Posts tonen met het label verleden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verleden. Alle posts tonen

01-11-2013

Stampij in de maatschappij

De maatschappij daar draait het allemaal om. Wie er geen deel van uit wil maken is een egoïst. Een loner. Niet te letterlijk nemen dat laatste woord. Voor hetzelfde geld is het een dagloner die drie dagen in de week werkt. Waarmee hij eigenlijk een parttimer is. Hoeveel dagen in de week moet je werken om deel uit te maken van een maatschappij? Wie neemt wie daarover eigenlijk de maat?

Een verschrikkelijk woord als je het ontleedt, maatschappij. Ik kan er behoorlijk van in de war raken. Maatschappijen. Zijn dat nu pijen van een maatschap? Of zijn het pijen van maten die ergens liggen op een schap? Ik wil het niet weten. Bij het woord pij alleen al kruipt een allergie langs mijn ruggengraat. De enige plek waar het woord pij tot zijn recht komt is in stampij. Fier rechtop. De stam in de pij. Maar ik moet nu ook niet gaan overdrijven.

Ik kan natuurlijk kleinburgerlijk in religie blijven hangen. Pij roept immers die associatie het eerste bij mij op. Maar dan ga ik wel voorbij aan de geschiedenis die geschreven is in pijen. In maatschappijen met veel stampij. Juist ja, in kloosters, de universiteiten van de Middeleeuwen. Oké, ik geef het onmiddellijk toe. Ook in de Middeleeuwen stond de stam wel eens rechtop in de pij. Zowel overdrachtelijk als zinnelijk. Je danste naar iemands pijen, of was het nu pijpen?

Zo schrijf je geschiedenis en zo schrijf je een column. Over maatschappijen. Pijen die een maatschap verhullen. Een maatschap van noeste schrijvers. Kalligrafen, vederschrijvers, pennenlikkers, coloranten, inktdopers, noem maar op. Hulde aan dit gilde dat voor het eerst in beeldend schrijven de historie optekende. Een maatschappij vorm gaf. Maar niet vooraleer de pij in de juiste maat van het schap was gegrist. Voor iedere dag een andere pij. Het vege lijf schoon verhuld en voor de duivel gered. Op zon- en maandagen en op alle andere dagen van de week .

In de Middeleeuwen ontblootte zich een harde maatschappij. Daar kunnen we heden ten dage nog een puntje aan zuigen. Maar pas op. Neem dat zuigen niet te letterlijk. Religie kan een zuigende werking hebben. En als het zuigen bevalt laat je niet snel los. Vroeg of laat krijg je dan weer stampij. Dit keer met jezelf. Want hoever wil je gaan in het zuigen? Het zuigen van de stam in de pij brengt de hele maatschap in rep en roer. En ja. Dan moeten we in conclaaf. Met elkaar. Niet alleen. Maar in stiekeme verbondenheid. Uitzuigen die stampij.

Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)

01-10-2013

Actualiteiten uit het hiernamaals

Een zwoel zomerwindje blaast luchtstromen langs mijn nek en bezorgt me warme rillingen. Het gras waar ik op lig is botermals en ruikt naar vervlogen herinneringen. De geur van vroeger kriebelt in mijn neus en prikkelt mijn hersenen. Langzaam slaan er wat deurtjes open. Wil ik dat wel? Het is zo’n mooie dag. Flauw en vaag dringt een herinnering zich langzaam aan mij op. Ik heb niets te willen. Mijn neusvleugels tintelen. Ze ruiken bloed.

Diep, diep graaf ik de herinnering op. Met bloed heb ik nooit wat gehad. Vreemd. Waar komt die geur vandaan? Het bloed lijkt nu ranzig in mijn neus te plakken. Ik pieker me suf. Waar komt deze herinnering vandaan? De tijd verstrijkt. De bloedplak in mijn neus voelt als een korst. Ik hef mijn tong omhoog, met een uiterste inspanning krul ik het puntje. Maar net als vroeger lukt het niet mijn neus te raken. Ik tuur in de wolken die nu langzaam boven mij drijven. Op zoek naar antwoorden. Maar de wolken vertellen niets. Ze laten niets los. Ik krijg een vieze nasmaak.

Mijn zintuigen raken in de war. Proef ik nu echt bloed in mijn keel? Dit heb ik eerder meegemaakt. Een déjà vu. Onvervalst. Of is het slechts een actualiteit uit het hiernamaals? Mijn bewustzijn wankelt. Ik houd vast aan wat ik zojuist dacht. Maar de gedachtestroom neemt een loopje. Het enige dat ik kan doen is meelopen. Ik laat me niet gek maken. Het idee alleen al. Duizend woorden flitsen door mijn hoofd en zoeken houvast. Houvast in actualiteit. In gebeurtenissen van de dag.

Ik mag niet wegzakken. Zeker niet nu. In deze vreemde tegenwoordige toestand. Een nieuwe werkelijkheid dringt zich op. Een wezenlijkheid met nieuwswaarde brengt me terug op aarde. Ik weet nu waar het bloed vandaan komt. Uit het hiernamaals. En hoe ik dat nu plots weet? Heel simpel. Omdat de mate waarin de informatie nu tot mij komt overeenstemt met de werkelijkheid. Waar haal ik de wijsheid vandaan? Uit onlinewoordenboekenwijsheid zou je haast denken.

Niets is minder waar. Bloedirritant. Zo ruikt het ook. Accupunctureel gesproken zijn actualiteiten slechts speldenprikken uit het hiernamaals. Alles is per slot van rekening al ooit gezien en opgeslagen. Collectief in lekkende geheugens. Het zijn de grote oerlekken die voor verwarring zorgen. En telkens weer komen ze ons voor als actueel. Bitjes informatie op herhaling. We gieten er alleen wat andere sausjes overheen. In de jaren veertig vijftig botersaus. In het heden fritessaus, light. Geniet ervan.

Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)

28-12-2009

Groot kind

Hoe groot is het kind dat zijn kindheid bewaart in tijden van angst en onzekerheid? Hoe groot is de volwassene die het kind in zichzelf koestert, dag in dag uit? Bewust of onbewust, stiekem of uit noodzaak, in stilte en verwondering. In onverzadigbare drang tot bevestiging legt een kind zijn noden bloot. In goede en in slechte tijden. Wat is zijn noodzaak? Rechtop blijven staan, in een verwarrende wereld waar gevaar onvoorspelbaar loert.

Hartje zomer en de gordijnen zijn dicht. Stilletjes speel ik mijn spel. Mams niet wakker maken. Ze snurkt op de bank. Het is vakantie maar ik mag niet buitenspelen. Er is niemand die op mij kan passen. Zou ze weer zo’n gekke bui krijgen? Hysterie overvalt haar soms. Ik weet dan niet wat te doen. Ik kruip dan terug in mezelf, juist op het moment dat ik behoefte heb aan een knuffel.

Mijn moeder is ziek, manisch depressief. Soms is ze bang. Van en voor zichzelf. Wat moet ik dan als kind? Gauw volwassen worden. Hoe lang mag een kind zijn kinderspel volhouden? Onbevangen zijn en ontwapenend? Hoe lang mag het onbekommerd zorgeloos zijn? Zijn gier, zijn brul, zijn lach behouden? In een onveilige omgeving is dit moeilijk te duiden. In onmacht rijpt een kind snel naar volwassenheid. Noodgedwongen en uit zelfbehoud.

Het is heet boven op de slaapkamer. Ik hoor mams diep zuchten. Klinkt niet goed. Ik ben bang. Dit voelt anders. Wat moet ik doen. Ik mag niet naar beneden want ik ben al twee keer terug naar boven gestuurd. Het moet. Ik loop de trap af naar beneden. In de woonkamer voel ik de spanning hangen. Paps, het gaat niet goed met mam, ze zucht erg diep. Wil je alsjeblieft gaan kijken? Niet weer, zie ik hem denken. Ga maar naar boven, jongen. Ik kom zo kijken. Boven in mijn bed maken de zenuwen mij misselijk. Waar blijft ie nou? Mams is erg ziek. Suf van alle pillen.

De volwassene in het kind maakt zich ongerust. Hij probeert te begrijpen. Helaas is zijn uit nood geboren volwassen gedrag niet te duiden. Hij is plots kind af. De natuur grijpt in noodgevallen altijd in. Aangeboren speelsheid biedt afleiding. Maar is de afleiding nog afdoende? Blijft deze gezond en binnen de perken? Speelsheid gaat soms over in obsessief en repeterend gedrag.

Het is stil aan tafel tijdens de lunch. Dat hoort ook zo. Het eten is een rustmoment. Toch voel ik vaak de spanning hangen. Zo snel mogelijk werk ik twee boterhammen naar binnen. Mag ik van tafel? Ik heb nog twintig minuten voordat de schoolbel luidt. Uit de schuur pak ik hockeybal en stick. De stick is half afgesleten van het spelen in de straat. Ik tel mijn slagen tegen de muur. Nu nog even de bal hooghouden. Ik vind rust in geconcentreerdheid en controledrang. Ik moet beter. Ik kan beter. Ik wil beter. Ik vergeet even de spanningen in huis.

Een kind zou zich niet ongerust hoeven maken om zijn ouders. Het behoort onbedorven, spontaan en speels op te groeien in veiligheid en warmte. Omringd door onvoorwaardelijke liefde en fysiek en geestelijk gevoed. De werkelijkheid is soms anders en hard. Wat men zijn liefste en naaste wenst kan niet altijd geboden worden. Noodlot en onmacht lijken soms onlosmakelijk met elkaar verbonden. Kinderen worden dan vroeg groot. Volwassenen snel klein. Juist in noodlot en in onmacht moet het kind gekoesterd worden. Vluchten voor de werkelijkheid leidt tot paniek, wanorde en chaos.

Hoe zag zij eruit? Waar rook zij naar? Naar zoet of zout? Hoe voelde zij aan? Koud of warm? Hoe vaak knuffelde zij mij? Ik mag het niet vergeten. Ik wil de pijn en waarheid liefst zo snel mogelijk wegdrukken. Ik vlucht in fantasie, humor en cynisme. Een woeste zee van emoties slokt me op. Vaagt veilige grond onder me weg. Afscheid van mams is er nooit geweest. Een zwarte ijzeren poort sloeg voorgoed dicht. Een zwarte auto slokte haar op. Langs de Maas hoor ik de kerkklokken nog steeds luiden. Mijn mams is teruggegeven aan moeder aarde.

Op een hete zomerdag is moeder gevonden, achter op de plaats, in badpak liggend onder de tuindouche, door de buurvrouw. De geur van zomer en verdampend water op de stoeptegels zal ik mij een levenlang heugen. In mams is vroegtijdig iets geknapt en evenzo in mij. Het kwetsbaar kind in mij kreeg een dreun. Het werd me plots ontnomen. Alle zintuigen staan sindsdien op scherp. De angst gaat nooit verloren. Angst voor oud en angst voor nieuw. Angst voor nog meer verlies. Verlatingsangst. Een moeder is een levenlang nodig. In elke vorm en ik elke hoedanigheid. Fysiek is de navelstreng snel gebroken. In buik en hart blijft zij altijd met haar kind verbonden. Op jonge leeftijd een moeder verliezen is een drama. Een moeder verliezen zonder afscheid te kunnen nemen is rampzalig.

Ik voel me verlaten, droef en eenzaam. Kind zijn is niet meer leuk. Het kind in mij is afwezig en speelt niet langer mee. Voelt zich niet langer kind en serieus genomen. Aandacht en liefde schieten te kort en zijn niet in voldoende mate aan te dragen. Somberheid slaat in zichzelf neer. Ik verdrink in boosheid en fanatisme. Het kind in mij slaat lam en drinkt met ernst en zonder maat. Het kind vecht, komt er niet meer uit. Het speelt niet langer samen.

De volwassenheid staat dan plotsklaps voor de deur. Een nieuw dilemma dient zich aan. Het kind is diep van binnen blijven hangen en heeft de adolescentie nauwelijks verkend en geëxploreerd. Dan worden megastappen genomen. In speelsheid en verwondering blijft het kind rechtop staan. Maar al te grote naïviteit stelt vroeg of laat paal en perk. De rekening voor onvoltooide volwassenheid wordt duur betaald. Het kind in mij ligt daarvan niet wakker. Totdat chronisch ziek zijn ineens om extra zorg en aandacht vraagt.

De bloedsuikermeter slaat door. Ik moet onmiddellijk naar het ziekenhuis. Ik pak snel mijn spullen in en schrik van mijn vriendin die totaal verbijsterd op mijn boodschap reageert. Het besef lijkt buiten mij om te gaan. Ik wil geen deelgenoot worden van mijn eigen ellende. Houdt het ver van me af. De dokter en het spuitregime schudden mij hard wakker. Verantwoordelijkheid dringt zich op aan mij. Rust, reinheid en regelmaat vinden elkaar en slaan de handen ineen. Ik lees duizend boeken. Een fanatiek kind keert terug in mij. Ongeloof en boosheid eindigen in aanvaarding. Bezorgde familie en vrienden staan rondom mijn bed. Ze zijn net zo verbaast als ik.

Volwassenheid biedt groei en ontwikkeling en noopt tot keuzes. In korte tijd neem ik afscheid van mijn vriendin, studie en topsport. Door wanhoop gedreven zet ik mezelf in therapie weer op de rails. Ik drijf het verloren kind in mij terug naar binnen. Ik vecht met het volwassen zijn en met alles wat zich achter volwassenheid verhuld. Het kind in mij wil en blijft zegevieren maar maakt uiteindelijk een deal. Met gezonde zelfspot en humor weet het zich staande te houden in een volwassen wereld. In en door grote verwondering. Het kind in mij verwondert zichzelf en de wereld om hem heen.

Ik omring mezelf met informatie. Verken het licht en het duister. In alle mogelijke geuren, kleuren en smaken. Maak kennis met alle muzen. Op zoek naar erkenning en verklaring. In literatuur, kunst, muziek en dans. Het leven is een feest. Ik ontdek de schoonheid van het leven en de mens. Als een groot kind. Ik consumeer, neem deel, draag bij. Ik beteken en doorleef. Ondanks grote angst die altijd parten speelt. Wat heb ik als mens te verliezen? Verwondering en nieuwsgierigheid geven nieuwe energie. Opium voor mijn ziel.

Hoe kwetsbaar is de volwassene in modern times? Waar heeft hij zijn kind verstopt. Hij houdt het angstvallig verborgen om het niet te hoeven verliezen. Vermorzeld door prestatiedrang, materiedrift en haast, cijfert hij het kwetsbaar zijn weg. Zijn maatschappij gedijt bij hoge werkdruk en onmogelijke verwachtingen. Modern times tekenen zijn lijf en leden met RSI en stress. Veeleisend is zijn nieuwe wereld die doordendert op commando’s van keyboards en gsm’s. Hij twittert en hyved zichzelf de kindsheid in. De ouderdom en aftakeling nabij vindt de volwassene zijn rust en kind eindelijk weer terug.

Als een gek rijd ik door de gangen van het verzorgingstehuis. In de winter van mijn leven waan ik mij autocoureur. Een jongensdroom wordt werkelijkheid. Jacky Ickx revives. De zusters kijken mij lachend aan. Daar rijdt die oude gek. Los van God. Sweet memories delven diep geluk. Gelouterd en gezegend is de gek die het kind voor altijd in zichzelf bewaard.


Toelichting:
Inzending Literatuurprijs Helmond 2010

Uitleg over Literatuurprijs Helmond:
> Literair Café Helmond
> Letterkundig Museum

Recensie ED:
> Luc de Rooy wint literatuurprijs 2010