Posts tonen met het label lift. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lift. Alle posts tonen

31-01-2017

Schrijfveren Januari 2017

Oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


Als je de horizon kunt aanraken (01-01-2017)

Als je de horizon kunt aanraken, dan ben je een lange weg gegaan. Dwars door hoge ijskoude golven met schuimkoppen, of zachtjes glijdend door een strak blauw vlak. Kruipend door het gloeiend hete brandend zand, of meegevlogen door een korrelige lucht. Hijgend van vermoeidheid door het natte weidegras tussen diepe dalen door of stoer met bergschoenen aan schurend over hoge wanden, die dan net niet de horizon kan raken, tenzij je springt. Het leven heel even durft los te laten gewoon omdat ook horizonnen lonken. En dan, tik hem aan, je ineens vleugels krijgt, die je dan bij het laatste stukje helpen.

En ja, daar is dan. Wat voelt ie lekker zacht. Je trekt spontaan je zwemvliezen uit, je bergschoenen, sokken, of sandalen. Want het voelt zo ongelooflijk fijn, om op de horizon te zijn. Het voelt wat ongemakkelijk maar heerlijk wollig. Energie die stroomt naar binnen. Links en rechts daar staan twee grote potten. Volgeladen met vloeibaar goud. Je loopt naar een en steekt je hand erin. Het goud glijdt door je handen. Heerlijk hoe dat voelt. Je smijt en gooit het van je af, de wijde wereld in. Wie had dat gedacht? De kleuren in de regenboog die lachen zich te pletter. Ja echt, ze vallen uit de lucht. De grond verandert onmiddellijk in rozengeur en maneschijn, zover je maar kunt zien en ruiken.

En in de hemel zie je ze dan staan, al degene die ooit het leven lieten. In prachtige gewaden, doorzichtig, transparant. Dat krijg je er zomaar bij, als je de horizon kunt aanraken. Met herinneringen die je bij het raken vooruit zijn gegaan. Want het is de gedachte en het geloof die uiteindelijk de liefde maken. Je hebt slechts tien minuten om met iedereen te spreken. Want uiteindelijk wordt ook een horizon te heet onder je voeten. Je moet terug uiteindelijk naar het avond- en het morgenland. Maar lieve allemaal, het is en blijft en was, een waar genoegen, om jullie heel even kort te spreken. Ik ga daar nog aan denken. Uren, dagen, weken, maanden, jaren. Tot in de eeuwigheid.


Een ander besef van tijd (03-01-2017)

Ik tuur al dagen naar de klok. De grote klok met hangballen in de woonkamer. De klok met engeltjes op zijn dak. Van mahoniehout, of is het toch teak? Afgevallen van een container op kade vier van Haven Rotterdam, of was het van de vrachtwagen langs de A16? Wat doet het er ook toe. De herinnering die zich vastbijt in het heden voorkomt beweging in de toekomst. Ik wil geen tijd meer verspillen.

Ik geef een flinke ruk aan de ijzeren kettingen die losjes hangen onder de klok precies tussen de flinke hangballen die via kleine katrollen ook weer verbonden zijn aan het klokkenspel. Kunt u nog volgen? Ik wel. De klok klapt haast uit elkaar. De hangballen zijn met een flinke vaart tegen zijn houten gezicht gekaatst en de klok denkt: TILT.

Heel goed. Nu gebeurt er eindelijk iets. De slapende klok krijgt ineens besef van tijd, de hoogste tijd. Nu is het zijn beurt om te handelen. Hij kan niet langer slaperig in afwachting van routinematig tijdgewandel en -gekringel aan de muur blijven hangen. Nee, het wordt tijd dat het eens afgelopen is met dat rondjes lopen. Slaapverwekkend gewoon.

Nee, we willen voort, ook in de woonkamer een doorlopend besef en gevoel van tijd ervaren. In een rechte lijn, oneindig, niet langer circulair. Dat laatste levert niets op, behalve cirkelgedachten. Vanaf nu een ander besef van tijd. Recht toe recht aan. Lang leve de langgerekte, opgerekte, doorgestrekte tijd. Voortaan niet meer op eieren lopen in cirkeltjes maar gewoon dwars door de tijd. Wat een heerlijk en bevrijdend gevoel.


Een zwak voor schoonheid (05-01-2017)

Met twee zwaar gerimpelde handen kleit Auguste een perfecte borst op ooghoogte. De monocle valt bijna van zijn neus, door het zweet dat langs zijn oog drupt. Van emotie of van inspanning? Moeilijk te zeggen. Zijn handen doen al een tijdje niet meer wat het hoofd hen influistert. Gelukkig is het model geduldig. Bovarietje kent Auguste al langer dan vandaag en weet gelukkig wat haar straks te wachten staat. Harde pegel en pegels bij een heerlijk kopje melk. Ze probeert een gaap, tegen beter weten in, te camoufleren. Betrapt voelt ze zich onmiddellijk.

Auguste heeft een goed humeur vandaag en beziet het gaapje door zijn ruwe vingers. Hij steekt zijn linkerhand uit en voelt aan Bovarietje's linkerborst. Die voelt zacht en warm aan, ligt echter niet in in de juiste positie. Met een harde bas vraagt ie Bovarietje om haar tors ietwat meer te torseren, opdat haar brave borst wat meer naar boven pulst. Ja, prima zo. Houden zo. Auguste neemt nog wat extra klei van tafel en kneedt dat het een lieve lust is.

De tijd vliet daar waar die niet gaan kan. Beiden drinken een flinke beker melk tijdens de pauze. Het vocht druipt stout uit hun mondhoeken. Auguste's broek bolt er zowaar van op. De pauze wordt al snel avond. Het komt de schone kunst alleen maar ten goede. Wat een schoonheid is ze toch, Bovarietje, dame naar zijn dromen. Op het grote ledikant wordt schone kunst geboren. In de handen en tussen de benen. Beeldhouwwerk van formaat. Wit marmer wordt vloeibaar.


Een armlastig genie (09-01-2017)

Bernard Driemaster zag het niet meer zitten. Hoe goed hij ook zijn best deed, er kwam niets meer uit zijn koker. Geen enkel idee met levensvatbaarheid borrelde meer op. Geliefd bij vriend en vijand, in oost en west, noord en zuid, hij wist het eenvoudigweg niet meer te bolwerken. Hij wist ook niet meer wie er precies aan de beurt was om zijn mogelijk nieuwe idee door te ontwikkelen. Het grootst bewaarde geheim op moeder aarde dreigde aan intellectuele uitputting ten onder te gaan.

De wereldlijders uit alle continenten werden in het geheim bij elkaar geroepen, door de al even geheim gehouden secretariaten. Ondergronds moest nu wel bovengronds komen, anders was de wereld een genie armer. En geniën waren al zo zeldzaam op aardkloot aarde. Hoe konden ze nu Bernard Driemaster (uit de Zaanstreek met geheim adres) het beste ondersteunen? Er lagen nog pakweg vierendertig wereldproblemen te wachten die node een oplossing behoefden. Twaalf in het westen, elf in het oosten, zeven in het noorden en 4 in het zuiden.

De wereldlijders troffen elkaar in Leprados, een klein eilandje gelegen vlakbij de evenaar precies tussen de continenten Afrika en Zuid-Amerika. Pas ontdekt en zorgvuldig geheim gehouden voor atlasmakers en geografen. Slechts bereikbaar per boot. Kleine boot. Eerst vochten ze uit wie het eerste aan de beurt was voor het ontvangen van een nieuw idee. Ze deden er vier maanden over. Vier maanden.

Bernard Driemaster lag inmiddels al aan een breininfuus. Er borrelde namelijk nikkes nada meer spontaan uit zijn brein omhoog. De hersensappen die ingevoerd werden bestonden uit een mengeling van biobrandstof en ecoweed en zorgden helaas voor vreemde bijwerkingen. Om de drie uur stuiterde Bernard rechtop van zijn bed en begon dan spontaan te zingen. Satie, maar dan in vocalen. Heel bijzonder maar verder niet interessant voor mogelijke toepassing. Het zou nog meer dan een jaar duren voordat Bernard zijn creatieve leegte eindelijk wis te vullen met levensvatbare ideeën. Het leven van een genie gaat lang niet altijd over rozen. Zo blijkt maar weer eens. Gelukkig overleefde moeder aarde deze kortstondige ideeëncrisis.


Omwentelingen (11-01-2017)

Keer om, keer om. Ommekeer. We draaien helemaal door. Doordraaien heet dat. En niet allen we. Nee, iedereen. Hoe dat zo komt? Heel simpel. We begeven ons op een oneindige weg. En dan ook nog eens op een bol die omwentelt. Keer op keer. En dan moeten we ook nog eens geloven dat we door zwaartekracht naar het midden worden gezogen. Een centraal punt. Een oneindig punt. Punten zijn immers zo. Punt. Wat heeft omwentelen dan überhaupt voor zin? Überhaupt gaat sowieso boven mijn hoofd. Of boven de pet zo u wil. Of wij? Liever zeg ik, ik, jij, hij, zij of jullie. Maar alles bij elkaar, blijft het wij. We, voor degenen die een hekel hebben aan de ij.

Hoeveel omwentelingen hebben we intussen al niet achter de rug? Voor de rug ook trouwens, dat heet buik. De buik waar de maag in rust. Een maag vol omwentelingen, dat willen we al helemaal niet. Dan keert na verloop van tijd alles op zijn kop en wentelen we alles naar buiten. Gelijk een teefje, dat tevoren als gevolg van overschrijden van de houdbaarheidsdatum, van ontevredenheid wentelt in de maag. De rug op met die foute wentelteefjes.


Een keurige tennisfamilie (17-01-2017)

De AO is amper bezig of ... ja, ik moest het ook even opzoeken, Australian Open ... of de roddels vliegen weer over het tenniskoord (veld, lijnen, net, umpaiers, ol inkloesif).

Nog steeds staat het beeld van het geile broertje uit F helder op mijn netvlies. Twee blote dames die op het gloeiend hete gravel hun balletjes slaan. Broertje F met grote (f)lodderogen, vingers krom gehaakt in de afrastering, verlustigt zich aan de bruine zonnebankhuiden. Is zich niet gewaar van naderend onheil. De familie van ... opgewonden broertjes ... van de huppelende blonde paardenstaartjes is aanstonds. Weglopen kan niet meer. Hij ... de gluurder ... krijgt gigantisch op zijn flikker. Ze slaan hem zo hard dat ie spontaan de dames weer gekleed ziet tennissen. Zijn ogen geven hem Lacoste. Één van de deftige broertjes komt uit. Jaren later. Ja, ook in een keurige tennisfamilie bestaan ...

Maar terug naar de AO roddels. Borg doet het samen met John. Laatste nieuws. Presenteren en onderbroeken verkopen. LOL. Al in de eerste ronde zegt Kiki boe en neemt Haase de benen. Andy en Kerber zijn gespot in een eedjenzie om te werken aan een beter immidg. Een korte stage bij teams RF en SW is inbegrepen. Keurige tennisfamilies tegen beter weten in. Een Bronxsister met een rood zakmes is en blijft een gevaarlijke combinatie. Let's double.


Zelfremmend (19-01-2017)

Gebiologeerd kijk ik naar het woord dat voor mij opgeschreven staat. Zelfremmend. Het komt binnen en het remt. Zo simpel kan het dus zijn. Een rem op jezelf. Een rem op het zelf. Een lichte nuance in deze is noodzakelijk. Zodra je de rem op jezelf zet, zet je mogelijk tevens een rem op het zelf. Wie ben ik, als ik mezelf rem?

Bij remmen komt energie vrij. Warmte. Aan de andere kant wordt ook energie gespaard. Maar die is van een andere aard. Remwarmte geeft lucht. En door meer lucht kun je weer ademen. Doe je niks dan spaar je energie. Hoewel? Niks doen kan behoorlijk onrust geven. Onrust die in zichzelf energie verbruikt. Onnodige. Zinloze?

Kan energie zinloos verbruikt worden? Ja, maar waar leidt dat dan toe? Lijdt je van dit leiden? Lijdzaam kom je wellicht tot inzicht dat het nergens toe leidt. En ja, ook dat kost weer energie.

Energie kosten? Is dat niet wat kapitalistisch uitgedrukt? In een wereld die draait op economische principes, gaan kosten aan de baten vooruit. Maar wat levert het dan op? Aan het eind? En moet het überhaupt wat opleveren?

Bestaat er an sich geen intrinsiek verlangen in de mens naar niets doen? Gewoon alleen maar zijn, puur. Unheimlich unheimisch om met enkele germanismen te spreken.

Mijn Fingerspitzengefühl zegt even helemaal niets. Ik peuter en pieker me suf. Mijn vingers razen over het toetsenbord in voldoening, van links naar rechts en van onder naar boven in onwillekeurige volgorde. Ik weet immers wat ik tik. En ja, heel soms corrigeer ik, zelfremmend, omdat taal dwingt. Niets zo inspannend als juist duiden.


Een machtig instrument (21-01-2017)

Een oorlogswapen of liefdesveer
Met patronen of hoge aaibaarheidsfactor
Vlammend scherp of vloeiend sereen
Bloed aan de paal of botergeil
Belerend bot en uitgesproken
Of vol bewondering van muze
Bestraffend of onvoorwaardelijk
To the point of ins Blaue hinein

In between kan ook
Zowel de vrede als de oorlog bewaakt bewaard
Met nuance en geheel in stijl
Weloverwogen van rancune bevrijd
Bedachtzaam met geduld
Letters, woorden, zinnen
Chronologisch zonder flashbacks
In dansend script met vette kapitalen

Dichtend, verhalend
Een sletterig pamflet
Zonder zonden gewoon heel braaf
Of in woede in zichzelf gekeerd
Van je af of en naar de ander toe
In gesprek of dood gezwegen
Daarom hef het zwaard en doop het in honing
Opdat de pen nooit zal zwijgen


Een intens miezemuizen (Remco Campert) (23-01-2017)

Dat kan Remco helemaal niet. Rem en co. Gejat van Annie. Intens miezemuizen. Iets dat Annie helemaal niet doet en kan. Hoewel? Als we haar nader beschouwen dan zit er toch echt wel een miezemuisje in Annie. Navraag bij Jip en Janneke bevestigt mijn bevinding. Waarheidsgetrouw want ik heb het uit JJ's mondjes. Getoetst door kritische pers en na grondig onderzoek weten de naasten van Annie me te vertellen dat Annie weldegelijk miezemuiste. En ja, ook dat Remco het heeft overgenomen. Tijdens een onderling thee- en wijnkransje, tijdens een kerstperiode ergens in de twintigste eeuw hebben Annie en Remco gezamenlijk hun onvrede geuit en verwoordde lieve Annie dit in miezemuizen. Sterker nog. Ze vond dat Remco bij uitstek miezemuiste. Dat heeft Remco goed in zijn oren geknoopt en uitgevent. Nee, niet uitgekereld en uitgemand en ook niet uitgecowboyd. Zo'n held is het niet. Althans in de ogen van good old Annie. In pamfletten, gedichten, wartaal en stoute berichten ontkomt Remco niet aan het erfgoed van Annie. Man wat kan die vent miezemuizen. Intens.


Wereldzeeën (25-01-2017)

Ik tel ze niet meer. Het zijn er veel te veel en er komen steeds meer bij. Daar kan ik niets mee. En het geldt niet alleen voor wereldzeeën. Asteroïden tel ik ook niet meer en muggen. Maar ophouden met ziften kan ik niet. Het liefst doe ik dat met liften. In New York bijvoorbeeld of Seoel. Het moeten wel wereldsteden zijn. Seoel wint. New York blijft sinds kort achter. Sinds 20 januari om precies te zijn. Waarom 20 januari? Inauguratie van heer Trump, als opperopperopperopperopperopperbestuurder van samengebalde staten. En daarmee liftboy bij uitstek. Geen zifter maar lifter. Nee, tiller. Optiller. Van liften. Sinds hij de nieuwe liftboy is van de samengebalde staten, niet te verwarren met baltische, ik weet het, het klinkt als baltsen, maar dat bedoel ik niet, loopt het spaak met de productie van liften in New York en eigenlijk in alle steden en dorpen, mochten die laatste al liften hebben, van de samengebalde staten. En de eerlijkheid gebied te zeggen ook ik bal mijn ballen samen, ze zijn in alle staten. De wereld op zijn kop.

Ik tel dus meer liften in Seoel dan in New York, sinds 20 januari. Aan wereldzeeën hoef ik voorlopig niet te beginnen. Dat wordt namelijk geen optelsom maar aftreksom. Trump, het nieuwe opperhoofd van de samengebalde staten wil een beperking leggen op het aantal wereldzeeën. Het liefst wil hij er een groot hek omheen zetten maar dat wordt een beetje lastig. Daarom heeft hij besloten, heel discreet maar wel stiekem, buiten de pers en de media, enkele zeeën gelegen grenzend en nabij de samengebalde staten samen te voegen. In zijn ogen verminderd het zijn span of control. En ja, onder ons gezegd, dat reageert, pardon, regeert makkelijker. Zie het twitteraccount van heer Potus Trump. Inclusief moeilijke en lange wereldzeenamen heeft hij twaalf berichten aan alle samenvoegingen gewijd of geweid? Toe maar. Niemand die de samengebalde staten nog zomaar binnenvaart. BPT is watching you!


Een gehaktmolen (27-01-2017)

De roze balletjes vliegen door de lucht. De gehaktmolen doet erg zijn best. Zijn wieken zwieren met groot gebaar door de lucht. De balletjes voelen nat en papperig. De consistentie is niet van hoge kwaliteit. Zou er wel een goede mix gemaakt zijn? Mijn gedachten vlieden weg. Naar een crimi. Midnight Sun. Weer een Zweeds kunstwerkje.

Meer specifiek denk ik aan de openingsscène. Zelden zoiets gezien. Een man ligt vastgebonden op één van de wieken van een helicopter, met ijzeren kettingen. Heel langzaam beginnen de wieken te draaien. Steeds sneller en sneller. De camera zoemt in en je hoort de man ijzig schreeuwen. Het komt keihard bij me binnen en dringt door tot op het bot. Met afgrijzen kijk ik wat er gebeurt. De centrifugale kracht wordt zo hoog dat het hoofd van de romp schiet. Keihard. Gruwelijk.

Terug bij de slappe gehaktballetjes die uit de lucht vallen. Ik spreek de gehaktmolenaar er even op aan. Dit kan niet. Hier lusten de honden geen brood van. Laat staan ik. De molenaar belooft beterschap en de mix aan te passen. Volgende week ben ik weer van de partij. Ben benieuwd of de ballen dan wat beter smaken. Niet naar soep.


Kip klaarmaken (29-01-2017)

Mijn broer kan nog geen ei bakken. Heeft ie nooit geleerd. Maar wat valt er aan te leren? Pan op het vuur, boter erin (met olie zullen we nog maar even wachten), even wachten tot de boter heet is, eitje erin, al dan niet met dooier heel, maar daar letten we even niet op, even geduld (zou daar de crux zitten?), met een spatel even lospulken, of de pan tijdens het gehele proces op en neer wiebelen, oeps twee keuzes, dat is er wellicht een teveel (zou daar de crux zitten?) en klaar is Kees, mijn broer dus. Niet dat ie Kees heet, maar dat terzijde. Wat kan daar nu mis mee gaan? Of is het eerder te wijten aan een motivatieprobleem? Niet te motiveren voor het bakken van een ei. Of is het halsstarrig weigeren zich te wijden of verdiepen aan en in de keuken? Geen bekend terrein voor mijn broer. En ik dan? Waag ik me er wel aan? Ja hoor. Geleerd bij de scouting. Maar wacht eens even, daar zat mijn broer toch ook bij? Heeft ie dan nooit en altijd en ...? Ja vast. Kan haast niet anders.

Kip klaarmaken dat is veel moeilijker. Daar waagt mijn broer zich helemaal niet aan. Ik wel. Piece of cake. Gewoon het kippetje lokken, vangen, plukken en dan klaarmaken. Wat is daar nu zo moeilijk aan? Het zijn maar vier acties, waarvan, en dat moet gezegd, de laatste actie wel de meeste finesse eist. Je moet het kippetje goed aanpakken en uitpakken. Alle veren af laten leggen. Dat gaat niet vanzelf. Daar moet je moeite voor doen. En alweer geduld betrachten. Ik zet toch op het laatste in hoor. Geduld is een schone zaak. Maar te lang klooien en wachten bij het plukken is natuurlijk ook niet goed. Daar worden kippetjes heel wrevelig van. Ongedurig. En ja, dan vraag je je af, terecht, wie is er hier nu ongeduldig? Het kippetje of jij? Ik laat er vervolgens mijn snaartheorie op los. Kwestie van de gevoelige snaar raken. Succes altijd verzekerd. Tot grot hemelen breng ik mijn kippetjes met mijn snaartheorie. Die praktiseer ik uiteraard zonder het zeggen. Bewijs moet altijd eerst geleverd. Dat vraagt de wetenschap van het kippetjes plukken. En ervaring. Dat helpt ook. Dus niet alleen denken maar ook doen. En tijdens het doen, niet meer denken. Ingewikkeld allemaal en toch heel eenvoudig. Kan dat? Ja, dat kan. Gewoon doen. Kippen klaarmaken is en geeft een eitje.


Dorp aan zee (31-01-2017)

Barend van Dorp, geen bekende Nederlander, woont aan zee. Vlakbij Katwijk aan Zee, bij de zee. Vroeger een klein dorp, nu een toeristische attractie. Katwijk bedoel ik dan, niet Barend. Toeristisch omdat er veel toeristen passeren. Passeren? Ja, passeren, ze blijven er niet. Wie wil er nu in Katwijk aan Zee verblijven? Hooguit wat hondenliefhebbers die hun Keesje uitlaten. De katten zijn immers al eeuwenlang geweken uit Katwijk. Het is dan ook zeer gekend bij hondenliefhebbers. Ongestoord je Kees uitlaten, waar kan dat nog in Nederland?

Helaas is de kustlijn van Katwijk aan Zee niet erg lang. Je passeert het in een mum van tijd. Erg jammer voor de bewoners. Een goudmijn zou het kunnen zijn. Net als Bloemendaal of Zandvoort. Beide ook gelegen aan Zee. Maar deze dorpen hebben de allure van een stad. Katwijk aan Zee daarentegen is blijven hangen in het stenen tijdperk. Kijk maar eens naar de zeedijk. Een en al steen. Geen sprietje gras te bekennen. Met blote voeten over stenen lopen is niet fijn. Zeker niet in de zomer. En iedereen weet, in de zomer moet je binnenlopen. Als toeristische attractie. Maar dan moet je de klanten wel binnenhouden.

Dat brengt me terug bij Barend van Dorp. Geen bekende Nederlander. Maar wat niet is kan nog komen, nietwaar? Hij heeft het plan opgevat om een Bed and Breakfast te beginnen, in Katwijk aan Zee, midden op het strand, maar buiten de marges van gevaar. Een B&B op hoge poten. En ja, honden mogen blijven slapen. Dat heeft Barend meteen opgenomen in zijn ondernemingsplan. Een dankbare doelgroep om mee te beginnen. De bank ging meteen akkoord. Zeker toen de bank de ontbijtplannen zag. Gebakken mosselen. Wat een idee! Gebakken eitjes doen ze aan de overkant, met worstjes. Maar aan gene zijde worden vroeg in de ochtend mosselen geserveerd. Met de dooier heel uiteraard. Een superplan. De naam van Barends B&B vindt de bank ook geweldig. Dorp aan Zee. Prachtig. Een B&B midden op het strand op hoge poten in het mooiste dorp aan zee. Katwijk aan Zee. Niet voor de poes.

30-04-2016

Columns van Harrie (April 2016)


De dolle doler / Gein & Ongein / 12-04-2016

Zwervers weten vaak mijn bos te vinden. Ik noem ze voor de gein wel eens lonely wolves. Zo gedragen zij zich meestal. Afgeweken van, afgestoten door de roedel. Maar omdat die term sinds kort wat beladen is in de media, doe ik hem bij deze in de ban. Dat doe ik nooit met zwervers. Zwervers ban ik nooit. Ook zij verdienen een plek op aarde en al helemaal in mijn bos. Niemand wordt gevraagd om zwerver te worden en al helemaal niet om als zwerver geboren te worden. Het zal je maar overkomen. Meteen je ma en pa kwijt? Aan werk of aan andere aardse zaken. Het komt nog veel te vaak voor. Gelukkig vinden de verloren zielen vaak troost in mijn bos. Daar kunnen zij ook volledig zichzelf zijn. Het helpt en heelt. Ik maak alleen maar een praatje met hen indien zij daarom vragen, er voor openstaan. Beter mee verlegen dan om verlegen zeg ik altijd.

Deze week had ik een uniek geval in mijn bos. De meeste zwervers tonen enigszins vergelijkbaar gedrag. Maar deze niet. Een man is het. Een forse man. Niet fors geschapen. Hoe ik dat nu weer weet? Nou, dat vertelde hij mij al na drie zinnen. Ik ben een zwerver. Sinds een jaar of drie. En ik ben klein geschapen. Dat vertelde hij mij. Waarom? Geen idee. Totdat ik doorvroeg. Toen bleek snel dat hij sinds zijn geboorte al zwerver is. Dat dat hem klein gehouden heeft ... en dat daardoor ... ach ... de rest kunt u zelf wel invullen lezer.

Enfin. Het doet er eigenlijk ook niet toe. De grote van een geslacht zegt niets over de persoon. Wat je ermee doet is veel belangrijker. Veel plassen. Zei de man nog. Veel en wild. Heel wild. Ik dacht die heeft ze niet meer op een rij. Maar dat weersprak ie onmiddellijk. Ik plas ook rijtjes, zei hij. Zien, zei ik en geen gezeik. De zwerver haalde vol trots zijn pieliewielie tevoorschijn en sproeide in no time alle rietjes omver die ik eerst zorgvuldig op een rijtje had gezet in het rulle zand. Ik was heel even onder de indruk. Maar het bleef voor mij wel een vreemde zwerver. Mijn nieuwsgierigheid edoch was gewekt en ik vroeg naar zijn naam en herkomst.

Dolle doler was zijn naam en over zijn herkomst wilde hij liever niet uitweiden. Allemaal ballast. Hij zou er een container mee kunnen vullen. Een zeecontainer. Dat zei genoeg. Ik liet het verder rusten. Wat ie dan in mijn bos kwam doen? Hoe hij hier terecht was gekomen? Gevonden op internet zij hij. Op internet? Dat is vreemd, zit ik ook al op internet? Mijn bos? En Raakhout, die ook? Ja, die kende hij ook. Ik was heel even stomverbaasd. Dat overkomt mij niet zo vaak. Dolle Doler liet het me zien. Hij stond er op. Maar niet nadat hij mij vroeg waar hier de zendmast stond. Zendmast? We hebben hier in Nummer Een alleen een TV-toren. Kan dat ook? Hij probeerde het gewoon. En jawel. In een keer verbinding. Vol trots liet hij zien hoe hij mij gevonden had. Totdat. Shit. Geen verbinding. Geen toegang. Uitgesloten. Hoe was dat mogelijk? Zonder verder ook nog maar een woord te wisselen trok Dolle Doler verder. Vreemde manier van communiceren, dacht ik nog. Maar ja. Alles draait tegenwoordig om techniek nietwaar? Als die uitvalt of niet werkt dan heerst er alleen nog maar stilte. Mozes kriebel. Wat een armoede. Wat een eenzaamheid. De Dolle Doler zweeg en liep gebukt mijn bos uit. Op zoek ... ja ... op zoek naar watt?


Malle piepjes / Gein & Ongein / 17-04-2016

Griss mich nich. Wat ik nu toch ervaar in mijn bos? Alle dieren piepen. Hoe kan dat nu? Ze maken allemaal hetzelfde geluid. Maar wacht eens even. Zijn dat wel dieren uit mijn bos? Ze zien er zo gelikt uit en ze bewegen wat vreemd. Houterig. Nee, niet houterig, eerder metaalachtig. Zie ik het goed? Ze zijn ook van metaal. Mozes kriebel, het zijn geen echte dieren. Het zijn goed nagemaakte dierenrobots. Daarom piepen ze zo natuurlijk. Slecht geolied waarschijnlijk in de beweegbare delen. Neem nu dat konijn. Ha, ha. Het loopt als Frankenstein en het piept als de tinnen man uit Alice in Wonderland. Ja, ik ken mijn klassiekers. Net als Raakhout overigens. Die houdt zijn grote paddenpoten tegen zijn kleine paddenoren. Ik geef hem geen ongelijk. De dierenrobots maken veel kabaal.

Al snel zie ik ook mensen in het bos. Ze dragen allemaal een klein zwart kistje dat ze als een wichelroede voor zich houden. Ze speuren het bos af naar iets. Ik weet niet zo goed wat. Totdat ze ineens oog in oog staan met een dierenrobot. Hun dierenrobot. Dat is onmiddellijk te zien aan de blijde blik van zowel robot als bestuurder. Frappant ook de gelijkenis van beiden. Zoals huisdieren, met name honden, vaak op hun baasje lijken, zo is dat ook het geval met robots en hun baasjes. Zo heeft het baasje van het robotkonijn bijna net zo'n grote voortanden als het konijn.

Lang kan ik niet genieten van dit rare schouwspel. Een vreemd object landt in mijn nek en stort neer. Geen UFO. Dat is zeker. Uit de bosjes springt ineens een klein mannetje. Hij is volledig in paniek en rent keihard naar het vreemde object. Tilt het op en bekijkt het van alle kanten. Mij laat ie volledig links liggen. Wat me vervolgens uitermate boos maakt. Vreemde objecten en techniek winnen het voortdurend qua aandacht van de mens. Ik zeg bewust niet medemens, want daarvan is nauwelijks meer sprake. We hebben niets meer met elkaar. Buiten een boze blik.

"Mijn drone is stuk!" Dat is het enige wat het kleine mannetje kan uitbrengen. Hij zakt door zijn knieën en begint keihard te huilen. Ik houd mijn ene hand in mijn nek om een flinke bloeding te stelpen, veroorzaakt door een van de schoepen van de drone. Met mijn andere hand streel ik het kleine mannetje over zijn bol. "Het komt allemaal goed meneer." Fluister ik hem toe. "En anders neemt u toch gewoon een konijn?" Maar de man is ontroostbaar.


Prins / Gein & Ongein / 25-04-2016

Er loopt al dagenlang een kleine prins door mijn bos. Hij probeert zich te verstoppen voor mij. Vanachter dikke eiken en beuken lukt hem dat aardig. Maar daar waar de berken staan valt hij al snel door de mand. Gekleed in zwart en wit probeert hij zich nog te camoufleren. Maar eerlijk is eerlijk. Die kleren staan hem niet. Ze passen eenvoudigweg niet bij een kleine prins.

Op zijn wangen verschijnt een paarse gloed zodra ik hem opmerk. De vragen die ik hem stel komen niet echt binnen. Mozes kriebel, wat een vreemde prins is die man. Ook Raakhout krijgt geen hoogte van het kleine mannetje. Ik schat dat ie net de een meter vijftig haalt. Het is wel een bijzonder mannetje en zeer creatief. Hij bespeelt alle instrumenten in het bos en ik heb hem ook al regelmatig gezien in mijn houthok. Daar hangt al mijn gereedschap. Het hele instrumentarium heeft de kleine prins de afgelopen dagen al stiekem mee naar buiten gezeuld. Ik heb hem zijn gang laten gaan. Gewoon uit nieuwsgierigheid.

Hij heeft me niet in de gaten. Nu kan ik observeren wat hij doet. Naast een grote eik zie ik dat hij een grote stellage bouwt. Ik kan mijn ogen amper geloven. Die man is geniaal. In no time bouwt de kleine prins een lift. Waarom is mij niet duidelijk. Er hangen geen eikels aan de boom. Daarvoor is het nog te vroeg. Enfin, ik laat hem maar begaan. Misschien is de kleine prins wel ooit een liftboy geweest, wie zal het zeggen? Maar het is toch wel een beetje vreemd. Tegen de avond is de lift klaar. En hij werkt nog ook. Wat een genie is die man.

Tot laat in de nacht speelt de kleine prins met de lift. Op en neer en op en neer. Er komt geen einde aan. Zelfs Raakhout wordt nu een beetje nerveus. Die is eigenlijk nooit uit het veld geslagen, springt nooit uit zijn vel. Maar nu wordt hij toch wel enigszins nerveus. Ik besluit maar eens poolshoogte te nemen. Wat zijn de beweegredenen van deze kleine man?

Maar helaas, de kleine prins is niet aanspreekbaar. Tot overmaat van ramp gaat hij niet langer in stilte op en neer met de lift. Nee, hij zingt allemaal vreemde liedjes. Uit lieve lust denk ik dan maar. In het Engels. Gelukkig versta ik een klein beetje Engels. Het zijn best leuke liedjes. Over tijd, liefde, auto's en regen. Tekenen aan de wand. Het liedje over regen blijft terugkomen. Tot treuren toe. Ik zie dat Raakhout er nu zelfs paarse wangen van krijgt. Dat heeft de kleine prins toch voor elkaar. De paarse prins.


Vijfhonderdvierennegentig alweer / Gein & Ongein / 29-04-2016

Met een bosje bloemen en een flink stuk taart neem ik de bus naar Nummer Een. Af en toe steek ik mijn neus tussen de bloemenblaadjes en snuif de zoele geuren die daaraan ontstijgen diep op. Ik waan mezelf in de bloementuin van mijn grootouders. Hoe lang is dat geleden? Ze zijn nu dood. Nog vijf minuten en ik ben er. Hoe zou het ze vergaan? Harrie en Raakhout. Lang niet meer gezien.

Onrustig drentel ik op en neer tussen beuk en eik. Mijn favoriete hotspot. Brizl dieu wat is het heet. Vandaag word ik vijfhonderdvierennegentig. Op naar de zeshonderd. Waar is de tijd toch gebleven? Ik vier het klein. Sterker nog. Een mens weet er maar van. Mijn schrijftafelheer Mien. En vandaag komt hij op bezoek, mij feliciteren. Raakhout is al bijna net zo zenuwachtig als ik. Het is nu bijna driehonderd jaar geleden dat ik mijn verjaardag voor het laatst vierde.

De bus stopt bij de laatste halte. Het is nog twee kilometer lopen en dan ben ik er. Ik kijk nog eens goed op het perkament dat Harrie mij heeft toegezonden. Geen wegen maar sferen staan beschreven. In geuren en kleuren.
Ga bij de roosjes linksaf. Let wel op. Bij de lichtroze rozen die ruiken naar zoete zuurtjes. Daar waar de wind rechts langs je oren waait en de lucht ruikt naar dennenhars ga je linksaf. Blijf vanaf hier rechtdoor lopen en fluit of neurie 'Drie kleine kleutertjes'. Doe dat twee keer. Dan hoor je links tussen de struiken een klein stroompje kabbelen. Volg dit via de rechterkant, tot je bij een klein bruggetje aankomt. Hier haalt Raakhout je op.

'Raakhout het is bijna tijd. Pik jij Mien even op. Bij de brug. Bij de brug ja, niet eronder, oen.' Ik kan hem maar een opdracht tegelijk geven. Eigenlijk had ik hem ook nog willen vragen wat paarse brem mee te nemen, maar dat is gewoon too much. Sinds kort ben ik erachter dat Raakhout lijdt aan ADHD. Naast autisme is dat een lastige staat van zijn. Maar meten is weten. Een opdracht per keer meegeven volstaat even.

'Ha, Raakhout, sta je hier al lang? Dat is lang geleden.' Raakhout kijkt dwars door me heen. Heel even loopt er een koude rilling over mijn rug. Zo ken ik Raakhout niet. Koudbloedig van binnen en van buiten. Ik laat het maar zo. Ben veel te verheugd om Harrie weer te gaan zien. Zonder een krimp te geven huppelt Raakhout voor me uit door het struikgewas. Steeds sneller. 'Hee, doe eens even rustig, we hoeven toch niet de trein te halen?' Raakhout hoort me niet en struint stevig door. Na pakweg vijfenvijftig krammen en krassen zie ik de hut van Harrie voor me. Zou hij thuis zijn? De deur van de hut zwaait open.

'Ha, Mien daar ben je dan. Niets veranderd zie ik. Nog steeds kleurrijk gekleed, en ha, ha, ik zie het al, je eigen eten meegenomen, verse bloemen en taart. Je bent ook niet vergeten dat ik dol ben op dahlia's. Mmm, dat wordt smullen. Doe je jas maar uit, neem een kistje en ga ergens zitten. Neem die grote kist maar, vooruit, zo vaak kom je niet op bezoek. Vertel, vertel, wat heb ik allemaal gemist de afgelopen tijd?'

'Allemaal rumoer en onrust Harrie, opstand en gerel. Je wil het niet weten. Dagen, weken is er niet geschreven. De boel is zelfs een maand stilgelegd. Een splitsing vond plaats, in allemaal minikampen, heel verdrietig allemaal. Het is niet anders. Maar, gelukkig is er ook goed nieuws te melden. De laatste dagen trekt alles weer vlot. Oude schrijvers komen weer terug. We hebben alleen blijvend afscheid moeten nemen van je weet wel, hij die zo graag genoemd wil worden. Hij maakte het veel te bont. Schreef lukraak alleen nog maar bullshit. Hij smeet met modder en met vlijmscherpe pijltjes. Het schijnt dat ie nu alleen nog maar dart in zijn vrije tijd. Dart Harrie, niet tart.'

'Griss mich nich, Mien, ik schrik ervan. Liet hij zich zomaar afpoeieren dan? Want zo klinkt het. Dat zal toch niet? Zo'n deftig heerschap, ongepast en ongehoord!'

'Wel Harrie, het was geen afpoeieren hoor. Er is zorgvuldig met reden, hoor en wederhoor, en niet te vergeten argumenten en verklaringen over en weer gestrooid. Maar begrip en acceptatie wilde helaas niet landen, niet binnenkomen. Evenmin een pauze. Ach, je kent het heerschap toch? Vooralsnog is de vulkaan tot rust gekomen en ingeslapen. Na wat laatste aardschokken en plaagstoten. Voor hoelang? Geen idee. Niemand die het weet. Onbelangrijk ook verder. We hebben iets te vieren Harrie. Vijfhonderdenvierennegentig alweer. Op naar de zeshonderd.

Co-column geschreven door Harrie en Mien


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

30-11-2015

Schrijfveren November 2015 (16 t/m 30)

Dagelijkse oefening in het schrijven van Schrijfveren. In maximaal 15 minuten tijd, associatief schrijven zonder correcties, naar aanleiding van een opgegeven titel. Met dank aan Hella Kuipers.
Hoe en wat? Zie: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Oorsprong? Zie: http://judyreeveswriter.com/guidelines-for-writing-practice


16. Gesmoorde geluiden

Ze huilen overdreven met groot kabaal. Draaien zich naar elkaar toe en wentelen zich in druipend vet. De tranen spetteren even later de pan uit. De kok heeft het niet in de gaten. Het drama dat zich in zijn koekenpan afspeelt. Hij is er met zijn gedachten niet bij. Zijn ogen turen over een plakkerige bladzijde van zijn kookbijbel. 'Houd de pan in de gaten en het vuur laag'. Te laat. De worstjes schreeuwen moord en brand en staan doodsangsten uit. Het vet spettert uit de pan op de hand van de onhandige kok. Maar dit keer is hij goed voorbereid. Snel stopt hij zijn hand in de wijnkoeler gevuld met Kellergeister, ijs en ijskoud. De hand sist heel even. Het vet stolt onmiddellijk en komt in bolletjes bovendrijven. Snel draait de kok met zijn andere hand het vuur laag. De worstjes komen tot rust en sputteren niet langer tegen. Van kwaadheid zijn ze zojuist uit hun vel gesprongen. Nu berusten ze in gebarsten huid. Zwijgzaam. Woede gesmoord.


17. Een inheems woord

De 'Bond tegen Vloeken' staat voor mijn deur. Er zijn zo van die momenten dat je liever niet de bel had gehoord. Batterij leeg. Zoiets. Maar nee. Voor me staat een klein vrouwtje in plissérok met grote ijzeren speld. Haar bruine regenjas hangt open en aan haar linkerarm, om precies te zijn, in de holte tussen onderarm en bovenarm bungelt een grote tas. Ze houdt haar hand in een knuist ter hoogte van haar platte borst stevig tegen haar lichaam geklemd. Ik was nochtans niet van plan haar tas af te nemen. Mocht ze dat denken. Ik vraag me af of ze in de gaten heeft hoe non-sexy ze aan mijn deur staat. Ze wil me iets verkopen dat is duidelijk. Maar dit is niet de juiste aanpak en aankleding. Bovendien ook niet het geschikte moment. Het is negen uur in de ochtend. En ik, ik ben geen ochtendmens. Ze steekt een folder naar me uit. Bond tegen Vloeken.
Ik vertel haar dat ik daar niets mee op heb. Vloeken lucht juist op. Zeker bij de inzet van krachttermen en vruchtvlees. Het vrouwtje trekt een zuur gezicht. Ik kom dus blijkbaar binnen en zet door. Kijk mevrouw, 'kut' is een inheems woord en daarnaast kort en krachtig. Het wordt door iedereen gebruikt. Al jaren. Nee, ik maak geen onderscheid in sekse. Mannen en vrouwen bezigen het voortdurend. Het is van alle tijden. Je kunt het in je mond prettig uitstoten. Het geeft aangename perslucht, voor in de mond en geeft ontspanning en een aangenaam gevoel op de lippen. Doet u het maar eens. Ja, een paar keer achter elkaar. En ... en ... lucht het op? Ja, hè. Ziet u wel. Nou, dag mevrouw. O ja. De buren slapen nog. Slaat u die gerust over. Prettige dag nog verder.


18. Zoveel manieren om een sjaaltje te strikken

De man stond op de stoel en wist voor een moment geen blijf met zichzelf. Hij hield een sjaaltje in zijn hand en vroeg zich af waarom? De man was blijkbaar in de war. Hij keek wat verdwaasd om zich heen. Leek om hulp te vragen. Maar er was niemand in de ruimte aanwezig. De zolder was niet bepaald een plek waar veel mensen kwamen. Stoffig en vol herinneringen pijnigde de man zijn hersenen en keek staand op de stoel nog eens naar het sjaaltje. Vervolgens tuurde hij de ruimte af, een beetje wezenloos. Totdat zijn oog viel op het plafond. Hij keek beurtelings naar het plafond en naar de hand die het sjaaltje droeg. Het was een open plafond. Je kon duidelijk de balkconstructie zien van de Franse kap. Het was een oud huis met een oude zolder waar de man zich bevond. Zelf was ie ook behoorlijk oud. Samen waren ze oud geworden. Het huis, de zolder en de man. Vroeger deelde de man het huis en de zolder met veel mensen. Nu voelden ze alle drie verlaten en eenzaam. Het sjaaltje had hij uit de oude klerenkast gehaald. Een mooi zijden sjaaltje. Nog eens keek de man naar het plafond, naar de grote eiken balk. Vroeger had daar nog een schommel gehangen. De tranen liepen uit zijn ogen. Hij frutselde wat aan de sjaal en vroeg zich nog eens af, hoe die sjaal nu het beste te strikken? In een keer.


19. Graanvelden

De onmetelijkheid van graanvelden fascineert mij telkens weer. Dat geldt ook voor de begrenzing. Vreemd eigenlijk die dubbelheid. Want hoe kan iets dat onmetelijk oogt toch een gevoel van begrenzing geven? Mijn hersenen raken in tweestrijd. Enerzijds maken ze een voorzichtige berekening. Tot aan de horizon reikt het graanveld. Maar hoeveel meters is dat eigenlijk? Iets in mij zoekt controle en meet afstand. Alsof de afstand bepalend is voor mijn controle. Ik schat zo'n tweehonderd meter. Het is een groot graanveld. Anderzijds dwingen mijn hersenen me het graanveld in te lopen. De begrenzing te doorbreken. Een weg te zoeken naar de horizon. Het is dan wel noodzaak de grensbewaking te doorbreken. Los te laten. Daar is moed voor nodig. En brood. Brood is broodnodig voor ieder onderzoekspad. Al is het maar om de weg aan te duiden. In een graanveld kun je immers makkelijk verdwalen. Daar sta ik dan met mijn dilemma's. Ach, was ik maar Klein Duimpje. Dan had ik door de hoge graanbomen het graanbos nooit hoeven zien.


20. Vitrage

Droevig tuurt de sanseveria vanachter de vitrage naar de straat. De vitrage ruikt muf geel. De mensen, de fietsers en de auto's die achter het raam passeren lijken allemaal vol geplakt te zitten onder vitragerag. In een fijnmazig net met hele kleine miniruitjes. De sanseveria kijkt kort op de klok die achter de bar hangt. Nog heel even en dan komt de vitragespin zijn buit bekijken. Althans dat hoopt de vitrage. Kijk hij zit al in de hoek van de vensterbank. Klaar voor zijn inspectieronde. Misschien neemt de spin vandaag weer wat tijd om een praatje te maken met de sanseveria. Het zijn dikke vriendjes met elkaar. Tot voor kort. Wat er eergisteren gebeurde heeft de vriendschap behoorlijk op spanning gezet. De spin had een vette bromvlieg in zijn net gespot. Omdat hij een enorme berenhonger had was hij in zijn haast wat onhandig over de vitrage gelopen. Zo hard dat de vitrage opwaaide en in de sanseveria was gevlogen. Daar was de vitrage blijven hangen. Precies op het puntig blad waar de ogen van de sanseveria zaten. Die kon daardoor niets meer zien. Hij was enorm uitgevallen tegen de spin. De spin was daar zo van geschrokken dat hij zonder zijn buit te plukken weer terug in zijn vensterbankhoek is gaan zitten. Twee dagen al had ie niet meer gesproken met de sanseveria. Dat was too much voor de sanseveria. Hij had zich dan ook voorgenomen om het vandaag goed te maken met de spin. De sanseveria telde de tijd langzaam af. In de spin zat geen enkele beweging. Leefde die nog wel?


21. Kamperfoelie

Mijn tuin houdt van kruiden en onkruiden. Het is een bijzondere tuin. De tuinman is er niet blij mee. Het onkruid overwoekerd alles. Wat te doen? Wel duizend boeken heeft de tuinman gelezen. Een complete letteren- en kruidenstudie heeft de tuinman erg belezen gemaakt. Nu wordt het tijd om het gelezene eens toe te passen. Maar het wil niet echt vlotten. De meeste boeken gaan over kruiden. De onkruiden worden op een of andere manier uit de boeken gelaten. Een onkruidcomplot lijkt hieraan ten grondslag te liggen. Maar een beetje tuinman geeft nooit op. Dat is nogal wiedes. Tijd om raad te vragen. Nou wil het toeval dat achter de tuin van de tuinman, die overigens behoorlijk diep doorloopt, mensen wonen. Omdat de tuinman wat schuw is heeft hij deze mensen nog nooit aangesproken. Dat is ook ingegeven door de melkman, die dagelijks als een van de weinigen in de kennissenkring van de tuinman een praatje maakt met de tuinman. De melkman heeft de tuinman gewaarschuwd voor zijn achterburen. Het zijn kampers. Maar nood breekt wet. De kampers hebben namelijk helemaal geen onkruid in hun tuin. En nu wil de tuinman wel eens weten waarom? Had die dat maar eerder gedaan. Het antwoord en daarmee de oplossing is zo simpel. De kampers, die uit Engeland kwamen, hadden een hele simpele tip. You know man. Kampers fool je niet. Put some kamperfoelie in your garden and everything will be all right. This herb herbs the worst onherbs. Look at our garden. Do you see any onherb? Daar hadden ze een punt. Er groeide werkelijk waar geen sprietje onkruid in hun tuin. Daarbij moet wel gezegd dat dat ook haast onmogelijk was tussen alle stoeptegels.


22. Wat staat er op je bureau?

Een aquarium met twee goudvissen. Ik kijk er iedere dag na en denk dan. Wat hebben wij het toch eigenlijk als mens goed. Ik zie de vissen almaar rondjes zwemmen. Soms wisselen dat af met afwisselend naar de bodem duiken en naar de waterspiegel. Dit doen ze kussend. Met hun oranje lippen zoenen ze beide oppervlakten. Het ondervlak en het bovenvlak. In het dalen en opstijgen geven ze het water de hele tijd kusjes. In het op en neer zwemmen eigenlijk ook. Het zijn echte zoenvissen, die goudvissen op mijn bureau. Hoe langer ik er naar kijk hoe meer jaloers ik word. Ik wil dat ook wel. De hele dag zoenen. Iets mooiers is er toch niet? Een beetje badderen in het water en de hele dag kusjes geven. Of zou dat op den duur toch saai worden? Aan de vissen is het niet af te lezen. Zij zoenen de hele dag alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. En dat is in een mensenleven natuurlijk niet. Daar moet geld verdiend worden, het huishouden gedaan worden, de kinderen opgevoed, de hond uitgelaten, dag in dag uit. Gen tijd voor kusjes. Nou, vooruit dan, bij het afscheid nemen in de ochtend en bij het thuiskomen in de avond, voor het slapen gaan als toetje. De vrouw en de kinderen dan. Niet de hond. Dat is vies. Hij wil wel. Maar mag niet. Een knuffel daar blijft het bij. Thuis hebben we ook een vissenkom. Nu begrijp ik ook waarom onze hond regelmatig voor het glas naar de vissen tuurt en zo nu en dan blaft. Pure jaloezie. Kussende vissen. Het blijft een genot om naar te kijken. Zelfs op kantoor.


23. Borstvoeding

Ik geef mijn borst regelmatig te eten. Zalfjes heeft ie het liefste. Daar houdt mijn borst van. Hij slurpt ze op. Nivea, dag- en nachtcrème, massageolie, jij kan het allemaal hebben. In de zomer aftersun in de winter soms een pakking. Gewoon omdat het lekker is. Mijn borst is het meest vertroetelde lichaamsdeel dat ik bezit. Fier ben ik erop. Hij is ook fier op mij. Dat laat ie mij regelmatig zien in de spiegel. Dan blaast hij zich extra stevig op, waarbij heel soms de tietjes ondeugend omhoog steken. Ze denken dat ik dat niet zie. Maar ik weet beter. Ze proberen zich te verstoppen in het borsthaar als ik te lang kijk. Maar ze ontkomen niet aan mijn blik. In het weekend ga ik er stevig met de borstel doorheen. Niet door mijn tietjes natuurlijk, maar door mijn borsthaar. Na het douchen maak ik er dan kleine krulletjes van. Die voelen lekker zacht. Een vers T-shirt aan en ik ben klaar voor de dag. Winterdag of zomerdag, het maakt niet uit. Altijd gekleed in een wit T-shirt met smal boordje. Ik heb een hekel aan T-shirts met een grote boord. Het is geen gezicht. Zeker niet met een blouse erover heen. Het borsthaar mag ook niet boven het T-shirt uitkomen. Ik scheer het dan ook altijd een beetje tot vijf centimeter onder de rand. Ik zorg goed voor mijn borstje. Dagelijks zijn portie voeding en zo af en toe een borstelbeurt.


24. Die keer dat je geen hulp bood

Ja, ik weet het. Ik ben hulpverlener. Bedrijfshulpverlener om precies te zijn. En ja, ik draag een hesje. Een oranje hesje met hele grote letters in fluo. BHV. Ik mag een keer per maand in de baas zijn tijd brandjes blussen. Dat is mooi meegenomen. Buiten de baas zijn tijd doe ik het ook hoor. Brandjes blussen. Met water, schuim en ook met deksels en zand. Gewoon een kwestie van een van de essentiële bronnen wegnemen. Zuurstof, brandstof of ontsteking. Ik houd dan ook altijd mijn adem in als ik mijn elektrische auto stekker. Gewoon voor de zekerheid. Als hulpverlener mag je nooit de hulp weglaten. Ik heb dan ook altijd een hulpje bij me. Die zet ik in bij de meest gevaarlijke situaties. In hoge uitzondering bied ik in de zware gevallen ook hulp. Maar dat doe ik alleen bij mensen die boven de 150 kilo wegen. Gelukkig zijn dat er niet zoveel. Al zeker niet op mijn werk. Twee om precies te zijn. Mijn hulpje en ik. Jammer maar helaas. Ik weet het. Ik ben geen goede hulpverlener. Niet echt geschikt voor de job. Maar ja. Niemand wilde op mijn afdeling. Helemaal niemand. Dan bied ik hulp. Dan spring ik in. Dan red ik de zaak. Mijn afdeling. Had ik het maar niet gedaan. Die ene keer. Maar ik deed het wel. Aan iedereen uiteindelijk. Behalve mezelf.


25. Daar zou ik nooit naartoe gaan

Naar het voetbal. Daar wil ik nooit naartoe. Ik houd er gewoon niet van. Al die idioten die zich als een malloot verkleden. Begrijp me niet verkeerd. Ik houd best van ballen. Maar niet die met de voet. Ik wil meer. Bij mij houdt het verkleden niet op bij de voet. Ja, ik weet het, er zijn genoeg manieren om een leuke of sexy sok of kous aan te trekken. Ik heb het een keer geprobeerd. Het was ook nog eens gemaskerd. Een gemaskerd voetbal. Nou, ik kan het je vertellen. Nooit meer. Allemaal van die flauwe liedjes ook. Seksuele hieling. Ik doe het niet meer. Het soks. Nee, geef mij maar ballen waarbij goed wordt ingepakt. Dan valt er ook veel meer uit te pakken, achteraf. Mijn favoriet zijn de gemaskerde ballen. Op zijn Middeleeuws. Dan kun je nog eens lekker onder de hoepels duiken. Korsetten ontrijgen. Pruiken snuiven. Veel meer uitdaging. Nee, een voetbal vind ik helemaal niks. Al helemaal niet als het ook nog eens een kinky voetbal is. Met roze maillots of gatenkousen. Bah. Niets voor mij.


26. Helm

Dat vind ik nou zo mooi. Helm. Zeker in de duinen. Ook erg handig. Je kunt er niet genoeg van meenemen. Van helm. Groen, blauw, rood. Het maakt niet uit. Het helpt tegen gierende wind. Het beschermt de oren en ogen. Tegen zand. Tenminste als je de helm een beetje gebukt houd. Helm heeft ook een erotische werking. Zeker las je het heel zacht en fluisterend uitspreekt. 'Helm, helm, helm ....!' Onweerstaanbaar zwoel klinkt dit woord. Ik kan er uitermate opgewonden van raken. In helm kun je ook makkelijk kledij verbergen. Nadat je vol overgave natuurlijk eerst het woord een aantal keren zwoel hebt uitgesproken. Zorg dan wel dat je in de buurt van een pan bent. In helm en pan kun je je uitstekend verbergen. Zelfs uitstekende voorwerpen worden hierin goed verborgen. Desnoods steek je ze in het zand. Als de nood echt hoog wordt. Zorg ook altijd dat je voldoende zonnecrème bij je hebt. De zon kan je zomaar overvallen in helm en pan. Je wil echt geen panne krijgen aan je lijf en leden op het moment suprême, echt niet. Helm. Iets mooiers bestaat er niet.


27. Opgesloten in de lift

Heeft u dat nu ook. U zit in de lift en ineens heeft u er genoeg van. Genoeg van in de lift zitten. Veel liever begeeft u zich op de begane grond. U weet wel, met beide voeten. Op de grond ja. Oké, de opwinding ban het in de lift zitten heeft natuurlijk ook zijn charme. Maar het put ook uit. U weet namelijk niet waar uw lift eindigt. Waar is de horizon? Waar is het plafond? U kunt boven uw lift uitstijgen en wat dan. Dan wordt mogelijk uw kop afgehakt. Boven het maaiveld. Weet u wel. Niet doen zeg ik dan. Retourtje begane grond bij voorkeur. Desnoods laag bij de grond. Ik bekijk ook altijd het aantal verdiepingen, zeg maar hindernissen die ik moet nemen, als ik in de lift zit. Voor je het weet wordt je op handen gedragen naar de bovenste etage en zit je zo aan je plafond. Niet leuk. Saai. De verveling neemt toe. En de angst. Angst? Ja, angst. Om weer te dalen. Waar dacht je dat die lift je naartoe bracht dan. Naar het einde misschien? Niet doen. Gewoon retourtje begane grond. Houdt het zweven vanzelf op. Wordt je veel gelukkiger van.


28. Een lijstje van metaforen voor 'zonsondergang'

Ik wil het niet meemaken. De ondergang van de zon. Veel te dramatisch. Waar moeten we dan van leven? Ik wil niet dat de zon ondergaat. Ik wil de zon ondergaan. Eeuwig. Maar hij mag dat zelf niet doen. Dat ie dat maar uit zijn hoofd laat. Als de zon ondergaat zijn we overgeleverd aan de maan. Wie wil dat nu? Altijd maar verblijven in het donker. Het is een schemerlamp vergeleken bij de zon. Laat de maan maar ondergaan. Ik koop zelf wel een paar lampen. Voor dat stukje nacht en duisternis. Nee de zon mag nooit niet ondergaan. De maan wil ik desnoods wel ondergaan. Dat schijnt romantisch te zijn. De liefde bedrijven in de maneschijn. Maar het is niet echt. Toch? Het is maar schijn. Veel liever verblijf ik onder zonnegloed. Een zonsondergang wil ik never nooit niet meemaken. Ook niet op de foor. De zon zien ondergaan op een foor is het meest dramatische wat er bestaat. Met de zon gaat ook de foor ten onder. Metadramatisch. Metaforisch. Niet doen zon. Ik wil je graag nog even bij me houden.


29. Zwarte sokken

Ik heb ze geteld. Vijfhonderdduizend paren heb ik al gesleten. Voor mijn gevoel dan. Ik ben een echte gevoelsteller. Sorry hoor. Ik draag ze zwart omdat ze overal bij passen. Net als mijn ondergoed. Behalve bij een witte doorschijnende broek. Kort of lang maakt dan niet uit. De broek bedoel ik. Het schijnt dan door de sokken en de onderbroek. Geen gezicht. Het ziet uit als een vale zebra. Ik heb het een keertje gedaan. Gekleurde sokken gekocht. Lichtgrijs waren ze. Maar nee hoor. Het voelde niet goed. De hele dag liep ik aan de lichtgrijze sokken te denken. Zou iemand het zien? Ik voelde me heel bloot. Bij de Zeeman heb ik toen onmiddellijk nieuwe zwarte sokken gekocht. Tien halen, vijf betalen. Ik moest wel zelf in de bak de linker- en rechtersokken bij elkaar zoeken. De juiste maten ook nog. Ben bijna drie uur bezig geweest met zoeken en passen. Tijd is geld. Ik heb dan ook bij de kassa geld terug gevraagd. Hoeveel ik in gedachten had? Nou mijn uurloon is tachtig euro. Ik heb ze gematst. Heb maar twee uur doorgerekend. Ging ik toch mooi naar huis met tien sokken en honderdzestig euro. Zwart geld. Wat moet ik ermee?


30. Ontsnappen

Niets zo vervelend dan winderig zijn in gezelschap dat opgevoed is met etiquette. Ontsnappen lukt eenvoudig niet. Het is namelijk not done om van tafel te gaan tijdens de maaltijd. Ik besluit het toch maar even bespreekbaar te maken. Dat lucht in ieder geval op.

Beste mensen, mag ik even uw aandacht. Freule Stoeterwaal van Derrière valt bijna van haar stoel. Wie durft hier onaangekondigd aandacht te vragen? Hoe brutaal? Dat is toch alleen aan haar? Ze wipt vlug op het puntje van haar stoel richting rugleuning. Affront, hopelijk ziet niemand het.

Ik zit met een klein probleem. Het kan twee kanten op en het heeft alles te maken met ontsnappen. Ha, ontsnappen, een raadsel, zie ik een hoop mensen denken. En nee, het is geen spelletje Cluedo. Er is niemand vermoord. Nou ja, niemand. Hooguit de mosselen die ik zojuist gegeten heb. En daar zit juist mijn kleine probleem.

Ik wordt een aantal blikken gewaar van freules en baronnen die in ieder geval nooit de oorlog hebben meegemaakt. Gepoederd wereldvreemd kijken ze afwisselend naar elkaar, naar het plafond en naar mij. Zegt u het maar. Roept de freule aan de andere kant van de tafel. Ze houdt een koehoorn tegen haar rechteroor. Luid graag.

Nou kijk. Er zijn twee zaken die op dit moment willen ontsnappen. Ik in zijn geheel en daarnaast een tijdelijke gedeelte in mij. Een hoopje zogezegd. Het vervelende is dat het hoopje klaar ligt om mijn lijf te verlaten. Met andere woorden als ik niet in zijn totaliteit heel even mag ontsnappen, dan ontsnapt een gedeelte van mij. Met een vleugje wind zogezegd. En ik vind. Dat er in deze lastige situatie een uitzondering gemaakt moet worden op de etiquette. Ik zie zelf geen andere uitweg. Aan u de keuze.

Gaan, gaan, gaan. Roept het gezelschap in koor. Te laat. Gone is the wind.

04-12-2014

Vijf etages

Op de kop in vijf etages. Spoken doet het in ieders hoofd. De vraag nu is alleen, pak ik de trap of neem ik de lift. Naar bodem of plafond? Stap ik bij iedere etage uit? Voor de zekerheid. Gewoon om even rond te kijken. Er is vast wel iemand die op alle knoppen heeft gedrukt. Maar zeker weten doe je het niet. Bij etage een richting plafond is de twijfel het grootst. Want wie neemt nu de lift naar een? Dat zijn alleen maar luxe beesten.

Bij etage twee wordt het een ander verhaal. Mensen slecht ter been drukken meestal snel op nummer twee. Het is een tussenfase. Uit vrees dat ze anders het toilet niet halen. Het is dan ook niet verstandig om hier voorzichtig rond te koekeloeren. Want voor je het weet word je gevraagd om begeleiding. Op tijdelijk transport naar dames of naar heren.

Bij etage drie begint het hoofd ietwat licht te voelen. Een middenfase richting doel. The sky is the limit. Maar het voelt helaas bepaald nog niet als blauwe wolken. De deur blijft toe. Bij etage een en twee zijn we immers ook niet naar buiten gelopen. Het voordeel van de twijfel doet ons loensen. In de misdaadpreventiespiegel. Zit mijn jas of jurkje nog wel goed?

Op vier daar wordt het echt pas spannend. Op vier wordt aan de poort gehijgd. Door ongeduldige dalers die niet langer willen wachten. Ze snuiven jouw lichaamsgeur en voelen lichaamswarmte door de liftdeurkier. Zeker in de avondspits zijn geur en warmte niet te versmaden. Zeer herkenbaar is het onderscheid in komen en gaan. Van Chanel naar flanel.

En dan volgt de ultieme bevrijding. De vijfde etage. Zeker bij ongenood liftgezelschap. De elevatorpitch van alle liftgangers kent iedereen dan uit zijn hoofd. Leeggeprikt boven hersens in gedachten. Futloos leeglopend als een moe ballonnetje. Het zij zo. De vijfde etage geeft altijd bevrijding. Gelukkig maar.

Het geluk is slechts van korte duur. Want er is namelijk ook nog zoiets als de wereld op zijn kop. Wat op zijn tijd naar boven gaat zal vroeg of laat ook weer moeten dalen. Niet als stof, maar gewoon compleet, met alle ledematen. En als het even kan, bij ieders welbevinden, met alle ledematen op de juiste plek. Teruggekeerd op de basis, level zero, zal iedereen beamen, zo’n liftgang in het hoofd, dat is lang zo gek nog niet.

Eerste deel van zesluik, geschreven naar aanleiding van De wereld ondersteboven.