Stinkend rijk ben ik. Een genie in mijn beroep. Ik let altijd heel goed op, met wat ik doe. Niet voor niets heb ik twee rechterhanden. Ik ben intelligent en vaardig tegelijk. Wie wil dat nu niet zijn? Ik ben verschrikkelijk mooi. Oh my god, een jonge god. En ook nog eens supersnel en heel adrem. Ik ben een rijke stinkerd, schenk je al mijn geld. Gewoon, omdat het kan.
Als een kameleon trek ik voor jou mijn beste pakje aan. Ik hou wel van een beetje Carnaval. Ben voor alles in. Maar één ding kan ik niet. Ik durf het haast niet te vertellen. Houden van je kan ik niet. Niet meteen. Waarom? Te bang dat ik jou en mij verlies.
Wat valt er meer te zeggen? Ik ben altijd op tijd. Heb waanzinnig veel geduld. Denken doe ik veel aan anderen. Als er eens iets vervelends gebeurt, geef ik mezelf de schuld. O ja, wat ook wel handig is. Ik hou van poetsen. Mijn huis is altijd superclean.
Als ik met je vrij, breng ik je in de zevende hemel. Heel energiek en blij. Onvervalste seks. Met liefde en humor doordrenkt. Als jij het wil word ik jouw stoere ridder. Dan ga ik voor je door mijn knieën, stout en moedig. Twee dingen zijn er echter, die ik jou niet onmiddellijk kan geven. Dat zijn mijn hart en houden van. Waarom vraag jij je af? Gewoon, te bang om beiden te verliezen.
Mag ik ze van je houden? Dat vind ik grootmoedig en tof. Ja ik weet het, ze zijn een kostbaar goed. Voor alles en iedereen. Dat klopt als een bus. Kom eens hier. Deel met mij een kus. Want dat is wat ik je wel kan geven. Alvast een heel klein stukje van mijn leven. Een begin.
Geschreven n.a.v. 4e schrijfopdracht op ColumnX (december 2014), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
De maand december staat in het teken van de muziek, de top 2000 in het bijzonder.
Kies een nummer, laat je meevoeren door de klanken en spui in 300 woorden jouw (on)genoegen!
Posts tonen met het label songtekst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label songtekst. Alle posts tonen
15-12-2014
22-04-2013
Schipper in nood
Maarten kijkt bezorgd naar de monitor. Hij heeft een bericht doorgekregen dat op zee een schipper in nood is. Daar staat hij dan. Met een mond vol tanden. Hoe vaak heeft hij dit niet in zijn dromen gezien. Daar is het dan. Het moment. Nu moet hij actie ondernemen. Hoe lang heeft ie niet op deze dag gewacht. Hij wist dat ie ooit zou komen. En nou is die dag eindelijk hier. Hij is er klaar voor. Echt. Hij kan nu laten zien waarvoor ie staat. Schip ahoi. Dat gaat ie straks roepen. Zeker weten. Zodra hij de schipper in nood vindt. Snel roept hij Monique op. En samen springen ze in de reddingsboot.
Ieder mens heeft een taak in dit leven. Zo ook Maarten en Monique. Alles hebben ze gedaan om zich goed voor te bereiden. En daar is het dan. Het grote moment. Voor het eerst gaan Maarten en Monique samen een schipper redden. Ze hebben elkaar beloofd dat ze alles zullen geven. Dat hebben ze tijdens hun zware opleiding zo geleerd. Voor volk en vaderland. Voor alle schippers in nood. Alle fases hebben zij doorlopen. In het maritiem centrum van Den Helder. Iedere stap die ze daarin namen, leidde naar deze dag, naar dit moment. Naar hier en nu.
Beiden kijken om zich heen. Fier en trots. Ze voelen zich gesteund. Kijk maar eens. Op het strand kijken de meeuwen naar hen op. Ze lopen zelfs een eindje met hen mee. Toffe beesten hoor, die meeuwen. Ze gaan door regen en wind. Door het vuur als het zou moeten. Ze blijven altijd naast je staan. De kopmeeuwen voorop. Gelukkig maar. Ze beschermen ons tegen alles wat komt. Ja, ja. De meeuwen waken zelfs als we slapen. Ze behoeden ons voor de storm. Op de boeg van alle schepen.
De reddingsboot klotst op de golven door het water. In de verte ziet Maarten een licht. Het is nog een flink eind bij hen vandaan. Maarten denkt aan zijn kleine dochtertje. Willeke, ze strijdt hard voor haar eigen leven. Maar hij, hij houdt haar veilig zolang ie leeft. Zeker weten. Een zware strijd, twee levens op het spel. Zij staan voor elkaar. Zijn niet te breken. Ook nu moeder er niet meer is. Wat had Willeke een verdriet. Nu zijn dochter en vader op elkaar aangewezen. Maarten wil zijn dochter niet verliezen. Zijn Willeke is hem veel te lief.
Maarten trapt het voetgas stevig in. De oranje vlag in de top van de mast wappert hard in de zon en in de regen. Het is kermis in de hel. Maar niet in de hel van Maarten en Monique. Zij koersen linea recta af op de schipper in nood. Zij aan zij en met de borst vooruit. Trots als een pauw. Wetend wat ze kunnen. De scheepshoorn toetert. Dit is hun geluid. Hun daden zijn groot, die gaan niet onderuit.
Voor zijn kind doet Maarten alles. Net als zijn pa en ma voor hem deden. En Monique, Monique die weet dat. Ze legt een arm om Maarten heen en fluistert lieve dingen in zijn oor. Lieve, lieve Maarten, ik loop voor jou door de wind en regen. Zal altijd achter je blijven staan. Samen met de meeuwen. Als jij het wil draag ik een vaandel in jouw naam. Op mijn borst of op mijn bil, wat jij maar wil. Zolang dat wij bestaan blijf ik in ons geloven. Kijk eens naar mijn spierballen. Ik bouw dijken met mijn blote handen. Ik hou het zilte en het zoete water maar wat graag bij jou vandaan. Het is een valkuil voor je. Ik weet het. Voor het goede doel steek ik zelfs neus en vingers in andermans zaken.
O lieve Maarten. Laat me weten wat je droomt en waar je hartje naar verlangt. Ik zal niet rusten tot het waar geworden is. Als je ooit de weg nog eens verliest ben ik je baken in de nacht en leid ik jou mijn haven in, in grote duisternis. Biedt troost en liefde. Onvoorwaardelijk. Want jij moet weten Maarten. Ik zal blijven strijden als een leeuw, totdat het jou aan niets ontbreekt. Ik hou onze liefde veilig zolang als ik leef.
Monique, Monique, kijk nu eens daar. Daar aan de horizon. Steekt daar nu iemand drie vingers in de lucht? Warempel het is onze Willem. Willem de Koning. Niet te verwarren met de Kooning met twee o’s. Ja, ja. Daarginder in die oranje boot. Dat is de schipper die we zoeken. Onze schipper in nood. Kijk, kijk. Hij steekt daadwerkelijk drie vingers in de lucht. Hij maakt de W van Willem, maar ook de W van wij. Het is onze beurt. Kom op, kom op Monique. Wat het ook is, waaraan we ook beginnen? Wij staan met onze schouders naast elkaar. Wij gaan die Willem redden. Anders staat heel Oranje straks met bitter, zij aan zij. Voor bitter water zal onze Willem niet wijken, hij legt het droog en hij bouwt dijken.
We heten Willem welkom in ons midden. Tot welke prijs en God hij ook mag bidden. Zolang ie wakker stamppot eten kan maakt niemand ons wat. Laat al die andere miljoenen Willems maar even wachten. Ze kunnen echt niet allemaal winnen. Er zijn maar weinig prinsen die Willem heten. Maar die ene, ja, die ene daar, die gaan wij redden. Met drie vingers in de lucht en twee vingers in de neus. Lang leven onze k(r)oning.
Tekst geschreven naar aanleiding van de commoties rondom het Koningslied.
Het Koningslied werd gecomponeerd door John Ewbank in opdracht van het Nationaal Comité Inhuldiging ter gelegenheid van de inhuldiging van Willem-Alexander als koning. Het werd mede geschreven en uitgevoerd door diverse artiesten. Aanvankelijk trok John Ewbank het nummer terug vanwege de negatieve kritiek. Twee dagen later besloot het Nationaal Comité Inhuldiging in overleg met NPO en John Ewbank het lied alsnog te handhaven.
Ieder mens heeft een taak in dit leven. Zo ook Maarten en Monique. Alles hebben ze gedaan om zich goed voor te bereiden. En daar is het dan. Het grote moment. Voor het eerst gaan Maarten en Monique samen een schipper redden. Ze hebben elkaar beloofd dat ze alles zullen geven. Dat hebben ze tijdens hun zware opleiding zo geleerd. Voor volk en vaderland. Voor alle schippers in nood. Alle fases hebben zij doorlopen. In het maritiem centrum van Den Helder. Iedere stap die ze daarin namen, leidde naar deze dag, naar dit moment. Naar hier en nu.
Beiden kijken om zich heen. Fier en trots. Ze voelen zich gesteund. Kijk maar eens. Op het strand kijken de meeuwen naar hen op. Ze lopen zelfs een eindje met hen mee. Toffe beesten hoor, die meeuwen. Ze gaan door regen en wind. Door het vuur als het zou moeten. Ze blijven altijd naast je staan. De kopmeeuwen voorop. Gelukkig maar. Ze beschermen ons tegen alles wat komt. Ja, ja. De meeuwen waken zelfs als we slapen. Ze behoeden ons voor de storm. Op de boeg van alle schepen.
De reddingsboot klotst op de golven door het water. In de verte ziet Maarten een licht. Het is nog een flink eind bij hen vandaan. Maarten denkt aan zijn kleine dochtertje. Willeke, ze strijdt hard voor haar eigen leven. Maar hij, hij houdt haar veilig zolang ie leeft. Zeker weten. Een zware strijd, twee levens op het spel. Zij staan voor elkaar. Zijn niet te breken. Ook nu moeder er niet meer is. Wat had Willeke een verdriet. Nu zijn dochter en vader op elkaar aangewezen. Maarten wil zijn dochter niet verliezen. Zijn Willeke is hem veel te lief.
Maarten trapt het voetgas stevig in. De oranje vlag in de top van de mast wappert hard in de zon en in de regen. Het is kermis in de hel. Maar niet in de hel van Maarten en Monique. Zij koersen linea recta af op de schipper in nood. Zij aan zij en met de borst vooruit. Trots als een pauw. Wetend wat ze kunnen. De scheepshoorn toetert. Dit is hun geluid. Hun daden zijn groot, die gaan niet onderuit.
Voor zijn kind doet Maarten alles. Net als zijn pa en ma voor hem deden. En Monique, Monique die weet dat. Ze legt een arm om Maarten heen en fluistert lieve dingen in zijn oor. Lieve, lieve Maarten, ik loop voor jou door de wind en regen. Zal altijd achter je blijven staan. Samen met de meeuwen. Als jij het wil draag ik een vaandel in jouw naam. Op mijn borst of op mijn bil, wat jij maar wil. Zolang dat wij bestaan blijf ik in ons geloven. Kijk eens naar mijn spierballen. Ik bouw dijken met mijn blote handen. Ik hou het zilte en het zoete water maar wat graag bij jou vandaan. Het is een valkuil voor je. Ik weet het. Voor het goede doel steek ik zelfs neus en vingers in andermans zaken.
O lieve Maarten. Laat me weten wat je droomt en waar je hartje naar verlangt. Ik zal niet rusten tot het waar geworden is. Als je ooit de weg nog eens verliest ben ik je baken in de nacht en leid ik jou mijn haven in, in grote duisternis. Biedt troost en liefde. Onvoorwaardelijk. Want jij moet weten Maarten. Ik zal blijven strijden als een leeuw, totdat het jou aan niets ontbreekt. Ik hou onze liefde veilig zolang als ik leef.
Monique, Monique, kijk nu eens daar. Daar aan de horizon. Steekt daar nu iemand drie vingers in de lucht? Warempel het is onze Willem. Willem de Koning. Niet te verwarren met de Kooning met twee o’s. Ja, ja. Daarginder in die oranje boot. Dat is de schipper die we zoeken. Onze schipper in nood. Kijk, kijk. Hij steekt daadwerkelijk drie vingers in de lucht. Hij maakt de W van Willem, maar ook de W van wij. Het is onze beurt. Kom op, kom op Monique. Wat het ook is, waaraan we ook beginnen? Wij staan met onze schouders naast elkaar. Wij gaan die Willem redden. Anders staat heel Oranje straks met bitter, zij aan zij. Voor bitter water zal onze Willem niet wijken, hij legt het droog en hij bouwt dijken.
We heten Willem welkom in ons midden. Tot welke prijs en God hij ook mag bidden. Zolang ie wakker stamppot eten kan maakt niemand ons wat. Laat al die andere miljoenen Willems maar even wachten. Ze kunnen echt niet allemaal winnen. Er zijn maar weinig prinsen die Willem heten. Maar die ene, ja, die ene daar, die gaan wij redden. Met drie vingers in de lucht en twee vingers in de neus. Lang leven onze k(r)oning.
Tekst geschreven naar aanleiding van de commoties rondom het Koningslied.
Het Koningslied werd gecomponeerd door John Ewbank in opdracht van het Nationaal Comité Inhuldiging ter gelegenheid van de inhuldiging van Willem-Alexander als koning. Het werd mede geschreven en uitgevoerd door diverse artiesten. Aanvankelijk trok John Ewbank het nummer terug vanwege de negatieve kritiek. Twee dagen later besloot het Nationaal Comité Inhuldiging in overleg met NPO en John Ewbank het lied alsnog te handhaven.
12-04-2013
Mevrouw van der Ven
Het is eind maart. Mevrouw van der Ven zit op een kar in een minirok. Best wel koud voor de tijd van het jaar. En het is eigenlijk geen gezicht. Een kniesoor die daar op let. Ze rijdt met de kar langs het raadhuis. Hard ratelend hard over de keien. Zo hard, dat in de klas van de naast het raadhuis gelegen school, de meeste boerenkinderen hun meester amper verstaan. Mevrouw van der Ven stopt bij de kroeg. Daar zitten wat hangjongeren zich stierlijk te vervelen. Ze dragen van dat vieze beatlehaar en joelen treiterend naar de kar. Mevrouw van der Ven durven ze niet aan te kijken. De lafaards.
Mevrouw van der Ven woonde vroeger in een betonnen doos. Heel lelijk. Om de doos wat op te leuken had ze een dressoir gekocht en een vaas om bloemen in te zetten. Dat fleurde haar betonnen doos wat op. Helaas vergat ze veel te vaak de bloemen water te geven. Op haar dressoir stond nu een vaas met dooie rozen. Het kon haar niet veel schelen. Ze kocht toch iedere maand nieuwe. Best melancholiek.
Ik heb de moeder van mevrouw van der Ven nog gekend. En ook de vader. Dat was een maffe vent. Zijn grote hobby was touwtje springen. Dat deed ie altijd tussen de hoge bomen, want daar waaide nooit veel wind. De moeder van mevrouw van der Ven genoot aanzien in het dorp. Ze had namelijk meegedaan aan een televisiequiz. Daar is ze erg rijk van geworden. Maar dat duurde niet lang. Ze kocht van het geld een groot bankstel en haar man verbraste de rest in de kroeg. Sindsdien wil hij alleen nog maar touwtje springen. De moeder van mevrouw van der Ven heeft weken lang gehuild. Wat een verdriet.
Mevrouw van der Ven was samen met haar moeder heel verdrietig. Als troost liep ze iedere avond urenlang tussen het koren door. Daarvan kreeg ze heel veel dorst en een ontzettend droge keel. Ze lustte geen alcohol, dus dronk ze water van de pomp. Die stond op het plein bij het raadhuis. Dat vond de kroegbaas niet echt leuk. Het scheelde hem namelijk een hoop centen. Maar hij vond mevrouw van der Ven veel te leuk. Stiekem was hij verliefd op haar. Hij adviseerde haar om zoethout te kopen. Dat hielp goed tegen de dorst en was ook nog eens goed voor haar droge keel. Mevrouw van der Ven was heel blij met het advies en had daarna nooit meer dorst of last van haar keel. Zo zie je maar.
Toch kon ze haar verdriet om moeder moeilijk een plek geven. Op een avond kwam ze thuis en vond een ansicht op de mat. Een ansicht vol herinneringen. Toen brak ze helemaal. Zo rijk was het leven voor mevrouw van der Ven en haar moeder niet geweest.
Mevrouw van der Ven woonde vroeger in een betonnen doos. Heel lelijk. Om de doos wat op te leuken had ze een dressoir gekocht en een vaas om bloemen in te zetten. Dat fleurde haar betonnen doos wat op. Helaas vergat ze veel te vaak de bloemen water te geven. Op haar dressoir stond nu een vaas met dooie rozen. Het kon haar niet veel schelen. Ze kocht toch iedere maand nieuwe. Best melancholiek.
Ik heb de moeder van mevrouw van der Ven nog gekend. En ook de vader. Dat was een maffe vent. Zijn grote hobby was touwtje springen. Dat deed ie altijd tussen de hoge bomen, want daar waaide nooit veel wind. De moeder van mevrouw van der Ven genoot aanzien in het dorp. Ze had namelijk meegedaan aan een televisiequiz. Daar is ze erg rijk van geworden. Maar dat duurde niet lang. Ze kocht van het geld een groot bankstel en haar man verbraste de rest in de kroeg. Sindsdien wil hij alleen nog maar touwtje springen. De moeder van mevrouw van der Ven heeft weken lang gehuild. Wat een verdriet.
Mevrouw van der Ven was samen met haar moeder heel verdrietig. Als troost liep ze iedere avond urenlang tussen het koren door. Daarvan kreeg ze heel veel dorst en een ontzettend droge keel. Ze lustte geen alcohol, dus dronk ze water van de pomp. Die stond op het plein bij het raadhuis. Dat vond de kroegbaas niet echt leuk. Het scheelde hem namelijk een hoop centen. Maar hij vond mevrouw van der Ven veel te leuk. Stiekem was hij verliefd op haar. Hij adviseerde haar om zoethout te kopen. Dat hielp goed tegen de dorst en was ook nog eens goed voor haar droge keel. Mevrouw van der Ven was heel blij met het advies en had daarna nooit meer dorst of last van haar keel. Zo zie je maar.
Toch kon ze haar verdriet om moeder moeilijk een plek geven. Op een avond kwam ze thuis en vond een ansicht op de mat. Een ansicht vol herinneringen. Toen brak ze helemaal. Zo rijk was het leven voor mevrouw van der Ven en haar moeder niet geweest.
Abonneren op:
Posts (Atom)