Posts tonen met het label bos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bos. Alle posts tonen

20-12-2024

Kerst met Bison Kit

Het bos is sneeuwwit en toch voelt het grijs aan. Het begint al donker te worden en ik ben volledig de weg kwijt. Bomen kijken me droevig aan. Alsof ze vermoeden wat me te wachten staat. Zij hebben makkelijk praten. Ze staan altijd op dezelfde plek. Dwalingen kennen zij niet of amper. Hooguit in hun kruin. Het begint keihard te sneeuwen. Ik zing kerstliedjes om mezelf wat moed in te spreken. Het geeft warmte en lucht en brengt me terug in herinnering. Marshmallows plakken aan mijn gehemelte, knapperend vuur ruikt zoet. Het smaakt naar thuis en vrede.

Al dagenlang dwaal ik door dit verrekte grote bos. Nog nooit ervaren, zo’n oneindig groot oerwoud wit. En ik doe dit werk al lang, eeuwenlang. Ik vrees nu echt dat ik te laat ga komen. Mijn rendieren hebben er ook behoorlijk last van. Voor het eerst kerststress, daar voelt niet vertrouwd. Ik ben ook geen Sinterklaas, deadlines zijn mij onbekend. Ik spoor Rudolf nog maar eens aan.

Het is pikkedonker geworden. Alleen de sneeuw geeft nog wat licht. Ik heb er geen goed gevoel bij. De sneeuw blijft vallen en hoopt langzaam op. Heel even loop ik naast Rudolf mee. Het lijkt of ik met mijn rode laarzen op watten loop. Plots begint de grond onder mijn voeten te zweven. Ik zie de rendieren ook wankelen. We worden opgetild, met grond en al, en zweven met een rotgang door het bos. Takken zwiepen hard in mijn gezicht. Doodeng. Ze proberen mij van de zwevende grond te slaan. Enkele rendieren verliezen het evenwicht en vallen. Wolven met hun bek vol tanden en tong vol schuim wachten beneden. Ik zie hoe ze verscheurd worden. Poten, staarten, vliegen door de lucht. Groot is hun honger en woede.

Wolven? Maar waar zijn we dan in hemelsnaam? We vliegen zo verschrikkelijk hard. Siberië, Canada? In ieder geval het hoge Noorden. Het bos wisselt in rotsstranden en zee. In de verte doemen een paar reusachtige bomen op ... en het vreemde is ... ze hebben allemaal vier takken. Nog nooit zulke hoge bomen gezien. De takken draaien rond en maken een vreemd zoemend, zuigend geluid. In mijn beleving worden ze ook steeds groter, de takken en de bomen. Vooraan op de grond ontstaat paniek. De takken slaan als bezetenen wild in het rond … en ... nee ... nee ... de rest van mijn rendieren wordt compleet weggemaaid, doormidden gehakt.


Het bloed spat om mijn oren en in mijn ogen. Ik zie niets meer. Voel ook een klap van de molen. In kleine stukken vlieg ik door de wind. Met de handen, die gelukkig nog aan mijn armen zitten, vang ik mezelf in de lucht bij elkaar en grijp naar mijn tube Bison Kit. Die draag ik voor noodgevallen altijd bij me en komt nu goed van pas. Ik lijm alle lichaamsdelen vliegensvlug aan elkaar. Mijn hoofd houd ik enkele minuten stevig vast,  want die droogt het langst.

Ik kan nog maar aan een ding denken. Hoe kom ik thuis? Bij mezelf en bij de mensen. Gelukkig is de redding nabij. Een grote adelaar grijpt me in de nek, vliegt met flinke slagen richting Nederland en dropt me in de eerste de beste schoorsteen. Net op tijd. Ik voel me weer thuis. Eerst maar even douchen en tot zinnen komen. Het bloed druipt nog van mijn lijf. De Bison Kit is uitgehard. Daarna ga ik snel op pad met alle cadeaus, helaas zonder mijn gevolg. De nacht blijkt veel te kort. 
 
 
Gepubliceerd op Schrijven Online op 20 december 2024 (schrijfopdracht: Aan de haard)

07-04-2017

Alsnog gehecht

Met zijn ziel onder de arm sjouwt Joost door het bos. Zal hij het doen, vandaag? Dieper en dieper komt hij tot de kern. De bomen worden steeds dikker, het pad dunner. Hij kan maar een kant op. Maar is het eigenlijk wel de kant die hij wil? In het midden van het bos daar wil hij het doen. Een mooie open plek. Groen, met sprankjes zonlicht. Want eerlijk is eerlijk, er dwaalt nog een sprankje hoop in het nog jonge lijf van Joost.

Hoe is het toch zover kunnen komen? Alles, maar dan ook alles lijkt bij Joost op orde te zijn. Knappe vent, intelligent, warm nest, lots of friends, en iedereen werkelijk iedereen wil iets van deze adonis, de ideale schoonzoon. Ook dat nog. En juist dat beklemt Joost. Het plaatje dat af is, in de ogen van de buitenwacht. Maar voor Joost gelden hele andere normen. Hij is doorsnee beu. Hij houdt niet van geluk. Lijkt voor het ongeluk geboren. Sinds kort is hij daar achter gekomen. Een bijzondere lotsbestemming.

Het einde nadert. Van het pad in het bos en van zijn eigen weg. Daar is de open plek. Een geweldig mooi traatje. Met de perfecte boom. Een knots van een eik. Hij gooit het touw over de laagste tak die net hoog genoeg uitsteekt. Van een takkenbos maakt hij een trapje. Hij stapt op het bosje en wordt dan plots geraakt. Geraakt door een rare bestemming. De zon straalt recht in zijn gezicht en stelt de belangrijkste vraag uit Joost zijn nog korte leven. Waarom? Waarom, ja waarom? Daar heeft Joost nog geen moment over nagedacht. Tot voor kort liep alles vanzelf en op rolletjes. Waarom? Verhip. Joost alsnog gehecht. Het laat hem niet meer los. Waarom, ja waarom? Gehecht aan levensvragen. Voor altijd.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers.
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Alsnog gehecht (19-03-2017)

28-02-2017

Columns van Harrie (februari 2017)

Kamergotchi / Gein & Ongein / 19-02-2017

Er lopen sinds kort wat vreemde figuren rond in mijn bos. Vreemd omdat ze zich raar gedragen. Ik probeer het verband nog te vinden. Het zijn overwegend mannen, dat heb ik inmiddels waargenomen. Ik heb het nog niet in de nacht gecheckt, maar ga dat zeker nog doen. Ik heb namelijk sterk het idee dat deze vreemde figuren samen naar iets gemeenschappelijks op zoek zijn. Ze dragen allemaal een klein apparaatje bij zich. Mozes kriebel. In de meest felle kleuren en ze maken nog herrie ook. Ook iets dat de vreemde wezens met elkaar verbind. Daarnaast dragen ze allemaal donkerblauwe pakken en een eenvoudige stropdas in felle kleuren. De kleuren rood en lichtblauw overheersen. Ze lopen ook allemaal wat houterig, als houten klazen. En vertel mij niets over houten klazen. Ik heb er voldoende ontmoet in mijn bos en leven.

Ik heb goed waargenomen en weet nu ook dat de apparaatjes allemaal hun ieder geluidje hebben. En dat als zo'n geluidje afgaat er lichte paniek ontstaat bij de drager. Ik ben ondertussen toch wel erg nieuwsgierig geworden wat voor informatie de apparaten afgeven aan hun gebruiker. Want telkens weer lijken ze ervan ondersteboven. Het gevloek en getier is dan ook met regelmaat niet van de lucht.

'Wat moet ik doen?' 'Ik heb helemaal geen honger!' 'Alweer stemmen verloren!' Zijn de meest gehoorde commentaren, waar ik dan iets mee kan. Als meester in associatie kan ik niet anders tot de conclusie komen dat de apparaatjes de meester zijn over hun eigenaren, gebruikers, dragers. Een eng idee lijkt me dat. Alsof jezelf niets meer te zeggen hebt. De meesten ogen dan ook speakless.

Even later kom ik een wandelaar tegen in mijn bos die meer kennis lijkt te hebben over het fenomeen dat nu al dagen voor mij afspeelt. Duidelijk gevalletje 'Kamergotchie' maakt de wandelaar mij duidelijk. 'Kamerwie?' Deze meneren en ook dames (keurig in rokkostuum en/of mantelpak) zijn deelnemers aan de kamerverkiezingen van maart 2017. Mijn hartslag gaat spontaan omhoog. Ik heb ervan gehoord. Een belangrijke gebeurtenis met verstrekkende gevolgen voor alle gebieden in Europa en met een beetje pech ook de rest van de wereld. Mijn hart denkt en voelt ook na, ga ik voor links of voor rechts? Qua kamer niet geheel onbelangrijk.

Ondanks dat het bloed soms daar stroomt waar het niet gaan kan, is dat bij dit spel van een geheel andere orde. Doorgaans stroomt links bloed door de linker hartkamer en rechts bloed door de rechter. Dat wordt stevig bewaakt. Maar, de heren doktoren zijn er wel mee bezig. Naar het schijnt. Griss mich nich. Omleidingen en stents moeten er voor gaan zorgen dat diverse bloedvaten met elkaar en met hart voor de zaak in het reine komen. Samenwerking is daarbij het toverwoord. En dat is nu juist wat ik de vreemde figuren in het bos net niet zie doen. Jammer. Gemiste kans. Huilers zijn en blijven het. Terugzetten kan helaas niet meer. Alle zeehonden vrezen Maurice. De cijfers van Maurice. En wij. Wij lezers naast de kant, wij wachten op uitslag, het uiteindelijke resultaat van verkiezingskoorts. Nu blijft het vooralsnog jeuken en krabben.


Polonaise / Gein & Ongein / 25-02-2017

Raakhout komt op me af met grote paddensprongen. Dan is er iets aan de hand, dat mag duidelijk zijn. Ik moet meekomen. Hij stopt onder een grote eik. En dan zie ik het. Een grote poster hangt er op zijn stam. Ik heb daar zo'n hekel aan. Van die maniakken die mijn bos gebruiken voor reclame. Maar het moet gezegd, deze poster fascineert. Waarom? Door zijn tekst. Die is heel eenvoudig en toch ook weer niet. Eigenlijk is ie best wel filosofisch. En dat mag ik wel.

Ik weet, ik weet het, een beetje selectief in mijn afkeuring. Maar het woord, dat zo verspreid wordt dat is toch fantastisch. Zonder toeters en bellen, nee, gewoon recht toe en recht aan. Zonder lelijke graffiti, zonder afbeelding en ... heel belangrijk ... gesigneerd. Door een zekere Loesje. In eenvoudig zwartwit hangt de poster te stralen in de zon. De tekst daartegenover, nee niet aan de overkant, daar staat een den, veel te dun om tekst te dragen van dit formaat, de tekst die is helemaal niet zwartwit. Letterlijk ja, figuurlijk nee.

In vele tinten grijs, wat doorgaans veel kleur oplevert, is de tekst kleurrijk en stemt tot nadenken. En bij nadenken komen bij mij altijd veel kleuren vrij. Een kleurrijk denken. Mijn hart springt dan heel even open. En Raakhout weet dat. Daarom is ie mij komen halen. Ik hou zo van die schat, hij voelt me naadloos aan. Al een eeuwigheid lang is hij mijn trouwe maat en viervoeter.

Carnaval

De polonaise bewijst dat degenen die voorop lopen heus niet altijd weten waar ze naartoe gaan.

Loesje


Dat staat op de poster geschreven. Door Loesje ondertekend in gedrukt handschrift. Mijn hoofdmotor draait op volle toeren. Wat een diepgang zit er in de tekst. Koude en warme rillingen lopen afwisselend langs mijn spina. Raakhout kijkt me met een zelfvoldane blik aan. Hij weet dat ie dadelijk een beloning krijgt. Terecht. Verdiend.

Ik houd me vooralsnog bezig met deze bijzondere tekst. Mozes kriebel, brizzl djeu, griss mich nich, ik heb er geen woorden voor. Ik zie in gedachten alleen maar mensen achter elkaar aan lopen. In een grote rij. Dwars door mijn bos, van boompje naar boompje, niet wetend waar naartoe? Heerlijk om zo doelloos te zwalken. Af en toe staat de polonaise stil en maakt spontaan een hup. Dan gaat plots, op een niet afgesproken signaal, de linkerarm en daarmee automatisch ook de linkerhand van eenieder de lucht in. Soms halen ze ook de rechterarm en -hand van de schouder van hun voorganger en steken die beiden in de lucht. Samen dus met de linkerarm en -hand. De polonaise gaat dan alleen op voeten en benen verder, loshandig losbandig.

Ze zingen dan keihard. 'En dan die hendjes de lucht in'. Ik weet niet of ik het goed versta. Maar hendjes zal dan wel handen betekenen. Of is het een verbastering van kip. En bedoelen ze eigenlijk te zeggen 'en dan die hennetjes de lucht in', wat dan weer vreemd is, want hennetjes kunnen amper vliegen. Ze stuiven eerder op. Hoewel, hoe komen ze dan in de bomen om te slapen? Hennen en kippen vinden het namelijk heerlijk om in bomen te slapen. Dan voelen ze zich veilig.

Ik zie nu ook dat de polonaise duidelijk in de war is en zoekend. Ze gaan ineens ook achteruit met zijn allen. Een gevaarlijke situatie tussen al die bomen in mijn bos. En hup, alsof ze mijn gedachte kinnen lezen, gaat de stoet weer vooruit. Om me na enkele minuten opnieuw te doen verbazen. Alle armen en handen gaan wederom de lucht in, maar nu draait ieder op zijn plaats een pirouette om vervolgens een halve slag te keren en de nieuwe voorganger bij de schouders te vatten. En hup, iedereen weer volle kracht vooruit. De eersten zullen de laatsten zijn. De polonaise is duidelijk zoekend en de weg nog even kwijt. Maar wat ze allemaal onder weg toch meemaken. Fantastisch.

In gedachte doe ik mee en Raakhout natuurlijk ook. Zo bouwen we ons eigen feestje. Keigezellig, nietwaar. Carnaval. Vleesfeest. Ik hou de schouderhammen stevig vast en zing vrolijk mee. 'En dan die hendjes de lucht in!'


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.


31-12-2016

Columns van Harrie (December 2016)

Meneertje Weet ik veel / Gein & Ongein / 16-12-2016

Vandaag kwam ik hem weer tegen, meneertje Weet ik veel. Een bijzonder exemplaar want er lopen er steeds minder van rond. Ik ben dan ook blij dat ik hem regelmatig zie in mijn bos. Meneertje Weet ik veel heeft altijd iets leuks te vertellen. Achteraf. Nooit van te voren en ook nooit ergens in het midden of gewoon tussendoor. Want dat is meestal bagger. Nee, met het lachertje achteraf maakt hij altijd goede sier. Niet alleen bij mij, maar ook bij al mijn andere bezoekers van het bos. Met pretoogjes maakt hij het aan het einde altijd goed met zijn toehoorders. Hij vraagt weliswaar bescheiden, edoch veel aandacht meneertje Weet ik veel, maar altijd vol overtuiging. Overtuiging in zijn gelijk. Zijn eigen gelijk uiteraard. Een ander gelijk bestaat eenvoudigweg niet. Ga daar niet over in discussie met meneertje Weet ik veel. Doe dat niet. Doe dat nooit. Ik spreek uit ervaring. De deksel op de neus krijg je dan. Nog voor zijn twinkeloogjes verschijnen.

Ik zal u vertellen hoe ik deze kennis heb opgedaan. Inclusief de kennis van deze kennis. Ik kwam hem voor het eerst tegen bij mijn favoriete eikenboom. Amerikaans zeg ik u, niet Canadees. Maar wat zegt pummel Weet ik veel. Zo noemde ik hem toentertijd. Het is een Canadees. Ik zeg, wie denk je wel dat bent pummel, het is een Amerikaan. Nou, nee hoor, kijk maar naar het blad zegt ie vol overtuiging. Ik kijk voor de zekerheid nog eens goed naar het blad en zeg. Amerikaans. Dat is een Amerikaans blad. Pummel Weet ik veel begint nu rood aan te lopen. Ik doe alvast een stapje achteruit. Voor de zekerheid. Hoe durft u mij tegen te spreken ... en u is ...? Catweazle heet ik, moet ik het even voor u spellen? Pummel Weet ik veel schrikt nu toch wel. Catweazle? Uit de tv-serie? Nee, niet uit de tv-serie, gewoon de echte, van vlees en bloed, hier knijpt u maar even? Pummel Weet ik veel knijpt in mijn vel. Potjandrie, u bent het echt. Potjandrie, potjandrie, wat een braaf woord. Vooruit ik noem u voortaan meneertje Weet ik veel. Ja, Weet ik veel, want dat denkt u denk ik toch, dat u veel weet? Ja, dat klopt Catweazle, ik weet best veel. Zo weet ik dat dit een Canadese eik is en geen Amerikaanse. Kijk maar, de bladeren zijn gekarteld en niet geplooid? Verrek. Meneertje Weet ik veel heeft gelijk. Ik schud hem de hand en feliciteer hem met zijn kennis. Nieuwe kennis is mij eigen geworden door deze vreemde maar aardige nieuwe kennis. Meneertje Weet ik veel loopt voldaan en met de neus omhoog weg.

Raakhout schuurt tegen mijn been. Griss mich nich. Hij waarschuwt me voor het vrouwtje dat in de verte komt aangelopen. Nee. Vrouwtje Weet ik veel komt eraan. Snel wegwezen nu. Ik wil de bosjes inschieten maar te laat. Brizzl djeu er is geen ontkomen meer aan. Of ik weet waar meneertje Weet ik veel is? Ja, denk ik, maar ik zeg het niet. Nee. Niet gezien. Vrouwtje kijkt me ongeloofwaardig aan. Ze hoorde zojuist nog stemmen. Daar zijn dokters voor mevrouw. Fout antwoord. Ze probeert me nu nadrukkelijk dood te kijken. Ik zwijg. Uit ervaring weet ik dat dat is wat ik het beste kan doen, gegeven de situatie. Het werkt. Gelukkig. Pinnig loopt vrouwtje Weet ik veel verder. Op zoek naar meneertje Weet ik veel. Ben benieuwd of ze hem gaat vinden. Ze loopt nu in ieder geval de verkeerde kant uit. Ze zijn elkaar al langer kwijt. En dat is niet voor het eerst. Ik laat ze hun gang maar gaan. Dat gedijt het beste bij Weet ik veeltjes.


El en voet / Gein & Ongein / 31-12-2016

Ik stroop met mijn beste maat Raakhout door mijn bos. Links en rechts raap ik wat rare stokken op. Brizzl djeu. Ze stinken naar vuur en zijn aan het uiteinde zwart. Soms dragen ze een vreemd gekleurd klein doosje aan de staart. Vreemde projectielen. Ze zijn allemaal iets meer dan anderhalve el lang. De Haagse el niet de Brugse. El? Ja, de el. Aan centimeters doe ik niet. Ik reken nog steeds in lichaamsdelen. Veel makkelijker. Zo is mijn bosvijver bijna honderdvierenzestig voet breed. De totale omtrek bedraagt daar een veelvoud van, afgerond zo'n pakweg vijfhonderdvijftien voet. Dan weet je meteen hoeveel stappen het ongeveer kost om een rondje rond de vijver te wandelen. En dan neem ik passen van ruim een el. In die el passen dan weer ruim twee voeten. Omgerekend ben ik dan in tweehonderdvijftig passen rond de vijver gelopen. Voor Raakhout zijn dat er veel meer. Hoewel? Hij springt tegenwoordig best wel ver. Dat komt omdat Raakhout verliefd is. Het zijn nog net geen bokkensprongen die hij maakt. Of bokkesprongen? Ik laat de n er voortaan tussenuit. Nergens voor nodig die tussen n. Staat alleen maar in de weg. Is overbodig in uitspraak en in schrift. We zeggen toch ook niet de Dikken van Dalen. Nee, gewoon de Dikke van Dale.

Raakhout blijft wat achter. En alleen ik weet waarom. Daar halverwege de bocht bij het kraagriet daar blijft ie zo meteen hangen. Wedden? Tien meter na de bocht blijf ik staan en kruip achter een bosje. En ja hoor, daar springt Raakhout het kraagriet in. Op zoek naar zijn deerne. Wedden? En ja hoor. Ik buig wat voorover en daar zie ik zijn kikkerprinsesje aankomen. Ook zij dartelt vrolijk op haar kleine paddevoetjes. Een bizarre vlaag van heimwee overvalt me. Hoezo bizar? Nou simpel, ik ben zelf nog nooit verliefd geweest en heb ook nog nooit een vriendin gehad. Hoe in hemelsnaam kan ik dan een vlaag van heimwee krijgen? Heimwee waarnaar? Naar liefde die er niet is, die ik nooit gekend heb? Maar ik zie en voel het toch voor me? Bizar. Vast ergens gelezen, het gevoel van verliefd zijn. Of moet ik zeggen verlangen? Nu weet ik het helemaal niet meer. Verlang ik nu naar heimwee of naar liefde?

Raakhout maakt er hoe dan ook geen punt van. Hij springt als een dolle geit achter zijn diva aan. Bokken doet ie nog net niet. Maar het is wel duidelijk hoe zijn vork uit de steel steekt. Griss mich nich. Recht naar voren. De stouterd. Zijn prinsesje kirt van plezier. Kirren? Ja kirren? Met de kin in de nek pruttelend op en neer bewegen en flinke zeepbellen blazen. Zeepbellen? Ja, zeepbellen, Van het gesop. Ik laat ze even begaan en besluit dan in te grijpen. Ik wil niet onmiddellijk het kalverliefde dempen. Daarmee help je koeien alleen maar in de put. En daarvoor is de natuur me te lief. Welke koeien? In de weide omtrek zijn geen koeien te bewonderen. Zelfs geen lakenvelders. Lake kan hier niet. De witte strepen op de koeien hebben de vorm van een laken. Daar kan geen n meer vanaf. Enfin, het is weer mooi geweest. Kom op Raakhout, we gaan weer samen op pad. Hij kijkt me vreemd aan. Op pad? Hij komt er net vanaf. Rare jonge denkt ie dan. Ik zie hem denken.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-08-2016

Columns van Harrie (Augustus 2016)

Geringd / Gein & Ongein / 13-08-2016

Raakhout komt keihard op me afgerend. Hij is erg geschrokken. Er ligt een man onder de eikenboom. Zwaar gehavend en ijlend. Ik moet onmiddellijk meekomen. Het is lang geleden dat ik Raakhout zo aangedaan heb gezien en trek snel mijn sandalen aan. Waar is mijn stok? Gevonden. Snel gaan we op pad.

Onder de eikenboom ligt een klein klerenkastje. Brizl djeu, griss mich nich. Anders kan ik het niet benoemen. Ik schat de situatie in en heb al snel in de gaten wat hier het euvel is. Alleen een ding kan ik niet meteen verklaren. Waarom draagt deze jongeman ringen aan zijn enkels. Twee grote ijzeren ringen, aan een ketting? Hij ziet er niet echt bandieterig uit. In tegendeel. Zijn vreedzame gezicht staat op grote tevredenheid. Een flinke glimlach rond zijn mond en heel af en toe laat hij een zucht ontsnappen uit zijn samengeperste mond. Zijn pruillippen bibberen dan een beetje. Als ik me vooroverbuk naar de jongeman ruik ik alcohol. Aha, duidelijk gevalletje nachtelijk doorhalen.

Deze meneer slaapt zijn roes uit. Roes, waarvan, en waarom die ringen? Die vragen blijven openstaan. Ik vraag aan Raakhout hoe lang hij hier al ligt en waar de man precies gehavend is? Ik zie namelijk geen letsels. Een paar uur en hij ijlt om het half uur. We wachten even totdat het halfuur voorbij is. Misschien waren we net na zijn laatste ijlmoment ter plaatse. Raakhout wijst naar de brede borst van de jongeling. Buitenproportie. Bovendien hangen er ook rare worstarmen aan. Dat is toch niet normaal?

Is dat wat Raakhout met gehavend bedoelt? Hij knikt ja. Niets aan de hand hoor. Dit is volgens mij gewoon een gevalletje overtraining. Deze jongeman heeft en teveel sportschool gezien en teveel café. Ik hoor nu geritsel in het struikgewas. Een kleinere en minder gespierd evenbeeld van de jongeling rijst op. En wie bent u? Zwammes, antwoord de man. Vriend en vijand van wat daar ligt. Ah, ik snap het al. Voor de drank vriend en na de drank vijand. Er worden in de tussenfase vaak rare dingen uitgesproken. Rake dingen, ware dingen.

Hij nam mijn plek in vier jaar geleden. En dat neem ik hem nog steeds kwalijk. Waar? Vraag ik met belangstelling. Bij de Olympische Spelen in Londen. Oh, dat maffe wereldspel. Daar heb ik niet zoveel mee. Ik doe aan touwtrekken en dat vind ik sportief genoeg. Hoef er ook geen medaille voor. Ja, ik kan dat erg goed touwtje trekken. In alle vormen en soorten. Het is het liefste dat ik doe. Aan touwen trekken. Ik hou die dingen nou eenmaal het liefst in handen. Bij voorkeur die van mezelf, maar ook die van anderen. Maar vertel eens. Wat is er precies afgelopen nacht gebeurd?

Dat is een lang verhaal. We zweefden door de lucht. Gewoon voor en door de leut. Boven een favela. Ja, in Rio. We waanden ons Batman en Robin. Daar zijn we neergestort. Yoeris Tempeloeris, zo heet mijn vriend en vijand, had vlak te voren, een ringoefening gedaan op de Spelen. Had zich gekwalificeerd voor de volgende ronde individueel en was door het dolle heen. We besloten dat te vieren, trokken na afloop een strak pak aan en zijn de bloemetjes stevig buiten gaan zetten. En ja, toen vlogen we ineens de kroeg uit. Vlak bij die favela. In de kraag gevat door de lokale politie zonder uniform en in de boeien geslagen.

Ik begrijp ineens de ijzeren ringen rond de voeten van Tempeloeris. Weer een vraag opgelost, tot grote geruststelling van Raakhout. Zelf had ik een ijzerzaagje bij me. Een kleintje, zo'n Zwitsers. Zo gepiept. En ik wilde net beginnen aan die van Yoeris, totdat die rare pad op mijn pad kwam. Raakhout heet ie. En hij doet niets hoor.

Waar ben ik? Yoeris is ontwaakt. Als het goed is gaat ie nu ijlen, aldus Raakhout. En ja hoor. Hij spreekt rare zinnen uit. Engelse zinnen. Warrig. Droevig. Maar ook mooi. Zangerig. IJlerig.

One day I'll fly away
Leave your love to yesterday
What more can your love do for me?
When will love be through with me?

Och, daar begint ie weer. Zwammes houdt zijn oren dicht. Al dat zelfmedelijden. Het gaat over zijn ringen. Zwammes wordt er helemaal simpel van. Straks gaat ie ook heel hard schreeuwen. Let maar op.

Maurice, Maurice, ... zielige Ties.

Griss mich nich, waar gaat dit over?
Dat wil je niet weten. Denkt Zwammes.

Voordat Raakhout en ik het goed en wel beseffen stijgt Yoeris plots op. Zijn magere beentjes bungelen achter hem aan. Verzwaard met ringen en ketting. Als een geringde vogel. Met in zijn kielzog Zwammes. Die hij net op tijd aan zijn kleine worstarmpjes vastpakt. Doeg. We gaan op zoek naar Eepke Aap de fladderaar.

Raakhout en ik kijken elkaar aan. Was het dat nou? Brizl djeu, wat een idioot schouwspel. Niets om je over druk te maken. Toch?


Absurd / Gein & Ongein / 26-08-2016

Een vreemde situatie in mijn bos, griss mich nich, ongehoord. Bij iedere boom zie ik een dichter staan. Ja, dichtbij iedere boom. Ze luisteren naar wat de boom te vertellen heeft. Er zitten ook schrijvers tussen. Een groot verschil. Dichter of schrijver zijn. Waarbij gezegd dat een schrijver dichter bij de dichter staat dan een dichter bij de schrijver. Hoe dat zo komt? Simpel. Dichten vraagt meer kunst. Is minder toegankelijk. Een dichter houdt afstand. Een schrijver niet. Een schrijver heeft nood aan voeding. En een dichter voedt. Zo simpel is. Ik schrik er zelf van. Hoe ik aan een zo eenvoudige verklaring kom. Wil nog niet zeggen dat ik er geen last van heb. Van al die dichters en schrijvers in mijn bos.

Ze zijn erg opdringerig. Meters papier dragen ze bij zich. Voor noodgevallen. Ze poepen er nogal op los. Heel vervelend al die opgeschreven diarree, die ze achter iedere boom zich laten ontvallen. Bah. Het stinkt ook nog eens. Als het nu nog eens mooie stukken waren, dan kon ik er nog vrede mee hebben. Maar, nee. Het meeste is toch wel bagger. Het ergste vind ik nog al dat gepiep. Ja, ze dragen allemaal zo'n vreemd kastje bij zich waar ze zorgvuldig op hameren, met hun fletse magere schrijfvingertjes. Na verloop van tijd hoor je dan een piepje. Ik heb het eens gevraagd aan een van de dichters / schrijvers. Wat maakt nu dat piepje?

Oh, dat is een verzonden stuk. Zoveel? Zoveel. Het komt allemaal in de wachtrij bij onze uitgevers. We proberen ze gek te maken. Die uitgevers. Het zijn zulke koekenbakkers. En ze worden schathemeltjerijk van onze productie. Eigenlijk zouden we er eens een tijdje mee moeten stoppen. Zodat ze bankroet zien. Geldwolven. Maar de schrijfdrang is te groot. Verslaafd zijn we aan net schrijven en dichten. Stuk voor stuk. Niemand uitgezonderd. Gelukkig hebben we dit bos gevonden. Vol met bomen. Historische bomen. Die willen hun verhaal wel kwijt. Mooi bos waar jij inwoont vriend.

Mijn mond valt open van verbazing. Brizl djeu. Die van Raakhout ook. Hoe durven ze? Onze verhalen optekenen? Wij hebben het immers de bomen ingefluisterd.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

31-07-2016

Columns van Harrie (Juli 2016)

Max keer maal / Gein & Ongein / 31-07-2016

Hoe vaak kan iemand nu een wedstrijd winnen? Dat vraag ik mij nu af? Kijk als ik zo zit in mijn bos en ik zie die rare mannetjes in auto’s keihard dwars door de bomen scheuren, weet ik nooit wie er voorop ligt. Raakhout ook niet. Maar die is sowieso altijd de weg kwijt. Nee, ze scheuren rond langs, beuken, berken, eiken, dennen en wij maar rennen. Waar rennen ze toch naartoe? En hoe vaak komen ze nog langs? Soms zie je er eentje plots niet meer. Naar het schijnt legt hij dan eventjes zijn karretje aan banden. Aan nieuwe banden? Alsof de bosgrond zoveel slijt. Het is naar het schijnt allemaal tactiek.

Tactiek om geld te verdienen. Dat is dan weer nieuw voor mij. Waarom zouden er aan spelen en wedstrijden geld verdiend moeten worden? Iedereen sport toch voor de leut, ontspanning en gezondheid? Dus nee. Nee dus. Op het laatste druïdenbal heb ik me laten inwijden. Brood en spelen. Daar schijnt alles om te draaien. Brood, brood? Maar ik zie toch nooit iemand brood eten? Jawel hoor, vertelde Maxoramix. Alleen je ziet het niet. Het gebeurt vaak achter gesloten deuren. En dat brood, dat moet je ruim zien. Het is het bier, de bitterballen, het contact en de contracten. Niet schriftelijk maar mondeling. Het is eten en gegeten worden.

Kleine vissen worden groot. Totdat ze op ontploffen staan. Zodra dat voorkomt, dan is het tijd om maar weer eens te gaan. Zoveel werd me duidelijk. En dat in een notendop. Ik kijk nu gans anders tegen het sporten aan. En laat de wagens maar gaan en gaan. De uitslag is niet meer van belang. Zolang maar iedereen de kar in beweging houdt en de wagens blijven toeren. Kijk daar komt Max alweer voorbij. Max keer maal. De kassa rinkelt. En heel Nederland, ja zelfs Nummer Een blij. Steek de vlag maar alvast uit.


Regelspel / Gein & Ongein / 15-07-2016

Raakhout is behoorlijk in de war. Hij heeft zich ingelaten met een merkwaardig spel. Een spel dat zijn eigen regels spelt en voorschrijft. Op zich niets mis mee zou je op de eerste plaats denken. Ware het niet dat het een heel onschuldig spel betreft. In de bossen worden niet zo heel veel spelletjes gespeeld. De natuur, waartoe het bos behoort, is in zijn aard eerlijk. Maar owee, zijn bezoekers en inwoners. Dat is een ander verhaal. Je zou denken dat dieren tegen hun verlies kunnen. Maar niets is minder waar. In dat opzicht zijn het net mensen. In vele andere opzichten ook, maar dat is een ander verhaal, een ander lang verhaal. Iets met personificatie. Maar daar laten we ons even niet mee in.

Terug naar Raakhout. Hij mocht meedoen met een spel. En niet zo maar een spel, nee, nee het was een soort van schaakspel. Ieder dier mocht een eigen verhaaltje spellen en vertellen. Al maanden werd het spel gespeeld en telkens met een ander thema. Het thema van deze maand was ‘eikels’. Nou daar wist Raakhout wel raad mee. Hij kwam ze iedere ochtend tegen in het bos. Zo gedacht, zo gespeld en zo verteld. De dieren hadden aan zijn lippen gekluisterd gezeten. Vooral de vos, de eekhoorn en de bonte kip vonden zijn verhaal prachtig. Ze leefden zich volledig in het verhaal in. Vele eikels liet Raakhout de revue passeren. De ene eikel nog gekker als de andere. In vele eikels herkenden de dieren zich. In sommigen niet. Die waren natuurlijk met meest interessant. Het waren eikels die vreemd gedrag vertoonden. Ze pasten regels aan naar hun eigen believen. Maar zo erg was dat nog niet.

Eigenlijk was er maar eentje die dat niet naar behoren deed. In de veronderstelling dat toch niemand het door zou hebben. En ach, zo belangrijk was het nu ook weer niet. De toehoorders van het verhaal raakten langzaam in de ban van het gebeuren. Dit kon toch echt niet door de beugel. Maar niemand die wat deed. Zwijgzaam stemde iedereen toe. Totdat een slim vogeltje erachter kwam. Maar het vogeltje was een vreemde vogel. En de vogel wist dit van zichzelf. Wat nu? Niemand zou hem geloven. Feiten laten zien. Met bewijzen komen. Dat had de papa van het vreemde vogeltje het vogeltje geleerd. En aldus vertelde het vogeltje aan iedereen die het horen wilde zijn verhaal. Gestaafd met feiten. Iedereen begreep het, maar niemand reageerde. De regelgever bezat te veel macht. En de dieren wisten als geen ander. De hand die voedt, die is heilig.

Maar het kleine vogeltje was moedig. Het had de waarheid nodig om bruggen te bouwen. Maar dan moest het wel eerst de aandacht vestigen. De klokken luiden. Zo gezegd, zo gedaan. De dieren uit het bos vielen bijna van hun stoel, stok, hout, tak, stengel, nee, dit was niet waar? Iemand die de spelregels zo naar zijn hand kon zetten, die deugde niet. En ook nog eens zo stiekem. Zo quasinonchalant. Dit moest iedereen weten. En toch? Als iedereen het wist en daarvan baalde, dan nog, dan nog. Zou het hele spel dan niet meer doorgaan? Wie zou het dan nog willen organiseren. Dat was toch ook niet zo’n goed plan. Weet je wat? En ze waren het er allemaal over eens. En ze namen het volgende besluit. We kijken door onze vingers, klauwen, poten, vliezen ... vergeten het never nooit niet ... die spelleiding deugt van geen meter, maar ons het spel afnemen, dat toch liever ook niet. Dan maar zonder winnaar. Weet je wat? We roepen gewoon iedereen tot winnaar uit. Lang leve de lol. Maar Raakhout die vond het maar niks. Hij is nog steeds wat in de war. Zal hij het spel nog meespelen? Zo’n spel is toch geen lot uit de loterij? Vooruit dan maar.



Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

30-06-2016

Columns van Harrie (Juni 2016)

Jodelen / Gein & Ongein / 05-06-2016

Griss mich nich. Raakhout heeft een nieuwe sport ontdekt. En wat voor een? Een zeer luidruchtige. Waar hij het vandaan haalt, ik heb geen idee. In mijn bos bevinden zich geen heuvels noch bergen. Nee, mijn bos is vlak. Hij heeft de sport geleerd van een zekere Olga. Een dame met flinke boezem en dito longinhoud. Dat schijnt ook nodig te zijn voor deze merkwaardige sport. Je moet de adem goed kunnen inhouden en goed getimed laten ontsnappen. Gelijk het ventiel van een fietsenband die je voorzichtig leeg laat lopen. Ik zal de lucht die ik bij de eerste keer tegen mijn vinger voelde persen nooit vergeten. Nou, datzelfde gevoel schijnt de grootste drager te zijn van de nieuwe sport die Raakhout mij probeert te verkopen.

Verkopen ja. Naar het schijnt verdient Olga de kost met haar sport. Als ik Raakhout vraag naar de prijs is zijn antwoord simpel. Jodelen met pijp of zonder pijpen. Ik wil het verschil graag weten. Nou, jodelen zonder pijpen is zonder hulpstuk, alleen met de mond. Is een stuk goedkoper dan jodelen met pijp. Maar dat hangt dan weer af van de maat pijp. Ik ben het even kwijt en vraag of Olga het misschien even voor kan doen.

Geen probleem. Eerst maar even zonder pijpen, zonder hulpstuk. Olga haalt diep adem en spreidt haar rode lippen. Een oorverdovend gejodel stoot ze uit. Ik voel het naklinken tot diep in mijn botten. Wat een timbre? En nu met pijp. Olga rijdt een grote wagen voor en haalt er drie lange pijpen uit. Eentje zet ze aan haar mond. Raakhout fluistert me toe, dit is de langste. Is dan ook het duurst. Olga omvat het mondstuk met haar rode lippen en jodelt dat het een lieve lust is. Het geluid dat uit de pijp komt buldert gelijk een lawine. Ik weet niet waar ik moet kijken, zo hard is het lawaai. Ik weet genoeg. Hoe omvattend kan het jodelen zijn. Op de grote wagen prijkt aan de zijkant met grote circusletters een niet te missen naam, 'Olga Lawina'. Ik heb geen vragen meer aan Raakhout. Brizl djeu.


Soeptrien / Gein & Ongein / 16-06-2016

Het wordt tijd dat ik er eens een column aan besteed. Niets verkeerd over de vrouwelijke sekse maar er zitten exemplaren tussen die gerust exemplarisch genoemd kunnen worden. Exemplarisch in de volle breedte van het woord. Ik noem ze voor het gemak soeptrienen. Een korte verklaring van mijn woordkeus ben ik wel aan u verplicht lieve lezer. Trien hoef ik denk ik niet uit te leggen. Maar voor de zekerheid en om vooral niets aan het toeval over te laten of misinterpretatie toch maar even een kleine duiding.

Een soeptrien is voor mij een niet bepaald flateuze benaming voor een vrouw die niet Katrien genoemd wil worden maar zich wel als zodanig gedraagt. Griss mich nich. Een trien die zich gedraagt als een ka. Een Soepkatrien. Ik weet het, het is wellicht dubbelop. Maar ze bestaan, soepkatrienen, zeker weten. Het zijn dames die zich overal mee moeien en vol zijn van zichzelf. Zo vol als dikke tomatensoep, maar dan zonder ballen. Tomatensoepkatrienen zijn dan ook het ergst. Buitencategorie worst.

Ik ken er enkele. En die lopen regelmatig door mijn bos. Niets is er goed. Deze tak hangt te hoog en deze weer te laag. Die blaadjes zijn vaal en deze blinken weer te veel. Het is nooit goed. De dames komen uit een streng gezin waar vader de teugels strak hield. Eenmaal losgelaten spugen de dames in no time alle frustratie eruit. Ze gooien alle teugels los. Onbeteugeld eist dat tol. Voor hunzelf en voor omstanders. Niet altijd even prettig.

Maar waar ligt de grond voor dit barbaars gedrag? Heel simpel. In de afgunst. In de jaloezie. De dames in kwestie vinden zichzelf uitzonderlijk, niet te verwarren met exemplarisch, en weten altijd alles net iets beter. Althans dat denken ze. Zelfs als ze het bij het onjuiste end hebben. Dat is knap en volhardend, maar ook heel erg lastig. Het eigen gelijk gaat namelijk na verloop van tijd zeuren en breekt op. Het eigen gelijk kent geen tegenstand, noch weerspraak en weet uiteindelijk met zichzelf geen blijf. Dames veranderen dan heel snel in tomatensoepkatrienen.

Ik noem ze gewoon soeptrienen. Trienen die het sop in de soep niet waard zijn. Ze meten zich met alles en iedereen. Ja, zelfs met mannen. Heel fout. Nooit doen. Met slimme domheid proberen ze het vaak. Gespeelde onnozelheid. Ze reageren onnozel en het liefst niet to the point. Wanneer het gif doorschiet worden ze vals. Dan komt daadwerkelijk de onzin tot zijn recht. Een hakkelgevecht in woorden is dan wat rest. Daar zijn soeptrienen sterren in. Lettervermicellifetisjisten worden het dan.

Een lange adem hebben ze die verstikkend werkt. Ze knijpen keelgaten dicht. Maken van bronstige bassen iele sopranen, eunuchen die voor hun buigen. Seksloos hebben ze het het liefst. Nee, lieve mensen hoedt u voor de soeptrienen. Ze lusten u rauw. Hoe u ze herkent? Dat behoeft geen uitleg. U merkt het vanzelf. Zodra het jeukt, kriebelt en schuurt. Dat zijn de eerste tekenen. Beantwoordt ze niet. U bent dan reddeloos verloren. U zinkt in verongelijktheid. Diep, diep. Heel diep. Sta dat niet toe. Ren weg. Hard. Heel hard. Het is het enige dat werkt. Vlucht voor de tomatensoepkatrienen. Niemand zal het u kwalijk nemen. Ook ik niet.


Waterval / Gein & Ongein / 21-06-2016

Mozes kriebel, griss mich nich het water stroomt door mijn bos. Letterlijk en figuurlijk. De beek kan het niet meer aan en de grond is verzadigd. Nieuwe waterwegen vormen zich. Voetpaden en struinpaadjes lopen vol, stromen over en zoeken wegen die spoorloos zijn. Zelfs Raakhout is het beu. Als pad zou je je toch verheugen op tomeloze regenbuien. Het houdt maar niet op. Hagel slaat zelfs als onweer in. En onweer is het. Nog nooit heb ik on zo treffend verwoord gezien als in onweer. Kloten on. Klotenweer. Ik ben ten einde raad. Al een week regent het onophoudelijk in mijn bos. Weer on. Verdorie. Veel liever hou ik weer op ophoudelijk. Zo zou het weer moeten zijn. Gevarieerd en ophoudelijk. Zo nu en dan een bui daar heb ik geen moeite mee. Maar onophoudelijk? Ophouden denk ik dan. Of liever bijhouden. Houd de regen bij. Boven in de lucht. Drijf maar naar het water. Naar de zee. En los het daar dan lekker op. Hagel op zee. Een mooier concert bestaat er niet.

Maar ik moet nu echt aan de bak. Eigenlijk aan de regenton. Maar daar is geen beginnen aan. Dan kan ik mijn hele bos volzetten. Ik heb heel even gedacht aan bijzondere wateropvang. Hoog beginnen denk ik dan. Watergoten in de bomen. Hoog in de bomen. Of nee, grote kachels in de bomen. Die de regen verdampen nog voor die op de aarde valt. Maar ... dan krijg je weer nieuwe wolken ... toch? Werkt dus niet. Veel te omslachtig. Net als het weer. Je zou er zelf haast omslag van krijgen. Weerstuiten. Weerstuipen. Nee. Na lang nadenken ben ik eruit. Het water moet gevangen. En wel onmiddellijk. En de enige oplossing is het plaatsen van voldoende watervallen. Zodat het water niet ontglipt. Maar waar lok ik het water dan mee? Aas voor water. Waar houdt het water van? Waar kan water niet zonder? Waarvan krijgt het honger? Wat lust het graag? Geen idee. Vooralsnog blijft het in mijn bos een waterzooi. Het voorspelt niet veel goeds voor de toekomst. Naar het schijnt is de laatste regen nog niet gevallen.

Aas voor watervallen. Toch ook niet echt een oplossing. Want waar laat ik dan het water? Een watersloper zou beter zijn. En vervolgens inblikken dat water. En dan weer terugbrengen op de markt. Dat is een goed idee. Verdienen we ook nog wat aan al die regenellende. Een beetje gas toevoegen en een smaakje. Van plat naar bruis. Honingzoet of zeezout.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.





30-05-2016

Columns van Harrie (Mei 2016)


Digitale weerwolf / Gein & Ongein / 10-05-2016

Ik ben ingefluisterd mensen. Ja, iets nieuws. Niemand die het horen mag eigenlijk. Maar ik vertel het u toch. Het moet van mijn hart. De mens is niet eerlijk. Dat is mij verteld. En nu breek ik een lans. Voor diezelfde mens. Kijk nu toch eens naar Max. Na Epke en Toosje de meest lieve en betrouwbare Nederlander die Nederland rijk is. Ja zelfs ik ben er trots op. Als Nummer Eender. Niet te verwaren met Nummerdoor. Want dat is weer een ander verhaal. Je zult toch zo heten. Nummerdoor. Dat is weer eens wat anders dan Truusje Trekaf. Pietje Nummerdoor laat nooit een steekje vallen. Hij heeft het strand nog niet zo lang geleden ontdekt. Heeft er lijnen omheen gezet en deze met piketjes vastgezet. Hij doet nu een soort land veroveren maar dan zonder mes. Hij doet dat met zijn ballen. Bruine ballen. Evengoed scherp. Maar zonder mes. Hij maakt iedereen gek. Zelfs Brazilianen. Alsof die niet iets anders aan hun hoofd hebben? Wat doen die op het strand. Ontkomen aan muggen? Het is maar waar je liever door gebeten wordt, een mug of een strandvlo. Enfin, ik dwaal weer eens af. Griss mich nich.

Ik ben ingefluisterd dat een camouflageschrijver onlangs is gepenetreerd in een onschuldige website met onschuldige mensen. Die laatsten hebben elkaar ontmoet binnen de regels. Strenge regels. Een clubje handhavers die zorgvuldig en rechtvaardig waakt over het regelerfgoed. Eerst kom je door een soort ballotagecommissie die jou vanalles oplegt, of liever gezegd omlegt, die jou vraagt om eerst je bekend te maken middels NTAW, een niet te achterhalen wachtwoord. Vervolgens moet je langs de OPTA, optionele puzzel ter authenticatie. Kom je daar doorheen dan moet je eerst nog een passend kostuum aan. Een HRDP, een huisreglement dat past. En dan komt eindelijk de bevrijdende button die naar jou schreeuwt ‘ACCOORD’. Je bent binnen. Binnen in het hart en ziel. Binnen. Nou die camouflageschrijver die het dus gelukt is, lacht in zijn duimpje. Eerst heeft hij als een gulzige spin het web ontdekt en doorgenomen. Stap voor stap heeft hij al het potentiële voer smakelijk bestudeerd. Hij kent zijn pappenheimers, de valkuilen, de zwakheden. Het is slechts een kwestie van geduld voordat hij toe kan slaan. Ik bekijk het van de zijkant. In grote anonimiteit. Dat is ook de enige redding die ik heb. Deze digitale weerwolf weet van geen ophouden. Hij zuigt zijn slachtoffers zorgvuldig lek. Ik zeg het u.


Evaporeren / Gein & Ongein / 18-05-2016

Raakhout is volledig uit zijn humeur. Ik kan hem niet goed volgen. Als padden hun paadje even kwijt zijn hoedt u dan. Dat vertelde mijn leermeester mij ooit. Brizl djeu als ik toch aan hem terug denk. Ik ontmoette de goede man tijdens mijn eerste druïdebijeenkomst ergens diep in een donker woud in het zuiden van Frankrijk. Ik dacht in de buurt van Limoges maar helemaal zeker weet ik het niet meer. Is ook niet zo belangrijk. De datum. Ach, wat doet het ertoe. We leven momenteel in een tijdperk waarin tijd steeds vaker een relatief en subjectief begrip wordt. Vluchtig ook. Het haalt ons in. Wie? De gewone mens. De mens waarvoor ik leef en schrijf. Ben in dan zo bijzonder? Ja, best wel. Ik ben en blijf mezelf. Harrie Catweazle. Prettig gestoord en van alle markten thuis. Bijna alle markten dan. Van de Media Markt moet ik bijvoorbeeld niets hebben.

Raakhout wel. Die wordt helemaal gestoord van al zijn multimedia. Ik heb hem nog zo gewaarschuwd. Laat het gaan. Het achterhaalt je vroeg of laat. Snapchat is net zo vluchtig populair als Ivanhoe. Het komt en het gaat. Maar nee hoor. Griss mich nich. Koekenbakker Raakhout wil bij blijven. De nieuwste snufjes snuift hij op en koopt ie aan. Zonder zich te verdiepen in de materie. Dat is nog het ergste. Vroeger, hoor wie het zegt, heel vroeger wist men nog van de hoed en de rand. Hoe een kampvuur gemaakt moest worden. Welke techniek en vaardigheid daarbij kwam kijken. Welk soort hout het beste brandt. Hoe het vuurtje wakker te houden. Dat lukt met multimedia niet goed. Indien het niet werkt, lees, indien men niet weet hoe ermee om te gaan, wordt het onmiddellijk verworpen, weggegooid, aan de kant gesmeten. Lekker makkelijk. Grootgebracht in een consumptiemaatschappijtje zeker. Armoede nooit gekend. Doet het niet. Werkt niet. Weet het wachtwoord niet. De server ligt eruit.

Alles maar dan ook alles draait om servers. Of om wolken. Vreemd. Bij ons deden de wolken het altijd. Een communicatietool waar de hipste nerds heden ten dage nog een puntje aan kunnen zuigen. Op een wolk moet je niet zuigen, nee die moet je weg blazen. Waait ie vanzelf de kant op die jij wil. Zo simpel is het. Ik heb niet de juiste versie of update, ook zoiets. Versie 126.8 die is nog niet verkrijgbaar. Nog niet te downloaden. En al zeker niet gratis. Nou, dan zijn bij mij de rapen gaar. Bij Raakhout ook. Maar dan anders. Hij gaat zitten huilen in een hoekje. Ik trommel de eerste de beste systeembeheerder op. Als die tamtam niet aanslaat zoek ik het bij de applicatiebeheerder. De beheerder die de eerstelijns klanten zoet moet houden. Wat een rangorden? Ik prik er met een vingertje doorheen.

Meestal zijn het van die wentelteefjes die niet weten hoe het moet. Ik word geeneens meer boos. Laat de boel toch lekker ploffen. Raakhout hoor mij aan, voordat je oren in de fik vliegen, daar waar rook is, is immers vuur, kan ik je slechts een tip geven. Trek de stekker eruit. Doe er niet meer aan mee. De virtuele multimediale wereld is reddeloos. Ze gaat aan haar eigen kennis ten onder. Beter blaas je lieve rookwolken uit. Sla maar eens goed met die oren. Ik zie het al. Goed hoor. We hebben een B, we hebben een A, we hebben een H. Bah! En blazen maar. Zie je nu, het komt binnen. Het evaporeert tot niets. Lekker puh. Laten kuchen. Griss mich nich.


Reclameren / Gein & Ongein / 30-05-2016

Niemand maar dan ook niemand reclamindert. Iedereen reclameert. Brizl djeu. I hate it. Er is weer een nieuwe ontdekking gedaan heb ik me laten vertellen. Ja, ik hoor nogal wat. En vaak uit de eerste hand. Eerste tak eigenlijk. Een robuuste eik uit mijn bos is van de actualiteit. Hij steekt zijn takken uit onder ieders neus. Iedere nieuwszindering door de lucht vangt hij op. En als kenner weet hij ondertussen wat ik interessant vind. Harrie, zegt hij dan. Ik ga je weer eens goed catweazlen. Dan weet ik genoeg en ga er eens goed voor zitten. Hoed u voor de achterlijk uitziende mens. Hij is wijzer dan u denkt. Zo reken ik mevrouw Flodder tot een van de belangrijkste filosofen des vaderlands. De vrouwelijk Cruijffie zogezegd.

Maar vertel het eens eik. Wat wil je vandaag aan mij kwijt. Ik krijg een hele uiteenzetting over hersenpannen, voorkwabben, achter- en bovenkamertjes en hoe informatie zich nestelt middels emotionele gewaarwording. Ik weet in een mum van tijd hoe mijn schedel eruit ziet en waar reclamekwallen mijn hersenkwabben trachten te plagen. Best wel handig. Ware het niet dat ik er niets tegen ondernemen kan. Het gebeurd zonder dat ik er notie van heb. En als ik dan de televisie en mijn computer uitzet? De reclame in de straat niet lees. Mij blinddoek voor reclame. Ha, ha, lacht de eik. Dat houdt jij nog geen minuut vol. De proef op de som. En jawel hoor. Na een halve minuut verlang ik al naar eikels. Hoe ga ik hier in hemelsnaam gezond mee om.

Onderwerping, schreeuwt de eik me toe. Nooit, kaats ik terug. Onmiddellijk gaat een kamertje boven in mijn hersens open. Een Magnum Almond schreeuwt om aandacht. Hij is nog geeneens in de buurt. Maar alleen de lokroep al. Ik spring op mijn benenwagen en ren zo hard ik kan naar de buurtwinkel. De Almond ligt al veel te lang in het vriesvak. Maar what the fuck. Griss mich nich. Het is vakantie.

De eik ligt helemaal in een deuk. En jij wil reclaminderen. Laat me niet lachen. Reclameren gaat je veel beter af. Slaaf die je bent. Hij heeft gelijk. En hij weet het. Het enige wat ik nog kan doen is mijn reclameband afgooien. Misschien dat het helpt. Het geeft meteen een bevrijdend gevoel. De maagband hielp ook. Per slot van betaalrekening. Ik klaag niet verder en onderga mijn lot. Een reclameloos leven ligt helaas nog ver weg. Zeker nu de reclamekwallen de laatste ontdekking hebben gedaan. Gelukkig legt de eik me uit waar de reclamegenotsknop in mijn hersenpan zit en hoe ik die kan beschermen tegen prikkels van buitenaf. Voorlopig dan. Totdat ook de reclamehackers bezit van mijn genotsknop nemen. Het reclamehek gaat vroeg of laat weer van de dam.


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

30-04-2016

Columns van Harrie (April 2016)


De dolle doler / Gein & Ongein / 12-04-2016

Zwervers weten vaak mijn bos te vinden. Ik noem ze voor de gein wel eens lonely wolves. Zo gedragen zij zich meestal. Afgeweken van, afgestoten door de roedel. Maar omdat die term sinds kort wat beladen is in de media, doe ik hem bij deze in de ban. Dat doe ik nooit met zwervers. Zwervers ban ik nooit. Ook zij verdienen een plek op aarde en al helemaal in mijn bos. Niemand wordt gevraagd om zwerver te worden en al helemaal niet om als zwerver geboren te worden. Het zal je maar overkomen. Meteen je ma en pa kwijt? Aan werk of aan andere aardse zaken. Het komt nog veel te vaak voor. Gelukkig vinden de verloren zielen vaak troost in mijn bos. Daar kunnen zij ook volledig zichzelf zijn. Het helpt en heelt. Ik maak alleen maar een praatje met hen indien zij daarom vragen, er voor openstaan. Beter mee verlegen dan om verlegen zeg ik altijd.

Deze week had ik een uniek geval in mijn bos. De meeste zwervers tonen enigszins vergelijkbaar gedrag. Maar deze niet. Een man is het. Een forse man. Niet fors geschapen. Hoe ik dat nu weer weet? Nou, dat vertelde hij mij al na drie zinnen. Ik ben een zwerver. Sinds een jaar of drie. En ik ben klein geschapen. Dat vertelde hij mij. Waarom? Geen idee. Totdat ik doorvroeg. Toen bleek snel dat hij sinds zijn geboorte al zwerver is. Dat dat hem klein gehouden heeft ... en dat daardoor ... ach ... de rest kunt u zelf wel invullen lezer.

Enfin. Het doet er eigenlijk ook niet toe. De grote van een geslacht zegt niets over de persoon. Wat je ermee doet is veel belangrijker. Veel plassen. Zei de man nog. Veel en wild. Heel wild. Ik dacht die heeft ze niet meer op een rij. Maar dat weersprak ie onmiddellijk. Ik plas ook rijtjes, zei hij. Zien, zei ik en geen gezeik. De zwerver haalde vol trots zijn pieliewielie tevoorschijn en sproeide in no time alle rietjes omver die ik eerst zorgvuldig op een rijtje had gezet in het rulle zand. Ik was heel even onder de indruk. Maar het bleef voor mij wel een vreemde zwerver. Mijn nieuwsgierigheid edoch was gewekt en ik vroeg naar zijn naam en herkomst.

Dolle doler was zijn naam en over zijn herkomst wilde hij liever niet uitweiden. Allemaal ballast. Hij zou er een container mee kunnen vullen. Een zeecontainer. Dat zei genoeg. Ik liet het verder rusten. Wat ie dan in mijn bos kwam doen? Hoe hij hier terecht was gekomen? Gevonden op internet zij hij. Op internet? Dat is vreemd, zit ik ook al op internet? Mijn bos? En Raakhout, die ook? Ja, die kende hij ook. Ik was heel even stomverbaasd. Dat overkomt mij niet zo vaak. Dolle Doler liet het me zien. Hij stond er op. Maar niet nadat hij mij vroeg waar hier de zendmast stond. Zendmast? We hebben hier in Nummer Een alleen een TV-toren. Kan dat ook? Hij probeerde het gewoon. En jawel. In een keer verbinding. Vol trots liet hij zien hoe hij mij gevonden had. Totdat. Shit. Geen verbinding. Geen toegang. Uitgesloten. Hoe was dat mogelijk? Zonder verder ook nog maar een woord te wisselen trok Dolle Doler verder. Vreemde manier van communiceren, dacht ik nog. Maar ja. Alles draait tegenwoordig om techniek nietwaar? Als die uitvalt of niet werkt dan heerst er alleen nog maar stilte. Mozes kriebel. Wat een armoede. Wat een eenzaamheid. De Dolle Doler zweeg en liep gebukt mijn bos uit. Op zoek ... ja ... op zoek naar watt?


Malle piepjes / Gein & Ongein / 17-04-2016

Griss mich nich. Wat ik nu toch ervaar in mijn bos? Alle dieren piepen. Hoe kan dat nu? Ze maken allemaal hetzelfde geluid. Maar wacht eens even. Zijn dat wel dieren uit mijn bos? Ze zien er zo gelikt uit en ze bewegen wat vreemd. Houterig. Nee, niet houterig, eerder metaalachtig. Zie ik het goed? Ze zijn ook van metaal. Mozes kriebel, het zijn geen echte dieren. Het zijn goed nagemaakte dierenrobots. Daarom piepen ze zo natuurlijk. Slecht geolied waarschijnlijk in de beweegbare delen. Neem nu dat konijn. Ha, ha. Het loopt als Frankenstein en het piept als de tinnen man uit Alice in Wonderland. Ja, ik ken mijn klassiekers. Net als Raakhout overigens. Die houdt zijn grote paddenpoten tegen zijn kleine paddenoren. Ik geef hem geen ongelijk. De dierenrobots maken veel kabaal.

Al snel zie ik ook mensen in het bos. Ze dragen allemaal een klein zwart kistje dat ze als een wichelroede voor zich houden. Ze speuren het bos af naar iets. Ik weet niet zo goed wat. Totdat ze ineens oog in oog staan met een dierenrobot. Hun dierenrobot. Dat is onmiddellijk te zien aan de blijde blik van zowel robot als bestuurder. Frappant ook de gelijkenis van beiden. Zoals huisdieren, met name honden, vaak op hun baasje lijken, zo is dat ook het geval met robots en hun baasjes. Zo heeft het baasje van het robotkonijn bijna net zo'n grote voortanden als het konijn.

Lang kan ik niet genieten van dit rare schouwspel. Een vreemd object landt in mijn nek en stort neer. Geen UFO. Dat is zeker. Uit de bosjes springt ineens een klein mannetje. Hij is volledig in paniek en rent keihard naar het vreemde object. Tilt het op en bekijkt het van alle kanten. Mij laat ie volledig links liggen. Wat me vervolgens uitermate boos maakt. Vreemde objecten en techniek winnen het voortdurend qua aandacht van de mens. Ik zeg bewust niet medemens, want daarvan is nauwelijks meer sprake. We hebben niets meer met elkaar. Buiten een boze blik.

"Mijn drone is stuk!" Dat is het enige wat het kleine mannetje kan uitbrengen. Hij zakt door zijn knieën en begint keihard te huilen. Ik houd mijn ene hand in mijn nek om een flinke bloeding te stelpen, veroorzaakt door een van de schoepen van de drone. Met mijn andere hand streel ik het kleine mannetje over zijn bol. "Het komt allemaal goed meneer." Fluister ik hem toe. "En anders neemt u toch gewoon een konijn?" Maar de man is ontroostbaar.


Prins / Gein & Ongein / 25-04-2016

Er loopt al dagenlang een kleine prins door mijn bos. Hij probeert zich te verstoppen voor mij. Vanachter dikke eiken en beuken lukt hem dat aardig. Maar daar waar de berken staan valt hij al snel door de mand. Gekleed in zwart en wit probeert hij zich nog te camoufleren. Maar eerlijk is eerlijk. Die kleren staan hem niet. Ze passen eenvoudigweg niet bij een kleine prins.

Op zijn wangen verschijnt een paarse gloed zodra ik hem opmerk. De vragen die ik hem stel komen niet echt binnen. Mozes kriebel, wat een vreemde prins is die man. Ook Raakhout krijgt geen hoogte van het kleine mannetje. Ik schat dat ie net de een meter vijftig haalt. Het is wel een bijzonder mannetje en zeer creatief. Hij bespeelt alle instrumenten in het bos en ik heb hem ook al regelmatig gezien in mijn houthok. Daar hangt al mijn gereedschap. Het hele instrumentarium heeft de kleine prins de afgelopen dagen al stiekem mee naar buiten gezeuld. Ik heb hem zijn gang laten gaan. Gewoon uit nieuwsgierigheid.

Hij heeft me niet in de gaten. Nu kan ik observeren wat hij doet. Naast een grote eik zie ik dat hij een grote stellage bouwt. Ik kan mijn ogen amper geloven. Die man is geniaal. In no time bouwt de kleine prins een lift. Waarom is mij niet duidelijk. Er hangen geen eikels aan de boom. Daarvoor is het nog te vroeg. Enfin, ik laat hem maar begaan. Misschien is de kleine prins wel ooit een liftboy geweest, wie zal het zeggen? Maar het is toch wel een beetje vreemd. Tegen de avond is de lift klaar. En hij werkt nog ook. Wat een genie is die man.

Tot laat in de nacht speelt de kleine prins met de lift. Op en neer en op en neer. Er komt geen einde aan. Zelfs Raakhout wordt nu een beetje nerveus. Die is eigenlijk nooit uit het veld geslagen, springt nooit uit zijn vel. Maar nu wordt hij toch wel enigszins nerveus. Ik besluit maar eens poolshoogte te nemen. Wat zijn de beweegredenen van deze kleine man?

Maar helaas, de kleine prins is niet aanspreekbaar. Tot overmaat van ramp gaat hij niet langer in stilte op en neer met de lift. Nee, hij zingt allemaal vreemde liedjes. Uit lieve lust denk ik dan maar. In het Engels. Gelukkig versta ik een klein beetje Engels. Het zijn best leuke liedjes. Over tijd, liefde, auto's en regen. Tekenen aan de wand. Het liedje over regen blijft terugkomen. Tot treuren toe. Ik zie dat Raakhout er nu zelfs paarse wangen van krijgt. Dat heeft de kleine prins toch voor elkaar. De paarse prins.


Vijfhonderdvierennegentig alweer / Gein & Ongein / 29-04-2016

Met een bosje bloemen en een flink stuk taart neem ik de bus naar Nummer Een. Af en toe steek ik mijn neus tussen de bloemenblaadjes en snuif de zoele geuren die daaraan ontstijgen diep op. Ik waan mezelf in de bloementuin van mijn grootouders. Hoe lang is dat geleden? Ze zijn nu dood. Nog vijf minuten en ik ben er. Hoe zou het ze vergaan? Harrie en Raakhout. Lang niet meer gezien.

Onrustig drentel ik op en neer tussen beuk en eik. Mijn favoriete hotspot. Brizl dieu wat is het heet. Vandaag word ik vijfhonderdvierennegentig. Op naar de zeshonderd. Waar is de tijd toch gebleven? Ik vier het klein. Sterker nog. Een mens weet er maar van. Mijn schrijftafelheer Mien. En vandaag komt hij op bezoek, mij feliciteren. Raakhout is al bijna net zo zenuwachtig als ik. Het is nu bijna driehonderd jaar geleden dat ik mijn verjaardag voor het laatst vierde.

De bus stopt bij de laatste halte. Het is nog twee kilometer lopen en dan ben ik er. Ik kijk nog eens goed op het perkament dat Harrie mij heeft toegezonden. Geen wegen maar sferen staan beschreven. In geuren en kleuren.
Ga bij de roosjes linksaf. Let wel op. Bij de lichtroze rozen die ruiken naar zoete zuurtjes. Daar waar de wind rechts langs je oren waait en de lucht ruikt naar dennenhars ga je linksaf. Blijf vanaf hier rechtdoor lopen en fluit of neurie 'Drie kleine kleutertjes'. Doe dat twee keer. Dan hoor je links tussen de struiken een klein stroompje kabbelen. Volg dit via de rechterkant, tot je bij een klein bruggetje aankomt. Hier haalt Raakhout je op.

'Raakhout het is bijna tijd. Pik jij Mien even op. Bij de brug. Bij de brug ja, niet eronder, oen.' Ik kan hem maar een opdracht tegelijk geven. Eigenlijk had ik hem ook nog willen vragen wat paarse brem mee te nemen, maar dat is gewoon too much. Sinds kort ben ik erachter dat Raakhout lijdt aan ADHD. Naast autisme is dat een lastige staat van zijn. Maar meten is weten. Een opdracht per keer meegeven volstaat even.

'Ha, Raakhout, sta je hier al lang? Dat is lang geleden.' Raakhout kijkt dwars door me heen. Heel even loopt er een koude rilling over mijn rug. Zo ken ik Raakhout niet. Koudbloedig van binnen en van buiten. Ik laat het maar zo. Ben veel te verheugd om Harrie weer te gaan zien. Zonder een krimp te geven huppelt Raakhout voor me uit door het struikgewas. Steeds sneller. 'Hee, doe eens even rustig, we hoeven toch niet de trein te halen?' Raakhout hoort me niet en struint stevig door. Na pakweg vijfenvijftig krammen en krassen zie ik de hut van Harrie voor me. Zou hij thuis zijn? De deur van de hut zwaait open.

'Ha, Mien daar ben je dan. Niets veranderd zie ik. Nog steeds kleurrijk gekleed, en ha, ha, ik zie het al, je eigen eten meegenomen, verse bloemen en taart. Je bent ook niet vergeten dat ik dol ben op dahlia's. Mmm, dat wordt smullen. Doe je jas maar uit, neem een kistje en ga ergens zitten. Neem die grote kist maar, vooruit, zo vaak kom je niet op bezoek. Vertel, vertel, wat heb ik allemaal gemist de afgelopen tijd?'

'Allemaal rumoer en onrust Harrie, opstand en gerel. Je wil het niet weten. Dagen, weken is er niet geschreven. De boel is zelfs een maand stilgelegd. Een splitsing vond plaats, in allemaal minikampen, heel verdrietig allemaal. Het is niet anders. Maar, gelukkig is er ook goed nieuws te melden. De laatste dagen trekt alles weer vlot. Oude schrijvers komen weer terug. We hebben alleen blijvend afscheid moeten nemen van je weet wel, hij die zo graag genoemd wil worden. Hij maakte het veel te bont. Schreef lukraak alleen nog maar bullshit. Hij smeet met modder en met vlijmscherpe pijltjes. Het schijnt dat ie nu alleen nog maar dart in zijn vrije tijd. Dart Harrie, niet tart.'

'Griss mich nich, Mien, ik schrik ervan. Liet hij zich zomaar afpoeieren dan? Want zo klinkt het. Dat zal toch niet? Zo'n deftig heerschap, ongepast en ongehoord!'

'Wel Harrie, het was geen afpoeieren hoor. Er is zorgvuldig met reden, hoor en wederhoor, en niet te vergeten argumenten en verklaringen over en weer gestrooid. Maar begrip en acceptatie wilde helaas niet landen, niet binnenkomen. Evenmin een pauze. Ach, je kent het heerschap toch? Vooralsnog is de vulkaan tot rust gekomen en ingeslapen. Na wat laatste aardschokken en plaagstoten. Voor hoelang? Geen idee. Niemand die het weet. Onbelangrijk ook verder. We hebben iets te vieren Harrie. Vijfhonderdenvierennegentig alweer. Op naar de zeshonderd.

Co-column geschreven door Harrie en Mien


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

24-04-2016

Vijfhonderdenvierennegentig alweer

Met een bosje bloemen en een flink stuk taart neem ik de bus naar Nummer Een. Af en toe steek ik mijn neus tussen de bloemenblaadjes en snuif de zoele geuren die daaraan ontstijgen diep op. Ik waan mezelf in de bloementuin van mijn grootouders. Hoe lang is dat geleden? Ze zijn nu dood. Nog vijf minuten en ik ben er. Hoe zou het ze vergaan? Harrie en Raakhout. Lang niet meer gezien.

Onrustig drentel ik op en neer tussen beuk en eik. Mijn favoriete hotspot. Brizl dieu wat is het heet. Vandaag word ik vijfhonderdvierennegentig. Op naar de zeshonderd. Waar is de tijd toch gebleven? Ik vier het klein. Sterker nog. Een mens weet er maar van. Mijn schrijftafelheer Mien. En vandaag komt hij op bezoek, mij feliciteren. Raakhout is al bijna net zo zenuwachtig als ik. Het is nu bijna driehonderd jaar geleden dat ik mijn verjaardag voor het laatst vierde.

De bus stopt bij de laatste halte. Het is nog twee kilometer lopen en dan ben ik er. Ik kijk nog eens goed op het perkament dat Harrie mij heeft toegezonden. Geen wegen maar sferen staan beschreven. In geuren en kleuren.
Ga bij de roosjes linksaf. Let wel op. Bij de lichtroze rozen die ruiken naar zoete zuurtjes. Daar waar de wind rechts langs je oren waait en de lucht ruikt naar dennenhars ga je linksaf. Blijf vanaf hier rechtdoor lopen en fluit of neurie ‘Drie kleine kleutertjes’. Doe dat twee keer. Dan hoor je links tussen de struiken een klein stroompje kabbelen. Volg dit via de rechterkant, tot je bij een klein bruggetje aankomt. Hier haalt Raakhout je op.

‘Raakhout het is bijna tijd. Pik jij Mien even op. Bij de brug. Bij de brug ja, niet eronder, oen.’ Ik kan hem maar een opdracht tegelijk geven. Eigenlijk had ik hem ook nog willen vragen wat paarse brem mee te nemen, maar dat is gewoon too much. Sinds kort ben ik erachter dat Raakhout lijdt aan ADHD. Naast autisme is dat een lastige staat van zijn. Maar meten is weten. Een opdracht per keer meegeven volstaat even.

‘Ha, Raakhout, sta je hier al lang? Dat is lang geleden.’ Raakhout kijkt dwars door me heen. Heel even loopt er een koude rilling over mijn rug. Zo ken ik Raakhout niet. Koudbloedig van binnen en van buiten. Ik laat het maar zo. Ben veel te verheugd om Harrie weer te gaan zien. Zonder een krimp te geven huppelt Raakhout voor me uit door het struikgewas. Steeds sneller. ‘Hee, doe eens even rustig, we hoeven toch niet de trein te halen?’ Raakhout hoort me niet en struint stevig door. Na pakweg vijfenvijftig krammen en krassen zie ik de hut van Harrie voor me. Zou hij thuis zijn? De deur van de hut zwaait open.

‘Ha, Mien daar ben je dan. Niets veranderd zie ik. Nog steeds kleurrijk gekleed, en ha, ha, ik zie het al, je eigen eten meegenomen, verse bloemen en taart. Je bent ook niet vergeten dat ik dol ben op dahlia’s. Mmm, dat wordt smullen. Doe je jas maar uit, neem een kistje en ga ergens zitten. Neem die grote kist maar, vooruit, zo vaak kom je niet op bezoek. Vertel, vertel, wat heb ik allemaal gemist de afgelopen tijd?’

‘Allemaal rumoer en onrust Harrie, opstand en gerel. Je wil het niet weten. Dagen, weken is er niet geschreven. De boel is zelfs een maand stilgelegd. Een splitsing vond plaats, in allemaal minikampen, heel verdrietig allemaal. Het is niet anders. Maar, gelukkig is er ook goed nieuws te melden. De laatste dagen trekt alles weer vlot. Oude schrijvers komen weer terug. We hebben alleen blijvend afscheid moeten nemen van je weet wel, hij die zo graag genoemd wil worden. Hij maakte het veel te bont. Schreef lukraak alleen nog maar bullshit. Hij smeet met modder en met vlijmscherpe pijltjes. Het schijnt dat ie nu alleen nog maar dart in zijn vrije tijd. Dart Harrie, niet tart.’

‘Griss mich nich, Mien, ik schrik ervan. Liet hij zich zomaar afpoeieren dan? Want zo klinkt het. Dat zal toch niet? Zo’n deftig heerschap, ongepast en ongehoord!’

‘Wel Harrie, het was geen afpoeieren hoor. Er is zorgvuldig met reden, hoor en wederhoor, en niet te vergeten argumenten en verklaringen over en weer gestrooid. Maar begrip en acceptatie wilde helaas niet landen, niet binnenkomen. Evenmin een pauze. Ach, je kent het heerschap toch? Vooralsnog is de vulkaan tot rust gekomen en ingeslapen. Na wat laatste aardschokken en plaagstoten. Voor hoelang? Geen idee. Niemand die het weet. Onbelangrijk ook verder. We hebben iets te vieren Harrie. Vijfhonderdenvierennegentig alweer. Op naar de zeshonderd.

Co-column geschreven door Harrie en Mien

02-07-2015

De Heikrekel

Het kost moeite om het restaurant te vinden, diep verstopt in de Weertse bossen. Helaas geen wegaanduidingen en onvindbaar voor navigatiesystemen. GPS, GLONASS, BeiDou en Galileo, ze vangen allemaal bot. Maar eerlijk is eerlijk het is een prachtige locatie. De naam Heikrekel is enerzijds toepasselijk want hij staat op het menu. Anderzijds niet. Heikrekels in een bos?

Het restaurant is gebouwd in de vorm van een heikrekel. Niet echt handig, alsof je binnenstapt in een koperen vliegenasbak. Kent u ze nog? Met zo’n openslaande klep als vleugel. De ontvangst is niet bijzonder vriendelijk en het stinkt er verschrikkelijk. Het personeel is zelfs verrast dat ik het restaurant heb weten te vinden. Nu is er werk aan de winkel. Dat vindt het personeel schijnbaar niet leuk.

Er staat slechts een tafeltje met vier stoelen in de ruimte. Aan de wanden en aan het plafond hangen grote muskietennetten. Een donkere inrichting is het. Uit kleine geluidsboxen in de hoeken klinkt gezoem. Heel irritant. Ik krijg een menukaart in de handen gedrukt. Die heeft de vorm van een heikrekel. Er staat slechts een gerecht vernoemd. U raad het al. Heikrekel. Maar ik kan wel kiezen uit diverse bereidingen. Gekookt, gestoomd, gebakken, gefrituurd of rauw. Ik kies voor rauw.

Met een knikje duidt de nurkse ober op een vangnet dat in de hoek staat. Hij is kort van stof. Over drie minuten worden de heikrekels losgelaten. Ik moet zelf het eten vangen. Honderden heikrekels worden losgelaten. Al snel heb ik er een te pakken. Angstig vouwt het beestje zijn rechthoekige vleugels onder zijn schild. Hij kent zijn lot.

Het bord dat ik voorgeschoteld krijg ziet er niet uit. Een rauwe heikrekel aan een klein kettinkje en verder geen enkele garnering. Ik heb geen trek meer. Uit de muziekboxen klinkt muziek: Waarom, waarom, waarom … ? Dit eco-biologisch restaurant verdient geen hoofdprijs. Ik ontraad het iedereen. Om te huilen zo slecht, zo klantonvriendelijk.


Toelichting:
Geschreven n.a.v. 11e schrijfopdracht op ColumnX (juli 2015), van professioneel schrijfcoach Hella Kuipers (http://heldenreis.nl):
-Schrijf een restaurantrecensie waar elke restauranteigenaar van in tranen uit zou barsten
-Dik het aan, maak het smeuïg
-Maak er een leesbaar geheel van in plusminus 300 woorden (275-325)