Posts tonen met het label paul bogaers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label paul bogaers. Alle posts tonen

23-04-2015

Stilleven (10): Open boek

Om het half jaar draai ik het halve boek dat aan de muur hangt om. Soms is het boek gesloten en soms open. Als het open is, dan altijd op pagina negenhonderd en een. Het beschrijft de klaproos en eindigt met klimop. Tussendoor heel kleinzielig nog wat kleinzoon. Het halve boek is moeilijk te lezen. Uitgesneden in het midden zijn de pagina's. Schimmig lonkt een gat. Een opberggat. Wat heeft er in het boek gelegen, dat niemand weten mag? Vergeeld is de pagina, aan alle drie de zijden van het boek. Dat geldt ook voor al zijn onderliggende volgers. Het is een oud boek, liggend op een grijze stoep. De titel is al lang gevlogen, onzichtbaar. Mijn fantasie vult de titel dan maar in. Wisselend op alle dagen van de week.

Het is dertig juni. Tijd om het halve boek weer eens om te draaien. Wat lonkt aan de linkerzijde van het boek is een donker zwart gat. Het boek lijkt in de stoep gevallen. Opgezogen door het gat. Een klein stuk gekantelde stoeptegel is nog zichtbaar aan de zijkant van het gat. Ik zie het goed. De grond onder de stoep is weggeslagen. Mosgroen zijn de omringende tegels. Ze omzomen een groot geheim. Zeker weten. Wat ik zie verward mij. Ik draai het halve boek vlug weer om. En kijk, daar springt het uit de stoep, uit het zwarte gat omhoog. Het blijft een groot mysterie. De wereld op zijn kop.

Ik splijt het beeld dat ik voor mij zie in twee. Rechts, een half boek opengesneden, vormt de ene helft. Mijn ogen vullen het boek automatisch aan met de andere helft. Het donkere gat in de stoep sluit qua vorm en formaat naadloos aan. De bovenrand van het gat links volgt de bovenzijde van het boek rechts. De onderrand van het gat links sluit aan op de binnenrand van de opengesneden pagina's rechts. Precies in het midden van het beeld, formaat A4 landscape, worden gat en boek gescheiden door een smalle stenen border. De klaproos en de klimop staan in Times Roman heel klein in de uithoeken van de bladzijde van het boek geprint. Net als kleinzielig en kleinzoon. Maar dan boven elkaar. Het boek dat open ligt, tuiniert. Dat mag duidelijk zijn.

Verhaal geschreven naar aanleiding van een fotowerk van Paul Bogaers

13-02-2012

Putdicht

In het diepst van mijn ziel ben ik geroerd.
Zomaar op een decembermorgen
In zalmroze en in groen.
Mijn maag voelt als een bodemloze put.
Is er iemand die mijn zwarte gaten vult?

Drab en regenwater rochel ik naar binnen.
Niets gaat aan mijn waterpoort voorbij.
In ijzer smeed ik snode plannen.
Gitzwart, want alles drijft in mij.
Op drift hol ik door donkere kanalen.
Vind amper troost in moeder aarde.
Ik eindig in een eindeloze zee.

Blaadjes, peuken, neuzel ik naar binnen.
Prikkelen mijn betonnen maag.
Ik hoest ze met het water naar de zee.
Mijn baggergaten houden ieder straatje schoon.
Slechts af en toe word ik gelucht, gekeerd.
Dan ziet mijn bodem ook eens licht.

Mien

Tekst geïnspireerd op fotowerk van Paul Bogaers, maar dan in kleur.

02-02-2012

Diep gegrond

Diep gegrond fluistert de stilte vanachter een gesloten deur.
Wie twijfelt hier nu over beweging als in zwijgzaamheid het oranje flonkert?
Azuur licht op, dwars door twijfelend blauw.
Ik durf het niet. Twijfelen. Om niets.
Liever treed ik binnen, in grote luister.
Maar iets weerhoudt. Iets weerhoudt
Met het slot op slot. Toe. Gewoon dicht.

Een gouden greep biedt houvast.
Zij nestelt zich in mijn kruin.
En ik, ik hoor slechts tweetakt.
Wind fluit in mijn oren. Dwarrelt om mijn stam.
Een onstuimig spel der liefde woelt in mijn bonkend hart..
Complementair in blauw oranje. Vierkant lacht het spel me uit.
Het neemt me beet. Laat niet meer los.
Passie overwoekert zacht mijn dunne lijst.

Een schilderij gedrenkt in dun wazig streperig blauw schreeuwt om lucht.
Het wil ademen. Verdraagt geen klodders verf.
Acht scharnieren houden het recht. Opdat het doek niet omkiepert.
Vurige bladeren van geluk strelen het oppervlak.
Om terstond neer te vallen in een open boek.
Ik hang er maar stilletjes bij. Zilverachtig.
Met het slot op slot. Toe. Gewoon dicht.

Mien

Tekst geïnspireerd op fotowerk van Paul Bogaers

26-05-2010

Ferrytail



Nachtelijke overpeinzingen.
Zes weken lang, waakzaam en wakker.
Draaien en woelen in lichte paniek.
Zij is de prinses van haar eigen droom.
Verzeild geraakt in een onvermijdelijk wel of niet.
Wordt het gaming or loving?
Vadermoord en moederjacht?
Dilemma voor een vrouw op zoek naar Jacob True.

Vertwijfeld, verward en vervreemd.
Hij hoeft slechts binnen te lopen.
Schoorvoetend.
Zij gaat ervoor.
Met wankele overtuiging.
Draagt haar woelig verleden als een woeste waterval op haar rug.
Ontblote bovenarmen opgestroopt tot dicht onder het hart.
Het besluit staat vast.
Scheepshoornen bazuinen over stille donkere wateren.

Geroezemoes breekt door het zwarte zeil.
13 Knopen laten los.
Het schip vindt veilige haven en meert aan.
Lichtdoorschijnend straalt de bruid.
Een aria wordt aangezet.
De pianist verliest zich in zwart wit.

Pauken slaan diep donker serenade.
In waanzinnig wit holt zij haar eigen vertwijfeling voorbij.
Lichtjes gebukt.
Ferrytail onder de arm.
Daar wacht Jacob True.
Met bevroren mondhoeken.
Yes, he will.

Mien

Foto gemaakt door Paul Bogaers