Posts tonen met het label zwarte piet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zwarte piet. Alle posts tonen

23-11-2023

Werkelijkheid meer absurd dan fantasie (4): Zwarte Piet

Onlangs zag ik een YouTube-video voorbij komen, mij gestuurd door een goede vriend uit mijn netwerk of adresboek zo u wil, via het social media kanaal WhatsApp. De YouTube-video zat verpakt in een geforward appje en ik zag al snel dat de herkomst van de clip uit een vreemd land was. Ik kon immers geen touw vastknopen aan de letters die op de papieren zak vermeld stonden, die de hoofdpersoon uit de clip over zijn hoofd trok. Gelukkig stond op het eerste stilstaande beeld een wit vlak met Nederlandse tekst geplakt: "De oorsprong van Zwarte Piet". De desbetreffende hoofdpersoon liep half weg uit het bevroren beeld. Het wekt nieuwsgierigheid op en toch ook een verwachtingspatroon. Krijgen we nu iets flauws over de goedheiligman uit Mira of gaan we linea recta door naar Spanje? En belangrijker nog, wat deed de zak van Sinterklaas (I presume), over het hoofd van de hoofdpersoon? En wie was die hoofdpersoon? Waarom hield hij de zak over zijn hoofd bij zijn hals stevig omkneld vast en waarom sprong hij ondertussen flink op en neer? Het antwoord was snel daar toen hij de zak voorover gebukt langzaam verwijderde. Er viel wat zwarte gruis uit de zak en toen de hoofdpersoon vervolgens rechtop ging staan bleek zijn hoofd gitzwart te zijn. Echt megazwart. Zo te zien was hij kaal. Zwart kaal. Alleen een kleurrijke muts op zijn hoofd ontbrak nog. De geboorte van Zwarte Piet aldus. Tot slot een schaterlach van iemand die zijdelings bij een kampvuur zat. ook de schaterlach was in een onverstaanbare taal. Waarschijnlijk Russisch.

Geen leukere Zwarte Piet dan de Piet die niet verwacht zwart gemaakt te worden. Mien dus. Op de kleuterschool. Lang, heel lang geleden. Toen Pieten nog zwart waren, zwart gemaakt werden, pikzwart mochten zijn. Toen er nog gespot en gejokt mocht worden ... en bovenal gelogen. Dat mag nu niet meer. En iedereen doet het toch? Hoe kan dat nu? Demonstranten tegen Zwarte Piet die liegen zeker niet? Het liegt er niet om anders. Anders, ook zo'n gevaarlijk woord, zeker binnen een democratie die heel langzaam de deuren en gordijnen sluit. Helder en transparant willen ze de Zwarte Piet maken. Kleurrijk liefst. Kunstzinnig haast. Regenboogpieten bij voorkeur. In transitie? Onzijdig? Onpartijdig? Kan niet. Net zoals ik al heel lang wens dat een toekomstige Paus wat mij betreft eens een donker gekleurde lesbienne mag zijn, wens ik een nieuwe Zwarte Piet in ieder geval witte rook toe. Als hij dan door de schoorsteenpijp van de Sixtijnse Kapel zou kruipen dan zou er niets aan de hand zijn. Witte Piet. Wie wil hem niet? Wit en getraumatiseerd. Bang voor het zwarte spook dat hem achter de vodden zit. De kiezer heeft gekozen en altijd gelijk zeg ik dan maar. Zwarte verkiezingen zijn het geworden. We wachten met z'n allen af tot Sint en Santaclaus de biezen hebben gepakt. We formeren rondom witte Piet en komen er met zijn allen uit. Meer of minder Zwarte Pieten!? Ik zeg meer!  

Nota:
Vierde deel van een reeks verhalen over absurditeit in werkelijkheid en fantasie. Associatief en intuïtief. Ingezonden met oproep aan lezers van Web Tales om een prikkelwoord aan te reiken voor een volgend schrijven.

09-12-2014

In de kiem

Eerst komt het hoofdje. Kiekeboe. Dan volgt de zwarte nek. Gevolgd door een in verhouding dikke buik en wat ledematen die wat onwennig aan het lijfje bengelen. Alsof de baby nog maar pas is samengesteld. Waterpas en compleet, volgens dokter en vroedvrouw. Dat wel. Gelukkig maar, de ouders zijn nogal puntje precies.

Daar ligt de kleine zwarte Piet. Zoet en lekker. Met moeder gaat alles goed. Ze heeft Piet negen maanden lang, conform het verwachtingsaspect, dapper gedragen. In een zwartroze wolk. Het mag duidelijk zijn. Arm heeft dit keer gewonnen. De baby is zwart, niet wit. Hij wordt ontvangen in een warm nest. Wat zeg ik, nest? Zeg maar gerust kasteel. Het is een jongetje. Een zwarte prins. Beide ouders dolgelukkig.

En nu maar ontplooien. Dat moet ie voornamelijk zelf doen. Beide ouders hebben een drukke baan. Babypiet weet dat. Diep van binnen is het meegegeven. In de kiem, vanaf het begin, bij de conceptie, de samenvoeging. In de buik. De onderbuik. Het onderbuikgevoel had de kleine meteen gemeld: 'Jongetje, in dit leven is slechts een ding belangrijk. Zelfontplooiing. Je moet het meeste zelf doen. Niet plooien maar ontplooien'.

Trappedoelie groeit als kool. Geen groene, witte of rode. Nee, nee, hij groeit en ontplooit als zwarte kool. Haast alleen. Zijn ouders zijn de grootste tijd van het jaar in geen wegen of velden, noch op daken te bekennen. Gelukkig is hij onder een goed gesternte en op een fijne plek geboren. De Catalaanse zon doet Trappedoelie goed. Het wordt meteen zijn maatje. De zon is er altijd. Die geeft warmte en is altijd blij. De zon is zijn grote vriend. Zijn steun en toeverlaat.

De zon als grote motor van zelfontplooiing. Trappedoelie deelt zijn zorgen met deze allemansvriend. Het kan hem niets schelen. De zon weet alles van iedereen. Het mooie daarvan is, dat alle zorgen die de zon ter oren komen, never nooit in de kiem worden gesmoord. Je zou eigenlijk anders verwachten bij deze hittebron. Maar de zon weet beter. Hij ontdoet 'best kept secrets' van Jan en alleman van het persoonlijke en gooit ze terug de wereld in. Ter lering, vermaak en zelfontplooiing. Het regent niet voor niets regelmatig zonnestralen.

Trappedoelie pikt dit snel op. En het is goed. Hij neemt zijn drukke ouders niets kwalijk. Niet dat er een echte moeder in het gezin ontbreekt; niet dat ze in het katholieke Catalonië niet getrouwd zijn voor hij ter wereld kwam; niet dat in het kasteel een wit paard als huisdier rondloopt; niet dat papa Piet zo zwart als roet is, naïef, ja zelfs een beetje dom; niet dat papa Sint eigenlijk veel te oud is om nog kinderen te krijgen. Maar ach. What the fuck. De wijsheid van papa Sint maakt veel goed. Zowel voor kleine Trappedoelie als voor papa Piet.

Vijfde deel van zesluik, geschreven naar aanleiding van De wereld ondersteboven.

15-10-2014

Het enige echte Pietverhaal

Heel, heel lang geleden, kwamen er een paar wetenschappers op het idee om eens diep, heel diep in de aarde te graven. Dat deden ze in het dal van Worm (NL). Een diepgravend onderzoek, zogezegd. Men wist nog niet precies waar naar gezocht werd. Maar dat gebeurde wel vaker met onderzoeken. In de zoektocht kwam de vraag meestal vanzelf bovendrijven. Kwestie van geduld.

In de eerste laag van de aarde werden alleen bekende en voedzame producten gevonden. Sommige kant en klaar en andere pas voedzaam na bewerking. In de onderliggende lagen kwamen de wat meer abstracte zaken bovendrijven. De onderzoekers worstelden zich door humus, bruine, gele, witte grond, klei, löss en los zand. Vervolgens stuitten ze op serendipity. Ze waren goed bezig en het was tijd voor een korte pauze met versnapering. De serendipity werd ingezet als voeding voor gesprek.

Men was het unaniem met elkaar eens. Na de vondst van serendipity was het slechts een kwestie van doorgraven om tot de kern te komen. En ja hoor. Na verloop van dagen stuitten de wetenschappers op een harde onderlaag die hen niet echt bekend voorkwam. Met de schop kwamen ze niet veel verder. De bewerking van dit materiaal vroeg om speciaal gereedschap. Iets van ijzer en met een spitse punt. Een soort pik. Eentje die je makkelijk kon vasthouden en die lang heel bleef. Een pikhouheel. Later verbasterd tot pikhouweel.

Met de pikhouweel houwden [Middeleeuws Limburgs voor slaan, sloegen] de wetenschappers zich door de harde laag. Keihard was de steen. En hij stonk ook een beetje. Naar groene kool. Wat een lucht! Vast doorgesijpeld uit de bovenlaag van de aarde. De wetenschappers hadden meteen een naam voor de harde steenlaag. Steenkool. Twee wetenschappers haakten na de ontdekking af. Ze konden de lucht van de groene kool niet verdragen. Watjes. Ja, ja, wetenschap bedrijven is topsport. Alleen de sterken blijven over.

Het zat de twee niet lekker. Ze besloten de boel maar eens goed op te stoken. Met steenkool. Eureka. Wat een vondst. Het fikte als een dolle. Ze hadden niet alleen een gat in de markt gevonden maar vooral gaten in de aarde. Er werden een paar experts ingegallopeerd, vliegen ging in de Middeleeuwen nog niet, en al snel werd de gatenkaas in de grond omgetoverd tot kolenmijn. Alleen die lucht! Die stonk nog erger dan in een slecht gelucht café. Gelukkig zoeken en vinden wetenschappers voor ieder probleem een oplossing.

Hoewel, zoeken? De oplossing lag eigenlijk voor het oprapen. In een van de gaten die gehouwd was vonden de wetenschappers een paar kleine gele vogeltjes. Die waren duidelijk van hun stok gegaan. Ze lagen met de bekkies open. Van die lucht natuurlijk. Het enige dat de wetenschappers niet begrepen en geklaard konden krijgen was de kleur van de vogeltjes, daar diep onder in de aarde.

Hoe kwamen die vogels in hemelsnaam aan gele veren? Ze waren toch diep onder de grond de pijp uit gegaan? Moesten ze dan niet zwart zijn? De wetenschap stond voor een raadsel. Hier hadden ze geen kaas van gegeten. De oplossing, de verklaring is tot op heden, in de moderne tijd, nog steeds niet gevonden. De wetenschapper die dit grote vraagstuk oplost, die wint de Nobelprijs, vast en zeker. Alleen welke? Die voor natuurkunde of die voor de vrede? Ach, het zal zowel de zwarte, zeur- als kanariepieten worst wezen. Marsepeinen worst.

05-12-2013

Een dag uit het leven van Trappedoelie

Vandaag is geen dag als alle anderen. Het is de verjaardag van Sinterklaas. Een belangrijke dag. Dat vindt ook Trappedoelie, de hoofd Piet. Hij is treurig gestemd. En dat steekt ie niet onder stoelen of banken. Nee, nee, hij doet zijn beklag online. Ja, ja, hij is een moderne Piet. Hij spuwt zijn gal. Hieronder zijn relaas. Een bijzondere dag uit het leven van Trappedoelie.

Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik als hoofd Piet moet immers antwoord geven. Het debat in goede banen leiden. Anders gaat het hier in Nederland helemaal mis. Ik zal een voorbeeld geven. Onlangs ontving Sint een brief van een jonge moeder. Als hoofd Piet lees ik die altijd het eerst, nog voordat Sint die leest.

Lieve Sint, hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Ik schrijf u deze brief omdat mijn dochter vorige week compleet overstuur thuis kwam. Ze had een witte Piet gezien met rode stippen. Nu denkt mijn dochter dat alle Pieten ziek zijn en dat ze dit jaar geen cadeautjes krijgt. Kunt u dit even uitleggen aan mijn dochter. Alvast bedankt. Femke.

Daar word ik nu droevig van. Omdat Sinterklaas het veel te druk heeft heb ik uiteindelijk maar een antwoord teruggeschreven. Maar het viel me zwaar. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Maar ja, dan moet ik ook het dak op. Om al die schoentjes te vullen. Lamme tak Sint ligt dan nog lekker in zijn bed te ronken. Heel irritant. Ik was bijna gestopt met schrijven, want ik kreeg geen letter op papier. Totdat ik een geweldige inval kreeg.

Ik zette de TV aan en wachtte op het journaal. Ik viel midden in hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht. Boeien, dat gaat toch nergens over! Op dit soort nieuws zat ik niet te wachten. Ik zapte verder op zoek naar wat ik zocht en belandde onderweg bij een programma genaamd ‘Opsporing gezocht’, met een kleine olijke politieman aan het woord. Hij vertelde een bizar verhaal bij een evenzo bizar filmpje, een soort van reconstructie.

Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Haar belager lag als verlamd op het bed. Ze spreidde de was uit over zijn lichaam en pakte het strijkijzer dat inmiddels warm was geworden. “Blijf liggen, loeder, ik zal jouw zonden eens eventjes gladstrijken, samen met mijn was!” De dief zag het strijkijzer gevaarlijk op zijn gezicht afkomen en wist niet hoe snel die weg moest komen. Wat opviel was zijn opvallende gelijkenis met Zwarte Piet.

Het olijke politiemannetje vervolgde. Gelukkig hebben we beelden van de dader. Heeft u enig idee, wie deze Zwarte Piet is, neemt u dan meteen contact op met …’
“Verrek!”, dacht ik, “maar die man ken ik, dat is onze Kleptopietje!” Meteen pakte ik de telefoon en belde het nummer dat in beeld kwam. Ik kreeg een man aan de telefoon met een donkere stem. “Politie Middelburg, met IJzermans..”. Maar ik hing meteen weer op. Dit kon ik niet maken. Kleptopietje was mijn grote vriend. Die wilde ik niet verraden.

Snel zapte ik verder. Nog steeds opzoek naar wat ik zocht. Wat een idiote TV programma’s verschijnen er toch in Nederland. Wat is dit nu weer? Ik zie een camerashot met een foto in beeld. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Het volgende shot toont een vrouw, gezeten in een leren fauteuil, ze vertelt een droevig verhaal. “Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ja, ja. En deze hond die kijkt me altijd aan alsof ie mij begrijpt. Zo met een blik van ‘Baasje is verdrietig’. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. Dat denk ik nog steeds. Ondanks dat, toch wel kunnen slapen gelukkig. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Samen met Bobbie. Dat biedt troost. Nu zit alles weer goed in de krul. Althans dat denk ik. Wat vindt u?”

In beeld verschijnt nu een klein mannetje met een grote donkere bril, grote neus en witte jas. Op het naambordje dat op zijn borst prijkt lees ik: Woody, Mens- en honddokter. Voor al uw klachten. Het antwoord van de dokter maak ik niet meer mee. Een reclameblok wordt ingezet.

Ik zie een soortgenoot van mij door het beeld springen. In een supermarkt. Het is een oud Hollandse reclame. In zwart en wit en zonder geluid. In beeld verschijnen teksten in kaders, dit terwijl de Piet in de supermarkt boodschappen verzamelt: ‘Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent. Ziet u hoe hij nu nog snel de laatste inkopen doet voor onze lieve Sint? De lamme tak ligt nog op bed. Gelukkig is het prijzenoorlog. Profiteer net als deze Piet van onze koopjes. Ze komen letterlijk uit C1000 en één nacht. Komt dat zien, komt dat zien!’ Ik schrik er van. Met de jaren is er niets veranderd in Holland reclameland. Oudbakken als altijd.

Ik zap verder. Heb nog steeds niet gevonden wat ik zocht. Ik vrees het ergste. Hoe kan ik Femke nu terugschrijven? Moedeloos kijk ik uit de raam van het kasteel en zie een vreemde man in het parkje zitten. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen. Ik doe de raam open want hij wuift naar mij, hij wil me vast iets zeggen. Hij ziet er verward uit en achter hem zie ik een winkelwagentje staan vol met oude vieze spullen en een oude deken.

“Ik ben Neil …!” , roept de man. Hij ziet dat ik zijn aandacht geniet en vervolgt onnavolgbaar ratelend:
“Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ha, ha, dat vroeg ie mij zomaar een dag bij het water. Idioot hè? Ik heb niet eens TV. Hoe komt ie daarbij? Hij is schrijver, die vriend. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Iets over op vakantie gaan. Op vakantie gaan is tof. Ik heb er alleen het geld niet voor.”
“Ik kan je niet zo goed volgen Neil”, roep ik terug. “Waar praat je toch allemaal over?”

Neil vervolgt: “Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag.”
“Ik kan er geen touw aan vastknopen, Neil, hoe graag ik ook zou willen, kun je wat duidelijker zijn?”

Maar helaas, het blijft allemaal abracadabra voor mij. Ik laat Niel uitrazen. Hij wordt steeds driftiger en zijn stem neemt in volume toe. Deze vreemde man is gestoord, dat kan niet anders.
Neil vervolgt, nu met luide stem: “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Echt waar. Zeker weten.”

Ik geef het op en sluit de raam. Deze vreemde man gaat mij niet verder helpen. De tijd dringt. Ik wil Femke vandaag nog antwoord geven. Hoe leg ik haar en haar dochter nu uit dat de witte Piet met rode stippen een fata morgana moet zijn geweest. Zelfs op Discovery Channel vind ik niet waarnaar ik op zoek ben. Het vraagt om een noodoplossing. Ik pluk de veer van mijn hoed en doop hem in een potje met zwarte inkt.

Lieve Femke en dochter van Femke. De zwarte witte Piet met rode stippen is geen echte zwarte Piet. Mijn Pieten zijn nooit ziek. Ik denk dat jullie het slachtoffer zijn geworden van een bijzonder fenomeen. Een fata morgana in Nederland. Nu zult u denken, dat kan niet. Immers in Nederland zijn geen woestijnen. Maar niets is minder waar. Een woestijn kan namelijk overal spontaan ontstaan daar waar sprake is van woestenij. En in uw land is dat op dit moment zeker het geval. Met de benaming woestenij is de stand van zaken in uw land nog zachtjes uitgedrukt. Een kleine blik in de (sociale) media zegt voldoende en beantwoordt daarmee mijn inziens uw vraag. Hierbij verblijf ik met scherpe peperhoogachting, hoofd Piet Trappedoelie, in afwezigheid van Sinterklaas (want die lamme tak ligt nog steeds in bed).