Posts tonen met het label klooster. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klooster. Alle posts tonen

21-06-2026

Snelbinder: verhandeling in twaalf delen

Snelbinder (1): Gebruiksaanwijzing  (16-6-2026)

Kokend van woede zet mevrouw het gasfornuis uit. De snelbinder bindt veel te snel. Ze bindt in. Een levensles. Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing. Van alles. Gasfornuis, recept, mens. Gelukkig is ze er op tijd bij. Het idee dat haar man straks het pannetje moet schoonmaken na de maaltijd maakt dat ze een kreet slaat van opluchting. Even stoom afblazen met een flink glas sherry. Glas? Doe maar een hele fles. Over pakweg een kwartier is haar man thuis. Dan moet er een potje eten op tafel staan. Gelukkig … en ik zeg het wel twee keer … kan er tegenwoordig online eten besteld worden. Twee frites speciaal, twee frikandellen en twee kroketten. Ze dekt de auto en start de tafel. Klaar.


Snelbinder (2): Speeddate (16-6-2026)

Hoe snel kan iemand binden? Geen idee, maar ik waag een poging. De speeddate blijkt een succes. Meteen raak. Binnen vijf seconden. We laten er geen gras over groeien en rennen naar mijn auto, gooien ondertussen onze kleren uit, nemen plaats achter het stuur en doen de autogordel om en … rijden maar. De ramen beslaan in no time. In het begin is het even wennen. De autogordel zit toch wel een beetje strak en in de weg. Zij likt aan mijn oor. Dat kan ook niet anders, zo klem zitten we samen, vastgebonden op de chauffeursstoel, van leer uiteraard, hoe kinky. We trekken van leer en wisselen van plek. Compleet ondersteboven hijgen we nog even na. Snelbinderdate vraagt om herhaling.


Snelbinder (3): Politiek inbinden (16-6-2026)

Op het politieke speelveld doet een nieuwe tactiek zijn intrede. Ingegeven door het wereldkampioenschap voetbal. Ook wel soccer voor suckers genoemd. Want wie doet er nu mee aan zo’n commerciële kermis. En nu zit u te wachten als lezer, vast en zeker of zeker en vast als u over de ondergrens woont, op de intrede van de snelbinder. Nou, mooi niet. Dan kan u lang wachten. Snel binden is niet echt politiek namelijk. Daar moeten eerst wat nachten slaap over heen gaan. Vertragen is eerder het devies. Om daarna los te laten en punten op de i te zetten tot in den treure. Heel onverwachts is daar dan de doorbraak. En staan ze plots voor de micro(foon). Ze binden in. 


Snelbinder (4): Meesterschaker Wim (16-6-2026)

Snelbinder. Een woord uitgevonden door een grootmeester in schaken. Niet met stukken maar met woorden. Wim heet hij. We praten over de vroege jaren zeventig. Toen de snelbinder nog ‘band gespannen vanaf klem bij bagagedrager ter hoogte van linker- of rechterzijde van het achterwiel over de bagagedrager heen, naar de andere kant van het wiel’ heette. Een geweldige uitvinding by the way … for parcels on the way. Wim mocht een naam bedenken. Een ultieme kans en start voor een woordkunstenaar in spe. Wim wist nog niet wat voor een impact dit woord zou hebben voor zijn lange carrière. De snelbinder van Wim muntte al snel uit. Later zou hij zijn roem vergelden met pindakaas. Goedkoop? Nee, keiduur, museumwaardig en stedelijk.


Snelbinder (5): Dissertatie (16-6-2026)

Na een lange studie is hij eindelijk klaar. Nu nog even verdedigen dat dat ook werkelijk zo is. Maar niet voordat hij eerst een liter Red Bull achterover hakt, zenuwachtig voor het eindoordeel. Stuiterend loopt hij de collegezaal in. Alle ogen zijn op hem gericht. Zelfs de pedel kijkt achterom. Of alles goed gaat. Daar staat hij dan in de spotlight achter de katheder. Achter hem op het grote videoscherm verschijnt de titel van zijn proefschrift ‘Dynamische bewegingen sneelbinders op nanoniveau: faseveranderingen geactiveerd door licht met gebruik van extreem snelle elektronenbundels’. Achter in de collegezaal wordt even gekucht. De paranimf links stoot hem aan en wijst naar het scherm. Shit een vette speelfout. Had hij maar geen slakken moeten eten.


Snelbinder (6): Bloemkoolsoep (16-6-2026)

Alles loopt in de soep. Een geweldige tentoonstelling is het. Interactief. De bezoekers mogen meedoen. Het nieuwe museum kijken vraagt wat van de individuele mens; hij moet samenwerken. Een vies woord in kunstkringen, samenwerken. Maar het past bij deze tijd. En Beuys zei het al. Jeder Mensch ist ein Kunstler. Dus iedereen kan het, ook al heeft hij het nog nooit gedaan, kunst maken of ondergaan. Pippi huppelt blij voorop in de soep. Haar zakje snelbinder is al snel op. Snel gaat ze een nieuwe halen. De tijd op de klok verstrijkt snel. Zo meteen gaat de zoemer en moet iedereen de soep verlaten. Vandaag is het bloemkoolsoep. Extra romig. Daar is de zoemer al. De pit wordt aangezet. Afwachten.


Snelbinder (7): Klooster van heren (16-6-2026)

In de ban van de ring zijn ze, in het klooster van heren, vlakbij de Maas. Vandaag al helemaal. Het is vrijdag en dan is het snelbinddag in de boekbinderij van het klooster van heren. Dames zijn niet toegestaan. Uitgezonderd de dames van de catering. De monniken van het klooster van heren zijn inmiddels op leeftijd, hoge leeftijd, torenhoog. Dus haast geboden en al helemaal op vrijdag. Bijna weekend. Korte dag vandaag. Ook de monniken gaan mee met de moderne tijd. In de ban van de ringband vandaag dus. Monnik Snelle Pietje neemt het voortouw en begint met het eerste boek van vandaag. De anderen volgen snel. Zwijgzaam, zoals het goede monniken betaamt. Nog vierhonderdennegenennegentig boeken te gaan vandaag. Doorpezen!


Snelbinder (8): Schoenveter (16-6-2026)

Eindelijk is hij op de markt. De enige echte snelbinder. Het duurde even omdat de testfase langer tijd nodig had dan van te voren gedacht. Frappant eigenlijk. Alsof je een testfase in tijd kunt vast leggen. Correctie. Natuurlijk kan dat. Tijd is geld. Dat geld ook voor testfases. Dus ook die worden vastgelegd in een strak schema. Geld geldt en is leidend. In de voorverkoop ging het snel. Na de eerste aankondiging van de snelbinder was de voorinschrijving in no time volgelopen. Ook de tweede voorinschrijving is inmiddels volgelopen. Wel toepasselijk voor een snelbinder, want volop lopen met zo’n ding gaat al heel snel. Omdat hij zo snel bindt, de snelbinder. Verkrijgbaar in maar liefst honderd kleuren. Een kekke schoenveter.


Snelbinder (9): Bergbeklimmer (16-6-2026)

Boven op de top tikt hij het Gipfelkreuz aan. Finally. Snel nog even het Gipfelbuch invullen en een stempel scoren en dan hup naar de volgende berg. Maar eerst omlaag. Haast rennend, de wandelstokken tikken het ritme op het stenen pad. Berg twee is een peulenschil, een berg van niks … en toch een drieduizender. Maar ja, bijna veertig jaar ervaring met bergbeklimmen maakt zelfs bergen nederig. Met dit verschil dat ze nooit zullen buigen. Daarvoor zijn ze dan weer net iets te arrogant. Jazeker. Arrogant. Ook bergen kunnen dat zijn. Ze nemen sowieso alle menselijke vormen en karakters aan. Ze binden de mens aan de berg zogezegd. En sommige bergen zijn ware snelbinders. Dat komt door hun gigantische aantrekkingskracht. Hip.


Snelbinder (10): Nijpende inflatie (16-6-2026)

De prijzen rijzen de spuigaten uit. En niet alleen voor benzine en diesel. Ook de boodschappen zijn nauwelijks meer te betalen. Winkelwagens worden steeds vaker ingeruild voor winkelmandjes. Verkleinen is het devies. Geen maagband maar een winkelband doen we om. In alle sectoren is het armoede. Zelfs in de erotiek, of beter gezegd de seksindustrie. Ook daar reizen de prijzen de pan uit. Alsof ze een voorschot nemen op inflatie. Bepaald geen futiliteit voor de hardnekkige bezoekers. De bezoektijden lopen dan ook drassig terug. Geen uren plezier meer maar halfuurtjes. Gelukkig werkt de industrie mee. Puur voor het genot. De snelbinder heeft zijn intrede gedaan. Niks niet traag meer knopen aanleggen, nee hoor, snel binden en wegwezen. Klaar is Kees.


Snelbinder (11): Carnaval (19-6-2026)  [Weekwinnaar week 25]

Op deze gloeiendhete zomerdag een fris onderwerp. En tevens een oproep. Een vacature die moet ingevuld. Een beetje voor de fanfare uit, maar hee, ook van levensbelang. Althans voor diegenen die wat komen gaat jaarlijks vieren, onder de rivieren en sporadisch ook daarboven: Carnaval.
Zo dadelijk loopt de temperatuur weer op tot 34 graden Celsius. Ik denk dan aan Carnaval, de lente in aankomst, de kou maar ook het aangename lage zonnetje. Heerlijk fris. Maar nu ter zake. Er staan sinds kort veel vacatures open voor een nieuw beroep. Een oproep voor diegenen die zich geroepen voelen. Snelbinder heet de nieuwe baan. De snelbinder voorkomt grote gaten in de optocht. Een creatieve baan. Hij/zij mag zelf bedenken hoe. Een prachtbaan.


Snelbinder (12): Paniek (20-6-2026)

De snelbinder laat verstek. Blinde paniek. Hoe krijg ik de boodschap nu thuis? De led-tv past precies op de bagagedrager. Alleen mijn snelbinder geeft niet mee. De elastiek is eruit. Wat nu? Eureka. Een idee rijdt spontaan voorbij. Een Picnic. Kapen denk ik dan. Of heel snel een bestelling plaatsen. Nee, gewoon meenemen. Jeugdherinnering aan SRV. Ik gooi mijn fiets met gevaar voor leven voor de nieuwe led-tv voor de Pinic. Die gaat vol op de rem en schudt links en rechts op en neer alsof het twee billen zijn. Ik spreek de chauffeuse aan. Een jonge griet van pakweg 18. Een netje sinaasappels graag en inclusief deze led-tv gratis thuisbezorgen bij de Vries, Kerkdoorn 12, Heupen. Ze geeft gas.

21-09-2015

Het meisje met de blauwe pet (5)

Mijn geduld werd uiteindelijk beloond. Vanuit Gouda reed de trein naar Schoonhoven en daar zat ze weer. Betsy. Mijn Betsy. Aan het raam en ze keek me aan, doordringend, vol verlangen. Dat is wat ik zag. Ze zwaaide en draaide haar gezicht naar me toe vanaf het moment dat de trein aan mijn gezichtsveld voorbij vloog. Was dit nu toeval? Of een moment van waarheid, van ware aard en ware liefde. De coup de foudre sloeg weer in. Maar nu anders. Beduidender. Dit was een moment om vast te houden. Een moment dat om actie vroeg. En weer legde Betsy haar hand tegen haar oor. Ik moest bellen. Maar hoe? Ik had immers geen telefoon. Een ding was zeker. Ik moest zo snel mogelijk telefoon regelen.

Verheugd reed ik terug naar huis. Ik had haar weer gezien. Het was mooi weer. De zon scheen. In mijn hoofd gingen de radertjes te keer. Ik probeerde mijn aandacht bij het fietsen te houden want mijn hart leek het even niet te houden. Waarom wordt het hoofd en hart toch zo beroerd bij het aanzien van een mooie deerne? Betsy had geen blauwe pet meer op. Bij mij zat de pet des te hoger. Het blauwe overgooiertje dat ze aan had stond haar echter ook schattig. Dat had ik in de gauwigheid wel gespot. Mijn gedachte maakte overuren. Ik probeerde het aantal omwentelingen van mijn voorwiel te tellen. Een welkome afleiding die ik niet lang volhield. Het ventiel flitste te vaak voorbij en ik raakte al snel de tel kwijt.

Ik keek op mijn horloge. Het was vroeg in de middag. Mijn besluit om naar huis te fietsen had ik geparkeerd. Ik moest en ik zou nu telefoon regelen. Waar zou ik toch kunnen bellen? Ik besloot niet naar huis te fietsen maar naar Schoonhoven. Misschien stapte Betsy daar wel uit. Het telefoonnummer dat ze mij gegeven had kwam ook uit Schoonhoven. Ik trapte nu flink door. In de verte zag ik al het klooster Sint Michiel liggen. Ik naderde dus spoedig station den Hem. Dan was Schoonhoven niet ver meer weg. Wacht eens even. Maar dat was natuurlijk een goed idee. Het klooster Sint Michiel, dat beschikte vast over een telefoon. De Franciscaner moesten toch af en toe ook bestellingen doen. En deze orde kende de zwijgplicht. Een ideale plek dus om liefdesbanden stiekem aan te gaan.

Met het idee vers in mijn hoofd gaf ik de pedalen nog meer kracht. Totdat ik bijna van mijn fiets viel. Niet omdat er iets op de weg lag waar mijn fiets over struikelde. Nee, omdat ik zelf plots in de handrem kneep. Van verbazing en schrik. Daar stond namelijk vlak voor station den Hem de trein stil, bevroren in het landschap. De trein met Betsy. Snel zocht ik de coupé op waar Betsy moest zitten. Waarom stond de trein überhaupt stil, zo vlak voor het station? De mensen in de trein zaten wat beduusd uit de raam te staren. Zo ook Betsy. Totdat ik in haar gezichtsveld stond.

Liefdesvonken sprongen over. Tegenover Betsy zat een oude man met een kaal hoofd en een blauw grijs gestreepte trui. Hij keek Betsy en mij afwisselend aan. Waarom ik dat zag is mij een raadsel. Misschien wilde ik alles wat zich in de omgeving van mijn Betsy bevond in mijn hoofd opnemen. Waakzaam vastleggen, als een grote geheugenfoto. Het was hoe dan ook een vreemde situatie. Voor iedereen. De man eiste plots de aandacht op van Betsy. Wie was die man? Hij was voorover gebogen en had de hand op haar schouder gelegd. Kende hij Betsy? Ze schrok en wilde het raampje van haar treincoupé opendraaien. Maar de man tegenover haar belette dat. Wat wilde Betsy mij vertellen? Bramenstruiken tussen het spoor en het fietspad belette mij om naar de trein te lopen. Deze situatie vroeg om actie. Maar welke?

01-11-2013

Stampij in de maatschappij

De maatschappij daar draait het allemaal om. Wie er geen deel van uit wil maken is een egoïst. Een loner. Niet te letterlijk nemen dat laatste woord. Voor hetzelfde geld is het een dagloner die drie dagen in de week werkt. Waarmee hij eigenlijk een parttimer is. Hoeveel dagen in de week moet je werken om deel uit te maken van een maatschappij? Wie neemt wie daarover eigenlijk de maat?

Een verschrikkelijk woord als je het ontleedt, maatschappij. Ik kan er behoorlijk van in de war raken. Maatschappijen. Zijn dat nu pijen van een maatschap? Of zijn het pijen van maten die ergens liggen op een schap? Ik wil het niet weten. Bij het woord pij alleen al kruipt een allergie langs mijn ruggengraat. De enige plek waar het woord pij tot zijn recht komt is in stampij. Fier rechtop. De stam in de pij. Maar ik moet nu ook niet gaan overdrijven.

Ik kan natuurlijk kleinburgerlijk in religie blijven hangen. Pij roept immers die associatie het eerste bij mij op. Maar dan ga ik wel voorbij aan de geschiedenis die geschreven is in pijen. In maatschappijen met veel stampij. Juist ja, in kloosters, de universiteiten van de Middeleeuwen. Oké, ik geef het onmiddellijk toe. Ook in de Middeleeuwen stond de stam wel eens rechtop in de pij. Zowel overdrachtelijk als zinnelijk. Je danste naar iemands pijen, of was het nu pijpen?

Zo schrijf je geschiedenis en zo schrijf je een column. Over maatschappijen. Pijen die een maatschap verhullen. Een maatschap van noeste schrijvers. Kalligrafen, vederschrijvers, pennenlikkers, coloranten, inktdopers, noem maar op. Hulde aan dit gilde dat voor het eerst in beeldend schrijven de historie optekende. Een maatschappij vorm gaf. Maar niet vooraleer de pij in de juiste maat van het schap was gegrist. Voor iedere dag een andere pij. Het vege lijf schoon verhuld en voor de duivel gered. Op zon- en maandagen en op alle andere dagen van de week .

In de Middeleeuwen ontblootte zich een harde maatschappij. Daar kunnen we heden ten dage nog een puntje aan zuigen. Maar pas op. Neem dat zuigen niet te letterlijk. Religie kan een zuigende werking hebben. En als het zuigen bevalt laat je niet snel los. Vroeg of laat krijg je dan weer stampij. Dit keer met jezelf. Want hoever wil je gaan in het zuigen? Het zuigen van de stam in de pij brengt de hele maatschap in rep en roer. En ja. Dan moeten we in conclaaf. Met elkaar. Niet alleen. Maar in stiekeme verbondenheid. Uitzuigen die stampij.

Geschreven als Vaste Columnist van ColumnX (01-09-2013 tot en met 31-08-2014)