Het gaat gelukkig weer goed met de eierbranche. De eierrekken in de supermarkten liggen nokkie vol. Wat me wel opvalt is dat de eieren tegenwoordig meer wit zijn dan bruin. Misschien heeft het te maken met de winter. Zien ze weinig zon. Geen idee. En wat ook opvalt is het ontbreken van veertjes. Natuurlijk hadden we als klant allang in de gaten dat het fake was, die veertjes. Wie goed keek, zag de lijm die soms als een dikke klodder op het ei plakte. Een geleiachtig bultje met de veer erin geprikt. Ik zie het al voor me hoe koningsprikkers als ware dartfanaten het veertje in de bullseye-jelly wierpen. Vette lol natuurlijk.
Ik denk dat de keuringswarencommissie naast het vinden van de hoge waarden van het fipronilgehalte ook tot inzage zijn gekomen dat de veertjes overdone en misleidend zijn voor de consument. Ik vind het wel jammer dat er nauwelijks nog bruine eieren in de supermarkt liggen. Maar ik ben en blijf een eierschooier. Op zoek naar het juiste ei. Ei, ei. Het is net als met wit en bruin brood. Bij bruin denk je, het is toch gezonder. Niets is minder waar. Het zit tussen de oren. Naast eierschooier ben ik tegenwoordig ook een broodschooier. Niet geheel onterecht. Lees en huiver.
Recent onderzoek in de broodbusiness laat weten dat wit, bruin misleidende termen zijn. Alleen volkoren brood, weliswaar ook bruin, blijkt het meest gezond en eerlijk brood te zijn. Dat is gemaakt van volkorenmeel en daar zitten de zemelen en kiemen. Broodnodige vezels die brood eten gezond maakt. Dat maakte journalist en onderzoeker in spe, Teun van der Keuken, what's in a name, onlangs bekend bij Jinek. Hoe misleidend is broodnaamgeving? En waarom won het maisbrood van producent Goudeerlijk onlangs het Gouden Windei, de prijs voor het meest domme broodje Aap in de voedingsproductenindustrie. Wel, hierdoor. De ingrediënten in dit brood staven niet met wat de naam doet vermoeden. Er zit nauwelijks mais in. Wel bloem, oftewel tig keer gezeefd volkorenmeel. Alle kiemen en zemelen worden door bakkers en fabrieken middels een slim en herhaald zeefproces uit het volkorenmeel gezeefd. Bloem blijft dan over.
Lees goed de ingrediënten, legt Teun van der Keuken uit. Het ingrediënt met de meeste bestanddelen staat bovenaan de lijst. Bij bruin brood, en ook bij ambachtelijk biologisch brood, vers uit eigen oven, is het hoofdbestanddeel, bloem. Ook bij donkerbruin brood. Vers uit eigen oven? Ieder brood is ooit vers uit de oven gekomen. Maar dat terzijde. En nu komt het. In maisbrood, maar ook in speltbrood is het hoofdbestanddeel bloem. Maisbloem of speltbloem wordt het ingrediënt dan genoemd. Het is gewoon brood gebakken van bloem, wit brood dus. Net als het bruine, grijze en het donkerbruine brood, het is wit. Zonder kiemen en zemelen. Hoe wordt het dan bruin? Door toevoeging van een beetje mautmeel. Daar zit suiker in dat verbrandt bij het bakken. E voilà, het brood is bruin. Zonder de voedingswaarden die je verwacht. Gefopt dus. Zuurdesembrood. Ook zoiets. Om zuurdesem te krijgen moet je circa vijf dagen meel in water laten staan. Dan gaat het gisten. Daar hebben bakkers echter geen tijd voor. Dus voegen ze zelf wat desempoeder toe. Weer gefopt.
Let dus op bij verpakt brood in supermarkten en lees de ingrediënten goed. Volkoren brood is dus het gezondst, want daarin is het grootste bestanddeel volkorenmeel. Het is wat duurder, maar dan heb je ook wat. Is brood van de echte bakker dan zo'n goed brood. Nee, want ook die bakkers krijgen vaak hun producten aangeleverd uit de fabriek en bakken dat vervolgens zelf af. Ga dus naar een echte, echte, echte bakker. Dan heeft u ook geen last meer van windeieren.
Posts tonen met het label supermarkt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label supermarkt. Alle posts tonen
17-01-2018
10-03-2016
Sterfgeval
Hoe zou je het liefst willen sterven? Een vraag die iedereen zichzelf wel eens stelt. Een vraag bezongen in vele liedjes, gedicht in dito gedichtjes, gefilmd in gedachten en op locaties, origineel of doodgewoon.
Doe mij maar per ongeluk. Nee, niet in bed, ver in de tachtig vredig in slaap. Dat is zo saai. Gewoon in de supermarkt, struikelend over nonchalant weggegooid fruit of groente. Je kent dat wel. Haastig op zoek naar plastic zakjes die altijd op zijn, nog nadenkend wat er nu precies op het briefje staat. Sinaasappelen of perssinaasappelen? Ongeduldig wachtend op al die voorgangers die treuzelen bij de weegschaal.
En dan. Ja, je was het vergeten. Kiwi’s. Snel loop je terug, nadat je het winkelwagentje veilig geparkeerd hebt op een plek waar het niemand in de weg staat. Maar wel een plek die je gemakkelijk terug kunt vinden. Je loopt. Nee, je rent half want je hebt haast en dan voila je gaat onderuit. Over een schil op de vloer. En je weet, beseft, dit is het einde.
Het wordt wit voor je ogen. In de verte de ingedachte tunnel. Wat is ie groot. Wat gaat het snel. Veel sneller dan in je dromen. Een leven flitst voorbij in luttele seconden. Hoogtepunten en dieptepunten en punten ertussenin. Die was je even vergeten. Maar ook die doen er toe. Sterker nog. Die blijven op je netvlies staan.
De dag dat je voor het eerst naar de kapper ging. Niets bijzonders. Totdat de kapper bijna je oor eraf knipte en je kennismaakte met een gek soort blokje ijs. Zo voelde het althans. Je kunt niet op de naam komen. Weer niet. En je hebt nog maar zo kort te gaan. In gedachten. Wacht daar komt iemand op mij toegelopen. Wie is dat? Verrek. Mijn moeder. Toch? En dan in oplopende volgorde al die stervelingen die eerder gingen. Ze heten mij welkom. Welkom waarin? Welkom waarvan? Is het hier een feestje? Ben ik in de hemel?
Het voelt oké. Maar ook een beetje vreemd. Ik dacht namelijk dat ik nog aan het sterven was. Dan ben je nog niet dood. Het zij zo. Ik neem slechts waar. In mijn eigen film. In mijn eigen leven. Ik neem op. En langzaam, heel langzaam, glijd ik weg. Met de lichten aan. Onder supermarkt-tl’s op een doordeweekse dag. En het voelt goed. Zo wil ik sterven. Het hoort gewoon bij het leven. Dus niet moeilijk over doen.
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: hoe zou je het liefst willen sterven? (16-10-2015)
Doe mij maar per ongeluk. Nee, niet in bed, ver in de tachtig vredig in slaap. Dat is zo saai. Gewoon in de supermarkt, struikelend over nonchalant weggegooid fruit of groente. Je kent dat wel. Haastig op zoek naar plastic zakjes die altijd op zijn, nog nadenkend wat er nu precies op het briefje staat. Sinaasappelen of perssinaasappelen? Ongeduldig wachtend op al die voorgangers die treuzelen bij de weegschaal.
En dan. Ja, je was het vergeten. Kiwi’s. Snel loop je terug, nadat je het winkelwagentje veilig geparkeerd hebt op een plek waar het niemand in de weg staat. Maar wel een plek die je gemakkelijk terug kunt vinden. Je loopt. Nee, je rent half want je hebt haast en dan voila je gaat onderuit. Over een schil op de vloer. En je weet, beseft, dit is het einde.
Het wordt wit voor je ogen. In de verte de ingedachte tunnel. Wat is ie groot. Wat gaat het snel. Veel sneller dan in je dromen. Een leven flitst voorbij in luttele seconden. Hoogtepunten en dieptepunten en punten ertussenin. Die was je even vergeten. Maar ook die doen er toe. Sterker nog. Die blijven op je netvlies staan.
De dag dat je voor het eerst naar de kapper ging. Niets bijzonders. Totdat de kapper bijna je oor eraf knipte en je kennismaakte met een gek soort blokje ijs. Zo voelde het althans. Je kunt niet op de naam komen. Weer niet. En je hebt nog maar zo kort te gaan. In gedachten. Wacht daar komt iemand op mij toegelopen. Wie is dat? Verrek. Mijn moeder. Toch? En dan in oplopende volgorde al die stervelingen die eerder gingen. Ze heten mij welkom. Welkom waarin? Welkom waarvan? Is het hier een feestje? Ben ik in de hemel?
Het voelt oké. Maar ook een beetje vreemd. Ik dacht namelijk dat ik nog aan het sterven was. Dan ben je nog niet dood. Het zij zo. Ik neem slechts waar. In mijn eigen film. In mijn eigen leven. Ik neem op. En langzaam, heel langzaam, glijd ik weg. Met de lichten aan. Onder supermarkt-tl’s op een doordeweekse dag. En het voelt goed. Zo wil ik sterven. Het hoort gewoon bij het leven. Dus niet moeilijk over doen.
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: hoe zou je het liefst willen sterven? (16-10-2015)
16-08-2015
Bouwvaknieuws
Het is vijfendertig graden Celsius. Een temperatuur die zelden gemeten wordt in ons doorgaans koude kikkerlandje. Maar de actualiteit liegt niet. De pers meet er breed over uit. Samen met een meed voeren ze samen riooljournalistiek uit. Het riool staat droog. En dat baart pas echt zorgen. Geen nieuws is goed nieuws zou men denken. Maar daarover laat de kritische Nederlander zich niet onbetuigd.
Ik wil nieuws en wel nu. Maakt me niet uit hoe. Mijn hoofd heeft dringend behoefte aan voeding. Ook al is het vakantie. Ik mis de zoete oorlog en de Kamerdebatten. Ik mis de voorspellingen in de toekomst. De waarheidsbevinding van belangrijke zaken. De zoektocht naar verdwenen lichamen. De overvallen op juweliers, de tevergeefse pogingen het koningshuis omver te gooien. Het buitenland helpt ook niet echt mee. Ook daaruit sijpelt nauwelijks nieuws naar binnen.
Het lijkt wel of de hele wereld bouwvak heeft. Alsof het overal 35 graden Celsius is. De wereld zich verplaatst als een koude kikker. Iets wat in ons zonnestelsel niet zo vreemd is. Ik besluit van ellende maar naar de supermarkt te gaan. Die van mij heeft aangepaste openingstijden. In verband met vakantie alleen geopend tussen 12:00 en 13:00 uur. Dat wordt dringen. Ik laat me echter niet foppen. Noch door de bouwvakvakantie noch door pers en meed.
Ik lig nu al de hele ochtend voor de supermarkt in mijn slaapzak. Thermo uiteraard. Mijn ballen verdragen geen buitentemperatuur boven de 25 graden. Ik wil het eerste zijn. Vorige week waren ze immers uitverkocht. De komkommers. Dat overkomt mij geen tweede keer. Komkommersla. De enige remedie tegen al te veel hitte in de lucht en kou in de media.
Ik wil nieuws en wel nu. Maakt me niet uit hoe. Mijn hoofd heeft dringend behoefte aan voeding. Ook al is het vakantie. Ik mis de zoete oorlog en de Kamerdebatten. Ik mis de voorspellingen in de toekomst. De waarheidsbevinding van belangrijke zaken. De zoektocht naar verdwenen lichamen. De overvallen op juweliers, de tevergeefse pogingen het koningshuis omver te gooien. Het buitenland helpt ook niet echt mee. Ook daaruit sijpelt nauwelijks nieuws naar binnen.
Het lijkt wel of de hele wereld bouwvak heeft. Alsof het overal 35 graden Celsius is. De wereld zich verplaatst als een koude kikker. Iets wat in ons zonnestelsel niet zo vreemd is. Ik besluit van ellende maar naar de supermarkt te gaan. Die van mij heeft aangepaste openingstijden. In verband met vakantie alleen geopend tussen 12:00 en 13:00 uur. Dat wordt dringen. Ik laat me echter niet foppen. Noch door de bouwvakvakantie noch door pers en meed.
Ik lig nu al de hele ochtend voor de supermarkt in mijn slaapzak. Thermo uiteraard. Mijn ballen verdragen geen buitentemperatuur boven de 25 graden. Ik wil het eerste zijn. Vorige week waren ze immers uitverkocht. De komkommers. Dat overkomt mij geen tweede keer. Komkommersla. De enige remedie tegen al te veel hitte in de lucht en kou in de media.
01-02-2015
A – H – A – D – (H) – D
‘Brood, boter, koffie, erwten’, ‘brood, boter, koffie -Waarom gaat dat poortje niet open?- erwten’, ‘brood, boter -Hé, ze hebben dat spul van de reclame-koffie’, ‘brood, boter -Ik heb eigenlijk geen zin in brood-‘, ‘Brood’… Fuck, ik ben het kwijt. Met mijn hoofd bonk ik eventjes hard op het winkelwagentje, althans ik zie mezelf dat in gedachten doen, gelijktijdig voel ik de ogen van een ongeduldige collegaklant in mijn rug priemen, ik versper zijn doorgang.
Terwijl ik ‘sorry’ mompel, zie ik verschrikt de uitdrukking op het gezicht van de versperde klant veranderen van ‘gehaast’ naar ‘ik wil nú mijn levensverhaal aan je vertellen’. Maar dat gaat even niet gebeuren, ik heb zelf te veel haast en duik snel met mijn hoofd tussen de beschuiten, letterlijk, ik wil ook wel eens een bolletje over mijn aai.
Ei! Een beschuitje met ei, daar heb ik zin in. Ik stuiter snel naar het eierrek en raak daar volledig de kluts kwijt; mijn favoriete eitjes staan niet in het rek, klasse D is op, ik twijfel, neem ik andere, ja, ik trek klasse C uit het rek, op naar de kassa, … nee, nee, nee, … mijn tas met lege flessen bungelt nog aan mijn wagentje … helemaal vergeten … terug!
Met mijn mandje tegen de ontevreden kijkende klanten in de afrekenwachtrij botsend, zwaaiende met het -vergeten terug te leggen- beurtbalkje, worstel ik terug de winkel in, de woedende opmerkingen stoïcijns negerend. Ik frot de flessen in de retourmachine en bots op de terugweg naar de kassa tegen een lange man met rossig piekhaar die brutaal mijn weg belemmerd en me streng terechtwijst, “Mevrouw, mevrouw, u vergeet uw flessenbonnetje!”.
Mijn ongemak is, via wanhoop, inmiddels in regelrechte paniek omgeslagen -ik heb een afspraak om tien uur- dus ik gris het bonnetje mee, ren richting kassa, raak in mijn haast een enorme bulkstelling, waarvan de onderste lagen in slow motion beginnen te bewegen. Grote blikken ananas landen voor mijn voeten, ik glij uit, buts met mijn billen op het koude blikwerk en rol met gestrekte benen vooruit over het blikgoed, als een lege fles op een lopende band, richting kassa.
Met grote passen beent de supermarktmanager op me af; angstig kijk ik naar hem op, maar hij pakt mijn hand, vraagt hoe het met me gaat en geeft mij de boodschappen gratis en voor niks mee ‘voor de schrik’. “De … de … de … Ah … Ah … Ha … Aha … A … H … D … Ha … Dee …”, ik kom even niet op de juiste woorden, “Da … Da … Dank … u … wel!”
Co-column geschreven op website ColumnX door Arta en Mien
Terwijl ik ‘sorry’ mompel, zie ik verschrikt de uitdrukking op het gezicht van de versperde klant veranderen van ‘gehaast’ naar ‘ik wil nú mijn levensverhaal aan je vertellen’. Maar dat gaat even niet gebeuren, ik heb zelf te veel haast en duik snel met mijn hoofd tussen de beschuiten, letterlijk, ik wil ook wel eens een bolletje over mijn aai.
Ei! Een beschuitje met ei, daar heb ik zin in. Ik stuiter snel naar het eierrek en raak daar volledig de kluts kwijt; mijn favoriete eitjes staan niet in het rek, klasse D is op, ik twijfel, neem ik andere, ja, ik trek klasse C uit het rek, op naar de kassa, … nee, nee, nee, … mijn tas met lege flessen bungelt nog aan mijn wagentje … helemaal vergeten … terug!
Met mijn mandje tegen de ontevreden kijkende klanten in de afrekenwachtrij botsend, zwaaiende met het -vergeten terug te leggen- beurtbalkje, worstel ik terug de winkel in, de woedende opmerkingen stoïcijns negerend. Ik frot de flessen in de retourmachine en bots op de terugweg naar de kassa tegen een lange man met rossig piekhaar die brutaal mijn weg belemmerd en me streng terechtwijst, “Mevrouw, mevrouw, u vergeet uw flessenbonnetje!”.
Mijn ongemak is, via wanhoop, inmiddels in regelrechte paniek omgeslagen -ik heb een afspraak om tien uur- dus ik gris het bonnetje mee, ren richting kassa, raak in mijn haast een enorme bulkstelling, waarvan de onderste lagen in slow motion beginnen te bewegen. Grote blikken ananas landen voor mijn voeten, ik glij uit, buts met mijn billen op het koude blikwerk en rol met gestrekte benen vooruit over het blikgoed, als een lege fles op een lopende band, richting kassa.
Met grote passen beent de supermarktmanager op me af; angstig kijk ik naar hem op, maar hij pakt mijn hand, vraagt hoe het met me gaat en geeft mij de boodschappen gratis en voor niks mee ‘voor de schrik’. “De … de … de … Ah … Ah … Ha … Aha … A … H … D … Ha … Dee …”, ik kom even niet op de juiste woorden, “Da … Da … Dank … u … wel!”
Co-column geschreven op website ColumnX door Arta en Mien
16-04-2014
Gedachten van een padvinder
De gedachten gaan weer eens met hem op de loop. En het zijn niet zomaar gedachten. Niet de eerste de beste. Het zijn geen bijgedachten maar hoofdgedachten. En ze laten nauwelijks los. Ze flitsen tussen de oren op en neer in een bijzonder hoofd. Het hoofd van een padvinder. Een padvinder op zoek naar de juiste weg.
Maar naar welke weg zou ie nu in hemelsnaam op zoek zijn? Een hemelpad? Dat is uitgesloten. Ook al is ie in leeftijd en gedachten al aardig op weg. Nee, deze padvinder die dacht zijn pad al lang gevonden te hebben, is aangekomen bij een point of no return. Niet bij een kruispunt, T- of Y-splitsing, maar bij een doodlopend pad. Met een klein hekje. One way to go. En hij weet het. Hij doet het iedere week opnieuw. Het hek zwaait voor hem open. En klapt met een zucht weer achter hem dicht. Een route der routine.
Het is en blijft een klotenjob, padvinder. Wie dat ooit verzonnen heeft? Als padvinder valt het niet mee te leven in een wereld vol met wegwijzers. Wegwijzers die allemaal op hun eigen manier richting willen geven. Het zijn er velen. Zoveel smaken, zoveel soorten. Zeker aan het begin van een nieuwe eeuw. Een nieuwe eeuw die telkens weer gebrandmerkt wordt door honderdduizend keuzes. Barokke keuzes. Vol overdaad. Ontelbaar. Ongezond en dodelijk vermoeiend. Het begin van een nieuwe eeuw voelt als een doolhof.
Een doolhof die te vergelijken valt met een supermarkt, een pretpaleis, oftewel de nieuwe kerk van de 21e eeuw. Al direct na de entree raakt de padvinder het paadje kwijt. Tussen honderdduizend variaties pasta, brood en chocola. Om over deo en toiletpapier maar niet te spreken. Voortdurend wordt hij in de war gebracht door wegwijzers, die boven iedere gang om aandacht schreeuwen. Hard, meedogenloos, luidruchtig en fluorescerend. “Neem mij, neem mij. Ik ben lekker. Volg mij. Slik mij. Nuttig mij. Ik ben duurzaam. Goedkoop. Gratis. Ik ben gezond. Eet me!”
Na een lange zwerftocht langs voorgerechten, hoofdmaaltijden en ongekend veel toetjes lijkt er eindelijk een uitgang in zicht te komen. Ongeordend in volgorde. Maar toch, de finish is bereikt. En daar staat ie dan, de padvinder. Bevangen door zijn gedachten. In de loop, in de weg, bij de kassa. Na een uitputtend slingerpad door de consumptiejungle. Gewapend met portemonnee en zijn gedachten, in een en dezelfde hand. Kassaboy Petrus kijkt hem streng en vol verwachting aan. “Betalen, betalen, betalen!”, schreeuwen zijn ogen. En de padvinder weet het. Eerst betalen en dan pas door de hemelpoort.
Met een beetje geluk wordt zijn lot nog even extra bezegeld. En ja hoor, hoera, een volle kaart! Hij heeft de ultieme weg naar zaligheid gevonden. Naar een gratis doos met boodschappen. Volgestopt met nieuwe wegwijzers voor de maag. De gratis boodschappen zetten zijn maaggedachten op een nieuwe loop. Bijna misselijkmakend. Uitgeluid door accordeon en violist verlaat de padvinder snel de nieuwe kerk. Het hoofd gezegend met nieuwe voedingsprikkels. Verontrustend ongezond.
Maar naar welke weg zou ie nu in hemelsnaam op zoek zijn? Een hemelpad? Dat is uitgesloten. Ook al is ie in leeftijd en gedachten al aardig op weg. Nee, deze padvinder die dacht zijn pad al lang gevonden te hebben, is aangekomen bij een point of no return. Niet bij een kruispunt, T- of Y-splitsing, maar bij een doodlopend pad. Met een klein hekje. One way to go. En hij weet het. Hij doet het iedere week opnieuw. Het hek zwaait voor hem open. En klapt met een zucht weer achter hem dicht. Een route der routine.
Het is en blijft een klotenjob, padvinder. Wie dat ooit verzonnen heeft? Als padvinder valt het niet mee te leven in een wereld vol met wegwijzers. Wegwijzers die allemaal op hun eigen manier richting willen geven. Het zijn er velen. Zoveel smaken, zoveel soorten. Zeker aan het begin van een nieuwe eeuw. Een nieuwe eeuw die telkens weer gebrandmerkt wordt door honderdduizend keuzes. Barokke keuzes. Vol overdaad. Ontelbaar. Ongezond en dodelijk vermoeiend. Het begin van een nieuwe eeuw voelt als een doolhof.
Een doolhof die te vergelijken valt met een supermarkt, een pretpaleis, oftewel de nieuwe kerk van de 21e eeuw. Al direct na de entree raakt de padvinder het paadje kwijt. Tussen honderdduizend variaties pasta, brood en chocola. Om over deo en toiletpapier maar niet te spreken. Voortdurend wordt hij in de war gebracht door wegwijzers, die boven iedere gang om aandacht schreeuwen. Hard, meedogenloos, luidruchtig en fluorescerend. “Neem mij, neem mij. Ik ben lekker. Volg mij. Slik mij. Nuttig mij. Ik ben duurzaam. Goedkoop. Gratis. Ik ben gezond. Eet me!”
Na een lange zwerftocht langs voorgerechten, hoofdmaaltijden en ongekend veel toetjes lijkt er eindelijk een uitgang in zicht te komen. Ongeordend in volgorde. Maar toch, de finish is bereikt. En daar staat ie dan, de padvinder. Bevangen door zijn gedachten. In de loop, in de weg, bij de kassa. Na een uitputtend slingerpad door de consumptiejungle. Gewapend met portemonnee en zijn gedachten, in een en dezelfde hand. Kassaboy Petrus kijkt hem streng en vol verwachting aan. “Betalen, betalen, betalen!”, schreeuwen zijn ogen. En de padvinder weet het. Eerst betalen en dan pas door de hemelpoort.
Met een beetje geluk wordt zijn lot nog even extra bezegeld. En ja hoor, hoera, een volle kaart! Hij heeft de ultieme weg naar zaligheid gevonden. Naar een gratis doos met boodschappen. Volgestopt met nieuwe wegwijzers voor de maag. De gratis boodschappen zetten zijn maaggedachten op een nieuwe loop. Bijna misselijkmakend. Uitgeluid door accordeon en violist verlaat de padvinder snel de nieuwe kerk. Het hoofd gezegend met nieuwe voedingsprikkels. Verontrustend ongezond.
28-01-2014
Yakkenthee
Quadruppel is op dit moment mijn favoriete bier. Waarom vraagt de lezer zich misschien af? Eerlijk gezegd moet ik daar het antwoord op schuldig blijven. Rationeel zou ik zeggen omdat het winter is, maar dat is wellicht een beetje kort door de bocht. Terechte constatering want er zijn legio alternatieven voor een winterdrank te verzinnen. Yakkenthee bijvoorbeeld. Uitzonderlijk lekker, zeker als het buiten zijn vertrouwde omgeving gedronken wordt. In Tibet weten ze dat al lang, het is niet voor niets gebombardeerd tot exportproduct numero uno.
Onlangs is door wetenschappers vastgesteld dat Yakkenthee zeer gezond is voor de stoelgang. Poep- en plaspillen zijn niet meer nodig bij een dieet van Yakkenthee. Aan Tibetanen is dat ook goed te zien; olijke smoeltjes in plaats van samengeknepen gezichten, getuigen van soepele peristaltiek en volledige lediging van darm en blaas. Sinds kort is Yakkenthee ook verkrijgbaar bij de betere supermarkt. Daar is het te vinden bij de alternatieve voeding. Flauwekul eigenlijk, want waarom niet in het theerek, naast de Darjeeling First Flush, de Lapsang souchong, Oolong of Earl Grey?
Gelukkig is er een supermarkt die het wel begrijpt, de Jumbo, maar ja, die heeft met zijn Indiase olifantenroots natuurlijk een enorme voorsprong. Het is een gat in de markt, de Yakkenthee. Jumbo doet daar zijn voordeel mee. Klanten slaan de thee met kilo’s tegelijk in. Laxeren is natuurlijk goed voor de lijn en lijnen in de winter is hot, voor je het weet is het lente.
Zolang het onder medische begeleiding plaats vindt kan het lijnen met Yakkenthee geen kwaad. Xanthopsie zul je er niet snel van krijgen, hoewel de wetenschap daar nog geen unaniem eindoordeel over heeft. Chinezen drinken immers ook al heel lang thee. Voor de zekerheid houd ik het dan toch voorlopig maar bij Quadruppel. Beter voorkomen dan genezen zeg ik altijd, want laten we eerlijk zijn, geel zien is geen gezicht. Nu hoef ik ook niet per se te lijnen. Maar toch, een Quadruppelbuik is eigenlijk ook geen gezicht.
Onlangs is door wetenschappers vastgesteld dat Yakkenthee zeer gezond is voor de stoelgang. Poep- en plaspillen zijn niet meer nodig bij een dieet van Yakkenthee. Aan Tibetanen is dat ook goed te zien; olijke smoeltjes in plaats van samengeknepen gezichten, getuigen van soepele peristaltiek en volledige lediging van darm en blaas. Sinds kort is Yakkenthee ook verkrijgbaar bij de betere supermarkt. Daar is het te vinden bij de alternatieve voeding. Flauwekul eigenlijk, want waarom niet in het theerek, naast de Darjeeling First Flush, de Lapsang souchong, Oolong of Earl Grey?
Gelukkig is er een supermarkt die het wel begrijpt, de Jumbo, maar ja, die heeft met zijn Indiase olifantenroots natuurlijk een enorme voorsprong. Het is een gat in de markt, de Yakkenthee. Jumbo doet daar zijn voordeel mee. Klanten slaan de thee met kilo’s tegelijk in. Laxeren is natuurlijk goed voor de lijn en lijnen in de winter is hot, voor je het weet is het lente.
Zolang het onder medische begeleiding plaats vindt kan het lijnen met Yakkenthee geen kwaad. Xanthopsie zul je er niet snel van krijgen, hoewel de wetenschap daar nog geen unaniem eindoordeel over heeft. Chinezen drinken immers ook al heel lang thee. Voor de zekerheid houd ik het dan toch voorlopig maar bij Quadruppel. Beter voorkomen dan genezen zeg ik altijd, want laten we eerlijk zijn, geel zien is geen gezicht. Nu hoef ik ook niet per se te lijnen. Maar toch, een Quadruppelbuik is eigenlijk ook geen gezicht.
05-12-2013
Een dag uit het leven van Trappedoelie
Vandaag is geen dag als alle anderen. Het is de verjaardag van Sinterklaas. Een belangrijke dag. Dat vindt ook Trappedoelie, de hoofd Piet. Hij is treurig gestemd. En dat steekt ie niet onder stoelen of banken. Nee, nee, hij doet zijn beklag online. Ja, ja, hij is een moderne Piet. Hij spuwt zijn gal. Hieronder zijn relaas. Een bijzondere dag uit het leven van Trappedoelie.
Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik als hoofd Piet moet immers antwoord geven. Het debat in goede banen leiden. Anders gaat het hier in Nederland helemaal mis. Ik zal een voorbeeld geven. Onlangs ontving Sint een brief van een jonge moeder. Als hoofd Piet lees ik die altijd het eerst, nog voordat Sint die leest.
Lieve Sint, hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Ik schrijf u deze brief omdat mijn dochter vorige week compleet overstuur thuis kwam. Ze had een witte Piet gezien met rode stippen. Nu denkt mijn dochter dat alle Pieten ziek zijn en dat ze dit jaar geen cadeautjes krijgt. Kunt u dit even uitleggen aan mijn dochter. Alvast bedankt. Femke.
Daar word ik nu droevig van. Omdat Sinterklaas het veel te druk heeft heb ik uiteindelijk maar een antwoord teruggeschreven. Maar het viel me zwaar. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Maar ja, dan moet ik ook het dak op. Om al die schoentjes te vullen. Lamme tak Sint ligt dan nog lekker in zijn bed te ronken. Heel irritant. Ik was bijna gestopt met schrijven, want ik kreeg geen letter op papier. Totdat ik een geweldige inval kreeg.
Ik zette de TV aan en wachtte op het journaal. Ik viel midden in hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht. Boeien, dat gaat toch nergens over! Op dit soort nieuws zat ik niet te wachten. Ik zapte verder op zoek naar wat ik zocht en belandde onderweg bij een programma genaamd ‘Opsporing gezocht’, met een kleine olijke politieman aan het woord. Hij vertelde een bizar verhaal bij een evenzo bizar filmpje, een soort van reconstructie.
Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Haar belager lag als verlamd op het bed. Ze spreidde de was uit over zijn lichaam en pakte het strijkijzer dat inmiddels warm was geworden. “Blijf liggen, loeder, ik zal jouw zonden eens eventjes gladstrijken, samen met mijn was!” De dief zag het strijkijzer gevaarlijk op zijn gezicht afkomen en wist niet hoe snel die weg moest komen. Wat opviel was zijn opvallende gelijkenis met Zwarte Piet.
Het olijke politiemannetje vervolgde. Gelukkig hebben we beelden van de dader. Heeft u enig idee, wie deze Zwarte Piet is, neemt u dan meteen contact op met …’
“Verrek!”, dacht ik, “maar die man ken ik, dat is onze Kleptopietje!” Meteen pakte ik de telefoon en belde het nummer dat in beeld kwam. Ik kreeg een man aan de telefoon met een donkere stem. “Politie Middelburg, met IJzermans..”. Maar ik hing meteen weer op. Dit kon ik niet maken. Kleptopietje was mijn grote vriend. Die wilde ik niet verraden.
Snel zapte ik verder. Nog steeds opzoek naar wat ik zocht. Wat een idiote TV programma’s verschijnen er toch in Nederland. Wat is dit nu weer? Ik zie een camerashot met een foto in beeld. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Het volgende shot toont een vrouw, gezeten in een leren fauteuil, ze vertelt een droevig verhaal. “Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ja, ja. En deze hond die kijkt me altijd aan alsof ie mij begrijpt. Zo met een blik van ‘Baasje is verdrietig’. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. Dat denk ik nog steeds. Ondanks dat, toch wel kunnen slapen gelukkig. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Samen met Bobbie. Dat biedt troost. Nu zit alles weer goed in de krul. Althans dat denk ik. Wat vindt u?”
In beeld verschijnt nu een klein mannetje met een grote donkere bril, grote neus en witte jas. Op het naambordje dat op zijn borst prijkt lees ik: Woody, Mens- en honddokter. Voor al uw klachten. Het antwoord van de dokter maak ik niet meer mee. Een reclameblok wordt ingezet.
Ik zie een soortgenoot van mij door het beeld springen. In een supermarkt. Het is een oud Hollandse reclame. In zwart en wit en zonder geluid. In beeld verschijnen teksten in kaders, dit terwijl de Piet in de supermarkt boodschappen verzamelt: ‘Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent. Ziet u hoe hij nu nog snel de laatste inkopen doet voor onze lieve Sint? De lamme tak ligt nog op bed. Gelukkig is het prijzenoorlog. Profiteer net als deze Piet van onze koopjes. Ze komen letterlijk uit C1000 en één nacht. Komt dat zien, komt dat zien!’ Ik schrik er van. Met de jaren is er niets veranderd in Holland reclameland. Oudbakken als altijd.
Ik zap verder. Heb nog steeds niet gevonden wat ik zocht. Ik vrees het ergste. Hoe kan ik Femke nu terugschrijven? Moedeloos kijk ik uit de raam van het kasteel en zie een vreemde man in het parkje zitten. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen. Ik doe de raam open want hij wuift naar mij, hij wil me vast iets zeggen. Hij ziet er verward uit en achter hem zie ik een winkelwagentje staan vol met oude vieze spullen en een oude deken.
“Ik ben Neil …!” , roept de man. Hij ziet dat ik zijn aandacht geniet en vervolgt onnavolgbaar ratelend:
“Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ha, ha, dat vroeg ie mij zomaar een dag bij het water. Idioot hè? Ik heb niet eens TV. Hoe komt ie daarbij? Hij is schrijver, die vriend. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Iets over op vakantie gaan. Op vakantie gaan is tof. Ik heb er alleen het geld niet voor.”
“Ik kan je niet zo goed volgen Neil”, roep ik terug. “Waar praat je toch allemaal over?”
Neil vervolgt: “Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag.”
“Ik kan er geen touw aan vastknopen, Neil, hoe graag ik ook zou willen, kun je wat duidelijker zijn?”
Maar helaas, het blijft allemaal abracadabra voor mij. Ik laat Niel uitrazen. Hij wordt steeds driftiger en zijn stem neemt in volume toe. Deze vreemde man is gestoord, dat kan niet anders.
Neil vervolgt, nu met luide stem: “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Echt waar. Zeker weten.”
Ik geef het op en sluit de raam. Deze vreemde man gaat mij niet verder helpen. De tijd dringt. Ik wil Femke vandaag nog antwoord geven. Hoe leg ik haar en haar dochter nu uit dat de witte Piet met rode stippen een fata morgana moet zijn geweest. Zelfs op Discovery Channel vind ik niet waarnaar ik op zoek ben. Het vraagt om een noodoplossing. Ik pluk de veer van mijn hoed en doop hem in een potje met zwarte inkt.
Lieve Femke en dochter van Femke. De zwarte witte Piet met rode stippen is geen echte zwarte Piet. Mijn Pieten zijn nooit ziek. Ik denk dat jullie het slachtoffer zijn geworden van een bijzonder fenomeen. Een fata morgana in Nederland. Nu zult u denken, dat kan niet. Immers in Nederland zijn geen woestijnen. Maar niets is minder waar. Een woestijn kan namelijk overal spontaan ontstaan daar waar sprake is van woestenij. En in uw land is dat op dit moment zeker het geval. Met de benaming woestenij is de stand van zaken in uw land nog zachtjes uitgedrukt. Een kleine blik in de (sociale) media zegt voldoende en beantwoordt daarmee mijn inziens uw vraag. Hierbij verblijf ik met scherpe peperhoogachting, hoofd Piet Trappedoelie, in afwezigheid van Sinterklaas (want die lamme tak ligt nog steeds in bed).
Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik als hoofd Piet moet immers antwoord geven. Het debat in goede banen leiden. Anders gaat het hier in Nederland helemaal mis. Ik zal een voorbeeld geven. Onlangs ontving Sint een brief van een jonge moeder. Als hoofd Piet lees ik die altijd het eerst, nog voordat Sint die leest.
Lieve Sint, hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Ik schrijf u deze brief omdat mijn dochter vorige week compleet overstuur thuis kwam. Ze had een witte Piet gezien met rode stippen. Nu denkt mijn dochter dat alle Pieten ziek zijn en dat ze dit jaar geen cadeautjes krijgt. Kunt u dit even uitleggen aan mijn dochter. Alvast bedankt. Femke.
Daar word ik nu droevig van. Omdat Sinterklaas het veel te druk heeft heb ik uiteindelijk maar een antwoord teruggeschreven. Maar het viel me zwaar. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Maar ja, dan moet ik ook het dak op. Om al die schoentjes te vullen. Lamme tak Sint ligt dan nog lekker in zijn bed te ronken. Heel irritant. Ik was bijna gestopt met schrijven, want ik kreeg geen letter op papier. Totdat ik een geweldige inval kreeg.
Ik zette de TV aan en wachtte op het journaal. Ik viel midden in hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht. Boeien, dat gaat toch nergens over! Op dit soort nieuws zat ik niet te wachten. Ik zapte verder op zoek naar wat ik zocht en belandde onderweg bij een programma genaamd ‘Opsporing gezocht’, met een kleine olijke politieman aan het woord. Hij vertelde een bizar verhaal bij een evenzo bizar filmpje, een soort van reconstructie.
Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Haar belager lag als verlamd op het bed. Ze spreidde de was uit over zijn lichaam en pakte het strijkijzer dat inmiddels warm was geworden. “Blijf liggen, loeder, ik zal jouw zonden eens eventjes gladstrijken, samen met mijn was!” De dief zag het strijkijzer gevaarlijk op zijn gezicht afkomen en wist niet hoe snel die weg moest komen. Wat opviel was zijn opvallende gelijkenis met Zwarte Piet.
Het olijke politiemannetje vervolgde. Gelukkig hebben we beelden van de dader. Heeft u enig idee, wie deze Zwarte Piet is, neemt u dan meteen contact op met …’
“Verrek!”, dacht ik, “maar die man ken ik, dat is onze Kleptopietje!” Meteen pakte ik de telefoon en belde het nummer dat in beeld kwam. Ik kreeg een man aan de telefoon met een donkere stem. “Politie Middelburg, met IJzermans..”. Maar ik hing meteen weer op. Dit kon ik niet maken. Kleptopietje was mijn grote vriend. Die wilde ik niet verraden.
Snel zapte ik verder. Nog steeds opzoek naar wat ik zocht. Wat een idiote TV programma’s verschijnen er toch in Nederland. Wat is dit nu weer? Ik zie een camerashot met een foto in beeld. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Het volgende shot toont een vrouw, gezeten in een leren fauteuil, ze vertelt een droevig verhaal. “Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ja, ja. En deze hond die kijkt me altijd aan alsof ie mij begrijpt. Zo met een blik van ‘Baasje is verdrietig’. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. Dat denk ik nog steeds. Ondanks dat, toch wel kunnen slapen gelukkig. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Samen met Bobbie. Dat biedt troost. Nu zit alles weer goed in de krul. Althans dat denk ik. Wat vindt u?”
In beeld verschijnt nu een klein mannetje met een grote donkere bril, grote neus en witte jas. Op het naambordje dat op zijn borst prijkt lees ik: Woody, Mens- en honddokter. Voor al uw klachten. Het antwoord van de dokter maak ik niet meer mee. Een reclameblok wordt ingezet.
Ik zie een soortgenoot van mij door het beeld springen. In een supermarkt. Het is een oud Hollandse reclame. In zwart en wit en zonder geluid. In beeld verschijnen teksten in kaders, dit terwijl de Piet in de supermarkt boodschappen verzamelt: ‘Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent. Ziet u hoe hij nu nog snel de laatste inkopen doet voor onze lieve Sint? De lamme tak ligt nog op bed. Gelukkig is het prijzenoorlog. Profiteer net als deze Piet van onze koopjes. Ze komen letterlijk uit C1000 en één nacht. Komt dat zien, komt dat zien!’ Ik schrik er van. Met de jaren is er niets veranderd in Holland reclameland. Oudbakken als altijd.
Ik zap verder. Heb nog steeds niet gevonden wat ik zocht. Ik vrees het ergste. Hoe kan ik Femke nu terugschrijven? Moedeloos kijk ik uit de raam van het kasteel en zie een vreemde man in het parkje zitten. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen. Ik doe de raam open want hij wuift naar mij, hij wil me vast iets zeggen. Hij ziet er verward uit en achter hem zie ik een winkelwagentje staan vol met oude vieze spullen en een oude deken.
“Ik ben Neil …!” , roept de man. Hij ziet dat ik zijn aandacht geniet en vervolgt onnavolgbaar ratelend:
“Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ha, ha, dat vroeg ie mij zomaar een dag bij het water. Idioot hè? Ik heb niet eens TV. Hoe komt ie daarbij? Hij is schrijver, die vriend. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Iets over op vakantie gaan. Op vakantie gaan is tof. Ik heb er alleen het geld niet voor.”
“Ik kan je niet zo goed volgen Neil”, roep ik terug. “Waar praat je toch allemaal over?”
Neil vervolgt: “Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag.”
“Ik kan er geen touw aan vastknopen, Neil, hoe graag ik ook zou willen, kun je wat duidelijker zijn?”
Maar helaas, het blijft allemaal abracadabra voor mij. Ik laat Niel uitrazen. Hij wordt steeds driftiger en zijn stem neemt in volume toe. Deze vreemde man is gestoord, dat kan niet anders.
Neil vervolgt, nu met luide stem: “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Echt waar. Zeker weten.”
Ik geef het op en sluit de raam. Deze vreemde man gaat mij niet verder helpen. De tijd dringt. Ik wil Femke vandaag nog antwoord geven. Hoe leg ik haar en haar dochter nu uit dat de witte Piet met rode stippen een fata morgana moet zijn geweest. Zelfs op Discovery Channel vind ik niet waarnaar ik op zoek ben. Het vraagt om een noodoplossing. Ik pluk de veer van mijn hoed en doop hem in een potje met zwarte inkt.
Lieve Femke en dochter van Femke. De zwarte witte Piet met rode stippen is geen echte zwarte Piet. Mijn Pieten zijn nooit ziek. Ik denk dat jullie het slachtoffer zijn geworden van een bijzonder fenomeen. Een fata morgana in Nederland. Nu zult u denken, dat kan niet. Immers in Nederland zijn geen woestijnen. Maar niets is minder waar. Een woestijn kan namelijk overal spontaan ontstaan daar waar sprake is van woestenij. En in uw land is dat op dit moment zeker het geval. Met de benaming woestenij is de stand van zaken in uw land nog zachtjes uitgedrukt. Een kleine blik in de (sociale) media zegt voldoende en beantwoordt daarmee mijn inziens uw vraag. Hierbij verblijf ik met scherpe peperhoogachting, hoofd Piet Trappedoelie, in afwezigheid van Sinterklaas (want die lamme tak ligt nog steeds in bed).
15-11-2013
Afvalrace 12: Decembervoeding
Ik prijs me gelukkig want ik mag weer eten. Met de komende december feestdagen in het verschiet is dat geweldig. De teller van de weegschaal staat vandaag op 84,50 kilo. Daar kan gerust een kilootje of drie weer bij. Moet kunnen. Bovendien voel ik mij bij 87 kilo op mijn best. Maar hoe zal ik dit nu eens tactisch aanpakken? Er is een tegenstrijdigheid. Want hoe moet ik nu de koepeltitel ‘Afvalrace’ plaatsen?
In ieder geval niet in de ijskast. Want dat is niet mijn stijl. Afvalrace, afvalrace? Er schiet me dit keer geen enkele associatie te binnen die dit nieuwe afvalverhaal kan rechtvaardigen. Ik moet toch op een of andere manier verhaal zien te halen. Ik ben niet voor niets de schrijver en de lezer verwacht van mij, juist ja, een verhaal, een verhaal over afvallen. Met liefst een wedstrijdelement. Of tenminste een element waaraan de lezer zich kan spiegelen, zich mee kan identificeren. Een element dat voldoende inleving biedt. Maar ik weet het al. Ik heb de oplossing. Als ik mezelf nu eens afval?
Ja, eureka, dat is het. Ik val mezelf af en ga me vergrijpen aan al het lekkers dat in de grote uitstalkast die supermarkt heet, voor het graaien ligt. In alfabetische volgorde. Want als maagd moet er wel enigszins orde heersen in mijn latente vreetchaos. Zou ik aan een winkelwagentje voldoende hebben? Daar gaat ie dan. Amandelletter, amandelstaaf, banketletter, bisschopswijn, borstplaat, boterletter, chocoladeletter (melk, puur en wit), chocolademunten, chocolade sigaretten, kruidnoten, mandarijnen, marsepein, pepernoten, schuimpjes, speculaas, speculaaspop, strooigoed, studentenhaver, suikergoed, taai-taai, walnoten. Zover de sinterklaasvoeding.
Voor mijn kerstbanket besluit ik internationaal te gaan. De keuze dit jaar is reuze. Vet lekker. Uit den Belgique zal ik vol-au-vent en een groentekrans kiezen, aangevuld met wat kroketten en gebraad. Een kerststronk en biscuitgebak zullen ook niet ontbreken. Uit Congo vat ik kip. Uit Denemarken neem ik gans en eend met brunede kartofler en als toetje risalamang. Lekkerrrr. Op z’n Filipijns ga ik voor de queso de bola en hamon. In IJsland kan ik de ham en hangikjöt niet laten staan. Uit Iran neem ik wat noten en meloen. In Noorwegen ga ik voor de riskrem en zowaar een marsepeinen varken. Op z'n Pools stouw ik me helemaal vol, met barszcz, pierogi, verschillende soorten vis en een compote van gedroogde vruchten. En niet te vergeten de oplatek. Wat zal het dit jaar smullen worden. Ik sluit natuurlijk af met een Zuid Afrikaanse braai. Speciaal voor kerstmis staat één van de grote vijf op het menu. Als ik er tenminste eentje weet te vangen. Mijn maag en buik kunnen amper wachten. Zo ook de supermarkt. Ik tel de dagen alvast af.
Mien decembervoeding
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo — Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo — Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo — Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo — Middelomtrek: 105 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2013. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
In ieder geval niet in de ijskast. Want dat is niet mijn stijl. Afvalrace, afvalrace? Er schiet me dit keer geen enkele associatie te binnen die dit nieuwe afvalverhaal kan rechtvaardigen. Ik moet toch op een of andere manier verhaal zien te halen. Ik ben niet voor niets de schrijver en de lezer verwacht van mij, juist ja, een verhaal, een verhaal over afvallen. Met liefst een wedstrijdelement. Of tenminste een element waaraan de lezer zich kan spiegelen, zich mee kan identificeren. Een element dat voldoende inleving biedt. Maar ik weet het al. Ik heb de oplossing. Als ik mezelf nu eens afval?
Ja, eureka, dat is het. Ik val mezelf af en ga me vergrijpen aan al het lekkers dat in de grote uitstalkast die supermarkt heet, voor het graaien ligt. In alfabetische volgorde. Want als maagd moet er wel enigszins orde heersen in mijn latente vreetchaos. Zou ik aan een winkelwagentje voldoende hebben? Daar gaat ie dan. Amandelletter, amandelstaaf, banketletter, bisschopswijn, borstplaat, boterletter, chocoladeletter (melk, puur en wit), chocolademunten, chocolade sigaretten, kruidnoten, mandarijnen, marsepein, pepernoten, schuimpjes, speculaas, speculaaspop, strooigoed, studentenhaver, suikergoed, taai-taai, walnoten. Zover de sinterklaasvoeding.
Voor mijn kerstbanket besluit ik internationaal te gaan. De keuze dit jaar is reuze. Vet lekker. Uit den Belgique zal ik vol-au-vent en een groentekrans kiezen, aangevuld met wat kroketten en gebraad. Een kerststronk en biscuitgebak zullen ook niet ontbreken. Uit Congo vat ik kip. Uit Denemarken neem ik gans en eend met brunede kartofler en als toetje risalamang. Lekkerrrr. Op z’n Filipijns ga ik voor de queso de bola en hamon. In IJsland kan ik de ham en hangikjöt niet laten staan. Uit Iran neem ik wat noten en meloen. In Noorwegen ga ik voor de riskrem en zowaar een marsepeinen varken. Op z'n Pools stouw ik me helemaal vol, met barszcz, pierogi, verschillende soorten vis en een compote van gedroogde vruchten. En niet te vergeten de oplatek. Wat zal het dit jaar smullen worden. Ik sluit natuurlijk af met een Zuid Afrikaanse braai. Speciaal voor kerstmis staat één van de grote vijf op het menu. Als ik er tenminste eentje weet te vangen. Mijn maag en buik kunnen amper wachten. Zo ook de supermarkt. Ik tel de dagen alvast af.
Mien decembervoeding
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo — Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo — Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo — Middelomtrek: 106 cm
Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo — Middelomtrek: 107 cm
Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo — Middelomtrek: 105 cm
‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2013. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
11-09-2013
Bitterzoet
‘Voor iedereen die niet kan wachten op al het lekkers!’ Dat staat geschreven op een heel groot schreeuwend reclamebord, bovenop een rek. Een groot hoog rek vol marsepein, pepernoten, speculaas en ander suikergoed. Obstructief gestald in het meest gebruikte gangpad van mijn buurtsuper. Het snoepgoed lijkt net zo hard te schreeuwen als de grote kleurrijke letters die er boven hangen. Een schreeuw om aandacht.
Crisis in de supermarkt, crisis in Spanje. Dat mag duidelijk zijn. Helaas vallen de producten niet onder een van de artikelen die nu, tijdens de supermarktenprijzenoorlog, permanent goedkoper zijn geprijsd. Jammer, jammer, jammer. Ja, je gaat er eigenlijk spontaan van jammeren. Als consument wil ik uiteraard graag meedenken. Vandaar dat ik met mijn karretje onmiddellijk op zoek ga naar de ideeënbusje. Die hangt naast de flesseninname. Ik twijfel nog even. Ik voel nattigheid.
Worden mijn ideeën hier eigenlijk wel serieus genomen? Of worden ze stiekem geflest? Net als de Goeden-Doelen-bus die tevens naast de flesseninname hangt. Doorzichtig uiteraard. Zodat je goed kunt zien hoeveel statiegeldbonnetjes de weg gaan vinden naar projecten in Brazilië, Mongolië en Tanzania. Ja, je mag zelf kiezen waar jouw statiegeldbonnetje naar toe moet gaan. Enfin. Snel schrijf ik mijn idee achter op de korting bon die ik niet kan inleveren omdat het product van de bon al lang is uitverkocht.
‘Beste supermarktmanager, is het misschien een idee om het Sinterklaas snoepgoed permanent, het hele jaar door, op te nemen in jullie collectie. Liefst als A- en B-merk. En ja, andere letters mogen ook in het rek verschijnen. Bij voorkeur op ooghoogte. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam en bio, gesuikerd, genoot, het maakt me niet uit. Graag wel tegen scherpe prijzen. Ik moet immers op mijn kleintjes letten. Met vriendelijke groet, Mien (van ColumnX … by the way … de X ook graag opnemen in de collectie!).’
Mijn gedachten zweven bij de invoer van mijn idee meteen door naar ColumnX. De website voor schrijvers en lezers. Al 12 jaar lang. Die website is ook duidelijk onderhevig aan een tekort aan aandacht. Mogelijk ook als gevolg van crisis. Een creatieve crisis. Een schrijvers- en lezersblok. Niet te overzien. Daar moet ook permanent snoepgoed aangeboden worden. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam, bio, gesuikerd of genoot, het maakt niet uit.de crisis. Misschien een idee om ook daar een uithangbord in het gangpad te hangen.
In de gateway. Want schrijvers en lezers zoeken verbinding met elkaar. Zij zoeken bruggen die naar de juiste route leiden. Dus schreeuw het rond: ‘Voor iedereen die niet kan wachten op al het lekkers!’ Vul die rekken. Permanent. Columns van A- en B-merken. Drie halen twee betalen. Laat het rek niet leegstaan. Te veel voorraad houden kost geld. Schaarste op creatief vlak werkt averechts en avelinks. Dus klim in de pen in plaats van in de boom en schudt los die pols en ledig het hoofd. Braak uit die columns en overspoel de markt. Ik garandeer het u. Het bevrijdt en leest een stuk prettiger. Het smaakt als suikergoed. Soms bitterzoet.
Crisis in de supermarkt, crisis in Spanje. Dat mag duidelijk zijn. Helaas vallen de producten niet onder een van de artikelen die nu, tijdens de supermarktenprijzenoorlog, permanent goedkoper zijn geprijsd. Jammer, jammer, jammer. Ja, je gaat er eigenlijk spontaan van jammeren. Als consument wil ik uiteraard graag meedenken. Vandaar dat ik met mijn karretje onmiddellijk op zoek ga naar de ideeënbusje. Die hangt naast de flesseninname. Ik twijfel nog even. Ik voel nattigheid.
Worden mijn ideeën hier eigenlijk wel serieus genomen? Of worden ze stiekem geflest? Net als de Goeden-Doelen-bus die tevens naast de flesseninname hangt. Doorzichtig uiteraard. Zodat je goed kunt zien hoeveel statiegeldbonnetjes de weg gaan vinden naar projecten in Brazilië, Mongolië en Tanzania. Ja, je mag zelf kiezen waar jouw statiegeldbonnetje naar toe moet gaan. Enfin. Snel schrijf ik mijn idee achter op de korting bon die ik niet kan inleveren omdat het product van de bon al lang is uitverkocht.
‘Beste supermarktmanager, is het misschien een idee om het Sinterklaas snoepgoed permanent, het hele jaar door, op te nemen in jullie collectie. Liefst als A- en B-merk. En ja, andere letters mogen ook in het rek verschijnen. Bij voorkeur op ooghoogte. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam en bio, gesuikerd, genoot, het maakt me niet uit. Graag wel tegen scherpe prijzen. Ik moet immers op mijn kleintjes letten. Met vriendelijke groet, Mien (van ColumnX … by the way … de X ook graag opnemen in de collectie!).’
Mijn gedachten zweven bij de invoer van mijn idee meteen door naar ColumnX. De website voor schrijvers en lezers. Al 12 jaar lang. Die website is ook duidelijk onderhevig aan een tekort aan aandacht. Mogelijk ook als gevolg van crisis. Een creatieve crisis. Een schrijvers- en lezersblok. Niet te overzien. Daar moet ook permanent snoepgoed aangeboden worden. Puur, melk, wit, zwart, duurzaam, bio, gesuikerd of genoot, het maakt niet uit.de crisis. Misschien een idee om ook daar een uithangbord in het gangpad te hangen.
In de gateway. Want schrijvers en lezers zoeken verbinding met elkaar. Zij zoeken bruggen die naar de juiste route leiden. Dus schreeuw het rond: ‘Voor iedereen die niet kan wachten op al het lekkers!’ Vul die rekken. Permanent. Columns van A- en B-merken. Drie halen twee betalen. Laat het rek niet leegstaan. Te veel voorraad houden kost geld. Schaarste op creatief vlak werkt averechts en avelinks. Dus klim in de pen in plaats van in de boom en schudt los die pols en ledig het hoofd. Braak uit die columns en overspoel de markt. Ik garandeer het u. Het bevrijdt en leest een stuk prettiger. Het smaakt als suikergoed. Soms bitterzoet.
26-09-2011
Eloze Holyman
Dichtbij is zijn komst. Ja, ja, Holyman ligt al klaar, laag in ’t schap. Hij valt bijna uit zijn mal. ’t Kind juicht vanuit gans zijn hart. Wat is ‘t in zijn nop van al dat zalig spul. Vol smacht houdt ’t zijn hand op. Pa blij, ma blij. Maar toch, ’t kind krijgt naast smacht ook smart in ‘t lijf. Strotpijn, kaakpijn, tandpijn, buikpijn. Ook bij mams plus paps vindt smart plaats, portomonnaipijn. Dat zit danig dwars. Raar want chocola smaakt als honing, zalig toch? Daar waar honing langzaam langs ’n kin omlaag druipt, krult ‘n mond van blijdschap omhoog.
Nougat, kruidnoot, taaitaai, walnoot, borstplaat, aardnoot, fondant, mandarijn, ook zij zijn blij. In spotlights blinkt hun huid fantastisch. Hun smaakvol aroma lonkt naar aandacht. ’t Vraagt dolblij: ‘Gooi mij maar vlug in uw boodschapkar?’ Good old Holyman, hij maakt captains of industry van AH tot C1000, van Plus tot Jumbo, van MT tot V&D, van Aldi tot Spar, van Macro tot Sligro, van Kruidvat tot Lidl, van Action tot Timco, totaal happy. Maar ik, ik raaskal maar wat: ‘Holyman, pak uw boot maar gauw naar ’t Spaans land. Want wij gaan na uw komst in training. Spijtig maar waar, uw gul is ons gram. Uw gul is oorzaak van ’n buikrand bomvol kilo’s’.
Holyman grinnikt op zijn paard. Op ‘n thuistrainapparaat krijgt ’t stout lijf haar straf. Vijftig pushups, buik strak op spanning, lucht op slot, puf, puf, puf, hup vooruit. Wazig kijk ik uit mijn oog. Uit mijn oor stijgt langzaam lucht omhoog. Zwaar shit. Rood van inspanning tuur ik voorzichtig in ’n ruit vol glans. Slinkt dat lijf nu al? Op mijn trainingsmat dik ik m’n buik in ’n half uur tijd nog zo’n vijf cm in. Holakomola, wat ’n mijlpaal, fantastisch toch? Trots blik ik omlaag naar mijn bikinilijn. Hij is door mijn inspanning strak lila. ’t Kost kruim, ’n buik zo plat als taaitaai.
In mijn laars vind ik daags na mijn training ’n boodschap van good old Holyman. In koninklijk handschrift staat ’n zin, inktzwart op ’n wit blad, in kapitaal: ‘NOG ’N PAAR MAAND TRAINING MIJN VRIND, HOU VOL, DAN ZIJT GIJ ZO BLIJ ALS ’N KIND’. In mijn laars vind ik ook nog ’n bikini plus slip in scharlaak, maat 41. Wat pakt good old Holyman voor mij dit jaar gul uit. Daarom alvast ’n toast op mijn vrind uit Madrid. ‘n Bisschopswijn uit ’t Spaans land is altijd prima. Rood of wit, warm of koud, ’t drinkt, ’t smaakt, ‘t stropt als honing. Zalig.
Themacolumn geschreven voor ColumnX.
Opdracht: Schrijf een column zonder e.
Aanleiding: Eloze roman van la Disparition van Georges Perec vertaald door Guido van de Wiel ('t Manco - Arbeiderspers).
Klik hier voor verdere uitleg.
Nougat, kruidnoot, taaitaai, walnoot, borstplaat, aardnoot, fondant, mandarijn, ook zij zijn blij. In spotlights blinkt hun huid fantastisch. Hun smaakvol aroma lonkt naar aandacht. ’t Vraagt dolblij: ‘Gooi mij maar vlug in uw boodschapkar?’ Good old Holyman, hij maakt captains of industry van AH tot C1000, van Plus tot Jumbo, van MT tot V&D, van Aldi tot Spar, van Macro tot Sligro, van Kruidvat tot Lidl, van Action tot Timco, totaal happy. Maar ik, ik raaskal maar wat: ‘Holyman, pak uw boot maar gauw naar ’t Spaans land. Want wij gaan na uw komst in training. Spijtig maar waar, uw gul is ons gram. Uw gul is oorzaak van ’n buikrand bomvol kilo’s’.
Holyman grinnikt op zijn paard. Op ‘n thuistrainapparaat krijgt ’t stout lijf haar straf. Vijftig pushups, buik strak op spanning, lucht op slot, puf, puf, puf, hup vooruit. Wazig kijk ik uit mijn oog. Uit mijn oor stijgt langzaam lucht omhoog. Zwaar shit. Rood van inspanning tuur ik voorzichtig in ’n ruit vol glans. Slinkt dat lijf nu al? Op mijn trainingsmat dik ik m’n buik in ’n half uur tijd nog zo’n vijf cm in. Holakomola, wat ’n mijlpaal, fantastisch toch? Trots blik ik omlaag naar mijn bikinilijn. Hij is door mijn inspanning strak lila. ’t Kost kruim, ’n buik zo plat als taaitaai.
In mijn laars vind ik daags na mijn training ’n boodschap van good old Holyman. In koninklijk handschrift staat ’n zin, inktzwart op ’n wit blad, in kapitaal: ‘NOG ’N PAAR MAAND TRAINING MIJN VRIND, HOU VOL, DAN ZIJT GIJ ZO BLIJ ALS ’N KIND’. In mijn laars vind ik ook nog ’n bikini plus slip in scharlaak, maat 41. Wat pakt good old Holyman voor mij dit jaar gul uit. Daarom alvast ’n toast op mijn vrind uit Madrid. ‘n Bisschopswijn uit ’t Spaans land is altijd prima. Rood of wit, warm of koud, ’t drinkt, ’t smaakt, ‘t stropt als honing. Zalig.
Themacolumn geschreven voor ColumnX.
Opdracht: Schrijf een column zonder e.
Aanleiding: Eloze roman van la Disparition van Georges Perec vertaald door Guido van de Wiel ('t Manco - Arbeiderspers).
Klik hier voor verdere uitleg.
26-04-2011
Klantengek
Verkleed in een bruin harig kostuum gleed hij de supermarkt uit. De oren in de nek en de staart tussen de benen. Wat had hij het warm gehad de afgelopen week. Op eieren had ie moeten lopen. Vijfentwintig graden was de buitentemperatuur en binnen was het nog geen zeventien. Snipverkouden was ie geworden. Daarnaast was hij bijna stapelgek geworden van al die supermarktklanten die hem belaagden. Stiekem lachten ze hem uit en noemden hem maf konijn. Dat vond de aangeklede paashaas niet fijn. Hij ergerde zich gruwelijk aan mensen die hem bij de foute naam noemden. "Ik ben geen maf konijn, ik ben een paashaas!" meesmuilde hij dan.
Een week lang had ie paasartikelen aangeprezen. Chocolade paashazen en eieren van fondant. Hij had wel duizend kindjes op zijn schoot gehad. Sommigen hadden keihard aan zijn snorharen getrokken. Dat had zeer gedaan. Door al dat getrek had hij een rode neus gekregen. Ja, ook kleine mensjes konden heel vervelend doen. Maar als dappere dodo liet hij zich niet kennen. Hij was geen bang konijn en zeker geen angsthaas.
Als paashaas vond hij troost bij de trekharmonicaman. Die stond elke dag trouw bij de schuifdeuren van de supermarkt. Hij maakte de mensen gelijktijdig blij en kwaad met zijn gebrekkig repertoir aan trekharmonicamuziek. Samen rookten de paashaas en de trekharmonicaman zo af en toe samen een sigaretje en bespraken dan het publiek van die dag. Hun gesprekken noemden ze voor de gein dan beroepsdeformatie. Daar moesten ze beiden als supermarktallochtonen altijd keihard om lachen. Gezonde zelfspot zo gezegd. Met z’n twee hadden ze eigenlijk best veel lol.
De supermarktmanager was erg in zijn nopjes met de twee allochtonen. Niemand plezierde en kietelde de supermarktklanten beter dan de trekharmonicaman en de paashaas. Zij waren namelijk echt klantengek. Stapel waren ze op klanten. Ze vraten de klanten bijna letterlijk op. Dat lieten de klanten zich graag welgevallen. In het jungleleven dat een supermarkt soms kon zijn gold de gouden regel: "Eten of gegeten worden". Nou dat wilde wel lukken met paasartikelen op trekharmonicamuziek. Een gouden combinatie. Na elke uitvoering ging de trekharmonicaman met de pet rond, de paashaas huppelend achter hem aan. Dat leverde entertainment en trok klanten. En ach, dat kleingeld kon de supermarkt best missen. Met de kleine vis werd uiteindelijk de grote binnengehaald.
Mien Bunny
Geschreven voor website Gek op Klanten
Een week lang had ie paasartikelen aangeprezen. Chocolade paashazen en eieren van fondant. Hij had wel duizend kindjes op zijn schoot gehad. Sommigen hadden keihard aan zijn snorharen getrokken. Dat had zeer gedaan. Door al dat getrek had hij een rode neus gekregen. Ja, ook kleine mensjes konden heel vervelend doen. Maar als dappere dodo liet hij zich niet kennen. Hij was geen bang konijn en zeker geen angsthaas.
Als paashaas vond hij troost bij de trekharmonicaman. Die stond elke dag trouw bij de schuifdeuren van de supermarkt. Hij maakte de mensen gelijktijdig blij en kwaad met zijn gebrekkig repertoir aan trekharmonicamuziek. Samen rookten de paashaas en de trekharmonicaman zo af en toe samen een sigaretje en bespraken dan het publiek van die dag. Hun gesprekken noemden ze voor de gein dan beroepsdeformatie. Daar moesten ze beiden als supermarktallochtonen altijd keihard om lachen. Gezonde zelfspot zo gezegd. Met z’n twee hadden ze eigenlijk best veel lol.
De supermarktmanager was erg in zijn nopjes met de twee allochtonen. Niemand plezierde en kietelde de supermarktklanten beter dan de trekharmonicaman en de paashaas. Zij waren namelijk echt klantengek. Stapel waren ze op klanten. Ze vraten de klanten bijna letterlijk op. Dat lieten de klanten zich graag welgevallen. In het jungleleven dat een supermarkt soms kon zijn gold de gouden regel: "Eten of gegeten worden". Nou dat wilde wel lukken met paasartikelen op trekharmonicamuziek. Een gouden combinatie. Na elke uitvoering ging de trekharmonicaman met de pet rond, de paashaas huppelend achter hem aan. Dat leverde entertainment en trok klanten. En ach, dat kleingeld kon de supermarkt best missen. Met de kleine vis werd uiteindelijk de grote binnengehaald.
Mien Bunny
Geschreven voor website Gek op Klanten
22-03-2011
Onversneden Pokon
Deinen, dansen, zweven op fantastische muziek. Ik luister naar het leven diep van binnen. Dicht bij de kern, ver weg van donkere ellende. Die mijd ik als de pest. Veel liever plaag en koester ik de liefde. De hunkering naar liefde laat suikerlaagjes smelten, doopt harten diep in hete honing. Slecht vergaat het vele liefdeskoninginnen. Zij zien hun volkeren sterven in stekende pijn. Gevleugelde groeivormen vergaan voorgoed in dampende milieurampen. Daar helpt geen vleugje pesticide meer.
Ik wil me blijven laven, aan zoet en zout, onbedorven in de kern. Het atoom mag zichzelf niet langer splijten. Gaat op zoek naar symbiose en osmose. Het protesteert en wil niet langer permeabel neergesabeld worden. Atomen willen graag herrijzen in waterorgels van brak geluk. Ongespleten atomen hebben Willie Wortels nodig, om zich terug te vinden in klavertjes vier. In magische getallen die de wereld verklaren van Noord naar Zuid en van Oost naar West. Daar waar de wind haar wortels heeft, ligt namelijk het geluk diep verborgen.
Gejaagd door de wind ben ik voortdurend op zoek. Een queeste die herhaaldelijk ontaardt in chaos. Mijn natuur is op zoek naar voedingsbodem en hunkert in haar groeitocht naar onversneden Pokon. Deze grondstof voor mijn ziel zal mijn muzen doen ontkiemen. Mits het zand niet door mijn vingers glijdt, als water door de woestijn. De dorheid mag nooit beklijven. Het is uiteindelijk de chaos die bevrijdt. Troost en happiness zijn na de chaos een levenlang beschoren. Dan slapen schaapjes zacht en wordt er niet langer geteld.
Mien Bijgeloof
Ik wil me blijven laven, aan zoet en zout, onbedorven in de kern. Het atoom mag zichzelf niet langer splijten. Gaat op zoek naar symbiose en osmose. Het protesteert en wil niet langer permeabel neergesabeld worden. Atomen willen graag herrijzen in waterorgels van brak geluk. Ongespleten atomen hebben Willie Wortels nodig, om zich terug te vinden in klavertjes vier. In magische getallen die de wereld verklaren van Noord naar Zuid en van Oost naar West. Daar waar de wind haar wortels heeft, ligt namelijk het geluk diep verborgen.
Gejaagd door de wind ben ik voortdurend op zoek. Een queeste die herhaaldelijk ontaardt in chaos. Mijn natuur is op zoek naar voedingsbodem en hunkert in haar groeitocht naar onversneden Pokon. Deze grondstof voor mijn ziel zal mijn muzen doen ontkiemen. Mits het zand niet door mijn vingers glijdt, als water door de woestijn. De dorheid mag nooit beklijven. Het is uiteindelijk de chaos die bevrijdt. Troost en happiness zijn na de chaos een levenlang beschoren. Dan slapen schaapjes zacht en wordt er niet langer geteld.
Mien Bijgeloof
23-02-2011
Afvalrace 09: Buikgeluiden
Mijn maag knort. Een onrustbarend geluid. Het varken in me protesteert. Het wil eten. Vet eten. Veel eten. Vreten wil het. Dat gaat hem niet lukken vandaag. Ik ben onverbiddelijk en leg het roze beest het zwijgen op. Als ie nog één keer durft te knorren gooi ik een plens water over hem heen. De kleine schurk.
Mijn God, wat een verzoeking als ik langs de rekken van de supermarkt loop. Ik scan de rekken naar aanbiedingen. Lekkere aanbiedingen. Koffie heb ik zat en ik word ook niet vrolijk van Sun vaatmachine blokken. Zucht blokken. Had ik ze maar. Roze strakke blokken tussen mijn navel en mijn tepels. Hé, Bros is in de aanbieding. Nu extra luchtig. Ik moet er niet aan denken. Mijn buik verlangt naar iets stevigs. Een vette Mars van drie meter. Of een kuub Nuts. Laat maar komen. Dat kan mijn cementmolen gemakkelijk hebben. Ik gooi het handig door mijn chocolademixer. Ik hoor mijn tong al klakken. Mijn smaakpupillen beginnen danig opgewonden te raken.
Zonder dat ik het besef ben ik aanbeland bij de banketafdeling. Zes roomsoezen kijken me uitdagend aan. Vandaag twee halen één betalen. Het varken in me roert zich weer. Dit kan ik niet laten liggen. "Mevrouw, mag ik deze roomsoezen van u en doet u er ook maar drie gevulde heren bij." "Anders nog iets?" "Oké, doet u ook nog maar een klein stukje progres en twee chocoladebollen. Is dat aardbeienbavarois? Een klein stukje graag. Nee, iets groter. Dank u." Het varken heeft er dorst van gekregen. Gelukkig is de drankafdeling vlakbij. Met een sixpack cola krijgen we vast alles weggespoeld. Ik krijg nu wel medelijden met mijn roze vriend. Ik zie de bui al hangen. Die gaat straks schreeuwen als een mager speenvarken.
Eerst krijgt ie tig kipkluiven over zich heen, daarna een frietje saté, twee Bourgondische kroketten en dat alles vergezeld van een kleine sloot mayo. Dat glijdt wat makkelijker naar binnen. Daarna maken we tijd voor een klein boertje. Ach, het is ook zo’n schattig beest. Tevreden krult mijn roze vriend zijn staart. Ik voel het kriebelen in mijn buik.
Tijd voor de hoofdschotel. Die is zeer exotisch dit keer. Eerst schuif ik een flinke ganzenleverpastei naar binnen. Binnen vijf minuten hak ik het gevogelte naar binnen. Nu ben ik toe aan de gevulde giraffennek. Maar niet voordat ik eerst het fully stuffed Przewalskipaard naar binnen heb gerost. Langzaam voel ik protest vanuit mijn buik omhoog stijgen. Het varken kan zijn draai niet langer vinden. Volgens mij moet het varken poepen. Dan zal hij toch eventjes moeten wachten.
De jachtschotel laat ik vandaag aan me voorbij gaan. Een kaasplankje brengt de nodige rust. Altijd goed voor de spijsvertering. Ik eindig met een grand dessert. Een grote roze gelatinepudding plak ik snel achter mijn kiezen. De Belgische bonbons bewaar ik voor bij de koffie. Plots begint mijn buik te schudden. Wat is dit nu weer voor een protest? Ik doe mijn ogen open en kijk in de ogen van de liefste vrouw van de wereld. "We gaan eten schatje." Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en sta op van de bank. "Lekker geslapen liefje? Heb je een beetje honger? Volgens mij wel hè. Je lag behoorlijk te knorren." Ik schuif hongerig aan tafel. Op mijn bord ligt een varkenshaas. Zonder staart.
Mien Piggy
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo - - - Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo - - - Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo - - - Middelomtrek: 103 cm
`Afvalrace`, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2011. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
Mijn God, wat een verzoeking als ik langs de rekken van de supermarkt loop. Ik scan de rekken naar aanbiedingen. Lekkere aanbiedingen. Koffie heb ik zat en ik word ook niet vrolijk van Sun vaatmachine blokken. Zucht blokken. Had ik ze maar. Roze strakke blokken tussen mijn navel en mijn tepels. Hé, Bros is in de aanbieding. Nu extra luchtig. Ik moet er niet aan denken. Mijn buik verlangt naar iets stevigs. Een vette Mars van drie meter. Of een kuub Nuts. Laat maar komen. Dat kan mijn cementmolen gemakkelijk hebben. Ik gooi het handig door mijn chocolademixer. Ik hoor mijn tong al klakken. Mijn smaakpupillen beginnen danig opgewonden te raken.
Zonder dat ik het besef ben ik aanbeland bij de banketafdeling. Zes roomsoezen kijken me uitdagend aan. Vandaag twee halen één betalen. Het varken in me roert zich weer. Dit kan ik niet laten liggen. "Mevrouw, mag ik deze roomsoezen van u en doet u er ook maar drie gevulde heren bij." "Anders nog iets?" "Oké, doet u ook nog maar een klein stukje progres en twee chocoladebollen. Is dat aardbeienbavarois? Een klein stukje graag. Nee, iets groter. Dank u." Het varken heeft er dorst van gekregen. Gelukkig is de drankafdeling vlakbij. Met een sixpack cola krijgen we vast alles weggespoeld. Ik krijg nu wel medelijden met mijn roze vriend. Ik zie de bui al hangen. Die gaat straks schreeuwen als een mager speenvarken.
Eerst krijgt ie tig kipkluiven over zich heen, daarna een frietje saté, twee Bourgondische kroketten en dat alles vergezeld van een kleine sloot mayo. Dat glijdt wat makkelijker naar binnen. Daarna maken we tijd voor een klein boertje. Ach, het is ook zo’n schattig beest. Tevreden krult mijn roze vriend zijn staart. Ik voel het kriebelen in mijn buik.
Tijd voor de hoofdschotel. Die is zeer exotisch dit keer. Eerst schuif ik een flinke ganzenleverpastei naar binnen. Binnen vijf minuten hak ik het gevogelte naar binnen. Nu ben ik toe aan de gevulde giraffennek. Maar niet voordat ik eerst het fully stuffed Przewalskipaard naar binnen heb gerost. Langzaam voel ik protest vanuit mijn buik omhoog stijgen. Het varken kan zijn draai niet langer vinden. Volgens mij moet het varken poepen. Dan zal hij toch eventjes moeten wachten.
De jachtschotel laat ik vandaag aan me voorbij gaan. Een kaasplankje brengt de nodige rust. Altijd goed voor de spijsvertering. Ik eindig met een grand dessert. Een grote roze gelatinepudding plak ik snel achter mijn kiezen. De Belgische bonbons bewaar ik voor bij de koffie. Plots begint mijn buik te schudden. Wat is dit nu weer voor een protest? Ik doe mijn ogen open en kijk in de ogen van de liefste vrouw van de wereld. "We gaan eten schatje." Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en sta op van de bank. "Lekker geslapen liefje? Heb je een beetje honger? Volgens mij wel hè. Je lag behoorlijk te knorren." Ik schuif hongerig aan tafel. Op mijn bord ligt een varkenshaas. Zonder staart.
Mien Piggy
Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo
Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo
Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo
Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo
Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo
Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo - - - Middelomtrek: 105 cm
Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo - - - Middelomtrek: 103 cm
Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo - - - Middelomtrek: 103 cm
`Afvalrace`, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2011. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.
10-06-2009
Klantgerol
Een nieuwe sport is verschenen aan het firmament. Het zogenaamde klanten rollen. Deze nieuwe tak van sport is zo populair dat het nu al verschillende toepassingen kent. Zoals het klanten rollen op ooghoogte en het klanten rollen op broekzakniveau. Het werkterrein van klantenrollers spitst zich vooral toe op supermarkten. Het is nog onduidelijk of deze nieuwe sport het predicaat denksport of gevechtsport krijgt. Eén ding is zeker. Het draagt de nodige risico’s met zich mee.
In de supermarkt vindt het klanten rollen plaats op diverse locaties. Om te beginnen in de rekken op ooghoogte. Daar liggen de duurdere merkartikelen voor het grijpen. Het oog wil ook wat en daar maakt de slimme supermarketeer dankbaar gebruik van. In het onderste rek is slechts plaats voor de goedkopere huismerken. Een gevaarlijke locatie zo blijkt. Ooit geprobeerd koekjes uit het onderste rek te scoren? Gegarandeerd dat zowel de koekjes als de klant over de grond rollen.
Ook in supermarktoutletten als Lidl en Aldi heeft het klanten rollen zijn entree gedaan. Er wordt zelfs rekening mee gehouden bij de winkelindeling. Winkelrekken worden in een trechteropstelling geplaatst zodat de klanten zich automatisch verzamelen bij de afprijsrekken waarna het klanten rollen kan beginnen. In de afprijsrekken liggen troostrollo’s en andere lekkernijen voor het grijpen. Ook crocs liggen er in diverse kleuren en maten klaar. Deze worden meteen door klanten gepast en aangehouden. Voor een betere grip. Zo gaat de klant niet aan de rol tijdens zijn graaisessies.
De supermarketeer heeft dozen met goedkope pleisters tactisch in de nabijheid van de afprijsrekken opgesteld. Handig om alle graaiwondjes meteen mee te behandelen. Bloeddrukmeters, defibrillators, bandenreparatiesetjes alles is in supermarktoutletten voorradig en tegen schappelijke prijzen te verkrijgen. Mits de klant de juiste prijsbordjes bij de juiste artikelen weet te vinden. Hier wordt het klanten rollen op broekzakniveau bedreven. De euro’s rollen de klant de broek nog net niet uit.
Aan de kassa is sprake van een gevaarlijke variant op het klanten rollen. Zodra het kassameisje via de intercom een collega om assistentie roept, gaat het klanten rollen over in klanten buitelen. De wildste situaties ontstaan dan aan de kassa. Onlangs heeft een Jumboklant bijna een dwars-o-lacy opgelopen nadat het winkelwagentje van een agressieve klant zowat zijn rug doorboorde. De klant was op zoek naar de kortste rij.
Na het betalen aan de kassa komt voor trouwe klanten de slagroom op de taart. Gratis zegels bieden garantie dat de klant weer snel de supermarkt bezoekt. De supermarketeers lachen in hun vuistje. Het klanten rollen is hot.
Sinds kort heeft ook Appie Happie de nieuwe sport ontdekt en met een knipoog verweven in haar reclamecultus. Look-a-like-AH-André danst spontaan de limbo en rolt zijn lenige buik onder een lage stok. Dit alles natuurlijk voor heel wat pegels. De klant ontvangt hiermee een vette bonus voor een uurtje extra klantgerol.
Mien Harry
Geschreven voor website Gek op Klanten
In de supermarkt vindt het klanten rollen plaats op diverse locaties. Om te beginnen in de rekken op ooghoogte. Daar liggen de duurdere merkartikelen voor het grijpen. Het oog wil ook wat en daar maakt de slimme supermarketeer dankbaar gebruik van. In het onderste rek is slechts plaats voor de goedkopere huismerken. Een gevaarlijke locatie zo blijkt. Ooit geprobeerd koekjes uit het onderste rek te scoren? Gegarandeerd dat zowel de koekjes als de klant over de grond rollen.
Ook in supermarktoutletten als Lidl en Aldi heeft het klanten rollen zijn entree gedaan. Er wordt zelfs rekening mee gehouden bij de winkelindeling. Winkelrekken worden in een trechteropstelling geplaatst zodat de klanten zich automatisch verzamelen bij de afprijsrekken waarna het klanten rollen kan beginnen. In de afprijsrekken liggen troostrollo’s en andere lekkernijen voor het grijpen. Ook crocs liggen er in diverse kleuren en maten klaar. Deze worden meteen door klanten gepast en aangehouden. Voor een betere grip. Zo gaat de klant niet aan de rol tijdens zijn graaisessies.
De supermarketeer heeft dozen met goedkope pleisters tactisch in de nabijheid van de afprijsrekken opgesteld. Handig om alle graaiwondjes meteen mee te behandelen. Bloeddrukmeters, defibrillators, bandenreparatiesetjes alles is in supermarktoutletten voorradig en tegen schappelijke prijzen te verkrijgen. Mits de klant de juiste prijsbordjes bij de juiste artikelen weet te vinden. Hier wordt het klanten rollen op broekzakniveau bedreven. De euro’s rollen de klant de broek nog net niet uit.
Aan de kassa is sprake van een gevaarlijke variant op het klanten rollen. Zodra het kassameisje via de intercom een collega om assistentie roept, gaat het klanten rollen over in klanten buitelen. De wildste situaties ontstaan dan aan de kassa. Onlangs heeft een Jumboklant bijna een dwars-o-lacy opgelopen nadat het winkelwagentje van een agressieve klant zowat zijn rug doorboorde. De klant was op zoek naar de kortste rij.
Na het betalen aan de kassa komt voor trouwe klanten de slagroom op de taart. Gratis zegels bieden garantie dat de klant weer snel de supermarkt bezoekt. De supermarketeers lachen in hun vuistje. Het klanten rollen is hot.
Sinds kort heeft ook Appie Happie de nieuwe sport ontdekt en met een knipoog verweven in haar reclamecultus. Look-a-like-AH-André danst spontaan de limbo en rolt zijn lenige buik onder een lage stok. Dit alles natuurlijk voor heel wat pegels. De klant ontvangt hiermee een vette bonus voor een uurtje extra klantgerol.
Mien Harry
Geschreven voor website Gek op Klanten
Abonneren op:
Posts (Atom)