Ben jij een paard?
No.
Maar wel wit?
Yep.
En vier benen?
Yep, poten mag ook.
Je loopt veel?
Yep.
Op diesel?
No.
Ook 's-nachts?
Vooral 's-nachts.
Je bent een luipaard.
No.
Jaag je wel?
No.
Heb je een staart?
Yep.
Groot?
Een kleintje met een zwart kwastje aan het end.
Ben jij draagbaar?
Hoe bedoel je?
Kan ik jouw dragen?
No.
Draag jij dingen?
Soms.
Mensen?
Soms.
Ben jij een witte olifant misschien?
No.
Ben jij grijs?
No.
Heb jij een ziekte?
Een beperking.
Oh, ernstig?
Vervelend alleen.
Hoezo?
Ik word snel gezien.
Is dat erg dan?
In mijn geval wel.
Altijd?
Incidenteel, meestal een paar dagen.
Jaarlijks?
Yep.
Tijdens een kinderfeest misschien?
Yep, maar ook voor volwassenen.
Met Sinterklaas?
Met Sinterklaas.
Ben jij zwart?
No.
Zucht. Ik geef het op.
Mooi zo, ik krijg langzaam bulten van jouw gevraag.
Bulten?
Yep?
Een of twee?
Twee.
Aha. Werk jij?
Yep.
Interim?
Tijdelijk ja. Ik val in.
Nee! Ik weet het! Wit? Twee bulten? Draagt dingen en mensen? Beperking?
Yep. Yep. Yep.
Een kameel, je bent een kameel.
Yep!
Maar ... ehhh ... een witte?
Albino!
Ach, natuurlijk!
Gefeliciteerd!
Dank je. Nu ben ik weer.
Posts tonen met het label dier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dier. Alle posts tonen
06-12-2018
17-03-2018
Eierenrek
Mijn kippen hebben last van eierenrek. Nu weet ik dat kippen best een vreemd loopje kunnen hebben. Maar wat ik nu zie slaat alles en zeer zeker mijn verbazing. De kippen kruipen haast over de grond. Ze wandelen niet meer snel. Vond ik sowieso al geen gezicht dat snelwandelen van kippen maar het kruipen is helemaal buitensporig. Ze lijken hun billen bij elkaar te knijpen terwijl ze door het zand slepen. Ze hebben ook allemaal rode konen. Neem ik ben niet in de war met lellen. De lellebellen, want dat zijn ze zeer zeker, lellebellen helemaal niet meer. Het lijkt wel of ze last hebben van opstopping. Ze liggen allemaal achter elkaar en aan hun kopjes te zien hebben ze het zwaar. Ze lijken op springen te staan. Al liggend op de grond? Ja, dat kan. Vliegen kunnen ze niet. Maar springen heb ik mijn kippen regelmatig zien doen. Ze zijn niet echt opvliegend maar wel opspringend. Zeker in de huidige situatie waarin ze zich bevinden. Ziek, zwak en misselijk, dat mag duidelijk zijn. Nu weet ik dat het momentum van de eisprong weldra nadert. Zou het daar dan mee te maken hebben? Het lijken nu wel echte plofkippen. Kijk ze de billen eens bij elkaar knijpen. Ieder moment kan de grote explosie daar zijn.
Aan de rand van de kippenren zie ik ineens een haas verschijnen. Verkleed op zijn paasbest. Een mooie strik om zijn nek en een geruit jasje aan. Hij draagt ook een vreemd hoedje. Waar gaat dit over? Met een kleine verrekijker bespiedt hij de kippen. Is hij uit op hun eieren? Nee toch? Daar legt de eerste kip haar ei. Nou ja, leggen? Het gaat gepaard met veel gekreun en het komt er zeer moeizaam uit. De kip moet er gewoonweg van huilen. Heel hard huilen. Bijna net zo hard als tokkelen. Het doet pijn aan de oren. Ze houdt zelf haar kleine kippenvleugeltjes over de oren. Na veel gepers poept ze het ei uit. Wat een groot ei. Enorm. Het is geen gewoon ei het is een superei. En het is ook nog eens zeer lang gerekt. Wel tien centimeter. Dat ze dat heeft kunnen uitpoepen, ongelooflijk. Nee, mijn kippen, dat mag duidelijk zijn, hebben erg veel last van eierenrek. Intussen heeft de hele ren gelegd. Gepoept zogezegd. De haas is al bezig met verzamelen. Dat hij die vreemde eieren pikt?
Aan de rand van de kippenren zie ik ineens een haas verschijnen. Verkleed op zijn paasbest. Een mooie strik om zijn nek en een geruit jasje aan. Hij draagt ook een vreemd hoedje. Waar gaat dit over? Met een kleine verrekijker bespiedt hij de kippen. Is hij uit op hun eieren? Nee toch? Daar legt de eerste kip haar ei. Nou ja, leggen? Het gaat gepaard met veel gekreun en het komt er zeer moeizaam uit. De kip moet er gewoonweg van huilen. Heel hard huilen. Bijna net zo hard als tokkelen. Het doet pijn aan de oren. Ze houdt zelf haar kleine kippenvleugeltjes over de oren. Na veel gepers poept ze het ei uit. Wat een groot ei. Enorm. Het is geen gewoon ei het is een superei. En het is ook nog eens zeer lang gerekt. Wel tien centimeter. Dat ze dat heeft kunnen uitpoepen, ongelooflijk. Nee, mijn kippen, dat mag duidelijk zijn, hebben erg veel last van eierenrek. Intussen heeft de hele ren gelegd. Gepoept zogezegd. De haas is al bezig met verzamelen. Dat hij die vreemde eieren pikt?
03-11-2017
Luie leeuwpaarden
Over sommige namen in de natuur verbaas ik mij. Hoewel de natuur er natuurlijk niets aan kan doen. Het is de mens die de natuur benoemt. Cultuur heet dat met een duur woord. Neem nu luipaard. Met een paard heeft het niets te maken. Met lui ook niet. Als je heel hard rent en daarna het cadeautje snel verorberd mag je best wel even lui in een boom gaan liggen slapen. Een paard daarentegen zie ik dat nog niet zo snel doen, ondanks zijn paardekracht. Met die ene kom je natuurlijk een heel end. Edoch, probaar maar eens met vier van zulke poten een boom in te klimmen, met gladde hoeven. Lukt niet. Gaat niet. Kan niet. Een paard houdt ook niet van vlees. Het zijn beesten die vegetarisch eten. Vooruit, een klein vlezig insectje wipt af en toe mee naar binnen. Op een paardenmaag peaunuts. Wat dan weer vegetarisch is.
Nee, de naam luipaard klopt van geen meter. Stel nu dat je een paard, een echt paard, de kwaliteiten van een wilde kat zou toedichten. Doe eens gek. Een leeuwpaard. Als het leeuwpaard aan de Nijl vertoeft, een leeuwnijlpaard. Dat kan toch niet? Van een zebra maak je toch ook geen rare vogel? Dat dacht je. Ooit gehoord van een zebravink? Da's pas een rare vogel. Die laat vaak over zich heen lopen. Of ben ik nu weer in de war met een zebravinkpad? Bestaan die dan? Zebravinkpaden of zebravinkpadden? Beiden bestaan. In diverse variaties. Gestreepte en schuingestreepte. Gebakken of gebraden. Een zebraslavinkpad. Heerlijk, bij voorkeur eten met doorgeregen spek.
Mocht je niet van vlees houden, ga dan voor de spekvis. Dat is eigenlijk een luie vis. Een spekvis zwemt nooit door. Waarom dacht je dat ie anders zo dik was? Een spekvis zou je eventueel nog een luivis kunnen noemen. Een walvis wordt dan een spekwalvis. Volgt u nog? Knap. Van knapperig spek krijg je honger, nietwaar? Trek moet je eigenlijk zeggen. Honger is voor derdewereldlanden. Hoe triest. Ik gun ze walvisspek. Daarmee kan iedereen heel lang vooruit. Spekwalvisspek mag ook. Lui vet van luivissen. Gezond en voedzaam. Laat die luipaarden maar zitten. In hun boom. Laat ze maar lekker luiwammessen.
Nee, de naam luipaard klopt van geen meter. Stel nu dat je een paard, een echt paard, de kwaliteiten van een wilde kat zou toedichten. Doe eens gek. Een leeuwpaard. Als het leeuwpaard aan de Nijl vertoeft, een leeuwnijlpaard. Dat kan toch niet? Van een zebra maak je toch ook geen rare vogel? Dat dacht je. Ooit gehoord van een zebravink? Da's pas een rare vogel. Die laat vaak over zich heen lopen. Of ben ik nu weer in de war met een zebravinkpad? Bestaan die dan? Zebravinkpaden of zebravinkpadden? Beiden bestaan. In diverse variaties. Gestreepte en schuingestreepte. Gebakken of gebraden. Een zebraslavinkpad. Heerlijk, bij voorkeur eten met doorgeregen spek.
Mocht je niet van vlees houden, ga dan voor de spekvis. Dat is eigenlijk een luie vis. Een spekvis zwemt nooit door. Waarom dacht je dat ie anders zo dik was? Een spekvis zou je eventueel nog een luivis kunnen noemen. Een walvis wordt dan een spekwalvis. Volgt u nog? Knap. Van knapperig spek krijg je honger, nietwaar? Trek moet je eigenlijk zeggen. Honger is voor derdewereldlanden. Hoe triest. Ik gun ze walvisspek. Daarmee kan iedereen heel lang vooruit. Spekwalvisspek mag ook. Lui vet van luivissen. Gezond en voedzaam. Laat die luipaarden maar zitten. In hun boom. Laat ze maar lekker luiwammessen.
08-12-2016
Diervriendelijk en plantaardig
We houden elkaar vast en laten nooit meer los. Jij bent plantaardig en ik diervriendelijk. Niemand die ons samen iets kan maken. We verstoppen ons dezer dagen in het bos. Ik zal vriendelijk rondjes om je huppen en jij zal me aardig behoeden van sneeuw en ijs. Want die gaat vallen, zeker weten. Ze hebben het voorspeld. Ik heb het gelezen en gehoord. Geletterd konijn als ik ben. Bij de groenteboer spraken ze erover en bij de Bruna las ik in de krant de vreselijke weerberichten. Gelukkig beschik jij over een flinke stam en dito naalden. Die kunnen heel wat sneeuw en ijs dragen. Verder moeten we natuurlijk wel nog even oppassen voor de jagers. Jij voor de jouwe en ik voor de mijne. Die van jou gewapend met aks en die van mij met hagel en lood. Ik ben als ik het eerlijk beken toch best wel een beetje bang voor die verschrikkelijke dood.
Die dood die komt altijd heel onverwacht. Vermomd in de vreemdste kostuums. Het kan goed zijn dat je hem al hebt ontmoet. Hij voelt koud als ijs en sneeuw en is bepaald niet diervriendelijk en plantaardig. Integendeel, hij lust ons rauw. Trekt het vel over je oren en plukt je kaal. Zet je op water en brood. Brrr ... ik moet er niet aan denken. Nooit meer worteltjes eten en ook geen mais. Ja, jou neemt ie ook te grazen als ie kan. Dan stroopt ie al je naalden en hakt je in kleine stukjes. Of erger nog, gooit je op het vuur. Samen met je lotgenoten. De dood die komt namelijk nooit voor jou alleen. het is een sluw marketingmonster die altijd komt op gezette tijden. Het liefste vlak voor kerst. Dat willen we niet meemaken toch? Ach, wat loop ik toch te vrezen. Het gaat nergens over. Wie het meeste angst heeft heeft vaak het minst te vrezen. Ik kan nog weglopen. Maar jij helaas niet. Daar zit ik dan weer over in.
Als dierenvriend vind ik je plantaardig. Maar helaas kan ook ik jou niet redden bij gevaar. In de bomenhemel zal ik je dan treffen, goedzak die je bent. En ook daar zullen vogels op je landen, mieren en luizen je vel beroeren. Niks geen koude kermis en altijd goed weer. De zon die zal daar voor je schijnen en je hoeft er nooit, nee never nooit ballen te dragen of slingers te torsen. Zelfs het engelenhaar blijft je bespaard. Gelukkig maar. Want naakt en bloot, niet opgetuigd, zie ik jou toch het liefste. Puur en naturel.
Sssttt ... daar hoor ik iemand komen. De slager of de hakselaar. Miami freeze gaat hier niet helpen. Ik zeg doeg. Het gaat je goed mijn lieve vriend. Dank voor alle goede zorgen. En wie weet zien we elkaar weer gauw. Ergens in de wolken aan een ongelooflijk hemelbanket. Ook daar zal ik dan voor jou zorgen. Hier kan ik dat effe niet. Want de jager schiet met scherp en de hakselaar slaat nooit mis. Doeg, doeg, doeg. Mijn allerliefste dennenboom. Het is nu al dat ik je mis.
Die dood die komt altijd heel onverwacht. Vermomd in de vreemdste kostuums. Het kan goed zijn dat je hem al hebt ontmoet. Hij voelt koud als ijs en sneeuw en is bepaald niet diervriendelijk en plantaardig. Integendeel, hij lust ons rauw. Trekt het vel over je oren en plukt je kaal. Zet je op water en brood. Brrr ... ik moet er niet aan denken. Nooit meer worteltjes eten en ook geen mais. Ja, jou neemt ie ook te grazen als ie kan. Dan stroopt ie al je naalden en hakt je in kleine stukjes. Of erger nog, gooit je op het vuur. Samen met je lotgenoten. De dood die komt namelijk nooit voor jou alleen. het is een sluw marketingmonster die altijd komt op gezette tijden. Het liefste vlak voor kerst. Dat willen we niet meemaken toch? Ach, wat loop ik toch te vrezen. Het gaat nergens over. Wie het meeste angst heeft heeft vaak het minst te vrezen. Ik kan nog weglopen. Maar jij helaas niet. Daar zit ik dan weer over in.
Als dierenvriend vind ik je plantaardig. Maar helaas kan ook ik jou niet redden bij gevaar. In de bomenhemel zal ik je dan treffen, goedzak die je bent. En ook daar zullen vogels op je landen, mieren en luizen je vel beroeren. Niks geen koude kermis en altijd goed weer. De zon die zal daar voor je schijnen en je hoeft er nooit, nee never nooit ballen te dragen of slingers te torsen. Zelfs het engelenhaar blijft je bespaard. Gelukkig maar. Want naakt en bloot, niet opgetuigd, zie ik jou toch het liefste. Puur en naturel.
Sssttt ... daar hoor ik iemand komen. De slager of de hakselaar. Miami freeze gaat hier niet helpen. Ik zeg doeg. Het gaat je goed mijn lieve vriend. Dank voor alle goede zorgen. En wie weet zien we elkaar weer gauw. Ergens in de wolken aan een ongelooflijk hemelbanket. Ook daar zal ik dan voor jou zorgen. Hier kan ik dat effe niet. Want de jager schiet met scherp en de hakselaar slaat nooit mis. Doeg, doeg, doeg. Mijn allerliefste dennenboom. Het is nu al dat ik je mis.
28-09-2016
Zwerfplastic
De walvis sperde zijn mond wagenwijd open en slikte een paar kuub water in een keer naar binnen. Slikte? Nee zoog. Hij was immers een zoogdier. Het grootste ter wereld. Dinosaurussen daargelaten. Een zwemmend zoogdier. Mobile heette de grote walvis. Het stond op zijn dikke buik getatoeëerd. Zo vernoemd omdat hij zich voortdurend verplaatste, wapperend met zijn grote staartvin van wel zes meter. Die sleepte hij al zijn hele leven achter zich aan. Soms jeukte dat ding verschrikkelijk en sloeg hij er extra hard mee. De onrust werkte als speedmotor. Zo croste hij de oceanen door. In no time.
Met een grote hoest proestte Mobile het water weer uit. Er was iets meegekomen dat hem niet beviel. Hij voelde nu ook dat er iets was blijven steken bij zijn navelfontein. Een foutje der natuur. De navel was door zijn lieve heer op de rug geplaatst. Althans dat dacht Mobile. Hij had het voor de zekerheid nog nagevraagd bij zijn mamma. Wat doet dat spuitding op mijn rug? Maar die had toch een andere verklaring. Logisch heel logisch. Dat komt door de stuitligging lieverd. Daardoor is het een en ander verdraaid. Sorry. Ach, wat maakte het ook uit. Mobile vond het prima zo. Een beetje in de lucht spuiten vond hij helemaal geen probleem. Maar nu zat zijn gaatje verstopt. En dat was wel heel vervelend. Door wat?
Op het water dobberden wel duizend kleine plastic flesjes lege Flügel. Had hij die ingeslikt? Hij begreep onmiddellijk de oprisping. De lucht in de kleine flesjes was in zijn grote bek ontsnapt en opgewarmd en dat veroorzaakte natuurlijk een enorme hoestprikkel. Zo warm had hij het lang niet meer gehad. Hij werd ook nog een beetje draaierig van de lucht. Maar het verklaarde niet de verstopping van zijn navelfontein. Totdat een ingedaald flesje Flügel spontaan uit zijn navel plopte. Wat een opluchting. Hij kon weer spuiten. Mobile zwom weer lekker verder. Nadat ie eerst nog een flinke boer had gelaten.
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Zwerfplastic (08-09-2016)
Met een grote hoest proestte Mobile het water weer uit. Er was iets meegekomen dat hem niet beviel. Hij voelde nu ook dat er iets was blijven steken bij zijn navelfontein. Een foutje der natuur. De navel was door zijn lieve heer op de rug geplaatst. Althans dat dacht Mobile. Hij had het voor de zekerheid nog nagevraagd bij zijn mamma. Wat doet dat spuitding op mijn rug? Maar die had toch een andere verklaring. Logisch heel logisch. Dat komt door de stuitligging lieverd. Daardoor is het een en ander verdraaid. Sorry. Ach, wat maakte het ook uit. Mobile vond het prima zo. Een beetje in de lucht spuiten vond hij helemaal geen probleem. Maar nu zat zijn gaatje verstopt. En dat was wel heel vervelend. Door wat?
Op het water dobberden wel duizend kleine plastic flesjes lege Flügel. Had hij die ingeslikt? Hij begreep onmiddellijk de oprisping. De lucht in de kleine flesjes was in zijn grote bek ontsnapt en opgewarmd en dat veroorzaakte natuurlijk een enorme hoestprikkel. Zo warm had hij het lang niet meer gehad. Hij werd ook nog een beetje draaierig van de lucht. Maar het verklaarde niet de verstopping van zijn navelfontein. Totdat een ingedaald flesje Flügel spontaan uit zijn navel plopte. Wat een opluchting. Hij kon weer spuiten. Mobile zwom weer lekker verder. Nadat ie eerst nog een flinke boer had gelaten.
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Zwerfplastic (08-09-2016)
Zeesterren
Diep vanonder, ergens op de bodem van de zee ligt een eenoogkrab omhoog te turen. Zijn hoofd gestrekt naar boven, kijkend door zijn glazen oog. Hij kan er niet door zien en toch weet hij het, van vroeger tijden. Ergens hoog boven hem zweven ze door het water, de zeesterren, glinsterend, flikkerend. Was hij er maar een geweest. Een groter geluk had hem niet kunnen treffen.
Nu ligt hij hier op de bodem, voor eeuwig, tot hel en verdoemenis. Slechts een foute aanvaring leidde tot zijn noodlot, een naargeestig ongeluk. Een kleine aanvaring met een boze narwal, met fataal gevolg. Met de keiharde kraakbeenneus prikte de narwal door zijn enige oog. De narwal had hem niet gezien. En hij de narwal niet. Maar goed ook. Hij had de narwal anders beide ogen uitgepeuterd en opgevreten.
Daar dreef hij dus naar achteren, vastgeprikt aan de snavel van de narwal. Gelukkig was de narwal helder van geest en schraapte de krab van zich af door zich aan een rots te schuren. De krab floepte van de narwal af, voor eeuwig blind. Een glazen knikker liggend op de grond, vormde echter een klein geluk bij een ongeluk. Hij struikelde er bijna over. Waarschijnlijk verloren door een spelend zandstrandkind. Ach, ze kon die ene knikker best wel missen. Met grote dank aan eb en vloed.
Een mooie knikker was het, met drie kleuren in het midden in een golf gesmeed. Geel, blauw en rood. Primaire kleuren. Alleen jammer dat de krab het zelf niet meer kon zien. Snel floepte hij de knikker in zijn kraakbeen schedel. Het paste precies en had er amper last van. Dat gold niet voor alle andere vissen. Mede door de felle zonnestralen verwerd zijn glazen oog tot een scherpe prisma en ketste wel duizend zonnestralen af. Het maakte andere vissen voor heel even stekeblind. De krab werd niet meer gezien, nooit niet meer. Oogverblindend was het beest voor anderen. Diep onder op de zeebodem lag het, eenzaam, heel eenzaam te wezen.
Slechts de zeesterren waren hem bij gebleven. Als een vlakke herinnering in een natte horizon, zijn zoet gedroomde zeespiegel. Een gekoesterde herinnering van voor het narwaldisaster. Zeesterretjes bleef hij zien, tot op heden ten dage. En altijd maar in diepe gedachten verzonken, slechts nu en dan zijn harde hoofd krabbend. Wat moest ie anders?
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Zeesterren (29-08-2016)
Nu ligt hij hier op de bodem, voor eeuwig, tot hel en verdoemenis. Slechts een foute aanvaring leidde tot zijn noodlot, een naargeestig ongeluk. Een kleine aanvaring met een boze narwal, met fataal gevolg. Met de keiharde kraakbeenneus prikte de narwal door zijn enige oog. De narwal had hem niet gezien. En hij de narwal niet. Maar goed ook. Hij had de narwal anders beide ogen uitgepeuterd en opgevreten.
Daar dreef hij dus naar achteren, vastgeprikt aan de snavel van de narwal. Gelukkig was de narwal helder van geest en schraapte de krab van zich af door zich aan een rots te schuren. De krab floepte van de narwal af, voor eeuwig blind. Een glazen knikker liggend op de grond, vormde echter een klein geluk bij een ongeluk. Hij struikelde er bijna over. Waarschijnlijk verloren door een spelend zandstrandkind. Ach, ze kon die ene knikker best wel missen. Met grote dank aan eb en vloed.
Een mooie knikker was het, met drie kleuren in het midden in een golf gesmeed. Geel, blauw en rood. Primaire kleuren. Alleen jammer dat de krab het zelf niet meer kon zien. Snel floepte hij de knikker in zijn kraakbeen schedel. Het paste precies en had er amper last van. Dat gold niet voor alle andere vissen. Mede door de felle zonnestralen verwerd zijn glazen oog tot een scherpe prisma en ketste wel duizend zonnestralen af. Het maakte andere vissen voor heel even stekeblind. De krab werd niet meer gezien, nooit niet meer. Oogverblindend was het beest voor anderen. Diep onder op de zeebodem lag het, eenzaam, heel eenzaam te wezen.
Slechts de zeesterren waren hem bij gebleven. Als een vlakke herinnering in een natte horizon, zijn zoet gedroomde zeespiegel. Een gekoesterde herinnering van voor het narwaldisaster. Zeesterretjes bleef hij zien, tot op heden ten dage. En altijd maar in diepe gedachten verzonken, slechts nu en dan zijn harde hoofd krabbend. Wat moest ie anders?
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Zeesterren (29-08-2016)
15-04-2016
Muis en mier
Flits daar struint ie door de huiskamer. Flapoortjes gespitst omhoog. Miami Freece. Hij is opgemerkt. Door mij en m’n vrouw. Miami Freece. Zo hebben we hem maar genoemd. We hadden hem ook Spoorloos kunnen noemen. Of ‘Hij / zij (je weet het nooit met die beesten) die zich niet laat vangen’, volgens Indiaanse traditie (niet te verwarren met Indiase, dan hadden we hem / haar wel Mahali Pindakasi genoemd).
“Kom nu maar van de bank af, Miami Freece is weg.”
Een week lang zijn we alert. Steevast rond de klok van 23:00 uur laat ie zich zien. Dwars door de kamer. De lefhebber. Gaat op zijn kont zitten. Wrijft zijn pootjes, drukt er zijn snuit in uit en laat een vreemd geluid. Een mannetje dus, concluderen vrouw en ik, de viespeuk. We stellen een plan op. Wisselende nachtdiensten gaan we draaien. Alle wapens worden in de strijd gegooid. Maar niets helpt. Hij laat zich niet vangen. Gif lust ie niet, in vallen trapt ie niet en de plakmat vangt alleen maar stof. Het is een slim beestje.
We besluiten ons huis te ontmantelen. Op zoek naar. Alle plinten gaan van de muur. Alle kieren gedicht. Met klinkers en medeklinkers. Alle laden ontlaad. Het helpt allemaal voor geen meter. Wat nu?
Vrienden worden, besluiten we ten einde raad. Op aanraden van zowel de dieren- als huisarts. Mijn vrouw gaat eerst op cursus: ‘Hoe om te gaan met … en zonder …’ Na drie maanden behaalt ze een certificaat. We zijn er klaar voor. Maar … Miami Freece laat zich niet meer zien. Althans, dat denken we. We horen hem wel. Ergens onder de vloer. Hoe krijgen we hem weer boven?
De televisie! Natuurlijk. Dat helpt altijd. We zoeken een geschikte zender en komen uit bij 24 Hour Pet Cartoon. We zetten de zender vast op Kanaal 99. Het enige Kanaal dat nog zonder zender is. Succes gegarandeerd. Zeker weten.
En ja hoor. Daar zit ie in de vroege ochtend op onze bank. In zijn ochtendjas. Naast hem een klein bakkie chips. Hoe komt ie daar aan? Helemaal at ease laat ie zich makkelijk vangen. Maar hoe nu verder?
Driftig trippelt ie de schoenendoos op en neer en ondersteboven. Dit gaat niet goed. Hij heeft veel te veel stress. Plots is het stil in de doos. We bellen de dierenambulance en nemen afscheid van Miami Freece. Toch wel met pijn in het hart en brokken in de keel.
Een ding is zeker. Ons huis staat niet langer op stelten. Hoewel? Wat kruipt daar door de keuken? Een dun zwart minileger, gehelmd op heel veel kleine pootjes. Een, twee, drie … vijfendertig … nee … nee … nee … het krioelt hier van de … Wat nu?
“Kom nu maar van de bank af, Miami Freece is weg.”
Een week lang zijn we alert. Steevast rond de klok van 23:00 uur laat ie zich zien. Dwars door de kamer. De lefhebber. Gaat op zijn kont zitten. Wrijft zijn pootjes, drukt er zijn snuit in uit en laat een vreemd geluid. Een mannetje dus, concluderen vrouw en ik, de viespeuk. We stellen een plan op. Wisselende nachtdiensten gaan we draaien. Alle wapens worden in de strijd gegooid. Maar niets helpt. Hij laat zich niet vangen. Gif lust ie niet, in vallen trapt ie niet en de plakmat vangt alleen maar stof. Het is een slim beestje.
We besluiten ons huis te ontmantelen. Op zoek naar. Alle plinten gaan van de muur. Alle kieren gedicht. Met klinkers en medeklinkers. Alle laden ontlaad. Het helpt allemaal voor geen meter. Wat nu?
Vrienden worden, besluiten we ten einde raad. Op aanraden van zowel de dieren- als huisarts. Mijn vrouw gaat eerst op cursus: ‘Hoe om te gaan met … en zonder …’ Na drie maanden behaalt ze een certificaat. We zijn er klaar voor. Maar … Miami Freece laat zich niet meer zien. Althans, dat denken we. We horen hem wel. Ergens onder de vloer. Hoe krijgen we hem weer boven?
De televisie! Natuurlijk. Dat helpt altijd. We zoeken een geschikte zender en komen uit bij 24 Hour Pet Cartoon. We zetten de zender vast op Kanaal 99. Het enige Kanaal dat nog zonder zender is. Succes gegarandeerd. Zeker weten.
En ja hoor. Daar zit ie in de vroege ochtend op onze bank. In zijn ochtendjas. Naast hem een klein bakkie chips. Hoe komt ie daar aan? Helemaal at ease laat ie zich makkelijk vangen. Maar hoe nu verder?
Driftig trippelt ie de schoenendoos op en neer en ondersteboven. Dit gaat niet goed. Hij heeft veel te veel stress. Plots is het stil in de doos. We bellen de dierenambulance en nemen afscheid van Miami Freece. Toch wel met pijn in het hart en brokken in de keel.
Een ding is zeker. Ons huis staat niet langer op stelten. Hoewel? Wat kruipt daar door de keuken? Een dun zwart minileger, gehelmd op heel veel kleine pootjes. Een, twee, drie … vijfendertig … nee … nee … nee … het krioelt hier van de … Wat nu?
14-03-2015
Buxus Bunny
Daar zit ie dan. Te genieten in de prille lentezon. De snoet op het oosten gericht met zijn rug naar het noorden. Zijn snorharen trillen een beetje in de zon. Net als zijn natte neusje dat hij zo nu en dan bedenkelijk in- en uittrekt. Waar denkt ie aan? ‘Blijf ik zitten, moet ik vluchten, ziet iemand mij?’ Af en toe kijkt hij naar de grond en af en toe naar links en naar rechts. Het is een filosoof en levensgenieter tegelijk. Een onderzoeker. Een oplettende. Waakzaam. Hij houdt stiekem alles in de gaten. Zodra er een auto in de straat voorbij rijdt trekt ie heel eventjes zijn bruine ruggetje in. ‘Wat is dat geluid daar achter mij? Komt het vertrouwd voor? Ik denk het wel? Gewoon blijven zitten dus?’
Voor hem zie ik allemaal kleine kuiltjes in de grond. Hij is weer op zoek geweest naar sappige wortels. Voorlopig moet ie het nog doen met ouwe muk. Het nieuwe plantseizoen is nog niet van start gegaan. De strijd gaat straks weer beginnen. Een verloren strijd. Dat verrekte konijn wint altijd. Tenzij ik natuurlijk een hek om de tuin bouw. Van kippengaas, zestig centimeter hoog en zestig centimeter diep. Minstens, anders werkt het niet. Maar dat is geen gezicht. Er moet dan ook nog een deurtje in. Over zestig centimeter stap je niet zomaar heen. Het alternatief is om allemaal planten te poten, die het konijn niet lekker vindt. Zodat ie er met zijn poten en tanden afblijft. Aan de andere kant, het is natuurlijk bijna Pasen. Maar ja, het is best al een oud konijn. Voor in de soep dan maar? Ik heb even oogcontact met Buxus Bunny. ‘Als je het maar uit je hoofd laat’, zie ik hem denken. Kan dat beest gedachten lezen? Gelijk heeft ie. Buxus Bunny is niet aan soep besteed.
Op voet van oorlog blijven we dan maar samen leven in mijn tuin en in zijn natuur. Ik zwaai eventjes door de raam. Hij negeert me. Rotbeest. Ik zie hem haast groeien. Het is eigenlijk ook wel een schatje, met zijn diepdonkere glanzende pretogen. Hij rent niet eens meer weg als ik drie meter van hem vandaan over de uitrit loop. Maar twee meter negenennegentig is hem toch te gortig. Toch maar even plagen. Hups daar springt ie naar de buren. Met tegenzin. Als ik mijn rug omdraai en verder loop zit ie al weer in de zon. Tegen de buxus. Mijn Buxus Bunny, de levensgenieter, de filosoof.
Voor hem zie ik allemaal kleine kuiltjes in de grond. Hij is weer op zoek geweest naar sappige wortels. Voorlopig moet ie het nog doen met ouwe muk. Het nieuwe plantseizoen is nog niet van start gegaan. De strijd gaat straks weer beginnen. Een verloren strijd. Dat verrekte konijn wint altijd. Tenzij ik natuurlijk een hek om de tuin bouw. Van kippengaas, zestig centimeter hoog en zestig centimeter diep. Minstens, anders werkt het niet. Maar dat is geen gezicht. Er moet dan ook nog een deurtje in. Over zestig centimeter stap je niet zomaar heen. Het alternatief is om allemaal planten te poten, die het konijn niet lekker vindt. Zodat ie er met zijn poten en tanden afblijft. Aan de andere kant, het is natuurlijk bijna Pasen. Maar ja, het is best al een oud konijn. Voor in de soep dan maar? Ik heb even oogcontact met Buxus Bunny. ‘Als je het maar uit je hoofd laat’, zie ik hem denken. Kan dat beest gedachten lezen? Gelijk heeft ie. Buxus Bunny is niet aan soep besteed.
Op voet van oorlog blijven we dan maar samen leven in mijn tuin en in zijn natuur. Ik zwaai eventjes door de raam. Hij negeert me. Rotbeest. Ik zie hem haast groeien. Het is eigenlijk ook wel een schatje, met zijn diepdonkere glanzende pretogen. Hij rent niet eens meer weg als ik drie meter van hem vandaan over de uitrit loop. Maar twee meter negenennegentig is hem toch te gortig. Toch maar even plagen. Hups daar springt ie naar de buren. Met tegenzin. Als ik mijn rug omdraai en verder loop zit ie al weer in de zon. Tegen de buxus. Mijn Buxus Bunny, de levensgenieter, de filosoof.
04-03-2015
Ikeage Vinland groot succes
Graat, donderdag 5 maart 2015, door Grard Gupmans
De eerste editie van Ikeage Vinland te Graat is een groot succes gebleken. Critici die vooraf sceptisch waren zijn door het onverwachte resultaat de mond gesnoerd. De vangst was omvangrijk en kleurrijk. Dat geldt in het bijzonder voor de vangst van Tosai en Nisai.
Wat critici het meest verbaasde was het gekozen tijdstip. Een ingenieus plan van CEO Carpschup van Ikeage Vinland, heeft alle critici en betrokkenen doen besluiten alle data voor toekomstige Ikeages te verplaatsen naar het voorjaar. Marketingtechnisch en economisch veel beter. Inkomsten en uitgaven worden daardoor meer verspreid over het hele jaar.
De vraag is alleen of de mudponds (kweekvijvers) wereldwijd tijdig ontdooid zullen zijn. Vinland gelegen op de derde visgraat, in het kiewzog van Balijnenrepubliek Wilvaspuris, kent een uitstekende ligging. Maar geldt dit ook voor andere landen? Mudponds moeten voldoen aan vele situationele voorwaarden. Perfecte hoogte, diepte, zwaarte, temperatuur, viscositeit, broekwijdte en paarcondities zijn doorslaggevend voor een goede kweek. Nog niet alle landen heben dit op orde.
Daarnaast moeten mudponts ook voldoen aan strenge duurzaamheidsnormen, opgelegd door Eulopalliers en Busselnarren te Brelgrië? Vooral de Flanse delegatie heeft twijfels over de haalbaarheid. Als de Flansen weigeren mee te doen zullen mogelijk ook de Dutsels afhaken. Dat wordt althans in de wandelgangen beweerd. Vanuit het Ingelse Londimium zijn recent ook nog nieuwe verordeningen rondom mudponts de wereld in geslingerd. Deze verordeningen luisteren naar klinkende mudnamen als 'Tigerfeet' en 'Dynamite'.
De vraag is nu of de complete wereld deze verordeningen zal omarmen, een absolute voorwaarde voor succesvolle wereldwijde Ikeage? Dat is niet vanzelfsprekend. Alle presidenten, keizers, koningen en stamhoofden zullen zich nog eenmaal buigen over alle verordeningen tijdens een groot wereldwijd overleg in Tolonto. Het overleg staat gepland op 15 mei 2015. Voorafgaand vindt eerst de Vistickconferentie in Orlo plaats. Dat is slechts een prelude voor het grote zeebanket in Tolonto.
Artikel verschenen in tijdschrift Koi Wijzer
Toelichting:
Geschreven n.a.v. 7e schrijfopdracht op ColumnX (maart 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
De opdracht voor maart 2015:
-Schrijf een (fictief) artikel voor een krant/tijdschrift/suffertje/...
-Woordgrens: 300, plus één korte zin als nawoord met uitleg voor wat voor medium het geschreven is.
Ondanks het objectieve schrijven bestaat er natuurlijk voldoende ruimte voor creativiteit.
De eerste editie van Ikeage Vinland te Graat is een groot succes gebleken. Critici die vooraf sceptisch waren zijn door het onverwachte resultaat de mond gesnoerd. De vangst was omvangrijk en kleurrijk. Dat geldt in het bijzonder voor de vangst van Tosai en Nisai.
Wat critici het meest verbaasde was het gekozen tijdstip. Een ingenieus plan van CEO Carpschup van Ikeage Vinland, heeft alle critici en betrokkenen doen besluiten alle data voor toekomstige Ikeages te verplaatsen naar het voorjaar. Marketingtechnisch en economisch veel beter. Inkomsten en uitgaven worden daardoor meer verspreid over het hele jaar.
De vraag is alleen of de mudponds (kweekvijvers) wereldwijd tijdig ontdooid zullen zijn. Vinland gelegen op de derde visgraat, in het kiewzog van Balijnenrepubliek Wilvaspuris, kent een uitstekende ligging. Maar geldt dit ook voor andere landen? Mudponds moeten voldoen aan vele situationele voorwaarden. Perfecte hoogte, diepte, zwaarte, temperatuur, viscositeit, broekwijdte en paarcondities zijn doorslaggevend voor een goede kweek. Nog niet alle landen heben dit op orde.
Daarnaast moeten mudponts ook voldoen aan strenge duurzaamheidsnormen, opgelegd door Eulopalliers en Busselnarren te Brelgrië? Vooral de Flanse delegatie heeft twijfels over de haalbaarheid. Als de Flansen weigeren mee te doen zullen mogelijk ook de Dutsels afhaken. Dat wordt althans in de wandelgangen beweerd. Vanuit het Ingelse Londimium zijn recent ook nog nieuwe verordeningen rondom mudponts de wereld in geslingerd. Deze verordeningen luisteren naar klinkende mudnamen als 'Tigerfeet' en 'Dynamite'.
De vraag is nu of de complete wereld deze verordeningen zal omarmen, een absolute voorwaarde voor succesvolle wereldwijde Ikeage? Dat is niet vanzelfsprekend. Alle presidenten, keizers, koningen en stamhoofden zullen zich nog eenmaal buigen over alle verordeningen tijdens een groot wereldwijd overleg in Tolonto. Het overleg staat gepland op 15 mei 2015. Voorafgaand vindt eerst de Vistickconferentie in Orlo plaats. Dat is slechts een prelude voor het grote zeebanket in Tolonto.
Artikel verschenen in tijdschrift Koi Wijzer
Toelichting:
Geschreven n.a.v. 7e schrijfopdracht op ColumnX (maart 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
De opdracht voor maart 2015:
-Schrijf een (fictief) artikel voor een krant/tijdschrift/suffertje/...
-Woordgrens: 300, plus één korte zin als nawoord met uitleg voor wat voor medium het geschreven is.
Ondanks het objectieve schrijven bestaat er natuurlijk voldoende ruimte voor creativiteit.
01-08-2014
Mister Skyban’s hells kitchen
Met een grote veewagen rijdt Mister Skyban door New York City. Hij heeft haast want hij wil binnen een dag alle boroughs aandoen, Manhattan, Brooklyn, Queens, Bronx en Staten Island. Het is maandag, was- en plasdag. Tijd om de vuile was eens flink buiten te hangen. In deze metropool moet er toch genoeg aandacht te generen zijn voor dierenleed. Het is droevig gesteld met de Amerikanen, en bovenal met de New Yorkers. Er bestaat geen grotere vleesetende bevolkingsgroep in gans de United States of America. Mister Skyban heeft grote haast. Hij moet de dieren nog laden. Via Market Place heeft hij beslag kunnen leggen op een container vol met pluche knuffeldieren in alle soorten en maten. En het mooiste van al. Ze zijn allemaal roze, vlezig roze. De muziekinstallatie in de veewagen heeft hij alvast geïnstalleerd. Straks hoeft hij alleen nog zijn iPod vol met jubel- en juichgeluiden aan te sluiten en de demotour kan beginnen. Mister Skyban is met name benieuwd hoe zijn rockende veewagen gevuld met pluche knuffeldieren straks ontvangen zal worden in de Upper East en West Side.
Idealist is ie. Dwarse kunstenaar. Tekenaar, graffitiheld van de kwinkslagen en maatschappijkritiek. Niemand kent hem. Hij blijft consequent buiten beeld en weigert mee te werken aan iedere vorm van exploitatie van zijn werk. Zijn werk, kunst is het. Op straathoeken en vervallen gebouwen, in achterbuurten en winkelstraten… overal kun je hem tegenkomen. Zijn werk dan want hijzelf is de grote onbekende. Het draagt bij aan zijn heldenstatus. Achter het stuur van de met pluche beesten gevulde vrachtwagen zul je hem dus niet aantreffen. Of misschien ook wel. Onbekendheid geeft je de nodige bewegingsvrijheid. Hoe dan ook, hij is er druk mee, hij is er klaar voor. Zijn “finest hour” is vandaag. Geen graffiti maar een rijdend statement. De hypocrisie aan de kaak; de confrontatie van hard met zacht, van aaibaar met hapklaar, van ontroering met gezonde trek, van leven met dood, van lichaam met geest.
Met piepende remmen stopt Mister Skyban de veewagen voor huisnummer 423 West 46th Street. Het Market Place adres bevindt zich in midtown Manhattan en brengt hem bij Fools Company. In dezelfde straat ligt het Westside Animal Hospital en een stukje verder, in 10th Avenue, Hells Kitchen Groom Room, een beautysalon voor honden en katten. Een toepasselijke omgeving om een container pluche dieren op te halen. Bij de ingang van Fools Company wordt Mister Skyban opgewacht door een grote roze clown met foute ballonnen. Geen fool on the hill, maar een fool in Manhattan. De clown stelt zichzelf voor als Mickey M. Hij heeft een stem die nog het meeste weg heeft van een schorre Miss Piggy. Sterker nog hij lijkt er zelfs een beetje op. De roze manen van zijn clownsmasker en de blauwe grote ogen vertonen veel gelijkenis met het brutale varkentje van de Muppetshow. De pluche dieren liggen opgestapeld tegen de muur van Fools Company. Snel laden ze de dieren in de veewagen. Clown Mickey M. klimt achter het stuur en Mister Skyban kruipt achterin de wagen en installeert zijn iPod. Het circus kan beginnen.
Stekkertje hier, stekkertje daar “…and go!”. Mister Skyban springt de truck uit en gooit de achterdeur van het reeds rijdende vehikel dicht. Skyban lost op, Mickey M. vervolgt. Handen aan het stuur, de grote blauwe ogen op de weg gericht. Af en toe bekijken diezelfde ogen de achteruitkijkspiegels. Wat hij ziet bevalt hem. De koppen van de pluche dieren lijken klem te zitten tussen de uit dwarse planken opgetrokken achterbak van de truck. Blèrend, mekkerend, loeiend en hinnikend laten zij zich horen. Hier en daar worden de boerderijgeluiden afgewisseld met meer stads geblaf en gemiauw. De route is bekend. Het wordt een lange dag. Van 46th gaat het richting oost. 9th Avenue wordt gepasseerd, Avenue of the Americas en uiteindelijk 5th Avenue. Het is druk, uiteraard is het druk. Mensen op straat kijken op, stoten elkaar aan, blijven staan en verbazen zich. De truck met zijn bijzondere lading heeft alle aandacht. Mobieltjes worden gebruikt om elkaar te informeren, er worden foto’s gemaakt. De boodschap is duidelijk. De confrontatie raakt hen diep.
De emoties schieten vele kanten op. De ongerichte boosheid, geheven vuisten, het gevloek. Maar ook mannen en vrouwen met tranen in de ogen. Kinderen huilen uitbundiger. Het gaat aan niemand voorbij. Bij het naderen van 5th Avenue rijdt de truck stapvoets. Door enkele duizenden mensen wordt ie omringd. De onrust in deze groep neemt toe. Iemand oppert het idee om op te trekken naar Mac Donalds. Het blijkt de lont in het kruitvat. Op Broadway, 8th Avenue, 9th Avenue, Avenue of the Americas, 42nd street… alle Mac Donalds worden aangevallen en door een ontketende meute kort en klein geslagen. Het personeel wordt met het hoofd boven de frituurbakken gedwongen te zweren nooit meer vlees te kopen of te verwerken. Angstvallig zweren zij, ontdoen zich van hun bedrijfskleding en vluchten vervolgens de onrustige stad in. Politie en leger worden ingezet om de onrust enigszins te beteugelen.
De truck is ondertussen al lang verder doorgereden richting East River. Met de bestuurdersdeur geopend staat het statement in de ruigte van de rivieroever geparkeerd. Aan de rivier zelf staat Mickey M., onwetend van wat ie heeft aangericht, met een strootje in zijn mond en zijn gulp geopend zijn urine in de rivier te lozen.
Opgelucht is ie.
Co-column geschreven door Mien en FranK (de nieuwe schrijver van de VC (Vaste Column) van de maand op ColumnX. Ik heb het stokje, na een jaar lang schrijver te zijn geweest van de VC, aan hem overgedragen.
Dit filmpje van YouTube was aanleiding voor het schrijven van deze column.
Idealist is ie. Dwarse kunstenaar. Tekenaar, graffitiheld van de kwinkslagen en maatschappijkritiek. Niemand kent hem. Hij blijft consequent buiten beeld en weigert mee te werken aan iedere vorm van exploitatie van zijn werk. Zijn werk, kunst is het. Op straathoeken en vervallen gebouwen, in achterbuurten en winkelstraten… overal kun je hem tegenkomen. Zijn werk dan want hijzelf is de grote onbekende. Het draagt bij aan zijn heldenstatus. Achter het stuur van de met pluche beesten gevulde vrachtwagen zul je hem dus niet aantreffen. Of misschien ook wel. Onbekendheid geeft je de nodige bewegingsvrijheid. Hoe dan ook, hij is er druk mee, hij is er klaar voor. Zijn “finest hour” is vandaag. Geen graffiti maar een rijdend statement. De hypocrisie aan de kaak; de confrontatie van hard met zacht, van aaibaar met hapklaar, van ontroering met gezonde trek, van leven met dood, van lichaam met geest.
Met piepende remmen stopt Mister Skyban de veewagen voor huisnummer 423 West 46th Street. Het Market Place adres bevindt zich in midtown Manhattan en brengt hem bij Fools Company. In dezelfde straat ligt het Westside Animal Hospital en een stukje verder, in 10th Avenue, Hells Kitchen Groom Room, een beautysalon voor honden en katten. Een toepasselijke omgeving om een container pluche dieren op te halen. Bij de ingang van Fools Company wordt Mister Skyban opgewacht door een grote roze clown met foute ballonnen. Geen fool on the hill, maar een fool in Manhattan. De clown stelt zichzelf voor als Mickey M. Hij heeft een stem die nog het meeste weg heeft van een schorre Miss Piggy. Sterker nog hij lijkt er zelfs een beetje op. De roze manen van zijn clownsmasker en de blauwe grote ogen vertonen veel gelijkenis met het brutale varkentje van de Muppetshow. De pluche dieren liggen opgestapeld tegen de muur van Fools Company. Snel laden ze de dieren in de veewagen. Clown Mickey M. klimt achter het stuur en Mister Skyban kruipt achterin de wagen en installeert zijn iPod. Het circus kan beginnen.
Stekkertje hier, stekkertje daar “…and go!”. Mister Skyban springt de truck uit en gooit de achterdeur van het reeds rijdende vehikel dicht. Skyban lost op, Mickey M. vervolgt. Handen aan het stuur, de grote blauwe ogen op de weg gericht. Af en toe bekijken diezelfde ogen de achteruitkijkspiegels. Wat hij ziet bevalt hem. De koppen van de pluche dieren lijken klem te zitten tussen de uit dwarse planken opgetrokken achterbak van de truck. Blèrend, mekkerend, loeiend en hinnikend laten zij zich horen. Hier en daar worden de boerderijgeluiden afgewisseld met meer stads geblaf en gemiauw. De route is bekend. Het wordt een lange dag. Van 46th gaat het richting oost. 9th Avenue wordt gepasseerd, Avenue of the Americas en uiteindelijk 5th Avenue. Het is druk, uiteraard is het druk. Mensen op straat kijken op, stoten elkaar aan, blijven staan en verbazen zich. De truck met zijn bijzondere lading heeft alle aandacht. Mobieltjes worden gebruikt om elkaar te informeren, er worden foto’s gemaakt. De boodschap is duidelijk. De confrontatie raakt hen diep.
De emoties schieten vele kanten op. De ongerichte boosheid, geheven vuisten, het gevloek. Maar ook mannen en vrouwen met tranen in de ogen. Kinderen huilen uitbundiger. Het gaat aan niemand voorbij. Bij het naderen van 5th Avenue rijdt de truck stapvoets. Door enkele duizenden mensen wordt ie omringd. De onrust in deze groep neemt toe. Iemand oppert het idee om op te trekken naar Mac Donalds. Het blijkt de lont in het kruitvat. Op Broadway, 8th Avenue, 9th Avenue, Avenue of the Americas, 42nd street… alle Mac Donalds worden aangevallen en door een ontketende meute kort en klein geslagen. Het personeel wordt met het hoofd boven de frituurbakken gedwongen te zweren nooit meer vlees te kopen of te verwerken. Angstvallig zweren zij, ontdoen zich van hun bedrijfskleding en vluchten vervolgens de onrustige stad in. Politie en leger worden ingezet om de onrust enigszins te beteugelen.
De truck is ondertussen al lang verder doorgereden richting East River. Met de bestuurdersdeur geopend staat het statement in de ruigte van de rivieroever geparkeerd. Aan de rivier zelf staat Mickey M., onwetend van wat ie heeft aangericht, met een strootje in zijn mond en zijn gulp geopend zijn urine in de rivier te lozen.
Opgelucht is ie.
Co-column geschreven door Mien en FranK (de nieuwe schrijver van de VC (Vaste Column) van de maand op ColumnX. Ik heb het stokje, na een jaar lang schrijver te zijn geweest van de VC, aan hem overgedragen.
Dit filmpje van YouTube was aanleiding voor het schrijven van deze column.
20-06-2014
No Messi!
Mijn ogen zijn tijdens het WK voetbal vooral gericht op Messi. Voor mij is hij in alle opzichten een superster. Met zijn soepele ranke lijf brengt hij me in vervoering. Telkens weer. Als hij dan met zijn lodderige ogen in de camera kijk dan smelt ik weg.
De camera is net als mij verliefd op hem. Niks geen poespas en trucjes hoeft hij voor de camera te doen. Zijn lief en bescheiden optreden is voldoende om mijn voetbalhart te doen smelten. Hij hoeft geen gekke bekken te trekken voor de camera of zijn borst op te zwellen. Een sixpack heeft ie niet en hoeft ie ook niet te laten zien. Het maakt ook niet uit wie hij voor de ogen komt. Mannen of vrouwen, oudjes, volwassenen en kinderen, ze vallen volledig in katzwijm zodra hij verschijnt.
Onder zoveel aandacht dreigt hij wel af en toe te bezwijken. Het liefst kruipt ie dan weg. Ver weg van de camera’s. Onder de tafel of de bank. De komende weken zal hij nog regelmatig voor me optreden. Gelukkig maar. De kleine vriend mag van mij nog vaak in beeld komen. Alleen zou ik willen dat ze Messi wat minder voeren. Hij krijgt vanaf de bank van alles toegeworpen. Eigenlijk wil ik het niet weten. Het maakt de magere Messi alleen maar ziek. Ik snap dat die lieve snoet om aandacht en lekkers vraagt. Maar er zijn ook grenzen aan het toegeven daaraan.
Er zijn al heel wat grootheden ten onder gegaan en bedorven onder zulke aandacht. Ik wacht het voorlopig nog even af. Ik houd Messi scherp in de gaten, neem ik me voor. En zodra hij echt te veel verwend en bedorven wordt, dan grijp ik in. Dan bel ik de dierenarts. Voorkomen is beter dan genezen. Ik meen de laatste dagen al een grotere buik te zien bij Messi. En dat kan echt niet. Een WK-atleet die moet goed op gewicht blijven. Een te dikke buik is ongezond. Zeker in combinatie met zijn kleine beentjes. Straks gaat ie nog door zijn rug.
Een goede balans in voeding is dan erg belangrijk. Anders houd je zo’n WK niet vol. De worst die ze Messi voorhouden, daar mag ie niet altijd in happen. Steeds trekken ze de worst vlak voor zijn neus weg. Het lijkt misschien op pesten en plagen, maar ik denk wel dat het een positieve werking heeft op zijn ontwikkeling. Messi krijgt daarvan karakter. En dat bevordert weer het kijkgenot. Bovendien leert hij op deze manier tegen alle verleidingen ‘No Messi’ te zeggen. Beter ook voor zijn gezondheid. Viva teckel Messi. Voor mij de absolute wereldkampioen.
De camera is net als mij verliefd op hem. Niks geen poespas en trucjes hoeft hij voor de camera te doen. Zijn lief en bescheiden optreden is voldoende om mijn voetbalhart te doen smelten. Hij hoeft geen gekke bekken te trekken voor de camera of zijn borst op te zwellen. Een sixpack heeft ie niet en hoeft ie ook niet te laten zien. Het maakt ook niet uit wie hij voor de ogen komt. Mannen of vrouwen, oudjes, volwassenen en kinderen, ze vallen volledig in katzwijm zodra hij verschijnt.
Onder zoveel aandacht dreigt hij wel af en toe te bezwijken. Het liefst kruipt ie dan weg. Ver weg van de camera’s. Onder de tafel of de bank. De komende weken zal hij nog regelmatig voor me optreden. Gelukkig maar. De kleine vriend mag van mij nog vaak in beeld komen. Alleen zou ik willen dat ze Messi wat minder voeren. Hij krijgt vanaf de bank van alles toegeworpen. Eigenlijk wil ik het niet weten. Het maakt de magere Messi alleen maar ziek. Ik snap dat die lieve snoet om aandacht en lekkers vraagt. Maar er zijn ook grenzen aan het toegeven daaraan.
Er zijn al heel wat grootheden ten onder gegaan en bedorven onder zulke aandacht. Ik wacht het voorlopig nog even af. Ik houd Messi scherp in de gaten, neem ik me voor. En zodra hij echt te veel verwend en bedorven wordt, dan grijp ik in. Dan bel ik de dierenarts. Voorkomen is beter dan genezen. Ik meen de laatste dagen al een grotere buik te zien bij Messi. En dat kan echt niet. Een WK-atleet die moet goed op gewicht blijven. Een te dikke buik is ongezond. Zeker in combinatie met zijn kleine beentjes. Straks gaat ie nog door zijn rug.
Een goede balans in voeding is dan erg belangrijk. Anders houd je zo’n WK niet vol. De worst die ze Messi voorhouden, daar mag ie niet altijd in happen. Steeds trekken ze de worst vlak voor zijn neus weg. Het lijkt misschien op pesten en plagen, maar ik denk wel dat het een positieve werking heeft op zijn ontwikkeling. Messi krijgt daarvan karakter. En dat bevordert weer het kijkgenot. Bovendien leert hij op deze manier tegen alle verleidingen ‘No Messi’ te zeggen. Beter ook voor zijn gezondheid. Viva teckel Messi. Voor mij de absolute wereldkampioen.
17-08-2013
De mug die dacht dat ie een gum was
Mijn vrouw stuurt me terug naar de winkel. Ik ben ook een oen. Ik heb een totaal verkeerde klamboe gekocht. De mazen zijn te klein, de kleur is niet goed en het belangrijkste van al, hij is niet geïmpregneerd. Verontwaardigd sputter ik tegen. Het stinkt ontzettend hoor, zo’n geïmpregneerde klamboe? Maar al snel geef ik mij over. Onderweg naar de winkel bedenk ik waarom muggen zo verzot zijn op vrouwen. Die worden namelijk veel meer gestoken dan mannen. Zouden het lesbo’s zijn? Van die valse zuigers? Want zuigen kunnen die beesten. Ik bedoel natuurlijk de muggen.
Het laat me niet meer los en ik besluit een studie te doen. Een studie naar het gedrag van de mug. Want toegegeven, het blijven rare, vervelende beesten. De hele nacht vliegen ze zoemend en oorlogszuchtig rond in slaapkamers en in andere veel te warme omgevingen. Het zijn verrekte irritante miniatuur Messersmiths. Ook op vakantie weten zij de nederige mens altijd te vinden. En ja, meestal zijn de vrouwen de klos. Ongehoord en super onbeleefd. Het zwakke geslacht heeft het al zo moeilijk. En het dan ook nog eens ongehoord steken, dat heeft geen pas.
Ik besluit mijn onderzoek op geheel eigen wijze uit te voeren. Maar eerst moet ik een slachtoffer vangen. Ik besluit de eerste de beste mug uit mijn slaapkamer te vangen. Dat is nog niet makkelijk. Met een zaklamp wacht ik hem op. Maar het lijkt of de duvel ermee speelt. Hij vliegt telkens plagerig en keihard door de lichttoorts van mijn zaklamp. Ik voel me net een Batman die zijn dag niet heeft. Aan Robin heb ik ook niets. Die ligt naast me in coma, keihard te snurken. Daar komt ie weer. Ik hoor hem, de minkukel. Hij vliegt in mijn schijnwerper richting gordijn. Voorzichtig kruip ik uit bed. Met een klein vangnetje, gemaakt van de panty van mijn vrouw, probeer ik de kleine Messersmith te vangen. Ik ben helemaal verbaasd. De mug blijft namelijk zitten en laat zich makkelijk vangen. Misschien is ie moe.
In de schittering van twee krieloogjes van mijn Messersmith zie ik dat ik nog niet klaar ben met dit beest. Eerlijk gezegd weet ik ook niet goed waar ik moet kijken. De ogen van de Messersmith bestaan uit wel duizend kleine glaasjes. Als ik er te diep in kijk word ik meteen dronken. Dat doe ik niet. Dronkenschap tijdens een onderzoek kan ik me niet permitteren. Triomfantelijk laat ik mijn vangst aan Robin zien. Maar die snurkt achteloos verder. Beneden aan de keukentafel schuif ik voorzichtig mijn pantyvangnet over een lege jampot. Mijn slachtoffer klampt zich tevergeefs vast aan de mazen van de panty. Ik klop hem met mijn vingers voorzichtig en zachtaardig uit de panty.
Met een plof land de mug op de bodem van de jampot. Hij slaat zijn vleugels voor zijn caleidoscopische ogen en ik ontwaar een paar stroperige tranen. Het valt de mug zwaar om in gevangenschap te leven. Ik toon geen medelijden en meteen kom ik to the point. “Waarom, steek jij altijd de vrouwtjes, loeder? En kom niet met dat clichéverhaal van zoet bloed en zo.” De mug krabt zich met een van zijn linkerpootjes zachtjes achter zijn oor en geeft een onverwacht antwoord. “Ik steek geen vrouwen, ik steek ook geen mannen. Ik steek helemaal niet. Ik prik. En van dat prikken heb ik altijd meteen spijt. Echt waar. En dan wrijf ik, als ik tenminste de kans krijg, de prik meteen uit met mijn gum. Kijk, hier op mijn rug, zie je dat klein bultje, ja? Nou, dat is mijn gum.”
Met grote verbazing zie ik inderdaad dat de mug boven op zijn rug een blauwroze bultje met in het midden een witte streep heeft. Het lijkt veel op een gum die ik vroeger op de lagere school gebruikte. Maar dan heel klein. Ik zie zelfs dat ie dezelfde schuine kantjes heeft. “Ik geloof je niet, laat dan eens zien hoe je de prik uitgumt!”, roep ik keihard door het glas van de jampot. “Nou, steek dan eerst even een vinger in de jampot, anders kan ik je niet prikken?” Voorzichtig steek ik mijn vinger in de jampot. Onmiddellijk prikt de mug bovenop mijn vinger, met het schaamrood op zijn kaken. Wat daarna gebeurt is fascinerend.
Als een duvel in een doosje wentelt hij zijn muggenlijfje om en begint vliegensvlug met zijn gumbultje over mijn vinger te raggen. Met een hijgende stem laat de mug weten hoe zwaar hem dat valt: “Ik ... ik ... ik moet met ... hele ... hele ... snelle bewegingen ... meteen de prik ... weggummen ... want anders komt er ... een dikke bult op de vinger ... die verschrikkelijk jeukt ... En ... en ... dan ... ben ik ... het haasje ... en krijg ik slaag.” Ik kijk hoe de mug over mijn vinger ragt en warempel, er vormt zich geen verdikking en ik zie ook niet meer waar hij gesto ... ehhh ... geprikt heeft. “Ik zie de verbazing op je gezicht”, zegt de mug nu met normale stem en hij vervolgt: “Maar ja, ik heb dan ook een bloedhekel aan bloed, ik kan er niet tegen en val er van flauw, snap je?” Ik begrijp de mug volledig maar baal verschrikkelijk dat ik voor mijn onderzoek een valse mug genomen heb. Een mug met hoge gumfactor, dat wel.
Genomineerd voor verkiezing Blogparel 2013, de Nederlandse Nobele Prijs voor Blogs.
Het laat me niet meer los en ik besluit een studie te doen. Een studie naar het gedrag van de mug. Want toegegeven, het blijven rare, vervelende beesten. De hele nacht vliegen ze zoemend en oorlogszuchtig rond in slaapkamers en in andere veel te warme omgevingen. Het zijn verrekte irritante miniatuur Messersmiths. Ook op vakantie weten zij de nederige mens altijd te vinden. En ja, meestal zijn de vrouwen de klos. Ongehoord en super onbeleefd. Het zwakke geslacht heeft het al zo moeilijk. En het dan ook nog eens ongehoord steken, dat heeft geen pas.
Ik besluit mijn onderzoek op geheel eigen wijze uit te voeren. Maar eerst moet ik een slachtoffer vangen. Ik besluit de eerste de beste mug uit mijn slaapkamer te vangen. Dat is nog niet makkelijk. Met een zaklamp wacht ik hem op. Maar het lijkt of de duvel ermee speelt. Hij vliegt telkens plagerig en keihard door de lichttoorts van mijn zaklamp. Ik voel me net een Batman die zijn dag niet heeft. Aan Robin heb ik ook niets. Die ligt naast me in coma, keihard te snurken. Daar komt ie weer. Ik hoor hem, de minkukel. Hij vliegt in mijn schijnwerper richting gordijn. Voorzichtig kruip ik uit bed. Met een klein vangnetje, gemaakt van de panty van mijn vrouw, probeer ik de kleine Messersmith te vangen. Ik ben helemaal verbaasd. De mug blijft namelijk zitten en laat zich makkelijk vangen. Misschien is ie moe.
In de schittering van twee krieloogjes van mijn Messersmith zie ik dat ik nog niet klaar ben met dit beest. Eerlijk gezegd weet ik ook niet goed waar ik moet kijken. De ogen van de Messersmith bestaan uit wel duizend kleine glaasjes. Als ik er te diep in kijk word ik meteen dronken. Dat doe ik niet. Dronkenschap tijdens een onderzoek kan ik me niet permitteren. Triomfantelijk laat ik mijn vangst aan Robin zien. Maar die snurkt achteloos verder. Beneden aan de keukentafel schuif ik voorzichtig mijn pantyvangnet over een lege jampot. Mijn slachtoffer klampt zich tevergeefs vast aan de mazen van de panty. Ik klop hem met mijn vingers voorzichtig en zachtaardig uit de panty.
Met een plof land de mug op de bodem van de jampot. Hij slaat zijn vleugels voor zijn caleidoscopische ogen en ik ontwaar een paar stroperige tranen. Het valt de mug zwaar om in gevangenschap te leven. Ik toon geen medelijden en meteen kom ik to the point. “Waarom, steek jij altijd de vrouwtjes, loeder? En kom niet met dat clichéverhaal van zoet bloed en zo.” De mug krabt zich met een van zijn linkerpootjes zachtjes achter zijn oor en geeft een onverwacht antwoord. “Ik steek geen vrouwen, ik steek ook geen mannen. Ik steek helemaal niet. Ik prik. En van dat prikken heb ik altijd meteen spijt. Echt waar. En dan wrijf ik, als ik tenminste de kans krijg, de prik meteen uit met mijn gum. Kijk, hier op mijn rug, zie je dat klein bultje, ja? Nou, dat is mijn gum.”
Met grote verbazing zie ik inderdaad dat de mug boven op zijn rug een blauwroze bultje met in het midden een witte streep heeft. Het lijkt veel op een gum die ik vroeger op de lagere school gebruikte. Maar dan heel klein. Ik zie zelfs dat ie dezelfde schuine kantjes heeft. “Ik geloof je niet, laat dan eens zien hoe je de prik uitgumt!”, roep ik keihard door het glas van de jampot. “Nou, steek dan eerst even een vinger in de jampot, anders kan ik je niet prikken?” Voorzichtig steek ik mijn vinger in de jampot. Onmiddellijk prikt de mug bovenop mijn vinger, met het schaamrood op zijn kaken. Wat daarna gebeurt is fascinerend.
Als een duvel in een doosje wentelt hij zijn muggenlijfje om en begint vliegensvlug met zijn gumbultje over mijn vinger te raggen. Met een hijgende stem laat de mug weten hoe zwaar hem dat valt: “Ik ... ik ... ik moet met ... hele ... hele ... snelle bewegingen ... meteen de prik ... weggummen ... want anders komt er ... een dikke bult op de vinger ... die verschrikkelijk jeukt ... En ... en ... dan ... ben ik ... het haasje ... en krijg ik slaag.” Ik kijk hoe de mug over mijn vinger ragt en warempel, er vormt zich geen verdikking en ik zie ook niet meer waar hij gesto ... ehhh ... geprikt heeft. “Ik zie de verbazing op je gezicht”, zegt de mug nu met normale stem en hij vervolgt: “Maar ja, ik heb dan ook een bloedhekel aan bloed, ik kan er niet tegen en val er van flauw, snap je?” Ik begrijp de mug volledig maar baal verschrikkelijk dat ik voor mijn onderzoek een valse mug genomen heb. Een mug met hoge gumfactor, dat wel.
Genomineerd voor verkiezing Blogparel 2013, de Nederlandse Nobele Prijs voor Blogs.
04-12-2004
Wraakversparring
Soms schiet het tegen en soms valt het op. Ik val meestal niet ver van de boom en demp altijd de put voordat ie gegraven is. Per slot van fiets, waarom zou ik het wiel inpakken als de appel al lang uitgevonden is? Kwestie van klippen en pnakken!. Ik kan kiezen voor Jan en de lange middenweg of met m’n achternaam de deur kort achter me dichtdoen. Als de wijsheid niet voor de kar gespannen wordt vecht niemand meer met twee handen op een oor en slapen we op de buik. Ik kan redelijk uit de benen in de voeten op mijn arm en onder m’n hoofd op mijn hand in de tenen achter m’n knie onder mijn rug.
De natuur op z’n kop? Muizen katten honden, geiten bokken biggen, vogels vissen krekels. Oehoe’s knappen uitjes. Slangen spinnen, torren mieren, kamelen vliegen en kippen schapen. De natuur is wreed. Marters maaien hopen mussen neer en meeuwen mollen mezen. Koeien stieren bizons en ezels rossen paarden. Tranen krokodillen krokodillentranen en dissen hagen hagedissen? Dank je de koekoek! Lammeren kikkeren en konijnen kiezen hazenpaden. Dolfijn groet Grutto de griet.
Wraakversparring noopt tot keuzes. Welke kubriek moet ik nu riezen.? In zijn Algemeenheid kan de keuze voor Actualiteiten in de Column van de maand een ander licht gooien op Diversen. Fictie is met name te vinden in Gein & Ongein. Gezondheidszorg zorgt ervoor dat de Liefde in de Maatschappij, onder Mannen & Vrouwen in de Media vaak een Politiek issue wordt. Dit leidt dan weer tot Reisverhalen over Sexgein en andere Sport. In Thema Column zijn helaas geen Verhalen over dit soort Verkeer opgenomen. Zal ik dan maar kiezen voor Vervolg Verhalen? O no, no more smoke stories!?
De natuur op z’n kop? Muizen katten honden, geiten bokken biggen, vogels vissen krekels. Oehoe’s knappen uitjes. Slangen spinnen, torren mieren, kamelen vliegen en kippen schapen. De natuur is wreed. Marters maaien hopen mussen neer en meeuwen mollen mezen. Koeien stieren bizons en ezels rossen paarden. Tranen krokodillen krokodillentranen en dissen hagen hagedissen? Dank je de koekoek! Lammeren kikkeren en konijnen kiezen hazenpaden. Dolfijn groet Grutto de griet.
Wraakversparring noopt tot keuzes. Welke kubriek moet ik nu riezen.? In zijn Algemeenheid kan de keuze voor Actualiteiten in de Column van de maand een ander licht gooien op Diversen. Fictie is met name te vinden in Gein & Ongein. Gezondheidszorg zorgt ervoor dat de Liefde in de Maatschappij, onder Mannen & Vrouwen in de Media vaak een Politiek issue wordt. Dit leidt dan weer tot Reisverhalen over Sexgein en andere Sport. In Thema Column zijn helaas geen Verhalen over dit soort Verkeer opgenomen. Zal ik dan maar kiezen voor Vervolg Verhalen? O no, no more smoke stories!?
Abonneren op:
Posts (Atom)