Een bijzondere ontmoeting / Verkeer / 07-11-2016
Chef stuurt me op pad zonder opdracht. Hij is me even beu en geeft me de ruimte. Doe maar even wat voor jezelf. Dat is aan mij goed besteed. Ik duik in mijn TARDIS en reis af. Geblinddoekt geef ik mijn reismachine de sporen. We landen samen in een bos. Je weet wel zo'n natuurgebied met bomen en struiken. Groen, heel groen.
In het bos stuit ik op een vreemde man. Hij stelt zich voor als Catweazle. Ik vind het maar een vreemde Harrie. Hij is vergezeld van een raar beest. Het beest lijkt nog het meest op een pad, een vreemde pad. Hij slentert en trekt met zijn linker achterpoot. Hij heet Raakhout.
'Hoe zijn jullie hier in dit bos beland', vraag ik geïnteresseerd.
'Hier in het bos van Nummer Een?'
'O, heet dat zo, Nummer Een?'
'Ja.'
'Ja.'
'Nou gewoon, uit een pen ontsproten.'
'Uit en pen ontsproten?'
'Ja, aan tafel bij Mien?'
'Bij Mien?'
'Ja, bij Mien.'
'Maar ... maar ... die ken ik!'
'Mien, mijn Mien! ... Is dat dan dezelfde?'
'Hoe ziet ie eruit, kun je jouw Mien eens beschrijven?'
'Tja, dat kan. Hij ziet er heel gewoon uit hoor.'
'Hij! ... is jouw Mien een hij!'
'Ja.'
'Nou dan hebben we het over dezelfde, kan haast niet anders!'
'Creatief en vriendelijk?'
'Creatief en vriendelijk.'
'Gastvrij en aardig?'
'Gastvrij en aardig.'
'Zonder snor en baard?'
'Zonder snor en baard.'
'En ben jij dan ook uit een pen ontsproten?'
'Ja.'
'Die van Mien?'
'Nee, niet uit de pen van Mien.'
'Uit die van Harrie dan, net als ik?'
'Ja! Jij kent Harrie ook?'
'Yep, een goede vriend van Mien.'
'Ik ontspruit altijd op de oneven doordeweekse dagen, uit Harrie's pen.'
'Dat is toevallig. Ik altijd op even dagen.'
'Wat een toeval inderdaad.'
'Hoe heet jij eigenlijk?'
'Who, doctor Who.'
'Oh, ben jij een doctor dan?'
'Nou ja, doctor, zo noemt mijn chef me, ik ben niet echt een doctor.'
'Mooie sjaal heb je, kleurrijk, zelf gemaakt?'
'Eh ... Dank je. Nee. Ik ben niet zo handig. Wel slim.'
'Ja, zo zie je er wel uit. Slim. En in de war. Net als ik. Ha, ha.'
'Ja, dat had ik al gezien aan je kleren. Draag jij altijd een zak?'
'Ja.'
'Achterstevoren?'
'Oeps, foutje!'
Raakhout laat een zucht.
'Jouw vriend is moe?'
'Dat heeft ie altijd, na een paar minuten vindt ie iedere conversatie en nieuwe ontmoeting saai.'
'Zo snel al?'
'Zo snel al.'
'Lastig lijkt me dat.'
'Zeker. Raakhout is bepaald niet een spraakzaam wezen.'
'Ach stille wateren hebben diepe gronden, toch?'
Raakhout laat nu een harde boer.
'Raakhout, doe es effe normaal!'
De boer stinkt vreselijk. Hij laat er nog een.
'Poeh ... Wat een luchtje. Ik houd het voor gezien.'
'Prettig kennis gemaakt te hebben.'
'Prettige kennismaking inderdaad.'
'Tot ziens!'
'Tot ziens!'
Krijg nu tieten. Dat had ik nu nooit gedacht. Samen uit de pen ontsproten aan tafel bij Mien, uit de pen van good old Harrie. Het moet niet gekker worden. Wel een toffe gozer die Catweazle. Maar die Raakhout? Wat een verschrikkelijk stinkdier, die pad. Ik duim weer in mijn TARDIS en keer terug naar de Andere Kant. Deze bijzondere ontmoeting moet nog eventjes zakken.
Groot onderzoek / Verkeer / 23-11-2016
Ik krijg een nieuwe opdracht door van mijn chef aan de Andere Kant. Ik haast me met mijn TARDIS naar de uiterste hoek van Galactica 007 en meld me op kantoor. Of ik een groot onderzoek wil doen op moeder Aarde. Het schijnt dat een aantal websites niet meer zo goed lopen. Of ik als techneut en onderzoeker het euvel in kaart wil brengen en met oplossingen wil komen? Zo'n brede onderzoeksvraag heb ik lang niet meer gehad. Ik vraag hoelang ik erover mag doen. Totdat het klaar is. Nou dat zijn de fijnste antwoorden om te horen. Hopelijk kan ik de vrijheid aan.
Ik weet wel een leuke plek op moeder Aarde om mijn onderzoek te starten. Het heet Silicon Valley en ligt in een land waar een zekere Trump vanaf januari de scepter zwaait als president. Een groot land maar zeer verdeeld. Het kan ook nog zijn dat een vrouw het van hem gaat overnemen. Als alle stembiljetten zijn geteld en als de computer het goed gedaan heeft. Ik zit dus vlak bij de haard.
De enige manier om mijn onderzoek goed te kunnen doen is het internet even tijdelijk plat leggen. Ik moet immers een ijkpunt hebben, nietwaar? Het lukt me om een betrouwbaar en geschikt persoon te vinden die mij daarbij helpt. Een echte hacker. Alleen het internet platleggen dat lukt zelfs mij niet, hoe graag ik het nu even zou willen. Daar heb ik dus echt hulp bij nodig. Als uiteindelijk de boel plat ligt word ik op mijn zorgvuldig geheim gehouden locatie platgebeld. Hoezo op locatie, heb ik dan geen mobiele telefoon? Jawel, maar die gebruik ik alleen in noodgevallen. Ik neem de hoorn op van de bakelieten telefoon die aan de muur hangt. De chef van de Andere Kant. Hoever ik al ben? Hoezo? Hij heeft ook last van de internetstoring. Van moeder Aarde? Hoe is het mogelijk. Ik stop de stekker er snel weer in. Boem.
Mijn ingehuurde hacker ligt helemaal dubbel van het lachen. De stroomvoorziening van de servers zijn allemaal opgeblazen. De rook komt uit alle uitgangen. Ik maak dat ik wegkom. Dit wil ik niet op mijn geweten hebben. Waar rook is is vuur. De hacker rent met me mee. Hij neemt me even apart en fluistert mij iets interessants in de oren.Terwijl hij bezig was de code te kraken van de hoofdserver zag hij op de schermen interessante informatie voorbijkomen, gerelateerd aan mijn onderzoek. Gerelateerd aan mijn onderzoek? Hoe weet hij hiervan?
De terugloop van websites is volgens te hacker te wijten aan magere input. Magere input? Van wie? Nou van de leden die betrokken zijn bij de websites. Ik snap er niets van. Moet je dan lid zijn van websites? De hacker kijkt me weird aan. Natuurlijk moet je lid zijn van websites, anders kun je toch geen onderzoek doen. Ach, zit dat zo. Weer wat geleerd. Ik maak gebruiksnamen en wachtwoorden aan. Dat schijnt te moeten. Allemaal verschillende. Ik schrijf ze op een briefje en verstop het in mijn TARDIS. Nee, ik schrijf niet waar.
De hacker vertelt me nog iets interessants. Vooral websites waar leden vrijelijk hun verhaal kunnen doen schijnen terug te lopen in nieuwe klandizie, kwantiteit en kwaliteit. De grafieken die op mijn vraag door alle beeldschermen suizen tonen cijfers van de afgelopen tien jaar en van vijftig landen wereldwijd. Een piek zit er in Nederland. Daar wordt het meest geschreven. Ah. Dan nemen we die cijfers als uitgangspunt. Dan valt het onderzoek in ieder geval nooit tegen. Mijn chef aan de Andere Kant zit niet te wachten op slecht nieuws.
Ik krijg hem weer aan de telefoon. Hoever ik ben en of ik al weet dat het internet het weer doet, intergalacticaal. Yep, dat weet ik en stel hem gerust, mijn onderzoek is bijna afgerond. De generatie schrijvers op websites schijnt evenredig op te lopen met de houdbaarheidsdatum. Verjongen is het adagio. Verjongen? Hoe jong moeten we gaan? Vijf jaar, zes jaar? Ze hebben allemaal al iets te vertellen. In korte bewoordingen. Dat schijnt hip en gangbaar te zijn. In niet te volgen nieuwe taal.
Ik rapporteer aan de chef aan de Andere Kant. KINDERPORNO, schrijf ik in grote kapitalen. Het hele internet lijkt wel KINDERPORNO. In weinig woorden. Met de grootste kinderen voorop. Volwassenen en ouderen. Jonge ouderen. Die zijn het fanatiekst. Die moeten aangeboord. Opnieuw ja. Een gat in de markt dat nog niet ontdekt, gevuld en sociaal mediaal bestraald is. Aanboren adviseer ik. Ja, wereldwijd chef, aardewijd. Van Silicon Valley tot Kam Jat ka tot Bij Jing tot Ma Da Gas Kar tot Constant I No Pel en weet ik waar ... allemaal moeilijke namen met evenzo moeilijke websites. Ja, chef de stekker zit er weer in. Missie en onderzoek volbracht. Even doorpakken en de klad is er weer uit.
Bijltjesdag / Verkeer / 30-11-2016
Wind, storm, regen sneeuw en hagel, ik trotseer het allemaal. Ben er goed op gekleed ook. Met dank aan waarschuwingen van mijn chef aan de Andere Kant. De TARDIS parkeer ik tussen de bomen en bedek hem met takken. Veel takken, want er zitten geen blaadjes meer aan. Hooguit wat naalden. Het is winter op moeder Aarde.
Met grote voorzichtigheid ga ik op pad. Er schijnen in deze tijd van het jaar nogal wat moorden plaats te vinden. En als ik ergens een hekel aan heb dan zijn het onverwachte stiekeme moorden. Kijk dan het slachtoffer recht in het gezicht en sla dan toe. Dan pas en je een held. Dat geldt ook voor het slachtoffer. Hij zal daarna vreedzaam en gerust neerstorten op aarde.
Ik ga af op het geluid. Ze zijn op dit moment met veel daders. Ik hoor het aan het geluid. Onder luid gekreun en gepiep vallen de slachtoffers in bosjes neer. De daders schreeuwen het uit en moedigen elkaar voortdurend aan. "Daar, die daar, dat is een vette. Dat is de jouwe Henk." Vervolgens haalt Henk zijn bijl tevoorschijn. Ontdoet hem van zijn muilkorf en gooit hem krachtig met een flinke zwaai omhoog boven zijn hoofd. Onder luid gekrijs laat hij de aks net boven de knie van de dennenboom landen. Die prikt venijnig. De boom laat geen krimp. Nog niet. Met wat onhandig gewroet trekt Henk de aks los uit de bovenknie. Hij heeft het hakken nog niet echt onder de knie. Henk legt opnieuw aan en hakt de aks pakweg vijftien centimeter boven de eerste wond. "Nondeju!", roept de boom. "Kun je niet wat beter mikken? Het gaat zo een eeuwigheid duren! Zal je baas niet leuk vinden. En ik ook niet. Het tocht in mijn lijf."
Na een uur verder hakken en wroeten stort de dennenboom ter aarde. Wreed, vind ik het. Kan dat moorden niet wat vriendelijker? Aan een man met een uiterlijk van een wilde holbewoner die zes weken geen licht heeft gezien vraag ik wat er met de bomen gaat gebeuren? "Die komen in een vaas, bij mensen thuis, vinden ze gezellig. Ze krijgen ballen, slingers, engelenhaar, snoepjes en verlichting in hun takken en hijgende kindergezichtjes voor hun neus. Heel, heel soms worden ze ook stiekem onder gezeken door hondjes met een volle blaas. Bah, denk ik. Wat een einde voor die bomen. Tenminste, ik neem aan dat ze niet meer levend de kamer uitkomen. Ze kwamen immers al op sterven na dood binnen.
Mijn eerste kennismaking met bijltjesdag is niet voor herhaling vatbaar. Het zijn oorlogen die ieder jaar opnieuw gevoerd worden. Niet echt mijn ding. Maar ja. Mijn chef aan de Andere Kant vond toch dat ik er eens kennis mee moest maken. Met deze vreemde cultuur. Barbaars vind ik hem. De cultuur dan. Dan toch liever Sinterklaas. Veel boomvriendelijker.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Posts tonen met het label andere kant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label andere kant. Alle posts tonen
30-11-2016
30-09-2016
Columns van Harrie (September 2016)
Rouw / Gein & Ongein / 13-09-2016
Van de dingen die voorbij gaan. Een zin en een deuntje tegelijk. Ze vergezellen me al dagen. Ik snap er helemaal niets van. Waar komt het vandaan? Raakhout kan me ook niet volgen, ik merk het aan zijn loopje. Hij slentert net als ik. Zijn rechterpoot blijft zo nu en dan hangen en sleept zelfs over de grond. Dat is toch wel merkwaardig imitatiegedrag en ik roep Raakhout dan ook tot de orde. Is ie helemaal gek geworden? Hij heeft al zulke kwetsbare pootjes. Hij kijkt me nu meewarig aan met zijn logge paddenogen. Niet doen. Dat werkt op mijn gemoed. En plots weet ik wat mijn gemoed triggert.
Ik laat een traan. Eentje die onzichtbaar moet blijven. Kan ik hem nog inslikken? Te laat. Samen lopen Raakhout en ik verder. Ik begin steeds harder te snikken en weet dat ik het bankje midden in het bos niet ga halen. Ik plof neer in kleermakerszit onder een eik en Raakhout springt op mijn linker dijbeen. Hij laat een diepe zucht en ik zucht mee. Het is alweer elf jaar geleden, nietwaar? Dat onze dierbare overleed. Raakhout knikt. Beiden weten we niet goed wat we er mee moeten. Zoals het toentertijd overviel, overvalt het ons opnieuw. En even dierbaar. Wat een rot woord dierbaar. Het klinkt naar gestorven dier. En dat is het laatste waar ik nu aan wil denken.
We blijven bijna een uur onder de eik in stilte zitten. Het graf is te ver weg om te bezoeken. Dus doen we het hier. In gedachten. Gedeelde gedachten. Griss mich nich. Dat het toch zo ineens weer pakt. Ik besluit er nog langer bij stil te staan. We kunnen natuurlijk ook hier een bloempje neerleggen. Symbolisch in mijn bos. Om te gedenken. Maar het moet dan wel een gekke bloem zijn. Dat past het beste bij de lengte van de datum en gedachte. Raakhout stemt met me in. We gaan op zoek naar de gekste bloem.
Zoveel bloeit er niet meer. Ondanks de hete nazomer lijkt de herfst toch al zijn werk te doen. Of zijn de bloemen en blaadjes reeds bezweken onder de grote hitte. Bij gebrek aan water. Gestorven uit dorst. Dat kan niet en dat mag niet. We komen wat verwelkte narcissen tegen, totdat ons oog valt op wat kleine boshyacinten. Dat kan en past wel. We plukken er wat van de grond en schikken ze onder een mooie treurwilg in een klein hart. Ter na-, tussen- en voorgedachtenis. We willen ons immers niet begrenzen, beperken in onze gedachtenissen. Iedere gedachte is welkom. Van harte dan maar weer.
Botsauto (1) / Verkeer / 19-09-2016
Je kunt maar op twee manieren botsen in verkeer. Frontaal of zijdelings. Het is en blijft een rare bezigheid. Autorijden. Maar de chef van de Andere Kant heeft het me opgedragen. Ik heb dus geen keus. Ik breek mijn hoofd over al de theorie-examens die ik van mijn chef gekregen heb. De praktijk volgt de theorie. Maar als ik rij zoals me wordt opgedragen op pagina vijftien en zestien, nou dan kan heel Nederland en daarmee ook de rest van de wereld opnieuw op rijexamen. Wat een bagger en incongruentie. Iedereen lapt de regels aan zijn laars live. Want er is a) geen touw aan vast te knopen en b) de hoeveelheid regels is zo enorm dat ze onmogelijk te vatten zijn in een brein. Laat staan in meerdere breinen. Niemand zou meer durven rijden op moeder Aarde, en ik kan het weten. Ik heb het al meegemaakt. Maar hoe krijg ik het de aardlingen aan hun hoofd gepraat. Of beter gezegd uit hun hoofd gepraat.
En toch laat ik je los, roept de chef naar mij. Ga maar eerst eens deelnemen buiten de spits in een rustige provincie. Ik kies voor Drente. De naam alleen al spreekt me aan. Het klinkt als drentelen. Mijn TARDIS heb ik wielen aangebonden. Het vereist wel wat stuurmanskunst. Horizontaal je verplaatsen op pakweg een vierkante meter op kleine zwenkwieltjes, dat vraagt veel moed en evenwichtskunst. Maar het moet gezegd ik rijd wel zonder zijwieltjes door straten en bospaden van een prachtig Drents landschap. De paarden die ik passeer schrikken er van. Ze zijn niet ingesteld op rijdende telefooncellen.
De vraag bij omstanders die ik onderweg ontmoet rijst meteen. Van welke gevaarlijke cel komt dat maffe voertuig. Het hele land en volk staat op scherp en reageert zeer argwanend op vreemde situaties. Iets wat ik amper herken van de vorige keren dat ik planeet Aarde bezocht. Een en al chaos en paniek lijkt er te heersen. En dat ook nog eens op mijn meest vertrouwde stekkies. Het schijnt te maken te hebben met een staat van zijn. Of moet ik zeggen, zijn van staat? Terreurdreigingen en alarmfases, code geel, oranje, rood. Zijn ze gek geworden op de Aarde? Herkent niemand meer zijn vriend en vijand? Niet meer in staat onderscheid te maken? Wat eens je vriend is wordt plots je vijand? Kan dat? In een democratie kan alles. De grootste schurken meten zich met de op een na grootste schurken. Drie maal raden wie zal winnen? Welke opperschurk? De moedigste, de slimste, de gemeenste, degene die over lijken gaat? Of degene die verbindt, liefde en warmte brengt, die instaat voor basisbehoeften en die ondersteuning biedt bij al hetgeen dat daar verder uit voort kan bloeien? Liefde overwint altijd.
Genoeg tijd al verloren. Ik sluit me aan bij team love not war. Haal snel mijn rijbewijs en rapporteer aan de chef van de Andere Kant. Missie geslaagd. Aarde overleeft met dank aan positieve invloeden van buitenaf. Intern globaal liggen alle oplossingen al voorhanden, alleen moeten ze nog gezien en aangeboord worden. Ik stel voor om nog drie weken op lokatie te blijven voor nader onderzoek. Er liggen nog voldoende kansen voor verbetering. De chef vindt het oké en ik check in bij het Hilton van Arnemuiden, een prima plek om mijn onderzoek voort te zetten. Wordt vervolgd.
Botsauto (2) / Verkeer / 19-09-2016
Het is zover. In korte tijd heb ik het Aardse rijbewijs gehaald. Voor mij natuurlijk a piece of cake. Ik heb al zoveel vlieguren in de ruimte en heb daar reeds de meest bizarre tegenliggers en medechauffeurs ontmoet. Is de ruimt verkeerstechnisch nog niet zo helder ingericht, het vreemde is wel, dat iedereen zich er aan de geldende regels houdt. Zelfs de vreemdelingen en de debutanten van out of space. Bij het zweven, rijden, varen, zwemmen, drijven, of noem maar eender welke voortbewegingsvorm, het geldt voor allemaal, rechts heeft, krijgt en neemt voorrang. Desnoods met geweld, maar liever niet. Ergens moet een grens getrokken zijn.
Voor het eerst rijd ik zonder begeleiding en boardcontrol op afstand een aardse autorit. Mijn TARDIS heb ik tijdelijk ingeruild voor een Opel Astra. Die naam vond ik wel lekker klinken. Een Ford Orion of Mitsubishi Space Star hadden ook nog gekund, maar mijn chef zweerde bij Opel. Vanwege Duitse grondigheid. Ik nam het onmiddellijk aan. De Opel bracht me aanvankelijk veel plezier, maar niet lang. De zwarte drank die ik hem voerde kotste hij na verloop van tijd in horten en stoten uit. Er was ineens geen land meer met hem te bezeilen. Overstag gaan had ook geen enkele zin. Oploeven ook niet. Het waaide veel te hard. Windkracht 5 minimaal. En dat bij land. Er was geen houden meer aan.
De Opel Astra dreef haast onbestuurbaar over de natte snelweg. Ik had ooit oude filmpjes gezien van mijn chef, waarbij snelwegen in Europa en Amerika leken op kleine rivieren en waarbij auto's transformeerden in zwarte Bat-mobiles met sirene en opstaande vleugels op de achterkant. De snelheid waarmee deze mobiles door, water, lucht, en aarde kliefden was geniaal. Had ik maar zo'n auto, maar mooi niet. Ik moest het doen met Astra. Hopelijk waren de sterren me gunstig gezind. Zou een schietgebedje helpen de vijand te verslaan? En jawel hoor, mijn gebed leek gehoord. De hemel opende zich aan mij en een prachtige Bat-mobile anno 2016 daalde neer.
Een instructie hoefde ik niet te volgen, immers de auto dacht voor mij en voor zichzelf. Zolang het andere verkeer dat ook deed was er niets aan de hand. Maar helaas, de autoverkoop bevond zich al jaren in een impasse, de economie wilde maar niet aantrekken. Aldus was de zelfdenkende auto vooralsnog op de weg en in het verkeer in de minderheid. Nou dat heb ik helaas geweten. De zelfhandelende auto's namen telkens het voortouw, aangedreven en opgejut door hun al even fanatieke baasjes die hijgend op het stuur lagen met hun hoofd bijna tegen de voorruit aangedrukt. 'Aan de kant, aan de kant', riepen ze voortdurend met hun nek en wapperende arm door het raam van hun botsautootjes gestoken. Ik liet het maar begaan. Ik had immers voldoende tijd gekregen van mijn chef om alles grondig uit te zoeken. Maar dat elektronisch verkeer nog niet zo goed werkte, daar was ik inmiddels snel achter. Aldus rapporteerde ik naar mijn chef aan de Andere Kant. Ik mocht ook terugkeren naar de basis. Gelukkig maar. Ik was het goed beu op moeder Aarde. Wat een vervelend, ongeduldig en snel opgefokt volk woonde daar. Met name verkopers, weggebruikers en winkeliers hadden daar een handje van. Iets om snel af te leren.
Opkikkeren / Verkeer / 24-09-2016
Een noodsignaal ontvangen van moeder Aarde. Meer specifiek van kikkerland Nederland. De kikkerstand schijnt daar behoorlijk uit de hand te lopen. Ze worden er helemaal gek van, zoveel springen er momenteel in het rond. Opgeblazen kikkers en platte kikkers. Die laatsten worden platgereden door druk verkeer. Best wel sneu. Het stikt van de kikkerpoelen en weilanden in Nederland. Dat is vragen om problemen.
Het noodsignaal is, raar maar waar, afkomstig van de buren, de Belgen, ook wel reserve Limburgers genoemd. Kikkers zijn niet bepaald grensgebonden, echte spring in de velden zijn het. Maar de Belgen zitten niet op hen te wachten. Ze hebben hun handen en buik al vol van die ADHD-Ollanders, zo is mij gemeld. Ik spring dan ook snel in mijn TARDIS en ga op pad ... eh ... op kikker eigenlijk. De kikkers moeten opkikken, opkikkeren, opzouten, oprotten. Enfin weg. Want woeste Walen en Vlamingen die moeten ze niet hebben op moeder Aarde en zeker niet aan een Nederlandse grens.
Als ik arriveer liggen de kikkers vlak bij de grens in het groene gras lekker te zonnen. Van onrust of paniek is nergens sprake. Ik vraag aan de grootste kikker die ik zie, wie hier de leiding heeft. Mieke en Maja, die een stukje verder staan, schieten in de lach, twee stoere chicks, met dunne lange benen, de ene met stroblond haar en de andere rossig met twee vlechten, weten allang wat er nu gaat gebeuren. Loodjes worden er gelegd, zeker weten. Maar hoeveel? Dat is nog de vraag. De grote dikke kikker, met tevens de dikste muil wijst nu naar Kick. Nee, geen familie van Stokhuizen.
Kick dwingt respect af bij iedereen. Zo ook bij mij. Hij is stevig van postuur, maar niet overdreven. Mocht je hem in een donker steegje tegenkomen, dan hoef je er niet voor om te lopen. Integendeel. Hij beschikt over een hoge aaibaarheidsfactor en is behoorlijk kusbaar, zeker in het donker. Er zou best wel eens een prins in Kick kunnrn huizen. Mieke en Maja weten echter beter. Uit ervaring. Niks geen prins, maar kouwe kermis. In heldere bewoording legt Kick de situatie aan mij uit.
'Kijk, je hebt, mensen, kikkers, potloden, Belgen, Duitsers en Nederlanders. Die grenzen aan elkaar. Het is nu eenmaal niet anders. In omgekeerde volgorde. Ook dat is niet anders. Dat geeft dan Nederlandse mensen, Duitse kikkers en Belgische potloden. U begrijpt vast waar ik heen wil?'
Ik heb geen idee, maar luister naar Kick's vervolg.
'Mensen, potloden en kikkers, dat gaat niet goed samen. Zeker als het evenwicht verstoord raakt. Zo zijn de afgelopen weken grensoverschrijdende kikkers in Nederland terecht gekomen. Kijk daar zitten ze. U zult het niet geloven, maar ze hebben daar gerotzooid, ja u raadt het al, met de Ollanders. En zie hier het resultaat? Vermenigvuldiging. En nu willen ze met z'n allen weer terug het beloofde land in. Mijn land. Mijn Vlaanderen land. En dat kan ik niet toestaan.'
Ik begrijp het dilemma waar Kick voor staat. Maar Kick moet niet zo mouwen. Hij krijgt er prachtig mooie prinsen in wording bij. Oranjegezind. Topprinsen. Mits ze gekust worden uiteraard. Op de kikkermuil, op het hoofd mag ook. Maar dat laatste werkt lang niet zo goed. Ik breng de boodschap over. Voorzichtig en met tact. Ik weet dat Kick zo nu en dan explosief kan reageren. Waarom ik dat weet? Ach, kikkerkennis.
'Ik hoef die gereïncarneerde rotprinsen niet. Verwaande kwasten zijn en worden het. Ik heb hier in mijn eigen land al een paar van die charlatans zitten. Nee, ze komen er niet in. In mijn land. Mijn Vlaanderen land.'
'Ja, maar Kick, sluis ze dan even door naar Wallonië, probleem opgelost. Of naar Limburg, die wissen ja nichts. Ganz einfach.'
'Klaar!'
'Klaar!'
Aldus geschiede. Een herhalende geschiedenis, voor de zoveelste keer. Problemen op- en doorgeschoven. Ik stap weer in mijn TARDIS en reis terug naar de Andere Kant. Om te rapporteren aan mijn chef. 'Kikkers opgekikkerd, coast clear.'
Fel oranje gekleurde prinsen, Duits- en Limburgstalig, zullen in de late winter opstaan, voor en op de kar gespannen worden, opgaan in vroege lente feestgedruis. Grensoverschrijnend. Het zij zo.
Conventies / Verkeer / 27-09-2016
Vandaag een snoepreisje ontvangen van mij chef aan de Andere Kant. Ik mag het Galacticum heel even verlaten voor een ontspannen weekje vrij. En het leukst van al, ik mag mijn TARDIS meenemen. Gratis. Wat een goede baas heb ik toch. Omdat ik optimaal rendement wil halen uit mijn vakantie heb ik mijn zinnen gezet op Moeder Aarde. Mijn favoriete planeet in een immens zonnestelsel. Er wonen ook veel immensen op de Aarde zo heb ik me laten vertellen. Heb ze alleen nog niet ontmoet. Ze schijnen op dit moment vooral te wonen op het westelijk halfrond. Alsof er vierkante planeten bestaan. Maar dat laat im even in het midden voor de techneuten onder ons. Ook wel wetenschappers genoemd. Ja, ja, alfa en beta hoor. Voel u vooral niet te kort gedaan. Technisch alfa zijn de leukste. Zeker de mannetjes.
Eentje is er op dit moment zeer populair en in de actualiteit op het westelijk halfrond. In het noorden om precies te zijn. Het noorden kwijt, zoals altijd. Hij heet Donald Trump. Zo heb ik me laten vertellen. Schijnt zowel aan de voor- als onderkant een enorme trump te hebben. En eentje die het doet. Supergroot. Geen supertrooper maar een supertrumper. Daar scoort ie hoge ogen, neuzen en oren mee. Hij slaat ermee namelijk met dat ding. Het ding aan de voorkant (gezichthoogte, ook wel poolshoogte genoemd) en aan de onderkant (lieshoogte, in het midden). Het wordt hem niet in dank afgenomen. Uitgezonderd zijn volgers. Maar dat zijn alleen maar slappe lullen, met gouden ballen.
De beta vrouwtjes daarentegen kunnen er ook wat van. Zo hupt er op dit moment eentje rond met een glad getrokken kalkoennek. Hillary Clinton heet ze. Ze kakelt naar hartelust, ook als ze verkouden is of grieperig. Ze hoest als een oude vent, maar geen probleem. Ze staat haar mannetje. Moet ook wel als je het moet opnemen tegen een mastodont met hersenleak. En ja, ook zij huppelt rond op het westelijk halfrond ergens in het noorden. Sterker nog. Ze komen elkaar regelmatig tegen. Tijdens debatten die overal en nergens over gaan. Ze krijgen dan allebei dezelfde spreektijd om overal en nergens over te praten. Ze larderen hun teksten met cijfers en getallen. En ik zeg. Niet doen. Ze staan al genoeg voor paal. Eentje is dan ook nog eens onfatsoenlijk. Het is de hard sprekende en slecht horende net niet look-a-like president. Een belastingneuker en vrouwenhater. Hoewel hij diezelfde vrouwen wel in familiare feminiene vorm nodig heeft op het podium om zijn gigantische trump van boven en beneden koest en verborgen te houden. Die mogen niet groot in beeld en luidspreker komen. Liever niet.
Het vuurrode vrouwtje weet wel raad met dit soort potloodventers die de American Dream over de rug van papa's en mama's hebben veilig gesteld. Samen met haar grijze mannetje neemt ze applausjes, zegeningen, kushandjes en lofuitingen gelijk een vrouwelijke paus in ontvangst. Ze kussen nog net niet haar voeten. Alle lofuitingen, applausjes, zegeningen en kushandjes zijn uiteraard wederzijds. Ze is niet zuinig met dit gemeengoed. En sterker nog, het is gratis. Kost niets. Valt dat effe mee gezien de hoge kosten die het reclamecircus met zich meebrengt. Toveren uit de hoed. Dat doet ze veel beter dan de sigaren uit de doos van Donald. Ze zal toch niet ... Nee ... Nee!
Terug naar mijn vakantie. U ziet ik laat me graag rondleiden in het westelijk halfrond. Ik val met de neus in de boter. Hopelijk mag ik in november ook nog een weekje weg van de baas. Grote kans dat dan een van de twee aan tafel zit bij mijn chef aan de Andere Kant. Met Hillary of Donald. Gewoon om even serieus te babbelen over hoe nu verder met Moeder Aarde. Het is en blijft mijn stokpaardje. Eender wie erop rijdt. Een ezel of een olifant. Ze zijn sowieso inwisselbaar. En dat geldt ook voor de achterban. Ze maken het zichzelf wel erg makkelijk daar in het noorden van het westelijk halfrond. Een immer terugkerend referendum. Olifant of ezel? Ga er maar aan staan. Jippie Ja Jee.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Van de dingen die voorbij gaan. Een zin en een deuntje tegelijk. Ze vergezellen me al dagen. Ik snap er helemaal niets van. Waar komt het vandaan? Raakhout kan me ook niet volgen, ik merk het aan zijn loopje. Hij slentert net als ik. Zijn rechterpoot blijft zo nu en dan hangen en sleept zelfs over de grond. Dat is toch wel merkwaardig imitatiegedrag en ik roep Raakhout dan ook tot de orde. Is ie helemaal gek geworden? Hij heeft al zulke kwetsbare pootjes. Hij kijkt me nu meewarig aan met zijn logge paddenogen. Niet doen. Dat werkt op mijn gemoed. En plots weet ik wat mijn gemoed triggert.
Ik laat een traan. Eentje die onzichtbaar moet blijven. Kan ik hem nog inslikken? Te laat. Samen lopen Raakhout en ik verder. Ik begin steeds harder te snikken en weet dat ik het bankje midden in het bos niet ga halen. Ik plof neer in kleermakerszit onder een eik en Raakhout springt op mijn linker dijbeen. Hij laat een diepe zucht en ik zucht mee. Het is alweer elf jaar geleden, nietwaar? Dat onze dierbare overleed. Raakhout knikt. Beiden weten we niet goed wat we er mee moeten. Zoals het toentertijd overviel, overvalt het ons opnieuw. En even dierbaar. Wat een rot woord dierbaar. Het klinkt naar gestorven dier. En dat is het laatste waar ik nu aan wil denken.
We blijven bijna een uur onder de eik in stilte zitten. Het graf is te ver weg om te bezoeken. Dus doen we het hier. In gedachten. Gedeelde gedachten. Griss mich nich. Dat het toch zo ineens weer pakt. Ik besluit er nog langer bij stil te staan. We kunnen natuurlijk ook hier een bloempje neerleggen. Symbolisch in mijn bos. Om te gedenken. Maar het moet dan wel een gekke bloem zijn. Dat past het beste bij de lengte van de datum en gedachte. Raakhout stemt met me in. We gaan op zoek naar de gekste bloem.
Zoveel bloeit er niet meer. Ondanks de hete nazomer lijkt de herfst toch al zijn werk te doen. Of zijn de bloemen en blaadjes reeds bezweken onder de grote hitte. Bij gebrek aan water. Gestorven uit dorst. Dat kan niet en dat mag niet. We komen wat verwelkte narcissen tegen, totdat ons oog valt op wat kleine boshyacinten. Dat kan en past wel. We plukken er wat van de grond en schikken ze onder een mooie treurwilg in een klein hart. Ter na-, tussen- en voorgedachtenis. We willen ons immers niet begrenzen, beperken in onze gedachtenissen. Iedere gedachte is welkom. Van harte dan maar weer.
Botsauto (1) / Verkeer / 19-09-2016
Je kunt maar op twee manieren botsen in verkeer. Frontaal of zijdelings. Het is en blijft een rare bezigheid. Autorijden. Maar de chef van de Andere Kant heeft het me opgedragen. Ik heb dus geen keus. Ik breek mijn hoofd over al de theorie-examens die ik van mijn chef gekregen heb. De praktijk volgt de theorie. Maar als ik rij zoals me wordt opgedragen op pagina vijftien en zestien, nou dan kan heel Nederland en daarmee ook de rest van de wereld opnieuw op rijexamen. Wat een bagger en incongruentie. Iedereen lapt de regels aan zijn laars live. Want er is a) geen touw aan vast te knopen en b) de hoeveelheid regels is zo enorm dat ze onmogelijk te vatten zijn in een brein. Laat staan in meerdere breinen. Niemand zou meer durven rijden op moeder Aarde, en ik kan het weten. Ik heb het al meegemaakt. Maar hoe krijg ik het de aardlingen aan hun hoofd gepraat. Of beter gezegd uit hun hoofd gepraat.
En toch laat ik je los, roept de chef naar mij. Ga maar eerst eens deelnemen buiten de spits in een rustige provincie. Ik kies voor Drente. De naam alleen al spreekt me aan. Het klinkt als drentelen. Mijn TARDIS heb ik wielen aangebonden. Het vereist wel wat stuurmanskunst. Horizontaal je verplaatsen op pakweg een vierkante meter op kleine zwenkwieltjes, dat vraagt veel moed en evenwichtskunst. Maar het moet gezegd ik rijd wel zonder zijwieltjes door straten en bospaden van een prachtig Drents landschap. De paarden die ik passeer schrikken er van. Ze zijn niet ingesteld op rijdende telefooncellen.
De vraag bij omstanders die ik onderweg ontmoet rijst meteen. Van welke gevaarlijke cel komt dat maffe voertuig. Het hele land en volk staat op scherp en reageert zeer argwanend op vreemde situaties. Iets wat ik amper herken van de vorige keren dat ik planeet Aarde bezocht. Een en al chaos en paniek lijkt er te heersen. En dat ook nog eens op mijn meest vertrouwde stekkies. Het schijnt te maken te hebben met een staat van zijn. Of moet ik zeggen, zijn van staat? Terreurdreigingen en alarmfases, code geel, oranje, rood. Zijn ze gek geworden op de Aarde? Herkent niemand meer zijn vriend en vijand? Niet meer in staat onderscheid te maken? Wat eens je vriend is wordt plots je vijand? Kan dat? In een democratie kan alles. De grootste schurken meten zich met de op een na grootste schurken. Drie maal raden wie zal winnen? Welke opperschurk? De moedigste, de slimste, de gemeenste, degene die over lijken gaat? Of degene die verbindt, liefde en warmte brengt, die instaat voor basisbehoeften en die ondersteuning biedt bij al hetgeen dat daar verder uit voort kan bloeien? Liefde overwint altijd.
Genoeg tijd al verloren. Ik sluit me aan bij team love not war. Haal snel mijn rijbewijs en rapporteer aan de chef van de Andere Kant. Missie geslaagd. Aarde overleeft met dank aan positieve invloeden van buitenaf. Intern globaal liggen alle oplossingen al voorhanden, alleen moeten ze nog gezien en aangeboord worden. Ik stel voor om nog drie weken op lokatie te blijven voor nader onderzoek. Er liggen nog voldoende kansen voor verbetering. De chef vindt het oké en ik check in bij het Hilton van Arnemuiden, een prima plek om mijn onderzoek voort te zetten. Wordt vervolgd.
Botsauto (2) / Verkeer / 19-09-2016
Het is zover. In korte tijd heb ik het Aardse rijbewijs gehaald. Voor mij natuurlijk a piece of cake. Ik heb al zoveel vlieguren in de ruimte en heb daar reeds de meest bizarre tegenliggers en medechauffeurs ontmoet. Is de ruimt verkeerstechnisch nog niet zo helder ingericht, het vreemde is wel, dat iedereen zich er aan de geldende regels houdt. Zelfs de vreemdelingen en de debutanten van out of space. Bij het zweven, rijden, varen, zwemmen, drijven, of noem maar eender welke voortbewegingsvorm, het geldt voor allemaal, rechts heeft, krijgt en neemt voorrang. Desnoods met geweld, maar liever niet. Ergens moet een grens getrokken zijn.
Voor het eerst rijd ik zonder begeleiding en boardcontrol op afstand een aardse autorit. Mijn TARDIS heb ik tijdelijk ingeruild voor een Opel Astra. Die naam vond ik wel lekker klinken. Een Ford Orion of Mitsubishi Space Star hadden ook nog gekund, maar mijn chef zweerde bij Opel. Vanwege Duitse grondigheid. Ik nam het onmiddellijk aan. De Opel bracht me aanvankelijk veel plezier, maar niet lang. De zwarte drank die ik hem voerde kotste hij na verloop van tijd in horten en stoten uit. Er was ineens geen land meer met hem te bezeilen. Overstag gaan had ook geen enkele zin. Oploeven ook niet. Het waaide veel te hard. Windkracht 5 minimaal. En dat bij land. Er was geen houden meer aan.
De Opel Astra dreef haast onbestuurbaar over de natte snelweg. Ik had ooit oude filmpjes gezien van mijn chef, waarbij snelwegen in Europa en Amerika leken op kleine rivieren en waarbij auto's transformeerden in zwarte Bat-mobiles met sirene en opstaande vleugels op de achterkant. De snelheid waarmee deze mobiles door, water, lucht, en aarde kliefden was geniaal. Had ik maar zo'n auto, maar mooi niet. Ik moest het doen met Astra. Hopelijk waren de sterren me gunstig gezind. Zou een schietgebedje helpen de vijand te verslaan? En jawel hoor, mijn gebed leek gehoord. De hemel opende zich aan mij en een prachtige Bat-mobile anno 2016 daalde neer.
Een instructie hoefde ik niet te volgen, immers de auto dacht voor mij en voor zichzelf. Zolang het andere verkeer dat ook deed was er niets aan de hand. Maar helaas, de autoverkoop bevond zich al jaren in een impasse, de economie wilde maar niet aantrekken. Aldus was de zelfdenkende auto vooralsnog op de weg en in het verkeer in de minderheid. Nou dat heb ik helaas geweten. De zelfhandelende auto's namen telkens het voortouw, aangedreven en opgejut door hun al even fanatieke baasjes die hijgend op het stuur lagen met hun hoofd bijna tegen de voorruit aangedrukt. 'Aan de kant, aan de kant', riepen ze voortdurend met hun nek en wapperende arm door het raam van hun botsautootjes gestoken. Ik liet het maar begaan. Ik had immers voldoende tijd gekregen van mijn chef om alles grondig uit te zoeken. Maar dat elektronisch verkeer nog niet zo goed werkte, daar was ik inmiddels snel achter. Aldus rapporteerde ik naar mijn chef aan de Andere Kant. Ik mocht ook terugkeren naar de basis. Gelukkig maar. Ik was het goed beu op moeder Aarde. Wat een vervelend, ongeduldig en snel opgefokt volk woonde daar. Met name verkopers, weggebruikers en winkeliers hadden daar een handje van. Iets om snel af te leren.
Opkikkeren / Verkeer / 24-09-2016
Een noodsignaal ontvangen van moeder Aarde. Meer specifiek van kikkerland Nederland. De kikkerstand schijnt daar behoorlijk uit de hand te lopen. Ze worden er helemaal gek van, zoveel springen er momenteel in het rond. Opgeblazen kikkers en platte kikkers. Die laatsten worden platgereden door druk verkeer. Best wel sneu. Het stikt van de kikkerpoelen en weilanden in Nederland. Dat is vragen om problemen.
Het noodsignaal is, raar maar waar, afkomstig van de buren, de Belgen, ook wel reserve Limburgers genoemd. Kikkers zijn niet bepaald grensgebonden, echte spring in de velden zijn het. Maar de Belgen zitten niet op hen te wachten. Ze hebben hun handen en buik al vol van die ADHD-Ollanders, zo is mij gemeld. Ik spring dan ook snel in mijn TARDIS en ga op pad ... eh ... op kikker eigenlijk. De kikkers moeten opkikken, opkikkeren, opzouten, oprotten. Enfin weg. Want woeste Walen en Vlamingen die moeten ze niet hebben op moeder Aarde en zeker niet aan een Nederlandse grens.
Als ik arriveer liggen de kikkers vlak bij de grens in het groene gras lekker te zonnen. Van onrust of paniek is nergens sprake. Ik vraag aan de grootste kikker die ik zie, wie hier de leiding heeft. Mieke en Maja, die een stukje verder staan, schieten in de lach, twee stoere chicks, met dunne lange benen, de ene met stroblond haar en de andere rossig met twee vlechten, weten allang wat er nu gaat gebeuren. Loodjes worden er gelegd, zeker weten. Maar hoeveel? Dat is nog de vraag. De grote dikke kikker, met tevens de dikste muil wijst nu naar Kick. Nee, geen familie van Stokhuizen.
Kick dwingt respect af bij iedereen. Zo ook bij mij. Hij is stevig van postuur, maar niet overdreven. Mocht je hem in een donker steegje tegenkomen, dan hoef je er niet voor om te lopen. Integendeel. Hij beschikt over een hoge aaibaarheidsfactor en is behoorlijk kusbaar, zeker in het donker. Er zou best wel eens een prins in Kick kunnrn huizen. Mieke en Maja weten echter beter. Uit ervaring. Niks geen prins, maar kouwe kermis. In heldere bewoording legt Kick de situatie aan mij uit.
'Kijk, je hebt, mensen, kikkers, potloden, Belgen, Duitsers en Nederlanders. Die grenzen aan elkaar. Het is nu eenmaal niet anders. In omgekeerde volgorde. Ook dat is niet anders. Dat geeft dan Nederlandse mensen, Duitse kikkers en Belgische potloden. U begrijpt vast waar ik heen wil?'
Ik heb geen idee, maar luister naar Kick's vervolg.
'Mensen, potloden en kikkers, dat gaat niet goed samen. Zeker als het evenwicht verstoord raakt. Zo zijn de afgelopen weken grensoverschrijdende kikkers in Nederland terecht gekomen. Kijk daar zitten ze. U zult het niet geloven, maar ze hebben daar gerotzooid, ja u raadt het al, met de Ollanders. En zie hier het resultaat? Vermenigvuldiging. En nu willen ze met z'n allen weer terug het beloofde land in. Mijn land. Mijn Vlaanderen land. En dat kan ik niet toestaan.'
Ik begrijp het dilemma waar Kick voor staat. Maar Kick moet niet zo mouwen. Hij krijgt er prachtig mooie prinsen in wording bij. Oranjegezind. Topprinsen. Mits ze gekust worden uiteraard. Op de kikkermuil, op het hoofd mag ook. Maar dat laatste werkt lang niet zo goed. Ik breng de boodschap over. Voorzichtig en met tact. Ik weet dat Kick zo nu en dan explosief kan reageren. Waarom ik dat weet? Ach, kikkerkennis.
'Ik hoef die gereïncarneerde rotprinsen niet. Verwaande kwasten zijn en worden het. Ik heb hier in mijn eigen land al een paar van die charlatans zitten. Nee, ze komen er niet in. In mijn land. Mijn Vlaanderen land.'
'Ja, maar Kick, sluis ze dan even door naar Wallonië, probleem opgelost. Of naar Limburg, die wissen ja nichts. Ganz einfach.'
'Klaar!'
'Klaar!'
Aldus geschiede. Een herhalende geschiedenis, voor de zoveelste keer. Problemen op- en doorgeschoven. Ik stap weer in mijn TARDIS en reis terug naar de Andere Kant. Om te rapporteren aan mijn chef. 'Kikkers opgekikkerd, coast clear.'
Fel oranje gekleurde prinsen, Duits- en Limburgstalig, zullen in de late winter opstaan, voor en op de kar gespannen worden, opgaan in vroege lente feestgedruis. Grensoverschrijnend. Het zij zo.
Conventies / Verkeer / 27-09-2016
Vandaag een snoepreisje ontvangen van mij chef aan de Andere Kant. Ik mag het Galacticum heel even verlaten voor een ontspannen weekje vrij. En het leukst van al, ik mag mijn TARDIS meenemen. Gratis. Wat een goede baas heb ik toch. Omdat ik optimaal rendement wil halen uit mijn vakantie heb ik mijn zinnen gezet op Moeder Aarde. Mijn favoriete planeet in een immens zonnestelsel. Er wonen ook veel immensen op de Aarde zo heb ik me laten vertellen. Heb ze alleen nog niet ontmoet. Ze schijnen op dit moment vooral te wonen op het westelijk halfrond. Alsof er vierkante planeten bestaan. Maar dat laat im even in het midden voor de techneuten onder ons. Ook wel wetenschappers genoemd. Ja, ja, alfa en beta hoor. Voel u vooral niet te kort gedaan. Technisch alfa zijn de leukste. Zeker de mannetjes.
Eentje is er op dit moment zeer populair en in de actualiteit op het westelijk halfrond. In het noorden om precies te zijn. Het noorden kwijt, zoals altijd. Hij heet Donald Trump. Zo heb ik me laten vertellen. Schijnt zowel aan de voor- als onderkant een enorme trump te hebben. En eentje die het doet. Supergroot. Geen supertrooper maar een supertrumper. Daar scoort ie hoge ogen, neuzen en oren mee. Hij slaat ermee namelijk met dat ding. Het ding aan de voorkant (gezichthoogte, ook wel poolshoogte genoemd) en aan de onderkant (lieshoogte, in het midden). Het wordt hem niet in dank afgenomen. Uitgezonderd zijn volgers. Maar dat zijn alleen maar slappe lullen, met gouden ballen.
De beta vrouwtjes daarentegen kunnen er ook wat van. Zo hupt er op dit moment eentje rond met een glad getrokken kalkoennek. Hillary Clinton heet ze. Ze kakelt naar hartelust, ook als ze verkouden is of grieperig. Ze hoest als een oude vent, maar geen probleem. Ze staat haar mannetje. Moet ook wel als je het moet opnemen tegen een mastodont met hersenleak. En ja, ook zij huppelt rond op het westelijk halfrond ergens in het noorden. Sterker nog. Ze komen elkaar regelmatig tegen. Tijdens debatten die overal en nergens over gaan. Ze krijgen dan allebei dezelfde spreektijd om overal en nergens over te praten. Ze larderen hun teksten met cijfers en getallen. En ik zeg. Niet doen. Ze staan al genoeg voor paal. Eentje is dan ook nog eens onfatsoenlijk. Het is de hard sprekende en slecht horende net niet look-a-like president. Een belastingneuker en vrouwenhater. Hoewel hij diezelfde vrouwen wel in familiare feminiene vorm nodig heeft op het podium om zijn gigantische trump van boven en beneden koest en verborgen te houden. Die mogen niet groot in beeld en luidspreker komen. Liever niet.
Het vuurrode vrouwtje weet wel raad met dit soort potloodventers die de American Dream over de rug van papa's en mama's hebben veilig gesteld. Samen met haar grijze mannetje neemt ze applausjes, zegeningen, kushandjes en lofuitingen gelijk een vrouwelijke paus in ontvangst. Ze kussen nog net niet haar voeten. Alle lofuitingen, applausjes, zegeningen en kushandjes zijn uiteraard wederzijds. Ze is niet zuinig met dit gemeengoed. En sterker nog, het is gratis. Kost niets. Valt dat effe mee gezien de hoge kosten die het reclamecircus met zich meebrengt. Toveren uit de hoed. Dat doet ze veel beter dan de sigaren uit de doos van Donald. Ze zal toch niet ... Nee ... Nee!
Terug naar mijn vakantie. U ziet ik laat me graag rondleiden in het westelijk halfrond. Ik val met de neus in de boter. Hopelijk mag ik in november ook nog een weekje weg van de baas. Grote kans dat dan een van de twee aan tafel zit bij mijn chef aan de Andere Kant. Met Hillary of Donald. Gewoon om even serieus te babbelen over hoe nu verder met Moeder Aarde. Het is en blijft mijn stokpaardje. Eender wie erop rijdt. Een ezel of een olifant. Ze zijn sowieso inwisselbaar. En dat geldt ook voor de achterban. Ze maken het zichzelf wel erg makkelijk daar in het noorden van het westelijk halfrond. Een immer terugkerend referendum. Olifant of ezel? Ga er maar aan staan. Jippie Ja Jee.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
30-09-2015
Columns van Harrie (September 2015)
Steenmannetjes / Verkeer / 21-09-2015
Zijn het sneeuwmannetjes die ik zie? Ik ben het spoor even bijster. Dit landschap komt mij bekend voor, maar ergens ook weer niet. Nee, het zijn geen sneeuwmannetjes. Het zijn steenmannetjes, besneeuwd. Het zijn platte keien op elkaar gestapeld bedolven onder sneeuw. En het rare is, ze dragen rood-witte strepen, twee om precies te zijn, aan beide kanten. Dat veronderstelt dat je ze aan beide zijden kunt benaderen, die steenmannetjes. Zo heb ik ze voor het gemak maar even genoemd. Vanuit de verte houden ze de wacht en lokken de wandelaar, al dan niet verdwaald. Ik maak nog iets anders op uit de uitgestippeldheid waarmee de mannetjes in het landschap geplaatst zijn. Ze vormen een route, het kan niet anders. Ze nemen me bij de hand de mannetjes, niet bij de neus mag ik hopen, want ik behoor toch echt op dit moment tot de categorie verdwaalden. Ik overweeg nog even naar mijn TARDIS te lopen. Maar ach, die loopt niet weg. Hij steekt al dan niet besneeuwd toch zeker twee meter boven de steenmannetjes uit. Zolang ik niet te ver wegloop blijft mijn transportvriend onder handbereik.
Ik kijk naar de lucht en zie dat deze wolkloos is. Daar houd ik nu van, wolkloze luchten. Ben in ieder geval nieuwsgierig waar de steenmannetjes me toe leiden. Achter de bergen zie ik langzaam de zon opkomen. Dat geeft in ieder geval licht en warmte. Geen enkel steenmannetje is hetzelfde en ik weet nu ook ineens waaraan ze mij doen denken. Aan vakantie die ik ooit met mijn ouders vierde op het vaste land. Ergens in Europa, ik dacht Zwitserland of Oostenrijk, maar ik kan me vergissen. Maar waar ik me nu bevind kan nooit sprake zijn van vast land, laat staan het aloude Oostenrijk of Zwitserland. Daarvoor heb ik te lang door de ruimte gezworven. De gedachte werpt me wel terug naar een ver verleden. Geen idee ook wie er het eerste was. Oostenrijk of Zwitserland. Ik voel sterk de neiging om het even op te zoeken in mijn TARDIS. Ja, die is onlangs geupdate met de nieuwste snufjes op technologisch en informatica gebied. Ik kan natuurlijk ook opzoeken via mijn TARDIS waar ik me precies bevind. Maar dat vind ik te makkelijk. Ook ik moet mijn leven als wizzard 24/7 waarmaken. Ook ik word een jaartje ouder, al valt dat in het niet ten aanzien van mijn ruimtelijke leeftijd. Maar nu ik me op moedertje aarde bevind voel ik me stokoud. Deze aarde vreet namelijk energie.
Ik zie de steenmannetjes nu een brede glimlach trekken. Ze krijgen me echter niet klein die monsterkeien. Ik heb een donkerbruin vermoeden wat zich achter de berg bevindt, die ik nu opklim. En ja hoor, bovengekomen lonkt een volgende berg. Het is een land van berg en dal waarin ik me bevind. Een look-a-like Oostenrijk of Zwitserland. Ware het niet dat de steenmannetjes kunnen praten. Een rare taal, maar met wat moeite en de taaltranslator die ik altijd bij me draag, kom ik veel te weten. Ik bevind me in Trakdurbia en achter de volgende berg zal het ophouden. Ik kan niet wachten. Trakdurbia heb ik lang niet meer bezocht. Het is een land dat zich voortdurend uitbreidt. En ook nu is het goed mogelijk dat de grens zich mogelijk oprekt. De steenmannetjes wijzen me de weg. Sommige dragen nu een sjaal. Dat is geen goed teken. Het zijn geen sjaals voor de kou, maar sjaals om virussen buiten de houden. Ik overweeg heel even om terug te gaan naar mijn TARDIS. Maar eigenlijk is het daarvoor te laat. Ik zit in dubio. Wat zal ik kiezen? De grens verder opzoeken en verkennen met het risico een virus op te lopen of toch maar een andere weg kiezen. Het laatste virus heeft drie maanden mensentijd in mij rond gewoekerd. Dat wil ik niet nog eens meemaken. De andere optie, een andere weg kiezen is misschien de beste. Ik sla bij het eerstvolgende steenmannetje linksaf. Niet rechtdoor, zoals de rood-witte markering mij wil doen geloven. Het steenmannetje kucht gevaarlijk luid. Het klinkt als een waarschuwing, maar ik trek mij er niets van aan.
Maar goed dat ik de andere weg gekozen heb. Trakdurbia laat ik snel achter me. De grens sluit zich onmiddellijk. Ik kan niet meer naar mijn TARDIS realiseer ik me ineens. Ik sta er nu toch alleen voor. Als het goed is loop ik nu linea recta naar Frontportalis. Bij ruimtekunde op school heb ik altijd goed opgelet. Links van Trakdurbia ligt Frontportalis. Zeker weten. En in Frontportalis is het leven goed. Bijna hemels om het maar eens aards te zeggen. Ik besluit dan ook om hier een pauze te nemen. Vierhonderd jaar zwerven door de ruimte heeft me toch wel erg vermoeid. Vanuit Frontportalis ben ik ook moeilijk bereikbaar. Zeker zonder TARDIS. Ik geniet voorlopig van welverdiende rust. Snel zend ik een korte Steenmannetjes-rapportage inclusief virusverwachting in Trakdurbia naar mijn thuishaven. Ze moeten wel weten waarom ik zolang wegblijf. Mijn plek kan in no-time zijn overgenomen in Galactica 7.0. En dat wil ik niet.
De maan en de andere kant / Verkeer / 27-09-2015
‘Ground control to doctor Tom …’
‘Ground control to doctor Tom …’
Snel ren ik naar mijn Tardis en gooi de deur open. Maar helaas, ik ben net te laat, de hoorn ligt van de haak.
‘Piep, piep, piep, piep …’
Snel ren ik weer naar buiten. Het is volle maan. Maar niet lang meer. De zon kan ieder moment voor de maan kruipen. En ik weet wat dat betekent. Het telefoontje had me mogelijk kunnen redden. De andere kant had mij ongetwijfeld een locatie kunnen doorgeven om te schuilen. Een andere planeet, of in het ergste geval een ander lichtstelsel.
Vol spanning wacht ik de gebeurtenissen af. De maan ziet er op dit moment knaloranje uit en lijkt uit haar voegen te barsten. Best wel eigenaardig. Ik ben speciaal op missie gezonden om het natuurwonder op aarde te aanschouwen. Maar of ik er nu zo blij mee ben. Ok sla mijn lange sjaal nog maar eens keer extra om mijn nek, het is best koud bij deze volle maan.
‘Ground control to doctor Tom …’
Ik gooi de deur open en pak de zwarte hoorn die aan de glibberkabel hangt snel vast en leg hem aan mijn oor.
‘Ground control to doctor Tom …’
‘Ja hallo, met Tom … Ehhh … Doctor Who … Hoe weet u dat …’
‘Dear Tom, ga onmiddellijk richting Jupiter en land daar, we nemen zo snel mogelijk contact met je op, doei!’
Godverdomme, dat heb ik weer. De andere kant geeft weer eens net niet genoeg informatie. Ze nemen niet eens de kans om een praatje met me te maken. Ik besluit toch nog even te wachten. Ben niet voor niets naar het spektakel op aarde gereist. Deze missie wil ik toch nog wel eventjes volbrengen.
Had ik het maar niet gedaan. De oranje maan blaast zich steeds verder op. Ik zie nu ook duidelijk het vlekkenpatroon waar de andere kant het over had. De sinaasappelhuid op de maan voorspelt niet veel goeds. Ik heb geen tijd meer om weg te raken. Dit voelt niet goed. Ik zie een groot mes door het hemelruim schieten. Wat een gevaarlijk ding. Met grote kartels. Kartels zo groot als haaienvinnen.
Ik duik weg achter een boom. Het mes hakt in op de maan en begint deze dwars door midden te snijden. Nu is het echt wegwezen. Als de maan in twee splijt hebben we twee halve manen. En dat betekent oorlog in het heelal. Dat mag duidelijk zijn. Had ik nu maar geluisterd naar de andere kant.
Het mes snijdt aan twee kanten. De maan valt doormidden. In twee helften botst ze tegen de aarde. Ik hou me vast aan de boom. De aarde kantelt en ik bungel samen met de boom onderaan. Ik kan twee dingen doen. Vasthouden of loslaten. Ik kies voor het laatste en vlieg door de ruimte onder de aarde. Heel even geeft me dat een zweverig gevoel. Totdat ik opgevangen word in mijn eigen Tardis. De wereld ondersteboven. Veilig vlieg ik verder. Zeker weten dat de andere kant een aandeel had in deze actie. Terwijl we terugvliegen naar de andere kant schrijf ik mijn rapportage, bij gebroken maan.
Reïncarnatie / Uitdaging van de maand / 28-09-2015
Terugkeren in vlees, dat werd mij meegegeven door de andere kant. Ik denk wat krijgen we nu. Wat is vlees? En waarom moet ik terugkeren in vlees? Naar de aarde kun je het beste gaan. Daar hebben grote vleeseters rondgelopen en nog. Ik begreep er niets van. Wanneer dan? Hoe lang geleden? Meer dan duizend jaar? In aardjaren gerekend? Een lichtjaar? Een kwart lichtjaar? Het doet er niet meer toe. Ik ben er nu toch. Dan maar aan de slag. Ik laat me informeren door mijn Tardis en door de andere kant. Ik krijg al gauw wat tips door. Iets met bibliotheken en Wikipedia. Daar moet ik zoeken. Fysiek of digitaal, ik kan twee kanten op. Ik kies voor de digitale, wel zo makkelijk en ik kan hem vanaf mijn Tardis besturen. Het wereld wijde net. Maar al snel kom ik erachter dat het wereld wijde net het net niet is. De moderne speeltjes van moeder aarde lopen voortdurend vast en vormen een bron van grote ergernis. Dan toch maar naar de bibliotheek. Maar welke? Er zijn er zoveel. Ik kies voor de Koninklijke. Het heeft iets deftigs en royaal. Bovendien heb ik me laten vertellen dat de voormalige koningin, nu heet dat prinses geloof ik, daar nog regelmatig komt. Een erudiete vrouw ook. Misschien dat zij me kan voorlichten. Ik heb begrepen dat zij in haar regententijd ook altijd het naadje van de kous wilde weten. Een vrouw naar mijn hart.
In de bibliotheek word ik snel wegwijs gemaakt door de bibliothecaris. Maar niet voordat ik lid gemaakt ben. Of ik een identiteitsbewijs bij me heb? Ik zeg, ik kom niet van deze aarde, niet van Mars en niet van Jupiter. Ik toon mijn intergalactisch paspoort en gelukkig neemt de bibliothecaris het voor lief. Hoewel hij mij niet kan opnemen in het administratiesysteem, locatie galactica is geen gekende optie, besluit hij mij toe te voegen in een vrij veld. Beroep: doctor. Adres: galactica kent geen postcode en geen huisnummer. Geboortedatum en -plaats: ik heb werkelijk geen idee. De bibliothecaris besluit overal kruisjes te zetten. Er moet per slot van rekening wel wat ingevuld worden. Anders raakt de administratie in de war. Dat vind ik prima. Ben ik tenminste ook niet direct opvraagbaar. Sorry, lezer, maar beroepsdeformatie van de bibliothecaris maakt dat dit stukje tekst een beetje ingewikkeld en saai overkomt. U en ik moeten het er maar even mee doen. Ik ontvang een mooi pasje en heb nu toegang tot alle zalen van de bibliotheek. Mijn speurwerk kan beginnen. Wat is vlees? Dat is voorlopig de hoofdvraag. De bibliothecaris schudt zijn hoofd. Een onmogelijke zaak om vlees in een keer te bevatten. Hij fluistert mij in om een onderverdeling te maken. Het vlees zogenaamd in kleine stukken te hakken. Hij stelt voor om bij het begin te beginnen. Het vlees bestaat al lang. Een mensenleven lang. Zelfs voor de mens op aarde kwam was er al vlees. Terug in de geschiedenis beginnen we bij het vlees van dinosaurussen. Ik wil het toch wel groot aanpakken. Reïncarneren komt dan wel later. Ik zou ook niet weten hoe een dinosaurus teruggestopt kan worden in vlees. Ja, in heel veel beesten of mensen. Maar dat is niet goed voor het evenwicht op aarde. We willen de boel wel een beetje in balans houden.
Ik stel de bibliothecaris gerust. Ik zie duidelijk dat hij moeite heeft met de materie. Zijn hoofd kraakt. Het mijne daarentegen maakt overuren. Ik begin al snel het principe van reïncarnatie te bevatten. Volgens mij is de bibliothecaris er al mee begonnen. Hij kruipt terug in zijn eigen vlees. Kookt zichzelf in zijn hete brein, dat via de oren veel stoom afblaast. Nu snap ik ook waarom aardlingen die chips aan hun hoofd hebben hangen. Het is niet alleen een tuitje om te horen maar ook om af te gieten. Enfin. Tijd voor mezelf om met deze wijsheid terug te keren naar de andere kant. Ik reïncarneer mezelf in mezelf. Reïncarneren in een ander vind ik zo’n gedoe. Bovendien bevalt de zak vlees waarin ik mij bevind uitstekend. Niet te zwaar en best wel goed ogend, zeker als ik de rest van de aardlingen beschouw. Nog heel even overweeg ik om in een vrouw terug te keren. Maar dat wordt te complex. Van zwak vlees is de andere kant ook niet gediend. Zoveel is zeker. Mijn Tardis is ook in de tussentijd gereïncarneerd. Was ie eerst blauw, nu is ie rood, met spierwitte randjes. Het lijkt wel een grote vierkante biefstuk. Ben benieuwd of het vliegen daarin gaat lukken. Het is eventjes wennen, de nieuwe kleur. Het steekt in ieder geval veel beter af tegen de blauwe lucht. De bibliothecaris en de oude koningin zwaaien me uit. Ik vraag me nu ineens af uit welk vlees zij gekneed zijn. En gaan ze straks verder als hammetjes of koteletjes? Vleesgeworden realiteit. Het blijft een maffe aarde.
Dit is mijn uitwerking van een Schrijfveer van de maand september.
Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.
Abonneren op:
Posts (Atom)