De adem stokt in mijn keel. Er is niemand om me aan te moedigen. Papa werkt en mama heeft geen tijd, gaat niet graag de deur uit, komt liever niet onder de mensen. Ik moet het alleen doen en weet ook dat ik het durf en kan. Maar het donkerblauwe water ziet er dreigend uit. Vorige keren ging het allemaal goed. Nu sluipt de angst binnen, gevoed door mijn fantasierijke verbeelding. Ik vlucht in mijn gedachten.
Een groot monster wacht onder de waterspiegel, zeker weten. Die slurpt me straks in een slok naar binnen. Of nee, het zijn allemaal kleine piranha's die me, van teen tot hoofd, in 10 seconden zullen wegvreten. Mijn gedachten worden alsmaar erger. Een grote waterwurgslang kringelt zich om mij heen en trekt me omlaag. Langzaam zal ik stikken, geen lucht meer krijgen onder water en de slang zal me wurgen en opeten.
De zwemleraar telt af tot drie, een scherp fluitsignaal klinkt. Het zwembad verandert in een groot schuimbad met spartelende kleine mensjes. Het is wachten op Jaws. Maar niet voor mij. Ik sta nog aan de waterkant. Bevroren door buikpijn. Gelukkig krijg ik een herkansing en slaag.
Eerder gepubliceerd (geschreven in de derde persoon) op Schrijven Online naar aanleiding van een wekelijks schrijfopdracht. Aangepast naar de eerste persoon.