kamtjatka (zeer onwaarschijnlijk), het maakte niet uit, ik moest en zou het weten. Vlug fietste ik naar het postkantoor in het dorp. Het postkantoor had alle telefoongidsen van Nederland, gebundeld in een grote telefoonruimte hangen. Dat wist ik zeker. Nu maar duimen dat het in de buurt van Schoonhoven was. En anders wist de postkantoorbeambte mij ook wel te helpen.

01-09-2015

Het meisje met de blauwe pet (2)

Als getroffen door de bliksem stapte ik op de fiets en reed nog een stukje met de trein op. Zou ik nog een blik van haar kunnen vangen? Mijn hart klopte achter op de rug. De trein minderde vaart, mijn schietgebed verhoord. Midden op de spoorwegovergang stopte de trein. Het meisje met de blauwe pet draaide het raampje open en gooide een klein papieren vliegtuigje naar buiten. Onderwijl gaf ze me een vette knipoog. Een knipoog die niets aan toeval overliet. Met een ondeugende blik wees ze naar het vliegtuigje en legde daarna haar hand aan het oor.

Was het vliegtuig voor mij bedoeld? Ik kon het amper geloven en keek snel om mij heen. Er stond niemand bij het spoor. Razend benieuwd was ik naar haar boodschap. Het gebaar dat ze met haar hand aan het oor maakte leek verdomd veel op een imitatie van een telefoon. Mijn hart begon nog sneller te kloppen en drong zich nu sterk aan mij op, vanachter mijn rug richting borst. Het zocht zijn plek.

Ik probeerde oogcontact te houden met het meisje met de blauwe pet maar al snel werd dat onmogelijk gemaakt. Een goederentrein raasde voorbij en verbrak de magische verbinding. Intussen trok de andere trein weer langzaam op. Nog nooit was ik zo kwaad op een goederentrein. Die dingen schoten nooit op. En ook nu leek er geen einde te komen aan de ontelbare wagons. Toen de laatste wagon voorbij schoot was de trein met mijn prinses reeds uit het zicht verdwenen. Helemaal aan het einde van de einder versmolt haar trein met de bosjes van beide zijkanten tot niets, richting Gouda.

Koude wind waaide in mijn gezicht. Mijn hart zakte in de schoenen. Fietsen had geen zin. Maar … Maar … Het vliegtuig … De boodschap … Een telefoonnummer … Hoop en nieuwsgierigheid vochten om mijn aandacht. Langzaam gingen de spoorwegbomen omhoog. Snel rende ik het spoor op. Zoekend, speurend als een dolle hond. Maar helaas, het papieren vliegtuig leek gevlogen. Nergens meer te zien. Beteuterd keek ik om me heen en besefte ineens dat het lot mij niet goed gezind was, ondanks dat er genoeg signalen waren geweest die een beter lot deden vermoeden. Totdat ik aan de overzijde van het spoor een klein jongetje zag spelen, met een papieren vliegtuigje.

31-08-2015

120 Woorden Augustus 2015

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.


Woordsport (05-08-2015)

Ik smijt de eerste woorden een beetje onwillekeurig in het hok. Zelfstandigen. Want die vormen de basis. Ik voeg er onmiddellijk een paar anderen bij. Het mag geen naam hebben. Op een recreatieve wijze uiteraard, want ik ben nog maar een beginner. Als ik flink oefen wordt het mogelijk topsport. Bijwoorden parkeer ik even. Het jongleren met woorden gaat me goed af. Nu nog even wat werkwoorden toevoegen. Ze zijn mijn favoriete woorden. Ze vragen veel aandacht maar geven ook veel terug. Je krijgt er een goede conditie van. Met een handjevol voorzetsels en lidwoorden breng ik de nodige woordspecie aan. Ik kijk op mijn klok. Prima tijd. Nog even met schuttingwoorden een muurtje zetten en mijn verhaal is onoverwinnelijk.


Piet, Taag, Ras en ik (06-08-2015) (Themawoord: Bewijs)

Ik geloof hem niet. Mijn wiskundeleraar. En ik zal hier ook het bewijs leveren. Phonetisch uiteraard. Ik verkies letters boven cijfers. Cijfers boven letters zien er niet uit. Neem nu de stelling aakwadraat plus beekwadraat is ceekwadraat. Geen gezicht. Kwadraat klinkt in deze stelling phonetisch drie keer zeer recalcitrant en kwaad door. Een kwade raad kan ik echt niet serieus nemen. Ik leg het ook voor aan mijn vrienden Piet, Taag en Ras. Zij stemmen met mij in. Meer bewijs heb ik niet nodig. Letters, in de juiste samenstelling, zorgen voor liefde, emotie en vriendschap. Cijfers, ongeacht de samenstelling, meestal voor ijver en strijd. Ik lever het bewijs iPhonetisch aan bij mijn wiskundeleraar Dieliet, de leraar die alle kunde wist.

Ik geloof hem niet. Mijn wiskundeleraar. En ik zal hier ook het bewijs leveren. Phonetisch uiteraard. Ik verkies letters boven cijfers. Cijfers boven letters zien er niet uit. Neem nu de stelling aakwadraat plus beekwadraat is ceekwadraat. Geen gezicht. Kwadraat klinkt in deze stelling phonetisch drie keer zeer recalcitrant en kwaad door. Een kwade raad kan ik echt niet serieus nemen. Ik leg het ook voor aan mijn vrienden Piet, Taag en Ras. Zij stemmen met mij in. Meer bewijs heb ik niet nodig. Letters, in de juiste samenstelling, zorgen voor liefde, emotie en vriendschap. Cijfers, ongeacht de samenstelling, meestal voor ijver en strijd. Ik lever het bewijs iPhonetisch aan bij mijn wiskundeleraar Dieliet, de leraar die alle kunde wist.


Stift (10-08-2015) (Themawoord: Stift)

Langzaam word ik wakker in de rustruimte. Beelden komen te voorschijn. Iets met potlood, voetbal en tand. Alles komt weer binnen. Een training op precisie en kracht. Jongleren met een potlood. Best lastig met maatje 47.
Johan heeft er ook duidelijk moeite mee. Vooral het potlood op de punt van de schoen omhoog houden is geen sinecure. Het overspelen is ook niet echt makkelijk. Telkens blijft de punt van het potlood in de neus hangen. Vaak breekt de punt af.

Het potlood subtiel over de keeper wippen is nog het aller-moeilijkste. Afwerken op doel gaat makkelijker. Totdat het potlood van Johan dwars door mijn gehemelte schiet. Zeer pijnlijk. Ik stort neer. Een van mijn voortanden leunt ver achterover. Waardeloos gekeept.


Compleet gestift (11-08-2015) (Themawoord: Stift)

Ik heb het niet zo op stichten. Zeker niet als het voortkomt uit ijdel geloof. Laatst had ik weer een stichtingslid aan de deur. Sinds kort heb ik een nieuwe methode ontdekt om deze ongenode gasten te verwelkomen. Ik plaats een stoel in de gang en laat het stichtingslid zijn verhaal doen. Zolang ie maar wil. Intussen drink ik een kopje koffie.

Nee, hij mag niet binnenkomen. En geen koffie drinken. Eerst een goed verhaal vertellen. Voor wat hoort wat. “Hallo, ik ben van Stichting STIFT”. Dat werkt bij mij niet. Het valt me op dat het stichtingslid op blote voeten is. Toch geen heilige boon? “STIFT staat voor Stil Thuis Integer Familiair Theosoferen”. Of hij mag vangen? Compleet gestift.


Komkommersoep (13-08-2015)

Er springt een komkommer door mijn tuin. Ja echt. Op hele kleine dunne pootjes. Hij draagt een klein zwembroekje en een petje. Ja, ik zie het goed. Onmiddellijk bel ik de correspondent van het plaatselijke leugenaartje. Dit is nieuws. Een primeur.

“Denkt u nu echt dat ik bij u langskom om een stukje te schrijven? Ik heb wel wat beters te doen. Kunt u het niet even fotograferen, of liever nog filmen? Zend het naar de redactie en dan bekijken we vrijdag of het meekan in de volgende uitgave van onze weekkrant. U heeft het echt gezien, toch?”

Te moeilijk allemaal. Ik overweeg heel even nog You Tube. Maar mijn mediahonger wint het van mijn publicatiedwang. Vandaag eten we komkommersoep.


Mondfiat (18-08-2015) (Themawoord: Konvooi)

Nog nooit was een volksverhuizing zo bizar verlopen. Hier werd geschiedenis geschreven. Germanen, Hunnen, Kelten, Slaven, ze vallen erbij in het niet. Qua methodiek en aanvalsdrift ongekend.

Waar kwamen ze nu precies vandaan? De Konvooien. Dat ze voois handelden drong al snel door in Europa. Het ontleende de Konvooien zelfs hun naam. Ze kwamen te land, te water en uit de lucht. Geen enkele muur en grens hield hen tegen.

Te paard, te kameel, te adelaar, te walvis. Niet het minste transport luidde hun aankomst en verovering in. Ook de aanvalswapens waren navenant. Ze smeten luidruchtig, vlijmscherp en brutaal met woorden. Ongehoord.

De Konvooi werd een begrip. Door zijn heldhaftigheid en zijn moed. Mondfiat veroverde hij de WERELD in hoofdletters.


Wees creatief (19-08-2015)

Geen papa en geen mama meer. Dan ben je wees. En als je wees bent dan valt dat zwaar. Ik heb er lang moeite mee gehad. Geen papa en geen mama hebben op jonge leeftijd is geen sinecure. Gelukkig ben ik goed opgevangen. Troost vond ik in het schrijven. Al op jonge leeftijd. Mijn favoriete woord is creatief. In de creatie van al het schrijven nam het schrijven een loopje met mij. Zo maakte ik mijn eigen paps en mams. Ik maakte er iets moois van in mijn famtasie. Ze gingen stiekem een eigen leven leiden. Nu bieden zij mij troost. Ieder jaar vier ik hun verjaardag. Gelukkig zijn ze op dezelfde dag jarig. Dan vergeet ik ze niet makkelijk.


Kudde vanilleyoghurt (19-08-2015) (Themawoord: Konvooi)

Als een kudde trekken ze door de woestijn. De woestijn van Priscilla. Met pakken yoghurt. Vanilleyoghurt. Kamelen hebben ze niet kunnen vinden. Dus gebruiken ze een bus. Een bus gespoten in de kleur vanille. Ze zijn gelukkig. Gelukkig op zijn Abba’s. Pril Zweeds geluk. Het geluk heet Konvooi. Konvoois geluk. Voois. Konvoois. Ze bedrijven de liefde op de bus. Groteske paringsdansen. Tegen een decor van roze lucht. In blauwe wolken. Dansen in regens van liefde. Gewoon omdat het bestaat. De liefde, de vrijheid. Niet iedereen weet het te waarderen. Noch man, noch vrouw. Gewoon mensen onder elkaar. Dat het nog bestaat? Daar trekt het door de woestijn. Een konvooi vol liefde. Als een kudde vanilleyoghurt. Geil en geel. Abba voorop!


Verplicht stukje (21-08-2015)

Met 120 woorden schilder ik mijn stukje. Met kleine en grote woorden veeg ik het witte kader dicht. Verplicht gebruik ik de hele pot woorden. Kleurrijk, met verve. Ik overweeg nog wat structuur aan te brengen, maar kan helaas geen ruwe borstel vinden. Met kwast voor de randen en hoekjes en een zachte roller voor het grote vlak, vul ik de witte wand. Niks geen writersblock. Een blokkwast heb ik nog overwogen. Maar daarmee reik ik alleen maar naar het plafond. Reikhalzend is dat slecht voor mijn nek. Het duurt allemaal langer dan ik dacht. En ik had het hok van te voren nog zo goed geschuurd en afgewassen. Met schuurpapier en St Marc, want de letters moeten wel blinken.


Taakstraf aan het strand (24-08-2015) (Themawoord: Meeuw)

Met kleine schepjes lopen ze over het strand. De taakstraf die ze hadden gekregen was nog niet zo verkeerd. Een strand schoonmaken in de blakende zon was beter dan garenrolletjes opdraaien in een donker hol.

“Als jij nu de zeezijde doet, doe ik de strandzijde.”
“Ja, en dan draaien we telkens na 100 meter om.”

Zo gezegd, zo gedaan. De broertjes Meeuw vulden elkaar naadloos aan. Totdat ze een grote bult op het strand zagen. Die lag precies in het midden. Twee grote voeten staken uit de bult en een rietje.

“Daar begin ik niet aan!”
“Ik ook niet””

Ze legden hun oor nog even te luister boven het rietje en trokken het vervolgens los.
Heel even bewogen de voeten.


Geverfde vogel (25-08-2015) (Themawoord: Meeuw)

Charadriiformes Is een Griekse meeuw met een wat lange naam. Door zijn gevleugelde vrienden wordt ie meestal Grard genoemd. Ook geen makkelijke naam, maar in ieder geval korter. Het bekt ietsje beter. Wel zo makkelijk bij het elkaar roepen in de lucht.

Grard is een mantelmeeuw die de boel graag op stelten zet. Hij woont nog niet zo lang in Nederland. Hij is Griekenland ontvlucht op zoek naar werk. In Hellas was hij zijn baan kwijtgeraakt. Als komiek stuurde hij een open sollicitatie naar pretpark de Efteling.

Een goede zet. Grard kon gelijk beginnen. In het hoogseizoen is er altijd wel werk bij de Efteling. Hij mocht invallen als gekleurde duif. De kleur mocht ie zelf kiezen. Grard koos roze.


Coup de foudre (26-08-2015)

Zijn ene pootje is langer dan het andere. Om maar met de clou in huis te vallen. Het zal je maar overkomen. Als rare vogel, als meeuw. Dood onder de tafel geschoven te worden. Na gedane zaken. Je wenst het je ergste vijand nog niet toe. Maar ja, de liefde zorgt vaak voor storm. In het hart en in de lucht. Zeker bij gedeelde liefde. Jaloezie en afgunst strijden dan met luchtbuks en zwaard. Er vallen slachtoffers. Vooral indien er moeders in het spel zijn. Dat er nog mensen zijn die hun dochter Elektra durven noemen. En zo is deze mooie meeuw ook aan haar einde gekomen. Met een ‘coup de foudre’ op haar grote teen. Haar ene pootje langer.


Geeuwen (28-08-2015) (Themawoord: Meeuw)

De geleerden zijn het er eindelijk over eens. De meeuw luisterde oorspronkelijk naar de naam ‘geeuw’. Hoe dat zo kan? De verklaring is heel eenvoudig. Toen de Vikingen lang geleden over de grote wateren voeren spotten zij een vreemde vogel hoog op de mast. Omdat deze voortdurend vreselijk zat te gapen noemden ze hem ‘Geeuw’. Totdat het beestje ineens lucht kreeg van een lekker hapje op de boot. Wat het precies was is niet doorgegeven in de overlevering. Waarschijnlijk iets wat op gebakken aardappel leek. “Mmmm…”, kon de vogel alleen nog uitbrengen, dwars door zijn geeuw heen. Sindsdien noemden de Vikingen de vreemde vogel ‘Meeuw’. Totdat ze erachter kwamen dat hij niet alleen was. Aldus werd het aangepast naar ‘Meeuwen’.


Oranje boven! (29-08-2015)

Daar sta ik dan, midden in de supermarkt. Voor deze speciale dag maak ik een uitzondering, ik doe boodschappen bij de Jumbo. Bij de kassa besluit ik ook mee te doen aan de Lotto. Ik draag voor de gelegenheid een wit pak met zwarte riem en Nikes uiteraard. Nou ja, dragen. De schoenen draag ik letterlijk in mijn hand. Voorzichtig. Ik zou me zo kunnen prikken aan de spikes, of mijn elleboog blesseren. De vloer in de supermarkt is blauw. Het went nooit. Elf meiden rennen gillend voorbij. In oranje shirts en plooirokjes. Een groot blond raspaard sprint er achteraan. En zie ik nu ook een gele trui voorbij komen? Ze lachen allemaal triomfantelijk. En ik besluit mee te doen.


Pergola (31-08-2015) (Themawoord: Pergola)

In dit land wil ik geboren worden.
Nakend in de zon met flanellen luiers
Deftig, trots
Papa en mama om mij heen

In dit land wil ik geboren worden
Noch bekend bij Monopolie
Noch bij Risk
Een toverland

Doordacht en vol met grondstoffen
Geen heerser op de troon
Voorspelbaar maar toch niet saai
Met uitdagingen achter de wolken

In dit land wil ik geboren worden
Guirlandes om het grenen hout
Rozen slingerend tot in de hemel
En altijd wat te eten

Zonder dorst
Dak boven het hoofd
En Stokke als vervoersmiddel
Door de boxen alleen K3

Goh wat zou ik dan gelukkig zijn
Niets te wensen over
Zo af en toe wat natte dromen
In Pergola zou ik gelukkig zijn

29-08-2015

Het meisje met de blauwe pet (1)

In een flits zag ik haar voorbij schieten. Verwonderd keek ze naar buiten en heel eventjes hadden we oogcontact. Wat ging er door haar heen? Dat vroeg ik mij af. Ik kon moeilijk haar leeftijd inschatten. Maar het contact was intens. Ik begon sneller te fietsen en raakte al snel buiten adem. Het meisje zat met haar rug gekeerd in de rijrichting van de trein. Gelukkig maar, want daardoor bleven we oogcontact houden.

Het station kwam al in beeld. Nog nooit had ik zo snel gefietst. Wie weet, misschien stopte ze wel uit bij de volgende halte. Graag zelfs. Ze daagde me uit met haar ogen. Dat zag ik dwars door het zweet dat inmiddels in mijn ogen liep. Ze droeg een blauwe pet. Een guitig gezicht. Haar kuiltjes in de wang maakten het totaalplaatje af. In nog geen tien seconden tijd was ik spontaan verliefd op haar geworden. Op het meisje met de blauwe pet. Het enige wat ik mij af kon vragen, hoe kan dat nu? Zo'n plotselinge 'coup de foudre' die mij spontaan ergens in de middle of nowhere treft. Kan dat wel? Verbeeldde ik mij niet teveel?

Zou dit Jenny Arean ook ooit overkomen zijn? Blauw, pet, hoed, serie, oorlog, het trok allemaal ineens als een film aan me voorbij. In luttele seconden. Ze leek in de verste verte niet op Jenny Arean. Zelfs niet uit haar tijd van voor 'het Schaep met de vijf poten'. Wat moest ik toch met deze gedachten? En waarom liepen ze met me weg, die gedachten? Verliefd? Ik? Hoe is het mogelijk? De trein minderde vaart. En ik, ik trapte alleen maar harder. De trein stopte en ik zag de conducteur als eerste uitstappen. En kijk, daar, daar zat ze nog, aan het raam. Maakte ze nu aanstalten om uit te stappen? Zag ik het goed? Echt?

Nee, nee, ze bukte alleen maar om iets op te rapen. We hadden oogcontact. Zeker weten. Ze streek heel even nonchalant door het haar. En ze glimlachte. Ja, ze glimlachte. Naar mij. Naar mij alleen. Ik was gestopt met fietsen en keek om me heen. Nee, niemand in de buurt. Snel wierp ik haar een kushandje toe. Het minste dat ik in dit geval kon doen. De trein maakte weer vaart. In de verte hoorde ik het rinkelen van de bel. De spoorwegbomen sloten. Over en uit. Wat zou Jenny nu toch gedacht hebben, dacht ik nog. Het is over.