Posts tonen met het label emotie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label emotie. Alle posts tonen

20-08-2024

Onomkeerbaar

De draad weer opgepakt. Woorden alleen, schieten tekort. Plaats geven lukt amper. Het is te vers. Staccato lukt een beetje. Dat moet dan maar. Vrienden begrijpen het gelukkig. Mijn collega’s nog niet. Ze houden wat afstand. Zien mij soms worstelen. Weten niet te handelen. Ik snap dat wel. Het gebeurde, te heftig. Onmacht bevriest hun aandacht. Dat dit is aangedaan?

‘Wat is er gebeurd?’ Ik val in armen. Ze bieden mij troost. ‘Kopje thee dan maar!’ Thee helpt bij verdriet. Meer nog dan koffie. ‘Ik ... ben ... gruwelijk ... toegetakeld.’ Zeg ik stotterend, snotterend. ‘Dat zien we, ja!’ Een stoel wordt aangeschoven. Ik zet me neer. ‘Midden in de nacht!’ Vrienden schrikken van verhaal. ‘Ik zoek nu rust.’ Ik mag blijven slapen. Durf niet naar bed. Het angstzweet breekt uit. Zij zien de paniek. ‘Je bent hier veilig!’ Dat besef ik wel. Maar mijn gevoel niet.

Collecte in de tram. Ik geef twee euro. Voor slachtoffers in nood. We zijn het allemaal. De collectant is blij. De tram stuitert verder. Het voelt niet senang. Mijn lijf doet pijn. Herstellend van het trauma. Maar ik moet verder. Zoek troost bij vrienden. Familie heb ik niet. Gelukkig zijn ze thuis.

Ik lig in bed. De ruimte is wit. Geroezemoes op de gang. Een verpleegster komt binnen. ‘Aha, meneer is wakker’. Ik zie toeters, bellen. Bedrading rondom mijn bed. ‘Waar ben ik zuster?’ Zuster zit naast me. ‘In het ziekenhuis meneer.’ Flitsen in mijn hoofd. Bitjes geheugen reframen langzaam. ‘Wat is er gebeurd?’ Zuster reikt water aan. ‘Drink eerst even wat?’ Zuinig sappel ik water. ‘U lag op straat.’

Ik hoor de ambulance. Voel me zwak, misselijk. Broeders tillen me op. Ik wil dit niet. Onrust in mijn lijf. Opstandig worstel ik los. De broeders knijpen hard. Ik rol ambulance in. Spreken lukt me niet. Een waas voor ogen. En ik val uit. Overgelaten aan mijn lot. Herinneringen wijzen de deur. Wat moet ik nu?

Klap op mijn gezicht. De deur uit getrokken. Geschopt, geslagen en gebeten. Hart bonkt in keel. Adrenaline spat uit aders. Woede, twijfel, angst overvallen. Ik zoek bescherming op. Houd vast aan agressor. Wachtend op een doodschop. Ik wil luid schreeuwen. Maar mijn stem zwijgt. Ik hoor iemand praten. ‘Je verdiende loon, hond.’ Dit is een misverstand.

Luid gebonk op deur. Irritant getik op raam. Gerammel aan het rolluik. Wie staat in brand? Slaapdronken veer ik op. Toch niet mijn ex? Niet weer dat gedoe? Ik kijk uit raam. Een vreemde gast beneden. Zij kijkt me aan. Is het een zij? Wie is die gast? Zal ik open doen? Een verward persoon mogelijk. Was ik dat ooit? Jazeker was ik dat. Medelijden overwint in mij. Doe de deur open.

----------------------------------------------

Wekelijkse schrijfopdracht Schrijven Online #520 - Aan de deur (20 augustus 2024) - Johanna Müller
Het is al laat. Je bent bijna klaar om naar bed te gaan (of je ligt er al in) en er staat plots een onbekende aan de deur. Die belt niet aan maar klopt als een wilde op je deur, op je raam, rammelt met de rolluiken.
De opdracht van deze week is: wat gebeurt er vanaf het moment dat je dat hoort, wie staat er aan de deur (als je die al opent) wie is het en wat gebeurt er vervolgens? Heb je spijt dat je de deur opende of net niet?
Je kan een verhaal maken van 500 woorden. Maak er een geloofwaardig verhaal van, en neem de lezer zeker mee in de verschillende emoties die je doormaakt als hoofdpersonage.

[Inspiratiebron voor mij was de film Irréversible. Een heftige film. Door de enscenering lijkt het kijken meer behapbaar, aan het eind edoch verontrustend. https://nl.wikipedia.org/wiki/Irr%C3%A9versible]

17-09-2023

De verlorenheid

Verzoening met de afname van de betekenis van dingen een trieste zaak. Het raakt mij als kei. Immers zo voelt het, de verlorenheid. Hard, rotslos en door alle goden verlaten. Een sirene die niet loeit maar huilt.

Betekenisvol leg ik de hand onder mijn kei. Emoties mogen never nooit niet afnemen. Mijn Elvis huilt glitters en ik juich tranen. Kom op zeg, bekijk het eens even. Zie, luister,  tast, ruik, kus en zoen. 

Vrij vrij en aard aardig. Laat de dingen met rust. Het zijn zijn, het onverklaarbare onverklaard. Ding niet naar dingen. Noch intrinsiek noch excentriek. Laat muziek muziek. 

Het enige ding dat telt, niet zo moeilijk, is uiteindelijk de liefde. Toch?



Ik dus ... beloond met goud ... waarvoor dank ... en nee ... ik verzoen me er niet mee ... met de afname van de betekenis der dingen. Lees ook de reactie en de andere inzendingen!

12-04-2022

Over anderhalvemetermaatschappijen en onberekenbare lieden

Een liniaal van anderhalve meter. Die houdt nooit stand. Die breekt, vroeg of laat. Hetzelfde geldt voor een rolmeter. Zeker de goedkope. Die laat na een meter vaak al zijn koppie hangen. Van een liniaal zou je dat niet verwachten. Die zijn gemaakt van hout, hard plastic, aluminium of een ander metaal. Maar een liniaal van anderhalve meter is edoch zeldzaam. Te lang. Vertaald naar A-formaat kom je dan uit op pakweg een anderhalf A1-tje. In de lengte uiteraard. Niet in de breedte. Lang en breed uitgemeten komen we hier dus niet tot elkaar en houden de nodige afstand. Dat zijn we ondertussen wel gewend. Afstand houden. Fysiek. Het is nog even wennen, nu het weer mag, na de terugval van het coronamonster. Maar hoe zit het met de geestelijke afstand, de emotionele, de persoonlijke? Hoe groot (of hoe klein) is die gebleken. Verbleekt. Verwaterd.

Contact op afstand. Met onze neus op het beeldscherm. Tranenbuizen liepen leeg. Plastic glazen en raampjes knuffelen. Wie is het al vergeten? De telefoonhandel heeft miljarden verdiend. Softwarebedrijven keihard wol gespind bij alle malaise. Met afstand rijk geworden. Bah. Linialen breken. Meetlatten werken niet meer. De maat wordt ons genomen. Betalen zullen we. De nasleep van een vloek. Hoe gaan we dat straks duiden? Als we terug kijken naar de geschiedenis? In de waan van de dag leggen we de focus op lente. Een nieuwe lente zonder oorlog en andere extremiteiten. Rust willen we. De angel uit een snel en vluchtig bestaan. Laat de lentebij ons steken met een wonderserum, een geluksprikkel vol met zoete verse honing. Doping der natuur. Opdat die ons redt van anderhalvermetermaatschappijen en onberekenbare lieden.

03-11-2020

Over knubbels en buffels

Wanneer gaan we het nu eens hebben over knubbels en buffels? Ik ben helemaal flabbergasterd. Mijn kleine neefje heeft me compleet bij mijn neus. Ja, mijn neus is zijn favoriete grijpplek. Het wordt nu wel een heel vreemd verhaal. Maar ja. Het is ook niet voor niets een vreemde tijd. Lijdzaam trek ik zijn kleine handjes van mijn neus. Hij heeft nog net niet de elastiek te pakken waaraan mijn mond- en neuskap vastgeketend zit. Gelukkig is mijn neus net niet weggeschoten. Met dank aan mijn gigantische flaporen. Je zult van die kleintjes hebben zeg? Ik moet er niet aan denken. Elk nadeel heb zijn voordeel. Zei ooit een beroemde rokende filosoof op voetbalschoenen. Je bedoelt wanneer gaan we het nou eens hebben over knuffels en bubbels? Mijn kleine neefje kijkt me nu op zijn beurt compleet flabbergasterd aan. Of ik het heb horen donderen in de dorpskerk? Ik vraag me af waar dat kereltje zijn wijsheid vandaan heeft. Heeft hij zijn kleine grote flaporen misschien te luister gelegd aan de volwassentafel? Dat kan natuurlijk ook. Een echte wijsneus, net als zijn oom. Ha, ha. Maar wat bedoel je dan met knubbels en buffels? Knubbels! Boos kijkt het ventje naar zijn schoenen. Aha, ik snap hem. Knubbels in zijn veters. Strikdiploma is aan hem voorbij gegaan. Het kleine ADHDertje stuiterde te veel met zijn vingertjes. Kan geen kwaad. Niks mis met hulp vragen. Ik haal zijn knubbels er een voor een uit. Maar hoe zit het met de buffels? Buffels! Hij steekt zijn handen achter zijn kleine grote flaporen en buigt zijn hoofd diep. Sleept zijn linkervoet woest over de grond en kijkt me briezend aan terwijl hij ondertussen zijn hoofd weer opheft. O, hij wil naar de dierentuin? Ik voel nattigheid. Gelukkig regent het. Alsof hij mijn gedachten kan lezen rent hij naar de meterkast. Haalt er de zwarte plu uit en reikt hem mij aan. Heel vriendelijk ineens. Leg dan maar eens uit dat we in een bubbel zitten en dat een knuffel er nu ook even niet in zit. Althans voor de buffel. Mijn neefje snapt dat niet. Hij heeft juist dringend behoefte aan een buffelknuffel, van mij als knuffelbuffel natuurlijk. Ik zwijg. Een dikke traan rolt over mijn wang.

21-06-2019

Bloemkoolgevoel

Heeft een bloemkool gevoel? En zo ja, hoe manifesteert zich dat gevoel dan? In tranen? In boosheid? Hoe kwetsbaar is een bloemkool? Heeft hij goede en minder goede dagen? Hoe oud wordt een bloemkool? Waarom voel ik mij soms als een bloemkool, vul ik het mogelijke gevoel van een bloemkool als waarachtig in? Omdat ik het gevoel ken? De verontwaardiging van onwaarachtigheid, is dat bloemkoolgevoel?

Kan een bloemkool liegen? Stoïcijns of toch misschien verraderlijk? Uit wanhoop? Omdat hij zich schuldig voelt? Zijn diepgewortelde eenzaamheid wil ombuigen in heel veel ooft? Coûte que coûte? Omarmd door kleine bloemkolen, mag hij daar zijn verlatenheid in troosten? En is hij daarin de enige partij die bepaald? Opgelegd door een troostloos, oneindig, onophoudelijk verlangen naar uitweg, gezelschap?

En hoe zit dat dan met de vruchtbaarheid en de basis, de gezonde grond van vrouw bloemkool? Is deze überhaupt aanwezig, mag zij er zijn? Is de liefde onvoorwaardelijk bij bloemkolen? Kwetsbaar? Mogen, moeten liefdes, keuzes, beslissingen, im Frage gesteld worden? Altijd? Voor de zekerheid? Schijnbare zekerheid? Hoe ver mag bloemkoolliefde gaan? Bloemkooleigenliefde?

Als de bloemkoolbasis niet goed is, ongezond zelfs, mag die dan toch tot bloei gebracht worden? Tegen beter weten in, advies negerend? Advies dat in de oren klinkt als een vervelend moordend voorbehoedsmiddel? Een voorbehoedsmiddel voor tegenspoed en ongeluk? En hoe zit dat dan, als je dat als bloemkool stiekem weet? Overwint dan de onmacht tegen eenzaamheid, het niet begrepen worden, verlatingsangst in jezelf? Zet je selfish door? Negeer je de zieke bloemkool, waarvan je zegt, denkt, voelt te houden?

Heeft een bloemkool gevoel? Kan ie diepgeworteld ergens mogelijk zelfs hypergevoelig zijn? Wie zal het zeggen? En even overdrachtelijk, onder ons in achterkamers gesproken; wordt het doorgegeven, is het mogelijk te temmen, te bannen desnoods? Je zult een leven lang leven in onwetendheid, met geheimen en levensvragen; die het daglicht niet verdragen, niet mogen zien? Daarvan alleen al krijg je baringsangst, openbaringsangst, toch? Hoe kwetsbaar kunnen bloemkolen zijn, in onderdrukt gedrag, gedachte en gevoel? Wil je dan überhaupt nog wel baren of geboren worden als bloemkool? Alsof je een keuze hebt. Niet dus. No way. Go along you lovely mayflower. What doesn’t kill you makes you stronger.

04-01-2017

Geluk is kwetsbaar als een herfstblad

Een aantal bladeren staat op het podium. Een beetje hulpeloos en schuchter. De tekst zit er nog niet goed in. De regisseur laat weinig ruimte voor improvisatie en dat steekt de blaadjes. Bladeren hulpeloos en schuchter laten; dat vraagt om problemen. Het eikenblad dat hoog boven de rest uitsteekt en van volwassen leeftijd is, heeft nog het meeste moeite met de spaarzame speelruimte. In volle bloei en wasdom zou hij toch moeten en mogen schitteren. Maar, nee, ook hij moet zwijgzaam liggen op de grond en wachten tot de winter komt. Hoe saai kan het leven van een blaadje zijn. Zich onderscheiden van de rest gaat zo niet lukken. Straks wordt hij nog overvleugeld door een beuken- een espen- of erger nog een berkenblad. Hij moet er niet aan denken.

Bezwaarlijk krult hij zijn bruine randen op en beschermt zich tegen de wind die het podium opgeblazen wordt. Had hij nu toch maar een maillot aangetrokken. Gelukkig is het nog maar drie weken naar de generale repetitie. Zou hij de boel nog in beweging kunnen krijgen? Dit kunnen ze de toeschouwer toch niet aandoen? 'In de herfst van het leven.' Dat is de titel van het stuk. Experimenteel en erg zen. Ze moeten gewoon zichzelf zijn en stil blijven liggen op de grond. Een eenakter zonder pauze en nauwelijks tekst. Gelukkig is er wel muzikale ondersteuning. Anders zou het wel erg saai worden voor het publiek. Zij die sterven gaan groeten u op muziek van Mieke Telkamp, gebracht op Albert Hammond wijze. Hij eikenblad zou er liefst zelf van weg willen lopen. Wat een klaagzang.

Maar ja, er moet ook brood op de plank komen. Dan kun je het slechter treffen als eikenblad. Hij prijst zich dan ook stiekem gelukkig. Slapend rijk worden. Niets mis mee. En toch. Het blijft ergens schuren. De rolverdeling is zo anoniem dat niemand kan schitteren op de planken. Nee, het is bepaald een dooie boel. Er is nog maar kort tijd om de boel eens flink in beweging te brengen. De blaadjes liggen niet voor niets in de herfst van hun leven. Hoogste tijd voor nog wat actie. We spannen samen. Voor ons geluk. Alle blaadjes op het podium doen mee. Na vlug beraad zijn we het allen eens. We willen opschudding. Het eikenblad knipoogt en steekt zijn duim omhoog naar de windtechnicus, het is een goede vriend van hem. Een afgesproken teken. De windturbine gaat naar max en alle blaadjes waaien van het podium, keihard de zaal in. Sommigen breken bijna hun nek. Het eikenblad landt op schoot bij de regisseur. Die is kwaad en scheurt hem haast in twee. Dat heeft ie toch maar mooi voor elkaar. Boosheid is ook emotie. Van geluk laat het bruin gerande eikenblad een blijde traan.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Geluk is als een herfstblad (02-12-2016)

24-08-2016

Mien korte verhalen (42 en 43) met kleine grote waarheid

42) Halfzeven (22-08-2016)

Halfdrie in de middag en geen zin meer in school. Ik besluit de laatste twee uur te spijbelen. In mijn ogen kan ik een uurtje sport en biologie best missen. Het eerste omdat er apenkooi op het programma staat en het tweede omdat ik het even heb gehad met fruitvliegjes. Bovendien is het ook nog eens snikheet vandaag. Om dan in een zweterige gymzaal en een houten barak gebakken te worden, nee, dat is niet mijn ding. Ik heb wel wat beters te doen. Dus neem ik vrij.

Maar dan wat te doen? Op weg naar de depri-flat, waar ik met mijn pa nog niet zo lang geleden ben ingetrokken, bedenk ik een leuke activiteit. Waar heb ik nu eens trek in? Niet zo moeilijk voor een puber. Wat lamballen en met mijn ballen spelen. Aldus plaats ik mezelf in de bank, de tussendeur van de hal sluit ik voor de zekerheid. Maar niet voordat ik eerst de koelkast leeg plunder. Een blikje cola, van een goedkoop merk en een stukje oud geworden kaas, voorverpakt in plastic. Bah. Maar ik heb trek. Dan knaagt alles weg. Een boertje op de koop toe, want er is toch niemand thuis.

De televisie aan en op zoek naar iets geils. Mijn broek op halfzeven. En maar zappen, want er is om halfdrie natuurlijk nog niets op de televisie. Laat staan iets geils. Ik moet het aldus doen met clips van MTV. En maar hopen dat er snel iets komt. Het begint nu wel te kriebelen. Intussen kijk ik ook wat rond in de troosteloze flatkamer. Waar ben ik toch aanbeland en hoelang moet deze ellende nog duren?

Eindelijk komt er een video voorbij waarbij ik toch wel tot een hoogtepunt moet kunnen komen. Zal ik het wel op tijd redden? Binnen de sexy clip? Ja, ja, het moet. Sjorren, sjorren en daar komt eindelijk de plezierfontein. Althans dat denk ik. Ineens hoor ik de tussendeur van de hal opengaan. Pa! Waar komt die ineens vandaan? Die moet toch werken? En daar staat ie dan. Achter me in de woonkamer. Gelukkig zit ik met de rug naar hem toegedraaid.

Snel gooi ik een krant, die naast me op de bank ligt, over mijn halfzeven. Maar aan mijn rode hoofd valt helaas niets meer te doen. Overvallen op het moment surprême. Dat moet mij weer gebeuren. En nu? Ik durf pa niet aan te kijken en kijk strak naar de televisie, nog half onderuit gezakt.

‘Dag pa, wat ben jij vroeg thuis?’
‘Hoi jongen, ik heb een paar uur vrij genomen. Veel te heet om te werken. Zullen we iets leuks gaan doen? Zwemmen? Naar het Sportfondsenbad? Trek in?’
‘Ehhh ... ja, leuk.’

Een zucht van hoopvolle verlichting. Gênante situatie. Doet mijn pa nu alsof ie niets ziet? Dat moet haast wel. Maar waarom reageert hij niet op deze situatie? Wie schaamt zich nu het meest? Mannen onder elkaar, praten moet toch kunnen? Wat een ongemak, wat een onmacht. Gefrustreerd zet ik de televisie uit.


43) Mijn eerste stereo (24-08-2016)

De hele zomer heb ik aardbeien geplukt en nu is het grote moment eindelijk daar. De aanschaf van mijn eerste stereo. Als een klein kind zo blij bezoek ik de elektronicawinkel. Ik weet nog niet precies welke stereo ik ga kopen en ben benieuwd wat mijn zorgzaam opgespaarde guldens waard zijn. De keuze is niet zo groot. Mijn budget is klein. Kleiner dan ik had gedroomd. Met mijn handen betast ik de plastic deksels van de pick-up stereo combinaties. Ik voel of ze makkelijk opengaan. Daaraan kan ik de kwaliteit afmeten. Zo tipte mij mijn broer.

Ik kan amper kiezen en bijt op de vleesranden van mijn nagels die nog donkerrood zijn van het aardbeien plukken. Die van tweehonderdvijfenvijftig gulden wordt het. Jaloers werp ik nog een blik op de grote jongens als ik afreken. Wie weet, misschien iets voor de toekomst. Vol trots en heel voorzichtig vervoer ik de doos op mijn bagagedrager, lopend naast mijn fiets. Het geluk straalt van mijn gezicht af.

Thuisgekomen kan ik niet wachten met het aansluiten van mijn eerste pick-up stereo combinatie. Snel plug ik de losse boxen in de stereocombinatie en doe de stekker in het stopcontact. Voor de allereerste keer in mijn nog jonge leven heb ik een grote aankoop gedaan. En nu sta ik op het punt om eindelijk mijn eigen elpees op mijn eigen muziekinstallatie te draaien. Niet langer afhankelijk van de grillen van mijn twee broers. Ik mag nooit muziek draaien op hun stereo's zonder toezicht. Mijn grote zus heeft alleen een kleine radio.

Natuurlijk heb ik allang zelf elpees gekocht. Met grote trots en vol spanning trek ik een van de twee elpees uit de dubbelhoes. Ik kies voor de elpee met mijn favoriete nummer. I don't know how to love him. Gezongen door Maria Magdalena op Jesus Christ Superstar. Pas later lees ik op de beschrijving die in de hoes zit dat de zangeres Yvonne Elliman is. Wat een mooi lied, wat een mooie stem en wat een mooie vrouw. Zucht. Ik word er helemaal wee van en ik voel de tranen in mijn ogen stromen. Voor het eerst ontwaar ik wat muziek kan doen. Muziek die me nog lang bij zal blijven. Me vaak troost zal geven.

Ik zet de hoes terug op de grond. Naast Bob Dylan Greatest hits, de blauwe van de Beatles en Boudewijn de Groot's vijf jaar hits. Elpees die ook in het bezit zijn van mijn broers. Mijn eigen muzieksmaak moet ik nog ontwikkelen. Ik houd de hitparades en de Hitkrant iedere week goed in de gaten en zie uit naar zaterdag. De aanschaf van een nieuw werk. Bij mijn favoriete platenzaak Dom van den Bergh. Een begrip in Venlo. Die van aanstaande zaterdag weet ik al. Eldorado. Electric Light Orchestra. I can't get it out of my head. Of toch Rumours? Fleetwood Mac.

04-08-2016

Steenverliefd

Ik ben verliefd, werkelijk waar. En niet zomaar op de eerste de beste en ook niet voor het eerst. Nee, ik ben oprecht verliefd op een steen. Sterker nog een steen van steen. Zijn er dan stenen niet van steen? Jazeker, er bestaan stenen niet van steen. Maar daar ga ik niet over uitweiden. Mijn steen was doodgewoon, keihard van steen. En daar houd ik van. Puur.

De steen waarop ik verliefd ben geworden, steenverliefd, lag in een wei. Een steenwei? Nee, dat zou te flauw zijn geweest. Een graswei was het. Met gifgroen gras. We hadden onmiddellijk contact de steen en ik. Prachtig was zij van vorm. Zij? Ja, zij. Ik ben geen homo.

Nu gaat het er even om hoe u de vorige zin leest. Voor de wat wazige lezers onder ons, er staat geen uitroepteken achter de zin. Hij kan dus zonder uitroepteken gelezen worden. Sterker nog, moet! Want zonder uitroepteken is het een gewone, neutrale zin zonder vooroordeel. Lezen in vooroordelen doe ik niet graag. Zo ook in schrijven niet. Punt. De steen is een zij, geen hij.

Terug naar de steen. Zij zag er schattig uit en het moet gezegd, ik was meteen verliefd. Op het eerste gezicht. Best moeilijk weliswaar want het viel niet mee om haar gezicht te detecteren. Wat een afschuwelijk woord in een mogelijk romantisch verhaal, detecteren. Zij was toch geen bom? Hoewel? Er zijn bommen die vrij sexy kunnen zijn. Maar daarvan was hier geen sprake. Zij was gewoon mooi en vriendelijk. Heel vriendelijk.

Ik viel op haar spitse neusje en op de kleine zachte bolletjes naast haar neus. Bolletjes van ogen. Ze twinkelden in de prille ochtendzon. Zo, dat is dan ook meteen duidelijk. Het was ochtend. Meestal word ik verliefd in de ochtend. Dan ben ik nog niet helemaal wakker en minder waakzaam. En dan gebeuren dingen vanzelf, zijn emoties onbeteugeld.

Emoties? Maar verliefdheid is toch geen emotie? Nee, het is een staat van zijn. Een staat van zijn die je overvalt. Een zijn die ervoor zorgt dat je even niet meer weet waar je bent. Let wel even op, zijn en bennen zijn twee totaal verschillende dingen. Het is maar dat u het weet. Ik ben verliefd, op het zijn van een steen. Mooi toch! Ik had zelfs vlinders in mijn buik.

Daar was ik dan, totaal verliefd op een mooie steen in een gifgroene wei. Wij waren meteen gelukkig. Waren? Zijn. Want ik ben het nog steeds. Ik heb haar mee naar huis genomen. Wat dacht u dan? Zo'n steen laat je niet snel liggen. Thuis werd ik nog meer verliefd op de mooie steen. Ik verklaarde haar dan ook onmiddellijk mijn liefde.

Nu staat ze te shinen op mijn nachtkastje. En morgen. Morgen ga ik weer met haar verder. Niets mooier dan voortgang in de liefde. Het verlangen, het zijn, het bennen. Voor de zekerheid neem ik nog wel een pilletje. Vlak voor het slapen gaan. De bijzondere liefde ligt me namelijk wat zwaar op de maag.

30-05-2016

Columns van Harrie (Mei 2016)


Digitale weerwolf / Gein & Ongein / 10-05-2016

Ik ben ingefluisterd mensen. Ja, iets nieuws. Niemand die het horen mag eigenlijk. Maar ik vertel het u toch. Het moet van mijn hart. De mens is niet eerlijk. Dat is mij verteld. En nu breek ik een lans. Voor diezelfde mens. Kijk nu toch eens naar Max. Na Epke en Toosje de meest lieve en betrouwbare Nederlander die Nederland rijk is. Ja zelfs ik ben er trots op. Als Nummer Eender. Niet te verwaren met Nummerdoor. Want dat is weer een ander verhaal. Je zult toch zo heten. Nummerdoor. Dat is weer eens wat anders dan Truusje Trekaf. Pietje Nummerdoor laat nooit een steekje vallen. Hij heeft het strand nog niet zo lang geleden ontdekt. Heeft er lijnen omheen gezet en deze met piketjes vastgezet. Hij doet nu een soort land veroveren maar dan zonder mes. Hij doet dat met zijn ballen. Bruine ballen. Evengoed scherp. Maar zonder mes. Hij maakt iedereen gek. Zelfs Brazilianen. Alsof die niet iets anders aan hun hoofd hebben? Wat doen die op het strand. Ontkomen aan muggen? Het is maar waar je liever door gebeten wordt, een mug of een strandvlo. Enfin, ik dwaal weer eens af. Griss mich nich.

Ik ben ingefluisterd dat een camouflageschrijver onlangs is gepenetreerd in een onschuldige website met onschuldige mensen. Die laatsten hebben elkaar ontmoet binnen de regels. Strenge regels. Een clubje handhavers die zorgvuldig en rechtvaardig waakt over het regelerfgoed. Eerst kom je door een soort ballotagecommissie die jou vanalles oplegt, of liever gezegd omlegt, die jou vraagt om eerst je bekend te maken middels NTAW, een niet te achterhalen wachtwoord. Vervolgens moet je langs de OPTA, optionele puzzel ter authenticatie. Kom je daar doorheen dan moet je eerst nog een passend kostuum aan. Een HRDP, een huisreglement dat past. En dan komt eindelijk de bevrijdende button die naar jou schreeuwt ‘ACCOORD’. Je bent binnen. Binnen in het hart en ziel. Binnen. Nou die camouflageschrijver die het dus gelukt is, lacht in zijn duimpje. Eerst heeft hij als een gulzige spin het web ontdekt en doorgenomen. Stap voor stap heeft hij al het potentiële voer smakelijk bestudeerd. Hij kent zijn pappenheimers, de valkuilen, de zwakheden. Het is slechts een kwestie van geduld voordat hij toe kan slaan. Ik bekijk het van de zijkant. In grote anonimiteit. Dat is ook de enige redding die ik heb. Deze digitale weerwolf weet van geen ophouden. Hij zuigt zijn slachtoffers zorgvuldig lek. Ik zeg het u.


Evaporeren / Gein & Ongein / 18-05-2016

Raakhout is volledig uit zijn humeur. Ik kan hem niet goed volgen. Als padden hun paadje even kwijt zijn hoedt u dan. Dat vertelde mijn leermeester mij ooit. Brizl djeu als ik toch aan hem terug denk. Ik ontmoette de goede man tijdens mijn eerste druïdebijeenkomst ergens diep in een donker woud in het zuiden van Frankrijk. Ik dacht in de buurt van Limoges maar helemaal zeker weet ik het niet meer. Is ook niet zo belangrijk. De datum. Ach, wat doet het ertoe. We leven momenteel in een tijdperk waarin tijd steeds vaker een relatief en subjectief begrip wordt. Vluchtig ook. Het haalt ons in. Wie? De gewone mens. De mens waarvoor ik leef en schrijf. Ben in dan zo bijzonder? Ja, best wel. Ik ben en blijf mezelf. Harrie Catweazle. Prettig gestoord en van alle markten thuis. Bijna alle markten dan. Van de Media Markt moet ik bijvoorbeeld niets hebben.

Raakhout wel. Die wordt helemaal gestoord van al zijn multimedia. Ik heb hem nog zo gewaarschuwd. Laat het gaan. Het achterhaalt je vroeg of laat. Snapchat is net zo vluchtig populair als Ivanhoe. Het komt en het gaat. Maar nee hoor. Griss mich nich. Koekenbakker Raakhout wil bij blijven. De nieuwste snufjes snuift hij op en koopt ie aan. Zonder zich te verdiepen in de materie. Dat is nog het ergste. Vroeger, hoor wie het zegt, heel vroeger wist men nog van de hoed en de rand. Hoe een kampvuur gemaakt moest worden. Welke techniek en vaardigheid daarbij kwam kijken. Welk soort hout het beste brandt. Hoe het vuurtje wakker te houden. Dat lukt met multimedia niet goed. Indien het niet werkt, lees, indien men niet weet hoe ermee om te gaan, wordt het onmiddellijk verworpen, weggegooid, aan de kant gesmeten. Lekker makkelijk. Grootgebracht in een consumptiemaatschappijtje zeker. Armoede nooit gekend. Doet het niet. Werkt niet. Weet het wachtwoord niet. De server ligt eruit.

Alles maar dan ook alles draait om servers. Of om wolken. Vreemd. Bij ons deden de wolken het altijd. Een communicatietool waar de hipste nerds heden ten dage nog een puntje aan kunnen zuigen. Op een wolk moet je niet zuigen, nee die moet je weg blazen. Waait ie vanzelf de kant op die jij wil. Zo simpel is het. Ik heb niet de juiste versie of update, ook zoiets. Versie 126.8 die is nog niet verkrijgbaar. Nog niet te downloaden. En al zeker niet gratis. Nou, dan zijn bij mij de rapen gaar. Bij Raakhout ook. Maar dan anders. Hij gaat zitten huilen in een hoekje. Ik trommel de eerste de beste systeembeheerder op. Als die tamtam niet aanslaat zoek ik het bij de applicatiebeheerder. De beheerder die de eerstelijns klanten zoet moet houden. Wat een rangorden? Ik prik er met een vingertje doorheen.

Meestal zijn het van die wentelteefjes die niet weten hoe het moet. Ik word geeneens meer boos. Laat de boel toch lekker ploffen. Raakhout hoor mij aan, voordat je oren in de fik vliegen, daar waar rook is, is immers vuur, kan ik je slechts een tip geven. Trek de stekker eruit. Doe er niet meer aan mee. De virtuele multimediale wereld is reddeloos. Ze gaat aan haar eigen kennis ten onder. Beter blaas je lieve rookwolken uit. Sla maar eens goed met die oren. Ik zie het al. Goed hoor. We hebben een B, we hebben een A, we hebben een H. Bah! En blazen maar. Zie je nu, het komt binnen. Het evaporeert tot niets. Lekker puh. Laten kuchen. Griss mich nich.


Reclameren / Gein & Ongein / 30-05-2016

Niemand maar dan ook niemand reclamindert. Iedereen reclameert. Brizl djeu. I hate it. Er is weer een nieuwe ontdekking gedaan heb ik me laten vertellen. Ja, ik hoor nogal wat. En vaak uit de eerste hand. Eerste tak eigenlijk. Een robuuste eik uit mijn bos is van de actualiteit. Hij steekt zijn takken uit onder ieders neus. Iedere nieuwszindering door de lucht vangt hij op. En als kenner weet hij ondertussen wat ik interessant vind. Harrie, zegt hij dan. Ik ga je weer eens goed catweazlen. Dan weet ik genoeg en ga er eens goed voor zitten. Hoed u voor de achterlijk uitziende mens. Hij is wijzer dan u denkt. Zo reken ik mevrouw Flodder tot een van de belangrijkste filosofen des vaderlands. De vrouwelijk Cruijffie zogezegd.

Maar vertel het eens eik. Wat wil je vandaag aan mij kwijt. Ik krijg een hele uiteenzetting over hersenpannen, voorkwabben, achter- en bovenkamertjes en hoe informatie zich nestelt middels emotionele gewaarwording. Ik weet in een mum van tijd hoe mijn schedel eruit ziet en waar reclamekwallen mijn hersenkwabben trachten te plagen. Best wel handig. Ware het niet dat ik er niets tegen ondernemen kan. Het gebeurd zonder dat ik er notie van heb. En als ik dan de televisie en mijn computer uitzet? De reclame in de straat niet lees. Mij blinddoek voor reclame. Ha, ha, lacht de eik. Dat houdt jij nog geen minuut vol. De proef op de som. En jawel hoor. Na een halve minuut verlang ik al naar eikels. Hoe ga ik hier in hemelsnaam gezond mee om.

Onderwerping, schreeuwt de eik me toe. Nooit, kaats ik terug. Onmiddellijk gaat een kamertje boven in mijn hersens open. Een Magnum Almond schreeuwt om aandacht. Hij is nog geeneens in de buurt. Maar alleen de lokroep al. Ik spring op mijn benenwagen en ren zo hard ik kan naar de buurtwinkel. De Almond ligt al veel te lang in het vriesvak. Maar what the fuck. Griss mich nich. Het is vakantie.

De eik ligt helemaal in een deuk. En jij wil reclaminderen. Laat me niet lachen. Reclameren gaat je veel beter af. Slaaf die je bent. Hij heeft gelijk. En hij weet het. Het enige wat ik nog kan doen is mijn reclameband afgooien. Misschien dat het helpt. Het geeft meteen een bevrijdend gevoel. De maagband hielp ook. Per slot van betaalrekening. Ik klaag niet verder en onderga mijn lot. Een reclameloos leven ligt helaas nog ver weg. Zeker nu de reclamekwallen de laatste ontdekking hebben gedaan. Gelukkig legt de eik me uit waar de reclamegenotsknop in mijn hersenpan zit en hoe ik die kan beschermen tegen prikkels van buitenaf. Voorlopig dan. Totdat ook de reclamehackers bezit van mijn genotsknop nemen. Het reclamehek gaat vroeg of laat weer van de dam.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

09-12-2015

Mien korte verhalen (40 en 41) met kleine grote waarheid

Beiden geschreven op 09-12-2015


40) Slecht nieuws vanuit een portiek

Ik slenter met twee vrienden wat rond in de stad. Zij lopen voorop en ik bungel er wat achteraan. Ze lijken druk in discussie en ik voel me wat buitengesloten. Altijd vervelend om niet deel uit te maken van een boeiend gesprek. Waar hebben ze het toch over? De sfeer bevalt me helemaal niet maar ik ben ook niet bij machte om er verandering in te brengen. Ik kan natuurlijk naast hen gaan lopen, maar dat voelt niet gepast. Iets in mij zegt dat ik dat even niet moet doen. Een vreemd voorgevoel maakt zich meester van mij.

Plots houden de twee vrienden halt. Vlak voor een portiek van een winkel in een zijstraat van de hoofdstraat. Het is wat stiller in deze straat en een van mijn vrienden neemt het woord. Hij trekt me aan mijn hand de portiek in. Hij wil me iets zeggen wat niet leuk is. Dat voel ik. Er flitst van alles door mijn hoofd. Waar gaat dit over? Toch niet over onze gemeenschappelijke kaartavonden? Willen ze ermee stoppen misschien? Vinden zij me niet meer leuk? Onzin. Waarom kom ik daar nu op? Hoe dan ook, iets voelt niet goed.

Het hoge woord komt eruit. Keihard. De vrienden willen niet meer met mij omgaan. Hoe vervelend zij het ook vinden, ze vertellen het mij, vlakaf in een portiek, in een verlaten stad. Recht in mijn gezicht. Haast als een gewone mededeling. Ik voel afwijzing en grote onmacht. Een klein beetje boosheid zelfs, verdriet. Maar die slik ik in. Ik laat me toch niet kennen. De redenen volgen nu. Ook deze komen keihard binnen. Ik ben te jong en sluit niet aan bij hun gedachtewereld. Ze vinden mij wel aardig hoor. Maar zij houden zich bezig met andere zaken en willen mij er niet meer bij hebben. Ze ervaren mij als ballast.

Ik vraag me onmiddellijk af, welke zaken? Durf het niet te vragen. Te overrompeld met het directe en slechte nieuws. Meisjes, denk ik, ze willen afspreken met meisjes en willen mij daar niet bij hebben. Ik heb ook nog niets met meisjes. Willen jullie dan ook niet meer kaarten met mij? Waarom niet? Is het misschien niet gezellig bij ons thuis? Daar kan ik me iets bij voorstellen. Op die stomme flat waar ik nu met mijn vader woon is het natuurlijk niet zo gezellig.

Het enige dat ik kan doen, is berusten. Mij ontbreekt de energie, de wilskracht en overtuiging om tegen het besluit, dat al dik beklonken is, in te gaan. In stilte lopen we met drieën verder. Mijn twee vrienden voorop. Ik erachter. Leeg en verdrietig. Het zijn mijn vrienden niet meer. De afwijzing komt hard binnen. Ik zou er graag met iemand over willen praten en toch ook niet. Zou sowieso niet weten met wie. Ik hou het voor me. Pijnlijk.

We fietsen terug naar huis. Mijn twee vrienden zwaaien uitbundig naar een groep jongeren die bij de ijssalon staan. Meer specifiek naar twee meiden waarvan ik weet dat zij ze beiden leuk vinden. De vrienden stoppen en haken aan bij de groep. Joviaal en duidelijk geamuseerd. Ik fiets door naar huis en gooi mezelf op bed, op mijn buik, en druk mijn gezicht in het kussen. Huilend, eerst zacht, dan hard. Niemand die mij hoort. Niemand die mij troost. Wie en wat mis ik toch? Na het huilen val ik in slaap. Wordt tegen de avond wakker. Alleen. Mijn vader komt zo thuis. Zal ik vertellen wat er is gebeurd? Ik kan en wil het niet. Mijn vader is ook zo alleen.


41) Flatontmoeting

De flat voelt nog niet vertrouwd. Een nieuwe woonruimte, een nieuwe kamer, een nieuwe omgeving, nieuwe mensen. Allemaal onwennig. Na school is er niemand thuis om een praatje mee te maken. Ik smijt de boekentas in mijn kamer op bed. In de keuken trek ik de koelkast open. Vind in zijn buik weinig troost. Dan maar een boterham smeren. De leegte moet gevuld. Wat nu? Ik heb verder nergens trek in. Huiswerk maken wil ik nog niet. Over een of twee uurtjes gaan we eten. Maar wat? Geen idee wat mijn vader op het menu heeft staan.

Zal ik even tegen de muur van de flat gaan tennissen? Heb kortgeleden een goedkoop tennisracket op de kop getikt. Een andere sport dan hockey. Maar wel eentje die ik alleen kan doen en die mij ook balvaardigheid leert. Sport werkt helend. Helend in de aanhoudende leegte die ik voel. Ik besluit met de lift te gaan. In de lift zie ik een meisje. Niet mooi en niet lelijk. Ze lacht me vriendelijk toe. Ik durf niets te zeggen. Weet wel dat ze me ergens leuk vindt. Dat voel ik. Maar ik weet er geen raad mee. Ik heb haar al vaker in de buurt van de flat gezien en vermoed dat ze hier ook woont.

Het tennissen tegen de muur lucht op. Ik daag mezelf uit en geef opdrachten. De bal mag maar een keer stuiten. Afwisselend moet ik links en rechts slaan. Rechts met mijn backhand en links met mijn forehand. Soms doe ik een stapje naar voor, soms naar achter. Liefst zo min mogelijk. Ook schuin naar links en rechts lopen doe ik niet graag. De bal goed raken en goed richten met mijn tennisracket heeft alle prioriteit. Heel even vergeet ik de wereld om mij heen. Nu probeer ik zonder te stuiten de bal vanaf de muur in een keer te raken. Ook de opslag zou ik graag willen oefenen, maar dat gaat niet goed. Is eigenlijk ook niet nodig. Het is geen slag die bij het hockeyen gebruikt wordt.

Aan de zijkant bij de flat zie ik onder een lantaarnpaal het meisje uit de lift staan. Zoekt ze nu contact met mij? Het lijkt er wel op. Het brengt mij in verlegenheid. Ze kijkt voortdurend mijn kant op. Heel af en toe keert ze haar hoofd. Ik weet me eventjes geen raad. Zal ik contact met haar zoeken, haar aanspreken? Ik durf niet. Weet niet goed wat ik moet zeggen. Zal ik jaar vragen of zij ook een tennisracket heeft? Dan kunnen we misschien samen tennissen. Zou ik leuk vinden. Maar het is misschien wel een rare vraag. Wil ze wel tennissen? Kan ze tennissen? Ze komt nu naar me toegelopen. Heeft ze een vraag voor mij? Waarover dan?

Het gesprek gaat stroef en onwennig. Ja, ik woon hier nog niet zo lang. Zij ook niet. Ze gaat naar een andere school dan ik. Heb geen idee hoe oud zij is. Van mijn leeftijd denk ik, hoop ik. Waarom? Geen idee. Vragen dan maar? Ik durf niet. Te verlegen. Dag. Dag. Heb ik nu stom gedaan? Had ik meer moeten vragen? Maar wat dan? Ik sla nog een balletje tegen de flat. In de lift omhoog laten de gedachten aan het meisje me niet los. Helemaal vergeten te vragen hoe ze heet. Dat doe ik de volgende keer dan maar. Als ik durf.


23-11-2015

Mien korte verhalen (38 en 39) met kleine grote waarheid

Beiden geschreven op 23-11-2015


38) Paniek in de tent

Paniek in de tent. Hoe is het mogelijk. Mijn broer heeft zijn vriendin zwanger gemaakt. Maar wanneer dan? En waarom? Allemaal vragen die op harde toon geuit worden, maar niet meteen een antwoord krijgen. Eigenlijk helemaal niet. Wat voorop staat is de ongelofelijke schande. Hij krijgt van iedereen om zijn oren en de emoties lopen hoog op. 'Je deugt niet. Je denkt alleen aan jezelf. Wat doe je de familie aan? Schande. Wat zullen de buren en de familie niet denken?' Zinsneden die bij mij als klein jongetje dwars door mijn hoofd blijven zinderen. Ik zie mijn lieve broer nog verder van mij verwijderd raken. Hoe pijnlijk. Zeventien jaar, de school nog niet eens af en dan al papa worden. Dat kan toch niet. De schok is groot in huize Mien.

Na de eerste schrik moeten zaken goed geregeld worden. Het valt niet mee om de schande weg te poetsen. Het hoogstnoodzakelijke wordt geregeld. Maar hoe zit het met de toekomst? Van mijn broer, zijn nog ongeboren kind, zijn vriendin, maar twee jaar ouder? Hoe vinden zij werk? Gaan ze beiden werken? Wie vangt dan het kindje op? Allemaal zorgen. De zorgen worden niet gedeeld aan de koude kant. Daar is voldoende support. Koude kant? Ja, want getrouwd moet er worden. Op zijn minst. Over en weer worden deals gesloten. Soms van harte maar vaak pijnlijk en met veel weerstand. Groeien is pijnlijk. Zeker als die groei buiten het bevattingsvermogen en geijkte kaders plaatsvindt. Uiteindelijk wil ook mijn vader het beste voor zijn eigen kind.

Om de eerste kosten te financieren van mijn broer's eigen haard en huis verkoopt mijn vader zijn eigen haard en huis. Moeder's erfdeel zit er namelijk in. Dat erfdeel is nodig om de aankoop van een huis en inrichting te bekostigen voor broerlief. Dat wordt dus straks verhuizen voor pa en mij. Naar een flatje op twaalf hoog. Ik vind het vreselijk als puber. Ik wil er niet aan denken.

De sfeer in huis is na de openbaring van mijn broer beklemmend. De lucht zwaar en zwanger van pijnlijke stiltes, gevloek en getier. Ik voel alleen maar droefheid en eenzaamheid. In drie jaar tijd verlaat mijn familie het ouderlijk huis en vinden drie huwelijken en een scheiding plaats. Ik vind het vreselijk. Een rollercoaster van emoties.

Eerst trouwt mijn vader met zijn nieuwe vriendin. Op de eerste dag van de lente. Mijn moeder is dan nog geen anderhalf jaar geleden overleden. Maar pas nadat het veel te kleine huis eerst grondig is verbouwd. Een jaar later trouwt mijn oudste broer, 23 jaar jong. Weer een jaar later mijn andere broer, 17 jaar jong. Dat moet, ook al wil ie liever niet. Niet voor de kerk althans. Beiden met lang blond haar, zij met dikke buik. Mijn vader en zijn vrouw ondergaan dit huwelijk met ingehouden trots en woede. De woede wint. Twee maanden later scheidt mijn vader van zijn tweede vrouw. Mijn zus trouwt nog geen maand later na deze pijnlijke scheiding en verlaat ook huize Mien, 22 jaar jong. Samen met mijn pa verhuis ik naar een trieste flat aan de Maas.

Tot aan het huwelijk verstopt broerlief, papa in spé, zich op zijn kamer op de zolder. Zolang het nog kan. Ik zie hem nog niet klussen in huis, luiers wisselen en papa spelen. Een spel kan het ook zeker niet genoemd worden. Vanaf de zolder wordt Boudewijn de Groot met de volumeknop flink open grijs gedraaid. 'Arm kind, zestien lentes zo pril. Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg'. Via via vindt mijn broer een baan bij de krant. Schrijven is zijn passie. Hard labour, maar los van huize Mien. Uit het trapgat komt wierook vermengd met weedlucht de trap af gedwarreld. Het bedwelmt voor even de emoties.


39) Ansje

Eindelijk heb ik een kamer voor mij alleen. Grote broer is getrouwd en heeft huize Mien verlaten, mijn zus heeft haar eigen kamer en mijn andere broer huist op de zolder. Maar niet voor lang meer. Ook hij gaat binnenkort trouwen en verhuizen. Ik kan me nog niet goed voorstellen dat hij straks papa wordt. Weliswaar volwassen voor zijn leeftijd hoop ik stiekem dat hij het nooit wordt en dat hij weer terugkeert als mijn oude vertrouwde speel- en vertrouwensbroertje. Hem durf ik alles te vertellen. Maar de afstand is nu zo groot.

Ik lig op bed en geniet van mijn nieuw ingerichte territorium. Alles ademt eindelijk ruimte. Ik draai een plaatje op mijn zuur verdiende muziekinstallatie. Daar zitten heel wat uurtjes aardbeienplukken in. Ik wissel de dubbelaar Jesus Christ Superstar af met de blauwe van de Beatles, met Bob Dylan, Santana en Boudewijn de Groot. Johnny Cash, Elly en Rikkert en de Everly Brothers bewaar ik voor later. Een eigen muzieksmaak heb ik nog niet ontwikkeld. Die van mijn broers volstaat.

'I don't know how to love him ...', komt bij me binnen. Ik smelt bij de lieve stem van Yvonne Elliman. Heel even droom ik weg en laat me meeslepen in de muziek. Buiten op straat hoor ik gegiechel en geschaterlach. Mijn hart slaat op hol. Hoor ik daar een bekende stem? Ja. De stem van Ansje. Ik spring van mijn bed en kruip naar het raam. Heel voorzichtig til ik mijn hoofd boven de vensterbank en gluur langs het gordijn. Ze mogen mij niet zien. Ik ben veel te verlegen en bang om gespot te worden. Het gordijn moet bewogen hebben want ik zie de vriendinnen van Ansje omhoog wijzen. Ik duik weg. Ik heb Ansje niet kunnen zien. Ze is ook zo klein. Ik ben al een flinke tijd verliefd op haar. Durf dat haar echter niet te tonen. Laat staan haar vriendinnen. Ze weten dat ik thuis ben en vanachter het gordijn de boel bespied. Wat moet ik nu doen?

Hopelijk lopen ze snel door. Ik schaam me dood. Ineens voelt mijn eigen kamer niet langer vertrouwd. Ik voel me vreemd en gevangen. Gevangen in emoties. Wanneer zal ik toch ooit mijn gevoelens voor Ansje durven tonen? Nu nog even niet. Zal ik toch nog een keer naar buiten kijken? Ik denk te weten wat ze aan heeft, mijn lieve Ansje. Een spijkerbroek en bijbehorend spijkerjasje. Hoe stoer! En sluipers, die heeft ze ook aan, zeker weten. Bruine stoere schoenen. In gedachte verdrink ik in haar donkere ogen en kroel met mijn vingers door haar lange haar. In gedachten. Giechelend loopt de meidengroep verder. Waren ze nu speciaal langs ons huis gelopen? Op verzoek van Ansje? Had ik toch ...?

07-12-2014

Levenselixer

Sommige mensen kunnen mijn bloed wel drinken. Ze vertellen alleen niet waarom. Dat komt ietsiepietsie te dichtbij. Af en toe drink ik ook mijn eigen bloed. Dan loop ik uit de hand. In hekel en pekel. Bloed heeft nu eenmaal een zuigende werking. Bloed pompt en zuigt. Het stroomt, stroopt en zwelt door aderen. Het transporteert en voedt. Maakt mensen gelukkig en ongelukkig.

Bloed is vloeibaar en een ware levenselixer. Maar de mooiste eigenschap heb ik nog niet benoemd. Bloed verbindt. Het verbindt bloedverwanten, bloedbroeders en geliefden met elkaar. In onvoorwaardelijke liefde, in vriendschap en geboorte. In die verbinding vinden we elkaar bloedmooi. Zo mooi dat we er van gaan blozen. Vlekken op de wangen, vlekken in de nek. Het bloed stijgt dan even naar ons hoofd.

In onvoorwaardelijke verbindingen gedij ik het best. Geworteld in sociaal contact stijg ik tot grote hoogten. Het levert hartverwarming en zielenrust. In bloedverwantschap zitten veel emoties ingebed. Hoog oplopend, soms tot tranen toe geroerd. Het is familie die emoties vaak regeert. Boosheid, woede, vreugde, angst, passie, hartstocht, lust en leven. Ze pompen bloed met zuurstof, kortademig en kortstondig door mijn aderen en zenuwen.

Bloedbroeders hoe dan ook, zij gaan door dik en dun, in blindelings vertrouwen. Gelijkwaardig, democratisch, arm of rijk, lief en vooral, vrij van zonden. Een voor allen. Allen voor een. Gevoed door eten, water, lucht. In bloed. Mijn eigen bloed. Levenselixer.

Derde deel van zesluik, geschreven naar aanleiding van De wereld ondersteboven.

10-06-2014

Stilleven (4): Molly's droom

Ze weet niet of ze moet lachen of huilen. Zo gaat dat wel vaker met vrouwen. Nou ja, vrouwen. Ook mannen hebben daar soms last van. En hoezo last? Daar hoef je toch geen last van te hebben. Van een lach of een traan? Je hoeft je er ook niet voor te schamen. Ze laat het maar even in het midden, de emotie. Liever schuilt ze haar gezicht in een omslagdoek.

Haar donkere ogen glijden langs het zachte doek naar buiten en verkennen het gezichtsveld en de omgeving. Voorzichtig want ze wil niet betrapt worden. Betrapt op emotie. Dat gunt ze de kijker niet. Dat ze bekeken wordt dat mag duidelijk zijn. Soms vallen de mensen, en met name die van het mannelijk geslacht, bijna in katzwijm voor haar voeten neer. Haar moeder heeft het al op jonge leeftijd over haar heen geroepen. “Ze zullen je aanbidden, Molly. Let op mijn woorden.” Ach, niets is de mens vreemd, dat beseft Molly maar al te goed. Het is kijken en bekeken worden.

Voor de verandering besluit Molly maar eens haar kijkers de rug toe te draaien. Vol bewondering neemt ze de prachtige omgeving die al jaren achter haar ligt in zich op. Het riekt naar Italië. Ze snuift de warme zomerlucht op. Een mengeling van tomaat en scherpe kruiden, tijm, oregano en basilicum. In geen velden of wegen zijn de kruiden te zien. Maar wel te ruiken. Zo blijkt maar weer eens dat niet alleen geuren maar ook zichten soms vertroebelen. Wat je ruikt is lang niet altijd wat je ziet en vice versa.

Zintuiglijke misleiding dat is het, daar is hier sprake van. Dat geldt dus ook voor de aanblik die Molly neemt van haar omgeving. Voor het eerst ziet ze, ruikt ze en voelt ze wat er al die jaren achter haar rug verscholen lag. Een landschap van mogelijkheden. Had ze dat maar eerder geweten en beseft. Het had haar vast troost geboden en rust. De aanschouwing van de rivier, de bergen, het water, de brug. Glorend onder de Italiaanse zon. Een zon ruikend naar citroen. Althans tussen de oren van Molly.

Enfin, de eerste stap is gezet. Molly heeft zich losgemaakt van haar omgeving. Een omgeving die vanuit haar positie nauw en klein omkaderd was. Met grote stappen verkent ze het nieuwe landschap. Ze stapt voor het eerst het leven in. Onder haar voeten voelt ze bodem, aarde. En dat voelt goed. Ze was het zweven al langer beu. Zweven in emotie daar was ze altijd goed in. De kijker in verwarring brengen. Nu heeft ze nog maar slechts een doel. En dat is genieten. Met volle teugen. Van de rivier, de bergen, het water en de brug.

Ach, als ze toch eens op die brug kon staan. Daar aan de einder. En dan vanuit de verte terugkijken, naar het gezichtspunt dat jarenlang bevroren stond en naar de andere kant keek. Het gezichtspunt dat niet terug maar vooruit keek. Verwachtingsvol en mysterieus. Wat zou dat mooi zijn. Vanuit het achterveld, zonder schalkse blik, de kijkers begluren. Een omgekeerde wereld. De bekekene die de kijkers spot. Ze zouden op zoek gaan naar haar, dat weet Molly zeker. Maar ze zouden haar niet zien. Daar op die brug, eeuwig glimlachend. Van alles had de kijker zich al die jaren voorgesteld bij haar glimlach. Dat had Molly al jarenlang gespot in de ogen van de kijkers. Ja zelfs een beetje geroken. Haast bespottelijk. Heel vervelend ook. Het enige voordeel was dat ze daardoor gedachten leerde lezen. Hoewel lezen, de kijkers gaven eigenlijk open boek.

Molly beseft maar amper welke vrijheid ze tegemoet treedt. Als een jonge hinde huppelt ze door het zonnige landschap richting brug. Het hoge gras kriebelt aan haar blote voeten en benen. Het is niet ver meer als plotseling haar oog valt op een bijzonder tafereel. Ze treft midden in het veld een stilleven aan dat haar hart doet stokken in de keel. Op een pas gemaaid veld zit op een kleurrijk geruite deken een zigeunerin, schrijlings met haar benen, geleund tegen een boom. In haar donkere ogen glijdt heel langzaam een traan naar beneden. Wat is ze mooi. Ze is van een alles verpletterende klassieke schoonheid. Alles klopt in haar gezicht. De donkere haren, de gebruinde tint, de roze volle lippen en haar ogen om in te verdrinken. Maar een ding klopt er niet. De omlijsting van het tafereel past niet in het kader en plan dat Molly voor ogen had. De brug aan de einder heeft Molly daarna nooit gehaald. In het zigeunerinnetje vond ze de herkenning waarnaar ze jaren op zoek was. Het zusje dat ze altijd al had willen hebben. Het zusje dat ze zelf had willen zijn. Het raakt haar diep.

Het beeld, het stilleven zal voor altijd op Molly’s netvlies blijven staan. De zigeunerin in het open veld met het oog vol traan. Ooit, ooit, zal ze de brug bereiken die achter haar ligt. De brug die prikt, duwt, priemt en lonkt. Je ziet het aan Molly’s ogen. Maar vooral aan haar glimlach. Een glimlach verborgen opgehangen in een Italiaans berglandschap, hangend aan een spijker en een touw, ingekaderd vooralsnog, ergens in Parijs. Veelzeggend niets.

23-01-2014

Drakenvriend

Met een zucht slaat Kees de deur van zijn nieuwe slaapkamer open. Het ruikt naar vers behang en latex. Flauwtjes neemt hij de nieuwe plek in zich op. Drie muren beige, één muur chocoladebruin. En dat op de vijftiende verdieping van een okergele flat. De verflucht kriebelt in zijn neus. “En wat vind je ervan, is ie niet mooi?” In de blik van pa ligt het antwoord hoopvol opgesloten. “Ja pa, het ziet er goed uit.” Kees liegt, om bestwil, de ruimte is veel te klein.

Hij kan zijn kont amper keren. De spullen uit zijn vorige kamer lijken de muren van dit hol omver te duwen. Tussen het bed en het bureau is nauwelijks loopruimte. Als de stoel naar achteren is geschoven kan er niemand door. Kees ziet al snel dat hij voortaan op zijn linkerzij moet slapen. Op de rechterzij is het risico te groot dat hij de slaapkamerdeur bij plotse entering langs zijn gezicht ziet schuren. En dat wil ie niet. Een goede slaper is hij niet. Daar is Kees te waakzaam voor. Op zijn buik of rug slapen kan ie niet.

Met een plof gooit Kees zich neer op het bed. Op de buik met zijn neus in het kussen. Pa rommelt wat in de keuken. Zo te horen op zoek naar nieuwe orde. Een orde die hij maar moeilijk lijkt te vinden. Sinds kort woont Kees alleen met pa. Het hoekhuis in de volksbuurt waarin Kees geboren en getogen is, is noodgedwongen verkocht. Alle mensen uit het huis zijn vertrokken. Twee broers en een zus. Verliefd, verloofd, getrouwd. Weggerend, zo voelt het toch. Mams had het huis allang verlaten, zwevend naar de sterrenhemel. De tranen biggelen Kees over de wangen. Hij drukt zijn neus en tranen stevig in het kussen. Zelfs de geur in het kussen is niet vertrouwd. Hoe hard Kees ook snuift. Waarom? Waarom?

“Zit toch niet zo te mokken!” Kees veert op. Waar komt die stem vandaan? Een onbekende stem. Niet eerder gehoord. De slaapkamerdeur is dicht. Zijn vader is het niet. Wie leest Kees de les. “Ja, ja, je hoeft niet onder het bed te kijken hoor, ik ben het maar. Ja, hiero, hier op de deur!” Met grote verbazing kijkt Kees naar de poster op de deur. Zijn fluwelen draak is tot leven gekomen. De paarszwarte draak kwispelt wat met zijn staart en zijn fluorescerende ogen spugen vuur. Het maakt Kees en zijn koude kamer heel eventjes warm. “Bij de pakken neerzitten heeft geen zin, jongeman, je moet vooruit. Je nieuwe wereld ontdekken. Kop op. Droog je tranen!” Hoe durft de draak. Terugbrengen naar de winkel is geen optie. Zo’n brutale poster heeft Kees nog nooit gehad. “Bemoei je met je eigen zaken lelijke draak, wie denk je wel dat je bent?”

De draak bevriest onder de kou en stolt weer terug tot poster. Even twijfelt Kees aan zichzelf. Sprak die draak nu echt, of hoorde hij zichzelf praten? Zijn puberbrein haalt rare streken uit. En toch, de draak in zijn gedachten had wel een punt. Een plaatje draaien, dat is wat Kees wil doen. Muziek in droefenis maakt zijn lijden zacht. Hij kan alleen niet kiezen. Tussen Dylan en de Groot. Ach, arm kind, wat lig je hier stil, dertien lentes zo pril met het antwoord in de wind.

02-01-2014

Familiegeheim

Hoeveel familiegeheimen zijn er de afgelopen maand geopenbaard? Of juist opgebaard? Hoeveel familiegeheimen zijn er de afgelopen maand boven tafel gekomen? Hoeveel familiegeheimen zijn er verstopt? In eten en in drank, opgevreten, weggeslikt. En hoeveel nieuwe familiegeheimen zijn er gecreëerd? Of juist gecremeerd? Voor de lieve vrede, in zoete broodjes en in marsepein?

Wie wil dat eigenlijk weten? Naast persmuskieten, zwarte pieten. De maand december is sinds lange tijd gebombardeerd tot biecht- en smiechtmaand. Staat in het teken van emotionele inkopen, opkopen, afkopen en uitverkopen. Al de kopen staan al dagenlang, zorgvuldig geregisseerd, uitgebreid te pronken in kranten, tijdschriften en reclamebladen. Goedkoop aangeboden en voor ieder wat wils.

Verstopt achter granieten glimlachen blijven de geheimen goed geborgen. Zittend op korte en op lange lonten. Sommige lichten mogen nooit gaan schijnen. Hullen zich in duisternis omdat ze het daglicht niet kunnen verdragen. Sommige waarheden zijn te pijnlijk. De lucht die boven het ontbijt, de lunch en het diner zweeft aan de familiedis is ijl en ingehouden. Het eten wordt gang voor gang, nauwgezet en rauw weggepeuzeld. Zo ook de gedachtegangen die volgen. Die worden weggeknaagd tot op het bot. In stilzwijgen.

Tong en tongen staan niet op het menu. Die zijn allang afgebeten. Ongezouten. Na het eten worden de geheimen en gedachtegangen nog even uitgelaten. Kort maar krachtig. In koude, wind en sneeuw. Om daarna voor lange tijd weer opgesloten te worden, in kleine kistjes memorie. Ook dit jaar zijn er geen setjes gevormd en bruggen gebouwd. Het geheugen is selectief daar waar de emotie zich verstopt achter gesloten deuren. De geheimen blijven, ongeschonden.

16-01-2013

Project Buiten Om (20): Epiloog

Dit is mijn laatste bijdrage aan de verslaggeving rondom de wijkontwikkeling Helmond West. Aan alles komt een eind. In de afgelopen 19 verslagen heb ik telkens geprobeerd te verwoorden wat de impact is geweest van wijkontwikkeling op bewoners en ondernemers in de wijk, gezien vanuit algemeen en persoonlijk belang. Ik heb vooral getracht te schrijven vanuit de beleving en het oogpunt van gedupeerden. Als één van de gedupeerden heb ik zelf mijn huis onteigend zien worden. Door het proces te beschrijven hoopte ik zelf ook troost en antwoorden te vinden voor het verlies. De procesgang rondom de wijkontwikkeling heeft mij diep geraakt. Het is haast onbeschrijfelijk wat het met je doet. Toch ben ik blij dat ik het opgetekend heb. Tot op heden heb ik nog geen optekeningen van ervaringen van lotgenoten rondom onteigening kunnen vinden. Hopelijk biedt mijn schrijven ook anderen, troost, verlichting en inzicht. Geloof me op mijn woord. Je doet het je ergste vijand nog niet aan.

Inmiddels is mijn eigen verhuizing bijna achter de rug. Volle dozen staan in alle ruimtes nog ongeopend te wachten op een nieuwe bestemming. Na drie maanden ploeteren, opknappen en licht verbouwen van de nieuwe woning heb ik geen puf meer. De energie is op. Ongetwijfeld zal de blijdschap ooit wel weer komen maar voorlopig even niet. De eerste vraag die mensen aan je stellen bij onteigening is: “Maar je wordt toch rijkelijk gecompenseerd?” Foute vraag. En laat dat rijkelijk er maar van af. Het gaat namelijk niet om geld maar om geluk. Ik ben een geweldig mooie plek kwijtgeraakt aan het algemeen belang. Offers moeten er gebracht worden. Dat is begrijpelijk. Maar dan behoor je ook voldoende gecompenseerd te worden. Via Nederlandse wetgeving is compensatie vastgelegd in verouderde financiële regelingen met een vastgesteld minimum. Ik mag er economisch niet op achteruit gaan. Ongeacht de huidige economische crisis. Wat echter niet gecompenseerd wordt is emotie, angst, kwaadheid, teleurstelling, verdriet en bijbehorende onmacht. Dat is namelijk onmetelijk. Letterlijk en figuurlijk. Ook verloren tijd wordt niet gecompenseerd.

De wet voorziet niet in compensatie van investeringen in tijd. Het zoeken van een nieuw huis (drie jaar lang Funda volgen); het bezichtigen van huizen (in mijn geval zeven), het afspraken maken met makelaars en huiseigenaren; de onderhandelingen en afspraken rondom de financiën (bank, hypotheekverstrekkers, verzekeraars, notaris); de vele gesprekken met de onteigeningsmakelaar en grondaankoper van de gemeente, maar liefst zeven ontmoetingen; de tijd die vrijgemaakt moet worden voor de vele keuzes, regelingen, uitvoeringen rondom de schoonmaak, lichte verbouwingen, inrichting. De vele bezoeken aan winkels en bouwmarkten; het beroep doen op tijd van familie, vrienden en kennissen. Het wordt niet gecompenseerd. Echt niet.

Wat het nog erger maakt is dat er geen of nauwelijks mededogen en inlevingsvermogen te vinden is bij de algemeen belanghebbenden, lees gemeente, woningbouwvereniging en diverse wijkorganen. Er wordt door hen zoveel mogelijk gehoord, gezien en gezwegen. Behalve als het algemeen belang gediend moet worden. Overigens niet te verwarren met het persoonlijk belang van juist diegenen die het algemeen belang dienen. Dan wordt er plots gestreden met het mes op tafel en gepocht met jarenlange ervaringsdeskundigheid. “Nee meneer, ik kan u garanderen dat u bij de rechter geen enkele kans maakt”. Hoe vals, want dat is lang niet altijd waar. Hoe vals ook dat eigenlijk lang van te voren al vast staat wat jouw onteigende huis maximaal mag kosten. Door onervarenheid, ik heb onteigening nog nooit meegemaakt, zie ik pas veel later in dat de gesprekken die met mij aan tafel gevoerd worden inclusief de uitkomst van die gesprekken, door mijn eigen onteigeningsmakelaar samen met de onteigeningsmakelaar van de gemeente en de grondaankoper van de gemeente van te voren bepaald zijn. Dan helpt verdieping in Harvard-onderhandelingstechniek en het bepalen van een BAZO (beste alternatief zonder overeenkomst) ook niet meer.

Het maximale compensatiebedrag voor mijn woning is allang vastgesteld door de hoogte van het bedrag van de eerste woning die onteigend is, nu zo’n twee jaar geleden. Dat bedrag is de maatstaf van het bedrag van alle woningen die daarna nog onteigend moeten worden. De zeven emotioneel zware en vervelende gesprekken die ik als gedupeerde heb moeten doorstaan waren achteraf gezien dus eigenlijk helemaal niet nodig geweest. Het in overleg met mijn onteigeningsmakelaar door mij gewenste bedrag is nagenoeg toegekend door de gemeente. Moegestreden had ik niet meer de puf om tot het puntje te gaan. De grondaankoper lacht in zijn vuistje. Hij liet tijdens het laatste gesprek terloops ontvallen dat hij voor de gemeente goed onderhandeld had bij de aankoop van het eerst onteigende huis. Het zij zo.

Ik neem nu afscheid van een mooie wijk. Helmond West. Een wijk die het verdient om voor de eeuwigheid te blijven bestaan en voor altijd zichzelf te blijven. Zichzelf inclusief alle vernieuwingen en ontwikkelingen. Ik neem ook afscheid van mijn mooie straat, de Itterestraat en haar bewoners. Van oude inmiddels verhuisde buren en buurtgenoten. Het lief en leed dat we samen gedeeld hebben. Een warm hart draag ik ze toe. Zo ook mijn drie oude buurmannen, die onverwacht en kort na elkaar in drie jaar tijd zijn overleden. Aan hen draag ik mijn columns Project Buiten Om op. Home is where the heart is.

Mien



26-11-2012

Emotie

Gedsie. Potverdikkie. Emotie. Wat doe je toch met mij? Weet je wel wat je hier allemaal aanricht? Verschrikkelijk loeder. Jij wordt nog mijn ondergang. Je hebt me weer zover. En ik maar huilen, brullen, telkens weer. Wanneer breng je dit gruwelijke hartzeer tot een einde?

Ik raak door jou van streek. Je brengt in herinnering wat ik eigenlijk al lang probeer te vergeten. Ik voel me zo eenzaam, zo verschrikkelijk eenzaam. Emotie laat me alsjeblieft met rust.

Ik werk, ik vecht, ik bid, ik luister en bewonder. Maar iek, die emotie, die houdt mij maar eronder. Neemt me bij de hand en zwiert me in het rond. Tot bloed, zweet en tranen toe. Hij neemt me bijna te grazen. Maar ik, ik werk, vecht, bid, luister en bewonder. Loeder. Je krijgt me niet klein. Hoe groot je ook mag zijn. Ik worstel en kom boven.

Jij maakt mijn dagen zorgelijk en ’s nachts martel je mij met oude dromen. Ze eindigen nooit goed. Lieve emotie, geef me nu toch eens even een break. Laat me alsjeblieft vergeten dat ik een foutje heb begaan. Kun je echt niet zien, wat je met mij doet? Alsjeblieft, lieve emotie stel me nu toch vrij.

Ode aan Brenda. Vrij vertaald naar Tillis en Kearney. Niet gejat dus. Emoties. Aangevuld en aangezet. Potverdikkie nog aan toe.

23-12-2005

Afvalrace 02: Emo-weegschaal

Hoeveel weegt een ziel? Hoeveel gram raak je kwijt als je je hart lucht? Hoe zwaar weegt verdriet? Hoeveel gram raak je kwijt als je tranen hoest? Hoe ondraaglijk kan de zwaarte van het bestaan zijn op momenten van angst, wanhoop en ongeloof? Hoeveel gewicht tors je, als bergen verdriet voor je oprijzen? Hoe zwaar weegt je hoofd als het vol raakt van overwegingen, herinneringen, hersenspinsels, hunkering en gepeins? En wat als je gaat zweven, gewichtloos ronddoolt en leegte gewaarwordt ... is dat terug te zien op een weegschaal? Een emo-weegschaal.

We zijn met z'n allen zo druk bezig met ons lichaam dat we de inhoud wel eens vergeten. In alle opzichten. Maar is een lichaam niet slechts een optelsom van levenssappen en bouwstenen? Wat als de cement uit de voegen slaat, als je lijf aanvoelt als bagger, als snert zonder worst?

21 Gram is het gewicht van de ziel. Althans volgens de experimenten van Dr. Duncan MacDougall die in het begin van de 20ste eeuw stervende wezens woog om te bewijzen dat de ziel gewicht heeft.
Cineast Alejandro González Iñárritu maakte in 2003 een mooie film ‘21 Grams’, een film over het leven met en zonder ziel. Een film over levend leven en dood leven. 21 gram is ongeveer zoveel als een theelepeltje zout of suiker. Niet meer dan een zucht. Wat maken wij ons toch druk om niets. Zwembandjes, vetkwabben, broek(st)riemen zorgen ervoor dat we ‘weetwajtsen’. Liposukkels zijn we ... als we het vege lijf te lijf gaan met mes en sikkel. Nee, geef mij maar de emo-weegschaal, veel belangrijker. Wie maakt zich nu dik over dun? Een kilo verdriet, een pond plezier, een ons angst, een gram geluk, een barrel boosheid, een ton tederheid, daar gaat het om!

Die 21 gram die ik elke ochtend kwijt ben zit er iedere avond weer aan. Volgens mij neemt de ziel dagelijks een loopje met ons. De lucht is zwanger met overbodige kilo’s op Allerzielen. Zou er naast het collectief geheugen ook zoiets bestaan als het collectief gewicht, of leuker, collectieve emotie? Ik denk het wel. Neem wat memorabele Nederlanders in gedachten, Andre, Pim, Theo, en we hebben collectieve emotie. Het verdriet om hun heeft ons allen gemeenschappelijk een beetje doen huilen. En ja, we waren ook gezamelijk boos. Die kerels legden een behoorlijk gewicht in op de emo-weegschaal. Onmeetbaar!

Ik weet het zeker, van emotie val je af, al is het maar omdat je niet meer eet. Mooi is dat. Als al dat zieleknijpen ook nog eens zou leiden tot gewichtsverlies dan zouden alle psychiaters volgeboekt zijn. Ik zie het al voor me. Niks geen wachtrijen bij de tandarts, huisarts of apotheek. Nee slechts file bij de psychiater. Want wie gaat er niet voor die aanbieding? Wie gaat er niet voor die nieuwe therapie? Libidosuctie: in 3 weken tijd overtollig libido kwijtraken voor slechts 50 euro per sessie. En willen we dan nog absoluut die overtollige kilo’s kwijt, dan kunnen we altijd nog koet ke koet naar de chirurg voor borst-, maag-, of penisverkleining. Niet dat dat veel zal schelen in veel gevallen. Maar alle kleine beetjes helpen. 21 Gram ben je zo kwijt.

Mien Emotie

Gewicht 04-11-2005: 88 kilo
Gewicht 02-12-2005: 86,50 kilo
Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo

‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2006. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.