Posts tonen met het label carnaval. Alle posts tonen
Posts tonen met het label carnaval. Alle posts tonen

21-06-2026

Snelbinder: verhandeling in twaalf delen

Snelbinder (1): Gebruiksaanwijzing  (16-6-2026)

Kokend van woede zet mevrouw het gasfornuis uit. De snelbinder bindt veel te snel. Ze bindt in. Een levensles. Lees altijd eerst de gebruiksaanwijzing. Van alles. Gasfornuis, recept, mens. Gelukkig is ze er op tijd bij. Het idee dat haar man straks het pannetje moet schoonmaken na de maaltijd maakt dat ze een kreet slaat van opluchting. Even stoom afblazen met een flink glas sherry. Glas? Doe maar een hele fles. Over pakweg een kwartier is haar man thuis. Dan moet er een potje eten op tafel staan. Gelukkig … en ik zeg het wel twee keer … kan er tegenwoordig online eten besteld worden. Twee frites speciaal, twee frikandellen en twee kroketten. Ze dekt de auto en start de tafel. Klaar.


Snelbinder (2): Speeddate (16-6-2026)

Hoe snel kan iemand binden? Geen idee, maar ik waag een poging. De speeddate blijkt een succes. Meteen raak. Binnen vijf seconden. We laten er geen gras over groeien en rennen naar mijn auto, gooien ondertussen onze kleren uit, nemen plaats achter het stuur en doen de autogordel om en … rijden maar. De ramen beslaan in no time. In het begin is het even wennen. De autogordel zit toch wel een beetje strak en in de weg. Zij likt aan mijn oor. Dat kan ook niet anders, zo klem zitten we samen, vastgebonden op de chauffeursstoel, van leer uiteraard, hoe kinky. We trekken van leer en wisselen van plek. Compleet ondersteboven hijgen we nog even na. Snelbinderdate vraagt om herhaling.


Snelbinder (3): Politiek inbinden (16-6-2026)

Op het politieke speelveld doet een nieuwe tactiek zijn intrede. Ingegeven door het wereldkampioenschap voetbal. Ook wel soccer voor suckers genoemd. Want wie doet er nu mee aan zo’n commerciële kermis. En nu zit u te wachten als lezer, vast en zeker of zeker en vast als u over de ondergrens woont, op de intrede van de snelbinder. Nou, mooi niet. Dan kan u lang wachten. Snel binden is niet echt politiek namelijk. Daar moeten eerst wat nachten slaap over heen gaan. Vertragen is eerder het devies. Om daarna los te laten en punten op de i te zetten tot in den treure. Heel onverwachts is daar dan de doorbraak. En staan ze plots voor de micro(foon). Ze binden in. 


Snelbinder (4): Meesterschaker Wim (16-6-2026)

Snelbinder. Een woord uitgevonden door een grootmeester in schaken. Niet met stukken maar met woorden. Wim heet hij. We praten over de vroege jaren zeventig. Toen de snelbinder nog ‘band gespannen vanaf klem bij bagagedrager ter hoogte van linker- of rechterzijde van het achterwiel over de bagagedrager heen, naar de andere kant van het wiel’ heette. Een geweldige uitvinding by the way … for parcels on the way. Wim mocht een naam bedenken. Een ultieme kans en start voor een woordkunstenaar in spe. Wim wist nog niet wat voor een impact dit woord zou hebben voor zijn lange carrière. De snelbinder van Wim muntte al snel uit. Later zou hij zijn roem vergelden met pindakaas. Goedkoop? Nee, keiduur, museumwaardig en stedelijk.


Snelbinder (5): Dissertatie (16-6-2026)

Na een lange studie is hij eindelijk klaar. Nu nog even verdedigen dat dat ook werkelijk zo is. Maar niet voordat hij eerst een liter Red Bull achterover hakt, zenuwachtig voor het eindoordeel. Stuiterend loopt hij de collegezaal in. Alle ogen zijn op hem gericht. Zelfs de pedel kijkt achterom. Of alles goed gaat. Daar staat hij dan in de spotlight achter de katheder. Achter hem op het grote videoscherm verschijnt de titel van zijn proefschrift ‘Dynamische bewegingen sneelbinders op nanoniveau: faseveranderingen geactiveerd door licht met gebruik van extreem snelle elektronenbundels’. Achter in de collegezaal wordt even gekucht. De paranimf links stoot hem aan en wijst naar het scherm. Shit een vette speelfout. Had hij maar geen slakken moeten eten.


Snelbinder (6): Bloemkoolsoep (16-6-2026)

Alles loopt in de soep. Een geweldige tentoonstelling is het. Interactief. De bezoekers mogen meedoen. Het nieuwe museum kijken vraagt wat van de individuele mens; hij moet samenwerken. Een vies woord in kunstkringen, samenwerken. Maar het past bij deze tijd. En Beuys zei het al. Jeder Mensch ist ein Kunstler. Dus iedereen kan het, ook al heeft hij het nog nooit gedaan, kunst maken of ondergaan. Pippi huppelt blij voorop in de soep. Haar zakje snelbinder is al snel op. Snel gaat ze een nieuwe halen. De tijd op de klok verstrijkt snel. Zo meteen gaat de zoemer en moet iedereen de soep verlaten. Vandaag is het bloemkoolsoep. Extra romig. Daar is de zoemer al. De pit wordt aangezet. Afwachten.


Snelbinder (7): Klooster van heren (16-6-2026)

In de ban van de ring zijn ze, in het klooster van heren, vlakbij de Maas. Vandaag al helemaal. Het is vrijdag en dan is het snelbinddag in de boekbinderij van het klooster van heren. Dames zijn niet toegestaan. Uitgezonderd de dames van de catering. De monniken van het klooster van heren zijn inmiddels op leeftijd, hoge leeftijd, torenhoog. Dus haast geboden en al helemaal op vrijdag. Bijna weekend. Korte dag vandaag. Ook de monniken gaan mee met de moderne tijd. In de ban van de ringband vandaag dus. Monnik Snelle Pietje neemt het voortouw en begint met het eerste boek van vandaag. De anderen volgen snel. Zwijgzaam, zoals het goede monniken betaamt. Nog vierhonderdennegenennegentig boeken te gaan vandaag. Doorpezen!


Snelbinder (8): Schoenveter (16-6-2026)

Eindelijk is hij op de markt. De enige echte snelbinder. Het duurde even omdat de testfase langer tijd nodig had dan van te voren gedacht. Frappant eigenlijk. Alsof je een testfase in tijd kunt vast leggen. Correctie. Natuurlijk kan dat. Tijd is geld. Dat geld ook voor testfases. Dus ook die worden vastgelegd in een strak schema. Geld geldt en is leidend. In de voorverkoop ging het snel. Na de eerste aankondiging van de snelbinder was de voorinschrijving in no time volgelopen. Ook de tweede voorinschrijving is inmiddels volgelopen. Wel toepasselijk voor een snelbinder, want volop lopen met zo’n ding gaat al heel snel. Omdat hij zo snel bindt, de snelbinder. Verkrijgbaar in maar liefst honderd kleuren. Een kekke schoenveter.


Snelbinder (9): Bergbeklimmer (16-6-2026)

Boven op de top tikt hij het Gipfelkreuz aan. Finally. Snel nog even het Gipfelbuch invullen en een stempel scoren en dan hup naar de volgende berg. Maar eerst omlaag. Haast rennend, de wandelstokken tikken het ritme op het stenen pad. Berg twee is een peulenschil, een berg van niks … en toch een drieduizender. Maar ja, bijna veertig jaar ervaring met bergbeklimmen maakt zelfs bergen nederig. Met dit verschil dat ze nooit zullen buigen. Daarvoor zijn ze dan weer net iets te arrogant. Jazeker. Arrogant. Ook bergen kunnen dat zijn. Ze nemen sowieso alle menselijke vormen en karakters aan. Ze binden de mens aan de berg zogezegd. En sommige bergen zijn ware snelbinders. Dat komt door hun gigantische aantrekkingskracht. Hip.


Snelbinder (10): Nijpende inflatie (16-6-2026)

De prijzen rijzen de spuigaten uit. En niet alleen voor benzine en diesel. Ook de boodschappen zijn nauwelijks meer te betalen. Winkelwagens worden steeds vaker ingeruild voor winkelmandjes. Verkleinen is het devies. Geen maagband maar een winkelband doen we om. In alle sectoren is het armoede. Zelfs in de erotiek, of beter gezegd de seksindustrie. Ook daar reizen de prijzen de pan uit. Alsof ze een voorschot nemen op inflatie. Bepaald geen futiliteit voor de hardnekkige bezoekers. De bezoektijden lopen dan ook drassig terug. Geen uren plezier meer maar halfuurtjes. Gelukkig werkt de industrie mee. Puur voor het genot. De snelbinder heeft zijn intrede gedaan. Niks niet traag meer knopen aanleggen, nee hoor, snel binden en wegwezen. Klaar is Kees.


Snelbinder (11): Carnaval (19-6-2026)  [Weekwinnaar week 25]

Op deze gloeiendhete zomerdag een fris onderwerp. En tevens een oproep. Een vacature die moet ingevuld. Een beetje voor de fanfare uit, maar hee, ook van levensbelang. Althans voor diegenen die wat komen gaat jaarlijks vieren, onder de rivieren en sporadisch ook daarboven: Carnaval.
Zo dadelijk loopt de temperatuur weer op tot 34 graden Celsius. Ik denk dan aan Carnaval, de lente in aankomst, de kou maar ook het aangename lage zonnetje. Heerlijk fris. Maar nu ter zake. Er staan sinds kort veel vacatures open voor een nieuw beroep. Een oproep voor diegenen die zich geroepen voelen. Snelbinder heet de nieuwe baan. De snelbinder voorkomt grote gaten in de optocht. Een creatieve baan. Hij/zij mag zelf bedenken hoe. Een prachtbaan.


Snelbinder (12): Paniek (20-6-2026)

De snelbinder laat verstek. Blinde paniek. Hoe krijg ik de boodschap nu thuis? De led-tv past precies op de bagagedrager. Alleen mijn snelbinder geeft niet mee. De elastiek is eruit. Wat nu? Eureka. Een idee rijdt spontaan voorbij. Een Picnic. Kapen denk ik dan. Of heel snel een bestelling plaatsen. Nee, gewoon meenemen. Jeugdherinnering aan SRV. Ik gooi mijn fiets met gevaar voor leven voor de nieuwe led-tv voor de Pinic. Die gaat vol op de rem en schudt links en rechts op en neer alsof het twee billen zijn. Ik spreek de chauffeuse aan. Een jonge griet van pakweg 18. Een netje sinaasappels graag en inclusief deze led-tv gratis thuisbezorgen bij de Vries, Kerkdoorn 12, Heupen. Ze geeft gas.

13-02-2026

Afvalrace 21: Buikdilemma's

Een onmogelijk opgave lijkt het wel. Onmogelijk omdat haalbaarheid voortdurend op het spel blijft staan. Opgave omdat opdrachten aan jezelf vaak met innerlijk strijd gepaard gaan, edoch opgeven is nooit een optie. Lijkt omdat je eigenlijk tegen beter weten in het beter denkt te weten. Omdat het vaak strandt in je van het. En wel omdat niet onder de tachtig kilo geraken geen optie is. Op naar de zeventig-kilo-getallen dan maar. Maar hoe dan?
Dry January heeft al een beetje de toon gezet. Geen alcohol gedronken en dit dapper voortgezet in februari. De maaltijdporties aangepast. Immers hoe minder je in die buik stopt hoe kleiner die wordt. Kwestie van wennen en de maaltijden opscheppen op een kleiner bord. Met kleiner bestek. Dan doe je er langer over.
Nu heb ik alvast een buikdilemma getackeld, de imput verminderd.
Ik voer de druk op mijn buik verder op met middeleeuwse folterwerktuigen uit de sportschool. De sportschool bezoek ik sinds kort twee maal per werk. En het geeft voldoening. Onlangs het kilo trekken/stoten/duwen opgevoerd van 20 naar 25 kilo. Alle beetjes helpen.
Het geeft rust en het gewicht van mijn lijf mindert langzaam.
Het echte buikdilemma dat staat nu voor de deur. Boodschappenlijstje voor carnaval. Bossche bollen, slagroomschnitte, worstenbroodjes,  erwtensoep met rookworst, wraps met zalm, chips, borrelnootjes, pinda's, kersenbonbons, gewoon bier, speciaal bier ... Ik besluit niets te schrappen. Loslaten is soms ook een kunst. En na het feest der feesten ga ik gewoon weer vrolijk verder met mijn afvalrace.   

21 Gewicht 13-02-2026: 83,20 kilo – Middelomtrek:   98 cm
20 Gewicht 07-05-2025: 83,90 kilo – Middelomtrek: 103 cm
19 Gewicht 28-03-2025: 80,20 kilo – Middelomtrek:   97 cm
18 Gewicht 06-02-2025: 83,00 kilo – Middelomtrek: 102 cm
17 Gewicht 06-03-2018: 80,00 kilo – Middelomtrek:   99 cm    
16 Gewicht 17-03-2017: 86,50 kilo – Middelomtrek: 107 cm    
15 Gewicht 19-07-2016: 87,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm    
14 Gewicht 25-02-2015: 83,50 kilo – Middelomtrek: 102 cm    
13 Gewicht 06-01-2014: 85,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm    
12 Gewicht 15-11-2013: 84,50 kilo – Middelomtrek: 105 cm    
11 Gewicht 18-03-2013: 89,00 kilo – Middelomtrek: 107 cm    
10 Gewicht 12-06-2012: 87,00 kilo – Middelomtrek: 106 cm    
09 Gewicht 23-02-2011: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm    
08 Gewicht 09-12-2010: 84,00 kilo – Middelomtrek: 103 cm    
07 Gewicht 14-10-2010: 86,00 kilo – Middelomtrek: 105 cm    
06 Gewicht 06-09-2010: 90,00 kilo    
05 Gewicht 19-07-2006: 86,50 kilo    
04 Gewicht 01-04-2006: 86,50 kilo    
03 Gewicht 27-01-2006: 87,00 kilo    
02 Gewicht 23-12-2005: 86,29 kilo    
01 Gewicht 04-11-2005: 88,00 kilo    

‘Afvalrace’, een compilatie van hersenspinsels uitgebraakt tijdens het afvallen van schrijver Mien anno 2005/2026. Oftewel verhalen van een jonge schrijver zonder trekdrop met zwemband.

03-03-2025

Mien Carnaval (op pomgedichten)

Wat is dat voor een feest? Dat ieder jaar het Zuiden rept en roert en hartstocht passievol laat branden? Het is een feest voor gelijkgestemden, geworteld en gerijpt in tradities en rituelen. Een voorjaarsbode vol lichteuforie. Met viering van te strakke teugels. Een feest van emotie, met vette schmink, een glimlach rond de mond. Een feest van zoete nectar genuttigd onder een prille voorjaarszon.

Drie dagen lang ruist muziek meanderend door de oren. Vol van fanfare, tuba, slagwerk en trombone. Het Carnaval ligt verankerd in zuidelijke genen. Wordt wild romantisch doorgegeven, generatie op generatie. Voor niemand is er een ontkomen aan.
Ieder jaar ontluikt het lentefeest opnieuw, met slingers, maskers en ballonnen aan de muur. De carnavalsvierder laaft zich aan zoete melancholie en pulserend lentesap. Adrenaline stijgt dan dwars door bloed en dansende ledematen, rechtstreeks naar het hoofd.
Niet aflatende dorst wordt gelest met blond schuimend bier, witte wijn en zoete cola.

Carnaval is een feest van loutering en verkenning. Baas en werkman, man en vrouw, ze kruipen voor even in de huid van de ander. Bottom up en top down, all dressed up to impress. Clowneske metamorfoses en ludieke transformaties scheppen voorwaarden voor een glansrijk narrenspel.
De jaarlijkse zoektocht naar gepaste kledij biedt dolle pret. Zeeman, Kringloop, Action, Houtse Bazaar en internet, alles wordt afgestruind. Attributen worden wekenlang verzameld, allemaal ten dienste van een originele act.

Als Zweedse chef-kok is het niet lang zoeken. Een knuffelschildpad voor in de soep. Een koekenpan als plagend slagwerk. O ja, en pollepels, o zo multifunctioneel, als trommelstok of dirigentenstok of gewoon als microfoon. Een plastic Winchester en supermuppet Kermit, alles gaat mee.
Er wordt ook flink geknutseld. Een megagrote poffertjespan, van stevig karton en tape, doet dienst als dienblad én gitaar. Een verfemmer wordt omgetoverd tot giga peperbus. Ook een hakmes van karton beplakt met aluminiumfolie wordt niet vergeten. Een plastic tas vol bospeen, bleekselderij en radijs maakt de maskerade compleet.

De optocht is een groot kleur- en muziekfestijn met praalwagens, geinige groepen en leuke individuen. Het publiek is goed gemutst en verkeert in lichte vorm van extase. Snoep valt uit de hemel en wordt door grissende kinderhandjes gevangen. Mager verklede pubers zingen flink gepuist een balorig lied. Nonchalant leunend tegen een winkelwagen volgestouwd met kleine kratjes bier. De handen in de lucht geheven met blikjes Baf en Bull. Enkele verdwaalde Zeeuwen hebben het Carnaval niet helemaal begrepen en gooien het strooigoed met ferme worpen terug omhoog. De prinsen bukken van schrik en strijken verontwaardigd hun veren recht.

Een antieke bierwagen met Belgische paarden komt in zicht. De optocht nadert zijn einde. Het publiek zoekt zijn weg naar have en kroeg. Er wordt gefeest, gedanst en gezongen en iedereen houdt vol. Diep in de nacht breekt het theater van het leven helemaal los en vinden acts hun vervolmaking.
De chef-kok worshipt Kermit en schiet grimlachende carnavalsklanten met zijn Winchester, bedachtzaam van hun kruk. Poffertjespan, pollepel, zelfs Kermit, alles wordt bezongen. De hele kroeg gonst en glimlacht en schuddebuikt als een tevreden mens. Vriend en vijand zingen arm in arm hun laatste lied.

Gelouterd en voldaan keren carnavalsvierders lichtelijk aangeschoten richting huis. Even nog een hapje eten, wat slap geouwehoer en dan naar bed. De grijnzende maskers aan de muur knikken nog een laatste keer welterusten. Met muziek nagalmend in de oren duikt het moede lijf de koffer in. Het is weer voor een jaar gedaan. Wat rest is de herinnering, de foto’s en heel veel wee naar heim.
Lieve Carnaval, tot volgend jaar maar weer…

Mien
 
In oude Venlose Carnavalsliedjes wordt het Carnavalsgevoel mooi vertaald en bezongen.
Voor de liefhebber en dialectworstelaar hieronder de teksten van 11 juweeltjes.

Vastelaovund (Sjiengele sjiengele boem!)
Festina lente
Meuderke leef
Beer leedje
Det duit um ’t Veurjaor
De Twië einzame
Zing nog ens
Minsekinder waat ein maedje
Den alde kleiërkas
’t Is gedaon
De Wortelepin
 
 
Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (7) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo-Hout tijdens Carnaval)
 

20-01-2025

Hoektaal

Beeld in verwarring
zwijgt volmondig
onthand ontmenst
 
een karikatuur van schrik
houdt muren rechtop
bouwt zichzelf dicht
 
neemt aarde bij de neus
en onkruid voor lief
blauw water is wat rest
 
beeld in verwarring
verhult een big smile
niemand die het ziet
 
ai plaagt fact check
waarheid worstelt
hoektaal zwijgt
 
allemaal poppenkast
optocht doet leven
keer het binnenste buiten 
 

Gepubliceerd op pomgedichten
Bijdrage (3) als vaste columnist op de maandag 
(voorzien van een foto gemaakt in Mierlo-Hout)
 

21-03-2024

Mien korte verhalen (52 t/m 56) met kleine grote waarheid

Geschreven tussen 19-07-2011 en 17-02-2014
(in derde persoon onder alias Kees, in maart 2024 geredigeerd naar eerste persoon Mien)

 
52) Avventura di chiesa (19-07-2011 > 20-03-2024 geredigeerd)

Na een lange rit van bijna vier dagen stap ik uit de vrachtwagen van mijn oom en komt er een einde aan de lift. Het einddoel is bereikt, de Italiaanse stad Florence. Het oponthoud bij grenspost Vipiteno heeft bijna één dag extra gekost. De vakantie kan nu eindelijk beginnen. Na een moeizaam eindexamen en een verbroken liefdesrelatie ben ik toe aan rust en vrede, als gezonde knaap van negentien met de wereld aan mijn voeten. Wat kan mij gebeuren?

Ik zie er sportief uit in mijn korte groene broek met legerprint en wit T-shirt. Mijn bruine armen, benen en snoet steken mooi af tegen mijn zomerse outfit. Op mijn fris geschoren hoofd draag ik een petje, als bescherming tegen de zon. Mijn goddelijk lichaam is afgetraind en stevig gespierd. Jarenlange hockey heeft mij gezegend met ballonkuiten en een kippenkontje. Ik voel me apetrots. Nog geen maand geleden doorstond ik de selectieprocedure van de Katholieke Academie voor Lichamelijke Opvoeding. Een brugklasdroom kwam uit. In de toekomst zal ik sportleraar worden, vast en zeker.

Mijn oom heeft me afgezet bij het station van Florence. De avonturenreis kan beginnen. Flink zet ik de pas erin. Het aluminium frame van de grote rugzak prikt in mijn rug en de geitenwollen sokken kriebelen in de bergschoenen. Bijna op iedere hoek van de straat word ik nagekeken, vooral door mannen. Die zijn in de wijk rondom het station volop aanwezig. Het voelt een beetje vreemd, maar laat me verder koud. Ik ben veel meer benieuwd naar de mooie Italiaanse vrouwen. Maar waar zijn ze? Le belle donne?

Een grote kerk met plein, grasveld en fontein ervoor, trekt mijn aandacht. Het is de Santa Maria Novella. De houten bankjes rondom het plein zitten vol mensen. Er heerst een vrolijke sfeer. Hoge schelle geluiden van spelende kinderen klinken in de lucht. Ik plof neer op één van de bankjes om even op adem te komen. Midden op het grasveld klinkt plots een enorm gekerm. Twee hondjes lukt het niet op z’n hondjes. Ineens staan ze met de konten tegen elkaar gekeerd. Ze zitten letterlijk en figuurlijk aan elkaar vast. Een omstander gooit een emmer water over de hondjes heen en bevrijdt ze uit hun lijden. De reu druipt af met een enorme rode kegel. Je zult het maar hebben als reu, last van je Santa Maria Novella.

Ik zwoeg verder door Florence. Al snel heeft de zon haar hoogste punt van de middag bereikt. Het is bloedje heet. Zevenendertig graden Celsius is toch iets te veel van het goede. Ik besluit de eerstvolgende kerk te bezoeken. Kerken zijn namelijk koel en gratis toegankelijk en je hoeft er niets te drinken. Het wordt de San Lorenzo. Amper twee seconden binnen word ik aangesproken door een klein mannetje in net pak met witte boord. Die gebaart met wuivende wijsvinger dat ik iets doet wat niet mag. Druk nee schuddend met zijn hoofd strijkt hij over mijn benen en knijpt heel even in mijn arm. Vervolgens wijst hij naar een klein bordje bij de entree. Ik begrijp het, een kwartje valt. Het is niet toegestaan om met onbedekte armen en benen de kerk te betreden en maak aanstalten om naar buiten te lopen. Maar dat staat het kleine mannetje niet toe. Hij trekt me amicaal naar zich toe.

In gebrekkig Engels legt het mannetje uit dat hij kapelaan is en dat hij voor deze keer de foute kleding door de vingers zal zien. Sterker nog. Ik krijg een rondleiding door het heilige der heiligen. Vol trots loost hij me door de prachtig mooie kerk. Overal krijg ik tekst en uitleg, in Italiaans en gebrekkig Engels. De kapelaan murmelt wat over Medici, Brunelleschi, Donatello en Michelangelo, allemaal namen die me niets zeggen. Af en toe kletst de kapelaan met zijn hand op mijn armen en benen. Het voelt wat onwennig, maar het hoort ongetwijfeld bij de open en vriendelijke volksaard van de Italianen.

Nog één bijzondere plek wil de lieve kapelaan me laten zien. Heel speciaal. Daarvoor maakt de kapelaan eerst het rode koord los dat voor het altaar is gespannen. Achter het altaar is een ruimte afgeschermd door een zwaar roodfluwelen gordijn. Achter het gordijn bevindt zich een hoge ruimte met glazen deuren, een soort serre. Door het glas zie ik een kleine giardino met prachtige struiken en fel gekleurde bloemen. Achter me hoort ik de kapelaan het gordijn zenuwachtig sluiten. Vreemd, denk ik. Als ik vervolgens mijn fototoestel tevoorschijn haal voel ik plotseling een klam handje over mijn bovenbeen glijden. De hand kruipt langzaam omhoog. Achter me hoor ik de kapelaan geil en hijgerig ademhalen. Alle alarmbellen gaan onmiddellijk af. Met de hand voor mijn klokkenspel draai ik me om en duw verontwaardigd de kapelaan van me af en ren zo snel als ik kan de kerk uit. Buiten prikt de zon plagerig in mijn gezicht. San Lorenzo! Waar haalt die kapelaan het in hemelsnaam vandaan om mijn goddelijk lijf zo ongevraagd en brutaal te betasten? De viespeuk.
 
 
53) Bovenaan de ladder (10-12-2014 > 20-03-2024 geredigeerd)
 
Met grote angst klim ik naar boven. Hoeveel stappen moet ik nog? Durf ik nog wel los te laten? Mijn angst te overwinnen? Ogen van beneden priemen in mijn rug. Ze prikkelen en branden en lachen me naar boven. ‘Vooruit Mien, je kunt het!’ De twijfel overmant. Waarom zou ik tot bovenaan klimmen? Maar afdalen is ook geen optie. Heel even kijk ik omlaag. No way.

Het huilen staat me nader dan het lachen. Wrang. Heel wrang. Had ik zelf niet gelachen om enkele van mijn voorgangers? Had ik niet stoer gedacht: ‘makkie, dit doe ik wel even’. Nu mag ik me niet laten kennen. Met zijn tengere lijf klem ik mij tegen het hout en schuif zonder te kijken mijn linkerhand omhoog. Het reiken duurt een eeuwigheid. Opzoek naar houvast. Eindelijk voel ik weer grip. Het zweet staat in mijn handen. Durf ik nu mijn rechtervoet te laten volgen? Of zal ik eerst even mijn rechterhand bijvoegen? Dan kan ik me daarna aan beide armen optrekken.

Vanaf de grond zag het er allemaal zo eenvoudig uit. Met belangstelling had ik de bewegingen van anderen gevolgd. Maar nu heb ik geen idee in welke volgorde ik het beste het laatste stukje kan voltooien. En dan moet ik ook nog over die hoogste stok klimmen. Hoe ga ik dat toch doen? Ondersteboven? Door het laatste gat heen? Nee, dan ga ik vallen. Nog twee vakken te gaan. Wat! Nee, nee, nee, krijg ik nou ook nog een erectie? Zou iemand het kunnen zien? Van beneden? Fout moment. Zeker nu ik de hoogste sport bereikt heb. Ik weet nog steeds niet hoe ik die ga nemen.

‘Schiet eens op Mien!’ brult de juffrouw beneden. Ze moest eens weten. Het hart klopt in mijn keel en in mijn piemel. Hier eindigt de wereld, zeker weten. Ik zie geen mogelijkheid om over de hoogste sport te klimmen. Maar ik moet. In welke houding zal ik mij eens plooien? Niemand die me hier kan helpen. De juffrouw zal echt niet naar boven klimmen. Ik zal hier mogelijk voor de eeuwigheid moeten bivakkeren. Gelukkig is mijn erectie geslonken. Broekbrand kan ik echt niet gebruiken. Het komt nu aan op zelfredzaamheid.

Met de moed der wanhoop zwaai ik mijn rechterbeen over de laatste sport. Vanuit de lucht zie ik de klas beneden op de banken grinnikend lachen. Vooral Sjakie vindt het prachtig. Hij lacht zelfs zijn tanden bloot. Van leedvermaak? Heeft hij mij angst dan toch gezien? Met de blik op stoer klauter ik het klimrek omlaag. Zelfs de juffrouw lacht. Ik wil niet weten waarom. 


54) Eindejaar gein en ongein (01-01-2014 > 20-03-2024 geredigeerd)

De kamer is veel te klein voor zoveel gasten. Een hoek van de kamer wordt volledig opgezogen door een grote kerstboom die reikt tot aan het plafond. De piek lijkt het plafond te kussen maar doet dat net niet. Het is een fantastische boom, wederom. Opgetuigd met mooie lampjes, oude kerstballen en engelenhaar. Voor ieder lampje hangt een plukje haar.

Ik ben apetrots op de boom. Het is de mooiste en grootste kerstboom van heel de buurt. En dat geldt ook voor de kerststal. Die neemt bijna een kwart van de woonkamer in beslag. Eigenlijk is het geen kerststal maar een kerstgrot. De onderste takken van de kerstboom heeft papa afgeknipt. Anders past de grot er niet onder. Aan de onderste tak zweeft een grote engel. Die heet Gloria. Een rare naam. En zijn achternaam is ook heel maf. Excelsis Deo staat geschreven op het bord dat Gloria met beiden handen boven zijn hoofd houdt. “Ekselsisdeo”, leest papa altijd hardop voor. Wie verzint dat nou, zo’n naam?

De engel hangt met zwevende beentjes net boven een bakje waarin een klein baby’tje ligt. Een os en een ezel plukken wat aan het stro dat uit het bakje komt. Een mooi tafereel. Ik tuur over het bultige en gekreukte rotspapier dat met mos bedekt is en vol staat met beeldjes. Koningen, schapen, herders, van alles loopt er rond. Bijna een heel weekend heeft mijn vader erover gedaan om de kerstgrot en de kerstboom op te tuigen. En wat zijn ze weer mooi. Ik ken de geheimen en de inspanningen die schuil gaan achter deze pracht. En het gevloek.

De kartonnen dozen waarin de kerstballen jaarlijks worden opgeborgen, dienen als bodem en grondvlak van de kerstgrot. Het rotspapier ruikt muf en naar zolder. Telkens als ik langs de kerstgrot loopt aai ik over het mos. Het voelt lekker zacht en sponsig. Het ruikt een beetje naar bos. Het bos waar ik samen met zijn broers en papa het mos vandaan haal. Net als de hulst en de mooie takken. Ze geven de kerstgrot een knusse en warme sfeer.

De beeldjes worden jaarlijks in een vast patroon in het veld geplaatst. Met militaire precisie. Het is een groot feest om alle beeldjes uit te pakken. Vooral de kameel, die heel zwaar weegt. Dat is mijn favoriet. Samen met mijn broer en zus vecht ik ieder jaar wie hem mag uitpakken, uit het vergeelde krantenpapier.

Ik ben zo in de ban van de kameel dat ik er dagelijks van droomt. In mijn droom kruip ik dicht tegen de kameel aan. Lekker warm. Maar als ik ‘s morgens wakker word, is het bed koud. Nat en koud. Weer in bed geplast, voor de zoveelste keer. Bah. Van de spanning, zeggen papa en mama. Maar ik ben al zeven.

Vandaag wordt het extra spannend. Dat weet ik. Vanavond komen alle oma’s en opa’s op visite. Het is vandaag oud en nieuw. Ik mag opblijven tot in de late uurtjes. Ik krijg zelfs bowl, kinderbowl. Al gauw loopt het huis vol en is het gezellig druk. Het past allemaal maar net in de kleine woonkamer, maar dat geeft niks. Ik geniet van alle drukte.

Oom moppentap is er ook. Hij heeft het grootste woord, zoals altijd. Tante moppentap doet niets anders dan snoepen. Van de kerstkransjes en de bokkenpootjes. En oma uit de stad rookt de ene sigaret na de andere. Bah. Het glaasje op tafel raakt al snel leeg. Het wordt meteen bijgevuld, met Caballero's en Stuyvesant. Rare namen hebben die sigaretten. Maar de volwassenen vreten ze op. Opa uit het dorp niet. Die rookt alleen maar hofnar. Een hooguit twee, de hele avond. De sigarenbandjes zijn voor mij. Ik heb al een hele verzameling.

Langzaam begint de stemming in de kamer te stijgen. Het uur u nadert. Iedereen is lollig. En dat komt volgens papa niet door oom moppentap. Nee, dat komt door meneer Hermans op tv en de grote mensen bowl. Oma uit de stad en opa uit het dorp hebben het er warm van gekregen. Ze hebben beiden het bovenste knoopje van hun witte hemd los gemaakt en hebben beiden een vuurrood hoofd. Ze lijken op lucifers. Ik moet lachen. Die kunnen straks makkelijk het vuurwerk aansteken. Ik ben er klaar voor.

De glazen worden nog eens gevuld en mijn broers en zus beginnen al hardop te tellen. “Nog effen wachten!”, roept pa. “De klok is nog niet zover!” En hij wijst met zijn grote kerstboomhand naar de klok die traag de seconden weg tikt. Pas als papa zijn donkere stem inzet wordt het serieus. Iedereen in de kleine woonkamer valt bij. “TIEN, NEGEN, ACHT, ZEVEN, ZES, VIJF, VIER, DRIE, TWEE, EEN … ZALIG NIEUWJAAR !!!“

Broers en zus, papa en mama, oom en tante, ze pakken elkaar vast en zoenen dat het een lieve lust is. Totdat met een hele grote gil, oma uit de stad en opa uit het dorp, samen achterover vallen in de kerstboom. Iedereen barst in lachen uit. Oma en opa liggen beteuterd, op elkaar, onder de kerstboom. Opa heeft nu haar. Het engelenhaar ligt als een tulband op zijn kale kop. En oma … oma die draagt ineens twee kleine paddenstoelen in haar oren.

Ik houd het niet meer. Dit moet ik aan de grote klok hangen. Als een idioot ren ik de deur uit, de straat op. Onder luid geknal en met spetterend vuurwerk in de lucht, zet ik twee handen aan mijn mond en roep zo hard ik kan: “OMA EN OPA ZIJN IN DE KERSTBOOM GEVALLEN!!!”. Maar er is niemand die me hoort. Mijn stemgeluid lost op in het grote geknal en de straat is nog leeg. Wat een teleurstelling. 
 
 
55) Maskerade (17-02-2014 > 21-03-2024 geredigeerd)
 
Gekleurde plastic maskers hangen aan een grijze muur. Twee clowns, een hond, een poes en een mannetje met bolhoed. Ze staren leeg voor zich uit en dragen een zure glimlach rondom hun mond. Een gladde bevroren glimlach die eventjes oplicht, zodra een waterig winterzonnetje erop schijnt. Het is feest voor de maskers. Carnaval. Al drie dagen lang.

In de mond houden ze een feesttoeter geklemd. De oranje franjes van de toeters steken flets af tegen de grijze muur. Geen enkel masker heeft haar. Is ook nergens voor nodig. Slingers in vijf bonte kleuren, zorgvuldig vastgeklemd tussen het masker en de muur, zorgen voor een kleurrijk spaghetti-toupet. Uit de muziekboxen klinken aanhoudend vrolijke deuntjes in dialect. 'Mien, wao is mien fiësneus, Mien wao is mien neus? Wao is mien fiësneus geblaeve!'

De ballonnen die aan een koperen kroonluchter hangen lijken hun laatste adem uit te blazen. Ze hangen er magertjes bij. De fut is eruit. Net als bij mij. Ik weet dat als ik nu de ballonnen doorprik, ze niet eens meer zullen knallen. Ik zit op de bank en draag een cowboypak. Een beetje bedroefd stop ik de laatste knallers in mijn pistool en hoor de discussie in de woonkamer aan. Carnaval loopt op zijn laatste benen.

De zwarte snor die mijn vader me iedere dag aanmeet loopt door. Net als mijn bakkebaarden. Het is ook zo warm binnen. De geruite zakdoek om mijn nek kriebelt. Dat doet ie al een paar dagen. Maar zonder zakdoek voel ik mij geen cowboy. Het luciferdoosje waarmee de zakdoek aan elkaar is geknoopt, zit strak onder mijn strottenhoofd. Het is afzien voor een kleine cowboy, maar so what. Alles liever dan verschut staan als dansmarietje of als domme indiaan.

'Ik pas vanavond niet op Mien, niet weer hoor, vanavond ga ik uit. Jullie kunnen op je kop gaan staan!' Mijn zus, schattig verkleed als blauw matroosje met twee vlechten, heeft haar punt gemaakt. 'Ik pas ook niet op, ik heb al afgesproken met vrienden, ik word zo opgehaald'. Mijn broer blijft ook niet thuis. Verkleed als hippie in een wit overhemd, gestift met hippiespreuken en rode hartjes, mag dit jaar voor het eerst uit. Mijn oudste broer ziet de bui al hangen. Maar ook hij laat verstek gaan. 'Sorry jongens, maar vanavond is mijn schaakavond.' Hij houdt niet van Carnaval. Net zo min als zijn schaakvrienden dat doen.

Pa heeft vanuit de keuken alles aangehoord en loopt de woonkamer binnen. 'Dan hebben jullie nu een probleem. Drie dagen hebben jullie kunnen feesten en vanavond is het mijn beurt.' Langzaam lopen de gemoederen hoog op. Niemand wil zich opofferen. Het is een zwaar jaar geweest en iedereen heeft zich verheugd op deze Carnaval. Ma is amper acht maanden geleden gestorven en het liefst wil iedereen dat heel eventjes vergeten. Ook ik.
 
Een schuldgevoel bekruipt mij. Ik ben weer eens de grote lastpost. Stomme Carnaval. Ik zou ook wel uit willen, maar ben nog te jong. Dit gaat geen leuke avond worden. Alweer niet. Treurig kijk ik in de richting van het clownsmasker dat voor me aan de muur hangt. Langzaam schiet ik vol. Dikke tranen rollen langs mijn neus, via snor over de kin op het tegeltapijt. En de clown, de clown tegenover me huilt stilletjes mee.
 
 
56) Te huis (03-10-2013 > 21-03-2024 geredigeerd)
Dit onderwerp later nog eens beschreven in 36) Een titel valt niet af te dwingen op 18-04-2015
 
Bij ieder woord dat ik hoor schrik ik op. Heb ik dat goed gehoord? Ik kruip wat dichter tegen de trapleuning en leg mijn oor vlak langs een van de spijlen die onder de leuning omlaag krult. Zo kan ik me beter concentreren op wat er binnen wordt verteld. Iets vreselijks. Ik vang losse flarden op van een gesprek waarvan de toon me niet aanstaat. Ze hebben weer ruzie.
 
Eigenlijk moet ik in bed liggen, maar de vertwijfeling in mijn vaders vlakke stem, nagelt me vast aan de trap. Ik vraag me af wat er allemaal achter de deur besproken wordt.

De discussie wordt vinniger. De emoties laaien op. Ik heb moeite om te verstaan wat er nu precies wordt gezegd. De losse flarden vormen langzaam een triest verhaal. Het kan toch niet waar zijn? Mij hart bonkt in de keel. Nee, nee, nee, het is niet waar!

Een hoge vrouwenstem slaat een verontwaardigde toon aan. “Het kan zo niet langer. Jouw zoon is onaangepast, hij ruimt niets op en hij luistert niet naar wat ik hem zeg. En dan dat vieze lange haar. Ik mag zijn kamer niet opruimen. Ik mag het niet. Maar hij doet het ook niet.”

Ik fluister in gedachten mijn vader denkbeeldig woorden in. Boze woorden van verzet en lieve woorden van troost. Die vrouw maakt mijn broer zwart. Hoe durft ze? Ik besef dat mijn vader de woorden die ik hem influister niet kan horen. Wat daar achter de deur gebeurt vreet aan mij. Wat haalt dat mens zich in haar hoofd? Wat doet het er toe? Niet opruimen is toch geen doodzonde? Moet ie daarvoor, moet ie daarvoor …
 
Pa verheft nu eindelijk zijn stem. De donkere bas overstemt de hoge klaagzang van de dame, onze nieuwe moeder, sinds kort. ‘Mam’ moeten we tegen haar zeggen. Ze smeekt er bijna om, ze huilt er bijna bij. Dat vertik ik, het is niet mijn moeder. Het is een koude kille tante die mijn vader afblaft en afpikt.

“Ik vind dat je het allemaal te zwaar overdrijft, mens! Oké, hij is geen doorsnee zoon, en hij doet dingen die niet allemaal door de beugel kunnen, hij heeft lang haar, komt te laat thuis voor het eten, ruimt zijn kamer niet op, rookt stiekem en dan … en dan … dat is toch geen reden om … om … om …”

Om wat? Ik hoor niet hoe mijn vader de zin afmaakt. Ik hoor wel hoe boven aan de trap iemand aanschuift. Ik kijk niet op, ik voel en weet dat het mijn broer is. Samen horen we de strijd aan die achter de deur plaatsvindt.

“En ik wil, dat je kiest. Ik kan met die jongen niet verder. Hij gaat naar een tehuis. Hij eruit of ik eruit!” Er volgt een korte stilte. De stilte is ondraaglijk. De lucht is dik en ik kan amper ademhalen. De stilte is ook hoorbaar boven aan de trap. De lucht in de gang voelt loodzwaar, lijkt zwanger van oorlog.

“Dat meen je niet. Hoe kun je … hoe kun je … het is wel mijn zoon hoor!” Wat een ongelofelijk kreng is dat vrouwmens. Ik kan wel janken. Mijn broer, mijn eigen broer, … naar een tehuis? Echt niet? Zal ik de kamer in rennen en die vrouw eens goed de waarheid zeggen? Ik kan het niet langer aanhoren. Hoor ik het nu goed? Huilt mijn vader? Nee, nee?

Boven hem klinkt ongemakkelijk geschuifel. Mijn broer daalt de trap af en schuift stilletjes naast me. Hij legt een arm om de schouder. “Het komt allemaal goed Mien!”, lijkt hij met zijn arm te zeggen. Vol spanning wachten we samen af wat er verder gebeurt.

Het gesnik van pa wordt gevolgd door een tirade. Ik kan het niet helemaal volgen. De woordenstroom van mijn vader klinkt dof in mijn oren. Alsof de woorden in water in mijn oor klotsen. Wil ik dit wel horen? De spanning achter de deur en in de gang is te snijden.

“Hij gaat er niet uit. Jij gaat er dan maar uit, hoe durf je? Mijn vier kinderen zijn me alle dierbaar. Dat moet je toch weten. Geef ze een beetje tijd, ja? Hun moeder is nog geen jaar geleden overleden. Je hebt helemaal niets met de kinderen. Je geeft hen geen enkele vorm van aandacht. Een kille koele tante, dat ben je!”

Achter de deur klinkt nu schel en droevig gejammer. Door het gesnik heen hoor ik de vrouw schreeuwen tegen mijn vader. “Ik hou alleen van jou en niet van de kinderen. Ik ben niet met je kinderen getrouwd, maar met jou. Jij zit niet de hele dag thuis met hen. Ze maken de boel vies en ze luisteren niet. En die zoon van jou die gaat eruit. Naar een tehuis. Jij kunt hem niet opvoeden en ik ook niet. Hij zal er beter van worden, geloof me!”

Ik voel geen arm meer om me heen. Mijn broer is naar zijn kamer gegaan. Triest kijk ik naar mijn kruis. Ik voel nattigheid. Nee, niet weer. Van spanning heb ik in mijn broek geplast. Verdomme, ook dat nog. Maar ik kan nu niet aankloppen. Ik durf niet. Stilletjes ga ik naar boven en kruip in mijn bed. Door het onderlaken voel ik het koude kille bruine zeiltje. Het is al laat. Beneden is het stil. Onheilspellend stil. Bonkend met mijn hoofd, van links naar rechts en van rechts naar links schud ik mezelf in slaap. Droomloos.
 
 
 
 

 

26-01-2021

Adrianus Marinus Kloot

Also known as Adrianus Marinus Kyvon heeft onlangs een paard gekocht in Rotterdam. Omdat hij klein woont heeft hij het paard in de gang gestald. For the time being. De vloerbedekking, een kokosmat uit de jaren 70 gaat er in no time aan. Het stemt het beestje vrolijk. Op de deurmat deponeert hij even later keutels in dezelfde kleur. Netjes opgevoed zei de paardenverkoper al. André, want zo wordt Adrianus graag genoemd woont en werkt in Rotterdam. Hij is komiek en zingt en schrijft graag liedjes. Het levert hem bepaald geen windeieren op noch zoete koekjes. Vanmiddag trakteert André zijn verse paard op een ritje in de duinen. Een stukje rijden dat wel. Maar ach, je moet wat met Carnaval.

07-01-2019

Festina lente

Prinses Carnaval
Ze zwaait de scepter sceptisch
Het publiek huppelt

Majorettemeid
Ze gooit de baton omhoog
Het publiek bukt snel

Hofnar de Bolknak
Ligt helemaal in een deuk
Het publiek lacht stout

De tamboermaitre
Loopt achter de fanfare
Festina lente

Dans polonaise
Het voorjaar komt er weer aan
Zing, drink, laaf en lach


Gepubliceerd in bloemlezing 'Week van de Poëzie 2020'. Uitgever Heimdall, Waalre 2020, ISBN 9789493154148.

06-02-2018

Terraszuivering

Op een terras op het Rembrandtplein zitten drie blondjes aan een klein tafeltje. Ze zitten dicht bijeen met de benen tegen elkaar aan. De kettingen waaraan hun stoelen zijn vastgeketend schuren tegen hun benen. Ze hebben het koud, steenkoud, want het vriest een beetje. Wat doen die dames op het terras hartje winter?

Wachten, ze wachten op het voorjaar. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Is dat dom? Nee. Is dat blond? Nee. Is dat dom blond? Ook niet. Het is gewoon hartstikke slim. Weet je hoelang je gemiddeld op een leeg tafeltje moet wachten in de lente op het Rembrandtplein? Ik bedoel maar. Je kunt er maar beter op tijd bij zijn.

Maar een politieagent vindt het maar verdacht en spreekt de dames aan. Of hij even hun legitimatiebewijzen mag zien. De drie dames komen uit Limburg. Venlo, Roermond en Weert om precies te zijn. Wat ze op het terras doen? De vrouw uit Weert neemt het woord en besluit er maar meteen een grap van te maken. Ze vertelt de agent dat ze op de optocht wachten. De agent snapt er niets van. Optocht? Welke optocht? De Roermondse valt de Weertse bij. De Carnavalsoptocht. Enig idee hoe laat die begint? Het is ijskoud.

De politieagent krabt zich eens achter zijn oor. Wat heeft hij hier voor vlees in de kuip? Zeg dat maar niet hardop in Amsterdam agent, gaat de Venlose dame verder, in de kuip, dat vinden Amsterdammers niet leuk in hartje Amsterdam. Zo, de dames zijn ook nog eens bijdehand. Daar wil oom agent meer van weten. Hoe lang ze al in Amsterdam zijn? Voor het eerst en ongeveer elf minuten. Dat is bijzonder. En het dan al zo koud hebben? De dames zijn anders royaal gekleed. Ze dragen allemaal een bontje. Wit, bruin en een gespikkeld. De bontjes hebben ook allemaal een schattige muts. De politieagent zal wel denken: wat een snoezepoezen?

Van welk ras zijn jullie? Wat een discriminerende vraag meneer agent. Dat laatste zeggen de drie dames in koor. Daarbij steken ze ook nog eens hun armen uit, spreiden hun vingers en krommen hun nagels. De politieagent verontschuldigt zich en zegt dat hij dat standaard moet vragen van zijn korpschef. Hoe idioot? Van welk ras ben jij oom agent? Het zwarte of het blauwe, nou vooruit? Met de staart tussen zijn benen druipt de agent af. Stoïcijns kijken de dames voor zich uit. Ze hebben het allang niet meer koud. Wat een stud was die oom agent!

10-01-2018

Pech

Uit de auto stapt een klein iel mannetje met grote neus en dun haar. Kan zo weggelopen zijn uit een foute comic. Hij bukt voor de band en krabt eens aan zijn neus. Uit de achterbak van zijn Mercedeslimousine haalt hij een fietspomp. Maar dit gaat niet lukken. Wat nu?

Een paar miniem geklede dames staan onder een lantaarnpaal het tafereel te bekijken. 'Wenn Motten das Licht ...', denkt der Johan. Hij kucht wat schuchter en loopt op de dames af. De dame die het dichtste bij de lantaarnpaal staat spreekt hij aan.

"Kech, ik heb pech, kun jij me effe helpen?"
"Hoe wil je het hebben, met of zonder, binnen of buiten?"
"Nee, nee, met de auto."
"Een cardate, een vluggertje?"
"Nee, nee, ik heb een lekke band, dat zie je toch?"
"Volgens mij is bij jou alles lek, vriend."

De zwoele dame geeft der Johan een flinke vette knipoog en knijpt hem flink in zijn ballen. Johan begint spontaan te jodelen.

"Fout lied, vriend, kun je niet beter?"
"... umpff ... ie ... jodela ... hi ... ti ... ehhh ... ie ...!"
"Wil je me iets vertellen misschien?"

Langzaam loopt bij Johan ook iets leeg. Zijn blaas. Een klein straaltje urine drupt langzaam op zijn veel te kleine clownsschoen. De dame onder de lantaarnpaal stoot haar buurvrouw aan.

"Zullen we hem even helpen met zijn fietspomp, Door?"
"Goed plan, Priscilla, houd jij hem even vast, dan zal ik ...!"
"Nee, nee, nee, dames, het is al goed, ik trek me terug!"
"Trek je terug? Ho, ho ... dat bepalen wij wel, koekenbakker. Kech, zo noemde jij me toch, niet?"
"Kech, Kech ... nee hoor ... ik zei gewoon pech, ik heb pech, echt!"
"Ja, ja ... dat heb je zeker, gajes, boef!"

Na wat zinvol geweld trapt Johan het uiteindelijk af. Van gif besluit hij er een carnavalsliedje over te schrijven. Uitbuiten dat leedgeweld, dat is wat hij denkt.






03-01-2018

Samenwerkingsverband

Er zijn zo van die verbanden die stand houden voor de eeuwigheid. Maar eentje wil ik met nadruk even onder de aandacht brengen. Het is een verband dat beklijft en ook nog eens voor meerdere situaties toepasbaar is. Eigenlijk is het een multifunctioneel verband. Ik heb het hier over het verband ducttape. Maar dat is toch helemaal geen verband?

Tja, wat is een verband? Iets wat je om je enkel wikkelt of tapet? Of is het een samengaan van minstens twee zaken? Een causaal verband? Een samenwerking? Of schuur ik nu tegen het woord verbond aan? Een verbond is toch eigenlijk ook een verband? Een verband kan een verbond verbinden. En in verband met verbinding staan, kan weer leiden tot een verbond. Een verbond versterkt ook verbanden. Tot zo ver de psychische verbanden of zo u wil de emotionele. Terug naar de fysische, oftewel de tactiele. Fysiek voelbaar. Staat natuurlijk nooit helemaal los van emotioneel, maar dat terzijde.

Ducttape is en blijft mijn favoriete fysieke verband. Het is een verband dat goed samenwerkt en altijd stevig stand houdt. Het plakt goed en houdt alles goed bij elkaar. De combinatie lijm en textiele materie is tot in perfectie gecombineerd in dit onmisbare product. Het zorgt voor ultieme cohesie en krachtige hechting. Enkele toepassingen wil ik u niet onthouden. Zonder ducttape zouden we allang benen gebroken hebben of erger nog, heupen. Want bij al die popfestivals, buurtbarbeques, kermissen, braderieën en andere volksfeestjes, zouden we allang over losliggende elektriciteitskabels gestruikeld zijn. Nog nooit meegemaakt? Een vrije val over een stroomkabel? Dan bent u zeer waarschijnlijk familie van de inheemse binnenhuismus of de groene muurbloem. Dat kan.

Maar waar ducttape vooral onmisbaar en nodig is, dat is tijdens Carnaval. Daar waar ik eerst nog experimenteerde met ordinaire, bruine plastic tape, is de ontdekking van ducttape voor mij een zegening gebleken. Voor montage van mijn Carnavalsattributen valt deze tape niet meer weg te denken. Ieder jaar komt die weer opnieuw van pas. Voor alles kan ik het gebruiken. Voor hoeden, auto's, dienbladen, noem maar op. Edoch wel alles in combinatie met karton. Dat is wel een vereiste. Karton is het ideale constructiemateriaal voor Carnavalsattributen. En ducttape is de ultieme lijm, de specie, het bevestigingsmateriaal, onmisbaar voor het bouwproces.

Een grote JR Ewing hoed, met zes gaten in de zijgleuf om bierglazen in te kunnen dragen, is mijn topstuk. Gemaakt in 2011. Van karton en omwikkeld met ducttape kan deze nooit meer stuk. Wat een vondst. Niet te vergelijken met die slappe plastic fakehoeden die je nu in feestwinkels kunt kopen. Soms denk ik dan, hebben ze mijn idee gejat? Tegenwoordig ben ik met Carnaval alert. Kijk goed om me heen of er geen productdieven het op mij gemunt hebben. Want ludiek zijn ze, mijn Carnavalsattributen.

Zo ook mijn Batmobiel van afgelopen jaar. Vervaardigd met hard karton in deelplaten en met ducttape verstevigd. Met klittenband konden de acht compartimenten aan elkaar geregen. Wat een lol hebben we gehad met dat ding. Met zijn vieren pasten we erin. Batman, Robin, Batwoman en Poison Ivy. De Joker en de Riddler waren de reservepassagiers. Dit jaar knutsel ik een Flintstone-mobiel in elkaar. Heb er nu al zin in. Let's meet the Flintstones. Yabadabado. Fred, Wilma, Barney, Betsy, Pebbles en Bambam.

Ja, ducttape dient in alle opzichten als samenwerkingsverband voor mij. Het brengt niet alleen onderdelen samen maar via de onderdelen ook mensen. Voor de eeuwigheid. Opdat het snel weer Carnaval mag worden. Alaaf. O ja, voor mensen met kinderen, ducttape is ook een onmisbaar product om kinderen achter het behang te plakken. Niet tijdelijk, maar voorgoed. Mocht u dat wensen uiteraard. Verder is het ook handig bij lekkages en bij ruimtevaart. Dus als u wil voorkomen dat uw uitwerpselen met ruimtevaart uit poreuze of lekkende buizen schieten, gebruik dan ducttape, samenwerkingsverband. Het het is zo sterk dat je er zelfs bruggen mee kan bouwen, viaducttape.

31-03-2017

Schrijfveren Maart 2017

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


De mens is een verhaal (01-03-2017)

Verzonnen, compleet verzonnen is de mens. Hij komt alleen maar voor in verhalen. Zij ook en zelfs het. Want zeg nu eens eerlijk, wie of wat is nu een mens precies? Zet de mens maar eens af tegen god of goden. Of tegen kabouters en dwergen. Reuzen, heksen. En vraag je dan eens af, wie is hier nu eigenlijk het sprookje?.

Verhalend zijn we allemaal maar kort aanwezig. In hier en nu meestal en voor enkelen ook in verleden en toekomst. Maar sprookjes gaan voorbij. Aan het eind leeft iedereen weliswaar lang en gelukkig, maar tot op heden heb ik daarvan nog nooit het bewijs gezien. Tenzij de Efteling beschikt over absolute waarheidsgarantie. Of Disneyland. Pipi Langkous land. Trollenland.

Noem ze maar allemaal op, waar ze verstopt kunnen zitten, de sprookjes, de verhalen, de dieren en de mensen. En dan gaan we ook nog eens dood. Heel vervelend. Dat geldt dan weer niet voor god en goden. Zij beschikken als enige wezens op en rond de aarde over het eeuwige leven. Niet dat ze daar blij mee zijn. Ze worden voortdurend beschimpt. Maar daar trekken ze zich niets van aan. Liever horen ze de jubel van hun volgelingen.

Een enkeling creëert zijn eigen heiligdom. Met de nadruk op dom. Het zijn half mensen en half goden. Dragen meestal een hele grote slurf. Om mee te zwaaien en regeren en om alles uit te vegen. Gelukkig komt er aan alle verhalen en sprookjes ook een end. En dan komt die slurf ineens weer van pas. Nee, de mens is geen verhaal. Hij is een woord. Hooguit. Soms hoog en soms laag. Soms schreeuwend en soms fluisterend. Maar altijd aanwezig. Wat weer wat anders is dan gezien.


Een varend eiland (03-03-2017)

Een kleine lilliputter hangt met zijn benen in het water. Zout zeewater. Af en toe peddelt ie met zijn minivoetjes. Het gaat niet hard vooruit. Hoeft ook niet. De lilliputter doolt al een eeuwigheid op het zwarte water.

Zwart? Ja de zee is inktzwart. Geen maan vannacht. Het is weer eens een van die nachten dat de lilliputter de slaap niet kan vatten. Het enige dat ie dan kan doen is zijn voeten buitenboord steken. Vanaf het ieniemienie strand. Peddelend met zijn kleine voetjes is en blijft het een groot avontuur waar hij dan uiteindelijk terecht zal komen. Over pakweg vier weken.

Hij bevindt zich nu al drie jaar op dit kleine drijvende eiland. Drijvend ja, want daar kwam ie na een verblijf van pakweg zes weken achter. De eerste zes weken op het eiland had hij tijd nodig om te acclimatiseren. Zo gaat dat met lilliputters. Ze zijn weliswaar klein van stuk maar lang van gewenning.

Sinds een paar dagen is hij erachter gekomen dat ie ook invloed kan hebben op de richting waarin het eiland drijft. Simpelweg door met zijn kleine voetjes te peddelen. Gisteren was de maan er nog. Vol. En nu is hij verdwenen, achter nevel, dikke mist. Over vier weken is het weer volle maan. Hij is super benieuwd waar zijn eiland dan zal drijven.

De sterren hebben hem gisteren alvast een goede vaart gewenst. Zij weten wel waar lilliputters op drijvende eilanden uiteindelijk terechtkomen. In een sprookjesboek. Logisch. De vraag is alleen, in welk sprookjesboek. Want dat kunnen de sterren niet voorspellen. Ze laten lilliputters ook het liefst in het ongewisse.

Een sprookjesboek wil dit sprookje wel graag inladen. Het boek vindt de lilliputter zo schattig en hij heeft ook wel lang genoeg rondgezworven op stille wateren. Stil? Was de zee dan altijd stil? Nee, integendeel, maar lilliputters laten zich niet snel kennen. Bovendien is het eiland zo klein dat de zee nauwelijks impact heeft op het eiland. Het eilanden drijven sowieso altijd door en komen ook altijd weer boven water.

Het sprookjesboek heeft al een mooie plek gereserveerd voor de lilliputter op het varend eiland. Op pagina vijfenvijftig is nog volop ruimte. Alleen nog even een leuke titel verzinnen.


Liefdeswoede (05-02-2017) (Per abuis vergist in maand)

Woedend is ze. Sandra uit IJsselstein. En terecht. Komt er een gerenommeerd auteur zijn liefde voor literatuur bij haar op school door haar strot drukken en die van haar klasgenoten; wordt ze door hem eerst te kakken gezet om daarna hetzelfde te doen met haar favoriete band Broederliefde, om vervolgens haar en de band op een voetstuk te plaatsen, een podium dat ze als ontluikende puber helemaal niet wil. Wat denkt die koekenbakker wel, of niet? Maar hij heeft wel schattige pretoogjes en een lief baardje. Hij spreekt heel zorgvuldig Nederlands, haast accentloos. Het Brabants plakt nog wel een beetje in zijn keel en ze ziet hoe hij zijn best doet omdat vooral niet te verbloemen. Knappe gast.

De auteur vraagt aan de klas of iemand bekend is met broederliefde. De hele klas steekt zowat de vinger op. De auteur schrikt ervan. Hebben ze dan allemaal een broertje. Zelf heeft de auteur een broertje dood aan zijn eigen broer. Maar allez, is het Germaanse spreekwoord niet 'das was sich neckt liebt sich'.

Sandra kijkt nog steeds boos naar de auteur die erg zijn best doet om zijn vak te verkopen. Maar de auteur heeft niet in de gaten dat hij ook wat anders verkoopt met zijn uitstraling. Hij kijkt Sandra niet meer aan. En Sandra baalt. Haar onderbuikgevoelens worden op deze manier niet beantwoord. En dat terwijl hij haar eerst op een podium plaatste, met haar zelf verzonnen woord liefdeswoede. Ja, nu is ze echt boos. Woedend.


Getuigen van haast (05-03-2017)

Herman. Alweer. Hij kan het niet laten. Hijgen in mijn nek. Heel vervelend. Maar ik laat me niet kennen. Ik hijg gewoon terug. De aanhoudende hijger wint uiteindelijk. Zeker weten. Daar staan we dan. Achter elkaar op straat. In de Kalverstraat. Niet te verwarren met de Klaverstraat. Mocht je daar staan dan zit je verkeerd. Sta je verkeerd. Op straat zitten is niet gezond. En al helemaal niet op de Kalverstraat. Je zou zowaar de gekke koeien ziekte kunnen oplopen.

Herman kan het edoch niet laten. Het hijgen in mijn nek. Voortdurend. In de Kalverstraat. Samen met Babette. Die doet ook mee. Word ik toch van twee kanten in mijn nek gehijgd. Heel vervelend. Houd het dan nooit op. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. Iedereen heeft verschrikkelijke haast. Waarvan getuige. Druk, druk, druk, loopt het gepeupel aan ons voorbij. Met de blik op winkel. Of met de blik op strak. Met de blik op oneindig, dat kan ook. Dat zijn de ergsten. Ze zien niks of niemand staan. En ja, ook zij hijgen in de nek. Bij hun voorganger. De pastoor. Heilige bonen. Schijnheilig.

Herman geeft nu gas. Samen met Babette. Stoom komt uit hun oren. Bah. Het ruikt naar boerenkool. Het ruikt niet fris. En dat in de Kalverstraat. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. Iedereen heeft haast. Waarvan getuige. Koyaanisqatsi klinkt nu door de boxen die hangen aan de straatkoorden. Flip Glas. Flip Glas. Glas rinkelt. Straatakkoord. We zijn het eens. Herman en ik. Eindelijk.

Getuigen van haast. Ze rennen allemaal weg. Hard. Op weg naar maaltijd. Het is bijna zes uur. Tassen en attachékoffers lijken steeds zwaarder te wegen. De weg door de Kalverstraat is niet korter. Maar dat wisten ze eigenlijk al, de haastgetuigen, tegen beter weten in. Ze schakelen een tandje harder, met de voordeur in zicht. Stalruikers zijn het. Maak plaats, maak plaats, maak plaats! Voor de getuigen die allemaal getuigen van haast.


Hoeveel glazen bier (07-03-2017)

Zes. Zes glazen bier moeten erop passen. Ieder jaar weer. Vaste prik. Afhankelijk van het onderwerp, onderwerp ik mijn geest jaarlijks aan mijn rijke fantasie. Het associëren gaat me in het algemeen prima af. Althans, het vloeibaar associëren. In vaste vorm, concreet, dat is een ander verhaal. Dat vereist tijd en vindingrijkheid, karton, (duck)tape en lijm.

Eerst maar even mijn geheugen prikkelen. Waar en wanneer is het ook alweer begonnen? Bij de Pirates of the Caribean 2008. Een stuurwiel vervaardigd uit karton en bruine plastic tape met zes lege gaten. En dan de Cooking Club Catstown 2009. Een mega kookpan van de Zweedse kok. Vervaardigd idem als het stuurwiel. En dan de Haagse Multi Culti Colour Band 2011. Cowboyhoed van Henk de Yank vervaardigd uit karton en grijze ducktape met zes lege gaten in de rand. Cats in Catstown 2012. Als Dikkie Dik, met een speciaal geprepareerde kattenbak (deksel plastic aardappelbak) met ruimte voor zes glazen. Maja's in 2013. Als Maja Jorge met giga panfluit van karton met geel papier beplakt, opgebouwd uit vijf 'fluiten'. Sheiks in 2014 met een uit karton en papieren tape vervaardigd dienblad inclusief oliekannetje. Als Borrelhapjes in 2016. Een geprepareerde mayonaisetubedophoed van karton, met rode nep leren stof beplakt.

Ik ben eruit. Dit jaar gaan we als Batman. Ik maak een merkteken van Batman in karton, zwart gestift en met boeklon beplakt. Moet lukken. Creatieve dienbladen die ons altijd goed van dienst zijn. Proost.


De vreugde van door een schaduw te fietsen (09-03-2017)

Hij had nog nooit door zijn eigen schaduw gefietst. Lucky Luke. En nu moest het er toch maar eens van komen. De Daltons en Rataplan stonden aan de zijkant tussen het publiek en moedigden Lucky met luide stem en geblaf aan. Ze wisten hoe zenuwachtig Lucky was. Hij had nog nooit gefietst, laat staan door zijn eigen schaduw. Maar ze hadden er allemaal alle vertrouwen in dat het wel zou goed komen. Behalve de kleinste Dalton. Het meest vervelende en altijd kritische opdondertje van de immer gestreepte vier. Hij zag Lucky het liefst vallen, jaloers als ie was.

Nog vijf minuten en de wedstrijd zou beginnen. Lucky had toch wel wat spijt dat ie de wedstrijd was aangegaan. Hij was toch liever levend dan dood. En dat laatste, benaderde momenteel het meest zijn momentane gevoel. Maar er was geen weg meer terug. Dus ging Lucky er voor. Nog snel even een laatste shaggie pielen en vooruit met de geit ... ehhh ... fiets.

Zijn uitdager stond allang klaar. Een oneerlijk gevecht zo op de eerste hand. De schaduw van zijn opponent was namelijk veel omvangrijker dan die van hem. Een breinaald was Lucky Luke, vergeleken bij de kolos die tegenover hem stond. Waar hadden ze die ooit gevonden? Maar Lucky kende gelukkig geen angst, niet van buiten, althans. Van binnen was een ander verhaal. Maar dat hoefde niemand te weten. En zeker zijn tegenstander niet. Lucky was maar voor een ding gekomen. Een doel, een missie. De liefde.

Titia Hortensia stond ietwat gespannen langs de kant. Ook zij hoopte dat Lucky zou winnen en als eerste dwars door zijn eigen schaduw zou fietsen. Dan was zij de zijne. Voor eeuwig. Duimen maar. Lucky kon zijn ogen niet van haar af houden. Daar stond de hoofdprijs, zijn trofee, zijn liefdesgodin. Nu nog even winnen. Concilio Gigantus Toreadorus maakte geen schijn van kans. Zeker weten.


Zuidvlucht (11-02-2017) (Per abuis vergist in maand)

We tellen 2034 en ja we leven nog. Op Madeira, bloemeneiland. Het is weliswaar overbevolkt en van bloemen is weinig meer te bekennen, maar we leven nog. Iedere dag wachten we op de boot met eten. Wat zullen we vandaag weer voorgeschoteld krijgen en belangrijker, is het voldoende? De broodkruimels van gisteren, gemarineerd in flauwe tapenade, was best te pruimen en net genoeg.

Tien jaar alweer. Tien jaar geleden maakten we de oversteek. Verdreven uit onze vertrouwde Heimat, weggejaagd door boze buitenlanders die ineens ons binnenland veroverden, de macht namen, en ons de wacht aanzegden. Terecht. Wat hadden we ze de jaren ervoor uitgeknepen en vooral niet welkom geheten. Dat ze ons lieten leven is nog een grote gift. Grote gift? Groot gif? Whatever. We leven nog.

Oké de kwaliteit van leven is behoorlijk achteruit gehold. Het enige dat ons nog doet denken aan vroeger is het hutjemutje wonen. Dat we Madeira toebedeeld kregen als eiland is een mazzeltje. Onze buren, de Duitsers en Belgen hebben het slechter getroffen. In quarantaine op Lesbos en Cyprus en maar twee keer in de week eten, we willen niet ruilen.

Het weer is wel fijn. Lekker veel zon. En heel af en toe mogen we ook even zwemmen. Alleen maar omdat we als een van de weinigen meteen hebben gecapituleerd toen de Derde Wereldoorlog uitbrak, een samenspel van burgeroorlogen in het hart en de randen van Europa. De Russen, Amerikanen en Chinezen zitten er nu weliswaar bovenop, maar het zal nog wel even duren voordat ze Europa binnen kunnen. Een muur van drie kilometer hoog staat er op de Europese grens. Vliegtuigen en raketten worden vanaf de bruggen direct omlaag geschoten. Ze maken vooralsnog geen enkele kans om Europa te kapen.

God wat zijn wij blij met de Zuidvlucht van tien jaar geleden. In grote vliegtuigen zijn we overgebracht naar Madeira. Grote dank gaat uit naar alle Buitenlanders die dit hebben mogelijk gemaakt, toegestaan. Grote harten liggen daar aan ten grondslag. Een mooi gebaar om ons in leven te laten, na alle uitbuiting die ze zelf ondervonden hebben jaren-, eeuwenlang. Dat zij ons dat vergaven. Hulde.

'Mien, Mien, kom je, we mogen weer even zwemmen?'
'Verdorie, waar heb ik nu mijn zwembroek weer gelaten?'
'Doe je voorzichtig?'
'Zeker!'


Kiemkracht (13-03-2017)

De erwten koken in de pan. Van kiemen is geen sprake meer. Ze worden gewoon vermoord. Hun protest is gesmoord. Tot voor kort hadden ze nog een grote bek. Gingen de strijd aan met spek en bonen. Ze voorzagen weeral eens een achtergestelde en ondergeschoven plek op het bord. Dit keer wilden ze niet bespot en bevlekt en bepoteld worden door bijgerechten. Zij waren immers het hoofdgerecht. En niet zomaar een hoofdgerecht. Nee, zij voorzagen een adellijke Engelse Prins Heerlijk van zijn belangrijkste gang. Nee, niet de stoelgang, maar de hoofdgang.

En hij was er klaar voor. Dat hadden ze hem vanuit de keuken in de woonkamer horen zeggen. 'Ik wil erwten!' Het had geklonken als 'Ik wil Bolletje!' En ja, dan weten erwten genoeg. Dat hoef je ze niet twee keer uit te leggen. Met alle kiemkracht die de jonge erwtjes in zich droegen hadden ze de worteltjesoorlog in de keuken al gewonnen. Worteltjes waren in hun ogen sowieso inferieur qua groente. Een hoofdgerecht voor konijnen, maar toch niet voor een prins. Nee, nee, nee, dat lag toch wel gevoelig.

Even gevoelig als zijn eigenste prinses. Die lag meestal torenhoog op stapels matrassen boos te mokken. Een gevoelige tante, echt wel. Ooit had de prins gevraagd waarom ze toch zo boos was. Wel, had ze geantwoord ik voel het gewoon in mijn rug, de lattenbodem is niet meer goed. Hoeveel matrassen ik er ook op stapel, ik voel de lattenbodem prikken. En jij, jij weigert mij maar een nieuwe aan te schaffen. Omdat ie zogezegd nog niet oud genoeg is. Pas elf jaar. En hij moet vijftien jaar meegaan. Nou mooi niet. Niet deze matrassen. Twaalf waren het er. Twaalf!

De prins besloot de som op de proef te nemen. Of eigenlijk een erwt op de poef. Hij schoof dezelfde dag een harde erwt tussen het onderste en het op een na onderste matras. Eens kijken of ze dat zou voelen. Maar niks hoor. Ze sliep na drie uur boosaardig krijsen vredig in. Die drie uur waren standaard uiteraard en gevrijwaard van de resultaten van deze toch wel belangrijke lakmoesproef. De proef van de pudding zogezegd. Nou kouwe kermis hoor. Niks geen pudding of gekleurde lakmoes werd ontdekt. En de prinses moest nog vier jaar lang slapen op de twaalf matrassen.

Maar onder ons gezegd. Het is haar een rotzorg. De dramaqueen teerde weer maandenlang op het beetje aandacht dat ze van Prins Heerlijk had gekregen. Daarmee kon ze weer vooruit.


Blij dat je er bent (15-03-2017)

Niet stoer stemmen. Ik glip de deur uit als niemand me ziet. De straat leeg is. Ik kijk naar de gordijnen die nog lang niet open gaan, maar wie weet, misschien zit er wel een Jantje te gluren, of erger nog buurman Frits. Niemand mag me zien. Gisteren bij onze hangplek in buurtpark Gulden Fonteijn hebben we een deal gesloten, bezegeld met een bloedoffer. De grote vijf. We gaan niet stemmen. Op die manier laten we zien dat we het er niet mee eens zijn. Met Mark, kornuiten, politiek, gehuichel, geslijm, beloften die niet uitkomen, gemarchandise, pluchegevechten. Het kan ons niet ver genoeg gaan.

Snel steek ik de straat over. Ik weet ook al waar ik ga stemmen. Drie buurten verder. Daar kennen ze me niet. In wijkcentrum de Googelaar. Ik mijdt de brede laan Burgemeester Strijp van Deken. Want daar wonen twee bloedbroeders, bankgenoten. En die zijn altijd vroeg op. Langs de Kruisstraat zie ik geen heilig boontjes. Oef, dat is weer een meevaller. Er zitten namelijk wat klikspanen tussen. En als die iets zien dan wordt het door de goegemeenschap voor waar aangenomen.

Daar is de stemlocatie. Een oude viswinkel die al negen jaar leeg staat. Eindelijk. Nooit gedacht er zonder kleerscheuren te komen. Even de omgeving spotten. Goh, wat stinkt het hier. De gemeentedienst is er al een tijdje niet geweest. Je weet maar nooit wie er plots verschijnselt, tegen alle afspraken in. Het stemlokaal is nog niet open. Wel zijn er al reclameposters op wankele driepoten geplaatst. Mijn partij staat er ook bij. Dat hebben de vijanden van de grote vijf gedaan, zou buurman Frits denken. Zeker weten. Ik niet. Ik ben blij dat de poster er staat. Hij knalt eruit. Met gouden randjes dit keer. Een slimme keus. Het midden is fluo-oranje. Het heeft een zuigende werking en doet je ogen openen. De andere posters slaan erbij dood. Dat is alvast de eerste winst.

De deur gaat open en ik spring als eerste naar binnen. Totdat ... Frits een hand op mijn schouder legt. Hij is me blijkbaar gevolgd. Zeg kerel, jij ook hier, stouterd, dit is niet de afspraak, bralt hij in mijn oor. Maar ik doe met je mee heur, niet verder vertellen. En samen duwen we het aangekruiste krantenpapier in de gleuf. En op wie? Die? Ja, die. Ik ook. Borreltje? Borreltje en sigaar.


Wezensvreemd (17-03-2017)

Hij zit voor zich uit te staren, in het niets. Dat geeft hem rust. Een heel klein mannetje, gifgroen, met hele magere armen en benen. Vel over been. Er heerst grote armoede in zijn lijf. Hoe lang moet hij dit nog verdragen? Zitten lukt haast niet meer. Zijn zitbotten zijn doorgesleten. Het lijkt wel of ie op schuurpapier zit. Van hele slechte kwaliteit. Het schroeit en het zeurt. Staan houdt ie sowieso niet lang vol. Zijn magere benen kunnen hem amper dragen. Liggen dat geeft nog het meeste ontspanning. Voor zover er sprake is van het kunnen en mogen ontspannen.

Waakzaam ziet hij zijn omgeving meestal tegemoet. Overal loert gevaar. Het boezemt angst in. Angst in zijn kleine borstkast. Een borstkast gevuld met bang hart en slappe ballonlongen. Piepen doen ze soms. Uren aan een stuk, zijn flutlongen. Jarenlange arbeid hebben zijn longen stukgebeten en uitgehold. En nu, nu kan hij alleen nog maar voor zich uit staren. Met moede lede ogen. Vroeger waren ze nog helblauw. De vrouwen vielen als bosjes voor zijn droeve blauwe blik en zijn volle lange wimpers. Nu hangt er geen haar meer aan en het helblauw is overdekt met grijs. Dofgrijs. Hoe moet het nu verder? Dat is wat het kleine mannetje denkt.

'Kijk mam, wat is dat voor raar mannetje?'

'Sjors, zo praat je niet tegen die meneer.'

'Waarom is ie groen, mam?'

'Sjors, Sjors! Houdt eens op met wijzen, laat die man met rust.'

'Waarom beweegt ie niet mam, kijk ik kan hem aanraken, hij doet helemaal niets.'

Sjors, en nu hier komen, onmiddellijk!'

Het kleine mannetje kijkt wezensvreemd voor zich uit. Hij is er even niet.


Alsnog gehecht (19-03-2017)

Met zijn ziel onder de arm sjouwt Joost door het bos. Zal hij het doen, vandaag? Dieper en dieper komt hij tot de kern. De bomen worden steeds dikker, het pad dunner. Hij kan maar een kant op. Maar is het eigenlijk wel de kant die hij wil? In het midden van het bos daar wil hij het doen. Een mooie open plek. Groen, met sprankjes zonlicht. Want eerlijk is eerlijk, er dwaalt nog een sprankje hoop in het nog jonge lijf van Joost.

Hoe is het toch zover kunnen komen? Alles, maar dan ook alles lijkt bij Joost op orde te zijn. Knappe vent, intelligent, warm nest, lots of friends, en iedereen werkelijk iedereen wil iets van deze adonis, de ideale schoonzoon. Ook dat nog. En juist dat beklemt Joost. Het plaatje dat af is, in de ogen van de buitenwacht. Maar voor Joost gelden hele andere normen. Hij is doorsnee beu. Hij houdt niet van geluk. Lijkt voor het ongeluk geboren. Sinds kort is hij daar achter gekomen. Een bijzondere lotsbestemming.

Het einde nadert. Van het pad in het bos en van zijn eigen weg. Daar is de open plek. Een geweldig mooi traatje. Met de perfecte boom. Een knots van een eik. Hij gooit het touw over de laagste tak die net hoog genoeg uitsteekt. Van een takkenbos maakt hij een trapje. Hij stapt op het bosje en wordt dan plots geraakt. Geraakt door een rare bestemming. De zon straalt recht in zijn gezicht en stelt de belangrijkste vraag uit Joost zijn nog korte leven. Waarom? Waarom, ja waarom? Daar heeft Joost nog geen moment over nagedacht. Tot voor kort liep alles vanzelf en op rolletjes. Waarom? Verhip. Joost alsnog gehecht. Het laat hem niet meer los. Waarom, ja waarom? Gehecht aan levensvragen. Voor altijd.


Vrees bewaarheid (23-03-2017)

Leugens om bestwil boezemen soms angst in. Zowel voor de drager als de ontvanger. Als drager van de leugen wil je de ontvanger van de leugen liefst niet opzadelen met een rotgevoel. Sterker nog, de leugen om bestwil moet dat juist voorkomen. Maar stel nu, dat de drager zelf vrees heeft voor het bekennen van waarheid. Dan heeft ie een probleem. Zijn vrees bewaarheid, dat hij zijn eigen waarheid moet inslikken en verpakken, verhullen als het ware. En voor hoelang? Niet onbelangrijk. Hoe lang moet hij als drager van de leugen de waarheid verstoppen? En weegt de vrees voor waarheid wel op tegen het ongemak van de leugen. Waarom niet meteen vertellen waar het op staat? Ik ben er klaar mee. Klaar! Nee, hoor. Stug volhouden, tegen wil en dank. Ik ga het je niet vertellen. Ik vertel jou een leugen om bestwil. En dat terwijl je verrekte goed weet dat de wil niet best is.

Veel beter zou je de bestwil inruilen tegen bestmag of beter nog bestkan, nee nog beter, bestmoet. Bestmoet doet goed. Het voelt als een verzadigd loslaten van stoelgang. Opluchting. Relief. Geen enkele vrees hoeft daarna nog bewaarheid. Loslaten. Zo fijn. Daarop reageren mensen nu juist zo bangelijk. Het loslaten? Wat heeft een mens te verliezen denk je dan? Wat houdt ie vast? Leugens om bestwil. Wat een energie dat kost. Loslaten, loslaten. Geen wrijving meer, geen energieverlies. Wat schuurt moet bevrijd. Wezen. We en zen moeten we wezen. Dat helpt. Met elkaar. Met elke aar van ons zijn. Met vriendelijk gebaar. Loslaten zeg ik. Baren. Onbevreesd. Het geeft lucht en leven. Waarheid. Laat het los. Alle waar en al het ware. Uiteindelijk gaat iedereen dood. Vrees niet langer waarheid en bewaarheid. Angst is een dooddoener. Laat los.


Autootjes (27-03-2017)

Hebben jullie er ook zoveel last van? Autootjes. Vreselijk, wat een rotdingen zijn dat. Ja, ja, ik weet het. Hier maak ik geen vrienden mee. Hoeft ook niet. De dood aan de autootjes of de gladiolen. Zeker aan doodrijdautootjes. Blinde doodrijdautootjes. Blinde doodrijdautootjes die Danny heten. Grote gruwel. Dat zijn de ergste. Rijden blind rond en kijken nergens naar. Rijden eenrichtingstraatjes in en weten dan nooit te keren. Het keert dan tegen zich. Het keert Danny tegen zich. Maar ja, het kan ook haast niet anders. Alle autootjes mankeren voort wel iets. Of ze nu Maseratje of Lamborginmettonic heten, of gewoon Fort of Oepelop. Of ze nu gekleed of gekleurd zijn in de laatste trend. Met afro-, Messi- of geen kapsel. Het doet er niet toe. Ze rijden stuk voor stuk tegen een blinde muur, die staat op pakweg negen meter afstand, wachtend voor een witte Colgate-streep. Het stijve stoplicht in strakke broek staat dan al op rood. Wat zouden we toch zijn zonder scheidsrechters in ons leven?

En nu staat zo'n autootje weer in de krant. Te koop. Wilde Bulgaar. Zo goed als nieuw. Nog geen 10.000 km op de teller. Nog nooit een grote beurt gehad. Een koopje zogezegd. Made by Sweden. Een wilde Bulgaar made by Sweden? Het moet niet gekker worden. Franse slag waarschijnlijk. Daarmee worden we nooit wereldkampioen. Meedoen is belangrijker dan winnen, zeg ik dan. Maar dan moeten we wel eerst meedoen. Of zullen we ons beter focussen op de wereldkampioenschappen schaatsen. Met harde banaan op de harde baan, ervoor gaan. Of richten we ons op het WK darten? Een van de twee. Oh Barneveld, oh Barneveld, zijn uw kippen al geteld? Als 's ochtends vroeg het haantje kraait, dan is er weer een kip ...

Nee, laat mij voorlopig maar nog even met autootjes spelen. Dinky toys.


Een geruite jurk (29-03-2017)

Brabants bont, rood en wit, dat is toch prachtig. Bloedrood, bloedmooi. Zeker in het groene Brabant. Trots kloppen de harten in borst en keel. Op het volkslied dat niet is. De provincie is er nog niet uit. Guus- en Corrymoe. Ze zoeken nieuw talent. Een ballad of een rap? Een ding is edoch zeker. De tekst moet fiere ferme platte taal bevatten. Werk aan de winkel dus. Een schrijfwedstrijd wordt uitgeschreven. Iedereen mag meedoen. Amateurs, profs, straatmuzikanten, troubadours, dj's, ongerijmd.

Vier weken later, de audities vinden plaats. Veel look-a-like Gusen en Corries. Ook een vreemde vrouw met oranje pruik, een rare min. Mannen met wanten om hun nek. Een oude opa met lange witte baard en wat ander gespuis. De meesten doen maar wat. Een meisje echter, steelt de show. Gekleed in een geruite jurk. Rood met witte vakken hoe toepasselijk. En ... heel slim. De songtekst op haar mouwen gespeld, in flinke hanenpoten, in haast alle witte vakken. In ieder vakje een couplet. Ze zingt loeihard langs haar mouwen. Wat een tekst! Wat een melodie! Een echte meezinger ook. Het gaat erin als koek. Ook bij de jury.

En dan hier het refrein.

Oh Brabant, oh Brabant, wat hou ik toch van jou
Meer moet dat niet zijn
Hier gaan we voor de liefde en de gein
Hoedou, hoedou, hoedou en debankt
Wat zing ik nau?
Houdoe, houdoe, houdoe en bedankt!



Een open einde (31-03-2017)

Daar kun je helemaal niets mee. Het kan namelijk alle kanten op. En toch, het zijn de meest intrigerende zaken. Open einden. Zeker als ze plaatsvinden op de laatste pagina van een boek of in de laatste seconden van een film. Het maakt ze over het algemeen goed. Dat geldt niet voor iedereen. En ook dat is goed. In de consumptiewereld waarin we onder andere in het Westen leven, wordt het vaak slecht verteerd. Open einden. Het vult niet. Geeft niet onmiddellijke bevrediging. Sterker nog, het laat grote leegte achter. Een creatieve veelvraat edoch smult ervan. Heerlijk of gruwelijk fantaseren over wat mogelijk komen gaat. In het hoofd een feest. Maar dat geldt niet voor leeghoofden. Die hebben eerder last van hun buik.

Het meest bijzondere open eind dat ik ooit zelf heb meegemaakt durf ik eigenlijk niet te vertellen. Het is namelijk te gruwelijk. Zeker voor mensen die mij goed kennen. Maar ook nieuwe lezers zullen vanaf nu het liefste wegkijken. Dat is ook meteen de kracht van open einden. Je moet er even doorheen. Met je hoofd. Maar niet te lang. Heel even ervaren, maar ... wel liefst op het laatste moment terugtrekken. Dat hoofd. Een gesloten eind dat wil je niet. Daar is niemand bij gebaat. De hoofdpersoon niet, zijn familie, vrienden en kennissen niet. En zelfs de lezer niet. Open einden moeten gewoon open blijven. Altijd. Het zorgt voor de beste cliffhangers ook. Het moet immers verder. Het verhaal. Jouw verhaal. Mijn verhaal. Hoe dan ook.

03-03-2017

Mooi ingelijst

Fotohoekjes, Pritt, Velpon, Bisonkit, ik heb alles uit de la getrokken. In die volgorde ga ik ook proberen het mooiste portret van de straat te lijmen. Maar eerst heb ik de schaar nodig. Ik wil deze lieve gast en profile en zonder achtergrondvervuiling portretteren. Bij fotohoekjes hoort dan even uitleg. Het zijn eigenlijk geen fotohoekjes in de juiste zin van het woord. Foto's worden namelijk niet meer ingeplakt maar ingeladen. In een digitaal fotoboek.

Kent u ze nog? Die fotohoekjes die je van de rol moest trekken uit een kartonnen doosje. Waarvan telkens het lint brak of oppropte, vastplakte in het doosje. Grote gruwel. Fotohoekjes met een doorzichtig plastic driehoekje op een kartonnetje waar je dan, op hoop van zegen, in een keer een hoek van de foto in kon schuiven. De foto in het vierde hoekje schuiven was dan het meest lastig. En ja hoor. Dan bleek ook nog eens dat je de verkeerde foto had geselecteerd. Nou, probeer dan maar eens de foto weer kreukloos uit de vier fotohoekjes te peuteren. Lastig.

Nee, ik doel eigenlijk op de dubbelzijdig klevende fotohoekjes, rechthoekig. Die zijn wel handig. Behalve als ze aan de vingers blijven plakken. Ook oppassen geblazen dat je de foto niet scheef op de pagina van het fotoboek plakt. Zo'n fotoboek met rugring. Als je te hard trekt, trek je de hele pagina los of het papier aan gort. Heel vervelend.

Nou die fotohoekjes bedoel ik dus. En waarom dan de Pritt, Velpon en Bisonkit? Heel simpel. De lijmlaag van de meeste fotohoekjes kan nog wel eens van inferieure kwaliteit zijn. Helpt Pritt niet, dan gaan we over op de Velpon. En ja, als die zelfs niet voldoende plakt dan is er altijd nog Bisonkit. De professionele, uiteraard. In die volgorde? In die volgorde. Lijmhierarchie.

Zo die hangt. Prins Carnaval Rini d'n Irste. Maar mijn portret heeft grijze haren, zie ik nu. Dat kan toch niet? Of nee, nee, het is de Bisonkit die drupt. Shit. En nu plakken mijn vingers ook nog eens aan elkaar. Dat wordt weer kauwen. Met precisie.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Mooi ingelijst (23-02-2017)

28-02-2017

Columns van Harrie (februari 2017)

Kamergotchi / Gein & Ongein / 19-02-2017

Er lopen sinds kort wat vreemde figuren rond in mijn bos. Vreemd omdat ze zich raar gedragen. Ik probeer het verband nog te vinden. Het zijn overwegend mannen, dat heb ik inmiddels waargenomen. Ik heb het nog niet in de nacht gecheckt, maar ga dat zeker nog doen. Ik heb namelijk sterk het idee dat deze vreemde figuren samen naar iets gemeenschappelijks op zoek zijn. Ze dragen allemaal een klein apparaatje bij zich. Mozes kriebel. In de meest felle kleuren en ze maken nog herrie ook. Ook iets dat de vreemde wezens met elkaar verbind. Daarnaast dragen ze allemaal donkerblauwe pakken en een eenvoudige stropdas in felle kleuren. De kleuren rood en lichtblauw overheersen. Ze lopen ook allemaal wat houterig, als houten klazen. En vertel mij niets over houten klazen. Ik heb er voldoende ontmoet in mijn bos en leven.

Ik heb goed waargenomen en weet nu ook dat de apparaatjes allemaal hun ieder geluidje hebben. En dat als zo'n geluidje afgaat er lichte paniek ontstaat bij de drager. Ik ben ondertussen toch wel erg nieuwsgierig geworden wat voor informatie de apparaten afgeven aan hun gebruiker. Want telkens weer lijken ze ervan ondersteboven. Het gevloek en getier is dan ook met regelmaat niet van de lucht.

'Wat moet ik doen?' 'Ik heb helemaal geen honger!' 'Alweer stemmen verloren!' Zijn de meest gehoorde commentaren, waar ik dan iets mee kan. Als meester in associatie kan ik niet anders tot de conclusie komen dat de apparaatjes de meester zijn over hun eigenaren, gebruikers, dragers. Een eng idee lijkt me dat. Alsof jezelf niets meer te zeggen hebt. De meesten ogen dan ook speakless.

Even later kom ik een wandelaar tegen in mijn bos die meer kennis lijkt te hebben over het fenomeen dat nu al dagen voor mij afspeelt. Duidelijk gevalletje 'Kamergotchie' maakt de wandelaar mij duidelijk. 'Kamerwie?' Deze meneren en ook dames (keurig in rokkostuum en/of mantelpak) zijn deelnemers aan de kamerverkiezingen van maart 2017. Mijn hartslag gaat spontaan omhoog. Ik heb ervan gehoord. Een belangrijke gebeurtenis met verstrekkende gevolgen voor alle gebieden in Europa en met een beetje pech ook de rest van de wereld. Mijn hart denkt en voelt ook na, ga ik voor links of voor rechts? Qua kamer niet geheel onbelangrijk.

Ondanks dat het bloed soms daar stroomt waar het niet gaan kan, is dat bij dit spel van een geheel andere orde. Doorgaans stroomt links bloed door de linker hartkamer en rechts bloed door de rechter. Dat wordt stevig bewaakt. Maar, de heren doktoren zijn er wel mee bezig. Naar het schijnt. Griss mich nich. Omleidingen en stents moeten er voor gaan zorgen dat diverse bloedvaten met elkaar en met hart voor de zaak in het reine komen. Samenwerking is daarbij het toverwoord. En dat is nu juist wat ik de vreemde figuren in het bos net niet zie doen. Jammer. Gemiste kans. Huilers zijn en blijven het. Terugzetten kan helaas niet meer. Alle zeehonden vrezen Maurice. De cijfers van Maurice. En wij. Wij lezers naast de kant, wij wachten op uitslag, het uiteindelijke resultaat van verkiezingskoorts. Nu blijft het vooralsnog jeuken en krabben.


Polonaise / Gein & Ongein / 25-02-2017

Raakhout komt op me af met grote paddensprongen. Dan is er iets aan de hand, dat mag duidelijk zijn. Ik moet meekomen. Hij stopt onder een grote eik. En dan zie ik het. Een grote poster hangt er op zijn stam. Ik heb daar zo'n hekel aan. Van die maniakken die mijn bos gebruiken voor reclame. Maar het moet gezegd, deze poster fascineert. Waarom? Door zijn tekst. Die is heel eenvoudig en toch ook weer niet. Eigenlijk is ie best wel filosofisch. En dat mag ik wel.

Ik weet, ik weet het, een beetje selectief in mijn afkeuring. Maar het woord, dat zo verspreid wordt dat is toch fantastisch. Zonder toeters en bellen, nee, gewoon recht toe en recht aan. Zonder lelijke graffiti, zonder afbeelding en ... heel belangrijk ... gesigneerd. Door een zekere Loesje. In eenvoudig zwartwit hangt de poster te stralen in de zon. De tekst daartegenover, nee niet aan de overkant, daar staat een den, veel te dun om tekst te dragen van dit formaat, de tekst die is helemaal niet zwartwit. Letterlijk ja, figuurlijk nee.

In vele tinten grijs, wat doorgaans veel kleur oplevert, is de tekst kleurrijk en stemt tot nadenken. En bij nadenken komen bij mij altijd veel kleuren vrij. Een kleurrijk denken. Mijn hart springt dan heel even open. En Raakhout weet dat. Daarom is ie mij komen halen. Ik hou zo van die schat, hij voelt me naadloos aan. Al een eeuwigheid lang is hij mijn trouwe maat en viervoeter.

Carnaval

De polonaise bewijst dat degenen die voorop lopen heus niet altijd weten waar ze naartoe gaan.

Loesje


Dat staat op de poster geschreven. Door Loesje ondertekend in gedrukt handschrift. Mijn hoofdmotor draait op volle toeren. Wat een diepgang zit er in de tekst. Koude en warme rillingen lopen afwisselend langs mijn spina. Raakhout kijkt me met een zelfvoldane blik aan. Hij weet dat ie dadelijk een beloning krijgt. Terecht. Verdiend.

Ik houd me vooralsnog bezig met deze bijzondere tekst. Mozes kriebel, brizzl djeu, griss mich nich, ik heb er geen woorden voor. Ik zie in gedachten alleen maar mensen achter elkaar aan lopen. In een grote rij. Dwars door mijn bos, van boompje naar boompje, niet wetend waar naartoe? Heerlijk om zo doelloos te zwalken. Af en toe staat de polonaise stil en maakt spontaan een hup. Dan gaat plots, op een niet afgesproken signaal, de linkerarm en daarmee automatisch ook de linkerhand van eenieder de lucht in. Soms halen ze ook de rechterarm en -hand van de schouder van hun voorganger en steken die beiden in de lucht. Samen dus met de linkerarm en -hand. De polonaise gaat dan alleen op voeten en benen verder, loshandig losbandig.

Ze zingen dan keihard. 'En dan die hendjes de lucht in'. Ik weet niet of ik het goed versta. Maar hendjes zal dan wel handen betekenen. Of is het een verbastering van kip. En bedoelen ze eigenlijk te zeggen 'en dan die hennetjes de lucht in', wat dan weer vreemd is, want hennetjes kunnen amper vliegen. Ze stuiven eerder op. Hoewel, hoe komen ze dan in de bomen om te slapen? Hennen en kippen vinden het namelijk heerlijk om in bomen te slapen. Dan voelen ze zich veilig.

Ik zie nu ook dat de polonaise duidelijk in de war is en zoekend. Ze gaan ineens ook achteruit met zijn allen. Een gevaarlijke situatie tussen al die bomen in mijn bos. En hup, alsof ze mijn gedachte kinnen lezen, gaat de stoet weer vooruit. Om me na enkele minuten opnieuw te doen verbazen. Alle armen en handen gaan wederom de lucht in, maar nu draait ieder op zijn plaats een pirouette om vervolgens een halve slag te keren en de nieuwe voorganger bij de schouders te vatten. En hup, iedereen weer volle kracht vooruit. De eersten zullen de laatsten zijn. De polonaise is duidelijk zoekend en de weg nog even kwijt. Maar wat ze allemaal onder weg toch meemaken. Fantastisch.

In gedachte doe ik mee en Raakhout natuurlijk ook. Zo bouwen we ons eigen feestje. Keigezellig, nietwaar. Carnaval. Vleesfeest. Ik hou de schouderhammen stevig vast en zing vrolijk mee. 'En dan die hendjes de lucht in!'


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.


10-02-2017

Bloemlezing leedjesriek Vastelaovend (oet Limburg)

Onderstaande carnavalstitels zijn in chronologische volgorde van nummer 1 tot 100 gerangschikt in 10 coupletten van 10 titels volgens de Limburgse Top 100 (anno 2015). Zonder toevoegingen. Tip: Hardop voorlezen. Zingen mag ook!

Vandaag. In d’n hiemel. Veer höbbe de prins in de sjtraot. Es vastelaovend Limburg bènne vèlt. Hie blief ik plekke. Hakketakke. Vaan Eijsde tot de Mookerhei. Daan goon de lempkes aon. D'r loemelekrieëmer. Wat neet is?

Laot de zon in dien hart. Laef, Limburg laef. Bestel maar. Dat zit bie ós in de femilie. Roed zien de roeze. Fiëste wie de biëste. Unne wals mèt Maria. Roed, geel en greun. Hielemaol los! Diech bis ’t hielemaol.

De kriebels. Dae Sultan hat dors. Onhendig leedje. De nach is nog zoe laank. Drie daag vastelaovend. Wie d'r Herrgot Limburg hat gemaak. De träöt leeg. Lekker menneke. Sollicitere. Hallo.

De Alpen expres. Lurrie. Reuzeraad. 't Sjräöme en bäöme koor. Limburg. Sjeng aon de geng. Tante Annie oes Bennekom. Wat zaeter? Oh oh kammeroad. Zoe'nen daag.

‘n Griekse nach. Branje en sjnirke. Limburgse meid. De drie keuninge. Doot ’s gek. Henk is enne lollige vent. Met de Franse sjlaag. Sjiek is miech dat. Drök drök drök. Plök d’n daag.

Langer. Ach wat is ut leve sjoen. Onger dat läögske sjmink. Proemevlaai. Deh daan, dao isse. Viva Tirol. Höf de glazer in de lóch. Zjuulke Zeuthout oet Zuuzaote. Bis dich det? Durf tse leave.

Polonaise. Laote ver bliej zin dat v'r d'r biej zin. Jozefien. Ni mier en ni minder. Iech bin zoe verleef. Optochleed. Vastelaovendj in Limburg. Wo zit 't bie dich. Sjweiermam. Blief bie de mam.

Super sjoenen daag. 't Roeie Klied. Greumelevla. Vastelaovend euveral. Hand in hand veur vastelaovend. Sjuulke Caesar. Friete! Proonke. Doe höbs 'nne kop wie 'ne kloon. De körk.

Köpke wie e töpke. Belaef vandaag. Laot mer lekker goon. Goijendaag. Twieëmoalaafgezeëg (en nog te kót). Gaef dae man der eine. Puumelke. Riet aop dae tap. Zuuver opgelag. Ein jaor.

Kóm mer nao bènne. Ram oet de moat. As ich mer danse kin. ’t Roetsjleedsje. Drink ut beer. Knats valse wals. Witse wie. Vladimir. De voicemail. Iech hob diech weer gevoonde.

Uitgevoerd (in alfabetische volgorde) door:
Angelina, Benny Neyman, Beppie Kraft (6x), Big Benny (5x), Bjorn van Berkel, Boshuuske Ontsjpannings Vereiniging, Bram & Ruud (2x), De Drie Gelieënde, De Geliënde (3x), De Kloomp, Döbbel 3, Erwin, Erwin & ’t Merretkoer (2x), Fabrizio (2x), Fietsefreem, Frans Croonenberg, Frans Theunisz, Frans Theunisz & de Nachraove (3x), FraPeter Jansen & Wim Janssen, Herriemenie Miserabel, Herringbiessere, Jacky Baggen en Fabrizio, Janse Bagge Bend (5x), Kartoesj (4x), Katja (2x), Kepsj, La Bamba (3x), Marleen Rutten, Misj Masj (2x), Op Os, Paul & Leo (2x), Pim van Wylick, Radlers, Rowwen Hèze (4x), Schintaler (2x), Sjach 4, Sjapoo (2x), SjingBoem, Spik en Span (4x), ‘t Maog Geine Naam Höbbe (2x), Taai Taai, Toddezèkk (4x), Ummer d'r Neaver (3x), W-Dreej (6x), Walkers, Classics & Rainbow, Wiel Nakken, Wiel Vestjens & Ge Deenen, Ziesjoem! (4x)