Ben jij een paard?
No.
Maar wel wit?
Yep.
En vier benen?
Yep, poten mag ook.
Je loopt veel?
Yep.
Op diesel?
No.
Ook 's-nachts?
Vooral 's-nachts.
Je bent een luipaard.
No.
Jaag je wel?
No.
Heb je een staart?
Yep.
Groot?
Een kleintje met een zwart kwastje aan het end.
Ben jij draagbaar?
Hoe bedoel je?
Kan ik jouw dragen?
No.
Draag jij dingen?
Soms.
Mensen?
Soms.
Ben jij een witte olifant misschien?
No.
Ben jij grijs?
No.
Heb jij een ziekte?
Een beperking.
Oh, ernstig?
Vervelend alleen.
Hoezo?
Ik word snel gezien.
Is dat erg dan?
In mijn geval wel.
Altijd?
Incidenteel, meestal een paar dagen.
Jaarlijks?
Yep.
Tijdens een kinderfeest misschien?
Yep, maar ook voor volwassenen.
Met Sinterklaas?
Met Sinterklaas.
Ben jij zwart?
No.
Zucht. Ik geef het op.
Mooi zo, ik krijg langzaam bulten van jouw gevraag.
Bulten?
Yep?
Een of twee?
Twee.
Aha. Werk jij?
Yep.
Interim?
Tijdelijk ja. Ik val in.
Nee! Ik weet het! Wit? Twee bulten? Draagt dingen en mensen? Beperking?
Yep. Yep. Yep.
Een kameel, je bent een kameel.
Yep!
Maar ... ehhh ... een witte?
Albino!
Ach, natuurlijk!
Gefeliciteerd!
Dank je. Nu ben ik weer.
Posts tonen met het label kameel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kameel. Alle posts tonen
06-12-2018
31-12-2017
120 Woorden December 2017
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Te kakken gezet (01-12-2017) (Geen themawoord)
Ik geloof mijn ogen niet. Een wrede beul verkleed in Sinterklaaswolfkleren gooit een kleine borrel achterover na het vonnis dat lang na datum eindelijk is uitgesproken. Hij viert zijn eigen feestje, als een verontwaardigd klein kind dat zijn zin niet krijgt maar wel alle aandacht vraagt.
Kinderen mogen dan onschuldig zijn, hij niet. Aan het eind van alle zittingen is hij uiteindelijk de grote spelbederver en zet zichzelf te kakken. Niemand die hem de broek zal opbinden. Ondenkbaar. Het hemd is hem nader dan de rok. Een klein eigen volk gelooft de Sinterklaas in wolfkleren.
Kent een oorlog überhaupt winnaars? Genocide is never nooit geoorloofd. Het zet de mensheid te kakken. Rijp voor het helletheater is deze man, zonder vergeving.
Ad de Koning meets Eric Vloeimans (05-12-2017) (Themawoord: Triolet)
Troubadour Adje de Koning verveelde zich te pletter. Met haast alle dichtvormen had hij al de liefde bedreven. Maar niets, helemaal niets bevredigde hem nog enigszins, op taalgebied. Totdat hij een optreden bezocht van een nog maar pas bekende trompettist, Eric Vloeimans. Zijn intiem en vloeiend trompetspel inspireerde Adje tot het schrijven van een nieuw gedicht.
Een triolet klinkt als een schuine schuiftrompet
Het husselt woord en klank als nooit tevoren
Ook wel ingewikkeld voor de oren, hoe supervet
Een triolet klinkt. Als een schuine schuiftrompet
Op hol slaat, neem hem dan gewoon mee naar bed
Soms is het gewoonweg niet om aan te horen
Een triolet. Klinkt als een schuine schuiftrompet
Het husselt klank en woord als nooit tevoren
Trioletsel (05-12-2017) (Themawoord: Triolet)
‘Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen. Oren, ogen, puntje van je neus. Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.’
Wie kent het niet? Een kleine yoga-oefening voor de kleinsten onder ons. Aarden met gebarentaal. Van boven naar beneden en weer terug.
In de herhaling van dit mooie dicht zit een heuse mantra verstopt. En echt de kinderen worden er heel rustig van. Zolang je het maar voldoende herhaalt. Blijven doen dus, dat herhalen.
Wel even opletten bij het stukje ‘oren, ogen, puntje van je neus’. Het hanteren van de juiste volgorde in deze is zeer essentieel voor een goed resultaat.
‘Ogen, puntje van je neus, oren’, niet doen. Het kan leiden tot vervaarlijk trioletsel en verminkte lichaamsdelen.
Toilettriolet (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
Onder het zwaarmoedig pissen, wist de man zich ervan te vergewissen, dit gaat niet lukken
Zal ik uit een heel ander vaatje tappen, dacht de man nog rectaal en vet?
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
De rijm kwam ineens spontaan uit zijn kleine gat gespoten, het ging ineens van retteketet
Het verzameld werk zag er niet onaardig uit, nadat hij erin was geslaagd te bukken
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
Onder het zwaarmoedig pissen, wist de man zich ervan te vergewissen, dit gaat niet lukken
Chocolade studententrioletters (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)
In de kamer op drie hoog is de lucht niet te harden. Verspreid over de vloer liggen drie half ontblote studenten, zesendertig lege flesjes bier, flink wat Sinterklaaspapier en wat kledingstukken. Het gesnurk is niet te harden.
De huisbaas heeft gelukkig een reservesleutel. Gebeld door een ongeruste ouder is hij even poolshoogte gaan nemen. Het pand was nochtans moeilijk te bereiken. En wat deed in hemelsnaam die gestippelde schimmel op de gang? Zou Sint die zijn vergeten?
Voor de deur, op de mat. ligt een wel hele vreemde chocoladeletter. Geen A, geen W, geen T, het is een ratjetoe van alledrie. Een zelfgemolten letter. Hij zit er best raar uit. Met kleine groene spikkeltjes, heet lijkt wel gras. En stinken!
Triolettenbal (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)
Het triolettenbal in Riga werd een heel groot feest. De organisatoren hadden even gevreesd voor weinig deelname. Maar de aanmeldingen waren binnen no time binnengelopen. Sterker nog, een extra tent werd ingezet om aan de ruime aanmelding te voldoen. Achter op de plaats was gelukkig nog plek genoeg.
De organisatoren hadden flink vooronderzoek gedaan om een goede inschatting te kunnen maken op een succesvol slagen van het bal. Er moest immers ook verdiend worden. De inschatting leidde tot een aanname van aanmelding van pakweg dertig trio’s. Dan praten we dus over negentig trioletten. Maar het werden er veel meer. De uitnodiging ging viral en uit het buitenland meldden zich nog zeker tien trio’s. Voor herhaling vatbaar dus, zo’n sexy triolettenbal.
Lekkere trioletten (08-12-2017) (Themawoord: Triolet)
Nou, dat is me ook wat. Sta ik bij de lokale fritesboer, want het regent pijpenstelen en het is maar twee graden boven nul en het regent keihard en ja dan wil ik wel eens verzuim plegen in de keuken, staat er nota bene iets nieuws op de menukaart. Trioletten!
Die moet ik natuurlijk proeven. Of ik er mayonaise, curry of joppiesaus bij wil? Niet zo moeilijk natuurlijk. Joppiesaus. Mmmm. Ik ben razend benieuwd waar de trioletten naar zullen smaken.
Thuisgekomen neem ik er een biertje bij. Bier gaat natuurlijk bij alles samen. Dat is niet met whisky. Maar daar is het misschien ook iets te vroeg voor. Ze smaken heerlijk, de trioletten. Komt nog het dichtst bij een kroket.
Tom troffelt met veel tromgeroffel (11-12-2017) (Themawoord: Troffel)
Tom’s eerste werkdag is aangebroken. Op zijn tandvlees meldt hij zich bij zijn baas. Tom heeft een hekel aan kou. En al helemaal aan sneeuw.
Hoe haalt de werkgever het überhaupt in zijn hoofd? Bij deze vrieskou huizen bouwen is not done. Laat staan muurtjes metselen. Maar Tom moet er aan geloven. Hij mag opperen.
Hij trekt zijn handschoenen aan en een lelijk gezicht. Vijftien kruiwagens stenen levert Tom aan. Hij zal ze krijgen en zijn mannetje staan. Opperen niet mopperen.
Maar Tom is Tom niet als ie stiekem niet even troffelt. Al is het maar een meter. Hoe doet ie anders evaring op? Met veel getroffel en tam tam laat Tom zien wat ie kan. Tom troffelt met tromgeroffel.
Troffelmayonaise (12-12-2017) (Themawoord: Troffel)
In een grote bak met specie roert de metselaar zijn cement klaar. Hij moet nog twee muren metselen. Twee muren van vier meter breed en drie meter hoog. In een meter gaan vijf stenen, in de breedte. In de hoogte zijn dat er twintig. Dat wordt dus nog 2400 stenen metselen.
Gelukkig heeft hij iemand bij zich die goed kan opperen. Iemand die van wanten weet. Althans dat oppert hij. Hij is niet voor niets een meesteropperraar. Je hoort hem nooit mopperen. Hij is geen mopperkont. Wel heeft ie een flinke opperkont. Stevige hamstrings van het bukken.
Vrouwen die voorbij marcheren lonken naar hem. De metselaar lonkt terug. Maar iets te lang. Langzaam is zijn specie verworden tot troffelmayonaise. Onbruikbaar.
Christroffel (17-12-2017) (Themawoord: Troffel)
Bijna Kerstmis en iedereen is weer in de weer voor het meest romantische kerststukje. In groen en rood. Of zijn de modekleuren dit jaar goud en zilver? Wie zal het zeggen? Ik besluit mijn eigen modegoeroe te zijn. Eigentijds vanzelfsprekend.
Het moet iets oosters zijn besluit ik. Iets met een chris. Die heb ik nog in een lade liggen, in een kastje op zolder. Dat wordt mijn uitgangspunt. De chris zit ook in christus, one way or another. Een steekspel.
Ik zoek nog naar een natuurlijke tegenpool. Was het geen timmerman, zijn vader? Yes. Dan maak ik er een metselaar van. In de schuur ligt nog een troffel.
E voila, daar is kindeke Jezus geboren. Christroffel, in zilver en goud.
Vlucht naar Egypte (19-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Er zijn moppen die beklijven, nergens over gaan en toch alleszeggend zijn. Die persoonlijke smaak overstijgen, verbinden in gulle lach, desnoods onbegrip. Bevrijden, wringen. Contradicties in terminussen.
Behalve als ze door dezelfde oom urenlang orakelt worden op lange winteravonden. In de zomer kun je ze ontvluchten door simpelweg naar buiten te rennen. Maar in de winter zijn het soms ware martelingen. Beslagen ten ijs moet je dan komen om die ludieke saaie oom de moppenmond te snoeren.
Ik waan me dan altijd op een grote zandvlakte, in bloedhete zon, ergens in Egypte of Marokko. En wanneer het blijft knellen gooi ik hem eruit:
‘Het is geel en trekt door de woestijn?’
‘Een kudde vanille-yoghurt.’
Niemand lacht. Te absurd voor woorden.
Zandvlakteloper (19-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Je moet het maar kunnen? Twee weken lang, onder een bloedhete zon, op blote voeten, met twee bulten op je rug en volle bepakking, door brandend zand klossen, zonder te mopperen. Ik kan het niet. Zelfs met voldoende nachtrust ben ik er niet toe in staat. Maar ja, ik ben er ook niet voor gemaakt, voor uitgerust, laat staan geschapen.
Mijn kameel wel. Een goede lobbes is het toch. Hoewel hij ook zijn makke heeft. Zo weigert mijn kameel steevast zandhellingen te nemen. Daar moet je mee aankomen binnen een karavaan wildemannen. Voor zouthandelaren smaakt dat bepaald niet zoet. Het is zout in een open wonde strooien. Ik zeg er dan ook niets van. We lopen gewoon een eindje om.
Zeekasteel (20-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Jarenlang, hele lentes en vroege zomers had ik al geoefend. In de zandbak in een veel te kleine tuin. Met kleine schep en dito emmer. Een grote schep en emmer hadden niet eens gepast.
De kastelen die ik iedere dag opnieuw bouwde waren nooit een lang leven beschoren. De zand plakte niet goed. Er miste iets. Omdat mijn zandkastelen snel instortten besloot ik al snel om er vooral veel te maken. Oefening baart kunst.
En nu was het eindelijk zover. Op een enorme zandvlakte bij Kijkduin zette ik de shovel aan en schraapte de bovenlaag los van het strand en schiep een enorme berg. Ik boetseerde met behulp van een reuzengieter vol zeewater een strandkasteel. Mijn gedroomde sprookje kwam uit.
Tellen op de horizon (20-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Op de horizon loopt een klein mannetje. Zodra ik dichterbij kom wordt hij wat groter. Geen fata morgana mag ik hopen. Gelukkig zindert het silhouet niet als ik steeds dichter de horizon nader.
Het mannetje loopt druk op en neer. Soms stopt ie even en kijkt dan door een klein kijkertje op een statief. Ver kan deze niet kijken. De horizon die ik voor me zie is vrij kort. Valt eigenlijk precies in mijn gezichtsveld.
Nu ik zeer dichtbij ben zie ik dat het mannetje door het zand loopt. De korrels spatten omhoog, het is zeer droog en warm op de horizon. Ik vraag wat de man precies doet. Meten zegt hij. Ja, en wat dan precies? Nou gewoon, zandvlaktemeters.
Zandvlaktegels (21-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Ik ben bij de bouwmarkt om een kerstboom te kopen. Liefst een blauwspar, maar die zullen wel weer op zijn. Aangezien ik geen andere wil, besluit ik er dit jaar geen te kopen. Ook geen nieuwe kerstverlichting, want die gaat toch maar ieder jaar stuk. Maar wat dan wel? Ik houd geld over. Daarvan moet iets gekocht worden. Het brandt in mijn broekzak.
Mijn ogen vallen op een vreemd soort tegels. Wellicht handig voor een mooi pad in de tuin van mijn vader. Ze zijn goed vlak en scherp geprijsd. Ze zijn voorzien van een plastic coating met daarin zand verwerkt. Zandvlaktegels staat op een bord geschreven. Als ik met een tegel schud lijkt het zand te sneeuwen. Heel bijzonder.
Graveelzandvlakte (22-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Met grote verbazing bezie ik het bodemvlak van mijn toiletpot. Ik zie donker zand. Het lijkt wel bastaardsuiker. Ik leek heel even zwarte poedersuiker uit te plassen. Moet ik nu de loodgieter bellen, mijn dokter of een aannemer? Misschien is het wel bijzonder kostbare zand. Ik besluit ook een juwelier te bellen. In die volgorde dan maar. Ik maak ook een foto, om door te appen.
De loodgieter stelt voor het goedje uit te scheppen en te zeven. De dokter stelt gerust. Niergruis, compleet onschuldig. Lucht het niet op? De aannemer ziet er geen geld in. De juwelier daarentegen wel. Met graveel kun je blijkbaar prachtige edelstenen maken. Zou hij er dan uiteindelijk het meeste de ballen verstand van hebben?
Meten in zand (24-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Het bepalen van de oppervlakte van een terrein lijkt een eenvoudige zaak. Het opmeten van hellende, of diep ingesneden terreinen stelt echter heel wat praktische en juridische problemen die een landmeter moet oplossen.
Zeker in de regio.
Vroeger niet. Toen gebruikte men oude maten. Bijvoorbeeld meten met zandvlaktemaat. Hier een overzicht van die oude maten:
Het gemet, de gras in Groningen, ongeveer een halve hectare (de hoeveelheid gras die nodig was voor een koe), de deimat of dagmaat (de hoeveelheid land die een maaier per dag kon maaien), de hont, de bunder, de dunam, de hoeve, de loopense, de morgen, de mud, de pondemaat, de roede, de schat, de schepel, de snees, de spint, de vatzaad, de wind, het zand.
Lichaamstaal (26-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Net nadat ik mijn handen uit de mouwen steek, neemt mijn buurvrouw de teugels in haar hand. Ik knijp mijn ogen dicht. Ze heeft haar oren niet gewassen. Bah. Ach. Ik weet het, ze leeft als een hart en ze houdt de hand op mijn zak. Wat wil ik nog meer? Waar de lippen werken daar rusten de handen. Ik heb het niet achter mijn oren en ook geen ogen op mijn rug.
Ik vlieg liever van haar hand. Er zijn veel ezels met twee benen. Een volle buik peinst op geen lege. Ik kom handen tekort. Handen in de schoot dat geeft geen brood. Dan ben ik er met hart en ziel bij. Ik moet er niet aan denken.
Belichaamstaal (27-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Oh schoon en prachtig lichaam. Laat mij u bezingen. Top down en bottom up. Your body, my body, zijn ze niet prachtig? In bruin en in wit, in oker of haast zwart, rossig, rood in alle tinten grijs, gerimpeld of heel strak? Bij Adam stokt de keel en Eva laat ons rillen. Bloot en glanzend in alle naaktheid. Wat is de mens toch mooi.
Laten we onze lichamen voor eeuwig en altijd belichamen en toejuichen in roze, zilver en in goud. Superieur aan vissen, hagedissen, vogels en de mieren. Ons stoere lijf kent geen angst of vrezen, hooguit soms een beetje beven. Laten we de krachten blijven bundelen, verenigd in ons blote lijf. Pas dan zullen de robots uiteindelijk zwichten.
Lichaamseigen (29-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Heel langzaam loop ik mijn lichaam na. Rechtstreeks, niet via een spiegel. Noch via een staande spiegel noch een hangende. Ik ben geen heks. Ik ben ook helemaal niet mooi. Eigenlijk ben ik heel lelijk. Zegt men. Men ja. Alsof dat zo belangrijk is, wat men ervan vindt. Van mijn lichaam. Blijkbaar. Er is geld aan te verdienen. Niet blijkbaar. Zeker weten.
Alles in winkels is erop gericht. Op mooie lijven en lichamen. Lijven is voor popiejopies. Lichamen voor de anderen, die niet popiejopie zijn. Ik kijk via mijn schouder, naar mijn bovenarm en onderarm, naar mijn pols, hand en vingers. Die houden een pen vast. Daar schrijf ik dit stukje mee. Lichaamseigen. Mooi man. Dat mijn lijf dat kan.
Lichaamsfobie (29-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Iek een vinger. Een duim, een pink. Zijn dat dan geen vingers? Nee. Ze ringen, wijzen en middelen niet. Iek een onderarm, een bovenbeen, een onderbeen en bovenarm. Wat doen ze hier? Aan min billen, schouder, nek. Ze zitten op de verkeerde plek. En dan die neus, bovenop mijn ballen. En de ballen op mijn rug.
Ik wil alleen maar ballen in mijn broek. Hoe kan dat toch? En dan die dikke buik, onder mijn knieën. Geen gezicht. De haren rijzen onder mijn tenen. En mijn mond die valt bijna uit mijn bilnaad. Van schrik. Ik droom toch niet? Is dit echt? Dan heb ik de schrik toch goed te pakken. Zwakke ruggengraat zegt de dokter. Wat een ongelofelijke wijsneus.
Hemellichaam (31-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Onder de hemel bevindt zich een lichaam, het enige echte hemellichaam, mijn lichaam. Het belichaamt mijn hemel volledig. Hoe langer ik kijk naar mijn hemellichaam, hoe mooier het wordt. Geen zon, maan of wolk kan het verblinden noch verbloemen. Mijn hemellichaam is goddelijk. Het is god, del en lijk tegelijk.
God want ik aanbidt het als geen ander. Del want het smaakt naar meer, altijd. Lijk zodra het slaapt. De rust zelve. Moordend, dodelijk, zwart. Pikzwart in het donker. Mijn goddelijk lichaam. Mijn hemellichaam is hemels. Het smaakt zoet, zuur, zout, bitter maar vooral zalig hemels. Gelijk hemelse modder.
Gevechten wil ik houden met mijn lichaam. Hemelse moddergevechten, eindigend in amoureuze vrijpartijen. Me and my body. Whatelse, whomelse, whyelse, hemels.
Geurvreters (31-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Lichamen zijn ware geurvreters. Neem nu kaas. Kaas gedijt goed op lichamen. Zeker op de mannelijke. Maar de vrouwelijke kunnen er ook wat van. Kop- en hoofdkaas. Teen- en voetenkaas. Voedingsbodem ook voor prachtige schimmels, lichamen.
Lichaamsschimmels zijn vaak prachtige schimmellichamen. In wit, groen, grijs, geel, rood en blauw. In alle geuren en kleuren bewijzen ze hun diensten. Geven soms waarschuwingstekens af of lokroepen. Angst en zweet het ruikt ook zo lekker. Om maar niet te spreken van het zoele vrijvocht. Wie steekt zijn neus daar niet graag eens in?
Uit alle lichaamsgaten zweven geuren regelmatig naar buiten. Soms dwepend langzaam, soms met brute kracht. Odeuren ontvallen ons op de meest aangename momenten. Ze zoeken naar verbinding. Een groot feest.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Te kakken gezet (01-12-2017) (Geen themawoord)
Ik geloof mijn ogen niet. Een wrede beul verkleed in Sinterklaaswolfkleren gooit een kleine borrel achterover na het vonnis dat lang na datum eindelijk is uitgesproken. Hij viert zijn eigen feestje, als een verontwaardigd klein kind dat zijn zin niet krijgt maar wel alle aandacht vraagt.
Kinderen mogen dan onschuldig zijn, hij niet. Aan het eind van alle zittingen is hij uiteindelijk de grote spelbederver en zet zichzelf te kakken. Niemand die hem de broek zal opbinden. Ondenkbaar. Het hemd is hem nader dan de rok. Een klein eigen volk gelooft de Sinterklaas in wolfkleren.
Kent een oorlog überhaupt winnaars? Genocide is never nooit geoorloofd. Het zet de mensheid te kakken. Rijp voor het helletheater is deze man, zonder vergeving.
Ad de Koning meets Eric Vloeimans (05-12-2017) (Themawoord: Triolet)
Troubadour Adje de Koning verveelde zich te pletter. Met haast alle dichtvormen had hij al de liefde bedreven. Maar niets, helemaal niets bevredigde hem nog enigszins, op taalgebied. Totdat hij een optreden bezocht van een nog maar pas bekende trompettist, Eric Vloeimans. Zijn intiem en vloeiend trompetspel inspireerde Adje tot het schrijven van een nieuw gedicht.
Een triolet klinkt als een schuine schuiftrompet
Het husselt woord en klank als nooit tevoren
Ook wel ingewikkeld voor de oren, hoe supervet
Een triolet klinkt. Als een schuine schuiftrompet
Op hol slaat, neem hem dan gewoon mee naar bed
Soms is het gewoonweg niet om aan te horen
Een triolet. Klinkt als een schuine schuiftrompet
Het husselt klank en woord als nooit tevoren
Trioletsel (05-12-2017) (Themawoord: Triolet)
‘Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen. Oren, ogen, puntje van je neus. Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.’
Wie kent het niet? Een kleine yoga-oefening voor de kleinsten onder ons. Aarden met gebarentaal. Van boven naar beneden en weer terug.
In de herhaling van dit mooie dicht zit een heuse mantra verstopt. En echt de kinderen worden er heel rustig van. Zolang je het maar voldoende herhaalt. Blijven doen dus, dat herhalen.
Wel even opletten bij het stukje ‘oren, ogen, puntje van je neus’. Het hanteren van de juiste volgorde in deze is zeer essentieel voor een goed resultaat.
‘Ogen, puntje van je neus, oren’, niet doen. Het kan leiden tot vervaarlijk trioletsel en verminkte lichaamsdelen.
Toilettriolet (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
Onder het zwaarmoedig pissen, wist de man zich ervan te vergewissen, dit gaat niet lukken
Zal ik uit een heel ander vaatje tappen, dacht de man nog rectaal en vet?
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
De rijm kwam ineens spontaan uit zijn kleine gat gespoten, het ging ineens van retteketet
Het verzameld werk zag er niet onaardig uit, nadat hij erin was geslaagd te bukken
Een zeer erudiete man uit Spijkenisse dichtte op een ruim toilet, een ontzettend moeilijk triolet
Onder het zwaarmoedig pissen, wist de man zich ervan te vergewissen, dit gaat niet lukken
Chocolade studententrioletters (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)
In de kamer op drie hoog is de lucht niet te harden. Verspreid over de vloer liggen drie half ontblote studenten, zesendertig lege flesjes bier, flink wat Sinterklaaspapier en wat kledingstukken. Het gesnurk is niet te harden.
De huisbaas heeft gelukkig een reservesleutel. Gebeld door een ongeruste ouder is hij even poolshoogte gaan nemen. Het pand was nochtans moeilijk te bereiken. En wat deed in hemelsnaam die gestippelde schimmel op de gang? Zou Sint die zijn vergeten?
Voor de deur, op de mat. ligt een wel hele vreemde chocoladeletter. Geen A, geen W, geen T, het is een ratjetoe van alledrie. Een zelfgemolten letter. Hij zit er best raar uit. Met kleine groene spikkeltjes, heet lijkt wel gras. En stinken!
Triolettenbal (06-12-2017) (Themawoord: Triolet)
Het triolettenbal in Riga werd een heel groot feest. De organisatoren hadden even gevreesd voor weinig deelname. Maar de aanmeldingen waren binnen no time binnengelopen. Sterker nog, een extra tent werd ingezet om aan de ruime aanmelding te voldoen. Achter op de plaats was gelukkig nog plek genoeg.
De organisatoren hadden flink vooronderzoek gedaan om een goede inschatting te kunnen maken op een succesvol slagen van het bal. Er moest immers ook verdiend worden. De inschatting leidde tot een aanname van aanmelding van pakweg dertig trio’s. Dan praten we dus over negentig trioletten. Maar het werden er veel meer. De uitnodiging ging viral en uit het buitenland meldden zich nog zeker tien trio’s. Voor herhaling vatbaar dus, zo’n sexy triolettenbal.
Lekkere trioletten (08-12-2017) (Themawoord: Triolet)
Nou, dat is me ook wat. Sta ik bij de lokale fritesboer, want het regent pijpenstelen en het is maar twee graden boven nul en het regent keihard en ja dan wil ik wel eens verzuim plegen in de keuken, staat er nota bene iets nieuws op de menukaart. Trioletten!
Die moet ik natuurlijk proeven. Of ik er mayonaise, curry of joppiesaus bij wil? Niet zo moeilijk natuurlijk. Joppiesaus. Mmmm. Ik ben razend benieuwd waar de trioletten naar zullen smaken.
Thuisgekomen neem ik er een biertje bij. Bier gaat natuurlijk bij alles samen. Dat is niet met whisky. Maar daar is het misschien ook iets te vroeg voor. Ze smaken heerlijk, de trioletten. Komt nog het dichtst bij een kroket.
Tom troffelt met veel tromgeroffel (11-12-2017) (Themawoord: Troffel)
Tom’s eerste werkdag is aangebroken. Op zijn tandvlees meldt hij zich bij zijn baas. Tom heeft een hekel aan kou. En al helemaal aan sneeuw.
Hoe haalt de werkgever het überhaupt in zijn hoofd? Bij deze vrieskou huizen bouwen is not done. Laat staan muurtjes metselen. Maar Tom moet er aan geloven. Hij mag opperen.
Hij trekt zijn handschoenen aan en een lelijk gezicht. Vijftien kruiwagens stenen levert Tom aan. Hij zal ze krijgen en zijn mannetje staan. Opperen niet mopperen.
Maar Tom is Tom niet als ie stiekem niet even troffelt. Al is het maar een meter. Hoe doet ie anders evaring op? Met veel getroffel en tam tam laat Tom zien wat ie kan. Tom troffelt met tromgeroffel.
Troffelmayonaise (12-12-2017) (Themawoord: Troffel)
In een grote bak met specie roert de metselaar zijn cement klaar. Hij moet nog twee muren metselen. Twee muren van vier meter breed en drie meter hoog. In een meter gaan vijf stenen, in de breedte. In de hoogte zijn dat er twintig. Dat wordt dus nog 2400 stenen metselen.
Gelukkig heeft hij iemand bij zich die goed kan opperen. Iemand die van wanten weet. Althans dat oppert hij. Hij is niet voor niets een meesteropperraar. Je hoort hem nooit mopperen. Hij is geen mopperkont. Wel heeft ie een flinke opperkont. Stevige hamstrings van het bukken.
Vrouwen die voorbij marcheren lonken naar hem. De metselaar lonkt terug. Maar iets te lang. Langzaam is zijn specie verworden tot troffelmayonaise. Onbruikbaar.
Christroffel (17-12-2017) (Themawoord: Troffel)
Bijna Kerstmis en iedereen is weer in de weer voor het meest romantische kerststukje. In groen en rood. Of zijn de modekleuren dit jaar goud en zilver? Wie zal het zeggen? Ik besluit mijn eigen modegoeroe te zijn. Eigentijds vanzelfsprekend.
Het moet iets oosters zijn besluit ik. Iets met een chris. Die heb ik nog in een lade liggen, in een kastje op zolder. Dat wordt mijn uitgangspunt. De chris zit ook in christus, one way or another. Een steekspel.
Ik zoek nog naar een natuurlijke tegenpool. Was het geen timmerman, zijn vader? Yes. Dan maak ik er een metselaar van. In de schuur ligt nog een troffel.
E voila, daar is kindeke Jezus geboren. Christroffel, in zilver en goud.
Vlucht naar Egypte (19-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Er zijn moppen die beklijven, nergens over gaan en toch alleszeggend zijn. Die persoonlijke smaak overstijgen, verbinden in gulle lach, desnoods onbegrip. Bevrijden, wringen. Contradicties in terminussen.
Behalve als ze door dezelfde oom urenlang orakelt worden op lange winteravonden. In de zomer kun je ze ontvluchten door simpelweg naar buiten te rennen. Maar in de winter zijn het soms ware martelingen. Beslagen ten ijs moet je dan komen om die ludieke saaie oom de moppenmond te snoeren.
Ik waan me dan altijd op een grote zandvlakte, in bloedhete zon, ergens in Egypte of Marokko. En wanneer het blijft knellen gooi ik hem eruit:
‘Het is geel en trekt door de woestijn?’
‘Een kudde vanille-yoghurt.’
Niemand lacht. Te absurd voor woorden.
Zandvlakteloper (19-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Je moet het maar kunnen? Twee weken lang, onder een bloedhete zon, op blote voeten, met twee bulten op je rug en volle bepakking, door brandend zand klossen, zonder te mopperen. Ik kan het niet. Zelfs met voldoende nachtrust ben ik er niet toe in staat. Maar ja, ik ben er ook niet voor gemaakt, voor uitgerust, laat staan geschapen.
Mijn kameel wel. Een goede lobbes is het toch. Hoewel hij ook zijn makke heeft. Zo weigert mijn kameel steevast zandhellingen te nemen. Daar moet je mee aankomen binnen een karavaan wildemannen. Voor zouthandelaren smaakt dat bepaald niet zoet. Het is zout in een open wonde strooien. Ik zeg er dan ook niets van. We lopen gewoon een eindje om.
Zeekasteel (20-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Jarenlang, hele lentes en vroege zomers had ik al geoefend. In de zandbak in een veel te kleine tuin. Met kleine schep en dito emmer. Een grote schep en emmer hadden niet eens gepast.
De kastelen die ik iedere dag opnieuw bouwde waren nooit een lang leven beschoren. De zand plakte niet goed. Er miste iets. Omdat mijn zandkastelen snel instortten besloot ik al snel om er vooral veel te maken. Oefening baart kunst.
En nu was het eindelijk zover. Op een enorme zandvlakte bij Kijkduin zette ik de shovel aan en schraapte de bovenlaag los van het strand en schiep een enorme berg. Ik boetseerde met behulp van een reuzengieter vol zeewater een strandkasteel. Mijn gedroomde sprookje kwam uit.
Tellen op de horizon (20-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Op de horizon loopt een klein mannetje. Zodra ik dichterbij kom wordt hij wat groter. Geen fata morgana mag ik hopen. Gelukkig zindert het silhouet niet als ik steeds dichter de horizon nader.
Het mannetje loopt druk op en neer. Soms stopt ie even en kijkt dan door een klein kijkertje op een statief. Ver kan deze niet kijken. De horizon die ik voor me zie is vrij kort. Valt eigenlijk precies in mijn gezichtsveld.
Nu ik zeer dichtbij ben zie ik dat het mannetje door het zand loopt. De korrels spatten omhoog, het is zeer droog en warm op de horizon. Ik vraag wat de man precies doet. Meten zegt hij. Ja, en wat dan precies? Nou gewoon, zandvlaktemeters.
Zandvlaktegels (21-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Ik ben bij de bouwmarkt om een kerstboom te kopen. Liefst een blauwspar, maar die zullen wel weer op zijn. Aangezien ik geen andere wil, besluit ik er dit jaar geen te kopen. Ook geen nieuwe kerstverlichting, want die gaat toch maar ieder jaar stuk. Maar wat dan wel? Ik houd geld over. Daarvan moet iets gekocht worden. Het brandt in mijn broekzak.
Mijn ogen vallen op een vreemd soort tegels. Wellicht handig voor een mooi pad in de tuin van mijn vader. Ze zijn goed vlak en scherp geprijsd. Ze zijn voorzien van een plastic coating met daarin zand verwerkt. Zandvlaktegels staat op een bord geschreven. Als ik met een tegel schud lijkt het zand te sneeuwen. Heel bijzonder.
Graveelzandvlakte (22-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Met grote verbazing bezie ik het bodemvlak van mijn toiletpot. Ik zie donker zand. Het lijkt wel bastaardsuiker. Ik leek heel even zwarte poedersuiker uit te plassen. Moet ik nu de loodgieter bellen, mijn dokter of een aannemer? Misschien is het wel bijzonder kostbare zand. Ik besluit ook een juwelier te bellen. In die volgorde dan maar. Ik maak ook een foto, om door te appen.
De loodgieter stelt voor het goedje uit te scheppen en te zeven. De dokter stelt gerust. Niergruis, compleet onschuldig. Lucht het niet op? De aannemer ziet er geen geld in. De juwelier daarentegen wel. Met graveel kun je blijkbaar prachtige edelstenen maken. Zou hij er dan uiteindelijk het meeste de ballen verstand van hebben?
Meten in zand (24-12-2017) (Themawoord: Zandvlakte)
Het bepalen van de oppervlakte van een terrein lijkt een eenvoudige zaak. Het opmeten van hellende, of diep ingesneden terreinen stelt echter heel wat praktische en juridische problemen die een landmeter moet oplossen.
Zeker in de regio.
Vroeger niet. Toen gebruikte men oude maten. Bijvoorbeeld meten met zandvlaktemaat. Hier een overzicht van die oude maten:
Het gemet, de gras in Groningen, ongeveer een halve hectare (de hoeveelheid gras die nodig was voor een koe), de deimat of dagmaat (de hoeveelheid land die een maaier per dag kon maaien), de hont, de bunder, de dunam, de hoeve, de loopense, de morgen, de mud, de pondemaat, de roede, de schat, de schepel, de snees, de spint, de vatzaad, de wind, het zand.
Lichaamstaal (26-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Net nadat ik mijn handen uit de mouwen steek, neemt mijn buurvrouw de teugels in haar hand. Ik knijp mijn ogen dicht. Ze heeft haar oren niet gewassen. Bah. Ach. Ik weet het, ze leeft als een hart en ze houdt de hand op mijn zak. Wat wil ik nog meer? Waar de lippen werken daar rusten de handen. Ik heb het niet achter mijn oren en ook geen ogen op mijn rug.
Ik vlieg liever van haar hand. Er zijn veel ezels met twee benen. Een volle buik peinst op geen lege. Ik kom handen tekort. Handen in de schoot dat geeft geen brood. Dan ben ik er met hart en ziel bij. Ik moet er niet aan denken.
Belichaamstaal (27-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Oh schoon en prachtig lichaam. Laat mij u bezingen. Top down en bottom up. Your body, my body, zijn ze niet prachtig? In bruin en in wit, in oker of haast zwart, rossig, rood in alle tinten grijs, gerimpeld of heel strak? Bij Adam stokt de keel en Eva laat ons rillen. Bloot en glanzend in alle naaktheid. Wat is de mens toch mooi.
Laten we onze lichamen voor eeuwig en altijd belichamen en toejuichen in roze, zilver en in goud. Superieur aan vissen, hagedissen, vogels en de mieren. Ons stoere lijf kent geen angst of vrezen, hooguit soms een beetje beven. Laten we de krachten blijven bundelen, verenigd in ons blote lijf. Pas dan zullen de robots uiteindelijk zwichten.
Lichaamseigen (29-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Heel langzaam loop ik mijn lichaam na. Rechtstreeks, niet via een spiegel. Noch via een staande spiegel noch een hangende. Ik ben geen heks. Ik ben ook helemaal niet mooi. Eigenlijk ben ik heel lelijk. Zegt men. Men ja. Alsof dat zo belangrijk is, wat men ervan vindt. Van mijn lichaam. Blijkbaar. Er is geld aan te verdienen. Niet blijkbaar. Zeker weten.
Alles in winkels is erop gericht. Op mooie lijven en lichamen. Lijven is voor popiejopies. Lichamen voor de anderen, die niet popiejopie zijn. Ik kijk via mijn schouder, naar mijn bovenarm en onderarm, naar mijn pols, hand en vingers. Die houden een pen vast. Daar schrijf ik dit stukje mee. Lichaamseigen. Mooi man. Dat mijn lijf dat kan.
Lichaamsfobie (29-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Iek een vinger. Een duim, een pink. Zijn dat dan geen vingers? Nee. Ze ringen, wijzen en middelen niet. Iek een onderarm, een bovenbeen, een onderbeen en bovenarm. Wat doen ze hier? Aan min billen, schouder, nek. Ze zitten op de verkeerde plek. En dan die neus, bovenop mijn ballen. En de ballen op mijn rug.
Ik wil alleen maar ballen in mijn broek. Hoe kan dat toch? En dan die dikke buik, onder mijn knieën. Geen gezicht. De haren rijzen onder mijn tenen. En mijn mond die valt bijna uit mijn bilnaad. Van schrik. Ik droom toch niet? Is dit echt? Dan heb ik de schrik toch goed te pakken. Zwakke ruggengraat zegt de dokter. Wat een ongelofelijke wijsneus.
Hemellichaam (31-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Onder de hemel bevindt zich een lichaam, het enige echte hemellichaam, mijn lichaam. Het belichaamt mijn hemel volledig. Hoe langer ik kijk naar mijn hemellichaam, hoe mooier het wordt. Geen zon, maan of wolk kan het verblinden noch verbloemen. Mijn hemellichaam is goddelijk. Het is god, del en lijk tegelijk.
God want ik aanbidt het als geen ander. Del want het smaakt naar meer, altijd. Lijk zodra het slaapt. De rust zelve. Moordend, dodelijk, zwart. Pikzwart in het donker. Mijn goddelijk lichaam. Mijn hemellichaam is hemels. Het smaakt zoet, zuur, zout, bitter maar vooral zalig hemels. Gelijk hemelse modder.
Gevechten wil ik houden met mijn lichaam. Hemelse moddergevechten, eindigend in amoureuze vrijpartijen. Me and my body. Whatelse, whomelse, whyelse, hemels.
Geurvreters (31-12-2017) (Themawoord: Lichaam)
Lichamen zijn ware geurvreters. Neem nu kaas. Kaas gedijt goed op lichamen. Zeker op de mannelijke. Maar de vrouwelijke kunnen er ook wat van. Kop- en hoofdkaas. Teen- en voetenkaas. Voedingsbodem ook voor prachtige schimmels, lichamen.
Lichaamsschimmels zijn vaak prachtige schimmellichamen. In wit, groen, grijs, geel, rood en blauw. In alle geuren en kleuren bewijzen ze hun diensten. Geven soms waarschuwingstekens af of lokroepen. Angst en zweet het ruikt ook zo lekker. Om maar niet te spreken van het zoele vrijvocht. Wie steekt zijn neus daar niet graag eens in?
Uit alle lichaamsgaten zweven geuren regelmatig naar buiten. Soms dwepend langzaam, soms met brute kracht. Odeuren ontvallen ons op de meest aangename momenten. Ze zoeken naar verbinding. Een groot feest.
19-12-2017
Vlucht naar Egypte
Er zijn moppen die beklijven, nergens over gaan en toch alleszeggend zijn. Die persoonlijke smaak overstijgen, verbinden in gulle lach, desnoods onbegrip. Bevrijden, wringen. Contradicties in terminussen.
Behalve als ze door dezelfde oom urenlang orakelt worden op lange winteravonden. In de zomer kun je ze ontvluchten door simpelweg naar buiten te rennen. Maar in de winter zijn het soms ware martelingen. Beslagen ten ijs moet je dan komen om die ludieke saaie oom de moppenmond te snoeren.
Ik waan me dan altijd op een grote zandvlakte, in bloedhete zon, ergens in Egypte of Marokko. En wanneer het blijft knellen gooi ik hem eruit:
‘Het is geel en trekt door de woestijn?’
‘Een kudde vanille-yoghurt'.
Niemand lacht. Te absurd voor woorden.
Behalve als ze door dezelfde oom urenlang orakelt worden op lange winteravonden. In de zomer kun je ze ontvluchten door simpelweg naar buiten te rennen. Maar in de winter zijn het soms ware martelingen. Beslagen ten ijs moet je dan komen om die ludieke saaie oom de moppenmond te snoeren.
Ik waan me dan altijd op een grote zandvlakte, in bloedhete zon, ergens in Egypte of Marokko. En wanneer het blijft knellen gooi ik hem eruit:
‘Het is geel en trekt door de woestijn?’
‘Een kudde vanille-yoghurt'.
Niemand lacht. Te absurd voor woorden.
31-12-2015
120 Woorden December 2015
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Bedelen (01-12-2015) (Themawoord: Beeld)
Bedelen of bedelen. Het is een kwestie van klemtoon leggen. Je kunt bedelen met en om aandacht. Een voorbeeld. Bedelt Giel Beelen om of met aandacht? Een ander voorbeeld. Bedeelt Giel Beelen met of om aandacht. Een laatste voorbeeld. Behoort Giel Beelen tot de bedelenden, de bedeelden of de bedelenden?
Denk even in beelden. Beeldend dus. Waar kom je dan uit? Bij belendende beelden? Die kans zit er dik in. Bedelen of bedelen, het ene vloeit voort uit het andere. Of vloeit het andere allemaal voort uit het ene? Verwarrend hoor.
Als mensen bedelen, bedelen ze de ander met mededelingen dat ze verlegen zitten om bedeling. Ik neem bedelaars altijd bij de arm. Met arme bedelaars heb ik een band.
Tekstinvoer (02-12-2015)
Heeft u nog iets in te voeren?
Wat dacht u van woorden?
Op papier of in gedachten?
Beide!
Moeilijke of makkelijke?
Beide!
Dure of goedkope?
Beide!
Legt u ze dan maar eens op tafel.
Allemaal?
Allemaal.
Vooruit dan.
Oef, dat wordt flink tellen. De woorden in gedachten ontbreken. Kunt u die nog even opschrijven?
Daar vraagt u wat. Dat gaat wel even duren.
Ik heb de tijd.
Twee dagen later liggen er dertig A4'tjes op de grenstafel. Een complete dichtbundel. De rekening is snel gemaakt.
Dat is dan drieduizend euro.
Drieduizend?
Drieduizend. De moeilijke en dure woorden kosten vijf euro. De makkelijke en goedkope een euro. Per woord uiteraard.
Kan ik het overmaken?
Contant betalen graag.
Wit?
Zwart mag ook.
Beeld in tranen (04-12-2015) (Themawoord: Beeld)
Het bloed spat van de hamer af. De beitel klieft diepe groeven. Op het hoofd staat zweet. Mouwen worden opgestroopt. Het hoofd geeft niet mee. Rimpels verschijnen zichtbaar in het zachte marmer. Blauw- en roze-aderig laat het materiaal zich niet kisten. Het geeft nauwelijks krimp.
De kunstenaar schreeuwt het uit. Weerbarstig wil het beeld zich niet vrijgeven. Er wordt geknokt en gevochten. Een grote worsteling. Wat in het hoofd zit wil er maar niet uitkomen. De buste bolt vol verlangen onder het uitdrukkingsloze gezicht.
Heel, heel langzaam tekenen gelaatstrekken zich af. Het beeld huilt zacht. Met een zachte doek wordt het verdriet wat weggepoetst. Een traan rolt diep het decolleté in. Op zoek naar troost. Hamer en beitel blijven binnenkomen.
Duimpjes meer of minder (07-12-2015) (Themawoord: Afgang)
We tellen een januari 2016. Een rustig begin van het nieuwe jaar. De balans kan worden opgemaakt. Zestig miljoen euro’s de lucht in. Vijf miljoen minder dan vorig jaar. Een prettige afgang. Veel siervuurwerk, minder geknal. Favoriet zijn nog steeds de gillende keukenmeiden.
Dat geldt ook voor Jingle bells van Bing en de Sound of Music van Julie. Het grootste verlangen in 2015 bleef een witte kerst. Idem dito de voornemens en voorspellingen voor 2016, stoppen met roken en weer beginnen. Afvallen en weer aankomen.
Op Facebook kunnen we straks kiezen voor duimpjes meer of minder. Omhoog of omlaag. Naast goedkeuring nu ook afkeuring. De wereld in balans. Wel zo handig voor de zeven duimlozen, drie minder dan vorig jaar.
Afgaan als een ... (07-12-2015) (Themawoord: Afgang)
Het is winter. Hij weet wat dat betekent. Een paar maanden in de schuur of het hok in. Op zich niet zo’n probleem. Er zijn meer lotgenoten die eventjes geparkeerd staan. Niet zo belangrijk als hem natuurlijk. Hij zorgt immers voor groei, is broodnodig en onmisbaar. Een belangrijke voorwaarde om de winter goed te overleven.
Maar toch beklaagt hij zich. De afgang na de herfst had beter en zorgvuldiger gekund. Op zijn minst even een doekje om zijn schouder en over de buik. Gewoon om wat glans te bewaren. De sproeigaatjes even doorprikken kan ook geen kwaad. Zorgt voor een betere doorspoeling in de lente, wanneer hij weer nodig is. Voorlopig geen water, maar gevleugelde overwinteraars in buik en slurf.
Afgang verklaard (08-12-2015) (Themawoord: Afgang)
De man stond aan het eind van de dijk en zag toe hoe schippers op enige afstand hun goederen losten. De afdaling over de loopbrug verliep telkenmale voorspoedig. Gelukkig maar, de gang over het pad stond synoniem voor einde en heengaan, kortom de dood. Niet iedereen kon zwemmen. Niet iedereen was even moedig om tot redding over te gaan. Een man overboord was overkomelijk en inwisselbaar.
Van schrik liep menigeen na het eerste lossen naar het kleine huisje en aanschouwde met grote vreze het product van zijne stoelgang. Met de mond vol tanden vaak, vanwege een beschamende mislukking. Het losbranden van een vuurwapen viel erbij in het niet. Met de kanonslag uit de broek ging het daarna wel stukken beter.
Lettertransformatie (09-12-2015) (Themawoord: Afgang)
De man had veel moeite om aan de opdracht te voldoen. Hoe kon hij in hemelsnaam deelnemen? Hij was niet eens officieel lid van de club. Ondanks het feit dat hij al een flink aantal columns had gepubliceerd op de website. Maar deze opdracht, dit verplichtte themawoord was hem toch echt te moeilijk.
Als hij nu eens ophield om fonetisch te denken en te schrijven. Zou dat wellicht kunnen helpen? Wacht. Hij had een veel beter idee. Hij zou een machine fabriceren die zijn euvel kon verhelpen. Een machine die automatisch zijn nauwelijks uitspreekbare letter transformeerde in de juiste. Het werkte noh niet helemaal hoed. De man uit Hent stelde de machine bij. En voilà, weer een flinke afgang voorkomen.
Spanningzoeker (15-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Het was erg donker in de volksbuurt. De lichten waren nog niet aan, maar het zou niet lang meer duren. Een late haan kraaide ergens in de middle of nowhere. Duiven koerden in de achtertuintjes. Er heerste een vreemde sfeer. Een prima setting voor een horrorfilm.
Wie niet bekend was in de volksbuurt zou er op dat moment niets willen zoeken. Behalve de spanningzoeker. Voor hem was dit de perfecte setting. Een beetje langs de huizen lopen. Verdacht, half gebukt, en dan ineens opspringen, vlak voor een verlicht raam. De handen omhoog gestoken.
De mensen aan tafel onder de tafellamp, schrokken zich meestal een hoedje. De spanningzoeker wist dat. Hij rekende erop. Hij trok dan altijd zijn beste zondagse gezicht.
De band loopt leeg (15-12-2015) (Themawoord: Spanning)
De band loopt leeg. Alweer. En hij is met geen enkele pomp meer op te blazen. Taai is het leer. De solutie is op. Vindt in deze tijd nog maar eens goede bandleden. Hoe geamputeerd een band kan raken? Het is al vaker voorgekomen. Fleetwood Mac, Crosby, Stills and Nash. Pardon, Crosby Stills, Nash and Young. Crosby, Stills, Nash, Young and Dylan, Creedence Clearwater Revival, Rolling Stones… de bandenspanning liep er regelmatig van op. Knalde uiteen. Met geen solutie meer te lijmen. Nu maar duimen dat de coverbands bij elkaar blijven. Stel je voor dat die leeglopen? Dan is het publiek zo vertrokken. Die banden mogen niet doorgesneden. Never nooit niet. Houdt het publiek op de juiste bandenspanning. En publique.
Ballonvrees (17-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Bleu blies Bollejan zijn ballon in de juiste proportie. Totdat de ballon aan zijn vingers opraakte en bijna uit zijn hand schoot. Amper kon hij de ballon nog vasthouden. In zijn linkse duim en wijsvinger begon de kramp reeds toe te slaan. Om hulp kon hij niet roepen. In een dovencentrum heeft dat weinig zin.
Zwaaien, ja zwaaien, dat moest ie doen. Met zijn rechtse hand kneep hij de in bijna kramp geschoten duim en wijsvinger flink aan. De ballon mocht niet ontsnappen. De doven zouden zich een hoedje schrikken. Stel je voor dat de ballon in hun gezicht zou schieten? De spanning was van het gezicht van Bollejan af te lezen en van de ballon. Toch maar leeg laten?
Meneer Spanning (17-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Meneer Spanning voelde zich wat slapjes en besloot voor de zekerheid even naar de dokter te gaan. Spanning, niet echt sterk van gestel, zat bibberend in de wachtkamer. Hij was nog lang niet aan de beurt. Met de minuut werd meneer Spanning meer en meer zenuwachtig. Hij kreeg het afwisselend koud en warm. Dat ging niet goed. Zijn buurvrouw had het snel in de gaten. Ze zag hoe meneer Spanning zich enorm opwond.
‘Gaat het wel goed meneer?’
‘Nou, ik heb me wel eens beter gevoeld.’
‘Hoe komt dat zo?’
‘Ik heb last van mijn stekker.’
‘Van uw stekker?’
‘Ja en de stroom is er ook nog eens af.’
‘Oei, dat is vervelend.’
‘Ja, dat vindt mijn vrouw nu ook!’
Er staat een kameel op de gang (19-12-2015)
Na veel moeite heb ik een groene boom in mijn woonkamer geplant. Die staat nu hartstikke vol. De ballen en de slingers passen er amper in. En ik heb iets vergeten. Shit de lampjes. Ik haal alle ballen en slingers weer uit de boom. Een lichtnet volstaat niet. Twee is ook nog erg armoedig. Bij drie ben ik pas tevreden. Ballen en slingers er weer in. Engelenhaar? Nee, dit jaar niet. Kerststal? Jazeker. Er komt een neefje en nichtje op bezoek. Alleen daarom al is het feest. Ik knip wat takken weg en plaats de stal. Ik pak iedereen uit. Jozef, Maria, de os en ezel, een handvol schaapjes, drie koningen, drie herders. Maar waar laat ik nou de kameel?
Vechtershart (21-12-2015) (Themawoord: Ontlading)
Mijn vechtershart wil zich ontladen. Het liefkoost, huilt en vecht, vanaf de vroege morgen tot de late avond. Zelfs tot diep in de nacht. De liefkozing is nog het moeilijkst. Die zit verstopt dicht onder de huid. Het hart pinkt traantjes weg en vecht zich stapel om het verdriet binnenhuids en binnenskamers te houden. Het bloed dat protesteert. Dat is te zien in bloeddoorlopen ogen, die waterig in de oogkas staan, overlopend van zoete zoute tranen. Waar laat ik mijn verdriet, waar laat ik mijn pijn? Mijn hart slaat tweehonderd slagen per minuut, weet met zichzelf geen blijf. Het slaat van binnen lomp om zich heen. Mijn vechtershart wil geen oorlog met zichzelf. Wil slechts ontlading van liefde, stil verdriet.
Serieus verzoek (22-12-2015)
Een serieus verzoek klinkt ernstig. Niets is minder waar. Als ik u vertel dat het een vertaling betreft van het Engelse serious request dan vallen zaken op hun plek. Op de eerste plaats een verwijzing naar 3FM dat in samenwerking met het Rode Kruis aan ons een oproep doet om kinderen in oorlogsgebieden vooruit te helpen. Door donaties in alle mogelijke vormen. Materieel en in gedachten. Ook gedachten komen binnen. Denk aan Zen. Dat serieus niet altijd bloedernstig hoeft te zijn laten de drie DJ’s, gasten en publiek in en rondom het Glazen Huis in Heerlen duidelijk zien. De uitbundige sfeer en gemeenschapszin bundelen kracht en gevoel. Keep them going! Niet op een, op twee, maar op alle plekken. Doneer!
Uit dag ING (24-12-2015)
De titel verknipt? Inderdaad. Zo ook een dag uit het leven van ING. Een uitdaging? Ik dacht het niet. Een dag als geen ander. En daardoor juist bijzonder. Less is more. In de beperking toont zich de meester. Maar geldt dat ook voor bankiers?
In zekere zin wel. Wie op de kleintjes let wordt immers rijk. Dat geldt overigens zowel voor je kinderen als voor je geld. De vraag is wat het meest verrijkt? Ik weet het antwoord wel. Money and children make the world go round. Not?
Maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de kindjes. Hoewel Dagobert Duck daar waarschijnlijk een ander beeld bij heeft. Verder valt er weinig te melden over een dag ING. Over en uit.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Bedelen (01-12-2015) (Themawoord: Beeld)
Bedelen of bedelen. Het is een kwestie van klemtoon leggen. Je kunt bedelen met en om aandacht. Een voorbeeld. Bedelt Giel Beelen om of met aandacht? Een ander voorbeeld. Bedeelt Giel Beelen met of om aandacht. Een laatste voorbeeld. Behoort Giel Beelen tot de bedelenden, de bedeelden of de bedelenden?
Denk even in beelden. Beeldend dus. Waar kom je dan uit? Bij belendende beelden? Die kans zit er dik in. Bedelen of bedelen, het ene vloeit voort uit het andere. Of vloeit het andere allemaal voort uit het ene? Verwarrend hoor.
Als mensen bedelen, bedelen ze de ander met mededelingen dat ze verlegen zitten om bedeling. Ik neem bedelaars altijd bij de arm. Met arme bedelaars heb ik een band.
Tekstinvoer (02-12-2015)
Heeft u nog iets in te voeren?
Wat dacht u van woorden?
Op papier of in gedachten?
Beide!
Moeilijke of makkelijke?
Beide!
Dure of goedkope?
Beide!
Legt u ze dan maar eens op tafel.
Allemaal?
Allemaal.
Vooruit dan.
Oef, dat wordt flink tellen. De woorden in gedachten ontbreken. Kunt u die nog even opschrijven?
Daar vraagt u wat. Dat gaat wel even duren.
Ik heb de tijd.
Twee dagen later liggen er dertig A4'tjes op de grenstafel. Een complete dichtbundel. De rekening is snel gemaakt.
Dat is dan drieduizend euro.
Drieduizend?
Drieduizend. De moeilijke en dure woorden kosten vijf euro. De makkelijke en goedkope een euro. Per woord uiteraard.
Kan ik het overmaken?
Contant betalen graag.
Wit?
Zwart mag ook.
Beeld in tranen (04-12-2015) (Themawoord: Beeld)
Het bloed spat van de hamer af. De beitel klieft diepe groeven. Op het hoofd staat zweet. Mouwen worden opgestroopt. Het hoofd geeft niet mee. Rimpels verschijnen zichtbaar in het zachte marmer. Blauw- en roze-aderig laat het materiaal zich niet kisten. Het geeft nauwelijks krimp.
De kunstenaar schreeuwt het uit. Weerbarstig wil het beeld zich niet vrijgeven. Er wordt geknokt en gevochten. Een grote worsteling. Wat in het hoofd zit wil er maar niet uitkomen. De buste bolt vol verlangen onder het uitdrukkingsloze gezicht.
Heel, heel langzaam tekenen gelaatstrekken zich af. Het beeld huilt zacht. Met een zachte doek wordt het verdriet wat weggepoetst. Een traan rolt diep het decolleté in. Op zoek naar troost. Hamer en beitel blijven binnenkomen.
Duimpjes meer of minder (07-12-2015) (Themawoord: Afgang)
We tellen een januari 2016. Een rustig begin van het nieuwe jaar. De balans kan worden opgemaakt. Zestig miljoen euro’s de lucht in. Vijf miljoen minder dan vorig jaar. Een prettige afgang. Veel siervuurwerk, minder geknal. Favoriet zijn nog steeds de gillende keukenmeiden.
Dat geldt ook voor Jingle bells van Bing en de Sound of Music van Julie. Het grootste verlangen in 2015 bleef een witte kerst. Idem dito de voornemens en voorspellingen voor 2016, stoppen met roken en weer beginnen. Afvallen en weer aankomen.
Op Facebook kunnen we straks kiezen voor duimpjes meer of minder. Omhoog of omlaag. Naast goedkeuring nu ook afkeuring. De wereld in balans. Wel zo handig voor de zeven duimlozen, drie minder dan vorig jaar.
Afgaan als een ... (07-12-2015) (Themawoord: Afgang)
Het is winter. Hij weet wat dat betekent. Een paar maanden in de schuur of het hok in. Op zich niet zo’n probleem. Er zijn meer lotgenoten die eventjes geparkeerd staan. Niet zo belangrijk als hem natuurlijk. Hij zorgt immers voor groei, is broodnodig en onmisbaar. Een belangrijke voorwaarde om de winter goed te overleven.
Maar toch beklaagt hij zich. De afgang na de herfst had beter en zorgvuldiger gekund. Op zijn minst even een doekje om zijn schouder en over de buik. Gewoon om wat glans te bewaren. De sproeigaatjes even doorprikken kan ook geen kwaad. Zorgt voor een betere doorspoeling in de lente, wanneer hij weer nodig is. Voorlopig geen water, maar gevleugelde overwinteraars in buik en slurf.
Afgang verklaard (08-12-2015) (Themawoord: Afgang)
De man stond aan het eind van de dijk en zag toe hoe schippers op enige afstand hun goederen losten. De afdaling over de loopbrug verliep telkenmale voorspoedig. Gelukkig maar, de gang over het pad stond synoniem voor einde en heengaan, kortom de dood. Niet iedereen kon zwemmen. Niet iedereen was even moedig om tot redding over te gaan. Een man overboord was overkomelijk en inwisselbaar.
Van schrik liep menigeen na het eerste lossen naar het kleine huisje en aanschouwde met grote vreze het product van zijne stoelgang. Met de mond vol tanden vaak, vanwege een beschamende mislukking. Het losbranden van een vuurwapen viel erbij in het niet. Met de kanonslag uit de broek ging het daarna wel stukken beter.
Lettertransformatie (09-12-2015) (Themawoord: Afgang)
De man had veel moeite om aan de opdracht te voldoen. Hoe kon hij in hemelsnaam deelnemen? Hij was niet eens officieel lid van de club. Ondanks het feit dat hij al een flink aantal columns had gepubliceerd op de website. Maar deze opdracht, dit verplichtte themawoord was hem toch echt te moeilijk.
Als hij nu eens ophield om fonetisch te denken en te schrijven. Zou dat wellicht kunnen helpen? Wacht. Hij had een veel beter idee. Hij zou een machine fabriceren die zijn euvel kon verhelpen. Een machine die automatisch zijn nauwelijks uitspreekbare letter transformeerde in de juiste. Het werkte noh niet helemaal hoed. De man uit Hent stelde de machine bij. En voilà, weer een flinke afgang voorkomen.
Spanningzoeker (15-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Het was erg donker in de volksbuurt. De lichten waren nog niet aan, maar het zou niet lang meer duren. Een late haan kraaide ergens in de middle of nowhere. Duiven koerden in de achtertuintjes. Er heerste een vreemde sfeer. Een prima setting voor een horrorfilm.
Wie niet bekend was in de volksbuurt zou er op dat moment niets willen zoeken. Behalve de spanningzoeker. Voor hem was dit de perfecte setting. Een beetje langs de huizen lopen. Verdacht, half gebukt, en dan ineens opspringen, vlak voor een verlicht raam. De handen omhoog gestoken.
De mensen aan tafel onder de tafellamp, schrokken zich meestal een hoedje. De spanningzoeker wist dat. Hij rekende erop. Hij trok dan altijd zijn beste zondagse gezicht.
De band loopt leeg (15-12-2015) (Themawoord: Spanning)
De band loopt leeg. Alweer. En hij is met geen enkele pomp meer op te blazen. Taai is het leer. De solutie is op. Vindt in deze tijd nog maar eens goede bandleden. Hoe geamputeerd een band kan raken? Het is al vaker voorgekomen. Fleetwood Mac, Crosby, Stills and Nash. Pardon, Crosby Stills, Nash and Young. Crosby, Stills, Nash, Young and Dylan, Creedence Clearwater Revival, Rolling Stones… de bandenspanning liep er regelmatig van op. Knalde uiteen. Met geen solutie meer te lijmen. Nu maar duimen dat de coverbands bij elkaar blijven. Stel je voor dat die leeglopen? Dan is het publiek zo vertrokken. Die banden mogen niet doorgesneden. Never nooit niet. Houdt het publiek op de juiste bandenspanning. En publique.
Ballonvrees (17-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Bleu blies Bollejan zijn ballon in de juiste proportie. Totdat de ballon aan zijn vingers opraakte en bijna uit zijn hand schoot. Amper kon hij de ballon nog vasthouden. In zijn linkse duim en wijsvinger begon de kramp reeds toe te slaan. Om hulp kon hij niet roepen. In een dovencentrum heeft dat weinig zin.
Zwaaien, ja zwaaien, dat moest ie doen. Met zijn rechtse hand kneep hij de in bijna kramp geschoten duim en wijsvinger flink aan. De ballon mocht niet ontsnappen. De doven zouden zich een hoedje schrikken. Stel je voor dat de ballon in hun gezicht zou schieten? De spanning was van het gezicht van Bollejan af te lezen en van de ballon. Toch maar leeg laten?
Meneer Spanning (17-12-2015) (Themawoord: Spanning)
Meneer Spanning voelde zich wat slapjes en besloot voor de zekerheid even naar de dokter te gaan. Spanning, niet echt sterk van gestel, zat bibberend in de wachtkamer. Hij was nog lang niet aan de beurt. Met de minuut werd meneer Spanning meer en meer zenuwachtig. Hij kreeg het afwisselend koud en warm. Dat ging niet goed. Zijn buurvrouw had het snel in de gaten. Ze zag hoe meneer Spanning zich enorm opwond.
‘Gaat het wel goed meneer?’
‘Nou, ik heb me wel eens beter gevoeld.’
‘Hoe komt dat zo?’
‘Ik heb last van mijn stekker.’
‘Van uw stekker?’
‘Ja en de stroom is er ook nog eens af.’
‘Oei, dat is vervelend.’
‘Ja, dat vindt mijn vrouw nu ook!’
Er staat een kameel op de gang (19-12-2015)
Na veel moeite heb ik een groene boom in mijn woonkamer geplant. Die staat nu hartstikke vol. De ballen en de slingers passen er amper in. En ik heb iets vergeten. Shit de lampjes. Ik haal alle ballen en slingers weer uit de boom. Een lichtnet volstaat niet. Twee is ook nog erg armoedig. Bij drie ben ik pas tevreden. Ballen en slingers er weer in. Engelenhaar? Nee, dit jaar niet. Kerststal? Jazeker. Er komt een neefje en nichtje op bezoek. Alleen daarom al is het feest. Ik knip wat takken weg en plaats de stal. Ik pak iedereen uit. Jozef, Maria, de os en ezel, een handvol schaapjes, drie koningen, drie herders. Maar waar laat ik nou de kameel?
Vechtershart (21-12-2015) (Themawoord: Ontlading)
Mijn vechtershart wil zich ontladen. Het liefkoost, huilt en vecht, vanaf de vroege morgen tot de late avond. Zelfs tot diep in de nacht. De liefkozing is nog het moeilijkst. Die zit verstopt dicht onder de huid. Het hart pinkt traantjes weg en vecht zich stapel om het verdriet binnenhuids en binnenskamers te houden. Het bloed dat protesteert. Dat is te zien in bloeddoorlopen ogen, die waterig in de oogkas staan, overlopend van zoete zoute tranen. Waar laat ik mijn verdriet, waar laat ik mijn pijn? Mijn hart slaat tweehonderd slagen per minuut, weet met zichzelf geen blijf. Het slaat van binnen lomp om zich heen. Mijn vechtershart wil geen oorlog met zichzelf. Wil slechts ontlading van liefde, stil verdriet.
Serieus verzoek (22-12-2015)
Een serieus verzoek klinkt ernstig. Niets is minder waar. Als ik u vertel dat het een vertaling betreft van het Engelse serious request dan vallen zaken op hun plek. Op de eerste plaats een verwijzing naar 3FM dat in samenwerking met het Rode Kruis aan ons een oproep doet om kinderen in oorlogsgebieden vooruit te helpen. Door donaties in alle mogelijke vormen. Materieel en in gedachten. Ook gedachten komen binnen. Denk aan Zen. Dat serieus niet altijd bloedernstig hoeft te zijn laten de drie DJ’s, gasten en publiek in en rondom het Glazen Huis in Heerlen duidelijk zien. De uitbundige sfeer en gemeenschapszin bundelen kracht en gevoel. Keep them going! Niet op een, op twee, maar op alle plekken. Doneer!
Uit dag ING (24-12-2015)
De titel verknipt? Inderdaad. Zo ook een dag uit het leven van ING. Een uitdaging? Ik dacht het niet. Een dag als geen ander. En daardoor juist bijzonder. Less is more. In de beperking toont zich de meester. Maar geldt dat ook voor bankiers?
In zekere zin wel. Wie op de kleintjes let wordt immers rijk. Dat geldt overigens zowel voor je kinderen als voor je geld. De vraag is wat het meest verrijkt? Ik weet het antwoord wel. Money and children make the world go round. Not?
Maar mijn voorkeur gaat toch uit naar de kindjes. Hoewel Dagobert Duck daar waarschijnlijk een ander beeld bij heeft. Verder valt er weinig te melden over een dag ING. Over en uit.
30-11-2015
Columns van Harrie (November 2015)
IS en ZIJN / Verkeer / 03-11-2015
Ik ben op zoek naar het land van IS. Voorzichtig parkeer ik mijn TARDIS in een grote bak met zand. Het schijnt dat zand nogal kan opwaaien. Dat kan dan in de ogen vliegen. Mensen met zand in de ogen ogen verstrooid. Dat is wat zand kan doen. Verstrooien. Zeker in de grote zandbak waarin ik ben geland is dit aan de orde. Dagelijks. Aan mij de taak om de verstrooiing op te heffen. Een ijdele zaak, aldus mijn chef aan de Andere Kant. Hij heeft me dan ook veel succes gewenst.
Eerst maar eens de weg vragen. Ik zie een man met achter zich een raar groot harig beest en twee afgezakte bulten op zijn rug. Het beest dan. Zelf draagt de man een geruite doek op zijn hoofd. Vanwege de zon waarschijnlijk. Die is onnoemelijk heet in de woestijn. De zon dan. Hij heeft nog nooit gehoord van een land IS. Het komt niet voor in zijn geologisch vocabulaire. De man blijkt een wetenschapper te zijn, een wiskundige, een filosoof. Ik heb heel even moeite hem te verstaan. Moet vreselijk wennen aan zijn gebrabbel, dat van diep achteruit de keel naar voren rolt. Ik schakel voor de zekerheid mijn translator in.
De man is een musliman. Ik snap nu ook zijn gebrabbel. Hij vertelt nogmaals dat hij geen land kent dat IS heet. Hij kent het woord wel als een uitgang van het werkwoord ZIJN. Aha, naast wiskundige en filosoof ook een taalman. Alfa meets beta. Dat mag ik wel. We belanden in een interessante discussie over taal en wiskunde. De musliman draaft wel door merk ik. Dat is niet te zeggen van het harig beest achter hem. Die kauwt zich helemaal sappel met de ogen dicht. Het beest stinkt ook. Het ruikt bepaald niet aangenaam. Gelukkig staat er een windje en ik vraag de musliman of hij met het harig beest een kwart slag wil draaien. Maar daaraan blijkt de musliman een broertje dood te hebben. Aan draaien. Daar houdt hij helemaal niet van. Volgens hem is er maar een weg. En die is rechtdoor. Vreemde man. Hij heeft het ook voortdurend over een zekere Alla. De enige weg. Ik snap er niets van. Ik denk, alla, laat maar even gaan. Ik weet bij god niet waarover hij het heeft. Vast iets filosofisch.
In mijn oor krijg ik nu wat instructies ingefluisterd. Het interdigitaal contact met de Andere Kant bevalt mij geenszins. Mijn chef zegt dat ik alles met betrekking tot Alla even moet mijden omdat het tot zinloze discussie lijdt. Ik moet mijn eigen pad volgen en verder op zoek gaan naar IS. Ik neem afscheid van de musliman. Zeer tegen zijn zin in. Het harig beest achter hem spuwt gemeen op de grond. Raar stel, die twee.
Aan de horizon klinkt gedonder. Daar moet ik zijn. Het is een teken. Vast. Het land van IS schijnt in oorlog te verkeren. En waar donder en rook is daar is vuur. Omdat de horizon verder is dan ik dacht en niet in een fata morgana valkuil wil vallen besluit ik nog een stukje te reizen met mijn TARDIS. Al snel beland ik in strijdgewoel. Ik zie een hele hoop mannetjes in jurken en hoofddoekjes als bezetenen met hamers en bijlen indrukwekkend grote gebouwen bestormen. Grote torens slaan en hakken ze in puin. Gelijk zandkastelen storten ze in. De gebouwen dan. Ik vraag aan een van de mannen waar hij mee bezig is? Waar hij oorlog tegen voert? De man kijkt me verwilderd aan en antwoord fel.
Tegen Zijn. Ze voeren oorlog tegen ZIJN. Ze kunnen het niet verdragen. Al dat ZIJN. Ik begrijp er even niets van. Is dit dan het land van IS? Ja, dit is het land van IS. Het voert oorlog tegen ZIJN.
Het gaat mij nu even boven mijn pet. De muslimannen hameren en hakken oorlogszuchtig verder. De gebouwen van ZIJN houden niet lang stand. Op iedere ingestorte hoop zand plaatsen de muslimannen een grote vlag. IS. De enorme zandbak die zich voor mij uitstrekt staat er vol mee. Ik ben aangekomen in het land van IS. Een land vol grote witte wapperende windmolens. Zo lijkt het. Mensen kom ik niet meer tegen. Alleen maar lichamen en hoofden. Ik moet enorm huilen. Het zand is besmeurd met bloed. Ik begrijp nu ook ineens de verstrooiing. Hoe haal ik in vredesnaam het zand nu uit de ogen? Het zand uit de ogen van muslimannen die verkeren in blinde woede. Er is geen beginnen aan. Goede gesprekken helpen hier niet meer. De rede is in de woestijn allang vermoord. Hamers, bijlen, geweren en kanonnen regeren. Stukken mensheid zijn verdwaald. In tijd en zand. Zand- en landlopers, ze zijn op hol geslagen. Kon ik de gaten maar dichten in de zandlopers. Maar, helaas, ik heb alleen maar stenen van Sisyphos tot mijn beschikking. Geslepen zand glijdt tussen vingers. Ik kan alleen nog maar hopen, op vrede tussen IS en ZIJN.
Mijn TARDIS en ik worden terug geroepen naar de Andere Kant. Het is trop tard, non de dieu!
Brabants licht / Verkeer / 08-11-2015
Het is laat in de avond en al behoorlijk donker. Voor november ongekend warm. Het komt niet door de vreemde lichtobjecten die hier rond mij gloeien. Maar het blijft een vreemde gewaarwording. Al dat licht in november.
Ik ben op pad gestuurd door mijn chef. Hij werd geïntrigeerd door lichtflitsen die van de aardbal stuiterden. Een echte klus voor mij. Mijn TARDIS flink gas gegeven en in no time ergens midden in Brabant geland. De Brabantse kempen. Je moet er maar op komen. Ik moet altijd aan hanen en vechten denken, bij kempen. En een beetje aan boeren natuurlijk. Dat volgt als vanzelf. Gelukkig heb ik altijd goed opgelet bij aardgeschiedenis en wist ik van de hoed en de rand.
Daar liep ik dan vol verwondering. De stad waarin ik mij bevond liep leeg. Met aan boodschappentassen vastgeklonken mensen. Waar was ik ook alweer naar op zoek? Naar lichtflitsen gekatapulteerd richting ruimte, om precies te zijn, richting intergalactica. En ik vond ze. Maar pas na lang zoeken. Iedereen was het paadje kwijt.
Waar loopt nu toch die route? Die gigantisch mooie lichtroute? Dat was wat de mensen zich afvroegen. Ze zagen gewoonweg het licht niet meer. Waren het kwijt. Jarenlang liep het licht als lopend vuur over dezelfde weg. Maar nu niet meer. De kerk als centrum van licht dat zou een goed startpunt zijn geweest. De kerk die dit jaar, naar ik vernam, niet in 2 maar in 3D genomen was. Vanuit het treinstation had ik mij graag verrast willen zien. Maar dat was ook dit jaar geen optie. Er stond geen enkel lichtobject voor het station. Vreemd. Heel vreemd.
Architectuur en natuur waren de drijfveren die dit jaar lagen onder de route. De route? Over welke route hebben we het nu in hemelsnaam? Maar het werd me al snel duidelijk. Een plattegrond leidde me dwars door aaneengeklit, ongeduldig dringend mensenvlees, door stad, tuin en park. Op vele plaatsen was koek en zopie voorzien. Chic, dom en best lastig als je pakweg honderd mensen tegelijkertijd bij een pleisterplek, espresso wil serveren. Is daar over nagedacht? Nee. Dat doen we in het intergalacticum wel beter. Daar serveren we gewoon DE koffie. Een betere bestaat er niet. Gelukkig had ik een goedgevulde thermoskan bij me.
Nou, ik heb de lichtflitsen uiteindelijk gevonden. Het waren er veel. Heel veel. De indrukwekkendste gaf vuur. Echt vuur. Meters omhoog gezwiept door ventilatoren en benzine in een grote circuswand van plastic. Spectaculair. Daarvoor moest je wel eerst een bos betreden in de vorm van een kathedraal. De zijbeuken van het schip bleken warempel echte beuken. Knap hoe hier het huis van een lieve heer met licht tot leven werd gewekt. Helemaal filosofisch werd het bij de paardenbloemen van plastic. Naar ik mij liet vertellen waren er pakweg 70.000 plastic flesjes aan gespendeerd. Eerst gefileerd en daarna zorgvuldig uit elkaar geknipt, daarna in het licht gezet. In bolvorm op een stokje. Mooi. Ik kan niet anders zeggen. Maar dat onze chef daar nu wakker van ligt is mij een raadsel.
Langs het water in het park schoot ik even vol van lichtgolven. Ze spiegelden in het water en maakten iedereen stil. Het vormde een brug in stilte tussen alle aanwezigen. Dan maak je indruk. Op publiek en op het gemoed. Ook deze lichtflits was niet besteed aan mijn chef. Heb er toch maar een foto van gemaakt. Ter inspiratie. Streepjes licht voor en achter in vierkante vlakken hangend tussen bomen riepen herinneringen op aan oude televisies en testbeelden. Nachtelijke regenbogen maar dan horizontaal. Het geklapper van de linten gaf het licht een nieuwe dimensie. Het prikkelde aangenaam in ogen en oren. Die aardlingen wisten toch wel van wanten. Dit wist mijn chef zeker te waarderen.
Tot slot het klapstuk voor het stadhuis. Mocht je niet op vakantie kunnen naar zonnige oorden dan is een bezoek absoluut aan te bevelen. Op het plein is een raamwerk van exotisch wandtapijten van licht opgetrokken dat de vormen aanneemt van een Oosterse stad. Een feestelijke sfeer wordt gecreëerd door een Brabantse crooner die zijn tophit vertaald hoort in alle talen van de wereld. Wet twintig minuten lang. Ja, ik weet het, het is een lange zit. Maar daarna weet je voor eeuwig, in Brabant daar brandt nog licht.
Met een gerust hart nam ik afscheid van de lichtshow en meldde mijn chef het goede nieuws. De lichtflitsen waren allen zeer milieuvriendelijk en roerend en duurden nog slechts zeven nachten. Wie ligt daar nu wakker van? Aldus sprak Dr. Glow.
Tumbleweeds / Verkeer / 16-11-2015
Het zand waait door mijn ogen en ik probeer de trein te volgen. Een bijzonder vervoersmiddel in een woestijn. Zorgvuldig wordt de trein geïnspecteerd door een vrouw op een kameel. Zij is op zoek naar wat. Wat is niet onbestemd. Iedereen is wel op zoek naar wat.
Ik ben op een bijzondere missie en mijn chef wil dat ik direct rapporteer. Hij is zeer geïnteresseerd in het wat. Niet in het waarom. Dat vindt ie veel minder interessant. Het wat daar draait het om. Dat heeft te maken met zijn onbedwingbare behoefte aan duidelijkheid en directheid. Een diep intens consumptief verlangen. Zo noem ik het. Ook het wie vindt hij nauwelijks interessant. Hij wil weten wat er speelt, niet wie en waarom? Ja, ik weet het, ik heb een vreemde chef. Een tumbleweedje, noem ik hem wel eens schattig.
Het zandcentrum bevindt zich op moeder aarde. Dit keer in geslepen vorm. Vervelend spul dat zand. Met verstrooide ogen speur ik de einder af. Ik draag een folder bij me van de Efteling. Mijn chef vertelde mij dat de aarde een groot pretpark is en duwde mij vlak voor vertrek een folder in de handen. Het mooiste en beste pretpark van moeder aarde. Daar moet ik het mee doen. Als richtingwijzer. Ik sla de folder open op bladzijde dertig en zie een sprookjesbos voor mij. Een fakir die door de lucht zweeft op een vliegend tapijt. Vreemd heel vreemd. Moet ik daar naar op zoek?
Aan de einder van de zandbak waarin ik mij bevind zie ik nu ook een fakir rondzweven. Zijn tulband trilt los op zijn hoofd en ontspint zich als een grote vlag. Die wappert blauw, wit en rood door de lucht. De kleuren wapperen in de verkeerde volgorde. Althans, volgens mijn folder van de Efteling. Toch?
Een huilende kameel staat plots achter mij. Hij weent zoute zandtranen. Op de kameel zit een vrouw met een grote filmcamera. Zij maant mij even stil te staan. Ze kijkt gefascineerd naar mijn kleurrijke sjaal. Ik vraag haar waarom de kleuren die als een vlag boven de horizon waaien in de verkeerde volgorde staan. Hoezo verkeerde volgorde? Ik geef haar mijn folder. Ze begint te lachen.
De kleuren van de vlag in de folder wapperen boven elkaar en niet achter elkaar, zo legt ze uit. En ook nog eens omgedraaid. Dat is de reden van mijn verwarring. De kleuren in de lucht staan voor vrijheid, gelijkheid, broederschap. Van links naar rechts, in die volgorde. Blauw, wit en rood. In de folder ligt de broederschap bovenop de gelijkheid. Bijna verstikkend. De gelijkheid duwt de vrijheid dan weer compleet tegen de vlakte. Ik probeer het te verbeelden en moet nu ook lachen. Van links naar rechts duwt de vrijheid de gelijkheid richting broederschap, dat is veel fijner.
Aan de einder zie ik de fakir nu van zijn kameel vallen. Spiernaakt loopt hij op ons af. Hij geeft zich volledig bloot, wat best raar is voor een fakir. Meestal houden deze zich gehuld in groot mysteries. Maar deze niet. Hij lijkt lichtelijk in paniek te verkeren. Ook al vreemd. Meestal is een fakir de rust zelve. Ga heen, ga heen, roept ie ons toe. Ga heen. Waarheen vraag ik me af. Naar wat? Waarom en naar wie laat ik even aan me voorbij gaan. Op advies van mijn chef.
De vrouw met de filmcamera is weer op haar kameel gestapt en filmt de fakir in vol ornaat. Dat gaat tegen zijn religie in en snel houdt hij zijn handen voor zijn heiligdom. Helaas kan hij nu niet meer gebaren. Ik versta dan ook niets meer van wat hij zegt. De vrouw op de kameel lijkt niet meer bij te komen van het lachen. Ik ga er vanuit dat het op een of andere manier lachwekkend is wat de fakir verkondigt. Hij lacht nu ook. Zijn tanden bloot. Mooi.
Tumbleweeds rollen intussen keihard door de woestijn. Zij zijn op dit moment mijn enige richtingwijzers. Zij laten achter wat niet nodig is en nemen alleen datgene mee dat noodzakelijk is, voor een goede reis. Symbolisch dan, heel Zen. Moeder aarde verkeert in Zen, aldus de laatste berichtgeving die ik binnen krijg via radio Galactica. Alle windrichtingen schijnen er baat bij te hebben. Bij Zen. Eveneens de regio’s die eraan verbonden zijn. Maar van welk standpunt uit gezien dan? Vanuit het centrum? Vanuit de buik? Vanuit de buik. Dan is het goed.
Ik neem afscheid van de fakir en de filmvrouw. Zij hebben elkaar gevonden. En ik, ik ga verder met mijn missie. Op zoek naar wat. Wat waar is. Want wat is altijd waar. Dat rapporteer ik naar mijn chef. Wat is daar, waar wat waar is. Tastbaar. Dat vindt hij fijn. Voor luttele nanoseconden ben ik heel even zijn wie en waarom, ook al boeit hem dat niet, blijvend op zoek naar wat. Voortdurend op reis, onrustig en speels, als een tumbleweed. Stuiterend in het zand en zuigend als een spons. Nieuwe ervaringen stromen binnen. Ze vullen mijn verse reiskoffers met luchtspiegelingen en zandkastelen. Ik weet niks. Gelukkig maar. De fakir lacht. De vrouw filmt.
Stof tot nadenken / Verkeer / 22-11-2015
Ik land met mijn TARDIS op een nieuwe planeet. Mijn chef van de Andere Kant had hem gespot en ik mag op verkenning uit. De planeet is niet rond. Althans niet volgens het plaatje onder de microscoop. Onder de microscoop? Ja, onder de microscoop. In de minimicros tussen glasplaatjes heeft mijn chef nieuw leven ontdekt.
Leven? Wat is leven? Iets met pootjes, iets wat beweegt? Zwemt, vliegt, loopt of kruipt? Iets met organen, een hart, longen? Of iets met een ziel misschien? Plant, dier, ding? Happend naar zuurstof of andere ijle gassen? Iets met honger? Naar eten of avontuur?
Ik wil het hem allemaal vragen. Maar geen tijd. Er is haast geboden. Wat mijn chef tussen de glaasjes spot maakt hem erg ongerust. Ik twijfel heel even aan zijn gezondheid. Zijn ongerustheid is apert en latent. Het vreet aan hem en vraagt om nader onderzoek. Het gaat tot op zijn bot. Dat is niet goed. Het snijdt dwars door zijn vlees. Roze. Wordt dun, haast vloeibaar. Spam!
De micros tussen de glasplaten is nogal zweverig. Met niets te vergelijken. Al mijn kennis en ervaring verdwijnen in een groot gat en worden betekenisloos. Hoe maak ik hier verslag van? Hoe duid ik wat ik zie? Beschrijven lijkt nu verschrikkelijk ouderwets. Ik kan het opnemen met mijn Galacticus 7.0, maar wat zie ik dan?
Tussen de glasplaatjes verlies ik al het begrip en besef van ruimte. De TARDIS en ik worden opgenomen in een vreemd soort vacuüm waarin het moeizaam bewegen is. De lucht, voor zover daar sprake van is voelt plakkerig en stroef. Het kleeft aan mijn ruimtepak dat ik voor de zekerheid toch maar even heb aangetrokken. De helm knelt op mijn hoofd. Is mijn pak gekrompen of ben ik gegroeid?
Eerst maar even verkennen waar de begrenzing van deze bijzondere minimicros ophoudt. Niet dus. Eindeloos lijkt hij. Tenzij ik rondjes loop. Is ie dan toch rond? Begrensd? Als een punt? Aangezien ik niet kan duiden wat ik zie met fysieke middelen, ogen, oren, huid, mond en neus, besluit ik mijn omgeving te verkennen met verstand en gevoel. Vaag. Ik weet het. Maar nood breekt wet. Ik bedenk en voel dat de micros waarin ik mij bevind niet echt vriendelijk is. Vierkant vijandig eerder.
Iets heeft mijn chef aangetrokken in deze minimicros maar wat? Het is zaak dat ik het snel vindt. De glaasjes lijken steeds harder te drukken op de vloeistoffen en gassen die ook nog eens in rap tempo lijken te stollen en vervliegen. Veel tijd heb ik niet meer. De verbinding met mijn chef, die ik via de oortjes van mijn Galacticus 7.0 heb, is dun. Heel dun. Ik heb nog vijf minuten. ‘Ga naar rechts’, hoor ik in mijn oortjes.
En daar vind ik dan eindelijk de sleutel, de code van het mysterie van deze maffe micros. Een getallenreeks. Hoe kan het anders? Nu begrijp ik ook de fascinatie van mijn chef. Hij denkt dat alles is op te lossen met nulletjes en eentjes. Ik denk daar anders over. Een en nul, in de juiste volgorde achter elkaar gezet, is altijd nog tien. Van een tot tien tellen geeft mij de tijd om de code te decoderen. Er bestaat duidelijk meer tussen hemel en aarde, tussen een en tien.
Ik pak mijn tienzijdige dobbelsteen, gooi en gok. Zeven. Wedden? Ik hoor in mijn oortjes mijn chef keihard lachen. Tien! Een dubbeltje op zijn kant. Wie niet weg is is gezien.
Ik zit weer in mijn TARDIS en ben een behoorlijk stuk van mijn reis en onderzoek kwijt. Gelukkig heb ik nog de beelden op mijn Galacticus 7.0. Beelden hebben altijd gelijk. Nu maar hopen dat de beelden te duiden zijn. Tussen de glasplaatjes zag het er allemaal maar vaag en onduidelijk uit. Beklemmend ook. En dat kwam niet alleen door mijn helm. Eigenlijk zag, hoorde, voelde, proefde en rook ik helemaal niets. Was er dan wel iets tussen de glasplaatjes? Ja. Stof tot nadenken. Dat rapporteer ik naar mijn chef. Maar of ie daar blij mee is? Ik betwijfel het. Het is vast niet wat ie zocht. Mijn chef vangt dit keer bot, spambot, roze. Voortaan moet ie maar een goed geoutilleerde whizzkid mee op pad sturen. Als stagiaire. Mijn oude wiskundekit volstaat niet meer, laat staan mijn TARDIS.
In de ban van hoge torens / Verkeer / 26-11-2015
Zweven is het liefste dat ik doe. Sterker nog, ik heb er mijn beroep van gemaakt. Heel aards. Want daar komt de term beroep vandaan. Er wordt vaak een beroep gedaan op mijn vakkennis. Als meesterzwever heb ik al heel wat erkenning verdiend. Het liefste zweef ik in situaties en ruimtes die een twijfelachtige geschiedenis kennen. Dat is mijn specialiteit. Dubbelheid een plek geven. Ambiguïteit klaren. Ik doe dat lang niet altijd beroepsmatig. Nee, het is tevens een hobby. Ook al zo´n aards woord. In de spaarzame vrije tijd die ik heb doe ik vaak de meest interessante ontdekkingen.
Dan vlieg ik met mijn TARDIS door de ruimte en laat me inspireren door mysterieuze zaken. Afgelopen week raakte ik volledig in de ban van torens. Eerst vloog ik langs het midden van de aarde. Een prachtige toren lokte mijn aandacht. Hij gloeide fier in de juist ondergaande zon. Dat zag ik goed, waakzaam zoals ik altijd ben. Vlak voor de toren zag ik een naambord staan. Minas Anor stond erop. Doorgestreept. En vlak daarachter stond geschreven, Minas Tirith. Alsof de eerste naam niet goed was. Dat zie je ook wel eens op aardse toiletten. Doorgestreepte namen. De namen stonden geschreven in graffiti-schrift. Toen de zon was ondergegaan hulde ik mij heel even in duister. Maar niet voor lang. Plots verscheen aan het linkerraam van mijn TARDIS nog een toren. Het was blijkbaar mijn lucky day.
Deze toren was van een geheel andere orde. Hij verrees voor een prachtige wassende maan. Als een duvel uit een doosje. Het leek wel black magic. Ook hier zag ik een naambord staan voor de toren. En ook hier weer twee namen waarvan eentje doorgestreept. Minas Morgul en Minas Ithil. De eerste naam was doorgestreept. Ik beschik niet over een talenknobbel maar voor mij was wel duidelijk dat Minas moest staan voor toren. Maar waarom waren nu de namen doorgestreept?
Ik vloog verder met mijn TARDIS, nog nagenietend van wat ik zojuist had gezien. Ik begaf me nu boven een rotsachtig woestijngebied. Mijn boordcomputer gaf Jordanië aan. Mijn oog viel wederom op een vreemde toren. Hij stond fier omhoog, midden op Petra. Conway stond er bijgeschreven, op een naambord. Dit keer een bord zonder doorgestreepte naam. Was ik verdwaald? Bij mijn weten lag Conway in Wales. Ja, ik had goed opgelet bij aardgeologie. Weet je wat? Ik check het even. Onderweg bleef ik bijna haken achter een brug. Een brug tussen twee torens. Een van de torens maakte ontzettend veel lawaai. Staccato sloeg een klok met een ontzettend grote klepel de tijd. Acht uur. Tijd om weer eens naar huis te vliegen.
Ik besloot om over de grote oceaan, richting het westen naar huis te gaan. Ik wist dat daar ergens aan de overkant ooit twee torens hadden gestaan die een merkwaardige geschiedenis kenden. Niemand wist wat er precies gebeurd was met die torens. Ik noemde ze altijd voor de gein, de tweelingtorens. Omdat ze zo dicht bij elkaar stonden en als twee druppels water op elkaar leken. Hoewel de ene wel wat hoger was dan de andere. De torens waren zo sterk met elkaar vervlochten dat ze elkaar ook altijd imiteerden. Droeg de ene een vlag, dan moest de andere ook een vlag hebben. Vloog er tegen de ene toren een vliegtuig, dan vloog er tegen de andere ook een vliegtuig. Op een of andere manier had de architect van de torens de vliegtuigongelukken voorzien. Dit pikte ik op tijdens een interessant college aardbouwkunde. Daar werd verteld dat hoge torens die in extreem dichtbevolkte gebieden worden gebouwd altijd voorzien zijn van explosieven. Mocht een hoge toren dreigen in te storten (om welke reden dan ook), dan gaan bij een zeker break-even-point, automatisch de explosieven af. Dit ingenieuze systeem is gepatenteerd door Alcada, een hightechbedrijf gespecialiseerd in toepassingen van explosieven. Nadat de vliegtuigen in de tweeling waren gevlogen zijn de torens keurig ingestort. Hetzelfde gold voor de omringende gebouwen. Het blijven toch slimme mannetjes, die architecten. Ik wilde op de terugreis even kijken hoe ver de aardlingen nu waren met de herbouw. Busjes van Alcada stonden op het plein. Die verdienden natuurlijk weer goud geld.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)