Posts tonen met het label nijmegen vierdaagse. Alle posts tonen
Posts tonen met het label nijmegen vierdaagse. Alle posts tonen

20-07-2017

Rugzakwandeling

Daar zit ik dan. In de rugzak van een Nijmeegse vierdaagsewandelaar. Respect, respect. Ik neem de onregelmatige pas voor lief. Heeft vast te maken met de ongelijkmatige ondergrond waarop deze historische en bovenal legendarische voettocht is uitgezet. Af en toe voel ik wat zweetspatjes overkomen. Mijn wandelaar draagt namelijk behalve een rugzak ook lange blonde manen. En ja, het is geen paard in wiens rugzak ik vertoef. Dus het zweten gaat heel naturel.

De grote vraag is natuurlijk, is het inspanningszweet of angstzweet? Lui zweet, dat niet. De blondemanenwandelaar loopt daarvoor te stevig door. Soms blijft ie heel even staan en neemt dan diep adem. Hij praat met bijna niemand. Alsof ie zijn adem wil sparen. Ik heb hem al dikwijls verteld dat dat niet de juiste weg is om te bewandelen. Zo nu en dan een praatje met deze of gene kan opbeurend en stimulerende werken.

Ik bedoel maar, zo'n pakweg 120 kilometer lopen met een gemiddelde snelheid van 5 kilometer per uur, dat zijn dus omgerekend 24 uur lopen zonder te praten en alleen maar te denken, het hoofd staat immers nooit stil, tenzij je boeddha heet, hoewel die ook nooit lange tijd gedachtenloos moet zijn geweest, dat doet na verloop van tijd pijn in de harsens. Dat gaat knagen. Hoeveel water je ook drinkt. Niet doen dus, zeg ik. Talk to me.

'Wat zeg je?' Fluistert de blondemanenman naar zijn rug.
'Oh, niets, ik mijmer wat in mijn hoofd, net als jij, maar goed dat je even praat. Stopt ook mijn gedachten even. Heel prettig. Ze gingen over jou. Je bent goed bezig zo.'
'Zullen we straks even pauzeren?'
'Wat pauzeren, ben je gek geworden. Jij wil pauzeren?'
'Ja, dat heb ik nog niet gedaan de afgelopen dagen, maar nu ben ik er aan toe.'
'Prima, hier dan maar bij dit waterstandje?'
'Prima!'

In stilzwijgen drinken we allebei een flesje water. Ik moet de lat voor de blondemanenman natuurlijk niet te hoog leggen. Dus zwijg ik. Hoewel ik het liefst honderduit wil praten. Best lastig, zwijgen als je praatziek bent. Mijn blondemanenman daarentegen niet. Hij is zwijgziek. Je kunt maar ergens last van hebben. Verklaart natuurlijk gelijk waarom hij mij als grote rugzak heeft. En maar blijven sjouwen!

20-07-2016

Onwelwordingen in wording

In Venlo kennen ze een heel simpel liedje met een veelbetekenend en filosofisch refrein. Vrij vertaald gaat het alsvolgt: ‘Mijn linkerbeen en mijn rechterbeen, die lopen nu al jaren naast een (elkaar). De een gaat op en de ander neer. En als ze daarmee klaar zijn dan beginnen ze alweer (opnieuw). De een gaat hier en de ander daar. En ze lopen elkaar al jaren achterna.’

Uiteraard is het timbre en ritme van de muziek navenant en repetitief. Ik heb het lied ooit gezongen, of beter gezegd geneuried tijdens een lange bergwandeling, waar geen einde aan leek te komen, tijdens een bergkamp. Toen viel de filosofische betekenis me al op. Filosofisch in de zin van ‘zijn’. Letterlijk en figuurlijk werd ik even been. Zowel links als rechts. De Venlose mantra hielp me door het berg- en beenleed heen. Had ik aan het begin nog oog voor de schoonheid van de bergen, de overweldigende natuur; in het spoor van fysieke vernieling later op de dag, redde het lied mijn stemming en leven. Kortom, ik werd niet onwel. Mijn mede groepsgenoten wel. Zij werden wel onwel. En snel, al heel snel. Het aantal onwelwordingen waren niet te tellen.

Beter hadden ze hun voetstappen geteld, neuriënd op dit toepasselijk lied. Enerzijds had het troost geboden, kameraadschap en steun, en anderzijds ook tijdverdrijf. Want geloof me lezer. Bergtochten kunnen erg, erg lang zijn. Dan kan het wel eens in de benen, in de voeten en tussen de oren vastlopen. En dan heb ik het nog geeneens gehad over onwelwordingen in wording. Men steekt elkaar namelijk altijd aan in groepsverband. Uiteindelijk loopt iedereen aan het eind met de tong op de schoenen. Stelt u zich het eens voor? Beeldend ja. Gebukt gaan onder de bergen, met de tong op de schoenen. Geen gezicht. En ook nog eens met dorst, met heel veel dorst.

Ik zeg altijd. Voorkomen is beter dan genezen. Aldus neurie of zing ik meestal vrolijk. ‘Mijn linkerbeen en mijn rechterbeen die lopen nu al jaren naast een. De een gaat op en de ander neer. En als ze daar mee klaar zijn beginnen ze alweer. De een gaat hier en de ander daar. En ze lopen elkaar al jaren achterna.’ Niets mis mee toch? Gewoon hardop dreunen en het liefst lopend met en achter elkaar. Naast elkaar is af te raden. Bergpaadjes en naast elkaar lopen, gaan niet goed samen. Bij lange na niet.

Of het bij een Nijmeegse Vierdaagse mogelijk ook werkt laat ik even in het midden. Ik ben geen expert in platlopen. Honderd jaar wordt deze vierdaagse stoet der stoeten alweer gelopen. Gelopen en gekropen. Maar een ding is zeker. Ook in deze tocht heeft de fameuze Venlose mantra een hoop mensen op de been gehouden. Zeker weten. Ongetwijfeld. Links en rechts. Soms links, links, rechts. Maar dat zien we gewoon door de vingers. Toch?

Mien Bein

Inzending schrijfwedstrijd juli 2016 op ColumnX. Op basis van priming een verhaal schrijven. Oftewel associatief schrijven met de actuele 'primer': Onwelwordingen

Toelichting bij het lied 'Twië bein':
Oorspronkelijk heette het lied waarvan het refrein hierboven in de tekst vertaald beschreven: 'De veuroétgaank ofwaal Twië bein'. Op de dag van de inzendtermijn voor de Leedjesaovend 1960 in Venlo hebben Thuur Luxembourg en Frans Boermans dit lied gecomponeerd en geschreven. Ze hadden al twee liedjes ingezonden maar wilden graag nog een derde liedje inzenden. Uiteindelijk werd dit nummer tot nummer een verkozen tijdens het liedjesfestival. Het werd gezongen door de veel te jong overleden (auto-ongeluk) Venlose zanger, Felix Peters.
Het lied werd om circa 23:00 geschreven, een uur voor de inzendtermijn verstreek. De twee zwagers zaten achter de piano, het wilde niet lukken. Van arren moede gingen ze op de bank zitten. Boermans liet zijn hoofd tussen zijn benen zakken en zei tegen Thuur: 'Mien linkerbein en mien rechterbein, die laupe noow al jaore naevenein'. De rest is geschiedenis, getuige de eerste plaats!
Bron: Det is Venloos roem! - Finbar van der Veen - 2008 - ISBN 978-90-489-0010-7


17-07-2013

We zijn er bijna

In de kaars is het fijn ontspannen. Maar niet met 40 km in de benen. Vandaag heb ik de hele dag in de schaduw gelopen van een militair. God wat was het warm. God? Die heeft makkelijk praten. Die zit zich vast te verkneukelen op een witte wolk. Gooi die regen toch eens even naar beneden? Koekenbakker! Ik hou het niet langer vol in de kaars. Wapper voorzichtig met mijn kuiten en rol mijn rug bol over het groene campingmatje. Ik voel me net een schommelstoel van zwaar eikenhout.

Ik mag plaatsnemen op de massagetafel. Komt nu dan eindelijk mijn dik verdiende toetje? De slagroom op mijn mars. You want a marsage? Fluitend rolt een hele dikke dame de tent binnen. Best grappig. Ze draagt zelf ook een tent. Zo te zien van canvas. Stralend gladgestreken wit. Het lijkt wel een yurt, zo groot is ie. Maar ze is het waard, ze kan het hebben. Ze draagt ook een pet. Met grote letters staat er schreeuwerig 'EHBO' op geschreven. Een beetje bedenkelijk kijk ik naar haar worstarmen. Worstelarmen zijn het. Mijn massagedroom valt in duigen. In haar linkerarm draagt ze een gereedschapskoffer. Ik vrees het ergste.

“U bent mijn eerste patiënt vandaag.” De witte yurt heeft een prettige zwoele stem. Een stem die niet past bij haar postuur maar mij wel gerust stelt. Ze zou zo kunnen deelnemen aan Giel Beelen’s zwoele goedemorgen contest. Zonder beeld. “Legt u uw benen maar gestrekt op de tafel.” Ik gehoorzaam onmiddellijk. Zwoele bevelen kan ik maar moeilijk negeren. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat mijn lieve beul een grote vijl uit de gereedschapskoffer haalt. “U heeft behoorlijk last van eelt zie ik. Wilt u met of zonder verdoving?” “Ehhh … doe maar met. ”Uit de koffer wordt een grote rubberen hamer tevoorschijn getoverd. Mijn licht gaat uit.

Als ik wakker word voel ik me zo fris als een hoentje. Maar ja, daar heb ik weinig aan. Die halen de 40 km meestal niet. Ik lig niet op mijn campingmatje maar in een heel groot bed. Hoe ben ik daar terecht gekomen? Ergens in de verte hoor ik een zwoele stem zingen: “Begin de dag met een dansje. Begin de dag met een lach. Want wie vrolijk kijkt in de morgen, die lacht de hele dag, ja, die lacht de hele dag.” “Ha, schat. Ben je al wakker?” Twee hele grote donkerblauwe ogen kijken me aan. “Opschieten vriend, als je de finish vandaag nog wil halen.” Het is de witte yurt, die me toespreekt. Ik schrik me kapot en besef plots wat er is gebeurd gisteravond. De yurt heeft een grote glimlach rond haar mond. Zo groot als een hangmat. “Hoe wil je je eitje lieverd?” Eitje, lieverd? denk ik, wegwezen en gauw ook.

Als ik op wil staan trekt mijn balzak mij terug. Ik kijk onder het laken en zie op kruishoogte een hele grote pleister. Verbaast kijk ik naar de yurt. Die haalt haar schouders op en zegt verontschuldigend: “Daar zaten ook wat blaren op.” Snel kleed ik me aan. Vannacht ben ik een klein beetje gestorven. Op naar de gladiolen, zonder hoentje. Ik neem mijn benen in de arm en ren snel weg. "Succes vandaag", roept de yurt me nog na. "Tot volgend jaar!" Ik dacht het niet.