Posts tonen met het label hond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hond. Alle posts tonen

08-10-2024

Trage hond met evenwichtig zenuwstelsel

Hond, dankbaar onderwerp voor stukjes schrijven. Hond in de reclame vind ik te makkelijk. Dat is vlug scoren. Ik besluit meer verdieping te zoeken en kom terecht in een goed boek, een kynologisch woordenboek, een soort DSM-5 voor honden. Spontaan begin ik te blaffen. Ik zoek eerst mijn Kees op. Geen aardhond lees ik, hij is niet wild en zoekt al helemaal niet naar wild onder de grond. Kees aankijkgedrag is ook niet imponerend. Hij is veel meer een flegmaticus, traag en evenwichtig. Ik maak me soms wel zorgen over zijn absence-status, aberrant voor kezen. Hij vervalt dan van schrik in aërofagie. Zijn acuïteit daarentegen is erg scherp. En dan ben ik pas bij de A! Een superhond mijn Kees.

30-11-2015

120 Woorden November 2015

120 Woorden (120W) is een website gerund door vrijwilligers waarop ik kleine stukjes van exact 120 woorden plaats. Meestal aan de hand van opgelegde themawoorden.
Motto 120 Woorden: Er wordt veel te veel geschreven en daardoor veel te weinig gelezen. Weg met de breedsprakigheid. 120 woorden is precies genoeg.


Kabinetjes (01-11-2015) (Themawoord: Kabinet)

Het is steenkoud. We nemen het buitenschip. Zelfs de kaarsen aan de wand bibberen van de kou; als ik de vlammen moet geloven. Ze dansen in oranje blauw, waarbij het oranje het blauw omvat.

De zondagse kleren zitten niet lekker. Een korte broek dat kan nog net, zo laat mijn vader mij geloven. Ik stop mijn hemd wat dieper in de broek en knoop het jasje stevig dicht. De kleine stropdas geeft ook geen warmte. De sokken hoog optrekken, dat kan nog helpen.

Maar ik krijg de tijd niet. Zodra ik buk, trekt mijn vader me omhoog. De man aan het kruis kijkt me vol medelijden aan. Links uit een van de vreemde kabinetjes klinkt gekreun. “Doorlopen!”, roept vader verschrikt.


Mijn hond heet Hans (04-11-2015) (Themawoord: Tocht)

Hans krabt zijn rug. Er springen wat kleine beestjes weg. Haast onzichtbaar. Het stemt Hans in ieder geval diep tevreden, want hij draait zich nog eens gemoedelijk om. Met een luide piepende geeuw.

De kachel brandt in huis. Het warme vuur maakt slaperig. Al snel valt Hans in een diepe coma. Hij ligt nu op zijn zij met de kin op de grond. Zijn dikke lippen hangen languit op de vloer en blubberen bij iedere ademstoot zachtjes op en neer. Het is een vertrouwd gezicht.

Buiten begint het zachtjes te waaien. Als dat maar goed gaat. Het zacht gewaai gaat al snel over in sterke wind. De wind wordt storm. Hans springt op. Blind van woede, over de plotse tocht.


Sliske (10-11-2015) (Themawoord: Zeep)

De man sliste hevig. Zo hevig dat de omstanders altijd onnoemelijk moesten lachen. Zijn spraak ging nogal gepaard met flinke consumptie. De omstanders stonden altijd op ruime afstand om hem heen geparkeerd. Dan konden ze tenminste dubbel lachen. Het as erkelijk aar een komisch gezicht.

De man had ook nog eens een prachtig beroep. Koerier van een koets in Amsterdam. Bij de opstaphalte as het altijd druk. Met name Amsterdammers vonden er vertier. Zij moesten bij voorbaat al lachen nog voordat de Japanners en andere maffe toeristen in de koets van Sliske stapten. Sliske, zo hadden ze hem genoemd.

Soms volgden ze Sliske bij de eerste meters. Het meest amusant was natuurlijk wanneer Sliske de zeep er flink over gooide.


Zeepsmoel (14-11-2015) (Themawoord: Zeep)

Ik glij uit
Over bloed
Gemorst
Uit een lichaam

Een zeperd
Languit op mijn kont
Land ik
Op grond

Tussen lijken
Over lijken
Gevloerd
Ongepast

Ik geloof
Zegt de gek
Niet met opzet
Maar in waanzin

Kortsluiting
In een hoofd
Vijftien jaar oud
Gerekruteerd

Voor een goede zaak
Op leven en dood
Voor een betere wereld
In de hemel

Wie maakt wie wat wijs?
Hoe democratisch is geloven?
Wie spreekt recht?
En wie krom?

Vloeken en tieren
Met bommen en granaten?
Kortgelont
Met kalashnikov

Gordels van verknipte jeugd
Gebrainwashed in nood en deugd
Woestijngloed
Struikelen in eigen bloed

Geloof dat neem je niet af
Diep van binnen
Niet van buiten
Hartdruk

Ook jij niet zeepsmoel
In mijn stad van liefde.


Zwerven (15-11-2015) (Themawoord: Zeep)

Zweet, zweet van zeep. Zoekt zwoel zalige zult. Zwoegend door zware zeurderige regen van zwavel. Zittend in een zijspan van zeem, zwalkt de zwerver zout en zwijgzaam door zijn zwevend bestaan. Als een zouaaf die zweert bij oorlog zingt hij over zoete zever. Zotheid is hem naar het hoofd gestegen.

Zwak zwijkt hij uit. Voor zevenenzestig zwanen die zwetsen uit hun nek. Zie hoe zorgzaam zij zuchten bij zijdezachte zuidenwind. Zaniken en zeuren is zo jaren zeventig. Zwerven, zweven, het is een kunst. Zwart en zuur zeulen door een zee van ego onder een zinderende zon. Zuigen, zogen, zagen. Zebrapaden.

Zoeloes huilen over de lange weg die zij moeten gaan. Zwabberen wanhopig in vloeibare zerken. Langzaam, een zware dood tegemoet.


Peperspree (16-11-2015) (Themawoord: Peper)

Nee, dat mag niet.
Nee, niet aankomen.

Ik kruip op mijn knietjes door de kamer.
Mij krijgt ze niet klein.

Wat heb ik nu gezegd?
Niet aankomen.

Ik trek me langzaam omhoog aan de tafelpoot.
Mijn knuistjes omklemmen het tafelblad.

Wel verdorie, wat heb ik nu gezegd.
Afblijven.

Ik waag een nieuwe poging.
Het gaat me steeds makkelijker af.

En nu is het afgelopen.
De kamer uit.

Nog een keer proberen.
Het witte tafelkleed schuift langzaam van de tafel.

Mama is even spoorloos.

Ik tril op mijn kleine beentjes.
Het potje komt steeds dichterbij.

Tafelkleed en potje glijjden over mij heen.

Ik hoor een krijsend geluid.
Een mamasirene slaat op tilt.

‘Hyperintelligente terrorpeuter komt om door peperspree!’
Kopt de Telegraaf.


Voorstelling (16-11-2015) (Themawoord: Peper)

Stel dat ik mocht kiezen, welk stel ik mocht zijn? Welk stel zou ik dan verkiezen? En wie van het stel zou ik dan het liefste willen zijn? Mocht het stel uit twee bestaan uiteraard. Ik ken legio voorbeelden. En ja, ik ga ze allemaal noemen. Ernie of Bert? De dikke of de dunne? Tarzan of Jane? Ken of Barbie? Spik of span? Goed of kwaad? Vuur of water? Wind of regen? Vraag of antwoord? Stel of sprong? Bank of stoel? Ja of nee? Stellig of vol twijfel? Ik weet het even niet meer. Citroen of sinaasappel? Zuur of zoet? Woorden zijn bijna op. Zo ook mijn overwegingen. De kapper is klaar. Kort geknipt hou ik het zout en peper.


Piet Chili (16-11-2015) (Themawoord: Peper)
Piet Chili had maar een droom. Piet worden in het grote Pietencircus van Valencia. Maar daarvoor moest ie eerst auditie doen bij de circusdirectrice, een vrouw met een grote witte baard.

Piet had echter een groot probleem. Hij stonk verschrikkelijk. Daar kon hij niets aan doen. Als klein kereltje was hij vroeger in een grote ketel hete pepersoep gevallen. De geur was sindsdien aan hem blijven kleven.

Aan stinkende Pieten had de circusdirectrice een broertje dood. Maar Piet zou haar overtuigen met een geweldig idee. Mits ze zouden trouwen. Hij wist dat de directrice van kindjes en feesten hield. Zijn idee was het organiseren van een jaarlijks terugkerend kinderfeest.

Snel schreef hij een sollicitatiebrief.

‘Geachte Dolores con Carne, bij deze’


Peperpersoon (17-11-2015) (Themawoord: Peper)

Peperpersoon wie kent het niet? Wacht ik koppel hem meteen aan gepeperd. De rekening dan. Los uit de pols wordt het voor je voeten geworpen. Nu ja, los uit de pols? Schijn bedriegt. Er is natuurlijk goed over nagedacht. Over de prijs per persoon. Dat levert namelijk veel meer op dan prijs per twee of per groep. Prijs per woning. Prijs per chalet. Het is weer bijna wintersport. Hoewel dat laatste niet echt er toe doet. De gemiddelde bemiddelde wintersporter kijkt niet zo nauw. Bij chalet begint hij of zij sowieso vrijwel onmiddellijk te jodelen. Je gaat toch niet vanuit een flatje snowboarden? Niet te verwarren met waterboarden. Je zou haast stikken van de prijzen die ze vragen, per persoon.


Reetpeper (17-11-2015) (Themawoord: Peper)

Heel even raakte de schrijver in de war. Een themawoord als peper vroeg om een zorgvuldige benadering. Vrije associatie was uit den boze. Het moest ergens over gaan. En voordat het ergens over ging, moest er eerst nagedacht worden.

Reetkever en reetveter waren de eerste woorden die de schrijver te binnen schoten. Hij parkeerde ze op een blocnote. Reetkevers had hij onlangs nog op bezoek gehad. Daar zou zijn verhaaltje over kunnen gaan. Maar reetveter bood natuurlijk veel meer mogelijkheden.

Voodat hij er over schreef wilde hij het eerst ervaren. Zo’n reetveter. Zonder ervaring bleven gedachten maar loos.

Daar zat hij dus achter zijn laptop. Met zijn billen bloot. Nou ja, bloot. Gescheiden door wat reetpeper. Inventief ineengevouwen A4tjes. Pijnlijk.


Poederbrief (17-11-2015) (Themawoord: Peper)

De gepeperde rekening moest nog verstuurd worden. Blauw zou hij zich betalen. Dat was zo goed als zeker. Veel te veel uren had hij gemaakt. Niet geschreven wel gemaakt. Zou hij ze alsnog opvoeren? De uren? Met Max Verstappen speed? Of gewoon met witte peper? Ja, dat was een goed plan. Hij zou de rekening versturen met wat witte peper. Wat zou de aannemer schrikken? De verbouwing was toch wel erg duur geweest. De kosten moest hij toch wel opvoeren. Als aangever kon hij niet anders. De aannemer van de brief zou zich een hoedje schrikken. Slecht voor de bloedvaten. Maar dat is het lot van de aannemer van de brief. Als aangever had hij er niets mee te maken.


Bram (17-11-2015)

Bram zit in de bus. Hij is oud. Heel oud. Hij mijmert wat voor zich uit. De rode jurk zit niet naar zijn wens. Hij kreukt en kriebelt. Dat komt door de goedkope stof. Hij heeft de jurk nog niet zo lang aan. Een boldotcomjongetje had hem vanochtend aan zijn deur afgegeven.

Bij de jurk zat ook een mijter. Wat moest ie daar nu mee? Bram geloofde al lang niet meer in Sinterklaas. Dat was de enige persoon waaraan Bram kon denken, in relatie tot de mijter. Hij moest er toch iets mee. Nietwaar?

Bram arriveert bijna op zijn bestemming. Rotterdam CS. Daar zou hij Nel ontmoeten. Tot voorheen Nelus. Ook wel koperen Nelus genoemd. Ook uit de kast gekomen.


Maaltijd (17-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)

Waar was je?
Gewoon even weg.
Waar naar toe?
Naar het bos.
Wat te doen?
Gewoon het gebruikelijke.
Houdt het op?
Ik hoop ooit.
Maar vandaag niet.
Nee, vandaag niet.
Vervelend dat malen.
Vind ik ook.
Tijd is wreed.
Ik weet het.
Vreet je weg.
Slurpt je op.
Verdwijnt in zwart.
En herhaalt zich.
Ja, telkens weer.
Tijd slaat dood.
Wat te doen?
Ophouden met malen.
Is geen optie.
Dacht het wel.
Het lukt niet.
Je moet volhouden.
Ik geef op.
Is geen optie.
Vader tijd komt.
Maar altijd ongelegen.
Morgen maar weer?
Denk het niet.
Oh, waarom niet?
Maaltijd is voorbij.
Voor jou misschien.
Voor jou ook.
Snap ik niet.
Is jouw punt.
Maal ik van.
Dat bedoel ik.


Geen zin in sommen (18-11-2015)

Inderdaad. Ik heb er even geen trek in om een som op te lossen. Dan kom ik maar niet binnen. Krijg ik geen toegang. Als we voor de gein nu eens alle robotten zouden verzamelen, optellen, vermenigvuldigen en daarna aftrekken of delen. Ja, vierendelen. Zoals ze dat in de Middeleeuwen deden. Of gif laten drinken uit een heilige beker. Gif van een naakte python. Dat zou ze leren, die stomme robotten. Dan hoefde ik ook geen domme getallen meer op te tellen. Gelukkig kan ik wel gratis bijdragen. Stukjes, geen reacties. Dat is dan weer vreemd. Reacties wegen blijkbaar zwaarder. Graag draag ik bij, vrij toegankelijk, zonder reageren. Het internet is toch eigenlijk een grote kleuterschool. Goed gedrag wordt beloond.


Dialoog vertaald in maaltijd (18-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)

“U kunt beginnen met uw verdediging, uw maaltijd gaat nu in.”
“Mijne heren, ik ga u bewijzen dat deze dialoog werkt en tevens een gat in de markt is.”
“Oh, hoe wilt u dat dan bewijzen?”
“Proefondervindelijk. Mag ik u allen vragen uw baretten hier voor mij op tafel te leggen.”
“U houdt ons voor de gek?”
“Echt niet, kijk, ik giet nu de dialoog over uw baretten, en zie wat er gebeurt.”
“Maar dat is onmogelijk, dat bestaat niet!”
“Wat bestaat niet? Dat er plots gedachtegangen uit uw baretten omhoog stijgen in klare taal?”
“Warempel u heeft gelijk. En ze zijn nog goed te volgen ook, woordelijk!”
“Het beste komt nog. Mijn dialoog kost slechts drie euro per fles.”


Sergeant Peper (19-11-2015) (Themawoord: Peper)

Hij diende in het leger van de prins. Sergeant Peper. Hij was zeer getalenteerd op meerdere vlakken en overal inzetbaar. Het meeste hield hij van gele vlakken. De blauwe vlakken ontweek ie altijd. Hij vond ze veel te nat.

Het liefste bewoog Sergeant Peper door het midden. Links en rechts vond hij veel te moeilijk. Op de flanken aanvallen vond hij te omslachtig. Vanuit het midden had hij meer overzicht. Ook al stond de vijand met zijn rug naar hem toegekeerd, hij schatte meestal goed in wie hij voor zich had.

Aan bommen had Sergant Peper een bloedje hekel. Die stemden hem mineur. Ze sloegen altijd keihard in, in zijn eenzaam hart. Vierenzestig jaar is ie geworden. Sergeant Peper. RIP.


Piekeren (21-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)

“Waarom piekert u zoveel?”
“Hoezo, het is alweer bijna Kerstmis.”
“Kerstmis? Het moet nog eerst Sinterklaas worden.”
“Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met piekeren.”
“Piekeren met Kerstmis en Sinterklaas?”
“Ja, kijk, ik speel altijd een dubbelrol in december. Ik tranformeer afwisselend in Sinterklaas en Kerstman.”
“Ik begrijp het, dat past prima bij uw gespletenheid, met Pasen bent u zeker ook Paashaas?”
“Ha, ha, nu probeert u mij in de maling te nemen zeker.”
“Nee hoor. In deze kostbare maaltijd die ik kosteloos aan u besteedt, omdat u van betekenis bent voor veel kinderen wereldwijd, neem ik uw gepieker als psychiater bloedserieus.”
“Fijn, zal ik Sinterklaas dan een piek cadeau doen of een nieuw paaseimandje?”
“Helaas, u tijd is voorbij.”


Mentha piperita (22-11-2015) (Themawoord: Peper)

Het heeft niets te maken met Pipo de Clown en ook niet met Rita Corita. Als je er te veel van binnen krijgt tast het niet de gezondheid aan. Hoewel daar ook grenzen aan zijn. Het is ook geen enge ziekte, maar dan nog, je wenst het niemand toe. Krijg de mentha piperita is eigenlijk best wel aangenaam. Het kan een verfrissende werking hebben. De mentha piperita werkt uiterst rustgevend. Bij veel stress is het raadzaam om even in een park een bankje te zoeken en dan de omgeving in je op te nemen. Adem in en adem uit. Neem dan een mentha piperita en alles komt goed. Je kunt ook een rang of mars nemen. Een pepermuntje werkt beter.


Dambordvlieg (23-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

Hij veegt zijn handjes zachtjes over elkaar en wrijft af en toe ook even door zijn haar. Daarbij glijden de handjes ook heel even over de oogjes. Voldaan van de maaltijd laat hij een miniboertje. Haast onhoorbaar.

De zon schijnt lekker. Een mager laat herfstzonnetje. De afbraak in de natuur is begonnen. Bladeren nestelen zich rondom plantenstronken en houden de bodem lekker warm. Niemand klaagt nog over vorst en kou. Het zal niet lang meer duren. Gelukkig maar.

Zijn eeuwige honger is niet te stillen. Hij heeft zojuist nog gegeten, zijn buikje rond. Alles netjes afgekluifd. Een waar feestmaal. Hij heeft niet veel meer overgelaten. De rest is voor de pieren, de echte aaseters der natuur. Hijzelf zuigt liever poep.


Beeseters (24-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

Aaseters hebben altijd honger. Ze zijn zo vraatzuchtig dat ik besloten heb om ze vanaf de volgende zin weg te laten uit mijn stukje. Hun bemoeizucht ben ik zo beu. Zeer ergerlijk zijn ze. Met de neus voorop verschijnen zij veelvuldig voor in de rij.

Beeseters zijn veel leuker. Niet zo hebberig. Ze kennen hun plek in het schrift. Bescheiden stellen zij zich op. Niet voor niets zijn het medeklinkers. Klinkers willen klinken gelijk een klok, vervelend en luidruchtig.

Nee, op medeklinkers kun je bouwen. Op de Bees, de Cees, de Dees, enzovoort. Complete letterbedjes kun je er mee spreiden. Klinkers zijn niet per se nodig voor een goede column. Beeseters hebben zelden honger. Ze zijn zelf om op te vreten.


Geloven (24-11-2015)

Geloof een ongemeen goed.
Voor wie er in gelooft smaakt het zoet.

De een gelooft heilig in kinderen.
Anderen vinden dat die apen het geluk alleen maar hinderen.

Geloof in eigen kunnen, ook zoiets.
Hoopvol, maar vaak eindigt het in helemaal niets.

In niets, ook daarin kun je geloven.
Diep vanuit de grond, in Zen, of helemaal van boven.

Of geloven in het tegenovergestelde.
Mogelijk de opvoeding die ergens knelde.

Geloof dat is voor dommen, die met een laag IQ?
Die liever zweven, dan aarden in het nu?

Geloven in mystiek en fantasie.
In decembermaanden gaan er flink wat door de knie.

Geloof in mensen, dieren, planten, dingen, dat volstaat.
Eenvoudig en in liefde blijven voeden, met woord en daad.


Achtenveertigen (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

De wekelijkse kaartavond van kaartclub Slinger en Rik werd op zondagavond vreselijk verstoord. De vaste koppeltjes die al drie maanden streden om de Gompiebokaal waren compleet verbolgen. Dit kon niet waar zijn. Iemand verziekte het spel. En dat nota bene op de slotavond.

Wie o wie had het in zijn hoofd gehaald om alle azen te stelen? De harten, de schoppen, de klaveren en de schoppen. Welke ongelofelijke stoethaspel maakte het klaar om deze mooiste avond van het seizoen voor iedereen te bederven?

Een asociale aaseter of een ergerlijk jokertje? De ogen stonden strak en iedereen leek voor even verdacht. Totdat de wedstrijdleider kwam met een lumineus idee. De azen doen vanavond gewoon niet mee. We rikken met z’n achtenveertigen.


Categorische perceptie (25-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

‘Allofoon, allofoon’. Er is niemand op zoek naar zijn telefoon. Nee, hier is sprake van een vreemd fenomeen. Een Nederlands-Franse taalverwarring van bijzondere categorische perceptie, waarbij spraakklanken niet als uniek akoestisch signaal worden waargenomen, maar door de hersenen opgeslagen in aparte categorieën. Welkom in de wondere wereld van de fonologie, een duur woord voor klanktaalwetenschap.

Het vraagt eventjes oplettendheid bij de lezer. Dat is ook het geval bij het woord ‘Aaseter’. Spreekt u het maar eens hardop uit: AASETER. En doe het nu ook eens met ACHETER. Er is onmiddellijk sprake van een allofoon (variant van foneem). Wat moet u er nu mee? U voelt zich misschien verkocht, omgekocht, afgekocht. Mogelijk zelfs gecorrumpeerd. En dat nog wel door een aaseter.


Maaltijd in de sauna (25-11-2015) (Themawoord wedstrijd: Maaltijd)

“Hallo.”
“Best heet hier!”
“Lekker warm noem ik het.”
“Dan kunt u er beter tegen.”
“Dat is een kwestie van gewenning.”
“Voor mij went het nooit.”
“Waarom doet u het dan?”
“Ik heb een bon gekregen.”
“Van Social Deal zeker.”
“Nou nee, van mijn vriendin.”
“Bent u voor de eerste keer hier?”
“Ja, dit is mijn vuurdoop.”
“Eerst een voetenbad genomen?”
“Een voetenbad?”
“Ja, om op temperatuur te komen.”
“Is daar dan een apart voetenbad voor?”
“Ja, niet gezien bij binnenkomst?”
“Nee.”
“Handleiding ook niet gelezen?”
“Handleiding voor mijn voeten?”
“Ja, en de rest.”
“Weet u misschien de tijd?”
“Daar hangt een klok.”
“Waar?”
“Daar!”
“Maar dat is een zandloper.”
“Klopt, die maalt de tijd.”
“Maar geen etmaaltijd!”
“Nee, helaas.”


Isla Mosquera (26-11-2015) (Themawoord: Aaseter)

Verontrustende geluiden vanuit Isla Mosquera. UNESCO heeft ontdekt dat er een virus heerst onder de aaseters op dit kleine Galapagoseiland. Alle aaseters zijn zwaar neusverkouden. Ze ruiken de lijkengeur van kadavers niet meer. Na een aantal dagen worden ze ook nog eens blind door hevig ontstoken bijholten. Een vervelende complicatie die uiteindelijk leidt tot honger en dood. De natuur is wreed. Darwin maakte het al eerder mee, in september 1835 om precies te zijn. Ik lees even voor uit zijn schrift. ‘Ik ruimde samen met mijn crew de hele dag vele aaseters. Van klein naar groot: mieren, kevers, vliegen, wespen, wormen, garnalen, krabben, ratten, raven, gieren, schildpadden, vossen, jakhalzen, hyena’s en varanen. Hopelijk vinden ze de dood in het hiernamaals.’

Kaas eten (27-11-2015) (Themawoord: Kaas eten)

Er was eens een muis. Hij heette Piet. Zijn favoriete kostje was kaas. Het liefst at Piet eerst de kaas van de kaas. Bij voorkeur knaagde hij dan de lange linkerzijde van de kaas van boven naar beneden af. Daarna viel altijd het resterende stukje van de kaas, een kleine v, naar beneden op zijn kant.

Vervolgens knabbelde Piet eerst het schuine opstaande stukje op en daarna het liggende. Wat dan overbleef was aas. Vanaf dat moment transformeerde Piet van kaaseter in aaseter.

Omdat Piet best gulzig was vrat hij meteen verder aan de aas. De eerste a lukte altijd. De tweede nooit. Hij zat dan vol. Piet was een onvervalste kaas- en aaseter. As eten ging hem te ver.


Open haard (29-11-2015)

Mijn haard is niet open. Het is een gesloten huis. Een huis van metaal. Gietijzer om precies te zijn. Van staal was misschien mooier geweest. Cortenstaal. Het vuur doet het in ieder geval goed. Een open vuur in een gesloten systeem. Het nodigt uit. Hoe dan ook. De vlammen worden gevoed door zuurstof. Zij komen haast nooit in ademnood.

Vlammen die hyperventileren, ik moet er niet aan denken. Soms slaat het vuur op hol. Dan houd ik het niet bij. Het danst dan in de schoorsteen. Een zorgwekkend schouwspel dat kort duurt. Het is wachten op sirenes. Geen mythologisch mooie vrouwen. Nee, op Bob de Bouwers met rode mantels en een lange ladder. Mijn gesloten haard verwordt tot open huis.


Beelddenken in denkbeelden (30-11-2015) (Themawoord: Beeld)

Met ferme handen boetseert René D, de grote denkbeelder, zijn woorden in klei. Hij denkt, dus hij beeldt. Dat doet ie letter voor letter. Hij boetseert eerst een mooie b, draait deze vervolgens achterstevoren naar d. Kantelt hem in spiegelbeeld naar p. De stok omlaag. Tot slot nog een draai naar rechts en voilà, daar is de q.

Denkbeeldig verzint hij een mooie titel voor het beeld. Bedepeku. Nu nog even afgieten in brons. Nee in goud. Opdracht geslaagd. De beelddenker kan weer verder met zijn volgende opdracht. Een boombeeld. Maar hij is niet zo in de mood voor boom. Hij houdt het liever bij Bedepeku. Driedimensionaal geniet René van het eindbeeld. Totaal van de kaart. Een gestolde beeldgedachte, museumwaardig.

18-04-2015

Mien korte verhalen (36 en 37) met kleine grote waarheid

Beiden geschreven op 18-04-2015

36) Een titel valt niet af te dwingen

Het loopt allemaal moeizaam in huize Mien. Het blijft wennen aan de nieuwe vrouw van mijn vader. En nu wil ze ook nog dat we mams tegen haar zeggen. Dat kan niet. Die naam is maar voor een moeder bedoeld. En die is er niet meer. Dat spreekt toch vanzelf? Mijn vader doet zijn best om ons te bewegen het wel te doen. De tranen springen in mijn ogen. De anderen zwijgen. De tijd en wil is nog niet rijp. Foute timing. Deze titel valt niet af te dwingen. Tijdens de maaltijden wordt het steeds zwijgzamer en ongemakkelijk aan tafel. Het is ook allemaal veel te snel gegaan. Iedereen zoekt zijn eigen weg in het verdriet. Ook de hond geeft geen goedkeuring. Hij blijft grommen tegen de nieuwe bewoonster. Onze blije Cocker kwispelt steeds minder. De sombere sfeer in huis lijkt ook het beestje te treffen. Mams is en blijft onvervangbaar, hoe ziek ze ook was.

Voor de nieuwe vrouw is dit maar moeilijk te accepteren. Ze heeft niets met kinderen en niets met huisdieren. Die mogen van haar allemaal weg. Zo voelt het toch. En sterker nog. Zo wordt het ook nog eens uitgesproken. ’s Avonds laat op een zomeravond, stiekem op de trap, hoor ik samen met mijn broer, hoe hij neergezet wordt door onze nieuwe moeder. “Hij gaat naar een tehuis. Ik kan niet met hem overweg. Heb je zijn kamer gezien, hij doet niets in huis, hij luistert niet. Hij eruit of ik eruit.” De boodschap komt hard aan. Mijn vader slaat nu ook door. Harde woorden vliegen door de lucht. We geloven onze oren niet. Versteend zitten mijn broer en ik op de trap. Het geschreeuw achter de woonkamerdeur wordt steeds heftiger. Broer gaat naar bed. Ik blijf nog even zitten. In wanhoop, omdat ik niet wil geloven wat ik hoor. Wat als ze me straks zien zitten? Ik besluit om ook maar snel naar bed te gaan. Het voorval komt de volgende dag niet ter sprake. Maar iets lijkt er geknapt. Ik heb mijn vader nog nooit zo stil gezien. Dit huwelijk kan nooit lang duren.


37) Het Noorden en het Zuiden kwijt

Het is herfstvakantie en vandaag rijden we naar Heerlen. We gaan de nieuwe woning van mijn grote broer en zijn vrouw inwijden. Ze zijn in maart getrouwd. Broer heeft een mooie baan gevonden bij het ABP. Ze hebben een appartement gehuurd in een flat bij de Vossekuil. Niet zo’n beste buurt, maar de huur is er goedkoop. Ze hebben het appartement keurig ingericht volgens de laatste mode. Veel rotan, een donkere ribfluwelen bank en natuurlijk veel kamerplanten. De vingerplant en parapluplant ontbreken niet. Boven de keukenbar die de keuken van de woonkamer afscheid hangen felgekleurde donkere glazen bollen in een wit net. De letterbak tegen de muur is gevuld met prullaria die ik niet kan thuisbrengen. Maar het ziet er wel gezellig uit.

Het ziet er allemaal picobello uit en de taart kan geserveerd. Mijn vader is trots. Dat kun je zien. Net als grote broer en zijn vrouw. Er komt geen eind aan de rondleidingen. Dan weer dit zien en dan weer daar even kijken. Ik heb het wel gezien en vraag of ik naar buiten mag met onze Cocker. Die is wat blij. Met een bocht loopt ie om de vrouw van mijn vader. Het zullen nooit vrienden worden. Tot zo! En weg zijn we. Best vreemd om onze hond in een voor mij onbekende omgeving uit te laten. We nemen de lift. Een klein stinkend houten hok dat veel te langzaam afdaalt naar beneden. Het park bij de flat maakt veel goed. Zal ik hem even loslaten? Eigenlijk is dat niet verstandig maar doe het toch. Weg is ie! Als een hazewind. Ik raak in paniek. Want hij gaat er echt als een duvel in een doosje er vandoor. Hoe ik ook roep, hij is verdwenen. Met lood in de schoenen meld ik me op de vijfde etage, flatnummer 124. Dat heb ik goed onthouden. In tranen vertel ik dat onze Cocker er vandoor is. Geen paniek. Met z’n allen vinden we hem wel. De hele middag lopen we te zoeken. De housewarming party krijgt een diepvriesscenario. Laat in de middag, als we toch nog een keer gaan kijken loopt onze Cocker binnen. Zuchten van verlichting. We kunnen meteen naar huis. Vanaf het balkon zwaaien grote broer en zijn vrouw ons gedag. Een gelukkig koppel. Ik knijp onze Cocker dicht tegen me aan, achter in de auto. Waar was je nou?

Ik zit tussen mijn zus en haar vriend op de achterbank. De Cocker op schoot. Dat moet. Ik laat hem nooit meer los. “Ze wonen daar mooi”, zegt de vrouw naast mijn vader, “alleen hoop ik wel dat ze daar gelukkig worden, ik vond haar er niet echt gelukkig uitzien.” Mijn vader geeft onmiddellijk antwoord. “Ach wat, ze moet daar even wennen, ze is alleen het dorp gewend, dat heeft tijd nodig.” “Nou, ik moet dat nog zien hoor!” “Mens, doe toch niet zo negatief!”

We zijn eindelijk thuis. Op de bank zit mijn andere broer, de handen in zijn lange blonde haar geslagen, voorover gebogen. Dat betekent slecht nieuws. Hij had geen zin om mee te gaan naar Heerlen en bovendien moest hij nog wat voorbereiden voor school. Mijn vader voelt nattigheid, dat mag duidelijk zijn. “Wat is er jongen?” Mijn broer zwijgt. Maar niet lang. “Ik heb mijn vriendinnetje zwanger gemaakt!” Alles in de kamer komt heel even tot stilstand. Er zijn geen woorden voor. Totdat. “Hoe is het mogelijk, jongen, wanneer, hoe, waarom, en wat nu … hoe kun je …!” Het ongeloof lijkt onmetelijk. “Schande, schande, schande …!” Mijn vader weet niets anders te zeggen. “We houden het kind!” zegt mijn broer resoluut. Ik heb het er al over gehad met de moeder van mijn vriendin, die vindt het goed!” Mijn vader ploft neer op de bank. Zijn vrouw rent naar de keuken, in al haar onnozelheid. Er flitst bij mij maar een gedachte door mijn hoofd. Ik raak nu ook mijn andere broer in huis kwijt. Het besef slaat bij me in als een bom. Zeventien jaar en dan al vader worden. Dat kan toch niet?

05-12-2013

Een dag uit het leven van Trappedoelie

Vandaag is geen dag als alle anderen. Het is de verjaardag van Sinterklaas. Een belangrijke dag. Dat vindt ook Trappedoelie, de hoofd Piet. Hij is treurig gestemd. En dat steekt ie niet onder stoelen of banken. Nee, nee, hij doet zijn beklag online. Ja, ja, hij is een moderne Piet. Hij spuwt zijn gal. Hieronder zijn relaas. Een bijzondere dag uit het leven van Trappedoelie.

Terwijl in Nederland en Vlaanderen onder de volwassenen de discussie losbarst over welke kleur de “zwarte” Pieten nu in de toekomst moeten hebben, kan ik het niet laten hier eventjes mijn zegje over te doen. Ik als hoofd Piet moet immers antwoord geven. Het debat in goede banen leiden. Anders gaat het hier in Nederland helemaal mis. Ik zal een voorbeeld geven. Onlangs ontving Sint een brief van een jonge moeder. Als hoofd Piet lees ik die altijd het eerst, nog voordat Sint die leest.

Lieve Sint, hallo, ik ben Femke, 34 jaar oud, heb een dochter van zes, twee draken van honden (ook wel draak & draak genoemd), pas getrouwd, net gestopt met werken en inmiddels 18 weken in verwachting. Ik schrijf u deze brief omdat mijn dochter vorige week compleet overstuur thuis kwam. Ze had een witte Piet gezien met rode stippen. Nu denkt mijn dochter dat alle Pieten ziek zijn en dat ze dit jaar geen cadeautjes krijgt. Kunt u dit even uitleggen aan mijn dochter. Alvast bedankt. Femke.

Daar word ik nu droevig van. Omdat Sinterklaas het veel te druk heeft heb ik uiteindelijk maar een antwoord teruggeschreven. Maar het viel me zwaar. De beste tijd waarop ik inspiratie krijg ligt ergens tussen een uur of één ‘s nachts en halfzes in de ochtend. Maar ja, dan moet ik ook het dak op. Om al die schoentjes te vullen. Lamme tak Sint ligt dan nog lekker in zijn bed te ronken. Heel irritant. Ik was bijna gestopt met schrijven, want ik kreeg geen letter op papier. Totdat ik een geweldige inval kreeg.

Ik zette de TV aan en wachtte op het journaal. Ik viel midden in hét nieuws van de dag: er hoeven slechts negentien (!) in plaats van de eerder genoemde zesentwintig gevangenissen dicht. Boeien, dat gaat toch nergens over! Op dit soort nieuws zat ik niet te wachten. Ik zapte verder op zoek naar wat ik zocht en belandde onderweg bij een programma genaamd ‘Opsporing gezocht’, met een kleine olijke politieman aan het woord. Hij vertelde een bizar verhaal bij een evenzo bizar filmpje, een soort van reconstructie.

Kreunend tilde Trees de wasmand op het bed met daarin zeker 10 kilo verzameld strijkgoed. Haar belager lag als verlamd op het bed. Ze spreidde de was uit over zijn lichaam en pakte het strijkijzer dat inmiddels warm was geworden. “Blijf liggen, loeder, ik zal jouw zonden eens eventjes gladstrijken, samen met mijn was!” De dief zag het strijkijzer gevaarlijk op zijn gezicht afkomen en wist niet hoe snel die weg moest komen. Wat opviel was zijn opvallende gelijkenis met Zwarte Piet.

Het olijke politiemannetje vervolgde. Gelukkig hebben we beelden van de dader. Heeft u enig idee, wie deze Zwarte Piet is, neemt u dan meteen contact op met …’
“Verrek!”, dacht ik, “maar die man ken ik, dat is onze Kleptopietje!” Meteen pakte ik de telefoon en belde het nummer dat in beeld kwam. Ik kreeg een man aan de telefoon met een donkere stem. “Politie Middelburg, met IJzermans..”. Maar ik hing meteen weer op. Dit kon ik niet maken. Kleptopietje was mijn grote vriend. Die wilde ik niet verraden.

Snel zapte ik verder. Nog steeds opzoek naar wat ik zocht. Wat een idiote TV programma’s verschijnen er toch in Nederland. Wat is dit nu weer? Ik zie een camerashot met een foto in beeld. De foto toont een doorsnee gezin dat net een leuke dag achter de rug heeft. Het volgende shot toont een vrouw, gezeten in een leren fauteuil, ze vertelt een droevig verhaal. “Verschillende honden hebben wij vroeger thuis gehad. Ja, ja. En deze hond die kijkt me altijd aan alsof ie mij begrijpt. Zo met een blik van ‘Baasje is verdrietig’. Ik heb altijd gedacht dat het moeilijk was om gelukkig te worden. Dat denk ik nog steeds. Ondanks dat, toch wel kunnen slapen gelukkig. Ik ben van de week weer eens naar de kapper geweest. Samen met Bobbie. Dat biedt troost. Nu zit alles weer goed in de krul. Althans dat denk ik. Wat vindt u?”

In beeld verschijnt nu een klein mannetje met een grote donkere bril, grote neus en witte jas. Op het naambordje dat op zijn borst prijkt lees ik: Woody, Mens- en honddokter. Voor al uw klachten. Het antwoord van de dokter maak ik niet meer mee. Een reclameblok wordt ingezet.

Ik zie een soortgenoot van mij door het beeld springen. In een supermarkt. Het is een oud Hollandse reclame. In zwart en wit en zonder geluid. In beeld verschijnen teksten in kaders, dit terwijl de Piet in de supermarkt boodschappen verzamelt: ‘Aanschouwt dien schonen vent die voor u op het beeldscherm rent. Ziet u hoe hij nu nog snel de laatste inkopen doet voor onze lieve Sint? De lamme tak ligt nog op bed. Gelukkig is het prijzenoorlog. Profiteer net als deze Piet van onze koopjes. Ze komen letterlijk uit C1000 en één nacht. Komt dat zien, komt dat zien!’ Ik schrik er van. Met de jaren is er niets veranderd in Holland reclameland. Oudbakken als altijd.

Ik zap verder. Heb nog steeds niet gevonden wat ik zocht. Ik vrees het ergste. Hoe kan ik Femke nu terugschrijven? Moedeloos kijk ik uit de raam van het kasteel en zie een vreemde man in het parkje zitten. De man op het bankje rondom de boom begint iets te hardop te lachen. Ik doe de raam open want hij wuift naar mij, hij wil me vast iets zeggen. Hij ziet er verward uit en achter hem zie ik een winkelwagentje staan vol met oude vieze spullen en een oude deken.

“Ik ben Neil …!” , roept de man. Hij ziet dat ik zijn aandacht geniet en vervolgt onnavolgbaar ratelend:
“Vriend van mij vroeg gisteren of ik nog had gestemd op één van de genomineerden van de televizier ring. Ha, ha, dat vroeg ie mij zomaar een dag bij het water. Idioot hè? Ik heb niet eens TV. Hoe komt ie daarbij? Hij is schrijver, die vriend. Laatst kwam ik weer een stukje over hem tegen. Iets over op vakantie gaan. Op vakantie gaan is tof. Ik heb er alleen het geld niet voor.”
“Ik kan je niet zo goed volgen Neil”, roep ik terug. “Waar praat je toch allemaal over?”

Neil vervolgt: “Welke dertiger kent het niet? Het zomerspektakel 2007 in Nederhorst den Berg: de titel is een waar understatement! Twee culturen die elkaar de hand reiken. Een jaar of vijf geleden begon de ‘breezerslet’-generatie door te slaan in Nederland. Uw Kinderen zijn niet Uw Kinderen. Voetbal is populair, voetbalplaatjes ook. Toen de waterberen uiteindelijk besloten hadden om de Topa Woestijn te verlaten wisten Weybrandt van Vuurschen tot Breedendonck en Coenraedt dat hun vertrek van die plek ook in de nabije toekomst lag.”
“Ik kan er geen touw aan vastknopen, Neil, hoe graag ik ook zou willen, kun je wat duidelijker zijn?”

Maar helaas, het blijft allemaal abracadabra voor mij. Ik laat Niel uitrazen. Hij wordt steeds driftiger en zijn stem neemt in volume toe. Deze vreemde man is gestoord, dat kan niet anders.
Neil vervolgt, nu met luide stem: “Het doet maar even pijn” zei de lieftallige tandartsassistente terwijl de wat minder fris ogende tandendokter me smalend aankeek. Kamp je als ondernemer met een negatief resultaat als gevolg van de economische crisis? “Mevrouw R.” Het Franse “kermesse”, betekent “kermis”. Echt waar. Zeker weten.”

Ik geef het op en sluit de raam. Deze vreemde man gaat mij niet verder helpen. De tijd dringt. Ik wil Femke vandaag nog antwoord geven. Hoe leg ik haar en haar dochter nu uit dat de witte Piet met rode stippen een fata morgana moet zijn geweest. Zelfs op Discovery Channel vind ik niet waarnaar ik op zoek ben. Het vraagt om een noodoplossing. Ik pluk de veer van mijn hoed en doop hem in een potje met zwarte inkt.

Lieve Femke en dochter van Femke. De zwarte witte Piet met rode stippen is geen echte zwarte Piet. Mijn Pieten zijn nooit ziek. Ik denk dat jullie het slachtoffer zijn geworden van een bijzonder fenomeen. Een fata morgana in Nederland. Nu zult u denken, dat kan niet. Immers in Nederland zijn geen woestijnen. Maar niets is minder waar. Een woestijn kan namelijk overal spontaan ontstaan daar waar sprake is van woestenij. En in uw land is dat op dit moment zeker het geval. Met de benaming woestenij is de stand van zaken in uw land nog zachtjes uitgedrukt. Een kleine blik in de (sociale) media zegt voldoende en beantwoordt daarmee mijn inziens uw vraag. Hierbij verblijf ik met scherpe peperhoogachting, hoofd Piet Trappedoelie, in afwezigheid van Sinterklaas (want die lamme tak ligt nog steeds in bed).

01-05-2012

Niet voor de poes

Iedereen kent het: poep onder de schoen. Ergernis nummer één in Nederland en dus ook in Helmond-West. Zeer irritant zo’n zeperd pindakaas onder je schoen en die vervolgens wegpeuteren met een stokje. Een stokje dat niet altijd voorhanden is en veel te snel breekt. Iiièèk ... je zult die vieze hondenpoep aan je vingers krijgen.

In Helmond is al heel wat gedebatteerd over mogelijke maatregelen. Een hondenkaart en hondenwijzer wijzen de Helmonder digitaal en fysiek de weg. Daar is jarenlang door de gemeente op gebroed. In overleg met twaalf hondenwerkgroepen die Helmond rijk is. Velen zouden het hondenpoepprobleem het liefst voorgoed willen ‘tekkelen’. Uitknijpen en leegpersen die hond, nog voor hij het trottoir bevuild heeft. Buxussen, haagjes en ander struikgewas zouden in de aanval moeten gaan tegen al dat uitwerpselgeweld. Zodra de viervoeter zijn pootje heft zouden ze onmiddellijk moeten terugschieten met scherp, of plagerig met hun takjes de hondenballen kriebelen. Het gras zou ook stekelig het hondenachterwerk moeten priemen en prikken. Dat zal ze leren.

Gelukkig heeft de gemeente maatregelen genomen. In de vorm van uitlaatterreinen, loslaatterreinen en niet te vergeten depodogs. Een prachtig woord, depodog. Pas wel op dat u de hond op tijd terugtrekt van deze poepcontainer. Hij mocht er eens invallen. Wist u dat de depodogs in Denemarken extra large zijn? U raadt het al, vanwege de enorme poepproductie van de Deense dog.

Om het hondenpoepprobleem in Helmond-West in de juiste proporties te zien, heb ik wat cijfers voor u op een rijtje gezet. In Helmond wonen ruim 88.000 mensen. Die hebben meer dan 7.200 honden. In Helmond-West wonen circa 4.400 mensen. Ja, ja, 5% van de Helmondse bevolking komt uit Helmond-West. Omgerekend zijn er in Helmond-West circa 360 honden.

De gemeente streeft ernaar dat iedere hondenbezitter binnen een straal van 350 meter van de woning een uitlaatvoorziening heeft. In Helmond-West kan men terecht op 6 aanlijnstroken (Cortenbach-, Toernooi-, Arberg- en Deken van der Hagenstraat, de Houtse Parallelweg en de Heeklaan). Hiervoor geldt een aanlijnplicht, geen opruimplicht.
Men kan ook terecht op 5 loslaatterreinen in de Troelstra-, 1e en 3e Haagstraat, de Deken van der Hagenstraat en de Houtse Parallelweg (grasveldje bij spoorwegovergang Cortenbachstraat). Hiervoor geldt geen aanlijn- en opruimplicht.
Er zijn 9 depodogs. Die zijn te vinden in de Cortenbachstraat (2x), Hezelostraat, Mierloseweg (Emté), Toernooistraat, 3e Haagstraat, Eikendreef, Trambrugweg en Houtsdonk.
Het is verboden uw hond zijn behoefte te laten doen op kinderspeelplekken en op plekken in de bebouwde kom anders dan hierboven aangegeven.

Tot slot nog twee tips. Houdt u echt van uw hond, dan gaat u natuurlijk met uw viervoeter op cursus bij een hondenschool of gedragsdeskundige. U kunt daar ook terecht voor probleemgedrag. Nee, niet van uzelf, maar van uw hond natuurlijk. En geef uw hond vooral goede voeding. Is goed voor zijn gezondheid en geeft minder ontlasting en steviger substantie. Het ruimt bovendien makkelijker op en u krijgt geen vieze handen.

Ja, ja, het is niet voor de poes, al die hondenregels. Het dient allemaal hetzelfde doel. Plezier beleven aan uw trouwe viervoeter, zonder overlast aan derden. O ja, en mocht u per abuis geen zakje meer voorradig hebben. Geen nood. U kunt altijd nog gebruik maken van uw blauwe brief. Juist ja, die van de hondenbelasting.

Mien zweeft en zwetst door Helmond-West

Hondenkaart 23-11-2011 - 7e wijziging - Gecontroleerd door J. van den Berg
Wat mijn baasje moet weten... Helmondse hondenwijzer Maart 2012

Gepubliceerd in de Wijkkrant Helmond-West Mei 2012 > Niet voor de poes






08-10-2008

Doggystyle

Ik kan wel janken. Het is droevig gesteld. Mijn verjaardag wordt in Nederland, zonder inspraak, zonder slag of stoot zomaar doorgeschoven. Nota pote door de Dierenbescherming nog wel! Ik voel me gevild en gestript en vind mezelf uiteindelijk terug in een pot, ergens in Taiwan, op 5 oktober, de dag na Werelddierendag, helemaal afgeserveerd. Boze droom en realiteit. Wat nu?

Al bijna 80 jaar wordt mijn verjaardag werelds gevierd, ter ere van Frans, altijd met een dikke kus. Maar helaas, deze traditie wordt bestiaal geschonden door Dierenbescherming Nederland. Die vindt dat commercie het gedachtegoed bezoedeld en wil niet meer meedoen op 4 oktober. Schande! In Assisi draait iemand zich om in zijn graf. Dogshit! Wij willen feest! Wij willen cadeaus!

Papa-, Mama- en Liefjesdag zijn ook altijd één groot feest. Werelddierendag, een dag gekoesterd door alle wereldbeesten ter aarde, wordt niet zomaar doorgeschoven. No way. Leve de commercie, leve Pedigree en Pal. Wij staan met gekromde rug achter deze gouden handel. Frolic, Bonzo, Cesar, Chappie … wij lusten het rauw. Dus … waakhonden, … windhonden, … wit, zwart of bont, … sta op uit uw luie manden! Trek ten strijde! Gewapend met tanden, de haren en borst rechtop in de wind. Eén voor allen. Allen voor één.

Kom op, trouwe hondgenoten, verenigt u! Billy en Bobby. Goofy en Idéfix. Lassie en Nana. Perdito en Pongo. Pluto en Rataplan. Robbedoes en Rin Tin Tin. Samson en Snoop Dogg. Voorwaarts striphonden, op de barricaden! We laten ons niet langer voor het karretje spannen. Noch door de Dierenbescherming, noch door baasjes en bazinnen.
Geen polonaise meer aan ons hondenlijf. Geen mantelpakjes van Chanel. Geen zondagsstrikken in het haar. Geen pantoffels aan de klauwen. Geen haren getransplanteerd en geen Botox in onze wangen. Geen geschuifel op dogwalks tijdens duffe doggyshows. Ze zetten ons niet langer meer voor paal. Pimp up de Pekingees is voorgoed verleden tijd. Learn to live with it, baasjes en bazinnen, en pimp up je eigen vlees!

Nee, nee, al regent het cats and dogs, wij marcheren geduldig voort. Zonder zuidwester en zonder plastic cape. Een hondenplu volstaat. Wij bijten gruwelijk van ons af. Totdat wij ingewilligd zien; de harde eisen uit ons harig manifest. Blaffende honden bijten (wel)degelijk hard. In bloed bezegelde inkt doet de rest. Wij trouwe hondgenoten willen:
1) De Werelddierendag voor altijd op 4 oktober
2) Eenmaal daags gekamd en gekuifd
3) Tweemaal daags een wandeling (… en iets langer dan 5 minuten)
4) Driemaal daags een koekje (… en niet van eigen deeg of van brood dat wij niet lusten)
5) Tigmaal daags een kus en een kroel
6) Mantelzorg in vakantietijd
7) Minstens 10 ADV dagen (… oftewel gewoon in het mandje blijven liggen)
8) Lijfstraffen voor diegenen die ons gekneveld achterlaten aan bomen in verlaten bossen
9) Zonder sokken naar bed …
10) ... en altijd seks op z’n hondjes!

Mien Pekingees