Problemen
Problemen zijn net als woorden. Maar dan op zijn Frans. Paroles, paroles, paroles. Ik heb het proefondervindelijk uitgeprobeerd. Problemen, problemen, problemen. De mensen in het metrostation verklaarden me heel even voor gek. Sterker nog, ze keken niet eens meer welke metro er kwam. Neu. Ze stapten gewoon bij de eerste de beste metro die kwam in. Weg van alle problemen. Dat dachten ze. Nu hadden ze pas echt een probleem.
Nog meer problemen
Ik spring net op het nippertje mee de metro in. De schrik staat op het gezicht van de mensen te lezen. Nee, nee, nee, lijken de gezichten te zeggen. Ik zoek het eerste slachtoffer en schreeuw keihard in zijn oor. Problemen, problemen, problemen. Ik doe het in G-mineur. Dat komt snoeihard binnen, dat verzeker ik u. De man schreeuwt het uit. Stop, stop, stop. Ik krijg medelijden en spreek zijn buurvrouw aan. Problemen, problemen, problemen. In C-largo. Dat moet ze kunnen hebben. Wat een oren heeft die vrouw. Maar ook zij kan de woorden niet verdragen. Ook al heb ik ze nog zo mooi gezongen. Een meneer die alles rustig bekeken heeft tikt op mijn schouder. Dàt had nu net niet moeten doen.
Nog veel meer problemen
Het vraagt om een lucide aanpak. Geen idee wat dat is maar ik ga ervoor. Je hoort zo nu en dan wel eens wat. De man voor me wijst naar zijn mond, vervolgens naar zijn oren en schudt driftig met zijn hoofd van links naar rechts. Daarna draait hij met zijn wijsvinger snelle rondjes voor zijn oorgat en daarna houdt hij diezelfde vinger opgeheven voor mijn ogen en schudt daarmee wederom driftig op en neer. Dan valt het kwartje. Doof. Die man is doof. Houdt ie me nu voor de gek? Ik neem de proef op de som en schreeuw zo hard als ik kan. Problemen, problemen, problemen. Bijna alle passagiers plakken nu tegen de raam van de metro. Behalve de dove man. Stokstijf staat ie stil. Heel even. Dan valt ie neer. Dood?
Nu heb ik echt een probleem
Ik weet niet goed wat te doen. De passagiers gaan in een klein kringetje rondom de man en mij staan. De metro dendert intussen door. Heel irritant. Niets zo irritant als een kring mensen in een op hol geslagen metro. Ze plakken en ze stinken. De man blijft liggen. Ook al zo irritant. Niets zo irritant als een man op een vloer omringd door mensen in een op hol geslagen metro die plakken en die stinken. Ik kan maar een ding doen. Problemen, problemen, problemen. In Z-lentisimo dit keer. Ik weet wel wanneer ik me moet inhouden. Eureka. De man richt zijn bovenlijf op. En roept heel irritant. Heb ik u laten schrikken. Neu.
Alle problemen opgelost
Dat is werkelijk waar too much. Zo vinden ook alle omstanders. Oké ik maak dan wel veel lawaai. Heel veel. Maar faken, daaraan heeft iedereen een broertje dood. Wat er daarna gebeurde had ik u liever niet verteld. Maar het moet. Het kan haast niet erger lieve mensen. En masse heft het hele metrocompartiment zijn stem aan. In alle letters van het alfabet in alle tempo's. Sommigen ijl anderen weer zwaar diep. Tot op de bodem en skyhigh in koor. Problemen. Problemen. Problemen. Iemand trekt aan de noodrem. En ik kan het u vertellen, niet de stomdove man, doofstom. Nee. Maar hij vliegt wel buiten. Ik blij.
Schrijfopdracht Web Tales (naar een idee van Christa Sevichny)
Onderwerp: Suspense en problemen! Dit zorgt ervoor dat lezers van jouw verhaal hun uitstapstation missen.
Stel je de volgende situatie voor. Vanavond krijg je een groep familie of vrienden te eten. Je wilt een lekker gevarieerde maaltijd op tafel zetten. Je wil naar de supermarkt, maar je kan je boodschappentas niet vinden. Dit is een relatief klein probleem. Bedenk een ander probleem dat net iets erger is. Probeer daarna een probleem te bedenken dat nog iets erger is dan het tweede probleem. Herhaal deze stap totdat je vijf problemen hebt waarvan de volgende steeds erger is dan de vorige.
Posts tonen met het label woord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label woord. Alle posts tonen
12-09-2017
28-02-2017
Schrijfveren Februari 2017
Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Een miljoen kleine stukjes (03-02-2017)
Mario zweeft door het zwarte luchtruim. Hij test zijn nieuwe vleugels met een big smile. Nog nooit heeft hij zo lang de voeten van de grond gehad. Het contact met moeder Aarde is eindelijk losgelaten. Met de afstandsbediening probeert hij asteroïden stuk te schieten. Het zijn er veel. Er lijkt geen einde aan te komen. Zodra hij ze raakt versplinteren ze in duizenden kleine stukjes. Nog even zweven en hij heeft er duizend gehad. Hij is de tel bijna kwijt. Bij duizend wil ie ophouden en terugkeren in de startmodus.
Negenhonderdvierennegentig. Nog zes te gaan. Hij komt nu vingers te kort op zijn rechterhand en begint opnieuw met tellen van de vingers. De linkerhand kan hij niet gebruiken, daarin houdt hij de afstandsbediening vast. Daar komt alweer een nieuwe asteroïde voorbij. Hij heeft al honderdnegenennegentig keer de vingers van zijn rechterhand geteld. Dit wordt zijn laatste keer. Nog vijf vingers tellen en hij kan terugkeren. Een miljoen kleine stukjes astroïdepuin zullen dan door het luchtruim zweven en de aarde verduisteren. Midden op de dag. Niet op de hele aarde, maar de halve. Aan de andere kant is het dan nacht. Een totale duisternis zal dan de hele aarde bedekken. Lekker puh. Niemand die dan nog iets kan zien. Zien zonder licht te gebruiken. Het ideale moment om dan zijn nieuwste uitvinding te presenteren. Een lichtgat in de markt. De omzet zal gigantisch zijn, want iedereen zal zijn lichtgat willen kopen. Aan marketing hoeft hij niets te doen. Het lichtgat zal als een lopend vuurtje de hele aarde bestrijken. Een complete lichtexplosie.
Woordmateriaal (07-02-2017)
Dat ik ze telkens weer opnieuw vind is toch een godswonder, de woorden. Daar wil ik niet te veel bij nadenken. Stel dat ze niet meer bij me opkomen? In protest gaan, tegen veelvuldig misbruik. Daar zou ik het toch wel benauwd van krijgen. De lidwoorden, die nog langer weigeren lid te zijn. Of de werkwoorden, volledig uitgeput, wegens te lange werktijden. Voorzetsels en bijwoorden die na lang wikken en wegen nu een hoofdrol opeisen. Bezittelijke en bijvoeglijke naamwoorden die zich met fel protest losweken van hun zelfstandige vakbroeders. Ik moet er niet aan denken. In eender welke tijd, verleden, tegenwoordig of voltooid.
Ik kietel ze vandaag en geef ze wat extra aandacht. Bezin me op de juiste plaatsing en behandel ze geheel naar hun intrinsieke waarde. Ik neem ze mee naar buiten en geef ze wat lucht. Vinden ze fijn. Het voorjaar hangt al een beetje in de lucht. De vogeltjes fluiten. Het weer is eigenlijk al net zo in de war als de woorden, besef ik me nu. Het is amper februari en straks gaat het mogelijk vriezen. Snel maar weer naar binnen, voordat de woorden op vreemde gedachten komen.
Een kopje thee en een koekje hebben we wel verdiend. Ik en mijn woordenschat. Af en toe geef ik ze een vrij podium. Kunnen ze doen wat ze zelf willen. De vrijheid kunnen ze maar moeilijk aan. Totdat de hoofdwoorden loskomen van hun stam. Dan springen ze vrolijk in het rond en gaan de meest bizarre verbindingen met elkaar aan. Ze krijsen van plezier. More, more, more, roepen ze dan. En ik denk alleen maar, less, less, less. Hoe krijg ik dit spul, dit woordmateriaal weer in het gareel?
Hart en eenvoud (09-02-2017)
Mijn vinger bloedt. Mijn hart loopt leeg. Van schrik. As simple as that. Wie zou er niet van schrikken? Bij de eerste keer. De eerste keer dat het hart leegloopt door een onverwachte opening in de huid. Het lijf doorgeprikt of opengevallen. Het had ook een knie kunnen zijn. Bij mijn eerste knieval. Op de stoep. Niet voor een jonge deerne.
Het bloed druipt langzaam in cirkels omlaag. Vindt een weg over mijn pols en handpalm, drupt daarna op de grond. Ik houd mijn vinger omhoog. Maar de juf ziet mijn vraag en bloedende vinger niet. Of wil ze mij en hem niet zien? Ik begin hard te huilen. Misschien dat dat helpt. En ja hoor. Ik heb aandacht van de juf.
Ze ziet mijn bloedend hart en bloedende vinger en stelt me gerust. Hoe? Door zuurstof toe te dienen en een oranje EHBO-doos te voorschijn te toveren. Spannend. Terwijl ze een Mickey Mouse verband aanlegt word ik onderworpen aan een serieus vraaggesprek. Wat ik gedaan heb? Of het mijn eerste keer is? Waarom ik niet eerder aan de bel getrokken heb? Of het pijn doet? Twee open vragen en twee gesloten. De gesloten zijn het makkelijkst.
Mijn vinger gesneden aan een velletje papier. Ja. Er hangt geen bel in de klas. Nee. De juf schiet in de lach. Ze bedoelt waarom ik mijn vinger niet eerder heb opgestoken? Ik zie hoe de plas bloed op de grond begint in te dikken. Het lijkt wel aardbeienjam. Ik trek een vies gezicht. Die hoef ik voorlopig niet meer op mijn boterham.
Een lampenkap met franje (13-02-2017)
Een zwaar dressoir en dito tafel, eiken gefineerd. Perzisch kleed, met witgele touwtjes aan het eind. Echt. Maar niet uit Perzië. Keurmerk aan de onderkant. Een tv die flink wat ruimte inneemt. En niet alleen fysiek. Een klein mens kan zich erin verstoppen. Afstandsbediening, zo groot als een iPad. Op het dressoir, twee grote vazen, Romeins motief, van gips, zwart geschilderd. Aan de muur een drie eenheid, Jezus, Maria en Jozef, en profiel in oranjebruin blikkoper. Een glazen stolp op een driehoekig plankje, hoog in de hoek. Onder de stolp, Maria en kindje Jezus. Maria in blauwrode mantel, vroom, heel vroom kijkend, omlaag, neer op de grote tafel.
In de hoek van de kamer, staand op drie in elkaar geschoven kleine bijzettafeltjes, een te grote schemerlamp, bestaand uit een in strak doek gevouwen vaalgele lampenkap, afgezet met kleine franjes en een metalen standaard in koperkleur, met aan de voet, zittend op een rots, een kleine Griekse god, Hercules, leunend op een lange kromgebogen drietandvork.
Ik kijk naar de kleine bruine sleuteltjes, die half uit de deurtjes van het dressoir steken. Daar liggen ze. Achter een van de kleine deurtjes, in een oude ronde blikken trommel met bloemmotief. De Nutsen, die niemand lust, oud, taai, gedateerd, net als opa en oma. Maar ze zijn wel lief. Opa tenminste, zwijgend zittend in een grote fauteuil, met tevreden glimlach op zijn mond. Een mond die in de linkerhoek een Hofnar bolknak draagt. Hij geeft me een knipoog, met zijn goede oog. Zijn glazen oog tuurt kaal en koud de ruimte in. Een leven trekt voorbij.
Vreemde verlangens (15-02-2017)
Wie koestert ze niet, vreemde verlangens? Plassen in bad? Seks in bad? Plasseks in bad? Om een paar dwarsstraten te noemen. Levert hoe dan ook, veel kijkcijfers op. Als de camera tenminste aanstaat. Wat is vreemd? Ook al zoiets? Filmopnamen maken van plassen in bad? Seks in bad? Plasseks in bad? En blijft het dan bij verlangens? Of voeren we ze ook nog uit? Plassen in bad. Seks in bad. Plasseks in bad. Het houdt ook nooit op. De waanzin. Want daar bestaan onze verlangens vaak uit. Alleen de dapperen onder ons voeren de daad ook bij het woord. Een verlangen bestaat immers uit woorden nietwaar? Hoewel, met een onderbuik kun je natuurlijk ook heel wat in beweging brengen. Onderbuikverlangens. Geen woorden maar daden, zeggen ze dan in Rotterdam. Een vrouw met ballen die dat verlangen dan in daden omzet. En dan speel je niet met haar voeten noch ballen, want voetballen dat kunnen ze in Rotterdam. Kick his ass! Placht men dan te zeggen. En dat is precies wat ze had moeten doen. Toen de camera draaide. Of was het een selfie? En handelde ze met voorbedachte rade en nam ze de stick zelf ter hand? We zullen het nooit weten, lieve lezers. En dat hoeft ook niet. Want respect voor een grand dame die zo uit de kast komt. Vreemde verlangens misschien. Waarom ook niet? En waarom koesteren? Nee, gewoon uitvoeren. Maar dan wel met een volgende keer de camera …
Een afwerende glimlach (19-02-2017)
De grote vleermuis keert zijn wang naar de belager. 'De andere!', sist de groene vrouw. Braaf keert de vleermuis zijn andere wang. Kedeng! Een flinke klap van een rechtse vlakke hand volgt. 'Nu ben jij!'. Met een flinke uithaal slaat de vleermuis de groen vrouw op haar rechterwang. Drie rode krassen laat hij achter. Heel langzaam beginnen de krassen te bloeden. Steeds heviger. Het worden flinke bloedstromen. De groene vrouw gilt het uit. 'Je hebt je nagels gebruikt smeerlap. Dat is niet eerlijk. Je zult boeten.
Wat er dan gebeurt is moeilijk in een paar minuten uit te leggen. Uit het niets tovert de groene dame een grote flacon met vreemd spul. Het stinkt vreselijke en heeft een vreemd kleurtje. Drie keer duwt ze op het knopje van de flacon. Een geest verschijnt. Met enorme neusgaten. Uit die neusgaten drijft een vreselijke stank. Gloeiend heet en groen. Giftig, zeer giftig. In beide opzichten. Giftig van kracht en giftig van dosering. De grote vleermuis valt neer. De groene dame klimt op de vleermuis en trekt haar weinige kleren uit. Niet dat het wat uitmaakt, want haar blote lijf is ook groen. Gifgroen. Ze heeft het gewoon heet gekregen. Van opwinding.
De vleermuis ontwaakt. Net op tijd. Voor het moment suprême. 'Dit gaat niet gebeuren, jongedame!' Hij smijt de dame van zich af, richt zich op, en met een flauw afwerend glimlachje straalt hij door de lucht, zijn antenne scherp afgesteld, op weg naar jong bloed, minder giftig.
Het mooiste meisje van de streek (21-02-2017)
Lolita heette ze. Lolita Bronchita. Vernoemd naar de hoofdpersoon in de gelijknamige klassieker van Nabokov. Lolita kwam uit Drente en hoestte altijd dat het een lieve lust was. Het jaargetijde maakte niet uit. Ze hoestte het hele jaar door. Chronisch. Erg lastig. Want daardoor kon ze nooit een vriendje vinden. Voor langere tijd. En het was zo'n mooie meid. Het mooiste meisje van de streek. Het stemde haar heel droevig. Altijd maar zo'n snotkop. Had ze weer eens een leuke jongen aan de haak geslagen, liep die altijd na een paar dagen weer weg. De jongens hielden best van nattigheid maar zelfs in Drente stelden die ook hun grenzen.
Lolita begreep het enerzijds wel. Anderzijds durfde ze niet verder te denken. Hoe moest het verder in de toekomst? Ze was inmiddels achter in de dertig en haar schoot begon langzaam moeilijk te doen. Haar hormonen hadden intussen de wekker gezet. Kortom. Werk aan de winkel. Maar al de stress van het vinden van antwoorden, nog voor het vinden van een serieuze vriend, maakte het mooiste meisje van de streek behoorlijk van streek. Er was geen tijd meer te verliezen. Lolita Bronchita besloot haar laatste redmiddel in de strijd te gooien. Een flinke bijl. Een aks van een bijl. Nooit, nee nooit, zou zij die erbij neergooien. Waarbij? Bij haar verdriet natuurlijk. Haar onophoudelijk verdriet, van niet te houden liefde. Maar ze gaf niet op. Lolita Bronchita. Nooit. In de toekomst zou ze lang en gelukkig leven. Zeker weten.
Mooi ingelijst (23-02-2017)
Fotohoekjes, Pritt, Velpon, Bisonkit, ik heb alles uit de la getrokken. In die volgorde ga ik ook proberen het mooiste portret van de straat te lijmen. Maar eerst heb ik de schaar nodig. Ik wil deze lieve gast en profile en zonder achtergrondvervuiling portretteren. Bij fotohoekjes hoort dan even uitleg. Het zijn eigenlijk geen fotohoekjes in de juiste zin van het woord. Foto's worden namelijk niet meer ingeplakt maar ingeladen. In een digitaal fotoboek.
Kent u ze nog? Die fotohoekjes die je van de rol moest trekken uit een kartonnen doosje. Waarvan telkens het lint brak of oppropte, vastplakte in het doosje. Grote gruwel. Fotohoekjes met een doorzichtig plastic driehoekje op een kartonnetje waar je dan, op hoop van zegen, in een keer een hoek van de foto in kon schuiven. De foto in het vierde hoekje schuiven was dan het meest lastig. En ja hoor. Dan bleek ook nog eens dat je de verkeerde foto had geselecteerd. Nou, probeer dan maar eens de foto weer kreukloos uit de vier fotohoekjes te peuteren. Lastig.
Nee, ik doel op de dubbelzijdig klevende fotohoekjes, rechthoekig. Die zijn wel handig. Behalve als ze aan de vingers blijven plakken. Ook oppassen geblazen dat je de foto niet scheef op de pagina van het fotoboek plakt. Zo'n fotoboek met rugring. Als je te hard trekt, trek je de hele pagina los. Heel vervelend.
Nou die fotohoekjes bedoel ik dus. En waarom dan de Pritt, Velpon en Bisonkit? Heel simpel. De lijmlaag van de meeste fotohoekjes kan nog wel eens van inferieure kwaliteit zijn. Helpt Pritt niet, dan gaan we over op de Velpon. En ja, als die zelfs niet voldoende plakt dan is er altijd nog Bisonkit. De professionele, uiteraard.
Zo die hangt. Prins Carnaval Rini d'n Irste. Maar mijn portret heeft grijze haren, zie ik nu. Dat kan toch niet? Of nee, nee, het is de Bisonkit die drupt. Shit. En nu plakken mijn vingers ook nog eens aan elkaar. Dat wordt weer kauwen. Met precisie.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Een miljoen kleine stukjes (03-02-2017)
Mario zweeft door het zwarte luchtruim. Hij test zijn nieuwe vleugels met een big smile. Nog nooit heeft hij zo lang de voeten van de grond gehad. Het contact met moeder Aarde is eindelijk losgelaten. Met de afstandsbediening probeert hij asteroïden stuk te schieten. Het zijn er veel. Er lijkt geen einde aan te komen. Zodra hij ze raakt versplinteren ze in duizenden kleine stukjes. Nog even zweven en hij heeft er duizend gehad. Hij is de tel bijna kwijt. Bij duizend wil ie ophouden en terugkeren in de startmodus.
Negenhonderdvierennegentig. Nog zes te gaan. Hij komt nu vingers te kort op zijn rechterhand en begint opnieuw met tellen van de vingers. De linkerhand kan hij niet gebruiken, daarin houdt hij de afstandsbediening vast. Daar komt alweer een nieuwe asteroïde voorbij. Hij heeft al honderdnegenennegentig keer de vingers van zijn rechterhand geteld. Dit wordt zijn laatste keer. Nog vijf vingers tellen en hij kan terugkeren. Een miljoen kleine stukjes astroïdepuin zullen dan door het luchtruim zweven en de aarde verduisteren. Midden op de dag. Niet op de hele aarde, maar de halve. Aan de andere kant is het dan nacht. Een totale duisternis zal dan de hele aarde bedekken. Lekker puh. Niemand die dan nog iets kan zien. Zien zonder licht te gebruiken. Het ideale moment om dan zijn nieuwste uitvinding te presenteren. Een lichtgat in de markt. De omzet zal gigantisch zijn, want iedereen zal zijn lichtgat willen kopen. Aan marketing hoeft hij niets te doen. Het lichtgat zal als een lopend vuurtje de hele aarde bestrijken. Een complete lichtexplosie.
Woordmateriaal (07-02-2017)
Dat ik ze telkens weer opnieuw vind is toch een godswonder, de woorden. Daar wil ik niet te veel bij nadenken. Stel dat ze niet meer bij me opkomen? In protest gaan, tegen veelvuldig misbruik. Daar zou ik het toch wel benauwd van krijgen. De lidwoorden, die nog langer weigeren lid te zijn. Of de werkwoorden, volledig uitgeput, wegens te lange werktijden. Voorzetsels en bijwoorden die na lang wikken en wegen nu een hoofdrol opeisen. Bezittelijke en bijvoeglijke naamwoorden die zich met fel protest losweken van hun zelfstandige vakbroeders. Ik moet er niet aan denken. In eender welke tijd, verleden, tegenwoordig of voltooid.
Ik kietel ze vandaag en geef ze wat extra aandacht. Bezin me op de juiste plaatsing en behandel ze geheel naar hun intrinsieke waarde. Ik neem ze mee naar buiten en geef ze wat lucht. Vinden ze fijn. Het voorjaar hangt al een beetje in de lucht. De vogeltjes fluiten. Het weer is eigenlijk al net zo in de war als de woorden, besef ik me nu. Het is amper februari en straks gaat het mogelijk vriezen. Snel maar weer naar binnen, voordat de woorden op vreemde gedachten komen.
Een kopje thee en een koekje hebben we wel verdiend. Ik en mijn woordenschat. Af en toe geef ik ze een vrij podium. Kunnen ze doen wat ze zelf willen. De vrijheid kunnen ze maar moeilijk aan. Totdat de hoofdwoorden loskomen van hun stam. Dan springen ze vrolijk in het rond en gaan de meest bizarre verbindingen met elkaar aan. Ze krijsen van plezier. More, more, more, roepen ze dan. En ik denk alleen maar, less, less, less. Hoe krijg ik dit spul, dit woordmateriaal weer in het gareel?
Hart en eenvoud (09-02-2017)
Mijn vinger bloedt. Mijn hart loopt leeg. Van schrik. As simple as that. Wie zou er niet van schrikken? Bij de eerste keer. De eerste keer dat het hart leegloopt door een onverwachte opening in de huid. Het lijf doorgeprikt of opengevallen. Het had ook een knie kunnen zijn. Bij mijn eerste knieval. Op de stoep. Niet voor een jonge deerne.
Het bloed druipt langzaam in cirkels omlaag. Vindt een weg over mijn pols en handpalm, drupt daarna op de grond. Ik houd mijn vinger omhoog. Maar de juf ziet mijn vraag en bloedende vinger niet. Of wil ze mij en hem niet zien? Ik begin hard te huilen. Misschien dat dat helpt. En ja hoor. Ik heb aandacht van de juf.
Ze ziet mijn bloedend hart en bloedende vinger en stelt me gerust. Hoe? Door zuurstof toe te dienen en een oranje EHBO-doos te voorschijn te toveren. Spannend. Terwijl ze een Mickey Mouse verband aanlegt word ik onderworpen aan een serieus vraaggesprek. Wat ik gedaan heb? Of het mijn eerste keer is? Waarom ik niet eerder aan de bel getrokken heb? Of het pijn doet? Twee open vragen en twee gesloten. De gesloten zijn het makkelijkst.
Mijn vinger gesneden aan een velletje papier. Ja. Er hangt geen bel in de klas. Nee. De juf schiet in de lach. Ze bedoelt waarom ik mijn vinger niet eerder heb opgestoken? Ik zie hoe de plas bloed op de grond begint in te dikken. Het lijkt wel aardbeienjam. Ik trek een vies gezicht. Die hoef ik voorlopig niet meer op mijn boterham.
Een lampenkap met franje (13-02-2017)
Een zwaar dressoir en dito tafel, eiken gefineerd. Perzisch kleed, met witgele touwtjes aan het eind. Echt. Maar niet uit Perzië. Keurmerk aan de onderkant. Een tv die flink wat ruimte inneemt. En niet alleen fysiek. Een klein mens kan zich erin verstoppen. Afstandsbediening, zo groot als een iPad. Op het dressoir, twee grote vazen, Romeins motief, van gips, zwart geschilderd. Aan de muur een drie eenheid, Jezus, Maria en Jozef, en profiel in oranjebruin blikkoper. Een glazen stolp op een driehoekig plankje, hoog in de hoek. Onder de stolp, Maria en kindje Jezus. Maria in blauwrode mantel, vroom, heel vroom kijkend, omlaag, neer op de grote tafel.
In de hoek van de kamer, staand op drie in elkaar geschoven kleine bijzettafeltjes, een te grote schemerlamp, bestaand uit een in strak doek gevouwen vaalgele lampenkap, afgezet met kleine franjes en een metalen standaard in koperkleur, met aan de voet, zittend op een rots, een kleine Griekse god, Hercules, leunend op een lange kromgebogen drietandvork.
Ik kijk naar de kleine bruine sleuteltjes, die half uit de deurtjes van het dressoir steken. Daar liggen ze. Achter een van de kleine deurtjes, in een oude ronde blikken trommel met bloemmotief. De Nutsen, die niemand lust, oud, taai, gedateerd, net als opa en oma. Maar ze zijn wel lief. Opa tenminste, zwijgend zittend in een grote fauteuil, met tevreden glimlach op zijn mond. Een mond die in de linkerhoek een Hofnar bolknak draagt. Hij geeft me een knipoog, met zijn goede oog. Zijn glazen oog tuurt kaal en koud de ruimte in. Een leven trekt voorbij.
Vreemde verlangens (15-02-2017)
Wie koestert ze niet, vreemde verlangens? Plassen in bad? Seks in bad? Plasseks in bad? Om een paar dwarsstraten te noemen. Levert hoe dan ook, veel kijkcijfers op. Als de camera tenminste aanstaat. Wat is vreemd? Ook al zoiets? Filmopnamen maken van plassen in bad? Seks in bad? Plasseks in bad? En blijft het dan bij verlangens? Of voeren we ze ook nog uit? Plassen in bad. Seks in bad. Plasseks in bad. Het houdt ook nooit op. De waanzin. Want daar bestaan onze verlangens vaak uit. Alleen de dapperen onder ons voeren de daad ook bij het woord. Een verlangen bestaat immers uit woorden nietwaar? Hoewel, met een onderbuik kun je natuurlijk ook heel wat in beweging brengen. Onderbuikverlangens. Geen woorden maar daden, zeggen ze dan in Rotterdam. Een vrouw met ballen die dat verlangen dan in daden omzet. En dan speel je niet met haar voeten noch ballen, want voetballen dat kunnen ze in Rotterdam. Kick his ass! Placht men dan te zeggen. En dat is precies wat ze had moeten doen. Toen de camera draaide. Of was het een selfie? En handelde ze met voorbedachte rade en nam ze de stick zelf ter hand? We zullen het nooit weten, lieve lezers. En dat hoeft ook niet. Want respect voor een grand dame die zo uit de kast komt. Vreemde verlangens misschien. Waarom ook niet? En waarom koesteren? Nee, gewoon uitvoeren. Maar dan wel met een volgende keer de camera …
Een afwerende glimlach (19-02-2017)
De grote vleermuis keert zijn wang naar de belager. 'De andere!', sist de groene vrouw. Braaf keert de vleermuis zijn andere wang. Kedeng! Een flinke klap van een rechtse vlakke hand volgt. 'Nu ben jij!'. Met een flinke uithaal slaat de vleermuis de groen vrouw op haar rechterwang. Drie rode krassen laat hij achter. Heel langzaam beginnen de krassen te bloeden. Steeds heviger. Het worden flinke bloedstromen. De groene vrouw gilt het uit. 'Je hebt je nagels gebruikt smeerlap. Dat is niet eerlijk. Je zult boeten.
Wat er dan gebeurt is moeilijk in een paar minuten uit te leggen. Uit het niets tovert de groene dame een grote flacon met vreemd spul. Het stinkt vreselijke en heeft een vreemd kleurtje. Drie keer duwt ze op het knopje van de flacon. Een geest verschijnt. Met enorme neusgaten. Uit die neusgaten drijft een vreselijke stank. Gloeiend heet en groen. Giftig, zeer giftig. In beide opzichten. Giftig van kracht en giftig van dosering. De grote vleermuis valt neer. De groene dame klimt op de vleermuis en trekt haar weinige kleren uit. Niet dat het wat uitmaakt, want haar blote lijf is ook groen. Gifgroen. Ze heeft het gewoon heet gekregen. Van opwinding.
De vleermuis ontwaakt. Net op tijd. Voor het moment suprême. 'Dit gaat niet gebeuren, jongedame!' Hij smijt de dame van zich af, richt zich op, en met een flauw afwerend glimlachje straalt hij door de lucht, zijn antenne scherp afgesteld, op weg naar jong bloed, minder giftig.
Het mooiste meisje van de streek (21-02-2017)
Lolita heette ze. Lolita Bronchita. Vernoemd naar de hoofdpersoon in de gelijknamige klassieker van Nabokov. Lolita kwam uit Drente en hoestte altijd dat het een lieve lust was. Het jaargetijde maakte niet uit. Ze hoestte het hele jaar door. Chronisch. Erg lastig. Want daardoor kon ze nooit een vriendje vinden. Voor langere tijd. En het was zo'n mooie meid. Het mooiste meisje van de streek. Het stemde haar heel droevig. Altijd maar zo'n snotkop. Had ze weer eens een leuke jongen aan de haak geslagen, liep die altijd na een paar dagen weer weg. De jongens hielden best van nattigheid maar zelfs in Drente stelden die ook hun grenzen.
Lolita begreep het enerzijds wel. Anderzijds durfde ze niet verder te denken. Hoe moest het verder in de toekomst? Ze was inmiddels achter in de dertig en haar schoot begon langzaam moeilijk te doen. Haar hormonen hadden intussen de wekker gezet. Kortom. Werk aan de winkel. Maar al de stress van het vinden van antwoorden, nog voor het vinden van een serieuze vriend, maakte het mooiste meisje van de streek behoorlijk van streek. Er was geen tijd meer te verliezen. Lolita Bronchita besloot haar laatste redmiddel in de strijd te gooien. Een flinke bijl. Een aks van een bijl. Nooit, nee nooit, zou zij die erbij neergooien. Waarbij? Bij haar verdriet natuurlijk. Haar onophoudelijk verdriet, van niet te houden liefde. Maar ze gaf niet op. Lolita Bronchita. Nooit. In de toekomst zou ze lang en gelukkig leven. Zeker weten.
Mooi ingelijst (23-02-2017)
Fotohoekjes, Pritt, Velpon, Bisonkit, ik heb alles uit de la getrokken. In die volgorde ga ik ook proberen het mooiste portret van de straat te lijmen. Maar eerst heb ik de schaar nodig. Ik wil deze lieve gast en profile en zonder achtergrondvervuiling portretteren. Bij fotohoekjes hoort dan even uitleg. Het zijn eigenlijk geen fotohoekjes in de juiste zin van het woord. Foto's worden namelijk niet meer ingeplakt maar ingeladen. In een digitaal fotoboek.
Kent u ze nog? Die fotohoekjes die je van de rol moest trekken uit een kartonnen doosje. Waarvan telkens het lint brak of oppropte, vastplakte in het doosje. Grote gruwel. Fotohoekjes met een doorzichtig plastic driehoekje op een kartonnetje waar je dan, op hoop van zegen, in een keer een hoek van de foto in kon schuiven. De foto in het vierde hoekje schuiven was dan het meest lastig. En ja hoor. Dan bleek ook nog eens dat je de verkeerde foto had geselecteerd. Nou, probeer dan maar eens de foto weer kreukloos uit de vier fotohoekjes te peuteren. Lastig.
Nee, ik doel op de dubbelzijdig klevende fotohoekjes, rechthoekig. Die zijn wel handig. Behalve als ze aan de vingers blijven plakken. Ook oppassen geblazen dat je de foto niet scheef op de pagina van het fotoboek plakt. Zo'n fotoboek met rugring. Als je te hard trekt, trek je de hele pagina los. Heel vervelend.
Nou die fotohoekjes bedoel ik dus. En waarom dan de Pritt, Velpon en Bisonkit? Heel simpel. De lijmlaag van de meeste fotohoekjes kan nog wel eens van inferieure kwaliteit zijn. Helpt Pritt niet, dan gaan we over op de Velpon. En ja, als die zelfs niet voldoende plakt dan is er altijd nog Bisonkit. De professionele, uiteraard.
Zo die hangt. Prins Carnaval Rini d'n Irste. Maar mijn portret heeft grijze haren, zie ik nu. Dat kan toch niet? Of nee, nee, het is de Bisonkit die drupt. Shit. En nu plakken mijn vingers ook nog eens aan elkaar. Dat wordt weer kauwen. Met precisie.
07-02-2017
Woordmateriaal
Dat ik ze telkens weer opnieuw vind is toch een godswonder, de woorden. Daar wil ik niet te veel bij nadenken. Stel dat ze niet meer bij me opkomen? In protest gaan, tegen veelvuldig misbruik. Daar zou ik het toch wel benauwd van krijgen. De lidwoorden, die nog langer weigeren lid te zijn. Of de werkwoorden, volledig uitgeput, wegens te lange werktijden. Voorzetsels en bijwoorden die na lang wikken en wegen nu een hoofdrol opeisen. Bezittelijke en bijvoeglijke naamwoorden die zich met fel protest losweken van hun zelfstandige vakbroeders. Ik moet er niet aan denken. In eender welke tijd, verleden, tegenwoordig of voltooid.
Ik kietel ze vandaag en geef ze wat extra aandacht. Bezin me op de juiste plaatsing en behandel ze geheel naar hun intrinsieke waarde. Ik neem ze mee naar buiten en geef ze wat lucht. Vinden ze fijn. Het voorjaar hangt al een beetje in de lucht. De vogeltjes fluiten. Het weer is eigenlijk al net zo in de war als de woorden, besef ik me nu. Het is amper februari en straks gaat het mogelijk vriezen. Snel maar weer naar binnen, voordat de woorden op vreemde gedachten komen.
Een kopje thee en een koekje hebben we wel verdiend. Ik en mijn woordenschat. Af en toe geef ik ze een vrij podium. Kunnen ze doen wat ze zelf willen. De vrijheid kunnen ze maar moeilijk aan. Totdat de hoofdwoorden loskomen van hun stam. Dan springen ze vrolijk in het rond en gaan de meest bizarre verbindingen met elkaar aan. Ze krijsen van plezier. More, more, more, roepen ze dan. En ik denk alleen maar, less, less, less. Hoe krijg ik dit spul, dit woordmateriaal weer in het gareel?
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Woordmateriaal (07-02-2017)
Ik kietel ze vandaag en geef ze wat extra aandacht. Bezin me op de juiste plaatsing en behandel ze geheel naar hun intrinsieke waarde. Ik neem ze mee naar buiten en geef ze wat lucht. Vinden ze fijn. Het voorjaar hangt al een beetje in de lucht. De vogeltjes fluiten. Het weer is eigenlijk al net zo in de war als de woorden, besef ik me nu. Het is amper februari en straks gaat het mogelijk vriezen. Snel maar weer naar binnen, voordat de woorden op vreemde gedachten komen.
Een kopje thee en een koekje hebben we wel verdiend. Ik en mijn woordenschat. Af en toe geef ik ze een vrij podium. Kunnen ze doen wat ze zelf willen. De vrijheid kunnen ze maar moeilijk aan. Totdat de hoofdwoorden loskomen van hun stam. Dan springen ze vrolijk in het rond en gaan de meest bizarre verbindingen met elkaar aan. Ze krijsen van plezier. More, more, more, roepen ze dan. En ik denk alleen maar, less, less, less. Hoe krijg ik dit spul, dit woordmateriaal weer in het gareel?
Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Woordmateriaal (07-02-2017)
30-09-2016
120 Woorden September 2016
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Even slikken (02-09-2016) (Themawoord: Gelei)
Ze trekt een vies gezicht. Dit is nou niet bepaald een smaakje naar haar goesting. Veel liever heeft ze haaienvinnensoep. Dat is haar favoriet. Voor haar mag alles naar haaienvinnensoep smaken. De liefde voor deze soep heeft ze al op jonge leeftijd ervaren. Bij oma. De beste haaienvinnensoepmaakster van de wereld. Op basis van vinnen van hamerhaai en tijgerhaai.
Nee, dit is toch even wennen. De consistentie en viscositeit is weliswaar vergelijkbaar. Maar toch, te veel gelei en te doorzichtig. Ook de kleine stukjes die erin drijven zijn niet echt lekker. Ze smaken toch wel ietwat zurig. En zuur is niet waar ze op zit te wachten, na het zoet. De volgende keer slikt ze alles in een keer door.
5E60E42BC5724FBF 142551ADA7717125 (05-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Normaal ben ik een kei in het oplossen van puzzels, cryptogrammen en sudoko’s. Maar het kraken van een code, dat is toch geheel andere koek.
Dit is hoever ik gekomen ben. Twee belangrijke cijferreeksen. 142551 en 7717125. De laatste reeks delen door de eerste. Afronden naar boven op heel getal. Maakt 54.
Ada is de vrouw van. Ze woont op postcode 5724 BC, in Ommel dus. Morgen is het de 5e, de dag waarop Ada’s man, Jan van Haven zijn 60e verjaardag viert. Jan werkt bij de FBF en nodigt alle 42 personeelsleden uit. Je wordt maar een keer 60 nietwaar?
Daar hoort verjaardagstaart bij. Op zo’n bijzondere dag. Appelvlaai. E voila het themawoord. Waar kan ik de prijs ophalen?
Appelvlaai (05-09-2016) (Geschreven n.a.v. vorige stukje 5E60E42BC5724FBF 142551ADA7717125)
Ik trakteer vandaag. Op deze bijzondere dag. Maar liefst 60 jaar is ie geworden, onze Jan. Al meer dan 41 jaar in dienst. Wie herinnert zich niet zijn 40 jarig jubileum vorig jaar? En nu dan 60 jaar.
Zoveel kaarsen passen niet op de vlaai. Ware het niet dat Jan zelf met de vondst kwam voor dit euvel. Uit ervaring geboren. Hij had het al jaren uitgebroed en nu was de gelegenheid daar. 60 Jaar was ook zijn vader geworden, de dag dat die zijn grootste uitvinding deed. Slagroom die nooit op gaat. Nooit gepatenteerd. Bedrijf FBF had daar een stokje voor gestoken. De slagroommarkt zou namelijk instorten. Zorgvuldig plaatste Jan de 60 minikaarsjes. Zelf gekneed. Met vet van FBF.
Geen thema (06-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Geen probleem. Geen enkel. Geen houvast. Geen enkel probleem. Geen kopzorgen. Geen twijfel. Geen schrijfangst. Geen spellingproblemen. Geen vingerreuma. Geen knikkend geknie. Geen rugklachten. Geen zitvleesgejammer. Geen pen kwijt. Geen deadline. Geen duizelingen. Geen nood aan wandelen. Geen geforceerd taalgebruik. Geen fantasie. Geen fictie. Geen woordspel. Geen redactie. Geen wiskundige berekening. Geen karmaworsteling. Geen kromme tenen. Geen commentaar. Geen hartjes. Geen jaloezie. Geen euforie. Geen themaweekwinnaar. Geen verliezers. Geen thema. Geen scheve ogen. Geen nekkijken. Geen issue. Geen trek. Geen gevogel. Geen gehaast. Geen schrijversblokkade. Geen gedicht. Geen gebrei. Geen licht. Geen duisternis. Geen papiergeprop. Geen internet. Geen mierengeneuk. Geen boosheid. Geen wanhoop. Geen leegte. Geen gesprekken met mezelf. Geen gesprek met de ander. Geen alles. Geen niets. Geen punt
Hippopotomonstrosesquippedaliofobie (06-09-2016)
Je zult er maar last van hebben. Angst voor lange zinnen. Daarom een eenvoudige oplossing. Een kort stukje met lange woorden. Mocht u door het lezen van mijn stukje oplopen tegen een chronischevermoeidheidssyndroom, pillen nodig hebben, hiervoor bestaat geen geneesmiddelenvergoedingssysteem.
De enige troost die ik u kan bieden is een arbeidsongeschiktheidsverzekering, tegen betaling van een medeverantwoordelijkheidsheffing uiteraard. Schrik niet, 10% van de te betalen premie. Ja, ik moet mezelf wel indekken tegen mijn eigen bedrijfsrisico’s natuurlijk.
Ik kan u wel een alternatieve oplossing aanraden. Zandzeepsodemineraalwatersteenstralen. Succes verzekerd. Deze behandeling wordt in twee sauna’s in Nederland gegeven. Een in Goes en een in Bloemendaal. Voor dit advies graag even 100 euro overmaken naar mijn accountantadministratieconsulent. Die man moet ook betaald worden.
Fantasiemisbruik (08-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Ja nu ga ik helemaal los hoor. En ik doe het ongecensureerd. Voila. Niets haal ik weg en alles schrijf ik op. Uit het blote hoofd. Heb overigens nog nooit een hoofd aangekleed gezien, maar dat terzijde. Geen thema. Ik zal ze krijgen. Verzin ik toch lekker zelf iets. Fantasiemisbruik, zo noem ik het.
Ik kruip in mijn kale hoofd. Ja, een hoofd kan kaal zijn. En ja, ook dat weet ik, het kan ook gekleed gaan, een kaal hoofd. Toupet heet dat, toch? Het kleed warm aan. Zeker in de winter. Een bonttoupet volstaat dan. In de zomer liever iets meer luchtig. Van doorlatende stof. Van tule? Nee, dat zweet te veel. Wat een thema? Fantasie. Ik misbruik het.
Johnnie Contant (10-09-2016)
Ik zit hier in een luie zetel heerlijk te luisteren naar Johnnie Contant. Heerlijk. Ik waan me op de prairie en in de moerassen van Louisiana. Of dat technisch en geografisch überhaupt kan weet ik niet. Maar het is verrekte mooi. Zijn warme stem komt binnen en ik zie duizend boeven door de prairie en het moeras trekken. Ze slepen de ijzeren bal aan een ketting aan hun voet mee. Sommigen redden het en anderen net niet. Zeker die in het moeras hebben moeite het hoofd boven te houden. De zuigkracht hè. Fnuikend en moordend. Net als de hete zon die op de kale hoofden van de boeven brandt. Ook moordend. Een schietschijf voor de gevangenbewaarders en de politie. Uch!
Ik lig al in de winkel (12-09-2016) (Themawoord: Taai)
Hoi, mag ik me even voorstellen. Mijn naam is Taai. Taai Taai om precies te zijn. En ik lig vanaf heden in de winkel. In de buurtsuper, de Appiehappie en ook in de vitrine van de bakker en 120W. Ik smaak uitstekend en beveel mezelf aan. Opdat ie weer mag genieten van al mijn lekkers. Ik lig aardig op de markt en minstens tot en met de eerste week van december in de aanbieding. Daarna kunt mij uiteraard tegen een zacht prijsje in de uitverkoop kopen. Laat me niet links liggen, en ook niet rechts want u weet niet wat u mist. Even door de harde laag bijten en ik garandeer u, een milde zachtheid treedt u tegemoet. Taai Taai.
Taaipee (12-09-2016) (Themawoord: Taai)
Mijn oma wil nog heel graag een keer de zee zien. En niet zo maar de eerste de beste zee, nee een zee ver weg. Eentje die niet te voet, te fiets of per auto te halen is. Het liefst wil ze met het vliegtuig weg, of de boot, voor het geval ze het vliegtuig mist. Geen cruise want die stinken te veel en zijn zeer milieuonvriendelijk. Een zeppelin ook liever niet, want die doet haar aan de Lindenberg denken, en dan brandt de oorlog weer los. Niet doen. Niet voor oma. We besluiten voor oma een toepasselijke locatie te kiezen. Op gehoor, want lezen kan ze sowieso niet meer. Haar oor valt op Taaipee. Waarom willen we geeneens weten.
Het korte leven van Jippie J. (13-09-2016) (THemawoord: Taai)
Toine Jacobs had maar een droom. Immigreren naar Amerika en cowboy worden. Helemaal wild was ie van indianen en cowboys. Om te kunnen wonen in de States moest ie eerst een baan vinden. Gelukkig wist ie veel van paarden en werd al snel rodeo. Hij veranderde zijn naam in Jippie J. Ook stuurde hij een brief naar zijn geliefde tante in Marokko. Een uitnodiging om precies te zijn. Ouwe taaie Jippie J. ging namelijk trouwen. Met Missy P. Het was geen succes dat huwelijk. Missy had een gokverslaving en verbraste Jippie’s geld in een mum van tijd. Door haar schuld moest ie al zijn paarden verkopen. Dat kon Jippie niet verkroppen en verhing zich ten einde raad in de schuur.
Referend(r)um(mies) (14-09-2016)
Alsof we het al niet veel te druk hebben met z’n allen? Maar ik ben de kwaadste niet en sta voor alles open. Zodra het de democratie maar dient. Niet te verwarren overigens met demoncreatie. Dat laatste refereert aan de geboorte van monsters indien er teveel zeggenschap geboden wordt, correctief zeggenschap oftewel verbeterend zeggenschap.
Ben benieuwd hoe de bedrijfswereld dit nieuwe gat in de markt oppikt. De mogelijkheid tot referendrummen. De marketingafdelingen spinnen er in ieder geval garen bij. Zadel potentiële klandizie op met keuzestress en overlaad haar met tal van keuzes. De referendummies trappen er met grote voeten in. Zij gaan voor de beste aanbieding. Geef het volk brood, spelen en veel te k(n)iezen en de democratie lijkt gered.
Peppie eet bij Kokkie (14-09-2016) (Themawoord: Taai)
Ja, en wat eet die dan? Dat is de hamvraag. Boerenham van een koe uit de koeienstal van Bertus Bachus? Nee. Maar we komen wel in de buurt. Een lang verhaal dat ik hier kort probeer te vatten, samen met een gehoornde koe. Komt ie.
Kokkie heeft, slim als ie is, de stal uitgedaan bij Bertus. Een vies werkske, waar een gepaste beloning bij hoort. Koek! Nee, geen slappe fledder van de koe, maar iets stevigs, iets taais. Een onvervalste Janhagel, bestrooit met anijs.
Nog nooit gezien en nog nooit van gehoord, zei Kokkie tegen Bertus. En hij kreeg de hele zak mee. Een toffe gozer die Bertus. Ja, en Kokkie had nog wat af te rekenen met Peppie. Aldus.
Op zoek naar Taai (14-09-2016) (Themawoord: Taai)
Ik zoek taai en beland op een vreemde website.
Name: Angelique Samantha Taai
Born: March 31, 1987, King Williams Town, Eastern Cape
Current age: 29 years 167 days
Major teams: South Africa Women
Batting style: Right-hand bat
Bowling style: Right-arm medium-fast
Zou ze morgen echt 29 jaar en 168 dagen oud zijn? Wat wordt verstaan onder een werpstijl ‘half-snelle rechterarm’?
Ik bekijk nog wat cijfers. Debuten en laatste wedstrijden van Angelique Taai in spelvormen ODI en T20I. Informatie te over. De laatste wedstrijd (ODI) is tegen Nederland, gespeeld in Potchefstroom. Nooit van gehoord.
Ik snap niets van de terminologie op de website. De website-editor heet Sambit Bal. Causaal verband? Het blijft taaie kost dat cricket. Zeker qua regels en tijdsduur.
Off the record (19-09-2016) (Themawoord: Record)
Een populaire term die lekker bekt. Net als by the way. Bij de weg daar gebeurt het. In het veld. Tussen neus en lippen door. Malen, malen, malen. Een paar uur later komt dan eindelijk de productie op gang en verdwijnt in kannen en kruiken van metaal. De witte motor. De koebeesten draaien iedere dag opnieuw hetzelfde plaatje af.
En de boer, die ploegde voort. Hoewel het gras dit niet echt nodig heeft blijft het een leuke sport. Glunderend met vette blosse wangen en de pet scheef op het hoofd tuurt hij naar de diepe voren die de ploeg achter laat. Hij leest er goed weer in. Ondanks de nieuwe dreigende bestemmingsplannen. Angst regeert. Off the record. No milk today.
Precordiaal (19-09-2016) (Themawoord: Record)
Er is maar een orgaan dat ik vol overtuiging koester, verdedig en zorgvuldig bewaak. Waar ik honderd procent voor ga en nooit afstand van zal doen.
Nee, het is niet mijn huid, die is van olifant. En ook niet mijn nieren. Die drenken in zoete alcohol, zijn bovendien deels van steen. Mijn galblaas evenmin, al spuwt ie gif. Longen dan misschien? Bij lange na niet, voor mij zijn ze slechts lucht.
Resten mogelijk maag en lever, maar die vallen mij toch iets te zwaar. Alleen mijn hersenen kunnen nog roet in eten gooien. Maar ach, die bestaat slechts uit dikke hersenpap.
Een bloedband heb ik maar met een orgaan, het is waar ik compleet voor ga, mijn lieve hart. Precordiaal.
Record gebroken (20-09-2016) (Themawoord: Record)
Ik heb zojuist een record gebroken. Het viel zomaar voor mijn voeten op de grond. Ik trok het ook wat hardhandig uit de vaatwasser. Maar ja. Shit happens. Mijn vrouw zal nu ongelooflijk kwaad zijn. Maar ik deed het echt niet met opzet. Nee, het ging per ongeluk.
Daar ligt het record nu. Gebroken op de vloer. Ik kan wel janken. Het heeft zo lang stand gehouden. En nu in het zicht van de finish, legt het record het loodje. Snel bedenk ik een verklaring. Eigenlijk een smoes. Een leugentje om bestwil. Niemand mag namelijk weten dat het record gebroken is.
Snel ruim ik de vaatwasser opnieuw in. Met de schone spullen. Nood breekt wet. Ik schakel mijn stopwatch in.
Roger Rabbit (21-09-2016)
Binnenkort is het weer Burendag en ik ben dit jaar aangewezen voor de organisatie. Dat heb je als je in een dorp woont met amper 500 inwoners. Vroeg of laat ben je aan de beurt.
Het is een lintdorp waar ik woon. Indirect zijn we dus allemaal buren van elkaar. En zo voelt het ook want iedereen doet mee. Naast lintdorp is het ook een kringdorp. In het midden staat een dorp en een kroeg. Ook geschakeld. Een weg richting plein doorbreekt de rijtjeswoningen.
Er is veel ruimte voor een springkussen. En daar zet ik op in. Tradities moeten in ere blijven. Vorig jaar King Kong. Dit jaar is Roger Rabbit weer aan de beurt. BBQ en oude spelen. Klaar.
Poging tot record (22-09-2016) (Themawoord: Record)
Al wekenlang telt Tinus Tokio zijn dagen. Een maand hebben ze hem gegeven. Eerst telt hij de dagen op zijn vingers. En nu de handen op zijn gaat hij door op een kalender. Afstrepen, dag voor dag. Hij is al bijna toe aan een nieuwe kalender. Binnenkort maar weer eens naar de Chinees.
Het maakt Tinus ook niet meer uit. Hij kan eten wat ie wil. Een maand? Op week dertien zit ie al. Dertien plus een dag. Om zijn zinnen te verzetten, verzint Tinus een nieuwe zingeving. Met zijn ziekte moet dat kunnen. Alle boeken heeft hij er al over gelezen. Het mag niet baten. Het enige wat Tinus rest is poging tot record. In eindeloos de dagen tellen.
Pin (26-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Pin, dat is het goede antwoord van de laatste quizvraag. Zeker weten. Ik lever het papier in bij de wedstrijdleiding en wacht af. Ben benieuwd of iedereen de quiz op tijd zal inleveren. Hij is best moeilijk dit keer. Intussen is de stilte in het café te snijden. Fluisterend bestel ik een biertje. Dat heb ik wel verdiend.
Jammer dat er geen prijs wordt uitgereikt aan de snelste quizspeler. Dan zou ik vast gewonnen hebben. Hoewel? Dan moeten de antwoorden wel goed zijn. Ik twijfel daar een beetje aan. Maar die laatste vraag die heb ik zeker goed. Met mij meerderen vermoed ik. Waar zou ik dan het onderscheid kunnen maken? Ik neem nog wat pilsjes en word langzaam kegel.
Staaf (27-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Gelukkig ben ik op tijd. Altijd haasten als ik naar het ziekenhuis moet. Parkeren lukt. Eigenlijk geen plek, maar ik zet hem gewoon achter die van een ander. Noodgevalletje zogezegd. Bovendien heb ik sowieso al last van mijn staafjes en kegeltjes. Heb niet voor niets een afspraak met mijn oogarts.
Bij de oogarts gaat het vlotjes. Staafjes en kegeltjes zitten en functioneren nog prima. Of ik koffie wil? Voor de tijd die rest. Ik vind het prima. Is ook meteen de gel in mijn oog uitgewerkt. Oeps, wel doordrinken, want de teller van de parkeermeter loopt stiekum door.
Tevreden loop ik naar de auto. Alles op tijd gered. Behalve, help de auto. Een ijzeren staaf door de vooruit. Waarom toch?
Angst voor asval (28-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Daar zit ie dan weer, in een onmogelijke situatie. De zoveelste. Maar dit keer is het anders. Dit keer geeft hij niet op. ‘Toe maar, je kunt het!’ Moedigt hij zichzelf in gedachte aan. Het ziet er best komisch uit. Een buitenstaander zou zich er zelfs aan vergapen.
Gelukkig is de situatie veilig. Hij bevindt zich onder lotgenoten. Alleen die maken zijn lot nu wel erg zwaar. En een ding. Hij mag niet beven. Niet nu. Absoluut niet. Niet beven en niet trillen. Deze weddenschap moet ie winnen. Hoe dan ook. Van zichzelf en voor anderen. Zijn vrouw vooral. Die juicht deze recordpoging nog het meest toe.
Een langste askegel moet ie fabriceren. Pas dan kan ie stoppen met roken.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Even slikken (02-09-2016) (Themawoord: Gelei)
Ze trekt een vies gezicht. Dit is nou niet bepaald een smaakje naar haar goesting. Veel liever heeft ze haaienvinnensoep. Dat is haar favoriet. Voor haar mag alles naar haaienvinnensoep smaken. De liefde voor deze soep heeft ze al op jonge leeftijd ervaren. Bij oma. De beste haaienvinnensoepmaakster van de wereld. Op basis van vinnen van hamerhaai en tijgerhaai.
Nee, dit is toch even wennen. De consistentie en viscositeit is weliswaar vergelijkbaar. Maar toch, te veel gelei en te doorzichtig. Ook de kleine stukjes die erin drijven zijn niet echt lekker. Ze smaken toch wel ietwat zurig. En zuur is niet waar ze op zit te wachten, na het zoet. De volgende keer slikt ze alles in een keer door.
5E60E42BC5724FBF 142551ADA7717125 (05-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Normaal ben ik een kei in het oplossen van puzzels, cryptogrammen en sudoko’s. Maar het kraken van een code, dat is toch geheel andere koek.
Dit is hoever ik gekomen ben. Twee belangrijke cijferreeksen. 142551 en 7717125. De laatste reeks delen door de eerste. Afronden naar boven op heel getal. Maakt 54.
Ada is de vrouw van. Ze woont op postcode 5724 BC, in Ommel dus. Morgen is het de 5e, de dag waarop Ada’s man, Jan van Haven zijn 60e verjaardag viert. Jan werkt bij de FBF en nodigt alle 42 personeelsleden uit. Je wordt maar een keer 60 nietwaar?
Daar hoort verjaardagstaart bij. Op zo’n bijzondere dag. Appelvlaai. E voila het themawoord. Waar kan ik de prijs ophalen?
Appelvlaai (05-09-2016) (Geschreven n.a.v. vorige stukje 5E60E42BC5724FBF 142551ADA7717125)
Ik trakteer vandaag. Op deze bijzondere dag. Maar liefst 60 jaar is ie geworden, onze Jan. Al meer dan 41 jaar in dienst. Wie herinnert zich niet zijn 40 jarig jubileum vorig jaar? En nu dan 60 jaar.
Zoveel kaarsen passen niet op de vlaai. Ware het niet dat Jan zelf met de vondst kwam voor dit euvel. Uit ervaring geboren. Hij had het al jaren uitgebroed en nu was de gelegenheid daar. 60 Jaar was ook zijn vader geworden, de dag dat die zijn grootste uitvinding deed. Slagroom die nooit op gaat. Nooit gepatenteerd. Bedrijf FBF had daar een stokje voor gestoken. De slagroommarkt zou namelijk instorten. Zorgvuldig plaatste Jan de 60 minikaarsjes. Zelf gekneed. Met vet van FBF.
Geen thema (06-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Geen probleem. Geen enkel. Geen houvast. Geen enkel probleem. Geen kopzorgen. Geen twijfel. Geen schrijfangst. Geen spellingproblemen. Geen vingerreuma. Geen knikkend geknie. Geen rugklachten. Geen zitvleesgejammer. Geen pen kwijt. Geen deadline. Geen duizelingen. Geen nood aan wandelen. Geen geforceerd taalgebruik. Geen fantasie. Geen fictie. Geen woordspel. Geen redactie. Geen wiskundige berekening. Geen karmaworsteling. Geen kromme tenen. Geen commentaar. Geen hartjes. Geen jaloezie. Geen euforie. Geen themaweekwinnaar. Geen verliezers. Geen thema. Geen scheve ogen. Geen nekkijken. Geen issue. Geen trek. Geen gevogel. Geen gehaast. Geen schrijversblokkade. Geen gedicht. Geen gebrei. Geen licht. Geen duisternis. Geen papiergeprop. Geen internet. Geen mierengeneuk. Geen boosheid. Geen wanhoop. Geen leegte. Geen gesprekken met mezelf. Geen gesprek met de ander. Geen alles. Geen niets. Geen punt
Hippopotomonstrosesquippedaliofobie (06-09-2016)
Je zult er maar last van hebben. Angst voor lange zinnen. Daarom een eenvoudige oplossing. Een kort stukje met lange woorden. Mocht u door het lezen van mijn stukje oplopen tegen een chronischevermoeidheidssyndroom, pillen nodig hebben, hiervoor bestaat geen geneesmiddelenvergoedingssysteem.
De enige troost die ik u kan bieden is een arbeidsongeschiktheidsverzekering, tegen betaling van een medeverantwoordelijkheidsheffing uiteraard. Schrik niet, 10% van de te betalen premie. Ja, ik moet mezelf wel indekken tegen mijn eigen bedrijfsrisico’s natuurlijk.
Ik kan u wel een alternatieve oplossing aanraden. Zandzeepsodemineraalwatersteenstralen. Succes verzekerd. Deze behandeling wordt in twee sauna’s in Nederland gegeven. Een in Goes en een in Bloemendaal. Voor dit advies graag even 100 euro overmaken naar mijn accountantadministratieconsulent. Die man moet ook betaald worden.
Fantasiemisbruik (08-09-2016) (Themawoord: Geen themawoord gekozen door redactie)
Ja nu ga ik helemaal los hoor. En ik doe het ongecensureerd. Voila. Niets haal ik weg en alles schrijf ik op. Uit het blote hoofd. Heb overigens nog nooit een hoofd aangekleed gezien, maar dat terzijde. Geen thema. Ik zal ze krijgen. Verzin ik toch lekker zelf iets. Fantasiemisbruik, zo noem ik het.
Ik kruip in mijn kale hoofd. Ja, een hoofd kan kaal zijn. En ja, ook dat weet ik, het kan ook gekleed gaan, een kaal hoofd. Toupet heet dat, toch? Het kleed warm aan. Zeker in de winter. Een bonttoupet volstaat dan. In de zomer liever iets meer luchtig. Van doorlatende stof. Van tule? Nee, dat zweet te veel. Wat een thema? Fantasie. Ik misbruik het.
Johnnie Contant (10-09-2016)
Ik zit hier in een luie zetel heerlijk te luisteren naar Johnnie Contant. Heerlijk. Ik waan me op de prairie en in de moerassen van Louisiana. Of dat technisch en geografisch überhaupt kan weet ik niet. Maar het is verrekte mooi. Zijn warme stem komt binnen en ik zie duizend boeven door de prairie en het moeras trekken. Ze slepen de ijzeren bal aan een ketting aan hun voet mee. Sommigen redden het en anderen net niet. Zeker die in het moeras hebben moeite het hoofd boven te houden. De zuigkracht hè. Fnuikend en moordend. Net als de hete zon die op de kale hoofden van de boeven brandt. Ook moordend. Een schietschijf voor de gevangenbewaarders en de politie. Uch!
Ik lig al in de winkel (12-09-2016) (Themawoord: Taai)
Hoi, mag ik me even voorstellen. Mijn naam is Taai. Taai Taai om precies te zijn. En ik lig vanaf heden in de winkel. In de buurtsuper, de Appiehappie en ook in de vitrine van de bakker en 120W. Ik smaak uitstekend en beveel mezelf aan. Opdat ie weer mag genieten van al mijn lekkers. Ik lig aardig op de markt en minstens tot en met de eerste week van december in de aanbieding. Daarna kunt mij uiteraard tegen een zacht prijsje in de uitverkoop kopen. Laat me niet links liggen, en ook niet rechts want u weet niet wat u mist. Even door de harde laag bijten en ik garandeer u, een milde zachtheid treedt u tegemoet. Taai Taai.
Taaipee (12-09-2016) (Themawoord: Taai)
Mijn oma wil nog heel graag een keer de zee zien. En niet zo maar de eerste de beste zee, nee een zee ver weg. Eentje die niet te voet, te fiets of per auto te halen is. Het liefst wil ze met het vliegtuig weg, of de boot, voor het geval ze het vliegtuig mist. Geen cruise want die stinken te veel en zijn zeer milieuonvriendelijk. Een zeppelin ook liever niet, want die doet haar aan de Lindenberg denken, en dan brandt de oorlog weer los. Niet doen. Niet voor oma. We besluiten voor oma een toepasselijke locatie te kiezen. Op gehoor, want lezen kan ze sowieso niet meer. Haar oor valt op Taaipee. Waarom willen we geeneens weten.
Het korte leven van Jippie J. (13-09-2016) (THemawoord: Taai)
Toine Jacobs had maar een droom. Immigreren naar Amerika en cowboy worden. Helemaal wild was ie van indianen en cowboys. Om te kunnen wonen in de States moest ie eerst een baan vinden. Gelukkig wist ie veel van paarden en werd al snel rodeo. Hij veranderde zijn naam in Jippie J. Ook stuurde hij een brief naar zijn geliefde tante in Marokko. Een uitnodiging om precies te zijn. Ouwe taaie Jippie J. ging namelijk trouwen. Met Missy P. Het was geen succes dat huwelijk. Missy had een gokverslaving en verbraste Jippie’s geld in een mum van tijd. Door haar schuld moest ie al zijn paarden verkopen. Dat kon Jippie niet verkroppen en verhing zich ten einde raad in de schuur.
Referend(r)um(mies) (14-09-2016)
Alsof we het al niet veel te druk hebben met z’n allen? Maar ik ben de kwaadste niet en sta voor alles open. Zodra het de democratie maar dient. Niet te verwarren overigens met demoncreatie. Dat laatste refereert aan de geboorte van monsters indien er teveel zeggenschap geboden wordt, correctief zeggenschap oftewel verbeterend zeggenschap.
Ben benieuwd hoe de bedrijfswereld dit nieuwe gat in de markt oppikt. De mogelijkheid tot referendrummen. De marketingafdelingen spinnen er in ieder geval garen bij. Zadel potentiële klandizie op met keuzestress en overlaad haar met tal van keuzes. De referendummies trappen er met grote voeten in. Zij gaan voor de beste aanbieding. Geef het volk brood, spelen en veel te k(n)iezen en de democratie lijkt gered.
Peppie eet bij Kokkie (14-09-2016) (Themawoord: Taai)
Ja, en wat eet die dan? Dat is de hamvraag. Boerenham van een koe uit de koeienstal van Bertus Bachus? Nee. Maar we komen wel in de buurt. Een lang verhaal dat ik hier kort probeer te vatten, samen met een gehoornde koe. Komt ie.
Kokkie heeft, slim als ie is, de stal uitgedaan bij Bertus. Een vies werkske, waar een gepaste beloning bij hoort. Koek! Nee, geen slappe fledder van de koe, maar iets stevigs, iets taais. Een onvervalste Janhagel, bestrooit met anijs.
Nog nooit gezien en nog nooit van gehoord, zei Kokkie tegen Bertus. En hij kreeg de hele zak mee. Een toffe gozer die Bertus. Ja, en Kokkie had nog wat af te rekenen met Peppie. Aldus.
Op zoek naar Taai (14-09-2016) (Themawoord: Taai)
Ik zoek taai en beland op een vreemde website.
Name: Angelique Samantha Taai
Born: March 31, 1987, King Williams Town, Eastern Cape
Current age: 29 years 167 days
Major teams: South Africa Women
Batting style: Right-hand bat
Bowling style: Right-arm medium-fast
Zou ze morgen echt 29 jaar en 168 dagen oud zijn? Wat wordt verstaan onder een werpstijl ‘half-snelle rechterarm’?
Ik bekijk nog wat cijfers. Debuten en laatste wedstrijden van Angelique Taai in spelvormen ODI en T20I. Informatie te over. De laatste wedstrijd (ODI) is tegen Nederland, gespeeld in Potchefstroom. Nooit van gehoord.
Ik snap niets van de terminologie op de website. De website-editor heet Sambit Bal. Causaal verband? Het blijft taaie kost dat cricket. Zeker qua regels en tijdsduur.
Off the record (19-09-2016) (Themawoord: Record)
Een populaire term die lekker bekt. Net als by the way. Bij de weg daar gebeurt het. In het veld. Tussen neus en lippen door. Malen, malen, malen. Een paar uur later komt dan eindelijk de productie op gang en verdwijnt in kannen en kruiken van metaal. De witte motor. De koebeesten draaien iedere dag opnieuw hetzelfde plaatje af.
En de boer, die ploegde voort. Hoewel het gras dit niet echt nodig heeft blijft het een leuke sport. Glunderend met vette blosse wangen en de pet scheef op het hoofd tuurt hij naar de diepe voren die de ploeg achter laat. Hij leest er goed weer in. Ondanks de nieuwe dreigende bestemmingsplannen. Angst regeert. Off the record. No milk today.
Precordiaal (19-09-2016) (Themawoord: Record)
Er is maar een orgaan dat ik vol overtuiging koester, verdedig en zorgvuldig bewaak. Waar ik honderd procent voor ga en nooit afstand van zal doen.
Nee, het is niet mijn huid, die is van olifant. En ook niet mijn nieren. Die drenken in zoete alcohol, zijn bovendien deels van steen. Mijn galblaas evenmin, al spuwt ie gif. Longen dan misschien? Bij lange na niet, voor mij zijn ze slechts lucht.
Resten mogelijk maag en lever, maar die vallen mij toch iets te zwaar. Alleen mijn hersenen kunnen nog roet in eten gooien. Maar ach, die bestaat slechts uit dikke hersenpap.
Een bloedband heb ik maar met een orgaan, het is waar ik compleet voor ga, mijn lieve hart. Precordiaal.
Record gebroken (20-09-2016) (Themawoord: Record)
Ik heb zojuist een record gebroken. Het viel zomaar voor mijn voeten op de grond. Ik trok het ook wat hardhandig uit de vaatwasser. Maar ja. Shit happens. Mijn vrouw zal nu ongelooflijk kwaad zijn. Maar ik deed het echt niet met opzet. Nee, het ging per ongeluk.
Daar ligt het record nu. Gebroken op de vloer. Ik kan wel janken. Het heeft zo lang stand gehouden. En nu in het zicht van de finish, legt het record het loodje. Snel bedenk ik een verklaring. Eigenlijk een smoes. Een leugentje om bestwil. Niemand mag namelijk weten dat het record gebroken is.
Snel ruim ik de vaatwasser opnieuw in. Met de schone spullen. Nood breekt wet. Ik schakel mijn stopwatch in.
Roger Rabbit (21-09-2016)
Binnenkort is het weer Burendag en ik ben dit jaar aangewezen voor de organisatie. Dat heb je als je in een dorp woont met amper 500 inwoners. Vroeg of laat ben je aan de beurt.
Het is een lintdorp waar ik woon. Indirect zijn we dus allemaal buren van elkaar. En zo voelt het ook want iedereen doet mee. Naast lintdorp is het ook een kringdorp. In het midden staat een dorp en een kroeg. Ook geschakeld. Een weg richting plein doorbreekt de rijtjeswoningen.
Er is veel ruimte voor een springkussen. En daar zet ik op in. Tradities moeten in ere blijven. Vorig jaar King Kong. Dit jaar is Roger Rabbit weer aan de beurt. BBQ en oude spelen. Klaar.
Poging tot record (22-09-2016) (Themawoord: Record)
Al wekenlang telt Tinus Tokio zijn dagen. Een maand hebben ze hem gegeven. Eerst telt hij de dagen op zijn vingers. En nu de handen op zijn gaat hij door op een kalender. Afstrepen, dag voor dag. Hij is al bijna toe aan een nieuwe kalender. Binnenkort maar weer eens naar de Chinees.
Het maakt Tinus ook niet meer uit. Hij kan eten wat ie wil. Een maand? Op week dertien zit ie al. Dertien plus een dag. Om zijn zinnen te verzetten, verzint Tinus een nieuwe zingeving. Met zijn ziekte moet dat kunnen. Alle boeken heeft hij er al over gelezen. Het mag niet baten. Het enige wat Tinus rest is poging tot record. In eindeloos de dagen tellen.
Pin (26-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Pin, dat is het goede antwoord van de laatste quizvraag. Zeker weten. Ik lever het papier in bij de wedstrijdleiding en wacht af. Ben benieuwd of iedereen de quiz op tijd zal inleveren. Hij is best moeilijk dit keer. Intussen is de stilte in het café te snijden. Fluisterend bestel ik een biertje. Dat heb ik wel verdiend.
Jammer dat er geen prijs wordt uitgereikt aan de snelste quizspeler. Dan zou ik vast gewonnen hebben. Hoewel? Dan moeten de antwoorden wel goed zijn. Ik twijfel daar een beetje aan. Maar die laatste vraag die heb ik zeker goed. Met mij meerderen vermoed ik. Waar zou ik dan het onderscheid kunnen maken? Ik neem nog wat pilsjes en word langzaam kegel.
Staaf (27-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Gelukkig ben ik op tijd. Altijd haasten als ik naar het ziekenhuis moet. Parkeren lukt. Eigenlijk geen plek, maar ik zet hem gewoon achter die van een ander. Noodgevalletje zogezegd. Bovendien heb ik sowieso al last van mijn staafjes en kegeltjes. Heb niet voor niets een afspraak met mijn oogarts.
Bij de oogarts gaat het vlotjes. Staafjes en kegeltjes zitten en functioneren nog prima. Of ik koffie wil? Voor de tijd die rest. Ik vind het prima. Is ook meteen de gel in mijn oog uitgewerkt. Oeps, wel doordrinken, want de teller van de parkeermeter loopt stiekum door.
Tevreden loop ik naar de auto. Alles op tijd gered. Behalve, help de auto. Een ijzeren staaf door de vooruit. Waarom toch?
Angst voor asval (28-09-2016) (Themawoord: Kegel)
Daar zit ie dan weer, in een onmogelijke situatie. De zoveelste. Maar dit keer is het anders. Dit keer geeft hij niet op. ‘Toe maar, je kunt het!’ Moedigt hij zichzelf in gedachte aan. Het ziet er best komisch uit. Een buitenstaander zou zich er zelfs aan vergapen.
Gelukkig is de situatie veilig. Hij bevindt zich onder lotgenoten. Alleen die maken zijn lot nu wel erg zwaar. En een ding. Hij mag niet beven. Niet nu. Absoluut niet. Niet beven en niet trillen. Deze weddenschap moet ie winnen. Hoe dan ook. Van zichzelf en voor anderen. Zijn vrouw vooral. Die juicht deze recordpoging nog het meest toe.
Een langste askegel moet ie fabriceren. Pas dan kan ie stoppen met roken.
31-08-2016
Schrijfveren Augustus 2016
Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Niet veel soeps (01-08-2016)
Op de menukaart die voor me ligt staat een menu geschreven met meerdere opties. Nieuwsgierig laat ik mijn oog erover heen gaan. Lastig want het staat geschreven in Duits. Sommige dingen kan ik plaatsen. Anderen dan weer niet. Een woord valt me in het bijzonder op. Kaltschale. Het alternatief voor Suppe, naar later blijkt. Ik moet onwillekeurig meteen aan Kaltstellen denken en ga voor de soep. Mijn vrouw, meer avontuurlijk dan ik, kiest voor Kaltschale.
Ze krijgt een wit kommetje voorgeschoteld met een vuurrode vloeistof. Is het saus, is het gelei? En waaruit bestaat deze bijzonder gladde substantie. Mijn vrouw neemt een hapje en trekt een zuur gezicht. Of is het zoet? Mierenzoet. Het blijkt een koude soep te zijn gemaakt van geplette aardbeien, waar de pitjes zijn uitgehaald. Voor het zicht? Of omdat ze geen andere bereiding konden verzinnen? Het smaakt van geen meter. Ook niet als ik proef. Bah.
Navraag helpt. Een vermoeden komt uit. De menukaart bevat namelijk allemaal alternatieve gerechten voor vegetariërs. Zo ook de soep. Die steevast in Oostenrijk getrokken is uit beestenbouillon. Het meest logisch blijkt dan een koud vruchten-, groente- of fruitsoepje. Later in de week komen ook nog een net zo rode bietensoep langs en een druivenpapje. Bah, bah, bah. Ik ben geen vegetariër maar zal het op deze manier ook nooit worden. De rest van de gerechten blijken echter wel vegetariërwaardig. Maar vegasoep is not done.
De hoofdbedienster excuseert zich voor de armoedige keuze. We hebben gevraagd of Kaltschale een gekend gerecht is in Oostenrijk. Sommige landen kennen de merkwaardigste gerechten en tradities. Ook wel Knoedel genoemd. Ha, ha. Maar ze stelt ons gerust. Nee, Oostenrijkers eten nooit Kaltschale, maar omdat het agentschap van het boekingskantoor er specifiek om had gevraagd voor haar klanten, heeft het hotelmanagement, lees de chef-kok, voor deze keuze gekozen. Ik zeg. Kaltstellen die Kaltschalen. Bah.
Aarden (03-08-2016)
Ik zuig mijn longen vol met lucht. Met dichtgeknepen stemspleet. Ik hoor mezelf gorgelen, wat er niet toe bijdraagt dat ik onmiddellijk aard. Dat schijnt ook niet een, twee, drie te lukken. Het vraagt wel even oefening. Ook mijn buik zie ik niet de gewenste uitslag maken. Dat kan ook niet want ik hou mijn adem in. Dat moet. Net zoveel tellen als dat ik zojuist adem heb ingeademd. Maar daar zit nu net de crux. Door mijn focus op de bijzondere vorm van ademhaling, ben ik de tel kwijtgeraakt. Was het nu tien of elf tellen? Ik weet het niet meer.
Het komt niet zo nauw. Aldus de yogalerares. Maar dat moet je nu net niet tegen een maagd zeggen. Dubbelmaagd. Nou die raken in de frut hoor, als de tel kwijt raakt. Ze bewegen hemel en aarde om het goed te doen. En dat moet nu net niet. Ontspannen, relaxed, het komt niet op een of twee tellen. Ja, ho nou. Het ademhalen zou juist moeten helpen bij het aarden. Nou, mooi niet. Gefrustreerd kijk ik om mij heen. Naast me lijkt iedereen in trance te verkeren. Grommend in trance. Dat wel. Ik niet. Ik baal.
Eerst laat ik de lucht nog maar eens ontsnappen. Met een flinke stoot. Want dat schijnt te helpen bij het volledig leeggooien van de longen. Nog even een naproest en ik ben er klaar voor. Voor een nieuwe luchtschep. Dit keer besluit ik de juiste volgorde aan te houden. Moet kunnen. Eerst via de buik, dan langzaam naar de flanken om uiteindelijk via de hoge borst hoog naar de achterkant van mijn oogleden in te ademen. Ja, ja, het kan, het bestaat. Met dichtgeknepen stemspleet. Ja, ja. En het lukt. Het lukt. Ik zie wel scheel en kan amper de adem inhouden. De tel ben ik weer kwijtgeraakt. Maar wat kan het bommen. Ik voel de warme adem van de yogalerares in mijn nek. Ze staat vlak achter me. 'Goed zo!' ... fluistert ze zacht. Mijn dag kan niet meer stuk. Compleet geaard. Stokstijf sta ik stil in het moment.
Gezond egoïsme (05-08-2016)
Jij vindt dat ik een egoïst ben. Ik vind dat ongezond. Alles wat jij vindt overigens. Het is maar dat jij dat weet. Jij die nooit eens voor jezelf durft op te komen. Die altijd een mening heeft over anderen. Vloekt en tiert omdat de maatschappij niet deugt. Jij misbaksel. Geen enkele eigen verantwoordelijkheid neem je. En je neemt anderen de maat. Ongelooflijk maar waar. Ze zouden jou eens een paar dagen, wat zeg ik, een paar maanden moeten opsluiten, alleen met jezelf. Op een eiland. Een selfsupporting eiland. Dat zal je leren. Alleen maar aan andere denken. Aan en over. Heb je dan helemaal geen greintje respect voor jezelf? Wat jezelf denkt, voelt, vindt? Dat valt niet mee hè, voor jezelf denken?
Gelukkig heb je nog je papa en mama en mij. Kun je toch nog ergens een ik van maken. Ja jij ja die alleen maar aan anderen denkt. Hoe durf je? Aan en voor anderen te denken. It never makes the world go round. Vooruitgang begint niet bij jou maar bij mij. Bij ik. Voor jou ben ik dan misschien je ik. Maar veel liever heb ik dat ik niet langer jou hoef aan te sturen. Een beetje helpen, vooruit, dat kan natuurlijk geen kwaad. Maar toch. Jij zult het als ik uiteindelijk zelf moeten doen. Want als niemand er meer is ben je immers op jezelf aangewezen, op een ik. Nee, een egoïst ben je helaas niet. Heel ongezond. Je bent een ontiegelijke jij-ist. Wordt toch eens wakker!
De wind waait november (07-08-2016)
Zo begint het gedicht van Piet Boermans. De wind waait november. Niet zomaar een gedicht. Nee, een gedicht voor een speciale gelegenheid, en zijn eerste. Een debuut ja. Schrijf iets over wind is de opdracht.
Piet weet het meteen. Poëet als Piet is. Maar een gedicht schrijven heeft hij nog nooit gedaan. Gewoon beginnen dan maar. De wind waait november. En doet geen deuren dicht. Rijmen hoeft niet. Bende gek. Nergens voor nodig. Echte poëten rijmen niet. Die gebruiken fluweelachtige zinnen. Maken van iets niets. Zonder speelfouten. Dichten is geen spelletje. Het is serieuze business.
De wind waait in november. De schop staat open. De schop ja, niet de schuur. Het uur luidt u. Waar o waar, zijt gij? Lieve spade. Ik dram u de grond in. Gewoon omdat het kan. De hark weet van niets. Hork. De wind waait in november. Alsof Piet dat niet weet. De deur slaat dicht. De hork vat vlam. Armoedig is de liefde. Schrijven is geen kattenpis.
Het tweede couplet laat op zich wachten. Couplet, couplet. Er hoeft toch geen couplet aan te pas te komen bij het dichten? Het is geen lied. Maar wel hetzelfde. De dichter, de poëet, weet even niet waar te kijken. Toch maar gewoon een verhaaltje schrijven? Nee, dat is Piet's eer te na. Liever voorspelt hij weer. Niet per se in november.
Onder water (09-08-2016)
Dat is lang geleden. Dat ik onder water geschreven heb. In Word Perfect, als ik me goed herinner. Toen het leven op de computer nog eenvoudig was. Overzichtelijk en heel erg DOS. Nu doe ik het weer. Onder water schrijven. Het scherm waarin ik de tekst digitaal type is zo klein dat ik goed moet nadenken, korte zinnen gebruiken en voortdurend scrollen om enigzins overzicht te houden en controle op de voortgang. Ik ben thans ook op een leeftijd dat mijn korte termijn geheugen niet meer in een klein hokje past. Amper een halve minuut standhoudt. En laten we elkaar geen watje noemen. Om een goede tekst te produceren moet men vaker dan een keer een halve minuut nadenken. Natuurlijk is er altijd wel een escape. Maar dan nog. Een goede tekst verdient aandacht, contemplatie en tijd. Voldoende tijd.
Mijn escape vandaag is het feit dat ik nu bezig ben met een schrijfveer. Dan mag het. Sterker, dan moet het. Doorschrijven zonder stil te staan. De woorden, zinnen laten vloeien, bij voorkeur associatief. Ik zou niet eens weten hoe dat anders moet. Dissociatief? Als je iemand of iets wil dissen? Het tegenovergestelde van associatief? Opeenvolgend, rechtlijnig, constructief? Ik zou het niet weten. Hoeft ook niet. Ik weet nu al niet meer wat ik zojuist geschreven heb. En dat voelt heerlijk. Het voelt als onderwater zwemmen. Met een waas voor ogen en dempend geluid. Alles klinkt wollig onder water. En het leuke is. Je weet vaak niet waar je uitkomt, waar je naartoe zwemt. En dan begint de adem te stokken. Nog geen wal in zicht. En je wil volhouden. Het hele stuk onder water zwemmen. Zo gaat dat ook met schrijven. Waar en wanneer is het af. De adem stokt. De laatste woorden. Nee, ja. Af.
Volgens mij heb ik nog vijf minuten om te schrijven. Vijftien minuten associëren, heerlijk. Dat is eigenlijk best lang. Zeker onderwater. Vier regels van mijn stuk kan ik terug lezen. Niet de minste, maar ik kan beter, meer vooral. Ik kan natuurlijk ook gewoon ophouden met schrijven. Gewoon omdat het kan. Dan blijf ik nog effe onder water zonder woorden. Dat is helemaal een mooie wereld. Lekker letterlijk uitglijden in het water. Alles vergeten. Letters, woorden, zinnen. Alleen maar zijn. Onder water.
Omringd door meeuwen (11-08-2016)
De boot vaart naar Texel. Een heilige boot. Een veerboot. Omringd door meeuwen. De hele boot ligt vol met meeuwenveren. Witte, grijze, witgrijze veren. Helemaal onder gescheten zijn de veren. De meeuwen maken geen onderscheid. Niet tussen mens, boot of veer. Vele veren hebben ze gelaten. De vogels ogen kaal en hongerig. Waarom het een heilig boot is is mij nog niet geheel duidelijk. Aan de boot is niets heiligs te zien. Tenminste niet vanaf de wal en de reling. Vanuit de lucht misschien?
Ja, dat is het. Meeuwen komen niet voor in godsgeschriften, duiven daarentegen wel. Vooral witte. Vredesduiven. Nou die worden hier node gemist. De meeuwen schijten werkelijk alles onder. Het lijkt wel oorlog. Wat een troep. Doen duiven dat dan niet? Alles onder schijten? Ja, maar wel veel minder. Een flats van een meeuw is niet te vergelijken met eentje van een duif. Daarom houd ik mijn mond altijd dicht op een boot. Geen trek in weeïge meeuwenoesters.
Maar dat heilig zit me nog steeds niet lekker. Of wacht? Vanuit de lucht gezien vormen de krijsende hongerige beesten waarachtig een groot witgrijs aureool boven de boot. Zou dat het heilig maken? Ik kan geen andere, betere verklaring vinden. Dat ze de veerboot eerder ontheiligen dat mag duidelijk zijn. Een boot vol vieze veren. Onder gescheten. Bah. Ze kijken ook helemaal niet vredig die meeuwen.
Duiven doen dat wel. Al eens een duif en een meeuw diep in de ogen gekeken? De onschuldige kraaloogjes van de duif die voortdurend lijken te zeggen, heb me lief ik ben onschuldig en onnozel? Dit voortdurend bevestigend door ja te knikken. Nee, dan toch liever de meeuw. Die met boze blik, verontwaardigd, maar ook uitdagend en met de nodige lef je brutaal aanstaart. Hier die frites. De hebberd. Het is geen vredige blik maar een vreterige. Niks heilige boot. Niks heilige vogel. Schijnheilig. Hij wil alleen maar eten en schijten. Schijtheilig. Want hij vliegt daarna meteen weer weg. Alsof er niets aan de hand is. Dat ie toch gauw opzout. Met zijn meeuwenfratsen.
Onbelemmerd licht (13-08-2016)
Wat heerlijk is het toch om onbelemmerd licht te zijn. Zeker in de huidige maatschappij, waar vet zwaar de tendens is. Obesitas totalis. Magere Hein lacht in zijn iele vuistje. De grafkistenverkoper ook. Kisten extra large leveren veel meer op. De winstmarge is veel groter. Met zwaar vet ben je mooi de sjaak. Je leeft over het algemeen korter en je zweet ook veel meer.
Onbelemmerd licht, dan ben je vrij en veel beter af. Zo ook bij de Olympische Spelen die momenteel spelen. Lichtgewichten en vlieggewichten scoren aan de lopende band. Lopend poepen doen ze ook. Dat komt door al die vermageringspilletjes. Anorexia latentis is het gevolg. En toch, ik vind ze schattig, al die minimeisjes. Al die elastieken turnpoppetjes. Je zou ze zo mee naar huis willen nemen. Over je knie op de buik leggen en dan een boertje laten doen. Zo schattig zijn ze. Maar ook best eng. Zij het wel echte mensjes? Hoe zijn ze in hemelsnaam de jeugd doorgekomen? Groot gebracht met strekkingsoefeningen en bambixkrachtvoer.
De judoka's en roeiers hebben er nog het meeste moeite mee. Om binnen de gewichtsklasse te blijven, eten ze vaak niet. Een grote inspanning leveren op een lege maag dat moet toch pijnlijk zijn? En hoe werkt dat bij de zwaargewichten? Eten zij zich stijf met pasta en enorme biefstukken. Dan laat je tijdens de strijd toch flinke scheten lijkt me. Als superworstelaar van pakweg 120 kilo zou ik me helemaal stijf eten aan knoflook. Kom maar op. Ik lust je rauw. Mocht ik zo'n tegenstander tegenkomen dan zou ik heel hard wegrennen. Achter mijn neusvleugels aan. Want die zijn er sowieso van tussen.
Op straat spelen (!5-08-2016)
Ik bind de lange veters van mijn rolschaatsen vast, zittend op de stoep. Het is weer zo'n mooie dag waarop alles bij elkaar komt. De vrienden en ik. We hebben er weer zin in. De wedstrijd van gisteren ligt ons nog vers in het geheugen. De halve finale wordt zo meteen nagespeeld. Minuut voor minuut. Met naam en toenaam. Maar wel met een andere uitslag.
Vandaag ben ik Ties en Bert is Paul. We spelen tegen de Duitsers, wie anders? De straat bakenen we met stoepkrijt af. We zoeken het egaalste stuk uit. Enige voorwaarde, het stuk moet twee straatputten bevatten, tegenover elkaar liggend. Toevallig is dat zo, in onze straat.
We zijn onze eigen scheidsrechter. Dat is maar goed ook.
De Duitsers werken mee. Ben even kwijt hoe ze ook al weer heetten. Ze moeten wel een naam hebben. Heinz en Fritz maken we ervan. De eindstand is bekend. Wij winnen met 3 - 0. Maar dat even terzijde. Natuurlijk gaan we volop in de strijd. We pakken onze sticks, die aan de krul tot een à twee centimeter zijn afgesleten. Nu nog een goede platte steen die niet te groot is. Gelukkig bestaat ons mini-achtertuintje uit grint. De wedstrijd kan beginnen. Uiteraard hebben we de rolschaatshockeyspelregels aangepast aan onze eigen norm. Platte en bolle kant van hockeystick mogen beiden gebruikt worden. Er zit sowieso geen puntje meer aan de krul.
De eerste steen vliegt in de put. Ik scoor als Ties. Hard, heel hard. Uit een strafcorner. Paul scoort daarna. Ook uit een strafcorner. De doelpunten doen niet voor elkaar onder. De Duitsers bakken er niets van. Maar dat was ook zo afgesproken. Ties scoort de derde treffer. Ik kijk net zo stoer als hem en steek mijn vuist in de lucht. Bert vliegt als Paul om mijn nek. Bijna wereldkampioen!
Dierbare grond (17-08-2016)
Ik laat de aarde traag door mijn handen glijden. De kleine vette korrels voelen stroef tussen mijn vingers. Blijven plakken. Vette löss. Het is speciale grond. Geboortegrond. Doordrenkt met tranen. Hij is niet langer van mij. Behoort me niet meer toe. De korrels landen op mijn voeten, vinden hun weg terug. Ik stamp ze aan. Es war einmal. Ik start de motor en rijd het weide heuvellandschap in. Op zoek naar niets. Niets is er meer. Mijn land verdronken. Weggespoeld.
De motor slipt en ik glijd uit. Languit lig ik op straat. Een holle weg. De motor glijdt door. Mijn motorpak voelt warm aan. Het lijkt wel of ik in brand sta. Liggend op mijn rug tuur ik de blauwe lucht in. Witte wolken drijven over. In een enorm hoog tempo. Alles vliedt aan mij voorbij. Zelfs de vogels vluchten. Voor wat? Een hert springt over mij heen. Waar komt die vandaan? En dan weet ik het. Ik voel het. Hete vlammen. Overal. Ze kietelen aan mijn laarzen en zuigen zich snel naar binnen. In no time sta ik in lichter laaie. Hoe ik het kan navertellen. Geen idee? Gejaagd door de wind. Iets anders kan ik niet verzinnen.
Sixpack (19-08-2016)
Ik zit boven in het autootje en doe mijn drie d bril op. Nog even en dan ga ik het beleven. Mijn bierbuik past net tussen de beugel en de stoel. Wanneer gaat het nu eens beginnen? Ik kan mijn armen amper bewegen. Ze zitten klem en het is ook nog eens hartstikke donker. Hoe ben ik hier in hemelsnaam terecht gekomen? En belangrijker hoe raak ik hier weer uit. Mijn vriend van de kermis heeft me behoorlijk opgenaaid. In de kroeg was het nog gezellig, maar hierboven, voelt het koud. IJskoud. En nu gaat het ook nog eens regenen. Bah. Beneden hoor ik iemand roepen. Of ik er klaar voor ben? Ik heb geen idee. Waar zou ik klaar voor moeten zijn? Gewoon laten gebeuren, zeg ik altijd. Dus ook nu. Laat maar gebeuren. Een grote spot gaat aan. Schijnt hevig in mijn ogen en verblind. Niet nu. Ik wil dit ervaren, hoe dan ook. Met al mijn zintuigen. Dat heeft mijn kermisvriend mij beloofd. Je moet het ervaren, met al je zintuigen. Ik ben er klaar voor. Beneden wordt hard gelachen. Mijn kermisvriend is niet alleen. Ik hoor gejuich en gejoel. Het gaat gebeuren. Hoog bovenin Sixpacks. Eindelijk.
Lelijke woorden (21-08-2016)
Iedereen kent er wel een paar. Of misschien wel heel veel. Laat je ze dan weg? Of maak je er juist gebruik van? En zo ja, waarom? En toch, je moet er goed bij nadenken. Want welke zijn nu echt lelijk. Geef jezelf eens een paar minuten. De lelijkste woorden blijken dan plots moeilijk te vinden. In een opwelling komen ze meteen boven drijven. Maar er bij nadenken? Ho, maar.
Zo vind ik friteskot een ontzettend lelijk woord. Daar wil je toch niet eten? Een gevangenis is het. Van foute aardappelen. Vlezige aardappelen, zodra je ze verkeerd in de mond neemt. Hoezo vlezig? Nou, neem nu de lelijke woorden 'kut' en 'lul'. Gebruikt als scheldwoord richting opponent is het wenselijk om het geslachtsdeel in eigen mond te nemen. Je eigen vlees. Zo roept de opponent. Als je er al überhaupt bij kunt natuurlijk. Niet zo netjes. Ook niet van de opponent. Tenzij je natuurlijk heel veel van jezelf houdt. Met de nadruk op natuurlijk. Eigen natuur.
Tja, lelijke woorden. Wat voor de ene lelijk is klinkt voor de ander dan weer mooi. Zeker als je ze verkleint. Met je. Weer van jezelf. Het is toch wat. Kutje, lulletje. Je zult het maar hebben. Zo klein en laag, die lelijke woorden. Scheldwoorden om in de mond te nemen. Inslikken, uitspuwen, zuigen en blazen. Lelijk vies of mooi schoon? Het is maar hoe je het bekijkt of proeft. Vlezige aardappelen.
Rijgdraad (23-08-2016)
Los zand loopt voor mijn voeten. Hoe houd ik al mijn boodschappen rechtop? Wat zou ik willen zeggen? Valt er überhaupt iets te zeggen? En wie zou er willen luisteren? In een wereld waarin cement niet langer stenen vasthoudt, waarin water al vies is voordat het in het toilet spoelt. Alles valt uiteen. Jammer, want we houden het liefst vast. Vast aan elkaar en aan materie. Aan huizen, auto's en vakanties. We kijken weg, zodra het een beetje moeilijk wordt. Oeps ik moet inleveren. Dat wil ik niet. Veel liever lever ik een vluchteling in. Totdat we zelf vluchtelingen worden. In een eenzaam bestaan. Een mediaal bestaan van kortstondige pokémonpret en wassenbeeldenhumor. Ja, die laatste is niet voor niets verzonnen. Want in wassen beelden vinden wij ons zelf terug. Plastic kijkt ons aan. Plastic staart naar plastic, de emotie plakt achter op de rug. Ja, kijk maar eens goed. De ellende groeit op de rug. Want de boom is leeg. De boom die daar groeit. En daar houden wij ons aan vast. Aan lege takken. Waar is ons geld? Het verdwijnt als sneeuw voor de zon. In de bergen hopen we dan een stukje geluk te vinden. Op de gletsjers zoeken we miljoenen. Maar wat rest zijn sneeuwvlokken. Het geluk waar we angstvallig naar op zoek zijn groeit niet meer. We zien het ook niet meer. Waarom zou het geluk überhaupt moeten groeien? Is een gouddraad niet genoeg. De levensdraad die onze levens met elkaar verbindt. Die is toch voor iedereen hetzelfde? We worden uitgepoept, we staan op, we hollen door het leven, eerst jeugdig en jong en daarna in een moordend tempo op zoek naar het einde. Het einde van de draad. Rijgdraad. Om ons vast te houden. Aan onszelf en aan elkaar. Een gouden draad.
Een heldere avond (25-08-2016)
Op het midden van de dag. Ik zou hem graag eens willen hebben. Altijd zijn mijn middagen troebel namelijk. Van drank denkt u meteen. Of van pillen. Nee hoor. Niets van waar. Ik ben total clean, dag in dag uit. En toch, toch verschijnen alle dagen aan mij als troebel. Iets met de ogen misschien? Nee ook dat niet. Ik staar me te pletter maar heb er absoluut geen last van. Waarnaar? Naar mijn navel natuurlijk. Wat dacht u dan? Ooit een zuivere navel gezien. Ik niet hoor.
Mijn navel is altijd troebel. Vies zo u wil. Ik vergeet hem vaak te wassen. Mijn washandje past er niet goed in. Zelfs als ik het met mijn pink doe, past die niet. Om nu met een pincet te gaan zitten pulken gaat me dan weer iets te ver. Dus laat ik het maar zitten. Wordt vanzelf hard en valt er dan wel weer een keer uit. Maar terug naar de heldere avond bij daglicht. Kijk als je al somber van aard bent dan is een heldere avond bij troebel daglicht best welkom. Maan inclusief, want voor minder ga ik niet.
Vol. Vol als witte melk. Van half en mager houd ik niet. Een magere maan, ik moet er niet aan denken. Een mager zonnetje is nog daaraan toe. Die soupeer ik al dagelijks op. Zit in het aard van het beestje nietwaar. Magere zonnetjes. Iedere dag zou ik dat slappe loeder willen oppompen. Maar het lukt me eenvoudigweg niet. Het zij zo.
Nee, een heldere avond overdag daar is niets mis mee. Lekker wijntje erbij, zakje chips, goed gezelschap ... wat wenst een mens zich nog meer. Zelfs een somber mens kan daar van genieten. Een heldere avond bij daglicht. Doe mij er maar zeven.
Een mooie reisgids (27-08-2016)
Ik kwam haar tegen in de bus. En ze was zo mooi. Zo mooi. Veel mooier dan de reisgids deed geloven. Veel mooier dan het land waarnaar ik op reis ging. Ze sprak ook mooie talen. De mooiste die ik kon verzinnen. Een taal stak er ver bovenuit. De taal der liefde. Ze sprak met al haar lichaamsdelen. En ik, ik vond het mooi. Ik vond haar mooi. En haar haar. Nog nooit had ik zo'n mooie reisgids ontmoet. Echt waar. Helaas moest ik haar delen. Met al mijn andere reisgenoten. Liever deed ik dat niet. Maar het kon niet anders. We zaten immers in dezelfde bus en schuitje. Vijfendertig backpackers op weg naar Zoutelande. De helft man en de andere helft vrouw. Gelukkig maar. Best wel eerlijk verdeeld. De keuze was reuze. De reisgids was van het vrouwelijk geslacht. Althans dat dachten we. Totdat de aap uit de mouw kwam. Ze was een transgender. Een transgender op transport. Het moet niet gekker worden. Ze en hij hielden beiden van de zee. En wat nog veel leuker was. Ze hielden de geslachten in evenwicht. Boven vrouwelijk en onder mannelijk. Nog wel. Want hij vertelde ons openhartig dat alles nog in beweging was. In de lift vulde zij aan, met een grote glimlach. Zij en hij waren het zonnetje in huis en in de bus. Veel leuker en mooier dan al die chagrijnen van een backpackers. En maar klagen over die rugzak. Die was toch zo zwaar. Ze zeulden hem al hun hele leven mee. Op hun moede schouders. Ik had er gelukkig niet zo'n last van. Mijn rugzakje was best klein. Er paste dan ook niets meer in. Nou, wat een gemak. Daar viel best wel mee te leven. En ik had dus meteen succes. Bij Hans en Grietje. Was dat even mazzel. Zoutelande zal ik nooit meer vergeten. De trip of my life.
Zeesterren (29-08-2016)
Diep vanonder op de bodem ligt een krab te turen. Zijn hoofd gericht naar boven. Kijkend door zijn glazen oog. Hij kan niet zien en toch weet hij het. Van vroeger tijden. Ergens hoog boven hem zweven ze door het water. De zeesterren. Glinsterend, flikkerend. Was hij er maar een geweest. Een groter geluk had hem niet kunnen ontvallen.
Nu ligt hij hier op de bodem. Voor eeuwig en tot verdoemenis. Slechts een foute aanvaring leidde tot zijn noodlot. Een noodlottig ongeluk. Een kleine aanvaring met een boze narwal. Maar wel een met groot gevolg. Met zijn keiharde kraakbeenneus prikte de narwal door zijn linkeroog. Die had hem niet gezien. Maar goed ook. Hij had de narwal anders zijn ogen uitgepeuterd.
Daar zwom hij dus naar achteren. Vastgeprikt aan de snavel van de narwal. Gelukkig was de narwal helder van geest en schraapte de krab van zich af door zich aan een rots te schuren. De krab floepte van de narwal af. Voor eeuwig blind. Een glazen knikker op de grond was slechts een klein geluk. Verloren door een spelend zandstrandkind. Ze kon die ene knikker best wel missen. Eb en vloed deden de rest.
Een mooie knikker was het. Met drie kleuren in een golf gesmeed. Geel, blauw en rood. Primair. Secondair dat hij er niet meer mee kon zien. Hij had er amper last van. Dat gold niet voor alle andere vissen. Met zonnestralen verwerd zijn oog een scherpe prisma. Maakte andere vissen voor heel even stekeblind. De krab werd niet meer gezien. Nooit niet meer. Oogverblindend was het beest voor anderen. Diep onder op de bodem lag het. Eenzaam. Heel eenzaam.
Alleen de zeesterren waren hem na gebleven. Als een vlakke herinnering aan de horizon, zijn zeespiegel. Herinnering van voor het narwaldisaster. Zeesterretjes bleef hij zien. Tot heden ten dagen. Diep in gedachten verzonken.
Anijsmelk (31-08-2016)
Vandaag heb ik brokken in mijn anijsmelk. Niets zo smerig als dat. In de pap is nog daaraantoe. In een diep bord of schaaltje kun je de brokken nog pletten met een vork. Zie je ze ook zwemmen. In een glas is dat een ietwat groter probleem. Ik verslik me dan ook danig. Zag het niet aankomen. En tot overmaat van ramp is de brok in mijn luchtpijp terecht gekomen.
Nu heb ik dus een brok in mijn keel. Van anijs. Het schuurt in mijn strot. Met kleine kuchjes probeer ik het brokje los te wrikken. Maar er zit geen enkele beweging in. Angstscenario's doemen op in mijn hoofd. Mijn lichaam reageert onmiddellijk en ik ik begin hevig te transpireren. Niet dat het helpt. Maar alle vocht in deze is welkom.
Ik vrees dat ik geen adem meer krijg. Dat ik ga stikken, als er niet snel iets gebeurd. En wat als het brokje doorschiet, recht mijn longen in? Zich daar nestelt en voor ontsteking zorgt. Een ontstoken long. Daar zit ik nu echt niet op te wachten. Ik voel nu het scherpe randje van de anijsbrok prikken in mijn keel.
Met mijn hand tast ik voorzichtig de hals af. Waar zit dat puntje precies? Kan ik het voorzichtig naar binnen duwen? Is dat wel verstandig? Dokter bellen misschien? Maar dan moet ik praten. Ik vrees dat dat mij niet meer gaat lukken. Appen of SMSsen dan maar? Maar wat is het adres van de dokter? Doet ie wel aan dit soort media?
Truus wil ik hoe dan ook niet aan de telefoon. Die is altijd zo chagrijnig. En niet bepaald meelevend. Als ik überhaupt nog leef, mocht ik de dokter alsnog bellen. De zoute tranen van het zweet op mijn voorhoofd lopen mijn ogen in. Ze kristalliseren. Nu heb ik ook zoutbrokken in mijn ogen. Verdorie, het zit ook niet mee.
Toch maar even Truusje bellen. Het is alles of niets. Fluisterend spreek ik het antwoord in in het antwoordapparaat. Er zijn nog drie wachtenden voor me. Dan belt Truus me terug. Ik schrik en hoest anijsblokje en zoutbrokjes richting telefoon. De ringtone van mijn smartphone brengt redding. Finally.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice
Niet veel soeps (01-08-2016)
Op de menukaart die voor me ligt staat een menu geschreven met meerdere opties. Nieuwsgierig laat ik mijn oog erover heen gaan. Lastig want het staat geschreven in Duits. Sommige dingen kan ik plaatsen. Anderen dan weer niet. Een woord valt me in het bijzonder op. Kaltschale. Het alternatief voor Suppe, naar later blijkt. Ik moet onwillekeurig meteen aan Kaltstellen denken en ga voor de soep. Mijn vrouw, meer avontuurlijk dan ik, kiest voor Kaltschale.
Ze krijgt een wit kommetje voorgeschoteld met een vuurrode vloeistof. Is het saus, is het gelei? En waaruit bestaat deze bijzonder gladde substantie. Mijn vrouw neemt een hapje en trekt een zuur gezicht. Of is het zoet? Mierenzoet. Het blijkt een koude soep te zijn gemaakt van geplette aardbeien, waar de pitjes zijn uitgehaald. Voor het zicht? Of omdat ze geen andere bereiding konden verzinnen? Het smaakt van geen meter. Ook niet als ik proef. Bah.
Navraag helpt. Een vermoeden komt uit. De menukaart bevat namelijk allemaal alternatieve gerechten voor vegetariërs. Zo ook de soep. Die steevast in Oostenrijk getrokken is uit beestenbouillon. Het meest logisch blijkt dan een koud vruchten-, groente- of fruitsoepje. Later in de week komen ook nog een net zo rode bietensoep langs en een druivenpapje. Bah, bah, bah. Ik ben geen vegetariër maar zal het op deze manier ook nooit worden. De rest van de gerechten blijken echter wel vegetariërwaardig. Maar vegasoep is not done.
De hoofdbedienster excuseert zich voor de armoedige keuze. We hebben gevraagd of Kaltschale een gekend gerecht is in Oostenrijk. Sommige landen kennen de merkwaardigste gerechten en tradities. Ook wel Knoedel genoemd. Ha, ha. Maar ze stelt ons gerust. Nee, Oostenrijkers eten nooit Kaltschale, maar omdat het agentschap van het boekingskantoor er specifiek om had gevraagd voor haar klanten, heeft het hotelmanagement, lees de chef-kok, voor deze keuze gekozen. Ik zeg. Kaltstellen die Kaltschalen. Bah.
Aarden (03-08-2016)
Ik zuig mijn longen vol met lucht. Met dichtgeknepen stemspleet. Ik hoor mezelf gorgelen, wat er niet toe bijdraagt dat ik onmiddellijk aard. Dat schijnt ook niet een, twee, drie te lukken. Het vraagt wel even oefening. Ook mijn buik zie ik niet de gewenste uitslag maken. Dat kan ook niet want ik hou mijn adem in. Dat moet. Net zoveel tellen als dat ik zojuist adem heb ingeademd. Maar daar zit nu net de crux. Door mijn focus op de bijzondere vorm van ademhaling, ben ik de tel kwijtgeraakt. Was het nu tien of elf tellen? Ik weet het niet meer.
Het komt niet zo nauw. Aldus de yogalerares. Maar dat moet je nu net niet tegen een maagd zeggen. Dubbelmaagd. Nou die raken in de frut hoor, als de tel kwijt raakt. Ze bewegen hemel en aarde om het goed te doen. En dat moet nu net niet. Ontspannen, relaxed, het komt niet op een of twee tellen. Ja, ho nou. Het ademhalen zou juist moeten helpen bij het aarden. Nou, mooi niet. Gefrustreerd kijk ik om mij heen. Naast me lijkt iedereen in trance te verkeren. Grommend in trance. Dat wel. Ik niet. Ik baal.
Eerst laat ik de lucht nog maar eens ontsnappen. Met een flinke stoot. Want dat schijnt te helpen bij het volledig leeggooien van de longen. Nog even een naproest en ik ben er klaar voor. Voor een nieuwe luchtschep. Dit keer besluit ik de juiste volgorde aan te houden. Moet kunnen. Eerst via de buik, dan langzaam naar de flanken om uiteindelijk via de hoge borst hoog naar de achterkant van mijn oogleden in te ademen. Ja, ja, het kan, het bestaat. Met dichtgeknepen stemspleet. Ja, ja. En het lukt. Het lukt. Ik zie wel scheel en kan amper de adem inhouden. De tel ben ik weer kwijtgeraakt. Maar wat kan het bommen. Ik voel de warme adem van de yogalerares in mijn nek. Ze staat vlak achter me. 'Goed zo!' ... fluistert ze zacht. Mijn dag kan niet meer stuk. Compleet geaard. Stokstijf sta ik stil in het moment.
Gezond egoïsme (05-08-2016)
Jij vindt dat ik een egoïst ben. Ik vind dat ongezond. Alles wat jij vindt overigens. Het is maar dat jij dat weet. Jij die nooit eens voor jezelf durft op te komen. Die altijd een mening heeft over anderen. Vloekt en tiert omdat de maatschappij niet deugt. Jij misbaksel. Geen enkele eigen verantwoordelijkheid neem je. En je neemt anderen de maat. Ongelooflijk maar waar. Ze zouden jou eens een paar dagen, wat zeg ik, een paar maanden moeten opsluiten, alleen met jezelf. Op een eiland. Een selfsupporting eiland. Dat zal je leren. Alleen maar aan andere denken. Aan en over. Heb je dan helemaal geen greintje respect voor jezelf? Wat jezelf denkt, voelt, vindt? Dat valt niet mee hè, voor jezelf denken?
Gelukkig heb je nog je papa en mama en mij. Kun je toch nog ergens een ik van maken. Ja jij ja die alleen maar aan anderen denkt. Hoe durf je? Aan en voor anderen te denken. It never makes the world go round. Vooruitgang begint niet bij jou maar bij mij. Bij ik. Voor jou ben ik dan misschien je ik. Maar veel liever heb ik dat ik niet langer jou hoef aan te sturen. Een beetje helpen, vooruit, dat kan natuurlijk geen kwaad. Maar toch. Jij zult het als ik uiteindelijk zelf moeten doen. Want als niemand er meer is ben je immers op jezelf aangewezen, op een ik. Nee, een egoïst ben je helaas niet. Heel ongezond. Je bent een ontiegelijke jij-ist. Wordt toch eens wakker!
De wind waait november (07-08-2016)
Zo begint het gedicht van Piet Boermans. De wind waait november. Niet zomaar een gedicht. Nee, een gedicht voor een speciale gelegenheid, en zijn eerste. Een debuut ja. Schrijf iets over wind is de opdracht.
Piet weet het meteen. Poëet als Piet is. Maar een gedicht schrijven heeft hij nog nooit gedaan. Gewoon beginnen dan maar. De wind waait november. En doet geen deuren dicht. Rijmen hoeft niet. Bende gek. Nergens voor nodig. Echte poëten rijmen niet. Die gebruiken fluweelachtige zinnen. Maken van iets niets. Zonder speelfouten. Dichten is geen spelletje. Het is serieuze business.
De wind waait in november. De schop staat open. De schop ja, niet de schuur. Het uur luidt u. Waar o waar, zijt gij? Lieve spade. Ik dram u de grond in. Gewoon omdat het kan. De hark weet van niets. Hork. De wind waait in november. Alsof Piet dat niet weet. De deur slaat dicht. De hork vat vlam. Armoedig is de liefde. Schrijven is geen kattenpis.
Het tweede couplet laat op zich wachten. Couplet, couplet. Er hoeft toch geen couplet aan te pas te komen bij het dichten? Het is geen lied. Maar wel hetzelfde. De dichter, de poëet, weet even niet waar te kijken. Toch maar gewoon een verhaaltje schrijven? Nee, dat is Piet's eer te na. Liever voorspelt hij weer. Niet per se in november.
Onder water (09-08-2016)
Dat is lang geleden. Dat ik onder water geschreven heb. In Word Perfect, als ik me goed herinner. Toen het leven op de computer nog eenvoudig was. Overzichtelijk en heel erg DOS. Nu doe ik het weer. Onder water schrijven. Het scherm waarin ik de tekst digitaal type is zo klein dat ik goed moet nadenken, korte zinnen gebruiken en voortdurend scrollen om enigzins overzicht te houden en controle op de voortgang. Ik ben thans ook op een leeftijd dat mijn korte termijn geheugen niet meer in een klein hokje past. Amper een halve minuut standhoudt. En laten we elkaar geen watje noemen. Om een goede tekst te produceren moet men vaker dan een keer een halve minuut nadenken. Natuurlijk is er altijd wel een escape. Maar dan nog. Een goede tekst verdient aandacht, contemplatie en tijd. Voldoende tijd.
Mijn escape vandaag is het feit dat ik nu bezig ben met een schrijfveer. Dan mag het. Sterker, dan moet het. Doorschrijven zonder stil te staan. De woorden, zinnen laten vloeien, bij voorkeur associatief. Ik zou niet eens weten hoe dat anders moet. Dissociatief? Als je iemand of iets wil dissen? Het tegenovergestelde van associatief? Opeenvolgend, rechtlijnig, constructief? Ik zou het niet weten. Hoeft ook niet. Ik weet nu al niet meer wat ik zojuist geschreven heb. En dat voelt heerlijk. Het voelt als onderwater zwemmen. Met een waas voor ogen en dempend geluid. Alles klinkt wollig onder water. En het leuke is. Je weet vaak niet waar je uitkomt, waar je naartoe zwemt. En dan begint de adem te stokken. Nog geen wal in zicht. En je wil volhouden. Het hele stuk onder water zwemmen. Zo gaat dat ook met schrijven. Waar en wanneer is het af. De adem stokt. De laatste woorden. Nee, ja. Af.
Volgens mij heb ik nog vijf minuten om te schrijven. Vijftien minuten associëren, heerlijk. Dat is eigenlijk best lang. Zeker onderwater. Vier regels van mijn stuk kan ik terug lezen. Niet de minste, maar ik kan beter, meer vooral. Ik kan natuurlijk ook gewoon ophouden met schrijven. Gewoon omdat het kan. Dan blijf ik nog effe onder water zonder woorden. Dat is helemaal een mooie wereld. Lekker letterlijk uitglijden in het water. Alles vergeten. Letters, woorden, zinnen. Alleen maar zijn. Onder water.
Omringd door meeuwen (11-08-2016)
De boot vaart naar Texel. Een heilige boot. Een veerboot. Omringd door meeuwen. De hele boot ligt vol met meeuwenveren. Witte, grijze, witgrijze veren. Helemaal onder gescheten zijn de veren. De meeuwen maken geen onderscheid. Niet tussen mens, boot of veer. Vele veren hebben ze gelaten. De vogels ogen kaal en hongerig. Waarom het een heilig boot is is mij nog niet geheel duidelijk. Aan de boot is niets heiligs te zien. Tenminste niet vanaf de wal en de reling. Vanuit de lucht misschien?
Ja, dat is het. Meeuwen komen niet voor in godsgeschriften, duiven daarentegen wel. Vooral witte. Vredesduiven. Nou die worden hier node gemist. De meeuwen schijten werkelijk alles onder. Het lijkt wel oorlog. Wat een troep. Doen duiven dat dan niet? Alles onder schijten? Ja, maar wel veel minder. Een flats van een meeuw is niet te vergelijken met eentje van een duif. Daarom houd ik mijn mond altijd dicht op een boot. Geen trek in weeïge meeuwenoesters.
Maar dat heilig zit me nog steeds niet lekker. Of wacht? Vanuit de lucht gezien vormen de krijsende hongerige beesten waarachtig een groot witgrijs aureool boven de boot. Zou dat het heilig maken? Ik kan geen andere, betere verklaring vinden. Dat ze de veerboot eerder ontheiligen dat mag duidelijk zijn. Een boot vol vieze veren. Onder gescheten. Bah. Ze kijken ook helemaal niet vredig die meeuwen.
Duiven doen dat wel. Al eens een duif en een meeuw diep in de ogen gekeken? De onschuldige kraaloogjes van de duif die voortdurend lijken te zeggen, heb me lief ik ben onschuldig en onnozel? Dit voortdurend bevestigend door ja te knikken. Nee, dan toch liever de meeuw. Die met boze blik, verontwaardigd, maar ook uitdagend en met de nodige lef je brutaal aanstaart. Hier die frites. De hebberd. Het is geen vredige blik maar een vreterige. Niks heilige boot. Niks heilige vogel. Schijnheilig. Hij wil alleen maar eten en schijten. Schijtheilig. Want hij vliegt daarna meteen weer weg. Alsof er niets aan de hand is. Dat ie toch gauw opzout. Met zijn meeuwenfratsen.
Onbelemmerd licht (13-08-2016)
Wat heerlijk is het toch om onbelemmerd licht te zijn. Zeker in de huidige maatschappij, waar vet zwaar de tendens is. Obesitas totalis. Magere Hein lacht in zijn iele vuistje. De grafkistenverkoper ook. Kisten extra large leveren veel meer op. De winstmarge is veel groter. Met zwaar vet ben je mooi de sjaak. Je leeft over het algemeen korter en je zweet ook veel meer.
Onbelemmerd licht, dan ben je vrij en veel beter af. Zo ook bij de Olympische Spelen die momenteel spelen. Lichtgewichten en vlieggewichten scoren aan de lopende band. Lopend poepen doen ze ook. Dat komt door al die vermageringspilletjes. Anorexia latentis is het gevolg. En toch, ik vind ze schattig, al die minimeisjes. Al die elastieken turnpoppetjes. Je zou ze zo mee naar huis willen nemen. Over je knie op de buik leggen en dan een boertje laten doen. Zo schattig zijn ze. Maar ook best eng. Zij het wel echte mensjes? Hoe zijn ze in hemelsnaam de jeugd doorgekomen? Groot gebracht met strekkingsoefeningen en bambixkrachtvoer.
De judoka's en roeiers hebben er nog het meeste moeite mee. Om binnen de gewichtsklasse te blijven, eten ze vaak niet. Een grote inspanning leveren op een lege maag dat moet toch pijnlijk zijn? En hoe werkt dat bij de zwaargewichten? Eten zij zich stijf met pasta en enorme biefstukken. Dan laat je tijdens de strijd toch flinke scheten lijkt me. Als superworstelaar van pakweg 120 kilo zou ik me helemaal stijf eten aan knoflook. Kom maar op. Ik lust je rauw. Mocht ik zo'n tegenstander tegenkomen dan zou ik heel hard wegrennen. Achter mijn neusvleugels aan. Want die zijn er sowieso van tussen.
Op straat spelen (!5-08-2016)
Ik bind de lange veters van mijn rolschaatsen vast, zittend op de stoep. Het is weer zo'n mooie dag waarop alles bij elkaar komt. De vrienden en ik. We hebben er weer zin in. De wedstrijd van gisteren ligt ons nog vers in het geheugen. De halve finale wordt zo meteen nagespeeld. Minuut voor minuut. Met naam en toenaam. Maar wel met een andere uitslag.
Vandaag ben ik Ties en Bert is Paul. We spelen tegen de Duitsers, wie anders? De straat bakenen we met stoepkrijt af. We zoeken het egaalste stuk uit. Enige voorwaarde, het stuk moet twee straatputten bevatten, tegenover elkaar liggend. Toevallig is dat zo, in onze straat.
We zijn onze eigen scheidsrechter. Dat is maar goed ook.
De Duitsers werken mee. Ben even kwijt hoe ze ook al weer heetten. Ze moeten wel een naam hebben. Heinz en Fritz maken we ervan. De eindstand is bekend. Wij winnen met 3 - 0. Maar dat even terzijde. Natuurlijk gaan we volop in de strijd. We pakken onze sticks, die aan de krul tot een à twee centimeter zijn afgesleten. Nu nog een goede platte steen die niet te groot is. Gelukkig bestaat ons mini-achtertuintje uit grint. De wedstrijd kan beginnen. Uiteraard hebben we de rolschaatshockeyspelregels aangepast aan onze eigen norm. Platte en bolle kant van hockeystick mogen beiden gebruikt worden. Er zit sowieso geen puntje meer aan de krul.
De eerste steen vliegt in de put. Ik scoor als Ties. Hard, heel hard. Uit een strafcorner. Paul scoort daarna. Ook uit een strafcorner. De doelpunten doen niet voor elkaar onder. De Duitsers bakken er niets van. Maar dat was ook zo afgesproken. Ties scoort de derde treffer. Ik kijk net zo stoer als hem en steek mijn vuist in de lucht. Bert vliegt als Paul om mijn nek. Bijna wereldkampioen!
Dierbare grond (17-08-2016)
Ik laat de aarde traag door mijn handen glijden. De kleine vette korrels voelen stroef tussen mijn vingers. Blijven plakken. Vette löss. Het is speciale grond. Geboortegrond. Doordrenkt met tranen. Hij is niet langer van mij. Behoort me niet meer toe. De korrels landen op mijn voeten, vinden hun weg terug. Ik stamp ze aan. Es war einmal. Ik start de motor en rijd het weide heuvellandschap in. Op zoek naar niets. Niets is er meer. Mijn land verdronken. Weggespoeld.
De motor slipt en ik glijd uit. Languit lig ik op straat. Een holle weg. De motor glijdt door. Mijn motorpak voelt warm aan. Het lijkt wel of ik in brand sta. Liggend op mijn rug tuur ik de blauwe lucht in. Witte wolken drijven over. In een enorm hoog tempo. Alles vliedt aan mij voorbij. Zelfs de vogels vluchten. Voor wat? Een hert springt over mij heen. Waar komt die vandaan? En dan weet ik het. Ik voel het. Hete vlammen. Overal. Ze kietelen aan mijn laarzen en zuigen zich snel naar binnen. In no time sta ik in lichter laaie. Hoe ik het kan navertellen. Geen idee? Gejaagd door de wind. Iets anders kan ik niet verzinnen.
Sixpack (19-08-2016)
Ik zit boven in het autootje en doe mijn drie d bril op. Nog even en dan ga ik het beleven. Mijn bierbuik past net tussen de beugel en de stoel. Wanneer gaat het nu eens beginnen? Ik kan mijn armen amper bewegen. Ze zitten klem en het is ook nog eens hartstikke donker. Hoe ben ik hier in hemelsnaam terecht gekomen? En belangrijker hoe raak ik hier weer uit. Mijn vriend van de kermis heeft me behoorlijk opgenaaid. In de kroeg was het nog gezellig, maar hierboven, voelt het koud. IJskoud. En nu gaat het ook nog eens regenen. Bah. Beneden hoor ik iemand roepen. Of ik er klaar voor ben? Ik heb geen idee. Waar zou ik klaar voor moeten zijn? Gewoon laten gebeuren, zeg ik altijd. Dus ook nu. Laat maar gebeuren. Een grote spot gaat aan. Schijnt hevig in mijn ogen en verblind. Niet nu. Ik wil dit ervaren, hoe dan ook. Met al mijn zintuigen. Dat heeft mijn kermisvriend mij beloofd. Je moet het ervaren, met al je zintuigen. Ik ben er klaar voor. Beneden wordt hard gelachen. Mijn kermisvriend is niet alleen. Ik hoor gejuich en gejoel. Het gaat gebeuren. Hoog bovenin Sixpacks. Eindelijk.
Lelijke woorden (21-08-2016)
Iedereen kent er wel een paar. Of misschien wel heel veel. Laat je ze dan weg? Of maak je er juist gebruik van? En zo ja, waarom? En toch, je moet er goed bij nadenken. Want welke zijn nu echt lelijk. Geef jezelf eens een paar minuten. De lelijkste woorden blijken dan plots moeilijk te vinden. In een opwelling komen ze meteen boven drijven. Maar er bij nadenken? Ho, maar.
Zo vind ik friteskot een ontzettend lelijk woord. Daar wil je toch niet eten? Een gevangenis is het. Van foute aardappelen. Vlezige aardappelen, zodra je ze verkeerd in de mond neemt. Hoezo vlezig? Nou, neem nu de lelijke woorden 'kut' en 'lul'. Gebruikt als scheldwoord richting opponent is het wenselijk om het geslachtsdeel in eigen mond te nemen. Je eigen vlees. Zo roept de opponent. Als je er al überhaupt bij kunt natuurlijk. Niet zo netjes. Ook niet van de opponent. Tenzij je natuurlijk heel veel van jezelf houdt. Met de nadruk op natuurlijk. Eigen natuur.
Tja, lelijke woorden. Wat voor de ene lelijk is klinkt voor de ander dan weer mooi. Zeker als je ze verkleint. Met je. Weer van jezelf. Het is toch wat. Kutje, lulletje. Je zult het maar hebben. Zo klein en laag, die lelijke woorden. Scheldwoorden om in de mond te nemen. Inslikken, uitspuwen, zuigen en blazen. Lelijk vies of mooi schoon? Het is maar hoe je het bekijkt of proeft. Vlezige aardappelen.
Rijgdraad (23-08-2016)
Los zand loopt voor mijn voeten. Hoe houd ik al mijn boodschappen rechtop? Wat zou ik willen zeggen? Valt er überhaupt iets te zeggen? En wie zou er willen luisteren? In een wereld waarin cement niet langer stenen vasthoudt, waarin water al vies is voordat het in het toilet spoelt. Alles valt uiteen. Jammer, want we houden het liefst vast. Vast aan elkaar en aan materie. Aan huizen, auto's en vakanties. We kijken weg, zodra het een beetje moeilijk wordt. Oeps ik moet inleveren. Dat wil ik niet. Veel liever lever ik een vluchteling in. Totdat we zelf vluchtelingen worden. In een eenzaam bestaan. Een mediaal bestaan van kortstondige pokémonpret en wassenbeeldenhumor. Ja, die laatste is niet voor niets verzonnen. Want in wassen beelden vinden wij ons zelf terug. Plastic kijkt ons aan. Plastic staart naar plastic, de emotie plakt achter op de rug. Ja, kijk maar eens goed. De ellende groeit op de rug. Want de boom is leeg. De boom die daar groeit. En daar houden wij ons aan vast. Aan lege takken. Waar is ons geld? Het verdwijnt als sneeuw voor de zon. In de bergen hopen we dan een stukje geluk te vinden. Op de gletsjers zoeken we miljoenen. Maar wat rest zijn sneeuwvlokken. Het geluk waar we angstvallig naar op zoek zijn groeit niet meer. We zien het ook niet meer. Waarom zou het geluk überhaupt moeten groeien? Is een gouddraad niet genoeg. De levensdraad die onze levens met elkaar verbindt. Die is toch voor iedereen hetzelfde? We worden uitgepoept, we staan op, we hollen door het leven, eerst jeugdig en jong en daarna in een moordend tempo op zoek naar het einde. Het einde van de draad. Rijgdraad. Om ons vast te houden. Aan onszelf en aan elkaar. Een gouden draad.
Een heldere avond (25-08-2016)
Op het midden van de dag. Ik zou hem graag eens willen hebben. Altijd zijn mijn middagen troebel namelijk. Van drank denkt u meteen. Of van pillen. Nee hoor. Niets van waar. Ik ben total clean, dag in dag uit. En toch, toch verschijnen alle dagen aan mij als troebel. Iets met de ogen misschien? Nee ook dat niet. Ik staar me te pletter maar heb er absoluut geen last van. Waarnaar? Naar mijn navel natuurlijk. Wat dacht u dan? Ooit een zuivere navel gezien. Ik niet hoor.
Mijn navel is altijd troebel. Vies zo u wil. Ik vergeet hem vaak te wassen. Mijn washandje past er niet goed in. Zelfs als ik het met mijn pink doe, past die niet. Om nu met een pincet te gaan zitten pulken gaat me dan weer iets te ver. Dus laat ik het maar zitten. Wordt vanzelf hard en valt er dan wel weer een keer uit. Maar terug naar de heldere avond bij daglicht. Kijk als je al somber van aard bent dan is een heldere avond bij troebel daglicht best welkom. Maan inclusief, want voor minder ga ik niet.
Vol. Vol als witte melk. Van half en mager houd ik niet. Een magere maan, ik moet er niet aan denken. Een mager zonnetje is nog daaraan toe. Die soupeer ik al dagelijks op. Zit in het aard van het beestje nietwaar. Magere zonnetjes. Iedere dag zou ik dat slappe loeder willen oppompen. Maar het lukt me eenvoudigweg niet. Het zij zo.
Nee, een heldere avond overdag daar is niets mis mee. Lekker wijntje erbij, zakje chips, goed gezelschap ... wat wenst een mens zich nog meer. Zelfs een somber mens kan daar van genieten. Een heldere avond bij daglicht. Doe mij er maar zeven.
Een mooie reisgids (27-08-2016)
Ik kwam haar tegen in de bus. En ze was zo mooi. Zo mooi. Veel mooier dan de reisgids deed geloven. Veel mooier dan het land waarnaar ik op reis ging. Ze sprak ook mooie talen. De mooiste die ik kon verzinnen. Een taal stak er ver bovenuit. De taal der liefde. Ze sprak met al haar lichaamsdelen. En ik, ik vond het mooi. Ik vond haar mooi. En haar haar. Nog nooit had ik zo'n mooie reisgids ontmoet. Echt waar. Helaas moest ik haar delen. Met al mijn andere reisgenoten. Liever deed ik dat niet. Maar het kon niet anders. We zaten immers in dezelfde bus en schuitje. Vijfendertig backpackers op weg naar Zoutelande. De helft man en de andere helft vrouw. Gelukkig maar. Best wel eerlijk verdeeld. De keuze was reuze. De reisgids was van het vrouwelijk geslacht. Althans dat dachten we. Totdat de aap uit de mouw kwam. Ze was een transgender. Een transgender op transport. Het moet niet gekker worden. Ze en hij hielden beiden van de zee. En wat nog veel leuker was. Ze hielden de geslachten in evenwicht. Boven vrouwelijk en onder mannelijk. Nog wel. Want hij vertelde ons openhartig dat alles nog in beweging was. In de lift vulde zij aan, met een grote glimlach. Zij en hij waren het zonnetje in huis en in de bus. Veel leuker en mooier dan al die chagrijnen van een backpackers. En maar klagen over die rugzak. Die was toch zo zwaar. Ze zeulden hem al hun hele leven mee. Op hun moede schouders. Ik had er gelukkig niet zo'n last van. Mijn rugzakje was best klein. Er paste dan ook niets meer in. Nou, wat een gemak. Daar viel best wel mee te leven. En ik had dus meteen succes. Bij Hans en Grietje. Was dat even mazzel. Zoutelande zal ik nooit meer vergeten. De trip of my life.
Zeesterren (29-08-2016)
Diep vanonder op de bodem ligt een krab te turen. Zijn hoofd gericht naar boven. Kijkend door zijn glazen oog. Hij kan niet zien en toch weet hij het. Van vroeger tijden. Ergens hoog boven hem zweven ze door het water. De zeesterren. Glinsterend, flikkerend. Was hij er maar een geweest. Een groter geluk had hem niet kunnen ontvallen.
Nu ligt hij hier op de bodem. Voor eeuwig en tot verdoemenis. Slechts een foute aanvaring leidde tot zijn noodlot. Een noodlottig ongeluk. Een kleine aanvaring met een boze narwal. Maar wel een met groot gevolg. Met zijn keiharde kraakbeenneus prikte de narwal door zijn linkeroog. Die had hem niet gezien. Maar goed ook. Hij had de narwal anders zijn ogen uitgepeuterd.
Daar zwom hij dus naar achteren. Vastgeprikt aan de snavel van de narwal. Gelukkig was de narwal helder van geest en schraapte de krab van zich af door zich aan een rots te schuren. De krab floepte van de narwal af. Voor eeuwig blind. Een glazen knikker op de grond was slechts een klein geluk. Verloren door een spelend zandstrandkind. Ze kon die ene knikker best wel missen. Eb en vloed deden de rest.
Een mooie knikker was het. Met drie kleuren in een golf gesmeed. Geel, blauw en rood. Primair. Secondair dat hij er niet meer mee kon zien. Hij had er amper last van. Dat gold niet voor alle andere vissen. Met zonnestralen verwerd zijn oog een scherpe prisma. Maakte andere vissen voor heel even stekeblind. De krab werd niet meer gezien. Nooit niet meer. Oogverblindend was het beest voor anderen. Diep onder op de bodem lag het. Eenzaam. Heel eenzaam.
Alleen de zeesterren waren hem na gebleven. Als een vlakke herinnering aan de horizon, zijn zeespiegel. Herinnering van voor het narwaldisaster. Zeesterretjes bleef hij zien. Tot heden ten dagen. Diep in gedachten verzonken.
Anijsmelk (31-08-2016)
Vandaag heb ik brokken in mijn anijsmelk. Niets zo smerig als dat. In de pap is nog daaraantoe. In een diep bord of schaaltje kun je de brokken nog pletten met een vork. Zie je ze ook zwemmen. In een glas is dat een ietwat groter probleem. Ik verslik me dan ook danig. Zag het niet aankomen. En tot overmaat van ramp is de brok in mijn luchtpijp terecht gekomen.
Nu heb ik dus een brok in mijn keel. Van anijs. Het schuurt in mijn strot. Met kleine kuchjes probeer ik het brokje los te wrikken. Maar er zit geen enkele beweging in. Angstscenario's doemen op in mijn hoofd. Mijn lichaam reageert onmiddellijk en ik ik begin hevig te transpireren. Niet dat het helpt. Maar alle vocht in deze is welkom.
Ik vrees dat ik geen adem meer krijg. Dat ik ga stikken, als er niet snel iets gebeurd. En wat als het brokje doorschiet, recht mijn longen in? Zich daar nestelt en voor ontsteking zorgt. Een ontstoken long. Daar zit ik nu echt niet op te wachten. Ik voel nu het scherpe randje van de anijsbrok prikken in mijn keel.
Met mijn hand tast ik voorzichtig de hals af. Waar zit dat puntje precies? Kan ik het voorzichtig naar binnen duwen? Is dat wel verstandig? Dokter bellen misschien? Maar dan moet ik praten. Ik vrees dat dat mij niet meer gaat lukken. Appen of SMSsen dan maar? Maar wat is het adres van de dokter? Doet ie wel aan dit soort media?
Truus wil ik hoe dan ook niet aan de telefoon. Die is altijd zo chagrijnig. En niet bepaald meelevend. Als ik überhaupt nog leef, mocht ik de dokter alsnog bellen. De zoute tranen van het zweet op mijn voorhoofd lopen mijn ogen in. Ze kristalliseren. Nu heb ik ook zoutbrokken in mijn ogen. Verdorie, het zit ook niet mee.
Toch maar even Truusje bellen. Het is alles of niets. Fluisterend spreek ik het antwoord in in het antwoordapparaat. Er zijn nog drie wachtenden voor me. Dan belt Truus me terug. Ik schrik en hoest anijsblokje en zoutbrokjes richting telefoon. De ringtone van mijn smartphone brengt redding. Finally.
02-12-2015
Tekstinvoer
Heeft u nog iets in te voeren?
Wat dacht u van woorden?
Op papier of in gedachten?
Beide!
Moeilijke of makkelijke?
Beide!
Dure of goedkope?
Beide!
Legt u ze dan maar eens op tafel.
Allemaal!
Allemaal.
Vooruit dan.
Oef, dat wordt flink tellen. De woorden in gedachten ontbreken. Kunt u die nog even opschrijven?
Daar vraagt u wat. Dat gaat wel even duren.
Ik heb de tijd.
Twee dagen later liggen er dertig A4'tjes op de grenstafel. Een complete dichtbundel. De rekening is snel gemaakt.
Dat is dan drieduizend euro.
Drieduizend?
Drieduizend. De moeilijke en dure woorden kosten vijf euro. De makkelijke en goedkope een euro. Per woord uiteraard.
Kan ik het overmaken?
Contant betalen graag.
Wit?
Zwart mag ook.
Ook gepubliceerd op 120w
Wat dacht u van woorden?
Op papier of in gedachten?
Beide!
Moeilijke of makkelijke?
Beide!
Dure of goedkope?
Beide!
Legt u ze dan maar eens op tafel.
Allemaal!
Allemaal.
Vooruit dan.
Oef, dat wordt flink tellen. De woorden in gedachten ontbreken. Kunt u die nog even opschrijven?
Daar vraagt u wat. Dat gaat wel even duren.
Ik heb de tijd.
Twee dagen later liggen er dertig A4'tjes op de grenstafel. Een complete dichtbundel. De rekening is snel gemaakt.
Dat is dan drieduizend euro.
Drieduizend?
Drieduizend. De moeilijke en dure woorden kosten vijf euro. De makkelijke en goedkope een euro. Per woord uiteraard.
Kan ik het overmaken?
Contant betalen graag.
Wit?
Zwart mag ook.
Ook gepubliceerd op 120w
30-11-2015
120 Woorden November 2015
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Kabinetjes (01-11-2015) (Themawoord: Kabinet)
Het is steenkoud. We nemen het buitenschip. Zelfs de kaarsen aan de wand bibberen van de kou; als ik de vlammen moet geloven. Ze dansen in oranje blauw, waarbij het oranje het blauw omvat.
De zondagse kleren zitten niet lekker. Een korte broek dat kan nog net, zo laat mijn vader mij geloven. Ik stop mijn hemd wat dieper in de broek en knoop het jasje stevig dicht. De kleine stropdas geeft ook geen warmte. De sokken hoog optrekken, dat kan nog helpen.
Maar ik krijg de tijd niet. Zodra ik buk, trekt mijn vader me omhoog. De man aan het kruis kijkt me vol medelijden aan. Links uit een van de vreemde kabinetjes klinkt gekreun. “Doorlopen!”, roept vader verschrikt.
Mijn hond heet Hans (04-11-2015) (Themawoord: Tocht)
Hans krabt zijn rug. Er springen wat kleine beestjes weg. Haast onzichtbaar. Het stemt Hans in ieder geval diep tevreden, want hij draait zich nog eens gemoedelijk om. Met een luide piepende geeuw.
De kachel brandt in huis. Het warme vuur maakt slaperig. Al snel valt Hans in een diepe coma. Hij ligt nu op zijn zij met de kin op de grond. Zijn dikke lippen hangen languit op de vloer en blubberen bij iedere ademstoot zachtjes op en neer. Het is een vertrouwd gezicht.
Buiten begint het zachtjes te waaien. Als dat maar goed gaat. Het zacht gewaai gaat al snel over in sterke wind. De wind wordt storm. Hans springt op. Blind van woede, over de plotse tocht.
Sliske (10-11-2015) (Themawoord: Zeep)
De man sliste hevig. Zo hevig dat de omstanders altijd onnoemelijk moesten lachen. Zijn spraak ging nogal gepaard met flinke consumptie. De omstanders stonden altijd op ruime afstand om hem heen geparkeerd. Dan konden ze tenminste dubbel lachen. Het as erkelijk aar een komisch gezicht.
De man had ook nog eens een prachtig beroep. Koerier van een koets in Amsterdam. Bij de opstaphalte as het altijd druk. Met name Amsterdammers vonden er vertier. Zij moesten bij voorbaat al lachen nog voordat de Japanners en andere maffe toeristen in de koets van Sliske stapten. Sliske, zo hadden ze hem genoemd.
Soms volgden ze Sliske bij de eerste meters. Het meest amusant was natuurlijk wanneer Sliske de zeep er flink over gooide.
Zeepsmoel (14-11-2015) (Themawoord: Zeep)
Ik glij uit
Over bloed
Gemorst
Uit een lichaam
Een zeperd
Languit op mijn kont
Land ik
Op grond
Tussen lijken
Over lijken
Gevloerd
Ongepast
Ik geloof
Zegt de gek
Niet met opzet
Maar in waanzin
Kortsluiting
In een hoofd
Vijftien jaar oud
Gerekruteerd
Voor een goede zaak
Op leven en dood
Voor een betere wereld
In de hemel
Wie maakt wie wat wijs?
Hoe democratisch is geloven?
Wie spreekt recht?
En wie krom?
Vloeken en tieren
Met bommen en granaten?
Kortgelont
Met kalashnikov
Gordels van verknipte jeugd
Gebrainwashed in nood en deugd
Woestijngloed
Struikelen in eigen bloed
Geloof dat neem je niet af
Diep van binnen
Niet van buiten
Hartdruk
Ook jij niet zeepsmoel
In mijn stad van liefde.
Zwerven (15-11-2015) (Themawoord: Zeep)
Zweet, zweet van zeep. Zoekt zwoel zalige zult. Zwoegend door zware zeurderige regen van zwavel. Zittend in een zijspan van zeem, zwalkt de zwerver zout en zwijgzaam door zijn zwevend bestaan. Als een zouaaf die zweert bij oorlog zingt hij over zoete zever. Zotheid is hem naar het hoofd gestegen.
Zwak zwijkt hij uit. Voor zevenenzestig zwanen die zwetsen uit hun nek. Zie hoe zorgzaam zij zuchten bij zijdezachte zuidenwind. Zaniken en zeuren is zo jaren zeventig. Zwerven, zweven, het is een kunst. Zwart en zuur zeulen door een zee van ego onder een zinderende zon. Zuigen, zogen, zagen. Zebrapaden.
Zoeloes huilen over de lange weg die zij moeten gaan. Zwabberen wanhopig in vloeibare zerken. Langzaam, een zware dood tegemoet.
Peperspree (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Nee, dat mag niet.
Nee, niet aankomen.
Ik kruip op mijn knietjes door de kamer.
Mij krijgt ze niet klein.
Wat heb ik nu gezegd?
Niet aankomen.
Ik trek me langzaam omhoog aan de tafelpoot.
Mijn knuistjes omklemmen het tafelblad.
Wel verdorie, wat heb ik nu gezegd.
Afblijven.
Ik waag een nieuwe poging.
Het gaat me steeds makkelijker af.
En nu is het afgelopen.
De kamer uit.
Nog een keer proberen.
Het witte tafelkleed schuift langzaam van de tafel.
Mama is even spoorloos.
Ik tril op mijn kleine beentjes.
Het potje komt steeds dichterbij.
Tafelkleed en potje glijjden over mij heen.
Ik hoor een krijsend geluid.
Een mamasirene slaat op tilt.
‘Hyperintelligente terrorpeuter komt om door peperspree!’
Kopt de Telegraaf.
Voorstelling (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Stel dat ik mocht kiezen, welk stel ik mocht zijn? Welk stel zou ik dan verkiezen? En wie van het stel zou ik dan het liefste willen zijn? Mocht het stel uit twee bestaan uiteraard. Ik ken legio voorbeelden. En ja, ik ga ze allemaal noemen. Ernie of Bert? De dikke of de dunne? Tarzan of Jane? Ken of Barbie? Spik of span? Goed of kwaad? Vuur of water? Wind of regen? Vraag of antwoord? Stel of sprong? Bank of stoel? Ja of nee? Stellig of vol twijfel? Ik weet het even niet meer. Citroen of sinaasappel? Zuur of zoet? Woorden zijn bijna op. Zo ook mijn overwegingen. De kapper is klaar. Kort geknipt hou ik het zout en peper.
Piet Chili (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Piet Chili had maar een droom. Piet worden in het grote Pietencircus van Valencia. Maar daarvoor moest ie eerst auditie doen bij de circusdirectrice, een vrouw met een grote witte baard.
Piet had echter een groot probleem. Hij stonk verschrikkelijk. Daar kon hij niets aan doen. Als klein kereltje was hij vroeger in een grote ketel hete pepersoep gevallen. De geur was sindsdien aan hem blijven kleven.
Aan stinkende Pieten had de circusdirectrice een broertje dood. Maar Piet zou haar overtuigen met een geweldig idee. Mits ze zouden trouwen. Hij wist dat de directrice van kindjes en feesten hield. Zijn idee was het organiseren van een jaarlijks terugkerend kinderfeest.
Snel schreef hij een sollicitatiebrief.
‘Geachte Dolores con Carne, bij deze’
Peperpersoon (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
Peperpersoon wie kent het niet? Wacht ik koppel hem meteen aan gepeperd. De rekening dan. Los uit de pols wordt het voor je voeten geworpen. Nu ja, los uit de pols? Schijn bedriegt. Er is natuurlijk goed over nagedacht. Over de prijs per persoon. Dat levert namelijk veel meer op dan prijs per twee of per groep. Prijs per woning. Prijs per chalet. Het is weer bijna wintersport. Hoewel dat laatste niet echt er toe doet. De gemiddelde bemiddelde wintersporter kijkt niet zo nauw. Bij chalet begint hij of zij sowieso vrijwel onmiddellijk te jodelen. Je gaat toch niet vanuit een flatje snowboarden? Niet te verwarren met waterboarden. Je zou haast stikken van de prijzen die ze vragen, per persoon.
Reetpeper (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
Heel even raakte de schrijver in de war. Een themawoord als peper vroeg om een zorgvuldige benadering. Vrije associatie was uit den boze. Het moest ergens over gaan. En voordat het ergens over ging, moest er eerst nagedacht worden.
Reetkever en reetveter waren de eerste woorden die de schrijver te binnen schoten. Hij parkeerde ze op een blocnote. Reetkevers had hij onlangs nog op bezoek gehad. Daar zou zijn verhaaltje over kunnen gaan. Maar reetveter bood natuurlijk veel meer mogelijkheden.
Voodat hij er over schreef wilde hij het eerst ervaren. Zo’n reetveter. Zonder ervaring bleven gedachten maar loos.
Daar zat hij dus achter zijn laptop. Met zijn billen bloot. Nou ja, bloot. Gescheiden door wat reetpeper. Inventief ineengevouwen A4tjes. Pijnlijk.
Poederbrief (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
De gepeperde rekening moest nog verstuurd worden. Blauw zou hij zich betalen. Dat was zo goed als zeker. Veel te veel uren had hij gemaakt. Niet geschreven wel gemaakt. Zou hij ze alsnog opvoeren? De uren? Met Max Verstappen speed? Of gewoon met witte peper? Ja, dat was een goed plan. Hij zou de rekening versturen met wat witte peper. Wat zou de aannemer schrikken? De verbouwing was toch wel erg duur geweest. De kosten moest hij toch wel opvoeren. Als aangever kon hij niet anders. De aannemer van de brief zou zich een hoedje schrikken. Slecht voor de bloedvaten. Maar dat is het lot van de aannemer van de brief. Als aangever had hij er niets mee te maken.
Bram (17-11-2015)
Bram zit in de bus. Hij is oud. Heel oud. Hij mijmert wat voor zich uit. De rode jurk zit niet naar zijn wens. Hij kreukt en kriebelt. Dat komt door de goedkope stof. Hij heeft de jurk nog niet zo lang aan. Een boldotcomjongetje had hem vanochtend aan zijn deur afgegeven.
Bij de jurk zat ook een mijter. Wat moest ie daar nu mee? Bram geloofde al lang niet meer in Sinterklaas. Dat was de enige persoon waaraan Bram kon denken, in relatie tot de mijter. Hij moest er toch iets mee. Nietwaar?
Bram arriveert bijna op zijn bestemming. Rotterdam CS. Daar zou hij Nel ontmoeten. Tot voorheen Nelus. Ook wel koperen Nelus genoemd. Ook uit de kast gekomen.
Maaltijd (17-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
Waar was je?
Gewoon even weg.
Waar naar toe?
Naar het bos.
Wat te doen?
Gewoon het gebruikelijke.
Houdt het op?
Ik hoop ooit.
Maar vandaag niet.
Nee, vandaag niet.
Vervelend dat malen.
Vind ik ook.
Tijd is wreed.
Ik weet het.
Vreet je weg.
Slurpt je op.
Verdwijnt in zwart.
En herhaalt zich.
Ja, telkens weer.
Tijd slaat dood.
Wat te doen?
Ophouden met malen.
Is geen optie.
Dacht het wel.
Het lukt niet.
Je moet volhouden.
Ik geef op.
Is geen optie.
Vader tijd komt.
Maar altijd ongelegen.
Morgen maar weer?
Denk het niet.
Oh, waarom niet?
Maaltijd is voorbij.
Voor jou misschien.
Voor jou ook.
Snap ik niet.
Is jouw punt.
Maal ik van.
Dat bedoel ik.
Geen zin in sommen (18-11-2015)
Inderdaad. Ik heb er even geen trek in om een som op te lossen. Dan kom ik maar niet binnen. Krijg ik geen toegang. Als we voor de gein nu eens alle robotten zouden verzamelen, optellen, vermenigvuldigen en daarna aftrekken of delen. Ja, vierendelen. Zoals ze dat in de Middeleeuwen deden. Of gif laten drinken uit een heilige beker. Gif van een naakte python. Dat zou ze leren, die stomme robotten. Dan hoefde ik ook geen domme getallen meer op te tellen. Gelukkig kan ik wel gratis bijdragen. Stukjes, geen reacties. Dat is dan weer vreemd. Reacties wegen blijkbaar zwaarder. Graag draag ik bij, vrij toegankelijk, zonder reageren. Het internet is toch eigenlijk een grote kleuterschool. Goed gedrag wordt beloond.
Dialoog vertaald in maaltijd (18-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“U kunt beginnen met uw verdediging, uw maaltijd gaat nu in.”
“Mijne heren, ik ga u bewijzen dat deze dialoog werkt en tevens een gat in de markt is.”
“Oh, hoe wilt u dat dan bewijzen?”
“Proefondervindelijk. Mag ik u allen vragen uw baretten hier voor mij op tafel te leggen.”
“U houdt ons voor de gek?”
“Echt niet, kijk, ik giet nu de dialoog over uw baretten, en zie wat er gebeurt.”
“Maar dat is onmogelijk, dat bestaat niet!”
“Wat bestaat niet? Dat er plots gedachtegangen uit uw baretten omhoog stijgen in klare taal?”
“Warempel u heeft gelijk. En ze zijn nog goed te volgen ook, woordelijk!”
“Het beste komt nog. Mijn dialoog kost slechts drie euro per fles.”
Sergeant Peper (19-11-2015) (Themawoord: Peper)
Hij diende in het leger van de prins. Sergeant Peper. Hij was zeer getalenteerd op meerdere vlakken en overal inzetbaar. Het meeste hield hij van gele vlakken. De blauwe vlakken ontweek ie altijd. Hij vond ze veel te nat.
Het liefste bewoog Sergeant Peper door het midden. Links en rechts vond hij veel te moeilijk. Op de flanken aanvallen vond hij te omslachtig. Vanuit het midden had hij meer overzicht. Ook al stond de vijand met zijn rug naar hem toegekeerd, hij schatte meestal goed in wie hij voor zich had.
Aan bommen had Sergant Peper een bloedje hekel. Die stemden hem mineur. Ze sloegen altijd keihard in, in zijn eenzaam hart. Vierenzestig jaar is ie geworden. Sergeant Peper. RIP.
Piekeren (21-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“Waarom piekert u zoveel?”
“Hoezo, het is alweer bijna Kerstmis.”
“Kerstmis? Het moet nog eerst Sinterklaas worden.”
“Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met piekeren.”
“Piekeren met Kerstmis en Sinterklaas?”
“Ja, kijk, ik speel altijd een dubbelrol in december. Ik tranformeer afwisselend in Sinterklaas en Kerstman.”
“Ik begrijp het, dat past prima bij uw gespletenheid, met Pasen bent u zeker ook Paashaas?”
“Ha, ha, nu probeert u mij in de maling te nemen zeker.”
“Nee hoor. In deze kostbare maaltijd die ik kosteloos aan u besteedt, omdat u van betekenis bent voor veel kinderen wereldwijd, neem ik uw gepieker als psychiater bloedserieus.”
“Fijn, zal ik Sinterklaas dan een piek cadeau doen of een nieuw paaseimandje?”
“Helaas, u tijd is voorbij.”
Mentha piperita (22-11-2015) (Themawoord: Peper)
Het heeft niets te maken met Pipo de Clown en ook niet met Rita Corita. Als je er te veel van binnen krijgt tast het niet de gezondheid aan. Hoewel daar ook grenzen aan zijn. Het is ook geen enge ziekte, maar dan nog, je wenst het niemand toe. Krijg de mentha piperita is eigenlijk best wel aangenaam. Het kan een verfrissende werking hebben. De mentha piperita werkt uiterst rustgevend. Bij veel stress is het raadzaam om even in een park een bankje te zoeken en dan de omgeving in je op te nemen. Adem in en adem uit. Neem dan een mentha piperita en alles komt goed. Je kunt ook een rang of mars nemen. Een pepermuntje werkt beter.
Dambordvlieg (23-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Hij veegt zijn handjes zachtjes over elkaar en wrijft af en toe ook even door zijn haar. Daarbij glijden de handjes ook heel even over de oogjes. Voldaan van de maaltijd laat hij een miniboertje. Haast onhoorbaar.
De zon schijnt lekker. Een mager laat herfstzonnetje. De afbraak in de natuur is begonnen. Bladeren nestelen zich rondom plantenstronken en houden de bodem lekker warm. Niemand klaagt nog over vorst en kou. Het zal niet lang meer duren. Gelukkig maar.
Zijn eeuwige honger is niet te stillen. Hij heeft zojuist nog gegeten, zijn buikje rond. Alles netjes afgekluifd. Een waar feestmaal. Hij heeft niet veel meer overgelaten. De rest is voor de pieren, de echte aaseters der natuur. Hijzelf zuigt liever poep.
Beeseters (24-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Aaseters hebben altijd honger. Ze zijn zo vraatzuchtig dat ik besloten heb om ze vanaf de volgende zin weg te laten uit mijn stukje. Hun bemoeizucht ben ik zo beu. Zeer ergerlijk zijn ze. Met de neus voorop verschijnen zij veelvuldig voor in de rij.
Beeseters zijn veel leuker. Niet zo hebberig. Ze kennen hun plek in het schrift. Bescheiden stellen zij zich op. Niet voor niets zijn het medeklinkers. Klinkers willen klinken gelijk een klok, vervelend en luidruchtig.
Nee, op medeklinkers kun je bouwen. Op de Bees, de Cees, de Dees, enzovoort. Complete letterbedjes kun je er mee spreiden. Klinkers zijn niet per se nodig voor een goede column. Beeseters hebben zelden honger. Ze zijn zelf om op te vreten.
Geloven (24-11-2015)
Geloof een ongemeen goed.
Voor wie er in gelooft smaakt het zoet.
De een gelooft heilig in kinderen.
Anderen vinden dat die apen het geluk alleen maar hinderen.
Geloof in eigen kunnen, ook zoiets.
Hoopvol, maar vaak eindigt het in helemaal niets.
In niets, ook daarin kun je geloven.
Diep vanuit de grond, in Zen, of helemaal van boven.
Of geloven in het tegenovergestelde.
Mogelijk de opvoeding die ergens knelde.
Geloof dat is voor dommen, die met een laag IQ?
Die liever zweven, dan aarden in het nu?
Geloven in mystiek en fantasie.
In decembermaanden gaan er flink wat door de knie.
Geloof in mensen, dieren, planten, dingen, dat volstaat.
Eenvoudig en in liefde blijven voeden, met woord en daad.
Achtenveertigen (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
De wekelijkse kaartavond van kaartclub Slinger en Rik werd op zondagavond vreselijk verstoord. De vaste koppeltjes die al drie maanden streden om de Gompiebokaal waren compleet verbolgen. Dit kon niet waar zijn. Iemand verziekte het spel. En dat nota bene op de slotavond.
Wie o wie had het in zijn hoofd gehaald om alle azen te stelen? De harten, de schoppen, de klaveren en de schoppen. Welke ongelofelijke stoethaspel maakte het klaar om deze mooiste avond van het seizoen voor iedereen te bederven?
Een asociale aaseter of een ergerlijk jokertje? De ogen stonden strak en iedereen leek voor even verdacht. Totdat de wedstrijdleider kwam met een lumineus idee. De azen doen vanavond gewoon niet mee. We rikken met z’n achtenveertigen.
Categorische perceptie (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
‘Allofoon, allofoon’. Er is niemand op zoek naar zijn telefoon. Nee, hier is sprake van een vreemd fenomeen. Een Nederlands-Franse taalverwarring van bijzondere categorische perceptie, waarbij spraakklanken niet als uniek akoestisch signaal worden waargenomen, maar door de hersenen opgeslagen in aparte categorieën. Welkom in de wondere wereld van de fonologie, een duur woord voor klanktaalwetenschap.
Het vraagt eventjes oplettendheid bij de lezer. Dat is ook het geval bij het woord ‘Aaseter’. Spreekt u het maar eens hardop uit: AASETER. En doe het nu ook eens met ACHETER. Er is onmiddellijk sprake van een allofoon (variant van foneem). Wat moet u er nu mee? U voelt zich misschien verkocht, omgekocht, afgekocht. Mogelijk zelfs gecorrumpeerd. En dat nog wel door een aaseter.
Maaltijd in de sauna (25-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“Hallo.”
“Best heet hier!”
“Lekker warm noem ik het.”
“Dan kunt u er beter tegen.”
“Dat is een kwestie van gewenning.”
“Voor mij went het nooit.”
“Waarom doet u het dan?”
“Ik heb een bon gekregen.”
“Van Social Deal zeker.”
“Nou nee, van mijn vriendin.”
“Bent u voor de eerste keer hier?”
“Ja, dit is mijn vuurdoop.”
“Eerst een voetenbad genomen?”
“Een voetenbad?”
“Ja, om op temperatuur te komen.”
“Is daar dan een apart voetenbad voor?”
“Ja, niet gezien bij binnenkomst?”
“Nee.”
“Handleiding ook niet gelezen?”
“Handleiding voor mijn voeten?”
“Ja, en de rest.”
“Weet u misschien de tijd?”
“Daar hangt een klok.”
“Waar?”
“Daar!”
“Maar dat is een zandloper.”
“Klopt, die maalt de tijd.”
“Maar geen etmaaltijd!”
“Nee, helaas.”
Isla Mosquera (26-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Verontrustende geluiden vanuit Isla Mosquera. UNESCO heeft ontdekt dat er een virus heerst onder de aaseters op dit kleine Galapagoseiland. Alle aaseters zijn zwaar neusverkouden. Ze ruiken de lijkengeur van kadavers niet meer. Na een aantal dagen worden ze ook nog eens blind door hevig ontstoken bijholten. Een vervelende complicatie die uiteindelijk leidt tot honger en dood. De natuur is wreed. Darwin maakte het al eerder mee, in september 1835 om precies te zijn. Ik lees even voor uit zijn schrift. ‘Ik ruimde samen met mijn crew de hele dag vele aaseters. Van klein naar groot: mieren, kevers, vliegen, wespen, wormen, garnalen, krabben, ratten, raven, gieren, schildpadden, vossen, jakhalzen, hyena’s en varanen. Hopelijk vinden ze de dood in het hiernamaals.’
Kaas eten (27-11-2015) (Themawoord: Kaas eten)
Er was eens een muis. Hij heette Piet. Zijn favoriete kostje was kaas. Het liefst at Piet eerst de kaas van de kaas. Bij voorkeur knaagde hij dan de lange linkerzijde van de kaas van boven naar beneden af. Daarna viel altijd het resterende stukje van de kaas, een kleine v, naar beneden op zijn kant.
Vervolgens knabbelde Piet eerst het schuine opstaande stukje op en daarna het liggende. Wat dan overbleef was aas. Vanaf dat moment transformeerde Piet van kaaseter in aaseter.
Omdat Piet best gulzig was vrat hij meteen verder aan de aas. De eerste a lukte altijd. De tweede nooit. Hij zat dan vol. Piet was een onvervalste kaas- en aaseter. As eten ging hem te ver.
Open haard (29-11-2015)
Mijn haard is niet open. Het is een gesloten huis. Een huis van metaal. Gietijzer om precies te zijn. Van staal was misschien mooier geweest. Cortenstaal. Het vuur doet het in ieder geval goed. Een open vuur in een gesloten systeem. Het nodigt uit. Hoe dan ook. De vlammen worden gevoed door zuurstof. Zij komen haast nooit in ademnood.
Vlammen die hyperventileren, ik moet er niet aan denken. Soms slaat het vuur op hol. Dan houd ik het niet bij. Het danst dan in de schoorsteen. Een zorgwekkend schouwspel dat kort duurt. Het is wachten op sirenes. Geen mythologisch mooie vrouwen. Nee, op Bob de Bouwers met rode mantels en een lange ladder. Mijn gesloten haard verwordt tot open huis.
Beelddenken in denkbeelden (30-11-2015) (Themawoord: Beeld)
Met ferme handen boetseert René D, de grote denkbeelder, zijn woorden in klei. Hij denkt, dus hij beeldt. Dat doet ie letter voor letter. Hij boetseert eerst een mooie b, draait deze vervolgens achterstevoren naar d. Kantelt hem in spiegelbeeld naar p. De stok omlaag. Tot slot nog een draai naar rechts en voilà, daar is de q.
Denkbeeldig verzint hij een mooie titel voor het beeld. Bedepeku. Nu nog even afgieten in brons. Nee in goud. Opdracht geslaagd. De beelddenker kan weer verder met zijn volgende opdracht. Een boombeeld. Maar hij is niet zo in de mood voor boom. Hij houdt het liever bij Bedepeku. Driedimensionaal geniet René van het eindbeeld. Totaal van de kaart. Een gestolde beeldgedachte, museumwaardig.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Kabinetjes (01-11-2015) (Themawoord: Kabinet)
Het is steenkoud. We nemen het buitenschip. Zelfs de kaarsen aan de wand bibberen van de kou; als ik de vlammen moet geloven. Ze dansen in oranje blauw, waarbij het oranje het blauw omvat.
De zondagse kleren zitten niet lekker. Een korte broek dat kan nog net, zo laat mijn vader mij geloven. Ik stop mijn hemd wat dieper in de broek en knoop het jasje stevig dicht. De kleine stropdas geeft ook geen warmte. De sokken hoog optrekken, dat kan nog helpen.
Maar ik krijg de tijd niet. Zodra ik buk, trekt mijn vader me omhoog. De man aan het kruis kijkt me vol medelijden aan. Links uit een van de vreemde kabinetjes klinkt gekreun. “Doorlopen!”, roept vader verschrikt.
Mijn hond heet Hans (04-11-2015) (Themawoord: Tocht)
Hans krabt zijn rug. Er springen wat kleine beestjes weg. Haast onzichtbaar. Het stemt Hans in ieder geval diep tevreden, want hij draait zich nog eens gemoedelijk om. Met een luide piepende geeuw.
De kachel brandt in huis. Het warme vuur maakt slaperig. Al snel valt Hans in een diepe coma. Hij ligt nu op zijn zij met de kin op de grond. Zijn dikke lippen hangen languit op de vloer en blubberen bij iedere ademstoot zachtjes op en neer. Het is een vertrouwd gezicht.
Buiten begint het zachtjes te waaien. Als dat maar goed gaat. Het zacht gewaai gaat al snel over in sterke wind. De wind wordt storm. Hans springt op. Blind van woede, over de plotse tocht.
Sliske (10-11-2015) (Themawoord: Zeep)
De man sliste hevig. Zo hevig dat de omstanders altijd onnoemelijk moesten lachen. Zijn spraak ging nogal gepaard met flinke consumptie. De omstanders stonden altijd op ruime afstand om hem heen geparkeerd. Dan konden ze tenminste dubbel lachen. Het as erkelijk aar een komisch gezicht.
De man had ook nog eens een prachtig beroep. Koerier van een koets in Amsterdam. Bij de opstaphalte as het altijd druk. Met name Amsterdammers vonden er vertier. Zij moesten bij voorbaat al lachen nog voordat de Japanners en andere maffe toeristen in de koets van Sliske stapten. Sliske, zo hadden ze hem genoemd.
Soms volgden ze Sliske bij de eerste meters. Het meest amusant was natuurlijk wanneer Sliske de zeep er flink over gooide.
Zeepsmoel (14-11-2015) (Themawoord: Zeep)
Ik glij uit
Over bloed
Gemorst
Uit een lichaam
Een zeperd
Languit op mijn kont
Land ik
Op grond
Tussen lijken
Over lijken
Gevloerd
Ongepast
Ik geloof
Zegt de gek
Niet met opzet
Maar in waanzin
Kortsluiting
In een hoofd
Vijftien jaar oud
Gerekruteerd
Voor een goede zaak
Op leven en dood
Voor een betere wereld
In de hemel
Wie maakt wie wat wijs?
Hoe democratisch is geloven?
Wie spreekt recht?
En wie krom?
Vloeken en tieren
Met bommen en granaten?
Kortgelont
Met kalashnikov
Gordels van verknipte jeugd
Gebrainwashed in nood en deugd
Woestijngloed
Struikelen in eigen bloed
Geloof dat neem je niet af
Diep van binnen
Niet van buiten
Hartdruk
Ook jij niet zeepsmoel
In mijn stad van liefde.
Zwerven (15-11-2015) (Themawoord: Zeep)
Zweet, zweet van zeep. Zoekt zwoel zalige zult. Zwoegend door zware zeurderige regen van zwavel. Zittend in een zijspan van zeem, zwalkt de zwerver zout en zwijgzaam door zijn zwevend bestaan. Als een zouaaf die zweert bij oorlog zingt hij over zoete zever. Zotheid is hem naar het hoofd gestegen.
Zwak zwijkt hij uit. Voor zevenenzestig zwanen die zwetsen uit hun nek. Zie hoe zorgzaam zij zuchten bij zijdezachte zuidenwind. Zaniken en zeuren is zo jaren zeventig. Zwerven, zweven, het is een kunst. Zwart en zuur zeulen door een zee van ego onder een zinderende zon. Zuigen, zogen, zagen. Zebrapaden.
Zoeloes huilen over de lange weg die zij moeten gaan. Zwabberen wanhopig in vloeibare zerken. Langzaam, een zware dood tegemoet.
Peperspree (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Nee, dat mag niet.
Nee, niet aankomen.
Ik kruip op mijn knietjes door de kamer.
Mij krijgt ze niet klein.
Wat heb ik nu gezegd?
Niet aankomen.
Ik trek me langzaam omhoog aan de tafelpoot.
Mijn knuistjes omklemmen het tafelblad.
Wel verdorie, wat heb ik nu gezegd.
Afblijven.
Ik waag een nieuwe poging.
Het gaat me steeds makkelijker af.
En nu is het afgelopen.
De kamer uit.
Nog een keer proberen.
Het witte tafelkleed schuift langzaam van de tafel.
Mama is even spoorloos.
Ik tril op mijn kleine beentjes.
Het potje komt steeds dichterbij.
Tafelkleed en potje glijjden over mij heen.
Ik hoor een krijsend geluid.
Een mamasirene slaat op tilt.
‘Hyperintelligente terrorpeuter komt om door peperspree!’
Kopt de Telegraaf.
Voorstelling (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Stel dat ik mocht kiezen, welk stel ik mocht zijn? Welk stel zou ik dan verkiezen? En wie van het stel zou ik dan het liefste willen zijn? Mocht het stel uit twee bestaan uiteraard. Ik ken legio voorbeelden. En ja, ik ga ze allemaal noemen. Ernie of Bert? De dikke of de dunne? Tarzan of Jane? Ken of Barbie? Spik of span? Goed of kwaad? Vuur of water? Wind of regen? Vraag of antwoord? Stel of sprong? Bank of stoel? Ja of nee? Stellig of vol twijfel? Ik weet het even niet meer. Citroen of sinaasappel? Zuur of zoet? Woorden zijn bijna op. Zo ook mijn overwegingen. De kapper is klaar. Kort geknipt hou ik het zout en peper.
Piet Chili (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Piet Chili had maar een droom. Piet worden in het grote Pietencircus van Valencia. Maar daarvoor moest ie eerst auditie doen bij de circusdirectrice, een vrouw met een grote witte baard.
Piet had echter een groot probleem. Hij stonk verschrikkelijk. Daar kon hij niets aan doen. Als klein kereltje was hij vroeger in een grote ketel hete pepersoep gevallen. De geur was sindsdien aan hem blijven kleven.
Aan stinkende Pieten had de circusdirectrice een broertje dood. Maar Piet zou haar overtuigen met een geweldig idee. Mits ze zouden trouwen. Hij wist dat de directrice van kindjes en feesten hield. Zijn idee was het organiseren van een jaarlijks terugkerend kinderfeest.
Snel schreef hij een sollicitatiebrief.
‘Geachte Dolores con Carne, bij deze’
Peperpersoon (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
Peperpersoon wie kent het niet? Wacht ik koppel hem meteen aan gepeperd. De rekening dan. Los uit de pols wordt het voor je voeten geworpen. Nu ja, los uit de pols? Schijn bedriegt. Er is natuurlijk goed over nagedacht. Over de prijs per persoon. Dat levert namelijk veel meer op dan prijs per twee of per groep. Prijs per woning. Prijs per chalet. Het is weer bijna wintersport. Hoewel dat laatste niet echt er toe doet. De gemiddelde bemiddelde wintersporter kijkt niet zo nauw. Bij chalet begint hij of zij sowieso vrijwel onmiddellijk te jodelen. Je gaat toch niet vanuit een flatje snowboarden? Niet te verwarren met waterboarden. Je zou haast stikken van de prijzen die ze vragen, per persoon.
Reetpeper (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
Heel even raakte de schrijver in de war. Een themawoord als peper vroeg om een zorgvuldige benadering. Vrije associatie was uit den boze. Het moest ergens over gaan. En voordat het ergens over ging, moest er eerst nagedacht worden.
Reetkever en reetveter waren de eerste woorden die de schrijver te binnen schoten. Hij parkeerde ze op een blocnote. Reetkevers had hij onlangs nog op bezoek gehad. Daar zou zijn verhaaltje over kunnen gaan. Maar reetveter bood natuurlijk veel meer mogelijkheden.
Voodat hij er over schreef wilde hij het eerst ervaren. Zo’n reetveter. Zonder ervaring bleven gedachten maar loos.
Daar zat hij dus achter zijn laptop. Met zijn billen bloot. Nou ja, bloot. Gescheiden door wat reetpeper. Inventief ineengevouwen A4tjes. Pijnlijk.
Poederbrief (17-11-2015) (Themawoord: Peper)
De gepeperde rekening moest nog verstuurd worden. Blauw zou hij zich betalen. Dat was zo goed als zeker. Veel te veel uren had hij gemaakt. Niet geschreven wel gemaakt. Zou hij ze alsnog opvoeren? De uren? Met Max Verstappen speed? Of gewoon met witte peper? Ja, dat was een goed plan. Hij zou de rekening versturen met wat witte peper. Wat zou de aannemer schrikken? De verbouwing was toch wel erg duur geweest. De kosten moest hij toch wel opvoeren. Als aangever kon hij niet anders. De aannemer van de brief zou zich een hoedje schrikken. Slecht voor de bloedvaten. Maar dat is het lot van de aannemer van de brief. Als aangever had hij er niets mee te maken.
Bram (17-11-2015)
Bram zit in de bus. Hij is oud. Heel oud. Hij mijmert wat voor zich uit. De rode jurk zit niet naar zijn wens. Hij kreukt en kriebelt. Dat komt door de goedkope stof. Hij heeft de jurk nog niet zo lang aan. Een boldotcomjongetje had hem vanochtend aan zijn deur afgegeven.
Bij de jurk zat ook een mijter. Wat moest ie daar nu mee? Bram geloofde al lang niet meer in Sinterklaas. Dat was de enige persoon waaraan Bram kon denken, in relatie tot de mijter. Hij moest er toch iets mee. Nietwaar?
Bram arriveert bijna op zijn bestemming. Rotterdam CS. Daar zou hij Nel ontmoeten. Tot voorheen Nelus. Ook wel koperen Nelus genoemd. Ook uit de kast gekomen.
Maaltijd (17-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
Waar was je?
Gewoon even weg.
Waar naar toe?
Naar het bos.
Wat te doen?
Gewoon het gebruikelijke.
Houdt het op?
Ik hoop ooit.
Maar vandaag niet.
Nee, vandaag niet.
Vervelend dat malen.
Vind ik ook.
Tijd is wreed.
Ik weet het.
Vreet je weg.
Slurpt je op.
Verdwijnt in zwart.
En herhaalt zich.
Ja, telkens weer.
Tijd slaat dood.
Wat te doen?
Ophouden met malen.
Is geen optie.
Dacht het wel.
Het lukt niet.
Je moet volhouden.
Ik geef op.
Is geen optie.
Vader tijd komt.
Maar altijd ongelegen.
Morgen maar weer?
Denk het niet.
Oh, waarom niet?
Maaltijd is voorbij.
Voor jou misschien.
Voor jou ook.
Snap ik niet.
Is jouw punt.
Maal ik van.
Dat bedoel ik.
Geen zin in sommen (18-11-2015)
Inderdaad. Ik heb er even geen trek in om een som op te lossen. Dan kom ik maar niet binnen. Krijg ik geen toegang. Als we voor de gein nu eens alle robotten zouden verzamelen, optellen, vermenigvuldigen en daarna aftrekken of delen. Ja, vierendelen. Zoals ze dat in de Middeleeuwen deden. Of gif laten drinken uit een heilige beker. Gif van een naakte python. Dat zou ze leren, die stomme robotten. Dan hoefde ik ook geen domme getallen meer op te tellen. Gelukkig kan ik wel gratis bijdragen. Stukjes, geen reacties. Dat is dan weer vreemd. Reacties wegen blijkbaar zwaarder. Graag draag ik bij, vrij toegankelijk, zonder reageren. Het internet is toch eigenlijk een grote kleuterschool. Goed gedrag wordt beloond.
Dialoog vertaald in maaltijd (18-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“U kunt beginnen met uw verdediging, uw maaltijd gaat nu in.”
“Mijne heren, ik ga u bewijzen dat deze dialoog werkt en tevens een gat in de markt is.”
“Oh, hoe wilt u dat dan bewijzen?”
“Proefondervindelijk. Mag ik u allen vragen uw baretten hier voor mij op tafel te leggen.”
“U houdt ons voor de gek?”
“Echt niet, kijk, ik giet nu de dialoog over uw baretten, en zie wat er gebeurt.”
“Maar dat is onmogelijk, dat bestaat niet!”
“Wat bestaat niet? Dat er plots gedachtegangen uit uw baretten omhoog stijgen in klare taal?”
“Warempel u heeft gelijk. En ze zijn nog goed te volgen ook, woordelijk!”
“Het beste komt nog. Mijn dialoog kost slechts drie euro per fles.”
Sergeant Peper (19-11-2015) (Themawoord: Peper)
Hij diende in het leger van de prins. Sergeant Peper. Hij was zeer getalenteerd op meerdere vlakken en overal inzetbaar. Het meeste hield hij van gele vlakken. De blauwe vlakken ontweek ie altijd. Hij vond ze veel te nat.
Het liefste bewoog Sergeant Peper door het midden. Links en rechts vond hij veel te moeilijk. Op de flanken aanvallen vond hij te omslachtig. Vanuit het midden had hij meer overzicht. Ook al stond de vijand met zijn rug naar hem toegekeerd, hij schatte meestal goed in wie hij voor zich had.
Aan bommen had Sergant Peper een bloedje hekel. Die stemden hem mineur. Ze sloegen altijd keihard in, in zijn eenzaam hart. Vierenzestig jaar is ie geworden. Sergeant Peper. RIP.
Piekeren (21-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“Waarom piekert u zoveel?”
“Hoezo, het is alweer bijna Kerstmis.”
“Kerstmis? Het moet nog eerst Sinterklaas worden.”
“Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met piekeren.”
“Piekeren met Kerstmis en Sinterklaas?”
“Ja, kijk, ik speel altijd een dubbelrol in december. Ik tranformeer afwisselend in Sinterklaas en Kerstman.”
“Ik begrijp het, dat past prima bij uw gespletenheid, met Pasen bent u zeker ook Paashaas?”
“Ha, ha, nu probeert u mij in de maling te nemen zeker.”
“Nee hoor. In deze kostbare maaltijd die ik kosteloos aan u besteedt, omdat u van betekenis bent voor veel kinderen wereldwijd, neem ik uw gepieker als psychiater bloedserieus.”
“Fijn, zal ik Sinterklaas dan een piek cadeau doen of een nieuw paaseimandje?”
“Helaas, u tijd is voorbij.”
Mentha piperita (22-11-2015) (Themawoord: Peper)
Het heeft niets te maken met Pipo de Clown en ook niet met Rita Corita. Als je er te veel van binnen krijgt tast het niet de gezondheid aan. Hoewel daar ook grenzen aan zijn. Het is ook geen enge ziekte, maar dan nog, je wenst het niemand toe. Krijg de mentha piperita is eigenlijk best wel aangenaam. Het kan een verfrissende werking hebben. De mentha piperita werkt uiterst rustgevend. Bij veel stress is het raadzaam om even in een park een bankje te zoeken en dan de omgeving in je op te nemen. Adem in en adem uit. Neem dan een mentha piperita en alles komt goed. Je kunt ook een rang of mars nemen. Een pepermuntje werkt beter.
Dambordvlieg (23-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Hij veegt zijn handjes zachtjes over elkaar en wrijft af en toe ook even door zijn haar. Daarbij glijden de handjes ook heel even over de oogjes. Voldaan van de maaltijd laat hij een miniboertje. Haast onhoorbaar.
De zon schijnt lekker. Een mager laat herfstzonnetje. De afbraak in de natuur is begonnen. Bladeren nestelen zich rondom plantenstronken en houden de bodem lekker warm. Niemand klaagt nog over vorst en kou. Het zal niet lang meer duren. Gelukkig maar.
Zijn eeuwige honger is niet te stillen. Hij heeft zojuist nog gegeten, zijn buikje rond. Alles netjes afgekluifd. Een waar feestmaal. Hij heeft niet veel meer overgelaten. De rest is voor de pieren, de echte aaseters der natuur. Hijzelf zuigt liever poep.
Beeseters (24-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Aaseters hebben altijd honger. Ze zijn zo vraatzuchtig dat ik besloten heb om ze vanaf de volgende zin weg te laten uit mijn stukje. Hun bemoeizucht ben ik zo beu. Zeer ergerlijk zijn ze. Met de neus voorop verschijnen zij veelvuldig voor in de rij.
Beeseters zijn veel leuker. Niet zo hebberig. Ze kennen hun plek in het schrift. Bescheiden stellen zij zich op. Niet voor niets zijn het medeklinkers. Klinkers willen klinken gelijk een klok, vervelend en luidruchtig.
Nee, op medeklinkers kun je bouwen. Op de Bees, de Cees, de Dees, enzovoort. Complete letterbedjes kun je er mee spreiden. Klinkers zijn niet per se nodig voor een goede column. Beeseters hebben zelden honger. Ze zijn zelf om op te vreten.
Geloven (24-11-2015)
Geloof een ongemeen goed.
Voor wie er in gelooft smaakt het zoet.
De een gelooft heilig in kinderen.
Anderen vinden dat die apen het geluk alleen maar hinderen.
Geloof in eigen kunnen, ook zoiets.
Hoopvol, maar vaak eindigt het in helemaal niets.
In niets, ook daarin kun je geloven.
Diep vanuit de grond, in Zen, of helemaal van boven.
Of geloven in het tegenovergestelde.
Mogelijk de opvoeding die ergens knelde.
Geloof dat is voor dommen, die met een laag IQ?
Die liever zweven, dan aarden in het nu?
Geloven in mystiek en fantasie.
In decembermaanden gaan er flink wat door de knie.
Geloof in mensen, dieren, planten, dingen, dat volstaat.
Eenvoudig en in liefde blijven voeden, met woord en daad.
Achtenveertigen (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
De wekelijkse kaartavond van kaartclub Slinger en Rik werd op zondagavond vreselijk verstoord. De vaste koppeltjes die al drie maanden streden om de Gompiebokaal waren compleet verbolgen. Dit kon niet waar zijn. Iemand verziekte het spel. En dat nota bene op de slotavond.
Wie o wie had het in zijn hoofd gehaald om alle azen te stelen? De harten, de schoppen, de klaveren en de schoppen. Welke ongelofelijke stoethaspel maakte het klaar om deze mooiste avond van het seizoen voor iedereen te bederven?
Een asociale aaseter of een ergerlijk jokertje? De ogen stonden strak en iedereen leek voor even verdacht. Totdat de wedstrijdleider kwam met een lumineus idee. De azen doen vanavond gewoon niet mee. We rikken met z’n achtenveertigen.
Categorische perceptie (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
‘Allofoon, allofoon’. Er is niemand op zoek naar zijn telefoon. Nee, hier is sprake van een vreemd fenomeen. Een Nederlands-Franse taalverwarring van bijzondere categorische perceptie, waarbij spraakklanken niet als uniek akoestisch signaal worden waargenomen, maar door de hersenen opgeslagen in aparte categorieën. Welkom in de wondere wereld van de fonologie, een duur woord voor klanktaalwetenschap.
Het vraagt eventjes oplettendheid bij de lezer. Dat is ook het geval bij het woord ‘Aaseter’. Spreekt u het maar eens hardop uit: AASETER. En doe het nu ook eens met ACHETER. Er is onmiddellijk sprake van een allofoon (variant van foneem). Wat moet u er nu mee? U voelt zich misschien verkocht, omgekocht, afgekocht. Mogelijk zelfs gecorrumpeerd. En dat nog wel door een aaseter.
Maaltijd in de sauna (25-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)
“Hallo.”
“Best heet hier!”
“Lekker warm noem ik het.”
“Dan kunt u er beter tegen.”
“Dat is een kwestie van gewenning.”
“Voor mij went het nooit.”
“Waarom doet u het dan?”
“Ik heb een bon gekregen.”
“Van Social Deal zeker.”
“Nou nee, van mijn vriendin.”
“Bent u voor de eerste keer hier?”
“Ja, dit is mijn vuurdoop.”
“Eerst een voetenbad genomen?”
“Een voetenbad?”
“Ja, om op temperatuur te komen.”
“Is daar dan een apart voetenbad voor?”
“Ja, niet gezien bij binnenkomst?”
“Nee.”
“Handleiding ook niet gelezen?”
“Handleiding voor mijn voeten?”
“Ja, en de rest.”
“Weet u misschien de tijd?”
“Daar hangt een klok.”
“Waar?”
“Daar!”
“Maar dat is een zandloper.”
“Klopt, die maalt de tijd.”
“Maar geen etmaaltijd!”
“Nee, helaas.”
Isla Mosquera (26-11-2015) (Themawoord: Aaseter)
Verontrustende geluiden vanuit Isla Mosquera. UNESCO heeft ontdekt dat er een virus heerst onder de aaseters op dit kleine Galapagoseiland. Alle aaseters zijn zwaar neusverkouden. Ze ruiken de lijkengeur van kadavers niet meer. Na een aantal dagen worden ze ook nog eens blind door hevig ontstoken bijholten. Een vervelende complicatie die uiteindelijk leidt tot honger en dood. De natuur is wreed. Darwin maakte het al eerder mee, in september 1835 om precies te zijn. Ik lees even voor uit zijn schrift. ‘Ik ruimde samen met mijn crew de hele dag vele aaseters. Van klein naar groot: mieren, kevers, vliegen, wespen, wormen, garnalen, krabben, ratten, raven, gieren, schildpadden, vossen, jakhalzen, hyena’s en varanen. Hopelijk vinden ze de dood in het hiernamaals.’
Kaas eten (27-11-2015) (Themawoord: Kaas eten)
Er was eens een muis. Hij heette Piet. Zijn favoriete kostje was kaas. Het liefst at Piet eerst de kaas van de kaas. Bij voorkeur knaagde hij dan de lange linkerzijde van de kaas van boven naar beneden af. Daarna viel altijd het resterende stukje van de kaas, een kleine v, naar beneden op zijn kant.
Vervolgens knabbelde Piet eerst het schuine opstaande stukje op en daarna het liggende. Wat dan overbleef was aas. Vanaf dat moment transformeerde Piet van kaaseter in aaseter.
Omdat Piet best gulzig was vrat hij meteen verder aan de aas. De eerste a lukte altijd. De tweede nooit. Hij zat dan vol. Piet was een onvervalste kaas- en aaseter. As eten ging hem te ver.
Open haard (29-11-2015)
Mijn haard is niet open. Het is een gesloten huis. Een huis van metaal. Gietijzer om precies te zijn. Van staal was misschien mooier geweest. Cortenstaal. Het vuur doet het in ieder geval goed. Een open vuur in een gesloten systeem. Het nodigt uit. Hoe dan ook. De vlammen worden gevoed door zuurstof. Zij komen haast nooit in ademnood.
Vlammen die hyperventileren, ik moet er niet aan denken. Soms slaat het vuur op hol. Dan houd ik het niet bij. Het danst dan in de schoorsteen. Een zorgwekkend schouwspel dat kort duurt. Het is wachten op sirenes. Geen mythologisch mooie vrouwen. Nee, op Bob de Bouwers met rode mantels en een lange ladder. Mijn gesloten haard verwordt tot open huis.
Beelddenken in denkbeelden (30-11-2015) (Themawoord: Beeld)
Met ferme handen boetseert René D, de grote denkbeelder, zijn woorden in klei. Hij denkt, dus hij beeldt. Dat doet ie letter voor letter. Hij boetseert eerst een mooie b, draait deze vervolgens achterstevoren naar d. Kantelt hem in spiegelbeeld naar p. De stok omlaag. Tot slot nog een draai naar rechts en voilà, daar is de q.
Denkbeeldig verzint hij een mooie titel voor het beeld. Bedepeku. Nu nog even afgieten in brons. Nee in goud. Opdracht geslaagd. De beelddenker kan weer verder met zijn volgende opdracht. Een boombeeld. Maar hij is niet zo in de mood voor boom. Hij houdt het liever bij Bedepeku. Driedimensionaal geniet René van het eindbeeld. Totaal van de kaart. Een gestolde beeldgedachte, museumwaardig.
Labels:
120w,
aaseter,
achtenveertigen,
beeld,
categorische perceptie,
dambordvlieg,
gedichten,
haard,
hond,
isla mosquera,
kabinet,
maaltijd,
peper,
sauna,
schrijfopdracht,
schrijfwedstrijd,
sergeant peper,
tocht,
woord,
zeep
31-10-2015
120 Woorden Oktober 2015
120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Retro Tull (01-10-2015) (Themawoord: Retro)
Mijn lange haren kriebelen langs de oren en blijven steeds hangen tussen mijn mond en het tuutje van mijn dwarsfluit. Sinds kort studeer ik klassieke dwarsfluit. Ben overgestapt van blokfluit want veel liever speel ik horizontaal dan vertikaal. De dwarsfluit biedt ook veel meer mogelijkheden qua klanklijn en muziekspectrum. Mocht het me niet bevallen kan ik de klassieke kennis altijd nog aanwenden voor jazzzzzz en rrrrrock en blueeezzzzz. Mijn grote voorbeeld is Ian Anderson. Doch niet voor zijn dwarsfluit talent maar voor zijn uitspraken en intellect. Wie kent hem niet? Ik ga even Retro Tull en zoek op Wikipedia zijn adagio en adagium. Het tempo waarmee Ian teksten lanceert is geniaal. Vertaald in muzieknoten smaakt het naar hazelnoot. Zonder dope.
Kijk - en luistergeld (05-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
Ik schop de dokter nog net niet onder zijn… Wat is dat ding koud! Een afkoelingsperiode kan ik wel gebruiken, maar dit gaat wel erg ver. Ik zie dat de dokter rode oren krijgt. Zie ik het goed? Er komt zelfs een beetje stoom uit. Ik ben jaloers, liefst zou ik zelf even stoom afblazen.
Ik mag mijn hemd weer dichtknopen. Ik blijk helemaal oké te zijn. Wat een teleurstelling. Ik had toch wel gehoopt op een heel klein beetje ziek zijn. Komop zeg. Ben ik helemaal voor niets naar de dokter getogen? Dat kan niet waar zijn. Of ik de tien euro contant wil afrekenen of wil pinnen? Ik pak de dokter bij zijn stethoscoop en draai langzaam aan.
Borstkijker (05-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
Met een dun opgerold papiertje leg ik mijn oor te luister op haar linkerborst. ‘Sssstttttttiiiiiillllllll zijn’, fluister ik haar toe en leg mijn vinger op haar lippen. Dat vindt ze niet prettig. Het stil zijn. Ik hoor haar hartje zachtjes bonken. Het klinkt als Bachse pauken die met het juiste timbre resoneren. Haar borst gaat ook op en neer. Ik voel het papier langs mijn oor op en neer glijden. Het geeft een geil gevoel, dat ik onmiddellijk onderdruk. Zeg, ik ben haar dokter, dit kan niet, dit mag niet. Maar helaas, ik kan het amper onderdrukken, het gevoel glijdt langs mijn ruggengraat naar beneden. Mijn stethos vloept omhoog. Krijgt een scoop. Een stethoscoop. Snel laat ik haar borsten los.
Schoepstoot (06-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
In de visserij is het heel gebruikelijk om nieuwe vissers op een ludieke wijze te verwelkomen. Zo ook in Vissersgat, een plaatsje gelegen in België, net voorbij Antwerpen. Vissersgat is vooral gekend van de bouw van grote schoepen. U kent ze wel, die dingen die water verplaatsen. Wel diezelfde schoepen zijn nu ook de inzet van de ludieke begroeting. Nieuwe vissers worden in Vissersgat verwelkomt met een schoepstoot. Hoe? Vier andere vissers stoempen met een kleine schoep lichtjes tegen de nieuwe visser. Die verliest dan meestal zijn evenwicht en valt dan in het water. Vissers krijgen namelijk in Vissergat geen vuurdoop maar waterdoop. Onlangs werd een huisarts tot nieuwe visser gedoopt. Via zijn stethoscoop werd hij nadien aan wal gehezen.
Schootpoets (07-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
De faculteit Geneeskunde in Groningen is het helemaal beu. Het nieuwe collegejaar is amper bezig, of de nieuwe aanmeldingen komen alweer binnen. Maar het bestuur van de faculteit heeft een oplossing gevonden. Middels een prijsvraag, ja, een prijsvraag, het bestuur beseft heel goed hoe duur de opleiding is en hoe lang het duurt voordat de studieschuld is afbetaald, wordt een eerste voorselectie aan de poort gemaakt. Omdat de jonge potentials, de jonge peuten in spé, niet dom zijn en ongetwijfeld met grote getale het antwoord zullen vinden, wordt alleen degene met het meest ludiek omklede antwoord, beloond met de eerste prijs, een gouden stethoscoop. En dan nu de prijsvraag. Wat is schootpoets en wanneer werd het voor het eerst gebruikt?
State us cope (08-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
Het was het moeilijkste woord dat tot dan toe op tafel was gekomen. Stethoscoop. Zoals altijd las ik eerst de antwoorden nog voor ik de vraag aan mijn tegenspeler stelde.
Hoe kwam de maker van Triviant überhaupt aan al die vragen? Welke critaria hanteerde hij bij zijn selectie? Ik besloot hem te bellen. Geen idee nog dat het hier een Engelsman betrof. Zijn telefoonnummer haalde ik van de doos. Meteen viel ik met de deur in huis.
‘Dear mister Triviant, how do you collect your questions? For example, what is a state us scope?’
‘Dear sir, are you kiddin’ me? Listen, I promise I’ll wear the state us cope next time we play naughty nurse. Does that answer satisfy you?’
Stethoscoop en troffel (09-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
Een stethoscoop zonder dokter is als een metselaar zonder troffel. Maar wat als de metselaar nu eens de stethoscoop hanteerde en de dokter de troffel? Dan wordt het pas interessant.
De metselaar die luistert naar zijn stenen. Of ze nog goed ademen. Verstopt in de muur voelen zij zich vaak beklemd. Zo nu en dan lopen ze een flinke verkoudheid op. Zeler als ze staan naast een andere koude muur. Een kale muur, zonder isolatie met een winderige spouw.
De dokter die klopt en roert op de borst en rug van zijn patiënten om te kijken of alle cement nog hecht en zoekt naar losse voegen. Een lijf bouwkundig goed onderhouden vraagt om de juiste specie. Roodband schrijft ie voor.
Weekoscoop (10-10-2015)
Wat is dat nu weer? Een weekoscoop? Een nieuw woord opgenomen in de Dikke van Dale, laatste papieren editie? Een bioscoop die de hele week open is en waar voortdurend oude Polygoon-journaals vertoond worden? Een telescoop om de hele week onder de loep te kunnen nemen? Een stethoscoop om weke delen mee te beluisteren?
Wie zal het zeggen? Ik mag het nog niet verklappen. Binnenkort wordt het vertoond op de televisie. Op de televisie? Ja, op de televisie, niet op Facebook, dat is niet echt. Je kunt het bijna niet mislopen en al helemaal niet disliken. Die button bestaat niet op de televisie. Hou de televisie goed in de gaten. Kijk naar het beste idee van Nederland. De weekoscoop. SBS6.
Vertel me waar de bloemen zijn (12-10-2015) (Themawoord: Antwoord)
Ik sta bij het waterorgel en besef onmiddellijk, dit is niet de juiste plek. Het moet haast wel een fata morgana zijn, dat ik niet zie. Snel loop ik door mijn zelf gecreëerde sprookjesbos en ga op zoek naar een vliegend tapijt. Dat moet antwoord geven. En anders wel de tulpen. De tulpen die uit de Turkse aarde schieten. Zouden ze verliezen? Te mooi om waar te zijn. Wij zullen dan toch eerst moeten winnen. Bob en ik. We sjouwen verder in onze droom. Op zoek, ja op zoek naar wat? Naar antwoorden. Antwoorden op wat? Levensvragen in een pretpark. Een pretpark dat maar geen circus wordt. Het antwoord zal altijd ergens in de lucht rond blijven vliegen. Mooi toch?
Aant woord (12-10-2015) (Themawoord: Antwoord)
Hoeveel woorden ontlenen eigenlijk wel niet, wel dus, hun betekenis aan het Bargoens? Heul veul. Gestolen woorden zijn het eigenlijk, want ze worden gebezigd door dieven. De meesten stammen uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Nee, niet de dieven, de woorden. Maar eigenlijk nog vsn ver daarvoor. Uit het jiddisch.
Ik neem als voorbeeld het woord ‘antwoord’, voortgekomen uit ‘aant woord’. Voor het eerst uitgesproken ergens in de tiende eeuw, door Joden in het Rijnland. Om precies te zijn door een Jood. Die was zo lang aan het woord dat zijn omstanders vroegen: hoe lang blijf jij nog aant woord? Hij gaf onmiddellijk antwoord. ‘Heul lang!’ Sindsdien durfde niemand nog vragen te stellen. De Jood bleef aant woord.
Antwoorden bestaat (14-10-2015) (Themawoord: Antwoord)
Het ligt vlak naast Antwerpen. Hoe ik daar achter kwam? Ik ging zoeken op internet. Daar vindt je alles. Eerst naar Wikipedia. Daar kwam ik via Antwoorden terecht bij Antwerpen. Hoe? Door serendipity (ja, zoek dat maar op!).
Wat bleek? Antwerpen is afgeleid van Handwerpen. Ja, ze hakten vroeger je hand af en gooiden die in ’t Scheld indien je als schipper geen tol betaalde. Ze kunnen het verzinnen in België. Ik dacht. Zou Antwoorden dan mogelijk afgeleid zijn van Handwoorden? Ja hoor, met eenzelfde soort uitleg, maar net anders. Je hand wordt afgehakt als je niet het juiste wachtwoord (handwoord, antwoord) kent.
Naast Antwoorden vond ik ook Vragen. Dat ligt tussen Kontich, Aartselaar en Reet. Allemaal gevonden via Googlemaps.
Titel (17-10-2015)
Ik laat hem maar eens even staan. Titel. Best een komisch woord als je het een aantal keren snel achter elkaar uitspreekt. ‘Titel, titel, titel, titel, titel.’ Vijf keer volstaat.
Voel je de ‘l’ en de ‘t’ stuiteren in de mond. Het geeft een grappig mondgevoel. Alsof je op kookles bent bij Mastttterchef of Heelllll Holllland Bakttttt. Je kunt ze bakken, stomen, koken, stoven, frituren, sous videren, grillen, roken, en waarschijnlijk op nog wat andere manieren bereiden. De ‘l’ en de ‘t’.
Mijn voorkeur is roken. Dan smaken ze het beste. Goed roeren. Heel belangrijk. En er altijd bij blijven. Proeven ook, met regelmaat. Op het laatst nog even laten rusten en dan stevig kruiden. En klaar is de titel.
Els (19-10-2015)
Een prima boom, een els. Met alles erop en eraan kan hij er goed mee door. Bladeren, takken, stam, schors, noem het op, of hij heeft het. Hij verkleurt ook prachtig in de herfst. Niets zo mooi als een els.
Je kunt er ook mooi gereedschap van maken. Alles wat uit een els voort komt gaat jaren mee en ligt ook prima in de hand. Met het juiste handvat kan een els van grote betekenis zijn. Net als een eik behoort hij tot het edel ras van bomen en gereedschap. Er mag dan ook nooit iets van els omtbreken in een bos of gereedschapskist.
Een els is de ruwe diamant, de Mercedes onder de bomen en gereedschappen. Scherp en puntig.
Priemel (19-10-2015) (Themawoord: Priem)
Ik heb de laatste tijd vleselijk last van mijn priemel. Dat komt omdat het winter wordt. En die is meer nabij dan gedacht. Ik ben er al mee naar de dokter geweest. Maar die stuurde mij snel huiswaarts.
Ik had er veel te veel mee gespeeld vertelde de dokter. Daar kon mijn priemel niet tegen. En dat wist ik verdomde goed. Eigenwijs dat ik was wilde ik mezelf niet laten kennen. Voor wie? Mijn priemel laat mij niet los. En zeker niet op commando.
Nu heeft hij even vakantie. Ik gun het hem. Ieder jaar weer moet ie hard werken. Nu heeft hij rust. Totdat de winter voorbij is. Dan begint al het gepriemel weer opnieuw. Wanneer het voorjaar lonkt.
Radhakishun (19-10-2015) (Themawoord: Priem)
Wie? Wat? Hoe? Prem Radhakishun. Ik noem hem voor de gein altijd Priem. Doet het een belletje rinkelen? Een tafelheer van De Wereld Draait Door. Tot gisteravond. Omdat het priemen van Prem toch wel eventjes doorschoot. Je zult hem maar in je rug krijgen. Zo’n priem. Dat is bijna net zo erg als een koude douche bij Radar. Excuses de volgende dag of weken alom. Er moet iets rechtgezet worden. En toch, het laat altijd diepe wonden na, zo’n priem. Een favoriet gereedschap, wat zeg ik, wapen bij de Grieken en Romeinen. Goede timmermannen kunnen er nog mee overweg. Maar leen ze niet uit aan advocaten, columnisten en andere woord- en rechtkunstenaars. Dan mag je niet meer meedoen aan tafel.
Weekwoord (20-10-2015)
Een grappig woord als je het langzaam uitspreekt. Een week woord. In een zinnenspel van honderdtwintig woorden al helemaal. Een weekwoord moet gebruikt worden in het spel van de knikkers. Daarmee zou de naam van het woord, het naamwoord misschien beter sterk kunnen zijn of nog beter, stevig. Kortom een stevig woord. Stevigwoord. Moet wel binnen een week opgesoupeerd worden, maar dat mag geen probleem zijn. Laat de fantasie vieren, zoek de wikipedia’s af of doe gewoon normaal en gebruik het in de bedoelde betekenis. Maar… sleep het er niet bij. Daarvoor zijn weekwoorden toch te stevig. Misschien een uitdaging voor het volgende steekwoord (kan ook nog). Maak een verhaal bestaande uit een zin en gebruik daarin het weekwoord. Hevig!
Als ogen vuur spuwen (25-10-2015) (Themawoord: Priem)
Ogen die priemen. Wie kent ze niet? Vooral donkere en hele helle blauwe kunnen dat. Priemen in de zin van intens observeren, maar ook in de zin van oordelen, veroordelen. De hel blauwe ogen zijn zo mooi en lief dat deze binnen de eerste categorie vallen. Je kunt er zelfs verliefd op worden. Dan worden ze in plaats van helblauw hemelblauw.
Maar de tweede categorie kan bij intens gebruik schadelijk werken. Zeker als het voortdurend voorkomt. Minachting, boosheid, verachting ligt er in opgesloten, in die donkere kijkers. Het raakt de ziel van de ontvanger. De zwartkijker heeft het misschien niet eens in de gaten. Hoe zijn ogen vuur spuwen. Maar hij zal er toch iets bij voelen. Haat en liefde.
Rariteiten uit de kast (27-10-2015) (Themawoord: Kabinet)
Een schaaltje bananenschillen, met zorg geconserveerd. Het gipsen hoofd van Yreia, gezondheidsgodin (miniatuur). Pakje kauwgom, Stimorol. Drie kleine schaaltjes met bloemenblaadjes. Een vreemd insect in een glazen flesje, dood. Een klein Eiffeltorentje, naast een toren uit Pisa, scheef. Een plastic piramide, transparant, met daarin een kleine globe, moeder Aarde. Een luciferdoosje. Kurkentrekker. Puntenslijper. Pennenbakje. Olifantje van hoorn. Nietszeggende boeken. Klein Delfts blauw beeldje van een jong paartje dat elkaar zoent, met de handen op de rug. Spitting image achtige poppetjes van leden uit de Tweede Kamer. Klavertje vier van roze plastic. Dinky toy. Kleine kerststal uit Egypte. Medaille van de avondvierdaagse Biggekerke. Telefoonhouder met telefoon. Lamp Art Nouveau. Ik haal ze heel voorzichtig uit mijn kabinet en stof ze af.
Kabinet redt toerist (27-10-2015) (THemawoord: Kabinet)
Gabriel zit in een kano en houdt de oever van de Okavanga goed in de gaten. Hij voelt zich bespied door in- en uitheemse ogen. Zijn vakantie zit vol toeristen en enge beesten.
Aanvankelijk dacht hij veilig in de boot te zitten. De inboorling die de kano peddelde met een grote stok wist wat hij deed en oogde zelfverzekerd en stoer in zijn donkere spierenvel.
Lui achterover liggend, liet Gabriel zijn hand in het water mee glijden met de stroming. Dat had ie niet moeten doen.
‘Hap!’, zei een grote platte groene bek met hele scherpe tanden.
‘Watch out!’, riep de inboorling. ‘It’s a Kabi, very dangerous!’
Gelukkig lag er een Kabinet in de boot. Kabi’s zijn veel geld waard.
De zomer is weer heen (28-10-2015)
Ik kijk uit mijn raam
Bruin, blauw, zalm en oranje
Een herfstige chaos zonder franje
Bladeren bijna dood, sterven langzaam
Geworteld in de koude grond
Houdt een boom zich rechtop
Zacht wiegt wind zijn takkenkop
Noot spuwt zuurstof, heel gezond
Groen gras blinkt plastic strak
Tafel, stoelen, bankjes vol mos
Vogels zijn gevlogen, allen los
Uitgezonderd mussen op het dak
Regendruppels glijden van het glas
Halen elkaar wat hakkelend in
Heimelijk gespot door hangende spin
Aan een draad van vlas
Finish op een natte stoep
In mijn vijver geen gedonder
Kikkers, padden, ze duiken onder
Niet te vinden zonder loep
Rook dwarrelt uit de schoorsteen
Sliertig in grauw grijs blauw
Planten bezwijken onder zware dauw
De zomer is weer heen
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.
Retro Tull (01-10-2015) (Themawoord: Retro)
Mijn lange haren kriebelen langs de oren en blijven steeds hangen tussen mijn mond en het tuutje van mijn dwarsfluit. Sinds kort studeer ik klassieke dwarsfluit. Ben overgestapt van blokfluit want veel liever speel ik horizontaal dan vertikaal. De dwarsfluit biedt ook veel meer mogelijkheden qua klanklijn en muziekspectrum. Mocht het me niet bevallen kan ik de klassieke kennis altijd nog aanwenden voor jazzzzzz en rrrrrock en blueeezzzzz. Mijn grote voorbeeld is Ian Anderson. Doch niet voor zijn dwarsfluit talent maar voor zijn uitspraken en intellect. Wie kent hem niet? Ik ga even Retro Tull en zoek op Wikipedia zijn adagio en adagium. Het tempo waarmee Ian teksten lanceert is geniaal. Vertaald in muzieknoten smaakt het naar hazelnoot. Zonder dope.
Kijk - en luistergeld (05-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
Ik schop de dokter nog net niet onder zijn… Wat is dat ding koud! Een afkoelingsperiode kan ik wel gebruiken, maar dit gaat wel erg ver. Ik zie dat de dokter rode oren krijgt. Zie ik het goed? Er komt zelfs een beetje stoom uit. Ik ben jaloers, liefst zou ik zelf even stoom afblazen.
Ik mag mijn hemd weer dichtknopen. Ik blijk helemaal oké te zijn. Wat een teleurstelling. Ik had toch wel gehoopt op een heel klein beetje ziek zijn. Komop zeg. Ben ik helemaal voor niets naar de dokter getogen? Dat kan niet waar zijn. Of ik de tien euro contant wil afrekenen of wil pinnen? Ik pak de dokter bij zijn stethoscoop en draai langzaam aan.
Borstkijker (05-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
Met een dun opgerold papiertje leg ik mijn oor te luister op haar linkerborst. ‘Sssstttttttiiiiiillllllll zijn’, fluister ik haar toe en leg mijn vinger op haar lippen. Dat vindt ze niet prettig. Het stil zijn. Ik hoor haar hartje zachtjes bonken. Het klinkt als Bachse pauken die met het juiste timbre resoneren. Haar borst gaat ook op en neer. Ik voel het papier langs mijn oor op en neer glijden. Het geeft een geil gevoel, dat ik onmiddellijk onderdruk. Zeg, ik ben haar dokter, dit kan niet, dit mag niet. Maar helaas, ik kan het amper onderdrukken, het gevoel glijdt langs mijn ruggengraat naar beneden. Mijn stethos vloept omhoog. Krijgt een scoop. Een stethoscoop. Snel laat ik haar borsten los.
Schoepstoot (06-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
In de visserij is het heel gebruikelijk om nieuwe vissers op een ludieke wijze te verwelkomen. Zo ook in Vissersgat, een plaatsje gelegen in België, net voorbij Antwerpen. Vissersgat is vooral gekend van de bouw van grote schoepen. U kent ze wel, die dingen die water verplaatsen. Wel diezelfde schoepen zijn nu ook de inzet van de ludieke begroeting. Nieuwe vissers worden in Vissersgat verwelkomt met een schoepstoot. Hoe? Vier andere vissers stoempen met een kleine schoep lichtjes tegen de nieuwe visser. Die verliest dan meestal zijn evenwicht en valt dan in het water. Vissers krijgen namelijk in Vissergat geen vuurdoop maar waterdoop. Onlangs werd een huisarts tot nieuwe visser gedoopt. Via zijn stethoscoop werd hij nadien aan wal gehezen.
Schootpoets (07-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
De faculteit Geneeskunde in Groningen is het helemaal beu. Het nieuwe collegejaar is amper bezig, of de nieuwe aanmeldingen komen alweer binnen. Maar het bestuur van de faculteit heeft een oplossing gevonden. Middels een prijsvraag, ja, een prijsvraag, het bestuur beseft heel goed hoe duur de opleiding is en hoe lang het duurt voordat de studieschuld is afbetaald, wordt een eerste voorselectie aan de poort gemaakt. Omdat de jonge potentials, de jonge peuten in spé, niet dom zijn en ongetwijfeld met grote getale het antwoord zullen vinden, wordt alleen degene met het meest ludiek omklede antwoord, beloond met de eerste prijs, een gouden stethoscoop. En dan nu de prijsvraag. Wat is schootpoets en wanneer werd het voor het eerst gebruikt?
State us cope (08-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
Het was het moeilijkste woord dat tot dan toe op tafel was gekomen. Stethoscoop. Zoals altijd las ik eerst de antwoorden nog voor ik de vraag aan mijn tegenspeler stelde.
Hoe kwam de maker van Triviant überhaupt aan al die vragen? Welke critaria hanteerde hij bij zijn selectie? Ik besloot hem te bellen. Geen idee nog dat het hier een Engelsman betrof. Zijn telefoonnummer haalde ik van de doos. Meteen viel ik met de deur in huis.
‘Dear mister Triviant, how do you collect your questions? For example, what is a state us scope?’
‘Dear sir, are you kiddin’ me? Listen, I promise I’ll wear the state us cope next time we play naughty nurse. Does that answer satisfy you?’
Stethoscoop en troffel (09-10-2015) (Themawoord: Stethoscoop)
Een stethoscoop zonder dokter is als een metselaar zonder troffel. Maar wat als de metselaar nu eens de stethoscoop hanteerde en de dokter de troffel? Dan wordt het pas interessant.
De metselaar die luistert naar zijn stenen. Of ze nog goed ademen. Verstopt in de muur voelen zij zich vaak beklemd. Zo nu en dan lopen ze een flinke verkoudheid op. Zeler als ze staan naast een andere koude muur. Een kale muur, zonder isolatie met een winderige spouw.
De dokter die klopt en roert op de borst en rug van zijn patiënten om te kijken of alle cement nog hecht en zoekt naar losse voegen. Een lijf bouwkundig goed onderhouden vraagt om de juiste specie. Roodband schrijft ie voor.
Weekoscoop (10-10-2015)
Wat is dat nu weer? Een weekoscoop? Een nieuw woord opgenomen in de Dikke van Dale, laatste papieren editie? Een bioscoop die de hele week open is en waar voortdurend oude Polygoon-journaals vertoond worden? Een telescoop om de hele week onder de loep te kunnen nemen? Een stethoscoop om weke delen mee te beluisteren?
Wie zal het zeggen? Ik mag het nog niet verklappen. Binnenkort wordt het vertoond op de televisie. Op de televisie? Ja, op de televisie, niet op Facebook, dat is niet echt. Je kunt het bijna niet mislopen en al helemaal niet disliken. Die button bestaat niet op de televisie. Hou de televisie goed in de gaten. Kijk naar het beste idee van Nederland. De weekoscoop. SBS6.
Vertel me waar de bloemen zijn (12-10-2015) (Themawoord: Antwoord)
Ik sta bij het waterorgel en besef onmiddellijk, dit is niet de juiste plek. Het moet haast wel een fata morgana zijn, dat ik niet zie. Snel loop ik door mijn zelf gecreëerde sprookjesbos en ga op zoek naar een vliegend tapijt. Dat moet antwoord geven. En anders wel de tulpen. De tulpen die uit de Turkse aarde schieten. Zouden ze verliezen? Te mooi om waar te zijn. Wij zullen dan toch eerst moeten winnen. Bob en ik. We sjouwen verder in onze droom. Op zoek, ja op zoek naar wat? Naar antwoorden. Antwoorden op wat? Levensvragen in een pretpark. Een pretpark dat maar geen circus wordt. Het antwoord zal altijd ergens in de lucht rond blijven vliegen. Mooi toch?
Aant woord (12-10-2015) (Themawoord: Antwoord)
Hoeveel woorden ontlenen eigenlijk wel niet, wel dus, hun betekenis aan het Bargoens? Heul veul. Gestolen woorden zijn het eigenlijk, want ze worden gebezigd door dieven. De meesten stammen uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Nee, niet de dieven, de woorden. Maar eigenlijk nog vsn ver daarvoor. Uit het jiddisch.
Ik neem als voorbeeld het woord ‘antwoord’, voortgekomen uit ‘aant woord’. Voor het eerst uitgesproken ergens in de tiende eeuw, door Joden in het Rijnland. Om precies te zijn door een Jood. Die was zo lang aan het woord dat zijn omstanders vroegen: hoe lang blijf jij nog aant woord? Hij gaf onmiddellijk antwoord. ‘Heul lang!’ Sindsdien durfde niemand nog vragen te stellen. De Jood bleef aant woord.
Antwoorden bestaat (14-10-2015) (Themawoord: Antwoord)
Het ligt vlak naast Antwerpen. Hoe ik daar achter kwam? Ik ging zoeken op internet. Daar vindt je alles. Eerst naar Wikipedia. Daar kwam ik via Antwoorden terecht bij Antwerpen. Hoe? Door serendipity (ja, zoek dat maar op!).
Wat bleek? Antwerpen is afgeleid van Handwerpen. Ja, ze hakten vroeger je hand af en gooiden die in ’t Scheld indien je als schipper geen tol betaalde. Ze kunnen het verzinnen in België. Ik dacht. Zou Antwoorden dan mogelijk afgeleid zijn van Handwoorden? Ja hoor, met eenzelfde soort uitleg, maar net anders. Je hand wordt afgehakt als je niet het juiste wachtwoord (handwoord, antwoord) kent.
Naast Antwoorden vond ik ook Vragen. Dat ligt tussen Kontich, Aartselaar en Reet. Allemaal gevonden via Googlemaps.
Titel (17-10-2015)
Ik laat hem maar eens even staan. Titel. Best een komisch woord als je het een aantal keren snel achter elkaar uitspreekt. ‘Titel, titel, titel, titel, titel.’ Vijf keer volstaat.
Voel je de ‘l’ en de ‘t’ stuiteren in de mond. Het geeft een grappig mondgevoel. Alsof je op kookles bent bij Mastttterchef of Heelllll Holllland Bakttttt. Je kunt ze bakken, stomen, koken, stoven, frituren, sous videren, grillen, roken, en waarschijnlijk op nog wat andere manieren bereiden. De ‘l’ en de ‘t’.
Mijn voorkeur is roken. Dan smaken ze het beste. Goed roeren. Heel belangrijk. En er altijd bij blijven. Proeven ook, met regelmaat. Op het laatst nog even laten rusten en dan stevig kruiden. En klaar is de titel.
Els (19-10-2015)
Een prima boom, een els. Met alles erop en eraan kan hij er goed mee door. Bladeren, takken, stam, schors, noem het op, of hij heeft het. Hij verkleurt ook prachtig in de herfst. Niets zo mooi als een els.
Je kunt er ook mooi gereedschap van maken. Alles wat uit een els voort komt gaat jaren mee en ligt ook prima in de hand. Met het juiste handvat kan een els van grote betekenis zijn. Net als een eik behoort hij tot het edel ras van bomen en gereedschap. Er mag dan ook nooit iets van els omtbreken in een bos of gereedschapskist.
Een els is de ruwe diamant, de Mercedes onder de bomen en gereedschappen. Scherp en puntig.
Priemel (19-10-2015) (Themawoord: Priem)
Ik heb de laatste tijd vleselijk last van mijn priemel. Dat komt omdat het winter wordt. En die is meer nabij dan gedacht. Ik ben er al mee naar de dokter geweest. Maar die stuurde mij snel huiswaarts.
Ik had er veel te veel mee gespeeld vertelde de dokter. Daar kon mijn priemel niet tegen. En dat wist ik verdomde goed. Eigenwijs dat ik was wilde ik mezelf niet laten kennen. Voor wie? Mijn priemel laat mij niet los. En zeker niet op commando.
Nu heeft hij even vakantie. Ik gun het hem. Ieder jaar weer moet ie hard werken. Nu heeft hij rust. Totdat de winter voorbij is. Dan begint al het gepriemel weer opnieuw. Wanneer het voorjaar lonkt.
Radhakishun (19-10-2015) (Themawoord: Priem)
Wie? Wat? Hoe? Prem Radhakishun. Ik noem hem voor de gein altijd Priem. Doet het een belletje rinkelen? Een tafelheer van De Wereld Draait Door. Tot gisteravond. Omdat het priemen van Prem toch wel eventjes doorschoot. Je zult hem maar in je rug krijgen. Zo’n priem. Dat is bijna net zo erg als een koude douche bij Radar. Excuses de volgende dag of weken alom. Er moet iets rechtgezet worden. En toch, het laat altijd diepe wonden na, zo’n priem. Een favoriet gereedschap, wat zeg ik, wapen bij de Grieken en Romeinen. Goede timmermannen kunnen er nog mee overweg. Maar leen ze niet uit aan advocaten, columnisten en andere woord- en rechtkunstenaars. Dan mag je niet meer meedoen aan tafel.
Weekwoord (20-10-2015)
Een grappig woord als je het langzaam uitspreekt. Een week woord. In een zinnenspel van honderdtwintig woorden al helemaal. Een weekwoord moet gebruikt worden in het spel van de knikkers. Daarmee zou de naam van het woord, het naamwoord misschien beter sterk kunnen zijn of nog beter, stevig. Kortom een stevig woord. Stevigwoord. Moet wel binnen een week opgesoupeerd worden, maar dat mag geen probleem zijn. Laat de fantasie vieren, zoek de wikipedia’s af of doe gewoon normaal en gebruik het in de bedoelde betekenis. Maar… sleep het er niet bij. Daarvoor zijn weekwoorden toch te stevig. Misschien een uitdaging voor het volgende steekwoord (kan ook nog). Maak een verhaal bestaande uit een zin en gebruik daarin het weekwoord. Hevig!
Als ogen vuur spuwen (25-10-2015) (Themawoord: Priem)
Ogen die priemen. Wie kent ze niet? Vooral donkere en hele helle blauwe kunnen dat. Priemen in de zin van intens observeren, maar ook in de zin van oordelen, veroordelen. De hel blauwe ogen zijn zo mooi en lief dat deze binnen de eerste categorie vallen. Je kunt er zelfs verliefd op worden. Dan worden ze in plaats van helblauw hemelblauw.
Maar de tweede categorie kan bij intens gebruik schadelijk werken. Zeker als het voortdurend voorkomt. Minachting, boosheid, verachting ligt er in opgesloten, in die donkere kijkers. Het raakt de ziel van de ontvanger. De zwartkijker heeft het misschien niet eens in de gaten. Hoe zijn ogen vuur spuwen. Maar hij zal er toch iets bij voelen. Haat en liefde.
Rariteiten uit de kast (27-10-2015) (Themawoord: Kabinet)
Een schaaltje bananenschillen, met zorg geconserveerd. Het gipsen hoofd van Yreia, gezondheidsgodin (miniatuur). Pakje kauwgom, Stimorol. Drie kleine schaaltjes met bloemenblaadjes. Een vreemd insect in een glazen flesje, dood. Een klein Eiffeltorentje, naast een toren uit Pisa, scheef. Een plastic piramide, transparant, met daarin een kleine globe, moeder Aarde. Een luciferdoosje. Kurkentrekker. Puntenslijper. Pennenbakje. Olifantje van hoorn. Nietszeggende boeken. Klein Delfts blauw beeldje van een jong paartje dat elkaar zoent, met de handen op de rug. Spitting image achtige poppetjes van leden uit de Tweede Kamer. Klavertje vier van roze plastic. Dinky toy. Kleine kerststal uit Egypte. Medaille van de avondvierdaagse Biggekerke. Telefoonhouder met telefoon. Lamp Art Nouveau. Ik haal ze heel voorzichtig uit mijn kabinet en stof ze af.
Kabinet redt toerist (27-10-2015) (THemawoord: Kabinet)
Gabriel zit in een kano en houdt de oever van de Okavanga goed in de gaten. Hij voelt zich bespied door in- en uitheemse ogen. Zijn vakantie zit vol toeristen en enge beesten.
Aanvankelijk dacht hij veilig in de boot te zitten. De inboorling die de kano peddelde met een grote stok wist wat hij deed en oogde zelfverzekerd en stoer in zijn donkere spierenvel.
Lui achterover liggend, liet Gabriel zijn hand in het water mee glijden met de stroming. Dat had ie niet moeten doen.
‘Hap!’, zei een grote platte groene bek met hele scherpe tanden.
‘Watch out!’, riep de inboorling. ‘It’s a Kabi, very dangerous!’
Gelukkig lag er een Kabinet in de boot. Kabi’s zijn veel geld waard.
De zomer is weer heen (28-10-2015)
Ik kijk uit mijn raam
Bruin, blauw, zalm en oranje
Een herfstige chaos zonder franje
Bladeren bijna dood, sterven langzaam
Geworteld in de koude grond
Houdt een boom zich rechtop
Zacht wiegt wind zijn takkenkop
Noot spuwt zuurstof, heel gezond
Groen gras blinkt plastic strak
Tafel, stoelen, bankjes vol mos
Vogels zijn gevlogen, allen los
Uitgezonderd mussen op het dak
Regendruppels glijden van het glas
Halen elkaar wat hakkelend in
Heimelijk gespot door hangende spin
Aan een draad van vlas
Finish op een natte stoep
In mijn vijver geen gedonder
Kikkers, padden, ze duiken onder
Niet te vinden zonder loep
Rook dwarrelt uit de schoorsteen
Sliertig in grauw grijs blauw
Planten bezwijken onder zware dauw
De zomer is weer heen
Abonneren op:
Posts (Atom)