Posts tonen met het label tardis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tardis. Alle posts tonen

30-04-2017

Columns van Harrie (april 2017)

Titulataris Orientalis / Verkeer / 27-04-2017


De chef van de Andere kant heeft een bijzonder verzoek aan mij. Ik moet mij begeven naar Galacticum Aarde en om precies te zijn naar Nederland. Een klein land naar het schijnt. Fysiek. Maar groots in zijn daden. En, niet geheel onbelangrijk, van grote importantie op ruimtegebied. De chef faxt me heel ouderwets wat foto's door van een klein mannetje met een vreemde ringbaard. Ik krijg onmiddellijk associaties met de dwergen uit de Ban van de Ring van Tolkien.

Een tweede fax volgt meteen na de eerste. Met slechts enkele woorden in kapitalen.
NEE, GEEN DWERG UIT DE BAN VAN DE RING.
Fax drie volgt, met opdracht.
Zoek deze man op. Grote haast. Is bij mijn weten reeds overleden. Maar als het goed is heeft de begrafenis (ja, op aarde begraven ze mensen, of ze verbranden ze in ovens of op brandstapels) nog niet plaatsgevonden. Vind dierbaren en praat met hen. Breng onmiddellijk verslag uit. Hevel belangrijke informatie over via spacetransmissie. Einde bericht.

Zo, zo, dus deze dwerg is van grote importantie. Hoewel. Zo klein is deze dwerg niet. Een meter zesenzeventig. Dat is iets kleiner dan ik. Enfin. haast geboden. Ik stap in mijn TARDIS en voer de meegezonden coördinaten in. Mmm ... over pakweg 24 aarduren ben ik op plaats van bestemming. Althans in de buurt van plaats van bestemming. Want ik weet nog niet waar de TARDIS precies zal landen. Op een kerkhof of bij een uitspanning. De krantenartikelen spreken van een populair figuur. Dus zal er een flinke locatie zijn afgehuurd. 

De TARDIS landt middenin een tuin. Een vreemde tuin. De bomen hebben vreemde vormen. Scheefgroei is het amper te noemen. Eerder rondgroei. Alle bomen en struiken hebben namelijk een cirkelvorm. En nee, het is geen buxustuin. Uit de verte klinkt muziek. Ik kan het nog niet goed thuisbrengen, het klinkt een beetje vreemd. Klassieke muziek maar dan in bizarre toonhoogtes. Afgewisseld met irritant geklepper van castagnetten. Heel storend. Naar het schijnt was de dwerg Titulataris zeer gefascineerd door handklepmuziek. De bosschages weet ik nu ook in een keer te plaatsen. Orientalis. Bolle vormen uit de orient. Verklaart ook meteen de bijnaam van onze vriend die helaas niet meer is. Titulataris Orientalis. 

Mijn aankomst lijkt ingeseind of doorgebriefd. Ineens verzamelen zich een tiental look-a-likes Titulatarissen om mij heen. Waar komen ze vandaan? Het blijkt een fanclub te zijn. Het opperhoofd die, u gelooft het niet, op een haar na lijkt op Titulataris Orientaris, neemt het woord. Hij heeft een vreselijke hoge piepstem die niet van hemzelf lijkt. Hij houdt het dan ook amper drie zinnen vol en gaat dan over op zijn eigen moeder natuur klanken. 
Ik word van harte welkom geheten. Ik krijg ook inzage in het archief van Titulataris. Maar pas nadat er stevig getoost is op de overledene. May he rest in peace! Hear, hear!

We gieten in no time zes advocaatjes met slagroom achterover en gaan over tot de orde van de dag. Ik krijg inzage in een wonderlijk archief, waarvan zelfs ik als oppertechneut ga blozen. Man wat heeft dit vreemde kereltje rare dingen ontdekt, ontworpen en voorspeld. En allemaal uitgekomen. Het is haast ongelooflijk, wat zeg ik, onvoorstelbaar.

Ik maak nog even kennis met de naaste familie en vrienden en duik dan snel weer de archieven in. Een ding fascineert me ten zeerste. Een black box met vraagteken en uitroepteken en de tekst: Niet openen voor 2018! Ja, dag. Dan moet je bij mij zijn. Ik verzin een list en verzoek mijn mede-nieuwsgierigen het archief te verlaten. Met licht verzet nemen de heren en dames jaloers afscheid. En ik? Ik snijd de zwarte doos open met mijn Zwitsers zakmes dat ik standaard bij me draag. Een handig hebbedingetje dat ik dertig jaar geleden heb ontvangen van een Zwitserse gardeofficier. Wat zou er uit de doos verschijnen? Een hoed? Niets. Alleen een kleine standaard met een tekstbord. GEFOPT! Dat staat er. In koeien van letters geschreven. Of in letters van koeien zo u wilt. Op z'n Lakenvelds. Wat een humor. RIP Titulataris Orientalis (aka Chriet Titulaer).


Geest gezocht / Verkeer / 25-04-2017

Ik bevind me in Niemandsland. Althans zo lijkt het. Maar niets is minder waar. Ik ben er stiekem van overtuigd dat het land waar ik nu doorheen cross vergeven is van geesten. Dat kan haast niet anders. In de bergen leven geesten. Berggeesten zo is me ooit verteld en ik ga er naar op zoek. In opdracht van mijn Chef van de Andere Kant. Mijn TARDIS heb ik veilig geparkeerd in het dal. De uitklapmotor paste er net in. Uitklapmotor? Ja, ik maak in de bergen gebruik van een klein crossmotortje. Een Suzuki om precies te zijn. Dat rijdt het beste in de bergen. Een uitklapbaar 500cc motortje. Meer heb ik niet nodig. Ik wil de geesten ook niet meteen wakker maken. De uitklapmotor is overigens ook weer inklapbaar. Wel zo handig. Onder de zetel van de klapmotor heb ik een klein tentje verstopt en wat kampeerspullen. Voor de eerste hulp bij ongelukken en voor het geval ik niet meteen een geest vind. You never know.

Het landschap is prachtig. En zo nu en dan hoor ik naast de cadans van de motor een merkwaardig gezoem. Het klinkt veel te hard voor een insect maar daar doet het mij het meest aan denken. Is het misschien een geest? Hoor ik spoken? Dat zou mooi zijn. Ik houd de omgeving goed in de gaten. Daar is het geluid weer. Nog harder als voorheen. Ik herken nu ook wat spraak. Een vreemde taal. Zoveel weet ik zeker. Geen fab four taal. Geen Engels, Spaans, Frans of Duits. Ik ken mijn klassiekers. Het is eerder Russisch. Maar dat versta ik dan weer niet. Heb ik weer. Een geest die Russisch spreekt.

Voor me op de grond, zo'n vijftig meter voor de motor land ineens een vreemd beest op de bergweg. Het lijkt nog het meest op een sprinkhaan met grote witte vleugels. Die heft ie gevaarlijk boven zijn hoofd uit en spreidt ze breed. Alsof ie mij wil tegenhouden. Ik trap op de rem. Ik ben een boeddhist die zijn vak verstaat. De sprinkhaan spreekt inderdaad Russisch.

"Dobre denkski probleska comneska graputi kontexta drappulo dritaxi."

Ja, ja. Russisch of Chinees. Ik ben het kwijt. Kan net zo goed Pools of Japans zijn of Latijn.
Ik parkeer mijn motor, stap af en maak met mijn gebalde linkerhand, waarvan ik de wijsvinger heb uitgestrekt een roterende beweging bij mijn linkeroor en schud gelijktijdig mijn hoofd van links naar rechts. Oftewel, ik maak duidelijk dat ik er niets van verstaan heb.

"You in Karpaten, Seeking ghosts. I ghost. You're ghost!"

Het zal niet waar zijn. Nooit geweten dat er in de Karpaten ook Engels wordt gesproken. Laats staan door een look-a-like sprinkhaan met grote witte vleugels.
Het beest van pakweg dertig centimeter groot buigt langzaam voorover en spreidt beide vleugels zachtjes voor zich op de grond. Heel elegant. Adrem geef ik de sprinkhaan antwoord.

"Are you my ghost or my host? I don't get it! My name is Doctor Who by the way, and what's your name?"

De sprinkhaan kijkt me smalend aan.

"I know who you're. My name is Doctor Who too. I'm your ghost and host. Let me lead you to the door of your heart, or do you prefer the door to your soul?"

Ik begin nu toch wel een beetje te zweten. Langs mijn ruggegraat voel ik de druppels in mijn leren motorbroek lopen. I never wear underwear under your motorsuit. Verhip, nu betrap ik me zelfs op het denken in Engels. Dat is niet goed. Een teken aan de wand. Ik ben of dronken of ik ijl.

"You're dreaming. That's okay. It's the first step to consideration and depth. Now you have find me, you can take me with you, forever. For example, to your boss."

Geen denken aan. Ik ga toch niet mijn eigen geest meenemen naar mijn Chef. Dat is vragen om problemen.

"Do you know any other ghost?"

"Yes!"

"Can I meet one?"

"I bet you want to meet a mountain ghost!"

"How do you know?"

"Well I'm your ghost remember, ghosts know everything about the past, the present and the future!"

"Okay, then lead me to the nearest mountain ghost!"

De sprinkhaan sluit zijn vleugels voor zijn kleine kraaloogjes en mompelt iets in het Nederlands. Hoe weird ineens!

"Kwaliteit is het mysterieuze, innerlijke doel van ieder creatief mens. Dat si wat je zoekt mijn lieve vriend. Je bent helemaal niet op zoek naar een berggeest. Zoek uzelf vriend en ga heen!"

En plop. de sprinkhaan is weg. Met de horizon verdwenen. Ik zie ook geen horizon meer. Alleen maar zware bergen. En ik moet nog zo ver. Zal ik kwaliteit ooit vinden? En hoe zit het dan met de berggeest? Ik moet er een vinden. Vroeg of laat. Ik lijk wel gek te worden. Zo voelt het als ik weer op de motor stap. Waanzin begint me te achtervolgen. Ik moet hier rap wegwezen.

Dan stapt ineens een stukje berg de weg op. Wat is dat. Ik rijd mezelf bijna te pletter.

"Hier heb je je berggeest minkukel!".

In de berg die voor me staat zie ik een piepklein mondje bewegen.

"Ik geef je een goede raad, tevens vraag. Als je het antwoord weet ga ik met je mee. Vrijwillig."

Mijn ogen, oren en hersenen draaien overuren. Hoe krijg ik die berg überhaupt mee in de TARDIS?"

"Maak je geen zorgen vriend, ik pas telekenetisch nog in je broekzak, antwoord op mijn raadvraag: "Wer reitet so spüt durch Nacht und Wind, es ist der Vater mit seinem Kind".

Bizar. Ik snap er niets van maar weet wel onmiddellijk het antwoord. Ondanks dat het antwoord reeds gegeven lijkt.

"Ik!"

Zonder blikken of blozen krimpt de berg ineen tot broekformaat en verordent mij hem in mijn broekzak te steken. Aldus geschied. Wat ben ik blij. Ik durf geen vragen meer te stellen, start mijn motor en rijd richting TARDIS. Thuisgekomen ontvangt de Chef van de Andere Kant mij met open armen.

"En!"

Trots haal ik de berggeest uit mijn broek.

"Is dat alles?!"

"Dat is alles en niets. De waarheid."

Zowel de berggeest als ik schieten in de lach. Wij weten beter. RIP Robert Pirsig


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

30-11-2016

Columns van Harrie (November 2016)

Een bijzondere ontmoeting / Verkeer / 07-11-2016

Chef stuurt me op pad zonder opdracht. Hij is me even beu en geeft me de ruimte. Doe maar even wat voor jezelf. Dat is aan mij goed besteed. Ik duik in mijn TARDIS en reis af. Geblinddoekt geef ik mijn reismachine de sporen. We landen samen in een bos. Je weet wel zo'n natuurgebied met bomen en struiken. Groen, heel groen.

In het bos stuit ik op een vreemde man. Hij stelt zich voor als Catweazle. Ik vind het maar een vreemde Harrie. Hij is vergezeld van een raar beest. Het beest lijkt nog het meest op een pad, een vreemde pad. Hij slentert en trekt met zijn linker achterpoot. Hij heet Raakhout.

'Hoe zijn jullie hier in dit bos beland', vraag ik geïnteresseerd.
'Hier in het bos van Nummer Een?'
'O, heet dat zo, Nummer Een?'
'Ja.'
'Ja.'
'Nou gewoon, uit een pen ontsproten.'
'Uit en pen ontsproten?'
'Ja, aan tafel bij Mien?'
'Bij Mien?'
'Ja, bij Mien.'
'Maar ... maar ... die ken ik!'
'Mien, mijn Mien! ... Is dat dan dezelfde?'
'Hoe ziet ie eruit, kun je jouw Mien eens beschrijven?'
'Tja, dat kan. Hij ziet er heel gewoon uit hoor.'
'Hij! ... is jouw Mien een hij!'
'Ja.'
'Nou dan hebben we het over dezelfde, kan haast niet anders!'
'Creatief en vriendelijk?'
'Creatief en vriendelijk.'
'Gastvrij en aardig?'
'Gastvrij en aardig.'
'Zonder snor en baard?'
'Zonder snor en baard.'
'En ben jij dan ook uit een pen ontsproten?'
'Ja.'
'Die van Mien?'
'Nee, niet uit de pen van Mien.'
'Uit die van Harrie dan, net als ik?'
'Ja! Jij kent Harrie ook?'
'Yep, een goede vriend van Mien.'
'Ik ontspruit altijd op de oneven doordeweekse dagen, uit Harrie's pen.'
'Dat is toevallig. Ik altijd op even dagen.'
'Wat een toeval inderdaad.'
'Hoe heet jij eigenlijk?'
'Who, doctor Who.'
'Oh, ben jij een doctor dan?'
'Nou ja, doctor, zo noemt mijn chef me, ik ben niet echt een doctor.'
'Mooie sjaal heb je, kleurrijk, zelf gemaakt?'
'Eh ... Dank je. Nee. Ik ben niet zo handig. Wel slim.'
'Ja, zo zie je er wel uit. Slim. En in de war. Net als ik. Ha, ha.'
'Ja, dat had ik al gezien aan je kleren. Draag jij altijd een zak?'
'Ja.'
'Achterstevoren?'
'Oeps, foutje!'
Raakhout laat een zucht.
'Jouw vriend is moe?'
'Dat heeft ie altijd, na een paar minuten vindt ie iedere conversatie en nieuwe ontmoeting saai.'
'Zo snel al?'
'Zo snel al.'
'Lastig lijkt me dat.'
'Zeker. Raakhout is bepaald niet een spraakzaam wezen.'
'Ach stille wateren hebben diepe gronden, toch?'
Raakhout laat nu een harde boer.
'Raakhout, doe es effe normaal!'
De boer stinkt vreselijk. Hij laat er nog een.
'Poeh ... Wat een luchtje. Ik houd het voor gezien.'
'Prettig kennis gemaakt te hebben.'
'Prettige kennismaking inderdaad.'
'Tot ziens!'
'Tot ziens!'

Krijg nu tieten. Dat had ik nu nooit gedacht. Samen uit de pen ontsproten aan tafel bij Mien, uit de pen van good old Harrie. Het moet niet gekker worden. Wel een toffe gozer die Catweazle. Maar die Raakhout? Wat een verschrikkelijk stinkdier, die pad. Ik duim weer in mijn TARDIS en keer terug naar de Andere Kant. Deze bijzondere ontmoeting moet nog eventjes zakken.


Groot onderzoek / Verkeer / 23-11-2016

Ik krijg een nieuwe opdracht door van mijn chef aan de Andere Kant. Ik haast me met mijn TARDIS naar de uiterste hoek van Galactica 007 en meld me op kantoor. Of ik een groot onderzoek wil doen op moeder Aarde. Het schijnt dat een aantal websites niet meer zo goed lopen. Of ik als techneut en onderzoeker het euvel in kaart wil brengen en met oplossingen wil komen? Zo'n brede onderzoeksvraag heb ik lang niet meer gehad. Ik vraag hoelang ik erover mag doen. Totdat het klaar is. Nou dat zijn de fijnste antwoorden om te horen. Hopelijk kan ik de vrijheid aan.

Ik weet wel een leuke plek op moeder Aarde om mijn onderzoek te starten. Het heet Silicon Valley en ligt in een land waar een zekere Trump vanaf januari de scepter zwaait als president. Een groot land maar zeer verdeeld. Het kan ook nog zijn dat een vrouw het van hem gaat overnemen. Als alle stembiljetten zijn geteld en als de computer het goed gedaan heeft. Ik zit dus vlak bij de haard.

De enige manier om mijn onderzoek goed te kunnen doen is het internet even tijdelijk plat leggen. Ik moet immers een ijkpunt hebben, nietwaar? Het lukt me om een betrouwbaar en geschikt persoon te vinden die mij daarbij helpt. Een echte hacker. Alleen het internet platleggen dat lukt zelfs mij niet, hoe graag ik het nu even zou willen. Daar heb ik dus echt hulp bij nodig. Als uiteindelijk de boel plat ligt word ik op mijn zorgvuldig geheim gehouden locatie platgebeld. Hoezo op locatie, heb ik dan geen mobiele telefoon? Jawel, maar die gebruik ik alleen in noodgevallen. Ik neem de hoorn op van de bakelieten telefoon die aan de muur hangt. De chef van de Andere Kant. Hoever ik al ben? Hoezo? Hij heeft ook last van de internetstoring. Van moeder Aarde? Hoe is het mogelijk. Ik stop de stekker er snel weer in. Boem.

Mijn ingehuurde hacker ligt helemaal dubbel van het lachen. De stroomvoorziening van de servers zijn allemaal opgeblazen. De rook komt uit alle uitgangen. Ik maak dat ik wegkom. Dit wil ik niet op mijn geweten hebben. Waar rook is is vuur. De hacker rent met me mee. Hij neemt me even apart en fluistert mij iets interessants in de oren.Terwijl hij bezig was de code te kraken van de hoofdserver zag hij op de schermen interessante informatie voorbijkomen, gerelateerd aan mijn onderzoek. Gerelateerd aan mijn onderzoek? Hoe weet hij hiervan?

De terugloop van websites is volgens te hacker te wijten aan magere input. Magere input? Van wie? Nou van de leden die betrokken zijn bij de websites. Ik snap er niets van. Moet je dan lid zijn van websites? De hacker kijkt me weird aan. Natuurlijk moet je lid zijn van websites, anders kun je toch geen onderzoek doen. Ach, zit dat zo. Weer wat geleerd. Ik maak gebruiksnamen en wachtwoorden aan. Dat schijnt te moeten. Allemaal verschillende. Ik schrijf ze op een briefje en verstop het in mijn TARDIS. Nee, ik schrijf niet waar.

De hacker vertelt me nog iets interessants. Vooral websites waar leden vrijelijk hun verhaal kunnen doen schijnen terug te lopen in nieuwe klandizie, kwantiteit en kwaliteit. De grafieken die op mijn vraag door alle beeldschermen suizen tonen cijfers van de afgelopen tien jaar en van vijftig landen wereldwijd. Een piek zit er in Nederland. Daar wordt het meest geschreven. Ah. Dan nemen we die cijfers als uitgangspunt. Dan valt het onderzoek in ieder geval nooit tegen. Mijn chef aan de Andere Kant zit niet te wachten op slecht nieuws.

Ik krijg hem weer aan de telefoon. Hoever ik ben en of ik al weet dat het internet het weer doet, intergalacticaal. Yep, dat weet ik en stel hem gerust, mijn onderzoek is bijna afgerond. De generatie schrijvers op websites schijnt evenredig op te lopen met de houdbaarheidsdatum. Verjongen is het adagio. Verjongen? Hoe jong moeten we gaan? Vijf jaar, zes jaar? Ze hebben allemaal al iets te vertellen. In korte bewoordingen. Dat schijnt hip en gangbaar te zijn. In niet te volgen nieuwe taal.

Ik rapporteer aan de chef aan de Andere Kant. KINDERPORNO, schrijf ik in grote kapitalen. Het hele internet lijkt wel KINDERPORNO. In weinig woorden. Met de grootste kinderen voorop. Volwassenen en ouderen. Jonge ouderen. Die zijn het fanatiekst. Die moeten aangeboord. Opnieuw ja. Een gat in de markt dat nog niet ontdekt, gevuld en sociaal mediaal bestraald is. Aanboren adviseer ik. Ja, wereldwijd chef, aardewijd. Van Silicon Valley tot Kam Jat ka tot Bij Jing tot Ma Da Gas Kar tot Constant I No Pel en weet ik waar ... allemaal moeilijke namen met evenzo moeilijke websites. Ja, chef de stekker zit er weer in. Missie en onderzoek volbracht. Even doorpakken en de klad is er weer uit.


Bijltjesdag / Verkeer / 30-11-2016

Wind, storm, regen sneeuw en hagel, ik trotseer het allemaal. Ben er goed op gekleed ook. Met dank aan waarschuwingen van mijn chef aan de Andere Kant. De TARDIS parkeer ik tussen de bomen en bedek hem met takken. Veel takken, want er zitten geen blaadjes meer aan. Hooguit wat naalden. Het is winter op moeder Aarde.

Met grote voorzichtigheid ga ik op pad. Er schijnen in deze tijd van het jaar nogal wat moorden plaats te vinden. En als ik ergens een hekel aan heb dan zijn het onverwachte stiekeme moorden. Kijk dan het slachtoffer recht in het gezicht en sla dan toe. Dan pas en je een held. Dat geldt ook voor het slachtoffer. Hij zal daarna vreedzaam en gerust neerstorten op aarde.

Ik ga af op het geluid. Ze zijn op dit moment met veel daders. Ik hoor het aan het geluid. Onder luid gekreun en gepiep vallen de slachtoffers in bosjes neer. De daders schreeuwen het uit en moedigen elkaar voortdurend aan. "Daar, die daar, dat is een vette. Dat is de jouwe Henk." Vervolgens haalt Henk zijn bijl tevoorschijn. Ontdoet hem van zijn muilkorf en gooit hem krachtig met een flinke zwaai omhoog boven zijn hoofd. Onder luid gekrijs laat hij de aks net boven de knie van de dennenboom landen. Die prikt venijnig. De boom laat geen krimp. Nog niet. Met wat onhandig gewroet trekt Henk de aks los uit de bovenknie. Hij heeft het hakken nog niet echt onder de knie. Henk legt opnieuw aan en hakt de aks pakweg vijftien centimeter boven de eerste wond. "Nondeju!", roept de boom. "Kun je niet wat beter mikken? Het gaat zo een eeuwigheid duren! Zal je baas niet leuk vinden. En ik ook niet. Het tocht in mijn lijf."

Na een uur verder hakken en wroeten stort de dennenboom ter aarde. Wreed, vind ik het. Kan dat moorden niet wat vriendelijker? Aan een man met een uiterlijk van een wilde holbewoner die zes weken geen licht heeft gezien vraag ik wat er met de bomen gaat gebeuren? "Die komen in een vaas, bij mensen thuis, vinden ze gezellig. Ze krijgen ballen, slingers, engelenhaar, snoepjes en verlichting in hun takken en hijgende kindergezichtjes voor hun neus. Heel, heel soms worden ze ook stiekem onder gezeken door hondjes met een volle blaas. Bah, denk ik. Wat een einde voor die bomen. Tenminste, ik neem aan dat ze niet meer levend de kamer uitkomen. Ze kwamen immers al op sterven na dood binnen.

Mijn eerste kennismaking met bijltjesdag is niet voor herhaling vatbaar. Het zijn oorlogen die ieder jaar opnieuw gevoerd worden. Niet echt mijn ding. Maar ja. Mijn chef aan de Andere Kant vond toch dat ik er eens kennis mee moest maken. Met deze vreemde cultuur. Barbaars vind ik hem. De cultuur dan. Dan toch liever Sinterklaas. Veel boomvriendelijker.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-10-2016

Columns van Harrie (Oktober 2016)

Oorlog in indianenland / Verkeer / 14-10-2016

Ik krijg een spoedopdracht van mijn chef aan de Andere Kant. Problemen oplossen in het Galacticum dat tig lichtjaren verwijderd ligt en ingesloten door twee grote wateren. Ik inspecteer mijn TARDIS extra lang, want dit kon wel eens een moeilijke klus worden. Dan zit je niet te wachten op panne aan je vervoersmiddel. Toch neem ik voor de zekerheid mijn pasjes mee. Het schint dat ik er ook op Aarde gebruik van kan maken. Sterker nog. Ik schijn al een gouden klant te zijn, met alle korting vandien. Mijn pas kan nog van pas komen, heb immers Aardedekking.

Ik word ontvangen door twee mediastations die ook al oorlog voeren. Iets met mail, verwijderen en modder gooien. Zo schetsen ze het probleem. Tussen twee pubers nota bene van plus 65 in werkkring. Werkkring? Werken ze dan nog op moeder Aarde na 65? Wat een armoede. Enfin, niets leukers dan tussenbeide komen bij pubers. Ah, ook nog eens van divers geslacht. Dat wordt helemaal leuk. Die kun je nog eens goed opkloten. De media lacht in haar vuistje. Ze zijn eens met mij. Opvoeren en voeren die oorlog. Munitie zat in dit vrome schijnheilige land geplet, uitgeknepen, geklemd tussen twee blauwe oceanen, eentje west en eentje oost gelegen. Noord en zuid kent hele andere problemen. Zuid een imaginaire muur die door een alphamannetje het liefst in steen gebouwd moet worden. Een oorlogsmuur. En noord fysieke landbouwgronden die tot aan de verre horizon strekken en die het liefst door het alphavrouwtjes uitgemolken worden en omgezet in onversneden dollars.

In het midden moet dan alles bij elkaar komen. De media werken dit dan weer met alle geweld tegen. Werpen regelmatig balletjes op om al te veel eenstemmigheid en rust te voorkomen. Daar zijn de media namelijk niet bij gebaat. Het omdermijnt hun businessmodel. Alleen reuring levert nog wat geld op. Dus naaien ze de boel op met valse berichtgeving of berichtgeving die niet te checken valt. Bronnen die niet vrijgegeven worden. Want stel je eens voor dat bronnen zich moeten verantwoorden? Dat wat uit de bron komt net zo hard gelogen of opgeklopt is. Wie vertrouwt er dan nog op waarheidsbevinding? De hardste schreeuwers winnen. Of degenen die kwantitatief het hoogste scoren. Minder, minder, meer, meer. Het vindt plaats op grote schaal, bij grote mogendheden, op macroniveau. Maar ook in kleine gemeenschappen op microniveau. Elkaar het licht niet in de ogen gunnen. En ook daar spint de media en haar publiek weer garen bij. Reuring levert aandacht, aandacht levert bekendheid, bekendheid levert nieuwe klandizie en stemgewin. Lang leve de kijk- en leescijfers. What's the score?

Ik spreek de twee grootste media-iconen aan en onderhandel met mijn beste beentje voort. Alle argumenten voor en tegen pareer ik kunstig met mijn intergalactische charme-offensief. Ja, offensief, want de aanval is de beste verdediging nietwaar? Ik glimlach ze stijf, zoals zij dat ook bij mij pogen. Ik prik overal doorheen en dring door tot de onderlaag. Het besluit is daarna eenvoudig te maken. Links omarmt rechts, oost west en noord zuid en alles vice versa. De media blijven gevoerd met losse flodders, koetjes en kalfjes om reuring te blijven voeden. Het volk wil immers altijd brood en spelen. De onderlaag wordt nieuwe basis. De onderbuik komt langzaam boven. Een meerjarenplanning weliswaar, maar dan is ook alles van de Aarde. Problemen opgelost. Op een deel van het Westelijk Halfrond althans. Er valt nog veel te winnen. Missie voorlopig volbracht. Ik keer terug naar mijn chef aan de Andere Kant.


Speelruimte / Verkeer / 25-10-2016

Ik doe mijn lange wolle sjaal maar weer eens om. Kleurrijk is ie en dat heeft een reden. Kijk en wilde bos haar volstaat niet langer om op te vallen. En als dokter moet ik toch duidelijk aanwezig overkomen. Een witte jas is niet meer van deze en andere tijden. Dus daar vang ik oom al bot. Nee, een fel en lelijk gekleurde vloeksjaal, dat is wat werkt. Zeker weten. Er is nog een andere reden waarom ik de sjaal vandaag aantrek. Het is namelijk de dag waar ik ieder jaar weer naar uitkijk, de Intergalactische Speelruimtedag. En met mijn sjaal, u begrijpt het al, krijg ik alle speelruimte. De ergste demonen heb ik er al mee bedwongen. Want ja, ook die komen op zo'n dag tevoorschijn. Iedereen wil immers shinen op deze jaarlijkse IS-dag.

Ik zie dat bijna alle stripfiguren al gearriveerd zijn. Ze zij. Goed verkleed en dragen hun mooiste kostuums. Stuk voor stuk. Batman in black. Superman in red. Hulk in green. Smurf in blue. Voertaal is Engels. Geen van allen draagt een sjaal en daarvan krijgen ze allemaal spijt. Ik laat wind en kou los in de ruimte en geef snel het startsein voor de eerste ronde speelruim. Hulk, met de dikste nek, valt het eerste uit. Batman en Superman volgen snel. Alleen Smurf blijkt over goede weerstand te bezitten. Met Smurfenmoed slaat hij wind en koude uit zijn nek. Maar volhouden kan hij niet. Ook hij redt de eerste ronde niet.

Ik trek een nieuw blik helden open. Fameuse cowboys, cowgirls, honkytonkmuzikamten en veel, heel veel countryzangers. Het jippiejajee is niet van de lucht. Ik laat ze lekker razen en linedancen. Dit houden ze geen drie uur vol. En ja hoor. Ze vallen nu ook snel om. Ik vrees dat ik dit spel nu ook weer ga winnen. De competitie is zo arm. Het lijkt wel of ik in een Nederlandse voetbalarena ben aanbeland. Ja, dit dramatische nieuws dringt ook door in de Intergalactische Nieuwsbladen. Ik geef tot slot nog een keer de kans aan wat snellere jongens. Ze arriveren in glimmende veel te nauw zittende bolides die luisteren naar prachtige namen. Ze vallen alleen allemaal onder vijf dezelfde merken, waarvan er eentje altijd winnaar wordt. Die stijgt uit boven de rest. Daar logt voor mij een uitdaging uiteraard. Hoeveel speelruimte zal ik ze eens geven? Vooruit tachtig rondjes door de lucht. Ze mogen onderweg drie keer stoppen en luchtbandjes wisselen. Niet dat het helpt. Mijn sjaal haalt immers niemand in. Mijn sjaal goes far beyond max.

Ik sein de uitslag snel door naar mijn chef aan de Andere Kant. Als vanzelfsprekend is ie apetrots. Ben nu zes keer op rij winnaar van de Intergalactische Speelruimtedag. Vreemd eigenlijk, want normaal gesproken leg ik nooit niemand iets strobreed in de weg. En toch, het lijdt bij mijn medespelers altijd weer opnieuw tot heftig strobalen.

Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

30-09-2016

Columns van Harrie (September 2016)

Rouw / Gein & Ongein / 13-09-2016

Van de dingen die voorbij gaan. Een zin en een deuntje tegelijk. Ze vergezellen me al dagen. Ik snap er helemaal niets van. Waar komt het vandaan? Raakhout kan me ook niet volgen, ik merk het aan zijn loopje. Hij slentert net als ik. Zijn rechterpoot blijft zo nu en dan hangen en sleept zelfs over de grond. Dat is toch wel merkwaardig imitatiegedrag en ik roep Raakhout dan ook tot de orde. Is ie helemaal gek geworden? Hij heeft al zulke kwetsbare pootjes. Hij kijkt me nu meewarig aan met zijn logge paddenogen. Niet doen. Dat werkt op mijn gemoed. En plots weet ik wat mijn gemoed triggert.

Ik laat een traan. Eentje die onzichtbaar moet blijven. Kan ik hem nog inslikken? Te laat. Samen lopen Raakhout en ik verder. Ik begin steeds harder te snikken en weet dat ik het bankje midden in het bos niet ga halen. Ik plof neer in kleermakerszit onder een eik en Raakhout springt op mijn linker dijbeen. Hij laat een diepe zucht en ik zucht mee. Het is alweer elf jaar geleden, nietwaar? Dat onze dierbare overleed. Raakhout knikt. Beiden weten we niet goed wat we er mee moeten. Zoals het toentertijd overviel, overvalt het ons opnieuw. En even dierbaar. Wat een rot woord dierbaar. Het klinkt naar gestorven dier. En dat is het laatste waar ik nu aan wil denken.

We blijven bijna een uur onder de eik in stilte zitten. Het graf is te ver weg om te bezoeken. Dus doen we het hier. In gedachten. Gedeelde gedachten. Griss mich nich. Dat het toch zo ineens weer pakt. Ik besluit er nog langer bij stil te staan. We kunnen natuurlijk ook hier een bloempje neerleggen. Symbolisch in mijn bos. Om te gedenken. Maar het moet dan wel een gekke bloem zijn. Dat past het beste bij de lengte van de datum en gedachte. Raakhout stemt met me in. We gaan op zoek naar de gekste bloem.

Zoveel bloeit er niet meer. Ondanks de hete nazomer lijkt de herfst toch al zijn werk te doen. Of zijn de bloemen en blaadjes reeds bezweken onder de grote hitte. Bij gebrek aan water. Gestorven uit dorst. Dat kan niet en dat mag niet. We komen wat verwelkte narcissen tegen, totdat ons oog valt op wat kleine boshyacinten. Dat kan en past wel. We plukken er wat van de grond en schikken ze onder een mooie treurwilg in een klein hart. Ter na-, tussen- en voorgedachtenis. We willen ons immers niet begrenzen, beperken in onze gedachtenissen. Iedere gedachte is welkom. Van harte dan maar weer.


Botsauto (1) / Verkeer / 19-09-2016

Je kunt maar op twee manieren botsen in verkeer. Frontaal of zijdelings. Het is en blijft een rare bezigheid. Autorijden. Maar de chef van de Andere Kant heeft het me opgedragen. Ik heb dus geen keus. Ik breek mijn hoofd over al de theorie-examens die ik van mijn chef gekregen heb. De praktijk volgt de theorie. Maar als ik rij zoals me wordt opgedragen op pagina vijftien en zestien, nou dan kan heel Nederland en daarmee ook de rest van de wereld opnieuw op rijexamen. Wat een bagger en incongruentie. Iedereen lapt de regels aan zijn laars live. Want er is a) geen touw aan vast te knopen en b) de hoeveelheid regels is zo enorm dat ze onmogelijk te vatten zijn in een brein. Laat staan in meerdere breinen. Niemand zou meer durven rijden op moeder Aarde, en ik kan het weten. Ik heb het al meegemaakt. Maar hoe krijg ik het de aardlingen aan hun hoofd gepraat. Of beter gezegd uit hun hoofd gepraat.

En toch laat ik je los, roept de chef naar mij. Ga maar eerst eens deelnemen buiten de spits in een rustige provincie. Ik kies voor Drente. De naam alleen al spreekt me aan. Het klinkt als drentelen. Mijn TARDIS heb ik wielen aangebonden. Het vereist wel wat stuurmanskunst. Horizontaal je verplaatsen op pakweg een vierkante meter op kleine zwenkwieltjes, dat vraagt veel moed en evenwichtskunst. Maar het moet gezegd ik rijd wel zonder zijwieltjes door straten en bospaden van een prachtig Drents landschap. De paarden die ik passeer schrikken er van. Ze zijn niet ingesteld op rijdende telefooncellen.

De vraag bij omstanders die ik onderweg ontmoet rijst meteen. Van welke gevaarlijke cel komt dat maffe voertuig. Het hele land en volk staat op scherp en reageert zeer argwanend op vreemde situaties. Iets wat ik amper herken van de vorige keren dat ik planeet Aarde bezocht. Een en al chaos en paniek lijkt er te heersen. En dat ook nog eens op mijn meest vertrouwde stekkies. Het schijnt te maken te hebben met een staat van zijn. Of moet ik zeggen, zijn van staat? Terreurdreigingen en alarmfases, code geel, oranje, rood. Zijn ze gek geworden op de Aarde? Herkent niemand meer zijn vriend en vijand? Niet meer in staat onderscheid te maken? Wat eens je vriend is wordt plots je vijand? Kan dat? In een democratie kan alles. De grootste schurken meten zich met de op een na grootste schurken. Drie maal raden wie zal winnen? Welke opperschurk? De moedigste, de slimste, de gemeenste, degene die over lijken gaat? Of degene die verbindt, liefde en warmte brengt, die instaat voor basisbehoeften en die ondersteuning biedt bij al hetgeen dat daar verder uit voort kan bloeien? Liefde overwint altijd.

Genoeg tijd al verloren. Ik sluit me aan bij team love not war. Haal snel mijn rijbewijs en rapporteer aan de chef van de Andere Kant. Missie geslaagd. Aarde overleeft met dank aan positieve invloeden van buitenaf. Intern globaal liggen alle oplossingen al voorhanden, alleen moeten ze nog gezien en aangeboord worden. Ik stel voor om nog drie weken op lokatie te blijven voor nader onderzoek. Er liggen nog voldoende kansen voor verbetering. De chef vindt het oké en ik check in bij het Hilton van Arnemuiden, een prima plek om mijn onderzoek voort te zetten. Wordt vervolgd.


Botsauto (2) / Verkeer / 19-09-2016

Het is zover. In korte tijd heb ik het Aardse rijbewijs gehaald. Voor mij natuurlijk a piece of cake. Ik heb al zoveel vlieguren in de ruimte en heb daar reeds de meest bizarre tegenliggers en medechauffeurs ontmoet. Is de ruimt verkeerstechnisch nog niet zo helder ingericht, het vreemde is wel, dat iedereen zich er aan de geldende regels houdt. Zelfs de vreemdelingen en de debutanten van out of space. Bij het zweven, rijden, varen, zwemmen, drijven, of noem maar eender welke voortbewegingsvorm, het geldt voor allemaal, rechts heeft, krijgt en neemt voorrang. Desnoods met geweld, maar liever niet. Ergens moet een grens getrokken zijn.

Voor het eerst rijd ik zonder begeleiding en boardcontrol op afstand een aardse autorit. Mijn TARDIS heb ik tijdelijk ingeruild voor een Opel Astra. Die naam vond ik wel lekker klinken. Een Ford Orion of Mitsubishi Space Star hadden ook nog gekund, maar mijn chef zweerde bij Opel. Vanwege Duitse grondigheid. Ik nam het onmiddellijk aan. De Opel bracht me aanvankelijk veel plezier, maar niet lang. De zwarte drank die ik hem voerde kotste hij na verloop van tijd in horten en stoten uit. Er was ineens geen land meer met hem te bezeilen. Overstag gaan had ook geen enkele zin. Oploeven ook niet. Het waaide veel te hard. Windkracht 5 minimaal. En dat bij land. Er was geen houden meer aan.

De Opel Astra dreef haast onbestuurbaar over de natte snelweg. Ik had ooit oude filmpjes gezien van mijn chef, waarbij snelwegen in Europa en Amerika leken op kleine rivieren en waarbij auto's transformeerden in zwarte Bat-mobiles met sirene en opstaande vleugels op de achterkant. De snelheid waarmee deze mobiles door, water, lucht, en aarde kliefden was geniaal. Had ik maar zo'n auto, maar mooi niet. Ik moest het doen met Astra. Hopelijk waren de sterren me gunstig gezind. Zou een schietgebedje helpen de vijand te verslaan? En jawel hoor, mijn gebed leek gehoord. De hemel opende zich aan mij en een prachtige Bat-mobile anno 2016 daalde neer.

Een instructie hoefde ik niet te volgen, immers de auto dacht voor mij en voor zichzelf. Zolang het andere verkeer dat ook deed was er niets aan de hand. Maar helaas, de autoverkoop bevond zich al jaren in een impasse, de economie wilde maar niet aantrekken. Aldus was de zelfdenkende auto vooralsnog op de weg en in het verkeer in de minderheid. Nou dat heb ik helaas geweten. De zelfhandelende auto's namen telkens het voortouw, aangedreven en opgejut door hun al even fanatieke baasjes die hijgend op het stuur lagen met hun hoofd bijna tegen de voorruit aangedrukt. 'Aan de kant, aan de kant', riepen ze voortdurend met hun nek en wapperende arm door het raam van hun botsautootjes gestoken. Ik liet het maar begaan. Ik had immers voldoende tijd gekregen van mijn chef om alles grondig uit te zoeken. Maar dat elektronisch verkeer nog niet zo goed werkte, daar was ik inmiddels snel achter. Aldus rapporteerde ik naar mijn chef aan de Andere Kant. Ik mocht ook terugkeren naar de basis. Gelukkig maar. Ik was het goed beu op moeder Aarde. Wat een vervelend, ongeduldig en snel opgefokt volk woonde daar. Met name verkopers, weggebruikers en winkeliers hadden daar een handje van. Iets om snel af te leren.


Opkikkeren / Verkeer / 24-09-2016

Een noodsignaal ontvangen van moeder Aarde. Meer specifiek van kikkerland Nederland. De kikkerstand schijnt daar behoorlijk uit de hand te lopen. Ze worden er helemaal gek van, zoveel springen er momenteel in het rond. Opgeblazen kikkers en platte kikkers. Die laatsten worden platgereden door druk verkeer. Best wel sneu. Het stikt van de kikkerpoelen en weilanden in Nederland. Dat is vragen om problemen.

Het noodsignaal is, raar maar waar, afkomstig van de buren, de Belgen, ook wel reserve Limburgers genoemd. Kikkers zijn niet bepaald grensgebonden, echte spring in de velden zijn het. Maar de Belgen zitten niet op hen te wachten. Ze hebben hun handen en buik al vol van die ADHD-Ollanders, zo is mij gemeld. Ik spring dan ook snel in mijn TARDIS en ga op pad ... eh ... op kikker eigenlijk. De kikkers moeten opkikken, opkikkeren, opzouten, oprotten. Enfin weg. Want woeste Walen en Vlamingen die moeten ze niet hebben op moeder Aarde en zeker niet aan een Nederlandse grens.

Als ik arriveer liggen de kikkers vlak bij de grens in het groene gras lekker te zonnen. Van onrust of paniek is nergens sprake. Ik vraag aan de grootste kikker die ik zie, wie hier de leiding heeft. Mieke en Maja, die een stukje verder staan, schieten in de lach, twee stoere chicks, met dunne lange benen, de ene met stroblond haar en de andere rossig met twee vlechten, weten allang wat er nu gaat gebeuren. Loodjes worden er gelegd, zeker weten. Maar hoeveel? Dat is nog de vraag. De grote dikke kikker, met tevens de dikste muil wijst nu naar Kick. Nee, geen familie van Stokhuizen.

Kick dwingt respect af bij iedereen. Zo ook bij mij. Hij is stevig van postuur, maar niet overdreven. Mocht je hem in een donker steegje tegenkomen, dan hoef je er niet voor om te lopen. Integendeel. Hij beschikt over een hoge aaibaarheidsfactor en is behoorlijk kusbaar, zeker in het donker. Er zou best wel eens een prins in Kick kunnrn huizen. Mieke en Maja weten echter beter. Uit ervaring. Niks geen prins, maar kouwe kermis. In heldere bewoording legt Kick de situatie aan mij uit.

'Kijk, je hebt, mensen, kikkers, potloden, Belgen, Duitsers en Nederlanders. Die grenzen aan elkaar. Het is nu eenmaal niet anders. In omgekeerde volgorde. Ook dat is niet anders. Dat geeft dan Nederlandse mensen, Duitse kikkers en Belgische potloden. U begrijpt vast waar ik heen wil?'

Ik heb geen idee, maar luister naar Kick's vervolg.

'Mensen, potloden en kikkers, dat gaat niet goed samen. Zeker als het evenwicht verstoord raakt. Zo zijn de afgelopen weken grensoverschrijdende kikkers in Nederland terecht gekomen. Kijk daar zitten ze. U zult het niet geloven, maar ze hebben daar gerotzooid, ja u raadt het al, met de Ollanders. En zie hier het resultaat? Vermenigvuldiging. En nu willen ze met z'n allen weer terug het beloofde land in. Mijn land. Mijn Vlaanderen land. En dat kan ik niet toestaan.'

Ik begrijp het dilemma waar Kick voor staat. Maar Kick moet niet zo mouwen. Hij krijgt er prachtig mooie prinsen in wording bij. Oranjegezind. Topprinsen. Mits ze gekust worden uiteraard. Op de kikkermuil, op het hoofd mag ook. Maar dat laatste werkt lang niet zo goed. Ik breng de boodschap over. Voorzichtig en met tact. Ik weet dat Kick zo nu en dan explosief kan reageren. Waarom ik dat weet? Ach, kikkerkennis.

'Ik hoef die gereïncarneerde rotprinsen niet. Verwaande kwasten zijn en worden het. Ik heb hier in mijn eigen land al een paar van die charlatans zitten. Nee, ze komen er niet in. In mijn land. Mijn Vlaanderen land.'

'Ja, maar Kick, sluis ze dan even door naar Wallonië, probleem opgelost. Of naar Limburg, die wissen ja nichts. Ganz einfach.'

'Klaar!'

'Klaar!'

Aldus geschiede. Een herhalende geschiedenis, voor de zoveelste keer. Problemen op- en doorgeschoven. Ik stap weer in mijn TARDIS en reis terug naar de Andere Kant. Om te rapporteren aan mijn chef. 'Kikkers opgekikkerd, coast clear.'
Fel oranje gekleurde prinsen, Duits- en Limburgstalig, zullen in de late winter opstaan, voor en op de kar gespannen worden, opgaan in vroege lente feestgedruis. Grensoverschrijnend. Het zij zo.


Conventies / Verkeer / 27-09-2016

Vandaag een snoepreisje ontvangen van mij chef aan de Andere Kant. Ik mag het Galacticum heel even verlaten voor een ontspannen weekje vrij. En het leukst van al, ik mag mijn TARDIS meenemen. Gratis. Wat een goede baas heb ik toch. Omdat ik optimaal rendement wil halen uit mijn vakantie heb ik mijn zinnen gezet op Moeder Aarde. Mijn favoriete planeet in een immens zonnestelsel. Er wonen ook veel immensen op de Aarde zo heb ik me laten vertellen. Heb ze alleen nog niet ontmoet. Ze schijnen op dit moment vooral te wonen op het westelijk halfrond. Alsof er vierkante planeten bestaan. Maar dat laat im even in het midden voor de techneuten onder ons. Ook wel wetenschappers genoemd. Ja, ja, alfa en beta hoor. Voel u vooral niet te kort gedaan. Technisch alfa zijn de leukste. Zeker de mannetjes.

Eentje is er op dit moment zeer populair en in de actualiteit op het westelijk halfrond. In het noorden om precies te zijn. Het noorden kwijt, zoals altijd. Hij heet Donald Trump. Zo heb ik me laten vertellen. Schijnt zowel aan de voor- als onderkant een enorme trump te hebben. En eentje die het doet. Supergroot. Geen supertrooper maar een supertrumper. Daar scoort ie hoge ogen, neuzen en oren mee. Hij slaat ermee namelijk met dat ding. Het ding aan de voorkant (gezichthoogte, ook wel poolshoogte genoemd) en aan de onderkant (lieshoogte, in het midden). Het wordt hem niet in dank afgenomen. Uitgezonderd zijn volgers. Maar dat zijn alleen maar slappe lullen, met gouden ballen.

De beta vrouwtjes daarentegen kunnen er ook wat van. Zo hupt er op dit moment eentje rond met een glad getrokken kalkoennek. Hillary Clinton heet ze. Ze kakelt naar hartelust, ook als ze verkouden is of grieperig. Ze hoest als een oude vent, maar geen probleem. Ze staat haar mannetje. Moet ook wel als je het moet opnemen tegen een mastodont met hersenleak. En ja, ook zij huppelt rond op het westelijk halfrond ergens in het noorden. Sterker nog. Ze komen elkaar regelmatig tegen. Tijdens debatten die overal en nergens over gaan. Ze krijgen dan allebei dezelfde spreektijd om overal en nergens over te praten. Ze larderen hun teksten met cijfers en getallen. En ik zeg. Niet doen. Ze staan al genoeg voor paal. Eentje is dan ook nog eens onfatsoenlijk. Het is de hard sprekende en slecht horende net niet look-a-like president. Een belastingneuker en vrouwenhater. Hoewel hij diezelfde vrouwen wel in familiare feminiene vorm nodig heeft op het podium om zijn gigantische trump van boven en beneden koest en verborgen te houden. Die mogen niet groot in beeld en luidspreker komen. Liever niet.

Het vuurrode vrouwtje weet wel raad met dit soort potloodventers die de American Dream over de rug van papa's en mama's hebben veilig gesteld. Samen met haar grijze mannetje neemt ze applausjes, zegeningen, kushandjes en lofuitingen gelijk een vrouwelijke paus in ontvangst. Ze kussen nog net niet haar voeten. Alle lofuitingen, applausjes, zegeningen en kushandjes zijn uiteraard wederzijds. Ze is niet zuinig met dit gemeengoed. En sterker nog, het is gratis. Kost niets. Valt dat effe mee gezien de hoge kosten die het reclamecircus met zich meebrengt. Toveren uit de hoed. Dat doet ze veel beter dan de sigaren uit de doos van Donald. Ze zal toch niet ... Nee ... Nee!

Terug naar mijn vakantie. U ziet ik laat me graag rondleiden in het westelijk halfrond. Ik val met de neus in de boter. Hopelijk mag ik in november ook nog een weekje weg van de baas. Grote kans dat dan een van de twee aan tafel zit bij mijn chef aan de Andere Kant. Met Hillary of Donald. Gewoon om even serieus te babbelen over hoe nu verder met Moeder Aarde. Het is en blijft mijn stokpaardje. Eender wie erop rijdt. Een ezel of een olifant. Ze zijn sowieso inwisselbaar. En dat geldt ook voor de achterban. Ze maken het zichzelf wel erg makkelijk daar in het noorden van het westelijk halfrond. Een immer terugkerend referendum. Olifant of ezel? Ga er maar aan staan. Jippie Ja Jee.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-03-2016

Columns van Harrie (Maart 2016)


Perito / Verkeer / 10-03-2016

“Perito, Perito!”, roept mijn chef van de Andere Kant. Ik kan het niet helemaal plaatsen. Is hij nu aan het ijlen of droomt ie slecht? Waar heeft ie het over? “Dorst, dorst!” Ja, dat kan, dat heb ik ook wel eens bij een nare droom. Zal ik hem dan toch maar wakker maken? De laatste keer dat ik dat deed waren de poppen aan het dansen. En niet die van het waterorgel. Het schreeuwen of ijlen houdt aan. Ik trek mijn stoute schoenen aan. Huilend wordt mijn chef wakker. Na een korte maar duidelijke uitleg moet ik onmiddellijk op pad. Mijn chef heeft weer eens een voorspellende droom gehad. De vraag is of ik op tijd ga komen om de droom dit keer letterlijk niet uit elkaar te laten spatten. Geen natte droom. Integendeel. Het spuiten moet hier absoluut tegengehouden worden.

Ik reis af naar moeder Aarde. Ver onder de gordel van de evenaar. Helemaal naar Argentinië. Om te redden wat er nog te redden valt. Ik houd de nieuwsberichten via mijn TARDIS telefoon scherp in de gaten en probeer koers te houden. Het valt niet mee. Ik land vlakbij de Zuid-Patagonische ijsvelden en huiver. Ik zie dat zich een grote menigte heeft verzameld rond de Perito Morenogletsjer. De mensen lijken allemaal vastgenageld te staan in het ijs. “Weg, weg!”, wil ik nog roepen. Maar te laat. De 'witte reus' laat woest zijn tanden en pegels zien en brult van pijn. Scheuren in zijn nek piepen en kraken en splijten uiteindelijk het hoofd van de romp.

Gelukkig rolt de kop de goede kant uit. Nog nooit heb ik Argentijnen zo zien schrikken. En toch, het is een groot drama. Het waterhoofd van de witte reus staat borg voor een van de grootste voorraden van zoet water. Alweer is de aarde een stukje lek geslagen. Ik hoor mijn chef door de radio huilen. Ook hij heeft door dat ik machteloos sta. Ik ben gewoon te laat. Ik vraag me af of ik überhaupt had kunnen helpen. Tegen ijsreuzen helpt zelfs geen hogere macht. De zon die kunnen we de schuld geven. Die warmt de aarde op. Maar die is zo gigantisch groot, die laat zich niet zo maar knechten. Nee, het zijn de kleine aardbewoners die de handen in elkaar moeten slaan. De honger en dorst naar rijkdom en luxe zal weldra toch om moeten slaan naar behoud van natuur. Behoud van flora, fauna en van geo. Hoe lang heeft moedertje aarde anders nog te gaan?


Reuring / Verkeer / 20-03-2016

Er komen noodsignalen binnen van moeder Aarde. Zij staat volledig op haar kop. Mijn chef van de Andere Kant is er zelfs misselijk van. Het is ook zijn febbeke natuurlijk, moeder Aarde. Of ik zo snel mogelijk poolshoogte wil nemen. Ik vraag naar een wat meer specifieke locatie. “Het land van Cruijff”, roept mijn chef. “Nederland of Spanje?”, plaag ik hem. “Nederland.” Hij heeft blijkbaar kennis van zaken. Volgens mijn chef is het allemaal begonnen met het ziektebeeld van Cruijff. De kanker is overgesprongen op een hele natie. Zo schijnt. Meer specifiek nog, op een klein stukje Nederland. Een klein stukje schrijvend Nederland. En een beetje België natuurlijk. Het ene bestaat niet zonder het andere.

Ik stuur mijn TARDIS linea recta richting Lage Nederlanden en land in de tuin van een ongelofelijke mopperaar. Een echte kankerstok. Waar ik dat woord vandaan heb? Geen idee. Ik heb ooit de tram genomen in Amsterdam en daar leek het woord ‘kanker’ net zo gangbaar te zijn als ‘tyfus’. In alle vervoegingen. Eigenlijk wat ‘kut’ is voor een Bosschenaar. Ja, daar heb ik ook even een tussenstop gemaakt. Jeroen Bosch was ingestort. Nou ja, Jeroen Bosch. Eigenlijk Pearle. Het komt zo. Ik zie niet altijd goed waar ik land. Sorry Jeroen.

Enfin, die kankerstok in de tuin die vloekte en tierde dat het een lieve lust was. Ik heb nog nooit een mens zo kwaad gezien. Hij had er alle reden toe. Zo liet ie weten aan iedereen die het maar horen wilde. En ook aan degenen die het niet horen wilden. Het was een gefrustreerd mannetje, zo bleek. Maar is frustratie van een manspersoon voldoende reden om een hele natie in rep en roer te zetten? Blijkbaar wel. Hij had zelfs de hulp ingeroepen van de media. Nou ja, media. Sommigen bestempelen de door de man verkozen media als pulp en poep. Geen Peil, Geen Stijl, Geen Heil, ik weet niet meer precies hoe het heette. Fok had er ook nog mee te maken, Fok of Bok of Mok? Ik weet het niet meer precies.

De media bundelden de krachten, speciaal voor dit boze mannetje, hoe kreeg hij het voor elkaar. Ze schreven een referendum uit. Alleen maar voor hem. Het aanzien van de man was zo aangetast, ondemocratisch en manonvriendelijk, dat zijn ballen gekrompen waren. En dat moet je geen enkele aardling aandoen. Benepen en met rood hoofd krijste hij erop los. In diverse kroegen spuwde hij zijn gal. Line en online. Niemand ontging zijn klaagzang. Ik vond het wat overdreven. Maar allez, wie ben ik. Al met al een treurig verhaal. Het maakte de man vals. Erg vals. Hij had het gevoel dat zelfs zijn eigenste trukendoos zich volledig tegen hem keerde. Dat gold ook voor zijn koekjestrommel. Mijn god wat ging ie te keer. Zoete broodjes werden niet gebakken.

Om een lang verhaal kort te maken, lieve lezer. Ik heb hem gekalmeerd. In zijn eigen tuintje. Ik heb een arm over zijn schouder gelegd en hem getroost. Naar hem geluisterd en aandacht gegeven. Hij brak. Hij gooide er alles uit. Drie uur lang spuugde hij zijn hele leven en frustratie uit. Het voelde goed. Deze man had geen therapie nodig. Niet van mijn chef, niet van mij, niet van de aardlingen. Hij kon weer verder. Weliswaar liep hij voort een beetje mank en bleef er een hoop spaak lopen. Maar ach, de leeftijd hè. Daar kan niemand zich tegen wapenen. Het komt en het blijft komen. Een extra reden om er nog een extra tandje bij te zetten. Want kennen, zich laten kennen, dat doet deze man slechts een keer in zijn leven. Achter in zijn tuin. Tussen de begonia’s. Gelukkig staan ze snel weer in bloei.

Ik rapporteer alles terug naar mijn chef. Wat Johan toch allemaal los kan maken? Het zij zo. Een ziel is in ieder geval weer op zijn pootjes geland. Hij kan weer rechtop lopen en zijn buren een glimlach gunnen. Boos worden zal ie niet snel meer doen. Dat voelt zo laag. Amen dan maar. De aarde tuimelt toch weer verder. Mijn chef ook weer gerustgesteld. Hemel en aarde weer in evenwicht. Waarbij hemel gelezen mag worden als ruimte.


Boshamels / Gein & Ongein / 26-03-2016

Het jaargetijde hangt in de blauwe lucht. Mozes kriebel wat heeft dat dit jaar lang geduurd. Er leek dit jaar heel even geen enkel baadje of bloemetje te willen ontluiken in mijn Nummer Een bos. Gelukkig laat de natuur mij en Raakhout nooit in de steek. Hoe traag dan ook, hij rekt zijn poten dit jaar extra lang. Lang in beide betekenissen, gestrekt en voortdurend. Griss mich nich, zie ik het nu goed. Geeft de zon mij nu een knipoog? Waar heb ik dat nu weer aan verdiend. Of is het gewoon een schenking. Gratuit. De zon geeft anders niet altijd zomaar haar stralen weg. In Afrika en op andere vreemde continenten doen vele beroepsinboorlingen zeer veel moeite om de zon gelukkig en happy te stemmen. Pas dan laat zij haar vruchten los. Aldus aardse mythologie.

De nieuwe lente is nog vers. Stilletjes zie ik al uit naar de lentemanifestatie der druïden. Ik tel de dagen reeds af. Het duurt nog lang. Het laatste weekend van mei vindt het festival dit jaar plaats in Duitsland. Ergens in de Eiffel of de Vogezen. De Duitsers houden het nog even spannend. Het thema dit jaar is Europa. Slecht gekozen vind ik. Ik vrees dat het weer een herhaling van zetten wordt. Druïden hebben het niet zo op politiek. In 1605, als ik het me nog goed herinner, hebben we nog het thema Euroma behandeld. Toen poogden de vrouwen van Lancaster op het vaste land vaste voet te krijgen. Is toen ook niet gelukt. Ze stranden al heel snel op de Witte Wieven. Die zijn nergens voor in en willen dat graag houden. Tot op heden ten dage gelukt. Waarom dan nu zo’n moeite steken in bondgenootschappen?

Grenzen zijn er niet voor niets. Zeker de onzichtbare verdienen extra aandacht. Zij zijn nog het best te overtreden. En maar goed ook. Ik houd niet zo van lijntjes. Laat staan erbinnen blijven. Dat geldt idem dito voor grenzen. Misschien dat ik dat thema dan maar eens opvoer. De onzichtbare grenzen van de democratie. Het houdt me stiekem toch wel bezig. De Fransen willen heel graag LEFje spelen. Dat moet je niet bij de Belgen proberen. Zij gooien LEFFE in de strijd. Liberté, Egalité, Fraternité, Friternité, Emanuellité. Daar kunnen de Fransen een puntje aan zuigen. Duitsers, Fransen en Belgen, ze liggen elkaar niet zo. Boshamels zijn het. Allemaal. En dan hebben we nog geeneens over Grieken, Portugezen en andere zuiderlingen gehad. Vergeet ook niet het Oosten. De Hongaren en de Roemenen. En wat te denken van de Polen? Dat moet allemaal samengaan en blijven gaan. Schildje vormen tegen Poetin? Houd toch op. In het Noorden bibberen ze al jaren. Finnen voorop. De extreme kou vraagt regelmatig om actie. Binnenlands uiteraard. Saunaspartelen en dompelbadworstelen kunnen ze als de besten. Maar houdt het de koude oorlog ook buiten?

Raakhout gelooft het wel. Hij bruint vooralsnog zijn witte kikkerbillen in de prille lentezon. Ik raadpleeg voor de zekerheid toch nog even de notulen van vorig jaar. Ik wil wel beslagen ten ijs komen, ook al is de winter alweer bijna voor eventjes verleden tijd.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.


29-02-2016

Columns van Harrie (Februari 2016)


Eerste gebruik / Uitdaging van de Maand / Verkeer / 19-02-2016

Voor u op de stoel ligt een wit pak. Trek dit aan. Zorg dat de rits goed dicht zit.
Trek ook de bijgevoegde handschoenen en schoenen aan. Zeker als het uw eerste keer is. Vervolgens de helm en de bijbehorende hoofdtelefoon.
Doe de deur open en stap naar binnen. Zorg ervoor dat u altijd rechtop blijft staan. De schoenen zullen u daarbij helpen. Ze zijn verzwaard met lood.
Bekijk rustig de ruimte waarin u zich nu bevindt. Draai voorzichtig naar links totdat u weer in dezelfde stand staat. De basisstand. De ruimte is klein maar went snel.
Aan de wand achter u, in basisstand, heeft u een soort van zwemhaak gezien. Klem deze om u heen door de flexibele arm onder uw linkeroksel door te halen en de haak om u borst te slaan. De zwemhaak is noodzakelijk om u rechtop te laten staan tijdens de vlucht. Klik nu op de groene knop op het bedieningspaneel voor u. De zwemhaak is daarmee op slot gezet. De knop kleurt rood als het goed is. U bent verzegeld.
De bediening is vrij eenvoudig. U ziet een stok. Dit is de USB. Universele Sleutel Besturing. Naar voren duwen: u gaat omhoog. Naar achteren duwen: u gaat omlaag. Naar links duwen: u gaat naar links. Naar rechts duwen: u gaat naar rechts. Let op: Maak geen roerende bewegingen. Dan wordt u misselijk.

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 14e schrijfopdracht op ColumnX (februari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een compacte gebruiksaanwijzing van een voorwerp
-Het hoofddoel is duidelijkheid. Begrijpt de lezer hoe het werkt?
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)



Bouw je eigen TARDIS / Uitdaging van de Maand / Verkeer / 16-02-2016

Belangrijk! Bevestig dit artikel met het meegeleverde ruimteanker in de ruimte. Verschillende ruimtes vereisen verschillende soorten bevestigingsbeslag. Gebruik bevestigingsbeslag dat geschikt is voor de ruimte waarin je je bevindt (niet inbegrepen). Weet je niet precies welke soort schroeven / beslag je moet gebruiken, neem contact op met de vakhandel. Bekijk goed de meegeleverde gebruiksaanwijzingen. Lees ook de onderstaande toelichting bij de plaatjes. Het is een leeswijzer bij de meegeleverde doewijzer. Wel zo handig!

Houd de doewijzer bij de hand en begin bij pagina een.

1) Benaming instrumentarium:
Kruiskopschroevendraaier, schroevendraaier, waterpas, hamer, centimeter, lijmklem, boormachine.

2) Dit artikel nooit alleen in elkaar zetten. Nodig iemand uit die niet chagrijnig is. Nodig een schrijver uit met een grote glimlach op zijn gezicht.

3) Wordt niet chagrijnig als er ergens een hoekje vanaf is. Leg een Perzisch tapijtje op de vloer. Dan voorkom je breuken.

4) Snap je niet hoe de hamer werkt? Bel dan even naar het ruimtemagazijn. Ja, je ziet het goed. Met een telefoon aan een draad.

5) Benaming bevestigingsmaterialen (de aantallen staan erbij vermeld):
Moer, bout, klem, pin, dop, hoek, plug. Noteer de nummers van ontbrekende materialen en bel dan naar het ruimtemagazijn.

Let op! De volgende handelingen met twee personen uitvoeren. Glimlachend.

6) Leg deur een op de grond en bevestig de getoonde materialen.

7) Leg deur twee op de grond en bevestig de getoonde materialen.

8) Leg zijkant een op de grond en bevestig de getoonde materialen.

9) Leg zijkant twee op de grond en bevestig de getoonde materialen.

10) Leg de achterkant op de grond en bevestig de getoonde materialen.

11) Leg de vloerplaat op de grond en bevestig de getoonde materialen.

12) Leg de plafondplaat op de grond en bevestig de getoonde materialen.

13) Verbind 6) en 7) met 8) en 9) met behulp van de getoonde materialen.

14) Verbind 10) met het resultaat van 13). Leg eerst 10) op de grond met de juiste kant boven.

15) Verbind 11) en 12) met het resultaat van 14). Eerst 11) dan 12).

16) Til de TARDIS voorzichtig rechtop.

17) Ga nu verder met het interieur. Zie Gebruiksaanwijzing 2. Het interieur

Succes!

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 14e schrijfopdracht op ColumnX (februari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een compacte gebruiksaanwijzing van een voorwerp
-Het hoofddoel is duidelijkheid. Begrijpt de lezer hoe het werkt?
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)



Gesloten venster (2) / Verkeer / 06-02-2016

Het lukt me niet goed om voor de tweede keer uit het gesloten venster te geraken. Ik weet eigenlijk ook niet precies hoe ik er weer in terecht ben gekomen. Na het stampen op het blauwe bordje ‘Inzenden voor beoordeling’ ben ik de kluts kwijtgeraakt. Kwam in een vreemde ruimte met beeldschermen met daarop vermeld het woord ‘Moderator’ en een stem die om mijn ID vroeg. Ik zou zogenaamd geen titel en categorie ingevoerd hebben, daar waar woorden mijn voeten overspoelden. Nog voor ik er erg in had, werd ik weer teruggeworpen in het gesloten venster waar ik kortgeleden vandaan kwam. Had ik nu mijn TARDIS binnen bereik gehad dan had ik dit probleem eenvoudig kunnen oplossen. Maar helaas. Die was in geen wegen of velden te bekennen. Het enige wat rest is een nieuwe verkenning van de ruimte. Gesloten venster deel twee.

Ik zak onderaan het venster door mijn knieën. Er plakt een lichtblauw vlak aan vast. Dat had ik de vorige keer nog niet gezien. Het lijkt wel een bewegingsmelder. Het registreert voortdurend woorden. Aantal woorden: 178. Terwijl ik de woorden nu ook boven mij in een moordend tempo op mij af zie komen loopt de aantalwoordenteller gestaag op. Ik voel zelfs zinnen drukken. Heel langzaam lijken ze mij op te sluiten, de woorden in zinnen, als muntjes in een gokkast op de kermis, voortgeduwd door een klein bulldozertje. Ik kan de druk niet aan en wordt nu door het woord ‘door’ langzaam richting putje geduwd. Ik probeer me nog vast te houden aan de rand van het venster maar tevergeefs. ‘Door’ drukt door en ik val naar beneden en kom terecht in een plat langgerekt wit venster.

Helemaal links zie ik ‘Slug’ geschreven staan. Zou ik dat kunnen doen? Ik zou niet durven. Wat betekent het überhaupt? Helemaal rechts staat een klein minipijltje met de punt omhoog gericht. Moet ik daar misschien naartoe? Waar hangt die verdomde TARDIS nu toch uit. Als je hem nodig hebt is ie er niet. Ik zie dat onder het woord ‘Slug’ een klein vierkantje geopend is. Boven mij, onder het gesloten venster is de bulldozer verdwenen. Het aantal woorden staat op 359 en er schijnt ook een concept opgeslagen te zijn. Een concept? Ik moet er niet aan denken. Ik wil geen concept, ik wens een oplossing. Die ligt vooralsnog opgeslagen in de ‘enter’ knop. Deze schept ruimte in de tekst. Vijf witregels gun ik me nog voor de oplossing. De return of the TARDIS. Gelukkig weet ik dat de TARDIS ook op zoek is. Dat kan niet anders. Naar mij. Zonder mij is ie stuur- en nutteloos. En zoals in de meeste goede verhalen en films komt ie altijd pas op het einde. De oplossing. Ik zet er een klassiek muziekje onder, niet te licht en niet te zwaar. Iets in de trant van ta, ta, ta, taaaa. Ken uw klassiekers. Daar komt ie al aangevlogen. Waar was je nou? Wegwezen hier, ik heb het alweer gezien. De achterkant van een verhaal hoef ik voorlopig niet meer te zien. Laat staan zijn ontstaansgeschiedenis. Laat het een wijze les zijn. Voor man en machine. Hoedt u voor gesloten vensters. Ze slurpen alles op!

Terwijl we samen wegvliegen fluistert de TARDIS mij nog even droog de betekenis van ‘Slug’ in. “Een slug in WordPress is een onderdeel van een URL dat meestal het artikel beschrijft. De slug is het gedeelte dat na de domeinnaam komt in de URL.” Met waterige oortjes neem ik het bericht voor lief. “In de slug komen alleen kleine letters; spaties worden vervangen voor een koppelstreepje; speciale karakters worden niet in de slug verwerkt.” Het komt niet meer binnen. Ik ken het woord ‘slug’ alleen maar als een natuurkundige eenheid, een Angelsaksische eenheid voor massa, tevens eenheidssymbool. Doe mij maar een slug thee. De TARDIS blijft volhouden. “Een ‘slug’ kan ook verwijzen naar een ballistisch projectiel of een Amerikaanse rapper, een fictief personage uit Marvel Comics of een lied van de Passengers.” Zo is het genoeg. Ik zet explicatiemodus van mijn TARDIS uit. De muziek gaat aan. Eno met U2.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-01-2016

Columns van Harrie (Januari 2016)


Gesloten venster / Verkeer / 28-01-2016

Mijn TARDIS loopt vast, iets dat ik nog nooit heb meegemaakt. Mijn eerste actie was natuurlijk het melding maken van het euvel bij mijn chef. Hij wilde er niet van weten. Hij had het probleem al meerdere malen in de ruimte geconstateerd. Gevangen in de ruimte. Zo noemde hij het altijd. Meerdere planeten hadden er last van. Van dingen die vastlopen.

Enfin, daar had ik dus niet veel aan. Geen troost van mijn chef. Het kwam weer eens neer op zelfredzaamheid. Voor de verandering. Eerst maar eens de analyse van het probleem. Ik stuiter met mijn TARDIS tegen de vensterrand. Het hele venster heb ik gehad maar ik raak er niet doorheen. Wel zie ik dat het venster zich snel vult met letters. Het venster schuift ook zo nu en dan naar boven. Om ruimte te bieden aan nog meer letters. Boven en langs het scherm staan andere kleine vensters. Die lopen niet mee met het venster waar ik mij in bevind. Maar ik blijf zoeken en botsen. Vroeg of laat moet ik toch een opening vinden?

Langs het venster zie ik nu ook allemaal knoppen en zinnen opdoemen. Zo zie ik leuzes als ‘In de prullenbak’ en ‘Inzenden voor beoordeling’. ‘Opslaan als concept’ is ook zo’n mooie. En wat te denken van ‘Zichtbaarheid: Openbaar’.
Zou er ook gesloten zichtbaarheid bestaan? Begrensde zichtbaarheid? Alleen maar zichtbaar voor autochtonen, zoiets …? Ik roep nu wat termen die rondzingen op moeder aarde. Dat krijg je van al dat gestuiter in een TARDIS. Naast autochtonen heb je ook allochtonen. Een aparte categorie vormen dan weer de vluchtelingen. Vermoeiend allemaal. Er hangen ook allemaal problemen rondomheen. Net als rond mijn TARDIS. Waar zit nu de escape? Ieder venster zou er eentje moeten hebben. Een klein deurtje. Een nooduitgang.

Ik kom via de randen van het venster weer in de buurt van dat triggerende blauwe vlak ‘Inzenden voor beoordeling’. Hier blijf ik toch maar eens even hangen. Ik doe de deur van mijn TARDIS open. Het vak heeft dezelfde kleur als mijn tijdmachine. Dat kan geen toeval zijn. Ik bonk met mijn vuist stevig op de rand van het venster … en zowaar … ik stoot er doorheen. Het gat is groot genoeg om er doorheen te kruipen. Ik begeef me nu op glad ijs. Spekglad. Het eerste wat ik doe is naar het blauwe vlak lopen. Ik besluit er eens flink op te stampen. Waarom? Geen idee. Floep. Ik ben binnen. Binnen?

Ik bevind me nu in een vreemde donkere ruimte met beeldschermen die flikkeren. Op een van de schermen zie ik in grote letters staan: Moderator. Achter in de ruimte hoor ik geluid. Een stem.

“Wat doet u hier? Hoe komt u hier binnen? Mag ik even uw ID zien?”
“Ehhhh … geen idee eigenlijk … ID? … heb ik niet.”
“Ik stuur u terug. U heeft namelijk geen titel ingevoerd en geen categorie.”

Nog voor ik een plaatje heb gekregen bij de stem, zit ik weer terug in het venster. En tot mijn schrik in mijn eentje. Mijn TARDIS zie ik ook niet meer. Hoe moet ik nu naar huis? Naar de Andere Kant? Terwijl ik een plan verzin raakt het scherm in korte tijd weer vol. Met letters. Een heel verhaal. Zou daar de oplossing in geschreven staan?

Wordt vervolgd … waarschijnlijk


Pluk de ruimte / Uitdaging van de Maand / Verkeer / 16-01-2016

De aarde licht op, een mooi gezicht. Altijd leuk om rond de aardse jaarwisseling door de ruimte te vliegen. Voor mij een sport om dan het licht te volgen. Op de ene plek schijnt het feller dan op de andere. Gelukkig hoor ik in mijn TARDIS niet hoe hard het licht knalt. Ik zie ook nergens vingers en ogen vliegen. Het aardse leed blijft mij bespaard.

Voor miljarden is er weer vuurwerk de ruimte ingeschoten. Een verdubbeling van sterretjes. Hoewel? Zijn die niet ontelbaar? Net als al die voornemens? Ontelbare voornemens? Ja, ontelbare voornemens. Een vreemd fenomeen op moeder aarde. Mijn chef van de Andere Kant wil dat ik ze allemaal rapporteer. Geen beginnen aan. En voordat ik de eerste voornemens in kaart breng zijn de meesten alweer gestrand. Het is en blijft een raar volkje die aardlingen.

Ik pik er willekeurig toch een paar uit. Vijftig kilo afvallen. Minimaal twee uur per dag bewegen. Een boek schrijven en uitgeven bij een erkende uitgever. Minder vlug oordelen. Wat liever zijn voor mezelf en voor de ander. Minder frikadellen eten. Stoppen met roken. Minder drinken. Een kindje kopen. Een nieuw lief vinden. Vreemd hoor, heel vreemd. Het gaat allemaal over meer of minder. Haast niemand die een status quo aanhangt, alles bij het oude laat. Zijn de aardlingen dan zo ontevreden?

Wat vind ik er eigenlijk zelf van? Ik wil niets liever dan blijven zweven. Met of zonder opdrachten. Het is me om het even. Opgaan in momenta. In het heden. Pluk de ruimte. Mijn chef aan de Andere Kant begrijpt er ook niets van. Bestaan er echt wezens die een loterij willen winnen? Wat zeg je? Onder alle bevolkingsgroepen? Ook onder de voorname? Nee!

Toelichting:
Geschreven n.a.v. 13e schrijfopdracht op ColumnX (januari 2016), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Werk een goed voornemen uit
-Dik het aan, maak het smeuíg, maar houd de geloofwaardigheid in zicht
-Waarheid of fictie
-Schrijf de opdracht in plusminus 300 woorden (275-325)



Omdenken / Verkeer / 05-01-2016

Ik reis met spoed naar moeder Aarde. Op last van mijn chef aan de Andere Kant. Het jaar 2016 is zojuist begonnen. Gerekend in aardtijd uiteraard. Omgedacht naar galacticatijd spreken we over pakweg een triljoen lichtjaren geleden, heden of toekomstig. Ik weet het effe niet meer. Tijdbesef lijkt zo old school. En dat is not done. School en oud dat bekt niet goed, zoals dat op aarde in populaire termen heet. Iedere school behoort natuurlijk nieuw of op zijn minst vernieuwend te zijn. Niet oubollig.

Ik dwaal af. Niet echt handig in een ruimte die geen grenzen kent. Waarom die spoed naar moeder Aarde? Het heeft te maken met een apert fenomeen. Omdenken. En dan gaan de belletjes rinkelen in Galactica. Wat voor moeder Aarde wellicht overkomt als een modegril is voor Galactica een verzoeking. Er verandert al zoveel in onmetelijke ruimten. Het omdenken van aardlingen kan tot buitenproportionele gevaren leiden. Daarom moet er worden ingegrepen. Ik stuur mijn TARDIS richting lage landen.

Stuntelig land ik in een vreemde ruimte met TL-licht. Er lopen veel mensen rond. Ze tokken een beetje en schudden druk met hun hoofd. Niet van links naar rechts, dat is gekend, maar van voor naar achteren. Ze lopen druk en breed armbewegend naast en tegen elkaar. Ze schuifelen wat met hun voeten. Die lijken te zeggen. ‘Ga weg, aan de kant!’ De mensen zijn erg in zichzelf gekeerd en hebben duidelijk gebrek aan ruimte. De irritatie is voelbaar. Ik hoef niet lang na te denken wat hier aan de hand is. Ik bevind me in het hart van een journalistiek communicatiecentrum. Ze zijn bezig met omdenken. Dit is precies wat mijn chef van de Andere Kant bedoelde. Gevaarlijk.

Ik spreek een aantal mensen aan op hun gedrag. Ze kijken me stuk voor stuk stoïcijns aan en geven geen antwoord. Ook als ik hun vertel dat hun gedrag buitenaards is en nijgt naar omdenken, ik moet de boodschap voorzichtig brengen, het zijn immers aardlingen, valt het kwartje niet. Ik moet deze situatie nu toch zeer ernstig nemen. De Aarde zou zomaar kunnen kantelen. De grote schrik binnen universum Galactica. Omkantelen is een logisch gevolg van omdenken. Maar wat kan er dan zoal omkantelen door het omdenken? Een legitieme vraag.

Eindelijk heb ik een aardling te pakken die voor rede vatbaar lijkt. Zijn uitleg komt helder over. Het omdenken maakt van ja-knikkers nee-knikkers, van mannen vrouwen (en vice versa), energie groen, maar ook blue bleu en grenzen dicht. Het doet polen smelten en zet huizen onder water. Het maakt arm rijk, maar dan anders. Niet in geld. Het omdenken zorgt niet alleen voor omkanteling maar ook voor strop, voor stilstand, achteruitgang zelfs. Het werpt de mensheid terug naar de middeleeuwen. In een tijdmachine als de TARDIS geen enkel probleem, voor de aardling echter zeer verwarrend. De aardling komt met een lepe oplossing. Het omdenken, middels transitie, ombuigen naar denken en doordenken. Probleem opgelost. Hoe eenvoudig kan het zijn.

Ik dacht het niet. Ook denken en doordenken hebben hun beperking. Het is een ijdele vlucht voor zijn. Daar zit nu juist het gevaar. Een ijdele vlucht in transitie van omdenken naar denken en doordenken verwart de buik, het hart en de ziel. Laten we in 2016 niet meer omdenken maar omvoelen. Voor het gevoel kan de aarde gelijktijdig omkantelen en toch stil staan. Aardlingen happy, universum Galactica happy. Kortom iedereen happy. De aardling gaat akkoord en spreidt het woord. Voorlopig is het gevaar geweken. Ik rapporteer aan mijn chef. Mission impossible possible. Ik kantel mijn TARDIS en vertrek. Richting Galactica. Gelukkig geen druk verkeer vandaag. Ruimtefiles hoef ik niet te mijden.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-12-2015

Columns van Harrie (December 2015)


Pearls voor de zwijnen / Verkeer / 01-12-2015

Een vreemd fenomeen maakt zich meester van moeder aarde. Mijn chef van de Andere Kant maakt zich ongerust. Het fenomeen schijnt ieder jaar terug te keren in de laatste weken van de omlooptijd van de aarde rond de zon. In aardtijd gesproken, om en nabij 365 wentelingen rond de zon, in pakweg 24 uur tijd. Tot op de seconde schijnt die tijd te kloppen, voor zover dat mogelijk is. Alleen Chinezen en Romeinen geloven daar niet helemaal in. Maar dat zijn dan ook rare jongens. Zoals alle aardlingen dat eigenlijk zijn.

Het fenomeen heet reclame. Het neemt dramatisch toe in de laatste weken van omwentelingen rondom de zon. Het fenomeen wordt vooral waargenomen op het noordelijk halfrond. Diverse media zetten het op merkwaardige wijze in. Reclame. In de vorm van perpetuum mobiles proberen ze de krachten te bundelen. Misselijkmakend. Het draait consumenten een rad voor ogen. Ze worden niet wijs uit alle aanbiedingen. De markt wordt overspoeld.

De chef heeft mij op pad gestuurd. Om enkele reclames te toetsen. Om zijn zorg weg te nemen. Nu is het mijn zorg. Ik land mijn TARDIS voor een disco. De ultieme plek om een reclametoetsing te doen. In de disco danst helemaal niemand. Volgens de muziekencyclopedie die ik speciaal voor deze opdracht heb doorgelezen is dat not done. Hoe kan hier nu een reclame opgenomen worden? Nou het kan. Ik heb het geweten.

Een showbusinessmannetje met vlinderdas duwt mij het podium op en vraagt me vriendelijk zo vreemd mogelijk te dansen. Ik houd drie vingers voor mijn ogen en richt ze daarna op de camera. Ik wieg mijn heupen vierkant in het rond en spring omhoog, de benen gespreid. Ik land in een ziekenhuis. De arts die mij behandelt lijkt verrekte veel op een mannetje dat belastingpapieren invult in huize Lammers. Maar dan in een andere reclame. Ik draag mijn sokken links en rechts aan de juiste voeten. Dat is duidelijk te zien. De arts, annex belastingpapierinvuller, geef ik een gratis bril. De andere gratis bril houd ik zelf. Lekker puh. Mijn chef hoeft het niet te weten. Altijd handig zo’n extra brilletje.

Ik vlieg terug naar de Andere Kant en rapporteer aan mijn chef dat reclames banaal zijn. Maar ook lucratief. Hij hoeft zich er geen zorgen over te maken. Je kunt er leuke prijzen mee winnen en klanten. Vooral met bizarre reclames lukt dat. Met koeien die bommetjes doen in een zwembad en olifanten met een sterk geheugen, na Rolo-onthouding. Aan het einde van het jaar baren hooguit reclames over brillen en ondoorzichtige zorgverzekeraars zorgen. En die over uitvaartzorg of course. Yarg.


Popiejopie / Verkeer / 03-12-2015

Mijn chef is in de ban van aardse terminologie. Ik heb drie weken de tijd gekregen om zoveel mogelijk aardse terminologie te traceren en te duiden. Ter leering ende vermaeck. Ik besluit eerst maar eens te reizen naar de Middeleeuwen. De taal en terminologie die toentertijd gebezigd werd blijkt zeer hoofs te zijn. Ik denk dan. Hoofs, hoofs? Kan taal dan ook ergens anders vandaan komen? Uit de poeperd? Is de taal dan poeps? Bestaat er dan zoiets als hoofse en poepse aardtaal?

Met mijn TARDIS land ik op een megagroot plein. Het plein is omringd door gigantisch hoge zuilen. Ze staan in een een ovaal georkestreerd en zuigen mij als bezoeker richting een groot gebouw met brede trappen. Op de trap zit een oude man. Kaal met een klein wit petje op. Hij is gehuld in een grote tent. De tent zit om zijn middel vastgebonden met een touw. Om de man zitten een aantal mensen, diep gebukt, op hun knieën. Ik tik er eentje op zijn rug en vraag wat hij aan het doen is? Of hij iets zoekt misschien?

Ik aanbid, meneer.
Oh, en wie of wat aanbid je dan?
Nou, die man daar voor me.
Die man met dat witte petje?
Ja, Popiejopie.
Popiewie?
Popiejopie, zo noemen we hem, hij is onze popiejopie.
Wat een vreemde naam?
Het is een eigenlijk een koosnaam.
Een koosnaam? Hoezo, heet ie dan eigenlijk Koos?
Nee, het is een naam die we voor hem gekozen hebben.
Maar waarom Popiejopie?
Hij heet eigenlijk Poop, maar popie vonden we leuker klinken.
En waarom Jopie?
Dat is zijn naam in het aardse leven.
Hoezo aardse leven?
Nou, Poop staat voor Paus en dat is een naam uit de heilige wereld. Jopie staat voor Joop, de naam waaronder Poop op de aarde fysiek rondloopt.
Dus als ik het goed begrijp heeft die man met dat witte petje twee namen. Een heilige naam en een aardse naam. Poop en Joop!
Ja, u begrijpt het. En omdat we hem zo leuk vinden, noemen we hem met een koosnaam, een gekozen naam dus, Popiejopie.

Wat een vreemde naam. Ik brief de term plus uitleg meteen door naar mijn chef en reis verder in mijn TARDIS.

De volgende term die ik door krijg is Mozes Kriebel. Ik vang hem op in een bos gelegen vlakbij zee ergens in het noorden. Er volgen meerdere vreemde termen. Griss mich nich. Brizl Djeu. Ze zeggen me allemaal niets. Het is een vreemde man in een bruine pij die de termen bezigt. Hij lijkt wat in de war. Ik wil hem echter niet storen. Hij is te veel in gedachten verzonken. Zulke mensen kun je beter niet storen. Ik vlieg verder.


Letterverkeer / Verkeer / 07-12-2015

Ik zweef weer bovenaards. Loco loco. Boven een land vol landen. In een vreemde letterruimte. En het moet gezegd, ik raak er bekoorlijk van in de war. De letterborden zijn niet te volgen. Mijn TARDIS schikt de letters binnen en vraagt zich af. Zijn aardse woorden van elastiek? Ze springen alle kanten uit. Dat is zeker. Neem nu Oklahoma. Apen, moten, liesjes, ze duizelen voor ogen. Hoe transformeer ik die naar de Andere Kant? Naar mijn chef, een onverbeten letterbeet. Ach, hij moet mijn woorden in letters maar slikken. Gepuzzeld in willekeurige orde. Niet volgzaam, onspelbaar, vormloos in dictieregels. Prettig getiteld. Lets poog. Komtie.

In Oklahoma bezoek ik vaak mijn alkohoma
Zij is tachtig jaar en prettig mahaloko
Eet meestal hamakool met makaholo

Sinds kort is mijn alkohoma haakloom
Niet te verwarren met holokaam
Daarvan wordt zij behoorlijk lokahoma

Nee, nee, mijn alkohoma is niet homokaal
Ook al spreekt zij vaak wat lokohaam
Aan laakhoom doet zij niet

Vandaag kookt mijn alkohoma koolhaam
Homaloka zonder lookhaam
Voor een verdwaalde laakhomo en een aangespoelde kaalhoom

Mijn alkohoma is de liefste die er is
Zou haar voor geen oolmahak willen missen
Mijn alkohoma is een echte lieve aalmohok


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

30-11-2015

Columns van Harrie (November 2015)


IS en ZIJN / Verkeer / 03-11-2015

Ik ben op zoek naar het land van IS. Voorzichtig parkeer ik mijn TARDIS in een grote bak met zand. Het schijnt dat zand nogal kan opwaaien. Dat kan dan in de ogen vliegen. Mensen met zand in de ogen ogen verstrooid. Dat is wat zand kan doen. Verstrooien. Zeker in de grote zandbak waarin ik ben geland is dit aan de orde. Dagelijks. Aan mij de taak om de verstrooiing op te heffen. Een ijdele zaak, aldus mijn chef aan de Andere Kant. Hij heeft me dan ook veel succes gewenst.

Eerst maar eens de weg vragen. Ik zie een man met achter zich een raar groot harig beest en twee afgezakte bulten op zijn rug. Het beest dan. Zelf draagt de man een geruite doek op zijn hoofd. Vanwege de zon waarschijnlijk. Die is onnoemelijk heet in de woestijn. De zon dan. Hij heeft nog nooit gehoord van een land IS. Het komt niet voor in zijn geologisch vocabulaire. De man blijkt een wetenschapper te zijn, een wiskundige, een filosoof. Ik heb heel even moeite hem te verstaan. Moet vreselijk wennen aan zijn gebrabbel, dat van diep achteruit de keel naar voren rolt. Ik schakel voor de zekerheid mijn translator in.

De man is een musliman. Ik snap nu ook zijn gebrabbel. Hij vertelt nogmaals dat hij geen land kent dat IS heet. Hij kent het woord wel als een uitgang van het werkwoord ZIJN. Aha, naast wiskundige en filosoof ook een taalman. Alfa meets beta. Dat mag ik wel. We belanden in een interessante discussie over taal en wiskunde. De musliman draaft wel door merk ik. Dat is niet te zeggen van het harig beest achter hem. Die kauwt zich helemaal sappel met de ogen dicht. Het beest stinkt ook. Het ruikt bepaald niet aangenaam. Gelukkig staat er een windje en ik vraag de musliman of hij met het harig beest een kwart slag wil draaien. Maar daaraan blijkt de musliman een broertje dood te hebben. Aan draaien. Daar houdt hij helemaal niet van. Volgens hem is er maar een weg. En die is rechtdoor. Vreemde man. Hij heeft het ook voortdurend over een zekere Alla. De enige weg. Ik snap er niets van. Ik denk, alla, laat maar even gaan. Ik weet bij god niet waarover hij het heeft. Vast iets filosofisch.

In mijn oor krijg ik nu wat instructies ingefluisterd. Het interdigitaal contact met de Andere Kant bevalt mij geenszins. Mijn chef zegt dat ik alles met betrekking tot Alla even moet mijden omdat het tot zinloze discussie lijdt. Ik moet mijn eigen pad volgen en verder op zoek gaan naar IS. Ik neem afscheid van de musliman. Zeer tegen zijn zin in. Het harig beest achter hem spuwt gemeen op de grond. Raar stel, die twee.

Aan de horizon klinkt gedonder. Daar moet ik zijn. Het is een teken. Vast. Het land van IS schijnt in oorlog te verkeren. En waar donder en rook is daar is vuur. Omdat de horizon verder is dan ik dacht en niet in een fata morgana valkuil wil vallen besluit ik nog een stukje te reizen met mijn TARDIS. Al snel beland ik in strijdgewoel. Ik zie een hele hoop mannetjes in jurken en hoofddoekjes als bezetenen met hamers en bijlen indrukwekkend grote gebouwen bestormen. Grote torens slaan en hakken ze in puin. Gelijk zandkastelen storten ze in. De gebouwen dan. Ik vraag aan een van de mannen waar hij mee bezig is? Waar hij oorlog tegen voert? De man kijkt me verwilderd aan en antwoord fel.

Tegen Zijn. Ze voeren oorlog tegen ZIJN. Ze kunnen het niet verdragen. Al dat ZIJN. Ik begrijp er even niets van. Is dit dan het land van IS? Ja, dit is het land van IS. Het voert oorlog tegen ZIJN.

Het gaat mij nu even boven mijn pet. De muslimannen hameren en hakken oorlogszuchtig verder. De gebouwen van ZIJN houden niet lang stand. Op iedere ingestorte hoop zand plaatsen de muslimannen een grote vlag. IS. De enorme zandbak die zich voor mij uitstrekt staat er vol mee. Ik ben aangekomen in het land van IS. Een land vol grote witte wapperende windmolens. Zo lijkt het. Mensen kom ik niet meer tegen. Alleen maar lichamen en hoofden. Ik moet enorm huilen. Het zand is besmeurd met bloed. Ik begrijp nu ook ineens de verstrooiing. Hoe haal ik in vredesnaam het zand nu uit de ogen? Het zand uit de ogen van muslimannen die verkeren in blinde woede. Er is geen beginnen aan. Goede gesprekken helpen hier niet meer. De rede is in de woestijn allang vermoord. Hamers, bijlen, geweren en kanonnen regeren. Stukken mensheid zijn verdwaald. In tijd en zand. Zand- en landlopers, ze zijn op hol geslagen. Kon ik de gaten maar dichten in de zandlopers. Maar, helaas, ik heb alleen maar stenen van Sisyphos tot mijn beschikking. Geslepen zand glijdt tussen vingers. Ik kan alleen nog maar hopen, op vrede tussen IS en ZIJN.

Mijn TARDIS en ik worden terug geroepen naar de Andere Kant. Het is trop tard, non de dieu!


Brabants licht / Verkeer / 08-11-2015

Het is laat in de avond en al behoorlijk donker. Voor november ongekend warm. Het komt niet door de vreemde lichtobjecten die hier rond mij gloeien. Maar het blijft een vreemde gewaarwording. Al dat licht in november.

Ik ben op pad gestuurd door mijn chef. Hij werd geïntrigeerd door lichtflitsen die van de aardbal stuiterden. Een echte klus voor mij. Mijn TARDIS flink gas gegeven en in no time ergens midden in Brabant geland. De Brabantse kempen. Je moet er maar op komen. Ik moet altijd aan hanen en vechten denken, bij kempen. En een beetje aan boeren natuurlijk. Dat volgt als vanzelf. Gelukkig heb ik altijd goed opgelet bij aardgeschiedenis en wist ik van de hoed en de rand.

Daar liep ik dan vol verwondering. De stad waarin ik mij bevond liep leeg. Met aan boodschappentassen vastgeklonken mensen. Waar was ik ook alweer naar op zoek? Naar lichtflitsen gekatapulteerd richting ruimte, om precies te zijn, richting intergalactica. En ik vond ze. Maar pas na lang zoeken. Iedereen was het paadje kwijt.

Waar loopt nu toch die route? Die gigantisch mooie lichtroute? Dat was wat de mensen zich afvroegen. Ze zagen gewoonweg het licht niet meer. Waren het kwijt. Jarenlang liep het licht als lopend vuur over dezelfde weg. Maar nu niet meer. De kerk als centrum van licht dat zou een goed startpunt zijn geweest. De kerk die dit jaar, naar ik vernam, niet in 2 maar in 3D genomen was. Vanuit het treinstation had ik mij graag verrast willen zien. Maar dat was ook dit jaar geen optie. Er stond geen enkel lichtobject voor het station. Vreemd. Heel vreemd.

Architectuur en natuur waren de drijfveren die dit jaar lagen onder de route. De route? Over welke route hebben we het nu in hemelsnaam? Maar het werd me al snel duidelijk. Een plattegrond leidde me dwars door aaneengeklit, ongeduldig dringend mensenvlees, door stad, tuin en park. Op vele plaatsen was koek en zopie voorzien. Chic, dom en best lastig als je pakweg honderd mensen tegelijkertijd bij een pleisterplek, espresso wil serveren. Is daar over nagedacht? Nee. Dat doen we in het intergalacticum wel beter. Daar serveren we gewoon DE koffie. Een betere bestaat er niet. Gelukkig had ik een goedgevulde thermoskan bij me.

Nou, ik heb de lichtflitsen uiteindelijk gevonden. Het waren er veel. Heel veel. De indrukwekkendste gaf vuur. Echt vuur. Meters omhoog gezwiept door ventilatoren en benzine in een grote circuswand van plastic. Spectaculair. Daarvoor moest je wel eerst een bos betreden in de vorm van een kathedraal. De zijbeuken van het schip bleken warempel echte beuken. Knap hoe hier het huis van een lieve heer met licht tot leven werd gewekt. Helemaal filosofisch werd het bij de paardenbloemen van plastic. Naar ik mij liet vertellen waren er pakweg 70.000 plastic flesjes aan gespendeerd. Eerst gefileerd en daarna zorgvuldig uit elkaar geknipt, daarna in het licht gezet. In bolvorm op een stokje. Mooi. Ik kan niet anders zeggen. Maar dat onze chef daar nu wakker van ligt is mij een raadsel.

Langs het water in het park schoot ik even vol van lichtgolven. Ze spiegelden in het water en maakten iedereen stil. Het vormde een brug in stilte tussen alle aanwezigen. Dan maak je indruk. Op publiek en op het gemoed. Ook deze lichtflits was niet besteed aan mijn chef. Heb er toch maar een foto van gemaakt. Ter inspiratie. Streepjes licht voor en achter in vierkante vlakken hangend tussen bomen riepen herinneringen op aan oude televisies en testbeelden. Nachtelijke regenbogen maar dan horizontaal. Het geklapper van de linten gaf het licht een nieuwe dimensie. Het prikkelde aangenaam in ogen en oren. Die aardlingen wisten toch wel van wanten. Dit wist mijn chef zeker te waarderen.

Tot slot het klapstuk voor het stadhuis. Mocht je niet op vakantie kunnen naar zonnige oorden dan is een bezoek absoluut aan te bevelen. Op het plein is een raamwerk van exotisch wandtapijten van licht opgetrokken dat de vormen aanneemt van een Oosterse stad. Een feestelijke sfeer wordt gecreëerd door een Brabantse crooner die zijn tophit vertaald hoort in alle talen van de wereld. Wet twintig minuten lang. Ja, ik weet het, het is een lange zit. Maar daarna weet je voor eeuwig, in Brabant daar brandt nog licht.

Met een gerust hart nam ik afscheid van de lichtshow en meldde mijn chef het goede nieuws. De lichtflitsen waren allen zeer milieuvriendelijk en roerend en duurden nog slechts zeven nachten. Wie ligt daar nu wakker van? Aldus sprak Dr. Glow.


Tumbleweeds / Verkeer / 16-11-2015

Het zand waait door mijn ogen en ik probeer de trein te volgen. Een bijzonder vervoersmiddel in een woestijn. Zorgvuldig wordt de trein geïnspecteerd door een vrouw op een kameel. Zij is op zoek naar wat. Wat is niet onbestemd. Iedereen is wel op zoek naar wat.

Ik ben op een bijzondere missie en mijn chef wil dat ik direct rapporteer. Hij is zeer geïnteresseerd in het wat. Niet in het waarom. Dat vindt ie veel minder interessant. Het wat daar draait het om. Dat heeft te maken met zijn onbedwingbare behoefte aan duidelijkheid en directheid. Een diep intens consumptief verlangen. Zo noem ik het. Ook het wie vindt hij nauwelijks interessant. Hij wil weten wat er speelt, niet wie en waarom? Ja, ik weet het, ik heb een vreemde chef. Een tumbleweedje, noem ik hem wel eens schattig.

Het zandcentrum bevindt zich op moeder aarde. Dit keer in geslepen vorm. Vervelend spul dat zand. Met verstrooide ogen speur ik de einder af. Ik draag een folder bij me van de Efteling. Mijn chef vertelde mij dat de aarde een groot pretpark is en duwde mij vlak voor vertrek een folder in de handen. Het mooiste en beste pretpark van moeder aarde. Daar moet ik het mee doen. Als richtingwijzer. Ik sla de folder open op bladzijde dertig en zie een sprookjesbos voor mij. Een fakir die door de lucht zweeft op een vliegend tapijt. Vreemd heel vreemd. Moet ik daar naar op zoek?

Aan de einder van de zandbak waarin ik mij bevind zie ik nu ook een fakir rondzweven. Zijn tulband trilt los op zijn hoofd en ontspint zich als een grote vlag. Die wappert blauw, wit en rood door de lucht. De kleuren wapperen in de verkeerde volgorde. Althans, volgens mijn folder van de Efteling. Toch?

Een huilende kameel staat plots achter mij. Hij weent zoute zandtranen. Op de kameel zit een vrouw met een grote filmcamera. Zij maant mij even stil te staan. Ze kijkt gefascineerd naar mijn kleurrijke sjaal. Ik vraag haar waarom de kleuren die als een vlag boven de horizon waaien in de verkeerde volgorde staan. Hoezo verkeerde volgorde? Ik geef haar mijn folder. Ze begint te lachen.

De kleuren van de vlag in de folder wapperen boven elkaar en niet achter elkaar, zo legt ze uit. En ook nog eens omgedraaid. Dat is de reden van mijn verwarring. De kleuren in de lucht staan voor vrijheid, gelijkheid, broederschap. Van links naar rechts, in die volgorde. Blauw, wit en rood. In de folder ligt de broederschap bovenop de gelijkheid. Bijna verstikkend. De gelijkheid duwt de vrijheid dan weer compleet tegen de vlakte. Ik probeer het te verbeelden en moet nu ook lachen. Van links naar rechts duwt de vrijheid de gelijkheid richting broederschap, dat is veel fijner.

Aan de einder zie ik de fakir nu van zijn kameel vallen. Spiernaakt loopt hij op ons af. Hij geeft zich volledig bloot, wat best raar is voor een fakir. Meestal houden deze zich gehuld in groot mysteries. Maar deze niet. Hij lijkt lichtelijk in paniek te verkeren. Ook al vreemd. Meestal is een fakir de rust zelve. Ga heen, ga heen, roept ie ons toe. Ga heen. Waarheen vraag ik me af. Naar wat? Waarom en naar wie laat ik even aan me voorbij gaan. Op advies van mijn chef.

De vrouw met de filmcamera is weer op haar kameel gestapt en filmt de fakir in vol ornaat. Dat gaat tegen zijn religie in en snel houdt hij zijn handen voor zijn heiligdom. Helaas kan hij nu niet meer gebaren. Ik versta dan ook niets meer van wat hij zegt. De vrouw op de kameel lijkt niet meer bij te komen van het lachen. Ik ga er vanuit dat het op een of andere manier lachwekkend is wat de fakir verkondigt. Hij lacht nu ook. Zijn tanden bloot. Mooi.

Tumbleweeds rollen intussen keihard door de woestijn. Zij zijn op dit moment mijn enige richtingwijzers. Zij laten achter wat niet nodig is en nemen alleen datgene mee dat noodzakelijk is, voor een goede reis. Symbolisch dan, heel Zen. Moeder aarde verkeert in Zen, aldus de laatste berichtgeving die ik binnen krijg via radio Galactica. Alle windrichtingen schijnen er baat bij te hebben. Bij Zen. Eveneens de regio’s die eraan verbonden zijn. Maar van welk standpunt uit gezien dan? Vanuit het centrum? Vanuit de buik? Vanuit de buik. Dan is het goed.

Ik neem afscheid van de fakir en de filmvrouw. Zij hebben elkaar gevonden. En ik, ik ga verder met mijn missie. Op zoek naar wat. Wat waar is. Want wat is altijd waar. Dat rapporteer ik naar mijn chef. Wat is daar, waar wat waar is. Tastbaar. Dat vindt hij fijn. Voor luttele nanoseconden ben ik heel even zijn wie en waarom, ook al boeit hem dat niet, blijvend op zoek naar wat. Voortdurend op reis, onrustig en speels, als een tumbleweed. Stuiterend in het zand en zuigend als een spons. Nieuwe ervaringen stromen binnen. Ze vullen mijn verse reiskoffers met luchtspiegelingen en zandkastelen. Ik weet niks. Gelukkig maar. De fakir lacht. De vrouw filmt.


Stof tot nadenken / Verkeer / 22-11-2015

Ik land met mijn TARDIS op een nieuwe planeet. Mijn chef van de Andere Kant had hem gespot en ik mag op verkenning uit. De planeet is niet rond. Althans niet volgens het plaatje onder de microscoop. Onder de microscoop? Ja, onder de microscoop. In de minimicros tussen glasplaatjes heeft mijn chef nieuw leven ontdekt.

Leven? Wat is leven? Iets met pootjes, iets wat beweegt? Zwemt, vliegt, loopt of kruipt? Iets met organen, een hart, longen? Of iets met een ziel misschien? Plant, dier, ding? Happend naar zuurstof of andere ijle gassen? Iets met honger? Naar eten of avontuur?

Ik wil het hem allemaal vragen. Maar geen tijd. Er is haast geboden. Wat mijn chef tussen de glaasjes spot maakt hem erg ongerust. Ik twijfel heel even aan zijn gezondheid. Zijn ongerustheid is apert en latent. Het vreet aan hem en vraagt om nader onderzoek. Het gaat tot op zijn bot. Dat is niet goed. Het snijdt dwars door zijn vlees. Roze. Wordt dun, haast vloeibaar. Spam!

De micros tussen de glasplaten is nogal zweverig. Met niets te vergelijken. Al mijn kennis en ervaring verdwijnen in een groot gat en worden betekenisloos. Hoe maak ik hier verslag van? Hoe duid ik wat ik zie? Beschrijven lijkt nu verschrikkelijk ouderwets. Ik kan het opnemen met mijn Galacticus 7.0, maar wat zie ik dan?

Tussen de glasplaatjes verlies ik al het begrip en besef van ruimte. De TARDIS en ik worden opgenomen in een vreemd soort vacuüm waarin het moeizaam bewegen is. De lucht, voor zover daar sprake van is voelt plakkerig en stroef. Het kleeft aan mijn ruimtepak dat ik voor de zekerheid toch maar even heb aangetrokken. De helm knelt op mijn hoofd. Is mijn pak gekrompen of ben ik gegroeid?

Eerst maar even verkennen waar de begrenzing van deze bijzondere minimicros ophoudt. Niet dus. Eindeloos lijkt hij. Tenzij ik rondjes loop. Is ie dan toch rond? Begrensd? Als een punt? Aangezien ik niet kan duiden wat ik zie met fysieke middelen, ogen, oren, huid, mond en neus, besluit ik mijn omgeving te verkennen met verstand en gevoel. Vaag. Ik weet het. Maar nood breekt wet. Ik bedenk en voel dat de micros waarin ik mij bevind niet echt vriendelijk is. Vierkant vijandig eerder.

Iets heeft mijn chef aangetrokken in deze minimicros maar wat? Het is zaak dat ik het snel vindt. De glaasjes lijken steeds harder te drukken op de vloeistoffen en gassen die ook nog eens in rap tempo lijken te stollen en vervliegen. Veel tijd heb ik niet meer. De verbinding met mijn chef, die ik via de oortjes van mijn Galacticus 7.0 heb, is dun. Heel dun. Ik heb nog vijf minuten. ‘Ga naar rechts’, hoor ik in mijn oortjes.

En daar vind ik dan eindelijk de sleutel, de code van het mysterie van deze maffe micros. Een getallenreeks. Hoe kan het anders? Nu begrijp ik ook de fascinatie van mijn chef. Hij denkt dat alles is op te lossen met nulletjes en eentjes. Ik denk daar anders over. Een en nul, in de juiste volgorde achter elkaar gezet, is altijd nog tien. Van een tot tien tellen geeft mij de tijd om de code te decoderen. Er bestaat duidelijk meer tussen hemel en aarde, tussen een en tien.

Ik pak mijn tienzijdige dobbelsteen, gooi en gok. Zeven. Wedden? Ik hoor in mijn oortjes mijn chef keihard lachen. Tien! Een dubbeltje op zijn kant. Wie niet weg is is gezien.

Ik zit weer in mijn TARDIS en ben een behoorlijk stuk van mijn reis en onderzoek kwijt. Gelukkig heb ik nog de beelden op mijn Galacticus 7.0. Beelden hebben altijd gelijk. Nu maar hopen dat de beelden te duiden zijn. Tussen de glasplaatjes zag het er allemaal maar vaag en onduidelijk uit. Beklemmend ook. En dat kwam niet alleen door mijn helm. Eigenlijk zag, hoorde, voelde, proefde en rook ik helemaal niets. Was er dan wel iets tussen de glasplaatjes? Ja. Stof tot nadenken. Dat rapporteer ik naar mijn chef. Maar of ie daar blij mee is? Ik betwijfel het. Het is vast niet wat ie zocht. Mijn chef vangt dit keer bot, spambot, roze. Voortaan moet ie maar een goed geoutilleerde whizzkid mee op pad sturen. Als stagiaire. Mijn oude wiskundekit volstaat niet meer, laat staan mijn TARDIS.


In de ban van hoge torens / Verkeer / 26-11-2015

Zweven is het liefste dat ik doe. Sterker nog, ik heb er mijn beroep van gemaakt. Heel aards. Want daar komt de term beroep vandaan. Er wordt vaak een beroep gedaan op mijn vakkennis. Als meesterzwever heb ik al heel wat erkenning verdiend. Het liefste zweef ik in situaties en ruimtes die een twijfelachtige geschiedenis kennen. Dat is mijn specialiteit. Dubbelheid een plek geven. Ambiguïteit klaren. Ik doe dat lang niet altijd beroepsmatig. Nee, het is tevens een hobby. Ook al zo´n aards woord. In de spaarzame vrije tijd die ik heb doe ik vaak de meest interessante ontdekkingen.

Dan vlieg ik met mijn TARDIS door de ruimte en laat me inspireren door mysterieuze zaken. Afgelopen week raakte ik volledig in de ban van torens. Eerst vloog ik langs het midden van de aarde. Een prachtige toren lokte mijn aandacht. Hij gloeide fier in de juist ondergaande zon. Dat zag ik goed, waakzaam zoals ik altijd ben. Vlak voor de toren zag ik een naambord staan. Minas Anor stond erop. Doorgestreept. En vlak daarachter stond geschreven, Minas Tirith. Alsof de eerste naam niet goed was. Dat zie je ook wel eens op aardse toiletten. Doorgestreepte namen. De namen stonden geschreven in graffiti-schrift. Toen de zon was ondergegaan hulde ik mij heel even in duister. Maar niet voor lang. Plots verscheen aan het linkerraam van mijn TARDIS nog een toren. Het was blijkbaar mijn lucky day.

Deze toren was van een geheel andere orde. Hij verrees voor een prachtige wassende maan. Als een duvel uit een doosje. Het leek wel black magic. Ook hier zag ik een naambord staan voor de toren. En ook hier weer twee namen waarvan eentje doorgestreept. Minas Morgul en Minas Ithil. De eerste naam was doorgestreept. Ik beschik niet over een talenknobbel maar voor mij was wel duidelijk dat Minas moest staan voor toren. Maar waarom waren nu de namen doorgestreept?

Ik vloog verder met mijn TARDIS, nog nagenietend van wat ik zojuist had gezien. Ik begaf me nu boven een rotsachtig woestijngebied. Mijn boordcomputer gaf Jordanië aan. Mijn oog viel wederom op een vreemde toren. Hij stond fier omhoog, midden op Petra. Conway stond er bijgeschreven, op een naambord. Dit keer een bord zonder doorgestreepte naam. Was ik verdwaald? Bij mijn weten lag Conway in Wales. Ja, ik had goed opgelet bij aardgeologie. Weet je wat? Ik check het even. Onderweg bleef ik bijna haken achter een brug. Een brug tussen twee torens. Een van de torens maakte ontzettend veel lawaai. Staccato sloeg een klok met een ontzettend grote klepel de tijd. Acht uur. Tijd om weer eens naar huis te vliegen.

Ik besloot om over de grote oceaan, richting het westen naar huis te gaan. Ik wist dat daar ergens aan de overkant ooit twee torens hadden gestaan die een merkwaardige geschiedenis kenden. Niemand wist wat er precies gebeurd was met die torens. Ik noemde ze altijd voor de gein, de tweelingtorens. Omdat ze zo dicht bij elkaar stonden en als twee druppels water op elkaar leken. Hoewel de ene wel wat hoger was dan de andere. De torens waren zo sterk met elkaar vervlochten dat ze elkaar ook altijd imiteerden. Droeg de ene een vlag, dan moest de andere ook een vlag hebben. Vloog er tegen de ene toren een vliegtuig, dan vloog er tegen de andere ook een vliegtuig. Op een of andere manier had de architect van de torens de vliegtuigongelukken voorzien. Dit pikte ik op tijdens een interessant college aardbouwkunde. Daar werd verteld dat hoge torens die in extreem dichtbevolkte gebieden worden gebouwd altijd voorzien zijn van explosieven. Mocht een hoge toren dreigen in te storten (om welke reden dan ook), dan gaan bij een zeker break-even-point, automatisch de explosieven af. Dit ingenieuze systeem is gepatenteerd door Alcada, een hightechbedrijf gespecialiseerd in toepassingen van explosieven. Nadat de vliegtuigen in de tweeling waren gevlogen zijn de torens keurig ingestort. Hetzelfde gold voor de omringende gebouwen. Het blijven toch slimme mannetjes, die architecten. Ik wilde op de terugreis even kijken hoe ver de aardlingen nu waren met de herbouw. Busjes van Alcada stonden op het plein. Die verdienden natuurlijk weer goud geld.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.