Posts tonen met het label verjaardag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verjaardag. Alle posts tonen

02-10-2017

In de bus met Trudie Kortjakje

Honderdenzes wordt Trudie Kortjakje vandaag. Ze gaat op bezoek bij haar tweelingzus Funny. In de verte ziet ze de bus al aankomen en steekt haar duim omhoog. De bus stopt bij Langelindelaan 4. De deur ploft open. Kortjakje hijst zichzelf naar boven.

"Graag een retourtje Waaghalslaan, meneer de buschauffeur."
"Weet u dat wel zeker, mevrouw Kortjakje?"

Haar blik is veelzeggend. Trudie is niet van de grappen. Ze tuurt even snel de bus in. Shit, stampvol. Ze telt vijf euro dertig neer op de kleine schuifla.

"Het is weer druk vandaag, Bernhard."
"Komt goed, mevrouw."

Op de eerste tien stoelen van de bus zitten grote puberkabouters met oortjes in en telefoontjes in de hand. Snel loopt Trudie door. Ook achter in de bus is geen plek. Nors kijkt ze richting Bernhard. Die heeft Trudie's trage wandelgang nauwlettend in de spiegel gevolgd. Hij weet nu wat te doen.

"Hallo, hallo, attentie, attentie. Wil er iemand achterin even plaats maken voor mevrouw Kortjakje, ze is al honderdenvijf!"
"Honderdenzes vandaag!, gilt Trudie keihard terug.

De hele bus schiet wakker. Als oudsopraan van het beroemde Nationale Balalaika Koor uit Boedapest staat ze nog steeds haar vrouwtje.

"O, maar dan gaan we even zingen voor Trudie jongens ... met z'n allen ...!", schreeuwt Bernhard door de microfoon.
"Lang zal Trudie leven, lang zal Trudie leven ... lang zal ... in de Gloria ... hiep, hiep, hoera!"

Intussen heeft een busbewoner plaats gemaakt voor Trudie. Onderuitgezakt zit ze in de zetel. Een hoopje mens dat Trudie heet. Trudie heette. Trudie is niet meer.

20-09-2016

Een oud feest

Het feest zucht en piept. Het is al zo oud. Al minstens honderd jaar. Zo oud als Methusalem. Heeft ook al vele lintjes gehad en burgemeesters op bezoek. Maar even onder ons gesproken. Het is op. Zo laat het oude feest weten. Geen trek meer in oude kaas en zoutstengels. In slingers of ballonnen. Stoeltjes naast elkaar, netjes op een rij, aan met plastic zeil gedekte tafels. De beste stoelen zijn voor de oudste oudjes, met een zacht kussen om de tere billen wat beter en aangenaam te ondersteunen. Een stoel is op voorhand bezet. Die is voor het feestvarken. Ja die met de krul in de staart. En in zijn neus. De jarige heeft namelijk ook geen trek. Het is het zoveelste moetje. En hij weet het. Er is geen ontkomen aan.

Samen met het oude feest trekt hij ten strijde. Met zijn beste pakje aan. Gesteven hemd en terlenka broek. Bretels losjes over de schouder, knellen mag niet meer. Een kleinkind van zo’n jaar of vijftig vertelt de schuinste moppen. Opa kent ze al. Het oude feest zucht en piept, de ballonnen en slingers slaan haast neer. De glazen dood. Al honderd keer gehoord. Ongehoord. En oma pruilt haar lip, knipt haar doffe ogen dicht. Is het nog geen tijd? Het feest schudt nee. We beginnen pas en we hebben nog geeneens gezongen. Lang zal ie leven klinkt wat cru, maar gaat uit volle borst. En opa die zingt mee. Heeft ie eigenlijk wel keus?

Daar komt dan eindelijk het cadeau. Een grote doos wordt de kamer binnengereden. Iedereen staat op en lacht. Wat is er zo lachwekkend? Vraagt opa zich in stilte af. Het lint zakt makkelijk van de doos. En nu begint het feest ook keihard te lachen. Zo oud als het feest en opa zijn, deze ruim gevulde doos gaat echt de pret niet drukken. Daar staat ze dan. Getogen in zijden lingerie. Het hartenrood spat van haar lijf. Zie eens hoe haar armen kronkelen? Hups en uit gaan haar lange handschoenen. Een voor een. De sfeer komt er goed in. Met een van hare blote handen verschuift ze heel langzaam het linkerbandje van haar BH, de rug naar opa gekeerd. Het rechterbandje gaat wat stroever. Shit, het wil niet lukken. En opa die moet helpen. Maar helaas. Opa gaat volledig onderuit, stilletjes op weg naar eeuwige jachtvelden.

Toelichting:
Geschreven naar aanleiding van een idee van Hella Kuipers
Zie ook: http://heldenreis.nl/schrijfveren
Schrijfveer: Een oud feest (16-08-2016)

30-04-2016

Columns van Harrie (April 2016)


De dolle doler / Gein & Ongein / 12-04-2016

Zwervers weten vaak mijn bos te vinden. Ik noem ze voor de gein wel eens lonely wolves. Zo gedragen zij zich meestal. Afgeweken van, afgestoten door de roedel. Maar omdat die term sinds kort wat beladen is in de media, doe ik hem bij deze in de ban. Dat doe ik nooit met zwervers. Zwervers ban ik nooit. Ook zij verdienen een plek op aarde en al helemaal in mijn bos. Niemand wordt gevraagd om zwerver te worden en al helemaal niet om als zwerver geboren te worden. Het zal je maar overkomen. Meteen je ma en pa kwijt? Aan werk of aan andere aardse zaken. Het komt nog veel te vaak voor. Gelukkig vinden de verloren zielen vaak troost in mijn bos. Daar kunnen zij ook volledig zichzelf zijn. Het helpt en heelt. Ik maak alleen maar een praatje met hen indien zij daarom vragen, er voor openstaan. Beter mee verlegen dan om verlegen zeg ik altijd.

Deze week had ik een uniek geval in mijn bos. De meeste zwervers tonen enigszins vergelijkbaar gedrag. Maar deze niet. Een man is het. Een forse man. Niet fors geschapen. Hoe ik dat nu weer weet? Nou, dat vertelde hij mij al na drie zinnen. Ik ben een zwerver. Sinds een jaar of drie. En ik ben klein geschapen. Dat vertelde hij mij. Waarom? Geen idee. Totdat ik doorvroeg. Toen bleek snel dat hij sinds zijn geboorte al zwerver is. Dat dat hem klein gehouden heeft ... en dat daardoor ... ach ... de rest kunt u zelf wel invullen lezer.

Enfin. Het doet er eigenlijk ook niet toe. De grote van een geslacht zegt niets over de persoon. Wat je ermee doet is veel belangrijker. Veel plassen. Zei de man nog. Veel en wild. Heel wild. Ik dacht die heeft ze niet meer op een rij. Maar dat weersprak ie onmiddellijk. Ik plas ook rijtjes, zei hij. Zien, zei ik en geen gezeik. De zwerver haalde vol trots zijn pieliewielie tevoorschijn en sproeide in no time alle rietjes omver die ik eerst zorgvuldig op een rijtje had gezet in het rulle zand. Ik was heel even onder de indruk. Maar het bleef voor mij wel een vreemde zwerver. Mijn nieuwsgierigheid edoch was gewekt en ik vroeg naar zijn naam en herkomst.

Dolle doler was zijn naam en over zijn herkomst wilde hij liever niet uitweiden. Allemaal ballast. Hij zou er een container mee kunnen vullen. Een zeecontainer. Dat zei genoeg. Ik liet het verder rusten. Wat ie dan in mijn bos kwam doen? Hoe hij hier terecht was gekomen? Gevonden op internet zij hij. Op internet? Dat is vreemd, zit ik ook al op internet? Mijn bos? En Raakhout, die ook? Ja, die kende hij ook. Ik was heel even stomverbaasd. Dat overkomt mij niet zo vaak. Dolle Doler liet het me zien. Hij stond er op. Maar niet nadat hij mij vroeg waar hier de zendmast stond. Zendmast? We hebben hier in Nummer Een alleen een TV-toren. Kan dat ook? Hij probeerde het gewoon. En jawel. In een keer verbinding. Vol trots liet hij zien hoe hij mij gevonden had. Totdat. Shit. Geen verbinding. Geen toegang. Uitgesloten. Hoe was dat mogelijk? Zonder verder ook nog maar een woord te wisselen trok Dolle Doler verder. Vreemde manier van communiceren, dacht ik nog. Maar ja. Alles draait tegenwoordig om techniek nietwaar? Als die uitvalt of niet werkt dan heerst er alleen nog maar stilte. Mozes kriebel. Wat een armoede. Wat een eenzaamheid. De Dolle Doler zweeg en liep gebukt mijn bos uit. Op zoek ... ja ... op zoek naar watt?


Malle piepjes / Gein & Ongein / 17-04-2016

Griss mich nich. Wat ik nu toch ervaar in mijn bos? Alle dieren piepen. Hoe kan dat nu? Ze maken allemaal hetzelfde geluid. Maar wacht eens even. Zijn dat wel dieren uit mijn bos? Ze zien er zo gelikt uit en ze bewegen wat vreemd. Houterig. Nee, niet houterig, eerder metaalachtig. Zie ik het goed? Ze zijn ook van metaal. Mozes kriebel, het zijn geen echte dieren. Het zijn goed nagemaakte dierenrobots. Daarom piepen ze zo natuurlijk. Slecht geolied waarschijnlijk in de beweegbare delen. Neem nu dat konijn. Ha, ha. Het loopt als Frankenstein en het piept als de tinnen man uit Alice in Wonderland. Ja, ik ken mijn klassiekers. Net als Raakhout overigens. Die houdt zijn grote paddenpoten tegen zijn kleine paddenoren. Ik geef hem geen ongelijk. De dierenrobots maken veel kabaal.

Al snel zie ik ook mensen in het bos. Ze dragen allemaal een klein zwart kistje dat ze als een wichelroede voor zich houden. Ze speuren het bos af naar iets. Ik weet niet zo goed wat. Totdat ze ineens oog in oog staan met een dierenrobot. Hun dierenrobot. Dat is onmiddellijk te zien aan de blijde blik van zowel robot als bestuurder. Frappant ook de gelijkenis van beiden. Zoals huisdieren, met name honden, vaak op hun baasje lijken, zo is dat ook het geval met robots en hun baasjes. Zo heeft het baasje van het robotkonijn bijna net zo'n grote voortanden als het konijn.

Lang kan ik niet genieten van dit rare schouwspel. Een vreemd object landt in mijn nek en stort neer. Geen UFO. Dat is zeker. Uit de bosjes springt ineens een klein mannetje. Hij is volledig in paniek en rent keihard naar het vreemde object. Tilt het op en bekijkt het van alle kanten. Mij laat ie volledig links liggen. Wat me vervolgens uitermate boos maakt. Vreemde objecten en techniek winnen het voortdurend qua aandacht van de mens. Ik zeg bewust niet medemens, want daarvan is nauwelijks meer sprake. We hebben niets meer met elkaar. Buiten een boze blik.

"Mijn drone is stuk!" Dat is het enige wat het kleine mannetje kan uitbrengen. Hij zakt door zijn knieën en begint keihard te huilen. Ik houd mijn ene hand in mijn nek om een flinke bloeding te stelpen, veroorzaakt door een van de schoepen van de drone. Met mijn andere hand streel ik het kleine mannetje over zijn bol. "Het komt allemaal goed meneer." Fluister ik hem toe. "En anders neemt u toch gewoon een konijn?" Maar de man is ontroostbaar.


Prins / Gein & Ongein / 25-04-2016

Er loopt al dagenlang een kleine prins door mijn bos. Hij probeert zich te verstoppen voor mij. Vanachter dikke eiken en beuken lukt hem dat aardig. Maar daar waar de berken staan valt hij al snel door de mand. Gekleed in zwart en wit probeert hij zich nog te camoufleren. Maar eerlijk is eerlijk. Die kleren staan hem niet. Ze passen eenvoudigweg niet bij een kleine prins.

Op zijn wangen verschijnt een paarse gloed zodra ik hem opmerk. De vragen die ik hem stel komen niet echt binnen. Mozes kriebel, wat een vreemde prins is die man. Ook Raakhout krijgt geen hoogte van het kleine mannetje. Ik schat dat ie net de een meter vijftig haalt. Het is wel een bijzonder mannetje en zeer creatief. Hij bespeelt alle instrumenten in het bos en ik heb hem ook al regelmatig gezien in mijn houthok. Daar hangt al mijn gereedschap. Het hele instrumentarium heeft de kleine prins de afgelopen dagen al stiekem mee naar buiten gezeuld. Ik heb hem zijn gang laten gaan. Gewoon uit nieuwsgierigheid.

Hij heeft me niet in de gaten. Nu kan ik observeren wat hij doet. Naast een grote eik zie ik dat hij een grote stellage bouwt. Ik kan mijn ogen amper geloven. Die man is geniaal. In no time bouwt de kleine prins een lift. Waarom is mij niet duidelijk. Er hangen geen eikels aan de boom. Daarvoor is het nog te vroeg. Enfin, ik laat hem maar begaan. Misschien is de kleine prins wel ooit een liftboy geweest, wie zal het zeggen? Maar het is toch wel een beetje vreemd. Tegen de avond is de lift klaar. En hij werkt nog ook. Wat een genie is die man.

Tot laat in de nacht speelt de kleine prins met de lift. Op en neer en op en neer. Er komt geen einde aan. Zelfs Raakhout wordt nu een beetje nerveus. Die is eigenlijk nooit uit het veld geslagen, springt nooit uit zijn vel. Maar nu wordt hij toch wel enigszins nerveus. Ik besluit maar eens poolshoogte te nemen. Wat zijn de beweegredenen van deze kleine man?

Maar helaas, de kleine prins is niet aanspreekbaar. Tot overmaat van ramp gaat hij niet langer in stilte op en neer met de lift. Nee, hij zingt allemaal vreemde liedjes. Uit lieve lust denk ik dan maar. In het Engels. Gelukkig versta ik een klein beetje Engels. Het zijn best leuke liedjes. Over tijd, liefde, auto's en regen. Tekenen aan de wand. Het liedje over regen blijft terugkomen. Tot treuren toe. Ik zie dat Raakhout er nu zelfs paarse wangen van krijgt. Dat heeft de kleine prins toch voor elkaar. De paarse prins.


Vijfhonderdvierennegentig alweer / Gein & Ongein / 29-04-2016

Met een bosje bloemen en een flink stuk taart neem ik de bus naar Nummer Een. Af en toe steek ik mijn neus tussen de bloemenblaadjes en snuif de zoele geuren die daaraan ontstijgen diep op. Ik waan mezelf in de bloementuin van mijn grootouders. Hoe lang is dat geleden? Ze zijn nu dood. Nog vijf minuten en ik ben er. Hoe zou het ze vergaan? Harrie en Raakhout. Lang niet meer gezien.

Onrustig drentel ik op en neer tussen beuk en eik. Mijn favoriete hotspot. Brizl dieu wat is het heet. Vandaag word ik vijfhonderdvierennegentig. Op naar de zeshonderd. Waar is de tijd toch gebleven? Ik vier het klein. Sterker nog. Een mens weet er maar van. Mijn schrijftafelheer Mien. En vandaag komt hij op bezoek, mij feliciteren. Raakhout is al bijna net zo zenuwachtig als ik. Het is nu bijna driehonderd jaar geleden dat ik mijn verjaardag voor het laatst vierde.

De bus stopt bij de laatste halte. Het is nog twee kilometer lopen en dan ben ik er. Ik kijk nog eens goed op het perkament dat Harrie mij heeft toegezonden. Geen wegen maar sferen staan beschreven. In geuren en kleuren.
Ga bij de roosjes linksaf. Let wel op. Bij de lichtroze rozen die ruiken naar zoete zuurtjes. Daar waar de wind rechts langs je oren waait en de lucht ruikt naar dennenhars ga je linksaf. Blijf vanaf hier rechtdoor lopen en fluit of neurie 'Drie kleine kleutertjes'. Doe dat twee keer. Dan hoor je links tussen de struiken een klein stroompje kabbelen. Volg dit via de rechterkant, tot je bij een klein bruggetje aankomt. Hier haalt Raakhout je op.

'Raakhout het is bijna tijd. Pik jij Mien even op. Bij de brug. Bij de brug ja, niet eronder, oen.' Ik kan hem maar een opdracht tegelijk geven. Eigenlijk had ik hem ook nog willen vragen wat paarse brem mee te nemen, maar dat is gewoon too much. Sinds kort ben ik erachter dat Raakhout lijdt aan ADHD. Naast autisme is dat een lastige staat van zijn. Maar meten is weten. Een opdracht per keer meegeven volstaat even.

'Ha, Raakhout, sta je hier al lang? Dat is lang geleden.' Raakhout kijkt dwars door me heen. Heel even loopt er een koude rilling over mijn rug. Zo ken ik Raakhout niet. Koudbloedig van binnen en van buiten. Ik laat het maar zo. Ben veel te verheugd om Harrie weer te gaan zien. Zonder een krimp te geven huppelt Raakhout voor me uit door het struikgewas. Steeds sneller. 'Hee, doe eens even rustig, we hoeven toch niet de trein te halen?' Raakhout hoort me niet en struint stevig door. Na pakweg vijfenvijftig krammen en krassen zie ik de hut van Harrie voor me. Zou hij thuis zijn? De deur van de hut zwaait open.

'Ha, Mien daar ben je dan. Niets veranderd zie ik. Nog steeds kleurrijk gekleed, en ha, ha, ik zie het al, je eigen eten meegenomen, verse bloemen en taart. Je bent ook niet vergeten dat ik dol ben op dahlia's. Mmm, dat wordt smullen. Doe je jas maar uit, neem een kistje en ga ergens zitten. Neem die grote kist maar, vooruit, zo vaak kom je niet op bezoek. Vertel, vertel, wat heb ik allemaal gemist de afgelopen tijd?'

'Allemaal rumoer en onrust Harrie, opstand en gerel. Je wil het niet weten. Dagen, weken is er niet geschreven. De boel is zelfs een maand stilgelegd. Een splitsing vond plaats, in allemaal minikampen, heel verdrietig allemaal. Het is niet anders. Maar, gelukkig is er ook goed nieuws te melden. De laatste dagen trekt alles weer vlot. Oude schrijvers komen weer terug. We hebben alleen blijvend afscheid moeten nemen van je weet wel, hij die zo graag genoemd wil worden. Hij maakte het veel te bont. Schreef lukraak alleen nog maar bullshit. Hij smeet met modder en met vlijmscherpe pijltjes. Het schijnt dat ie nu alleen nog maar dart in zijn vrije tijd. Dart Harrie, niet tart.'

'Griss mich nich, Mien, ik schrik ervan. Liet hij zich zomaar afpoeieren dan? Want zo klinkt het. Dat zal toch niet? Zo'n deftig heerschap, ongepast en ongehoord!'

'Wel Harrie, het was geen afpoeieren hoor. Er is zorgvuldig met reden, hoor en wederhoor, en niet te vergeten argumenten en verklaringen over en weer gestrooid. Maar begrip en acceptatie wilde helaas niet landen, niet binnenkomen. Evenmin een pauze. Ach, je kent het heerschap toch? Vooralsnog is de vulkaan tot rust gekomen en ingeslapen. Na wat laatste aardschokken en plaagstoten. Voor hoelang? Geen idee. Niemand die het weet. Onbelangrijk ook verder. We hebben iets te vieren Harrie. Vijfhonderdenvierennegentig alweer. Op naar de zeshonderd.

Co-column geschreven door Harrie en Mien


Columns van Harrie zijn geschreven aan tafel bij Mien. Harrie is een auteur en tafelvriend van Mien. Van november 2010 tot maart 2016 publiceerde Harrie ook columns op de website van ColumnX.
Harrie’s columns zijn gebaseerd op oude personages uit TV-series Catweazle en Doctor Who. De Britse acteurs Tom Baker en Geoffrey Bayldon vormen zijn inspiratiebron. Daarnaast maakt Harrie ook graag filosofische en sportieve uitstapjes.

17-08-2012

Glashard

Het is nu alweer vijf dagen geleden en nog kan Philip het niet geloven. Wat heeft hij in hemelsnaam verkeerd gedaan dat hij het ijs niet heeft kunnen breken. Nu zit hij met de gebakken peren. Hoe vertelt hij dit aan zijn lieve vrouw Flatly. Glashard liegen lijkt zijn enige optie, maar niet vandaag.

Vandaag moest hij geslepener zijn. Bananen bak je EN peren stoof je. Door deze blunder is hij nu de pisang. Er is geen mogelijkheid om dit verborgen te houden voor zijn vrouw die zichzelf in de loop der jaren als een amoebe heeft omgevormd tot Fatlyl door haar vuilnisbak-gedrag. Flatly heeft een neus voor alles wat eetbaar is en na vijf dagen begint er een fruitig, zoete cidergeur te komen uit het schuurtje waar Philip de peren zolang verborgen heeft.

Hij heeft nog wel overwogen een gigantische fruitvliegval te zetten, maar vreest nu dat het te laat is. Er zwermen steeds meer vliegjes uit de schuur naar buiten. De ingrediënten voor de verjaardagstaart dacht Philip veilig te stellen in zijn eigen heiligdom, zijn schuur. Het onrustige gedrag van zijn vrouw verraadt echter niet veel goeds en wanneer hij liegt is dat vaak zo doorzichtig dat hij dit niet aandurft. “Wat verstop jij in je schuur?” krijst Flatly met uitpuilende ogen en het schuim op haar mond.

Een kwaal die ze heeft overgehouden na het eten van de taart van vorig jaar toen hij waspoeder had gebruikt in plaats van bakmeel en hij zijn misbaksel niet verborgen heeft kunnen houden voor haar.
Nog voordat hij een waarschuwing had kunnen geven, had zijn lieftallige Flatly haar tanden erin gezet en was de schuimtaart in no time achter de kiezen. Haar obsessie voor voedsel gaat ver voorbij het extreme alsof ze in een permanente hongerwinter verkeerd kan geen enkele vorm van voedselverspilling onopgemerkt blijven. Het gereedschap in de schappen van zijn schuurtje begon te trillen, een teken dat ze in aantocht was. Zijn kans op een briljant idee vervloog toen de deur van zijn schuurtje openzwaaide en Philip op heterdaad betrapt was.

Dan toch maar liegen, besloot Philip nadat hij zijn volslanke Fatlyl Flatly geklemd zag staan tussen de deurposten van zijn heiligdom. “Het is niet wat je denkt mijn liefste. De taart die je hier ziet staan heb ik niet zelf gemaakt, het is een plastic model, een voorbeeldtaart. Voor jouw verjaardag, maar je kunt hem nog niet eten!” Flatly wrong zich opgewonden door de deurposten, veegde met haar mouw het schuim van haar mond en stormde op de imposante groengekleurde taart af.

Nog net voordat Flatly kon toehappen wist Philip de taart uit haar handen te slaan waardoor deze door het openstaande raam naar buiten vloog en in de, aan de schuur grenzende, sloot belandde.
"Waar was dat nu weer voor nodig? Je...je...je weet dat ik niet tegen voedselverspilling kan", bracht Flatly snotterend uit waarna ze in huilen uitbarstte.
Altijd wanneer dat gebeurde brak Philips hart, hij kon het niet verdragen als zij verdrietig was.
"Maar schatteboutje...ik zei je toch dat het enkel een plastic model was voor de meest fantastische taart die ik ooit voor je gebakken heb" , herhaalde Philip zijn leugen. "Zo levensecht en met gebruik van geurstoffen dat zelfs de drosophila's dachten dat deze echt was", dikte hij nog aan. "Heb ik je ooit eerder met je verjaardag laten barsten?"

En op een wel zeer vreemd tijdstip van de dag kraaide er een haan, glashard, drie keer!

Co-column geschreven op website ColumnX door Mien en KingArthur

26-11-2010

Bas Piet en Sintepintje on holiday

Yo man, dat was een goed plan van dokter Carl. Seffekens ertussen uit. Wauw, relaxation man. Ik smeer toch veel liever zonnecrème dan uierzalf tussen mijn benen. Wat jij, Sintepinteke? Er gaat niets boven vette Maroc smoken op het goudgele strand van Kempervennen. Wel een beetje koud maar so what. Laat die kindekes nog maar eventjes wachten. Wat een stress geven die koters. Nog een uurtje Sintepinteke en dan mogen we weer gaan bowlen. Ben jij er klaar voor? Heb je wax, mijter en staf bij je?

Ja Bas Piet, ik heb alles hier. Net op tijd, je liep al aan mijn staf te lurken. Dat is vrij ernstig natuurlijk. Maar ik ben het wel met je eens: je kunt beter uit je dak gaan dan ervan af springen. Dus laten we via de stal van Amerigo richting blowing baan zwalken. Haal nog even zo’n 50 mg roze/wit vriendje uit de hobbykist, wil je? Hoewel het beter zou zijn om het aan die depressieve columnist te geven, denk ik liever nog even aan mijzelf.

Hee, yo ouwe man. We gaan hier niet zitten chagrijnen wat? Luister man en voel de vibes ouwe lummel. Kijk hoe die zwarte ballen de juiste lijn zoeken. Space man. Luister naar het geklets als die witte mannekes omver gekegeld worden. Yes, power to the black Pietermen. Hee, Sintepintje het is weer jouw turn. Leg die staf eens effe aan de kant en sta op uit je luie zetel. Ik wil wel eens zien of jij jouw witte mennekes kunt raken. Intussen zal ik hier eens even wat bitterballen bestellen. Pintje d’r bij?

Laat dat pintje maar zitten Piet, anders kom ik voor mijn verjaardag nooit van die kegel af. Heerlijk, ik ga voor ‘raak’. Kleur maakt mij niet uit. Even die extra calorieën van de laatste paar dagen eruit werpen. Eerst die mijter achterop mijn hoofd binden voor extra snelheid, en zwaaien voor de strike. Eén… twee… oei oei aiaiai oef… kaboenk… Bas Piet, je timing om juist op dit moment te gaan strooien is niet slim! Hier lig ik dan, in de goot, met volgens mij een gebroken poot…

Sintepintje wat doe je nou. Ik had nog zo gezegd: Geen bommetje!!!. En al helemaal niet op de blowing baan. Ben je nou helemaal betoeterd. Die Maroc is je nu toch echt wel naar je mijter gestegen. Ik laat die bitterballetjes maar effe zitten. Er liggen er sowieso nou toch al twee op de grond. Ik zal ook meteen een sms-je sturen naar Dokter Carl. Jezus, goed heiligman waarom breek je nu juist een paar dagen voor je verjaardag een been. Dat wordt dit jaar weer hulpsintepinten inroepen vrees ik. Vanavond even een belletje naar Uitzendbureau Klaas.

Tsja, als je niet beter wist zou je denken dat hier sprake is van sabotage door dokter Carl. Hij opperde dit oord waar niemand ons herkent. Een klein kindje wees naar mij en vroeg haar moeder wanneer die man met boerka optreedt. En nu dit, och, ach en wee. Voor mij geen Maroc meer maar een spalk en nieuwe toga. Ritsel ook een toque voor mij alsjeblieft, ik voel het alweer akelig kloppen in zuidelijke richting… Bas Piet, we rechten rug en schouders, bestellen ook voor jou frisse, nieuwe kleding en gaan ervoor. We lopen erbij als een stel zwervers, tijd om imago’s en Amerigo op te poetsen. Mijn verjaardag staat in Nederland hoog in het vaandel, het is ongeveer het laatste restje cultuur. We maken er iets moois van, Bas Piet!

Co-column geschreven door Mien en WritersBlocq

19-11-2010

Sintepintje en Bas Piet

Ik ben het spuugzat. Het geregel en gedoe rond mijn verjaardag: bah! Alles voor iedereen, maar ik? Al teveel jaren hetzelfde liedje. Gauw boodschappen doen, hutspot dit jaar. Niet de uien zijn de oorzaak van mijn onophoudelijk wenen. Tranen biggelen over mijn wangen, banen zich een weg richting mijn mond of spatten uiteen in mijn baard. Snottebellen zo groot, dat ik er bellenblaas mee doe. Zal ik een potje opvangen en verwisselen voor het cadeautje dat ik eigenlijk in petto had voor dat snotjong hier verderop?

Yo man, relax man. Bas Piet weet wel raad. Doe maar eens even je pantoffeltjes uit en glijdt lekker onderuit op de sofa. Massagekussentje in de nek en even luisteren naar deze nieuwe CD van Lenny de Voice. Voel de energie. Is it love you’re after? Bas Piet weet wel raad man. Ik draai voor jou een lekker jointje en het komt helemaal goed. Zet die kindjes maar eens even uit je hoofd en laat je maar eens lekker verwennen. Burn in man anders heb je straks een burn out.

Bas Piet heeft gelijk gehad. Ik voel me op ongekende hoogte! En dat heeft niks met daken te maken. Gisteravond ben ik knetterstoned van Amerigo af gekletterd. Zo te zien heb ik mij ietwat bezeerd. De zak van Sinterklaas is blauw dit jaar! En goed gevuld, ohhh… ik neem nog maar een trekje. Guttegut, van dat lurken aan een joint krijg ik wel dorst. Het is maar goed dat Bas Piet de cadeauhoop 18+ binnen handbereik heeft geplaatst. De fles Grand VSOP die gewoontegetrouw bedoeld is voor dat ongelovige redactielid van ColumnX heb ik snel half leeggedronken. Wat zal ik doen: alsnog geven zo van ‘de fles is halfvol…’? Nee, dat kan ik niet maken. Daarbij komt dat mijn keel aanvoelt als schuurpapier dus drink ik de fles maar leeg. Zo. Hoef ik daar ook niet meer over na te denken. En wat hebben we hier dan, een spannend stoeipakje voor Miss Mod? Jee dat komt goed van pas zeg, Bas Piet, kom eens kijken hoe geweldig dit staat. Mijn zak kan precies door dat gat, zie je?

Yo man, Sintepintje toch! Heb jij nou die hele toeter in één keer weggeblowd? En ook nog eens jouw hete adem met cognac geblust? Dat wordt dit jaar weer helemaal niks. Arme kindjes. Jij mag blij zijn dat er recessie is in Olanda. En het is geen chocolade muntenrecessie. Wel lief dat je aan Miss Modje van CX denkt. Maar Mozes Kriebel, dit is toch wel een erg mottig pakje. Yo man, het lijkt wel Hema-lingerie. Niet echt geschikt voor grijze Hemaworsten. You can do better, ouwe lummel. Vooruit met de geit, het is alweer daktijd. Hup, hup, hup, mantelpakje aan, schimmeltje optuigen en schoorsteentjes vullen. De kindjes popelen.

Ja, dat er recessie heerst in Olanda hoef je mij niet te vertellen. Kijk eens naar mijn schimmel: het arme dier heeft zelf schimmel opgelopen in het armzalige schuurtje waar het is ondergebracht! Het budget was op, ach en wee. Ik word direct weer depressief. Allereerst dienen mijn paard en het plekje waar mijn twee benen elkaar in de haren vliegen te genezen. Zo te voelen en te zien duurt dat een paar dagen. En neem het mij niet kwalijk; ik heb me nog nooit zo goed gevoeld als sinds ik negatieve aandacht trek, Bas Piet. Je hebt de schellen van mijn ogen laten vallen, was dat maar een jaartje of 150 eerder gebeurd! Maar goed je hebt wel gelijk Bas Piet. We gaan een verpletterende indruk maken op die vetzak van eind december! Heb jij nog goede ideeën?

Yo man. No tengo dinero. Take it easy. Ik speel wel wat op mijn bas dan hebben we zo weer wat centjes. We kidnappen vannacht Rudolf en voeren dat beest winterwortel. Dat kleurt zijn neus oranje en dan is Claus behoorlijk van het paadje. Komt helemaal goed. Wauw, wat ziet mijn zwarte neus wit. Goei poeier. Ook nog een snuifie, Sintepintje? Hoort de maan zingt door de bomen. Makker staakt uw wild geraas. Het avondje is gekomen. Avondje van Sinterklaas. O ja, lief Sintepintje, uierzalf, dat helpt. Twee maal daags, tussen de benen.

Co-column geschreven door WritersBlocq en Mien

15-05-2009

Verjaardag van Pi

Ik heb hem weer gemist. De verjaardag van Pi. De veertiende dag van de derde maand. Gevierd in vele landen op de wereld. Al 303 jaren lang. Ik kan die dag maar niet onthouden. Laat staan de decimalen. Ook Appie Einstein zag op 14 maart het levenslicht, in 1879. Maar toeval bestaat niet in de wetenschappelijke wereld, toeval is slechts een kruising der wegen.

De verjaardag van Pi, schrijf daar maar eens een column over. Dat werd mij ingefluisterd door twee bètafanaten. Als alfamannetje liet ik mij niet graag kennen. StoiStijns ging ik op zoek naar de juiste definitie. Een zoektocht naar de geheime verhoudingen tussen de omtrek en middellijn van een Vincentieuze cirkel. Een transcendente speurtocht naar het oneindige. Naar poolcoördinaten, polynomen en complexe getallen, imaginair en binair.

Eerst verdiepte ik mij in de pi-analen van het collectieve geheugen, de Wipipedia. Daar raakte ik vertrouwd met ongekende pipi-terminologie en de namen van wis- en natuurkundigen met elegante nomenclatuur. Weerbarstig ging een wiskundige wereld voor mij open. Ik zag veelvuldig cijfers en letters, groen en geel voor ogen. Het leek of mijn brein linguïstisch kwadrateerde. Het werd een heel gevecht. Eerdere ervaring in sudokuworstelen en lingojudo kwam mij goed van pas.

Met behulp van mnemotechniek en piphilologie kon ik gelukkig een paar literaire ezelsbruggen slaan. Pi meets proza en wiskundige poëzie. Dankzij Isaac Asimov, de bekendste piphilologist onder de wiskundigen kon ik plotsklaps uit mijn hoofd pi coderen tot veertien decimalen achter de komma. 3,14159265358979. How I want a drink, alcoholic of course, after the heavy lectures involving quantum mechanics! Ook Eva bood mij steun. Door haar kon ik het hersenzand los laten in de zeef van mijn geheugen. Eva o lief, o zoete hartedief, uw blauwe oogen zyn wreed bedrogen.

Na wat spoedcursussen poëtisch tellen kon bij mij de lol niet meer op. Want wat bleek? Het getal Pi had oneindig veel cijfers achter de komma en was niet op te schrijven. Pi was evenmin in breuken uit te drukken. Pi was een irrationaal getal. Ook wel transcendent genoemd. Ik lachte me een breuk. Pi irrationaal. Niet te berekenen. De exacte wetenschap tot wanhoop gedreven. Zij moest het doen met een benadering. Alfabeten lachten zich helemaal alfaslappi met deze bètafoor.

Jarenlang joegen wiskundigen, tot waanzin gedreven, pi-records na. Pi kreeg daardoor diverse benamingen. Het getal werd eerst bekend onder de constante van Archimedes en het getal van Metius totdat Jones en Euler het uiteindelijk tot Pi verhieven, naar de Griekse beginletter van perimetros, dat omtrek betekent. In de geschiedenis kwam ik ook nog Ludolph van Ceulen tegen. Hij berekende rond 1600 de eerste 35 decimalen. Hij was zo trots op zijn prestatie dat hij ze op zijn grafsteen liet graveren. Een kopie is nog steeds zichtbaar in de Pieterskerk te Leiden. Pi werd toen het getal van Ludolph genoemd.

Sinds 2002 staat het pi-record op 1,24 biljoen cijfers schoon achter de tokiose komma. Kom op zeg, Bèta’s, dat moet toch te verbeteren zijn. Laat die hoofden rinkelen en convergeren. Met formules en algoritmen. Desnoods met dominostenen. Dat record dat moet te breken zijn. Vega, Machin, Bailey, Borwein, Plouffe, Leibniz, Wallis, allen braken zij hun hoofd erover. Laat die cirkels, bollen, kegels, cilinders en ellipsen maar eens deftig rollen. Binair of hexidecimaal. Desnoods met transcendente meditatie of met Hocus Pocus Pilatus pas. Met Macintosh of Hitachi. Het kost hooguit 400 uurtjes rekentijd. Binnen die tijd kan men van de stress nog heel wat Pipi’s machen.

Mien Pi