120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Even slikken (02-09-2016) (Themawoord: Gelei)
Ze trekt een vies gezicht. Dit is nou niet bepaald een smaakje naar haar goesting. Veel liever heeft ze haaienvinnensoep. Dat is haar favoriet. Voor haar mag alles naar haaienvinnensoep smaken. De liefde voor deze soep heeft ze al op jonge leeftijd ervaren. Bij oma. De beste haaienvinnensoepmaakster van de wereld. Op basis van vinnen van hamerhaai en tijgerhaai.
Nee, dit is toch even wennen. De consistentie en viscositeit is weliswaar vergelijkbaar. Maar toch, te veel gelei en te doorzichtig. Ook de kleine stukjes die erin drijven zijn niet echt lekker. Ze smaken toch wel ietwat zurig. En zuur is niet waar ze op zit te wachten, na het zoet. De volgende keer slikt ze alles in een keer door.
5E60E42BC5724FBF 142551ADA7717125 (05-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Normaal ben ik een kei in het oplossen van puzzels, cryptogrammen en sudoko’s. Maar het kraken van een code, dat is toch geheel andere koek.
Dit is hoever ik gekomen ben. Twee belangrijke cijferreeksen. 142551 en 7717125. De laatste reeks delen door de eerste. Afronden naar boven op heel getal. Maakt 54.
Ada is de vrouw van. Ze woont op postcode 5724 BC, in Ommel dus. Morgen is het de 5e, de dag waarop Ada’s man, Jan van Haven zijn 60e verjaardag viert. Jan werkt bij de FBF en nodigt alle 42 personeelsleden uit. Je wordt maar een keer 60 nietwaar?
Daar hoort verjaardagstaart bij. Op zo’n bijzondere dag. Appelvlaai. E voila het themawoord. Waar kan ik de prijs ophalen?
Appelvlaai (05-09-2016) (Geschreven n.a.v. vorige stukje 5E60E42BC5724FBF 142551ADA7717125)
Ik trakteer vandaag. Op deze bijzondere dag. Maar liefst 60 jaar is ie geworden, onze Jan. Al meer dan 41 jaar in dienst. Wie herinnert zich niet zijn 40 jarig jubileum vorig jaar? En nu dan 60 jaar.
Zoveel kaarsen passen niet op de vlaai. Ware het niet dat Jan zelf met de vondst kwam voor dit euvel. Uit ervaring geboren. Hij had het al jaren uitgebroed en nu was de gelegenheid daar. 60 Jaar was ook zijn vader geworden, de dag dat die zijn grootste uitvinding deed. Slagroom die nooit op gaat. Nooit gepatenteerd. Bedrijf FBF had daar een stokje voor gestoken. De slagroommarkt zou namelijk instorten. Zorgvuldig plaatste Jan de 60 minikaarsjes. Zelf gekneed. Met vet van FBF.
Geen thema (06-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Geen probleem. Geen enkel. Geen houvast. Geen enkel probleem. Geen kopzorgen. Geen twijfel. Geen schrijfangst. Geen spellingproblemen. Geen vingerreuma. Geen knikkend geknie. Geen rugklachten. Geen zitvleesgejammer. Geen pen kwijt. Geen deadline. Geen duizelingen. Geen nood aan wandelen. Geen geforceerd taalgebruik. Geen fantasie. Geen fictie. Geen woordspel. Geen redactie. Geen wiskundige berekening. Geen karmaworsteling. Geen kromme tenen. Geen commentaar. Geen hartjes. Geen jaloezie. Geen euforie. Geen themaweekwinnaar. Geen verliezers. Geen thema. Geen scheve ogen. Geen nekkijken. Geen issue. Geen trek. Geen gevogel. Geen gehaast. Geen schrijversblokkade. Geen gedicht. Geen gebrei. Geen licht. Geen duisternis. Geen papiergeprop. Geen internet. Geen mierengeneuk. Geen boosheid. Geen wanhoop. Geen leegte. Geen gesprekken met mezelf. Geen gesprek met de ander. Geen alles. Geen niets. Geen punt
Hippopotomonstrosesquippedaliofobie (06-09-2016)
Je zult er maar last van hebben. Angst voor lange zinnen. Daarom een eenvoudige oplossing. Een kort stukje met lange woorden. Mocht u door het lezen van mijn stukje oplopen tegen een chronischevermoeidheidssyndroom, pillen nodig hebben, hiervoor bestaat geen geneesmiddelenvergoedingssysteem.
De enige troost die ik u kan bieden is een arbeidsongeschiktheidsverzekering, tegen betaling van een medeverantwoordelijkheidsheffing uiteraard. Schrik niet, 10% van de te betalen premie. Ja, ik moet mezelf wel indekken tegen mijn eigen bedrijfsrisico’s natuurlijk.
Ik kan u wel een alternatieve oplossing aanraden. Zandzeepsodemineraalwatersteenstralen. Succes verzekerd. Deze behandeling wordt in twee sauna’s in Nederland gegeven. Een in Goes en een in Bloemendaal. Voor dit advies graag even 100 euro overmaken naar mijn accountantadministratieconsulent. Die man moet ook betaald worden.
Fantasiemisbruik (08-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Ja nu ga ik helemaal los hoor. En ik doe het ongecensureerd. Voila. Niets haal ik weg en alles schrijf ik op. Uit het blote hoofd. Heb overigens nog nooit een hoofd aangekleed gezien, maar dat terzijde. Geen thema. Ik zal ze krijgen. Verzin ik toch lekker zelf iets. Fantasiemisbruik, zo noem ik het.
Ik kruip in mijn kale hoofd. Ja, een hoofd kan kaal zijn. En ja, ook dat weet ik, het kan ook gekleed gaan, een kaal hoofd. Toupet heet dat, toch? Het kleed warm aan. Zeker in de winter. Een bonttoupet volstaat dan. In de zomer liever iets meer luchtig. Van doorlatende stof. Van tule? Nee, dat zweet te veel. Wat een thema? Fantasie. Ik misbruik het.
Johnnie Contant (10-09-2016)
Ik zit hier in een luie zetel heerlijk te luisteren naar Johnnie Contant. Heerlijk. Ik waan me op de prairie en in de moerassen van Louisiana. Of dat technisch en geografisch überhaupt kan weet ik niet. Maar het is verrekte mooi. Zijn warme stem komt binnen en ik zie duizend boeven door de prairie en het moeras trekken. Ze slepen de ijzeren bal aan een ketting aan hun voet mee. Sommigen redden het en anderen net niet. Zeker die in het moeras hebben moeite het hoofd boven te houden. De zuigkracht hè. Fnuikend en moordend. Net als de hete zon die op de kale hoofden van de boeven brandt. Ook moordend. Een schietschijf voor de gevangenbewaarders en de politie. Uch!
Ik lig al in de winkel (12-09-2016) (Themawoord: Taai)
Hoi, mag ik me even voorstellen. Mijn naam is Taai. Taai Taai om precies te zijn. En ik lig vanaf heden in de winkel. In de buurtsuper, de Appiehappie en ook in de vitrine van de bakker en 120W. Ik smaak uitstekend en beveel mezelf aan. Opdat ie weer mag genieten van al mijn lekkers. Ik lig aardig op de markt en minstens tot en met de eerste week van december in de aanbieding. Daarna kunt mij uiteraard tegen een zacht prijsje in de uitverkoop kopen. Laat me niet links liggen, en ook niet rechts want u weet niet wat u mist. Even door de harde laag bijten en ik garandeer u, een milde zachtheid treedt u tegemoet. Taai Taai.
Taaipee (12-09-2016) (Themawoord: Taai)
Mijn oma wil nog heel graag een keer de zee zien. En niet zo maar de eerste de beste zee, nee een zee ver weg. Eentje die niet te voet, te fiets of per auto te halen is. Het liefst wil ze met het vliegtuig weg, of de boot, voor het geval ze het vliegtuig mist. Geen cruise want die stinken te veel en zijn zeer milieuonvriendelijk. Een zeppelin ook liever niet, want die doet haar aan de Lindenberg denken, en dan brandt de oorlog weer los. Niet doen. Niet voor oma. We besluiten voor oma een toepasselijke locatie te kiezen. Op gehoor, want lezen kan ze sowieso niet meer. Haar oor valt op Taaipee. Waarom willen we geeneens weten.
Het korte leven van Jippie J. (13-09-2016) (THemawoord: Taai)
Toine Jacobs had maar een droom. Immigreren naar Amerika en cowboy worden. Helemaal wild was ie van indianen en cowboys. Om te kunnen wonen in de States moest ie eerst een baan vinden. Gelukkig wist ie veel van paarden en werd al snel rodeo. Hij veranderde zijn naam in Jippie J. Ook stuurde hij een brief naar zijn geliefde tante in Marokko. Een uitnodiging om precies te zijn. Ouwe taaie Jippie J. ging namelijk trouwen. Met Missy P. Het was geen succes dat huwelijk. Missy had een gokverslaving en verbraste Jippie’s geld in een mum van tijd. Door haar schuld moest ie al zijn paarden verkopen. Dat kon Jippie niet verkroppen en verhing zich ten einde raad in de schuur.
Referend(r)um(mies) (14-09-2016)
Alsof we het al niet veel te druk hebben met z’n allen? Maar ik ben de kwaadste niet en sta voor alles open. Zodra het de democratie maar dient. Niet te verwarren overigens met demoncreatie. Dat laatste refereert aan de geboorte van monsters indien er teveel zeggenschap geboden wordt, correctief zeggenschap oftewel verbeterend zeggenschap.
Ben benieuwd hoe de bedrijfswereld dit nieuwe gat in de markt oppikt. De mogelijkheid tot referendrummen. De marketingafdelingen spinnen er in ieder geval garen bij. Zadel potentiële klandizie op met keuzestress en overlaad haar met tal van keuzes. De referendummies trappen er met grote voeten in. Zij gaan voor de beste aanbieding. Geef het volk brood, spelen en veel te k(n)iezen en de democratie lijkt gered.
Peppie eet bij Kokkie (14-09-2016) (Themawoord: Taai)
Ja, en wat eet die dan? Dat is de hamvraag. Boerenham van een koe uit de koeienstal van Bertus Bachus? Nee. Maar we komen wel in de buurt. Een lang verhaal dat ik hier kort probeer te vatten, samen met een gehoornde koe. Komt ie.
Kokkie heeft, slim als ie is, de stal uitgedaan bij Bertus. Een vies werkske, waar een gepaste beloning bij hoort. Koek! Nee, geen slappe fledder van de koe, maar iets stevigs, iets taais. Een onvervalste Janhagel, bestrooit met anijs.
Nog nooit gezien en nog nooit van gehoord, zei Kokkie tegen Bertus. En hij kreeg de hele zak mee. Een toffe gozer die Bertus. Ja, en Kokkie had nog wat af te rekenen met Peppie. Aldus.
Op zoek naar Taai (14-09-2016) (Themawoord: Taai)
Ik zoek taai en beland op een vreemde website.
Name: Angelique Samantha Taai
Born: March 31, 1987, King Williams Town, Eastern Cape
Current age: 29 years 167 days
Major teams: South Africa Women
Batting style: Right-hand bat
Bowling style: Right-arm medium-fast
Zou ze morgen echt 29 jaar en 168 dagen oud zijn? Wat wordt verstaan onder een werpstijl ‘half-snelle rechterarm’?
Ik bekijk nog wat cijfers. Debuten en laatste wedstrijden van Angelique Taai in spelvormen ODI en T20I. Informatie te over. De laatste wedstrijd (ODI) is tegen Nederland, gespeeld in Potchefstroom. Nooit van gehoord.
Ik snap niets van de terminologie op de website. De website-editor heet Sambit Bal. Causaal verband? Het blijft taaie kost dat cricket. Zeker qua regels en tijdsduur.
Off the record (19-09-2016) (Themawoord: Record)
Een populaire term die lekker bekt. Net als by the way. Bij de weg daar gebeurt het. In het veld. Tussen neus en lippen door. Malen, malen, malen. Een paar uur later komt dan eindelijk de productie op gang en verdwijnt in kannen en kruiken van metaal. De witte motor. De koebeesten draaien iedere dag opnieuw hetzelfde plaatje af.
En de boer, die ploegde voort. Hoewel het gras dit niet echt nodig heeft blijft het een leuke sport. Glunderend met vette blosse wangen en de pet scheef op het hoofd tuurt hij naar de diepe voren die de ploeg achter laat. Hij leest er goed weer in. Ondanks de nieuwe dreigende bestemmingsplannen. Angst regeert. Off the record. No milk today.
Precordiaal (19-09-2016) (Themawoord: Record)
Er is maar een orgaan dat ik vol overtuiging koester, verdedig en zorgvuldig bewaak. Waar ik honderd procent voor ga en nooit afstand van zal doen.
Nee, het is niet mijn huid, die is van olifant. En ook niet mijn nieren. Die drenken in zoete alcohol, zijn bovendien deels van steen. Mijn galblaas evenmin, al spuwt ie gif. Longen dan misschien? Bij lange na niet, voor mij zijn ze slechts lucht.
Resten mogelijk maag en lever, maar die vallen mij toch iets te zwaar. Alleen mijn hersenen kunnen nog roet in eten gooien. Maar ach, die bestaat slechts uit dikke hersenpap.
Een bloedband heb ik maar met een orgaan, het is waar ik compleet voor ga, mijn lieve hart. Precordiaal.
Record gebroken (20-09-2016) (Themawoord: Record)
Ik heb zojuist een record gebroken. Het viel zomaar voor mijn voeten op de grond. Ik trok het ook wat hardhandig uit de vaatwasser. Maar ja. Shit happens. Mijn vrouw zal nu ongelooflijk kwaad zijn. Maar ik deed het echt niet met opzet. Nee, het ging per ongeluk.
Daar ligt het record nu. Gebroken op de vloer. Ik kan wel janken. Het heeft zo lang stand gehouden. En nu in het zicht van de finish, legt het record het loodje. Snel bedenk ik een verklaring. Eigenlijk een smoes. Een leugentje om bestwil. Niemand mag namelijk weten dat het record gebroken is.
Snel ruim ik de vaatwasser opnieuw in. Met de schone spullen. Nood breekt wet. Ik schakel mijn stopwatch in.
Roger Rabbit (21-09-2016)
Binnenkort is het weer Burendag en ik ben dit jaar aangewezen voor de organisatie. Dat heb je als je in een dorp woont met amper 500 inwoners. Vroeg of laat ben je aan de beurt.
Het is een lintdorp waar ik woon. Indirect zijn we dus allemaal buren van elkaar. En zo voelt het ook want iedereen doet mee. Naast lintdorp is het ook een kringdorp. In het midden staat een dorp en een kroeg. Ook geschakeld. Een weg richting plein doorbreekt de rijtjeswoningen.
Er is veel ruimte voor een springkussen. En daar zet ik op in. Tradities moeten in ere blijven. Vorig jaar King Kong. Dit jaar is Roger Rabbit weer aan de beurt. BBQ en oude spelen. Klaar.
Poging tot record (22-09-2016) (Themawoord: Record)
Al wekenlang telt Tinus Tokio zijn dagen. Een maand hebben ze hem gegeven. Eerst telt hij de dagen op zijn vingers. En nu de handen op zijn gaat hij door op een kalender. Afstrepen, dag voor dag. Hij is al bijna toe aan een nieuwe kalender. Binnenkort maar weer eens naar de Chinees.
Het maakt Tinus ook niet meer uit. Hij kan eten wat ie wil. Een maand? Op week dertien zit ie al. Dertien plus een dag. Om zijn zinnen te verzetten, verzint Tinus een nieuwe zingeving. Met zijn ziekte moet dat kunnen. Alle boeken heeft hij er al over gelezen. Het mag niet baten. Het enige wat Tinus rest is poging tot record. In eindeloos de dagen tellen.
Pin (26-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Pin, dat is het goede antwoord van de laatste quizvraag. Zeker weten. Ik lever het papier in bij de wedstrijdleiding en wacht af. Ben benieuwd of iedereen de quiz op tijd zal inleveren. Hij is best moeilijk dit keer. Intussen is de stilte in het café te snijden. Fluisterend bestel ik een biertje. Dat heb ik wel verdiend.
Jammer dat er geen prijs wordt uitgereikt aan de snelste quizspeler. Dan zou ik vast gewonnen hebben. Hoewel? Dan moeten de antwoorden wel goed zijn. Ik twijfel daar een beetje aan. Maar die laatste vraag die heb ik zeker goed. Met mij meerderen vermoed ik. Waar zou ik dan het onderscheid kunnen maken? Ik neem nog wat pilsjes en word langzaam kegel.
Staaf (27-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Gelukkig ben ik op tijd. Altijd haasten als ik naar het ziekenhuis moet. Parkeren lukt. Eigenlijk geen plek, maar ik zet hem gewoon achter die van een ander. Noodgevalletje zogezegd. Bovendien heb ik sowieso al last van mijn staafjes en kegeltjes. Heb niet voor niets een afspraak met mijn oogarts.
Bij de oogarts gaat het vlotjes. Staafjes en kegeltjes zitten en functioneren nog prima. Of ik koffie wil? Voor de tijd die rest. Ik vind het prima. Is ook meteen de gel in mijn oog uitgewerkt. Oeps, wel doordrinken, want de teller van de parkeermeter loopt stiekum door.
Tevreden loop ik naar de auto. Alles op tijd gered. Behalve, help de auto. Een ijzeren staaf door de vooruit. Waarom toch?
Angst voor asval (28-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Daar zit ie dan weer, in een onmogelijke situatie. De zoveelste. Maar dit keer is het anders. Dit keer geeft hij niet op. ‘Toe maar, je kunt het!’ Moedigt hij zichzelf in gedachte aan. Het ziet er best komisch uit. Een buitenstaander zou zich er zelfs aan vergapen.
Gelukkig is de situatie veilig. Hij bevindt zich onder lotgenoten. Alleen die maken zijn lot nu wel erg zwaar. En een ding. Hij mag niet beven. Niet nu. Absoluut niet. Niet beven en niet trillen. Deze weddenschap moet ie winnen. Hoe dan ook. Van zichzelf en voor anderen. Zijn vrouw vooral. Die juicht deze recordpoging nog het meest toe.
Een langste askegel moet ie fabriceren. Pas dan kan ie stoppen met roken.
Posts tonen met het label soep. Alle posts tonen
Posts tonen met het label soep. Alle posts tonen
30-09-2016
31-08-2016
Schrijfveren Augustus 2016
Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Niet veel soeps (01-08-2016)
Op de menukaart die voor me ligt staat een menu geschreven met meerdere opties. Nieuwsgierig laat ik mijn oog erover heen gaan. Lastig want het staat geschreven in Duits. Sommige dingen kan ik plaatsen. Anderen dan weer niet. Een woord valt me in het bijzonder op. Kaltschale. Het alternatief voor Suppe, naar later blijkt. Ik moet onwillekeurig meteen aan Kaltstellen denken en ga voor de soep. Mijn vrouw, meer avontuurlijk dan ik, kiest voor Kaltschale.
Ze krijgt een wit kommetje voorgeschoteld met een vuurrode vloeistof. Is het saus, is het gelei? En waaruit bestaat deze bijzonder gladde substantie. Mijn vrouw neemt een hapje en trekt een zuur gezicht. Of is het zoet? Mierenzoet. Het blijkt een koude soep te zijn gemaakt van geplette aardbeien, waar de pitjes zijn uitgehaald. Voor het zicht? Of omdat ze geen andere bereiding konden verzinnen? Het smaakt van geen meter. Ook niet als ik proef. Bah.
Navraag helpt. Een vermoeden komt uit. De menukaart bevat namelijk allemaal alternatieve gerechten voor vegetariërs. Zo ook de soep. Die steevast in Oostenrijk getrokken is uit beestenbouillon. Het meest logisch blijkt dan een koud vruchten-, groente- of fruitsoepje. Later in de week komen ook nog een net zo rode bietensoep langs en een druivenpapje. Bah, bah, bah. Ik ben geen vegetariër maar zal het op deze manier ook nooit worden. De rest van de gerechten blijken echter wel vegetariërwaardig. Maar vegasoep is not done.
De hoofdbedienster excuseert zich voor de armoedige keuze. We hebben gevraagd of Kaltschale een gekend gerecht is in Oostenrijk. Sommige landen kennen de merkwaardigste gerechten en tradities. Ook wel Knoedel genoemd. Ha, ha. Maar ze stelt ons gerust. Nee, Oostenrijkers eten nooit Kaltschale, maar omdat het agentschap van het boekingskantoor er specifiek om had gevraagd voor haar klanten, heeft het hotelmanagement, lees de chef-kok, voor deze keuze gekozen. Ik zeg. Kaltstellen die Kaltschalen. Bah.
Aarden (03-08-2016)
Ik zuig mijn longen vol met lucht. Met dichtgeknepen stemspleet. Ik hoor mezelf gorgelen, wat er niet toe bijdraagt dat ik onmiddellijk aard. Dat schijnt ook niet een, twee, drie te lukken. Het vraagt wel even oefening. Ook mijn buik zie ik niet de gewenste uitslag maken. Dat kan ook niet want ik hou mijn adem in. Dat moet. Net zoveel tellen als dat ik zojuist adem heb ingeademd. Maar daar zit nu net de crux. Door mijn focus op de bijzondere vorm van ademhaling, ben ik de tel kwijtgeraakt. Was het nu tien of elf tellen? Ik weet het niet meer.
Het komt niet zo nauw. Aldus de yogalerares. Maar dat moet je nu net niet tegen een maagd zeggen. Dubbelmaagd. Nou die raken in de frut hoor, als de tel kwijt raakt. Ze bewegen hemel en aarde om het goed te doen. En dat moet nu net niet. Ontspannen, relaxed, het komt niet op een of twee tellen. Ja, ho nou. Het ademhalen zou juist moeten helpen bij het aarden. Nou, mooi niet. Gefrustreerd kijk ik om mij heen. Naast me lijkt iedereen in trance te verkeren. Grommend in trance. Dat wel. Ik niet. Ik baal.
Eerst laat ik de lucht nog maar eens ontsnappen. Met een flinke stoot. Want dat schijnt te helpen bij het volledig leeggooien van de longen. Nog even een naproest en ik ben er klaar voor. Voor een nieuwe luchtschep. Dit keer besluit ik de juiste volgorde aan te houden. Moet kunnen. Eerst via de buik, dan langzaam naar de flanken om uiteindelijk via de hoge borst hoog naar de achterkant van mijn oogleden in te ademen. Ja, ja, het kan, het bestaat. Met dichtgeknepen stemspleet. Ja, ja. En het lukt. Het lukt. Ik zie wel scheel en kan amper de adem inhouden. De tel ben ik weer kwijtgeraakt. Maar wat kan het bommen. Ik voel de warme adem van de yogalerares in mijn nek. Ze staat vlak achter me. 'Goed zo!' ... fluistert ze zacht. Mijn dag kan niet meer stuk. Compleet geaard. Stokstijf sta ik stil in het moment.
Gezond egoïsme (05-08-2016)
Jij vindt dat ik een egoïst ben. Ik vind dat ongezond. Alles wat jij vindt overigens. Het is maar dat jij dat weet. Jij die nooit eens voor jezelf durft op te komen. Die altijd een mening heeft over anderen. Vloekt en tiert omdat de maatschappij niet deugt. Jij misbaksel. Geen enkele eigen verantwoordelijkheid neem je. En je neemt anderen de maat. Ongelooflijk maar waar. Ze zouden jou eens een paar dagen, wat zeg ik, een paar maanden moeten opsluiten, alleen met jezelf. Op een eiland. Een selfsupporting eiland. Dat zal je leren. Alleen maar aan andere denken. Aan en over. Heb je dan helemaal geen greintje respect voor jezelf? Wat jezelf denkt, voelt, vindt? Dat valt niet mee hè, voor jezelf denken?
Gelukkig heb je nog je papa en mama en mij. Kun je toch nog ergens een ik van maken. Ja jij ja die alleen maar aan anderen denkt. Hoe durf je? Aan en voor anderen te denken. It never makes the world go round. Vooruitgang begint niet bij jou maar bij mij. Bij ik. Voor jou ben ik dan misschien je ik. Maar veel liever heb ik dat ik niet langer jou hoef aan te sturen. Een beetje helpen, vooruit, dat kan natuurlijk geen kwaad. Maar toch. Jij zult het als ik uiteindelijk zelf moeten doen. Want als niemand er meer is ben je immers op jezelf aangewezen, op een ik. Nee, een egoïst ben je helaas niet. Heel ongezond. Je bent een ontiegelijke jij-ist. Wordt toch eens wakker!
De wind waait november (07-08-2016)
Zo begint het gedicht van Piet Boermans. De wind waait november. Niet zomaar een gedicht. Nee, een gedicht voor een speciale gelegenheid, en zijn eerste. Een debuut ja. Schrijf iets over wind is de opdracht.
Piet weet het meteen. Poëet als Piet is. Maar een gedicht schrijven heeft hij nog nooit gedaan. Gewoon beginnen dan maar. De wind waait november. En doet geen deuren dicht. Rijmen hoeft niet. Bende gek. Nergens voor nodig. Echte poëten rijmen niet. Die gebruiken fluweelachtige zinnen. Maken van iets niets. Zonder speelfouten. Dichten is geen spelletje. Het is serieuze business.
De wind waait in november. De schop staat open. De schop ja, niet de schuur. Het uur luidt u. Waar o waar, zijt gij? Lieve spade. Ik dram u de grond in. Gewoon omdat het kan. De hark weet van niets. Hork. De wind waait in november. Alsof Piet dat niet weet. De deur slaat dicht. De hork vat vlam. Armoedig is de liefde. Schrijven is geen kattenpis.
Het tweede couplet laat op zich wachten. Couplet, couplet. Er hoeft toch geen couplet aan te pas te komen bij het dichten? Het is geen lied. Maar wel hetzelfde. De dichter, de poëet, weet even niet waar te kijken. Toch maar gewoon een verhaaltje schrijven? Nee, dat is Piet's eer te na. Liever voorspelt hij weer. Niet per se in november.
Onder water (09-08-2016)
Dat is lang geleden. Dat ik onder water geschreven heb. In Word Perfect, als ik me goed herinner. Toen het leven op de computer nog eenvoudig was. Overzichtelijk en heel erg DOS. Nu doe ik het weer. Onder water schrijven. Het scherm waarin ik de tekst digitaal type is zo klein dat ik goed moet nadenken, korte zinnen gebruiken en voortdurend scrollen om enigzins overzicht te houden en controle op de voortgang. Ik ben thans ook op een leeftijd dat mijn korte termijn geheugen niet meer in een klein hokje past. Amper een halve minuut standhoudt. En laten we elkaar geen watje noemen. Om een goede tekst te produceren moet men vaker dan een keer een halve minuut nadenken. Natuurlijk is er altijd wel een escape. Maar dan nog. Een goede tekst verdient aandacht, contemplatie en tijd. Voldoende tijd.
Mijn escape vandaag is het feit dat ik nu bezig ben met een schrijfveer. Dan mag het. Sterker, dan moet het. Doorschrijven zonder stil te staan. De woorden, zinnen laten vloeien, bij voorkeur associatief. Ik zou niet eens weten hoe dat anders moet. Dissociatief? Als je iemand of iets wil dissen? Het tegenovergestelde van associatief? Opeenvolgend, rechtlijnig, constructief? Ik zou het niet weten. Hoeft ook niet. Ik weet nu al niet meer wat ik zojuist geschreven heb. En dat voelt heerlijk. Het voelt als onderwater zwemmen. Met een waas voor ogen en dempend geluid. Alles klinkt wollig onder water. En het leuke is. Je weet vaak niet waar je uitkomt, waar je naartoe zwemt. En dan begint de adem te stokken. Nog geen wal in zicht. En je wil volhouden. Het hele stuk onder water zwemmen. Zo gaat dat ook met schrijven. Waar en wanneer is het af. De adem stokt. De laatste woorden. Nee, ja. Af.
Volgens mij heb ik nog vijf minuten om te schrijven. Vijftien minuten associëren, heerlijk. Dat is eigenlijk best lang. Zeker onderwater. Vier regels van mijn stuk kan ik terug lezen. Niet de minste, maar ik kan beter, meer vooral. Ik kan natuurlijk ook gewoon ophouden met schrijven. Gewoon omdat het kan. Dan blijf ik nog effe onder water zonder woorden. Dat is helemaal een mooie wereld. Lekker letterlijk uitglijden in het water. Alles vergeten. Letters, woorden, zinnen. Alleen maar zijn. Onder water.
Omringd door meeuwen (11-08-2016)
De boot vaart naar Texel. Een heilige boot. Een veerboot. Omringd door meeuwen. De hele boot ligt vol met meeuwenveren. Witte, grijze, witgrijze veren. Helemaal onder gescheten zijn de veren. De meeuwen maken geen onderscheid. Niet tussen mens, boot of veer. Vele veren hebben ze gelaten. De vogels ogen kaal en hongerig. Waarom het een heilig boot is is mij nog niet geheel duidelijk. Aan de boot is niets heiligs te zien. Tenminste niet vanaf de wal en de reling. Vanuit de lucht misschien?
Ja, dat is het. Meeuwen komen niet voor in godsgeschriften, duiven daarentegen wel. Vooral witte. Vredesduiven. Nou die worden hier node gemist. De meeuwen schijten werkelijk alles onder. Het lijkt wel oorlog. Wat een troep. Doen duiven dat dan niet? Alles onder schijten? Ja, maar wel veel minder. Een flats van een meeuw is niet te vergelijken met eentje van een duif. Daarom houd ik mijn mond altijd dicht op een boot. Geen trek in weeïge meeuwenoesters.
Maar dat heilig zit me nog steeds niet lekker. Of wacht? Vanuit de lucht gezien vormen de krijsende hongerige beesten waarachtig een groot witgrijs aureool boven de boot. Zou dat het heilig maken? Ik kan geen andere, betere verklaring vinden. Dat ze de veerboot eerder ontheiligen dat mag duidelijk zijn. Een boot vol vieze veren. Onder gescheten. Bah. Ze kijken ook helemaal niet vredig die meeuwen.
Duiven doen dat wel. Al eens een duif en een meeuw diep in de ogen gekeken? De onschuldige kraaloogjes van de duif die voortdurend lijken te zeggen, heb me lief ik ben onschuldig en onnozel? Dit voortdurend bevestigend door ja te knikken. Nee, dan toch liever de meeuw. Die met boze blik, verontwaardigd, maar ook uitdagend en met de nodige lef je brutaal aanstaart. Hier die frites. De hebberd. Het is geen vredige blik maar een vreterige. Niks heilige boot. Niks heilige vogel. Schijnheilig. Hij wil alleen maar eten en schijten. Schijtheilig. Want hij vliegt daarna meteen weer weg. Alsof er niets aan de hand is. Dat ie toch gauw opzout. Met zijn meeuwenfratsen.
Onbelemmerd licht (13-08-2016)
Wat heerlijk is het toch om onbelemmerd licht te zijn. Zeker in de huidige maatschappij, waar vet zwaar de tendens is. Obesitas totalis. Magere Hein lacht in zijn iele vuistje. De grafkistenverkoper ook. Kisten extra large leveren veel meer op. De winstmarge is veel groter. Met zwaar vet ben je mooi de sjaak. Je leeft over het algemeen korter en je zweet ook veel meer.
Onbelemmerd licht, dan ben je vrij en veel beter af. Zo ook bij de Olympische Spelen die momenteel spelen. Lichtgewichten en vlieggewichten scoren aan de lopende band. Lopend poepen doen ze ook. Dat komt door al die vermageringspilletjes. Anorexia latentis is het gevolg. En toch, ik vind ze schattig, al die minimeisjes. Al die elastieken turnpoppetjes. Je zou ze zo mee naar huis willen nemen. Over je knie op de buik leggen en dan een boertje laten doen. Zo schattig zijn ze. Maar ook best eng. Zij het wel echte mensjes? Hoe zijn ze in hemelsnaam de jeugd doorgekomen? Groot gebracht met strekkingsoefeningen en bambixkrachtvoer.
De judoka's en roeiers hebben er nog het meeste moeite mee. Om binnen de gewichtsklasse te blijven, eten ze vaak niet. Een grote inspanning leveren op een lege maag dat moet toch pijnlijk zijn? En hoe werkt dat bij de zwaargewichten? Eten zij zich stijf met pasta en enorme biefstukken. Dan laat je tijdens de strijd toch flinke scheten lijkt me. Als superworstelaar van pakweg 120 kilo zou ik me helemaal stijf eten aan knoflook. Kom maar op. Ik lust je rauw. Mocht ik zo'n tegenstander tegenkomen dan zou ik heel hard wegrennen. Achter mijn neusvleugels aan. Want die zijn er sowieso van tussen.
Op straat spelen (!5-08-2016)
Ik bind de lange veters van mijn rolschaatsen vast, zittend op de stoep. Het is weer zo'n mooie dag waarop alles bij elkaar komt. De vrienden en ik. We hebben er weer zin in. De wedstrijd van gisteren ligt ons nog vers in het geheugen. De halve finale wordt zo meteen nagespeeld. Minuut voor minuut. Met naam en toenaam. Maar wel met een andere uitslag.
Vandaag ben ik Ties en Bert is Paul. We spelen tegen de Duitsers, wie anders? De straat bakenen we met stoepkrijt af. We zoeken het egaalste stuk uit. Enige voorwaarde, het stuk moet twee straatputten bevatten, tegenover elkaar liggend. Toevallig is dat zo, in onze straat.
We zijn onze eigen scheidsrechter. Dat is maar goed ook.
De Duitsers werken mee. Ben even kwijt hoe ze ook al weer heetten. Ze moeten wel een naam hebben. Heinz en Fritz maken we ervan. De eindstand is bekend. Wij winnen met 3 - 0. Maar dat even terzijde. Natuurlijk gaan we volop in de strijd. We pakken onze sticks, die aan de krul tot een à twee centimeter zijn afgesleten. Nu nog een goede platte steen die niet te groot is. Gelukkig bestaat ons mini-achtertuintje uit grint. De wedstrijd kan beginnen. Uiteraard hebben we de rolschaatshockeyspelregels aangepast aan onze eigen norm. Platte en bolle kant van hockeystick mogen beiden gebruikt worden. Er zit sowieso geen puntje meer aan de krul.
De eerste steen vliegt in de put. Ik scoor als Ties. Hard, heel hard. Uit een strafcorner. Paul scoort daarna. Ook uit een strafcorner. De doelpunten doen niet voor elkaar onder. De Duitsers bakken er niets van. Maar dat was ook zo afgesproken. Ties scoort de derde treffer. Ik kijk net zo stoer als hem en steek mijn vuist in de lucht. Bert vliegt als Paul om mijn nek. Bijna wereldkampioen!
Dierbare grond (17-08-2016)
Ik laat de aarde traag door mijn handen glijden. De kleine vette korrels voelen stroef tussen mijn vingers. Blijven plakken. Vette löss. Het is speciale grond. Geboortegrond. Doordrenkt met tranen. Hij is niet langer van mij. Behoort me niet meer toe. De korrels landen op mijn voeten, vinden hun weg terug. Ik stamp ze aan. Es war einmal. Ik start de motor en rijd het weide heuvellandschap in. Op zoek naar niets. Niets is er meer. Mijn land verdronken. Weggespoeld.
De motor slipt en ik glijd uit. Languit lig ik op straat. Een holle weg. De motor glijdt door. Mijn motorpak voelt warm aan. Het lijkt wel of ik in brand sta. Liggend op mijn rug tuur ik de blauwe lucht in. Witte wolken drijven over. In een enorm hoog tempo. Alles vliedt aan mij voorbij. Zelfs de vogels vluchten. Voor wat? Een hert springt over mij heen. Waar komt die vandaan? En dan weet ik het. Ik voel het. Hete vlammen. Overal. Ze kietelen aan mijn laarzen en zuigen zich snel naar binnen. In no time sta ik in lichter laaie. Hoe ik het kan navertellen. Geen idee? Gejaagd door de wind. Iets anders kan ik niet verzinnen.
Sixpack (19-08-2016)
Ik zit boven in het autootje en doe mijn drie d bril op. Nog even en dan ga ik het beleven. Mijn bierbuik past net tussen de beugel en de stoel. Wanneer gaat het nu eens beginnen? Ik kan mijn armen amper bewegen. Ze zitten klem en het is ook nog eens hartstikke donker. Hoe ben ik hier in hemelsnaam terecht gekomen? En belangrijker hoe raak ik hier weer uit. Mijn vriend van de kermis heeft me behoorlijk opgenaaid. In de kroeg was het nog gezellig, maar hierboven, voelt het koud. IJskoud. En nu gaat het ook nog eens regenen. Bah. Beneden hoor ik iemand roepen. Of ik er klaar voor ben? Ik heb geen idee. Waar zou ik klaar voor moeten zijn? Gewoon laten gebeuren, zeg ik altijd. Dus ook nu. Laat maar gebeuren. Een grote spot gaat aan. Schijnt hevig in mijn ogen en verblind. Niet nu. Ik wil dit ervaren, hoe dan ook. Met al mijn zintuigen. Dat heeft mijn kermisvriend mij beloofd. Je moet het ervaren, met al je zintuigen. Ik ben er klaar voor. Beneden wordt hard gelachen. Mijn kermisvriend is niet alleen. Ik hoor gejuich en gejoel. Het gaat gebeuren. Hoog bovenin Sixpacks. Eindelijk.
Lelijke woorden (21-08-2016)
Iedereen kent er wel een paar. Of misschien wel heel veel. Laat je ze dan weg? Of maak je er juist gebruik van? En zo ja, waarom? En toch, je moet er goed bij nadenken. Want welke zijn nu echt lelijk. Geef jezelf eens een paar minuten. De lelijkste woorden blijken dan plots moeilijk te vinden. In een opwelling komen ze meteen boven drijven. Maar er bij nadenken? Ho, maar.
Zo vind ik friteskot een ontzettend lelijk woord. Daar wil je toch niet eten? Een gevangenis is het. Van foute aardappelen. Vlezige aardappelen, zodra je ze verkeerd in de mond neemt. Hoezo vlezig? Nou, neem nu de lelijke woorden 'kut' en 'lul'. Gebruikt als scheldwoord richting opponent is het wenselijk om het geslachtsdeel in eigen mond te nemen. Je eigen vlees. Zo roept de opponent. Als je er al überhaupt bij kunt natuurlijk. Niet zo netjes. Ook niet van de opponent. Tenzij je natuurlijk heel veel van jezelf houdt. Met de nadruk op natuurlijk. Eigen natuur.
Tja, lelijke woorden. Wat voor de ene lelijk is klinkt voor de ander dan weer mooi. Zeker als je ze verkleint. Met je. Weer van jezelf. Het is toch wat. Kutje, lulletje. Je zult het maar hebben. Zo klein en laag, die lelijke woorden. Scheldwoorden om in de mond te nemen. Inslikken, uitspuwen, zuigen en blazen. Lelijk vies of mooi schoon? Het is maar hoe je het bekijkt of proeft. Vlezige aardappelen.
Rijgdraad (23-08-2016)
Los zand loopt voor mijn voeten. Hoe houd ik al mijn boodschappen rechtop? Wat zou ik willen zeggen? Valt er überhaupt iets te zeggen? En wie zou er willen luisteren? In een wereld waarin cement niet langer stenen vasthoudt, waarin water al vies is voordat het in het toilet spoelt. Alles valt uiteen. Jammer, want we houden het liefst vast. Vast aan elkaar en aan materie. Aan huizen, auto's en vakanties. We kijken weg, zodra het een beetje moeilijk wordt. Oeps ik moet inleveren. Dat wil ik niet. Veel liever lever ik een vluchteling in. Totdat we zelf vluchtelingen worden. In een eenzaam bestaan. Een mediaal bestaan van kortstondige pokémonpret en wassenbeeldenhumor. Ja, die laatste is niet voor niets verzonnen. Want in wassen beelden vinden wij ons zelf terug. Plastic kijkt ons aan. Plastic staart naar plastic, de emotie plakt achter op de rug. Ja, kijk maar eens goed. De ellende groeit op de rug. Want de boom is leeg. De boom die daar groeit. En daar houden wij ons aan vast. Aan lege takken. Waar is ons geld? Het verdwijnt als sneeuw voor de zon. In de bergen hopen we dan een stukje geluk te vinden. Op de gletsjers zoeken we miljoenen. Maar wat rest zijn sneeuwvlokken. Het geluk waar we angstvallig naar op zoek zijn groeit niet meer. We zien het ook niet meer. Waarom zou het geluk überhaupt moeten groeien? Is een gouddraad niet genoeg. De levensdraad die onze levens met elkaar verbindt. Die is toch voor iedereen hetzelfde? We worden uitgepoept, we staan op, we hollen door het leven, eerst jeugdig en jong en daarna in een moordend tempo op zoek naar het einde. Het einde van de draad. Rijgdraad. Om ons vast te houden. Aan onszelf en aan elkaar. Een gouden draad.
Een heldere avond (25-08-2016)
Op het midden van de dag. Ik zou hem graag eens willen hebben. Altijd zijn mijn middagen troebel namelijk. Van drank denkt u meteen. Of van pillen. Nee hoor. Niets van waar. Ik ben total clean, dag in dag uit. En toch, toch verschijnen alle dagen aan mij als troebel. Iets met de ogen misschien? Nee ook dat niet. Ik staar me te pletter maar heb er absoluut geen last van. Waarnaar? Naar mijn navel natuurlijk. Wat dacht u dan? Ooit een zuivere navel gezien. Ik niet hoor.
Mijn navel is altijd troebel. Vies zo u wil. Ik vergeet hem vaak te wassen. Mijn washandje past er niet goed in. Zelfs als ik het met mijn pink doe, past die niet. Om nu met een pincet te gaan zitten pulken gaat me dan weer iets te ver. Dus laat ik het maar zitten. Wordt vanzelf hard en valt er dan wel weer een keer uit. Maar terug naar de heldere avond bij daglicht. Kijk als je al somber van aard bent dan is een heldere avond bij troebel daglicht best welkom. Maan inclusief, want voor minder ga ik niet.
Vol. Vol als witte melk. Van half en mager houd ik niet. Een magere maan, ik moet er niet aan denken. Een mager zonnetje is nog daaraan toe. Die soupeer ik al dagelijks op. Zit in het aard van het beestje nietwaar. Magere zonnetjes. Iedere dag zou ik dat slappe loeder willen oppompen. Maar het lukt me eenvoudigweg niet. Het zij zo.
Nee, een heldere avond overdag daar is niets mis mee. Lekker wijntje erbij, zakje chips, goed gezelschap ... wat wenst een mens zich nog meer. Zelfs een somber mens kan daar van genieten. Een heldere avond bij daglicht. Doe mij er maar zeven.
Een mooie reisgids (27-08-2016)
Ik kwam haar tegen in de bus. En ze was zo mooi. Zo mooi. Veel mooier dan de reisgids deed geloven. Veel mooier dan het land waarnaar ik op reis ging. Ze sprak ook mooie talen. De mooiste die ik kon verzinnen. Een taal stak er ver bovenuit. De taal der liefde. Ze sprak met al haar lichaamsdelen. En ik, ik vond het mooi. Ik vond haar mooi. En haar haar. Nog nooit had ik zo'n mooie reisgids ontmoet. Echt waar. Helaas moest ik haar delen. Met al mijn andere reisgenoten. Liever deed ik dat niet. Maar het kon niet anders. We zaten immers in dezelfde bus en schuitje. Vijfendertig backpackers op weg naar Zoutelande. De helft man en de andere helft vrouw. Gelukkig maar. Best wel eerlijk verdeeld. De keuze was reuze. De reisgids was van het vrouwelijk geslacht. Althans dat dachten we. Totdat de aap uit de mouw kwam. Ze was een transgender. Een transgender op transport. Het moet niet gekker worden. Ze en hij hielden beiden van de zee. En wat nog veel leuker was. Ze hielden de geslachten in evenwicht. Boven vrouwelijk en onder mannelijk. Nog wel. Want hij vertelde ons openhartig dat alles nog in beweging was. In de lift vulde zij aan, met een grote glimlach. Zij en hij waren het zonnetje in huis en in de bus. Veel leuker en mooier dan al die chagrijnen van een backpackers. En maar klagen over die rugzak. Die was toch zo zwaar. Ze zeulden hem al hun hele leven mee. Op hun moede schouders. Ik had er gelukkig niet zo'n last van. Mijn rugzakje was best klein. Er paste dan ook niets meer in. Nou, wat een gemak. Daar viel best wel mee te leven. En ik had dus meteen succes. Bij Hans en Grietje. Was dat even mazzel. Zoutelande zal ik nooit meer vergeten. De trip of my life.
Zeesterren (29-08-2016)
Diep vanonder op de bodem ligt een krab te turen. Zijn hoofd gericht naar boven. Kijkend door zijn glazen oog. Hij kan niet zien en toch weet hij het. Van vroeger tijden. Ergens hoog boven hem zweven ze door het water. De zeesterren. Glinsterend, flikkerend. Was hij er maar een geweest. Een groter geluk had hem niet kunnen ontvallen.
Nu ligt hij hier op de bodem. Voor eeuwig en tot verdoemenis. Slechts een foute aanvaring leidde tot zijn noodlot. Een noodlottig ongeluk. Een kleine aanvaring met een boze narwal. Maar wel een met groot gevolg. Met zijn keiharde kraakbeenneus prikte de narwal door zijn linkeroog. Die had hem niet gezien. Maar goed ook. Hij had de narwal anders zijn ogen uitgepeuterd.
Daar zwom hij dus naar achteren. Vastgeprikt aan de snavel van de narwal. Gelukkig was de narwal helder van geest en schraapte de krab van zich af door zich aan een rots te schuren. De krab floepte van de narwal af. Voor eeuwig blind. Een glazen knikker op de grond was slechts een klein geluk. Verloren door een spelend zandstrandkind. Ze kon die ene knikker best wel missen. Eb en vloed deden de rest.
Een mooie knikker was het. Met drie kleuren in een golf gesmeed. Geel, blauw en rood. Primair. Secondair dat hij er niet meer mee kon zien. Hij had er amper last van. Dat gold niet voor alle andere vissen. Met zonnestralen verwerd zijn oog een scherpe prisma. Maakte andere vissen voor heel even stekeblind. De krab werd niet meer gezien. Nooit niet meer. Oogverblindend was het beest voor anderen. Diep onder op de bodem lag het. Eenzaam. Heel eenzaam.
Alleen de zeesterren waren hem na gebleven. Als een vlakke herinnering aan de horizon, zijn zeespiegel. Herinnering van voor het narwaldisaster. Zeesterretjes bleef hij zien. Tot heden ten dagen. Diep in gedachten verzonken.
Anijsmelk (31-08-2016)
Vandaag heb ik brokken in mijn anijsmelk. Niets zo smerig als dat. In de pap is nog daaraantoe. In een diep bord of schaaltje kun je de brokken nog pletten met een vork. Zie je ze ook zwemmen. In een glas is dat een ietwat groter probleem. Ik verslik me dan ook danig. Zag het niet aankomen. En tot overmaat van ramp is de brok in mijn luchtpijp terecht gekomen.
Nu heb ik dus een brok in mijn keel. Van anijs. Het schuurt in mijn strot. Met kleine kuchjes probeer ik het brokje los te wrikken. Maar er zit geen enkele beweging in. Angstscenario's doemen op in mijn hoofd. Mijn lichaam reageert onmiddellijk en ik ik begin hevig te transpireren. Niet dat het helpt. Maar alle vocht in deze is welkom.
Ik vrees dat ik geen adem meer krijg. Dat ik ga stikken, als er niet snel iets gebeurd. En wat als het brokje doorschiet, recht mijn longen in? Zich daar nestelt en voor ontsteking zorgt. Een ontstoken long. Daar zit ik nu echt niet op te wachten. Ik voel nu het scherpe randje van de anijsbrok prikken in mijn keel.
Met mijn hand tast ik voorzichtig de hals af. Waar zit dat puntje precies? Kan ik het voorzichtig naar binnen duwen? Is dat wel verstandig? Dokter bellen misschien? Maar dan moet ik praten. Ik vrees dat dat mij niet meer gaat lukken. Appen of SMSsen dan maar? Maar wat is het adres van de dokter? Doet ie wel aan dit soort media?
Truus wil ik hoe dan ook niet aan de telefoon. Die is altijd zo chagrijnig. En niet bepaald meelevend. Als ik überhaupt nog leef, mocht ik de dokter alsnog bellen. De zoute tranen van het zweet op mijn voorhoofd lopen mijn ogen in. Ze kristalliseren. Nu heb ik ook zoutbrokken in mijn ogen. Verdorie, het zit ook niet mee.
Toch maar even Truusje bellen. Het is alles of niets. Fluisterend spreek ik het antwoord in in het antwoordapparaat. Er zijn nog drie wachtenden voor me. Dan belt Truus me terug. Ik schrik en hoest anijsblokje en zoutbrokjes richting telefoon. De ringtone van mijn smartphone brengt redding. Finally.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Niet veel soeps (01-08-2016)
Op de menukaart die voor me ligt staat een menu geschreven met meerdere opties. Nieuwsgierig laat ik mijn oog erover heen gaan. Lastig want het staat geschreven in Duits. Sommige dingen kan ik plaatsen. Anderen dan weer niet. Een woord valt me in het bijzonder op. Kaltschale. Het alternatief voor Suppe, naar later blijkt. Ik moet onwillekeurig meteen aan Kaltstellen denken en ga voor de soep. Mijn vrouw, meer avontuurlijk dan ik, kiest voor Kaltschale.
Ze krijgt een wit kommetje voorgeschoteld met een vuurrode vloeistof. Is het saus, is het gelei? En waaruit bestaat deze bijzonder gladde substantie. Mijn vrouw neemt een hapje en trekt een zuur gezicht. Of is het zoet? Mierenzoet. Het blijkt een koude soep te zijn gemaakt van geplette aardbeien, waar de pitjes zijn uitgehaald. Voor het zicht? Of omdat ze geen andere bereiding konden verzinnen? Het smaakt van geen meter. Ook niet als ik proef. Bah.
Navraag helpt. Een vermoeden komt uit. De menukaart bevat namelijk allemaal alternatieve gerechten voor vegetariërs. Zo ook de soep. Die steevast in Oostenrijk getrokken is uit beestenbouillon. Het meest logisch blijkt dan een koud vruchten-, groente- of fruitsoepje. Later in de week komen ook nog een net zo rode bietensoep langs en een druivenpapje. Bah, bah, bah. Ik ben geen vegetariër maar zal het op deze manier ook nooit worden. De rest van de gerechten blijken echter wel vegetariërwaardig. Maar vegasoep is not done.
De hoofdbedienster excuseert zich voor de armoedige keuze. We hebben gevraagd of Kaltschale een gekend gerecht is in Oostenrijk. Sommige landen kennen de merkwaardigste gerechten en tradities. Ook wel Knoedel genoemd. Ha, ha. Maar ze stelt ons gerust. Nee, Oostenrijkers eten nooit Kaltschale, maar omdat het agentschap van het boekingskantoor er specifiek om had gevraagd voor haar klanten, heeft het hotelmanagement, lees de chef-kok, voor deze keuze gekozen. Ik zeg. Kaltstellen die Kaltschalen. Bah.
Aarden (03-08-2016)
Ik zuig mijn longen vol met lucht. Met dichtgeknepen stemspleet. Ik hoor mezelf gorgelen, wat er niet toe bijdraagt dat ik onmiddellijk aard. Dat schijnt ook niet een, twee, drie te lukken. Het vraagt wel even oefening. Ook mijn buik zie ik niet de gewenste uitslag maken. Dat kan ook niet want ik hou mijn adem in. Dat moet. Net zoveel tellen als dat ik zojuist adem heb ingeademd. Maar daar zit nu net de crux. Door mijn focus op de bijzondere vorm van ademhaling, ben ik de tel kwijtgeraakt. Was het nu tien of elf tellen? Ik weet het niet meer.
Het komt niet zo nauw. Aldus de yogalerares. Maar dat moet je nu net niet tegen een maagd zeggen. Dubbelmaagd. Nou die raken in de frut hoor, als de tel kwijt raakt. Ze bewegen hemel en aarde om het goed te doen. En dat moet nu net niet. Ontspannen, relaxed, het komt niet op een of twee tellen. Ja, ho nou. Het ademhalen zou juist moeten helpen bij het aarden. Nou, mooi niet. Gefrustreerd kijk ik om mij heen. Naast me lijkt iedereen in trance te verkeren. Grommend in trance. Dat wel. Ik niet. Ik baal.
Eerst laat ik de lucht nog maar eens ontsnappen. Met een flinke stoot. Want dat schijnt te helpen bij het volledig leeggooien van de longen. Nog even een naproest en ik ben er klaar voor. Voor een nieuwe luchtschep. Dit keer besluit ik de juiste volgorde aan te houden. Moet kunnen. Eerst via de buik, dan langzaam naar de flanken om uiteindelijk via de hoge borst hoog naar de achterkant van mijn oogleden in te ademen. Ja, ja, het kan, het bestaat. Met dichtgeknepen stemspleet. Ja, ja. En het lukt. Het lukt. Ik zie wel scheel en kan amper de adem inhouden. De tel ben ik weer kwijtgeraakt. Maar wat kan het bommen. Ik voel de warme adem van de yogalerares in mijn nek. Ze staat vlak achter me. 'Goed zo!' ... fluistert ze zacht. Mijn dag kan niet meer stuk. Compleet geaard. Stokstijf sta ik stil in het moment.
Gezond egoïsme (05-08-2016)
Jij vindt dat ik een egoïst ben. Ik vind dat ongezond. Alles wat jij vindt overigens. Het is maar dat jij dat weet. Jij die nooit eens voor jezelf durft op te komen. Die altijd een mening heeft over anderen. Vloekt en tiert omdat de maatschappij niet deugt. Jij misbaksel. Geen enkele eigen verantwoordelijkheid neem je. En je neemt anderen de maat. Ongelooflijk maar waar. Ze zouden jou eens een paar dagen, wat zeg ik, een paar maanden moeten opsluiten, alleen met jezelf. Op een eiland. Een selfsupporting eiland. Dat zal je leren. Alleen maar aan andere denken. Aan en over. Heb je dan helemaal geen greintje respect voor jezelf? Wat jezelf denkt, voelt, vindt? Dat valt niet mee hè, voor jezelf denken?
Gelukkig heb je nog je papa en mama en mij. Kun je toch nog ergens een ik van maken. Ja jij ja die alleen maar aan anderen denkt. Hoe durf je? Aan en voor anderen te denken. It never makes the world go round. Vooruitgang begint niet bij jou maar bij mij. Bij ik. Voor jou ben ik dan misschien je ik. Maar veel liever heb ik dat ik niet langer jou hoef aan te sturen. Een beetje helpen, vooruit, dat kan natuurlijk geen kwaad. Maar toch. Jij zult het als ik uiteindelijk zelf moeten doen. Want als niemand er meer is ben je immers op jezelf aangewezen, op een ik. Nee, een egoïst ben je helaas niet. Heel ongezond. Je bent een ontiegelijke jij-ist. Wordt toch eens wakker!
De wind waait november (07-08-2016)
Zo begint het gedicht van Piet Boermans. De wind waait november. Niet zomaar een gedicht. Nee, een gedicht voor een speciale gelegenheid, en zijn eerste. Een debuut ja. Schrijf iets over wind is de opdracht.
Piet weet het meteen. Poëet als Piet is. Maar een gedicht schrijven heeft hij nog nooit gedaan. Gewoon beginnen dan maar. De wind waait november. En doet geen deuren dicht. Rijmen hoeft niet. Bende gek. Nergens voor nodig. Echte poëten rijmen niet. Die gebruiken fluweelachtige zinnen. Maken van iets niets. Zonder speelfouten. Dichten is geen spelletje. Het is serieuze business.
De wind waait in november. De schop staat open. De schop ja, niet de schuur. Het uur luidt u. Waar o waar, zijt gij? Lieve spade. Ik dram u de grond in. Gewoon omdat het kan. De hark weet van niets. Hork. De wind waait in november. Alsof Piet dat niet weet. De deur slaat dicht. De hork vat vlam. Armoedig is de liefde. Schrijven is geen kattenpis.
Het tweede couplet laat op zich wachten. Couplet, couplet. Er hoeft toch geen couplet aan te pas te komen bij het dichten? Het is geen lied. Maar wel hetzelfde. De dichter, de poëet, weet even niet waar te kijken. Toch maar gewoon een verhaaltje schrijven? Nee, dat is Piet's eer te na. Liever voorspelt hij weer. Niet per se in november.
Onder water (09-08-2016)
Dat is lang geleden. Dat ik onder water geschreven heb. In Word Perfect, als ik me goed herinner. Toen het leven op de computer nog eenvoudig was. Overzichtelijk en heel erg DOS. Nu doe ik het weer. Onder water schrijven. Het scherm waarin ik de tekst digitaal type is zo klein dat ik goed moet nadenken, korte zinnen gebruiken en voortdurend scrollen om enigzins overzicht te houden en controle op de voortgang. Ik ben thans ook op een leeftijd dat mijn korte termijn geheugen niet meer in een klein hokje past. Amper een halve minuut standhoudt. En laten we elkaar geen watje noemen. Om een goede tekst te produceren moet men vaker dan een keer een halve minuut nadenken. Natuurlijk is er altijd wel een escape. Maar dan nog. Een goede tekst verdient aandacht, contemplatie en tijd. Voldoende tijd.
Mijn escape vandaag is het feit dat ik nu bezig ben met een schrijfveer. Dan mag het. Sterker, dan moet het. Doorschrijven zonder stil te staan. De woorden, zinnen laten vloeien, bij voorkeur associatief. Ik zou niet eens weten hoe dat anders moet. Dissociatief? Als je iemand of iets wil dissen? Het tegenovergestelde van associatief? Opeenvolgend, rechtlijnig, constructief? Ik zou het niet weten. Hoeft ook niet. Ik weet nu al niet meer wat ik zojuist geschreven heb. En dat voelt heerlijk. Het voelt als onderwater zwemmen. Met een waas voor ogen en dempend geluid. Alles klinkt wollig onder water. En het leuke is. Je weet vaak niet waar je uitkomt, waar je naartoe zwemt. En dan begint de adem te stokken. Nog geen wal in zicht. En je wil volhouden. Het hele stuk onder water zwemmen. Zo gaat dat ook met schrijven. Waar en wanneer is het af. De adem stokt. De laatste woorden. Nee, ja. Af.
Volgens mij heb ik nog vijf minuten om te schrijven. Vijftien minuten associëren, heerlijk. Dat is eigenlijk best lang. Zeker onderwater. Vier regels van mijn stuk kan ik terug lezen. Niet de minste, maar ik kan beter, meer vooral. Ik kan natuurlijk ook gewoon ophouden met schrijven. Gewoon omdat het kan. Dan blijf ik nog effe onder water zonder woorden. Dat is helemaal een mooie wereld. Lekker letterlijk uitglijden in het water. Alles vergeten. Letters, woorden, zinnen. Alleen maar zijn. Onder water.
Omringd door meeuwen (11-08-2016)
De boot vaart naar Texel. Een heilige boot. Een veerboot. Omringd door meeuwen. De hele boot ligt vol met meeuwenveren. Witte, grijze, witgrijze veren. Helemaal onder gescheten zijn de veren. De meeuwen maken geen onderscheid. Niet tussen mens, boot of veer. Vele veren hebben ze gelaten. De vogels ogen kaal en hongerig. Waarom het een heilig boot is is mij nog niet geheel duidelijk. Aan de boot is niets heiligs te zien. Tenminste niet vanaf de wal en de reling. Vanuit de lucht misschien?
Ja, dat is het. Meeuwen komen niet voor in godsgeschriften, duiven daarentegen wel. Vooral witte. Vredesduiven. Nou die worden hier node gemist. De meeuwen schijten werkelijk alles onder. Het lijkt wel oorlog. Wat een troep. Doen duiven dat dan niet? Alles onder schijten? Ja, maar wel veel minder. Een flats van een meeuw is niet te vergelijken met eentje van een duif. Daarom houd ik mijn mond altijd dicht op een boot. Geen trek in weeïge meeuwenoesters.
Maar dat heilig zit me nog steeds niet lekker. Of wacht? Vanuit de lucht gezien vormen de krijsende hongerige beesten waarachtig een groot witgrijs aureool boven de boot. Zou dat het heilig maken? Ik kan geen andere, betere verklaring vinden. Dat ze de veerboot eerder ontheiligen dat mag duidelijk zijn. Een boot vol vieze veren. Onder gescheten. Bah. Ze kijken ook helemaal niet vredig die meeuwen.
Duiven doen dat wel. Al eens een duif en een meeuw diep in de ogen gekeken? De onschuldige kraaloogjes van de duif die voortdurend lijken te zeggen, heb me lief ik ben onschuldig en onnozel? Dit voortdurend bevestigend door ja te knikken. Nee, dan toch liever de meeuw. Die met boze blik, verontwaardigd, maar ook uitdagend en met de nodige lef je brutaal aanstaart. Hier die frites. De hebberd. Het is geen vredige blik maar een vreterige. Niks heilige boot. Niks heilige vogel. Schijnheilig. Hij wil alleen maar eten en schijten. Schijtheilig. Want hij vliegt daarna meteen weer weg. Alsof er niets aan de hand is. Dat ie toch gauw opzout. Met zijn meeuwenfratsen.
Onbelemmerd licht (13-08-2016)
Wat heerlijk is het toch om onbelemmerd licht te zijn. Zeker in de huidige maatschappij, waar vet zwaar de tendens is. Obesitas totalis. Magere Hein lacht in zijn iele vuistje. De grafkistenverkoper ook. Kisten extra large leveren veel meer op. De winstmarge is veel groter. Met zwaar vet ben je mooi de sjaak. Je leeft over het algemeen korter en je zweet ook veel meer.
Onbelemmerd licht, dan ben je vrij en veel beter af. Zo ook bij de Olympische Spelen die momenteel spelen. Lichtgewichten en vlieggewichten scoren aan de lopende band. Lopend poepen doen ze ook. Dat komt door al die vermageringspilletjes. Anorexia latentis is het gevolg. En toch, ik vind ze schattig, al die minimeisjes. Al die elastieken turnpoppetjes. Je zou ze zo mee naar huis willen nemen. Over je knie op de buik leggen en dan een boertje laten doen. Zo schattig zijn ze. Maar ook best eng. Zij het wel echte mensjes? Hoe zijn ze in hemelsnaam de jeugd doorgekomen? Groot gebracht met strekkingsoefeningen en bambixkrachtvoer.
De judoka's en roeiers hebben er nog het meeste moeite mee. Om binnen de gewichtsklasse te blijven, eten ze vaak niet. Een grote inspanning leveren op een lege maag dat moet toch pijnlijk zijn? En hoe werkt dat bij de zwaargewichten? Eten zij zich stijf met pasta en enorme biefstukken. Dan laat je tijdens de strijd toch flinke scheten lijkt me. Als superworstelaar van pakweg 120 kilo zou ik me helemaal stijf eten aan knoflook. Kom maar op. Ik lust je rauw. Mocht ik zo'n tegenstander tegenkomen dan zou ik heel hard wegrennen. Achter mijn neusvleugels aan. Want die zijn er sowieso van tussen.
Op straat spelen (!5-08-2016)
Ik bind de lange veters van mijn rolschaatsen vast, zittend op de stoep. Het is weer zo'n mooie dag waarop alles bij elkaar komt. De vrienden en ik. We hebben er weer zin in. De wedstrijd van gisteren ligt ons nog vers in het geheugen. De halve finale wordt zo meteen nagespeeld. Minuut voor minuut. Met naam en toenaam. Maar wel met een andere uitslag.
Vandaag ben ik Ties en Bert is Paul. We spelen tegen de Duitsers, wie anders? De straat bakenen we met stoepkrijt af. We zoeken het egaalste stuk uit. Enige voorwaarde, het stuk moet twee straatputten bevatten, tegenover elkaar liggend. Toevallig is dat zo, in onze straat.
We zijn onze eigen scheidsrechter. Dat is maar goed ook.
De Duitsers werken mee. Ben even kwijt hoe ze ook al weer heetten. Ze moeten wel een naam hebben. Heinz en Fritz maken we ervan. De eindstand is bekend. Wij winnen met 3 - 0. Maar dat even terzijde. Natuurlijk gaan we volop in de strijd. We pakken onze sticks, die aan de krul tot een à twee centimeter zijn afgesleten. Nu nog een goede platte steen die niet te groot is. Gelukkig bestaat ons mini-achtertuintje uit grint. De wedstrijd kan beginnen. Uiteraard hebben we de rolschaatshockeyspelregels aangepast aan onze eigen norm. Platte en bolle kant van hockeystick mogen beiden gebruikt worden. Er zit sowieso geen puntje meer aan de krul.
De eerste steen vliegt in de put. Ik scoor als Ties. Hard, heel hard. Uit een strafcorner. Paul scoort daarna. Ook uit een strafcorner. De doelpunten doen niet voor elkaar onder. De Duitsers bakken er niets van. Maar dat was ook zo afgesproken. Ties scoort de derde treffer. Ik kijk net zo stoer als hem en steek mijn vuist in de lucht. Bert vliegt als Paul om mijn nek. Bijna wereldkampioen!
Dierbare grond (17-08-2016)
Ik laat de aarde traag door mijn handen glijden. De kleine vette korrels voelen stroef tussen mijn vingers. Blijven plakken. Vette löss. Het is speciale grond. Geboortegrond. Doordrenkt met tranen. Hij is niet langer van mij. Behoort me niet meer toe. De korrels landen op mijn voeten, vinden hun weg terug. Ik stamp ze aan. Es war einmal. Ik start de motor en rijd het weide heuvellandschap in. Op zoek naar niets. Niets is er meer. Mijn land verdronken. Weggespoeld.
De motor slipt en ik glijd uit. Languit lig ik op straat. Een holle weg. De motor glijdt door. Mijn motorpak voelt warm aan. Het lijkt wel of ik in brand sta. Liggend op mijn rug tuur ik de blauwe lucht in. Witte wolken drijven over. In een enorm hoog tempo. Alles vliedt aan mij voorbij. Zelfs de vogels vluchten. Voor wat? Een hert springt over mij heen. Waar komt die vandaan? En dan weet ik het. Ik voel het. Hete vlammen. Overal. Ze kietelen aan mijn laarzen en zuigen zich snel naar binnen. In no time sta ik in lichter laaie. Hoe ik het kan navertellen. Geen idee? Gejaagd door de wind. Iets anders kan ik niet verzinnen.
Sixpack (19-08-2016)
Ik zit boven in het autootje en doe mijn drie d bril op. Nog even en dan ga ik het beleven. Mijn bierbuik past net tussen de beugel en de stoel. Wanneer gaat het nu eens beginnen? Ik kan mijn armen amper bewegen. Ze zitten klem en het is ook nog eens hartstikke donker. Hoe ben ik hier in hemelsnaam terecht gekomen? En belangrijker hoe raak ik hier weer uit. Mijn vriend van de kermis heeft me behoorlijk opgenaaid. In de kroeg was het nog gezellig, maar hierboven, voelt het koud. IJskoud. En nu gaat het ook nog eens regenen. Bah. Beneden hoor ik iemand roepen. Of ik er klaar voor ben? Ik heb geen idee. Waar zou ik klaar voor moeten zijn? Gewoon laten gebeuren, zeg ik altijd. Dus ook nu. Laat maar gebeuren. Een grote spot gaat aan. Schijnt hevig in mijn ogen en verblind. Niet nu. Ik wil dit ervaren, hoe dan ook. Met al mijn zintuigen. Dat heeft mijn kermisvriend mij beloofd. Je moet het ervaren, met al je zintuigen. Ik ben er klaar voor. Beneden wordt hard gelachen. Mijn kermisvriend is niet alleen. Ik hoor gejuich en gejoel. Het gaat gebeuren. Hoog bovenin Sixpacks. Eindelijk.
Lelijke woorden (21-08-2016)
Iedereen kent er wel een paar. Of misschien wel heel veel. Laat je ze dan weg? Of maak je er juist gebruik van? En zo ja, waarom? En toch, je moet er goed bij nadenken. Want welke zijn nu echt lelijk. Geef jezelf eens een paar minuten. De lelijkste woorden blijken dan plots moeilijk te vinden. In een opwelling komen ze meteen boven drijven. Maar er bij nadenken? Ho, maar.
Zo vind ik friteskot een ontzettend lelijk woord. Daar wil je toch niet eten? Een gevangenis is het. Van foute aardappelen. Vlezige aardappelen, zodra je ze verkeerd in de mond neemt. Hoezo vlezig? Nou, neem nu de lelijke woorden 'kut' en 'lul'. Gebruikt als scheldwoord richting opponent is het wenselijk om het geslachtsdeel in eigen mond te nemen. Je eigen vlees. Zo roept de opponent. Als je er al überhaupt bij kunt natuurlijk. Niet zo netjes. Ook niet van de opponent. Tenzij je natuurlijk heel veel van jezelf houdt. Met de nadruk op natuurlijk. Eigen natuur.
Tja, lelijke woorden. Wat voor de ene lelijk is klinkt voor de ander dan weer mooi. Zeker als je ze verkleint. Met je. Weer van jezelf. Het is toch wat. Kutje, lulletje. Je zult het maar hebben. Zo klein en laag, die lelijke woorden. Scheldwoorden om in de mond te nemen. Inslikken, uitspuwen, zuigen en blazen. Lelijk vies of mooi schoon? Het is maar hoe je het bekijkt of proeft. Vlezige aardappelen.
Rijgdraad (23-08-2016)
Los zand loopt voor mijn voeten. Hoe houd ik al mijn boodschappen rechtop? Wat zou ik willen zeggen? Valt er überhaupt iets te zeggen? En wie zou er willen luisteren? In een wereld waarin cement niet langer stenen vasthoudt, waarin water al vies is voordat het in het toilet spoelt. Alles valt uiteen. Jammer, want we houden het liefst vast. Vast aan elkaar en aan materie. Aan huizen, auto's en vakanties. We kijken weg, zodra het een beetje moeilijk wordt. Oeps ik moet inleveren. Dat wil ik niet. Veel liever lever ik een vluchteling in. Totdat we zelf vluchtelingen worden. In een eenzaam bestaan. Een mediaal bestaan van kortstondige pokémonpret en wassenbeeldenhumor. Ja, die laatste is niet voor niets verzonnen. Want in wassen beelden vinden wij ons zelf terug. Plastic kijkt ons aan. Plastic staart naar plastic, de emotie plakt achter op de rug. Ja, kijk maar eens goed. De ellende groeit op de rug. Want de boom is leeg. De boom die daar groeit. En daar houden wij ons aan vast. Aan lege takken. Waar is ons geld? Het verdwijnt als sneeuw voor de zon. In de bergen hopen we dan een stukje geluk te vinden. Op de gletsjers zoeken we miljoenen. Maar wat rest zijn sneeuwvlokken. Het geluk waar we angstvallig naar op zoek zijn groeit niet meer. We zien het ook niet meer. Waarom zou het geluk überhaupt moeten groeien? Is een gouddraad niet genoeg. De levensdraad die onze levens met elkaar verbindt. Die is toch voor iedereen hetzelfde? We worden uitgepoept, we staan op, we hollen door het leven, eerst jeugdig en jong en daarna in een moordend tempo op zoek naar het einde. Het einde van de draad. Rijgdraad. Om ons vast te houden. Aan onszelf en aan elkaar. Een gouden draad.
Een heldere avond (25-08-2016)
Op het midden van de dag. Ik zou hem graag eens willen hebben. Altijd zijn mijn middagen troebel namelijk. Van drank denkt u meteen. Of van pillen. Nee hoor. Niets van waar. Ik ben total clean, dag in dag uit. En toch, toch verschijnen alle dagen aan mij als troebel. Iets met de ogen misschien? Nee ook dat niet. Ik staar me te pletter maar heb er absoluut geen last van. Waarnaar? Naar mijn navel natuurlijk. Wat dacht u dan? Ooit een zuivere navel gezien. Ik niet hoor.
Mijn navel is altijd troebel. Vies zo u wil. Ik vergeet hem vaak te wassen. Mijn washandje past er niet goed in. Zelfs als ik het met mijn pink doe, past die niet. Om nu met een pincet te gaan zitten pulken gaat me dan weer iets te ver. Dus laat ik het maar zitten. Wordt vanzelf hard en valt er dan wel weer een keer uit. Maar terug naar de heldere avond bij daglicht. Kijk als je al somber van aard bent dan is een heldere avond bij troebel daglicht best welkom. Maan inclusief, want voor minder ga ik niet.
Vol. Vol als witte melk. Van half en mager houd ik niet. Een magere maan, ik moet er niet aan denken. Een mager zonnetje is nog daaraan toe. Die soupeer ik al dagelijks op. Zit in het aard van het beestje nietwaar. Magere zonnetjes. Iedere dag zou ik dat slappe loeder willen oppompen. Maar het lukt me eenvoudigweg niet. Het zij zo.
Nee, een heldere avond overdag daar is niets mis mee. Lekker wijntje erbij, zakje chips, goed gezelschap ... wat wenst een mens zich nog meer. Zelfs een somber mens kan daar van genieten. Een heldere avond bij daglicht. Doe mij er maar zeven.
Een mooie reisgids (27-08-2016)
Ik kwam haar tegen in de bus. En ze was zo mooi. Zo mooi. Veel mooier dan de reisgids deed geloven. Veel mooier dan het land waarnaar ik op reis ging. Ze sprak ook mooie talen. De mooiste die ik kon verzinnen. Een taal stak er ver bovenuit. De taal der liefde. Ze sprak met al haar lichaamsdelen. En ik, ik vond het mooi. Ik vond haar mooi. En haar haar. Nog nooit had ik zo'n mooie reisgids ontmoet. Echt waar. Helaas moest ik haar delen. Met al mijn andere reisgenoten. Liever deed ik dat niet. Maar het kon niet anders. We zaten immers in dezelfde bus en schuitje. Vijfendertig backpackers op weg naar Zoutelande. De helft man en de andere helft vrouw. Gelukkig maar. Best wel eerlijk verdeeld. De keuze was reuze. De reisgids was van het vrouwelijk geslacht. Althans dat dachten we. Totdat de aap uit de mouw kwam. Ze was een transgender. Een transgender op transport. Het moet niet gekker worden. Ze en hij hielden beiden van de zee. En wat nog veel leuker was. Ze hielden de geslachten in evenwicht. Boven vrouwelijk en onder mannelijk. Nog wel. Want hij vertelde ons openhartig dat alles nog in beweging was. In de lift vulde zij aan, met een grote glimlach. Zij en hij waren het zonnetje in huis en in de bus. Veel leuker en mooier dan al die chagrijnen van een backpackers. En maar klagen over die rugzak. Die was toch zo zwaar. Ze zeulden hem al hun hele leven mee. Op hun moede schouders. Ik had er gelukkig niet zo'n last van. Mijn rugzakje was best klein. Er paste dan ook niets meer in. Nou, wat een gemak. Daar viel best wel mee te leven. En ik had dus meteen succes. Bij Hans en Grietje. Was dat even mazzel. Zoutelande zal ik nooit meer vergeten. De trip of my life.
Zeesterren (29-08-2016)
Diep vanonder op de bodem ligt een krab te turen. Zijn hoofd gericht naar boven. Kijkend door zijn glazen oog. Hij kan niet zien en toch weet hij het. Van vroeger tijden. Ergens hoog boven hem zweven ze door het water. De zeesterren. Glinsterend, flikkerend. Was hij er maar een geweest. Een groter geluk had hem niet kunnen ontvallen.
Nu ligt hij hier op de bodem. Voor eeuwig en tot verdoemenis. Slechts een foute aanvaring leidde tot zijn noodlot. Een noodlottig ongeluk. Een kleine aanvaring met een boze narwal. Maar wel een met groot gevolg. Met zijn keiharde kraakbeenneus prikte de narwal door zijn linkeroog. Die had hem niet gezien. Maar goed ook. Hij had de narwal anders zijn ogen uitgepeuterd.
Daar zwom hij dus naar achteren. Vastgeprikt aan de snavel van de narwal. Gelukkig was de narwal helder van geest en schraapte de krab van zich af door zich aan een rots te schuren. De krab floepte van de narwal af. Voor eeuwig blind. Een glazen knikker op de grond was slechts een klein geluk. Verloren door een spelend zandstrandkind. Ze kon die ene knikker best wel missen. Eb en vloed deden de rest.
Een mooie knikker was het. Met drie kleuren in een golf gesmeed. Geel, blauw en rood. Primair. Secondair dat hij er niet meer mee kon zien. Hij had er amper last van. Dat gold niet voor alle andere vissen. Met zonnestralen verwerd zijn oog een scherpe prisma. Maakte andere vissen voor heel even stekeblind. De krab werd niet meer gezien. Nooit niet meer. Oogverblindend was het beest voor anderen. Diep onder op de bodem lag het. Eenzaam. Heel eenzaam.
Alleen de zeesterren waren hem na gebleven. Als een vlakke herinnering aan de horizon, zijn zeespiegel. Herinnering van voor het narwaldisaster. Zeesterretjes bleef hij zien. Tot heden ten dagen. Diep in gedachten verzonken.
Anijsmelk (31-08-2016)
Vandaag heb ik brokken in mijn anijsmelk. Niets zo smerig als dat. In de pap is nog daaraantoe. In een diep bord of schaaltje kun je de brokken nog pletten met een vork. Zie je ze ook zwemmen. In een glas is dat een ietwat groter probleem. Ik verslik me dan ook danig. Zag het niet aankomen. En tot overmaat van ramp is de brok in mijn luchtpijp terecht gekomen.
Nu heb ik dus een brok in mijn keel. Van anijs. Het schuurt in mijn strot. Met kleine kuchjes probeer ik het brokje los te wrikken. Maar er zit geen enkele beweging in. Angstscenario's doemen op in mijn hoofd. Mijn lichaam reageert onmiddellijk en ik ik begin hevig te transpireren. Niet dat het helpt. Maar alle vocht in deze is welkom.
Ik vrees dat ik geen adem meer krijg. Dat ik ga stikken, als er niet snel iets gebeurd. En wat als het brokje doorschiet, recht mijn longen in? Zich daar nestelt en voor ontsteking zorgt. Een ontstoken long. Daar zit ik nu echt niet op te wachten. Ik voel nu het scherpe randje van de anijsbrok prikken in mijn keel.
Met mijn hand tast ik voorzichtig de hals af. Waar zit dat puntje precies? Kan ik het voorzichtig naar binnen duwen? Is dat wel verstandig? Dokter bellen misschien? Maar dan moet ik praten. Ik vrees dat dat mij niet meer gaat lukken. Appen of SMSsen dan maar? Maar wat is het adres van de dokter? Doet ie wel aan dit soort media?
Truus wil ik hoe dan ook niet aan de telefoon. Die is altijd zo chagrijnig. En niet bepaald meelevend. Als ik überhaupt nog leef, mocht ik de dokter alsnog bellen. De zoute tranen van het zweet op mijn voorhoofd lopen mijn ogen in. Ze kristalliseren. Nu heb ik ook zoutbrokken in mijn ogen. Verdorie, het zit ook niet mee.
Toch maar even Truusje bellen. Het is alles of niets. Fluisterend spreek ik het antwoord in in het antwoordapparaat. Er zijn nog drie wachtenden voor me. Dan belt Truus me terug. Ik schrik en hoest anijsblokje en zoutbrokjes richting telefoon. De ringtone van mijn smartphone brengt redding. Finally.
05-03-2009
Bommelding van een klant
Plaats van delict: Een eetcafé gelegen in een grote gekke stad in Nederland.
Tijdstip van delict: Zondagmiddag rond een uur of vier.
Situatieschets: Een kleine donkerharige licht getinte vrouw scant vanachter een donkerbruin gordijn de straat. Vertwijfeling slaat toe als ik haar mijn wijzerplaat toon en vriendelijk door de raam gebaar of ik en mijn gezelschap het eetcafé mogen binnentreden.
De vrouw verdwijnt vanachter het gordijn richting bar. Het lijkt alsof ze ons negeert. We besluiten even af te wachten. Het is vijf voor vier. Om vier uur gaat het eetcafé pas officieel open. Het is koud buiten.
Geheel onverwacht gaat het slot toch wat eerder van de grendel. Onze dank is groot en we huppelen een opgeruimde donkerbruine kroeg binnen. De gastvrouw verdwijnt naar de keuken en een jongeman komt onze bestelling opnemen.
We laven ons aan warme thee en bespreken uitvoerig de lange wandeling die wij die ochtend gemaakt hebben. De inspannende wandeling heeft me kruim gekost en ik voel dat mijn bloedsuiker behoorlijk aan het dalen is. Voor een diabeet treedt dan onmiddellijk een noodsignaal in werking. Op het toilet meet ik voor de zekerheid mijn suiker. Die is inderdaad te laag. Ik heb koolhydraten nodig.
Vriendelijk vraag ik de jongeman of hij een broodje voor me heeft. Tot mijn grote verbazing ontstaat een vertwijfelde blik op het gelaat van de jongeman. Hij moet even overleggen met de gastvrouw. Ik begrijp er niets van. De gastvrouw komt nu zelf uit de keuken te voorschijn en vertelt me zonder te blikken of blozen dat er vandaag geen losse broodjes verkocht kunnen worden. Die zijn gereserveerd voor de soep. Ik kan eventueel wel soep bestellen met een broodje.
Ongeloof overvalt mij. Dat zal toch niet waar zijn? Wel broodjes hebben maar deze alleen uitserveren bij de soep? Ik leg vriendelijk doch stellig uit dat ik broodnodig brood nodig heb vanwege mijn suiker en of er geen uitzondering gemaakt kan worden.
Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar een leus die ik zojuist op de toiletmuur gelezen heb: ‘Je moest eens zweten’. Hoopvol kijk ik de gastvrouw aan. Maar nee, het gaat echt niet lukken. Dan klopt de verhouding soep en brood niet meer.
In mijn hoofd vormt zich langzaam een bommelding. Deze gastvrouw is niet in staat om buiten het kastje te denken. Omdat openheid vaak deuren opent probeer ik de starheid van mijn gastvrouw met open vizier vriendelijk te breken. Ik vertel haar nogmaals de noodzaak van het brood verlenen en leg haar de consequentie uit van het geen gehoor geven. Ik kan mogelijk buiten bewustzijn raken.
Mijn noodkreet heeft geen enkel effect op de stoïcijnse gastvrouw en ze blijft onverbiddelijk nee zeggen. Uit de muziekboxen klinkt wrang Santana Esmeralda’s ‘Don’t let me be misunderstood’.
De bommelding in mijn hoofd neemt nu ernstige vormen aan. Voordat de bom ontploft kies ik eieren voor mijn geld. De ongegeneerde klantonvriendelijkheid is zo imponerend dat mijn gezelschap en ik besluiten ons heil elders te zoeken. Angst voor broodroof en liefdeloosheid voor het vak zijn in dit eetcafé ver doorgeslagen. Mijn gastvrouw zal het worst wezen. De reacties van de andere gasten spreken boekdelen. Verbouwereerd wordt onze uittocht gadegeslagen.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
Tijdstip van delict: Zondagmiddag rond een uur of vier.
Situatieschets: Een kleine donkerharige licht getinte vrouw scant vanachter een donkerbruin gordijn de straat. Vertwijfeling slaat toe als ik haar mijn wijzerplaat toon en vriendelijk door de raam gebaar of ik en mijn gezelschap het eetcafé mogen binnentreden.
De vrouw verdwijnt vanachter het gordijn richting bar. Het lijkt alsof ze ons negeert. We besluiten even af te wachten. Het is vijf voor vier. Om vier uur gaat het eetcafé pas officieel open. Het is koud buiten.
Geheel onverwacht gaat het slot toch wat eerder van de grendel. Onze dank is groot en we huppelen een opgeruimde donkerbruine kroeg binnen. De gastvrouw verdwijnt naar de keuken en een jongeman komt onze bestelling opnemen.
We laven ons aan warme thee en bespreken uitvoerig de lange wandeling die wij die ochtend gemaakt hebben. De inspannende wandeling heeft me kruim gekost en ik voel dat mijn bloedsuiker behoorlijk aan het dalen is. Voor een diabeet treedt dan onmiddellijk een noodsignaal in werking. Op het toilet meet ik voor de zekerheid mijn suiker. Die is inderdaad te laag. Ik heb koolhydraten nodig.
Vriendelijk vraag ik de jongeman of hij een broodje voor me heeft. Tot mijn grote verbazing ontstaat een vertwijfelde blik op het gelaat van de jongeman. Hij moet even overleggen met de gastvrouw. Ik begrijp er niets van. De gastvrouw komt nu zelf uit de keuken te voorschijn en vertelt me zonder te blikken of blozen dat er vandaag geen losse broodjes verkocht kunnen worden. Die zijn gereserveerd voor de soep. Ik kan eventueel wel soep bestellen met een broodje.
Ongeloof overvalt mij. Dat zal toch niet waar zijn? Wel broodjes hebben maar deze alleen uitserveren bij de soep? Ik leg vriendelijk doch stellig uit dat ik broodnodig brood nodig heb vanwege mijn suiker en of er geen uitzondering gemaakt kan worden.
Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar een leus die ik zojuist op de toiletmuur gelezen heb: ‘Je moest eens zweten’. Hoopvol kijk ik de gastvrouw aan. Maar nee, het gaat echt niet lukken. Dan klopt de verhouding soep en brood niet meer.
In mijn hoofd vormt zich langzaam een bommelding. Deze gastvrouw is niet in staat om buiten het kastje te denken. Omdat openheid vaak deuren opent probeer ik de starheid van mijn gastvrouw met open vizier vriendelijk te breken. Ik vertel haar nogmaals de noodzaak van het brood verlenen en leg haar de consequentie uit van het geen gehoor geven. Ik kan mogelijk buiten bewustzijn raken.
Mijn noodkreet heeft geen enkel effect op de stoïcijnse gastvrouw en ze blijft onverbiddelijk nee zeggen. Uit de muziekboxen klinkt wrang Santana Esmeralda’s ‘Don’t let me be misunderstood’.
De bommelding in mijn hoofd neemt nu ernstige vormen aan. Voordat de bom ontploft kies ik eieren voor mijn geld. De ongegeneerde klantonvriendelijkheid is zo imponerend dat mijn gezelschap en ik besluiten ons heil elders te zoeken. Angst voor broodroof en liefdeloosheid voor het vak zijn in dit eetcafé ver doorgeslagen. Mijn gastvrouw zal het worst wezen. De reacties van de andere gasten spreken boekdelen. Verbouwereerd wordt onze uittocht gadegeslagen.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
Abonneren op:
Posts (Atom)