Posts tonen met het label nieuwjaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nieuwjaar. Alle posts tonen

05-01-2025

Dishoek

Met de voeten in de klei
En de handen vol met woorden
Stamp ik het gedicht in elkaar

Primeur ligt voor mij op wacht
Het liefst trap ik het af
Wat moet ik met applaus

Een nieuw jaar is geboren
Het hoofd propvol met grote dromen
Rijgt moeizaam zinnen aan elkaar

Wartaal sla ik uit voor bühne
Stuiter achter veel geweten aan
Trek mezelf door eb en vloed

Ze moeten het maar doen
De dikke woorden en de dunne zinnen
In digitale vrijheid de eeuwigheid tegemoet
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Eerste bijdrage als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van twee foto's gemaakt aan strand Dishoek)

23-12-2024

Mien korte verhalen (64 + 65) met kleine grote waarheid

64) Dronkenschap met oud op nieuw (10-12-2024)

Oudjaarsavond en we verzamelen bij Marcel thuis. Dubbelfeest en gratis drinken. Het gaat een topavond worden, zeker weten. Langzaam stroomt iedereen binnen, op zijn paasbest gekleed, maar dan wel met dikke kleren. Het belooft een koude nieuwjaarsnacht te worden. We beginnen met biertjes. Altijd voorzichtig starten is het devies. Thuis heb ik al melk gedronken. Een vette bodem helpt een kater te voorkomen. Het liefst zou ik willen starten met een Brand Up. Dit zuivere bier zorgt ervoor dat je daarna alle biertjes door elkaar kunt drinken. Zelfs Stella Artois en Leeuwbier, bocht der bieren. Wel zo handig bij een kroegentocht die aanstonds is.
 
Het is vijf voor twaalf. We zijn inmiddels een paar biertjes en wat borrelhappen verder. Zo meteen gaan we luidkeels zingen en scharen ons alvast richting de pa van Marcel, het ultieme feestvarken voor vanavond. De kurken kunnen bijna los. Een ‘Lang zal hij leven’ en ‘Gelukkig nieuwjaar’ vallen samen. En dan ook nog eens vijftig worden. Een dikke proficiat dus voor pa. Daar moet op gedronken worden. Voor deze speciale keer mogen we aan de sterke drank. Maar wat moeten we kiezen? Sterke drank dat kennen we nog niet. Gin Fish en Cola Tic zijn wel vertrouwde en populaire drankjes, maar aan rum, whisky, cognac en jonge klare hebben we ons nog nooit gewaagd. Van het verdomde bier moet ik alweer plassen. Of is het van de zenuwen?
 
Terug van het toilet staat een groot glas troebele vloeistof op me te wachten. Mijn vrienden kijken me verwachtingsvol aan. Ik laat me niet kennen en drink het glas in een paar slokken leeg. Een smaaksensatie die zijn gelijke niet kent. Ik heb nog nooit iets anders dan bier gedronken. Het smaakt vies en smerig en er gebeurt iets met mijn hoofd. Het wordt ineens heel licht. Het lijkt zelfs heel even te zweven. Mijn vrienden applaudisseren. Sommige kijken wat verschrikt. Toch wel stoer die Mien.
 
Ik red het de rest van de nacht niet meer. Vanuit mijn maag komt ineens zuur opzetten. Een stroom van blubber borrelt hikkend en stotend door mijn slokdarm omhoog en valt niet meer te remmen. Ik houd mijn hand voor de mond. Tevergeefs. Een fontein van bruine modder proest uit mijn mond tussen de vingers door. Mijn vrienden wijken en lachen smalend. Het laatste drankje is toch verkeerd gevallen en ik ook. Twee vrienden vangen me net op tijd op en ik bungel in hun armen. Gevoelens van onmacht, schaamte en onzekerheid. Wat nu te doen?  Ik kan helaas niet meer verder. Er blijft niet veel meer over van stoere Mien.
 
Met veel moeite achterhalen mijn vrienden waar ik eventueel naartoe gebracht kan worden. Ik weet dat mijn vader en vriendin bij familie van zijn vriendin op bezoek zijn. Maar waar wonen die ook alweer? Een paar straten verder weet ik te vertellen, maar waar precies. Uiteindelijk vinden we het juiste adres. Dronken word ik afgeleverd. Mijn vader ongerust en boos. Ik wankel naar het toilet en doe de deur op slot. Versuft val ik in slaap. Slaapdronken dronken word ik eventjes later wakker van gestommel en gebonk op de deur. Het lukt me niet goed om de deur open te krijgen. Draai de knop de verkeerde kant uit. Uiteindelijk valt de deur open en ik van de pot. 



65) Dronkenschap in krantenwijk (23-12-2024)

Het leven voor een puber is duur. Zeker als hij bier en liefde ontdekt. Het kan nooit genoeg zijn. Wat dan helpt is een krantenwijk. Maar eerst natuurlijk de voorwaarden lezen. Mijn eerdere mièmere-avontuur, het tot in den treure plukken van rode bosbessen bij een onbeholpen boer die niet alleen de mièmere uitkneep maar ook mijzelf; door slechts een dubbeltje te betalen per grote krat, waarover ik bijna twee uur deed, noodzaakte tot goede voorlichting in de toekomst. Mijn vader sprong nog op de bres en bovenop de boer en vertelde hem wat voor een gierige krent hij was. Nee, dan liever kranten rondbrengen. Veel betere voorwaarden.

De tijden zijn ruim en makkelijk te behappen, maar veel te vroeg. De wijk is eenvoudig te belopen en het ophaalpunt is op fietsafstand. De reclamefolders, zelf te vouwen, leveren een welkome aanvulling op het karig loon. De eerste weken gaat het goed. Behalve op maandag. Sowieso een klote dag voor werklieden. Het weekend is immers voorbij. Maar niet voor deze jongen. Het weekend achtervolgt mij altijd en laat zelden los. Daarvoor is het veel te leuk en het wil ook nooit ophouden. Tot zondagavond laat wil het weekend altijd uitgelaten in de kroeg blijven hangen. Als het even kan ook nog over de bezem springen. De laatste drankjes vinden plaats achter gesloten gordijnen. En hoe?

En ja, dan loopt het soms uit de hand. Zijn de biertjes zo lekker dat ze als vanzelf naar binnen glijden. Eindeloos. Totdat de waard het echt genoeg vindt. Dan gaan we snel nog even naar de bakker. Die bakt al heerlijke warme broodjes en is altijd in voor stoere kroegverhalen. Het is dan vier uur in de ochtend. Nog even slapen en dan de kranten rondbrengen. De mensen wachten ook op het nieuws. Met twee uur slaap achter de kiezen is het dan een zware bevalling. En er zijn maandagen bij waarop het echt niet lukt. Maar dan sleurt pa mij uit bed. Ik zal en moet de kranten rondbrengen, hoe beroerd ik me ook voel. Het arbeidsethos is me met de paplepel ingegoten en zal nooit meer verdwijnen. De opstand ook niet. Die ligt nog in verse herinnering.

Met opkomend gal in mijn slokdarm sla ik het ontbijt over en haal de kranten op. Gelukkig is er niemand bij de uitgiftepost. De kranten liggen buiten. Het is goed weer. Het kost me heel veel moeite om de fietstassen te vullen. En het idee, nog een keer terug te moeten voor een tweede ronde, maakt me nog misselijker. Hoe ga ik dit in vredesnaam redden? Ik zwalk met mijn volgeladen fiets door de eerste straten van de wijk. Het lijkt allemaal eeuwen te duren. Ik zie de brievenbussen soms niet eens goed zitten. Ze zijn toch niet verplaatst? Ik ben gewoon nog dronken. En dat is niet van de slaap. Ik zie op de route iemand vanuit zijn huis naar me toe lopen. Heel lief vraagt de meneer of het wel goed met me gaat? Of ik niet een kopje koffie wil? De gedachte alleen al maakt dat ik kokhals. Ik weet het goed te verbergen en zeg vriendelijk nee. Het gaat wel weer. Ik voel in mijn rug dat ik bezorgd word nagekeken. Is het dan echt zo erg met mij?

Twee straten voor de flat waar ik woon houd ik het niet meer. En ik ben nog maar op een derde van mijn route. Dit red ik nooit. Ik voel weer gal opkomen en buikkrampen. Zo snel als mijn fysiek het toestaat, laat ik mijn fiets vallen en spring uit het zicht. Ik kruip achter wat struiken onder een balkon van de flat waar ik zojuist de kranten in de bus wil duwen en laat me vallen. Het gal brandt op mijn tong en in de keel. Ik walg van mezelf en weet geen blijf. Wat heb ik toch gedaan? Doodmoe word ik overvallen door slaap. Ik stop het gevecht en geef me over aan een diepe slaap, op de koude grond, onder het balkon.

Iemand tikt me op de schouder. Ik schrik wakker. Waar ben ik? Wie ben jij? Het is de krantenman. Shit. Bij reageert boos en terecht. Hij heeft diverse belletjes gehad dat de krant niet op tijd bezorgd is en is mijn route na gefietst. Het is ook al 10 uur. Zonder vragen te stellen helpt hij me overeind en maant mij de overige kranten zo snel mogelijk te bezorgen. Met het schaamrood op de kaken voldoe ik aan de opdracht. Kotsmisselijk, maar het lukt uiteindelijk. Ik heb ook nog eens vette mazzel. Ik word namelijk niet ontslagen, wat mij een dubbel gevoel geeft. De nood aan krantenbezorgers blijkt te hoog. Wel krijg ik een vriendelijk doch dringend verzoek om voortaan niet meer zoveel op zondag te drinken. Om 12 uur kruip ik lijkbleek weer in mijn mandje. Gelukkig is het vakantie. 

21-03-2024

Mien korte verhalen (52 t/m 56) met kleine grote waarheid

Geschreven tussen 19-07-2011 en 17-02-2014
(in derde persoon onder alias Kees, in maart 2024 geredigeerd naar eerste persoon Mien)

 
52) Avventura di chiesa (19-07-2011 > 20-03-2024 geredigeerd)

Na een lange rit van bijna vier dagen stap ik uit de vrachtwagen van mijn oom en komt er een einde aan de lift. Het einddoel is bereikt, de Italiaanse stad Florence. Het oponthoud bij grenspost Vipiteno heeft bijna één dag extra gekost. De vakantie kan nu eindelijk beginnen. Na een moeizaam eindexamen en een verbroken liefdesrelatie ben ik toe aan rust en vrede, als gezonde knaap van negentien met de wereld aan mijn voeten. Wat kan mij gebeuren?

Ik zie er sportief uit in mijn korte groene broek met legerprint en wit T-shirt. Mijn bruine armen, benen en snoet steken mooi af tegen mijn zomerse outfit. Op mijn fris geschoren hoofd draag ik een petje, als bescherming tegen de zon. Mijn goddelijk lichaam is afgetraind en stevig gespierd. Jarenlange hockey heeft mij gezegend met ballonkuiten en een kippenkontje. Ik voel me apetrots. Nog geen maand geleden doorstond ik de selectieprocedure van de Katholieke Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Een brugklasdroom kwam uit. In de toekomst zal ik sportleraar worden, vast en zeker.

Mijn oom heeft me afgezet bij het station van Florence. De avonturenreis kan beginnen. Flink zet ik de pas erin. Het aluminium frame van de grote rugzak prikt in mijn rug en de geitenwollen sokken kriebelen in de bergschoenen. Bijna op iedere hoek van de straat word ik nagekeken, vooral door mannen. Die zijn in de wijk rondom het station volop aanwezig. Het voelt een beetje vreemd, maar laat me verder koud. Ik ben veel meer benieuwd naar de mooie Italiaanse vrouwen. Maar waar zijn ze? Le belle donne?

Een grote kerk met plein, grasveld en fontein ervoor, trekt mijn aandacht. Het is de Santa Maria Novella. De houten bankjes rondom het plein zitten vol mensen. Er heerst een vrolijke sfeer. Hoge schelle geluiden van spelende kinderen klinken in de lucht. Ik plof neer op één van de bankjes om even op adem te komen. Midden op het grasveld klinkt plots een enorm gekerm. Twee hondjes lukt het niet op z’n hondjes. Ineens staan ze met de konten tegen elkaar gekeerd. Ze zitten letterlijk en figuurlijk aan elkaar vast. Een omstander gooit een emmer water over de hondjes heen en bevrijdt ze uit hun lijden. De reu druipt af met een enorme rode kegel. Je zult het maar hebben als reu, last van je Santa Maria Novella.

Ik zwoeg verder door Florence. Al snel heeft de zon haar hoogste punt van de middag bereikt. Het is bloedje heet. Zevenendertig graden Celsius is toch iets te veel van het goede. Ik besluit de eerstvolgende kerk te bezoeken. Kerken zijn namelijk koel en gratis toegankelijk en je hoeft er niets te drinken. Het wordt de San Lorenzo. Amper twee seconden binnen word ik aangesproken door een klein mannetje in net pak met witte boord. Die gebaart met wuivende wijsvinger dat ik iets doet wat niet mag. Druk nee schuddend met zijn hoofd strijkt hij over mijn benen en knijpt heel even in mijn arm. Vervolgens wijst hij naar een klein bordje bij de entree. Ik begrijp het, een kwartje valt. Het is niet toegestaan om met onbedekte armen en benen de kerk te betreden en maak aanstalten om naar buiten te lopen. Maar dat staat het kleine mannetje niet toe. Hij trekt me amicaal naar zich toe.

In gebrekkig Engels legt het mannetje uit dat hij kapelaan is en dat hij voor deze keer de foute kleding door de vingers zal zien. Sterker nog. Ik krijg een rondleiding door het heilige der heiligen. Vol trots loost hij me door de prachtig mooie kerk. Overal krijg ik tekst en uitleg, in Italiaans en gebrekkig Engels. De kapelaan murmelt wat over Medici, Brunelleschi, Donatello en Michelangelo, allemaal namen die me niets zeggen. Af en toe kletst de kapelaan met zijn hand op mijn armen en benen. Het voelt wat onwennig, maar het hoort ongetwijfeld bij de open en vriendelijke volksaard van de Italianen.

Nog één bijzondere plek wil de lieve kapelaan me laten zien. Heel speciaal. Daarvoor maakt de kapelaan eerst het rode koord los dat voor het altaar is gespannen. Achter het altaar is een ruimte afgeschermd door een zwaar roodfluwelen gordijn. Achter het gordijn bevindt zich een hoge ruimte met glazen deuren, een soort serre. Door het glas zie ik een kleine giardino met prachtige struiken en fel gekleurde bloemen. Achter me hoort ik de kapelaan het gordijn zenuwachtig sluiten. Vreemd, denk ik. Als ik vervolgens mijn fototoestel tevoorschijn haal voel ik plotseling een klam handje over mijn bovenbeen glijden. De hand kruipt langzaam omhoog. Achter me hoor ik de kapelaan geil en hijgerig ademhalen. Alle alarmbellen gaan onmiddellijk af. Met de hand voor mijn klokkenspel draai ik me om en duw verontwaardigd de kapelaan van me af en ren zo snel als ik kan de kerk uit. Buiten prikt de zon plagerig in mijn gezicht. San Lorenzo! Waar haalt die kapelaan het in hemelsnaam vandaan om mijn goddelijk lijf zo ongevraagd en brutaal te betasten? De viespeuk.
 
 
53) Bovenaan de ladder (10-12-2014 > 20-03-2024 geredigeerd)
 
Met grote angst klim ik naar boven. Hoeveel stappen moet ik nog? Durf ik nog wel los te laten? Mijn angst te overwinnen? Ogen van beneden priemen in mijn rug. Ze prikkelen en branden en lachen me naar boven. ‘Vooruit Mien, je kunt het!’ De twijfel overmant. Waarom zou ik tot bovenaan klimmen? Maar afdalen is ook geen optie. Heel even kijk ik omlaag. No way.

Het huilen staat me nader dan het lachen. Wrang. Heel wrang. Had ik zelf niet gelachen om enkele van mijn voorgangers? Had ik niet stoer gedacht: ‘makkie, dit doe ik wel even’. Nu mag ik me niet laten kennen. Met zijn tengere lijf klem ik mij tegen het hout en schuif zonder te kijken mijn linkerhand omhoog. Het reiken duurt een eeuwigheid. Opzoek naar houvast. Eindelijk voel ik weer grip. Het zweet staat in mijn handen. Durf ik nu mijn rechtervoet te laten volgen? Of zal ik eerst even mijn rechterhand bijvoegen? Dan kan ik me daarna aan beide armen optrekken.

Vanaf de grond zag het er allemaal zo eenvoudig uit. Met belangstelling had ik de bewegingen van anderen gevolgd. Maar nu heb ik geen idee in welke volgorde ik het beste het laatste stukje kan voltooien. En dan moet ik ook nog over die hoogste stok klimmen. Hoe ga ik dat toch doen? Ondersteboven? Door het laatste gat heen? Nee, dan ga ik vallen. Nog twee vakken te gaan. Wat! Nee, nee, nee, krijg ik nou ook nog een erectie? Zou iemand het kunnen zien? Van beneden? Fout moment. Zeker nu ik de hoogste sport bereikt heb. Ik weet nog steeds niet hoe ik die ga nemen.

‘Schiet eens op Mien!’ brult de juffrouw beneden. Ze moest eens weten. Het hart klopt in mijn keel en in mijn piemel. Hier eindigt de wereld, zeker weten. Ik zie geen mogelijkheid om over de hoogste sport te klimmen. Maar ik moet. In welke houding zal ik mij eens plooien? Niemand die me hier kan helpen. De juffrouw zal echt niet naar boven klimmen. Ik zal hier mogelijk voor de eeuwigheid moeten bivakkeren. Gelukkig is mijn erectie geslonken. Broekbrand kan ik echt niet gebruiken. Het komt nu aan op zelfredzaamheid.

Met de moed der wanhoop zwaai ik mijn rechterbeen over de laatste sport. Vanuit de lucht zie ik de klas beneden op de banken grinnikend lachen. Vooral Sjakie vindt het prachtig. Hij lacht zelfs zijn tanden bloot. Van leedvermaak? Heeft hij mij angst dan toch gezien? Met de blik op stoer klauter ik het klimrek omlaag. Zelfs de juffrouw lacht. Ik wil niet weten waarom. 


54) Eindejaar gein en ongein (01-01-2014 > 20-03-2024 geredigeerd)

De kamer is veel te klein voor zoveel gasten. Een hoek van de kamer wordt volledig opgezogen door een grote kerstboom die reikt tot aan het plafond. De piek lijkt het plafond te kussen maar doet dat net niet. Het is een fantastische boom, wederom. Opgetuigd met mooie lampjes, oude kerstballen en engelenhaar. Voor ieder lampje hangt een plukje haar.

Ik ben apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. Die neemt bijna een kwart van de woonkamer in beslag. Eigenlijk is het geen kerststal maar een kerstgrot. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de grot er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam. En zijn achternaam is ook heel maf. Excelsis Deo staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo”, leest papa altijd hardop voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam?

De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Ik tuur over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Bijna een heel weekend heeft mijn vader erover gedaan om de kerstgrot en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Ik ken de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.

De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerstgrot. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als ik langs de kerstgrot loopt aai ik over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar ik samen met zijn broers en papa het mos vandaan haal. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerstgrot een knusse en warme sfeer.

De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is mijn favoriet. Samen met mijn broer en zus vecht ik ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier.

Ik ben zo in de ban van de kameel dat ik er dagelijks van droomt. In mijn droom kruip ik dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als ik ‘s morgens wakker word, is het bed koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zeggen papa en mama. Maar ik ben al zeven.

Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet ik. Vanavond komen alle oma’s en opa’s op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Ik mag opblijven tot in de late uurtjes. Ik krijg zelfs bowl, kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Ik geniet van alle drukte.

Oom moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante moppentap doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. En oma uit de stad rookt de ene sigaret na de andere. Bah. Het glaasje op tafel raakt al snel leeg. Het wordt meteen bijgevuld, met Caballero's en Stuyvesant. Rare namen hebben die sigaretten. Maar de volwassenen vreten ze op. Opa uit het dorp niet. Die rookt alleen maar hofnar. Een hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes zijn voor mij. Ik heb al een hele verzameling.

Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur u nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door oom moppentap. Nee, dat komt door meneer Hermans op tv en de grote mensen bowl. Oma uit de stad en opa uit het dorp hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben beiden een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Ik moet lachen. Die kunnen straks makkelijk het vuurwerk aansteken. Ik ben er klaar voor.

De glazen worden nog eens gevuld en mijn broers en zus beginnen al hardop te tellen. “Nog effen wachten!”, roept pa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok die traag de seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij. “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … ZALIG NIEUWJAAR !!!“

Broers en zus, papa en mama, oom en tante, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, oma uit de stad en opa uit het dorp, samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Oma en opa liggen beteuterd, op elkaar, onder de kerstboom. Opa heeft nu haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma … oma die draagt ineens twee kleine paddenstoelen in haar oren.

Ik houd het niet meer. Dit moet ik aan de grote klok hangen. Als een idioot ren ik de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet ik twee handen aan mijn mond en roep zo hard ik kan: “OMA EN OPA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!!!”. Maar er is niemand die me hoort. Mijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. 
 
 
55) Maskerade (17-02-2014 > 21-03-2024 geredigeerd)
 
Gekleurde plastic maskers hangen aan een grijze muur. Twee clowns, een hond, een poes en een mannetje met bolhoed. Ze staren leeg voor zich uit en dragen een zure glimlach rondom hun mond. Een gladde bevroren glimlach die eventjes oplicht, zodra een waterig winterzonnetje erop schijnt. Het is feest voor de maskers. Carnaval. Al drie dagen lang.

In de mond houden ze een feesttoeter geklemd. De oranje franjes van de toeters steken flets af tegen de grijze muur. Geen enkel masker heeft haar. Is ook nergens voor nodig. Slingers in vijf bonte kleuren, zorgvuldig vastgeklemd tussen het masker en de muur, zorgen voor een kleurrijk spaghetti-toupet. Uit de muziekboxen klinken aanhoudend vrolijke deuntjes in dialect. 'Mien, wao is mien fiësneus, Mien wao is mien neus? Wao is mien fiësneus geblaeve!'

De ballonnen die aan een koperen kroonluchter hangen lijken hun laatste adem uit te blazen. Ze hangen er magertjes bij. De fut is eruit. Net als bij mij. Ik weet dat als ik nu de ballonnen doorprik, ze niet eens meer zullen knallen. Ik zit op de bank en draag een cowboypak. Een beetje bedroefd stop ik de laatste knallers in mijn pistool en hoor de discussie in de woonkamer aan. Carnaval loopt op zijn laatste benen.

De zwarte snor die mijn vader me iedere dag aanmeet loopt door. Net als mijn bakkebaarden. Het is ook zo warm binnen. De geruite zakdoek om mijn nek kriebelt. Dat doet ie al een paar dagen. Maar zonder zakdoek voel ik mij geen cowboy. Het luciferdoosje waarmee de zakdoek aan elkaar is geknoopt, zit strak onder mijn strottenhoofd. Het is afzien voor een kleine cowboy, maar so what. Alles liever dan verschut staan als dansmarietje of als domme indiaan.

'Ik pas vanavond niet op Mien, niet weer hoor, vanavond ga ik uit. Jullie kunnen op je kop gaan staan!' Mijn zus, schattig verkleed als blauw matroosje met twee vlechten, heeft haar punt gemaakt. 'Ik pas ook niet op, ik heb al afgesproken met vrienden, ik word zo opgehaald'. Mijn broer blijft ook niet thuis. Verkleed als hippie in een wit overhemd, gestift met hippiespreuken en rode hartjes, mag dit jaar voor het eerst uit. Mijn oudste broer ziet de bui al hangen. Maar ook hij laat verstek gaan. 'Sorry jongens, maar vanavond is mijn schaakavond.' Hij houdt niet van Carnaval. Net zo min als zijn schaakvrienden dat doen.

Pa heeft vanuit de keuken alles aangehoord en loopt de woonkamer binnen. 'Dan hebben jullie nu een probleem. Drie dagen hebben jullie kunnen feesten en vanavond is het mijn beurt.' Langzaam lopen de gemoederen hoog op. Niemand wil zich opofferen. Het is een zwaar jaar geweest en iedereen heeft zich verheugd op deze Carnaval. Ma is amper acht maanden geleden gestorven en het liefst wil iedereen dat heel eventjes vergeten. Ook ik.
 
Een schuldgevoel bekruipt mij. Ik ben weer eens de grote lastpost. Stomme Carnaval. Ik zou ook wel uit willen, maar ben nog te jong. Dit gaat geen leuke avond worden. Alweer niet. Treurig kijk ik in de richting van het clownsmasker dat voor me aan de muur hangt. Langzaam schiet ik vol. Dikke tranen rollen langs mijn neus, via snor over de kin op het tegeltapijt. En de clown, de clown tegenover me huilt stilletjes mee.
 
 
56) Te huis (03-10-2013 > 21-03-2024 geredigeerd)
Dit onderwerp later nog eens beschreven in 36) Een titel valt niet af te dwingen op 18-04-2015
 
Bij ieder woord dat ik hoor schrik ik op. Heb ik dat goed gehoord? Ik kruip wat dichter tegen de trapleuning en leg mijn oor vlak langs een van de spijlen die onder de leuning omlaag krult. Zo kan ik me beter concentreren op wat er binnen wordt verteld. Iets vreselijks. Ik vang losse flarden op van een gesprek waarvan de toon me niet aanstaat. Ze hebben weer ruzie.
 
Eigenlijk moet ik in bed liggen, maar de vertwijfeling in mijn vaders vlakke stem, nagelt me vast aan de trap. Ik vraag me af wat er allemaal achter de deur besproken wordt.

De discussie wordt vinniger. De emoties laaien op. Ik heb moeite om te verstaan wat er nu precies wordt gezegd. De losse flarden vormen langzaam een triest verhaal. Het kan toch niet waar zijn? Mij hart bonkt in de keel. Nee, nee, nee, het is niet waar!

Een hoge vrouwenstem slaat een verontwaardigde toon aan. “Het kan zo niet langer. Jouw zoon is onaangepast, hij ruimt niets op en hij luistert niet naar wat ik hem zeg. En dan dat vieze lange haar. Ik mag zijn kamer niet opruimen. Ik mag het niet. Maar hij doet het ook niet.”

Ik fluister in gedachten mijn vader denkbeeldig woorden in. Boze woorden van verzet en lieve woorden van troost. Die vrouw maakt mijn broer zwart. Hoe durft ze? Ik besef dat mijn vader de woorden die ik hem influister niet kan horen. Wat daar achter de deur gebeurt vreet aan mij. Wat haalt dat mens zich in haar hoofd? Wat doet het er toe? Niet opruimen is toch geen doodzonde? Moet ie daarvoor, moet ie daarvoor …
 
Pa verheft nu eindelijk zijn stem. De donkere bas overstemt de hoge klaagzang van de dame, onze nieuwe moeder, sinds kort. ‘Mam’ moeten we tegen haar zeggen. Ze smeekt er bijna om, ze huilt er bijna bij. Dat vertik ik, het is niet mijn moeder. Het is een koude kille tante die mijn vader afblaft en afpikt.

“Ik vind dat je het allemaal te zwaar overdrijft, mens! Oké, hij is geen doorsnee zoon, en hij doet dingen die niet allemaal door de beugel kunnen, hij heeft lang haar, komt te laat thuis voor het eten, ruimt zijn kamer niet op, rookt stiekem en dan … en dan … dat is toch geen reden om … om … om …”

Om wat? Ik hoor niet hoe mijn vader de zin afmaakt. Ik hoor wel hoe boven aan de trap iemand aanschuift. Ik kijk niet op, ik voel en weet dat het mijn broer is. Samen horen we de strijd aan die achter de deur plaatsvindt.

“En ik wil, dat je kiest. Ik kan met die jongen niet verder. Hij gaat naar een tehuis. Hij eruit of ik eruit!” Er volgt een korte stilte. De stilte is ondraaglijk. De lucht is dik en ik kan amper ademhalen. De stilte is ook hoorbaar boven aan de trap. De lucht in de gang voelt loodzwaar, lijkt zwanger van oorlog.

“Dat meen je niet. Hoe kun je … hoe kun je … het is wel mijn zoon hoor!” Wat een ongelofelijk kreng is dat vrouwmens. Ik kan wel janken. Mijn broer, mijn eigen broer, … naar een tehuis? Echt niet? Zal ik de kamer in rennen en die vrouw eens goed de waarheid zeggen? Ik kan het niet langer aanhoren. Hoor ik het nu goed? Huilt mijn vader? Nee, nee?

Boven hem klinkt ongemakkelijk geschuifel. Mijn broer daalt de trap af en schuift stilletjes naast me. Hij legt een arm om de schouder. “Het komt allemaal goed Mien!”, lijkt hij met zijn arm te zeggen. Vol spanning wachten we samen af wat er verder gebeurt.

Het gesnik van pa wordt gevolgd door een tirade. Ik kan het niet helemaal volgen. De woordenstroom van mijn vader klinkt dof in mijn oren. Alsof de woorden in water in mijn oor klotsen. Wil ik dit wel horen? De spanning achter de deur en in de gang is te snijden.

“Hij gaat er niet uit. Jij gaat er dan maar uit, hoe durf je? Mijn vier kinderen zijn me alle dierbaar. Dat moet je toch weten. Geef ze een beetje tijd, ja? Hun moeder is nog geen jaar geleden overleden. Je hebt helemaal niets met de kinderen. Je geeft hen geen enkele vorm van aandacht. Een kille koele tante, dat ben je!”

Achter de deur klinkt nu schel en droevig gejammer. Door het gesnik heen hoor ik de vrouw schreeuwen tegen mijn vader. “Ik hou alleen van jou en niet van de kinderen. Ik ben niet met je kinderen getrouwd, maar met jou. Jij zit niet de hele dag thuis met hen. Ze maken de boel vies en ze luisteren niet. En die zoon van jou die gaat eruit. Naar een tehuis. Jij kunt hem niet opvoeden en ik ook niet. Hij zal er beter van worden, geloof me!”

Ik voel geen arm meer om me heen. Mijn broer is naar zijn kamer gegaan. Triest kijk ik naar mijn kruis. Ik voel nattigheid. Nee, niet weer. Van spanning heb ik in mijn broek geplast. Verdomme, ook dat nog. Maar ik kan nu niet aankloppen. Ik durf niet. Stilletjes ga ik naar boven en kruip in mijn bed. Door het onderlaken voel ik het koude kille bruine zeiltje. Het is al laat. Beneden is het stil. Onheilspellend stil. Bonkend met mijn hoofd, van links naar rechts en van rechts naar links schud ik mezelf in slaap. Droomloos.
 
 
 
 

 

19-12-2023

Peace will come

Imaginair en echt
Zingt engel John
Bond zegt James
Vliegensvlug volgens Batman

Vrede hangt in de lucht
Yoko twijfelt nog
Q trekt een wenkbrauw omhoog
Robin zwijgt

We krijgen het niet voor niks
Eerst moet strijd geleverd
Iedereen moet om
Figuurlijk dan

Vrede heet opgediend
Ligt soms zwaar op de maag
Gekneed gekauwd gevreten
Zuur, zout, bitter, zoet

Uiteindelijk zal hij smaken
Door heel ons lijf heen
Van kaak tot tenen
Vrede als kers op de taart



01-01-2023

Weer oud op nieuw

Voor wat betreft lijstjes
Over dood doen en zo
Onder of boven aan de ladder
Van de A van Armando
Tot de Z van Zorro
Gooi ze overboord
Begin op nieuw
Eindig op oud
Draai het eens om
Gewoon voor de aardigheid
Boosheid mag ook
Dus nieuw op oud
Het mag, het moet
Om steken verder te komen
En evenzo streken
Vreedzaam of desnoods
Om liefde in het midden te laten
 
----------------------------------------
 
Inzending dichtwedstrijd 'nieuwjaarswens 2023 / lijstje 2023' op pomgedichten.nl.
Inclusief filmisch commentaar.
 

27-12-2022

Van ongeveer naar beter bestaan

Ongeveer is bijna alles dat er toe doet. Daar hoor ik dan zelf dus ook bij. Dat is een haast troostvolle gedachte voor mij. Ik ga hem dan ook na nieuwjaar uitdragen. Aan vrienden, familie, collega's en zij die luisteren. Want daar begint alle waarneming en ervaring mee.  Het zien en inzien komt pas veel later. Daar is een leven lang ervaring voor nodig. Niets fijner dan een koestering in iemands gedachten. Voor jongeren onder ons ietwat moeilijk te behappen. Die tellen, rekenen liever in bits en likes. Maar aan volgers heb ik een broertje dood. Aansporen is leuker dan ontsporen is mijn idee. Van early adapten wordt een mens niet veel wijzer. Misschien stijg je wat in aanzien bij buren. Hadden die niet een grote zwarte Mercedes Benz. Zo ouderwets vergeleken met een gladde witte Tesla. 

Ongeveer is bijna alles wat er toe doet. Oorlogen die bijna op instorten staan als voorbeeld. Waar hebben we het dan in godsnaam over. Vluchtelingen die hart en huis niet weten vinden. Jongeren die nieuwe liefdes thuis op bank ontdekken. Met mam en pap ernaast bij een tv-diner. Zwervers die van kou kont niet kunnen krabben. Banken die ondanks de crisis nooit zullen omvallen. En het voetvolk maar stampen stoempen op werk. Koeien gemolken, hooi van het land, verloren energie. Windmolens om te bevechten, zonnepanelen om te bakken. En dan kunst die niet welig kan tieren. Doeken, verf, kwasten, inkt, bakstenen alles raakt op. Onbetaalbare materialen die we in ons hoofd bedenken. Ongewis en ongeveer, onbeduidend en onwelvoeglijk, ons leven. Ik zou er haast geen stuiver voor geven.

Alles uitgedrukt, uitgekakt en uitgepoept in gouden dukaten. Dat is de nieuwe armoede in onze staat. Money makes world go round, it never stops. Het dood de liefde, dat wat niet telt. Liefde die niets kost, wat moet je ermee? Niet te vertalen in euro, aandeel of belastingvoordeel. Maar het stemt gelukkig tot in het oneindige. En ronder dan cirkels van geld en gedachten. Laat ons in jaren die resten liefde koesteren. Het kan groeien op ruggen en in buidels. Spaar het niet, geef het uit en deel. Het stilt de honger gratis en voor niets. Het stopt oorlog in hart, hoofd en ledematen. En nog veel belangrijker, het zorgt voor nageslacht. We geven deze wereld niet af aan gekken. We volgen niet, we leiden, naar beter bestaan.

02-01-2018

Frozen

Pakweg honderd blote lijven staan uitgebreid een warming-up te doen langs het Noordzeestrand, bij een gevoelstemperatuur van net boven vriespunt. Ze slaan armen en benen langs hun witte lijven wijds op en neer. Het lijken wel uitgeklede pinguïns. Sommigen zijn dik, anderen weer slank. Het zouden ook galjoenslaven kunnen zijn, die even droog oefenen op een reis die aanstonds is.

Met harde klappen slaat een slavendompteur op een grote trommel de maat. Hij schreeuwt ten overvloede ook nog eens beurtelings ‘links’ en ‘rechts’. Blijkbaar zijn het domme slaven of dove pinguïns, want hij roept nog luider dan zijn grote trom. Dan is het plotseling stil. Stilte voor de storm. Alle pinguïns kijken elkaar wat verbaast aan. Een aantal slaat nog losjes nonchalant de armen rond hun rug en buik. Macht der gewoonte, of even niet wetend waar de armen te laten.

Een enorme scheepstoeter klinkt. Het afgesproken teken. Honderd slaven spoeden zich naar zee. En masse storten zij zich in het ijskoude water. Gevoelstemperatuur net onder vriespunt, in ballen en borsten, nog lager. Als kleine, onnozele, blinde zeeschildpadden spartelen ze een aantal meters door de golven van de Noordzee. Stuiterend als dwaze kangoeroes springen ze er weer uit. Op het strand bokst iedereen tegen elkaar. En dan gaat het mis.

Frozen is ineens niet meer frozen, maar compleet ontdooit. De eerste klappen vallen. Vier zwembroeken vallen neer. Er ontstaat een opstootje en een kring vormt zich rondom de vier vechtende zwembroeken. De kring omstanders moedigt wild aan. Hiervan krijgen ze het goed warm.

De slavendompteur besluit in te grijpen, op aanraden van een toekijkende burgemeester. Die mompelt iets over geweld. Honderd mensen in zwemkleding, op een veel te koud strand, dat is pas zinloos geweld. Zelfs de zwembroeken stemmen daarmee in, met hun Unox-mutsen op half zeven. Iedereen druipt af.

03-03-2017

Dichtman dicht (151216 - 030317)

Grote liefdes in een klein jasje (151216)

Herfst kruipt in mijn jas
Nestelt zich in oksels
Jaagt de temperatuur omlaag
In lijf en leden

'Ga weg!', roep ik nog
'De zomer zit nog dwars...'
Giechelend valt de zon neer
Langzaam in oranje gloed

En ik?
Ik maak de kachel aan
Met hout en volle maan


Feestdagfeest (201216)

De kerstboom staat
De ballen hangen
De piek staat
De slingers hangen

De os boert
De ezel laat een scheet
De engel laat zich vallen
Op het dak van de stal

Kindeke schrikt
Jozef snuift
Maria huilt
Schapen blaten

De toeschouwer hoest
Het koor zingt
Hard, veel te hard
De koster veegt de vloer

De pastoor prevelt
De misdienaar schaamt
De kaars waakt
De vlam protesteert

Een vuurpijl schiet
Een knal volgt
Sterren dansen aan de hemel
Het duister spat uiteen

Ik kruip naar huis
Uit het café
Ik laat een boer
En een scheet

Het leven is verrukkelijk
Iedereen is het daar over eens
De koster, de pastoor
Behalve de misdienaar, die weent


Ja wat nou? (010117)

Hakken in het ijs
De merels moeten badderen
Snijden in het brood
De vogels moeten eten

De rook verdwijnt in de mist
Net als duizend kleuren
De oren slaan op hol
Van bommen en granaten

Captain Haddock drinkt zich lam
Krabt zich achter zijn oor
De fles opnieuw ontkurkt
De geest verlost

Een eenmalige pijl omhoog
Gewoon om los te laten
De geboorte van een nieuw jaar
Een oud jaar naar de kloten

Voor het eerst een nieuwe stoelgang
Het stinkt hetzelfde als vorig jaar
En lijnen doen we als de beste
Nee, niet snuiven, maar minderen, minderen, minderen

Opnieuw de telling aan
Dit jaar naar 365
En elke dag die plukken we
Als kortgewiekte kippen


Zwaar gedicht (060117)

Als de A
B niet volgt
C misselijk is
D niet thuis
E op vakantie
F hoofdpijn heeft
G een oprisping
H nog hoest
I onophoudend hinnikt

J jolig joolt
K kapot is
L loom luiert
M telkens verdwijnt
N naarstig zoekt
O onnozel orakelt
P voortdurend protesteert
Q steeds queruleert
R immer relt

S steevast stottert
T tergend tiert
U gruwelijk verveelt
V afwezig is
W willens wetens
X buitenspel zet
Y aanhoudend emmert
en Z zeurt

Dan valt het dichten zwaar


Kou (160117)

Kou vreet
Kou kruipt
Langs lende
Over buik

Pijnlijk warm
Bloedend heet
Snijdend diep
Door hartstreek

Vingers vallen
Tenen laten los
Ligamenten scheuren
Huilend verdriet

Het vlees nog warm
Laat kou binnen
De huid bevriest
Het hoofd laat los

Ziel stijgt op
Laat lijf alleen
Voor wat het waard is
Leven vermoord(t)


Zielik (190117)

Zielig
De ziel
In ik
Zielik

Droef
De droefheid
In droef
Droevik

Honderduizend tranen
Uit het blote hoofd
Kaal
Honderdduizendik

Zielik
De ziel
En ik
Zielig ziek

Plaag
Plaag ik
Plagerig
Plagerik

Niet
Niet ik
Nietig
Nietsik

Schrijf
Schrijf ik
Schrijverig
Schrijverik

Blijf
Blijf ik
Blijverig
Blijverik

Kom
Kom ik
Kommerig
Kommerik

Kwel
Kwel ik
Kwellerig
Kwellerik

Welterusten
Welterust ik
Welterustiger
Welterusterik


Roger en Rafa (290117)

Roger en Rafa
Twee maten voor het leven
Een Zwitser en Spanjool
Ze laten iedereen beven

Op AO, RG, Wimbledon, US Open
Niemand evenaart hun capriolen
Ze slaan iedereen grand slam
Game, set en match gestolen

Respect dat dwingen zij af
Bij elkaar en bij een ieder ander
Op gravel, gras of hard court
Miljoenen slaan ze bij elkander

Geven gul aan goede doelen
Speelveldjes en glimlachen op kleine en grote smoelen
Beide getooid met hoofddoek van een Griekse Godin
Laat tribunes vol supporters loeien

In maatpak bezoeken zij het heiligdom de tennisgrond
Waar onverdeeld de aanbidders op hun handen zijn
Spanning zindert door en van het vinyl en kattendarmen
De referee, de linesmen en de ballenjongens ze lijden pijn

Met scherp bestoken Roger en Rafa alle lijnen
Kloppen het tenniscourt op en keren het binnenste buiten
Deze jongens vreten alles dat eenvoudigweg tennis heet
Ze zijn door niets en niemand nog te stuiten

Samen ruim 60 plus in jaren op onze aardkloot
Opgeteld op weg naar 33 grandslamtitels
Of nog liever, een dubbel of triple echt grand slam
Rot voor Laver, maar wel mieters


Maskers (140217)

Venetiaans met gespleten ogen
Een lange neus
Spaans gelijk een stoere Zorro
Of hangend aan een spijkertje
Op een Hollandse muur
Als clown of Abraham

Batman, Robin, Ivanhoe
Met het masker af
In alle staten
Toont Pinoccio zijn neus en ware aard
Niet langer verstoppertje spelen
Als wilde indiaan of cowboy

Elastiek lost op
Maskers verpulveren
Behalve van de olifantenman
Zijn huid is dik
Hij weet niet beter
Geen gezicht


Prutgedicht (230217)

Pritt
Het lijmt voor geen meter
Niet uit tube noch uit fles

Velpon
Rood tegen blauw
Het voelt zo dun

Bisonkit
Now we are talking
Lekker randjes knagen

Vingerlijm misschien?
Geel met een rood plastic mutsje
Het plakt altijd

Witte knutselklei
Gortdroge vingers
Het stolt in je hand

Houtlijm tot snot
Snuiven maar
Bomenpap


Pingpongvrouw (030317)

Bol is de bal
Gekostumeerd in plastic
Hunkerend naar bal

Zwart het leren monster
Met ijzeren kling
Wakend voor liefde

De balbol neemt waar
Niet voor lief
Oog op monster

Die tovert houten planken
Om te slaan
Over en over

Gewillig vlijt zij zich
Op de tafel
De benen gespreid

Het monster slaat toe
Een eerste opslag
Bal in net

Balbol blijft stevig geaard
Streelt haar hart
Hunkering naar ontvangenis

Tweede opslag is raak
Recht in hart
De liefde barst

Samen versmelten op tafel
Dwars door pingpongnet
Ballen lopen leeg

Daarna een sigaretje roken
Waarom ook niet
De pingpongvrouw bloost

04-09-2015

Smokkelwaar

Hoeveel water er valt in een land is afhankelijk van het seizoen. In Nederland bijvoorbeeld valt de meeste regen in de zomer. Weermannen- en vrouwen willen ons doen geloven dat het niet zo is. Het zijn levende draken die met vuur spuwen. ‘Het gaat niet regenen’. Ze zijn bang dat anders heel Nederland op vakantie gaat naar het buitenland. Weerdraken zijn het. Weermannen- en vrouwen.

Let op de herkomst van mijn woorden. Hoe vaak is er niet in Nederland sprake van ‘het is vandaag weer een draak van een weer’? Ja, ja. Ik zit er niet naast. Ik ben namelijk een succesvolle woordcomposer. En nu vraagt u zich natuurlijk af. ‘Succesvol, hoe smaakt succes?’ Heel simpel. Droog en vol. Niet halfvol. En ik kan u vertellen dorstig. Heel dorstig. Het smaakt altijd naar meer. Het afgelopen jaar heb ik het ook meegegeven als nieuwjaarswens. Aan al mijn vrienden. ‘Succes maakt dorstig’. Nou, dat heb ik geweten. Voor het eerst had ik sinds lange tijd mijn huis weer vol zitten. Meestal komen er maar een man of 10.

Misschien komt het ook omdat ik naar aanleiding van een recente verhuizing een doos met oude liefdesbrieven tegenkwam. Het leek me een leuk idee om ook al mijn voormalige geliefden uit te nodigen voor Oud en Nieuw. Dan kom je al gauw op 20. Enfin, het was ook wel leuk. Vooral de aandoenlijke antwoorden op mijn uitnodiging. Eentje vroeg me zelfs: ‘Is er iets wat je heel graag zou willen hebben?’ Een inkoppertje. De liefde natuurlijk. Die zou ik graag terug willen hebben. Maar om dat nu meteen te melden. Nee. Niet gedaan.

Ik hoefde geen enkele brief door de papiermolen te doen want ze kwamen allemaal langs. Alle 10. Naast de andere 10 bezoekers die al ieder jaar kwamen. Het werd een gezellige avond die standaard, want dat doe ik ieder jaar een half uur voor de klok 12 uur luidt, afgerond werd met het spel ‘Ik ben een held omdat …’. Ja, ja, tradities daar houd ik aan vast. Bij mij krijgt iedere bezoeker met oud en nieuw de kans om te schitteren. Het moet. Het moet immers een schitterend nieuw jaar worden. Ieder jaar weer, met een goed gevoel. Dat mijn buurvrouw zichzelf een held vindt omdat zij een vensterbank vol cactussen heeft waaraan zij zich nooit prikt, vind ik steevast de grootste heldendaad. Haar heldendaad is ieder jaar hetzelfde. Maar dat terzijde.

Ik geef ook ieder jaar een passend cadeau aan mijn helden. Al mijn geliefden gaf ik dit jaar een blik beige verf. Lekker veilig, toch? Komt altijd goed van pas en het is gelijk een dankbaar onderwerp voor gesprek. Ik bedoel, iedere vrouw weet wel wat te zeggen over beige verf. De meeste dames die ik ontmoet heb in mijn leven dragen mooie titels. Ik had dan ook dit jaar een deftig gezelschap bij elkaar. Het stak wel wat af bij de rest van mijn bezoek. Maar dat loste ik eenvoudig op door iedereen met elkaar de mond te snoeren. Dat schiep een band die ongekend is. Ik gebruikte eetbare slingers want sommige dames droegen de titel edelachtbare. En daar moet je mee uitkijken. Ze spreken er nog over. Het is nooit te laat om vroeg kennis te maken met andersoortigen, mits het in stijl is. Tijdens het spel maakte ik nog dankbaar gebruik van het nut van een dagboek. Mijn eigen dagboek. Zo wist ik feilloos te voorspellen welke heldendaden mijn geliefden te berde gingen brengen. Ik zat er bij niemand naast, behoudens een. Maar dat had meer te maken met een vroege jeugdherinnering die ik hier beter niet bespreek. Vertaal het maar naar … alles wat hier staat is fictie.

Ik dacht dat ik de enige was die vroege jeugdherinneringen wegdrukte, maar dat was niet het geval. Marijke, die helemaal wild was van reïncarnatie, vertelde in haar heldenverhaal dat zij weerdraken al in haar vroege jeugd had leren weren. Nu raakte het gezelschap even in de war. Weerde zij nu weerdraken? Of leerde zij weerdraken zich te weren? En zo ja, weren tegen wat? Een taalkundig probleem naar later bleek. Zij weerde dus, niet de draken. Door dat leerproces en het nieuw verworven inzicht waren in een klap haar jeugdherinneringen verdwenen. En daarmee ook haar bijkomende jeugdproblemen. Althans, dat dacht Marijke. Niemand vroeg haar dan ook: Marijke, hoe kom je aan die blauwe plekken? Het antwoord was immers duidelijk. De weerdraken meldden zich blijkbaar ieder jaar opnieuw.

Een essentieel onderdeel van het spel is de hamvraag die onderdeel maakt van het spel. ‘Wat heb je allemaal bereikt?’ Een logische intro en voorschot op het antwoord op de slotvraag ‘Ik ben een held omdat …’. Mijn derde geliefde, Pieternel-Chantal, ja ja, met dubbele naam gaf een mooi antwoord in het spel. ‘Je stierlijk vervelen en jezelf dat toestaan, heeft mij de ruimte gegeven om de mooiste schilderijen te maken en stimuleert mij enorm in mijn creatieve processen. Daarmee maak ik mezelf een held’. Applaus volgde. Dit was met kop en schouders het mooiste heldenverhaal. Wat Pieternel-Chantal niet vertelde was dat ze stiekem verschillende baantjes had om in haar eigen onderhoud te voorzien. Ze had eigenlijk helemaal geen tijd om zich te vervelen. Maar dat kon ze moeilijk vertellen en publique. Allemaal buitenkant bij Pieternel.

Nee, dan het verhaal van Godefruutje van Testselaar. Ja, ik verzin het niet. Zij droeg voor uit een handvol gesmokkelde brieven uit de Eerste Wereldoorlog. Wel zeer actueel. ‘Dit mag wel uit mijn rugzakje, want ik draag het al mijn hele leven bij me! Mijn opa was van de verkeerde kant en toch mijn held!’ Vele vragen rezen. Hoezo van de verkeerde kant, was ie niet “normaal” of diende hij de vijand? En wat is normaal in deze? Een foute opmerking hoe dan ook. Zeer ambigue. Al die keren dat je moet wachten op uitleg vertraagt de boel enorm. Het hele gezelschap verkeerde dan ook even in minuten van onzekerheid. Witte vlekken ontstonden boven de hoofden. Gelijk een plek uit je jeugd die verdwenen is. Ik legde even mijn blocnote op tafel en mijn pen in het pennenbakje. Dit werd ook mij te veel. Dit verhaal kon ik niet optekenen. Mijn vaderlandsliefde kent grenzen. Nadat de grootste hitte uit de lucht was heb ik het gezelschap onmiddellijk na de 12 uur plichtplegingen, kusje hier en kusje daar, vriendelijk de deur gewezen. Nooit meer, nee nooit meer ga ik nog een Oud en Nieuw feestje geven.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. schrijfveren op ColumnX (september 2015) van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
- Oefen dagelijks met het schrijven van Schrijfveren.
- Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
- Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
- Een schrijfveer houdt in dat je voor iedere dag een woord, zin of uitdrukking krijgt, waar je een kwartier lang associatief (zonder nadenken) op los mag gaan.
- Ik heb er voor gekozen om alle schrijfveren in een column te vatten. Het duurde wel iets langer dan een kwartier.
- De schrijfveren voor de maand september zijn:
1 afhankelijk van het seizoen - 2 levende draken - 3 de herkomst van mijn woorden - 4 hoe smaakt succes? - 5 nieuwjaarswens - 6 oude liefdesbrieven - 7 wat je heel graag zou willen hebben - 8 de papiermolen - 9 ik ben een held omdat … - 10 een vensterbank vol cactussen - 11 beige verf - 12 mooie titels - 13 het is nooit te laat - 14 het nut van een dagboek - 15 een vroege schoolherinnering - 16 alles wat hier staat is fictie - 17 ik dacht dat ik de enige was - 18 reïncarnatie - 19 hoe kom je aan die blauwe plekken? - 20 wat heb je allemaal bereikt? - 21 je stierlijk vervelen - 22 baantjes - 23 gesmokkelde brieven - 24 dit mag wel uit mijn rugzakje - 25 "normaal" - 26 al die keren dat je moet wachten - 27 minuten van onzekerheid - 28 een plek uit je jeugd die verdwenen is - 29 pennenbakje - 30 vaderlandsliefde

28-12-2012

Maanwaan

Licht gedoofd
Woelend word ik wakker
Mijn verdriet ligt naast het bed

Ik tel af
Speciaal vandaag
Morgen weer een dag

Zomaar een dag
Zondag maandag
Een donderdag bij heldere hemel

Een nieuw jaar lonkt
Naar wat ooit was
Maar dat is al vergeten

Dagenraad
Mag ik u wat vragen?
Bent u ook een maantje kwijt?

22-12-2009

Made in China

Klepper de klep. Folder hunderddreizig wurmt zich door mijn brievenbus. Kleurrijk vuurwerk springt in mijn oog. Fireworks van El Blanco. De Wit heeft mij weer weten te vinden. Dit jaar besluit ik de folders niet meteen weg te gooien maar te onderwerpen aan mijn kritische oog. Ik vreet oorlogspoëzie verhuld in boeketjes maffe woorden. Een bloemlezing uit het Verre Oosten. 60 Salvo’s van 5 luchthuilers met knetter. 4 Mega en 3 super vuurpijlen met burst en enorm boeket. 36 Shots vuurwerkgeweld met zilveren tail uitlopend in crackling, eindigend in rode palmboom. Ballrockets, terug van weggeweest. Geven door shellvulling tot 50% meer effect. Een Romeinse kaars met zware thunders wordt gevolgd door groene peony.

Ik maak mijn eigen show. Met 2 roman candles, 4 mines, 5 cakes en 4 prachtige pijlen. Ik lanceer 1000 shots luchthuilers met een noodgang de ruimte in en wens mezelf succes. Ik voorzie alles van dubbele effecten. Van groene flash, zilveren fish en rode ratelband. Bengaalse vlammen laat ik volgen door groene, blauwe en paarse sterren, eindigend in crackling chrysanten en flitsende coconuts. Fluitend zoemende caps vliegen rond in rood en zilver. Hemelse effecten voor een ware liefhebber.

Mini multi kleuren fonteinen met grondbloemen barsten uit in lemon en pink. Cakeshots maken zich op voor een symfonie van nieuwe effecten. Een gouden regen met daverende beuken en zilverstaarten volgt. Tolle Lola stijgt krijsend op met in de lucht een harde knal en zilveren boeket. 30 Knallers groot kaliber en Mega Silver Line pijlen geven heavy thunder. EAR PROTECTION REQUIRED. Een grote puntzak juniorvuurwerk zit vol rotjes.

Wilde wieven staan op springen. Zij vormen een klein irritant potje met hummers erin. Een leuke tante heeft maar liefst 14 verschillende soorten kruit in huis. Gedonder in een doos. In korte tijd stampt deze pot rode en blauwe sterren de lucht in. Zij weet van aanpakken. Met witte en groene sterren versiert zij op felle wijze, prachtig de lucht. Een super pot laat de muren trillen in de straat. Een stiekeme droom voor iedere man.

Ik blader de folder verder door. Het namencircus houdt niet op. Dancing Devils, Close 2 Heaven, For Your Eyes Only, Kick Ass, Womanizer, Ex-Girlfriend of is het Ex-Grilfriend? Aftershock, Big blast, Red Blitz, B-witched, Naughty Screamers, Maxi Justus, Blow, Legal, Big Mc Thunder, Wild Boys, Magic Candle, Energetic, Full Size, Wiggle Wiggle, Big Balls Of Fire, Cyclone, Earthquake, Vertical limit, Shockwave, Moonstone, Black Bermuda, Bumperbox, Nitro, Orka, Rock ‘n Roll, het is één grote Hitparade.

Ik sla de folders dicht. Made in China doet de kassa ook dit jaar weer rinkelen, ongeacht recessie, ongeacht de dikte van de beurs. Een laatste blik op de seizoensfolder doet mij nog gniffelen. Op iedere pagina prijkt een consequent doorgevoerde spelfout. Er is sprake van verassing. Dat noem ik nog eens een verrassing. Ik knal het nieuwe jaar in. Met de ultieme superpijlaanbieding: From China with love. Voor slechts 50 yuan. Big business.

Mien Bang

Ook gepubliceerd op website Gek op Klanten