Posts tonen met het label dialect. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dialect. Alle posts tonen

03-03-2025

Mien Carnaval (op pomgedichten)

Wat is dat voor een feest? Dat ieder jaar het Zuiden rept en roert en hartstocht passievol laat branden? Het is een feest voor gelijkgestemden, geworteld en gerijpt in tradities en rituelen. Een voorjaarsbode vol lichteuforie. Met viering van te strakke teugels. Een feest van emotie, met vette schmink, een glimlach rond de mond. Een feest van zoete nectar genuttigd onder een prille voorjaarszon.

Drie dagen lang ruist muziek meanderend door de oren. Vol van fanfare, tuba, slagwerk en trombone. Het Carnaval ligt verankerd in zuidelijke genen. Wordt wild romantisch doorgegeven, generatie op generatie. Voor niemand is er een ontkomen aan.
Ieder jaar ontluikt het lentefeest opnieuw, met slingers, maskers en ballonnen aan de muur. De carnavalsvierder laaft zich aan zoete melancholie en pulserend lentesap. Adrenaline stijgt dan dwars door bloed en dansende ledematen, rechtstreeks naar het hoofd.
Niet aflatende dorst wordt gelest met blond schuimend bier, witte wijn en zoete cola.

Carnaval is een feest van loutering en verkenning. Baas en werkman, man en vrouw, ze kruipen voor even in de huid van de ander. Bottom up en top down, all dressed up to impress. Clowneske metamorfoses en ludieke transformaties scheppen voorwaarden voor een glansrijk narrenspel.
De jaarlijkse zoektocht naar gepaste kledij biedt dolle pret. Zeeman, Kringloop, Action, Houtse Bazaar en internet, alles wordt afgestruind. Attributen worden wekenlang verzameld, allemaal ten dienste van een originele act.

Als Zweedse chef-kok is het niet lang zoeken. Een knuffelschildpad voor in de soep. Een koekenpan als plagend slagwerk. O ja, en pollepels, o zo multifunctioneel, als trommelstok of dirigentenstok of gewoon als microfoon. Een plastic Winchester en supermuppet Kermit, alles gaat mee.
Er wordt ook flink geknutseld. Een megagrote poffertjespan, van stevig karton en tape, doet dienst als dienblad én gitaar. Een verfemmer wordt omgetoverd tot giga peperbus. Ook een hakmes van karton beplakt met aluminiumfolie wordt niet vergeten. Een plastic tas vol bospeen, bleekselderij en radijs maakt de maskerade compleet.

De optocht is een groot kleur- en muziekfestijn met praalwagens, geinige groepen en leuke individuen. Het publiek is goed gemutst en verkeert in lichte vorm van extase. Snoep valt uit de hemel en wordt door grissende kinderhandjes gevangen. Mager verklede pubers zingen flink gepuist een balorig lied. Nonchalant leunend tegen een winkelwagen volgestouwd met kleine kratjes bier. De handen in de lucht geheven met blikjes Baf en Bull. Enkele verdwaalde Zeeuwen hebben het Carnaval niet helemaal begrepen en gooien het strooigoed met ferme worpen terug omhoog. De prinsen bukken van schrik en strijken verontwaardigd hun veren recht.

Een antieke bierwagen met Belgische paarden komt in zicht. De optocht nadert zijn einde. Het publiek zoekt zijn weg naar have en kroeg. Er wordt gefeest, gedanst en gezongen en iedereen houdt vol. Diep in de nacht breekt het theater van het leven helemaal los en vinden acts hun vervolmaking.
De chef-kok worshipt Kermit en schiet grimlachende carnavalsklanten met zijn Winchester, bedachtzaam van hun kruk. Poffertjespan, pollepel, zelfs Kermit, alles wordt bezongen. De hele kroeg gonst en glimlacht en schuddebuikt als een tevreden mens. Vriend en vijand zingen arm in arm hun laatste lied.

Gelouterd en voldaan keren carnavalsvierders lichtelijk aangeschoten richting huis. Even nog een hapje eten, wat slap geouwehoer en dan naar bed. De grijnzende maskers aan de muur knikken nog een laatste keer welterusten. Met muziek nagalmend in de oren duikt het moede lijf de koffer in. Het is weer voor een jaar gedaan. Wat rest is de herinnering, de foto’s en heel veel wee naar heim.
Lieve Carnaval, tot volgend jaar maar weer…

Mien
 
In oude Venlose Carnavalsliedjes wordt het Carnavalsgevoel mooi vertaald en bezongen.
Voor de liefhebber en dialectworstelaar hieronder de teksten van 11 juweeltjes.

Vastelaovund (Sjiengele sjiengele boem!)
Festina lente
Meuderke leef
Beer leedje
Det duit um ’t Veurjaor
De Twië einzame
Zing nog ens
Minsekinder waat ein maedje
Den alde kleiërkas
’t Is gedaon
De Wortelepin
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (7) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo-Hout tijdens Carnaval)
 

03-05-2017

De wereld van j op zijn kop

Ik heb het me al vaker afgevraagd. Waar komen de leestekens vandaan? En waarom komen er geen leestekens meer bij? En wie bepaald of een leesteken erkend wordt? Nou alle drie de vragen zijn onlangs beantwoord. Hoe? Door de uitvinding, vinding, geboorte van een nieuw leesteken. In Tilburg. Waar de Nederlandse taal rechtstreeks uit de sla met uien, eieren en aardappelen vandaan komt. Het nieuwe teken heet ‘jè’. Het ziet eruit als een omgedraaide ‘j’ met een lus die doorloopt. Het oogje dat dan ontstaat lijkt op het oogje van een ‘e’.

Hoe is het nieuwe leesteken ontstaan? Eigenlijk op dezelfde manier als de andere leestekens. Ontstaan uit platvloers taalgebruik. De uitdrukking ‘jè’, helaas staat het symbool / karakter nog niet op het toetsenbord, wordt heel vaak gebezigd in taalgebied Tilburg, bakermat voor taalcreatie, waaronder drie andere leestekens. ‘Jè’ wordt vaak gebruikt als bevestiging aan het einde van de zin van datgene dat vooraf ging in de zin. Maar dan met een cynische, sarcastische ondertoon.

Een voorbeeldzin: Gij kunt het goed vertellen man, jè.
In plaats van de komma en het woord ‘jè’ plaats je dan het nieuwe leesteken.

Waarom niet gewoon een uitroepteken, al dan niet gecombineerd met een vraagteken? Nou, zeggen de Tilbo’s, al dan niet terecht, dat zegt het net niet. De ondertoon wordt er niet mee verwoord. De commissie ‘Leesteken’ van de Nederlandsche Taalunie (beiden bestaan sinds 1537, in wisselende samenstellingen en onder diverse namen), is inmiddels akkoord gegaan met het nieuwe leesteken.

Grappig is dat juist ook het uitroepteken, het vraagteken en de komma hun oorsprong kennen uit het Tilburgse. Vlak achter elkaar zijn ze ontstaan. Zo rond 1539 vertellen ons de annalen.
Uit een opstoot, naar het schijnt. Twee mensen liepen door Tilburg heen en botsten op elkaar. Waarop de ene Tilburger verontwaardigd uitriep tegen de andere: “Verrekte puntstok, kende gij niet uitkijken waar ge loopt.” De man waartegen de andere botste was nogal mager en had een groot rond hoofd op een heel dun nekje. Vandaar. Oorspronkelijk stond het uitroepteken dus omgedraaid. Wie het gekeerd heeft is nergens terug te vinden. Waarschijnlijk is dit gebeurd omdat het uitroepteken anders teveel leek op de ‘i’.

De man waartegen gebotst werd was heel kwaad en reageerde vrij agressief. Waarop eigenlijk spontaan het vraagteken ontstond. Hoe precies? Vrij eenvoudig. De verbale agressie van de man werd beantwoord door de andere met een flinke klap tegen de ander op borsthoogte. De klap kwam zo hard aan dat de dunne man ineens een flinke bocht had in zijn borst. Het uitroepteken werd daarmee een vraagteken. “Wat mot je?”, vroeg de man daarna nog aan de verrekte puntstok. Die wist niet hoe hard ie weg moest rennen. Van schrik sloeg die achterover. De omstanders die intussen in een kring zich verzameld hadden en het komische schouwspel hadden aanschouwd waren het allemaal eens. Hier waren een uitroepteken en een vraagteken geboren.

De komma, lieve mensen bespaar ik u even. Kom eerst maar even tot rust. Slik de woorden voorlopig in en neem een korte pauze. Met een klein haakje, is mijn advies. Op z’n Tilburgs. Jè.

De impact van het nieuwe leesteken is groot. In afwachting van de goedkeuring van het nieuwe leesteken door de internationale taalraden, zal naar alle waarschijnlijkheid medio 2018 het nieuwe leesteken officieel erkend worden. Daarna zullen alle toetsenborden op alle devices wereldwijd aangepast worden. Het nieuwe teken zal dan een plaats vinden tussen de ‘L’ en de ‘Return’, waarbij de ‘Return’ net zo groot zal worden als de pijltjestoets eronder. Jè.

Geschreven naar aanleiding van aankondiging nieuw leesteken bij Ochtendshow van Domien op Radio 3FM op 3 mei 2017. Meer info over het nieuwe leesteken: klik hier.

11-07-2013

Krachtmeting in zult

Ze zullen het weten in Leeuwarden en Maastricht. In Nederland, in heel Europa. Brabant wordt de culturele hotspot in 2018. Maar waarom zolang wachten? Het staat al sinds de eeuwigheid in de sterren geschreven. De sterren van Brabant. De sterren van van Gogh. In diep, diep blauw. Maak maar alvast een diepe buiging voor een krachtmeting in zult.

De voorrondes verkiezing culturele hoofdstad zijn al achter de rug. De jury gaf nog gratis tips. Kies Eindhoven als kartrekker want Brabant is zo moeilijk te profileren. Profielen zat, maar ja, kies er dan maar eens eentje uit? Van Abbe en de Pont streden en worstelden met SM en MOTI totdat het in de Gaviolizaal beierde. Bundelen die cultuur. Het is geen pot nat. Maak Brabant verkoopbaar.

Zult is verkrijgbaar in talloze varianten. Net zoveel als er slagers zijn. In principe is zult gemaakt van de varkenskopvlees, zwoerd en andere voor de verkoop onrendabele onderdelen. Als smaakmaker niet vergeten naast zout, kruiden en bouillon wat gehakte augurk en een klein scheutje azijn toe te voegen. En als roze slagroom op de taart colorozozout. Voilà dat eet nu cultuur.

En dan gaan we ook nog even met z’n allen voor de fanfare uit. Als enige provincie in Nederland zonder volkslied. Dat kan toch niet. Guus moet maar naar huus want zijn lied staat op springen. In 2018 gewoon een tour general, zonder pardon. Vullen die stadions met cultuurhooligans en zultkoppen. Philips, Lavans, Rat Verlegh, Koning Willem II, en Vliert here we come. Polonaise op de tribunes. En van te voren even vet oefenen. Door verplicht concertbezoek in 013, Effenaar, Mezz, w2 en Lakei. Let’s rock and roll. Vierkant rood en wit de vlag in stok. En dan uit volle borst Brabants joelen.

Affesere en nie bedinne. Petazzie zulde gai naar binnen griesele verrekte golliepaop. Meepesant hedde gai nog een tesnuzzik nodig zibbedeeske, of een schottelslet. Zo de eerste strofe van ons Brabants volkslied is vast klaar. En ik zeg oe, dat is geen Standaardnederlands. Dat hebben wij verleerd in de 16e en 17e eeuw. Helaas. Het Hollands beheerste toen de spraak en het Brabants de spelling. Ge moet het maor wete. Standaard. Aan munne fiets ja. Houdou. Brabantse dialecten zijn niet erkend en genieten geen enkele bescherming. Daar ligt nog een teer puntje.

Heem dat is waar de Brabander wil zijn. Heel Europa zal daar weet van krijgen. Want heel Brabant loopt kundig in kringetjes om zijn eigen heem. Op zelfgemaakte schoenen, uiteraard. Dat het allemaal mag baten. We gaan voor de zegen. Met z’n allen. Eindhoven de gekste. We sleuren alle Europeanen aan hun neus, dwars door woeste gronden, door zand, hei en stuif. En wie niet meer kan mag even paardje rijden dwars door Gruns en ven. Wie daarvan dorstig wordt mag even dommelen, trappisten of witjes baffen. Daarna proppen we de gasten vol met Bossche bollen en worstenbrood. Een zwaar beleg. Maar het zal ze gunstig stemmen. Niemand is de sigaar.

Op 6 september 2013 gaat de kogel door de kerk. Een jury zal dan één stad voordragen bij het Ministerie van OCW. Daar gaan waarschijnlijk zo’n honderd weesgegroetjes en tig processies aan vooraf. Maar vanuit de ton is al prinselijk orakeld. Leeuwarden en Maastricht krijgen aflaat. Brabant laat van zich spreken. Het staat in de sterren geschreven. Sint Bonifacius en Rieu mogen slechts naar de centjes fluiten.

01-07-2012

Tai Chi, ehhh …Tai wie?

Tai Chi, ehhh …Tai wie? Wa … nog nooit van geheurd? Ginne skrik want ik ben efkes gon kieken. Joa, oppe Mierleseweg, schuin tegenover Café ‘t Trefpunt. Want daar zit het, Tai Chi, ehhh …Tai wie? Joa, Tai Chi, het nationaal centrum van de Taoïstische Tai Chi vereniging Nederland zetelt voortaan in Hellemond. Oppe Mierleseweg 140. Wat ze daar doen? Aan oew gezondheid werken. Ik kan het oew zeker anrikkemendere.

Ach, net als meen kennis van het Hellemonds is meen kennis van Tai Chi, ehhh …Tai wie? beperkt. Het Hellemonds is allenig niet meer zo snel aan te leren. Het is namelijk aangeboren en wordt van jongs af aan met de paplepel ingegoten. Tegenwoordig wordt er niet meer zo veel pap gegeten. De paplepel wordt niet veel meer gebroikt. Het Hellemonds dreigt langzaam uit te sterven. Doodzonde want niets zo ontwapenend en relaxed als unne Helmonder met un graute smoel. Mar ginne skrik. Er laupe er nog steeds un paar rond. Joa, van die echte Hellemonders. Zelfs in ons eigenste Helmond-West. Mar ge wit 't ooit nooit nie. Miskien worden het er ooit weer meer.

Met Tai Chi, ehhh …met Tai wie? is dat alling anders. Het is makkelijk aan te leren en geschikt vur iedereen, ongeacht leeftijd en lichamelijke conditie. Gai leert er ok goe door oijeme en gai blijft er fief bai. De langzame en sierlijke bewegingen die gai maakt, geven oe meer kracht en fleksebilitait en verbeteren oe evenwicht en circulatie. Het is allemaal verzonnen en bestudeerd door Meester Moy Lin-shin.

Het is zachte kunst die tot doel heeft oe lichaam en geest terug te laten keren naar hullie oorspronkelijke zuivere en gezonde staat. Hoe meer gai daarbij strekt en draait hoe effectiever het resultaat. De nadruk wordt gelegd op het vriendelijk, vrijgevig en behulpzaam zèn vur anderen en het loslaten van oe eigenste zorgen en spanningen.

Wat vur kleren gai aan moet doen bai Tai Chi, ehhh … Tai wie? Wel, dè mag um den boik nie rimpellu. Swerrisse klirre is goe zat. Zondagskostuum mag ok. Als ge oe zieutpoeskenetnie mar thois loat.

Wat ut kost Tai Chi, ehhh … Tai wie? Ik kon het nie vinden op ut Smoelebuukske. Maar het zal nie gratis zèn. Un portomonee van jung leer haawde altijd. Zauwe, nauw wittud! Aleej, efkes flink pesjonkele bai Tai Chi, ehhh … Tai wie? en het komt allemaal goe met oe gezondheid. Houdoe hè.

Mien zweeft en zwetst in Helmond West

Meer weten. Ga naar www.taoist.nl.


Meester Moy Lin-shin in actie



















Gepubliceerd in de Wijkkrant Helmond-West Juli 2012 > Tai Chi, ehhh … Tai wie?






12-03-2009

Mien Carnaval

Wat is dat voor een feest? Dat ieder jaar het Zuiden rept en roert en hartstocht passievol laat branden? Het is een feest voor gelijkgestemden, geworteld en gerijpt in tradities en rituelen. Een voorjaarsbode vol lichteuforie. Met viering van te strakke teugels. Een feest van emotie, met vette schmink, een glimlach rond de mond. Een feest van zoete nectar genuttigd onder een prille voorjaarszon.

Drie dagen lang ruist muziek meanderend door de oren. Vol van fanfare, tuba, slagwerk en trombone. Het Carnaval ligt verankerd in zuidelijke genen. Wordt wild romantisch doorgegeven, generatie op generatie. Voor niemand is er een ontkomen aan.
Ieder jaar ontluikt het lentefeest opnieuw, met slingers, maskers en ballonnen aan de muur. De carnavalsvierder laaft zich aan zoete melancholie en pulserend lentesap. Adrenaline stijgt dan dwars door bloed en dansende ledematen, rechtstreeks naar het hoofd.
Niet aflatende dorst wordt gelest met blond schuimend bier, witte wijn en zoete cola.

Carnaval is een feest van loutering en verkenning. Baas en werkman, man en vrouw, ze kruipen voor even in de huid van de ander. Bottom up en top down, all dressed up to impress. Clowneske metamorfoses en ludieke transformaties scheppen voorwaarden voor een glansrijk narrenspel.
De jaarlijkse zoektocht naar gepaste kledij biedt dolle pret. Zeeman, Kringloop, Action, Houtse Bazaar en internet, alles wordt afgestruind. Attributen worden wekenlang verzameld, allemaal ten dienste van een originele act.

Als Zweedse chef-kok is het niet lang zoeken. Een knuffelschildpad voor in de soep. Een koekenpan als plagend slagwerk. O ja, en pollepels, o zo multifunctioneel, als trommelstok of dirigentenstok of gewoon als microfoon. Een plastic Winchester en supermuppet Kermit, alles gaat mee.
Er wordt ook flink geknutseld. Een megagrote poffertjespan, van stevig karton en tape, doet dienst als dienblad én gitaar. Een verfemmer wordt omgetoverd tot giga peperbus. Ook een hakmes van karton beplakt met aluminiumfolie wordt niet vergeten. Een plastic tas vol bospeen, bleekselderij en radijs maakt de maskerade compleet.

De optocht is een groot kleur- en muziekfestijn met praalwagens, geinige groepen en leuke individuen. Het publiek is goed gemutst en verkeert in lichte vorm van extase. Snoep valt uit de hemel en wordt door grissende kinderhandjes gevangen. Mager verklede pubers zingen flink gepuist een balorig lied. Nonchalant leunend tegen een winkelwagen volgestouwd met kleine kratjes bier. De handen in de lucht geheven met blikjes Baf en Bull. Enkele verdwaalde Zeeuwen hebben het Carnaval niet helemaal begrepen en gooien het strooigoed met ferme worpen terug omhoog. De prinsen bukken van schrik en strijken verontwaardigd hun veren recht.

Een antieke bierwagen met Belgische paarden komt in zicht. De optocht nadert zijn einde. Het publiek zoekt zijn weg naar have en kroeg. Er wordt gefeest, gedanst en gezongen en iedereen houdt vol. Diep in de nacht breekt het theater van het leven helemaal los en vinden acts hun vervolmaking.
De chef-kok worshipt Kermit en schiet grimlachende carnavalsklanten met zijn Winchester, bedachtzaam van hun kruk. Poffertjespan, pollepel, zelfs Kermit, alles wordt bezongen. De hele kroeg gonst en glimlacht en schuddebuikt als een tevreden mens. Vriend en vijand zingen arm in arm hun laatste lied.

Gelouterd en voldaan keren carnavalsvierders lichtelijk aangeschoten richting huis. Even nog een hapje eten, wat slap geouwehoer en dan naar bed. De grijnzende maskers aan de muur knikken nog een laatste keer welterusten. Met muziek nagalmend in de oren duikt het moede lijf de koffer in. Het is weer voor een jaar gedaan. Wat rest is de herinnering, de foto’s en heel veel wee naar heim.
Lieve Carnaval, tot volgend jaar maar weer…


Mien


In oude Venlose Carnavalsliedjes wordt het Carnavalsgevoel mooi vertaald en bezongen.
Voor de liefhebber en dialectworstelaar hieronder de teksten van 11 juweeltjes.

Vastelaovund (Sjiengele sjiengele boem!)
Festina lente
Meuderke leef
Beer leedje
Det duit um ’t Veurjaor
De Twië einzame
Zing nog ens
Minsekinder waat ein maedje
Den alde kleiërkas
't Is gedaon
De Wortelepin