Posts tonen met het label contemplatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label contemplatie. Alle posts tonen

17-03-2025

Tot hier en niet verder

Alles gaat voorbij
hoe zeer het vasthouden
aan vroeger dood
leven is veel makkelijker
zodra strepen vergaan
en grenzen vervagen
 
werk aan de winkel
met onrust in de borst
schop in de grond
voeten in de klei
op blaren rustend
pijn verbijten
 
wie wil nog land
veroveren bevrijden
sporen nalaten
als vergaan het doel is
streven bereikt
tanden uit de muil geslagen 
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (9) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Groot Goor Mierlo-Hout)
 

10-03-2025

Pennenstreken

Brein ligt op bank
denkt na over stand der dingen
vraagt zich af
schaakmat gezet tussen kwabben
confuus als Rorschach
wie toch die leverancier is
van potloden
versteend hout
die het brein bestieren
kronkelen en worstelen
met gedachten die niet willen zijn
vloeibare draden resten
hersenspinsels in de lucht
blauw zijn de sporen
onbeschrijfelijke streken
die vloeien uit pen
gedachten vruchtbaar maken
inkt drinkbaar
tot op de bodem 
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (8) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Groot Goor Mierlo-Hout)
 

17-04-2024

Dataïsme

Verslagen is mijn woord
Beeldspraak verstomd
Netvliezen breken
Geboorte van AI

Data zijn de doodsteek
Apen en drones worden wild op
Planeet van bits en bytes
Lineair is de schrik 

Zelfs de tijd is ongerust
Beperkt en beheerst door data
Land gemeten in X en Y
Stapeling van geweld

Kwaliteit van leven
Bepaald door nul en één
Ruimte berekend in kwadraat
Industrie gevoed door informatie

Onderliggend en hoe onwijs
Is mijn verlangen
Naar wat verwondert
Niet te verklaren is

Liever leven in chaos
De weg kwijt raken
In bossen zonder controle
En liefde van het slot 
 
 
Geschreven naar aanleiding van de documentaire 'The Waste Land' van Chris Teerink, gezien in de Cacaofabriek van Helmond. Uitgangspunt vormt het gedicht van T.S. Eliot. Muziekscore van Blaudzun en ook wijze woorden van Ilja Leonard Pfeijffer. Dataïsme een voltreffer. Niet te verwarren met dadaïsme.

Op 19 april ook verschenen op Pomgedichten als inzending voor:

21-04-2023

Onderweg

Alsof er ook een bovenweg is
ergens achterop een zware motor
kronkelend langs binnenwegen
zoekend naar de top tevergeefs
immers nimmer gaan voor eindbestemming
onderweg zijn is veel belangrijker
schouwend na schouwend vooruit achterom
dolend vol beleven op zoek naar niets
aankomen is zo saai heet niet voor niets eindstop
veel liever koesteren den beginne
met geesten in de zadeltas
en Pirsig in de spiegel
because traveling is always better than arriving at your final destination
 
 
Inzending enige echte virtuele – de dichter is altijd onderweg – trofee op pomgedichten punt nl, beloond met zilver. Waarvoor dank! Lees ook de reactie en de andere inzendingen!
 

 

11-03-2023

Een harde schreeuw

Zij 
naar hem
omdat het moet

Hij
naar haar
omdat het mag

Luid
zeer luid
omdat het is

Hard
de pijn
van het zijn

Zeer
het verteer
dat nooit zwijgt

Maan
de zon
totdat ze straalt

Opdat
nooit weer ... 
 
 
-------------------------------------------------------
 
 
Een prijs verzilverd bij Pomgedichten met het volgende commentaar:
 
'zilver voor de eenvoud in het gedicht van Rob Mientjes – bij de woorden in het gedicht kun je heel veel toepasselijke verhalen denken en dat is knap gedaan door de dichter.'
 

25-02-2023

De weg terug

Het is stil
in dichtersopvanghuis
bij de nek gegrepen
uitgeperst
vastgeketend 
klemgezet

tot Piet de pen vat
ouderwets
moord en brand schrijft
lusten zullen ze ervan
van zwarte poëzie
en vette regels

‘Blijf van mijn hoofd’, roep ik nog
de wereld is geen watje
oorlogen van pindakaas
vermoorden de fantasie
absurd gevangen
wij dichters lezen lessen
voor wie horen wil en voelt

08-08-2022

Tuinrust

Moe de voeten onder de tuintafel, rustend op een dito stoel. De nooit meer ophoudende wind kietelt zachtjes mijn oren. Duiven fladderen in het struikgewas lonkend naar elkaar. Wegvliegen is de kunst. Op het moment suprême. 

Een autodeur slaat dicht, ver achter het tuinhek. Fijn dat hij zo lang is. De tuin. Bijna net zo lang als mijn rust. Rust die maar niet bezwijkt. Gelukkig maar. 

Ik word geplaagd door kleine vliegjes. Of zijn het mugjes? Muggen zijn het niet te noemen. Vliegen al helemaal niet. Maar het jeukt verschrikkelijk. 

Een grasmaaier verbreekt de rust. Wedijvert met een decoupeerzaag. Alsof het gras niet recht genoeg is. Houten planken steken hun nek uit op een Workmate. Reikhalzend gaan ze kopje onder. 

De rust keert weder. Blaffende honden in de verte. Mijn vrouw gaat sporten. Ik schuif langzaam mijn linkerbeen onder de tafel over mijn rechter. Het voorkomt net op tijd kramp. De parasol kan weer dicht. De zon is reeds bij de buren vertrokken. 

Maar luiheid bevriest mij in de stoel. Ik moet er straks wel even een hoes overheen doen. Over de parasol. Verliefde duiven schijten alles onder. Ik filosofeer en staar wat navel. Over levenszin en vleugels uitslaan. 

Op tafel kijken etensrestanten mij uitdagend aan. Of ik hen misschien wil opruimen? Voor het NOS journaal begint. Geen denken aan. De nectarine- en pruimenpit lachen me beiden uit. Net als de ganzen die gakkend overvliegen. In strakke formatie. Zij wel. 

Ik ken mijn plaats. Die is in de tuin. Niet op half zeven, nee, gewoon vierentwintig op vierentwintig uur. Ik kom er nooit meer uit. Vergeet me nietjes kijken me zorgelijk aan. In de deuropening van het ouderlijk huis zie ik mijn vader lachen. 

Surrealistisch, want het is niet echt. Net als het licht dat hijzelf niet is. Ook mijn moeder zwerft ergens door de tuin. Iedere avond brengt ze mij een bezoek. Zo maar. Omdat het kan. In mijn tuin komt ze tot rust. Een eeuwigheid lang. Mooi toch? Ik doe het haar niet na. 

Moet ik de Japanse esdoorn nog snoeien? Of mag dat nu nog niet. Wanneer wordt nu ooit? Ooit verloopt meestal in tranen. Van berusting in verdriet. Opdat ik samen kan huilen, in tuinrust. Droef als de schemer die mij naar binnen zuigt. 

De geur van groen gras maakt weeïg. Koortsig hooi stijgt naar mijn bol. Ik moet nog zoveel doen. Gelukkig werkt de vaatwas tegen. Die schreeuwt als eerste om aandacht. Pleur op. 

Een zwoele zomernacht gaat mij geen rust geven. Blijf lekker liggen in mijn stoel. Benen onder de tafel. Laat de muggen maar komen. Ik lust ze rauw. 

30-01-2018

Vederlicht

een veer
voor jou
een vleugel om te
vliegen zonder angst

vermoeide pen
schrijft
in vette inkt
zware pagina’s

een pluim
geeft schoonheid
stille lichtheid
in rust

blanco ziel
onbeschreven blad
voel
onvoorwaardelijk vrij

diepe dank
schenkt onbevangenheid
bewonder luidruchtig
verwonder in stilte

stroom stroom stroom
vederlicht voelt
het kind in mij
dat terug weer spelen kan

03-01-2018

Samenwerkingsverband

Er zijn zo van die verbanden die stand houden voor de eeuwigheid. Maar eentje wil ik met nadruk even onder de aandacht brengen. Het is een verband dat beklijft en ook nog eens voor meerdere situaties toepasbaar is. Eigenlijk is het een multifunctioneel verband. Ik heb het hier over het verband ducttape. Maar dat is toch helemaal geen verband?

Tja, wat is een verband? Iets wat je om je enkel wikkelt of tapet? Of is het een samengaan van minstens twee zaken? Een causaal verband? Een samenwerking? Of schuur ik nu tegen het woord verbond aan? Een verbond is toch eigenlijk ook een verband? Een verband kan een verbond verbinden. En in verband met verbinding staan, kan weer leiden tot een verbond. Een verbond versterkt ook verbanden. Tot zo ver de psychische verbanden of zo u wil de emotionele. Terug naar de fysische, oftewel de tactiele. Fysiek voelbaar. Staat natuurlijk nooit helemaal los van emotioneel, maar dat terzijde.

Ducttape is en blijft mijn favoriete fysieke verband. Het is een verband dat goed samenwerkt en altijd stevig stand houdt. Het plakt goed en houdt alles goed bij elkaar. De combinatie lijm en textiele materie is tot in perfectie gecombineerd in dit onmisbare product. Het zorgt voor ultieme cohesie en krachtige hechting. Enkele toepassingen wil ik u niet onthouden. Zonder ducttape zouden we allang benen gebroken hebben of erger nog, heupen. Want bij al die popfestivals, buurtbarbeques, kermissen, braderieën en andere volksfeestjes, zouden we allang over losliggende elektriciteitskabels gestruikeld zijn. Nog nooit meegemaakt? Een vrije val over een stroomkabel? Dan bent u zeer waarschijnlijk familie van de inheemse binnenhuismus of de groene muurbloem. Dat kan.

Maar waar ducttape vooral onmisbaar en nodig is, dat is tijdens Carnaval. Daar waar ik eerst nog experimenteerde met ordinaire, bruine plastic tape, is de ontdekking van ducttape voor mij een zegening gebleken. Voor montage van mijn Carnavalsattributen valt deze tape niet meer weg te denken. Ieder jaar komt die weer opnieuw van pas. Voor alles kan ik het gebruiken. Voor hoeden, auto's, dienbladen, noem maar op. Edoch wel alles in combinatie met karton. Dat is wel een vereiste. Karton is het ideale constructiemateriaal voor Carnavalsattributen. En ducttape is de ultieme lijm, de specie, het bevestigingsmateriaal, onmisbaar voor het bouwproces.

Een grote JR Ewing hoed, met zes gaten in de zijgleuf om bierglazen in te kunnen dragen, is mijn topstuk. Gemaakt in 2011. Van karton en omwikkeld met ducttape kan deze nooit meer stuk. Wat een vondst. Niet te vergelijken met die slappe plastic fakehoeden die je nu in feestwinkels kunt kopen. Soms denk ik dan, hebben ze mijn idee gejat? Tegenwoordig ben ik met Carnaval alert. Kijk goed om me heen of er geen productdieven het op mij gemunt hebben. Want ludiek zijn ze, mijn Carnavalsattributen.

Zo ook mijn Batmobiel van afgelopen jaar. Vervaardigd met hard karton in deelplaten en met ducttape verstevigd. Met klittenband konden de acht compartimenten aan elkaar geregen. Wat een lol hebben we gehad met dat ding. Met zijn vieren pasten we erin. Batman, Robin, Batwoman en Poison Ivy. De Joker en de Riddler waren de reservepassagiers. Dit jaar knutsel ik een Flintstone-mobiel in elkaar. Heb er nu al zin in. Let's meet the Flintstones. Yabadabado. Fred, Wilma, Barney, Betsy, Pebbles en Bambam.

Ja, ducttape dient in alle opzichten als samenwerkingsverband voor mij. Het brengt niet alleen onderdelen samen maar via de onderdelen ook mensen. Voor de eeuwigheid. Opdat het snel weer Carnaval mag worden. Alaaf. O ja, voor mensen met kinderen, ducttape is ook een onmisbaar product om kinderen achter het behang te plakken. Niet tijdelijk, maar voorgoed. Mocht u dat wensen uiteraard. Verder is het ook handig bij lekkages en bij ruimtevaart. Dus als u wil voorkomen dat uw uitwerpselen met ruimtevaart uit poreuze of lekkende buizen schieten, gebruik dan ducttape, samenwerkingsverband. Het het is zo sterk dat je er zelfs bruggen mee kan bouwen, viaducttape.

24-12-2017

Zeer en Dip zoeken antwoord

Zeer en Dip zoeken antwoord. Waarom, is dan de vraag? Precies. Waarom? Het doet er eenvoudigweg niet toe. Ze zoeken nu eenmaal graag, Zeer en Dip. Het is hun bestaan, hun bestaansreden. Los van elkaar dragen zij eenzelfde entiteit. En ze weten het van elkaar. Dat is nog het mooiste. Een voedingsbodem voor een prachtige relatie. Eentje die standhoudt voor de eeuwigheid.

Of dat verder spannend is, hangt dan weer af van de geschiedenis. Hoeveel relaties kan men dragen in een leven? Hoeveel keren kan men verliefd worden en blijven? Hoeveel liefde kan men geven en hoe intens? Want een ding is zeker. We zijn allemaal op zoek naar ultieme, intense, altijddurende liefde. Maar mag dat ook met meerdere personen? Of eenvoudiger gesteld, verdeeld over meerdere personen? En terugkomend op een eerdere vraag? Hoe intens zal dat dan zijn?

Geen idee. Willen Zeer en Dip ook helemaal niet weten, laat staan onderzoeken. Zij zijn immers altijd bezig met hun zoektocht. Want wat is er leuker dan zoeken? Vinden is zo saai. Van het moment dat er ook maar iets gevonden is, slaat het noodlot vaak toe. Het noodlot der saaiheid. Een saai bestaan, is hij of zij die vindt, uiteindelijk beschoren. Kaal wordt dan het bestaan. Een koude entiteit die berust in het gevondene. Zoekt elkaar broeders of zusters wil ik zeggen, maar vindt elkaar niet.

Zeer en Dip blijven dan ook altijd zoeken. Het is hun lust en hun leven. In een gemeenschappelijke entiteit. De ultieme vrijheid. Zeer en Dip entiteit. Probeert u het eens uit. Blijf zoeken, ook als u vindt. Zoeken geeft een drive, vinden niet. De zoektocht is de motor van ons bestaan. Hij die vindt, vindt niets. Niets nakkes nada.

Een grote teleurstelling is het vinden. Zeker van elkaar. Tenzij men samen verder zoekt. Dan openen werelden voor elkaar, in Zeer en Dip entiteit. Het doet soms pijn maar het zal altijd hongerig maken. Maar zonder eetlust geen bevrediging. Nietwaar?

22-11-2017

Onbestaanbaar

Dit is een verhaal van iemand die niet bestaat. Onbestaanbaar? Nee hoor, onder mijn vingers komt hij of zij die onbestaanbaar is tot leven. Dat is nu het mooie van schrijven. Je staat op, gaat naar het toilet, wast je handen, gezicht en oksels, poetst je tanden, kleed je aan, zet een kopje koffie, smeert een boterham, of twee, leest de krant, fysiek of digitaal, maakt niet uit, geeuwt eens stevig, strekt je armen daarbij hoog in de lucht, denkt wat na en voilà, daar komen de woorden al.

Hoe laten we hij of zij die binnenkort bestaat eruit zien? Compleet met alles erop en eraan of gemankeerd? Met een been eraf of arm of hoofd. Nee, dat laatste wordt een beetje moeilijk. Hoezo moeilijk? Zo overschat, dat hoofd in onze westerse wereld. Alsof je niet vooruit kunt met slechts een lijf, armen en benen? Echt wel. Zeker als het hele mooie armen en benen zijn aan een evenzo mooi lijf. Gebruind door de zon, flink gespierd, maar ook weer niet te. Geen gezeur aan je hoofd. Precies. Een lijf, armen en benen die altijd zwijgen en nooit zeuren. Zou toch mooi zijn? O ja, en liefst ook naar een paar mooie voeten om op te lopen en evenzo mooie handen om dingen mee aan te pakken of mensen de hand te schudden.

Jammer is wel, dat je dan niet kunt voelen hoe die hand binnenkomt, hoe die reikende hand voelt zogezegd. Dat doe je met je hoofd meestal, toch, dat voelen? Of kan dat ook alleen met je lijf en leden en niet te vergeten met je hart? Ach, als ik dat wil dan kan dat gewoon. Ik schrijf het onbestaanbare toch? Komop zeg. Een beetje overtuiging, een beetje geloof in jezelf schrijvertje. Ook al zoiets, geloof, een typisch hoofddingetje. Of kunnen we ook geloven met handen en voeten? In de liefde wel, geloof ik. Of bedenkt een hoofd dat weer? Kopzorgen van een man in de liefde. Niet te verwarren met kopzorgen in seks. Over seks gesproken. Daar zou ik dan toch wel een hoofd bij willen hebben. Om te zien, proeven en ruiken, hoe lekker het smaakt. En voelen, hoe het hart bonkt in de keel. De keel reken ik bij het hoofd, by the way, wel zo handig.

Enfin, hoe zien mijn binnenkort bestaanbare lijf en leden er dan precies uit? Naast mooi gebruind en gespierd? Zacht, zeer zacht. Voor de tactiele ervaringen. Zonder hoofd moet ik immers op een andere manier de aandacht trekken van het andere geslacht. Aandacht van hetzelfde geslacht mag ook wel, maar dat levert uiteindelijk niets op. Qua voortplanting dan, het blijft steken bij Spielerei. Nee, ik wil het binnenkort bestaanbare uiteraard in contact laten komen met het andere geslacht opdat voortplanting, vermeerdering van de tot voor kort onbestaanbare soort gegarandeerd is, mogelijk wordt. Dat gaat het beste met een zachte huid. Eentje die ook nog eens lekker ruikt. Misschien komt er dan zelfs conceptie met een bestaanbare soort met hoofd en dan ... nu ja ... de rest kunt u wellicht zelf invullen lezer. Dan is de cirkel weer rond en hebben we gelukkig weer kopzorgen, andere kopzorgen, een hoofdzaak in de westerse wereld waarin wij leven. Noem het bestaansrecht. Krom eigenlijk.

24-07-2017

Men moet toch eenmaal aarden

Dat is wat mijn goeroe tegen mij zei. Men moet toch eenmaal aarden. En hij vond het tijd worden. Hij hoefde het niet eens naar mij te roeptoeteren. Ik begreep hem meteen. Vijftien boeken verder, bijna vier cycli van maan- en zonnewenden doorlopen, tig buiten mezelf ervaringen ondergaan, had ik voldoende wijsheid, ervaring en bovenal magma en hara verworven. Ik was eraantoe.

U kunt zich wellicht de schrik voorstellen lieve lezer. Nu moest het gebeuren. Voor het eerst zou ik me begeven op het pad van aarde. Niet langer mocht ik zweven. Nee, met beide voeten op de grond zou ik voortaan door het leven mogen en moeten gaan. Dat was even wennen. De eerste stappen op de aarde voelden dan ook zwaar. Ik was weliswaar op alles voorbereid, maar toch, de aarde is en bleef weerbarstig. Zoals gezegd en uitgelegd.

Ik had voor de zekerheid een mooi stukje aarde uitgekozen nochtans. Nou laat dat nochtans er maar af. Het bleek flutaarde te zijn. Mijn goeroe had me nog gewaarschuwd. Kies niet je geboortegrond maar probeer wat verder over de grens te kijken. Met kijken bedoelde ie natuurlijk voelen. Zo goed als hij me kende mijde hij dat woord. Het zou teveel zijn in een keer, én aarden én voelen. Too much! Maar eigenwijs als ik ben koos ik toch voor de moeilijke weg. Mijn geboortegrond.

Ooit had ik hem al eens betreden, met grote voeten, mijn geboortegrond. Was toentertijd al keihard uitgegleden. Maar dit was andere koek. Ik maakte voor het eerst contact met bedorven aarde. En ja, vertelde mij mijn goeroe, daar moest ik even doorheen. Mooi niet dacht ik. Ik ga hier even mijn geboortegrond nog langer betreden tot ie aardt. Echt niet. Deze modder zou nooit meer vastigheid geven. En toch. Goeroe raadde mij aan om door te pakken.

Met mijn handen aarden? Dat kwam er nog eens bij. Maar ik ben geen watje. En één voor één besloot ik mijn demonen te wurgen. Figuurlijk. Letterlijk waren ze immers al dood. Ik moest er zelf de hand in houden, sprak goeroe. Aldus geschiedde. Nu dorst ik ook wat verder te aarden. Ik ging naast een aantal naasten zitten en vroeg hen de oren van de kop. Dat kwam binnen. Langzaam begon mijn lijf een nieuw huis te worden. Maar dan compleet anders ingericht. Ik hield huis. En mijn goeroe knikte tevreden. Ik was goed bezig.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Men moet toch eenmaal aarden (24-07-2017)

20-07-2017

Rugzakwandeling

Daar zit ik dan. In de rugzak van een Nijmeegse vierdaagsewandelaar. Respect, respect. Ik neem de onregelmatige pas voor lief. Heeft vast te maken met de ongelijkmatige ondergrond waarop deze historische en bovenal legendarische voettocht is uitgezet. Af en toe voel ik wat zweetspatjes overkomen. Mijn wandelaar draagt namelijk behalve een rugzak ook lange blonde manen. En ja, het is geen paard in wiens rugzak ik vertoef. Dus het zweten gaat heel naturel.

De grote vraag is natuurlijk, is het inspanningszweet of angstzweet? Lui zweet, dat niet. De blondemanenwandelaar loopt daarvoor te stevig door. Soms blijft ie heel even staan en neemt dan diep adem. Hij praat met bijna niemand. Alsof ie zijn adem wil sparen. Ik heb hem al dikwijls verteld dat dat niet de juiste weg is om te bewandelen. Zo nu en dan een praatje met deze of gene kan opbeurend en stimulerende werken.

Ik bedoel maar, zo'n pakweg 120 kilometer lopen met een gemiddelde snelheid van 5 kilometer per uur, dat zijn dus omgerekend 24 uur lopen zonder te praten en alleen maar te denken, het hoofd staat immers nooit stil, tenzij je boeddha heet, hoewel die ook nooit lange tijd gedachtenloos moet zijn geweest, dat doet na verloop van tijd pijn in de harsens. Dat gaat knagen. Hoeveel water je ook drinkt. Niet doen dus, zeg ik. Talk to me.

'Wat zeg je?' Fluistert de blondemanenman naar zijn rug.
'Oh, niets, ik mijmer wat in mijn hoofd, net als jij, maar goed dat je even praat. Stopt ook mijn gedachten even. Heel prettig. Ze gingen over jou. Je bent goed bezig zo.'
'Zullen we straks even pauzeren?'
'Wat pauzeren, ben je gek geworden. Jij wil pauzeren?'
'Ja, dat heb ik nog niet gedaan de afgelopen dagen, maar nu ben ik er aan toe.'
'Prima, hier dan maar bij dit waterstandje?'
'Prima!'

In stilzwijgen drinken we allebei een flesje water. Ik moet de lat voor de blondemanenman natuurlijk niet te hoog leggen. Dus zwijg ik. Hoewel ik het liefst honderduit wil praten. Best lastig, zwijgen als je praatziek bent. Mijn blondemanenman daarentegen niet. Hij is zwijgziek. Je kunt maar ergens last van hebben. Verklaart natuurlijk gelijk waarom hij mij als grote rugzak heeft. En maar blijven sjouwen!

18-07-2017

Goed fout

Ooit van beticht, goed fout? Klinkt in ieder geval ernstiger dan fout goed. Dat laatste ken ik wel. Het zigeunerjongetje met traan. Ooit gezien? Vast wel. Anders onmiddellijk even opzoeken. Googlen desnoods. Gewoon zoeken op zigeunerjongetje met traan. Het zigeunerinnetje komt u misschien dan ook tegen. Dat is dan weer een goed voorbeeld van ...

Nee, wacht. Ik laat goed hier weg. Zo subjectief anders. Dat is dan een voorbeeld van goed fout. Zoek maar eens op. Ja, op Google. Zigeunerinnetje afbeelding of schilderij. Ja dat laatste woord is wel nodig. Anders zou u zo waar zomaar in de ogen kunnen turen van Sophia Loren. Van wie? Sophia Loren. Een Italiaanse schone. Een lelijke is het zeer zeker niet. Dat zou hetzelfde zijn als niet van aardbeien houden. Bestaat niet. Hoewel? Uitzonderingen bevestigen dan weer de regel. Net zo goed als spreekwoorden dat doen. En gezegdes. Niet te vergeten. Het is gezegd bij deze.

Even terug naar de materie. Wat maakt een zigeunerjongetje met traan nu fout goed en een zigeunerinnetje goed fout. Kijk ik leg het u uit lieve lezer. Een tranend jongetje doet het altijd. Hoeft het jongetje geeneens een zigeuner voor te zijn. Ook een huilend ballenjongetje is fout goed. Ernstig fout goed eigenlijk. Maar daar ga ik verder even niet op in. Huilen is altijd goed.

Maar het zigeunermeisje is andere koek. Een beetje zwoel het schilderij uitkijken. Met supergrote kijkers. Neuuu. Dat is goed fout. Ze zuigen je helemaal naar binnen die grote donkere kijkers. Als man dan. Als vrouw kan natuurlijk ook. Maar dat komt minder vaak voor, nietwaar? Laten we het onderzoek kwantitatief houden. Van kwaliteit is hier überhaupt geen sprake. Iedereen kan zo'n zigeunerinnetje bedenken en schilderen. De Mona Lisa wordt dan weer een ander verhaal. Of het Melkmeisje ook zo'n moeilijk te vatten meisje. Een beetje melk uit een kan gieten. Hoe dubbelzinnig.

Nee, geef dan toch maar het zigeunerinnetje dat er geen gras over laat groeien. Ook al is het goed fout. Lekker poeh. Ik laat me graag meezuigen. Als man. Als vrouw is dat dan weer net anders. Dan wordt het ineens weer fout goed. Vrouwen die er pap van lusten. Nou, misschien wordt het nu weer wat te ingewikkeld. Onthou dit gewoon. Zigeunerjongetje met traan, fout goed. Zigeunermeisje zonder traan, maar met grote donkere ogen, goed fout. Deze uiteenzetting gaat zowel natuurkundig als metafysisch op. Weemoed en geilheid zijn in beiden vat- en vloeibaar gemaakt.

03-07-2017

Koude cold case froid kalt gestellt

Conclusie van een korte wetenschappelijke en soms literaire verhandeling over kou. Een koude cold case froid kalt gestellt.

Objectbepaling
Koud, niet te verwarren met koel en kil is een bijzondere gewaarwording die meestal gevoeld en opgemerkt wordt door de huid, of beter gezegd op de huid. Om meteen met de deur in huis te vallen. Iemand die je op de huid zit laat je niet koud. Een schijnbare tegenstelling literair gezien. Wetenschappelijk, lees, door jarenlang onderzoek, toetsbaar en in alle omstandigheden eenduidig, een ander verhaal. Subjectieve hoedanigheden kunnen nooit or never objectief hoog gehouden worden. Zelfs niet ijskoud het lekkerst.

Ervaring
Wat voor de een koud is kan door een ander gevoeld, lees ervaren worden, als lauw, of zelfs heet, afhankelijk van omstandigheden. Sterker nog, sommige mensen krijgen het bloedheet als ze door iets ijskoud geraakt worden. Tja, leg dat maar eens uit aan een wetenschapper die alpha-ongeletterd is. Enfin. Een ervaring wil niet alles zeggen. Die sluiten we aldus uit. Neo-wetenschap noemen we het. Niet te verwarren met Ego-wetenschap. Iets wat nieuw is wordt meestal ervaren als alleen ik voel het. Een unieke ervaring. Niets mis mee. Pas als ego-ervaringen, al dan niet nieuw, gedeeld worden, pas dan kunnen we een gemene deler zoeken.

Gemene deler
Dit zijn dan meteen de enige proefondervindelijke ervaringen die rechtsgeldigheid hebben in een wetenschappelijke verhandeling. Met literatuur heeft het dan uiteraard nauwelijks iets te maken. De poëtische of als het niet anders kan, prozaïsche benadering laten we derhalve buiten beschouwing. Hoe zeer dat ook mogelijk pijn doet bij de letterintelligentia. Op de keper beschouwd, de puntjes op de i gezet, zullen we niets maar dan ook niets delen met betastoppers. Iets delen met beta is vragen om problemen. Het lost nauwelijks iets op. Laten we bij de zaak blijven. De cold case kalt froid stellen.

Oplossing
Ook wel conclusie genoemd. Immers een mens, anders dan een plant, dier of ander metafysisch object, is over het algemeen abject gericht op resultaat, onder ons gezegd de eindsom. En wat vermag de eindsom dan wel niet zijn? Juist. Koud. Niet warm. Noch koel noch kil. Koud. IJskoud, cool, kalt en froid gestellt. Nederlanders, Engelsen, Duitsers, Fransen ze ervaren het allemaal hetzelfde maar leggen het anders uit. Het heet niet voor niets anderstalig. Dit kunnen we doortrekken naar alle landen van de wereld. Zolang anderstaligheid niet uit de wereld geholpen wordt zullen we moeten dealen met interpretaties. Een eenduidige oplossing is er dus niet. Helaas. Koud is en blijft subjectief en onoplosbaar, ergens diep van binnen.

Seksueel gezien
Hoe doen de seksen het dan? Man en vrouw seksueel gezien. Sekseëeel bestaat niet, dus ja, we ontkomen er niet aan, seksueel ontstaat behoorlijk wat discrepantie bij het fenomeen koude. Men zou zeggen het trekt aan. Maar niets is minder waar. Het stoot juist af. Koude. In man-vrouw-contact is wrijving tot op zekere hoogte een noodzakelijke voorwaarde om de koude uit de lucht te halen. Uit de lucht? Correctie. Uit het lijf te halen. Uit de gedachten kan ook. Cool kalt stellen ontstaat meestal tussen de oren. Meestal bij de man onmiddelijk gevolgd bij de vrouw. Die laatste heeft het cool kalt stellen meestal het eerste door en probeert de eerste dan ook voor te zijn. Ja en dan gaat het pas echt broeien en branden. Smelten is dan het gevolg. Wie heeft het dan nog over cool kalt stellen? Niemand toch?

17-06-2017

Dichtwerk voor een optionele debutantenbundel

Laken en deken

Ik laak sprak de deken
Het laken zweeg

Ik deek sprak het laken
De deken wist zich geen raad
Het bed rilde heel even
Het wist wat komen zou

Ik leek sprak nu het dak
Laken en deken zwegen
Ik daak sprak nu de vloer
Het dak stortte in

Het laken keek de deken aan
Wegwezen onmiddellijk

Gedaan
Wat daglicht niet verdragen kon


Beladen ballades

De ezel heeft het niet meer. Vlak voor de val knielt hij buigzaam neer. Omlaag met de buik op de grond. Basaal balkt hij gort. Pap lust hij ervan. Nu smaakt niets naar alles. Niets laat hem in de steek.

Hoe verder? Twee keer malen heeft geen zin. De molensteen om zijn nek hangt door. Remi is in geen wegen of velden te bekennen. Van overgave kan geen sprake zijn.

Dan nog liever is hij niet. Nergens in het onbewuste. Poelen putten. Hengelen vanuit hel naar hemel. Het blijft bij dubben en dobberen. In een ondoorgrondelijk moeras van waanzin. Ezelgekte, balkenbrij.

Een stok slaat zijn rug. Ritmisch. Dit heeft hij niet verdiend. Geld spuit uit zijn endeldarm. Eftelingmunten! Hoe bederfelijk! Waar blijft Remi? Zijn enige echte troubadour, zanger van troostvol prachtige ballades.


Bellen blazen

Ginds aan de einder staat een deerne. Ze blaast bellen, als luchtballonnen zo groot. Met haar logge longen laat ze water stollen, garen in het eigen sop. De bellen zweven met blij gemoed de horizon tegemoet en stralen duizend kleuren. Magenta, rood, groen en blauw, kleine twinkels geel. De lucht blijft binnenwaters op de juiste spanning. Tot een ontmoeting, een onvermijdelijk elkaar strelen de band breekt.

Vrijgekomen lucht zwerft naar verre einders en slaat uiteindelijk neer als bleu water in een indigo zee. Zware gele zon brandt langzaam stukjes zee weg. Op haar buik prijkt het silhouet van de deerne die onophoudelijk bellen blaast. Tot aan het einde van de dag. De zon zakt langzaam in de zee en neemt de deerne mee. Morgenvroeg mag zij weer bellen blazen.


Duinenrijen

Nog nooit gezien. Dat duinen rijen. Hele duinenrijen rijen. Zinderend in zon. Zandfanfares spuiten zand. Prikkeling in ogen. Duinenrijen rijen hard. Waaien woelend weg. Het zand knettert. Tegen glad papier. Vliegers storten neer. Zo ook tranen.

Duinenrijen rijen hard. Bang voor water. Zee komt aan. Met gebakken water. Houd alsjeblieft stand. Wij willen leven. De zon stoomt. Smelt ijs plat. De zeespiegel stijgt. Duinenrijen houd moed. Loop niet weg. Omsingel het water. Heb geen angst.

Het helmgras huilt. Wortels trillen los. Zand waait weg. Geen houden aan. Duinenrijen leggen lood. Een broertje dood. Helm waait weg. Duinenrijen storten in. Huizendaken doemen op. Sirenes luiden noodklok. Alarmfase één aangebroken.


Hamer en beitel

Ik hak en klief
Met hamer en beitel
In alle muren om me heen

Gewapend beton
Met scherpe kanten
Onverwoestbaar sterk

Een kasteel, een veste
Hart en ziel geharnast
Beschermend tegen pest

Ik ontmasker
Voel, huil en lach
Inhaleer een nieuwe vrede

Zuiver zand en water spoelen aan
Ze stranden rustig
En ik, ik bouw niet langer burchten, lucht- en zandkastelen

Hamer beitel
Ze verdwijnen in mijn juwelenkist
Waardig, eeuwig, onschatbaar


Mien

Helmond, 9 juni 2017

05-05-2017

Geen idee

Mag ik even uw idee zien?

Sorry agent, maar die heb ik vandaag niet bij me.

Niet bij u?

Nee, niet bij me, ik had geen idee vandaag.

Dan moet ik u helaas bekeuren meneer.

Bekeuren? Vanwege geen idee?

Ja, vanwege geen idee.

Dat kan niet.

Echt wel.

Heeft u enig idee, wat dat voor mij betekent?

Nee, hoezo?

Oorlog misschien ooit meegemaakt, meneer agent?

Nee, hoezo?

Dan heeft u zelf waarschijnlijk geen idee.

Ik? jawel hoor, ik heb altijd mijn idee bij me.

Eentje?

Hoezo eentje? Ik heb maar één idee!

Eén idee, in oorlogstijd? Belachelijk!

Ja! Eén idee. Ik ben toch ook maar één persoon!

U heeft werkelijk geen idee?

Echt wel!

Met één idee komt u er niet in oorlogstijd meneer agent.

O, is dat zo. Nou leg dat dan maar eens uit?

Dat is simpel. U moet vluchten en de vijand weet dat. Denkt u dan dat u aan één idee genoeg hebt? Indien ze één vluchtroute afzetten of onmogelijk maken, dan moet u toch minstens één ander idee hebben om de vlucht, de escape, mogelijk te maken? Scherp moet u zijn agent.

Daar heeft u een punt meneer. Zo heb ik het nog nooit bekeken. In zo'n geval is het hebben van meer dan één idee wel handig. Bedank voor de tip.

Graag gedaan agent.

Mag ik dan nu uw ideeën zien? U heeft er dus blijkbaar meer dan één.

Ja! Maar meneer agent, u begrijpt het echt niet!

Hoezo? Ik ben toch niet dom?

U heeft weer geen idee agent.

Nou leg het dan maar weer eens uit. Ik leer veel van u.

Het is toch geen oorlog vandaag? Hoe dom kunt u zijn?

Verhip. Dat is waar. Dan heb je geen ideeën nodig.

U begrijpt het meneer agent.

Fijn.

Goedemorgen agent.

Goedemorgen.

30-04-2017

Columns van Harrie (april 2017)

Titulataris Orientalis / Verkeer / 27-04-2017


De chef van de Andere kant heeft een bijzonder verzoek aan mij. Ik moet mij begeven naar Galacticum Aarde en om precies te zijn naar Nederland. Een klein land naar het schijnt. Fysiek. Maar groots in zijn daden. En, niet geheel onbelangrijk, van grote importantie op ruimtegebied. De chef faxt me heel ouderwets wat foto's door van een klein mannetje met een vreemde ringbaard. Ik krijg onmiddellijk associaties met de dwergen uit de Ban van de Ring van Tolkien.

Een tweede fax volgt meteen na de eerste. Met slechts enkele woorden in kapitalen.
NEE, GEEN DWERG UIT DE BAN VAN DE RING.
Fax drie volgt, met opdracht.
Zoek deze man op. Grote haast. Is bij mijn weten reeds overleden. Maar als het goed is heeft de begrafenis (ja, op aarde begraven ze mensen, of ze verbranden ze in ovens of op brandstapels) nog niet plaatsgevonden. Vind dierbaren en praat met hen. Breng onmiddellijk verslag uit. Hevel belangrijke informatie over via spacetransmissie. Einde bericht.

Zo, zo, dus deze dwerg is van grote importantie. Hoewel. Zo klein is deze dwerg niet. Een meter zesenzeventig. Dat is iets kleiner dan ik. Enfin. haast geboden. Ik stap in mijn TARDIS en voer de meegezonden coördinaten in. Mmm ... over pakweg 24 aarduren ben ik op plaats van bestemming. Althans in de buurt van plaats van bestemming. Want ik weet nog niet waar de TARDIS precies zal landen. Op een kerkhof of bij een uitspanning. De krantenartikelen spreken van een populair figuur. Dus zal er een flinke locatie zijn afgehuurd. 

De TARDIS landt middenin een tuin. Een vreemde tuin. De bomen hebben vreemde vormen. Scheefgroei is het amper te noemen. Eerder rondgroei. Alle bomen en struiken hebben namelijk een cirkelvorm. En nee, het is geen buxustuin. Uit de verte klinkt muziek. Ik kan het nog niet goed thuisbrengen, het klinkt een beetje vreemd. Klassieke muziek maar dan in bizarre toonhoogtes. Afgewisseld met irritant geklepper van castagnetten. Heel storend. Naar het schijnt was de dwerg Titulataris zeer gefascineerd door handklepmuziek. De bosschages weet ik nu ook in een keer te plaatsen. Orientalis. Bolle vormen uit de orient. Verklaart ook meteen de bijnaam van onze vriend die helaas niet meer is. Titulataris Orientalis. 

Mijn aankomst lijkt ingeseind of doorgebriefd. Ineens verzamelen zich een tiental look-a-likes Titulatarissen om mij heen. Waar komen ze vandaan? Het blijkt een fanclub te zijn. Het opperhoofd die, u gelooft het niet, op een haar na lijkt op Titulataris Orientaris, neemt het woord. Hij heeft een vreselijke hoge piepstem die niet van hemzelf lijkt. Hij houdt het dan ook amper drie zinnen vol en gaat dan over op zijn eigen moeder natuur klanken. 
Ik word van harte welkom geheten. Ik krijg ook inzage in het archief van Titulataris. Maar pas nadat er stevig getoost is op de overledene. May he rest in peace! Hear, hear!

We gieten in no time zes advocaatjes met slagroom achterover en gaan over tot de orde van de dag. Ik krijg inzage in een wonderlijk archief, waarvan zelfs ik als oppertechneut ga blozen. Man wat heeft dit vreemde kereltje rare dingen ontdekt, ontworpen en voorspeld. En allemaal uitgekomen. Het is haast ongelooflijk, wat zeg ik, onvoorstelbaar.

Ik maak nog even kennis met de naaste familie en vrienden en duik dan snel weer de archieven in. Een ding fascineert me ten zeerste. Een black box met vraagteken en uitroepteken en de tekst: Niet openen voor 2018! Ja, dag. Dan moet je bij mij zijn. Ik verzin een list en verzoek mijn mede-nieuwsgierigen het archief te verlaten. Met licht verzet nemen de heren en dames jaloers afscheid. En ik? Ik snijd de zwarte doos open met mijn Zwitsers zakmes dat ik standaard bij me draag. Een handig hebbedingetje dat ik dertig jaar geleden heb ontvangen van een Zwitserse gardeofficier. Wat zou er uit de doos verschijnen? Een hoed? Niets. Alleen een kleine standaard met een tekstbord. GEFOPT! Dat staat er. In koeien van letters geschreven. Of in letters van koeien zo u wilt. Op z'n Lakenvelds. Wat een humor. RIP Titulataris Orientalis (aka Chriet Titulaer).


Geest gezocht / Verkeer / 25-04-2017

Ik bevind me in Niemandsland. Althans zo lijkt het. Maar niets is minder waar. Ik ben er stiekem van overtuigd dat het land waar ik nu doorheen cross vergeven is van geesten. Dat kan haast niet anders. In de bergen leven geesten. Berggeesten zo is me ooit verteld en ik ga er naar op zoek. In opdracht van mijn Chef van de Andere Kant. Mijn TARDIS heb ik veilig geparkeerd in het dal. De uitklapmotor paste er net in. Uitklapmotor? Ja, ik maak in de bergen gebruik van een klein crossmotortje. Een Suzuki om precies te zijn. Dat rijdt het beste in de bergen. Een uitklapbaar 500cc motortje. Meer heb ik niet nodig. Ik wil de geesten ook niet meteen wakker maken. De uitklapmotor is overigens ook weer inklapbaar. Wel zo handig. Onder de zetel van de klapmotor heb ik een klein tentje verstopt en wat kampeerspullen. Voor de eerste hulp bij ongelukken en voor het geval ik niet meteen een geest vind. You never know.

Het landschap is prachtig. En zo nu en dan hoor ik naast de cadans van de motor een merkwaardig gezoem. Het klinkt veel te hard voor een insect maar daar doet het mij het meest aan denken. Is het misschien een geest? Hoor ik spoken? Dat zou mooi zijn. Ik houd de omgeving goed in de gaten. Daar is het geluid weer. Nog harder als voorheen. Ik herken nu ook wat spraak. Een vreemde taal. Zoveel weet ik zeker. Geen fab four taal. Geen Engels, Spaans, Frans of Duits. Ik ken mijn klassiekers. Het is eerder Russisch. Maar dat versta ik dan weer niet. Heb ik weer. Een geest die Russisch spreekt.

Voor me op de grond, zo'n vijftig meter voor de motor land ineens een vreemd beest op de bergweg. Het lijkt nog het meest op een sprinkhaan met grote witte vleugels. Die heft ie gevaarlijk boven zijn hoofd uit en spreidt ze breed. Alsof ie mij wil tegenhouden. Ik trap op de rem. Ik ben een boeddhist die zijn vak verstaat. De sprinkhaan spreekt inderdaad Russisch.

"Dobre denkski probleska comneska graputi kontexta drappulo dritaxi."

Ja, ja. Russisch of Chinees. Ik ben het kwijt. Kan net zo goed Pools of Japans zijn of Latijn.
Ik parkeer mijn motor, stap af en maak met mijn gebalde linkerhand, waarvan ik de wijsvinger heb uitgestrekt een roterende beweging bij mijn linkeroor en schud gelijktijdig mijn hoofd van links naar rechts. Oftewel, ik maak duidelijk dat ik er niets van verstaan heb.

"You in Karpaten, Seeking ghosts. I ghost. You're ghost!"

Het zal niet waar zijn. Nooit geweten dat er in de Karpaten ook Engels wordt gesproken. Laats staan door een look-a-like sprinkhaan met grote witte vleugels.
Het beest van pakweg dertig centimeter groot buigt langzaam voorover en spreidt beide vleugels zachtjes voor zich op de grond. Heel elegant. Adrem geef ik de sprinkhaan antwoord.

"Are you my ghost or my host? I don't get it! My name is Doctor Who by the way, and what's your name?"

De sprinkhaan kijkt me smalend aan.

"I know who you're. My name is Doctor Who too. I'm your ghost and host. Let me lead you to the door of your heart, or do you prefer the door to your soul?"

Ik begin nu toch wel een beetje te zweten. Langs mijn ruggegraat voel ik de druppels in mijn leren motorbroek lopen. I never wear underwear under your motorsuit. Verhip, nu betrap ik me zelfs op het denken in Engels. Dat is niet goed. Een teken aan de wand. Ik ben of dronken of ik ijl.

"You're dreaming. That's okay. It's the first step to consideration and depth. Now you have find me, you can take me with you, forever. For example, to your boss."

Geen denken aan. Ik ga toch niet mijn eigen geest meenemen naar mijn Chef. Dat is vragen om problemen.

"Do you know any other ghost?"

"Yes!"

"Can I meet one?"

"I bet you want to meet a mountain ghost!"

"How do you know?"

"Well I'm your ghost remember, ghosts know everything about the past, the present and the future!"

"Okay, then lead me to the nearest mountain ghost!"

De sprinkhaan sluit zijn vleugels voor zijn kleine kraaloogjes en mompelt iets in het Nederlands. Hoe weird ineens!

"Kwaliteit is het mysterieuze, innerlijke doel van ieder creatief mens. Dat si wat je zoekt mijn lieve vriend. Je bent helemaal niet op zoek naar een berggeest. Zoek uzelf vriend en ga heen!"

En plop. de sprinkhaan is weg. Met de horizon verdwenen. Ik zie ook geen horizon meer. Alleen maar zware bergen. En ik moet nog zo ver. Zal ik kwaliteit ooit vinden? En hoe zit het dan met de berggeest? Ik moet er een vinden. Vroeg of laat. Ik lijk wel gek te worden. Zo voelt het als ik weer op de motor stap. Waanzin begint me te achtervolgen. Ik moet hier rap wegwezen.

Dan stapt ineens een stukje berg de weg op. Wat is dat. Ik rijd mezelf bijna te pletter.

"Hier heb je je berggeest minkukel!".

In de berg die voor me staat zie ik een piepklein mondje bewegen.

"Ik geef je een goede raad, tevens vraag. Als je het antwoord weet ga ik met je mee. Vrijwillig."

Mijn ogen, oren en hersenen draaien overuren. Hoe krijg ik die berg überhaupt mee in de TARDIS?"

"Maak je geen zorgen vriend, ik pas telekenetisch nog in je broekzak, antwoord op mijn raadvraag: "Wer reitet so spüt durch Nacht und Wind, es ist der Vater mit seinem Kind".

Bizar. Ik snap er niets van maar weet wel onmiddellijk het antwoord. Ondanks dat het antwoord reeds gegeven lijkt.

"Ik!"

Zonder blikken of blozen krimpt de berg ineen tot broekformaat en verordent mij hem in mijn broekzak te steken. Aldus geschied. Wat ben ik blij. Ik durf geen vragen meer te stellen, start mijn motor en rijd richting TARDIS. Thuisgekomen ontvangt de Chef van de Andere Kant mij met open armen.

"En!"

Trots haal ik de berggeest uit mijn broek.

"Is dat alles?!"

"Dat is alles en niets. De waarheid."

Zowel de berggeest als ik schieten in de lach. Wij weten beter. RIP Robert Pirsig


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

20-04-2017

Vrees bewaarheid

Leugens om bestwil boezemen soms angst in. Zowel bij de drager als de ontvanger. Als drager van de leugen wil je de ontvanger liefst niet opzadelen met een rotgevoel. Sterker nog, de leugen om bestwil moet dat juist voorkomen. Maar stel nu, dat de drager zelf vrees heeft voor de waarheid. Dan heeft ie een probleem. Zijn vrees bewaarheid, dat hij zijn eigen waarheid moet inslikken en verpakken, verhullen als het ware. En voor hoelang? Niet onbelangrijk. Hoe lang moet hij als drager van de leugen de waarheid verstoppen? En weegt de vrees voor waarheid wel op tegen het ongemak van de leugen. Waarom niet meteen vertellen waar het op staat? Ik ben er klaar mee. Klaar! Nee, hoor. Stug volhouden, tegen wil en dank. Ik ga het je niet vertellen. Ik vertel jou een leugen om bestwil. En dat terwijl je verrekte goed weet dat de wil niet best is.

Veel beter zou je de bestwil inruilen tegen bestmag of beter nog bestkan, nee nog beter, bestmoet. Bestmoet doet goed. Het voelt als een verzadigd loslaten van stoelgang. Opluchting. Relieve. Ben lief. Opnieuw lief. Relief. Geen enkele vrees hoeft daarna nog bewaarheid. Loslaten. Zo fijn. Waarom reageren mensen juist zo bangelijk? Op loslaten. Wat heeft een mens te verliezen? Wat houdt ie vast? Leugens om bestwil. Wat een energie dat kost. Loslaten, loslaten. Geen wrijving meer, geen energieverlies. Wat schuurt moet bevrijd. Een mens moet zijn. Wezen. We en zen moeten we wezen. Dat helpt. Met elkaar. Met elke aar van ons zijn. Met vriendelijk gebaar. Loslaten zeg ik. Baren. Onbevreesd. Het geeft lucht en leven. Waarheid. Laat het los. Alle waar en al het ware. Uiteindelijk gaat iedereen dood. Vrees niet langer waarheid en bewaarheid. Angst is een dooddoener. Laat los.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Vrees bewaarheid (23-03-2017)

07-04-2017

Alsnog gehecht

Met zijn ziel onder de arm sjouwt Joost door het bos. Zal hij het doen, vandaag? Dieper en dieper komt hij tot de kern. De bomen worden steeds dikker, het pad dunner. Hij kan maar een kant op. Maar is het eigenlijk wel de kant die hij wil? In het midden van het bos daar wil hij het doen. Een mooie open plek. Groen, met sprankjes zonlicht. Want eerlijk is eerlijk, er dwaalt nog een sprankje hoop in het nog jonge lijf van Joost.

Hoe is het toch zover kunnen komen? Alles, maar dan ook alles lijkt bij Joost op orde te zijn. Knappe vent, intelligent, warm nest, lots of friends, en iedereen werkelijk iedereen wil iets van deze adonis, de ideale schoonzoon. Ook dat nog. En juist dat beklemt Joost. Het plaatje dat af is, in de ogen van de buitenwacht. Maar voor Joost gelden hele andere normen. Hij is doorsnee beu. Hij houdt niet van geluk. Lijkt voor het ongeluk geboren. Sinds kort is hij daar achter gekomen. Een bijzondere lotsbestemming.

Het einde nadert. Van het pad in het bos en van zijn eigen weg. Daar is de open plek. Een geweldig mooi traatje. Met de perfecte boom. Een knots van een eik. Hij gooit het touw over de laagste tak die net hoog genoeg uitsteekt. Van een takkenbos maakt hij een trapje. Hij stapt op het bosje en wordt dan plots geraakt. Geraakt door een rare bestemming. De zon straalt recht in zijn gezicht en stelt de belangrijkste vraag uit Joost zijn nog korte leven. Waarom? Waarom, ja waarom? Daar heeft Joost nog geen moment over nagedacht. Tot voor kort liep alles vanzelf en op rolletjes. Waarom? Verhip. Joost alsnog gehecht. Het laat hem niet meer los. Waarom, ja waarom? Gehecht aan levensvragen. Voor altijd.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Alsnog gehecht (19-03-2017)