Dolblij ben ik met mijn nieuwe pen. Ik leen hem nooit meer uit. Ook niet voor heel even. Niet doen zeg ik tegen mezelf. Mijn nieuwe Parker is me veel te lief. Je hebt zo van die hebbedingetjes die nauw luisteren. Als ik het doosje opendoe valt mijn oog op een klein papieren boekje dat is bijgevoegd. Het garantiebewijs. En niet zo maar een garantiebewijs. Neuuu ... een internationaal. Met belangstelling lees ik het. Een garantiebewijs voor een pen, het moet niet gekker worden.
'Deze garantie wordt verstrekt door Parker en geldt voor alle landen behalve de VS en Canada, waar een aparte garantie van toepassing is. Uw Parker schrijfinstrument heeft een garantie van twee jaar vanaf de oorspronkelijke aankoopdatum tegen mankementen die te wijten zijn aan fabricage- of materiaalfouten. Bij gebreken binnen de garantieperiode wordt uw Parker product gratis gerepareerd of vervangen. Deze garantie kan worden verlengd door uw Parker schrijfinstrument te registreren op www.parkerpen.com.
Gebruikelijk onderhoud of schade als gevolg van het niet volgens de aanwijzingen van Parker onderhouden van dit product valt niet onder deze garantie. Ook normale slijtage door het gebruik van het product of schade die optreedt door per ongeluk of expres onjuist gebruik of misbruik, verandering of aanpassing of reparatie door niet geautoriseerde personen valt niet onder deze garantie. Tevens valt schade die is veroorzaakt door het gebruik van inkt of vullingen die niet van Parker zijn, niet onder deze garantie. Behalve de garantie zoals hierin wordt verleend en zover dit is toegelaten door de wetgeving, verleent Parker geen enkele garantie, expliciet of impliciet, en Parker wijst specifiek alle garanties af met betrekking tot de verkoopbaarheid of de geschiktheid voor een bepaald doel.
Parkeraansprakelijkheid onder deze garantie is beperkt tot de reparatie of vervanging van het schrijfinstrument en Parker is onder deze garantie niet verantwoordelijk voor enige schade en/of vervolgschade, ongeacht of deze wel of niet te voorzien was tenzij die schade het gevolg is van een opzettelijke handeling of weglating of grote nalatigheid van Parker of zijn medewerkers, vertegenwoordigers of agenten. Onder voorbehoud van andere rechten en rechtsmiddelen onder de van toepassing zijnde wet.
Bepaalde producten kunnen uit productie zijn genomen of kunnen mogelijk niet gerepareerd worden. In dat geval behoudt Parker het recht een product voor een product van gelijke waarde en stijl te vervangen. Voor service onder deze garantie, dient u uw pen bij een door Parker geautoriseerd servicecenter terug te sturen, samen met het originele garantiecertificaat juist ingevuld door een geautoriseerde dealer (of een aankoopbewijs, zoals een bon met datum waarop de aankoop van het geclaimde product is te zien).
Deze garantie geeft u deze specifieke rechten. Eventuele andere rechten kunnen van land tot land variëren. Deze rechten worden niet aangetast door deze garantie, waaronder (maar niet beperkt tot) wettelijke garanties die de gevolgen van wel of niet zichtbare defecten in het product dekken.'
Ik moet even bijkomen. Het is niet waar. Wat een relaas voor een pennetje. Een ballpoint om precies te zijn. Een vulpen kan ik me nog niet veroorloven. Bovendien zit er een zeer uitgebreide gebruiksaanwijzing bij. Ja, ik heb de website even geraadpleegd. Wat denkt u? Na het lezen van de garantiebepalingen ben ik toch wel erg nieuwsgierig geworden. Wat een aanbod heeft deze schrijfinstrumentenmaker. Enorm.
Maar wat ik nog niet gelezen heb is de achterzijde van de derde bladzijde van het garantieboekje. Het gaat namelijk nog verder dan ik dacht. Ik lees verder.
'Parker stelt zich niet verantwoordelijk voor het geschrevene dat uit uw schrijfinstrument vloeit. Het vrijwaart zich van iedere uiting en de gevolgen die de uitingen met zich mee kunnen brengen op lezers. Parker erkent dat het vrije woord dat door Parkerinkt vloeit impact kan hebben op de ontvanger, edoch zal geen aansprakelijkheid nemen in de uitwerking op de ontvanger. Maar dan ook geen enkele. Ook positieve uitingen en gevolgen van het gebruik van Parkerinkt, op welke ondergrond dan ook, kunnen rekenen op een neutrale ontvangst. Ieder voordeel dat volgt uit uitingen door Parkerinkt, in welk land dan ook, uitgezonderd De VS en Canada want daar gelden andere regels, komt toe aan de eigenaar van de houder van de inkt en niet aan de producent. Uiteraard wil Parker wel graag credits ontvangen, middels positieve recensies. Die kunnen geplaatst worden op de website www.parkerpen.com.'
Wat ben ik trots op mijn pen. Ik ga er heel zuinig op zijn. In zowel gebruik als in schrijven. Wat is een schrijver zonder zijn schrijfinstrument? Een potlood, toch? En wat voel ik mij gedekt door alle garantiebepalingen. Een echte caretaker dat Parker. En niemand mag hem lenen, mijn pen. Geen denken aan. Stel dat ik hem weer kwijt raak. Hij is zeer geliefd. Mijn Parker schrijfinstrument.
Posts tonen met het label klantvriendelijkheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klantvriendelijkheid. Alle posts tonen
14-05-2017
03-08-2011
Het Gouden Glimlachje
Ik sla de advertentiepagina open van het plaatselijke leugenaartje en schiet in de lach bij een merkwaardige advertentie. Een blijde wulpse dame kijkt me verleidelijk aan. Ze staat achter een kleurrijke balie. Boven de balie hangt een groot bord met de tekst ‘Welkom bij Klantenopvangcentrum Het Gouden Glimlachje!’. Onder de schreeuwletters staat nog een kleinere tekst. ‘Oplossingen op maat voor al uw klantvragen én -problemen. Eerste consult gratis. Bel 06-109708605 voor een afspraak.’ Op de balie zie ik een lamp staan in de vorm van een groot hart.
Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Is dit een grap of een serieuze zaak? Ik wil er het mijne van weten en hang meteen aan de telefoon. Een mevrouw met poezelige geeft antwoord. “Hallo, met Klantenopvangcentrum het Gouden Glimlachje, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Ik kom meteen to the point. “Beste mevrouw, ik las vandaag uw advertentie in de Koerier en vroeg me af wat het Gouden Glimlachje voor mij kan betekenen?” “Ha, ha, meneer u bent een leukerd, u kaatst de vraag terug, nu heeft u een serieus probleem.” Ik laat een kleine stilte vallen en antwoord: “Ja, daar bel ik dus voor, mijn vragen leiden altijd tot problemen.” “Nou meneer, in dat geval bent u bij ons aan het juiste adres. Wij bieden maatwerkoplossingen voor zowel vragen en problemen. Het eerste consult is gratis, dus roept u maar, wanneer kunt u langskomen?”
De directheid waarmee ik aangesproken wordt vraagt om een doortastend antwoord. “Nu meteen mevrouw, kan dat?” “Dat kan meneer, maar dan heb ik wel eerst wat gegevens van u nodig.” Onmiddellijk voel ik argwaan opkomen. “Graag wil ik even het klantenprofiel met uw doornemen, puur administratief, is dat goed?” “Nou vooruit dan, ik ben vandaag in een goede bui, vraagt u maar.” “Hoelang bent u al klant?” “Mmm … moeilijke vraag, vanaf mijn geboorte denk ik.” “Bent u een tevreden of ontevreden klant?” “Dat hangt ervan af, ik heb zo mijn behoeftes. Zolang die gekoesterd worden ben ik tevreden, anders niet.” “Klinkt logisch meneer, ik vul beiden in: tevreden en ontevreden. De volgende vraag. Bent u als klant meegaand of lastig?” “Dat hangt geheel af van de stemming waarin ik verkeer mevrouw. Vandaag ben ik meegaand.” “Wel meneer, dan vul ik ook hier beiden in: meegaand en lastig.”
“Nu nog een persoonlijke vraag meneer, u hoeft die niet te beantwoorden, maar ik raad het u wel aan. Voor u eigen gemoedsrust. Begrijpt u? Wat is het u waard om antwoord op al uw vragen en problemen te krijgen?” Die vraag stemt tot nadenken. “Nou mevrouw, daar vraagt u me wat. Indien het bevredigende antwoorden oplevert, veel, heel veel. In tijd en geld is dat voor mij niet uit te drukken. Daar wilt u zeker naartoe mevrouw, niet waar?” Het is even stil aan de andere kant van de lijn. “Tsja meneer, er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan onze dienstverlening. Maar daar komen we samen wel uit, toch? Onze klanten zijn over het algemeen zeer tevreden en zeer gul. Gaat u akkoord als ik bij deze vraag ’alles’ in vul?” De poezelige stem klinkt onweerstaanbaar maar ik antwoord resoluut. “Laat u die vraag nog maar even open staan, mevrouw, tot na het gratis consult met uw goedvinden.”
“Best meneer, wilt u dan wel zo vriendelijk zijn om al uw klantvragen én -problemen duidelijk op een A4 te schrijven. Want tot zover reikt het gratis consult. En ja, ik weet het, een A4 is lang niet toereikend om alles duidelijk te formuleren. Maar alleen op deze wijze kunnen we antwoorden garanderen die u een gouden glimlach bezorgen. In de beperking toont zich de meester niet waar? Ik hoef u natuurlijk niet uit te leggen dat in een juiste formulering van de vraag, het antwoord vaak al schuil gaat, ha, ha. Wij worden samen slapend rijk meneer. Begrijpt u? Ja, u en ik. En ik kan u nu al vertellen meneer, als u hier vandaan gaat bent u weer helemaal het mannetje. Dan voelt u zich weer koning. Koning klant. Komt u nu maar snel. Zullen we zeggen tot over een half uur?” Ik krijg geen tijd meer om antwoord te geven. De dame in kwestie heeft ingelegd. De boodschap is duidelijk. Ik noteer het adres met een vette glimlach. Op naar goud. Het A4 schrijf ik in een mum van tijd vol. Geen probleem.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
Mijn nieuwsgierigheid is gewekt. Is dit een grap of een serieuze zaak? Ik wil er het mijne van weten en hang meteen aan de telefoon. Een mevrouw met poezelige geeft antwoord. “Hallo, met Klantenopvangcentrum het Gouden Glimlachje, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Ik kom meteen to the point. “Beste mevrouw, ik las vandaag uw advertentie in de Koerier en vroeg me af wat het Gouden Glimlachje voor mij kan betekenen?” “Ha, ha, meneer u bent een leukerd, u kaatst de vraag terug, nu heeft u een serieus probleem.” Ik laat een kleine stilte vallen en antwoord: “Ja, daar bel ik dus voor, mijn vragen leiden altijd tot problemen.” “Nou meneer, in dat geval bent u bij ons aan het juiste adres. Wij bieden maatwerkoplossingen voor zowel vragen en problemen. Het eerste consult is gratis, dus roept u maar, wanneer kunt u langskomen?”
De directheid waarmee ik aangesproken wordt vraagt om een doortastend antwoord. “Nu meteen mevrouw, kan dat?” “Dat kan meneer, maar dan heb ik wel eerst wat gegevens van u nodig.” Onmiddellijk voel ik argwaan opkomen. “Graag wil ik even het klantenprofiel met uw doornemen, puur administratief, is dat goed?” “Nou vooruit dan, ik ben vandaag in een goede bui, vraagt u maar.” “Hoelang bent u al klant?” “Mmm … moeilijke vraag, vanaf mijn geboorte denk ik.” “Bent u een tevreden of ontevreden klant?” “Dat hangt ervan af, ik heb zo mijn behoeftes. Zolang die gekoesterd worden ben ik tevreden, anders niet.” “Klinkt logisch meneer, ik vul beiden in: tevreden en ontevreden. De volgende vraag. Bent u als klant meegaand of lastig?” “Dat hangt geheel af van de stemming waarin ik verkeer mevrouw. Vandaag ben ik meegaand.” “Wel meneer, dan vul ik ook hier beiden in: meegaand en lastig.”
“Nu nog een persoonlijke vraag meneer, u hoeft die niet te beantwoorden, maar ik raad het u wel aan. Voor u eigen gemoedsrust. Begrijpt u? Wat is het u waard om antwoord op al uw vragen en problemen te krijgen?” Die vraag stemt tot nadenken. “Nou mevrouw, daar vraagt u me wat. Indien het bevredigende antwoorden oplevert, veel, heel veel. In tijd en geld is dat voor mij niet uit te drukken. Daar wilt u zeker naartoe mevrouw, niet waar?” Het is even stil aan de andere kant van de lijn. “Tsja meneer, er hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan onze dienstverlening. Maar daar komen we samen wel uit, toch? Onze klanten zijn over het algemeen zeer tevreden en zeer gul. Gaat u akkoord als ik bij deze vraag ’alles’ in vul?” De poezelige stem klinkt onweerstaanbaar maar ik antwoord resoluut. “Laat u die vraag nog maar even open staan, mevrouw, tot na het gratis consult met uw goedvinden.”
“Best meneer, wilt u dan wel zo vriendelijk zijn om al uw klantvragen én -problemen duidelijk op een A4 te schrijven. Want tot zover reikt het gratis consult. En ja, ik weet het, een A4 is lang niet toereikend om alles duidelijk te formuleren. Maar alleen op deze wijze kunnen we antwoorden garanderen die u een gouden glimlach bezorgen. In de beperking toont zich de meester niet waar? Ik hoef u natuurlijk niet uit te leggen dat in een juiste formulering van de vraag, het antwoord vaak al schuil gaat, ha, ha. Wij worden samen slapend rijk meneer. Begrijpt u? Ja, u en ik. En ik kan u nu al vertellen meneer, als u hier vandaan gaat bent u weer helemaal het mannetje. Dan voelt u zich weer koning. Koning klant. Komt u nu maar snel. Zullen we zeggen tot over een half uur?” Ik krijg geen tijd meer om antwoord te geven. De dame in kwestie heeft ingelegd. De boodschap is duidelijk. Ik noteer het adres met een vette glimlach. Op naar goud. Het A4 schrijf ik in een mum van tijd vol. Geen probleem.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
09-01-2011
Klantvriendelijkheid
Ik doe altijd wat de klant belooft. Ze maken mij niet gek. Als de klant belooft dat hij zijn portemonnee gaat halen, bel ik hem altijd even na. Voor het geval hij dat vergeten is. Meestal zijn ze aangenaam verrast als ze mij aan de telefoon krijgen.
“Ja, hallo meneer Boodschap, u spreekt met meneer Winkelmans. Ik ben even benieuwd, heeft u uw portemonnee al gevonden? Ik maak me eigenlijk een beetje ongerust.”
“Ehhh … mijn portemonnee vergeten, o ja, dat klopt … ehhh … ik kwam onderweg een vriend van mij tegen, vandaar dat ik nog geen tijd had om terug te komen.”
“Is niet erg meneer Boodschap, wachten wij gewoon nog even. Ik maak er wel even een kleine notitie van. Maakt u vooral geen haast. We hebben tijd genoeg. Tot zo!”
“Kan ik dan nog even de hond uitlaten, onze Blacky moet nodig plassen!”
“Prima, maar bedenkt u wel, wij sluiten stipt om 17:00 uur. De winkelworstwarenwet schrijft voor dat wij onze klandizie afhandelen tussen 08:30 en 17:00 uur. Daar dient u zich aan te houden. Tot zo!”
Zo nu is het een kwestie van geduld bewaren. Ik ken mijn klanten en probeer mij altijd in te leven in hun beslommeringen. Blacky klinkt als een kleine hond. Kleine plas dus. Ze wonen om de hoek. Ik geef meneer Boodschap een half uur.
“Ja, hallo meneer Boodschap, hier nogmaals met meneer Winkelmans. Zeg het is nu 16:30 uur en ik heb u nog niet terug gezien. Dat is niet netjes en niet conform de afspraak. Weet u wel wat dit voor gevolgen heeft voor onze economie?”
“O sorry meneer Winkelmans, onze Blacky moest ook nog een grote boodschap doen. It runs in the family. Ha, ha. Ahoewwwwwww. Blacky, koest l!!.”
“Nou, nou, nou, meneer Boodschap, dat zijn geen grappen hoor. U bedient zich hier van een flauwe smoes. Iedereen moet zijn steentje bijdragen aan de financiële crisis. Ik geef u nog 10 minuten.”
Meestal sorteert deze handelswijze het beoogde effect. Een klant moet niet denken dat ie mij voor het lapje kan houden. Ik ken mijn pappenheimers. Gelukkig is meneer Boodschap doorgaans zeer meegaand en snel van begrip. Aha, daar is hij al.
“Goedemiddag, meneer Boodschap, u hebt uw portemonnee weer gevonden?”
“Ja, hij zat in mijn andere broek. Nogmaals sorry voor de overlast. Doet u mij nu maar dat mooie biefstukje waar we het vanochtend over hadden.”
“Tja, meneer Boodschap dat zal niet meer gaan vrees ik. De biefstuk is uitverkocht.”
“Maar u zou toch een biefstukje opzij leggen voor mij?”
“Ja, ja, ho eens even, zo zijn we niet getrouwd. U hebt verzuimd op tijd terug te komen. Daar kan ik als vleesboer geen rekening mee houden hoor. Ik heb hier nog een kilo zult, daar zult u het mee moeten doen! Dat is dan twaalf euro dertig.”
“Twaalf euro dertig! Voor een kilo zult waarom ik niet gevraagd heb?”
“Ja, meneer, dat is twaalf euro dertig. U weet niet welke doodsangsten ik heb uitgestaan dat ik die biefstuk niet meer op tijd verkocht zou krijgen. Dat moet ik helaas aan u doorrekenen.”
“Dat kunt u niet maken meneer Winkelmans!”
“O jawel meneer Boodschap, ik beroep mij op de winkelworstwarenwet artikel 3.5 en wilt u nu zo vriendelijk zijn te betalen. Het is al bijna 17:00 uur!”
“Nou het is dat het zo slecht gaat met de economie en ik wel wat kan lijden. Alstublieft!”
“Dank u wel en tot ziens meneer Boodschap, doet u de deur achter u dicht?”
Zolang je maar vriendelijk en duidelijk bent tegen je klanten komt het altijd goed. In zware tijden moet je elkaar helpen. Desnoods met harde maatregelen. Zo’n winkelworstwarenwet komt dan goed van pas. Mij eten ze in ieder geval de kaas niet van het brood.
Mien Hoofdkaas
Geschreven voor website Gek op Klanten
“Ja, hallo meneer Boodschap, u spreekt met meneer Winkelmans. Ik ben even benieuwd, heeft u uw portemonnee al gevonden? Ik maak me eigenlijk een beetje ongerust.”
“Ehhh … mijn portemonnee vergeten, o ja, dat klopt … ehhh … ik kwam onderweg een vriend van mij tegen, vandaar dat ik nog geen tijd had om terug te komen.”
“Is niet erg meneer Boodschap, wachten wij gewoon nog even. Ik maak er wel even een kleine notitie van. Maakt u vooral geen haast. We hebben tijd genoeg. Tot zo!”
“Kan ik dan nog even de hond uitlaten, onze Blacky moet nodig plassen!”
“Prima, maar bedenkt u wel, wij sluiten stipt om 17:00 uur. De winkelworstwarenwet schrijft voor dat wij onze klandizie afhandelen tussen 08:30 en 17:00 uur. Daar dient u zich aan te houden. Tot zo!”
Zo nu is het een kwestie van geduld bewaren. Ik ken mijn klanten en probeer mij altijd in te leven in hun beslommeringen. Blacky klinkt als een kleine hond. Kleine plas dus. Ze wonen om de hoek. Ik geef meneer Boodschap een half uur.
“Ja, hallo meneer Boodschap, hier nogmaals met meneer Winkelmans. Zeg het is nu 16:30 uur en ik heb u nog niet terug gezien. Dat is niet netjes en niet conform de afspraak. Weet u wel wat dit voor gevolgen heeft voor onze economie?”
“O sorry meneer Winkelmans, onze Blacky moest ook nog een grote boodschap doen. It runs in the family. Ha, ha. Ahoewwwwwww. Blacky, koest l!!.”
“Nou, nou, nou, meneer Boodschap, dat zijn geen grappen hoor. U bedient zich hier van een flauwe smoes. Iedereen moet zijn steentje bijdragen aan de financiële crisis. Ik geef u nog 10 minuten.”
Meestal sorteert deze handelswijze het beoogde effect. Een klant moet niet denken dat ie mij voor het lapje kan houden. Ik ken mijn pappenheimers. Gelukkig is meneer Boodschap doorgaans zeer meegaand en snel van begrip. Aha, daar is hij al.
“Goedemiddag, meneer Boodschap, u hebt uw portemonnee weer gevonden?”
“Ja, hij zat in mijn andere broek. Nogmaals sorry voor de overlast. Doet u mij nu maar dat mooie biefstukje waar we het vanochtend over hadden.”
“Tja, meneer Boodschap dat zal niet meer gaan vrees ik. De biefstuk is uitverkocht.”
“Maar u zou toch een biefstukje opzij leggen voor mij?”
“Ja, ja, ho eens even, zo zijn we niet getrouwd. U hebt verzuimd op tijd terug te komen. Daar kan ik als vleesboer geen rekening mee houden hoor. Ik heb hier nog een kilo zult, daar zult u het mee moeten doen! Dat is dan twaalf euro dertig.”
“Twaalf euro dertig! Voor een kilo zult waarom ik niet gevraagd heb?”
“Ja, meneer, dat is twaalf euro dertig. U weet niet welke doodsangsten ik heb uitgestaan dat ik die biefstuk niet meer op tijd verkocht zou krijgen. Dat moet ik helaas aan u doorrekenen.”
“Dat kunt u niet maken meneer Winkelmans!”
“O jawel meneer Boodschap, ik beroep mij op de winkelworstwarenwet artikel 3.5 en wilt u nu zo vriendelijk zijn te betalen. Het is al bijna 17:00 uur!”
“Nou het is dat het zo slecht gaat met de economie en ik wel wat kan lijden. Alstublieft!”
“Dank u wel en tot ziens meneer Boodschap, doet u de deur achter u dicht?”
Zolang je maar vriendelijk en duidelijk bent tegen je klanten komt het altijd goed. In zware tijden moet je elkaar helpen. Desnoods met harde maatregelen. Zo’n winkelworstwarenwet komt dan goed van pas. Mij eten ze in ieder geval de kaas niet van het brood.
Mien Hoofdkaas
Geschreven voor website Gek op Klanten
03-03-2010
Cellofaan
Wat een mooi woord, cellofaan. En multi toepasbaar. Alleen die f die staat behoorlijk in de weg. Cello aan. Cello aan. Daarvan raakt de jeugd geportretteerd. Ook al zo’n mooi muzikaal woord. De lyriek brengt me spontaan in vervoering en ik hoor mezelf hardop denken. Met mijn cello effe aan orkestreer ik muziek in een notendop. De orkestbak loopt spontaan leeg als ik schalks mijn tuba portretteer. De dirigent weet van wanten en smijt met zijn stok naar alle kanten. Plots verdwaalt hij in zijn eigen muze. So do I. Grote gruwel, hoe kom ik op dat woord cellofaan. Multi toepasbaar in het gebruik. Alles wordt er tegenwoordig mee omwikkeld en geseald. In haar hoedanigheid als tape ook zeer geliefd bij boeven en bandieten. Maffiosi passen het zelfs toe als sarcofaag.
Wie verzint zoiets? Cellulosevezels van hout, katoen of hennep, opgelost in base. Om te verworden tot viscose. Vervolgens geëxtrudeerd door een spleet in een zuurbad. Om daarna weer omgezet te worden in cellulose? Het is de Zwitser, good old Jacques E. Brandenberger. De Willie Wortel van het cellofaan. Op zoek naar een coating om textiel waterafstotend te maken. Ingegeven door een omgestoten glas wijn op een vlekkeloos tafelkleed. Sinds zijn uitvinding zitten dierbare etenswaren niet langer in een papieren zak maar in semipermeabel cellofaan.
Dit cellofaan gooit bijna dagelijks mijn ochtendritme overhoop. Ham, kaas, leverworst het zit allemaal geseald. Bij voorkeur met kartelrand. Geen schaar in de buurt? Dan maar open knagen. Ik voel me net een hamster. Eerst ga ik op zoek naar een beginnetje. Voorzichtig knaag ik al sputterend aan de korte zijde. Na zes keer het cellofaan met inhoud gekanteld te hebben slaat de paniek toe. Honger, honger, honger. Ik geraak maar niet naar binnen. De ham kijkt me uitdagend aan. Pak me dan. De scheurfase treedt in. De ham ligt helemaal in een deuk. Lacht me vierkant roze in mijn gezicht uit.
Ik tel tot tien. Vouw het cellofaan inclusief de ham dubbel en doe een laatste scheurpoging. Het moet lukken. Helaas. Het cellofaan en de ham geven zich niet gewonnen. Dan toch maar de schaar erbij halen. Die vindt dat niet leuk. De schaar houdt niet van cellofaan. Ze glijdt uit op het foute plastic. Het cellofaan piept en jankt als de schaar haar horizontaal penetreert. De weerstand is gebroken. Overmoedig snijdt de schaar in één ruk, meteen linea recta door het roze vlees. Ik baal nu als een stekker. Wat voorheen door een plastic ruit glom als roze geluk ligt nu plots verscheurd in stukjes. Verknipte ham. Hoe klantonvriendelijk is dit taaie plastic?
Ik staar naar de klok. Die staat stil. Ik trek de la open en zie een setje batterijen liggen. Verpakt in kogelvrij cellofaan. Shit, het is hoogste tijd om naar mijn werk te gaan.
Mien horror
Geschreven voor website Gek op Klanten
Wie verzint zoiets? Cellulosevezels van hout, katoen of hennep, opgelost in base. Om te verworden tot viscose. Vervolgens geëxtrudeerd door een spleet in een zuurbad. Om daarna weer omgezet te worden in cellulose? Het is de Zwitser, good old Jacques E. Brandenberger. De Willie Wortel van het cellofaan. Op zoek naar een coating om textiel waterafstotend te maken. Ingegeven door een omgestoten glas wijn op een vlekkeloos tafelkleed. Sinds zijn uitvinding zitten dierbare etenswaren niet langer in een papieren zak maar in semipermeabel cellofaan.
Dit cellofaan gooit bijna dagelijks mijn ochtendritme overhoop. Ham, kaas, leverworst het zit allemaal geseald. Bij voorkeur met kartelrand. Geen schaar in de buurt? Dan maar open knagen. Ik voel me net een hamster. Eerst ga ik op zoek naar een beginnetje. Voorzichtig knaag ik al sputterend aan de korte zijde. Na zes keer het cellofaan met inhoud gekanteld te hebben slaat de paniek toe. Honger, honger, honger. Ik geraak maar niet naar binnen. De ham kijkt me uitdagend aan. Pak me dan. De scheurfase treedt in. De ham ligt helemaal in een deuk. Lacht me vierkant roze in mijn gezicht uit.
Ik tel tot tien. Vouw het cellofaan inclusief de ham dubbel en doe een laatste scheurpoging. Het moet lukken. Helaas. Het cellofaan en de ham geven zich niet gewonnen. Dan toch maar de schaar erbij halen. Die vindt dat niet leuk. De schaar houdt niet van cellofaan. Ze glijdt uit op het foute plastic. Het cellofaan piept en jankt als de schaar haar horizontaal penetreert. De weerstand is gebroken. Overmoedig snijdt de schaar in één ruk, meteen linea recta door het roze vlees. Ik baal nu als een stekker. Wat voorheen door een plastic ruit glom als roze geluk ligt nu plots verscheurd in stukjes. Verknipte ham. Hoe klantonvriendelijk is dit taaie plastic?
Ik staar naar de klok. Die staat stil. Ik trek de la open en zie een setje batterijen liggen. Verpakt in kogelvrij cellofaan. Shit, het is hoogste tijd om naar mijn werk te gaan.
Mien horror
Geschreven voor website Gek op Klanten
08-01-2010
Klantenaas
Producenten en leveranciers van producten en diensten zijn erbij gebaat dat hun klanten tevreden zijn. Zowel voor, tijdens als na de verkoop. In de volksmond heet dat: de klant is koning. In vakjargon heet dat: klantvriendelijk en servicegericht. Maar hoe gaat dat nu in de praktijk? Vaak hengelen producenten en leveranciers in dezelfde vijver. Degene die het beste aas heeft vangt over het algemeen de grootste vis. Dat is zeker geen visserslatijn. Maar waaruit bestaat het beste aas? Dat hangt enerzijds af van de producten en diensten die verkocht moeten worden en anderzijds van de klant. Er zijn klanten die nieuwsgierig het aas van alle kanten bekijken en er zijn er die meteen toehappen. Aas moet vers en aantrekkelijk ogen, geuren en smaken. Pas dan hapt de klant toe. Vreet de klant niet meteen met huid en haar op. Gooi hem liever terug in de vijver, zodat hij terugkomt voor een nieuwe maaltijd. Maar let op. Haal hem altijd met fluwelen handschoenen van de haak. Dat voorkomt een beurse mond en beurs.
Stem het aas af op de producten en diensten die verkocht worden. Het aas dient alle zintuigen aan te spreken. Het horen, zien, ruiken, smaken en voelen moeten prettig geprikkeld worden. Zet een passend muziekje op. Versier de vitrine met smaakvolle producten. Visualiseer de dienstverlening en zet daarbij alle mogelijke media in. Bewierook de klant, met alle middelen, desnoods met geurvreters. Trakteer hem op een warm bad en leg hem daarna in de watten.
Succes is dan verzekerd. In geuren en kleuren zullen de klanten producten en diensten aan kennissen, familie en vrienden aanprijzen. Zorg vooraf voor voldoende aas. Vernieuw en ververs het regelmatig. Door het toepassen van klantvriendelijkheid en goede service gaat de klantensluis pas echt open. Met de juiste voor- en nazorg levert dat een kweekvijver van coulante droomklanten op met mild karakter en voldoende kooplust.
Inschikkelijk, buigzaam, gedienstig, gemakkelijk, geschikt, handelbaar, meegaand, nederig, plooibaar, toegeeflijk, verdraagzaam, welwillend, gauw tevreden, gewillig, gezeglijk, luchtig, meegaand, soepel, volgzaam, gedwee, handzaam, inschikkelijk, mak, onderworpen, tam, tegemoetkomend, toeschietelijk, voorkomend, vloeiend, glad, ongedwongen, vlot, bedreven, kortom een erg handige en makkelijke prooi voor producent en leverancier.
Dames en heren, de jacht is vanaf heden geopend. Met het juiste aas worden ze keer op keer gevangen, vertroeteld en weer teruggezet; de klanten, reizigers, patiënten, cliënten, residenten, gasten, bouwheren en opdrachtgevers. Hengel met zorg en geduld naar hongerige klandizie in de klantenvijver.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
Stem het aas af op de producten en diensten die verkocht worden. Het aas dient alle zintuigen aan te spreken. Het horen, zien, ruiken, smaken en voelen moeten prettig geprikkeld worden. Zet een passend muziekje op. Versier de vitrine met smaakvolle producten. Visualiseer de dienstverlening en zet daarbij alle mogelijke media in. Bewierook de klant, met alle middelen, desnoods met geurvreters. Trakteer hem op een warm bad en leg hem daarna in de watten.
Succes is dan verzekerd. In geuren en kleuren zullen de klanten producten en diensten aan kennissen, familie en vrienden aanprijzen. Zorg vooraf voor voldoende aas. Vernieuw en ververs het regelmatig. Door het toepassen van klantvriendelijkheid en goede service gaat de klantensluis pas echt open. Met de juiste voor- en nazorg levert dat een kweekvijver van coulante droomklanten op met mild karakter en voldoende kooplust.
Inschikkelijk, buigzaam, gedienstig, gemakkelijk, geschikt, handelbaar, meegaand, nederig, plooibaar, toegeeflijk, verdraagzaam, welwillend, gauw tevreden, gewillig, gezeglijk, luchtig, meegaand, soepel, volgzaam, gedwee, handzaam, inschikkelijk, mak, onderworpen, tam, tegemoetkomend, toeschietelijk, voorkomend, vloeiend, glad, ongedwongen, vlot, bedreven, kortom een erg handige en makkelijke prooi voor producent en leverancier.
Dames en heren, de jacht is vanaf heden geopend. Met het juiste aas worden ze keer op keer gevangen, vertroeteld en weer teruggezet; de klanten, reizigers, patiënten, cliënten, residenten, gasten, bouwheren en opdrachtgevers. Hengel met zorg en geduld naar hongerige klandizie in de klantenvijver.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
19-05-2009
Bajesklant
Er zijn klanten in diverse soorten en mate. Een klant is meestal een afnemer van een product of dienst van een leverancier. Daar staat een vorm van betaling tegenover. De leverancier wil graag geld verdienen, is voor zijn inkomsten van de klant afhankelijk. Hij zal daarom altijd proberen zijn klanten te vrede te stellen. Maar hoe zit dat nu met bajesklanten. Worden zij ook door de leverancier gekieteld? En levert dat kietelen nog iets op?
In dit geval is de overheid de leverancier. Zij doet haar uiterste best om het de bajesklant zo goed mogelijk naar de zin te maken. Eigenlijk moet ik zeggen bajesgast. Hij blijft altijd wel een poosje logeren. De bajesgast wordt vaak gehuisvest in een stijlvol ingericht vertrek, volledig gestoffeerd en gemeubileerd. Perfect op maat. Niet te groot en niet te klein. Logies en eten zijn inbegrepen. De bediening is ook top. Na iedere maaltijd volgt steevast een heerlijk kopje koffie of thee. Daarna is het aangenaam vertoeven op de sofa voor de breedbeeldtelevisie, met dolby surround uiteraard.
Als de spijsvertering zijn werk heeft gedaan is het de hoogste tijd voor wat lichaamsbeweging. Lekker een wandeling maken in de buitenlucht of spieren ontwikkelen in de fitnessruimte. Als het hoofd de nodige hersentraining nodig heeft bestaat er de mogelijkheid om een kleine rechtenstudie te doen. Het collegegeld bedraagt nul en boeken zijn gratis. De slimme bajesklant ontwikkelt zich binnen een beschermde omgeving.
Voor bajesgasten is het verblijf in een getralied ressort een paradijs op aarde. Een sabbatical relief. Even op adem komen, even omscholen. En daarna er weer fris en fruitig tegen aan. Zo’n tijdelijk kosteloos verblijf is ook goed voor het netwerken. Lekker even samen chillen, hyven en twitteren. Binnenkort waarschijnlijk ook nog wireless. Het gevangenisleven wordt meer en meer losbandig. Het is niet langer een straf om in detentie te verkeren. De bajesklant heeft zijn hart allang verpand.
De klanttevredenheid onder bajesgasten is erg groot. Maar wat levert dat de overheid als leverancier nu op? De overheid kan het niet zo bommen. Zij is niet geïnteresseerd in rendement laat staan klantvriendelijkheid. De bajesklant is immers niet de betaler van de geleverde diensten. De burger, of beter gezegd de belastingbetaler draait op voor de bekostiging. Krommer dan krom bestaat niet. De bajesklant logeert pro deo, de overheid faciliteert pro deo en de burger doneert in harde pegels.
Gelukkig geeft de bajesklant de burger er wel iets voor terug. Door tijdelijke beschikbaarstelling van woonruimte aan bajesgasten wordt het burgerkapitaal namelijk veiliggesteld. Iemand die door gedwongen logies teert op gedoneerde burgercenten, kan andere burgercenten niet meer stelen. Alleen schijn bedriegt. De burgercenten zijn voor de bajesklant slechts een deposito in terminus. De burger beseft het niet of nauwelijks. Eigenlijk betaalt hij smeergeld aan de overheid. De bajesklanten lachen in hun vuistje.
Mien Lucky
Geschreven voor website Gek op Klanten
In dit geval is de overheid de leverancier. Zij doet haar uiterste best om het de bajesklant zo goed mogelijk naar de zin te maken. Eigenlijk moet ik zeggen bajesgast. Hij blijft altijd wel een poosje logeren. De bajesgast wordt vaak gehuisvest in een stijlvol ingericht vertrek, volledig gestoffeerd en gemeubileerd. Perfect op maat. Niet te groot en niet te klein. Logies en eten zijn inbegrepen. De bediening is ook top. Na iedere maaltijd volgt steevast een heerlijk kopje koffie of thee. Daarna is het aangenaam vertoeven op de sofa voor de breedbeeldtelevisie, met dolby surround uiteraard.
Als de spijsvertering zijn werk heeft gedaan is het de hoogste tijd voor wat lichaamsbeweging. Lekker een wandeling maken in de buitenlucht of spieren ontwikkelen in de fitnessruimte. Als het hoofd de nodige hersentraining nodig heeft bestaat er de mogelijkheid om een kleine rechtenstudie te doen. Het collegegeld bedraagt nul en boeken zijn gratis. De slimme bajesklant ontwikkelt zich binnen een beschermde omgeving.
Voor bajesgasten is het verblijf in een getralied ressort een paradijs op aarde. Een sabbatical relief. Even op adem komen, even omscholen. En daarna er weer fris en fruitig tegen aan. Zo’n tijdelijk kosteloos verblijf is ook goed voor het netwerken. Lekker even samen chillen, hyven en twitteren. Binnenkort waarschijnlijk ook nog wireless. Het gevangenisleven wordt meer en meer losbandig. Het is niet langer een straf om in detentie te verkeren. De bajesklant heeft zijn hart allang verpand.
De klanttevredenheid onder bajesgasten is erg groot. Maar wat levert dat de overheid als leverancier nu op? De overheid kan het niet zo bommen. Zij is niet geïnteresseerd in rendement laat staan klantvriendelijkheid. De bajesklant is immers niet de betaler van de geleverde diensten. De burger, of beter gezegd de belastingbetaler draait op voor de bekostiging. Krommer dan krom bestaat niet. De bajesklant logeert pro deo, de overheid faciliteert pro deo en de burger doneert in harde pegels.
Gelukkig geeft de bajesklant de burger er wel iets voor terug. Door tijdelijke beschikbaarstelling van woonruimte aan bajesgasten wordt het burgerkapitaal namelijk veiliggesteld. Iemand die door gedwongen logies teert op gedoneerde burgercenten, kan andere burgercenten niet meer stelen. Alleen schijn bedriegt. De burgercenten zijn voor de bajesklant slechts een deposito in terminus. De burger beseft het niet of nauwelijks. Eigenlijk betaalt hij smeergeld aan de overheid. De bajesklanten lachen in hun vuistje.
Mien Lucky
Geschreven voor website Gek op Klanten
25-03-2009
Geklanterfanter
‘Nummer 666!’
Blikken kruisen elkaar. Een reactie blijft uit.
‘Heeft iemand nummertje 666?’
‘Eh … 666 …, ja ik …, ben ik dan al aan de beurt.’
‘Wat mag het voor u zijn?’ Vraagt de juffrouw achter de toonbank vriendelijk.
De ogen van klant 666 struinen de vitrine af van links naar rechts en vice versa.
‘Wat een aanbod vandaag. Ik kan niet kiezen.’
‘Wat ligt daar links? Het ziet er niet zo appetijtelijk uit.’
Met een blik over de toonbank polst 666 de reactie van de juffrouw.
Geduldig wacht zij af.
Nogmaals scant klant 666 de vitrine. Van links naar rechts en vice versa.
‘Doet u maar een onsje van dit en een onsje van dat.’
‘Of … nee … doet u maar anderhalf ons van dat en een ons van dit.’
‘Het is toch allemaal vers hè?’
‘Jazeker meneer, dit is van vandaag en dat is van gisteren.’
‘Is dat van gisteren? Doet u dan maar anderhalf van dit.’
Tevreden over zijn keuze kijkt klant 666 voldaan om zich heen en grapt naar zijn omstanders.
‘Jullie zijn zo aan de beurt.’
‘Wenst u nog iets anders, of had u het zo?’
‘Ja kijk …, nu u er om vraagt wil ik ook wel een ons van zus en een ons van zo.’
‘Alleen als zus en zo vers zijn en niet van gisteren.’
‘Zus is van vandaag en zo is van gisteren.’
‘O is dat zo? Doet u dan maar alleen een onsje zus.’
De juffrouw pakt het onsje zus in. Klant 666 zoekt oogcontact met zijn buurman.
‘Weet u buurman, vorige week heb ik zo genoten van zus, samen met mijn broer. Het is lang geleden dat mijn broer en ik samen zo genoten hebben van zus.’
‘Meneer …?’ Klinkt het vanachter de toonbank.
Geen reactie.
‘Weet u buurman, het is 10 jaar geleden. En voor die tijd was het nog van voor de oorlog dat mijn broer en ik elkaar voor het laatst zagen. Hebt u de oorlog meegemaakt? Nee, u bent nog jong. In de oorlog maakten we verse zus zelf nog klaar. Maandenlange rijping ging eraan vooraf.’
‘Pardon meneer …, eh … meneer … wenst u nog wat anders?’
‘Nee bedankt …, of wacht … wat denkt u buurman, zal ik nog een onsje ceci ou cela nemen? Dat is Frans, ja weet u, ik spreek ook een woordje Frans? Een woordje over de grens hè, altijd handig.’ Geleerd in het vreemdelingenlegioen, weet u.
De blik van de buurman staat nu op oorlog.
‘Juffrouw, mag ik u vragen, ceci en cela zijn ook vers mag ik hopen?’
‘Jazeker meneer, ceci en cela zijn van vandaag.’
‘Doet u dan maar een onsje van beiden.’
Argwanend scant klant 666 de omstanders in de winkel.
Hij ontwaart zo links en rechts wat irritatie.
‘Zal ik het inpakken of neemt u het zo mee?’
‘Nou juffrouw, daar moet ik even over nadenken. Het is niet goed voor het milieu. Aan de andere kant, als het op straat uit mijn handen valt, dan is het meteen zo’n rotzooi. Doe het maar in een zakje. Het zakje is toch zeker recyclebaar? Anders hoeft het niet hoor.’
‘Dat is dan 12 euro 33.’
‘12 Euro 33!? Zoveel? Hoe bestaat het, daar kocht ik vroeger de hele vitrine van leeg.’
Langzaam doorzoekt Klant 666 zijn jas- en broekzakken. Eerst met zijn linkerhand en vervolgens met zijn rechter. Het ritueel wordt twee keer herhaald.
Zonder blikken of blozen kijkt klant 666 beurtelings de buurman en de juffrouw aan.
‘Mijn portemonnee ligt thuis. Ik ga hem even halen. Leg mijn boodschappen maar achter de toonbank. Als ik terugkom ben ik meteen aan de beurt, toch? Ik heb zojuist ook al lang moeten wachten.’
Klant 666 verlaat onverstoord de winkel. Deze is intussen half leeg gestroomd. De juffrouw achter de toonbank telt haar zegeningen. Dit soort geklanterfanter is voor haar dagelijkse kost. Geduld is een kostbare zaak en in de verkoop een noodzakelijk bezit. De klant is soms een irritante koning.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
Blikken kruisen elkaar. Een reactie blijft uit.
‘Heeft iemand nummertje 666?’
‘Eh … 666 …, ja ik …, ben ik dan al aan de beurt.’
‘Wat mag het voor u zijn?’ Vraagt de juffrouw achter de toonbank vriendelijk.
De ogen van klant 666 struinen de vitrine af van links naar rechts en vice versa.
‘Wat een aanbod vandaag. Ik kan niet kiezen.’
‘Wat ligt daar links? Het ziet er niet zo appetijtelijk uit.’
Met een blik over de toonbank polst 666 de reactie van de juffrouw.
Geduldig wacht zij af.
Nogmaals scant klant 666 de vitrine. Van links naar rechts en vice versa.
‘Doet u maar een onsje van dit en een onsje van dat.’
‘Of … nee … doet u maar anderhalf ons van dat en een ons van dit.’
‘Het is toch allemaal vers hè?’
‘Jazeker meneer, dit is van vandaag en dat is van gisteren.’
‘Is dat van gisteren? Doet u dan maar anderhalf van dit.’
Tevreden over zijn keuze kijkt klant 666 voldaan om zich heen en grapt naar zijn omstanders.
‘Jullie zijn zo aan de beurt.’
‘Wenst u nog iets anders, of had u het zo?’
‘Ja kijk …, nu u er om vraagt wil ik ook wel een ons van zus en een ons van zo.’
‘Alleen als zus en zo vers zijn en niet van gisteren.’
‘Zus is van vandaag en zo is van gisteren.’
‘O is dat zo? Doet u dan maar alleen een onsje zus.’
De juffrouw pakt het onsje zus in. Klant 666 zoekt oogcontact met zijn buurman.
‘Weet u buurman, vorige week heb ik zo genoten van zus, samen met mijn broer. Het is lang geleden dat mijn broer en ik samen zo genoten hebben van zus.’
‘Meneer …?’ Klinkt het vanachter de toonbank.
Geen reactie.
‘Weet u buurman, het is 10 jaar geleden. En voor die tijd was het nog van voor de oorlog dat mijn broer en ik elkaar voor het laatst zagen. Hebt u de oorlog meegemaakt? Nee, u bent nog jong. In de oorlog maakten we verse zus zelf nog klaar. Maandenlange rijping ging eraan vooraf.’
‘Pardon meneer …, eh … meneer … wenst u nog wat anders?’
‘Nee bedankt …, of wacht … wat denkt u buurman, zal ik nog een onsje ceci ou cela nemen? Dat is Frans, ja weet u, ik spreek ook een woordje Frans? Een woordje over de grens hè, altijd handig.’ Geleerd in het vreemdelingenlegioen, weet u.
De blik van de buurman staat nu op oorlog.
‘Juffrouw, mag ik u vragen, ceci en cela zijn ook vers mag ik hopen?’
‘Jazeker meneer, ceci en cela zijn van vandaag.’
‘Doet u dan maar een onsje van beiden.’
Argwanend scant klant 666 de omstanders in de winkel.
Hij ontwaart zo links en rechts wat irritatie.
‘Zal ik het inpakken of neemt u het zo mee?’
‘Nou juffrouw, daar moet ik even over nadenken. Het is niet goed voor het milieu. Aan de andere kant, als het op straat uit mijn handen valt, dan is het meteen zo’n rotzooi. Doe het maar in een zakje. Het zakje is toch zeker recyclebaar? Anders hoeft het niet hoor.’
‘Dat is dan 12 euro 33.’
‘12 Euro 33!? Zoveel? Hoe bestaat het, daar kocht ik vroeger de hele vitrine van leeg.’
Langzaam doorzoekt Klant 666 zijn jas- en broekzakken. Eerst met zijn linkerhand en vervolgens met zijn rechter. Het ritueel wordt twee keer herhaald.
Zonder blikken of blozen kijkt klant 666 beurtelings de buurman en de juffrouw aan.
‘Mijn portemonnee ligt thuis. Ik ga hem even halen. Leg mijn boodschappen maar achter de toonbank. Als ik terugkom ben ik meteen aan de beurt, toch? Ik heb zojuist ook al lang moeten wachten.’
Klant 666 verlaat onverstoord de winkel. Deze is intussen half leeg gestroomd. De juffrouw achter de toonbank telt haar zegeningen. Dit soort geklanterfanter is voor haar dagelijkse kost. Geduld is een kostbare zaak en in de verkoop een noodzakelijk bezit. De klant is soms een irritante koning.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
05-03-2009
Bommelding van een klant
Plaats van delict: Een eetcafé gelegen in een grote gekke stad in Nederland.
Tijdstip van delict: Zondagmiddag rond een uur of vier.
Situatieschets: Een kleine donkerharige licht getinte vrouw scant vanachter een donkerbruin gordijn de straat. Vertwijfeling slaat toe als ik haar mijn wijzerplaat toon en vriendelijk door de raam gebaar of ik en mijn gezelschap het eetcafé mogen binnentreden.
De vrouw verdwijnt vanachter het gordijn richting bar. Het lijkt alsof ze ons negeert. We besluiten even af te wachten. Het is vijf voor vier. Om vier uur gaat het eetcafé pas officieel open. Het is koud buiten.
Geheel onverwacht gaat het slot toch wat eerder van de grendel. Onze dank is groot en we huppelen een opgeruimde donkerbruine kroeg binnen. De gastvrouw verdwijnt naar de keuken en een jongeman komt onze bestelling opnemen.
We laven ons aan warme thee en bespreken uitvoerig de lange wandeling die wij die ochtend gemaakt hebben. De inspannende wandeling heeft me kruim gekost en ik voel dat mijn bloedsuiker behoorlijk aan het dalen is. Voor een diabeet treedt dan onmiddellijk een noodsignaal in werking. Op het toilet meet ik voor de zekerheid mijn suiker. Die is inderdaad te laag. Ik heb koolhydraten nodig.
Vriendelijk vraag ik de jongeman of hij een broodje voor me heeft. Tot mijn grote verbazing ontstaat een vertwijfelde blik op het gelaat van de jongeman. Hij moet even overleggen met de gastvrouw. Ik begrijp er niets van. De gastvrouw komt nu zelf uit de keuken te voorschijn en vertelt me zonder te blikken of blozen dat er vandaag geen losse broodjes verkocht kunnen worden. Die zijn gereserveerd voor de soep. Ik kan eventueel wel soep bestellen met een broodje.
Ongeloof overvalt mij. Dat zal toch niet waar zijn? Wel broodjes hebben maar deze alleen uitserveren bij de soep? Ik leg vriendelijk doch stellig uit dat ik broodnodig brood nodig heb vanwege mijn suiker en of er geen uitzondering gemaakt kan worden.
Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar een leus die ik zojuist op de toiletmuur gelezen heb: ‘Je moest eens zweten’. Hoopvol kijk ik de gastvrouw aan. Maar nee, het gaat echt niet lukken. Dan klopt de verhouding soep en brood niet meer.
In mijn hoofd vormt zich langzaam een bommelding. Deze gastvrouw is niet in staat om buiten het kastje te denken. Omdat openheid vaak deuren opent probeer ik de starheid van mijn gastvrouw met open vizier vriendelijk te breken. Ik vertel haar nogmaals de noodzaak van het brood verlenen en leg haar de consequentie uit van het geen gehoor geven. Ik kan mogelijk buiten bewustzijn raken.
Mijn noodkreet heeft geen enkel effect op de stoïcijnse gastvrouw en ze blijft onverbiddelijk nee zeggen. Uit de muziekboxen klinkt wrang Santana Esmeralda’s ‘Don’t let me be misunderstood’.
De bommelding in mijn hoofd neemt nu ernstige vormen aan. Voordat de bom ontploft kies ik eieren voor mijn geld. De ongegeneerde klantonvriendelijkheid is zo imponerend dat mijn gezelschap en ik besluiten ons heil elders te zoeken. Angst voor broodroof en liefdeloosheid voor het vak zijn in dit eetcafé ver doorgeslagen. Mijn gastvrouw zal het worst wezen. De reacties van de andere gasten spreken boekdelen. Verbouwereerd wordt onze uittocht gadegeslagen.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
Tijdstip van delict: Zondagmiddag rond een uur of vier.
Situatieschets: Een kleine donkerharige licht getinte vrouw scant vanachter een donkerbruin gordijn de straat. Vertwijfeling slaat toe als ik haar mijn wijzerplaat toon en vriendelijk door de raam gebaar of ik en mijn gezelschap het eetcafé mogen binnentreden.
De vrouw verdwijnt vanachter het gordijn richting bar. Het lijkt alsof ze ons negeert. We besluiten even af te wachten. Het is vijf voor vier. Om vier uur gaat het eetcafé pas officieel open. Het is koud buiten.
Geheel onverwacht gaat het slot toch wat eerder van de grendel. Onze dank is groot en we huppelen een opgeruimde donkerbruine kroeg binnen. De gastvrouw verdwijnt naar de keuken en een jongeman komt onze bestelling opnemen.
We laven ons aan warme thee en bespreken uitvoerig de lange wandeling die wij die ochtend gemaakt hebben. De inspannende wandeling heeft me kruim gekost en ik voel dat mijn bloedsuiker behoorlijk aan het dalen is. Voor een diabeet treedt dan onmiddellijk een noodsignaal in werking. Op het toilet meet ik voor de zekerheid mijn suiker. Die is inderdaad te laag. Ik heb koolhydraten nodig.
Vriendelijk vraag ik de jongeman of hij een broodje voor me heeft. Tot mijn grote verbazing ontstaat een vertwijfelde blik op het gelaat van de jongeman. Hij moet even overleggen met de gastvrouw. Ik begrijp er niets van. De gastvrouw komt nu zelf uit de keuken te voorschijn en vertelt me zonder te blikken of blozen dat er vandaag geen losse broodjes verkocht kunnen worden. Die zijn gereserveerd voor de soep. Ik kan eventueel wel soep bestellen met een broodje.
Ongeloof overvalt mij. Dat zal toch niet waar zijn? Wel broodjes hebben maar deze alleen uitserveren bij de soep? Ik leg vriendelijk doch stellig uit dat ik broodnodig brood nodig heb vanwege mijn suiker en of er geen uitzondering gemaakt kan worden.
Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar een leus die ik zojuist op de toiletmuur gelezen heb: ‘Je moest eens zweten’. Hoopvol kijk ik de gastvrouw aan. Maar nee, het gaat echt niet lukken. Dan klopt de verhouding soep en brood niet meer.
In mijn hoofd vormt zich langzaam een bommelding. Deze gastvrouw is niet in staat om buiten het kastje te denken. Omdat openheid vaak deuren opent probeer ik de starheid van mijn gastvrouw met open vizier vriendelijk te breken. Ik vertel haar nogmaals de noodzaak van het brood verlenen en leg haar de consequentie uit van het geen gehoor geven. Ik kan mogelijk buiten bewustzijn raken.
Mijn noodkreet heeft geen enkel effect op de stoïcijnse gastvrouw en ze blijft onverbiddelijk nee zeggen. Uit de muziekboxen klinkt wrang Santana Esmeralda’s ‘Don’t let me be misunderstood’.
De bommelding in mijn hoofd neemt nu ernstige vormen aan. Voordat de bom ontploft kies ik eieren voor mijn geld. De ongegeneerde klantonvriendelijkheid is zo imponerend dat mijn gezelschap en ik besluiten ons heil elders te zoeken. Angst voor broodroof en liefdeloosheid voor het vak zijn in dit eetcafé ver doorgeslagen. Mijn gastvrouw zal het worst wezen. De reacties van de andere gasten spreken boekdelen. Verbouwereerd wordt onze uittocht gadegeslagen.
Mien
Geschreven voor website Gek op Klanten
Abonneren op:
Posts (Atom)