Posts tonen met het label tuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tuin. Alle posts tonen

08-08-2022

Tuinrust

Moe de voeten onder de tuintafel, rustend op een dito stoel. De nooit meer ophoudende wind kietelt zachtjes mijn oren. Duiven fladderen in het struikgewas lonkend naar elkaar. Wegvliegen is de kunst. Op het moment suprême. 

Een autodeur slaat dicht, ver achter het tuinhek. Fijn dat hij zo lang is. De tuin. Bijna net zo lang als mijn rust. Rust die maar niet bezwijkt. Gelukkig maar. 

Ik word geplaagd door kleine vliegjes. Of zijn het mugjes? Muggen zijn het niet te noemen. Vliegen al helemaal niet. Maar het jeukt verschrikkelijk. 

Een grasmaaier verbreekt de rust. Wedijvert met een decoupeerzaag. Alsof het gras niet recht genoeg is. Houten planken steken hun nek uit op een Workmate. Reikhalzend gaan ze kopje onder. 

De rust keert weder. Blaffende honden in de verte. Mijn vrouw gaat sporten. Ik schuif langzaam mijn linkerbeen onder de tafel over mijn rechter. Het voorkomt net op tijd kramp. De parasol kan weer dicht. De zon is reeds bij de buren vertrokken. 

Maar luiheid bevriest mij in de stoel. Ik moet er straks wel even een hoes overheen doen. Over de parasol. Verliefde duiven schijten alles onder. Ik filosofeer en staar wat navel. Over levenszin en vleugels uitslaan. 

Op tafel kijken etensrestanten mij uitdagend aan. Of ik hen misschien wil opruimen? Voor het NOS journaal begint. Geen denken aan. De nectarine- en pruimenpit lachen me beiden uit. Net als de ganzen die gakkend overvliegen. In strakke formatie. Zij wel. 

Ik ken mijn plaats. Die is in de tuin. Niet op half zeven, nee, gewoon vierentwintig op vierentwintig uur. Ik kom er nooit meer uit. Vergeet me nietjes kijken me zorgelijk aan. In de deuropening van het ouderlijk huis zie ik mijn vader lachen. 

Surrealistisch, want het is niet echt. Net als het licht dat hijzelf niet is. Ook mijn moeder zwerft ergens door de tuin. Iedere avond brengt ze mij een bezoek. Zo maar. Omdat het kan. In mijn tuin komt ze tot rust. Een eeuwigheid lang. Mooi toch? Ik doe het haar niet na. 

Moet ik de Japanse esdoorn nog snoeien? Of mag dat nu nog niet. Wanneer wordt nu ooit? Ooit verloopt meestal in tranen. Van berusting in verdriet. Opdat ik samen kan huilen, in tuinrust. Droef als de schemer die mij naar binnen zuigt. 

De geur van groen gras maakt weeïg. Koortsig hooi stijgt naar mijn bol. Ik moet nog zoveel doen. Gelukkig werkt de vaatwas tegen. Die schreeuwt als eerste om aandacht. Pleur op. 

Een zwoele zomernacht gaat mij geen rust geven. Blijf lekker liggen in mijn stoel. Benen onder de tafel. Laat de muggen maar komen. Ik lust ze rauw. 

14-03-2015

Buxus Bunny

Daar zit ie dan. Te genieten in de prille lentezon. De snoet op het oosten gericht met zijn rug naar het noorden. Zijn snorharen trillen een beetje in de zon. Net als zijn natte neusje dat hij zo nu en dan bedenkelijk in- en uittrekt. Waar denkt ie aan? ‘Blijf ik zitten, moet ik vluchten, ziet iemand mij?’ Af en toe kijkt hij naar de grond en af en toe naar links en naar rechts. Het is een filosoof en levensgenieter tegelijk. Een onderzoeker. Een oplettende. Waakzaam. Hij houdt stiekem alles in de gaten. Zodra er een auto in de straat voorbij rijdt trekt ie heel eventjes zijn bruine ruggetje in. ‘Wat is dat geluid daar achter mij? Komt het vertrouwd voor? Ik denk het wel? Gewoon blijven zitten dus?’

Voor hem zie ik allemaal kleine kuiltjes in de grond. Hij is weer op zoek geweest naar sappige wortels. Voorlopig moet ie het nog doen met ouwe muk. Het nieuwe plantseizoen is nog niet van start gegaan. De strijd gaat straks weer beginnen. Een verloren strijd. Dat verrekte konijn wint altijd. Tenzij ik natuurlijk een hek om de tuin bouw. Van kippengaas, zestig centimeter hoog en zestig centimeter diep. Minstens, anders werkt het niet. Maar dat is geen gezicht. Er moet dan ook nog een deurtje in. Over zestig centimeter stap je niet zomaar heen. Het alternatief is om allemaal planten te poten, die het konijn niet lekker vindt. Zodat ie er met zijn poten en tanden afblijft. Aan de andere kant, het is natuurlijk bijna Pasen. Maar ja, het is best al een oud konijn. Voor in de soep dan maar? Ik heb even oogcontact met Buxus Bunny. ‘Als je het maar uit je hoofd laat’, zie ik hem denken. Kan dat beest gedachten lezen? Gelijk heeft ie. Buxus Bunny is niet aan soep besteed.

Op voet van oorlog blijven we dan maar samen leven in mijn tuin en in zijn natuur. Ik zwaai eventjes door de raam. Hij negeert me. Rotbeest. Ik zie hem haast groeien. Het is eigenlijk ook wel een schatje, met zijn diepdonkere glanzende pretogen. Hij rent niet eens meer weg als ik drie meter van hem vandaan over de uitrit loop. Maar twee meter negenennegentig is hem toch te gortig. Toch maar even plagen. Hups daar springt ie naar de buren. Met tegenzin. Als ik mijn rug omdraai en verder loop zit ie al weer in de zon. Tegen de buxus. Mijn Buxus Bunny, de levensgenieter, de filosoof.

08-10-2011

De Walburg

Haastig stap ik uit de auto. Boterham op zak. Een boterham waarvan ik nu al weet dat ik hem straks vergeet te eten. Waarom is dan de vraag? Omdat ik op het punt sta de wondere wereld van de Walburg in te stappen. Een wonderschone tuin vol muzen. Een tuin die mij vangt in haar luister en haar mijmer. Een baken van rust. Een tuin die honger en verlangen doet stillen. Een voedingsbodem voor droom en inspiratie. Maar ook een plek van feest.

Ieder jaargetijde is het feest. Een prikkeling van zinnen. Talrijke kleuren en geuren stromen mij tegemoet. Ze vullen mijn kleurpalet, met amber, roze en ultramarijn. Met sepia, turkoois en titaanwit. Bloemen, struiken, bladeren, ze smeken om mijn aandacht. Ze trekken mij de bosjes in en hebben dolle pret. Ik snuif hun sporen op. Mijn ogen gaan op zoek naar vorm en lijn. Fantastisch is het kleurenspel dat voor mijn ogen dartelt. Bedwelmd raak ik, door iedere schakering en verdrink in vorm en kleur.

Driftig zoek ik naar een fijn penseel, om vloeiend alles vast te leggen, in water en in verf. Het aquarel lijkt vroegtijdig met me weg te willen lopen. Is dat nou sjans? Laat ik me vangen? Daar ben ik nog niet aan toe. Snel verstop ik mij achter de Sorbus Thibeticus John Mitchell, mijn favoriete boom. Mijn ogen draaien nu op volle toeren. Ze speuren langs wortel, stam en kruin. Alle ogenblikken teken ik op. Vanuit mijn hoofd en ogen schieten ze via mijn armen en vingers, linea recta op het papier. Om te beklijven voor de eeuwigheid.

Ze zijn zo mooi, de lijnen der natuur. Ze hechten snel aan het papier. Ze kijken me voortdurend aan. Sommigen doen dat ietwat vaag. Anderen weer moddervet. Ze zuigen mij hongerig naar binnen. Volledig ga ik op in hun lijnenspel. Als ik de lijnen goed beluister, dan hoor ik ze zelfs roepen. “Hé, geef mij nog eens een krul” of “Joh, geef mij nog eens wat schaduw”. De lijnen weten heel goed wat ze willen. En dat niet alleen slechts voor de vorm. Zie ze maar eens blinken en lonken, het zijn soms ware ijdeltuiten.

Jaar in jaar uit volgt de natuur haar eigen ritme. De cyclus der seizoenen zorgt telkens opnieuw voor bedwelming van de zinnen. Elk seizoen doet dat met haar eigen klank, kleur en geur. Voor wie het wil horen, zien en ruiken, opent zich al snel een boeket van muzen. Madeliefjes zorgen voor de lentemuziek. Zonnebloemen dansen er zomers op los. Rode rozen en rijm zijn ingrediënten voor een prachtig herfstgedicht. De kikker en de pad kruipen ieder jaar in een diepe winterslaap, dicht tegen elkaar. Versteend, gebeeldhouwd in het frisse Walburgs vijverwater. Ze wachten op een nieuwe lente.

Ik mijmer wat voor me uit. De poes springt spontaan bij mij op schoot. Ze spint bij wat ze ziet en voelt. En ik, ik vergeet mijn boterham te eten. Ik zit weer eens vol met muzen. Het wit papier op mijn triplex plank schiet langzaam vol. Darwin is aan mijn voeten komen liggen. Hij vindt het allemaal wel best. De Walburg opgetekend met zijn borders, borders boordevol met muzen.

Mien

05-05-2009

Twee liter natuur

Een mooie merel hopt vrolijk door het gras. Mees en mus spontaan erachter aan. Gekwitter en gekwetter. Een Vlaamse gaai breekt twijgen in twee. Zijn nest is nog niet klaar. Kan het hem wat bommen? Een ekster verkent de omgeving. Vandaag valt er niets te stelen. Kauwen huppelen wat in het rond. Toch nog iets om op te jagen?

Een Turkse tortel vliegt met ziel en zaligheid zijn toekomstige bruid achter de rokken. Fuckie, fuckie zou hij willen roepen, maar dat is hem zijn eer te na. Het boomkruipertje denkt er het zijne van en huppelt nog eens driftig langs de boomstam op en neer. Het insectenleger trekt zich terug.

Bomen, struiken en ligusters zijn eindelijk geëxplodeerd. Volle bladerdaken reiken in zacht helder groen tot hoog in de hemel. Takken komen opnieuw tot leven. Toveren in de blauwe lucht een prachtig vormenkleed. De lentebloesem geurt in alle kleuren. De natuur springt uit zijn knop. Wat niet ontluikt is ongeduld. Want daar zit niemand op te wachten?

Het lange gras krijgt alvast een grote beurt. Scherpe messen maaien het gazon een kopje kleiner. Het trillen van de maaier wekt de grond. Wriemelende wormen worstelen zich weerbarstig een weg naar boven. Boven het maaiveld zijn ze met geheven hoofd voor merellief en soortgenoten een fijne prooi ... as sweet as candy.

Het roodborstje rent en hupt nieuwsgierig door het rulle zand. Ook hij wil wel een wormpje prikken. Met zijn priemende zwarte kijkers ziet hij slakken sloom marcheren langs de vijver. De slakken, druipend en dolend in slijm, speuren aarzelend met hun antennes, hemel en aarde af, zoekend naar lotsbestemming. Een lange en moeizame reis in een kort bestaan.

Koele kikkers zwemmen met dikke poten wijdbeens in groen troebel vijverwater rond. Schoolslag, rugslag en crawl het is hun eender. Bilspieren worden volop getraind. Zwarte salamanders met oranje buik zweven bibberend, traag en slaapdronken door het water, nog half in winterslaap. Een vink met waternippend bekkie schrikt van zijn eigen spiegelbeeld. Wie is die rare vogel?

Oranje vissen breken wijdbeks snakkend naar adem door het wateroppervlak. Waterjuffers schrikken zich een hoedje en schaatsen verontwaardigd naar de overkant. Het gezoem van bijen en muggen is niet van de lucht. Vlinders fladderen dartelend en speels onnavolgbaar om elkaar heen en weten met zichzelf geen blijf.

Twee neukende libellen vliegen kop aan kont zinderend door de blauwe lucht. Ja, ja, soms kan het verkeren in mijn tuintje. Vandaag wordt weer een veelbelovende dag. De zon gaat vast weer gloren. Elke dag opnieuw geniet ik met volle teugen van het natuurtheater in mijn tuin. Dagelijks wat bakjes leut en twee liter natuur, dat doet een mens zo’n goed.

Mien Slakkengang